<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF2" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2025)0262</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Kader voor de verwezenlijking van klimaatneutraliteit</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0223/2025 - Rapporteur: Ondřej Knotek)</STRING></HIDDEN><TXTLST><DECISION><TI><STRING BOLD="on">Amendementen van het Europees Parlement aangenomen op 13 november 2025 op het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) 2021/1119 tot vaststelling van een kader voor de verwezenlijking van klimaatneutraliteit (COM(2025)0524 – C10-0137/2025 – 2025/0524(COD))</STRING><FOOTNOTE><FIELD> De zaak werd voor interinstitutionele onderhandelingen terugverwezen naar de bevoegde commissie op grond van artikel 60, lid 4, vierde alinea, van het Reglement (A10-0223/2025).</FIELD></FOOTNOTE></TI><NOTE>(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)</NOTE><TEXT><DISPOSITIF><ACTLST><ACTION/></ACTLST></DISPOSITIF><AMDLST><HD><HEAD.OLD><STRING ITALIC="on">Door de Commissie voorgestelde tekst</STRING></HEAD.OLD><HEAD.NEW><STRING ITALIC="on">Amendement</STRING></HEAD.NEW></HD><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		1</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 2</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(2)</NO.P>Met de vaststelling van Verordening (EU) 2021/1119 van het Europees Parlement en de Raad<STRING SUPERSCRIPT="on">5</STRING> heeft de Unie een bindende doelstelling de hele economie in de Unie tegen 2050 klimaatneutraal te maken en zo de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">netto-emissies</STRING></STRING> tegen die datum tot nul terug te brengen, en de doelstelling om daarna tot negatieve emissies te komen, een bindende tussentijdse klimaatdoelstelling van de Unie voor 2030 en een Uniebrede tussentijdse klimaatdoelstelling voor 2040 <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in wetgeving vastgelegd</STRING></STRING>.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(2)</NO.P>Met de vaststelling van Verordening (EU) 2021/1119 van het Europees Parlement en de Raad<STRING SUPERSCRIPT="on">5</STRING> heeft de Unie een bindende doelstelling <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">om </STRING></STRING>de hele economie tegen 2050 klimaatneutraal te maken en zo de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">netto-uitstoot van broeikasgassen</STRING></STRING> tegen die datum tot nul terug te brengen, en de doelstelling om daarna tot negatieve emissies te komen, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in wetgeving vastgelegd. Die verordening bevat ook </STRING></STRING>een bindende tussentijdse klimaatdoelstelling van de Unie voor 2030 en <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">vereist dat er </STRING></STRING>een Uniebrede tussentijdse klimaatdoelstelling voor 2040 <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">wordt vastgesteld</STRING></STRING>.</P></NEW><OLD><P>__________________</P></OLD><NEW><P>__________________</P></NEW><OLD><P><STRING SUPERSCRIPT="on">5</STRING> Verordening (EU) 2021/1119 van het Europees Parlement en de Raad van 30 juni 2021 tot vaststelling van een kader voor de verwezenlijking van klimaatneutraliteit, en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 401/2009 en Verordening (EU) 2018/1999 (“Europese klimaatwet”) (PB L 243 van 9.7.2021, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/1119/oj).</P></OLD><NEW><P><STRING SUPERSCRIPT="on">5</STRING> Verordening (EU) 2021/1119 van het Europees Parlement en de Raad van 30 juni 2021 tot vaststelling van een kader voor de verwezenlijking van klimaatneutraliteit, en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 401/2009 en Verordening (EU) 2018/1999 (“Europese klimaatwet”) (PB L 243 van 9.7.2021, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/1119/oj).</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		2</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 3</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(3)</NO.P>Rekening houdend met het wetenschappelijk advies van de Europese wetenschappelijke adviesraad inzake klimaatverandering en op basis van een gedetailleerde effectbeoordeling heeft de Commissie in haar mededeling van 6 februari 2024 getiteld “Onze toekomst veiligstellen. “De klimaatdoelstelling van Europa voor 2040 en de weg naar klimaatneutraliteit tegen 2050 met het oog op de totstandbrenging van een duurzame, rechtvaardige en welvarende samenleving”, een nettoreductie van broeikasgasemissies van 90 % ten opzichte van de niveaus van 1990 voorgesteld voor 2040<STRING SUPERSCRIPT="on">6</STRING>.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(3)</NO.P>Rekening houdend met het wetenschappelijk advies van de Europese wetenschappelijke adviesraad inzake klimaatverandering <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">(“de adviesraad”)</STRING></STRING> en op basis van een gedetailleerde effectbeoordeling heeft de Commissie in haar mededeling van 6 februari 2024 getiteld “Onze toekomst veiligstellen. “De klimaatdoelstelling van Europa voor 2040 en de weg naar klimaatneutraliteit tegen 2050 met het oog op de totstandbrenging van een duurzame, rechtvaardige en welvarende samenleving”, een nettoreductie van broeikasgasemissies van 90 % ten opzichte van de niveaus van 1990 voorgesteld voor 2040<STRING SUPERSCRIPT="on">6</STRING>.</P></NEW><OLD><P>__________________</P></OLD><NEW><P>__________________</P></NEW><OLD><P><STRING SUPERSCRIPT="on">6</STRING> COM(2024) 63 final.</P></OLD><NEW><P><STRING SUPERSCRIPT="on">6</STRING> COM(2024) 63 final.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		3</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 4</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(4)</NO.P>Bij het voorstel van de klimaatdoelstelling van de Unie voor 2040 heeft de Commissie rekening gehouden met de beste beschikbare en meest recente wetenschappelijke gegevens, waaronder de meest recente verslagen van de Intergouvernementele Werkgroep inzake klimaatverandering (IPCC) en de adviesraad; de sociale, economische en milieueffecten, met inbegrip van de kosten van het uitblijven van maatregelen; de noodzaak van een billijke en sociaal rechtvaardige transitie voor iedereen; kosteneffectiviteit en economische efficiëntie; concurrentievermogen van de economie van de Unie, in het bijzonder dat van kleine en middelgrote bedrijven en sectoren die het sterkst zijn blootgesteld aan koolstoflekkage; beste beschikbare kosteneffectieve, veilige en schaalbare technologieën; energie-efficiëntie <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en </STRING></STRING>het beginsel “energie-efficiëntie eerst”, betaalbaarheid van energie en voorzieningszekerheid; rechtvaardigheid en solidariteit tussen en binnen de lidstaten; de noodzaak om de ecologische doeltreffendheid voor het milieu en de vooruitgang in de loop van de tijd te waarborgen; de noodzaak om natuurlijke putten op lange termijn in stand te houden, te beheren en te verbeteren en de biodiversiteit te beschermen en te herstellen, ook in het mariene milieu; investeringsbehoeften en -kansen; de internationale ontwikkelingen en inspanningen ter verwezenlijking van de langetermijndoelstellingen van de Overeenkomst van Parijs en de uiteindelijke doelstelling van het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering (UNFCCC); bestaande informatie over de geraamde indicatieve broeikasgasbegroting van de Unie voor de periode 2030-2050.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(4)</NO.P>Bij het voorstel van de klimaatdoelstelling van de Unie voor 2040 heeft de Commissie rekening gehouden met de beste beschikbare en meest recente wetenschappelijke gegevens, waaronder de meest recente verslagen van de Intergouvernementele Werkgroep inzake klimaatverandering (IPCC) en de adviesraad; de sociale, economische en milieueffecten, met inbegrip van de kosten van het uitblijven van maatregelen; de noodzaak van een billijke en sociaal rechtvaardige transitie voor iedereen; kosteneffectiviteit en economische efficiëntie; concurrentievermogen van de economie van de Unie, in het bijzonder dat van kleine en middelgrote bedrijven en sectoren die het sterkst zijn blootgesteld aan koolstoflekkage; beste beschikbare kosteneffectieve, veilige en schaalbare technologieën; energie-efficiëntie<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, met inbegrip van </STRING></STRING>het beginsel “energie-efficiëntie eerst”, betaalbaarheid van energie en voorzieningszekerheid<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> voor alle lidstaten</STRING></STRING>; rechtvaardigheid en solidariteit tussen en binnen de lidstaten; de noodzaak om de ecologische doeltreffendheid voor het milieu en de vooruitgang in de loop van de tijd te waarborgen; de noodzaak om natuurlijke putten op lange termijn in stand te houden, te beheren en te verbeteren en de biodiversiteit te beschermen en te herstellen, ook in het mariene milieu; investeringsbehoeften en -kansen; de internationale ontwikkelingen en inspanningen ter verwezenlijking van de langetermijndoelstellingen van de Overeenkomst van Parijs en de uiteindelijke doelstelling van het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering (UNFCCC); bestaande informatie over de geraamde indicatieve broeikasgasbegroting van de Unie voor de periode 2030-2050.