<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF2" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2025)0256</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Verplichtingen uit hoofde van de richtlijn audiovisuele mediadiensten in het kader van de trans-Atlantische dialoog</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(B10-0446/2025)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 23 oktober 2025 over verplichtingen uit hoofde van de richtlijn audiovisuele mediadiensten in het kader van de trans-Atlantische dialoog (2025/2776(RSP))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de bevoegdheden van de lidstaten om ambitieus cultuurbeleid op audiovisueel gebied te ontwikkelen, in overeenstemming met artikel 3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) en de artikelen 6 en 167 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn (EU) 2018/1808 van het Europees Parlement en de Raad van 14 november 2018 tot wijziging van Richtlijn 2010/13/EU betreffende de coördinatie van bepaalde wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in de lidstaten inzake het aanbieden van audiovisuele mediadiensten (richtlijn audiovisuele mediadiensten) in het licht van een veranderende marktsituatie<FOOTNOTE><FIELD> PB L 303 van 28.11.2018, blz. 69, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2018/1808/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Unesco-Verdrag betreffende de bescherming en de bevordering van de diversiteit van cultuuruitingen van 20 oktober 2005,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de conclusies van de Raad van 2 mei 2025 over de beoordeling van het rechtskader voor audiovisuele mediadiensten en videoplatformdiensten<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2025/2954, 26.5.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/2954/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de vraag aan de Commissie over verplichtingen uit hoofde van de richtlijn audiovisuele mediadiensten<FOOTNOTE><FIELD> Richtlijn 2010/13/EU van het Europees Parlement en de Raad van 10 maart 2010 betreffende de coördinatie van bepaalde wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in de lidstaten inzake het aanbieden van audiovisuele mediadiensten (richtlijn audiovisuele mediadiensten) (PB L 95 van 15.4.2010, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2010/13/oj).</FIELD></FOOTNOTE> in het kader van de trans-Atlantische dialoog (O‑000026/2025 – B10‑0010/2025),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 142, lid 5, en artikel 136, lid 2, van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de ontwerpresolutie van de Commissie cultuur en onderwijs,</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de richtlijn audiovisuele mediadiensten de hoeksteen van het audiovisuele beleid van de EU is en tot doel heeft een interne markt voor audiovisuele mediadiensten in de EU tot stand te brengen en tegelijkertijd culturele diversiteit te bevorderen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat de richtlijn audiovisuele mediadiensten moet zorgen voor eerlijke voorwaarden voor alle actoren in de audiovisuele sector, met inbegrip van televisieomroepen, “on-demand”-diensten en videoplatforms; overwegende dat de richtlijn bepalingen bevat ter bescherming van minderjarigen en consumenten en ter voorkoming geweld, haatzaaiende uitlatingen en terroristische inhoud; overwegende dat de richtlijn Europese producties ondersteunt, de toegankelijkheid verbetert en tot doel heeft de onafhankelijkheid van nationale regelgevende instanties te waarborgen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat de uitsluiting van audiovisuele mediadiensten van handelsbesprekingen van cruciaal belang is voor de EU en haar lidstaten ter behoud en versterking van hun vermogen om cultureel en audiovisueel beleid vorm te geven dat gericht is op de bevordering en bescherming van culturele diversiteit;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat de lidstaten er krachtens de richtlijn audiovisuele mediadiensten voor moeten zorgen dat onder hun bevoegdheid vallende aanbieders van audiovisuele “on-demand”-mediadiensten ten minste 30 % aan Europese producties uitzenden en deze producties passende aandacht geven; overwegende dat de richtlijn de lidstaten ook toestaat buitenlandse aanbieders van audiovisuele mediadiensten die zich richten op doelgroepen op hun grondgebied, te verplichten een financiële bijdrage te leveren aan de totstandbrenging van Europese producties;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat de digitaledienstenverordening en de richtlijn inzake elektronische handel algemene regels voor onlinetussenpersonen bevatten, en dat de richtlijn audiovisuele mediadiensten specifieke regels voor audiovisuele inhoud bevat; overwegende dat de richtlijn audiovisuele mediadiensten het belangrijkste rechtskader moet blijven voor de ondersteuning van een diverse, eerlijke, veilige en concurrerende EU-markt voor audiovisuele mediadiensten en voor de bevordering van onafhankelijke en cultureel rijke Europese inhoud;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat in het memorandum van de Amerikaanse president Donald Trump van 21 februari 2025 