<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF2" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2025)0268</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Kader voor de belastingheffing van de inkomsten van bedrijven in Europa (Befit)</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0194/2025 - Rapporteur: Evelyn Regner)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 13 november 2025 over het voorstel voor een richtlijn van de Raad betreffende een kader voor de belastingheffing van de inkomsten van bedrijven in Europa (Befit) (COM(2023)0532 – C9-0341/2023 – 2023/0321(CNS))</STRING></TI><NOTE>(Bijzondere wetgevingsprocedure – raadpleging)</NOTE><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie aan de Raad (COM(2023)0532),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 115 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C9‑0341/2023),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de begrotingsbeoordeling door de Begrotingscommissie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de gemotiveerde adviezen die in het kader van het protocol nr. 2 betreffende de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid zijn uitgebracht door het Zweedse parlement, het Maltese parlement en het Ierse parlement (Oireachtas) en waarin wordt gesteld dat het ontwerp van wetgevingshandeling niet strookt met het subsidiariteitsbeginsel,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de artikelen 84 en 58 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>—</NO.P>gezien het verslag van de Commissie economische en monetaire zaken (A10‑0194/2025),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>hecht zijn goedkeuring aan het Commissievoorstel, zoals geamendeerd door het Parlement;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>verzoekt de Commissie haar voorstel krachtens artikel 293, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie dienovereenkomstig te wijzigen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>verzoekt de Raad, wanneer deze voornemens is af te wijken van de door het Parlement goedgekeurde tekst, het Parlement hiervan op de hoogte te stellen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>wenst opnieuw te worden geraadpleegd ingeval de Raad voornemens is ingrijpende wijzigingen aan te brengen in het voorstel van de Commissie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF><AMDLST><HD><HEAD.OLD><STRING ITALIC="on">Door de Commissie voorgestelde tekst</STRING></HEAD.OLD><HEAD.NEW><STRING ITALIC="on">Amendement</STRING></HEAD.NEW></HD><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		1</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 1</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(1)</NO.P>In de Unie bestaat er momenteel geen gemeenschappelijke aanpak voor de berekening van de belastinggrondslag voor ondernemingen. Daarom moeten ondernemingen in de Unie in elke lidstaat waarin zij actief zijn, voldoen aan een ander vennootschapsbelastingstelsel.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(1)</NO.P>In de Unie bestaat er momenteel geen gemeenschappelijke aanpak voor de berekening van de belastinggrondslag voor ondernemingen. Daarom moeten ondernemingen in de Unie in elke lidstaat waarin zij actief zijn, voldoen aan een ander vennootschapsbelastingstelsel. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Volgens het jaarverslag 2024 inzake belasting liepen de wettelijke belastingtarieven voor vennootschappen tussen de lidstaten in 2023 bijvoorbeeld uiteen van 10 % tot 31,5 % (en van 9 % tot 29 % indien rekening wordt gehouden met de fiscale steunregelingen van de regeringen).</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		2</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 2</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(2)</NO.P>Doordat in de Unie 27 verschillende vennootschapsbelastingstelsels naast elkaar bestaan, is het ingewikkeld om de belastingvoorschriften na te leven en hebben ondernemingen te maken met oneerlijke concurrentie. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Dat is</STRING></STRING> eens te meer evident nu de opvattingen over landsgrenzen en bedrijfsmodellen aanzienlijk zijn veranderd door de globalisering en de digitalisering van de economie. De versnipperde respons van de regeringen op de nieuwe omstandigheden heeft de interne markt verder verstoord. Bovendien leiden de verschillende rechtskaders onvermijdelijk tot uiteenlopende praktijken van de belastingdiensten in de lidstaten. Dit gaat vaak gepaard met langdurige procedures die onvoorspelbaar en inconsistent zijn en hoge nalevingskosten met zich meebrengen.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(2)</NO.P>Doordat in de Unie 27 verschillende vennootschapsbelastingstelsels naast elkaar bestaan, is het ingewikkeld om de belastingvoorschriften na te leven en hebben ondernemingen te maken met oneerlijke concurrentie<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en kan dit leiden tot dubbele belasting, belastingontwijking en dubbele niet-belastingheffing.</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Volgens het jaarverslag 2024 inzake belasting werd de inkomstenderving door de verschuiving van bedrijfswinsten geraamd op 20 % van alle in 2022 in de Unie geïnde inkomsten uit vennootschapsbelasting, wat overeenkomt met ongeveer 100 miljard EUR in nominale waarde.</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Deze verschijnselen zijn </STRING></STRING>eens te meer evident nu de opvattingen over landsgrenzen en bedrijfsmodellen aanzienlijk zijn veranderd door de globalisering en de digitalisering van de economie. De versnipperde respons van de regeringen op de nieuwe omstandigheden heeft de interne markt verder verstoord. Bovendien leiden de verschillende rechtskaders onvermijdelijk tot uiteenlopende praktijken van de belastingdiensten in de lidstaten. Dit gaat vaak gepaard met langdurige procedures die onvoorspelbaar en inconsistent zijn en hoge nalevingskosten met zich meebrengen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, hetgeen gevolgen kan hebben voor grensoverschrijdende investeringen</STRING></STRING>. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Een dergelijke complexiteit kan de uitbreiding van ondernemingen op de eengemaakte markt belemmeren, hetgeen negatieve gevolgen heeft voor de innovatie, het concurrentievermogen en de werkgelegenheid. Een gemeenschappelijke aanpak is derhalve niet alleen noodzakelijk om te zorgen voor een eerlijke en doeltreffende belastingheffing, maar ook om de integriteit en het concurrentievermogen van de op de eengemaakte markt actieve vennootschappen te versterken.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		3</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 3</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(3)</NO.P>Hoewel de vennootschapsbelastingstelsels qua opzet verschillen, hebben zij in wezen een vergelijkbare werking, aangezien de regels ervan hetzelfde doel dienen, namelijk een belastbare grondslag voor ondernemingen vaststellen. In dit verband is het voor op de interne markt actieve ondernemingen van belang dat de lidstaten een gemeenschappelijk rechtskader invoeren om de basiskenmerken van de vennootschapsbelastingstelsels te harmoniseren, teneinde de belastingregels te vereenvoudigen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en</STRING></STRING> eerlijke concurrentie te waarborgen.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(3)</NO.P>Hoewel de vennootschapsbelastingstelsels qua opzet verschillen, hebben zij in wezen een vergelijkbare werking, aangezien de regels ervan hetzelfde doel dienen, namelijk een belastbare grondslag voor ondernemingen vaststellen. In dit verband, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ter ondersteuning van de goede werking van de interne markt, moet het vennootschapsbelastingklimaat in de Unie vorm worden gegeven overeenkomstig het beginsel dat bedrijven hun eerlijk deel van de belasting betalen in de rechtsgebieden waar hun winsten tot stand komen. Daarom</STRING></STRING> is het voor op de interne markt actieve ondernemingen van belang dat de lidstaten een gemeenschappelijk rechtskader invoeren om de basiskenmerken van de vennootschapsbelastingstelsels te harmoniseren, teneinde de belastingregels te vereenvoudigen, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de administratieve lasten te verminderen</STRING></STRING>, eerlijke concurrentie te waarborgen, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de rechtszekerheid voor over de grenzen heen actieve vennootschappen te vergroten, en belastingontwijking te bestrijden</STRING></STRING>. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het toepassingsgebied van een dergelijke harmonisatie moet strikt worden beperkt tot de in deze richtlijn bedoelde criteria en entiteiten, terwijl het belastingtarief en het handhavingsbeleid bij de lidstaten blijven, in het kader van Richtlijn (EU) 2022/2523 van de Raad</STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"><STRING SUPERSCRIPT="on">1 bis</STRING></STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">.</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">________________</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>1 bis.</NO.P> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Richtlijn (EU) 2022/2523 van de Raad van 15 december 2022 tot waarborging van een mondiaal minimumniveau van belastingheffing voor groepen van multinationale ondernemingen en omvangrijke binnenlandse groepen in de Unie (PB L 328 van 22.12.2022, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2022/2523/oj).</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		4</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 3 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>(3 bis)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Harmonisatie van de heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting door middel van gemeenschappelijke regels verbetert de transparantie en bevordert daarmee een eerlijkere en gezondere belastingconcurrentie binnen de Unie, die met name wordt ondersteund door de inwerkingtreding van Richtlijn (EU) 2022/2523 tot waarborging van een mondiaal minimumniveau van belastingheffing, en draagt bij tot de versterking van het algemene concurrentievermogen van de Unie en haar verbintenis tot internationaal overeengekomen standaarden.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		5</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 4 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>(4 bis)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Om te zorgen voor rechtszekerheid en buitensporige administratieve lasten voor groepen van multinationale ondernemingen te voorkomen, moet deze richtlijn streven naar samenhang met internationale ontwikkelingen op belastinggebied, met name die welke worden nagestreefd door het inclusief kader van de OESO/G20, met inbegrip van pijler 1 en pijler 2, waarbij ook rekening wordt gehouden met de standpunten van belangrijke internationale partners en lidstaten, met inbegrip van besluiten om de overeengekomen verbintenissen na te komen of zich daarvan vrij te stellen. De Unie moet in ieder geval voldoende flexibiliteit behouden om zo nodig haar eigen toewijzingsmechanisme vast te stellen om de nalevingslasten te verminderen en het risico van dubbele of meervoudige belastingheffing te beperken.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		6</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 4 ter (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>(4 ter)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Commissie en de lidstaten moeten zorgen voor samenhang en afstemming van deze richtlijn op de OESO/G20-modelvoorschriften en op Richtlijn (EU) 2022/2523. Waar mogelijk moeten de Commissie en de lidstaten de begrippen in deze richtlijn interpreteren in het licht van de beginselen en regels van Richtlijn (EU) 2022/2523.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		7</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 5</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(5)</NO.P>Het ondernemingsklimaat op de interne markt moet aantrekkelijker worden gemaakt om groei en investeringen in de Unie te stimuleren. Daartoe moet prioriteit worden gegeven aan de vaststelling van een gemeenschappelijk kader van vennootschapsbelastingregels, die grensoverschrijdend actieve ondernemingen makkelijker kunnen naleven en die hen faciliteren wanneer zij hun buitenlandse activiteiten verder willen uitbreiden. Een enkele reeks vennootschapsbelastingregels voor internationale activiteiten zal naar verwachting resulteren in meer fiscale zekerheid en minder belastinggeschillen, aangezien het kader verstoringen zou aanpakken en zou leiden tot minder gevallen van dubbele en te hoge belastingheffing. Aangezien stabiele belastinginkomsten van cruciaal belang zijn voor de begrotingen van de lidstaten, onder meer om te investeren in infrastructuur, onderzoek en ontwikkeling en om openbare diensten te verlenen, is het bovendien van cruciaal belang ervoor te zorgen dat de inkomsten in de toekomst worden toegerekend volgens een instrument dat stoelt op solide parameters die niet kunnen worden misbruikt.