<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF2" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2025)0248</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Polarisatie en toenemende repressie in Servië, een jaar na de tragedie in Novi Sad</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(B10-0459, 0463, 0465, 0466 en 0468/2025)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 22 oktober 2025 over de polarisatie en toenemende repressie in Servië, een jaar na de tragedie in Novi Sad (2025/2917(RSP))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name de artikelen 2 en 6,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn eerdere resoluties over Servië, met name die van 8 februari 2024 over de situatie in Servië na de verkiezingen<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2024/6339, 7.11.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/6339/oj.</FIELD></FOOTNOTE> en van 7 mei 2025 over de Commissieverslagen van 2023 en 2024 over Servië<FOOTNOTE><FIELD> Aangenomen teksten, P10_TA(2025)0093.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het werkdocument van de diensten van de Commissie van 30 oktober 2024 getiteld “Serbia 2024 Report” (SWD(2024)0695) bij de mededeling van de Commissie van 30 oktober 2024 inzake het uitbreidingsbeleid van de EU voor 2024 (COM(2024)0690),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de eerdere verklaringen van de EU over Servië, in het bijzonder de open brief over Servië van 5 februari 2025 van de commissaris voor Uitbreiding, Marta Kos, en haar daaropvolgende bezoek aan Servië in april 2025,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de voorlopige maatregel van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) van 29 april 2025, waarin het EHRM de Servische autoriteiten instrueert geen sonische apparaten in te zetten om menigten in bedwang te houden,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring van verschillende speciale rapporteurs van de VN van 4 augustus 2025 waarin zij het gewelddadige optreden van de Servische regering tegen vreedzame betogers veroordelen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de talrijke berichten en verklaringen van binnenlandse en internationale mensenrechtenorganisaties, onafhankelijke media en maatschappelijke groeperingen waarin systemische wantoestanden in Servië worden gedocumenteerd,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verzoek van Servië om toetreding tot de EU, dat is ingediend op 22 december 2009,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de Stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Servië, anderzijds<FOOTNOTE><FIELD> PB L 278 van 18.10.2013, blz. 16, ELI: http://data.europa.eu/eli/agree_internation/2013/490/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, die op 1 september 2013 in werking is getreden,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de conclusies van het voorzitterschap van de Europese Raad van december 2006, de conclusies van de Raad van maart 2020 en de conclusies van het voorzitterschap van de Europese Raad van Kopenhagen van 21 en 22 juni 1993, ook bekend als de criteria van Kopenhagen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 12 oktober 2011 over het verzoek van Servië om toetreding tot de Europese Unie (COM(2011)0668), het besluit van de Europese Raad van 1 maart 2012 om Servië de status van kandidaat-lidstaat te verlenen en het besluit van de Europese Raad van 27-28 juni 2013 om EU-toetredingsonderhandelingen met Servië te openen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Verdrag van de Verenigde Naties tegen corruptie (UNCAC) van 31 oktober 2003, dat Servië heeft ondertekend,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 136, leden 2 en 4, van zijn Reglement,</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat op 1 november 2024 een pas gerenoveerd betonnen afdak van het treinstation van Novi Sad instortte, waarbij 16 mensen omkwamen en anderen gewond raakten; overwegende dat het onderzoek naar deze tragedie een jaar later nog steeds niet is gevorderd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat de aanwezigheid en de invloed van China in Servië de laatste jaren aanzienlijk zijn toegenomen doordat China grote investeringen in infrastructuur heeft gedaan, wat aanleiding geeft tot bezorgdheid over transparantie en over de naleving van de EU-normen en de milieuwetgeving; overwegende dat het project voor het station deel uitmaakte van de hogesnelheidslijn Belgrado-Boedapest en door twee Chinese bedrijven werd uitgevoerd in het kader van een intergouvernementele overeenkomst tussen Servië en China, buiten het toepassingsgebied van het gewone wetgevingskader van de EU inzake overheidsopdrachten<FOOTNOTE><FIELD> Richtlijn 2014/24/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van overheidsopdrachten en tot intrekking van Richtlijn 2004/18/EG (PB L 94 van 28.3.2014, blz. 65, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2014/24/oj).