<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF2" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2025)0263</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Behoud en duurzaam gebruik van de mariene biologische diversiteit van gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0205/2025 - Rapporteur: Michal Wiezik)</STRING></HIDDEN><TXTLST><DECISION><TI><STRING BOLD="on">Amendementen van het Europees Parlement aangenomen op 13 november 2025 op het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake het behoud en het duurzame gebruik van de mariene biologische diversiteit van gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht (COM(2025)0173 – C10-0074/2025 – 2025/0090(COD))</STRING><FOOTNOTE><FIELD> De zaak werd voor interinstitutionele onderhandelingen terugverwezen naar de bevoegde commissie op grond van artikel 60, lid 4, vierde alinea, van het Reglement (A10-0205/2025).</FIELD></FOOTNOTE></TI><NOTE>(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)</NOTE><TEXT><DISPOSITIF><ACTLST><ACTION/></ACTLST></DISPOSITIF><AMDLST><HD><HEAD.OLD><STRING ITALIC="on">Door de Commissie voorgestelde tekst</STRING></HEAD.OLD><HEAD.NEW><STRING ITALIC="on">Amendement</STRING></HEAD.NEW></HD><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		1</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 3 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>(3 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bij de uitvoering van deze richtlijn dienen de lidstaten naar behoren rekening te houden met de beginselen en benaderingen van artikel 7 van de BBNJ-overeenkomst.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		2</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 7</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(7)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Als partijen bij het Verdrag inzake biologische diversiteit hebben de Unie en haar lidstaten zich ertoe verbonden de doelstellingen en streefdoelen van het mondiaal biodiversiteitskader van Kunming-Montreal, dat is aangenomen tijdens de vijftiende vergadering van de Conferentie van de Partijen bij het Verdrag inzake biologische diversiteit van 7 tot en met 19 december 2022, te verwezenlijken, evenals de strategische visie op lange termijn dat biodiversiteit tegen 2050 gewaardeerd, behouden, hersteld en verstandig gebruikt moet worden, door ecosysteemdiensten te handhaven, een gezonde planeet in stand te houden en voordelen te verwezenlijken die essentieel zijn voor iedereen.</STRING></STRING> In de mededeling van de Commissie van 20 mei 2020 getiteld “EU-biodiversiteitsstrategie voor <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">2023</STRING></STRING> — De natuur terug in ons leven brengen” wordt de EU-biodiversiteitsstrategie voor 2030 uiteengezet met meerdere doelstellingen, waaronder de doelstelling om de goede milieutoestand van mariene ecosystemen te herstellen.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(7)</NO.P>In de mededeling van de Commissie van 20 mei 2020 getiteld “EU-biodiversiteitsstrategie voor <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">2030</STRING></STRING> — De natuur terug in ons leven brengen” wordt de EU-biodiversiteitsstrategie voor 2030 uiteengezet met meerdere doelstellingen, waaronder de doelstelling om de goede milieutoestand van mariene ecosystemen te herstellen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en om het sluiten van een ambitieuze, juridisch bindende overeenkomst over de mariene biologische diversiteit van gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht te vergemakkelijken</STRING></STRING>.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		3</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 7 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>(7 bis)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Als partijen bij het Verdrag inzake biologische diversiteit hebben de Unie en haar lidstaten zich ertoe verbonden de doelstellingen en streefdoelen van het mondiaal biodiversiteitskader van Kunming-Montreal, dat is aangenomen tijdens de vijftiende vergadering van de Conferentie van de Partijen bij het Verdrag inzake biologische diversiteit van 7 tot en met 19 december 2022, te verwezenlijken, met inbegrip van de doelstelling dat tegen 2030 ten minste 30 % van de oceanen in de wereld wordt beheerd door middel van beschermde gebieden en andere effectieve gebiedsgerichte instandhoudingsmaatregelen, evenals de strategische visie op lange termijn dat biodiversiteit tegen 2050 gewaardeerd, behouden, hersteld en verstandig gebruikt moet worden, door ecosysteemdiensten te handhaven, een gezonde planeet in stand te houden en voordelen te verwezenlijken die essentieel zijn voor iedereen.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		4</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 7 ter (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>(7 ter)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De partijen bij het Verdrag inzake biologische diversiteit moeten, in overeenstemming met de missie voor 2030 op weg naar de strategische visie voor 2050, dringend actie ondernemen om het verlies aan biodiversiteit een halt toe te roepen en om te buigen.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		5</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 7 quater (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>(7 quater)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Deze richtlijn moet zodanig worden uitgevoerd dat de relevante rechtsinstrumenten en -kaders en de competente mondiale, regionale, subregionale en sectorale organisaties niet worden ondermijnd en dat de samenhang en coördinatie met die instrumenten, kaders en organisaties wordt bevorderd.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		6</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 7 quinquies (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>(7 quinquies)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Unie en haar lidstaten moeten dan ook een gemeenschappelijke gecoördineerde aanpak en mechanismen ontwikkelen om te zorgen voor samenhang met de werkzaamheden in het kader van die instrumenten, kaders en organisaties, zoals in regionale organisaties voor visserijbeheer (ROVB’s) als de bevoegde internationale organisaties voor de instandhouding en het beheer van visbestanden in gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht of regionale zeeverdragen, onder meer met betrekking tot de bevordering van maatregelen ter ondersteuning van de uitvoering van de besluiten en aanbevelingen van de Conferentie van de Partijen uit hoofde van deel III van de BBNJ-overeenkomst.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		7</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 7 sexies (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>(7 sexies)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">In de mededeling van de Commissie van 5 juni 2025, getiteld “Het Europees oceaanpact” worden maatregelen uiteengezet om toe te zien op de snelle ratificatie, omzetting in Unierecht en uitvoering van de BBNJ-overeenkomst en de duurzame governance van de volle zee. Tevens wordt erin voorzien dat de Unie de uitvoering van de BBNJ-overeenkomst in ontwikkelingslanden ondersteunt, en wel met de bijdrage van 40 miljoen EUR aan het “Global Ocean Programme”.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		8</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 7 septies (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>(7 septies)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De verklaring van de coalitie met een hoge ambitie voor de biodiversiteit voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht (HAC BBNJ) van 28 mei 2025, waartoe de Commissie de aanzet gaf en waarbij ongeveer 40 landen betrokken zijn, geeft blijk van de ambitie die de Unie heeft op het gebied van mondiale oceaangovernance en -bescherming. In overeenstemming met die visie, die wordt aangevuld door oceaandiplomatie, moet de Commissie de lidstaten ondersteunen die bereid zijn om als gastland te fungeren voor de hoofdzetel van het internationale secretariaat zoals bepaald in artikel 50 van de BBNJ-overeenkomst, en zorgen voor de medefinanciering ervan. Het is ook belangrijk dat de Unie, in het kader van haar oceaandiplomatie, derde landen aanspoort de BBNJ-overeenkomst te ratificeren en erop toe te zien dat zij aan de bepalingen ervan voldoen om een gelijk speelveld te waarborgen.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		9</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 7 octies (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>(7 octies)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Verordening (EU) nr. 1026/2012 van het Europees Parlement en de Raad</STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"><STRING SUPERSCRIPT="on">1bis</STRING></STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> biedt een kader om niet-samenwerkende derde landen die niet-duurzame visserij op een bestand van gemeenschappelijk belang voor de Unie toelaten als zodanig aan te merken en maatregelen te treffen ten aanzien van die landen. Die verordening, die recent werd gewijzigd, stelt de Unie in staat om een derde land aan te merken als een land dat niet-duurzame visserij toelaat, indien het onder meer niet samenwerkt bij het beheren van een bestand van gemeenschappelijk belang in overeenstemming met het Unclos en de VN-visbestandenovereenkomst (UNFSA) of enige andere internationale overeenkomst, zoals de BBNJ-overeenkomst, of internationaalrechtelijke regel en indien het niet de vereiste maatregelen voor visserijbeheer heeft vastgesteld. In dat verband moet deze richtlijn worden gekoppeld aan Verordening (EU) nr. 1026/2012, met name met betrekking tot internationale samenwerking die kan plaatsvinden in het kader van ROVB’s of, indien deze niet bevoegd zijn voor het bestand in kwestie, in het kader van ad-hocregelingen tussen de landen met een belang bij de relevante visserijsector.