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(5)</NO.P>Het ondernemingsklimaat op de interne markt moet aantrekkelijker worden gemaakt om groei en investeringen in de Unie te stimuleren. Daartoe moet prioriteit worden gegeven aan de vaststelling van een gemeenschappelijk kader van vennootschapsbelastingregels, die grensoverschrijdend actieve ondernemingen makkelijker kunnen naleven en die hen faciliteren wanneer zij hun buitenlandse activiteiten verder willen uitbreiden<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, en ondernemerschap op de interne markt aanmoedigen</STRING></STRING>. Een enkele reeks vennootschapsbelastingregels voor internationale activiteiten zal naar verwachting resulteren in meer fiscale zekerheid en minder belastinggeschillen, aangezien het kader verstoringen zou aanpakken en zou leiden tot minder gevallen van dubbele<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en niet-belastingheffing</STRING></STRING>. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Dit betekent ook minder mogelijkheden om bepaalde specifieke nationale belastingbepalingen in een pan-Europese context te misbruiken.</STRING></STRING> Aangezien stabiele belastinginkomsten van cruciaal belang zijn voor de begrotingen van de lidstaten, onder meer om te investeren in infrastructuur, onderzoek en ontwikkeling, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">veiligheid en defensie, en de groene en de sociale transitie</STRING></STRING> en om openbare diensten te verlenen, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">vooral voor de meest kwetsbare huishoudens, is het bovendien van essentieel belang om in de Unie regels voor vaststelling van de winst op te stellen die niet zullen leiden tot lagere inkomsten voor de lidstaten. Daarnaast</STRING></STRING> is het van cruciaal belang ervoor te zorgen dat de inkomsten in de toekomst worden toegerekend volgens een instrument dat stoelt op solide parameters die niet kunnen worden misbruikt.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		8</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 7</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(7)</NO.P>Hoewel de drempel zou worden bepaald aan de hand van de gecombineerde inkomsten van de groep op mondiaal niveau, moet de werkingssfeer van de bepalingen worden beperkt tot de leden van de groep die actief zijn op de interne markt, aangezien het Unierecht alleen van toepassing is binnen de Unie en niet bindend is voor niet-lidstaten. Daarom moeten alleen de in de Unie gevestigde entiteiten van een dergelijke groep worden opgenomen. Hieronder vallen vennootschappen die voor belastingdoeleinden zijn gevestigd in een lidstaat en hun vaste inrichtingen die in een lidstaat actief zijn, alsook de vaste inrichtingen in de Unie van in een derde land gevestigde vennootschappen van dezelfde groep. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Aangezien het begrip “vaste inrichting” wordt omschreven in bilaterale belastingverdragen en intern recht, is er wereldwijd — ofschoon de definities een aantal gemeenschappelijke uitgangspunten hebben — nog steeds een zekere mate van divergentie.</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bijgevolg zou het pragmatisch zijn om uit te gaan van de bestaande verdragen tot het vermijden van dubbele belasting en de nationale regels van de lidstaten, in plaats van te streven naar volledige harmonisatie via afgeleid Unierecht.</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P><NO.P>(7)</NO.P>Hoewel de drempel zou worden bepaald aan de hand van de gecombineerde inkomsten van de groep op mondiaal niveau, moet de werkingssfeer van de bepalingen worden beperkt tot de leden van de groep die actief zijn op de interne markt, aangezien het Unierecht alleen van toepassing is binnen de Unie en niet bindend is voor niet-lidstaten. Daarom moeten alleen de in de Unie gevestigde entiteiten van een dergelijke groep worden opgenomen. Hieronder vallen vennootschappen die voor belastingdoeleinden zijn gevestigd in een lidstaat en hun vaste inrichtingen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, met inbegrip van een aanmerkelijke economische aanwezigheid, </STRING></STRING>die in een lidstaat actief zijn, alsook de vaste inrichtingen in de Unie van in een derde land gevestigde vennootschappen van dezelfde groep.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		9</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 7 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>(7 bis)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Unie moet het voortouw nemen in en actief deelnemen aan internationale discussies over hoe de internationale vennootschapsbelasting geschikt voor de toekomst kan worden gemaakt, onder meer door een vorm van harmonisatie van de regels en een toerekening van de belastbare grondslag voor grote multinationale ondernemingen te bevorderen.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		10</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 8 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>(8 bis)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">In deze richtlijn moeten regels worden vastgesteld die het begrip “vaste inrichting” zodanig uitbreiden dat het ook een aanmerkelijke economische aanwezigheid omvat door middel waarvan een onderneming geheel of gedeeltelijk wordt gedreven. De onderliggende doelstelling is de veerkracht van de interne markt in zijn geheel te verbeteren teneinde de uitdagingen van belastingheffing in de digitale economie aan te pakken. Het toegenomen belang van diensten, versneld door de digitalisering van de economie, heeft geleid tot recente voorstellen, zoals opgenomen in het voorstel van de OESO/G20 inzake pijler 1, om “aanmerkelijke economische aanwezigheid” te definiëren als een belastbare nexus op basis van een louter kwantitatieve omzetdrempel in een bepaald land, teneinde alle sectoren te omvatten en te zorgen voor eenvoud. Die doelstelling kan onvoldoende worden verwezenlijkt als de lidstaten elk afzonderlijk optreden omdat digitale ondernemingen grensoverschrijdend actief kunnen zijn zonder enige vorm van fysieke aanwezigheid in een jurisdictie en er dus regels nodig zijn om te garanderen dat digitale ondernemingen belastingen betalen in de jurisdicties waar ze winsten maken, hetzij door diensten te verlenen hetzij door producten te verkopen (“omzet”).</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		11</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 8 ter (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>(8 ter)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Teneinde een sluitende definitie te kunnen geven van de belastbare nexus van een onderneming in een lidstaat, ongeacht of de onderneming digitaal is of niet, is het noodzakelijk dat een dergelijke definitie gebaseerd is op de inkomsten uit alle verkopen, inclusief uit de geleverde digitale diensten. De definitie in deze richtlijn is identiek aan de in het kader van het voorstel van de OESO/G20 inzake pijler 1 overeengekomen definitie, teneinde samenhang tussen deze richtlijn en dat internationale kader te waarborgen. De Unie moet het goede voorbeeld geven in het internationale debat over belastinghervorming, teneinde zekerheid te bieden aan belastingplichtigen. Voorts kan de Commissie, met het oog op consistentie, aanbevelingen doen ter ondersteuning van aanpassingen aan de verdragen inzake dubbele belasting van lidstaten met niet-Unierechtsgebieden, om ervoor te zorgen dat het concept van een vaste inrichting, met inbegrip van een aanzienlijke economische aanwezigheid, en de daarmee verband houdende regels inzake winsttoerekening worden toegepast op een wijze die in overeenstemming is met internationaal overeengekomen normen.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		12</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 9</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(9)</NO.P>Het beoogde initiatief heeft tot doel de huidige regels te vereenvoudigen. Daarom moeten de regels inzake de berekening van de belastinggrondslag zodanig worden opgezet dat een beperkte reeks belastingcorrecties wordt toegepast op de jaarrekeningen van elk groepslid. Deze beperkte correcties zouden gemeenschappelijke correcties zijn die nodig zijn om de jaarrekening om te zetten in een belastinggrondslag. Gelet op de nodige afstemming op Richtlijn (EU) 2022/2523 moeten de correcties aansluiten bij dat kader, dat ook de uitvoering moet vergemakkelijken voor lidstaten en ondernemingen die reeds vertrouwd zijn met de algemene beginselen ervan.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(9)</NO.P>Het beoogde initiatief heeft tot doel de huidige regels te vereenvoudigen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en zo de efficiëntie en het concurrentievermogen van de interne markt te verbeteren</STRING></STRING>. Daarom moeten de regels inzake de berekening van de belastinggrondslag zodanig worden opgezet dat een beperkte reeks belastingcorrecties wordt toegepast op de jaarrekeningen van elk groepslid. Deze beperkte correcties zouden gemeenschappelijke correcties zijn die nodig zijn om de jaarrekening om te zetten in een belastinggrondslag. Gelet op de nodige afstemming op Richtlijn (EU) 2022/2523 moeten de correcties aansluiten bij dat kader, dat ook de uitvoering moet vergemakkelijken voor lidstaten en ondernemingen die reeds vertrouwd zijn met de algemene beginselen ervan. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">In dat kader moet rekening worden gehouden met de betaling van een bijheffing die verschuldigd is in overeenstemming met Richtlijn (EU) 2022/2523 of in toepassing van een gekwalificeerde binnenlandse bijheffing als bedoeld in die richtlijn, of een andere alternatieve minimumbelasting die erkend is in een internationaal forum zoals de OESO.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		13</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 10</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(10)</NO.P>Aangezien de berekening van de belastinggrondslag van elk groepslid met het oog op vereenvoudiging zal worden gebaseerd op de financiële rekeningen, moeten de belastingregels zo nauw mogelijk aansluiten op de financiële verslaglegging. Indien mogelijk wordt een actief of passief in het kader van de financiële verslaglegging op dezelfde wijze behandeld als met het oog op de belastingheffing, zodat correcties niet nodig zouden zijn. Evenzo moeten, gelet op de grondgedachte achter belastingheffing, andere elementen van de belastinggrondslag voor belastingdoeleinden anders worden behandeld dan in het kader van de financiële verslaglegging.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(10)</NO.P>Aangezien de berekening van de belastinggrondslag van elk groepslid met het oog op vereenvoudiging zal worden gebaseerd op de financiële rekeningen, moeten de belastingregels zo nauw mogelijk aansluiten op de financiële verslaglegging. Indien mogelijk wordt een actief of passief in het kader van de financiële verslaglegging op dezelfde wijze behandeld als met het oog op de belastingheffing, zodat correcties niet nodig zouden zijn. Evenzo moeten, gelet op de grondgedachte achter belastingheffing, andere elementen van de belastinggrondslag voor belastingdoeleinden anders worden behandeld dan in het kader van de financiële verslaglegging. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Om te zorgen voor consistentie met de internationale belastingpraktijken, zoals de praktijken in het kader van pijler 2, moet deze richtlijn meer flexibiliteit bieden bij de keuze van de standaarden voor financiële verslaglegging die worden gebruikt om het voorlopige belastingresultaat te bepalen.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		14</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 10 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>(10 bis)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Teneinde de doelstelling van een vereenvoudigd belastingkader te verwezenlijken en om te waarborgen dat deze richtlijn een passende aanvulling vormt op Richtlijn (EU) .../... van de Raad</STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"><STRING SUPERSCRIPT="on">1 bis</STRING></STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, moeten de in deze richtlijn vastgestelde regels voor de aftrekbaarheid van rente waar van toepassing worden afgestemd op die van Richtlijn (EU) .../...</STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"><STRING SUPERSCRIPT="on">++</STRING></STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">.