</FIELD></FOOTNOTE> om; overwegende dat in het verslag van de Commissie over Servië van 2024 al werd gewaarschuwd voor omzeiling van aanbestedingsregels via dergelijke overeenkomsten; overwegende dat het Europees Openbaar Ministerie in maart 2025 een onderzoek heeft ingesteld naar mogelijk misbruik van EU-middelen voor de renovatie van het treinstation van Novi Sad;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat de instorting van het afdak leidde tot ongekende protesten in het hele land, die werden geleid door studenten die gerechtigheid, institutionele verantwoordingsplicht, transparantie, vervroegde en eerlijke verkiezingen, eerbiediging van de burgerlijke vrijheden, scheiding der machten, mediavrijheid, een einde aan de systematische corruptie en investeringen in onderwijs eisten; overwegende dat de protesten zich sindsdien over de hele Servische samenleving hebben verspreid;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat er tussen februari en eind september 2025 meer dan 10 700 protestbijeenkomsten hebben plaatsgevonden in ruim 630 gemeenten en 1 200 gemeenteraden, waaronder de grootste demonstratie in de geschiedenis van Servië op 15 maart 2025 en de op een na grootste op 28 juni 2025, waarmee dit de grootste grassrootsbeweging in decennia is;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat de door de studentenbeweging georganiseerde protesten grotendeels vreedzaam zijn verlopen, maar dat er in de zomer van 2025 helaas enkele gewelddadige incidenten hebben plaatsgevonden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat er tijdens de massale protesten geïsoleerde gevallen waren waarin radicale symbolen werden getoond en extreme nationalistische, pro-Russische en chauvinistische retoriek werd gebruikt, waarop aanzienlijke kritiek is geuit vanuit het buitenland en in Servië zelf;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat eerdere verkiezingen, die werden ontsierd doordat druk werd uitgeoefend op kiezers, stemmen werden gekocht en kiezers binnen Servië en vanuit het buitenland met bussen naar de stembureaus werden gebracht, onder oneerlijke omstandigheden werden gehouden en dat de doorslaggevende betrokkenheid van de president en de systematische bevoordeling van de regerende partij het verkiezingsproces als geheel hebben ondermijnd; overwegende dat onafhankelijke waarnemers hebben laten weten dat de recente lokale verkiezingen in Zaječar en Kosjerić noch vrij, noch eerlijk zijn verlopen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat de Servische autoriteiten hun toevlucht hebben genomen tot geweld tegen politieke tegenstanders en overal in het land buitensporig hard zijn opgetreden tegen demonstranten; overwegende dat de repressie begin 2025 was geëscaleerd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat in maart 2025, tijdens de grootste betoging in de Servische geschiedenis, betogers volgens onafhankelijke bronnen zijn bestookt met een sonisch wapen, wat aanleiding gaf tot ernstige bezorgdheid over de evenredigheid en wettigheid van het gebruik van geweld; overwegende dat mensenrechtenorganisaties ooggetuigenverklaringen hebben verzameld van 3 400 aanwezigen die betrokken waren bij het incident, in weerwil van officiële ontkenningen door de autoriteiten; overwegende dat de Servische regering de Russische federale veiligheidsdienst (FSB) heeft verzocht een onderzoek naar het incident in te stellen; overwegende dat het officiële onderzoek naar het incident, dat meer dan 170 getuigenverklaringen omvat, zich nog in een vroeg stadium bevindt en dat er nog niemand in staat van beschuldiging is gesteld;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat protesten sinds eind 2024 zijn onderdrukt met onder meer mishandeling, willekeurige arrestaties, het gebruik van traangas, politiek gemotiveerde detenties, deportaties en massale surveillance; overwegende dat er meer dan 1 028 arrestaties en ten minste 340 gewelddadige incidenten zijn opgetekend, waarbij soms ernstige verwondingen zijn veroorzaakt en middelbare scholieren betrokken waren, en dat onafhankelijke waarnemers benadrukken dat dit cijfer niet volledig is;</P></CONS><CONS><P><NO.P>K.