getiteld “Defending American Companies and Innovators from Overseas Extortion and Unfair Fines and Penalties” praktijken worden opgesomd die als discriminerend worden beschouwd voor Amerikaanse bedrijven, waaronder de oplegging van verplichtingen aan streamingdiensten; overwegende dat de handelsgezant van de Verenigde Staten de richtlijn audiovisuele mediadiensten als buitenlandse handelsbelemmering heeft opgenomen in het “2025 US National Trade Estimate Report”;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat de aanwijzing door de Amerikaanse regering van de richtlijn audiovisuele mediadiensten als handelsbelemmering stoelt op een gebrekkige beoordeling, aangezien de bepalingen van de richtlijn op neutrale en niet-discriminerende wijze van toepassing zijn op alle actoren, zowel binnenlandse als buitenlandse, en daarmee eerlijke concurrentie en een gelijk speelveld waarborgen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat president Trump bovendien heeft laten weten voornemens te zijn een belasting van 100 % op te leggen voor films die buiten de Verenigde Staten zijn gemaakt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat Amerikaanse films in 2023 goed waren voor 69 % van de kaartjesverkoop in Europese bioscopen; overwegende dat negen van de tien toonaangevende televisie- en “video-on-demand”-groepen die in Europa actief zijn, in handen zijn van Amerikaanse bedrijven; overwegende dat 85 % van de tijd die Europeanen doorbrengen op “video-on-demand”-platforms met een abonnement geconcentreerd is bij drie Amerikaanse streamingdiensten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat de EU op 27 juli 2025 een handelsovereenkomst heeft gesloten met de Verenigde Staten, die geen bepalingen bevat met betrekking tot de digitaledienstenverordening of de richtlijn audiovisuele mediadiensten van de EU; overwegende dat de verklaringen die president Trump na de sluiting van de overeenkomst heeft gedaan, er niettemin op lijken te wijzen dat hij zijn pogingen om de regulering van Amerikaanse bedrijven door de EU tegen te werken, wenst voort te zetten;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>verzoekt de Raad en de lidstaten de Commissie te ondersteunen bij het verdedigen van de richtlijn audiovisuele mediadiensten en de culturele uitzondering van de EU in het kader van internationale handelsbesprekingen en ervoor te zorgen dat audiovisuele mediadiensten uitgesloten blijven van verbintenissen in het kader van handelsovereenkomsten, om het vermogen van de EU en haar lidstaten om cultureel en audiovisueel beleid vorm te geven en uit te voeren dat gericht is op de bevordering en bescherming van culturele diversiteit, in stand te houden en te ontwikkelen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>benadrukt dat de maatregelen in het kader van de richtlijn audiovisuele mediadiensten een legitieme regeling van algemeen belang vormen, die tot doel heeft culturele diversiteit te waarborgen door de totstandbrenging en verspreiding van Europese producties aan te moedigen en de vrijheid van meningsuiting, pluralisme in de media en de democratische waarden te beschermen; is van oordeel dat het terugschroeven van de beginselen van de richtlijn het Europese culturele model sterk zou ondermijnen, zeker in de context van de intense internationale concurrentie in de sector audiovisuele media;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>herinnert eraan dat cultuurbeleid krachtens artikel 167 VWEU in de eerste plaats een bevoegdheid van de lidstaten is; onderstreept dat het subsidiariteitsbeginsel niet alleen een regel is voor de verdeling van bevoegdheden, maar ook een essentiële waarborg vormt voor het beschermen van de culturele diversiteit binnen de Unie en het tegengaan van de concentratie van economische en technologische macht door externe actoren, en met name door Amerikaanse bedrijven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>is ingenomen met de conclusies van de Raad van 2 mei 2025 over de beoordeling van het rechtskader voor audiovisuele mediadiensten en videoplatformdiensten, waarin de Raad benadrukt dat de richtlijn audiovisuele mediadiensten een cruciale rol speelt bij het voorzien in de rechtsgrond voor het waarborgen en bevorderen van een diverse, eerlijke, veilige, betrouwbare en concurrerende EU-markt voor audiovisuele mediadiensten, en daarbij bovendien de beschikbaarheid van onafhankelijke, betrouwbare en cultureel diverse Europese inhoud waarborgt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>verzoekt de Commissie met klem elke poging om de richtlijn audiovisuele mediadiensten als handelsverstoring te beschouwen, krachtig te verwerpen en de richtlijn te verdedigen als een legitiem regelgevingsinstrument dat essentieel is voor het waarborgen van de bescherming van de culturele diversiteit, de soevereiniteit en de zachte macht van de EU, zowel bij de onderhandelingen over en uitvoering van handelsovereenkomsten met de Verenigde Staten als in het kader van de evaluatie en mogelijke herziening van de richtlijn in 2026;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsook aan de regeringen en parlementen van de lidstaten.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>