<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF2" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2025)0264</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Bepaalde vereisten inzake duurzaamheidsrapportering door ondernemingen en passende zorgvuldigheid in het bedrijfsleven</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0197/2025 - Rapporteur: Jörgen Warborn)</STRING></HIDDEN><TXTLST><DECISION><TI><STRING BOLD="on">Amendementen</STRING><FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">*</STRING>Verwijzingen naar ‘cp’ in de kopjes van goedgekeurde amendementen worden opgevat als het overeenkomstige deel van deze amendementen.</FIELD></FOOTNOTE><STRING BOLD="on"> van het Europees Parlement aangenomen op 13 november 2025 op het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijzing van de Richtlijnen 2006/43/EG, 2013/34/EU, (EU) 2022/2464 en (EU) 2024/1760 wat betreft bepaalde vereisten inzake duurzaamheidsrapportering door ondernemingen en passende zorgvuldigheid in het bedrijfsleven (COM(2025)0081 – C10-0037/2025 – 2025/0045(COD))</STRING><FOOTNOTE><FIELD>De zaak werd voor interinstitutionele onderhandelingen terugverwezen naar de bevoegde commissie op grond van artikel 60, lid 4, vierde alinea, van het Reglement (A10-0197/2025).</FIELD></FOOTNOTE></TI><NOTE>(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)</NOTE><TEXT><DISPOSITIF><ACTLST><ACTION/></ACTLST></DISPOSITIF><AMDLST><HD><HEAD.OLD><STRING ITALIC="on">Door de Commissie voorgestelde tekst</STRING></HEAD.OLD><HEAD.NEW><STRING ITALIC="on">Amendement</STRING></HEAD.NEW></HD><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		1</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 3</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(3)</NO.P>Artikel 26 bis, lid 1, van Richtlijn 2006/43/EG schrijft voor dat lidstaten erop toezien dat wettelijke auditors en auditkantoren de assurance van duurzaamheidsrapportage uitvoeren met inachtneming van de standaarden voor assurance met een beperkte mate van zekerheid die door de Commissie zijn vastgesteld. Artikel 26 bis, lid 3, van die richtlijn schrijft voor dat de Commissie die standaarden tegen 1 oktober 2026 vaststelt. Ondernemingen hebben zich bezorgd getoond over de werkzaamheden van assuranceverleners en hebben aangegeven dat er behoefte was aan flexibiliteit bij het omgaan met specifieke risico’s en kritieke thema’s die in de domeinen van duurzaamheidsassurance worden geconstateerd. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Om </STRING></STRING>de Commissie <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in staat te stellen</STRING></STRING> met die zorgen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">rekening te houden, moet zij meer flexibiliteit krijgen bij het vaststellen</STRING></STRING> van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">die standaarden. Hoe dan ook zal de Commissie tegen 2026 gerichte assurancerichtsnoeren publiceren die</STRING></STRING> de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">vereiste procedures verduidelijken die assuranceverleners moeten toepassen in</STRING></STRING> het <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">kader</STRING></STRING> van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">hun assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid</STRING></STRING>, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">voordat zij de standaarden bij</STRING></STRING> gedelegeerde handeling vaststelt.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(3)</NO.P>Artikel 26 bis, lid 1, van Richtlijn 2006/43/EG schrijft voor dat lidstaten erop toezien dat wettelijke auditors en auditkantoren de assurance van duurzaamheidsrapportage uitvoeren met inachtneming van de standaarden voor assurance met een beperkte mate van zekerheid die door de Commissie zijn vastgesteld. Artikel 26 bis, lid 3, van die richtlijn schrijft voor dat de Commissie die standaarden tegen 1 oktober 2026 vaststelt. Ondernemingen hebben zich bezorgd getoond over de werkzaamheden van assuranceverleners en hebben aangegeven dat er behoefte was aan flexibiliteit bij het omgaan met specifieke risico’s en kritieke thema’s die in de domeinen van duurzaamheidsassurance worden geconstateerd. De Commissie <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">moet naar behoren rekening houden</STRING></STRING> met die zorgen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">bij het werk aan de standaarden voor assurance met een beperkte mate</STRING></STRING> van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zekerheid. Het ontbreken van geharmoniseerde standaarden voor assurance is een van de oorzaken van</STRING></STRING> de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">problemen waarmee ondernemingen worden geconfronteerd, en</STRING></STRING> het <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">is derhalve</STRING></STRING> van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het grootste belang dat de Commissie zo snel mogelijk</STRING></STRING>, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zoals gepland, een passende</STRING></STRING> gedelegeerde handeling vaststelt.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendementen		221 en 279</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 5</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(5)</NO.P>Artikel 19 bis, lid 1, van Richtlijn 2013/34/EU schrijft voor dat grote ondernemingen en kleine en middelgrote ondernemingen (mkb-bedrijven) met tot de handel op een gereglementeerde markt in de EU toegelaten effecten, met uitzondering van micro-ondernemingen, op individueel niveau een duurzaamheidsverslag opstellen en publiceren. Om de rapportagedruk voor ondernemingen te verminderen, moet de verplichting om een duurzaamheidsverslag op individueel niveau op te stellen en te publiceren, worden beperkt tot <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">grote </STRING></STRING>ondernemingen met een gemiddelde van meer dan <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">1 000</STRING></STRING> werknemers over het boekjaar. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Gelet op het feit dat een onderneming als “groot” wordt beschouwd wanneer zij twee van de drie criteria van artikel 3, lid 4, van Richtlijn 2013/34/EU overschrijdt, betekent een en ander dat een onderneming, om aan </STRING></STRING>de rapportageverplichtingen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> onderworpen te zijn, een gemiddelde van meer dan 1 000 werknemers over het boekjaar moet hebben en ofwel een netto-omzet van meer dan 50 miljoen of een balanstotaal van meer dan 25 miljoen EUR</STRING></STRING>.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(5)</NO.P>Artikel 19 bis, lid 1, van Richtlijn 2013/34/EU schrijft voor dat grote ondernemingen en kleine en middelgrote ondernemingen (mkb-bedrijven) met tot de handel op een gereglementeerde markt in de EU toegelaten effecten, met uitzondering van micro-ondernemingen, op individueel niveau een duurzaamheidsverslag opstellen en publiceren. Om de rapportagedruk voor ondernemingen te verminderen, moet de verplichting om een duurzaamheidsverslag op individueel niveau op te stellen en te publiceren, worden beperkt tot ondernemingen met een gemiddelde van meer dan <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">1 750</STRING></STRING> werknemers <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en een netto-omzet van meer dan 450 000 000 EUR</STRING></STRING> over het boekjaar. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De mogelijkheid moet bestaan om uiteindelijke moederondernemingen die participatieondernemingen zijn en die niet betrokken zijn bij beheersactiviteiten, vrij te stellen van </STRING></STRING>de rapportageverplichtingen.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		3</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 6</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(6)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Een evenwicht moet worden gezocht tussen de doelstellingen van datageneratie en het terugdringen van de regeldruk. Duurzaamheidsrapportage, met inbegrip van de in artikel 8 van Verordening (EU) 2020/852 van het Europees Parlement en de Raad</STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"><STRING SUPERSCRIPT="on">9</STRING></STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> bedoelde informatie, van grote ondernemingen met een gemiddelde van meer dan 1 000 werknemers over het boekjaar is onmisbaar voor een goed begrip van de transitie naar een klimaatneutrale economie. In het licht van het evenwicht dat moet worden bereikt tussen de doelstellingen van datageneratie en het terugdringen van de regeldruk, moeten grote ondernemingen die binnen het nieuwe toepassingsbereik van duurzaamheidsrapportage vallen en een netto-omzet van minder dan 450 000 000 EUR over het boekjaar hebben, de mogelijkheid hebben om de in artikel 8 van Verordening (EU) 2020/852 bedoelde informatie flexibeler te rapporteren. De Commissie moet worden gemachtigd om regels vast te stellen tot aanvulling van de rapportageregeling voor die ondernemingen. Met name moet worden verduidelijkt dat de Commissie gemachtigd is om de rapportageregeling te specificeren voor activiteiten die slechts gedeeltelijk op de taxonomie zijn afgestemd.</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Schrappen</STRING></STRING></P></NEW><OLD><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">__________________</STRING></STRING></P></OLD><NEW/><OLD><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"><STRING SUPERSCRIPT="on">9</STRING></STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Verordening (EU) 2020/852 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2020 betreffende de totstandbrenging van een kader ter bevordering van duurzame beleggingen en tot wijziging van Verordening (EU) 2019/2088 (PB L 198 van 22.6.2020, blz. 13, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2020/852/oj).</STRING></STRING></P></OLD><NEW/></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendementen		222 en 280</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 7</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(7)</NO.P>Artikel 1, lid 3, van Richtlijn 2013/34/EU specificeert dat kredietinstellingen en verzekeringsondernemingen die grote ondernemingen zijn of kleine en middelgrote ondernemingen (met uitzondering van micro-ondernemingen) waarvan de effecten tot de handel op een gereglementeerde markt in de EU zijn toegelaten, onderworpen zijn aan de in die richtlijn bepaalde vereisten inzake duurzaamheidsrapportage, ongeacht hun rechtsvorm. Gelet op het feit dat het toepassingsbereik van individuele duurzaamheidsrapportage moet worden beperkt tot <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">grote</STRING></STRING> ondernemingen met een gemiddelde van meer dan <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">1 000</STRING></STRING> werknemers over het boekjaar, moet die beperking van het toepassingsbereik ook gelden voor kredietinstellingen en verzekeringsondernemingen.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(7)</NO.P>Artikel 1, lid 3, van Richtlijn 2013/34/EU specificeert dat kredietinstellingen en verzekeringsondernemingen die grote ondernemingen zijn of kleine en middelgrote ondernemingen (met uitzondering van micro-ondernemingen) waarvan de effecten tot de handel op een gereglementeerde markt in de EU zijn toegelaten, onderworpen zijn aan de in die richtlijn bepaalde vereisten inzake duurzaamheidsrapportage, ongeacht hun rechtsvorm. Gelet op het feit dat het toepassingsbereik van individuele duurzaamheidsrapportage moet worden beperkt tot ondernemingen met een gemiddelde van meer dan <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">1 750</STRING></STRING> werknemers<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en een netto-omzet van meer dan 450 000 000 EUR</STRING></STRING> over het boekjaar, moet die beperking van het toepassingsbereik ook gelden voor kredietinstellingen en verzekeringsondernemingen.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		5</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 7 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>(7 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Omwille van de samenhang met deze richtlijn is het belangrijk dat de wetgeving voor de financiële sector in overeenstemming blijft met de bepalingen ervan. Daarom moet worden nagegaan of vereisten voor de financiële sector op een zodanige manier moeten worden geformuleerd dat ze geen verplichting vormen voor financiële ondernemingen om informatie te verkrijgen van ondernemingen die niet verplicht zijn niet-financiële informatie te publiceren op grond van artikel 19 bis of 29 bis van Richtlijn 2013/34/EU. Ook moet worden nagegaan of sectorspecifieke wetgeving inzake financiële diensten, waaronder gedelegeerde handelingen, richtsnoeren van de ETA’s en de verwachtingen van toezichthouders, moeten worden aangepast met het oog op de inhoud van deze richtlijn.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendementen		223 en 281</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 9</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(9)</NO.P>Artikel 19 bis, lid 3, van Richtlijn 2013/34/EU schrijft voor dat ondernemingen informatie rapporteren over de eigen activiteiten van de onderneming en over haar waardeketen. Het is noodzakelijk om de rapportagedruk terug te dringen voor ondernemingen in de waardeketen die niet over hun duurzaamheid hoeven te rapporteren. De rapporterende onderneming mag, ten behoeve van de rapportage van duurzaamheidsinformatie op individueel of op geconsolideerd niveau, zoals voorgeschreven door Richtlijn 2013/34/EU, en onverminderd Unievereisten om een due-diligenceproces toe te passen, dus niet trachten om van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in of buiten de Unie gevestigde </STRING></STRING>ondernemingen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> in haar waardeketen</STRING></STRING> die over het boekjaar <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">gemiddeld tot 1 000</STRING></STRING> werknemers hebben, informatie te verkrijgen die verder gaat dan de informatie gespecificeerd in de standaarden voor vrijwillig gebruik door ondernemingen die niet over hun duurzaamheid hoeven te rapporteren. De rapporterende onderneming moet <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">echter wel</STRING></STRING> de mogelijkheid hebben om bij dergelijke ondernemingen in haar waardeketen aanvullende duurzaamheidsinformatie op te vragen die doorgaans wordt gedeeld tussen ondernemingen uit de betrokken bedrijfstak. Ondernemingen die overeenkomstig die beperkingen over hun waardeketen rapporteren, moeten worden geacht te voldoen aan hun verplichtingen inzake duurzaamheidsrapportage. Assuranceverleners moeten hun assuranceverklaring opstellen met inachtneming van de verplichting voor ondernemingen om niet te trachten van ondernemingen in hun waardeketen die over het boekjaar gemiddeld tot <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">1 000</STRING></STRING> werknemers hebben, informatie te verkrijgen die verder gaat dan de informatie gespecificeerd in de standaarden voor vrijwillig gebruik door ondernemingen die niet over hun duurzaamheid hoeven te rapporteren. Daartoe moet de Commissie worden gemachtigd om een gedelegeerde handeling vast te stellen met standaarden voor duurzaamheidsrapportage voor vrijwillig gebruik door ondernemingen die niet over hun duurzaamheid hoeven te rapporteren. Die standaarden moeten evenredig zijn aan en relevant voor de capaciteiten en de kenmerken van die ondernemingen en de schaal en complexiteit van hun activiteiten. Die standaarden moeten ook, voor zover mogelijk, de structuur specificeren die voor het weergeven van die informatie moet worden aangehouden.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(9)</NO.P>Artikel 19 bis, lid 3, van Richtlijn 2013/34/EU schrijft voor dat ondernemingen informatie rapporteren over de eigen activiteiten van de onderneming en over haar waardeketen. Het is noodzakelijk om <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">duidelijkheid te verschaffen en </STRING></STRING>de rapportagedruk terug te dringen voor ondernemingen in de waardeketen die niet over hun duurzaamheid hoeven te rapporteren. De rapporterende onderneming mag, ten behoeve van de rapportage van duurzaamheidsinformatie op individueel of op geconsolideerd niveau, zoals voorgeschreven door Richtlijn 2013/34/EU, en onverminderd Unievereisten om een due-diligenceproces toe te passen, dus niet trachten om van ondernemingen die over het boekjaar <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">een gemiddelde van meer dan 1 750</STRING></STRING> werknemers <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en een netto-omzet van meer dan 450 000 000 EUR </STRING></STRING>hebben, informatie te verkrijgen die verder gaat dan de informatie gespecificeerd in de standaarden voor vrijwillig gebruik door ondernemingen die niet over hun duurzaamheid hoeven te rapporteren. De rapporterende onderneming moet <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">een risicogebaseerde benadering hanteren, waarbij prioriteit wordt gegeven aan inspanningen om informatie te verzamelen over effecten met een hoog risico en over duurzaamheidskwesties die vaak in verband worden gebracht met de bedrijfstak van de onderneming, en</STRING></STRING> de mogelijkheid hebben om bij dergelijke ondernemingen in haar waardeketen aanvullende duurzaamheidsinformatie op te vragen die doorgaans wordt gedeeld tussen ondernemingen uit de betrokken bedrijfstak.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Wanneer niet alle noodzakelijke informatie over hun waardeketen beschikbaar is of dergelijke informatie onvolledig of aan juridische beperkingen onderworpen is, moeten de ondernemingen de mogelijkheid hebben om uit te leggen welke inspanningen zij hebben geleverd om de noodzakelijke informatie over hun waardeketen te verkrijgen, waarom die informatie niet kon worden verkregen en welke plannen zij hebben om die informatie in de toekomst te verkrijgen.</STRING></STRING> Ondernemingen die overeenkomstig die beperkingen over hun waardeketen rapporteren, moeten worden geacht te voldoen aan hun verplichtingen inzake duurzaamheidsrapportage. Assuranceverleners moeten hun assuranceverklaring opstellen met inachtneming van de verplichting voor ondernemingen om niet te trachten van ondernemingen in hun waardeketen die over het boekjaar gemiddeld tot <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">1 750</STRING></STRING> werknemers <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en een netto-omzet tot 450 000 000 EUR </STRING></STRING>hebben, informatie te verkrijgen die verder gaat dan de informatie gespecificeerd in de standaarden voor vrijwillig gebruik door ondernemingen die niet over hun duurzaamheid hoeven te rapporteren. Daartoe moet de Commissie worden gemachtigd om een gedelegeerde handeling vast te stellen met standaarden voor duurzaamheidsrapportage voor vrijwillig gebruik door ondernemingen die niet over hun duurzaamheid hoeven te rapporteren. Die standaarden moeten evenredig zijn aan en relevant voor de capaciteiten en de kenmerken van die ondernemingen en de schaal en complexiteit van hun activiteiten. Die standaarden moeten ook, voor zover mogelijk, de structuur specificeren die voor het weergeven van die informatie moet worden aangehouden. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Ondernemingen binnen de waardeketen moeten vrijwillig een model voor de rapportage van duurzaamheidsinformatie kunnen kiezen, zodat ondernemingen die informatie opvragen niet verplicht zijn om de grootteklassen van alle entiteiten in hun waardeketen te beoordelen of in kaart te brengen.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		7</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 9 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>(9 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Totdat de Commissie duurzaamheidsrapporteringsstandaarden voor vrijwillig gebruik vaststelt, kunnen ondernemingen die vrijwillig duurzaamheidsinformatie rapporteren, dit doen overeenkomstig Aanbeveling 2025/4984 van de Commissie, die is gebaseerd op de door EFRAG ontwikkelde vrijwillige norm voor kleine en middelgrote ondernemingen. Omwille van de continuïteit en evenredigheid moeten de duurzaamheidsrapporteringsstandaarden voor vrijwillig gebruik, die door de Commissie bij een gedelegeerde handeling worden vastgesteld, uitgaan van die aanbeveling, evenredig zijn en beantwoorden aan het “denk eerst klein”-beginsel; zij moeten in eenvoudige taal zijn opgesteld en modulair zijn om flexibiliteit en vooruitgang bij openbaarmakingen mogelijk maken. Het doel van deze vrijwillige norm moet zijn ondernemingen te steunen bij: a) het verstrekken van informatie die zal helpen te voorzien in de gegevensbehoeften van ondernemingen die bij hun leveranciers duurzaamheidsinformatie opvragen; b) het verstrekken van informatie die zal helpen te voorzien in de gegevensbehoeften van banken en beleggers, waardoor ondernemingen worden geholpen toegang te krijgen tot financiering; c) het verbeteren van het beheer van de duurzaamheidskwesties waarmee zij worden geconfronteerd, d.w.z. ecologische en sociale uitdagingen zoals vervuiling, gezondheid en veiligheid van werknemers; dit zal hun concurrerende groei ondersteunen en hun veerkracht op korte, middellange en lange termijn vergroten; en d) het bijdragen tot een duurzamere en inclusievere economie.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		8</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 9 ter (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>(9 ter)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Vereisten inzake duurzaamheidsrapportage mogen een onderneming niet verplichten tot de openbaarmaking van informatie over bijvoorbeeld intellectueel kapitaal, intellectuele eigendom, knowhow of de resultaten van innovatie die als bedrijfsgeheimen zoals gedefinieerd in Richtlijn (EU) 2016/943 van het Europees Parlement en de Raad zouden worden aangemerkt. De in deze wijzigingsrichtlijn vastgelegde rapportagevereisten moeten Richtlijn (EU) 2016/943 dan ook onverlet laten.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendementen		224 en 282</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 12</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(12)</NO.P>Artikel 29 bis, lid 1, van Richtlijn 2013/34/EU schrijft voor dat moederondernemingen van grote groepen een duurzaamheidsverslag op geconsolideerd niveau moeten opstellen en publiceren. Om de rapportagedruk op die moederondernemingen terug te dringen, moet het toepassingsbereik van die verplichting worden teruggebracht tot moederondernemingen van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">grote </STRING></STRING>groepen met, op geconsolideerde basis, een gemiddelde van meer dan <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">1 000</STRING></STRING> werknemers over het boekjaar.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(12)</NO.P>Artikel 29 bis, lid 1, van Richtlijn 2013/34/EU schrijft voor dat moederondernemingen van grote groepen een duurzaamheidsverslag op geconsolideerd niveau moeten opstellen en publiceren. Om de rapportagedruk op die moederondernemingen terug te dringen, moet het toepassingsbereik van die verplichting worden teruggebracht tot moederondernemingen van groepen met, op geconsolideerde basis, een gemiddelde van meer dan <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">1 750</STRING></STRING> werknemers<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en een netto-omzet van meer dan 450 000 000 EUR</STRING></STRING> over het boekjaar.