</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">__________________</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"><STRING SUPERSCRIPT="on">1 bis</STRING></STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Verordening (EU) nr. 1026/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende bepaalde maatregelen met het oog op de instandhouding van visbestanden ten aanzien van landen die niet-duurzame visserij toelaten (PB L 316 van 14.11.2012, blz. 34).</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		10</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 10</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(10)</NO.P>In overeenstemming met artikel 9 van de BBNJ-overeenkomst <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">moet</STRING></STRING> de eerlijke en billijke verdeling <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">worden bevorderd</STRING></STRING> van de voordelen die voortvloeien uit activiteiten met betrekking tot mariene genetische bronnen en digitale sequentie-informatie over mariene genetische bronnen van gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht, met het oog op de instandhouding en het duurzame gebruik van de mariene biologische diversiteit van gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(10)</NO.P>In overeenstemming met artikel 9 <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en de doelstellingen </STRING></STRING>van de BBNJ-overeenkomst <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">moeten de Unie en haar lidstaten</STRING></STRING> de eerlijke en billijke verdeling <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">bevorderen</STRING></STRING> van de voordelen die voortvloeien uit activiteiten met betrekking tot mariene genetische bronnen en digitale sequentie-informatie over mariene genetische bronnen van gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht, met het oog op de instandhouding en het duurzame gebruik van de mariene biologische diversiteit van gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, onder meer door middel van financiële bijdragen, overdracht van mariene technologie of capaciteitsopbouw voor ontwikkelingslanden</STRING></STRING>.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		11</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 14</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(14)</NO.P>De BBNJ-overeenkomst maakt het mogelijk gebiedsgerichte beheersinstrumenten vast te stellen in gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht met inbegrip van beschermde mariene gebieden. De door de Conferentie van de Partijen in het kader van de BBNJ-overeenkomst vastgestelde maatregelen moeten worden uitgevoerd en, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">indien nodig</STRING></STRING>, in <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">EU-wetgeving</STRING></STRING> worden omgezet. In afwachting van de omzetting <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">mogen de lidstaten</STRING></STRING> de doeltreffendheid van de vastgestelde maatregelen niet <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ondermijnen</STRING></STRING>. De <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">procedures die nodig zijn om de coördinatie</STRING></STRING> tussen de lidstaten en de Commissie <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">te waarborgen, moeten worden vastgesteld voordat</STRING></STRING> een voorstel tot vaststelling van gebiedsgerichte beheersinstrumenten of een voorstel voor een noodmaatregel<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> bij het BBNJ-secretariaat wordt ingediend</STRING></STRING>.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(14)</NO.P>De BBNJ-overeenkomst maakt het mogelijk gebiedsgerichte beheersinstrumenten vast te stellen in gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht met inbegrip van beschermde mariene gebieden. De door de Conferentie van de Partijen in het kader van de BBNJ-overeenkomst vastgestelde maatregelen moeten worden uitgevoerd en, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">waar relevant</STRING></STRING>, in <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Uniewetgeving</STRING></STRING> worden omgezet. In afwachting van de omzetting <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">mag</STRING></STRING> de doeltreffendheid van de vastgestelde maatregelen niet <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">worden ondermijnd</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Om </STRING></STRING>de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">coördinatie op Unieniveau te waarborgen, moeten procedures worden vastgesteld voor samenwerking</STRING></STRING> tussen de lidstaten en de Commissie <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">voordat bij het BBNJ-secretariaat</STRING></STRING> een voorstel<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> wordt ingediend</STRING></STRING> tot vaststelling van gebiedsgerichte beheersinstrumenten of een voorstel voor een noodmaatregel.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		12</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 15</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(15)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Krachtens deze richtlijn</STRING></STRING> moet de Commissie <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">voor elk</STRING></STRING> voorstel tot vaststelling van gebiedsgerichte beheersinstrumenten of <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">elk</STRING></STRING> voorstel voor een noodmaatregel uit hoofde van artikel 19 en artikel 24, lid 3, van de BBNJ-overeenkomst<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> een voorlopige juridische beoordeling uitvoeren. Bij deze beoordeling moet onder meer worden beoordeeld</STRING></STRING> of <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het voor de Unie noodzakelijk is om</STRING></STRING> een <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">dergelijk voorstel aan</STRING></STRING> het <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">BBNJ-secretariaat voor te leggen</STRING></STRING>.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(15)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Als onderdeel van de vastgestelde procedures</STRING></STRING> moet de Commissie <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">een juridische beoordeling uitvoeren, waarbij onder meer wordt beoordeeld of het noodzakelijk is om het</STRING></STRING> voorstel tot vaststelling van gebiedsgerichte beheersinstrumenten of <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">een</STRING></STRING> voorstel voor een noodmaatregel uit hoofde van artikel 19 en artikel 24, lid 3, van de BBNJ-overeenkomst<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> in te dienen bij het BBNJ-secretariaat namens de Unie of namens de Unie en haar lidstaten, dan wel</STRING></STRING> of <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">een lidstaat of een groep lidstaten die</STRING></STRING> een <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ontwerpvoorstel heeft opgesteld,</STRING></STRING> het <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">voorstel in eigen naam bij het secretariaat kan indienen</STRING></STRING>.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		13</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 15 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>(15 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Om zonder onnodige vertraging te kunnen handelen en gezien het feit dat het mogelijk is om tussen de zittingen door een noodmaatregel vast te stellen, die snel moet worden genomen om ernstige of onomkeerbare schade aan mariene biologische diversiteit in gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht te voorkomen of te beperken, moeten de lidstaten voorstellen voor noodmaatregelen rechtstreeks bij het secretariaat kunnen indienen. </STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		14</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 15 ter (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>(15 ter)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De volle zee is economisch en sociaal van groot belang voor de Unie en haar gehele maritieme economie, in het bijzonder voor de visserijsector van de Unie, voedselzekerheid, energieproductie, wetenschap en internationale handel. Deze richtlijn, met inbegrip van bepalingen inzake de invoering van gebiedsgerichte beheersinstrumenten, moet zorgen voor een consistente uitvoering van het Unierecht en gelijke concurrentievoorwaarden in de hele Unie, en tegelijkertijd de administratieve lasten voor de lidstaten tot een minimum beperken.