</NO.P>overwegende dat het geweld sinds augustus 2025 nog is toegenomen, met politiegeweld, foltering en seksueel geweld tegen studenten, intimidatie door speciale politie-eenheden (de JZO), politiek gemotiveerde vervolging door het openbaar ministerie en lastercampagnes door regeringsgezinde media;</P></CONS><CONS><P><NO.P>L.</NO.P>overwegende dat de veiligheidsdiensten op onwettige wijze privégesprekken hebben opgenomen en op tv hebben laten uitzenden, waarvan een aantal vervolgens is gebruikt om studenten en activisten ervan te beschuldigen aanvallen op de grondwettelijke orde en de veiligheid van Servië voor te bereiden, en dat de militaire elite-eenheid Cobras is ingezet om binnenlands oproer te beteugelen en daarbij zelfs eens met scherp heeft geschoten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>M.</NO.P>overwegende dat regeringsgezinde herrieschoppers en ex-gedetineerden tijdens gewelddadige tegendemonstraties door de politie werden beschermd, terwijl leden van de oppositie, studenten en leden van het Servische parlement door agenten in burger werden geslagen en ontvoerd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>N.</NO.P>overwegende dat de commissaris voor de mensenrechten van de Raad van Europa en het Bureau van de Hoge Commissaris van de VN voor de mensenrechten er tussen juli en augustus 2025 bij de Servische autoriteiten op hebben aangedrongen terughoudendheid te betrachten, hun harde optreden tegen de studentenbeweging te staken en de mensenrechten en de academische vrijheid te eerbiedigen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>O.</NO.P>overwegende dat maatschappelijke organisaties hun bezorgdheid hebben geuit over het wetsontwerp tot wijziging van het wetboek van strafrecht, het wetboek van strafvordering en de wet van 2005 inzake jeugddelinquenten en strafrechtelijke bescherming van minderjarigen, omdat hiermee nieuwe strafbare feiten en strengere straffen worden ingevoerd die de vrijheid van meningsuiting en vergadering onevenredig zouden kunnen inperken; overwegende dat op grond van de voorgestelde wetgeving bepaalde vormen van vreedzaam protest of gewone maatschappelijke gedragingen die geen gevaar voor de openbare veiligheid of de grondwettelijke orde vormen, strafbaar zouden kunnen worden gesteld;</P></CONS><CONS><P><NO.P>P.</NO.P>overwegende dat president Vučić, die volgens de Servische grondwet geen formeel gezag heeft over de politie, de protesten heeft bestempeld als “kleurenrevoluties” die worden georganiseerd en gefinancierd door buitenlandse geheime diensten van westerse staten, en dit via regeringsgezinde media heeft verspreid; overwegende dat de Russische buitenlandse inlichtingendienst (SVR) dit narratief is bijgevallen en de EU ervan heeft beschuldigd “subversieve activiteiten” uit te voeren om de protesten aan te wakkeren; overwegende dat een aantal journalisten zijn aangevallen of bescherming is geweigerd terwijl ze verslag uitbrachten over de protesten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Q.</NO.P>overwegende dat president Vučić ook ontmenselijkende taal heeft gebruikt jegens EU‑politici, onder wie leden van het Europees Parlement, die hun steun aan de demonstranten hebben betuigd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>R.</NO.P>overwegende dat de regering en de heersende elite repressie hebben genormaliseerd door gratie te verlenen voor gewelddadige aanvallen door aanhangers van de regering, door het openbaar vervoer stil te leggen om protesten te verhinderen, door buitenlandse burgers om politieke redenen uit te wijzen en door het centrum van Belgrado te laten bezetten door regeringsgezinde demonstranten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>S.</NO.P>overwegende dat meer dan 150 buitenlanders met pro-Russische sympathieën in Servië een schietopleiding hebben gekregen met als doel onrust te zaaien in de aanloop naar de parlementsverkiezingen van 2025 in Moldavië; overwegende dat de daders van dit misdrijf, van wie er één banden had met een hooggeplaatste Servische functionaris, pas na ophef in de media zijn gearresteerd; overwegende dat de Servische regering rechtstreekse druk heeft uitgeoefend op de parlementsverkiezingen van 2025 in Kosovo;</P></CONS><CONS><P><NO.P>T.</NO.P>overwegende dat een groep Servische burgers, die later op verzoek van buitenlandse nationale autoriteiten door Servische rechtshandhavingsinstanties zijn gearresteerd, haatmisdrijven heeft gepleegd onder verschillende etnische en religieuze groepen in Frankrijk en Duitsland met de bedoeling angst en geweld aan te wakkeren;</P></CONS><CONS><P><NO.P>U.