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		4</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 5</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(5)</NO.P>Om de klimaatdoelstelling voor 2040 te halen is het essentieel om onder meer het overeengekomen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">kader</STRING></STRING> voor 2030 volledig uit te voeren, het concurrentievermogen en de veerkracht van de Europese industrie te <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">waarborgen</STRING></STRING> en <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">te ondersteunen</STRING></STRING> en te voorzien in transitietrajecten op basis van de beste beschikbare kosteneffectieve, veilige en schaalbare technologieën, meer aandacht te hebben voor een rechtvaardige transitie <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">waarbij niemand aan zijn lot</STRING></STRING> wordt <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">overgelaten</STRING></STRING>, te zorgen voor eerlijke concurrentie met internationale partners, het energiesysteem koolstofvrij te maken met alle koolstofvrije en koolstofarme energieoplossingen (waaronder hernieuwbare energiebronnen, kernenergie, energie-efficiëntie, opslag, CCS, CCU, koolstofverwijdering, geothermische en hydro-energie en alle andere huidige en toekomstige nettonulenergietechnologieën), <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en een strategische dialoog met alle betrokken sectoren</STRING></STRING> te <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">organiseren over het kader voor</STRING></STRING> de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">periode na 2030</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Met de Clean Industrial Deal schept</STRING></STRING> de EU <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de voorwaarden voor een succesvolle transitie, waarbij de nadruk ligt op zowel decarbonisatie als industriële vernieuwing, en voorziet in steunmechanismen voor de Europese industrie, betere toegang tot publieke</STRING></STRING> en <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">particuliere financiering</STRING></STRING>, een <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">wereldwijd gelijk speelveld en duidelijke randvoorwaarden</STRING></STRING> voor de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">invoering en schaalvergroting van schone technologieën, teneinde het industriële concurrentievermogen en</STRING></STRING> de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">innovatie in</STRING></STRING> de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">EU te versterken</STRING></STRING>.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(5)</NO.P>Om de klimaatdoelstelling voor 2040 te halen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">,</STRING></STRING> is het essentieel om onder meer het overeengekomen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">beleidskader</STRING></STRING> voor 2030 volledig uit te voeren, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">waarborgen en ondersteuning te bieden voor het versterken en stutten van </STRING></STRING>het concurrentievermogen en de veerkracht van de Europese industrie<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">,</STRING></STRING> te <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zorgen voor duurzame voedselsystemen, en voor veerkrachtige plattelandsgemeenschappen</STRING></STRING> en <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">voedselzekerheid door middel van een duurzame</STRING></STRING> en<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> robuuste Europese landbouwsector,</STRING></STRING> te voorzien in transitietrajecten op basis van de beste beschikbare kosteneffectieve, veilige en schaalbare technologieën,<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en</STRING></STRING> meer aandacht te hebben voor een rechtvaardige transitie <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">voor de getroffen regio’s, sectoren en kwetsbare huishoudens, waarbij niemand</STRING></STRING> wordt <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">achtergelaten</STRING></STRING>, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">bijvoorbeeld door middel van steun uit het Sociaal Klimaatfonds bij de transitie naar klimaatneutraliteit. Voorts is het van essentieel belang </STRING></STRING>te zorgen voor eerlijke concurrentie met internationale partners<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en alle economische instrumenten van de EU doelgericht in te zetten om oneerlijke handelspraktijken te ontmoedigen en tegen te gaan</STRING></STRING>, het energiesysteem koolstofvrij te maken met <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">een technologisch neutrale aanpak die </STRING></STRING>alle koolstofvrije en koolstofarme energieoplossingen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> omvat</STRING></STRING> (waaronder hernieuwbare energiebronnen, kernenergie, energie-efficiëntie, opslag, CCS, CCU, koolstofverwijdering, geothermische en hydro-energie<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, duurzame bio-energie</STRING></STRING> en alle andere huidige en toekomstige nettonulenergietechnologieën), <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de invoerafhankelijkheid</STRING></STRING> te <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">verminderen en</STRING></STRING> de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">bronnen waar</STRING></STRING> de EU <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">kritieke grondstoffen vandaan haalt te diversifiëren</STRING></STRING>, en een <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">strategische dialoog over het kader</STRING></STRING> voor de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">periode na 2030 te organiseren met alle betrokken sectoren, waaronder</STRING></STRING> de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">industrie en</STRING></STRING> de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">vervoerssector</STRING></STRING>.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		5</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 5 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>(5 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">In zijn conclusies van 23 oktober 2025 stelde de Europese Raad dat het concurrentievermogen van de Unie versterken, haar veerkracht vergroten en de groene transitie bevorderen doelstellingen zijn die elkaar versterken en samen moeten worden nagestreefd, en riep hij ertoe op dringend meer inspanningen te leveren om de levering van betaalbare en schone energie te verzekeren en vóór 2030 een echte energie-unie tot stand te brengen, onder meer door gebruik te maken van de nieuwe Taskforce energie-unie, alsook vaart te zetten achter de werkzaamheden die erop gericht zijn de energieprijzen te verlagen en duurzame energieproductie op nationaal niveau in de Unie te ondersteunen. Met het oog op een kosteneffectieve, billijke en rechtvaardige, pragmatische en sociaal evenwichtige transitie naar klimaatneutraliteit, waarbij rekening wordt gehouden met de verschillende nationale omstandigheden, zullen zowel particuliere als publieke investeringen, onder meer via financiering door de Unie, een belangrijke katalysator zijn voor de transitie naar schone energie, bijvoorbeeld door de uitrol en commercialisering van innovatieve technologieën in alle lidstaten te ondersteunen en te versnellen, de toegang tot industriële vernieuwing en decarbonisatie te faciliteren en de productie van schone technologie en de modernisering van energiesystemen te ondersteunen, alsook in alle economische sectoren en voor burgers in de hele Unie betaalbare oplossingen te bieden. De Clean Industrial Deal schept de voorwaarden voor een succesvolle transitie, waarbij de nadruk ligt op zowel decarbonisatie als industriële vernieuwing, wat de vraag naar “made in Europe” zal helpen stimuleren, en op steunmechanismen voor de Europese industrie, waaronder de bank voor decarbonisatie van de industrie en het nieuwe vereenvoudigde kader voor staatssteun.