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		10</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 12 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>(12 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Richtlijn (EU) 2022/2464 schrijft voor dat ondernemingen die onder het toepassingsgebied ervan vallen, duurzaamheidsinformatie moeten rapporteren overeenkomstig de verplichte Europese standaarden voor duurzaamheidsrapportage (European Sustainability Reporting Standards – ESRS). In juli 2023 heeft de Commissie een eerste reeks ESRS goedgekeurd. Om snel werk te maken van de vereenvoudiging en stroomlijning van duurzaamheidsrapportage moet de Commissie zo spoedig mogelijk, en uiterlijk zes maanden na de inwerkingtreding van deze richtlijn, een gedelegeerde handeling vaststellen ter herziening van de eerste reeks ESRS met het oog op een ingrijpende hervorming van de standaarden door: i) de datapunten te schrappen die het minst belangrijk worden geacht voor de algemene doelstelling van duurzaamheidsrapportering, ii) prioriteit te geven aan kwantitatieve datapunten boven beschrijvende tekst, iii) duidelijke instructies te geven over de wijze waarop het materialiteitsbeginsel moet worden toegepast, zodat ondernemingen alleen informatie van materieel belang moeten rapporteren en het risico wordt verminderd dat verleners van assurancediensten ondernemingen onbedoeld ertoe aanzetten om informatie te rapporteren die niet noodzakelijk is, of om buitensporige middelen in te zetten voor de materialiteitsbeoordeling, iv) de samenhang met andere onderdelen van de EU-wetgeving, waaronder wetgeving inzake financiële diensten, te verbeteren, v) zo veel mogelijk interoperabiliteit met mondiale standaarden voor duurzaamheidsrapportage te waarborgen.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		11</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 12 ter (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>(12 ter)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Om de informatie die wordt geëist van participatieondernemingen die moederondernemingen zijn, nader te verduidelijken, hoeven deze ondernemingen niet te voldoen aan de verplichtingen uit hoofde van deze richtlijn. Om de regeldruk voor ondernemingen te verminderen, moeten moederondernemingen met betrekking tot recent verworven dochterondernemingen die nog niet rapporteren, evenzo van een overgangsperiode van 24 maanden profiteren.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		12</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 13</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(13)</NO.P>Artikel 29 ter, lid 1, derde alinea, van Richtlijn 2013/34/EU machtigt de Commissie om sectorspecifieke rapportagestandaarden vast te stellen door middel van gedelegeerde handelingen, waarbij een eerste reeks van deze standaarden tegen 30 juni 2026 zou worden vastgesteld. Om te vermijden dat het aantal voorgeschreven datapunten dat ondernemingen moeten rapporteren toeneemt, moet die machtiging worden geschrapt.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(13)</NO.P>Artikel 29 ter, lid 1, derde alinea, van Richtlijn 2013/34/EU machtigt de Commissie om sectorspecifieke rapportagestandaarden vast te stellen door middel van gedelegeerde handelingen, waarbij een eerste reeks van deze standaarden tegen 30 juni 2026 zou worden vastgesteld. Om te vermijden dat het aantal voorgeschreven datapunten dat ondernemingen moeten rapporteren toeneemt, moet die machtiging worden geschrapt. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Commissie moet in plaats daarvan vrijwillige sectorspecifieke richtsnoeren publiceren om ondernemingen en auditors te ondersteunen bij de beoordeling van de risico’s, kansen en effecten in specifieke sectoren, teneinde de toepassing van ESRS binnen een bepaalde sector te bevorderen, vast te stellen welke duurzaamheidsvraagstukken waarschijnlijk relevant zijn voor een specifieke sector en de rapportagedruk te verminderen. Die richtsnoeren moeten gebaseerd zijn op overleg met de relevante belanghebbenden.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendementen		225 en 283</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 14</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(14)</NO.P>Artikel 29 ter, lid 4, van Richtlijn 2013/34/EU schrijft voor dat standaarden inzake duurzaamheidsrapportage geen rapportage mogen specificeren die ondernemingen verplicht om van kleine en middelgrote ondernemingen in hun waardeketen informatie te verkrijgen die verder gaat dan de informatie die moet worden gerapporteerd krachtens de standaarden inzake duurzaamheidsrapportage voor kleine en middelgrote ondernemingen waarvan de effecten tot de handel op een gereglementeerde markt in de EU zijn toegelaten. Gelet op het feit dat kleine en middelgrote ondernemingen waarvan de effecten tot de handel op een gereglementeerde markt in de EU zijn toegelaten, moeten worden uitgesloten van duurzaamheidsrapportage, en om de rapportagedruk te verminderen voor ondernemingen in de waardeketen die niet over hun duurzaamheid hoeven te rapporteren, mogen de standaarden inzake duurzaamheidsrapportage geen rapportage specificeren die ondernemingen verplicht om van ondernemingen in hun waardeketen die over het boekjaar gemiddeld tot <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">1 000</STRING></STRING> werknemers hebben, informatie te verkrijgen die verder gaat dan de informatie die moet worden gerapporteerd krachtens de standaarden voor duurzaamheidsrapportage voor vrijwillig gebruik door ondernemingen die niet over hun duurzaamheid hoeven te rapporteren.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(14)</NO.P>Artikel 29 ter, lid 4, van Richtlijn 2013/34/EU schrijft voor dat standaarden inzake duurzaamheidsrapportage geen rapportage mogen specificeren die ondernemingen verplicht om van kleine en middelgrote ondernemingen in hun waardeketen informatie te verkrijgen die verder gaat dan de informatie die moet worden gerapporteerd krachtens de standaarden inzake duurzaamheidsrapportage voor kleine en middelgrote ondernemingen waarvan de effecten tot de handel op een gereglementeerde markt in de EU zijn toegelaten. Gelet op het feit dat kleine en middelgrote ondernemingen waarvan de effecten tot de handel op een gereglementeerde markt in de EU zijn toegelaten, moeten worden uitgesloten van duurzaamheidsrapportage, en om de rapportagedruk te verminderen voor ondernemingen in de waardeketen die niet over hun duurzaamheid hoeven te rapporteren, mogen de standaarden inzake duurzaamheidsrapportage geen rapportage specificeren die ondernemingen verplicht om van ondernemingen in hun waardeketen die over het boekjaar gemiddeld tot <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">1 750</STRING></STRING> werknemers<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en een netto-omzet tot 450 000 000 EUR</STRING></STRING> hebben, informatie te verkrijgen die verder gaat dan de informatie die moet worden gerapporteerd krachtens de standaarden voor duurzaamheidsrapportage voor vrijwillig gebruik door ondernemingen die niet over hun duurzaamheid hoeven te rapporteren.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		15</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 15</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(15)</NO.P>Artikel 29 quinquies van Richtlijn 2013/34/EU schrijft voor dat ondernemingen die moeten voldoen aan de vereisten van artikel 19 bis en 29 bis van die richtlijn, hun bestuursverslag, of geconsolideerde bestuursverslag, in voorkomend geval, opstellen in het in artikel 3 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/815<STRING SUPERSCRIPT="on">11</STRING> van de Commissie gespecificeerde elektronisch verslagleggingsformaat en hun duurzaamheidsrapportage van markup (tagging) voorzien, met inbegrip van de in artikel 8 van Verordening (EU) 2020/852 van het Europees Parlement en de Raad<STRING SUPERSCRIPT="on">12</STRING> bedoelde rapportage, overeenkomstig het in die gedelegeerde verordening te specificeren elektronische verslagleggingsformaat. Om ondernemingen duidelijkheid te verschaffen, moet worden gespecificeerd dat, in afwachting dat markupregels worden vastgesteld bij middel van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">een</STRING></STRING> gedelegeerde verordening, ondernemingen niet verplicht mogen worden hun duurzaamheidsrapportage van markup te voorzien.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(15)</NO.P>Artikel 29 quinquies van Richtlijn 2013/34/EU schrijft voor dat ondernemingen die moeten voldoen aan de vereisten van artikel 19 bis en 29 bis van die richtlijn, hun bestuursverslag, of geconsolideerde bestuursverslag, in voorkomend geval, opstellen in het in artikel 3 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/815<STRING SUPERSCRIPT="on">11</STRING> van de Commissie gespecificeerde elektronisch verslagleggingsformaat en hun duurzaamheidsrapportage van markup (tagging) voorzien, met inbegrip van de in artikel 8 van Verordening (EU) 2020/852 van het Europees Parlement en de Raad<STRING SUPERSCRIPT="on">12</STRING> bedoelde rapportage, overeenkomstig het in die gedelegeerde verordening te specificeren elektronische verslagleggingsformaat. Om ondernemingen duidelijkheid te verschaffen, moet worden gespecificeerd dat, in afwachting dat markupregels <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">voor duurzaamheidsrapportage </STRING></STRING>worden vastgesteld door middel van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">die</STRING></STRING> gedelegeerde verordening, ondernemingen niet verplicht mogen worden hun duurzaamheidsrapportage van markup te voorzien.</P></NEW><OLD><P>__________________</P></OLD><NEW><P>__________________</P></NEW><OLD><P><STRING SUPERSCRIPT="on">11</STRING> Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/815 van de Commissie van 17 december 2018 tot aanvulling van Richtlijn 2004/109/EG van het Europees Parlement en de Raad met technische reguleringsnormen voor de specificatie van een uniform elektronisch verslagleggingsformaat (PB L 143 van 29.5.2019, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2019/815/oj).</P></OLD><NEW><P><STRING SUPERSCRIPT="on">11</STRING> Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/815 van de Commissie van 17 december 2018 tot aanvulling van Richtlijn 2004/109/EG van het Europees Parlement en de Raad met technische reguleringsnormen voor de specificatie van een uniform elektronisch verslagleggingsformaat (PB L 143 van 29.5.2019, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2019/815/oj).</P></NEW><OLD><P><STRING SUPERSCRIPT="on">12</STRING> Verordening (EU) 2020/852 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2020 betreffende de totstandbrenging van een kader ter bevordering van duurzame beleggingen en tot wijziging van Verordening (EU) 2019/2088 (PB L 198 van 22.6.2020, blz. 13, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2020/852/oj).</P></OLD><NEW><P><STRING SUPERSCRIPT="on">12</STRING> Verordening (EU) 2020/852 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2020 betreffende de totstandbrenging van een kader ter bevordering van duurzame beleggingen en tot wijziging van Verordening (EU) 2019/2088 (PB L 198 van 22.6.2020, blz. 13, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2020/852/oj).</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		16</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 16</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(16)</NO.P>Artikel 33, lid 1, van Richtlijn 2013/34/EU specificeert dat de leden van de bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen van een onderneming collectief de verantwoordelijkheid hebben ervoor te zorgen dat <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">een reeks</STRING></STRING> documenten worden opgesteld en gepubliceerd overeenkomstig de eisen van die richtlijn. Om ondernemingen de nodige flexibiliteit te bieden en hun rapportagedruk te verminderen, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">moet worden gespecificeerd</STRING></STRING> dat de collectieve verantwoordelijkheid van de leden van de bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen van een onderneming voor de inachtneming van de vereisten van artikel 29 quinquies van die richtlijn wat betreft de digitalisering van het bestuursverslag beperkt blijft tot de publicatie ervan in het uniform elektronische formaat, met inbegrip van de markup van de daarin vervatte duurzaamheidsrapportage.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(16)</NO.P>Artikel 33, lid 1, van Richtlijn 2013/34/EU specificeert dat de leden van de bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen van een onderneming collectief de verantwoordelijkheid hebben ervoor te zorgen dat <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">bepaalde</STRING></STRING> documenten worden opgesteld en gepubliceerd overeenkomstig de eisen van die richtlijn. Om ondernemingen de nodige flexibiliteit te bieden en hun rapportagedruk te verminderen, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">kunnen lidstaten erin voorzien</STRING></STRING> dat de collectieve verantwoordelijkheid van de leden van de bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen van een onderneming voor de inachtneming van de vereisten van artikel 29 quinquies van die richtlijn wat betreft de digitalisering van het bestuursverslag beperkt blijft tot de publicatie ervan in het uniform elektronische formaat, met inbegrip van de markup van de daarin vervatte duurzaamheidsrapportage.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		17</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 17</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(17)</NO.P>Krachtens artikel 40 bis, lid 1, vierde en vijfde alinea, van Richtlijn 2013/34/EU moet een dochteronderneming in de Unie van een onderneming uit een derde land die in de Unie een netto-omzet van meer dan 150 miljoen EUR genereert, of, bij gebreke van dit soort dochteronderneming, een bijkantoor in de Unie dat in de Unie een netto-omzet van meer dan 40 miljoen EUR genereert, op het groepsniveau van de moederonderneming uit het derde land duurzaamheidsinformatie publiceren en toegankelijk maken. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Om te komen tot nauwere afstemming op de criteria die worden gebruikt om te bepalen welke ondernemingen onder Richtlijn (EU) 2024/1760 vallen, moet de netto-omzetdrempel voor de onderneming uit een derde land worden opgetrokken van 150 000 000 EUR naar 450 000 000.</STRING></STRING> Ter wille van de coherentie en de vermindering van de lasten, moet de grootte van een onderneming en bijkantoor die dient om te bepalen of deze onder artikel 40 bis vallen, worden bijgesteld. De grootte van een dochteronderneming <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">moet die</STRING></STRING> van een <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">grote onderneming zijn, terwijl de netto-omzetcriteria voor</STRING></STRING> een <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">bijkantoor moeten worden opgetrokken van 40 000 000 EUR naar 50 000 000 EUR, zodat deze worden afgestemd op de netto-omzetdrempel voor grote ondernemingen</STRING></STRING>.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(17)</NO.P>Krachtens artikel 40 bis, lid 1, vierde en vijfde alinea, van Richtlijn 2013/34/EU moet een dochteronderneming in de Unie van een onderneming uit een derde land die in de Unie een netto-omzet van meer dan 150 miljoen EUR genereert, of, bij gebreke van dit soort dochteronderneming, een bijkantoor in de Unie dat in de Unie een netto-omzet van meer dan 40 miljoen EUR genereert, op het groepsniveau van de moederonderneming uit het derde land duurzaamheidsinformatie publiceren en toegankelijk maken. Ter wille van de coherentie en de vermindering van de lasten<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, en teneinde een gelijk speelveld te waarborgen</STRING></STRING>, moet de grootte van een onderneming en bijkantoor die dient om te bepalen of deze onder artikel 40 bis vallen, worden bijgesteld. De grootte van een dochteronderneming <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en</STRING></STRING> van een <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">bijkantoor moet worden vastgesteld op</STRING></STRING> een <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">netto-omzet van meer dan 450 000 000 EUR</STRING></STRING>.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendementen		226 en 284</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 18</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(18)</NO.P>Artikel 5, lid 2, eerste alinea, van Richtlijn (EU) 2022/2464 specificeert vanaf welke datums de lidstaten de in Richtlijn 2013/34/EU bepaalde vereisten inzake duurzaamheidsrapportage moeten toepassen, waarbij die datums verschillen afhankelijk van de grootte van de betrokken onderneming. Gelet op het feit dat de reikwijdte van de vereisten inzake individuele duurzaamheidsrapportage moet worden beperkt zodat deze alleen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">grote </STRING></STRING>ondernemingen met gemiddeld meer dan <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">1 000</STRING></STRING> werknemers over het boekjaar omvat, en het feit dat de reikwijdte van de vereisten inzake geconsolideerde duurzaamheidsrapportage dienovereenkomstig moet worden beperkt, moeten de criteria voor het bepalen van de toepassingsdatums worden bijgesteld, en moet de vermelding van kleine en middelgrote ondernemingen waarvan de effecten tot de handel op een gereglementeerde markt in de EU zijn toegelaten, worden geschrapt.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(18)</NO.P>Artikel 5, lid 2, eerste alinea, van Richtlijn (EU) 2022/2464 specificeert vanaf welke datums de lidstaten de in Richtlijn 2013/34/EU bepaalde vereisten inzake duurzaamheidsrapportage moeten toepassen, waarbij die datums verschillen afhankelijk van de grootte van de betrokken onderneming. Gelet op het feit dat de reikwijdte van de vereisten inzake individuele duurzaamheidsrapportage moet worden beperkt zodat deze alleen ondernemingen met gemiddeld meer dan <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">1 750</STRING></STRING> werknemers<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en een netto-omzet van meer dan 450 000 000 EUR</STRING></STRING> over het boekjaar omvat, en het feit dat de reikwijdte van de vereisten inzake geconsolideerde duurzaamheidsrapportage dienovereenkomstig moet worden beperkt, moeten de criteria voor het bepalen van de toepassingsdatums worden bijgesteld, en moet de vermelding van kleine en middelgrote ondernemingen waarvan de effecten tot de handel op een gereglementeerde markt in de EU zijn toegelaten, worden geschrapt.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendementen		227 en 285</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 19</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(19)</NO.P>Artikel 5, lid 2, derde alinea, van Richtlijn (EU) 2022/2464 specificeert vanaf welke datums de lidstaten de in Richtlijn 2004/109/EU bepaalde vereisten inzake duurzaamheidsrapportage moeten toepassen, waarbij die datums verschillen afhankelijk van de grootte van de betrokken emittent. Gelet op het feit dat de reikwijdte van de vereisten inzake individuele duurzaamheidsrapportage moet worden beperkt zodat deze alleen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">grote </STRING></STRING>ondernemingen met gemiddeld meer dan <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">1 000</STRING></STRING> werknemers over het boekjaar omvat, en het feit dat de reikwijdte van de vereisten inzake geconsolideerde duurzaamheidsrapportage dienovereenkomstig moet worden beperkt, moeten de criteria voor het bepalen van de toepassingsdatums worden bijgesteld, en moet de vermelding van kleine en middelgrote ondernemingen worden geschrapt.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(19)</NO.P>Artikel 5, lid 2, derde alinea, van Richtlijn (EU) 2022/2464 specificeert vanaf welke datums de lidstaten de in Richtlijn 2004/109/EU bepaalde vereisten inzake duurzaamheidsrapportage moeten toepassen, waarbij die datums verschillen afhankelijk van de grootte van de betrokken emittent. Gelet op het feit dat de reikwijdte van de vereisten inzake individuele duurzaamheidsrapportage moet worden beperkt zodat deze alleen ondernemingen met gemiddeld meer dan <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">1 750</STRING></STRING> werknemers<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en een netto-omzet van meer dan 450 000 000 EUR</STRING></STRING> over het boekjaar omvat, en het feit dat de reikwijdte van de vereisten inzake geconsolideerde duurzaamheidsrapportage dienovereenkomstig moet worden beperkt, moeten de criteria voor het bepalen van de toepassingsdatums worden bijgesteld, en moet de vermelding van kleine en middelgrote ondernemingen worden geschrapt.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		20</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 20</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(20)</NO.P>Artikel 4, lid 1, van Richtlijn (EU) 2024/1760 verbiedt lidstaten om op het gebied dat onder de richtlijn valt, in hun nationale recht bepalingen op te nemen waarin due-diligenceverplichtingen op het gebied van mensenrechten en milieu worden vastgelegd die afwijken van die van artikel 8, leden 1 en 2, en artikel 10, lid 1, van die richtlijn. Om te voorkomen dat lidstaten verder gaan dan die richtlijn en om te vermijden dat een gecompartimenteerd regelgevingslandschap tot stand komt dat resulteert in rechtsonzekerheid en nodeloze lasten, moeten de bepalingen van Richtlijn (EU) 2024/1760 inzake volledige harmonisatie worden uitgebreid met aanvullende bepalingen die de kernaspecten van het due-diligenceproces regelen. Dat omvat met name de identificatieplicht, de verplichtingen om negatieve effecten die zijn geconstateerd of hadden moeten worden geconstateerd, aan te pakken, de verplichtingen om in bepaalde gevallen stakeholders te betrekken en de verplichting om te voorzien in een klachten- en meldingsmechanisme. Tegelijk moeten de lidstaten de mogelijkheid krijgen om <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">strengere of specifiekere bepalingen</STRING></STRING> in te voeren <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">over andere aspecten</STRING></STRING>, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">onder meer om risico’s tegen te gaan die opduiken bij nieuwe producten</STRING></STRING> of <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">diensten</STRING></STRING>.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(20)</NO.P>Artikel 4, lid 1, van Richtlijn (EU) 2024/1760 verbiedt lidstaten om op het gebied dat onder de richtlijn valt, in hun nationale recht bepalingen op te nemen waarin due-diligenceverplichtingen op het gebied van mensenrechten en milieu worden vastgelegd die afwijken van die van artikel 8, leden 1 en 2, en artikel 10, lid 1, van die richtlijn. Om te voorkomen dat lidstaten verder gaan dan die richtlijn en om te vermijden dat een gecompartimenteerd regelgevingslandschap tot stand komt dat resulteert in rechtsonzekerheid en nodeloze lasten, moeten de bepalingen van Richtlijn (EU) 2024/1760 inzake volledige harmonisatie worden uitgebreid met aanvullende bepalingen die de kernaspecten van het due-diligenceproces regelen. Dat omvat met name de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">due-diligencebepalingen op groepsniveau, </STRING></STRING>identificatieplicht, de verplichtingen om negatieve effecten die zijn geconstateerd of hadden moeten worden geconstateerd, aan te pakken<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, prioritering</STRING></STRING>, de verplichtingen om in bepaalde gevallen stakeholders te betrekken en de verplichting om te voorzien in een klachten- en meldingsmechanisme. Tegelijk moeten de lidstaten de mogelijkheid<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> blijven</STRING></STRING> krijgen om <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">bepalingen van nationaal recht</STRING></STRING> in te voeren <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of te handhaven die specifieke negatieve effecten of specifieke activiteitensectoren, specifieke producten of diensten regelen</STRING></STRING>, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">teneinde een ander niveau van bescherming van mensen-, arbeids- en sociale rechten, het milieu</STRING></STRING> of <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het klimaat te bereiken</STRING></STRING>.