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		15</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 17</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(17)</NO.P>De Unie is partij bij het Verdrag van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties betreffende toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden, ondertekend te Aarhus op 25 juni 1998 en geratificeerd op 17 februari 2005. De Unie is partij bij het Verdrag van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties inzake milieueffectrapportage in grensoverschrijdend verband, ondertekend te Espoo op 25 februari 1991 en geratificeerd op 24 juni 1997. De verplichtingen uit hoofde van deze verdragen moeten van toepassing blijven op de gebieden die binnen het toepassingsgebied van deze richtlijn vallen. Het Verdrag van Espoo heeft tot doel de internationale samenwerking bij de beoordeling van milieueffecten te versterken, met name in een grensoverschrijdende context. De doelstellingen van het Verdrag van Aarhus omvatten het waarborgen van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">rechten</STRING></STRING> inzake inspraak in besluitvorming in milieuaangelegenheden teneinde bij te dragen tot de bescherming van het recht in een milieu te leven dat passend is voor persoonlijke gezondheid en welzijn. Binnen het toepassingsgebied van deze richtlijn moeten de rechten inzake inspraak bij besluitvorming in milieuaangelegenheden worden uitgeoefend volgens dezelfde beginselen als die welke zijn vastgesteld in het kader van het Verdrag van Aarhus.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(17)</NO.P>De Unie is partij bij het Verdrag van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties betreffende toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden, ondertekend te Aarhus op 25 juni 1998 en geratificeerd op 17 februari 2005. De Unie is partij bij het Verdrag van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties inzake milieueffectrapportage in grensoverschrijdend verband, ondertekend te Espoo op 25 februari 1991 en geratificeerd op 24 juni 1997. De verplichtingen uit hoofde van deze verdragen moeten van toepassing blijven op de gebieden die binnen het toepassingsgebied van deze richtlijn vallen. Het Verdrag van Espoo heeft tot doel de internationale samenwerking bij de beoordeling van milieueffecten te versterken, met name in een grensoverschrijdende context. De doelstellingen van het Verdrag van Aarhus omvatten het waarborgen van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het recht op toegang tot informatie, het recht</STRING></STRING> inzake inspraak in besluitvorming<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en het recht op toegang tot de rechter</STRING></STRING> in milieuaangelegenheden teneinde bij te dragen tot de bescherming van het recht in een milieu te leven dat passend is voor persoonlijke gezondheid en welzijn. Binnen het toepassingsgebied van deze richtlijn moeten de rechten inzake <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">toegang tot informatie, </STRING></STRING>inspraak bij besluitvorming<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en toegang tot de rechter</STRING></STRING> in milieuaangelegenheden worden uitgeoefend volgens dezelfde beginselen als die welke zijn vastgesteld in het kader van het Verdrag van Aarhus.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		16</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 18</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(18)</NO.P>Hoewel deze richtlijn tot doel heeft te voorzien in een rechtskader voor activiteiten die plaatsvinden in gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht, moeten alle activiteiten die worden uitgevoerd in gebieden binnen de grenzen van de nationale rechtsmacht en die aanzienlijke <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">gevolgen dreigen te hebben</STRING></STRING> voor het mariene milieu in gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht, worden onderworpen aan een beoordeling overeenkomstig Richtlijn 2011/92/EU van het Europees Parlement en de Raad<STRING SUPERSCRIPT="on">8</STRING>, aan <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">andere desbetreffende Uniewetgeving die</STRING></STRING> bepalingen bevat met betrekking tot milieubeoordelingen voor geplande activiteiten<STRING SUPERSCRIPT="on">9</STRING> en aan nationale wetgeving tot omzetting van Uniewetgeving. Overeenkomstig artikel 28, lid 2, van de BBNJ-overeenkomst moeten dergelijke activiteiten die in gebieden binnen de grenzen van de nationale rechtsmacht worden verricht, in de Unie worden beoordeeld aan de hand van vastgestelde <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">EU-regels</STRING></STRING>. In die gevallen moeten de lidstaten ervoor zorgen dat zij voldoen aan de verplichtingen uit hoofde van de BBNJ-overeenkomst.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(18)</NO.P>Hoewel deze richtlijn tot doel heeft te voorzien in een rechtskader voor activiteiten die plaatsvinden in gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht, moeten alle activiteiten die worden uitgevoerd in gebieden binnen de grenzen van de nationale rechtsmacht en die aanzienlijke <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">verontreiniging van of aanmerkelijke en schadelijke veranderingen</STRING></STRING> voor het mariene milieu <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">dreigen te veroorzaken </STRING></STRING>in gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht, worden onderworpen aan een beoordeling overeenkomstig <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het bestaande Unierecht, zoals </STRING></STRING>Richtlijn 2011/92/EU van het Europees Parlement en de Raad<STRING SUPERSCRIPT="on">8</STRING>, aan <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ander desbetreffend Unierecht dat</STRING></STRING> bepalingen bevat met betrekking tot milieubeoordelingen voor geplande activiteiten<STRING SUPERSCRIPT="on">9</STRING> en aan nationale wetgeving tot omzetting van Uniewetgeving. Overeenkomstig artikel 28, lid 2, van de BBNJ-overeenkomst moeten dergelijke activiteiten die in gebieden binnen de grenzen van de nationale rechtsmacht worden verricht, in de Unie worden beoordeeld aan de hand van vastgestelde <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Unieregels</STRING></STRING>. In die gevallen moeten de lidstaten ervoor zorgen dat zij voldoen aan de verplichtingen uit hoofde van de BBNJ-overeenkomst.</P></NEW><OLD><P>__________________</P></OLD><NEW><P>__________________</P></NEW><OLD><P><STRING SUPERSCRIPT="on">8</STRING> PB L 26 van 28.1.2012, blz. 1.</P></OLD><NEW><P><STRING SUPERSCRIPT="on">8</STRING> PB L 26 van 28.1.2012, blz. 1.</P></NEW><OLD><P><STRING SUPERSCRIPT="on">9</STRING> Zoals Richtlijn (EU) 2023/2413 van het Europees Parlement en de Raad van 18 oktober 2023 tot wijziging van Richtlijn (EU) 2018/2001, Verordening (EU) 2018/1999 en Richtlijn 98/70/EG wat de bevordering van energie uit hernieuwbare bronnen betreft, en tot intrekking van Richtlijn (EU) 2015/652 van de Raad; Verordening (EU) 2024/1252 van het Europees Parlement en de Raad van 11 april 2024 tot vaststelling van een kader om een veilige en duurzame voorziening van kritieke grondstoffen te waarborgen, en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 168/2013, (EU) 2018/858, (EU) 2018/1724 en (EU) 2019/1020; Verordening (EU) 2024/1735 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 tot vaststelling van een kader voor maatregelen ter versterking van het Europese ecosysteem voor de productie van nettonultechnologie en tot wijziging van Verordening (EU) 2018/1724.</P></OLD><NEW><P><STRING SUPERSCRIPT="on">9</STRING> Zoals Richtlijn (EU) 2023/2413 van het Europees Parlement en de Raad van 18 oktober 2023 tot wijziging van Richtlijn (EU) 2018/2001, Verordening (EU) 2018/1999 en Richtlijn 98/70/EG wat de bevordering van energie uit hernieuwbare bronnen betreft, en tot intrekking van Richtlijn (EU) 2015/652 van de Raad; Verordening (EU) 2024/1252 van het Europees Parlement en de Raad van 11 april 2024 tot vaststelling van een kader om een veilige en duurzame voorziening van kritieke grondstoffen te waarborgen, en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 168/2013, (EU) 2018/858, (EU) 2018/1724 en (EU) 2019/1020; Verordening (EU) 2024/1735 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 tot vaststelling van een kader voor maatregelen ter versterking van het Europese ecosysteem voor de productie van nettonultechnologie en tot wijziging van Verordening (EU) 2018/1724.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		17</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 19</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(19)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Aangezien</STRING></STRING> andere toepasselijke rechtsinstrumenten of -kaders of mondiale, regionale, subregionale of sectorale organisaties een kader bieden voor het beoordelen van de effecten van geplande activiteiten die onder de nationale rechtsmacht of controle vallen en die plaatsvinden in gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht, mogen de lidstaten niet worden verplicht een screening of een milieueffectbeoordeling uit te voeren overeenkomstig deze richtlijn onder de voorwaarden van artikel 29, lid 4, van de BBNJ-overeenkomst. In dergelijke gevallen moet de betrokken lidstaat ervoor zorgen dat het milieueffectbeoordelingsrapport wordt gepubliceerd via het BBNJ-uitwisselingsmechanisme.