</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"><STRING SUPERSCRIPT="on">_______________</STRING></STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"><STRING SUPERSCRIPT="on">1 bis</STRING></STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Richtlijn (EU) .../... van de Raad van … tot vaststelling van regels voor een tegemoetkoming ter vermindering van de ongelijkheid tussen vreemd en eigen vermogen en tot beperking van de aftrekbaarheid van rente voor de vennootschapsbelasting (PB L ., ..., ELI: ...).</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"><STRING SUPERSCRIPT="on">+</STRING></STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> PB: gelieve in de tekst het nummer van de in document 2022/0154(CNS) vervatte richtlijn in te voegen, en in de overeenkomstige voetnoot het nummer, de titel, de datum en de publicatiegegevens daarvan.</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"><STRING SUPERSCRIPT="on">++</STRING></STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> PB: gelieve in de tekst het nummer van de in document 2022/0154(CNS) vervatte richtlijn in te voegen.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		15</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 10 ter (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>(10 ter)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Om een minimumniveau van belastingheffing op royalty’s te waarborgen, moet voor leden van de Befit-groep een regel inzake de beperking van de aftrekbaarheid van royalty’s worden ingevoerd in overeenstemming met de onderworpenheidsregel (Subject to Tax Rule – STTR)</STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"><STRING SUPERSCRIPT="on">1 bis</STRING></STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, zoals voorgesteld in pijler 2 van het inclusief kader van de OESO/G20.</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">_________________</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"><STRING SUPERSCRIPT="on">1 bis</STRING></STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">OECD (2023). Belastingproblematiek als gevolg van de digitalisering van de economie – onderworpenheidsregel (pijler 2): Inclusive Framework on BEPS, OECD/G20 Base Erosion and Profit Shifting Project (Inclusief kader inzake BEPS, OESO/G20-project inzake grondslaguitholling en winstverschuiving), OECD Publishing, Paris, https://doi.org/10.1787/9afd6856-en.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		16</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 10 quater (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>(10 quater)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Een billijkere belastingheffing op passieve inkomsten vereist ook stevige regels inzake gecontroleerde buitenlandse vennootschappen (cfc’s) voor leden van de Befit-groep om hen beter bestand te maken tegen winstverschuiving.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		17</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on"> Overweging 11 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>(11 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Om investeringen aan te moedigen, een duurzame transitie tot stand te brengen en het vermogen van de Unie om opkomende dreigingen en crises te voorkomen en erop te reageren, te vergroten, moeten de lidstaten een gerichte regeling voor versnelde afschrijving vaststellen om ondernemingen te stimuleren de nodige investeringen te doen om de dubbele transitie te verwezenlijken en hun veerkracht te bevorderen. Die tijdelijke regeling moet duurzame economische groei stimuleren, banen scheppen, de veiligheid van de Unie vergroten, onder meer in de digitale en de energiesector, en innovatie op het gebied van duurzame technologieën bevorderen. Om gestalte te geven aan deze stimulansen en te zorgen voor een uniforme aanpak in de hele interne markt moet de Commissie worden gemachtigd om uitvoeringshandelingen vast te stellen.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		18</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 12</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(12)</NO.P>Om de hoofddoelstelling van een vereenvoudigd vennootschapsbelastingkader te verwezenlijken, moeten de voorlopige fiscale resultaten van elk groepslid worden geaggregeerd tot één gemeenschappelijke belastinggrondslag, die vervolgens aan de in aanmerking komende groepsleden wordt toegerekend. De belastingcorrecties op de jaarrekening zouden resulteren in een voorlopig fiscaal resultaat voor elk groepslid. Deze resultaten worden vervolgens geaggregeerd, waardoor grensoverschrijdende verliesverrekening tussen Befit-groepsleden mogelijk wordt, waarna de geaggregeerde belastinggrondslag aan de groepsleden wordt toegerekend aan de hand van een overgangsregel inzake toerekening; zo wordt de weg vrijgemaakt voor een permanent mechanisme. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Dat</STRING></STRING> permanente mechanisme<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> kan worden</STRING></STRING> gebaseerd op een evenredige toewijzing op grond van een formule, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">waarbij</STRING></STRING> het niet langer nodig<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> zou zijn</STRING></STRING> om transacties binnen de Befit-groep in overeenstemming te brengen met het zakelijkheidsbeginsel. Dit zou als voordeel hebben dat gebruik wordt gemaakt van recentere landenrapporten en van de in de overgangsperiode vergaarde gegevens. Een dergelijk voorstel maakt het ook mogelijk de verwachte effecten van de uitvoering van de tweepijleraanpak op de nationale belastinggrondslagen en de belastinggrondslagen van de BEFIT-groep, grondiger te beoordelen. Aldus kan het belangrijke doel van een fiscaal neutrale interne markt nog steeds worden verwezenlijkt, waarbij het aantal gevallen van dubbele en <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">te hoge belastingheffing</STRING></STRING> wordt verminderd en meer fiscale zekerheid wordt geboden met als doel het aantal belastinggeschillen te verminderen.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(12)</NO.P>Om de hoofddoelstelling van een vereenvoudigd vennootschapsbelastingkader te verwezenlijken, moeten de voorlopige fiscale resultaten van elk groepslid worden geaggregeerd tot één gemeenschappelijke belastinggrondslag, die vervolgens aan de in aanmerking komende groepsleden wordt toegerekend. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Een dergelijk kader moet eenvoudig zijn voor ondernemingen en mag hun geen nieuwe lasten opleggen</STRING></STRING>. De belastingcorrecties op de jaarrekening zouden resulteren in een voorlopig fiscaal resultaat voor elk groepslid. Deze resultaten worden vervolgens geaggregeerd, waardoor <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">een afgetopte</STRING></STRING> grensoverschrijdende verliesverrekening tussen Befit-groepsleden mogelijk wordt, waarna de geaggregeerde belastinggrondslag aan de groepsleden wordt toegerekend aan de hand van een overgangsregel inzake toerekening; zo wordt de weg vrijgemaakt voor een permanent mechanisme. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het</STRING></STRING> permanente mechanisme <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">moet zijn</STRING></STRING> gebaseerd op een evenredige toewijzing op grond van een formule <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">met inbegrip van, maar niet beperkt tot, drie reeksen materiële factoren: arbeid, activa, verkoop en digitale aanwezigheid.</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Hierdoor is </STRING></STRING>het niet langer nodig om transacties binnen de Befit-groep in overeenstemming te brengen met het zakelijkheidsbeginsel. Dit zou als voordeel hebben dat gebruik wordt gemaakt van recentere landenrapporten en van de in de overgangsperiode vergaarde gegevens. Een dergelijk voorstel maakt het ook mogelijk de verwachte effecten van de uitvoering van de tweepijleraanpak op de nationale belastinggrondslagen en de belastinggrondslagen van de Befit-groep, grondiger te beoordelen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en aldus de kosten van de naleving van belastingvoorschriften voor ondernemingen te verlagen</STRING></STRING>. Aldus kan het belangrijke doel van een fiscaal neutrale interne markt nog steeds worden verwezenlijkt, waarbij het aantal gevallen van dubbele <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">belasting</STRING></STRING> en<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> dubbele niet-belastingheffing</STRING></STRING> wordt verminderd en meer fiscale zekerheid wordt geboden met als doel het aantal belastinggeschillen te verminderen. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Gelet op de veranderende internationale fiscale ontwikkelingen en de onzekerheid of belangrijke jurisdicties pijler 1 zullen uitvoeren, is het van essentieel belang dat de Unie de flexibiliteit behoudt bij de ontwikkeling van een autonoom, eerlijk en economisch evenwichtig toewijzingsmechanisme.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		19</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 14</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(14)</NO.P>Om ruimte te bieden voor groei en investeringen, kunnen de lidstaten na de toerekening ook individueel aanvullende correcties (bv. bij de fiscale behandeling van pensioenpremies) toepassen op gebieden die niet onder het gemeenschappelijk kader vallen. Het staat de lidstaten voorts vrij hun toegerekende aandeel verder te corrigeren zonder plafond om te waarborgen dat de lidstaten op dit gebied nationale beleidskeuzen kunnen maken. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het belangrijkste is dat bij Richtlijn (EU) 2022/2523 in wezen een plafond wordt ingesteld dat er daadwerkelijk voor zorgt dat het effectieve belastingtarief ten minste 15 % bedraagt</STRING></STRING>.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(14)</NO.P>Om ruimte te bieden voor groei en investeringen, kunnen de lidstaten na de toerekening ook individueel aanvullende correcties (bv. bij de fiscale behandeling van pensioenpremies) toepassen op gebieden die niet onder het gemeenschappelijk kader vallen. Het staat de lidstaten voorts vrij hun toegerekende aandeel verder te corrigeren zonder plafond om te waarborgen dat de lidstaten op dit gebied nationale beleidskeuzen kunnen maken<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, bijvoorbeeld om hulpbronnenefficiëntie te genereren, investeringen te stimuleren en banen te scheppen</STRING></STRING>. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Dergelijke aanvullende elementen kunnen aftrekposten, toeslagen, belastingkredieten of andere nationale maatregelen op het gebied van de vennootschapsbelasting omvatten, met inbegrip van maatregelen ter bevordering van onderzoek en ontwikkeling of andere beleidsdoelstellingen, op voorwaarde dat die maatregelen alleen van toepassing zijn op het toegerekende deel van de belastinggrondslag en niet van invloed zijn op de geconsolideerde belastinggrondslag of op het toewijzingsmechanisme op grond van deze richtlijn</STRING></STRING>. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De correctie na de toerekening moet echter gericht zijn op fiscale prikkels die op input gebaseerd zijn. De lidstaten moeten afzien van het aanbieden van op output gebaseerde fiscale prikkels, zoals octrooiboxen en andere regelingen inzake intellectuele eigendom.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		20</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 14 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>(14 bis)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Commissie en de lidstaten moeten zorgen voor samenhang en afstemming van deze richtlijn op de OESO/G20-modelvoorschriften en op Richtlijn (EU) 2022/2523, met name wat betreft de berekening van het effectieve belastingtarief per land, hetgeen zou kunnen worden ondermijnd door de in deze richtlijn beoogde grensoverschrijdende verliesverrekening tussen Befit-groepsleden. Die dimensie moet worden beoordeeld bij de herziening van deze richtlijn.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		21</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 15</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(15)</NO.P>In sommige lidstaten stoelt het vennootschapsbelastingstelsel op beginselen die afwijken van de meest gangbare aanpak, zoals een uitkeringsbelastingstelsel. Het is daarom van het grootste belang in de nodige correcties te voorzien om een werkbare interactie met die stelsels te waarborgen. Bepaalde correcties na de toerekening zouden in dit verband een oplossing kunnen vormen. Het deel dat volgens een uitkeringsstelsel aan een groepslid wordt toegerekend, moet dan worden aangepast naar rato van de in de loop van het boekjaar verstrekte uitkeringen. De essentie van een uitkeringsbelastingstelsel blijft onverkort behouden, aangezien de uitkering gekoppeld is aan een tijdstip waarop het toegerekende deel wordt belast en bijgevolg bepaalt over welk deel ervan belasting moet worden geheven. In dit verband moet worden overwogen een overdrachtsmechanisme toe te passen om ervoor te zorgen dat het toegerekende deel dat in het lopende jaar niet wordt belast, in de daaropvolgende jaren belastbaar is.