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		6</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 5 bis bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>(5 bis bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Voorts herinnerde de Europese Raad in zijn conclusies van 23 oktober 2025 ook aan de dringende behoefte om de collectieve inspanningen op te voeren teneinde de industriële vernieuwing, modernisering en decarbonisatie van Europa op technologieneutrale wijze te waarborgen. Hij onderstreepte in dit verband dat bijzondere aandacht moet worden besteed aan traditionele industrieën, met name de automobielindustrie, de scheepvaart en de luchtvaart, alsook aan energie-intensieve industrieën, zoals de staal- en de metaalindustrie, de cement-, glas- en keramiekindustrie en de papier- en pulpindustrie, zodat zij veerkrachtig en concurrerend blijven op de wereldmarkt, in een uitdagend geopolitiek klimaat. In dit verband was hij ingenomen met het recente voorstel van de Commissie om de Europese staalsector te beschermen tegen de oneerlijke gevolgen van wereldwijde overcapaciteit. Hij was ook ingenomen met het voornemen van de Commissie om verder te werken aan de in de verordening tot vaststelling van CO</STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"><STRING SUBSCRIPT="on">2</STRING></STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">-emissienormen voor auto’s en bestelwagens genoemde evaluatie, en drong aan op een snelle indiening van dit voorstel, rekening houdend met technologieneutraliteit en Europese inhoud. In dit verband was de Europese Raad ook ingenomen met de recente brief van de voorzitter van de Commissie over klimaat en concurrentievermogen.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		7</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 5 ter (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>(5 ter)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Clean Industrial Deal is ook gericht op een betere toegang tot publieke en particuliere financiering, een geïntegreerde en onderling verbonden energiemarkt van de Unie die de energiezekerheid waarborgt, de bevordering van de circulaire economie, een wereldwijd gelijk speelveld, onder meer door de doeltreffende uitvoering van het CBAM en de uitbreiding ervan tot downstreamgoederen, de invoering van maatregelen ter voorkoming van omzeiling en maatregelen om koolstoflekkage bij uitvoer aan te pakken, en duidelijke randvoorwaarden, zoals gestroomlijnde vergunningverlening en de invoering en schaalvergroting van schone technologieën, teneinde het concurrentievoordeel en het industriële concurrentievermogen van de Unie en de innovatie in de EU te versterken, rekening houdend met het uitdagende geopolitieke klimaat.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		8</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 7</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(7)</NO.P>Er moet prioriteit worden gegeven aan broeikasgasemissiereducties binnen de EU, die worden aangevuld met meer verwijderingen, onder meer via zowel natuurlijke als technologische oplossingen. Bij de ontwikkeling van het beleidspakket voor de periode na 2030 moet de nodige aandacht worden besteed aan de bijdrage van bruto-emissiereducties ten opzichte van natuurlijke en technologische verwijderingen. Natuurlijke en industriële verwijderingen spelen in de komende decennia een steeds grotere rol in de economie van de Unie, gezien de noodzaak om uiterlijk in 2050 broeikasgasemissies en -verwijderingen met elkaar in evenwicht te brengen en daarna negatieve emissies te verwezenlijken. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Er zullen stimulansen worden ontwikkeld naar aanleiding </STRING></STRING>van de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">herziening</STRING></STRING> van Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad in 2026, waarbij de Commissie zich voorneemt te voorzien in permanente koolstofverwijderingen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in</STRING></STRING> de Unie in het <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">systeem voor</STRING></STRING> de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">handel</STRING></STRING> in <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">broeikasgasemissierechten binnen de Unie (“EU-ETS”) ter compensatie van resterende emissies</STRING></STRING> van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">sectoren</STRING></STRING> die <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">hun emissies moeilijk kunnen verminderen</STRING></STRING>.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(7)</NO.P>Er moet prioriteit worden gegeven aan broeikasgasemissiereducties binnen de EU, die worden aangevuld met meer verwijderingen, onder meer via zowel natuurlijke als technologische oplossingen. Bij de ontwikkeling van het beleidspakket voor de periode na 2030 moet de nodige aandacht worden besteed aan de bijdrage van bruto-emissiereducties ten opzichte van natuurlijke en technologische verwijderingen. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Natuurlijke verwijderingen hebben kenmerken waarmee rekening moet worden gehouden, zoals de leeftijdsstructuur van bossen, het aandeel organische bodems, de natuurlijke variabiliteit, en onzekerheden in verband met de gevolgen van klimaatverandering, met natuurlijke verstoringen en met wijzigingen in methoden. Natuurlijke</STRING></STRING> en industriële verwijderingen spelen in de komende decennia een steeds grotere rol in de economie van de Unie, gezien de noodzaak om uiterlijk in 2050 broeikasgasemissies en -verwijderingen met elkaar in evenwicht te brengen en daarna negatieve emissies te verwezenlijken. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">In de context </STRING></STRING>van de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">evaluatie</STRING></STRING> van Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad<STRING SUPERSCRIPT="on">7</STRING> in 2026 <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zullen er stimulansen worden ontwikkeld</STRING></STRING>, waarbij de Commissie zich voorneemt te voorzien in <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de opname van</STRING></STRING> permanente koolstofverwijderingen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">binnen</STRING></STRING> de Unie in het <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">EU-emissiehandelssysteem (“EU-ETS”) ter compensatie van resterende moeilijk te reduceren emissies.</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De sector landgebruik, verandering in landgebruik en bosbouw speelt een centrale rol in een duurzame en circulaire bio-economie en kan op lange termijn klimaat- en milieuvoordelen opleveren die bijdragen tot de transitie van de EU-economie naar schone energie en die zorgen voor minder afhankelijkheid door een alternatief te bieden voor fossiele materialen.</STRING></STRING></P></NEW><OLD><P>__________________</P></OLD><NEW><P>__________________</P></NEW><OLD><P><STRING SUPERSCRIPT="on">7</STRING> Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 2003 tot vaststelling van een systeem voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Unie en tot wijziging van Richtlijn 96/61/EG van de Raad (PB L 275 van 25.10.2003, blz. 32, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2003/87/oj).</P></OLD><NEW><P><STRING SUPERSCRIPT="on">7</STRING> Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 2003 tot vaststelling van een systeem voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Unie en tot wijziging van Richtlijn 96/61/EG van de Raad (PB L 275 van 25.10.2003, blz. 32, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2003/87/oj).</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		9</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 7 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>(7 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Hoewel sommige faciliterende beleidsmaatregelen al zijn uitgevoerd en de impact ervan al zichtbaar is, is dit nog niet voor al die maatregelen het geval. De Commissie moet de initiatieven met betrekking tot het faciliterend kader blijven versterken en ernaar streven de vaststelling ervan te versnellen zodat de voorwaarden worden gecreëerd om de Europese industrie en burgers gedurende de gehele transitie te ondersteunen, met volledige inachtneming van het recht van de Unie.