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(19)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Indien</STRING></STRING> andere toepasselijke rechtsinstrumenten of -kaders of mondiale, regionale, subregionale of sectorale organisaties een kader bieden voor het beoordelen van de effecten van geplande activiteiten die onder de nationale rechtsmacht of controle vallen en die plaatsvinden in gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht, mogen de lidstaten niet worden verplicht een screening of een milieueffectbeoordeling uit te voeren overeenkomstig deze richtlijn<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, mits de lidstaten</STRING></STRING> onder <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">wiens rechtsmacht of controle de geplande activiteiten vallen, bepalen dat aan </STRING></STRING>de voorwaarden van artikel 29, lid 4, van de BBNJ-overeenkomst<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> is voldaan</STRING></STRING>. In dergelijke gevallen moet de betrokken lidstaat ervoor zorgen dat het milieueffectbeoordelingsrapport wordt gepubliceerd via het BBNJ-uitwisselingsmechanisme.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		18</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 19 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>(19 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Deze richtlijn is niet van toepassing op oorlogsschepen, militaire vliegtuigen of marinehulpschepen. De lidstaten moeten evenwel waarborgen dat deze vaartuigen of luchtvaartuigen opereren op een wijze die, voor zover dit redelijk en uitvoerbaar is, in overeenstemming is met deze richtlijn, door passende maatregelen vast te stellen die geen afbreuk doen aan de activiteiten of de operationele vermogens van dergelijke vaartuigen of luchtvaartuigen die hun eigendom zijn of door hen worden geëxploiteerd.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		19</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 20</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(20)</NO.P>Door nationale, regionale of lokale overheidsinstanties van lidstaten opgestelde of vastgestelde plannen of programma’s die <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">aanmerkelijke gevolgen dreigen te hebben voor</STRING></STRING> het mariene milieu in gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht, moeten worden onderworpen aan een beoordeling overeenkomstig Richtlijn 2001/42/EG van het Europees Parlement en de Raad<STRING SUPERSCRIPT="on">10</STRING> en de nationale wetgeving tot omzetting van die richtlijn.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(20)</NO.P>Door nationale, regionale of lokale overheidsinstanties van lidstaten opgestelde of vastgestelde plannen of programma’s die <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">waarschijnlijk aanzienlijke verontreiniging van of aanmerkelijke en schadelijke veranderingen in</STRING></STRING> het mariene milieu<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> teweegbrengen</STRING></STRING> in gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht, moeten worden onderworpen aan een beoordeling overeenkomstig Richtlijn 2001/42/EG van het Europees Parlement en de Raad<STRING SUPERSCRIPT="on">10</STRING> en de nationale wetgeving tot omzetting van die richtlijn.</P></NEW><OLD><P>__________________</P></OLD><NEW><P>__________________</P></NEW><OLD><P><STRING SUPERSCRIPT="on">10</STRING> PB L 197 van 21.7.2001, blz. 30.</P></OLD><NEW><P><STRING SUPERSCRIPT="on">10</STRING> PB L 197 van 21.7.2001, blz. 30.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		20</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 20 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>(20 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">In Richtlijn 2001/42/EG zijn normen inzake milieubeoordelingen en procedurele waarborgen vastgelegd die in overeenstemming zijn met de verplichtingen van de BBNJ-overeenkomst en deze niet ondermijnen. De toepassing van Richtlijn 2001/42/EG</STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"><STRING SUPERSCRIPT="on">1 bis</STRING></STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> in gebieden die onder de rechtsmacht of controle van de lidstaten vallen, draagt rechtstreeks bij tot naleving van de vereisten inzake strategische milieubeoordelingen van artikel 39 van de BBNJ-overeenkomst.</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">__________________</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"><STRING SUPERSCRIPT="on">1 bis</STRING></STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Richtlijn 2001/42/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 juni 2001 betreffende de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma’s (PB L 197 van 21.7.2001, blz. 30).</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		21</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 21</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(21)</NO.P>Wanneer zij bepalen hoe waarschijnlijk het is dat geplande activiteiten aanmerkelijke <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">gevolgen hebben</STRING></STRING>, moeten de lidstaten rekening houden met de vraag <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of het om bijzondere</STRING></STRING> of <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">belangrijke</STRING></STRING> gevolgen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">gaat</STRING></STRING>. Zij moeten bij het bepalen hiervan ook rekening houden met de criteria van Richtlijn 2011/92/EU.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(21)</NO.P>Wanneer zij bepalen hoe waarschijnlijk het is dat geplande activiteiten <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">aanzienlijke verontreiniging van of </STRING></STRING>aanmerkelijke <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en schadelijke veranderingen in het mariene milieu teweegbrengen</STRING></STRING>, moeten de lidstaten rekening houden met de vraag <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">hoe bijzonder</STRING></STRING> of <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">belangrijk deze</STRING></STRING> gevolgen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zijn</STRING></STRING>. Zij moeten bij het bepalen hiervan ook rekening houden met de criteria van Richtlijn 2011/92/EU.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		22</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 1 – alinea 1 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Deze richtlijn bevat regels die van toepassing zijn op mariene genetische bronnen en digitale sequentie-informatie, milieubeoordelingen van geplande activiteiten die onder de rechtsmacht of controle van de lidstaten vallen, alsook op de vaststelling en toepassing van gebiedsgerichte beheersinstrumenten en noodmaatregelen in gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		23</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 2 – alinea 1 – punt i</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>i)</NO.P>“geplande activiteit”: een activiteit <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">die betrekking heeft op</STRING></STRING> de uitvoering van bouwwerken of de totstandbrenging van installaties, regelingen of andere ingrepen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in het mariene milieu</STRING></STRING>, met inbegrip van regelmatige activiteiten gericht op het gebruik van natuurlijke hulpbronnen;</P></OLD><NEW><P><NO.P>i)</NO.P>“geplande activiteit”: een activiteit <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in het mariene milieu die onder meer</STRING></STRING> de uitvoering van bouwwerken of de totstandbrenging van installaties, regelingen of andere ingrepen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">omvat</STRING></STRING>, met inbegrip van regelmatige activiteiten gericht op het gebruik van natuurlijke hulpbronnen;</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		24</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 2 – alinea 1 – punt j</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>j)</NO.P>“activiteiten die onder de rechtsmacht of controle vallen”: activiteiten die worden verricht door zowel publieke als particuliere<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> entiteiten</STRING></STRING>, waarover de lidstaat overeenkomstig het internationaal recht zijn bevoegdheid of gezag kan uitoefenen;</P></OLD><NEW><P><NO.P>j)</NO.P>“activiteiten die onder de rechtsmacht of controle vallen”: activiteiten die worden verricht door <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">rechtspersonen, </STRING></STRING>zowel publieke als particuliere<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, en door natuurlijke personen</STRING></STRING>, waarover de lidstaat overeenkomstig het internationaal recht zijn bevoegdheid of gezag kan uitoefenen;</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		25</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 2 – alinea 1 – punt n</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>n)</NO.P>“publiek”: het betrokken publiek evenals <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">inheemse volken</STRING></STRING> en lokale gemeenschappen met relevante traditionele kennis en relevante mondiale, regionale, subregionale en sectorale organisaties en de wetenschappelijke gemeenschap;</P></OLD><NEW><P><NO.P>n)</NO.P>“publiek”: het betrokken publiek evenals <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Inheemse Volken</STRING></STRING> en lokale gemeenschappen met relevante traditionele kennis en relevante mondiale, regionale, subregionale en sectorale organisaties en de wetenschappelijke gemeenschap;</P></NEW><NOTE><STRING ITALIC="on">(Het gebruik van hoofdletters voor Inheemse Volken geldt voor de gehele tekst in alle talen.)