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(15)</NO.P>In sommige lidstaten stoelt het vennootschapsbelastingstelsel op beginselen die afwijken van de meest gangbare aanpak, zoals een uitkeringsbelastingstelsel. Het is daarom van het grootste belang in de nodige correcties te voorzien om een werkbare interactie met die stelsels te waarborgen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en geen tegenstrijdigheid tussen de twee systemen in te voeren, waardoor de oprichting van bedrijven zou worden ontmoedigd</STRING></STRING>. Bepaalde correcties na de toerekening zouden in dit verband een oplossing kunnen vormen. Het deel dat volgens een uitkeringsstelsel aan een groepslid wordt toegerekend, moet dan worden aangepast naar rato van de in de loop van het boekjaar verstrekte uitkeringen. De essentie van een uitkeringsbelastingstelsel blijft onverkort behouden, aangezien de uitkering gekoppeld is aan een tijdstip waarop het toegerekende deel wordt belast en bijgevolg bepaalt over welk deel ervan belasting moet worden geheven. In dit verband moet worden overwogen een overdrachtsmechanisme toe te passen om ervoor te zorgen dat het toegerekende deel dat in het lopende jaar niet wordt belast, in de daaropvolgende jaren belastbaar is. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De mogelijke opneming van uitkeringsbelastingstelsels in het toepassingsgebied van deze richtlijn moet na vijf jaar worden beoordeeld.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		22</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 17</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(17)</NO.P>Een gemeenschappelijk kader voor de vennootschapsbelasting zou noodzakelijkerwijs een beheerssysteem omvatten, dat idealiter moet zorgen voor een zekere mate van fiscale zekerheid en vereenvoudiging. Om de uniformiteit te bevorderen, moet in het beheerssysteem worden voorzien in een centraal referentiepunt waar een aantal gemeenschappelijke kwesties wordt behandeld, zoals een informatieaangifte op groepsniveau, en in een passende coördinatie en samenwerking tussen de nationale belastingdiensten. Tegelijkertijd moet het beheerssysteem de nationale fiscale soevereiniteit volledig eerbiedigen, aangezien plaatselijke belastingaangiften, controles en geschillenbeslechting in de eerste plaats bij de lidstaten moeten blijven berusten.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(17)</NO.P>Een gemeenschappelijk kader voor de vennootschapsbelasting zou noodzakelijkerwijs een beheerssysteem omvatten, dat idealiter moet zorgen voor een zekere mate van fiscale zekerheid en vereenvoudiging. Om de uniformiteit te bevorderen, moet in het beheerssysteem worden voorzien in een centraal referentiepunt waar een aantal gemeenschappelijke kwesties wordt behandeld, zoals een informatieaangifte op groepsniveau, en in een passende <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">vertrouwelijkheid en beveiliging, alsmede </STRING></STRING>coördinatie en samenwerking tussen de nationale belastingdiensten. Tegelijkertijd moet het beheerssysteem<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> tijdens de overgang </STRING></STRING>de nationale fiscale soevereiniteit volledig eerbiedigen, aangezien plaatselijke belastingaangiften, controles en geschillenbeslechting in de eerste plaats bij de lidstaten moeten blijven berusten.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		23</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 18</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(18)</NO.P>Om te zorgen voor een correcte toepassing en handhaving van de regels van het gemeenschappelijk kader, moeten de lidstaten regels vaststellen inzake sancties voor inbreuken op krachtens deze richtlijn vastgestelde nationale bepalingen. De sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(18)</NO.P>Om te zorgen voor een correcte toepassing en handhaving van de regels van het gemeenschappelijk kader, moeten de lidstaten regels vaststellen inzake sancties voor inbreuken op krachtens deze richtlijn vastgestelde nationale bepalingen. De sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Die sancties moeten worden vastgesteld op een minimumtarief van 0,1 % van de omzet van de Befit-groep in het geval dat de Befit-informatieaangifte niet dienovereenkomstig wordt ingediend en in geval van opzettelijke onjuiste rapportage bij het indienen van de Befit-informatieaangifte.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		24</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 18 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>(18 bis)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Een belangrijke stap om de naleving van de voorschriften inzake de vennootschapsbelasting te verbeteren, is de invoering van een uitgebreid éénloketsysteem waarmee ondernemingen via één gestroomlijnde interface in alle lidstaten hun belastingverplichtingen kunnen nakomen, waardoor de administratieve lasten worden verminderd, wordt gezorgd voor een consistente handhaving en de rechtszekerheid op de interne markt wordt vergroot.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		25</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 19</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(19)</NO.P>Om de voordelen van een gemeenschappelijk rechtskader voor de berekening van de heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting op de interne markt optimaal te benutten, moet de toepassing van de regels facultatief zijn voor groepen, met inbegrip van kmo-groepen, wier jaarlijkse gecombineerde inkomsten minder dan 750 miljoen EUR bedragen, zolang zij een geconsolideerde jaarrekening opstellen en een belastbare aanwezigheid in de Unie hebben. Door de toepassing van de regels open te laten voor kleinere groepen, kunnen meer groepen met grensoverschrijdende structuren en activiteiten baat hebben bij de vereenvoudiging die het gemeenschappelijk kader biedt.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(19)</NO.P>Om de voordelen van een gemeenschappelijk rechtskader voor de berekening van de heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting op de interne markt optimaal te benutten, moet de toepassing van de regels facultatief zijn voor groepen, met inbegrip van kmo-groepen, wier jaarlijkse gecombineerde inkomsten minder dan 750 miljoen EUR bedragen, zolang zij een geconsolideerde jaarrekening opstellen en een belastbare aanwezigheid in de Unie hebben. Door de toepassing van de regels open te laten voor kleinere groepen, kunnen meer groepen met grensoverschrijdende structuren en activiteiten baat hebben bij de vereenvoudiging die het gemeenschappelijk kader biedt. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Vennootschappen die ervoor kiezen onder deze richtlijn te vallen, moeten gebruik kunnen maken van de technische bijstand van de lidstaten en de Commissie om aan de nieuwe regels te voldoen en zo hun grensoverschrijdende activiteiten te bevorderen.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		26</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 21 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>(21 bis)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Om ervoor te zorgen dat Befit-teams op efficiënte wijze met elkaar samenwerken, moeten de lidstaten voldoende personele middelen uittrekken voor het Befit-team, onder meer door inhoudelijke en taalopleiding te verstrekken aan de vertegenwoordigers van de Befit-teams en door gebruik te maken van het Fiscalis-programma.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		27</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 21 ter (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>(21 ter)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Commissie moet, in voorkomend geval, een wetgevingsvoorstel indienen voor een geharmoniseerd, gemeenschappelijk Europees fiscaal identificatienummer. Dit zou niet alleen de communicatie tussen de vertegenwoordigers van de lidstaten en het Befit-team vergemakkelijken, maar ook de efficiëntie van de uitwisseling van belastinginformatie binnen de Unie vergroten.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		28</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 25 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>(25 bis)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Overeenkomstig de juridisch bindende routekaart voor nieuwe eigen middelen, vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 16 december 2020 en de mededeling van de Commissie van 2021 “Een aangepast pakket voor de volgende generatie eigen middelen”, kan een deel van de met de toepassing van deze richtlijn gegenereerde inkomsten worden toegewezen aan de algemene begroting van de Unie, overeenkomstig de toepasselijke procedures van Besluit (EU, Euratom) 2020/2053 van de Raad</STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"><STRING SUPERSCRIPT="on">1 bis</STRING></STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">.</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">_______</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"><STRING SUPERSCRIPT="on">1 bis</STRING></STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Besluit (EU, Euratom) 2020/2053 van de Raad van 14 december 2020 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Unie en tot intrekking van Besluit 2014/335/EU, Euratom (PB L 424 van 15.12.2020, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2020/2053/oj).</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		29</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 1 – lid 2 – punt e bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>e bis)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">om het begrip “vaste inrichting” uit te breiden tot een aanmerkelijke economische aanwezigheid die de gehele of gedeeltelijke uitoefening van een onderneming omvat.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		30</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 2 – lid 8</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>8.</NO.P>De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 74 gedelegeerde handelingen vast te stellen om bijlagen I en II te wijzigen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> naar aanleiding van</STRING></STRING> wetswijzigingen in de lidstaten met betrekking tot vennootschapsvormen en vennootschapsbelastingen.</P></OLD><NEW><P><NO.P>8.</NO.P>De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 74 gedelegeerde handelingen vast te stellen om bijlagen I en II te wijzigen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">uitsluitend om rekening te houden met</STRING></STRING> wetswijzigingen in de lidstaten met betrekking tot vennootschapsvormen en vennootschapsbelastingen.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		31</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 3 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Artikel 3 bis</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Aanmerkelijke economische aanwezigheid</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>1.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Voor de toepassing van de vennootschapsbelasting wordt een vaste inrichting geacht te bestaan indien er sprake is van een aanmerkelijke economische aanwezigheid door middel waarvan een onderneming geheel of gedeeltelijk wordt gedreven.</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>2.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Lid 1 vormt een aanvulling op en doet geen afbreuk aan noch houdt een beperking in van enige andere toetsing uit hoofde van het Unie- of het nationale recht om het bestaan van een vaste inrichting in een lidstaat voor de toepassing van de vennootschapsbelasting vast te stellen, in het bijzonder met betrekking tot de levering van digitale diensten dan wel anderszins.</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>3.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Er is sprake van een “aanmerkelijke economische aanwezigheid” in een lidstaat in een belastingtijdvak als de totale inkomsten van een Befit-groep uit die lidstaat meer dan 1 miljoen EUR bedragen.</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>4.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen een gedetailleerde methodologie vast voor de regels voor het genereren van inkomsten. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 73 bedoelde onderzoeksprocedure.</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>5.