<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF2" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2025)0278</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Strategie voor gendergelijkheid 2025</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0210/2025 - Rapporteur: Marko Vešligaj)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 13 november 2025 over de Strategie voor gendergelijkheid 2025 (2024/2125(INI))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de artikelen 2 en 3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de artikelen 8, 10, 19, 79, 83, 151, 153 en 157 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, en met name de artikelen 1, 21, 23 en 24,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de Europese pijler van sociale rechten, die het Parlement, de Raad en de Commissie op 17 november 2017 hebben afgekondigd en ondertekend, en gezien de mededeling van de Commissie van 4 maart 2021 getiteld “Het actieplan voor de Europese pijler van sociale rechten” (COM(2021)0102),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het VN-Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen van 18 december 1979, en de bijbehorende algemene aanbevelingen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap, aangenomen op 12 december 2006,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de slotopmerkingen van het VN-Comité voor de rechten van personen met een handicap van 21 maart 2025 over het gecombineerde tweede en derde periodieke verslag van de Europese Unie, en in het bijzonder de aanbevelingen van dit comité in verband met artikel 6 van het Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Internationaal Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van rassendiscriminatie, aangenomen door de Algemene Vergadering van de VN op 21 december 1965,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de VN-verklaring van 15 september 1995 (verklaring en actieprogramma van Peking) en de uitkomsten van de toetsingsconferenties,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien resolutie 1325 (2000) van 31 oktober 2000 van de VN-Veiligheidsraad over vrouwen, vrede en veiligheid,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling van de VN van 21 oktober 2015 en de daarin vastgestelde duurzameontwikkelingsdoelen (SDG’s), met name SDG 5, “het realiseren van gendergelijkheid en emancipatie van alle vrouwen en meisjes” en SDG 3 “het realiseren van een goede gezondheid en welzijn voor iedereen, op elke leeftijd” (waaronder vrouwen en meisjes), en de streefcijfers en indicatoren in dit kader,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van Eurostat van juni 2024 getiteld “Sustainable development in the European Union: Monitoring report on progress towards the SDGs in an EU context – 2024 edition<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">.</STRING>Eurostat, “Sustainable development in the European Union: Monitoring report on progress towards the SDGs in an EU context – 2024 edition”, 2024, https://ec.europa.eu/eurostat/documents/15234730/19397895/KS-05-24-071-EN-N.pdf/730c983a-fa93-6ce2-7905-2379de04f3e9?version=1.0&amp;t=1718611411114.</FIELD></FOOTNOTE>”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie van mei 2023 getiteld “EU Voluntary Review on the Implementation of the 2030 Agenda for Sustainable Development”<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">.</STRING>Europese Commissie, “EU Voluntary Review on the Implementation of the 2030 Agenda for Sustainable Development”, 2023, https://commission.europa.eu/system/files/2023-06/SDG-Report-WEB.pdf.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Verdrag betreffende gelijke beloning van de Internationale Arbeidsorganisatie van 29 juni 1951 en het Verdrag betreffende geweld en intimidatie van de Internationale Arbeidsorganisatie van 21 juni 2019,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de resolutie van de Internationale Arbeidsorganisatie van 14 juni 2024 over fatsoenlijk werk en de zorgeconomie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Verdrag van de Raad van Europa inzake het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld (Verdrag van Istanbul) van 11 mei 2011, dat in juni 2023 door de EU werd geratificeerd, en de monitoringverslagen per land over de uitvoering van dit verdrag van de Groep van deskundigen inzake actie tegen geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld (GREVIO),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Raad van Europa van april 2021 getiteld “Second General Report on GREVIO’s Activities”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanbevelingen, verslagen en resoluties van de Commissaris voor de Mensenrechten van de Raad van Europa en de organen van de Raad van Europa,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de Yogyakarta-beginselen, aangenomen in november 2006, en de Yogyakarta-beginselen plus 10, aangenomen in november 2017,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de standpunten die door het VN-Mensenrechtencomité op 31 maart 2016 zijn geformuleerd ten aanzien van klacht nr. 2324/2013, <STRING ITALIC="on">Mellet/Ierland</STRING>, zie voetnoot 6, punt 7.7, en op 29 maart 2011 ten aanzien van klacht nr. 1608/2007, <STRING ITALIC="on">L.M.R./Argentinië</STRING>, punten 9.3 en 9,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de EEG- en EU-richtlijnen die sinds 1975 zijn vastgesteld over diverse aspecten van gelijke behandeling van vrouwen en mannen (Richtlijn 79/7/EEG<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">.</STRING>Richtlijn 79/7/EEG van de Raad van 19 december 1978 betreffende de geleidelijke tenuitvoerlegging van het beginsel van gelijke behandeling van mannen en vrouwen op het gebied van de sociale zekerheid (PB L 6 van 10.1.1979, blz. 24, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/1979/7/oj).</FIELD></FOOTNOTE>, Richtlijn 86/613/EEG<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">.</STRING>Richtlijn 86/613/EEG van de Raad van 11 december 1986 betreffende de toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van zelfstandig werkzame mannen en vrouwen, de landbouwsector daarbij inbegrepen, en tot bescherming van het moederschap (PB L 359 van 19.12.1986, blz. 56, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/1986/613/oj).