</STRING></NOTE></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		26</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 2 – alinea 1 – punt s</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>s)</NO.P>“geringe of tijdelijke effecten”: effecten die geen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">aanmerkelijk</STRING></STRING> schadelijke <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">gevolgen voor</STRING></STRING> het mariene milieu <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">hebben</STRING></STRING>.</P></OLD><NEW><P><NO.P>s)</NO.P>“geringe of tijdelijke effecten”: effecten die geen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">aanzienlijke verontreiniging van of aanmerkelijke en</STRING></STRING> schadelijke <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">veranderingen in</STRING></STRING> het mariene milieu <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">teweegbrengen</STRING></STRING>.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		27</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 3 – lid 1</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>1.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Deze richtlijn is van toepassing op geplande activiteiten die onder de rechtsmacht of controle van de lidstaten vallen en die plaatsvinden in gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht.</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Schrappen</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		28</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 4 – lid 2 – punt a</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>a)</NO.P>de visserij die onder het toepasselijke internationale recht valt en visserijgerelateerde activiteiten, en﻿</P></OLD><NEW><P><NO.P>a)</NO.P>de visserij die onder het toepasselijke internationale recht <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en het Unierecht </STRING></STRING>valt<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, zoals het gemeenschappelijk visserijbeleid,</STRING></STRING> en visserijgerelateerde activiteiten, en﻿</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		29</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 6 – lid 6</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>6.</NO.P>De lidstaten zorgen ervoor dat repositoria, voor zover praktisch haalbaar, en databanken onder hun rechtsmacht om de twee jaar een geaggregeerd verslag opstellen over de toegang tot mariene genetische bronnen en digitale sequentie-informatie die gekoppeld is aan hun gestandaardiseerde BBNJ-identificatiecode, en het verslag aan het bij artikel 15 van de BBNJ-overeenkomst ingestelde comité voor toegang en verdeling van voordelen ter beschikking stellen.</P></OLD><NEW><P><NO.P>6.</NO.P>De lidstaten zorgen ervoor dat repositoria, voor zover praktisch haalbaar, en databanken onder hun rechtsmacht om de twee jaar een geaggregeerd verslag opstellen over de toegang tot mariene genetische bronnen en digitale sequentie-informatie die gekoppeld is aan hun gestandaardiseerde BBNJ-identificatiecode, en het verslag aan het bij artikel 15 van de BBNJ-overeenkomst ingestelde comité voor toegang en verdeling van voordelen ter beschikking stellen. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Voor zover van toepassing gebruiken zij bestaande gegevensverzamelings- en rapportagesystemen voor BBNJ-meldingen en -opslag.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		30</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 8 – lid 1</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>1.</NO.P>De lidstaten zorgen ervoor dat de potentiële effecten op het mariene milieu van geplande activiteiten die onder hun rechtsmacht of controle vallen en die plaatsvinden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht, worden beoordeeld voordat de bevoegde autoriteit of autoriteiten overeenkomstig deze richtlijn een besluit tot toestemming (een vergunning) vaststellen.</P></OLD><NEW><P><NO.P>1.</NO.P>De lidstaten zorgen ervoor dat de potentiële effecten op het mariene milieu van geplande activiteiten die onder hun rechtsmacht of controle vallen en die plaatsvinden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht, worden beoordeeld voordat de bevoegde autoriteit of autoriteiten overeenkomstig deze richtlijn een besluit tot toestemming (een vergunning) vaststellen. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Op verzoek van een lidstaat verstrekt de Commissie in verband daarmee technische bijstand.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		31</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 8 – lid 6</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>6.</NO.P>Dit hoofdstuk is niet van toepassing op activiteiten die onder de rechtsmacht of controle van de lidstaten vallen en die plaatsvinden in gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht waarvoor een screening of een milieueffectbeoordeling is uitgevoerd overeenkomstig de vereisten van andere relevante internationale rechtsinstrumenten of <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">-kaders</STRING></STRING> of door relevante mondiale, regionale, subregionale of sectorale organisaties. Voor activiteiten waarvoor een milieueffectbeoordeling is uitgevoerd overeenkomstig de vereisten van andere relevante rechtsinstrumenten of -kaders of door <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">relevante</STRING></STRING> mondiale, regionale, subregionale of sectorale organisaties, zorgen de lidstaten ervoor dat aan de voorwaarden van artikel 29, lid 4, van de BBNJ-overeenkomst is voldaan. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">In dergelijke gevallen zorgt de betrokken lidstaat ervoor</STRING></STRING> dat het milieueffectbeoordelingsrapport wordt gepubliceerd via het BBNJ-uitwisselingsmechanisme en dat de activiteit wordt gemonitord.</P></OLD><NEW><P><NO.P>6.</NO.P>Dit hoofdstuk is niet van toepassing op activiteiten die onder de rechtsmacht of controle van de lidstaten vallen en die plaatsvinden in gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht waarvoor een screening of een milieueffectbeoordeling is uitgevoerd<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">,</STRING></STRING> overeenkomstig de vereisten van andere relevante internationale rechtsinstrumenten of <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">kaders,</STRING></STRING> of door relevante mondiale, regionale, subregionale of sectorale organisaties. Voor activiteiten waarvoor een milieueffectbeoordeling is uitgevoerd overeenkomstig de vereisten van andere <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">internationale</STRING></STRING> rechtsinstrumenten of -kaders,<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> het Unierecht</STRING></STRING> of door relevante mondiale, regionale, subregionale of sectorale organisaties, zorgen de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">desbetreffende</STRING></STRING> lidstaten ervoor<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">:</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>a)</NO.P>	dat aan de voorwaarden van artikel 29, lid 4, van de BBNJ-overeenkomst is voldaan;</P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>b)</NO.P>	dat het milieueffectbeoordelingsrapport wordt gepubliceerd via het BBNJ-uitwisselingsmechanisme<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">,</STRING></STRING> en</P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>c)</NO.P>	dat de activiteit <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">waarvoor de milieueffectbeoordeling is uitgevoerd,</STRING></STRING> wordt gemonitord.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		32</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 8 – lid 7</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>7.</NO.P>Voor geplande activiteiten die onder de rechtsmacht of controle van de lidstaten vallen en die plaatsvinden in gebieden binnen de grenzen van de nationale rechtsmacht en waarschijnlijk aanzienlijke <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">gevolgen hebben voor</STRING></STRING> het mariene milieu in gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht, passen de lidstaten Richtlijn 2011/92/EU en andere relevante EU-wetgeving toe die bepalingen bevat met betrekking tot milieubeoordelingen voor geplande activiteiten. Voor deze activiteiten stellen de lidstaten tijdig relevante informatie beschikbaar via het BBNJ-uitwisselingsmechanisme, gedurende het proces uit hoofde van Richtlijn 2011/92/EU en andere relevante EU-wetgeving die bepalingen bevat met betrekking tot milieubeoordelingen voor geplande activiteiten, en zorgen zij ervoor dat de activiteit wordt gemonitord op een wijze die in overeenstemming is met de vereisten van die richtlijn en nationale wetgeving.</P></OLD><NEW><P><NO.P>7.