</NO.P>overwegende dat de Servische autoriteiten herhaaldelijk hebben verklaard dat Servië vastbesloten blijft toe te treden tot de EU en de nodige hervormingen door te voeren, maar dat er op belangrijke gebieden zoals de rechtsstaat, mediavrijheid, onafhankelijkheid van de rechterlijke macht en corruptiebestrijding eerder sprake is van achteruitgang dan van vooruitgang;</P></CONS><CONS><P><NO.P>V.</NO.P>overwegende dat Commissievoorzitter Von der Leyen op 15 oktober 2025 een bezoek heeft gebracht aan Servië;</P></CONS><CONS><P><NO.P>W.</NO.P>overwegende dat de Commissie in juni 2025 heeft bekendgemaakt dat het Rio Tinto-project voor de winning van lithium en boor in Jadar wordt opgenomen in de lijst van strategische projecten in derde landen krachtens Verordening (EU) 2024/1252<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EU) 2024/1252 van het Europees Parlement en de Raad van 11 april 2024 tot vaststelling van een kader om een veilige en duurzame voorziening van kritieke grondstoffen te waarborgen, en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 168/2013, (EU) 2018/858, (EU) 2018/1724 en (EU) 2019/1020 (PB L, 2024/1252, 3.5.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1252/oj).</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>herdenkt, een jaar na de tragedie, de 16 slachtoffers die op 1 november 2024 om het leven zijn gekomen toen het afdak van het treinstation van Novi Sad is ingestort, en betuigt zijn solidariteit met degenen die gewond zijn geraakt; dringt er nogmaals op aan dat na het onderzoek door de autoriteiten een volledige en transparante gerechtelijke procedure wordt ingeleid om degenen die verantwoordelijk zijn, in overeenstemming met de rechtsstaat te berechten; dringt aan op een onafhankelijk technisch onderzoek naar constructiefouten, een volledige evaluatie van de bouwvergunningen en de toezichtprocedures, en een grondig onderzoek naar mogelijke corruptie of nalatigheden; dringt er bij de Servische autoriteiten op aan om de familieleden van de slachtoffers doeltreffende toegang tot de rechter te bieden en te waarborgen dat zij een passende schadeloosstelling ontvangen; onderstreept dat ook ruimer moet worden onderzocht in hoeverre corruptie heeft geleid tot een verlaging van de veiligheidsnormen en heeft bijgedragen aan deze tragedie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>steunt het recht van Servische studenten en burgers op vreedzame protesten waarmee zij vragen dat er verantwoording wordt afgelegd en dat er democratische hervormingen komen die rechtstreeks verband houden met de rechtsstaat, iets wat de EU van Servië verwacht; wijst erop dat burgermoed, het afzweren van geweld en betrokkenheid van jongeren belangrijk zijn voor de voortgang van Servië in de richting van EU-lidmaatschap; merkt op dat Servische studenten op de shortlist staan voor de Sacharovprijs voor de vrijheid van denken 2025; steunt oprechte pogingen tot dialoog over hoe de regering tegemoet kan komen aan de eisen van de studenten; is ernstig bezorgd over het feit dat de situatie in Servië nog steeds wordt gekenmerkt door spanningen en polarisatie die gemakkelijk tot geweld kunnen leiden, wat een direct gevolg is van haatzaaiende uitlatingen, het aanzetten tot geweld, lastercampagnes tegen tegenstanders, anti-EU- en pro-Russische propaganda die op grote schaal wordt verspreid via door de regering gecontroleerde media en ook door regeringsfunctionarissen, en van het feit dat de overheid er totaal niet in slaagt het verleden van Servië onder ogen te zien en te verwerken; roept alle politieke en maatschappelijke actoren in Servië op om zich van dergelijke retoriek te onthouden en een klimaat van wederzijds respect, democratische dialoog en de-escalatie te helpen bevorderen; dringt er bij de Servische regering op aan om inclusieve politieke participatie te bevorderen en gelijke toegang tot de media te waarborgen voor alle politieke partijen en kandidaten; benadrukt dat het belangrijk is dat het publieke debat wordt gedepolariseerd en dat er een politieke cultuur wordt bevorderd die gebaseerd is op verdraagzaamheid, het bereiken van compromissen en eerbiediging van democratische instellingen; roept het maatschappelijk middenveld, de media en onderwijsinstellingen op om een actieve rol te spelen bij het overbruggen van maatschappelijke verdeeldheid en het versterken van de democratische veerkracht;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>uit zijn bezorgdheid over de steeds dieper wordende politieke polarisatie in Servië; verzoekt alle politieke actoren, vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld en relevante belanghebbenden in Servië een constructieve dialoog aan te gaan, vrij van druk of inmenging van buitenaf, met als doel de politieke