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		10</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 8</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(8)</NO.P>De Unie beschikt over een regelgevingskader om de klimaatdoelstelling voor 2030 te halen. Dat kader bestaat onder meer uit Richtlijn 2003/87/EG, waarbij het EU-ETS is ingesteld, Verordening (EU) 2018/842 van het Europees Parlement en de Raad<STRING SUPERSCRIPT="on">8</STRING>, waarbij nationale broeikasgasemissiereductiedoelen voor 2030 zijn ingevoerd, en Verordening (EU) 2018/841 van het Europees Parlement en de Raad<STRING SUPERSCRIPT="on">9</STRING>, waarbij streefcijfers voor nettokoolstofverwijdering voor de sector van het landgebruik zijn vastgesteld. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Commissie moet beoordelen hoe de desbetreffende Uniewetgeving moet worden gewijzigd</STRING></STRING> om <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de klimaatdoelstelling voor 2040 te halen.</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bij</STRING></STRING> het <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ontwerpen van de toekomstige architectuur</STRING></STRING> moet de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Commissie gedetailleerde effectbeoordelingen opstellen, met name over de gevolgen voor het concurrentievermogen</STRING></STRING> en <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">voor kleine en middelgrote ondernemingen, en overwegen de nodige maatregelen, in voorkomend geval</STRING></STRING> met <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">inbegrip van wetgevingsvoorstellen, te nemen.</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Daarbij moet zij op passende wijze rekening houden met een aantal elementen om de verwezenlijking van de doelstelling voor 2040 te vergemakkelijken, waaronder een mogelijk beperkte bijdrage aan de doelstelling voor 2040 van hoogwaardige internationale credits uit hoofde van artikel 6 van de Overeenkomst van Parijs, in het tweede deel van het decennium 2030-2040, overeenkomstig de boekhoudregels van de Overeenkomst van Parijs; de rol van binnenlandse permanente verwijderingen (koolstofafvang en -opslag van biogene emissies (BioCCS) en directe afvang uit de lucht met koolstofopslag (DACCS)) in het EU-ETS; meer flexibiliteit tussen sectoren. Om de sociale, economische en milieueffecten te beoordelen, moet de toekomstige architectuur gebaseerd zijn op robuuste effectbeoordelingen. De toekomstige architectuur moet ook convergentie bevorderen, rekening houdend met billijkheid en de specifieke kenmerken van de lidstaten, met inbegrip van die van eilanden en ultraperifere gebieden.</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P><NO.P>(8)</NO.P>De Unie beschikt over een regelgevingskader om de klimaatdoelstelling voor 2030 te halen. Dat kader bestaat onder meer uit Richtlijn 2003/87/EG, waarbij het EU-ETS is ingesteld, Verordening (EU) 2018/842 van het Europees Parlement en de Raad<STRING SUPERSCRIPT="on">8</STRING>, waarbij nationale broeikasgasemissiereductiedoelen voor 2030 zijn ingevoerd, en Verordening (EU) 2018/841 van het Europees Parlement en de Raad<STRING SUPERSCRIPT="on">9</STRING>, waarbij streefcijfers voor nettokoolstofverwijdering voor de sector van het landgebruik zijn vastgesteld. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Om een soepele overgang naar het EU-ETS2 te waarborgen, moet de toepassing van artikel 30 duodecies, lid 2, punten a) tot en met e), van Richtlijn 2003/87/EG met een jaar worden uitgesteld.</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Commissie</STRING></STRING> moet <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">beoordelen hoe de desbetreffende Uniewetgeving moet worden gewijzigd</STRING></STRING> om de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">klimaatdoelstelling</STRING></STRING> voor 2040 te <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">halen</STRING></STRING>, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">waarbij ook rekening wordt gehouden met</STRING></STRING> de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">afnemende capaciteit</STRING></STRING> van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">natuurlijke koolstofputten.</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bij het ontwerpen</STRING></STRING> van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het kader voor</STRING></STRING> de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">periode na 2030 moet de Commissie gedetailleerde effectbeoordelingen opstellen, rekening houdend met haar analyse</STRING></STRING> van de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">geïntegreerde nationale energie- en klimaatplannen, het geopolitieke klimaat, waaronder de noodzaak ervoor te zorgen dat de Unie</STRING></STRING> en <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">haar lidstaten hun defensiecapaciteit snel kunnen vergroten en versterken door mogelijke lasten weg te nemen en tegelijkertijd stimulansen voor industriële decarbonisatie</STRING></STRING> te <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">blijven bieden,</STRING></STRING> de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">gevolgen voor het concurrentievermogen, voor kleine en middelgrote ondernemingen en voor energie-intensieve industrieën</STRING></STRING>, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en de gevolgen voor de energiekosten</STRING></STRING> en <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">investeringsbehoeften in </STRING></STRING>de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">lidstaten, en overwegen</STRING></STRING> de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">nodige maatregelen te nemen, indien nodig met inbegrip van wetgevingsvoorstellen</STRING></STRING>.</P></NEW><OLD><P>__________________</P></OLD><NEW><P>__________________</P></NEW><OLD><P><STRING SUPERSCRIPT="on">8</STRING> Verordening (EU) 2018/842 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 betreffende bindende jaarlijkse broeikasgasemissiereducties door de lidstaten van 2021 tot en met 2030 teneinde bij te dragen aan klimaatmaatregelen om aan de toezeggingen uit hoofde van de Overeenkomst van Parijs te voldoen, en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 525/2013 (PB L 156 van 19.6.2018, blz. 26, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2018/842/oj).</P></OLD><NEW><P><STRING SUPERSCRIPT="on">8</STRING> Verordening (EU) 2018/842 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 betreffende bindende jaarlijkse broeikasgasemissiereducties door de lidstaten van 2021 tot en met 2030 teneinde bij te dragen aan klimaatmaatregelen om aan de toezeggingen uit hoofde van de Overeenkomst van Parijs te voldoen, en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 525/2013 (PB L 156 van 19.6.2018, blz. 26, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2018/842/oj).</P></NEW><OLD><P><STRING SUPERSCRIPT="on">9</STRING> Verordening (EU) 2018/841 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 inzake de opname van broeikasgasemissies en -verwijderingen door landgebruik, verandering in landgebruik en bosbouw in het klimaat- en energiekader 2030, en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 525/2013 en Besluit nr. 529/2013/EU (PB L 156 van 19.6.2018, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2018/841/oj).</P></OLD><NEW><P><STRING SUPERSCRIPT="on">9</STRING> Verordening (EU) 2018/841 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 inzake de opname van broeikasgasemissies en -verwijderingen door landgebruik, verandering in landgebruik en bosbouw in het klimaat- en energiekader 2030, en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 525/2013 en Besluit nr. 529/2013/EU (PB L 156 van 19.6.2018, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2018/841/oj).