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		21</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 21</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(21)</NO.P>Artikel 5 van Richtlijn (EU) 2024/1760 verplicht lidstaten om erop toe te zien dat grote ondernemingen vanaf een bepaalde grootte risicogebaseerde due diligence uitvoeren voor mensenrechten en milieu. Om de lasten te verminderen voor ondernemingen die aan deze verplichting moeten voldoen, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">moet de vereiste due diligence – in de regel – beperkt blijven tot</STRING></STRING> de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">eigen activiteiten van de onderneming, die van haar dochterondernemingen</STRING></STRING> en <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">die van haar directe zakelijke partners (“tier 1”). Bijgevolg moet</STRING></STRING>, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in het geval van zakelijke relaties</STRING></STRING>, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">van ondernemingen worden verlangd dat zij, na het in kaart brengen van hun activiteitenketens, alleen voor hun directe</STRING></STRING> zakelijke <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">partners diepgaande beoordelingen uitvoeren. Ondernemingen moeten evenwel verder kijken dan hun directe zakelijke relaties wanneer zij over plausibele informatie beschikken die wijst op een negatief effect op</STRING></STRING> het niveau van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">een indirecte zakelijke partner. </STRING></STRING>Met <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“plausibele informatie” wordt informatie met een objectief karakter bedoeld aan de hand waarvan de onderneming kan concluderen dat er een redelijke mate van waarschijnlijkheid is dat die informatie waar is</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Dit kan het geval zijn wanneer de betrokken onderneming</STRING></STRING> een <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">klacht heeft ontvangen of in het bezit is van informatie – door bijvoorbeeld geloofwaardige berichten</STRING></STRING> in <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de media of van ngo’s, meldingen van recente incidenten, of via recurrente problemen op bepaalde locaties – over waarschijnlijke of daadwerkelijke schadelijke activiteiten</STRING></STRING> op <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het niveau</STRING></STRING> van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">een indirecte zakelijke partner. Wanneer</STRING></STRING> de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">onderneming over dit soort informatie beschikt, moet zij een diepgaande beoordeling uitvoeren.</STRING></STRING> Ondernemingen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">moeten ook diepgaande beoordelingen uitvoeren voor</STRING></STRING> negatieve effecten <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">die </STRING></STRING>zich <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">op een niveau onder dat van hun directe zakelijke partner</STRING></STRING> voordoen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, wanneer er voor de structuur van deze zakelijke relatie geen economische argumenten zijn</STRING></STRING> en deze <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">structuur erop wijst dat zij is gekozen zodat een leverancier met schadelijke activiteiten die anders een directe leverancier zou</STRING></STRING> zijn, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">buiten de verantwoordelijkheid van de onderneming zou vallen. Wanneer de diepgaande</STRING></STRING> beoordeling <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de waarschijnlijkheid of het bestaan van het negatieve effect bevestigt</STRING></STRING>, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">moet dat effect geacht worden te zijn geconstateerd. Daarnaast moet ondernemingen trachten ervoor te zorgen dat hun gedragscode – die onderdeel is van hun due-diligencebeleid en de verwachtingen formuleert ten aanzien van de vraag hoe mensenrechten (met inbegrip</STRING></STRING> van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">arbeidsrechten)</STRING></STRING> en <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het milieu worden beschermd bij de bedrijfsactiviteiten – wordt gevolgd doorheen de hele activiteitenketen overeenkomstig “contractual cascading” en overeenkomstig de vereisten voor steun voor kleine en middelgrote ondernemingen</STRING></STRING>.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(21)</NO.P>Artikel 5 van Richtlijn (EU) 2024/1760 verplicht lidstaten om erop toe te zien dat grote ondernemingen vanaf een bepaalde grootte risicogebaseerde due diligence uitvoeren voor mensenrechten en milieu. Om de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">doeltreffendheid te waarborgen, de </STRING></STRING>lasten te verminderen voor ondernemingen die aan deze verplichting moeten voldoen, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en ervoor te zorgen dat hun middelen doelgericht worden gebruikt, moet er bij</STRING></STRING> de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">vereiste due diligence</STRING></STRING> en <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de getroffen maatregelen rekening worden gehouden met relevante risicofactoren</STRING></STRING>, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">waaronder risicofactoren op ondernemingsniveau</STRING></STRING>, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zoals de vraag of de</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zakenpartner geen onderneming is die onder deze richtlijn valt, risicofactoren met betrekking tot zakelijke activiteiten, geografische en contextuele risicofactoren, zoals</STRING></STRING> het niveau van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de rechtshandhaving</STRING></STRING> met <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">betrekking tot het soort negatieve effecten, risicofactoren aangaande producten en diensten, en sectorale risicofactoren</STRING></STRING>. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Ondernemingen moeten</STRING></STRING> een <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">afbakening vaststellen om algemene gebieden</STRING></STRING> in <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">kaart te brengen waar negatieve effecten naar verwachting het meest zullen optreden en het ernstigst zullen zijn. </STRING></STRING>Op <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">basis</STRING></STRING> van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de resultaten van</STRING></STRING> de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">afbakening moeten</STRING></STRING> ondernemingen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">uitsluitend op gebieden waar</STRING></STRING> negatieve effecten zich <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het meest waarschijnlijk zullen</STRING></STRING> voordoen en deze <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het ernstigst zullen</STRING></STRING> zijn, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">een verdere</STRING></STRING> beoordeling <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">uitvoeren</STRING></STRING>, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">indien ze op basis</STRING></STRING> van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">relevante</STRING></STRING> en <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">verifieerbare informatie redenen hebben om aan te nemen dat er zich negatieve effecten hebben voorgedaan of kunnen voordoen</STRING></STRING>.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		22</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 22</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(22)</NO.P>Om het “doorsijpeleffect” naar kleine en middelgrote ondernemingen en<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> naar</STRING></STRING> kleine midcaps te beperken wanneer het gaat om het <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">karteren</STRING></STRING> van de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">waardeketen</STRING></STRING> om negatieve effecten in beeld te brengen, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">moeten grote</STRING></STRING> ondernemingen hun <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">informatieverzoeken beperken tot de</STRING></STRING> informatie <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">gespecificeerd in</STRING></STRING> de in <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">artikel 29 bis van Richtlijn 2013/34/EU bedoelde standaarden voor vrijwillig gebruik, tenzij zij aanvullende</STRING></STRING> informatie <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">nodig hebben</STRING></STRING> om <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">die kartering</STRING></STRING> te <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">kunnen uitvoeren en zij</STRING></STRING> die informatie niet <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">op een</STRING></STRING> andere <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">redelijke wijze kunnen</STRING></STRING> verkrijgen.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(22)</NO.P>Om het “doorsijpeleffect” naar <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">andere ondernemingen, waaronder </STRING></STRING>kleine en middelgrote ondernemingen en kleine midcaps<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">,</STRING></STRING> te beperken wanneer het gaat om het <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">afbakenen van de reikwijdte</STRING></STRING> van de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">activiteitenketen</STRING></STRING> om negatieve effecten in beeld te brengen, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">mogen</STRING></STRING> ondernemingen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> die onder het toepassingsgebied vallen geen informatie trachten te verkrijgen van</STRING></STRING> hun <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zakenpartners, maar mogen zij zich alleen beroepen op informatie die al redelijkerwijs beschikbaar is, zoals algemeen bekende informatie, informatie uit zoekopdrachten en informatie die is vergaard na eerdere samenwerking. Informatie op het niveau van de entiteit en communicatie met zakenpartners zijn in dit stadium niet relevant. Het mag alleen onder bepaalde voorwaarden mogelijk zijn dergelijke informatie in te winnen voor verdere beoordelingen. In dergelijke gevallen moet het alleen mogelijk zijn</STRING></STRING> om <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">informatie in</STRING></STRING> te <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">winnen bij zakenpartners wanneer volgens een risicogebaseerde benadering dergelijke informatie noodzakelijk is omdat er aanwijzingen zijn van mogelijk negatieve effecten van zakenpartners met minder dan 5 000 werknemers en</STRING></STRING> die <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">aanvullende </STRING></STRING>informatie niet <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">redelijkerwijs met</STRING></STRING> andere <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">middelen kan worden verkregen, met name niet uit bestaande of secundaire bronnen. In ieder geval moet elk verzoek doelgericht, redelijk en evenredig zijn. Teneinde de naleving voor ondernemingen en de relevante zakenpartners te vergemakkelijken, moet het mogelijk zijn om de noodzakelijke informatie individueel of gezamenlijk te</STRING></STRING> verkrijgen.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		23</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 22 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>(22 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">In overeenstemming met de doelstelling om prioriteit te geven aan de meest negatieve en waarschijnlijke effecten, moeten ondernemingen aanzienlijke flexibiliteit krijgen om te beslissen welke risico’s zij als eerste aanpakken op basis van de ernst en de waarschijnlijkheid van een negatief effect. Een dergelijke beslissing moet gebaseerd zijn op de gradatie, reikwijdte of onomkeerbaarheid van het negatieve effect, rekening houdend met de ernst van het effect. Zodra de ernstigste en waarschijnlijkste negatieve effecten binnen een redelijke termijn zijn verholpen, moeten de ondernemingen minder ernstige en minder waarschijnlijke negatieve effecten aanpakken. Ondernemingen mogen echter niet worden gestraft voor mogelijke schade die voortvloeit uit minder belangrijke negatieve effecten die nog niet zijn aangepakt volgens de prioritering overeenkomstig deze beginselen.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		24</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 23</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(23)</NO.P>Ondernemingen kunnen zich in situaties bevinden waarin hun productie sterk afhankelijk is van inputs van een of meer specifieke leveranciers. Tegelijkertijd is het zo dat een onderneming, wanneer aan de bedrijfsactiviteiten van dit soort leverancier ernstige negatieve effecten verbonden zijn (met inbegrip van kinderarbeid of aanzienlijke milieuschade) en de onderneming zonder succes alle due-diligencemaatregelen heeft uitgeput om deze effecten tegen te gaan, als uiterste maatregel de zakelijke relatie moet opschorten terwijl zij met die leverancier aan een oplossing werkt, zo mogelijk door deze opschorting als extra drukkingsmiddel te gebruiken.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(23)</NO.P>Ondernemingen kunnen zich in situaties bevinden waarin hun productie sterk afhankelijk is van inputs van een of meer specifieke leveranciers. Tegelijkertijd is het zo dat een onderneming, wanneer aan de bedrijfsactiviteiten van dit soort leverancier ernstige negatieve effecten verbonden zijn (met inbegrip van kinderarbeid of aanzienlijke milieuschade) en de onderneming zonder succes alle due-diligencemaatregelen heeft uitgeput om deze effecten tegen te gaan, als uiterste maatregel de zakelijke relatie <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">tijdelijk </STRING></STRING>moet opschorten terwijl zij met die leverancier aan een oplossing werkt, zo mogelijk door deze opschorting als extra drukkingsmiddel te gebruiken. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De onderneming moet, in overleg met desbetreffende belanghebbenden, nagaan of een dergelijke opschorting niet tot aanzienlijke schade voor de onderneming leidt, onder meer wanneer cruciale zakenpartners grondstoffen, producten of diensten leveren die essentieel zijn voor de bedrijfsactiviteiten van de onderneming en waarvoor er geen alternatieven zijn. Aanzienlijke schade moet worden opgevat als een negatief en significant effect op de juridische, financiële of economische situatie of de productiecapaciteit van de onderneming, ook op lange termijn, zoals een effect dat insolventie dreigt te veroorzaken. Teneinde de doelstellingen van deze richtlijn niet te ondermijnen, moet het besluit om de zakelijke relatie niet op te schorten, onderworpen zijn aan voorwaarden, waaronder rapportage aan de bevoegde toezichthoudende autoriteit over de naar behoren gemotiveerde redenen voor dat besluit. Ondernemingen moeten ook beoordelen of redelijkerwijs kan worden verwacht dat de negatieve effecten die voortvloeien uit een opschorting duidelijk ernstiger zijn dan het negatieve effect dat niet kon worden voorkomen of afdoende beperkt. Indien dat het geval is, moet het voor de onderneming niet verplicht zijn om de zakelijke relatie op te schorten, en moet zij het recht hebben om aan de bevoegde toezichthoudende autoriteit verslag uit te brengen over de naar behoren gemotiveerde redenen voor dat besluit.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		26</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 25</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(25)</NO.P>Om de regeldruk voor ondernemingen te verminderen, moet de termijn voor de Commissie om algemene due-diligencerichtsnoeren vast te stellen, worden vervroegd naar 26 juli 2026. Parallel hiermee moet de toepassingsdatum van Richtlijn (EU) 2024/1760 voor de eerste groep ondernemingen, overeenkomstig Richtlijn (EU) XXX/XXX<STRING SUPERSCRIPT="on">13</STRING>, worden uitgesteld naar 26 juli 2028. Die periode van twee jaar moet ondernemingen voldoende tijd geven om bij het nemen van due-diligencemaatregelen rekening te houden met de praktische houvast en goede praktijken uit de richtsnoeren van de Commissie.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(25)</NO.P>Om de regeldruk voor ondernemingen te verminderen, moet de termijn voor de Commissie om algemene due-diligencerichtsnoeren vast te stellen, worden vervroegd naar 26 juli 2026. Parallel hiermee moet de toepassingsdatum van Richtlijn (EU) 2024/1760 voor de eerste groep ondernemingen, overeenkomstig Richtlijn (EU) XXX/XXX<STRING SUPERSCRIPT="on">13</STRING>, worden uitgesteld naar 26 juli 2028. Die periode van twee jaar moet ondernemingen voldoende tijd geven om bij het nemen van due-diligencemaatregelen rekening te houden met de praktische houvast en goede praktijken uit de richtsnoeren van de Commissie.</P></NEW><OLD><P>__________________</P></OLD><NEW><P>__________________</P></NEW><OLD><P><STRING SUPERSCRIPT="on">13</STRING> Richtlijn (EU) 2025/XX van ….</P></OLD><NEW><P><STRING SUPERSCRIPT="on">13</STRING> Richtlijn (EU) 2025/XX van ….</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendementen		228 en 287</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 26</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(26)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Om </STRING></STRING>Richtlijn (EU) 2024/1760<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> beter af te stemmen op de regeling </STRING></STRING>inzake <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">duurzaamheidsrapportage van Richtlijn (EU) 2022/2464, moet het vereiste om</STRING></STRING> het transitieplan voor <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">klimaatmitigatie ten uitvoer te leggen, worden vervangen door een verduidelijking dat de verplichting</STRING></STRING> voor ondernemingen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">om een transitieplan vast te stellen ook – geplande en genomen – uitvoeringsmaatregelen omvat</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> De verplichting om het plan en de oorspronkelijke en geactualiseerde uitwerking ervan vast te stellen, blijft onderworpen aan administratief toezicht</STRING></STRING>.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(26)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De bepalingen van </STRING></STRING>Richtlijn (EU) 2024/1760 inzake het transitieplan voor <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de klimaatverandering werden onevenredig geacht, met name vanwege de administratieve last</STRING></STRING> voor ondernemingen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en bevoegde autoriteiten, en kunnen leiden tot rechtsonzekerheid</STRING></STRING>. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Die bepalingen moeten worden ingetrokken om de verplichtingen te stroomlijnen en een gerichtere en doeltreffendere uitvoering van die richtlijn te ondersteunen.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		28</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 27</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(27)</NO.P>Artikel 27, lid 1, van Richtlijn (EU) 2024/1760 schrijft voor dat lidstaten sancties vaststellen die “doeltreffend, evenredig en afschrikkend” moeten zijn. Artikel 27, lid 2, van die richtlijn schrijft voor dat lidstaten, bij de beslissing over het al dan niet opleggen van sancties en zo ja, bij het bepalen van de aard en het passende niveau ervan, naar behoren rekening moet houden met een reeks factoren die de ernst van de inbreuk bepalen en met verzachtende of verzwarende omstandigheden. Artikel 27, lid 4, van die richtlijn schrijft voor dat lidstaten opgelegde geldboeten baseren op de wereldwijde netto-omzet van de betrokken ondernemingen. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Aangezien lidstaten echter al de in artikel 27</STRING></STRING>, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">lid 2, van die richtlijn bepaalde reeks factoren in aanmerking moeten nemen, is de noodzaak om geldboeten op</STRING></STRING> de wereldwijde netto-omzet van de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">betrokken ondernemingen te baseren</STRING></STRING>, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">overbodig. Om evenwel een gelijk speelveld in de hele Unie te borgen</STRING></STRING>, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">moet het lidstaten worden verboden om in hun nationale wetgeving voor aan onder hun jurisdictie vallende ondernemingen op te leggen geldboeten een plafond of maximum op te nemen</STRING></STRING> dat <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">toezichthoudende autoriteiten zou beletten om geldboeten</STRING></STRING> op te leggen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> overeenkomstig de in artikel 27, lid 2, bepaalde factoren</STRING></STRING>. Voorts moet de Commissie, om handhavingspraktijken binnen de Unie te harmoniseren, in samenwerking met de lidstaten, richtsnoeren uitwerken die toezichthoudende autoriteiten helpen bij het bepalen van de hoogte van geldboeten.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(27)</NO.P>Artikel 27, lid 1, van Richtlijn (EU) 2024/1760 schrijft voor dat lidstaten sancties vaststellen die “doeltreffend, evenredig en afschrikkend” moeten zijn. Artikel 27, lid 2, van die richtlijn schrijft voor dat lidstaten, bij de beslissing over het al dan niet opleggen van sancties en zo ja, bij het bepalen van de aard en het passende niveau ervan, naar behoren rekening moet houden met een reeks factoren die de ernst van de inbreuk bepalen en met verzachtende of verzwarende omstandigheden. Artikel 27, lid 4, van die richtlijn schrijft voor dat lidstaten opgelegde geldboeten baseren op de wereldwijde netto-omzet van de betrokken ondernemingen. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Om evenredige sancties te waarborgen</STRING></STRING>, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">moeten de lidstaten ervoor zorgen dat de maximumgrens voor geldboeten wordt vastgesteld op 5 % van</STRING></STRING> de wereldwijde netto-omzet van de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">onderneming of</STRING></STRING>, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">voor ondernemingen die vallen onder artikel 2</STRING></STRING>, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">lid 1, punt b), en lid 2, punt b), op 5 % van de geconsolideerde wereldwijde omzet van de uiteindelijke moederonderneming, in het boekjaar voorafgaand aan</STRING></STRING> dat <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">van het besluit om de geldboete</STRING></STRING> op te leggen. Voorts moet de Commissie, om handhavingspraktijken binnen de Unie te harmoniseren, in samenwerking met de lidstaten, richtsnoeren uitwerken die toezichthoudende autoriteiten helpen bij het bepalen van de<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> passende</STRING></STRING> hoogte van geldboeten.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		29</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 29 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>(29 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Om de naleving door ondernemingen van de rapportage- en zorgvuldigheidsverplichtingen uit hoofde van het Unierecht te vergemakkelijken en de toegankelijkheid en bruikbaarheid van duurzaamheidsgerelateerde informatie te verbeteren, moet de Commissie een specifiek digitaal rapportageportaal opzetten. Dat portaal moet fungeren als één loket, dat ondernemingen gratis op maat gesneden toegang biedt tot templates, richtsnoeren, rapportagevereisten, met inbegrip van vrijwillige instrumenten, en informatie over financierings- en aanbestedingsmogelijkheden. Om de doeltreffende werking van het portaal te waarborgen, moet de Commissie de interoperabiliteit van bestaande gegevensplatforms bevorderen zodat gegevens naadloos kunnen worden doorgegeven, uitgewisseld en geanalyseerd, en moet zij zorgen voor complementariteit met het Europees centraal toegangspunt. Bovendien, en gezien de snelle technologische ontwikkelingen, moet de Commissie het potentieel van technologische oplossingen beoordelen, waaronder het gebruik van betrouwbare artificiële intelligentie overeenkomstig Verordening (EU) 2024/1689 van het Europees Parlement en de Raad</STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"><STRING SUPERSCRIPT="on">1</STRING></STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> om de digitalisering van de rapportage te ondersteunen en de kwaliteit en toegankelijkheid van gegevens met betrekking tot duurzaamheid te verbeteren.