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Commissie kan, met het oog op consistentie, aanbevelingen doen ter ondersteuning van aanpassingen aan de verdragen inzake dubbele belasting van lidstaten met niet-Unierechtsgebieden, om ervoor te zorgen dat het concept van een vaste inrichting, met inbegrip van een aanmerkelijke economische aanwezigheid, en de daarmee verband houdende regels inzake winsttoerekening worden toegepast op een wijze die in overeenstemming is met internationaal overeengekomen normen.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		32</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 5 – lid 1 – punt a</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>a)</NO.P>de vennootschap is hetzij de uiteindelijke moederentiteit van de groep, hetzij een andere vennootschap van de groep waarbij de uiteindelijke moederentiteit direct of indirect ten minste <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">75 %</STRING></STRING> bezit van de eigendomsrechten of van de rechten die aanspraak geven op de winst;</P></OLD><NEW><P><NO.P>a)</NO.P>de vennootschap is hetzij de uiteindelijke moederentiteit van de groep, hetzij een andere vennootschap van de groep waarbij de uiteindelijke moederentiteit direct of indirect ten minste <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">50 %</STRING></STRING> bezit van de eigendomsrechten of van de rechten die aanspraak geven op de winst;</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		33</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 5 – lid 1 – punt b</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>b)</NO.P>het hoofdkantoor van de vaste inrichting is hetzij de uiteindelijke moederentiteit van de groep, hetzij een ander lid (vennootschap of entiteit) van de groep waarbij de uiteindelijke moederentiteit direct of indirect ten minste <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">75 %</STRING></STRING> bezit van de eigendomsrechten of van de rechten die aanspraak geven op de winst.</P></OLD><NEW><P><NO.P>b)</NO.P>het hoofdkantoor van de vaste inrichting is hetzij de uiteindelijke moederentiteit van de groep, hetzij een ander lid (vennootschap of entiteit) van de groep waarbij de uiteindelijke moederentiteit direct of indirect ten minste <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">50 %</STRING></STRING> bezit van de eigendomsrechten of van de rechten die aanspraak geven op de winst.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		34</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 7 – lid 4 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>4 bis.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Wanneer het redelijkerwijs niet doenbaar is om het netto-inkomen of ‑verlies uit de financiële verslaglegging van een groepsentiteit te bepalen op basis van de aanvaardbare standaard voor financiële verslaglegging of een goedgekeurde standaard voor financiële verslaglegging die is gebruikt voor de opstelling van de geconsolideerde jaarrekening van de uiteindelijke moederentiteit, kan het netto-inkomen of -verlies uit de financiële verslaglegging van de groepsentiteit voor het verslagjaar worden bepaald aan de hand van een andere aanvaardbare standaard voor financiële verslaglegging of een goedgekeurde standaard voor financiële verslaglegging, mits:</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>a)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de financiële rekeningen van de groepsentiteit worden gevoerd op basis van die verslagleggingsstandaard;</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>b)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de informatie in de financiële rekeningen betrouwbaar is; en</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>c)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">permanente verschillen van meer dan 1 000 000 EUR die voortvloeien uit de toepassing van een bepaalde grondslag of standaard op baten- of lastenposten of transacties, indien die grondslag of standaard afwijkt van de verslagleggingsstandaard die voor de opstelling van de geconsolideerde jaarrekening van de uiteindelijke moederentiteit is gebruikt, worden aangepast om te voldoen aan de behandelingseisen voor die post op grond van de verslagleggingsstandaard die voor de opstelling van de geconsolideerde jaarrekening is gebruikt.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		35</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 13 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Artikel 13 bis</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Beperking van de aftrekbaarheid van royalty’s</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het netto-inkomen of -verlies uit de financiële verslaglegging van een Befit-groepslid wordt gecorrigeerd om rekening te houden met betalingen van royalty’s en licentierechten waarvoor het overeenkomstige inkomen van het ontvangende Befit-groepslid onderworpen is aan een effectief belastingtarief van minder dan 9 %, tenzij de ontvangende entiteit een substantiële economische activiteit verricht die wordt ondersteund door personeel, uitrusting, activa en lokalen, zoals blijkt uit relevante feiten en omstandigheden.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		36</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 16 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Artikel 16 bis</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Representatiekosten</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het netto-inkomen of -verlies uit de financiële verslaglegging van een Befit-groepslid wordt gecorrigeerd om rekening te houden met 50 % van het bedrag van de lasten die zijn opgebouwd in verband met representatiekosten.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		37</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 20 – lid 1 – inleidende formule</STRING></STI.AMD><OLD><P>Het netto-inkomen of -verlies uit de financiële verslaglegging van een Befit-groepslid wordt gecorrigeerd <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">om het volgende uit te sluiten:</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P>Het netto-inkomen of -verlies uit de financiële verslaglegging van een Befit-groepslid wordt gecorrigeerd <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">overeenkomstig artikel 16, lid 1, punt e), van Richtlijn (EU) 2022/2523.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		38</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 20 – lid 1 – punt a</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>a)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het bedrag van niet-gerealiseerde wisselkoerswinsten of -verliezen met betrekking tot vaste activa en verplichtingen;</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Schrappen</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		39</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 20 – lid 1 – punt b</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>b)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het bedrag van voorzieningen dat is opgenomen voor niet-gerealiseerde wisselkoersverliezen.</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Schrappen</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		40</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 21 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Artikel 21 bis</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Gecontroleerde buitenlandse vennootschappen</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>1.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het netto-inkomen of -verlies uit de financiële verslaglegging van een Befit-groepslid wordt gecorrigeerd om rekening te houden met de niet-uitgekeerde inkomsten van een entiteit of vaste inrichting die wordt behandeld als gecontroleerde buitenlandse vennootschap in de zin van artikel 7, lid 1, van Richtlijn (EU) 2016/1164, afkomstig uit de volgende categorieën:</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>i)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">rente of andere inkomsten die worden gegenereerd door financiële activa;</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>ii)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">royalty’s of andere inkomsten die worden gegenereerd door intellectuele eigendom;</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>iii)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">dividenden en inkomsten uit de vervreemding van aandelen;</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>iv)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">inkomsten uit financiële leasing;</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>v)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">inkomsten uit verzekerings-, bank- en andere financiële activiteiten;</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>vi)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">inkomsten uit factureringsvennootschappen die hun verkoop- en diensteninkomsten halen uit goederen en diensten, gekocht van en verkocht aan gelieerde ondernemingen, en weinig of geen economische waarde toevoegen.</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De eerste alinea is niet van toepassing wanneer de gecontroleerde buitenlandse vennootschap een wezenlijke economische activiteit, ondersteund door personeel, uitrusting, activa en lokalen, uitoefent zoals blijkt uit de relevante feiten en omstandigheden.</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Wanneer de gecontroleerde buitenlandse vennootschap inwoner is van of gelegen is in een derde land dat geen lid van de EER is, kunnen de lidstaten besluiten af te zien van de toepassing van dit lid.</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>2.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De in de belastinggrondslag op te nemen inkomsten worden berekend overeenkomstig artikel 8 van Richtlijn (EU) 2016/1164.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		41</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 22 – lid 1</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>1.</NO.P>Het netto-inkomen of -verlies uit de financiële verslaglegging van een Befit-groepslid wordt gecorrigeerd om in het boekjaar van verwerving alle vaste materiële activa met een boekwaarde vóór afschrijving van minder dan <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">5 000</STRING></STRING> EUR uit te sluiten.</P></OLD><NEW><P><NO.P>1.</NO.P>Het netto-inkomen of -verlies uit de financiële verslaglegging van een Befit-groepslid wordt gecorrigeerd om in het boekjaar van verwerving alle vaste materiële activa met een boekwaarde vóór afschrijving van minder dan <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">7 500 EUR</STRING></STRING> uit te sluiten.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		42</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 22 – lid 2 – punt a</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>a)</NO.P>alle gebouwen en alle andere soorten onroerende goederen en bouwwerken die voor de onderneming worden gebruikt: <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">28</STRING></STRING> jaar;</P></OLD><NEW><P><NO.P>a)</NO.P>alle gebouwen en alle andere soorten onroerende goederen en bouwwerken die voor de onderneming worden gebruikt<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, met uitzondering van industriële gebouwen en structuren</STRING></STRING>:<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> 30</STRING></STRING> jaar;</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		43</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 22 – lid 2 – punt a bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>a bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">industriële gebouwen en structuren: 25 jaar;</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		44</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 22 – lid 2 – punt b</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>b)</NO.P>alle andere vaste materiële activa: de gebruiksduur ervan zoals beoordeeld overeenkomstig de in artikel 7 bedoelde aanvaardbare boekhoudnorm in de Unie;</P></OLD><NEW><P><NO.P>b)</NO.P>alle andere vaste materiële activa: de gebruiksduur ervan zoals beoordeeld overeenkomstig de in artikel 7 bedoelde aanvaardbare boekhoudnorm in de Unie<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, maar niet minder dan tien jaar</STRING></STRING>;</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		45</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 22 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Artikel 22 bis</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Regels voor versnelde afschrijving</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>1.