</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		11</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 8 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>(8 bis)	Daarbij moet zij op passende wijze rekening houden met een aantal elementen om de verwezenlijking van de klimaatdoelstelling voor 2040 te vergemakkelijken, waaronder een adequate bijdrage aan de klimaatdoelstelling voor 2040 van hoogwaardige internationale credits uit hoofde van artikel 6 van de Overeenkomst van Parijs, in het tweede deel van het decennium 2031-2040, op een wijze die zowel ambitieus als kosteneffectief is, overeenkomstig de boekhoudregels van de Overeenkomst van Parijs, met inbegrip van een proefperiode om een hoogwaardige internationale markt met hoge integriteit voor credits op te zetten voor de periode 2031-2035; de rol van permanente verwijderingen binnen de Unie (zoals koolstofafvang en -opslag van biogene emissies (BioCCS)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en directe afvang uit de lucht met koolstofopslag (DACCS)) in het EU-ETS, waarbij de milieu-integriteit van het EU-ETS wordt gewaarborgd, met inbegrip van de mogelijkheid om in voorkomend geval CO</STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"><STRING SUBSCRIPT="on">2</STRING></STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> buiten de Unie op te slaan, mits er daartoe internationale overeenkomsten bestaan en er wordt gezorgd voor voorwaarden die gelijkwaardig zijn aan de in het recht van de Unie vastgelegde voorwaarden; en betere en toegankelijke flexibiliteit tussen en binnen sectoren en instrumenten ter ondersteuning van een kosteneffectieve aanpak waarbij bijvoorbeeld de verwezenlijkingen van de lidstaten in de ene sector op kostenefficiënte wijze de tekortkomingen in andere sectoren kunnen compenseren, en er tegelijkertijd voor wordt gezorgd dat elke sector bijdraagt aan de inspanningen en dat de eventuele tekorten in de ene sector niet ten koste gaan van andere economische sectoren, zonder afbreuk te doen aan de mogelijkheid van elke lidstaat om gebruik te maken van die flexibiliteit. Bij het operationaliseren van het gebruik van internationale credits moet de Commissie rekening houden met de noodzaak om een gelijk speelveld tussen de lidstaten te waarborgen en met de mogelijkheid om strategische EU-partnerschappen te ondersteunen. Internationale credits mogen geen rol spelen bij de naleving in het EU-ETS. Het huidige EU-ETS-traject moet bij de komende evaluatie van de ETS-richtlijn worden herzien om rekening te houden met de overeengekomen doelstelling voor 2040 op een manier die ruimte laat voor een beperkte hoeveelheid emissies na 2039. De Commissie moet tijdig een langzamer uitfaseringstraject overwegen voor de kosteloze toewijzing van emissierechten vanaf 2028 ter ondersteuning van decarbonisatie, investeringen en werkgelegenheid in Europa, onder meer middels de bank voor decarbonisatie en een herziening van de marktstabiliteitsreserve, waarbij het risico op koolstoflekkage tot een minimum wordt beperkt. Om de sociale, economische en milieueffecten te beoordelen, moet het kader voor de periode na 2030 gebaseerd zijn op robuuste effectbeoordelingen. Het kader voor de periode na 2030 moet ook convergentie bevorderen, rekening houdend met billijkheid en de nationale omstandigheden en specifieke kenmerken van de lidstaten, met inbegrip van die van eilanden, eilandstaten en ultraperifere gebieden.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		12</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 1 – alinea 1 – punt 2</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Verordening (EU) 2021/1119</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 4 – lid 4 – alinea 2</STRING></STI.AMD><OLD><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Hoewel sommige faciliterende beleidsmaatregelen al zijn uitgevoerd en de impact ervan al zichtbaar is, is dit nog niet voor al die maatregelen het geval.</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Commissie </STRING></STRING>streeft ernaar <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het faciliterend kader te versnellen en</STRING></STRING> te <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">versterken</STRING></STRING> om ervoor te zorgen dat de voorwaarden vervuld zijn om de Europese industrie en burgers gedurende de gehele transitie te ondersteunen, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">met volledige inachtneming van het EU-recht</STRING></STRING>.</P></OLD><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Commissie blijft</STRING></STRING> de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">initiatieven met betrekking tot</STRING></STRING> het <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">faciliterend kader versterken en</STRING></STRING> streeft ernaar <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de vaststelling en de uitvoering ervan</STRING></STRING> te <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">versnellen</STRING></STRING> om ervoor te zorgen dat de voorwaarden vervuld zijn om de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">getroffen rechtspersonen en natuurlijke personen, zoals de </STRING></STRING>Europese industrie en burgers<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">,</STRING></STRING> gedurende de gehele transitie te ondersteunen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> bij het bereiken</STRING></STRING> van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de in de leden 1 en 3 van dit artikel genoemde doelstellingen, de in artikel 2, lid 1, genoemde doelstelling en een klimaatneutrale economie</STRING></STRING>.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		13</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 1 – alinea 1 – punt 2</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Verordening (EU) 2021/1119</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 4 – lid 5 – inleidende formule</STRING></STI.AMD><OLD><P>In het kader van de in de eerste alinea bedoelde evaluatie zorgt de Commissie, om de verwezenlijking van de in lid 3 van dit artikel vastgestelde doelstelling te vergemakkelijken, ervoor dat de volgende elementen op passende wijze in de wetgevingsvoorstellen worden weerspiegeld:</P></OLD><NEW><P>In het kader van de in de eerste alinea <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">van lid 4 </STRING></STRING>bedoelde evaluatie zorgt de Commissie, om de verwezenlijking van de in lid 3 van dit artikel vastgestelde doelstelling te vergemakkelijken, ervoor dat de volgende elementen op passende wijze in de wetgevingsvoorstellen worden weerspiegeld:</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		14</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 1 – alinea 1 – punt 2</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Verordening (EU) 2021/1119</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 4 – lid 5 – punt a</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>a)</NO.P>vanaf 2036 een<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> mogelijke beperkte</STRING></STRING> bijdrage aan de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">doelstelling</STRING></STRING> voor 2040 van hoogwaardige internationale credits uit hoofde van artikel 6 van de Overeenkomst van Parijs <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">van 3</STRING></STRING> % van de netto-emissies in de EU van 1990 ter ondersteuning van de EU en derde landen bij het verwezenlijken van trajecten voor nettobroeikasgasreductie die verenigbaar zijn met de doelstelling van de Overeenkomst van Parijs om inspanningen te leveren om de stijging van de wereldwijde gemiddelde temperatuur ruim onder 2 °C te houden en inspanningen te blijven leveren om de temperatuurstijging te beperken tot 1,5 °C boven de pre-industriële niveaus — de oorsprong, kwaliteitscriteria en andere voorwaarden voor de verwerving en het gebruik van dergelijke credits worden gereguleerd in het Unierecht.