</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P>__________________</P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"><STRING SUPERSCRIPT="on">1 </STRING></STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Verordening (EU) 2024/1689 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 tot vaststelling van geharmoniseerde regels betreffende artificiële intelligentie en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 300/2008, (EU) nr. 167/2013, (EU) nr. 168/2013, (EU) 2018/858, (EU) 2018/1139 en (EU) 2019/2144 en de Richtlijnen 2014/90/EU, (EU) 2016/797 en (EU) 2020/1828 (verordening artificiële intelligentie) (PB L, 2024/1689, 12.7.2024).</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		30</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 1 – alinea 1 – punt 1</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Richtlijn 2006/43/EG</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 26 bis – lid 3 – alinea 1</STRING></STI.AMD><OLD><P>De Commissie <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">wordt gemachtigd om</STRING></STRING> in aanvulling op deze richtlijn overeenkomstig artikel 48 bis gedelegeerde handelingen vast<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> te stellen</STRING></STRING> teneinde te voorzien in beperkte-assurancestandaarden die de procedures bepalen die de auditor of auditors en het auditkantoor of de auditkantoren moeten uitvoeren om zijn of haar of hun conclusies te trekken over de assurance van duurzaamheidsrapportering, met inbegrip van opdrachtplanning, risicobeoordeling en respons op risico’s, en van het soort conclusies die in de assuranceverklaring over de duurzaamheidsrapportering of, waar van toepassing, in de controleverklaring moeten worden opgenomen.</P></OLD><NEW><P>De Commissie <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">stelt, uiterlijk op 1 oktober 2026,</STRING></STRING> in aanvulling op deze richtlijn overeenkomstig artikel 48 bis gedelegeerde handelingen vast teneinde te voorzien in beperkte-assurancestandaarden die de procedures bepalen die de auditor of auditors en het auditkantoor of de auditkantoren moeten uitvoeren om zijn of haar of hun conclusies te trekken over de assurance van duurzaamheidsrapportering, met inbegrip van opdrachtplanning, risicobeoordeling en respons op risico’s, en van het soort conclusies die in de assuranceverklaring over de duurzaamheidsrapportering of, waar van toepassing, in de controleverklaring moeten worden opgenomen.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		31</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 1 – alinea 1 – punt 1</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Richtlijn 2006/43/EG</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 26 bis – lid 3 – alinea 2 – inleidende formule</STRING></STI.AMD><OLD><P>De Commissie <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">kan</STRING></STRING> de in de eerste alinea bedoelde assurancestandaarden <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">enkel goedkeuren wanneer</STRING></STRING> die standaarden:</P></OLD><NEW><P>De Commissie <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">keurt</STRING></STRING> de in de eerste alinea bedoelde assurancestandaarden <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">goed na advies te hebben ingewonnen bij EFRAG, waarbij zij ervoor zorgt dat</STRING></STRING> die standaarden:</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendementen		230 en 289</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 2 – alinea 1 – punt 1 – a</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Richtlijn 2013/34/EU</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 1 – lid 3 – alinea 1 – inleidende formule</STRING></STI.AMD><OLD><P>De in de artikelen 19 bis, 19 ter, 29 bis, 29 bis bis, 29 quinquies, 30 en 33, artikel 34, lid 1, tweede alinea, punt a bis), artikel 34, leden 2 en 3, en artikel 51 van deze richtlijn voorgeschreven coördinatiemaatregelen zijn ook van toepassing op de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten die betrekking hebben op de volgende ondernemingen, ongeacht hun rechtsvorm, op voorwaarde dat <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het daarbij grote</STRING></STRING> ondernemingen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> betreft die</STRING></STRING>, op hun balansdatum, het gemiddelde aantal van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">1 000</STRING></STRING> werknemers over het boekjaar overschrijden:</P></OLD><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“</STRING></STRING>De in de artikelen 19 bis, 19 ter, 29 bis, 29 bis bis, 29 quinquies, 30 en 33, artikel 34, lid 1, tweede alinea, punt a bis), artikel 34, leden 2 en 3, en artikel 51 van deze richtlijn voorgeschreven coördinatiemaatregelen zijn ook van toepassing op de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten die betrekking hebben op de volgende ondernemingen, ongeacht hun rechtsvorm, op voorwaarde dat <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">die</STRING></STRING> ondernemingen, op hun balansdatum, het gemiddelde aantal van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">1 750</STRING></STRING> werknemers <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en een netto-omzet van 450 000 000 EUR </STRING></STRING>over het boekjaar overschrijden:<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">”;</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendementen		231 en 290</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 2 – alinea 1 – punt 1 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Richtlijn 2013/34/EU</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 19 – lid 1 – alinea 4</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>1 bis)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">In artikel 19, lid 1, wordt de vierde alinea vervangen door:</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“Ondernemingen die, op hun balansdatum, het gemiddelde aantal van 1 750 werknemers en een netto-omzet van 450 000 000 EUR over het boekjaar overschrijden, rapporteren over de essentiële immateriële middelen en lichten toe hoe het bedrijfsmodel van de onderneming fundamenteel afhankelijk is van die middelen en hoe die middelen een bron voor de waardecreatie van de onderneming zijn.”;</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendementen		232 en 291</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 2 – alinea 1 – punt 2 – a</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Richtlijn 2013/34/EU</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 19 bis – lid 1 – alinea 1</STRING></STI.AMD><OLD><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Grote </STRING></STRING>ondernemingen die, op hun balansdatum, het gemiddelde aantal van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">1 000 </STRING></STRING>werknemers over het boekjaar overschrijden, nemen in hun bestuursverslag informatie op die nodig is om inzicht te krijgen in de effecten van de onderneming op duurzaamheidskwesties, alsmede informatie die nodig is om te begrijpen hoe duurzaamheidskwesties van invloed zijn op de ontwikkeling, de prestaties en de positie van de onderneming.</P></OLD><NEW><P>Ondernemingen die, op hun balansdatum, het gemiddelde aantal van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">1 750 </STRING></STRING>werknemers <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en een netto-omzet van 450 000 000 EUR</STRING></STRING> over het boekjaar overschrijden, nemen in hun bestuursverslag informatie op die nodig is om inzicht te krijgen in de effecten van de onderneming op duurzaamheidskwesties, alsmede informatie die nodig is om te begrijpen hoe duurzaamheidskwesties van invloed zijn op de ontwikkeling, de prestaties en de positie van de onderneming.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		35</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 2 – alinea 1 – punt 2 – a bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Richtlijn 2013/34/EU</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 19 bis – lid 1 – alinea 2 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>a bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">aan lid 1 wordt de volgende alinea toegevoegd:</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“Ondernemingen die een participatieonderneming zijn zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 15), worden vrijgesteld van de uitvoering van de verplichtingen uit hoofde van deze richtlijn.”;</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendementen		233 en 292</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 2 – alinea 1 – punt 2 – b – i</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Richtlijn 2013/34/EU</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 19 bis – lid 3 – alinea 1</STRING></STI.AMD><OLD><P>De in de leden 1 en 2 bedoelde informatie bevat, in voorkomend geval, informatie over de eigen activiteiten en over de waardeketen van de onderneming, met inbegrip van haar producten en diensten, haar zakelijke betrekkingen en haar toeleveringsketen. De lidstaten zorgen ervoor dat, ten behoeve van de rapportering van duurzaamheidsinformatie zoals vereist door deze richtlijn, ondernemingen niet trachten om van ondernemingen in hun waardeketen die, op hun balansdatum, het gemiddelde aantal van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">1 000 </STRING></STRING>werknemers over het boekjaar niet overschrijden, informatie te verkrijgen die verder gaat dan de informatie gespecificeerd in de in artikel 29 quater bis bedoelde standaarden voor vrijwillig gebruik, met uitzondering van aanvullende duurzaamheidsinformatie die doorgaans wordt gedeeld tussen ondernemingen uit de betrokken bedrijfstak. Ondernemingen die de noodzakelijke informatie over hun waardeketen rapporteren zonder van ondernemingen in hun waardeketen die, op hun balansdatum, het gemiddelde aantal van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">1 000 </STRING></STRING>werknemers over het boekjaar niet overschrijden, informatie te rapporteren die verder gaat dan de informatie gespecificeerd in de in artikel 29 quater bis bedoelde standaarden voor vrijwillig gebruik, met uitzondering van aanvullende duurzaamheidsinformatie die doorgaans wordt gedeeld tussen ondernemingen uit de betrokken bedrijfstak, worden geacht te hebben voldaan aan de in dit lid beschreven verplichting om informatie over de waardeketen te rapporteren.</P></OLD><NEW><P>De in de leden 1 en 2 bedoelde informatie bevat, in voorkomend geval, informatie over de eigen activiteiten en over de waardeketen van de onderneming, met inbegrip van haar producten en diensten, haar zakelijke betrekkingen en haar toeleveringsketen. De lidstaten zorgen ervoor dat, ten behoeve van de rapportering van duurzaamheidsinformatie zoals vereist door deze richtlijn, ondernemingen niet trachten om van ondernemingen in hun waardeketen die, op hun balansdatum, het gemiddelde aantal van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">1 750 </STRING></STRING>werknemers <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en een netto-omzet van 450 000 000 EUR</STRING></STRING> over het boekjaar niet overschrijden, informatie te verkrijgen die verder gaat dan de informatie gespecificeerd in de in artikel 29 quater bis bedoelde standaarden voor vrijwillig gebruik, met uitzondering van aanvullende duurzaamheidsinformatie die doorgaans wordt gedeeld tussen ondernemingen uit de betrokken bedrijfstak. Ondernemingen die de noodzakelijke informatie over hun waardeketen rapporteren zonder van ondernemingen in hun waardeketen die, op hun balansdatum, het gemiddelde aantal van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">1 750 </STRING></STRING>werknemers <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en een netto-omzet van 450 000 000 EUR</STRING></STRING> over het boekjaar niet overschrijden, informatie te rapporteren die verder gaat dan de informatie gespecificeerd in de in artikel 29 quater bis bedoelde standaarden voor vrijwillig gebruik, met uitzondering van aanvullende duurzaamheidsinformatie die doorgaans wordt gedeeld tussen ondernemingen uit de betrokken bedrijfstak, worden geacht te hebben voldaan aan de in dit lid beschreven verplichting om informatie over de waardeketen te rapporteren.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendementen		37 en 256</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 2 – alinea 1 – punt 2 – b – i bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Richtlijn 2013/34/EU</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 19 bis – lid 3 – alinea 2</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>i bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de tweede alinea wordt vervangen door:</STRING></STRING></P></NEW><OLD><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Gedurende de eerste drie jaar van de toepassing van de door de lidstaten overeenkomstig artikel 5, lid 2, van Richtlijn (EU) 2022/2464 van het Europees Parlement en de Raad</STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING SUPERSCRIPT="on">13</STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> vast te stellen maatregelen en indien niet alle</STRING></STRING> nodige informatie over <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">haar</STRING></STRING> waardeketen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">beschikbaar is</STRING></STRING>, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">legt</STRING></STRING> de onderneming <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">uit welke inspanningen zijn geleverd om</STRING></STRING> de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">informatie over haar waardeketen te verkrijgen, waarom niet alle nodige</STRING></STRING> informatie kon worden verkregen en <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">welke plannen zij heeft om in</STRING></STRING> de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">toekomst</STRING></STRING> de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">nodige</STRING></STRING> informatie <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">te verkrijgen</STRING></STRING>.</P></OLD><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“Indien niet alle nodige informatie over haar waardeketen beschikbaar is, legt</STRING></STRING> de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">onderneming uit welke inspanningen zijn geleverd om</STRING></STRING> de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">informatie over haar waardeketen te verkrijgen</STRING></STRING>, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">waarom niet alle nodige informatie kon worden verkregen en welke plannen zij heeft om in de toekomst de</STRING></STRING> nodige informatie <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">te verkrijgen.”;</STRING></STRING></P></NEW><OLD><P><NO.P>(13)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Richtlijn (EU) 2022/2464 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 537/2014, Richtlijn 2004/109/EG, Richtlijn 2006/43/EG en Richtlijn 2013/34/EU, met betrekking tot duurzaamheidsrapportering door ondernemingen (PB L 322 van 16.12.2022, blz. 15, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2022/2464/oj).</STRING></STRING></P></OLD><NEW/></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		38</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 2 – alinea 1 – punt 2 – b – ii</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Richtlijn 2013/34/EU</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 19 bis – lid 3 – alinea 4 bis</STRING></STI.AMD><OLD><P>“De eerste alinea doet geen afbreuk aan de vereisten van de Unie voor ondernemingen om een passende zorgvuldigheidsprocedure uit te voeren.”;</P></OLD><NEW><P>“De eerste alinea doet geen afbreuk aan <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">informatieverzoeken die zijn gedaan voor andere doeleinden dan </STRING></STRING>de<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> rapportering van duurzaamheidsinformatie zoals vereist door deze richtlijn, met inbegrip van</STRING></STRING> vereisten van de Unie voor ondernemingen om een passende zorgvuldigheidsprocedure uit te voeren.”;</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		39</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 2 – alinea 1 – punt 2 – b bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Richtlijn 2013/34/EU</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 19 bis – lid 4 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>b bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het volgende lid wordt ingevoegd:</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“4 bis.	De rapporteringsverplichtingen in dit artikel doen geen afbreuk aan Richtlijn (EU) 2016/943 van het Europees Parlement en de Raad. Derhalve zijn ondernemingen niet verplicht om informatie over intellectueel kapitaal, intellectuele eigendom of kennis, bedrijfsinformatie of technologische informatie die handelsgeheimen zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 1), van Richtlijn (EU) 2016/943 vormen te verschaffen.”;</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		40</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 2 – alinea 1 – punt 2 – c bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Richtlijn 2013/34/EU</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 19 bis – lid 10</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>c bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">lid 10 wordt vervangen door:</STRING></STRING></P></NEW><OLD><P>“10.	De bij lid 9 verleende vrijstelling is ook van toepassing op organisaties van openbaar belang voor wie de vereisten van dit artikel gelden<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, met uitzondering van grote ondernemingen die organisaties van openbaar belang zijn zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 1), a), van deze richtlijn</STRING></STRING>.”;</P></OLD><NEW><P>“10.	De bij lid 9 verleende vrijstelling is ook van toepassing op organisaties van openbaar belang voor wie de vereisten van dit artikel gelden.”;</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendementen		134 en 41</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 2 – alinea 1 – punt 3</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Richtlijn 2013/34/EU</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 19 ter</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>3)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het volgende artikel 19 ter wordt ingevoegd:</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Schrappen</STRING></STRING></P></NEW><OLD><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">[...]</STRING></STRING></P></OLD><NEW/></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendementen		234 en 294</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 2 – alinea 1 – punt 4 – a</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Richtlijn 2013/34/EU</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 29 bis – lid 1 – alinea 1</STRING></STI.AMD><OLD><P>Moederondernemingen van een <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">grote</STRING></STRING> groep die, op zijn balansdatum het gemiddelde aantal van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">1 000</STRING></STRING> werknemers, op geconsolideerde basis, over het financiële jaar overschrijdt, nemen in het geconsolideerde bestuursverslag informatie op die nodig is om inzicht te krijgen in de effecten van de groep op duurzaamheidskwesties, alsmede informatie die nodig is om te begrijpen hoe duurzaamheidskwesties van invloed zijn op de ontwikkeling, de prestaties en de positie van de groep.</P></OLD><NEW><P>Moederondernemingen van een groep die op zijn balansdatum het gemiddelde aantal van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">1 750</STRING></STRING> werknemers <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en een netto-omzet van 450 000 000 EUR</STRING></STRING>, op geconsolideerde basis, over het financiële jaar overschrijdt, nemen in het geconsolideerde bestuursverslag informatie op die nodig is om inzicht te krijgen in de effecten van de groep op duurzaamheidskwesties, alsmede informatie die nodig is om te begrijpen hoe duurzaamheidskwesties van invloed zijn op de ontwikkeling, de prestaties en de positie van de groep.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		43</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 2 – alinea 1 – punt 4 – a bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Richtlijn 2013/34/EU</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 29 bis – lid 1 – alinea 1 bis en 1 ter (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>a bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in lid 1 worden de volgende alinea’s toegevoegd:</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“Moederondernemingen die een participatieonderneming zijn zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 15), worden vrijgesteld van de uitvoering van de verplichtingen uit hoofde van dit artikel.</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">In het geval van recente overnames van dochterondernemingen die niet onderworpen zijn aan de verplichting tot rapportering van informatie als bedoeld in de eerste alinea, zal de moederonderneming een overgangsperiode van 24 maanden krijgen voordat zij informatie over haar nieuwe dochteronderneming moet opnemen in haar geconsolideerde duurzaamheidsverslag.”;</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendementen		235 en 294</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 2 – alinea 1 – punt 4 – b – i</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Richtlijn 2013/34/EU</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 29 bis – lid 3 – alinea 1</STRING></STI.AMD><OLD><P>De in de leden 1 en 2 bedoelde informatie bevat, in voorkomend geval, informatie over de eigen activiteiten en over de waardeketen van de groep, met inbegrip van zijn producten en diensten, zijn zakelijke betrekkingen en zijn toeleveringsketen. De lidstaten zorgen ervoor dat, ten behoeve van de rapportering van duurzaamheidsinformatie zoals vereist door deze richtlijn, ondernemingen niet trachten om van ondernemingen in hun waardeketen die, op hun balansdatum, het gemiddelde aantal van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">1 000</STRING></STRING> werknemers over het boekjaar niet overschrijden, informatie te verkrijgen die verder gaat dan de informatie gespecificeerd in de in artikel 29 quater bis bedoelde standaarden voor vrijwillig gebruik, met uitzondering van aanvullende duurzaamheidsinformatie die doorgaans wordt gedeeld tussen ondernemingen uit de betrokken bedrijfstak. Ondernemingen die de noodzakelijke informatie over hun waardeketen rapporteren zonder van ondernemingen in hun waardeketen die, op hun balansdatum, het gemiddelde aantal van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">1 000 </STRING></STRING>werknemers over het boekjaar niet overschrijden, informatie te rapporteren die verder gaat dan de informatie gespecificeerd in de in artikel 29 quater bis bedoelde standaarden voor vrijwillig gebruik, met uitzondering van aanvullende duurzaamheidsinformatie die doorgaans wordt gedeeld tussen ondernemingen uit de betrokken bedrijfstak, worden geacht te hebben voldaan aan de in dit lid beschreven verplichting om informatie over de waardeketen te rapporteren.