</NO.P>Voor geplande activiteiten die onder de rechtsmacht of controle van de lidstaten vallen en die plaatsvinden in gebieden binnen de grenzen van de nationale rechtsmacht en waarschijnlijk aanzienlijke <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">verontreiniging van of aanmerkelijke en schadelijke veranderingen in</STRING></STRING> het mariene milieu<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> teweegbrengen</STRING></STRING> in gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht, passen de lidstaten Richtlijn 2011/92/EU en andere relevante EU-wetgeving toe die bepalingen bevat met betrekking tot milieubeoordelingen voor geplande activiteiten. Voor deze activiteiten stellen de lidstaten tijdig relevante informatie<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, ook relevante monitoringverslagen,</STRING></STRING> beschikbaar via het BBNJ-uitwisselingsmechanisme, gedurende het proces uit hoofde van Richtlijn 2011/92/EU en andere relevante EU-wetgeving die bepalingen bevat met betrekking tot milieubeoordelingen voor geplande activiteiten, en zorgen zij ervoor dat de activiteit wordt gemonitord op een wijze die in overeenstemming is met de vereisten van die richtlijn en nationale wetgeving.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		33</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 9 – lid 1</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>1.</NO.P>Indien een geplande activiteit meer dan een gering of tijdelijk effect op het mariene milieu kan hebben in gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht, of indien de effecten van de activiteit onbekend of niet goed begrepen zijn, voert de lidstaat onder wiens rechtsmacht of controle de activiteit valt een screening uit om vast te stellen of de activiteit aanzienlijke verontreiniging van of aanmerkelijke en schadelijke veranderingen in het mariene milieu kan teweegbrengen, en wordt deze derhalve aan een beoordeling onderworpen.</P></OLD><NEW><P><NO.P>1.</NO.P>Indien een geplande activiteit meer dan een gering of tijdelijk effect op het mariene milieu kan hebben in gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht, of indien de effecten van de activiteit onbekend of niet goed begrepen zijn, voert de lidstaat onder wiens rechtsmacht of controle de activiteit valt een screening uit om vast te stellen of de activiteit aanzienlijke verontreiniging van of aanmerkelijke en schadelijke veranderingen in het mariene milieu kan teweegbrengen, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">rekening houdend met het voorzorgsbeginsel indien er sprake is van wetenschappelijke onzekerheid, </STRING></STRING>en wordt deze derhalve aan een beoordeling onderworpen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, tenzij wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 8, lid 6</STRING></STRING>.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		34</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 10 – lid 4 – punt j bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>j bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">voor zover van toepassing, een beschrijving van alle effecten die samenhangen met de geplande activiteit, zoals economische, sociale, culturele en gezondheidseffecten, met inbegrip van effecten op de voedselzekerheid, de werkgelegenheid en de regionale economieën, overeenkomstig de artikelen 31 en 35 van de BBNJ-overeenkomst.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		35</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 10 – lid 5</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>5.</NO.P>Om de volledigheid en de kwaliteit van de milieueffectbeoordelingsrapporten te waarborgen, zien de lidstaten erop toe dat de rapporten worden opgesteld door bekwame deskundigen en dat de bevoegde autoriteiten over voldoende deskundigheid beschikken of daar zo nodig toegang toe hebben om deze verslagen te onderzoeken.</P></OLD><NEW><P><NO.P>5.</NO.P>Om de volledigheid en de kwaliteit van de milieueffectbeoordelingsrapporten te waarborgen, zien de lidstaten erop toe dat de rapporten worden opgesteld door bekwame <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en onafhankelijke</STRING></STRING> deskundigen en <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">verlangen zij van deze deskundigen dat zij eventuele belangenconflicten in verband met hun rol en verantwoordelijkheden openbaar maken. De lidstaten zorgen ervoor</STRING></STRING> dat de bevoegde autoriteiten over voldoende deskundigheid beschikken of daar zo nodig toegang toe hebben om deze verslagen te onderzoeken.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		36</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 12 – lid 1</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>1.</NO.P>De lidstaten zien erop toe dat de bevoegde autoriteit of autoriteiten een besluit nemen tot verlening van toestemming voor een geplande activiteit wanneer zij, rekening houdend met mitigatie- of beheersmaatregelen, hebben geconcludeerd dat alle redelijke inspanningen zijn geleverd om ervoor te zorgen dat de geplande activiteit kan worden uitgevoerd op een wijze die strookt met de preventie van aanmerkelijke schadelijke <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">effecten op</STRING></STRING> het mariene milieu.</P></OLD><NEW><P><NO.P>1.</NO.P>De lidstaten zien erop toe dat de bevoegde autoriteit of autoriteiten een besluit nemen tot verlening van toestemming voor een geplande activiteit wanneer zij, rekening houdend met mitigatie- of beheersmaatregelen, hebben geconcludeerd dat alle redelijke inspanningen zijn geleverd om ervoor te zorgen dat de geplande activiteit kan worden uitgevoerd op een wijze die strookt met de preventie van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">aanzienlijke verontreiniging van of</STRING></STRING> aanmerkelijke <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en</STRING></STRING> schadelijke <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">veranderingen in</STRING></STRING> het mariene milieu.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		37</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 12 – lid 2 – punt a</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>a)</NO.P>een conclusie van de bevoegde autoriteit over de waarschijnlijke aanmerkelijke <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">effecten van de geplande activiteit op</STRING></STRING> het mariene milieu en de belangrijkste redenen voor de toestemming;</P></OLD><NEW><P><NO.P>a)</NO.P>een conclusie van de bevoegde autoriteit over de waarschijnlijke <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">aanzienlijke verontreiniging van of</STRING></STRING> aanmerkelijke <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en</STRING></STRING> schadelijke <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">veranderingen in</STRING></STRING> het mariene milieu <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">als gevolg van de geplande activiteit</STRING></STRING> en de belangrijkste redenen voor de toestemming;</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		38</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 12 – lid 4</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>4.</NO.P>Wanneer een besluit is genomen om al dan niet toestemming te verlenen voor een geplande activiteit, zorgen de lidstaten er onverwijld voor dat het besluit beschikbaar wordt gesteld voor het publiek, onder meer via het BBNJ-uitwisselingsmechanisme en het BBNJ-secretariaat. Daartoe stellen de lidstaten de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ontvangen</STRING></STRING> opmerkingen en adviezen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ter beschikking</STRING></STRING> die zijn ontvangen tijdens de in artikel 11 bedoelde raadplegingen, alsook een beschrijving van de wijze waarop deze opmerkingen en adviezen in aanmerking zijn genomen of anderszins aan bod zijn gekomen.</P></OLD><NEW><P><NO.P>4.</NO.P>Wanneer een besluit is genomen om al dan niet toestemming te verlenen voor een geplande activiteit, zorgen de lidstaten er onverwijld voor dat het besluit beschikbaar wordt gesteld voor het publiek, onder meer via het BBNJ-uitwisselingsmechanisme en het BBNJ-secretariaat. Daartoe stellen de lidstaten <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">alle in de vergunning vermelde voorwaarden, met inbegrip van voorwaarden in verband met mitigatie- en compensatiemaatregelen en follow-upvereisten, en</STRING></STRING> de opmerkingen en adviezen die zijn ontvangen tijdens de in artikel 11 bedoelde raadplegingen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ter beschikking van het publiek</STRING></STRING>, alsook een beschrijving van de wijze waarop deze opmerkingen en adviezen in aanmerking zijn genomen of anderszins aan bod zijn gekomen.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		39</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 13 – lid 2 – alinea 1 – inleidende formule</STRING></STI.AMD><OLD><P>Wanneer een lidstaat met rechtsmacht of controle over een toegestane activiteit aanmerkelijke en schadelijke veranderingen in het mariene milieu vaststelt die, wat de aard of ernst ervan betreft, niet in de milieueffectbeoordeling waren voorzien of die voortvloeien uit een inbreuk op een van de in artikel 12, lid 2, punt b), bedoelde voorwaarden, of wanneer een partij bij de BBNJ-overeenkomst of het wetenschappelijk en technisch orgaan inzake BBNJ bezorgdheden of aanbevelingen kenbaar maakt, herziet de betrokken lidstaat zijn besluit. Daartoe:</P></OLD><NEW><P>Wanneer een lidstaat met rechtsmacht of controle over een toegestane activiteit <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">aanzienlijke verontreiniging van of</STRING></STRING> aanmerkelijke en schadelijke veranderingen in het mariene milieu vaststelt die, wat de aard of ernst ervan betreft, niet in de milieueffectbeoordeling waren voorzien of die voortvloeien uit een inbreuk op een van de in artikel 12, lid 2, punt b), bedoelde voorwaarden, of wanneer een partij bij de BBNJ-overeenkomst of het wetenschappelijk en technisch orgaan inzake BBNJ bezorgdheden of aanbevelingen kenbaar maakt, herziet de betrokken lidstaat zijn besluit. Daartoe:</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		40</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 14 – lid 1</STRING></STI.AMD><OLD><P>De lidstaten zorgen ervoor dat, in overeenstemming met het toepasselijke nationale rechtssysteem, de leden van het betrokken publiek toegang hebben tot een beroepsprocedure voor een gerecht of een andere bij wet opgerichte onafhankelijke en onpartijdige instantie om de materiële of formele wettigheid van besluiten, handelingen of nalatigheden uit hoofde van de artikelen 8 tot en met 13 aan te vechten.