</P></OLD><NEW><P><NO.P>a)</NO.P>vanaf 2036 een <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">adequate</STRING></STRING> bijdrage aan de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">klimaatdoelstelling</STRING></STRING> voor 2040 van hoogwaardige internationale credits uit hoofde van artikel 6 van de Overeenkomst van Parijs <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">tot 5</STRING></STRING> % van de netto-emissies in de EU<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, overeenkomend met een reductie binnen de Unie van brutobroeikasgasemissies van 85 % ten opzichte van de niveaus</STRING></STRING> van 1990<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, op een wijze die zowel ambitieus als kosteneffectief is,</STRING></STRING> ter ondersteuning van de EU en derde landen bij het verwezenlijken van trajecten voor nettobroeikasgasreductie die verenigbaar zijn met de doelstelling van de Overeenkomst van Parijs om inspanningen te leveren om de stijging van de wereldwijde gemiddelde temperatuur ruim onder 2 °C te houden en inspanningen te blijven leveren om de temperatuurstijging te beperken tot 1,5 °C boven de pre-industriële niveaus<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, waarbij de milieu-integriteit en de kosteneffectiviteit van deze credits worden gewaarborgd en tegelijkertijd het technologische leiderschap van de EU wordt bevorderd; een proefperiode om een hoogwaardige internationale markt met hoge integriteit voor credits op te zetten, kan worden overwogen voor de periode 2031-2035;</STRING></STRING> de oorsprong, kwaliteitscriteria en andere voorwaarden voor de verwerving en het gebruik van dergelijke credits worden gereguleerd in het Unierecht<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> om ervoor te zorgen dat zij gebaseerd zijn op geloofwaardige en transformatieve activiteiten in partnerlanden waarvan de klimaatdoelstellingen en het klimaatbeleid verenigbaar zijn met de doelstellingen van de Overeenkomst van Parijs en onderworpen zijn aan robuuste waarborgen met het oog op de integriteit, vermijding van dubbeltelling, additionaliteit, continuïteit van reducties, transparante governance en sterke monitoring-, verslagleggings- en verificatiemethoden, alsook bijkomende economische, sociale en ecologische voordelen en waarborgen op het gebied van de mensenrechten, waarborgen om te voorkomen dat projecten worden gefinancierd die in strijd zijn met de strategische belangen van de Unie, en een hoge ambitie wat betreft het aandeel van de opbrengsten voor aanpassing, het delen van de mitigatievoordelen met de betrokken landen en de algehele mitigatie van de wereldwijde emissies;</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">bij de vaststelling van de criteria overweegt de Commissie strengere criteria vast te stellen dan die welke zijn vastgesteld in artikel 6, lid 4, van de Overeenkomst van Parijs;</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		15</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 1 – alinea 1 – punt 2</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Verordening (EU) 2021/1119</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 4 – lid 5 – punt b</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>b)</NO.P>de rol van permanente verwijderingen in de Unie in het kader van het systeem voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Unie (“EU-ETS”) ter compensatie van resterende <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">emissies van sectoren die hun</STRING></STRING> emissies <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">moeilijk kunnen verminderen</STRING></STRING>;</P></OLD><NEW><P><NO.P>b)</NO.P>de rol van permanente verwijderingen in de Unie in het kader van het systeem voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Unie (“EU-ETS”) ter compensatie van resterende <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">moeilijk te reduceren</STRING></STRING> emissies;</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		16</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 1 – alinea 1 – punt 2</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Verordening (EU) 2021/1119</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 4 – lid 5 – punt c</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>c)</NO.P>meer flexibiliteit tussen sectoren om de verwezenlijking van de doelstellingen op kosteneffectieve wijze te ondersteunen;</P></OLD><NEW><P><NO.P>c)</NO.P>meer flexibiliteit <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">binnen en </STRING></STRING>tussen sectoren <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en instrumenten </STRING></STRING>om de verwezenlijking van de doelstellingen op<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> eenvoudige en</STRING></STRING> kosteneffectieve wijze te ondersteunen;</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		17</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 1 – alinea 1 – punt 2</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Verordening (EU) 2021/1119</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 4 – lid 5 – punt c bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>c bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het realistische aandeel van de verwijdering van koolstofdioxide in de totale emissiereductie-inspanning, waarbij rekening wordt gehouden met de onzekerheden die gepaard gaan met natuurlijke verwijderingen en ervoor wordt gezorgd dat eventuele tekorten niet door andere economische sectoren moeten worden opgevangen, onverminderd de mogelijkheid voor de lidstaten om overschotten aan natuurlijke verwijderingen in te zetten om hun emissies in andere sectoren te compenseren;</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		18</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 1 – alinea 1 – punt 2</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Verordening (EU) 2021/1119</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 4 – lid 5 – punt c ter (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>c ter)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de noodzaak om, indien van toepassing, natuurlijke putten op lange termijn in stand te houden, te beheren en te verbeteren, de biodiversiteit te beschermen en te herstellen, een duurzame en circulaire bio-economie te bevorderen, en rekening te houden met de effecten van verschillen in de leeftijdsstructuur van bossen, natuurlijke variabiliteit en onzekerheden, met name in verband met de gevolgen van de klimaatverandering en natuurlijke verstoringen in de sector van het landgebruik, verandering in landgebruik en bosbouw;</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		19</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 1 – alinea 1 – punt 2</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Verordening (EU) 2021/1119</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 4 – lid 5 – punt d</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>d)</NO.P>de doelstellingen en inspanningen van de lidstaten voor de periode na 2030 moeten kostenefficiëntie en solidariteit weerspiegelen, rekening houdend met de nationale <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">situatie</STRING></STRING>.</P></OLD><NEW><P><NO.P>d)</NO.P>de doelstellingen en inspanningen van de lidstaten voor de periode na 2030 moeten kostenefficiëntie en solidariteit weerspiegelen, rekening houdend met de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">verschillende</STRING></STRING> nationale <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">omstandigheden en specifieke kenmerken, met inbegrip van die van eilanden en ultraperifere gebieden</STRING></STRING>;</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		20</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 1 – alinea 1 – punt 2</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Verordening (EU) 2021/1119</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 4 – lid 5 – punt f</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>f)</NO.P>de sociale, economische en milieueffecten;</P></OLD><NEW><P><NO.P>f)</NO.P>de sociale, economische en milieueffecten<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> in alle lidstaten, onder meer met betrekking tot de doelstellingen van decarbonisatie en concurrentievermogen voor de Europese industrie</STRING></STRING>;</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		21</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 1 – alinea 1 – punt 2</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Verordening (EU) 2021/1119</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 4 – lid 5 – punt h</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>h)</NO.P>de noodzaak <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">van</STRING></STRING> een billijke en sociaal <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">rechtvaardige</STRING></STRING> transitie voor iedereen;</P></OLD><NEW><P><NO.P>h)</NO.P>de noodzaak <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">om</STRING></STRING> een billijke en <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">rechtvaardige, pragmatische, kosteneffectieve en </STRING></STRING>sociaal <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">evenwichtige</STRING></STRING> transitie voor iedereen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> te waarborgen en te ondersteunen, rekening houdend met de verschillende nationale omstandigheden en met bijzondere aandacht voor het effect op de consumentenprijzen en energie- en vervoersarmoede, en voor regio’s en sectoren, met inbegrip van hun investeringscapaciteit, kleine en middelgrote ondernemingen, landbouwers en kwetsbare huishoudens die worden getroffen door de transitie naar klimaatneutraliteit</STRING></STRING>;</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		