</P></OLD><NEW><P>De in de leden 1 en 2 bedoelde informatie bevat, in voorkomend geval, informatie over de eigen activiteiten en over de waardeketen van de groep, met inbegrip van zijn producten en diensten, zijn zakelijke betrekkingen en zijn toeleveringsketen. De lidstaten zorgen ervoor dat, ten behoeve van de rapportering van duurzaamheidsinformatie zoals vereist door deze richtlijn, ondernemingen niet trachten om van ondernemingen in hun waardeketen die, op hun balansdatum, het gemiddelde aantal van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">1 750</STRING></STRING> werknemers<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en een netto-omzet van 450 000 000 EUR</STRING></STRING> over het boekjaar niet overschrijden, informatie te verkrijgen die verder gaat dan de informatie gespecificeerd in de in artikel<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> </STRING></STRING>29 quater bis bedoelde standaarden voor vrijwillig gebruik, met uitzondering van aanvullende duurzaamheidsinformatie die doorgaans wordt gedeeld tussen ondernemingen uit de betrokken bedrijfstak. Ondernemingen die de noodzakelijke informatie over hun waardeketen rapporteren zonder van ondernemingen in hun waardeketen die, op hun balansdatum, het gemiddelde aantal van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">1 750 </STRING></STRING>werknemers <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en een netto-omzet van 450 000 000 EUR</STRING></STRING> over het boekjaar niet overschrijden, informatie te rapporteren die verder gaat dan de informatie gespecificeerd in de in artikel 29 quater bis bedoelde standaarden voor vrijwillig gebruik, met uitzondering van aanvullende duurzaamheidsinformatie die doorgaans wordt gedeeld tussen ondernemingen uit de betrokken bedrijfstak, worden geacht te hebben voldaan aan de in dit lid beschreven verplichting om informatie over de waardeketen te rapporteren.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		45</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 2 – alinea 1 – punt 4 – b – i bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Richtlijn 2013/34/EU</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 29 bis – lid 3 – alinea 2</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>i bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de tweede alinea wordt vervangen door:</STRING></STRING></P></NEW><OLD><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“Gedurende de eerste drie jaar van de toepassing van de door de lidstaten overeenkomstig artikel 5, lid 2, van Richtlijn (EU) 2022/2464 vast te stellen maatregelen en indien</STRING></STRING> niet alle nodige informatie over haar waardeketen beschikbaar is, legt de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">moederonderneming</STRING></STRING> uit welke inspanningen zijn geleverd om de nodige informatie over haar waardeketen te verkrijgen, waarom niet alle nodige informatie kon worden verkregen en welke plannen zij heeft om in de toekomst alle nodige informatie te verkrijgen.”;</P></OLD><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“Indien</STRING></STRING> niet alle nodige informatie over haar waardeketen beschikbaar is, legt de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">onderneming</STRING></STRING> uit welke inspanningen zijn geleverd om de nodige informatie over haar waardeketen te verkrijgen, waarom niet alle nodige informatie kon worden verkregen en welke plannen zij heeft om in de toekomst alle nodige informatie te verkrijgen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">.</STRING></STRING>”;</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		46</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 2 – alinea 1 – punt 4 – b – ii</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Richtlijn 2013/34/EU</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 29 bis – lid 3 – alinea 4 bis</STRING></STI.AMD><OLD><P>“De eerste alinea doet geen afbreuk aan de vereisten van de Unie voor ondernemingen om een passende zorgvuldigheidsprocedure uit te voeren.”;</P></OLD><NEW><P>“De eerste alinea doet geen afbreuk aan <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">informatieverzoeken die zijn gedaan voor andere doeleinden dan </STRING></STRING>de<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> rapportering van duurzaamheidsinformatie zoals vereist door deze richtlijn, met inbegrip van</STRING></STRING> vereisten van de Unie voor ondernemingen om een passende zorgvuldigheidsprocedure uit te voeren.”;</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		47</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 2 – alinea 1 – punt 4 – b bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Richtlijn 2013/34/EU</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 29 bis – lid 3 – alinea 5 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>b bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De volgende alinea wordt toegevoegd:</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“5 bis.	De rapporteringsverplichtingen in dit artikel doen geen afbreuk aan Richtlijn (EU) 2016/943. Derhalve zijn ondernemingen niet verplicht om informatie over intellectueel kapitaal, intellectuele eigendom of kennis, bedrijfsinformatie of technologische informatie die handelsgeheimen zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 1), van Richtlijn (EU) 2016/943 vormen te verschaffen.”;</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		48</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 2 – alinea 1 – punt 4 – b ter (nieuw)</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Richtlijn 2013/34/EU</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 29 bis – lid 8 – alinea 1</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>b ter)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in lid 8 wordt de eerste alinea vervangen door:</STRING></STRING></P></NEW><OLD><P>“Op voorwaarde dat aan de in de tweede alinea van dit lid bepaalde vereisten is voldaan, is een moederonderneming die tevens een dochteronderneming is, vrijgesteld van de in de leden 1 tot en met 5 van dit artikel bepaalde verplichtingen (de “vrijgestelde moederonderneming”) als een dergelijke moederonderneming en haar dochterondernemingen opgenomen zijn in het overeenkomstig artikel 29 en dit artikel opgestelde geconsolideerde bestuursverslag van een andere onderneming. Een moederonderneming die een dochteronderneming is van een in een derde land gevestigde moederonderneming wordt eveneens vrijgesteld van de in de leden 1 tot en met 5 van dit artikel bepaalde verplichtingen indien een dergelijke onderneming en haar dochterondernemingen zijn opgenomen in de geconsolideerde duurzaamheidsrapportering van die in een derde land gevestigde moederonderneming en indien die geconsolideerde duurzaamheidsrapportering is uitgevoerd overeenkomstig de in artikel 29 ter vastgestelde duurzaamheidsrapporteringsstandaarden of op een wijze die gelijkwaardig is aan die duurzaamheidsrapporteringsstandaarden, zoals bepaald overeenkomstig een op grond van artikel 23, lid 4, derde alinea, van Richtlijn 2004/109/EG vastgestelde uitvoeringshandeling inzake de gelijkwaardigheid van duurzaamheidsrapporteringsstandaarden.</P></OLD><NEW><P>“Op voorwaarde dat aan de in de tweede alinea van dit lid bepaalde vereisten is voldaan, is een moederonderneming die tevens een dochteronderneming is, vrijgesteld van de in de leden 1 tot en met 5 van dit artikel bepaalde verplichtingen (de “vrijgestelde moederonderneming”) als een dergelijke moederonderneming en haar dochterondernemingen opgenomen zijn in het overeenkomstig artikel 29 en dit artikel opgestelde geconsolideerde bestuursverslag van een andere onderneming. Een moederonderneming die een dochteronderneming is van een in een derde land gevestigde moederonderneming wordt eveneens vrijgesteld van de in de leden 1 tot en met 5 van dit artikel bepaalde verplichtingen indien<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">:</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>i)</NO.P>een dergelijke onderneming en haar dochterondernemingen zijn opgenomen in de geconsolideerde duurzaamheidsrapportering van die in een derde land gevestigde moederonderneming en indien die geconsolideerde duurzaamheidsrapportering is uitgevoerd overeenkomstig de in artikel 29 ter vastgestelde duurzaamheidsrapporteringsstandaarden of op een wijze die gelijkwaardig is aan die duurzaamheidsrapporteringsstandaarden, zoals bepaald overeenkomstig een op grond van artikel 23, lid 4, derde alinea, van Richtlijn 2004/109/EG vastgestelde uitvoeringshandeling inzake de gelijkwaardigheid van duurzaamheidsrapporteringsstandaarden;</P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>ii)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de moederonderneming een participatieonderneming is overeenkomstig artikel 2, punt 15, welke geen dochterondernemingen in de Unie heeft met een economische activiteit.”;</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		49</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 2 – alinea 1 – punt 4 – b quater (nieuw)</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Richtlijn 2013/34/EU</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 29 bis – lid 9</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>b quater)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">lid 9 wordt vervangen door:</STRING></STRING></P></NEW><OLD><P>“9.	De bij lid 8 verleende vrijstelling is ook van toepassing op organisaties van openbaar belang voor wie de vereisten van dit artikel gelden<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, met uitzondering van grote ondernemingen die organisaties van openbaar belang zijn zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 1), a), van deze richtlijn</STRING></STRING>.”;</P></OLD><NEW><P>“9.	De bij lid 8 verleende vrijstelling is ook van toepassing op organisaties van openbaar belang voor wie de vereisten van dit artikel gelden.”;</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendementen		50 en 138</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 2 – alinea 1 – punt 5</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Richtlijn 2013/34/EU</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 29 bis bis</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>5)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het volgende artikel 29 bis bis wordt ingevoegd:</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Schrappen</STRING></STRING></P></NEW><OLD><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">[...]</STRING></STRING></P></OLD><NEW/></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		51</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 2 – alinea 1 – punt 6 – -a</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Richtlijn 2013/34/EU</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 29 ter – lid 1 – alinea 2 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>-a)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in lid 1 wordt na de tweede alinea de volgende alinea ingevoegd:</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“Na raadpleging van relevante belanghebbenden ontwikkelt de Commissie vrijwillige sectorspecifieke richtsnoeren om ondernemingen in dezelfde sector te helpen bij het uitvoeren van hun materialiteitsbeoordeling. Deze richtsnoeren bieden ondersteuning op maat voor het in kaart brengen en vermelden van voor de sector relevante duurzaamheidseffecten, -risico’s en ‑kansen, waarbij consistentie en vergelijkbaarheid tussen ondernemingen die in dezelfde sector actief zijn, wordt gewaarborgd.”;</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		52</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 2 – alinea 1 – punt 6 – a</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Richtlijn 2013/34/EU</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 29 ter – lid 1</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>a)</NO.P>in lid 1 worden de derde en <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">vierde</STRING></STRING> alinea geschrapt;</P></OLD><NEW><P><NO.P>a)</NO.P>in lid 1 worden de derde<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, de vierde</STRING></STRING> en <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de zesde</STRING></STRING> alinea geschrapt;</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		53</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 2 – alinea 1 – punt 6 – a bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Richtlijn 2013/34/EU</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 29 ter – lid 2 – alinea 1</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>a bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in lid 2 wordt de eerste alinea vervangen door:</STRING></STRING></P></NEW><OLD><P>De duurzaamheidsrapporteringsstandaarden waarborgen de kwaliteit van de gerapporteerde informatie doordat erin wordt voorgeschreven dat de informatie begrijpelijk, relevant, verifieerbaar en vergelijkbaar moet zijn, en op een getrouwe wijze moet worden weergegeven. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Onevenredige administratieve lasten voor ondernemingen worden vermeden, onder meer doordat in </STRING></STRING>de duurzaamheidsrapporteringsstandaarden<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> zoveel mogelijk rekening wordt gehouden met het werk van wereldwijde initiatieven voor de vaststelling van duurzaamheidsrapporteringsstandaarden, zoals vereist op grond van lid 5, punt a).</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P>De duurzaamheidsrapporteringsstandaarden waarborgen de kwaliteit van de gerapporteerde informatie doordat erin wordt voorgeschreven dat de informatie <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">eenvoudig, toegankelijk, gestroomlijnd, </STRING></STRING>begrijpelijk<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, evenredig</STRING></STRING>, relevant, verifieerbaar en vergelijkbaar moet zijn, en op een getrouwe wijze moet worden weergegeven. De duurzaamheidsrapporteringsstandaarden<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">:</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>a)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zijn voor zover mogelijk kwantitatief;</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>b)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">vermijden dubbele rapportering en overlappingen met verplichtingen die voortvloeien uit andere wetgevingsinstrumenten;</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>c)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">vermijden onevenredige administratieve en financiële lasten voor ondernemingen; en﻿</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>d)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">waarborgen zoveel mogelijk de interoperabiliteit met internationaal erkende standaarden die zijn bepaald door wereldwijde initiatieven voor de vaststelling van duurzaamheidsrapporteringsstandaarden, zoals vereist op grond van lid 5, punt a).”;</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendementen		236, 295 en 296</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 2 – alinea 1 – punt 6 – b</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Richtlijn 2013/34/EU</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 29 – lid 4 – alinea 1</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>b)</NO.P>in lid 4, eerste alinea, wordt de laatste zin vervangen door:</P><P>“Duurzaamheidsrapporteringsstandaarden specificeren geen informatieverschaffing waarvoor ondernemingen van ondernemingen in hun waardeketen die, op hun balansdatum, het gemiddelde aantal van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">1 000</STRING></STRING> werknemers over het boekjaar niet overschrijden, informatie zouden moeten verkrijgen die verder gaat dan de informatie die op grond van de in artikel 29 quater bis bedoelde duurzaamheidsrapporteringsstandaarden openbaar moet worden gemaakt.”</P></OLD><NEW><P><NO.P>b)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in lid 4 wordt de eerste alinea vervangen door:</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“Bij de duurzaamheidsrapporteringsstandaarden wordt rekening gehouden met de moeilijkheden, waaronder juridische beperkingen die voortvloeien uit deze richtlijn, die ondernemingen kunnen ondervinden bij het verzamelen van informatie van actoren in hun gehele waardeketen, met name van actoren die niet onderworpen zijn aan de in artikel 19 bis of artikel 29 bis vastgelegde duurzaamheidsrapporteringsvereisten, en van leveranciers in opkomende markten en economieën. De duurzaamheidsrapporteringsstandaarden specificeren informatieverschaffing over waardeketens die in verhouding staat tot en relevant is voor de capaciteit en de kenmerken van ondernemingen in waardeketens, en voor de schaal en complexiteit van hun activiteiten, met name van ondernemingen die niet onderworpen zijn aan de in artikel 19 bis of artikel 29 bis van deze richtlijn vastgelegde duurzaamheidsrapporteringsvereisten.</STRING></STRING> Duurzaamheidsrapporteringsstandaarden specificeren geen informatieverschaffing waarvoor ondernemingen van ondernemingen in hun waardeketen die, op hun balansdatum, het gemiddelde aantal van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">1 750</STRING></STRING> werknemers<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en een netto-omzet van 450 000 000 EUR</STRING></STRING> over het boekjaar niet overschrijden, informatie zouden moeten verkrijgen die verder gaat dan de informatie die op grond van de in artikel 29 quater bis bedoelde duurzaamheidsrapporteringsstandaarden openbaar moet worden gemaakt.”;</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		55</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 2 – alinea 1 – punt 8</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Richtlijn 2013/34/EU</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 29 quater bis – lid 1</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>1.</NO.P>Om vrijwillige rapportering van duurzaamheidsinformatie door ondernemingen niet zijnde die bedoeld in artikel 19 bis, lid 1, en artikel 29 bis, lid 1, te bevorderen, stelt de Commissie overeenkomstig artikel 49 tegen [4 months after entry into force of this Directive] tot aanvulling van deze richtlijn een gedelegeerde handeling vast om duurzaamheidsrapporteringsstandaarden voor vrijwillig gebruik door die ondernemingen te bepalen.</P></OLD><NEW><P><NO.P>1.</NO.P>Om vrijwillige rapportering van duurzaamheidsinformatie door ondernemingen niet zijnde die bedoeld in artikel 19 bis, lid<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> </STRING></STRING>1, en artikel<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> </STRING></STRING>29 bis, lid<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> </STRING></STRING>1, te bevorderen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en de informatie die voor de toepassing van deze richtlijn kan worden vereist van dergelijke ondernemingen te beperken</STRING></STRING>, stelt de Commissie overeenkomstig artikel<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> </STRING></STRING>49 tegen [4 maanden na de inwerkingtreding van deze richtlijn] tot aanvulling van deze richtlijn een gedelegeerde handeling vast om duurzaamheidsrapporteringsstandaarden voor vrijwillig gebruik door die ondernemingen te bepalen.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		56</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 2 – alinea 1 – punt 8</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Richtlijn 2013/34/EU</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 29 quater bis – lid 2</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>2.</NO.P>De in lid 1 bedoelde duurzaamheidsrapporteringsstandaarden zijn evenredig aan en relevant voor de capaciteiten en de kenmerken van de ondernemingen waarvoor zij zijn ontworpen, en de schaal en complexiteit van hun activiteiten. Ook specificeren zij, voor zover mogelijk, de structuur die voor het weergeven van die informatie moet worden gevolgd.;</P></OLD><NEW><P><NO.P>2.</NO.P>De in lid<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> </STRING></STRING>1 bedoelde duurzaamheidsrapporteringsstandaarden zijn <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">gebaseerd op Aanbeveling 2025/4984 van de Commissie en zijn </STRING></STRING>evenredig aan<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> de grootte van de onderneming</STRING></STRING> en relevant voor de capaciteiten en de kenmerken van de ondernemingen waarvoor zij zijn ontworpen, en de schaal en complexiteit van hun activiteiten. Ook specificeren zij, voor zover mogelijk, de structuur die voor het weergeven van die informatie moet worden gevolgd. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Ondernemingen binnen de waardeketen kunnen een model kiezen voor de rapportering van duurzaamheidsinformatie, zodat ondernemingen die informatie aanvragen niet verplicht zijn om de grootteklassen van alle entiteiten in hun waardeketen te beoordelen of in kaart te brengen.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		57</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 2 – alinea 1 – punt 8</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Richtlijn 2013/34/EU</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 29 quater bis – lid 3 (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>3.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Commissie evalueert ten minste om de vier jaar na de datum van toepassing ervan de in lid 1 bedoelde gedelegeerde handeling en wijzigt die zo nodig om voor de duurzaamheidsrapportering relevante ontwikkelingen in aanmerking te nemen.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		58</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 2 – alinea 1 – punt 8</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Richtlijn 2013/34/EU</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 29 quater bis – lid 4 (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>4.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bij de wijziging van gedelegeerde handelingen op grond van lid 3 houdt de Commissie rekening met het technische advies van EFRAG.”;</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		59</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 2 – alinea 1 – punt 10</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Richtlijn 2013/34/EU</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 33 – lid 1 – alinea 2</STRING></STI.AMD><OLD><P>In afwijking van de eerste alinea <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zorgen</STRING></STRING> de lidstaten <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ervoor</STRING></STRING> dat de leden van de bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen van een onderneming, handelend binnen het kader van de hun krachtens het nationale recht toegewezen bevoegdheden, niet collectief de verantwoordelijkheid hebben ervoor te zorgen dat het bestuursverslag, of geconsolideerde bestuursverslag, in voorkomend geval, wordt opgesteld overeenkomstig artikel 29 quinquies.”;</P></OLD><NEW><P>In afwijking van de eerste alinea <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">kunnen</STRING></STRING> de lidstaten <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">bepalen</STRING></STRING> dat de leden van de bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen van een onderneming, handelend binnen het kader van de hun krachtens het nationale recht toegewezen bevoegdheden, niet collectief de verantwoordelijkheid hebben ervoor te zorgen dat het bestuursverslag, of geconsolideerde bestuursverslag, in voorkomend geval, wordt opgesteld overeenkomstig artikel 29 quinquies.”;</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendementen		237 en 297</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 2 – alinea 1 – punt 11 – b</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Richtlijn 2013/34/EU</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 34 – lid 2 bis</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>2 bis)</NO.P>De lidstaten zorgen ervoor dat het in lid 1, tweede alinea, punt a bis), bedoelde oordeel wordt opgesteld met volledige inachtneming van de verplichting voor ondernemingen niet te proberen om van ondernemingen in hun waardeketen die, op hun balansdatum, het gemiddelde aantal van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">1 000</STRING></STRING> werknemers over het boekjaar niet overschrijden, informatie te verkrijgen die verder gaat dan de informatie gespecificeerd in de in artikel 29 quater bis bedoelde standaarden voor vrijwillig gebruik, met uitzondering van aanvullende duurzaamheidsinformatie die doorgaans wordt gedeeld tussen ondernemingen uit de betrokken bedrijfstak.