en sociale polarisatie te verminderen, vertrouwen tussen instellingen op te bouwen en een duurzame weg voorwaarts te vinden voor het land; beklemtoont dat de soevereiniteit en de politieke koers van Servië moeten aansluiten bij de wensen van zijn burgers;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>spreekt in de sterkst mogelijke bewoordingen zijn afkeuring uit over de golf van door de staat beïnvloed geweld, intimidatie en willekeurige arrestaties van vreedzame demonstranten, journalisten, maatschappelijke organisaties en vertegenwoordigers van de oppositie in Servië; veroordeelt lastercampagnes, intimidatie van de media en misbruik van persoonsgegevens om demonstranten in diskrediet te brengen, en dringt er bij de Servische autoriteiten op aan om de mediavrijheid te waarborgen; roept hoge ambtenaren op om een einde te maken aan opruiende retoriek die aanzet tot vijandigheid of geweld; veroordeelt het gebruik van onwettige surveillance tegen demonstranten, zoals het gebruik van Pegasus, Cellebrite en NoviSpy; is met name verontrust over het feit dat er gebruik is gemaakt van LRAD-geluidskanonnen en dat er op grote schaal traangas is gebruikt tegen burgers; dringt erop aan dat er duidelijke protocollen worden vastgesteld en toegepast inzake wettige crowdcontroltechnologie en onafhankelijke toezichtmechanismen; vraagt de Servische regering het recht van zijn bevolking op vergadering en vrijheid van meningsuiting volledig te garanderen en te eerbiedigen, in overeenstemming met de Servische grondwet, de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en het Europees Verdrag voor de rechten van de mens; spreekt voorts zijn afkeuring uit over alle soorten haatzaaiende uitlatingen en het aanzetten tot haat, met name tegen nationale minderheden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>houdt de Servische leiders politiek verantwoordelijk voor de steeds maar toenemende repressie, het normaliseren van geweld en de verzwakking van democratische instellingen in het land; betreurt het feit dat de hoogste staatsfunctionarissen actief complottheorieën verspreiden waarin de instorting van het afdak een gevolg is van een daad van sabotage of een terroristische aanslag; is bezorgd over het uitblijven van een reactie van overheidsinstellingen, waaronder wetshandhavingsinstanties en de rechterlijke macht, om deze ongegronde beweringen te weerleggen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>spreekt zijn afkeuring uit over het misbruik van het strafrecht om burgerparticipatie te onderdrukken; benadrukt dat de wijzigingen van het wetboek van strafrecht, het wetboek van strafvordering en de wet van 2005 inzake jeugddelinquenten en strafrechtelijke bescherming van minderjarigen er niet toe mogen leiden dat vreedzaam gedrag of geweldloze vormen van protest strafbaar worden gesteld; herinnert eraan dat evenredige toepassing van strafrechtelijke sancties een van de hoekstenen van de rechtsstaat is en behoort tot de verplichtingen van Servië uit hoofde van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>is bezorgd over de onwettige arrestaties die zijn verricht in de aanloop naar de protesten van 15 maart en 28 juni 2025, die voorafgegaan waren door de publicatie van gelekte opnames van gesprekken van verdachten door regeringsgezinde media; merkt op dat verschillende politieke activisten en leden van de oppositiepartij Vrije Burgerbeweging (PSG) op deze gronden zijn gearresteerd en dat sommigen nog steeds onder huisarrest staan of in ballingschap leven; dringt aan op hun onmiddellijke vrijlating;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>verzoekt om een spoedig, onpartijdig en transparant onderzoek naar alle beschuldigingen van onnodig en onevenredig gebruik van geweld, willekeurige arrestaties, detenties, foltering, seksueel geweld tegen gedetineerden, politiek gemotiveerde vervolgingen en andere ernstige schendingen van de mensenrechten, waaronder het bespuwen en slaan van geboeide gedetineerden, verbaal geweld en doodsbedreigingen; roept de autoriteiten op om de beschuldigingen dat hooggeplaatste functionarissen van de JZO, met name de commandant Marko Kričak, voor deze schendingen verantwoordelijk zijn, grondig te onderzoeken; herhaalt dat deze daden kunnen neerkomen op onmenselijke en vernederende behandeling die verboden is volgens het internationaal recht en politieprotocollen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>neemt kennis van het aftreden van minister-president Vučević, dat op 19 maart 2025 door de Nationale Vergadering werd bevestigd, en van de daaropvolgende benoeming van de nieuwe regering onder leiding