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">In afwijking van artikel 22 worden vaste materiële activa die door leden van de Befit-groep in de volgende categorieën worden verworven versneld afgeschreven door de lidstaten:</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>a)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">activa die rechtstreeks bijdragen aan de klimaat- en sociale doelstellingen van de Unie, met name de verbetering van schone technologie, energie-efficiëntie en digitalisering;</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>b)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">activa die rechtstreeks bijdragen tot de verwezenlijking van de duurzameontwikkelingsdoelstellingen van de VN voor 2030;</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>c)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">activa die rechtstreeks bijdragen tot de versterking van de defensie van de Unie, met name haar vermogen om opkomende dreigingen en crises te voorkomen en erop te reageren, overeenkomstig de strategie voor een paraatheidsunie.</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>2.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Commissie stelt door middel van een uitvoeringshandeling het kader en de criteria vast voor het operationeel maken van lid 1, met inbegrip van de categorieën activa die in aanmerking komen voor versnelde afschrijving. Om de vijf jaar beoordeelt de Commissie de in lid 1 bedoelde regeling voor versnelde afschrijving, waarbij zij met name nagaat of de maatregelen:</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>a)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">geschikt zijn voor het beoogde doel,</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>b)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">een kosteneffectieve manier zijn om hun beleidsdoelstellingen te verwezenlijken,</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>c)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">negatieve of onverwachte gevolgen hebben.</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Na de in de eerste alinea bedoelde beoordeling werkt de Commissie de uitvoeringshandeling om de vijf jaar bij, indien dit nodig wordt geacht. Uitvoeringshandelingen uit hoofde van dit artikel worden vastgesteld volgens de in artikel 73 bedoelde onderzoeksprocedure.</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>3.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Uiterlijk ... [3 maanden na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn] stellen de lidstaten de Commissie in kennis van hun bestaande nationale regels voor versnelde afschrijving, als bedoeld in de leden 1 en 2 van dit artikel, overeenkomstig de in artikel 48, lid 2, bedoelde verplichting.</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten verstrekken de Commissie ook alle informatie die nodig is om de in lid 2 van dit artikel bedoelde beoordeling uit te voeren.</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>4.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten stellen de Commissie in kennis van hun nieuwe regels voor versnelde afschrijving, zes maanden voordat deze op nationaal niveau in werking treden, en overeenkomstig de verplichting van artikel 48, lid 2.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		46</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 23 – lid 5 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>5 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten kennen geen andere rechten op afschrijving toe aan een Befit-groepslid dan die welke in deze afdeling zijn gespecificeerd.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		47</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 25 – lid 1</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>1.</NO.P>Kosten in verband met verwerving, voortbrenging of verbetering worden, samen met de datum van ingebruikneming na verwerving, voortbrenging of verbetering, voor elk vast actief afzonderlijk geregistreerd in een register van vaste activa.</P></OLD><NEW><P><NO.P>1.</NO.P>Kosten in verband met verwerving, voortbrenging of verbetering worden, samen met de datum van ingebruikneming na verwerving, voortbrenging of verbetering, voor elk vast actief afzonderlijk geregistreerd in een register van vaste activa <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">binnen de Befit-groep</STRING></STRING>.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		48</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 25 – lid 3 – inleidende formule</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>3.</NO.P>Het register van vaste activa wordt zodanig bijgehouden dat het voldoende informatie, waaronder over de afschrijving, omvat voor de berekening van het voorlopig fiscaal resultaat<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">,</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en</STRING></STRING> omvat ten minste de volgende informatie:</P></OLD><NEW><P><NO.P>3.</NO.P>Het register van vaste activa wordt zodanig bijgehouden dat het voldoende informatie, waaronder over de afschrijving, omvat voor de berekening van het voorlopig fiscaal resultaat<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">.</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Gedurende vijf jaar vanaf de datum waarop de afschrijving van een dergelijk actief is geëindigd, wordt een kopie van het register van vaste activa door de Befit-groep bijgehouden. Het register van vaste activa</STRING></STRING> omvat ten minste de volgende informatie:</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		49</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 38</STRING></STI.AMD><OLD><P>Wanneer een vennootschap of een vaste inrichting tot een Befit-groep toetreedt, worden alle niet-gecompenseerde verliezen die vóór de datum van toetreding zijn gemaakt, overeenkomstig het vennootschapsbelastingrecht van de lidstaat waar zij voor belastingdoeleinden is gevestigd of een vaste inrichting heeft, afgetrokken van haar aandeel in de Befit-belastinggrondslag zoals bepaald overeenkomstig hoofdstuk III.</P></OLD><NEW><P>Wanneer een vennootschap of een vaste inrichting tot een Befit-groep toetreedt, worden alle niet-gecompenseerde verliezen die <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">tot vijf jaar</STRING></STRING> vóór de datum van toetreding zijn gemaakt, overeenkomstig het vennootschapsbelastingrecht van de lidstaat waar zij voor belastingdoeleinden is gevestigd of een vaste inrichting heeft, afgetrokken van haar aandeel in de Befit-belastinggrondslag zoals bepaald overeenkomstig hoofdstuk III.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		50</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 41 – lid 1 – alinea 1</STRING></STI.AMD><OLD><P>Niettegenstaande artikel 9 wordt, wanneer een Befit-groepslid als gevolg van een vervreemding van aandelen uittreedt uit de Befit-groep en dit Befit-groepslid in dat boekjaar of het voorgaande boekjaar in het kader van een transactie binnen de Befit-groep een of meer vaste activa heeft verworven, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">een</STRING></STRING> bedrag dat overeenkomt met de winst die of het verlies dat voortvloeit uit de vervreemding van deze vaste activa binnen de Befit-groep, opgenomen in het netto-inkomen of -verlies uit de financiële verslaglegging van het Befit-groepslid dat de activa bezat vóór de vervreemding binnen de Befit-groep.</P></OLD><NEW><P>Niettegenstaande artikel 9 wordt, wanneer een Befit-groepslid als gevolg van een vervreemding van aandelen uittreedt uit de Befit-groep en dit Befit-groepslid in dat boekjaar of het voorgaande boekjaar in het kader van een transactie binnen de Befit‑groep een of meer vaste activa heeft verworven, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het</STRING></STRING> bedrag dat overeenkomt met de winst die of het verlies dat voortvloeit uit de vervreemding van deze vaste activa binnen de Befit-groep, opgenomen in het netto-inkomen of -verlies uit de financiële verslaglegging van het Befit-groepslid dat de activa bezat vóór de vervreemding binnen de Befit-groep.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		51</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 41 – lid 1 – alinea 2</STRING></STI.AMD><OLD><P>De eerste alinea is niet van toepassing indien het Befit-groepslid aantoont dat de transactie binnen de Befit-groep is uitgevoerd om geldige commerciële redenen.</P></OLD><NEW><P>De eerste alinea is niet van toepassing indien het Befit-groepslid aantoont dat de transactie binnen de Befit-groep is uitgevoerd om geldige commerciële redenen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, in de zin van artikel 15, lid 1, punt a) van Richtlijn 2009/133/EG</STRING></STRING>.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		52</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 42 – lid 2 – punt b</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>b)</NO.P>negatief is, wordt het verlies overgedragen en verrekend met de volgende positieve Befit-belastinggrondslag.</P></OLD><NEW><P><NO.P>b)</NO.P>negatief is, wordt het verlies verrekend met <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het belastbare inkomen van de uiteindelijke moederentiteit en wordt het overgedragen voor maximaal vijf jaar en</STRING></STRING> verrekend met de volgende positieve Befit-belastinggrondslag.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> De aftrek is naar rato van de deelneming die de uiteindelijke moederentiteit houdt in haar kwalificerende dochterondernemingen zoals bedoeld in artikel 3, lid 1, dan wel voor het volledige bedrag ten aanzien van vaste inrichtingen. De vermindering van de heffingsgrondslag van de ingezeten belastingplichtige leidt niet tot een negatief bedrag.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		53</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 43 – lid 1 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>1 bis.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Commissie stelt duidelijke en geharmoniseerde criteria vast voor het bepalen van de uiteindelijke begunstigde. Die criteria hebben tot doel te zorgen voor een consistente toepassing van het vrijstellingssysteem, rechtsonzekerheid te verminderen en misbruik te voorkomen. De criteria worden ontwikkeld in overleg met de lidstaten en worden in voorkomend geval afgestemd op internationale standaarden.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		54</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 45 – lid 1 – alinea 1</STRING></STI.AMD><OLD><P>Voor elk boekjaar tussen 1 juli 2028 en uiterlijk 30 juni <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">2035</STRING></STRING> (de “overgangsperiode”) wordt de Befit-belastinggrondslag aan de Befit-groepsleden toegerekend overeenkomstig het grondslagtoerekeningspercentage.</P></OLD><NEW><P>Voor elk boekjaar tussen 1 juli 2028 en uiterlijk 30 juni <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">2033</STRING></STRING> (de “overgangsperiode”) wordt de Befit-belastinggrondslag aan de Befit-groepsleden toegerekend overeenkomstig het grondslagtoerekeningspercentage.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		55</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 45 – lid 1 – alinea 2</STRING></STI.AMD><OLD><P>Voor groepen die na afloop van het eerste boekjaar waarin deze richtlijn van toepassing wordt, onder deze richtlijn komen te vallen, wordt de in de eerste alinea bedoelde overgangsperiode uiterlijk op 30 juni <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">2035</STRING></STRING> beëindigd.</P></OLD><NEW><P>Voor groepen die na afloop van het eerste boekjaar waarin deze richtlijn van toepassing wordt, onder deze richtlijn komen te vallen, wordt de in de eerste alinea bedoelde overgangsperiode uiterlijk op 30 juni <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">2033</STRING></STRING> beëindigd.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		56</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 45 – lid 3 – punt a</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>a)</NO.P>laag risico: wanneer de door een Befit-groepslid gemaakte kosten of verkregen baten in het kader van transacties binnen de Befit-groep in een boekjaar met minder dan <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">10</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> </STRING>% stijgen ten opzichte van de gemiddelde kosten of baten van de voorgaande drie boekjaren bij transacties binnen de Befit-groep;</P></OLD><NEW><P><NO.P>a)</NO.P>laag risico: wanneer de door een Befit-groepslid gemaakte kosten of verkregen baten in het kader van transacties binnen de Befit-groep in een boekjaar met minder dan <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">15 %</STRING></STRING> stijgen ten opzichte van de gemiddelde kosten of baten van de voorgaande drie boekjaren bij transacties binnen de Befit-groep;</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		57</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 45 – lid 3 – punt b</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>b)</NO.P>hoog risico: wanneer de door een Befit-groepslid gemaakte kosten of verkregen baten in het kader van transacties binnen de Befit-groep in een boekjaar met <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">10</STRING></STRING> % of meer stijgen ten opzichte van de gemiddelde kosten of baten van de voorgaande drie boekjaren bij transacties binnen de Befit-groep.