</P></OLD><NEW><P><NO.P>2 bis)</NO.P>De lidstaten zorgen ervoor dat het in lid 1, tweede alinea, punt<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> </STRING></STRING>a bis), bedoelde oordeel wordt opgesteld met volledige inachtneming van de verplichting voor ondernemingen niet te proberen om van ondernemingen in hun waardeketen die, op hun balansdatum, het gemiddelde aantal van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">1 750</STRING></STRING> werknemers<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en een netto-omzet van 450 000 000 EUR</STRING></STRING> over het boekjaar niet overschrijden, informatie te verkrijgen die verder gaat dan de informatie gespecificeerd in de in artikel<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> </STRING></STRING>29 quater bis bedoelde standaarden voor vrijwillig gebruik, met uitzondering van aanvullende duurzaamheidsinformatie die doorgaans wordt gedeeld tussen ondernemingen uit de betrokken bedrijfstak.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		61</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 2 – alinea 1 – punt 11 – b bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Richtlijn 2013/34/EU</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 34 – lid 2 ter (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>b bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het volgende lid wordt ingevoegd:</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“2 ter. 	De lidstaten zorgen ervoor dat het in lid 1, tweede alinea, punt a bis), bedoelde oordeel wordt opgesteld met volledige inachtneming van de mogelijkheid dat ondernemingen in de waardeketen in uitzonderlijke gevallen geen informatie verstrekken wanneer een onderneming die is opgericht volgens de wetgeving van een derde land, volgens de wetgeving van dat derde land bestraft kan worden vanwege het alleen al versturen van duurzaamheidsgegevens.”;</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		62</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 2 – alinea 1 – punt 12 – -a (nieuw)</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Richtlijn 2013/34/EU</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 40 bis – lid 1 – alinea 1</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>-a)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de eerste alinea wordt vervangen door:</STRING></STRING></P></NEW><OLD><P>“De lidstaten eisen dat een op hun grondgebied gevestigde dochteronderneming waarvan de uiteindelijke moederonderneming onder het recht van een derde land valt, een duurzaamheidsverslag met de in artikel 29 bis, lid 2, punt a), iii), iv) en v), punten b) tot en met f), en, in voorkomend geval, punt h), <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">gespecifieerde</STRING></STRING> informatie op groepsniveau van die uiteindelijke moederonderneming uit een derde land publiceert en toegankelijk maakt.”;</P></OLD><NEW><P>“De lidstaten eisen dat een op hun grondgebied gevestigde dochteronderneming waarvan de uiteindelijke moederonderneming onder het recht van een derde land valt, een duurzaamheidsverslag met de in artikel 29 bis, lid 2, punt a), iii), iv) en v), punten b) tot en met f), en, in voorkomend geval, punt h), <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en overeenkomstig artikel 29 bis, lid 3, gespecificeerde</STRING></STRING> informatie op groepsniveau van die uiteindelijke moederonderneming uit een derde land publiceert en toegankelijk maakt.”;</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		63</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 2 – alinea 1 – punt 12 – a</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Richtlijn 2013/34/EU</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 40 bis – lid 1 – tweede alinea</STRING></STI.AMD><OLD><P>“De eerste alinea is alleen van toepassing op <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">grote </STRING></STRING>dochterondernemingen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zoals gedefinieerd in artikel 3</STRING></STRING>, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">lid 4,</STRING></STRING> van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">deze richtlijn</STRING></STRING>.”;</P></OLD><NEW><P>“De eerste alinea is alleen van toepassing op dochterondernemingen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">die, op hun balansdatum</STRING></STRING>, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">een netto-omzet</STRING></STRING> van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">450 000 000 EUR over het voorgaande boekjaar overschrijden</STRING></STRING>.”;</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		64</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 2 – alinea 1 – punt 12 – b</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Richtlijn 2013/34/EU</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 40 bis – lid 1 – alinea 4</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>b)</NO.P>	de vierde <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en de vijfde </STRING></STRING>alinea <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">worden</STRING></STRING> vervangen door:</P></OLD><NEW><P><NO.P>b)</NO.P>	de vierde alinea <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">wordt</STRING></STRING> vervangen door:</P></NEW><OLD><P>“De in de derde alinea bedoelde regel is alleen van toepassing op een bijkantoor indien de onderneming uit het derde land geen dochteronderneming als bedoeld in de eerste alinea heeft en indien het bijkantoor in het voorgaande boekjaar een netto-omzet heeft <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">behaald </STRING></STRING>die <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de in artikel 3, lid 4, punt b), van deze richtlijn vermelde drempel</STRING></STRING> overschrijdt.</P></OLD><NEW><P>“De in de derde alinea bedoelde regel is alleen van toepassing op een bijkantoor indien de onderneming uit het derde land geen dochteronderneming als bedoeld in de eerste alinea heeft en indien het bijkantoor in het voorgaande boekjaar een netto-omzet heeft die <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">450 000 000 EUR</STRING></STRING> overschrijdt.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendementen		65 en 336</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 2 – alinea 1 – punt 12 – b bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Richtlijn 2013/34/EU</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 40 bis – lid 1 – alinea 5</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>b bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de vijfde alinea wordt geschrapt</STRING></STRING></P></NEW><OLD><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De eerste en de derde alinea zijn alleen van toepassing op de in die alinea’s bedoelde dochterondernemingen of bijkantoren indien de onderneming uit een derde land, op groepsniveau, of, indien niet van toepassing, op individueel niveau, in elk van de laatste twee opeenvolgende boekjaren in de Unie een netto-omzet van meer dan 450 000 000 miljoen EUR heeft behaald.”;</STRING></STRING></P></OLD><NEW/></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		66</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 2 – alinea 1 – punt 13 – -a (nieuw)</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Richtlijn 2013/34/EU</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 49 – lid 2 – eerste zin</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>-a)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in lid 2, eerste zin, wordt de verwijzing naar artikel 29 quater geschrapt;</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		67</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 2 – alinea 1 – punt 13 – -a bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Richtlijn 2013/34/EU</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 49 – lid 3 – eerste zin</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>-a bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">	in lid 3, eerste zin, wordt de verwijzing naar artikel 29 quater geschrapt;</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		68</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 2 – alinea 1 – punt 13 – -a ter (nieuw)</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Richtlijn 2013/34/EU</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 49 – lid 3 ter</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>-a ter)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">	lid 3 ter wordt als volgt gewijzigd:</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>i)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in de eerste alinea wordt in de aanhef de verwijzing naar artikel 29 quater geschrapt;</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>ii)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in de vierde alinea wordt de verwijzing naar artikel 29 quater geschrapt;</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>iii)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in de zesde alinea wordt de verwijzing naar artikel 29 quater geschrapt.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		69</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 2 – alinea 1 – punt 13 – a – inleidende formule</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Richtlijn 2013/34/EU</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 49 – lid 3 quater</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>a)</NO.P>de volgende leden 3 quater <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">tot </STRING></STRING>en <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">met </STRING></STRING>3 <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">sexies</STRING></STRING> worden ingevoegd:</P></OLD><NEW><P><NO.P>a)</NO.P>de volgende leden 3 quater en 3 <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">quinquies</STRING></STRING> worden ingevoegd:</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		70</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 2 – alinea 1 – punt 13 – a</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Richtlijn 2013/34/EU</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 49 – lid 3 quater</STRING></STI.AMD><OLD><P>“3 quater.	De in artikel<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> 19</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ter, lid 5, artikel 29 bis bis, lid 5, en artikel </STRING></STRING>29 quater bis bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [date of entry into force of amending Directive].</P></OLD><NEW><P>“3 quater.	De in artikel 29 quater bis bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze wijzigingsrichtlijn].</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		71</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 2 – alinea 1 – punt 13 – a</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Richtlijn 2013/34/EU</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 49 – lid 3 quinquies</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>3 quinquies.</NO.P>Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> 19</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ter, lid 5, artikel 29 bis bis, lid 5, en artikel </STRING></STRING>29 quater bis bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.</P></OLD><NEW><P><NO.P>3 quinquies.</NO.P>Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 29 quater bis bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		72</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 2 – alinea 1 – punt 13 – a</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Richtlijn 2013/34/EU</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 49 – lid 3 sexies</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>3 sexies.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Commissie verzamelt, voorafgaand aan het vaststellen en tijdens het opstellen van gedelegeerde handelingen op grond van artikel 19 ter, lid 5, en artikel 29 bis bis, lid 5, alle nodige expertise, onder meer door raadpleging van de deskundigen van de in artikel 24 van Verordening (EU) 2020/852 bedoelde deskundigengroep van de lidstaten inzake duurzame financiering.”;</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Schrappen</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		73</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 2 – alinea 1 – punt 13 – b</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Richtlijn 2013/34/EU</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 49 – lid 5</STRING></STI.AMD><OLD><P>“5.	Een op grond van artikel 1, lid 2, artikel 3, lid 13, artikel <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">19 ter, artikel 29 bis bis, artikel </STRING></STRING>29 ter, artikel 29 quater bis of artikel 40 ter, of artikel 46, lid 2, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie heeft meegedeeld daartegen geen bezwaar te zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.”.</P></OLD><NEW><P>“5.	Een op grond van artikel 1, lid 2, artikel 3, lid 13, artikel 29 ter, artikel<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> </STRING></STRING>29 quater bis of<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> </STRING></STRING>artikel 40 ter, of artikel 46, lid 2, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie heeft meegedeeld daartegen geen bezwaar te zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.”.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendementen		238 en 298</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 3 – alinea 1 – punt 1 – b – i</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Richtlijn (EU) 2022/2464</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 5 – lid 2 – alinea 1 – punt b – i</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>i)</NO.P>op <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">grote </STRING></STRING>ondernemingen die, op hun balansdatum, het gemiddelde aantal van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">1 000</STRING></STRING> werknemers per boekjaar overschrijden;</P></OLD><NEW><P><NO.P>i)</NO.P>op ondernemingen die, op hun balansdatum, het gemiddelde aantal van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">1 750</STRING></STRING> werknemers<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en een netto-omzet van 450 000 000 EUR</STRING></STRING> per boekjaar overschrijden;</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendementen		239 en 299</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 3 – alinea 1 – punt 1 – b – ii</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Richtlijn (EU) 2022/2464</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 5 – lid 2 – alinea 1 – punt b – ii</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>ii)</NO.P>op moederondernemingen van een <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">grote </STRING></STRING>groep die, op zijn balansdatum, op geconsolideerde basis, het gemiddelde aantal van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">1 000</STRING></STRING> werknemers per boekjaar overschrijdt.</P></OLD><NEW><P><NO.P>ii)</NO.P>op moederondernemingen van een groep die op zijn balansdatum, op geconsolideerde basis, het gemiddelde aantal van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">1 750</STRING></STRING> werknemers<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en een netto-omzet van 450 000 000 EUR</STRING></STRING> per boekjaar overschrijdt.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendementen		240 en 300</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 3 – alinea 1 – punt 2 – b – i</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Richtlijn (EU) 2022/2464</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 5 – lid 2 – alinea 3 – punt b – i</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>i)</NO.P>op uitgevende instellingen zoals gedefinieerd in artikel 2, lid 1, punt d), van Richtlijn 2004/109/EG die <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">grote </STRING></STRING>ondernemingen zijn <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in de zin van artikel 3, lid 4, van Richtlijn 2013/34/EU, </STRING></STRING>en die, op hun balansdatum, het gemiddelde aantal van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">1 000</STRING></STRING> werknemers per boekjaar overschrijden;</P></OLD><NEW><P><NO.P>i)</NO.P>op uitgevende instellingen zoals gedefinieerd in artikel 2, lid 1, punt d), van Richtlijn 2004/109/EG die ondernemingen zijn en die, op hun balansdatum, het gemiddelde aantal van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">1 750 </STRING></STRING>werknemers <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en een netto-omzet van 450 000 000 EUR</STRING></STRING> per boekjaar overschrijden;</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendementen		241 en 301</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 3 – alinea 1 – punt 2 – b – ii</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Richtlijn (EU) 2022/2464</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 5 – lid 2 – alinea 3 – punt b – ii</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>ii)</NO.P>op uitgevende instellingen zoals gedefinieerd in artikel 2, lid 1, punt d), van Richtlijn 2004/109/EG die moederondernemingen zijn van een<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> grote</STRING></STRING> groep die, op zijn balansdatum, op geconsolideerde basis, het gemiddelde aantal van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">1 000</STRING></STRING> werknemers per boekjaar overschrijdt.”;</P></OLD><NEW><P>“ii)	op uitgevende instellingen zoals gedefinieerd in artikel<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> </STRING></STRING>2, lid<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> </STRING></STRING>1, punt<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> </STRING></STRING>d), van Richtlijn 2004/109/EG die moederondernemingen zijn van een groep die, op zijn balansdatum, op geconsolideerde basis, het gemiddelde aantal van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">1 750</STRING></STRING> werknemers<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en een netto-omzet van meer dan 450 000 000 EUR</STRING></STRING> per boekjaar overschrijdt.”;</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendementen		397 en 302</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 4 – alinea 1 – punt 1 – inleidende formule</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Richtlijn (EU) 2024/1760</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 1 – lid 1 – punt c</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(1)</NO.P>In artikel 1, lid 1, wordt punt c) <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">vervangen door:</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P><NO.P>(1)</NO.P>In artikel 1, lid 1, wordt punt c) <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">geschrapt.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		304</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 4 – alinea 1 – punt 1 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Richtlijn (EU) 2024/1760</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 2</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>1 bis)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>a)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in lid 1 wordt punt a) vervangen door:</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“a)	de onderneming had gemiddeld meer dan 5 000 werknemers en had een netto-omzet wereldwijd van meer dan 1,5 miljard EUR in het laatste boekjaar waarvoor een jaarrekening is goedgekeurd of had moeten worden goedgekeurd”;</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>b)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in lid 2 wordt punt a) vervangen door:</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“a)	de onderneming heeft in het boekjaar voorafgaande aan het laatste boekjaar in de Unie een netto-omzet gegenereerd van meer dan 1,5 miljard EUR;”</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>c)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in lid 3 wordt de eerste alinea vervangen door:</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“3.	Indien de uiteindelijke moederonderneming als hoofdactiviteit het houden van aandelen in operationele dochterondernemingen heeft en zich niet bezighoudt met het nemen van bestuurs-, operationele of financiële beslissingen die een invloed hebben op de groep of op een of meer van haar dochterondernemingen, kan zij worden vrijgesteld van de uitvoering van de verplichtingen van deze richtlijn. Die vrijstelling is afhankelijk van de voorwaarde dat een van de dochterondernemingen van de uiteindelijke moederonderneming die in de Unie is gevestigd, wordt aangewezen om namens de uiteindelijke moederonderneming te voldoen aan de uit de artikelen 6 tot en met 16 voortvloeiende verplichtingen, met inbegrip van de verplichtingen van de uiteindelijke moederonderneming met betrekking tot de activiteiten van haar dochterondernemingen. In dat geval krijgt de aangewezen dochteronderneming alle nodige middelen en juridische bevoegdheden om deze verplichtingen op doeltreffende wijze na te komen, met name om ervoor te zorgen dat de aangewezen dochteronderneming van de ondernemingen van de groep de relevante informatie en documenten verkrijgt om aan de uit deze richtlijn voortvloeiende verplichtingen van de uiteindelijke moederonderneming te voldoen.”;</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		81</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 4 – alinea 1 – punt 2 – inleidende formule</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Richtlijn (EU) 2024/1760</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 3 – lid 1</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>2)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">In </STRING></STRING>artikel 3, lid 1, wordt <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">punt n) vervangen door</STRING></STRING>:</P></OLD><NEW><P><NO.P>2)</NO.P>Artikel 3, lid 1, wordt <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">als volgt gewijzigd</STRING></STRING>:</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		83</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 4 – alinea 1 – punt 2 – b (nieuw)</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Richtlijn (EU) 2024/1760</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 3 – lid 1 – punt w (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>b)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het volgende punt wordt toegevoegd:</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“w)</STRING></STRING>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“redelijkerwijs beschikbare informatie”: informatie die de onderneming uit eigen bronnen of uit bestaande of secundaire bronnen kan verkrijgen zonder een zakenpartner te contacteren.”;</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		84</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 4 – alinea 1 – punt 3 – inleidende formule</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Richtlijn (EU) 2024/1760</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 4</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>3)</NO.P>Artikel 4 wordt <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">vervangen door</STRING></STRING>:</P></OLD><NEW><P><NO.P>3)</NO.P>Artikel 4 wordt <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">als volgt gewijzigd</STRING></STRING>:</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		85</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 4 – alinea 1 – punt 3 – a (nieuw)</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Richtlijn (EU) 2024/1760</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 4 – lid 1</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>a)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">lid 1 wordt vervangen door:</STRING></STRING></P></NEW><OLD><P><NO.P>1.</NO.P>	Onverminderd artikel 1, leden 2 en 3, nemen de lidstaten op het gebied dat onder deze richtlijn valt, in hun nationale recht geen bepalingen op <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">waarin verplichtingen inzake passende zorgvuldigheid op het gebied van mensenrechten en milieu worden vastgelegd </STRING></STRING>die afwijken van die van de artikelen 6 <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en 8, artikel 10, leden 1 </STRING></STRING>tot en met<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> 5, artikel 11, leden 1 tot en met 6, en artikel 14</STRING></STRING>.