van Đuro Macut op 16 april 2025;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>neemt kennis van de arrestatie in augustus 2025 van de voormalige ministers Tomislav Momirović en Goran Vesić op beschuldiging van ambtsmisbruik en verdenking van het benadelen van de Servische staatsbegroting voor een bedrag van ten minste 115 miljoen USD in verband met de wederopbouw van de spoorlijn Belgrado-Boedapest, met inbegrip van het ingestorte afdak van het station van Novi Sad, en hun daaropvolgende vrijlating; betreurt ten zeerste dat de belemmering van de rechtsgang ervoor heeft gezorgd dat degenen die verantwoordelijk zijn voor het instorten van het afdak van het treinstation niet ter verantwoording zijn geroepen; spreekt zijn afkeuring uit over de lastercampagnes die via regeringsgezinde kanalen worden gevoerd tegen rechters en openbare aanklagers die zich inzetten voor de handhaving van de rechtsstaat;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>spreekt zijn krachtige veroordeling uit over de vergeldingsmaatregelen van de regering tegen werknemers in de onderwijs- en cultuursector omdat zij de protesten hebben gesteund, waaronder het verlies van banen, salarisverlagingen, de aanwezigheid van politie op universiteitscampussen en het intrekken van financiering voor openbare universiteiten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>verzoekt de Servische autoriteiten om de financiering van universiteiten onmiddellijk te herstellen; roept de bevoegde instellingen op om ervoor te zorgen dat de academische en onderzoeksgemeenschap ongehinderd kan deelnemen aan door de EU gefinancierde projecten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>veroordeelt de acties van leden van de regerende partij bij het organiseren van een illegaal kamp in het Pionirski-park voor het presidentiële paleis en de daaropvolgende uitbreiding ervan naar het plein aan de overzijde van de Nationale Vergadering; is ernstig bezorgd over het feit dat volgens meerdere berichten personen met een crimineel verleden door de regerende partij worden ingezet bij tegenprotesten, waarbij demonstranten met vuurwerk worden aangevallen, en waardoor de spanningen, het geweld en de polarisatie in het land daarmee verder toenemen; veroordeelt de aanvallen gericht op leden van nationale minderheden, waaronder Slowaken in Bački Petrovac, Roemenen, Bulgaren en Kroaten, en het gebruik van etnische scheldwoorden door regeringsgezinde media;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>spreekt zijn afkeuring uit over de willekeurige gratieverlening door de president aan personen die zijn veroordeeld of vervolgd voor geweld tegen studenten en andere burgers die deelnemen aan vreedzame protesten, aangezien dergelijke acties een directe bemoeienis met de rechtspraak vormen en de rechtsstaat ernstig ondermijnen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>roept de Servische autoriteiten op om alle burgers die het land zijn ontvlucht als gevolg van politieke onderdrukking, intimidatie of angst voor vervolging, in staat te stellen veilig terug te keren, en om hun volledige bescherming en re-integratie te waarborgen in overeenstemming met de wet en de internationale verplichtingen van Servië;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>veroordeelt met klem de onwettige arrestatie en uitzetting van EU-burgers die verklaringen hebben afgelegd waarin steun werd betuigd aan protesterende studenten, en de openbaarmaking, door veroordeelde oorlogsmisdadigers, van de persoonsgegevens van EU-burgers; spreekt zijn bezorgdheid uit over het toenemend aantal gevallen van detentie van EU-burgers aan de Servische grens;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>veroordeelt in de krachtigste bewoordingen de verbale aanvallen van de hoogste Servische functionarissen op leden van het Europees Parlement, vanwege hun deelname aan en hun verklaringen in de context van de studentenprotesten, met als meest prominente voorbeeld de aanval van president Vučić op de EP-leden van de Fractie de Groenen/Vrije Europese Alliantie op 5 september 2025;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>veroordeelt de openlijke inmenging van de Russische Federatie in de Servische protesten met de verspreiding van desinformatie door haar functionarissen, waaronder Vladimir Poetin, die beweren dat de protesten deel uitmaken van een door het Westen gesteunde “kleurenrevolutie”; verwerpt alle aantijgingen van Servische functionarissen en regeringsgezinde media dat de EU en enkele van haar lidstaten betrokken waren bij het organiseren van de studentenprotesten met het oog op het ontketenen