</P></OLD><NEW><P><NO.P>1.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Overeenkomstig de doelstelling om bij te dragen tot de uitvoering van het Verdrag van Aarhus</STRING></STRING> zorgen de lidstaten ervoor dat, in overeenstemming met het toepasselijke nationale rechtssysteem, de leden van het betrokken publiek toegang hebben tot een beroepsprocedure voor een gerecht of een andere bij wet opgerichte onafhankelijke en onpartijdige instantie om de materiële of formele wettigheid van besluiten, handelingen of nalatigheden uit hoofde van de artikelen 8 tot en met 13 <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en de artikelen 16 tot en met 19</STRING></STRING> aan te vechten<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, indien aan ten minste een van de volgende voorwaarden is voldaan:</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>a)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zij hebben een voldoende belang;</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>b)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zij stellen dat inbreuk is gemaakt op een recht, indien het bestuursprocesrecht van een lidstaat een dergelijke inbreuk als voorwaarde stelt</STRING></STRING>.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		41</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 14 – lid 1 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>1 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten bepalen wat voldoende belang en inbreuk op een recht vormt, in overeenstemming met de doelstelling om het betrokken publiek ruime toegang tot de rechter te bieden. Te dien einde wordt het belang van een niet-gouvernementele organisatie die zich inzet voor milieubescherming en die voldoet aan alle vereisten krachtens de nationale wetgeving, geacht voldoende te zijn in de zin van lid 1, punt a). Dergelijke organisaties worden bovendien geacht rechten te hebben waarop inbreuk kan worden gemaakt in de zin van lid 1, punt b).</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		42</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 14 – lid 1 ter (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>1 ter.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De procesbevoegdheid in de beroepsprocedure wordt niet afhankelijk gemaakt van de rol die het lid van het betrokken publiek had tijdens een inspraakfase van de besluitvormingsprocedures uit hoofde van deze richtlijn.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		43</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 14 – lid 1 quater (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>1 quater.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten bepalen in welk stadium de besluiten, het handelen of het nalaten zoals bedoeld in lid 1 kunnen worden aangevochten.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		44</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 14 – lid 1 quinquies (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>1 quinquies.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De beroepsprocedure moet eerlijk, billijk, tijdig en niet buitensporig kostbaar zijn, en voorzien in adequate en doeltreffende verhaalmechanismen, met inbegrip van een rechterlijk bevel waar dat passend is.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		45</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 14 – lid 1 sexies (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>1 sexies.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten zorgen ervoor dat het publiek praktische informatie wordt verstrekt over de toegang tot de in dit artikel bedoelde administratieve en gerechtelijke beroepsprocedures.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		46</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 15 – alinea 1</STRING></STI.AMD><OLD><P>De lidstaten kunnen, afzonderlijk of in samenwerking met andere lidstaten of andere partijen bij de BBNJ-overeenkomst, strategische milieubeoordelingen uitvoeren voor plannen en programma’s met betrekking tot geplande activiteiten die onder hun rechtsmacht of controle vallen, die moeten worden uitgevoerd in gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht, teneinde de mogelijke effecten van dergelijke plannen of programma’s en van alternatieven op het mariene milieu te beoordelen. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Indien Richtlijn 2001/42/EG voorziet in een verplichting om een strategische milieubeoordeling uit te voeren, nemen de lidstaten de bepalingen van die richtlijn in acht wanneer zij dergelijke beoordelingen uitvoeren.</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Indien Richtlijn 2001/42/EG voorziet in een verplichting om een strategische milieubeoordeling uit te voeren, nemen de lidstaten de bepalingen van die richtlijn in acht wanneer zij dergelijke beoordelingen uitvoeren. </STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P>De lidstaten kunnen, afzonderlijk of in samenwerking met andere lidstaten of andere partijen bij de BBNJ-overeenkomst, strategische milieubeoordelingen uitvoeren voor plannen en programma’s met betrekking tot geplande activiteiten die onder hun rechtsmacht of controle vallen, die moeten worden uitgevoerd in gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht, teneinde de mogelijke effecten van dergelijke plannen of programma’s en van alternatieven op het mariene milieu te beoordelen.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		47</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 16 – lid 1</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>1.</NO.P>De lidstaten zenden, ongeacht of zij individueel of collectief optreden, het ontwerp van een voorstel uit hoofde van artikel 19 van de BBNJ-overeenkomst of van een noodmaatregel uit hoofde van artikel 24, lid 3, van die overeenkomst aan de Commissie toe voordat deze bij het BBNJ-secretariaat worden ingediend. Na ontvangst stelt de Commissie alle lidstaten daarvan in kennis en deelt zij het ontwerpvoorstel.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Indien andere</STRING></STRING> lidstaten <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">opmerkingen hebben, dienen zij deze opmerkingen</STRING></STRING> uiterlijk dertig dagen na ontvangst van het ontwerpvoorstel bij de Commissie <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in</STRING></STRING>, of eerder indien de noodmaatregel dit rechtvaardigt. De Commissie zendt de ontvangen opmerkingen door naar de andere lidstaten.</P></OLD><NEW><P><NO.P>1.</NO.P>De lidstaten zenden, ongeacht of zij individueel of collectief optreden, het ontwerp van een voorstel uit hoofde van artikel 19 van de BBNJ-overeenkomst of van een noodmaatregel uit hoofde van artikel 24, lid 3, van die overeenkomst aan de Commissie toe voordat deze bij het BBNJ-secretariaat worden ingediend. Na ontvangst stelt de Commissie alle lidstaten daarvan <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">onmiddellijk</STRING></STRING> in kennis en deelt zij <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">onverwijld</STRING></STRING> het ontwerpvoorstel. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De</STRING></STRING> lidstaten <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">kunnen</STRING></STRING> uiterlijk dertig dagen na ontvangst van het ontwerpvoorstel bij de Commissie <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">opmerkingen indienen met betrekking tot het ontwerpvoorstel of de noodmaatregel</STRING></STRING>, of eerder indien de noodmaatregel dit rechtvaardigt. De Commissie zendt de ontvangen opmerkingen door naar de andere lidstaten.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		48</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 16 – lid 2</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>2.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Commissie presenteert een voorlopige beoordeling van het ontwerpvoorstel of het ontwerp van noodmaatregelen die zij uit hoofde van lid 1 heeft ontvangen, voordat de lidstaten dat voorstel of ontwerp indienen bij het BBNJ-secretariaat. Het doel van de voorlopige beoordeling is te helpen bepalen of het voorstel of de noodmaatregel al dan niet namens de Unie of namens de Unie en haar lidstaten moet worden ingediend.</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Schrappen</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		49</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 16 – lid 3</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>3.</NO.P>De Commissie presenteert een <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">voorlopige</STRING></STRING> beoordeling van de vraag of het uit hoofde van lid <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">1</STRING></STRING> ontvangen ontwerp van het voorstel of de noodmaatregel door de Commissie namens de Unie bij het BBNJ-secretariaat moet worden ingediend. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten dienen het voorstel of de noodmaatregel als bedoeld in lid 1 niet in bij het BBNJ-secretariaat zolang de voorlopige</STRING></STRING> beoordeling <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">nog niet is voltooid en indien in de voorlopige beoordeling wordt geconcludeerd dat het voorstel of de noodmaatregel de Unie moet worden ingediend</STRING></STRING>.</P></OLD><NEW><P><NO.P>3.</NO.P>De Commissie <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">bestudeert het ontwerpvoorstel of het ontwerp van noodmaatregelen en de opmerkingen die zij overeenkomstig lid 1 heeft ontvangen en</STRING></STRING> presenteert <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">uiterlijk dertig dagen na het verstrijken van de termijn voor de indiening van opmerkingen door de lidstaten</STRING></STRING> een <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">juridische</STRING></STRING> beoordeling van de vraag of het overeenkomstig <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">dat</STRING></STRING> lid ontvangen ontwerpvoorstel of ontwerp van noodmaatregelen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">al dan niet</STRING></STRING> door de Commissie namens de Unie bij het BBNJ-secretariaat moet worden ingediend. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De juridische</STRING></STRING> beoordeling <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">wordt ter beschikking gesteld van alle lidstaten</STRING></STRING>.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		50</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 16 – lid 3 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>3 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Indien de Commissie in haar juridische beoordeling concludeert dat een ontwerpvoorstel of ontwerp van noodmaatregelen namens de Unie of namens de Unie en haar lidstaten moet worden ingediend, gaat de Commissie, in voorkomend geval samen met de lidstaten, over tot indiening bij het BBNJ-secretariaat.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		51</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 16 – lid 3 ter (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>3 ter.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Indien de Commissie in haar juridische beoordeling concludeert dat een ontwerpvoorstel of ontwerp van noodmaatregelen niet namens de Unie mag worden ingediend, kan de lidstaat of groep lidstaten die het ontwerp heeft toegezonden, namens zichzelf overgaan tot indiening bij het BBNJ-secretariaat. </STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		52</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 16 – lid 3 quater (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>3 quater.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Onverminderd de leden 1 tot en met 3 ter van dit artikel kan een lidstaat of een groep lidstaten een voorstel voor een noodmaatregel uit hoofde van artikel 24, lid 3, van de BBNJ-overeenkomst rechtstreeks bij het BBNJ-secretariaat indienen. De betrokken lidstaat of groep lidstaten stelt de Commissie en de andere lidstaten hiervan in kennis en stelt het ingediende voorstel onverwijld aan hen ter beschikking.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		53</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 16 – lid 3 quinquies (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>3 quinquies.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten en de Commissie streven ernaar te goeder trouw nauw samen te werken en regelmatig overleg te plegen bij de vaststelling en beoordeling en alvorens voorstellen voor gebiedsgerichte beheersinstrumenten en noodmaatregelen bij het BBNJ-secretariaat worden ingediend.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		54</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 17 – lid 2</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>2.</NO.P>Belanghebbenden, met inbegrip van staten en mondiale, regionale, subregionale en sectorale organisaties, alsook het maatschappelijk middenveld, de wetenschappelijke gemeenschap, de particuliere sector, inheemse volken en lokale gemeenschappen, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">worden in voorkomend geval geraadpleegd over</STRING></STRING> de ontwikkeling van de in dit hoofdstuk bedoelde voorstellen.</P></OLD><NEW><P><NO.P>2.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten raadplegen in voorkomend geval betrokken</STRING></STRING> belanghebbenden, met inbegrip van staten en mondiale, regionale, subregionale en sectorale organisaties, alsook het maatschappelijk middenveld, de wetenschappelijke gemeenschap, de particuliere sector, inheemse volken en lokale gemeenschappen, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">met het oog op</STRING></STRING> de ontwikkeling van de in dit hoofdstuk bedoelde voorstellen.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		55</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 17 – lid 4 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>4 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten stellen via het BBNJ-uitwisselingsmechanisme informatie beschikbaar over de vaststelling van gebiedsgerichte beheersinstrumenten, met inbegrip van beschermde mariene gebieden.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		56</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 18 – lid 1 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>1 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten kunnen strengere maatregelen vaststellen ten aanzien van hun onderdanen en vaartuigen of met betrekking tot activiteiten die onder hun rechtsmacht of controle vallen, in aanvulling op de maatregelen die in het kader van deel III van de BBNJ-overeenkomst zijn vastgesteld, in overeenstemming met het internationaal recht en ter ondersteuning van de doelstellingen van de overeenkomst.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		57</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 18 – lid 2</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>2.</NO.P>De lidstaten bevorderen, in voorkomend geval, de vaststelling van maatregelen op grond van de relevante rechtsinstrumenten <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en -kaders</STRING></STRING> en relevante mondiale, regionale, subregionale en sectorale organisaties <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">waarvan zij lid zijn,</STRING></STRING> ter ondersteuning van de uitvoering van de besluiten en aanbevelingen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">van</STRING></STRING> de Conferentie van de Partijen uit hoofde van deel III van de BBNJ-overeenkomst.</P></OLD><NEW><P><NO.P>2.</NO.P>De lidstaten <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en de Commissie</STRING></STRING> bevorderen, in voorkomend geval, de vaststelling van maatregelen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en werken, met inachtneming van hun respectieve bevoegdheden, samen</STRING></STRING> op grond van de relevante rechtsinstrumenten<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, kaders</STRING></STRING> en relevante mondiale, regionale, subregionale en sectorale organisaties ter ondersteuning <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en vergemakkelijking</STRING></STRING> van de uitvoering van de besluiten en aanbevelingen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">die zijn vastgesteld door</STRING></STRING> de Conferentie van de Partijen uit hoofde van deel III van de BBNJ-overeenkomst.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		58</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 18 – lid 2 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>2 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten stellen via het BBNJ-uitwisselingsmechanisme informatie beschikbaar over de toepassing van gebiedsgerichte beheersinstrumenten, met inbegrip van beschermde mariene gebieden.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		59</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 18 – lid 2 ter (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>2 ter.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten sporen derde landen die het recht hebben partij bij de BBNJ-overeenkomst te worden, en met name landen waarvan de activiteiten, vaartuigen of onderdanen actief zijn in een gebied dat onder een vastgesteld gebiedsgericht beheersinstrument valt, met inbegrip van een beschermd marien gebied, aan om maatregelen te nemen ter ondersteuning van de besluiten en aanbevelingen van de Conferentie van de Partijen inzake gebiedsgerichte beheersinstrumenten, met inbegrip van beschermde mariene gebieden, die krachtens de BBNJ-overeenkomst zijn ingesteld.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		60</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 18 – lid 2 quater (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>2 quater.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Commissie dient, op basis van de informatie van de lidstaten, halfjaarlijkse verslagen in bij het Europees Parlement over de krachtens deze richtlijn vastgestelde uitvoeringsmaatregelen en over de mondiale ontwikkelingen met betrekking tot de uitvoering van de BBNJ-overeenkomst, met inbegrip van informatie over naleving, handhaving en wetenschappelijk toezicht.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND></AMDLST></TEXT></DECISION></TXTLST></SDOCTA>