</P></OLD><NEW><P>Onverminderd artikel 1, leden 2 en 3, nemen de lidstaten op het gebied dat onder deze richtlijn valt, in hun nationale recht geen bepalingen op die afwijken van die van de artikelen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> </STRING></STRING>6 tot en met<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> 16</STRING></STRING>.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		86</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 4 – alinea 1 – punt 3 – b (nieuw)</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Richtlijn (EU) 2024/1760</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 4 – lid 2</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>b)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">lid 2 wordt geschrapt;</STRING></STRING></P></NEW><OLD><P><NO.P>2.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Niettegenstaande lid 1 belet deze richtlijn de lidstaten niet om in hun nationale recht strengere bepalingen op te nemen die afwijken van die van andere bepalingen dan de artikelen 6 en 8, artikel 10, leden 1 tot en met 5, artikel 11, leden 1 tot en met 6, en artikel 14, of bepalingen die specifieker zijn wat de doelstelling of het betrokken gebied betreft, met inbegrip van het reguleren van specifieke producten, diensten of situaties, teneinde een ander niveau van bescherming van mensen-, arbeids- en sociale rechten, het milieu of het klimaat te bereiken.</STRING></STRING></P></OLD><NEW/></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		305</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 4 – alinea 1 – punt 3 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Richtlijn (EU) 2024/1760</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 6 – lid 4</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>3 bis)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>a)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">lid 1 wordt als volgt gewijzigd:</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">‘1.	De lidstaten zorgen ervoor dat het moederondernemingen die onder het toepassingsgebied van deze richtlijn vallen, is toegestaan de verplichtingen van de artikelen 7 tot en met 11 na te komen namens ondernemingen die dochterondernemingen van die moederondernemingen zijn en onder het toepassingsgebied van deze richtlijn vallen, indien dat daadwerkelijke naleving waarborgt. Dit laat onverlet dat dergelijke dochterondernemingen worden onderworpen aan de uitoefening van de bevoegdheden van de toezichthoudende autoriteiten overeenkomstig artikel 25 en aan hun wettelijke aansprakelijkheid overeenkomstig artikel 29.”;</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>b)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">lid 3 wordt geschrapt;</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>c)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het volgende lid wordt toegevoegd:</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“3 bis.	Wanneer een onder deze richtlijn vallende onderneming een onderneming verwerft die niet binnen het toepassingsgebied van deze richtlijn viel, heeft de verwervende onderneming twee jaar de tijd om de processen van de overgenomen onderneming in haar eigen due-diligencebeleid te integreren.”;</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		88</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 4 – alinea 1 – punt 4 – a</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Richtlijn (EU) 2024/1760</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 8 – lid 2</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>a)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in lid </STRING></STRING>2 wordt<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> punt b)</STRING></STRING> vervangen door:</P></OLD><NEW><P><NO.P>a)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">lid </STRING></STRING>2 wordt vervangen door:</P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“2.</STRING></STRING>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Als onderdeel van de in lid 1 beschreven verplichting en aan de hand van een risicogebaseerde benadering, waarbij rekening wordt gehouden met relevante risicofactoren, met inbegrip van geografische en contextuele risicofactoren, zoals het niveau van de rechtshandhaving, risicofactoren aangaande sectoren, producten en diensten, alsmede risicofactoren met betrekking tot de bedrijfsactiviteiten of zakelijke partners, zoals de vraag of de zakelijke partner geen onderneming is die valt onder deze richtlijn, nemen ondernemingen passende maatregelen om:</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>a)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">op basis van de informatie die redelijkerwijs voor hen beschikbaar is een verkennend onderzoek uit te voeren, om vast te stellen op welke algemene gebieden van hun eigen activiteiten, die van hun dochterondernemingen en, indien deze verband houden met hun activiteitenketen, die van hun zakelijke partners, zich het meest waarschijnlijk negatieve effecten zullen voordoen en deze het ernstigst zullen zijn;</STRING></STRING></P></NEW><OLD><P><NO.P>b)</NO.P>op basis van de resultaten van het in punt a) bedoelde <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in kaart brengen</STRING></STRING>, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">voeren ondernemingen een diepgaande beoordeling uit</STRING></STRING> van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">hun eigen activiteiten, die van hun dochterondernemingen en, indien deze verband houden met hun activiteitenketen</STRING></STRING>, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">die van hun directe zakenpartners</STRING></STRING>, op de gebieden waar zich het meest waarschijnlijk negatieve effecten zullen voordoen en deze het ernstigst zullen zijn.;</P></OLD><NEW><P><NO.P>b)</NO.P>op basis van de resultaten van het in punt a) bedoelde <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">verkennend onderzoek</STRING></STRING>, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en indien de onderneming op basis</STRING></STRING> van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">relevante en verifieerbare informatie redenen heeft om aan te nemen dat er zich negatieve effecten hebben voorgedaan of kunnen voordoen</STRING></STRING>, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">voeren ondernemingen een verdere beoordeling uit</STRING></STRING>,<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> uitsluitend</STRING></STRING> op de gebieden waar zich het meest waarschijnlijk negatieve effecten zullen voordoen en deze het ernstigst zullen zijn. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Ondernemingen worden niet verplicht informatie op te vragen bij zakenpartners bij wie geen vermoedelijke en ernstige risico’s zijn vastgesteld. Ondernemingen mogen prioriteit geven aan de beoordeling van directe zakenpartners overeenkomstig de ernst en waarschijnlijkheid van de negatieve effecten.”</STRING></STRING>;</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		89</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 4 – alinea 1 – punt 4 – b</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Richtlijn (EU) 2024/1760</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 8 – lid 2 bis</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>b)</NO.P>	het volgende lid 2 bis wordt ingevoegd:</P></OLD><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Schrappen</STRING></STRING></P></NEW><OLD><P><NO.P>2 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Wanneer een onderneming over plausibele informatie beschikt die erop wijst dat zich negatieve effecten op het niveau van de activiteiten van een indirecte zakenpartner hebben voorgedaan of kunnen voordoen, voeren zij een diepgaande beoordeling uit. De onderneming voert dit soort beoordeling steeds uit wanneer het indirecte – en niet het directe – karakter van de relatie met de zakenpartner resulteert uit een kunstmatige regeling die geen economische realiteit weergeeft, maar wijst op een omzeiling van lid 2, punt b). Wanneer die beoordeling de waarschijnlijkheid of het bestaan van het negatieve effect bevestigt, moet dat effect geacht worden te zijn vastgesteld.</STRING></STRING></P></OLD><NEW/><OLD><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De eerste alinea laat onverlet dat de onderneming bij het selecteren van een directe zakenpartner rekening houdt met over indirecte zakenpartners beschikbare informatie en de vraag of die zakenpartners de in de gedragscode geformuleerde regels en beginselen kunnen volgen.</STRING></STRING></P></OLD><NEW/><OLD><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Niettegenstaande de eerste alinea, en ongeacht of er plausibele informatie over indirecte zakenpartners beschikbaar is, verlangt een onderneming van een directe zakenpartner contractuele garanties dat die zakenpartner ervoor zal zorgen dat de gedragscode van de onderneming zal worden nageleefd door overeenkomstige contractuele garanties te verkrijgen van haar zakenpartners. Artikel 10, lid 2, punten b) en e), zijn dienovereenkomstig van toepassing.”;</STRING></STRING></P></OLD><NEW/></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		90</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 4 – alinea 1 – punt 4 – b bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Richtlijn (EU) 2024/1760</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 8 – lid 3</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>b bis)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">lid 3 wordt vervangen door:</STRING></STRING></P></NEW><OLD><P><NO.P>3.</NO.P>De lidstaten zorgen ervoor dat<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> ondernemingen</STRING></STRING>, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ten behoeve van de vaststelling en beoordeling van de</STRING></STRING> in lid<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> 1 bedoelde negatieve effecten op basis van</STRING></STRING>, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in voorkomend geval</STRING></STRING>, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">kwantitatieve en kwalitatieve</STRING></STRING> informatie<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, gebruik kunnen maken</STRING></STRING> van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">passende middelen</STRING></STRING>, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">met inbegrip van onafhankelijke verslagen en</STRING></STRING> informatie die <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">is verzameld via het kennisgevingsmechanisme en de klachtenprocedure overeenkomstig artikel 14</STRING></STRING>.</P></OLD><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“3.</STRING></STRING>	De lidstaten zorgen ervoor dat, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">met het oog op het verkennend onderzoek, waarin</STRING></STRING> in lid<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> 2, punt a</STRING></STRING>, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">wordt voorzien</STRING></STRING>, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ondernemingen de</STRING></STRING> informatie<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> niet trachten te verkrijgen</STRING></STRING> van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">hun zakenpartners</STRING></STRING>, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">maar zich uitsluitend beroepen op</STRING></STRING> informatie die <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">reeds redelijkerwijs beschikbaar is, met inbegrip van de risicofactoren</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">”;</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		91</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 4 – alinea 1 – punt 4 – c</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Richtlijn (EU) 2024/1760</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 8 – lid 4</STRING></STI.AMD><OLD><P>“4.	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Indien informatie die nodig is voor</STRING></STRING> de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">diepgaande</STRING></STRING> beoordeling waarin in lid 2, punt b)<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, en lid 2 bis</STRING></STRING> wordt voorzien, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">kan worden verkregen</STRING></STRING> van<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> verschillende</STRING></STRING> zakenpartners, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">geeft</STRING></STRING> de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">onderneming prioriteit aan het opvragen van</STRING></STRING> dergelijke informatie, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">indien redelijk</STRING></STRING>, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">rechtstreeks bij de zakenpartner</STRING></STRING> of <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zakenpartners waar de negatieve effecten zich het meest waarschijnlijk zullen voordoen</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">”;</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P>“4.	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten zorgen ervoor dat, met het oog op</STRING></STRING> de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">verdere</STRING></STRING> beoordeling waarin in lid 2, punt b)<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> van dit artikel</STRING></STRING> wordt voorzien, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ondernemingen geen informatie</STRING></STRING> van zakenpartners<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> trachten te verkrijgen</STRING></STRING>, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">tenzij dit noodzakelijk is. Wanneer de zakenpartner minder dan 5 000 werknemers heeft, kunnen ondernemingen dergelijke informatie uitsluitend als laatste redmiddel opvragen wanneer die informatie niet redelijkerwijs met andere middelen kan worden verkregen, met name uit bestaande of secundaire bronnen. In ieder geval moet elk verzoek doelgericht, redelijk en evenredig zijn.</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Indien informatie die nodig is voor de verdere beoordeling waarin in lid 2, punt b), wordt voorzien, kan worden verkregen van verschillende zakenpartners, vraagt de onderneming dergelijke informatie, indien redelijk, rechtstreeks op bij de zakenpartner of zakenpartners waar de negatieve effecten zich het meest waarschijnlijk zullen voordoen.</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De informatie kan individueel of gezamenlijk worden verkregen</STRING></STRING>.”;</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		92</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 4 – alinea 1 – punt 4 – d</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Richtlijn (EU) 2024/1760</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 8 – lid 5</STRING></STI.AMD><OLD><P>“5.	De lidstaten zorgen ervoor dat, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">voor het</STRING></STRING> in lid<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> 2, punt a)</STRING></STRING>, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">bepaalde </STRING></STRING>in <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">kaart brengen</STRING></STRING>, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ondernemingen van directe zakenpartners met minder dan 500 werknemers geen informatie trachten te verkrijgen die verder gaat dan</STRING></STRING> de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">informatie gespecificeerd in de in artikel 29 bis van Richtlijn 2013/34/EU bedoelde standaarden voor vrijwillig gebruik.”</STRING></STRING>.</P></OLD><NEW><P>“5.	De lidstaten zorgen ervoor dat<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> ondernemingen</STRING></STRING>, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ten behoeve van de vaststelling en beoordeling van de</STRING></STRING> in lid<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> 1 bedoelde negatieve effecten op basis van</STRING></STRING>, in <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">voorkomend geval</STRING></STRING>, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">kwantitatieve en kwalitatieve informatie, gebruik kunnen maken van passende middelen, met inbegrip van onafhankelijke verslagen, digitale oplossingen, initiatieven van</STRING></STRING> de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">sector of van meerdere belanghebbenden en informatie die is verzameld via het kennisgevingsmechanisme en de klachtenprocedure overeenkomstig artikel 14</STRING></STRING>.</P></NEW><OLD><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">In afwijking van de eerste alinea, mag de onderneming, wanneer aanvullende informatie noodzakelijk is voor het in lid 2, punt a), bedoelde in kaart brengen</STRING></STRING>, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in het licht van aanwijzingen van waarschijnlijke negatieve effecten of omdat de standaarden de betrokken effecten niet bestrijken, en wanneer die aanvullende informatie niet redelijkerwijs met andere middelen kan worden verkregen, die zakenpartner om die informatie vragen</STRING></STRING>.”<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">.</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Indien ondernemingen passende maatregelen hebben genomen om negatieve effecten vast te stellen, maar desondanks niet beschikken over alle nodige informatie over hun activiteitenketens</STRING></STRING>, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">dan moeten zij redelijkerwijs kunnen uitleggen waarom die informatie niet kan worden verkregen. Wanneer ondernemingen daardoor geen passende maatregelen konden nemen om het negatieve effect te voorkomen, te beperken, te beëindigen of te minimaliseren, worden zij niet bestraft</STRING></STRING>.”<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">;</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		93</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 4 – alinea 1 – punt 4 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Richtlijn (EU) 2024/1760</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 9</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>4 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Artikel 9 wordt vervangen door:</STRING></STRING></P></NEW><OLD><P>Artikel 9</P></OLD><NEW><P>“Artikel 9</P></NEW><OLD><P>Prioritering van vastgestelde feitelijke en potentiële negatieve effecten</P></OLD><NEW><P>Prioritering van vastgestelde feitelijke en potentiële negatieve effecten</P></NEW><OLD><P><NO.P>1.</NO.P>	De lidstaten zorgen ervoor dat, wanneer het niet haalbaar is <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">alle vastgestelde negatieve effecten in een keer en voor hun volle omvang</STRING></STRING> te voorkomen, te verlichten, te beëindigen of tot een minimum te beperken, ondernemingen prioriteit geven aan <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">op grond van artikel 8 vastgestelde negatieve</STRING></STRING> effecten teneinde aan de verplichtingen van artikel 10 of 11 te voldoen.</P></OLD><NEW><P><NO.P>1.</NO.P>De lidstaten zorgen ervoor dat, wanneer het niet haalbaar is <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">voor ondernemingen om alle op grond van artikel 8 vastgestelde negatieve effecten</STRING></STRING> te voorkomen, te verlichten, te beëindigen of tot een minimum te beperken, ondernemingen prioriteit <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">kunnen </STRING></STRING>geven aan <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de meest ernstige en waarschijnlijke</STRING></STRING> effecten teneinde aan de verplichtingen van artikel 10 of 11 te voldoen.</P></NEW><OLD><P><NO.P>2.</NO.P>	De <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in lid</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">1 bedoelde prioritering is gebaseerd op</STRING></STRING> de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ernst en de waarschijnlijkheid van de</STRING></STRING> negatieve effecten.</P></OLD><NEW><P><NO.P>2.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">	Zodra</STRING></STRING> de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">meest ernstige en waarschijnlijke negatieve effecten overeenkomstig artikel</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">10 of artikel 11 binnen een redelijke termijn zijn verholpen, pakt</STRING></STRING> de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">onderneming minder ernstige en minder waarschijnlijke</STRING></STRING> negatieve effecten<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> aan</STRING></STRING>.</P></NEW><OLD><P><NO.P>3.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">	Zodra de meest ernstige en waarschijnlijke negatieve effecten overeenkomstig artikel 10 of artikel 11 binnen een redelijke termijn zijn verholpen, pakt de onderneming minder ernstige en</STRING></STRING> minder <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">waarschijnlijke</STRING></STRING> negatieve effecten <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">aan</STRING></STRING>.</P></OLD><NEW><P><NO.P>3.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">	Wanneer er overeenkomstig dit artikel prioriteringsbesluiten zijn genomen, zorgen de lidstaten ervoor dat ondernemingen niet worden bestraft uit hoofde van artikel 25 of 27 voor mogelijke schade die voortvloeit uit</STRING></STRING> minder <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">belangrijke</STRING></STRING> negatieve effecten <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">die nog niet zijn aangepakt</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">”;</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendementen		246 en 306</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 4 – alinea 1 – punt 5</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Richtlijn (EU) 2024/1760</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 10 – lid 6 – alinea 1 – inleidende formule</STRING></STI.AMD><OLD><P>Wat betreft in lid 1 bedoelde potentiële negatieve effecten die niet konden worden voorkomen of afdoende beperkt door de in de leden 2, 4 en 5 beschreven maatregelen, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">doet</STRING></STRING> de onderneming, in laatste instantie, het volgende:</P></OLD><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“6.</STRING></STRING>	Wat betreft in lid 1 bedoelde potentiële negatieve effecten die niet konden worden voorkomen of afdoende beperkt door de in de leden 2, 4 en 5 beschreven maatregelen, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">kan</STRING></STRING> de onderneming, in laatste instantie, het volgende <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">doen</STRING></STRING>:</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		94</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 4 – alinea 1 – punt 5</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Richtlijn (EU) 2024/1760</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 10 – lid 6 – alinea 1 – punt c</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>c)</NO.P>zij gebruikt of vergroot haar hefboomeffect door de zakelijke relatie met betrekking tot de betrokken activiteiten op te schorten.</P></OLD><NEW><P><NO.P>c)</NO.P>zij gebruikt of vergroot haar hefboomeffect<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, waar mogelijk,</STRING></STRING> door de zakelijke relatie met betrekking tot de betrokken activiteiten<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> tijdelijk</STRING></STRING> op te schorten.