<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF2" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2025)0251</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Bodemmonitoring en -veerkracht (richtlijn bodemmonitoring)</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0204/2025 - Rapporteur: Martin Hojsík)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 23 oktober 2025 over het standpunt van de Raad in eerste lezing met het oog op de vaststelling van een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake bodemmonitoring en -veerkracht (richtlijn bodemmonitoring) (09474/1/2025 – C10-0229/2025 – 2023/0232(COD))</STRING></TI><NOTE>(Gewone wetgevingsprocedure: tweede lezing)</NOTE><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het standpunt van de Raad in eerste lezing (09474/1/2025 – C10‑0229/2025),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de gemotiveerde adviezen die in het kader van Protocol nr. 2 betreffende de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid zijn uitgebracht door de Nederlandse Eerste Kamer en de Nederlandse Tweede Kamer, en waarin wordt gesteld dat het ontwerp van wetgevingshandeling niet strookt met het subsidiariteitsbeginsel,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 25 oktober 2023<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2024/887, 6.2.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/887/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van het Comité van de Regio’s van 19 juni 2024<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2024/5371, 17.9.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/5371/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn in eerste lezing geformuleerde standpunt<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2025/1312, 13.3.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/1312/oj.</FIELD></FOOTNOTE> inzake het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2023)0416),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 294, lid 7, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het overeenkomstig artikel 75, lid 4, van zijn Reglement door de bevoegde commissie goedgekeurde voorlopig akkoord,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 68 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanbeveling voor de tweede lezing van de Commissie milieubeheer, klimaat en voedselveiligheid (A10‑0204/2025),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>hecht zijn goedkeuring aan het standpunt van de Raad in eerste lezing;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>constateert dat de handeling is vastgesteld overeenkomstig het standpunt van de Raad;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter de handeling samen met de voorzitter van de Raad overeenkomstig artikel 297, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie te ondertekenen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>verzoekt zijn secretaris-generaal de handeling te ondertekenen nadat is nagegaan of alle procedures naar behoren zijn uitgevoerd, en met de secretaris-generaal van de Raad te zorgen voor bekendmaking ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING>;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie alsook aan de nationale parlementen.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>