22</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 1 – alinea 1 – punt 2</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Verordening (EU) 2021/1119</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 4 – lid 5 – punt i</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>i)</NO.P>vereenvoudiging, technologieneutraliteit, kosteneffectiviteit, economische efficiëntie en economische veiligheid;</P></OLD><NEW><P><NO.P>i)</NO.P>vereenvoudiging <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en vermindering van de administratieve lasten</STRING></STRING>, technologieneutraliteit, kosteneffectiviteit, economische efficiëntie en economische veiligheid;</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		23</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 1 – alinea 1 – punt 2</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Verordening (EU) 2021/1119</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 4 – lid 5 – punt j</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>j)</NO.P>klimaatactie als aanjager van investeringen en <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">innovatie</STRING></STRING>;</P></OLD><NEW><P><NO.P>j)</NO.P>klimaatactie als aanjager van investeringen, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">innovatie</STRING></STRING> en <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">een groter concurrentievermogen</STRING></STRING>;</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		24</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 1 – alinea 1 – punt 2</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Verordening (EU) 2021/1119</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 4 – lid 5 – punt k</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>k)</NO.P>de noodzaak om het mondiale concurrentievermogen van de economie van de Unie te versterken, met name <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">van</STRING></STRING> kleine en middelgrote ondernemingen en industriële sectoren die het meest <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">aan het risico op</STRING></STRING> koolstoflekkage <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zijn blootgesteld</STRING></STRING>, teneinde eerlijke concurrentie te waarborgen;</P></OLD><NEW><P><NO.P>k)</NO.P>de noodzaak om <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de veerkracht en</STRING></STRING> het mondiale concurrentievermogen van de economie van de Unie te versterken <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en het risico op koolstoflekkage te verminderen</STRING></STRING>, met name <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">voor</STRING></STRING> kleine en middelgrote ondernemingen en industriële sectoren die het meest <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">vatbaar zijn voor</STRING></STRING> koolstoflekkage<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, onder meer met betrekking tot de uitvoer</STRING></STRING>, teneinde eerlijke concurrentie te waarborgen;</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		25</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 1 – alinea 1 – punt 2</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Verordening (EU) 2021/1119</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 4 – lid 5 – punt m</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>m)</NO.P>betaalbaarheid van energie, voorzieningszekerheid, energie-efficiëntie en het <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“energie-efficiëntie-eerstbeginsel”</STRING></STRING>;</P></OLD><NEW><P><NO.P>m)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">beschikbaarheid en </STRING></STRING>betaalbaarheid van energie, voorzieningszekerheid, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">energiezekerheid, </STRING></STRING>energie-efficiëntie<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, met inbegrip van het beginsel “energie-efficiëntie eerst”,</STRING></STRING> en het <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">versterken van elektriciteitsnetten en interconnecties teneinde een echte energie-unie tot stand te brengen en binnen de Unie geproduceerde energie te bevorderen</STRING></STRING>;</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		26</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 1 – alinea 1 – punt 2</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Verordening (EU) 2021/1119</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 4 – lid 5 – punt m bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>m bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de rol van koolstofvrije, koolstofarme en hernieuwbare brandstoffen bij het koolstofvrij maken van de vervoerssector, met inbegrip van het wegvervoer na 2030, en concrete maatregelen om fabrikanten van zware bedrijfsvoertuigen te helpen hun streefcijfers te halen, rekening houdend met de Europese inhoud;</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		27</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 1 – alinea 1 – punt 2</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Verordening (EU) 2021/1119</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 4 – lid 5 – punt o</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>o)</NO.P>de noodzaak om <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de ecologische doeltreffendheid</STRING></STRING> voor <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het milieu</STRING></STRING> en <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de</STRING></STRING> vooruitgang in de loop van de tijd <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">te waarborgen</STRING></STRING>;</P></OLD><NEW><P><NO.P>o)</NO.P>de noodzaak om <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">borg te staan</STRING></STRING> voor <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ecologische doeltreffendheid</STRING></STRING> en vooruitgang in de loop van de tijd <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en tegelijkertijd voor sociale cohesie, voedselzekerheid en een rechtvaardige transitie</STRING></STRING>;</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		28</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 1 – alinea 1 – punt 2</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Verordening (EU) 2021/1119</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 4 – lid 5 – punt p</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>p)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de noodzaak om natuurlijke putten op lange termijn in stand te houden, te beheren en te verbeteren, de biodiversiteit te beschermen en te herstellen, en rekening te houden met onzekerheden, met name in verband met de gevolgen van de klimaatverandering in de sector van het landgebruik;</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Schrappen</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		29</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 1 – alinea 1 – punt 2</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Verordening (EU) 2021/1119</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 4 – lid 5 – punt q</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>q)</NO.P>investeringsbehoeften en -kansen, met inbegrip van toegang tot publieke en particuliere financiering;</P></OLD><NEW><P><NO.P>q)</NO.P>investeringsbehoeften en -kansen, met inbegrip van toegang tot publieke en particuliere financiering<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, en steun voor innovatie en toegang tot innovatieve technologieën in alle lidstaten, rekening houdend met het geografische evenwicht</STRING></STRING>;</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		30</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 1 – alinea 1 – punt 2</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Verordening (EU) 2021/1119</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 4 – lid 5 – punt r</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>r)</NO.P>internationale ontwikkelingen en inspanningen om de langetermijndoelstellingen van de Overeenkomst van Parijs en de uiteindelijke doelstelling van het UNFCCC te verwezenlijken, alsook de steun van de Unie aan haar partners bij het aanpakken van klimaatverandering en de gevolgen ervan.</P></OLD><NEW><P><NO.P>r)</NO.P>internationale ontwikkelingen en inspanningen om de langetermijndoelstellingen van de Overeenkomst van Parijs en de uiteindelijke doelstelling van het <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering (</STRING></STRING>UNFCCC<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">)</STRING></STRING> te verwezenlijken, alsook de steun van de Unie aan haar partners bij het aanpakken van klimaatverandering en de gevolgen ervan.