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		95</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 4 – alinea 1 – punt 5</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Richtlijn (EU) 2024/1760</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 10 – lid 6 – alinea 2</STRING></STI.AMD><OLD><P>Zolang er een redelijke verwachting is dat het versterkte preventieplan zal slagen, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">komt</STRING></STRING> het enkele feit van de verdere samenwerking met de zakenpartner <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de aansprakelijkheid</STRING></STRING> van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de onderneming niet in het geding</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P>Zolang er een redelijke verwachting is dat het versterkte preventieplan zal slagen, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">loopt de onderneming door</STRING></STRING> het enkele feit van de verdere samenwerking met de zakenpartner <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">niet het risico om uit hoofde</STRING></STRING> van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">artikel 27 te worden onderworpen aan sancties of om uit hoofde van artikel 29 aansprakelijk gesteld te worden.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		96</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 4 – alinea 1 – punt 5</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Richtlijn (EU) 2024/1760</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 10 – lid 6 – alinea 3</STRING></STI.AMD><OLD><P>Alvorens een zakelijke relatie op te schorten, beoordeelt de onderneming of redelijkerwijs kan worden verwacht dat de negatieve effecten die daaruit voortvloeien, duidelijk ernstiger zijn dan het negatieve effect dat niet kon worden voorkomen of afdoende beperkt. Indien dat het geval is, is de onderneming niet verplicht de zakelijke relatie op te schorten en is zij in een positie om aan de bevoegde toezichthoudende autoriteit verslag uit te brengen over de naar behoren gemotiveerde redenen voor dat besluit.</P></OLD><NEW><P>Alvorens een zakelijke relatie <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">tijdelijk </STRING></STRING>op te schorten, beoordeelt de onderneming<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> in overleg met de belanghebbenden of er geen andere manier bestaat om te voorzien in de grondstoffen, producten of diensten die essentieel zijn voor de productie of dienstverlening van de onderneming, en</STRING></STRING> of redelijkerwijs kan worden verwacht dat de negatieve effecten die daaruit voortvloeien, duidelijk ernstiger zijn dan het negatieve effect dat niet kon worden voorkomen of afdoende beperkt. Indien dat het geval is, is de onderneming niet verplicht de zakelijke relatie op te schorten en is zij in een positie om aan de bevoegde toezichthoudende autoriteit verslag uit te brengen over de naar behoren gemotiveerde redenen voor dat besluit.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		97</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 4 – alinea 1 – punt 5</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Richtlijn (EU) 2024/1760</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 10 – lid 6 – alinea 4</STRING></STI.AMD><OLD><P>De lidstaten voorzien in de mogelijkheid om de zakelijke relatie in overeenkomsten die onder hun recht vallen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, overeenkomstig de eerste alinea op</STRING></STRING> te <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">schorten</STRING></STRING>, met uitzondering van overeenkomsten die de partijen wettelijk verplicht zijn aan te gaan.</P></OLD><NEW><P>De lidstaten voorzien in de mogelijkheid om de zakelijke relatie in overeenkomsten die onder hun recht vallen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> op te schorten of</STRING></STRING> te <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">beëindigen</STRING></STRING>, met uitzondering van overeenkomsten die de partijen wettelijk verplicht zijn aan te gaan.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendementen		247 en 307</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 4 – alinea 1 – punt 6</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Richtlijn (EU) 2024/1760</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 11 – lid 7 – alinea 1 – inleidende formule</STRING></STI.AMD><OLD><P>Wat betreft in lid 1 bedoelde feitelijke negatieve effecten die niet konden worden <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">voorkomen of afdoende beperkt</STRING></STRING> door de in de leden 3, 5 en 6 beschreven maatregelen, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">doet</STRING></STRING> de onderneming, in laatste instantie, het volgende:</P></OLD><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“7.</STRING></STRING>	Wat betreft in lid 1 bedoelde feitelijke negatieve effecten die niet konden worden <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">beëindigd of waarvan de omvang niet tot een minimum kon worden beperkt</STRING></STRING> door de in de leden 3, 5 en 6 beschreven maatregelen, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">kan</STRING></STRING> de onderneming, in laatste instantie, het volgende <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">doen</STRING></STRING>:</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		99</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 4 – alinea 1 – punt 6</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Richtlijn (EU) 2024/1760</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 11 – lid 7 – alinea 1 – punt b</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>b)</NO.P>voor zover de wetgeving die op haar relatie met de betrokken zakenpartner van toepassing is, dit toestaat, stelt zij een versterkt <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">preventief</STRING></STRING> actieplan voor het specifieke negatieve effect vast en voert dit uit zonder onnodige vertraging, mits redelijkerwijs kan worden verwacht dat die inspanningen zullen slagen;</P></OLD><NEW><P><NO.P>b)</NO.P>voor zover de wetgeving die op haar relatie met de betrokken zakenpartner van toepassing is, dit toestaat, stelt zij een versterkt <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">corrigerend</STRING></STRING> actieplan voor het specifieke negatieve effect vast en voert dit uit zonder onnodige vertraging, mits redelijkerwijs kan worden verwacht dat die inspanningen zullen slagen;</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		100</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 4 – alinea 1 – punt 6</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Richtlijn (EU) 2024/1760</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 11 – lid 7 – alinea 1 – punt c</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>c)</NO.P>zij gebruikt of vergroot haar hefboomeffect door de zakelijke relatie met betrekking tot de betrokken activiteiten op te schorten.</P></OLD><NEW><P><NO.P>c)</NO.P>zij gebruikt of vergroot haar hefboomeffect<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, waar mogelijk,</STRING></STRING> door de zakelijke relatie met betrekking tot de betrokken activiteiten<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> tijdelijk</STRING></STRING> op te schorten.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		101</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 4 – alinea 1 – punt 6</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Richtlijn (EU) 2024/1760</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 11 – lid 7 – alinea 2</STRING></STI.AMD><OLD><P>Zolang er een redelijke verwachting is dat het versterkte <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">preventieplan</STRING></STRING> zal slagen, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">komt</STRING></STRING> het enkele feit van de verdere samenwerking met de zakenpartner <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de aansprakelijkheid</STRING></STRING> van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de onderneming niet in het geding</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P>Zolang er een redelijke verwachting is dat het versterkte <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">corrigerende actieplan</STRING></STRING> zal slagen, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">loopt de onderneming door</STRING></STRING> het enkele feit van de verdere samenwerking met de zakenpartner <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">niet het risico om uit hoofde</STRING></STRING> van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">artikel 27 te worden onderworpen aan sancties of om uit hoofde van artikel 29 aansprakelijk gesteld te worden.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		102</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 4 – alinea 1 – punt 6</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Richtlijn (EU) 2024/1760</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 11 – lid 7 – alinea 3</STRING></STI.AMD><OLD><P>Alvorens een zakelijke relatie op te schorten, beoordeelt de onderneming of redelijkerwijs kan worden verwacht dat de negatieve effecten die daaruit voortvloeien, duidelijk ernstiger zijn dan het negatieve effect dat niet kon worden <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">voorkomen</STRING></STRING> of afdoende beperkt. Indien dat het geval is, is de onderneming niet verplicht de zakelijke relatie op te schorten en is zij in een positie om aan de bevoegde toezichthoudende autoriteit verslag uit te brengen over de naar behoren gemotiveerde redenen voor dat besluit.</P></OLD><NEW><P>Alvorens een zakelijke relatie <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">tijdelijk </STRING></STRING>op te schorten, beoordeelt de onderneming<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> in overleg met de desbetreffende belanghebbenden of er geen andere manier bestaat om te voorzien in de grondstoffen, producten of diensten die essentieel zijn voor de productie of dienstverlening van de onderneming, en of de opschorting de onderneming aanzienlijke schade zou berokkenen, alsook</STRING></STRING> of redelijkerwijs kan worden verwacht dat de negatieve effecten die daaruit voortvloeien, duidelijk ernstiger zijn dan het negatieve effect dat niet kon worden <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">beëindigd</STRING></STRING> of<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> waarvan de omvang niet</STRING></STRING> afdoende<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> tot een minimum kon worden</STRING></STRING> beperkt. Indien dat het geval is, is de onderneming niet verplicht de zakelijke relatie op te schorten en is zij in een positie om aan de bevoegde toezichthoudende autoriteit verslag uit te brengen over de naar behoren gemotiveerde redenen voor dat besluit.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		103</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 4 – alinea 1 – punt 6</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Richtlijn (EU) 2024/1760</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 11 – lid 7 – alinea 4</STRING></STI.AMD><OLD><P>De lidstaten voorzien in de mogelijkheid om de zakelijke relatie in overeenkomsten die onder hun recht vallen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, overeenkomstig de eerste alinea op</STRING></STRING> te <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">schorten</STRING></STRING>, met uitzondering van overeenkomsten die de partijen wettelijk verplicht zijn aan te gaan.</P></OLD><NEW><P>De lidstaten voorzien in de mogelijkheid om de zakelijke relatie in overeenkomsten die onder hun recht vallen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> op te schorten of</STRING></STRING> te <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">beëindigen</STRING></STRING>, met uitzondering van overeenkomsten die de partijen wettelijk verplicht zijn aan te gaan.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		104</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 4 – alinea 1 – punt 6</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Richtlijn (EU) 2024/1760</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 11 – lid 7 – alinea 6</STRING></STI.AMD><OLD><P>Indien de onderneming besluit de zakelijke relatie niet op te schorten op grond van dit artikel, monitort de onderneming het <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">potentiële</STRING></STRING> negatieve effect en voert zij periodiek een beoordeling uit van haar besluit en van de vraag of er verdere passende maatregelen beschikbaar zijn.”<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">.</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P>Indien de onderneming besluit de zakelijke relatie niet op te schorten op grond van dit artikel, monitort de onderneming het <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">feitelijke</STRING></STRING> negatieve effect en voert zij periodiek een beoordeling uit van haar besluit en van de vraag of er verdere passende maatregelen beschikbaar zijn.”<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">;</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		105</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 4 – alinea 1 – punt 8</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Richtlijn (EU) 2024/1760</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 15 – tweede zin</STRING></STI.AMD><OLD><P>“Deze beoordelingen zijn, in voorkomend geval, gebaseerd op kwalitatieve en kwantitatieve indicatoren en vinden onverwijld nadat zich een significante wijziging heeft voorgedaan, doch ten minste om de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">vijf</STRING></STRING> jaar plaats en telkens wanneer er redelijke gronden zijn om aan te nemen dat de maatregelen niet langer afdoende of doeltreffend zijn of dat er zich nieuwe risico’s op deze negatieve effecten kunnen voordoen.”.</P></OLD><NEW><P>“Deze beoordelingen zijn, in voorkomend geval, gebaseerd op kwalitatieve en kwantitatieve indicatoren en vinden onverwijld nadat zich een significante wijziging heeft voorgedaan, doch ten minste om de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">vier</STRING></STRING> jaar plaats en telkens wanneer er redelijke gronden zijn om aan te nemen dat de maatregelen niet langer afdoende of doeltreffend zijn of dat er zich nieuwe risico’s op deze negatieve effecten kunnen voordoen.”.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendementen		248 en 310</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 4 – alinea 1 – punt 8 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Richtlijn (EU) 2024/1760</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 19 – lid 2 – punt b</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>8 bis)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in artikel 19, lid 2, wordt punt b) geschrapt;</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		106</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 4 – alinea 1 – punt 9</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Richtlijn (EU) 2024/1760</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 19 – lid 3</STRING></STI.AMD><OLD><P>“3.	De in lid 2, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">punt </STRING></STRING>a), <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">bedoelde richtsnoeren worden uiterlijk 26 januari 2026 beschikbaar gesteld, de richtsnoeren bedoeld in lid 2, punten d</STRING></STRING>) en <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">e</STRING></STRING>)<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, uiterlijk 26 januari 2027</STRING></STRING> en <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de richtsnoeren bedoeld in lid 2, punten b</STRING></STRING>), <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">f) en g),</STRING></STRING> uiterlijk 26 juli <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">2027</STRING></STRING>.”<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">.</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P>“3.	De in lid 2, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">punten </STRING></STRING>a), <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">b</STRING></STRING>) en <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">d</STRING></STRING>)<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> tot</STRING></STRING> en <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">met g</STRING></STRING>), <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">bedoelde richtsnoeren worden</STRING></STRING> uiterlijk 26 juli <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">2026 beschikbaar gesteld</STRING></STRING>.”<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">;</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendementen		311 en 398</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 4 – alinea 1 – punt 10 – inleidende formule</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Richtlijn (EU) 2024/1760</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 22</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(10)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">In</STRING></STRING> artikel 22<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, lid 1,</STRING></STRING> wordt <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de eerste alinea vervangen door:</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P><NO.P>(10)</NO.P>Artikel<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> </STRING></STRING>22 wordt <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">geschrapt;</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendementen		251 en 313</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 4 – alinea 1 – punt 10 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Richtlijn (EU) 2024/1760</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 24 – lid 1</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>(10 bis)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">In artikel 24 wordt lid 1 vervangen door:</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“1. Elke lidstaat wijst een of meer toezichthoudende autoriteiten aan die toezicht houden op de naleving van de in de nationaalrechtelijke bepalingen neergelegde verplichtingen, vastgesteld op grond van de artikelen 7 tot en met 16.”;</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendementen		252 en 314</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 4 – alinea 1 – punt 10 ter (nieuw)</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Richtlijn (EU) 2024/1760</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 25 – lid 1</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>(10 ter)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">In artikel 25 wordt lid 1 vervangen door:</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“1. De lidstaten zorgen ervoor dat de toezichthoudende autoriteiten over passende bevoegdheden en middelen beschikken om de hun krachtens deze richtlijn toevertrouwde taken uit te voeren, met inbegrip van de bevoegdheid om van ondernemingen te verlangen dat zij informatie verstrekken en om onderzoeken te verrichten met betrekking tot de naleving van de in de artikelen 7 tot en met 16 vastgelegde verplichtingen.”;</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		113</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 4 – alinea 1 – punt 11 – inleidende formule</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Richtlijn (EU) 2024/1760</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 27 – lid 2</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>11)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">In </STRING></STRING>artikel<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> </STRING></STRING>27 wordt <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">lid 4 vervangen door</STRING></STRING>:</P></OLD><NEW><P><NO.P>11)</NO.P>Artikel<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> </STRING></STRING>27 wordt <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">als volgt gewijzigd</STRING></STRING>:</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		114</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 4 – alinea 1 – punt 11 – punt a (nieuw)</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Richtlijn (EU) 2024/1760</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 27 – lid 2 – punt d</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>a)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in lid 2 wordt punt d) geschrapt;</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendementen		253 en 315</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 4 – alinea 1 – punt 11</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Richtlijn (EU) 2024/1760</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 27 – lid 4</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>4.</NO.P>De Commissie maakt, in samenwerking met de lidstaten, handvatten bekend om toezichthoudende autoriteiten te helpen de hoogte van geldboeten overeenkomstig dit artikel te bepalen. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten stellen in hun nationale wetgeving tot omzetting van deze richtlijn geen maximumgrens voor geldboeten vast die toezichthoudende autoriteiten zou beletten om overeenkomstig de in de leden 1 en 2 genoemde factoren geldboeten op te leggen.</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P><NO.P>4.</NO.P>De Commissie maakt, in samenwerking met de lidstaten, handvatten <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">over het passende niveau van geldboeten</STRING></STRING> bekend<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, rekening houdend met de omzet van ondernemingen,</STRING></STRING> om toezichthoudende autoriteiten te helpen de hoogte van geldboeten overeenkomstig dit artikel te bepalen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">.”</STRING></STRING>.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendementen		116, 117, 254, 316cp1 en 316cp2</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 4 – alinea 1 – punt 13 – inleidende formule</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Richtlijn (EU) 2024/1760</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 36</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>13)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">In </STRING></STRING>artikel 36 wordt <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">lid 1 geschrapt.</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P><NO.P>13)</NO.P>Artikel 36 wordt <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">als volgt gewijzigd:</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>a)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">lid 1 wordt geschrapt;</STRING></STRING></P><P><NO.P>b)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in lid 2 wordt punt e) geschrapt;</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		119</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 4 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Artikel 4 bis</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Digitale oplossingen</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>1.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Commissie zet een specifiek digitaal rapportageportaal op dat als onestopshop voor ondernemingen fungeert. Het portaal biedt kosteloos toegang tot sjablonen, richtsnoeren en informatie met betrekking tot alle rapportagevereisten waaraan ondernemingen uit hoofde van het Unierecht moeten voldoen, afgestemd op de omvang, sector, producten en diensten, en de blootstelling aan risico van een onderneming. Het biedt ook toegang tot informatie over financierings- en aanbestedingsmogelijkheden om ondernemingen te helpen hun due-diligenceverplichtingen uit te voeren, na te leven en ervan te profiteren.</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Voor de toepassing van de eerste alinea zorgt de Commissie ervoor dat de relevante gegevensplatforms voor informatie aan ondernemingen en gebruikers van de gegevens interoperabel zijn en dat gegevens op technisch naadloze wijze kunnen worden overgedragen, uitgewisseld en geanalyseerd, en het Europees centraal toegangspunt kunnen aanvullen.</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>2.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Commissie dient uiterlijk op ... [24 maanden na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn] bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in over de behoefte aan technologische oplossingen voor de toepassing van deze richtlijn, waaronder het gebruik van betrouwbare artificiële intelligentie overeenkomstig Verordening (EU) 2024/1689.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND></AMDLST></TEXT></DECISION></TXTLST></SDOCTA>