van een “kleurenrevolutie”; roept de Servische autoriteiten op om op te treden tegen dergelijke kwaadaardige propaganda in de binnenlandse media, in plaats van mee te werken aan de verspreiding ervan; is nog steeds bezorgd over het nationalistische gedachtegoed dat binnen bepaalde delen van de protestbeweging leeft; betreurt het dat nationalistische ideeën nog altijd een belangrijke rol spelen, zoals de politieke idealen “Groot-Servië” en “de Servische wereld”, twee idealen die in het verleden door bepaalde leden van de Servische regering werden aangehangen; is van mening dat dergelijke retoriek geen plaats heeft in de betrekkingen tussen de EU en Servië en een gevaar vormt voor de stabiliteit in de regio;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>merkt met bezorgdheid op dat de Servische regering, parallel aan de aanhoudende protesten, onderhandelingen lijkt te hebben gevoerd met de eigenaren van het bedrijf United Media, om de onafhankelijke mediakanalen die door dit bedrijf worden geëxploiteerd, te “verzwakken”; waarschuwt dat dit, indien bevestigd, een ernstige aanval zou betekenen op het reeds in gevaar zijnde pluralisme van de media in Servië; vraagt Servië zich aan te sluiten bij het EU-beleid ter bestrijding van buitenlandse inmenging en desinformatiecampagnes;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>roept op tot onmiddellijke en volledige uitvoering van alle aanbevelingen van de internationale verkiezingswaarnemingsmissies van het Bureau voor Democratische Instellingen en Mensenrechten van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE/ODIHR) om vrije en eerlijke verkiezingen in Servië te waarborgen, met name de aanbevelingen die betrekking hebben op een onafhankelijke controle van het kiezersregister, de transparante en pluralistische benoeming van leden van de raad van de regelgevende autoriteit voor elektronische media (REM) en het bieden van eerlijke en gelijke toegang tot zendtijd op de openbare omroep RTS voor alle politieke actoren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>roept de Servische autoriteiten op om een volledig transparante en uitgebreide technische veiligheidsinspectie uit te voeren van alle infrastructuurvoorzieningen, met inbegrip van die op de spoorlijn van Belgrado via Novi Sad naar de grens met Hongarije, teneinde de structurele integriteit en de veiligheid ervan en de naleving van internationale normen te waarborgen; dringt er bij de Servische autoriteiten op aan om geen infrastructuurfaciliteiten in gebruik te nemen waarvoor de nodige vergunningen en certificaten voor veilig en ononderbroken gebruik ontbreken, met name die welke zich op internationale en regionaal belangrijke vervoerscorridors bevinden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>moedigt Servië aan om intensiever samen te werken met de Groep van Staten tegen Corruptie (GRECO) en zijn UNCAC-verplichtingen volledig na te komen; roept op tot meer transparantie over eigendom en financiering bij overheidsaanbestedingen voor infrastructuurprojecten; benadrukt dat Servië zijn milieunormen en de rechten van lokale en nationale minderheden moet waarborgen wanneer het dergelijke projecten goedkeurt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>verzoekt de Commissie en de lidstaten nauwlettend toe te zien op de uitvoering van hervormingen via het EU-toetredingsproces en de hervormingsagenda die is vastgesteld in het kader van de hervormings- en groeifaciliteit; stelt vast dat Servië op bepaalde gebieden vooruitgang boekt, zoals economische groei, een verbeterde connectiviteit wat betreft regionale infrastructuur en betere samenwerking met de EU op het gebied van migratiebeheer en energiezekerheid; is ingenomen met het feit dat Servië deelneemt aan door de EU gefinancierde projecten in het kader van het groeiplan voor de Westelijke Balkan en de groene agenda; spoort Servië aan hervormingen te blijven doorvoeren om zijn beleid en wetgeving in overeenstemming te brengen met de EU-normen, en geeft nogmaals aan dat de EU bereid is het Servische volk te ondersteunen bij zijn inspanningen voor een democratische, welvarende en Europese toekomst;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>benadrukt het Europees perspectief van Servië en een toekomstig EU-lidmaatschap van het land nog altijd te steunen, maar wijst er daarbij met klem op dat vooruitgang op weg naar toetreding tot de EU afhankelijk is van volledige eerbiediging van de waarden van de EU, een proces dat daadwerkelijk op verdiensten is gebaseerd, en naleving van de democratische beginselen, de rechtsstaat en de grondrechten, welke tot de criteria van