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		31</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 1 – alinea 1 – punt 2 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Verordening (EU) 2021/1119</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 4 – lid 8 (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>2 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">aan artikel 4 wordt het volgende lid toegevoegd:</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“8. Met ingang van één jaar na de vaststelling van deze verordening beoordeelt de Commissie om de twee jaar de uitvoering van de tussentijdse doelstellingen en decarbonisatietrajecten van deze verordening en brengt zij daarover verslag uit, rekening houdend met de meest recente wetenschappelijke gegevens, de technologische vooruitgang en de veranderende uitdagingen en kansen voor het mondiale concurrentievermogen van de EU. Deze beoordeling kan, indien nodig, vergezeld gaan van wetgevingsvoorstellen.”;</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		32</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 1 – alinea 1 – punt 3 (nieuw)</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Verordening (EU) 2021/1119</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 11 – alinea 1 – punt c (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>3)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">aan artikel 11, eerste alinea, wordt het volgende punt toegevoegd:</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“c) de veranderende uitdagingen en kansen voor het mondiale concurrentievermogen van de Europese industrie in alle lidstaten, in het bijzonder dat van energie-intensieve industrieën en van kleine en middelgrote ondernemingen;”;</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		33</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 1 – alinea 1 – punt 3 (nieuw)</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Verordening (EU) 2021/1119</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 11 – alinea 1 – punt c bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>c bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de evolutie van de energieprijzen en de gevolgen daarvan voor Europese industrieën en huishoudens;</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		34</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 1 – alinea 1 – punt 3 (nieuw)</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Verordening (EU) 2021/1119</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 11 – alinea 1 – punt c ter (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>c ter)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de sociaal-economische gevolgen, met inbegrip van de gevolgen voor de werkgelegenheid;</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		35</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 1 – alinea 1 – punt 3 (nieuw)</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Verordening (EU) 2021/1119</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 11 – alinea 1 – punt d (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>d)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de technologische vooruitgang en de toepassing van innovatieve technologieën in alle lidstaten en sectoren;</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		36</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 1 – alinea 1 – punt 3 (nieuw)</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Verordening (EU) 2021/1119</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 11 – alinea 1 – punt e (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>e)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het geraamde niveau van nettoverwijderingen op Unieniveau ten opzichte van de doelstellingen van deze verordening. Indien de Commissie vaststelt dat het geraamde niveau van natuurlijke nettoverwijderingen voor 2040 aanzienlijk afwijkt van wat nodig zou zijn om de tussentijdse doelstelling voor 2040 te halen, ook indien dit het gevolg is van natuurlijke verstoringen, stelt de Commissie, in voorkomend geval, maatregelen op Unieniveau voor, waaronder indien nodig een aanpassing van de tussentijdse doelstelling voor 2040 in overeenstemming met en binnen de grenzen van de eventuele tekorten, en zorgt zij ervoor dat eventuele tekorten niet ten koste gaan van andere economische sectoren;</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		37</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 1 – alinea 1 – punt 3 (nieuw)</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Verordening (EU) 2021/1119</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 11 – alinea 1 – punt f (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>f)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de vooruitgang in de richting van de in deze verordening vastgestelde tussentijdse doelstellingen.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		38</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 1 – alinea 1 – punt 3 (nieuw)</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Verordening (EU) 2021/1119</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 11 – alinea 1 – punt g (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>g)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de flexibiliteit voor de lidstaten om hoogwaardige internationale credits te gebruiken om maximaal 5 % van hun doelstellingen en inspanningen voor de periode na 2030 te halen in sectoren die niet onder het EU-ETS vallen.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		39</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 1 – alinea 1 – punt 4 (nieuw)</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Verordening (EU) 2021/1119</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 11 – alinea 2</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>4)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in artikel 11 wordt de tweede alinea vervangen door:</STRING></STRING></P></NEW><OLD><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bij het</STRING></STRING> verslag van de Commissie <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">kunnen,</STRING></STRING> in voorkomend geval, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">voorstellen</STRING></STRING> tot <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">wijziging van</STRING></STRING> de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">onderhavige</STRING></STRING> verordening <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">worden gevoegd</STRING></STRING>.</P></OLD><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“Het</STRING></STRING> verslag van de Commissie <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">gaat</STRING></STRING> in voorkomend geval<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> vergezeld van wetgevingsvoorstellen tot herziening van deze verordening</STRING></STRING>, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">waaronder de tussentijdse doelstelling voor 2040, en van aanvullende maatregelen ter versterking van initiatieven met betrekking</STRING></STRING> tot <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het faciliterend kader die</STRING></STRING> de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">verdere doeltreffende uitvoering van deze</STRING></STRING> verordening <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ondersteunen, overeenkomstig artikel 4, lid 5, en ter waarborging van het concurrentievermogen, de welvaart en de sociale cohesie van de EU</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">”</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		40</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 1 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Artikel 1 bis</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Uitstel van de inwerkingstelling van de emissiehandel voor de gebouwensector, de wegvervoerssector en aanvullende sectoren</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De inwerkingstelling van de emissiehandel voor de gebouwensector, de wegvervoerssector en aanvullende sectoren als vermeld in hoofdstuk IV bis van Richtlijn 2003/87 wordt uitgesteld tot 2028. De regels van artikel 30 duodecies, lid 2, punten a) tot en met e), van Richtlijn 2003/87 zijn van toepassing. De bepalingen van artikel 10 bis, lid 8 ter, van Richtlijn 2003/87 zijn ook van toepassing in 2026.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND></AMDLST></TEXT></DECISION></TXTLST></SDOCTA>