</P></OLD><NEW><P><NO.P>b)</NO.P>hoog risico: wanneer de door een Befit-groepslid gemaakte kosten of verkregen baten in het kader van transacties binnen de Befit-groep in een boekjaar met <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">15 %</STRING></STRING> of meer stijgen ten opzichte van de gemiddelde kosten of baten van de voorgaande drie boekjaren bij transacties binnen de Befit-groep.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		58</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 45 – lid 5</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>5.</NO.P>Niettegenstaande artikel 13, lid 2, wordt het financieringskostensurplus als bedoeld in artikel 2 van Richtlijn (EU) 2016/1164 van de Raad dat voortvloeit uit een transactie tussen Befit-groepsleden, niet in aanmerking genomen in de berekening van het grondslagtoerekeningspercentage van het Befit-groepslid dat die kosten maakt.</P></OLD><NEW><P><NO.P>5.</NO.P>Niettegenstaande artikel 13, lid 2, wordt het financieringskostensurplus als bedoeld in artikel 2 van Richtlijn (EU) 2016/1164 van de Raad dat voortvloeit uit een transactie tussen Befit-groepsleden, niet in aanmerking genomen in de berekening van het grondslagtoerekeningspercentage van het Befit-groepslid dat die kosten maakt. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten treffen passende maatregelen om ondernemingen aan te moedigen die risico’s te beperken.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		59</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 45 – lid 9</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>9.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Commissie onderwerpt de overgangsregel aan een uitgebreide evaluatie, in welk verband zij een studie opstelt over de mogelijke samenstelling en het gewicht van de geselecteerde formulefactoren en vóór het einde van het derde boekjaar tijdens de in lid 1 bedoelde overgangsperiode een verslag indient bij de Raad. Indien de Commissie het, rekening houdend met de conclusies van dat verslag, passend acht, kan zij tijdens de overgangsperiode een wetgevingsvoorstel aannemen om deze richtlijn te wijzigen door een methode in te voeren voor de evenredige toerekening van de Befit-belastinggrondslag op basis van een formule en op basis van factoren.</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Schrappen</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		60</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 45 – lid 10</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>10.</NO.P>De regels van de leden 1 tot en met 8 blijven van toepassing <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">totdat wijzigingen daarvan in werking zijn getreden</STRING></STRING>.</P></OLD><NEW><P><NO.P>10.</NO.P>De regels van de leden 1 tot en met 8 blijven van toepassing <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">tot de inwerkingtreding van een overeenkomstig artikel 77, lid 1 ter, voorgestelde wijziging</STRING></STRING>.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		61</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 48 – lid 2</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>2.</NO.P>Naast de in lid 1 genoemde correcties kan een lidstaat toestaan dat het toegerekende deel van de Befit-groepsleden die voor belastingdoeleinden zijn gevestigd in die lidstaat of daar een vaste inrichting hebben, door middel van aanvullende posten wordt verhoogd of verlaagd.</P></OLD><NEW><P><NO.P>2.</NO.P>Naast de in lid 1 genoemde correcties kan een lidstaat<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, als bedoeld in Richtlijn (EU) 2022/2523,</STRING></STRING> toestaan dat het toegerekende deel van de Befit-groepsleden die voor belastingdoeleinden zijn gevestigd in die lidstaat of daar een vaste inrichting hebben, door middel van aanvullende posten wordt verhoogd of verlaagd.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		62</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 48 – lid 2 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>2 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Een lidstaat die stimulansen voor onderzoek en ontwikkeling biedt, onthoudt zich van het bieden van op output gebaseerde stimulansen, zoals octrooiboxen, die het toegerekende deel van Befit-groepsleden die voor belastingdoeleinden in die lidstaat gevestigd zijn of daar een vaste inrichting hebben, zouden verlagen.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		63</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 48 – lid 2 ter (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>2 ter.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Om dubbele belastingheffing als gevolg van de wisselwerking tussen deze richtlijn en bilaterale belastingverdragen met derde landen te voorkomen, passen de lidstaten in voorkomend geval overeenkomstige correcties toe in overeenstemming met hun verdragsverplichtingen. De Commissie kan de coördinatie vergemakkelijken en in voorkomend geval richtsnoeren uitvaardigen om een consistente toepassing in alle lidstaten te bevorderen. </STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		64</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 57 – lid 2</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>2.</NO.P>De Befit-informatieaangifte wordt uiterlijk <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">vier</STRING></STRING> maanden na afloop van het boekjaar bij de autoriteit van aangifte ingediend.</P></OLD><NEW><P><NO.P>2.</NO.P>De Befit-informatieaangifte wordt uiterlijk <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zes</STRING></STRING> maanden na afloop van het boekjaar bij de autoriteit van aangifte ingediend.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		65</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 57 – lid 3 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>3 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Voor de toepassing van lid 3, punt d), ii) worden alle bewijsstukken die zijn gebruikt om de in die bepaling bedoelde Befit-belastinggrondslag vast te stellen, gedurende tien jaar bijgehouden om ter beschikking te worden gesteld van de bevoegde autoriteiten van alle lidstaten waar de Befit-groepsleden voor belastingdoeleinden gevestigd zijn of een vaste inrichting hebben.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		66</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 57 – lid 4 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>4 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Befit-teams maken gebruik van alle bestaande procedures en regelingen die Richtlijn 2011/16/EU</STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"><STRING SUPERSCRIPT="on">1 bis</STRING></STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> biedt om te zorgen voor een efficiënte samenwerking en uitwisseling van informatie tussen nationale belastingdiensten.</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">__________</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"><STRING SUPERSCRIPT="on">1 bis</STRING></STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Richtlijn 2011/16/EU van de Raad van 15 februari 2011 betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen en tot intrekking van Richtlijn 77/799/EEG (PB L 64 van 11.3.2011, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2011/16/oj).</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		67</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 58 – alinea 1</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>1.</NO.P>De indienende entiteit stelt de autoriteit van aangifte binnen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">twee</STRING></STRING> maanden na de tijdige indiening van een Befit-informatieaangifte in kennis van fouten in die aangifte.</P></OLD><NEW><P><NO.P>1.</NO.P>De indienende entiteit stelt de autoriteit van aangifte binnen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">drie</STRING></STRING> maanden na de tijdige indiening van een Befit-informatieaangifte in kennis van fouten in die aangifte.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		68</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 60 – lid 2 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>2 bis.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten wijzen voldoende personele middelen toe aan het Befit-team, onder meer door inhoudelijke en taalopleidingen te bieden aan de vertegenwoordigers van het Befit-team.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		69</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 60 – lid 3</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>3.</NO.P>De informatie die tussen de leden van een Befit-team wordt uitgewisseld, wordt voor zover mogelijk langs elektronische weg verstrekt, met gebruikmaking van een Befit-samenwerkingsinstrument.</P></OLD><NEW><P><NO.P>3.</NO.P>De informatie die tussen de leden van een Befit-team wordt uitgewisseld, wordt voor zover mogelijk langs elektronische weg verstrekt, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">via een beveiligde verbinding of een beveiligd netwerk,</STRING></STRING> met gebruikmaking van een Befit-samenwerkingsinstrument.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		70</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 60 – lid 4</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>4.</NO.P>Om de werkzaamheden en de communicatie van het Befit-team te vergemakkelijken, standaardiseert de Commissie door middel van uitvoeringshandelingen de uitwisseling van informatie tussen de Befit-teamleden middels een Befit-samenwerkingsinstrument. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 73 bedoelde onderzoeksprocedure.</P></OLD><NEW><P><NO.P>4.</NO.P>Om de werkzaamheden en de communicatie van het Befit-team te vergemakkelijken, standaardiseert de Commissie door middel van uitvoeringshandelingen de uitwisseling van informatie tussen de Befit-teamleden middels een Befit-samenwerkingsinstrument<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en ondersteunt zij de beveiligde doorgifte van informatie</STRING></STRING>. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 73 bedoelde onderzoeksprocedure.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		71</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 63 – lid 1</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>1.</NO.P>Een Befit-groepslid stelt de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar hij voor belastingdoeleinden is gevestigd of een vaste inrichting heeft, binnen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">twee</STRING></STRING> maanden na de tijdige indiening van een individuele belastingaangifte in kennis van fouten in die aangifte.</P></OLD><NEW><P><NO.P>1.</NO.P>Een Befit-groepslid stelt de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar hij voor belastingdoeleinden is gevestigd of een vaste inrichting heeft, binnen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">drie</STRING></STRING> maanden na de tijdige indiening van een individuele belastingaangifte in kennis van fouten in die aangifte.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		72</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 65 – lid 1</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>1.</NO.P>De bevoegde autoriteit van een lidstaat kan controles initiëren en coördineren van Befit-groepsleden die voor belastingdoeleinden zijn gevestigd of een vaste inrichting hebben in die lidstaat.</P></OLD><NEW><P><NO.P>1.</NO.P>De bevoegde autoriteit van een lidstaat kan controles initiëren en coördineren van Befit-groepsleden die voor belastingdoeleinden zijn gevestigd of een vaste inrichting hebben in die lidstaat. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Die bevoegde autoriteit stelt de andere leden van het Befit-team binnen één maand nadat een dergelijke controle is geïnitieerd in kennis.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		73</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 67 – lid 1</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>1.</NO.P>Een Befit-groepslid kan binnen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">twee</STRING></STRING> maanden na de kennisgeving van de individuele belastingaanslag krachtens artikel 64 beroep tegen de inhoud van die aanslag instellen bij de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar dat Befit-groepslid voor belastingdoeleinden is gevestigd of een vaste inrichting heeft. Het administratief beroep wordt behandeld door een bestuurlijk lichaam dat, naar het recht van de lidstaat van het Befit-groepslid, bevoegd is om beroepen in eerste aanleg te behandelen. Het administratief beroep wordt beheerst door het recht van de lidstaat waar het Befit-groepslid voor belastingdoeleinden is gevestigd of een vaste inrichting heeft. Indien een dergelijk bestuurlijk lichaam ontbreekt in de lidstaat van waar het Befit-groepslid voor belastingdoeleinden is gevestigd of een vaste inrichting heeft, kan het Befit-groepslid rechtstreeks beroep instellen bij de rechter.