Kopenhagen behoren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>herhaalt dat de toetredingsonderhandelingen van de EU met Servië alleen mogen worden voortgezet op basis van meetbare en duurzame vooruitgang op het gebied van de fundamentele waarden, met name wat betreft de rechtsstaat, de bestrijding van corruptie en georganiseerde misdaad, de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, de vrijheid van de media, de hervorming van het openbaar bestuur, volledige afstemming op het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB) van de EU en sancties tegen Rusland; wijst erop dat Servië wat betreft de afstemming op het GBVB een duidelijke uitzonderingspositie bekleedt op de Westelijke Balkan; benadrukt dat geleidelijke aanpassing aan het GBVB een essentiële voorwaarde is voor alle kandidaat-lidstaten van de EU; verzoekt de Servische autoriteiten een op feiten gebaseerd en open debat over toetreding tot de EU te bevorderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>spreekt nogmaals zijn krachtige steun uit voor de Servische maatschappelijke organisaties, mensenrechtenverdedigers en onafhankelijke activisten die zich inzetten voor het versterken van de democratie, de rechtsstaat en de grondrechten; dringt er bij de Commissie op aan te zorgen voor passende en toegankelijke financiering en doeltreffende beschermingsmechanismen voor actoren uit het maatschappelijk middenveld; veroordeelt elke vorm van intimidatie van, pesterijen tegen en administratieve druk op niet-gouvernementele organisaties en activisten; wijst op de cruciale rol die het maatschappelijk middenveld speelt bij het bevorderen van transparantie, het monitoren van democratische normen en het ter verantwoording roepen van overheidsinstanties;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>steunt de snelle zending van een ad-hoconderzoeksmissie van de EU naar Servië, met deelname van het Europees Parlement, om ter plaatse de toestand van de democratie, de aanhoudende protesten, de aanvallen op demonstranten en de onderdrukking van studenten, academici, leerkrachten en werknemers in de publieke sector te beoordelen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>verzoekt de hoogste EU-functionarissen om zich te onthouden van niet onderbouwde uitspraken waarin het hervormingsproces in Servië wordt geprezen; is verheugd over de andere toon van de voorzitter van de Commissie tijdens haar recente bezoek aan Servië, waarin een nauwkeurigere beoordeling van de onderliggende problemen van Servië en de slechte reputatie van het land op het gebied van fundamentele hervormingen doorklonk; neemt nota van de aangekondigde overeenkomst met betrekking tot onafhankelijke verificatie van het kiezersregister en de raad van de regelgevende autoriteit voor de media REM, maar benadrukt dat de vooruitgang wordt beoordeeld op basis van de uitvoering van hervormingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>verzoekt de Commissie om een initiatief voor gerichte individuele sancties tegen degenen die verantwoordelijk zijn voor ernstige schendingen van de wet en de mensenrechten in Servië, in overeenstemming met het algemene sanctieregime van de EU op het gebied van de mensenrechten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>roept de EU-lidstaten op om de beschermingsmaatregelen voor mensen die gevaar lopen te versterken, waaronder noodvisa en hervestigingsprogramma’s; dringt er bij de diplomatieke missies van de EU en de lidstaten op aan de lopende rechtsprocedures in verband met de protesten nauwlettend te volgen; dringt er bij de EU-lidstaten op aan om een gezamenlijke reactie te formuleren op de democratische achteruitgang in Servië, onder meer door gerichte sancties te overwegen tegen personen die verantwoordelijk zijn voor ernstige schendingen van de wet en de mensenrechten in Servië;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>roept alle landen die deelnemen aan de komende Expo 2027 in Servië op om de ernstige bezorgdheid over en het bewijs van wijdverbreide corruptie in verband met de regerende autoriteiten in overweging te nemen, alsook de berichten over nalatigheid om elementaire bouwnormen en wettelijke voorschriften bij de organisatie en bouw van de tentoonstelling na te leven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de voorzitter van de Europese Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de president, de regering en de Nationale Vergadering van Servië, het Bureau voor Democratische Instellingen en Mensenrechten van de OVSE, de Parlementaire Vergadering van de OVSE en de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>