</P></OLD><NEW><P><NO.P>1.</NO.P>Een Befit-groepslid kan binnen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">drie</STRING></STRING> maanden na de kennisgeving van de individuele belastingaanslag krachtens artikel 64 beroep tegen de inhoud van die aanslag instellen bij de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar dat Befit-groepslid voor belastingdoeleinden is gevestigd of een vaste inrichting heeft. Het administratief beroep wordt behandeld door een bestuurlijk lichaam dat, naar het recht van de lidstaat van het Befit-groepslid, bevoegd is om beroepen in eerste aanleg te behandelen. Het administratief beroep wordt beheerst door het recht van de lidstaat waar het Befit-groepslid voor belastingdoeleinden is gevestigd of een vaste inrichting heeft. Indien een dergelijk bestuurlijk lichaam ontbreekt in de lidstaat van waar het Befit-groepslid voor belastingdoeleinden is gevestigd of een vaste inrichting heeft, kan het Befit-groepslid rechtstreeks beroep instellen bij de rechter.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		74</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 68 – alinea 1</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>1.</NO.P>Indien het krachtens artikel 66 gegeven besluit is bevestigd of gewijzigd, is de indienende entiteit gerechtigd om binnen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">twee</STRING></STRING> maanden na ontvangst van het besluit van de administratieve beroepsinstantie rechtstreeks beroep in te stellen bij de rechter in de lidstaat waar zij voor belastingdoeleinden is gevestigd of een vaste inrichting heeft. Het beroep bij de rechter wordt beheerst door het recht van de lidstaat waar de indienende entiteit voor belastingdoeleinden is gevestigd of een vaste inrichting heeft.</P></OLD><NEW><P><NO.P>1.</NO.P>Indien het krachtens artikel 66 gegeven besluit is bevestigd of gewijzigd, is de indienende entiteit gerechtigd om binnen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">drie</STRING></STRING> maanden na ontvangst van het besluit van de administratieve beroepsinstantie rechtstreeks beroep in te stellen bij de rechter in de lidstaat waar zij voor belastingdoeleinden is gevestigd of een vaste inrichting heeft. Het beroep bij de rechter wordt beheerst door het recht van de lidstaat waar de indienende entiteit voor belastingdoeleinden is gevestigd of een vaste inrichting heeft.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		75</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 69 – lid 1</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>1.</NO.P>Indien het krachtens artikel 67 gegeven besluit is bevestigd of gewijzigd, is het Befit-groepslid gerechtigd om binnen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">twee</STRING></STRING> maanden nadat hij in kennis is gesteld van het besluit van de in artikel 67 bedoelde administratieve beroepsinstantie, beroep in te stellen bij de rechter in de lidstaat waar hij voor belastingdoeleinden is gevestigd of een vaste inrichting heeft. Het beroep bij de rechter wordt beheerst door het recht van de lidstaat waar het Befit-groepslid voor belastingdoeleinden is gevestigd of een vaste inrichting heeft.</P></OLD><NEW><P><NO.P>1.</NO.P>Indien het krachtens artikel 67 gegeven besluit is bevestigd of gewijzigd, is het Befit-groepslid gerechtigd om binnen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">drie</STRING></STRING> maanden nadat hij in kennis is gesteld van het besluit van de in artikel 67 bedoelde administratieve beroepsinstantie, beroep in te stellen bij de rechter in de lidstaat waar hij voor belastingdoeleinden is gevestigd of een vaste inrichting heeft. Het beroep bij de rechter wordt beheerst door het recht van de lidstaat waar het Befit-groepslid voor belastingdoeleinden is gevestigd of een vaste inrichting heeft.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		76</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 70 – alinea 1</STRING></STI.AMD><OLD><P>Indien de uitkomst van een administratief beroep of een beroep bij de rechter wijzigingen van de individuele belastingaanslag van een of meer Befit-groepsleden vereist, nemen de lidstaten passende maatregelen om ervoor te zorgen dat die wijzigingen mogelijk blijven<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, ongeacht eventuele termijnen in de nationale wetgeving </STRING></STRING>van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de lidstaten</STRING></STRING>.</P></OLD><NEW><P>Indien de uitkomst van een administratief beroep of een beroep bij de rechter wijzigingen van de<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> belastingaanslag van de Befit-groep of van de</STRING></STRING> individuele belastingaanslag van een of meer Befit-groepsleden vereist, nemen de lidstaten passende maatregelen om ervoor te zorgen dat die wijzigingen mogelijk blijven<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> binnen een periode van tien jaar</STRING></STRING>.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		77</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 72 – alinea 1</STRING></STI.AMD><OLD><P>De lidstaten stellen voorschriften vast ten aanzien van de sancties die van toepassing zijn op inbreuken op nationale bepalingen die zijn vastgesteld op grond van deze richtlijn en nemen alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat deze sancties worden uitgevoerd en gehandhaafd. De sancties en nalevingsmaatregelen moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn.</P></OLD><NEW><P>De lidstaten stellen voorschriften vast ten aanzien van de sancties die van toepassing zijn op inbreuken op nationale bepalingen die zijn vastgesteld op grond van deze richtlijn en nemen alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat deze sancties worden uitgevoerd en gehandhaafd. De sancties en nalevingsmaatregelen moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Sancties worden vastgesteld op ten minste 0,1 % van de omzet van de Befit-groep in het geval dat de Befit-informatieaangifte niet wordt ingediend overeenkomstig artikel 59 en in geval van opzettelijk onjuiste rapportage in een Befit-informatieaangifte.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		78</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 77 – lid 1 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>1 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Als onderdeel van de in lid 1 bedoelde evaluatie van Befit voert de Commissie een uitgebreide evaluatie van de overgangsregel uit en ontwikkelt zij een permanente methode voor de toerekening van de Befit-belastinggrondslag. De ontwikkeling van de permanente methode wordt voorafgegaan door een uitgebreide effectbeoordeling en passende raadpleging van belanghebbenden, overeenkomstig de beginselen van betere regelgeving van de Commissie.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		79</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 77 – lid 1 ter (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>1 ter.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Vóór het einde van de overgangsperiode dient de Commissie een wetgevingsvoorstel in tot wijziging van deze richtlijn en tot invoering van een permanente methode voor de toewijzing van de Befit-belastinggrondslag die de overgangsformule voor toerekening vervangt. De permanente methode voor de toerekening van de Befit-belastinggrondslag houdt rekening met de conclusies van de uitgebreide effectbeoordeling en omvat de volgende vier factoren: arbeid, activa, verkoop en digitale aanwezigheid.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		80</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 77 – lid 2</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>2.</NO.P>De lidstaten verstrekken de Commissie relevante informatie voor de evaluatie van de richtlijn overeenkomstig lid 3, met inbegrip van geaggregeerde gegevens over Befit-groepsleden die voor belastingdoeleinden zijn gevestigd in hun jurisdictie en vaste inrichtingen daarvan die in hun jurisdictie actief zijn, teneinde het effect van de overgangsregel inzake toerekening <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en van</STRING></STRING> Richtlijn (EU) 2022/2523 naar behoren te beoordelen en de situatie te beoordelen met betrekking tot pijler 1 van de verklaring over een tweepijleroplossing voor de belastingproblematiek als gevolg van de digitalisering van de economie, die op 8 oktober 2021 door het inclusief kader inzake BEPS van de OESO/G20 werd vastgesteld.</P></OLD><NEW><P><NO.P>2.</NO.P>De lidstaten verstrekken <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het Europees Parlement en</STRING></STRING> de Commissie relevante informatie voor de evaluatie van de richtlijn overeenkomstig lid 3, met inbegrip van geaggregeerde gegevens over Befit-groepsleden die voor belastingdoeleinden zijn gevestigd in hun jurisdictie en vaste inrichtingen daarvan die in hun jurisdictie actief zijn, teneinde naar behoren <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het volgende</STRING></STRING> te beoordelen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">:</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>i)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het effect van de overgangsregel inzake toerekening;</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>ii)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het verband met andere wetgevingshandelingen op het gebied van de vennootschapsbelasting, namelijk </STRING></STRING>Richtlijn (EU) 2022/2523, en de situatie met betrekking tot pijler 1 van de verklaring over een tweepijleroplossing voor de belastingproblematiek als gevolg van de digitalisering van de economie, die op 8 oktober 2021 door het inclusief kader inzake BEPS van de OESO/G20 werd vastgesteld<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">;</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>iii)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de relevantie van het toepassingsgebied van deze richtlijn en met name de mogelijke uitbreiding ervan tot grote groepen als bedoeld in artikel 3, lid 7, van Richtlijn 2013/34/EU;</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>iv)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de relevantie van het verwijderen van de uitsluiting van inkomsten uit de scheepvaart uit het voorlopig fiscaal resultaat;</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>v)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de gevolgen voor verdragen tot het vermijden van dubbele belasting;</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>vi)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de gevolgen van het naast elkaar bestaan van twee belastingstelsels, op niveau van de Unie en op nationaal niveau, voor de administratieve lasten voor ondernemers en belastingdiensten die voortvloeien uit de toepassing van afdeling 5 van hoofdstuk II;</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>vii)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de gevolgen van de toerekening van de belastinggrondslag voor de inkomsten van de lidstaten;</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>viii)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de gevolgen van het naast elkaar bestaan van uitkeringsbelastingstelsels als bedoeld in artikel 49 en traditionele vennootschapsbelastingstelsels die gebaseerd zijn op jaarlijkse belastingen op bedrijfswinsten;</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>ix)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de wisselwerking tussen bilaterale pretoetredingsbelastingverdragen en de in artikel 2, lid 2, bedoelde afwijking van deze richtlijn.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		81</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 77 – lid 4</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>4.</NO.P>De krachtens lid 2 aan de Commissie verstrekte informatie wordt door de Commissie, overeenkomstig de bepalingen die van toepassing zijn op de instellingen van de Unie en artikel 76 van deze richtlijn, vertrouwelijk gehouden.</P></OLD><NEW><P><NO.P>4.</NO.P>De krachtens lid 2 aan <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het Europees Parlement en</STRING></STRING> de Commissie verstrekte informatie wordt door de Commissie, overeenkomstig de bepalingen die van toepassing zijn op de instellingen van de Unie en artikel 76 van deze richtlijn, vertrouwelijk gehouden.</P></NEW></AMEND></AMDLST></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>