</FIELD></FOOTNOTE>, Richtlijn 92/85/EEG<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">.</STRING>Richtlijn 92/85/EEG van de Raad van 19 oktober 1992 inzake de tenuitvoerlegging van maatregelen ter bevordering van de verbetering van de veiligheid en de gezondheid op het werk van werkneemsters tijdens de zwangerschap, na de bevalling en tijdens de lactatie (PB L 348 van 28.11.1992, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/1992/85/oj).</FIELD></FOOTNOTE>, Richtlijn 2004/113/EG<FOOTNOTE><FIELD>.Richtlijn 2004/113/EG van de Raad van 13 december 2004 houdende toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van mannen en vrouwen bij de toegang tot en het aanbod van goederen en diensten (PB L 373 van 21.12.2004, blz. 37, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2004/113/oj).</FIELD></FOOTNOTE>, Richtlijn 2006/54/EG<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">.</STRING>Richtlijn 2006/54/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2006 betreffende de toepassing van het beginsel van gelijke kansen en gelijke behandeling van mannen en vrouwen in arbeid en beroep (PB L 204 van 26.7.2006, blz. 23, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2006/54/oj).</FIELD></FOOTNOTE>, Richtlijn 2010/41/EU<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">.</STRING>Richtlijn 2010/41/EU van het Europees Parlement en de Raad van 7 juli 2010 betreffende de toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van zelfstandig werkzame mannen en vrouwen (PB L 180 van 15.7.2010, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2010/41/oj).</FIELD></FOOTNOTE>),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn 2000/43/EG van de Raad van 29 juni 2000 houdende toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van personen ongeacht ras of etnische afstamming<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">.</STRING>PB L 180 van 19.7.2000, blz. 22, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2000/43/oj.</FIELD></FOOTNOTE> (richtlijn rassengelijkheid), en de mededeling van de Commissie van 18 september 2020 getiteld “Een Unie van gelijkheid: EU-actieplan tegen racisme 2020-2025” (COM(2020)0565),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie van 2 juli 2008 voor een richtlijn van de Raad betreffende de toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van personen ongeacht godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid (COM(2008)0426) (de horizontale antidiscriminatierichtlijn),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn 2011/99/EU van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2011 betreffende het Europees beschermingsbevel<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">.</STRING>PB L 338 van 21.12.2011, blz. 2, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2011/99/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn 2012/29/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van minimumnormen voor de rechten, de ondersteuning en de bescherming van slachtoffers van strafbare feiten, en ter vervanging van Kaderbesluit 2001/220/JBZ van de Raad<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">.</STRING>PB L 315 van 14.11.2012, blz. 57, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2012/29/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn (EU) 2019/882 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 betreffende de toegankelijkheidsvoorschriften voor producten en diensten<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">.</STRING>PB L 151 van 7.6.2019, blz. 70, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2019/882/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn (EU) 2019/1158 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 betreffende het evenwicht tussen werk en privéleven voor ouders en mantelzorgers en tot intrekking van Richtlijn 2010/18/EU van de Raad<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">.</STRING>PB L 188 van 12.7.2019, blz. 79, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2019/1158/oj.</FIELD></FOOTNOTE> (de “richtlijn betreffende het evenwicht tussen werk en privéleven”),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het werkdocument van de Europese Dienst voor extern optreden van 4 juli 2019 getiteld “EU Action Plan on Women, Peace and Security (WPS) 2019-2024” (actieplan van de EU inzake vrouwen, vrede en veiligheid 2019-2024) en de verlenging, in november 2023, van dit actieplan tot 2027,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 7 oktober 2020 getiteld “Een Unie van gelijkheid: strategisch EU-kader voor gelijkheid, integratie en participatie van de Roma”, (COM(2020)0620),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2022/2065 van het Europees Parlement en de Raad van 19 oktober 2022 betreffende een eengemaakte markt voor digitale diensten en tot wijziging van Richtlijn 2000/31/EG (digitaledienstenverordening)<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">.</STRING>PB L 277 van 27.10.2022, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2022/2065/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn (EU) 2022/2381 van het Europees Parlement en de Raad van 23 november 2022 inzake het verbeteren van het genderevenwicht bij bestuurders van beursgenoteerde ondernemingen en daarmee samenhangende maatregelen<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">.</STRING>PB L 315 van 7.12.2022, blz. 44, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2022/2381/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn (EU) 2023/970 van het Europees Parlement en de Raad van 10 mei 2023 ter versterking van de toepassing van het beginsel van gelijke beloning van mannen en vrouwen voor gelijke of gelijkwaardige arbeid door middel van beloningstransparantie en handhavingsmechanismen<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">.</STRING>PB L 132 van 17.5.2023, blz. 21, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2023/970/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn (EU) 2024/1385 van het Europees Parlement en de Raad van 14 mei 2024 ter bestrijding van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">.</STRING>PB L, 2024/1385, 24.5.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2024/1385/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn (EU) 2024/1500 van het Europees Parlement en de Raad van 14 mei 2024 betreffende normen voor organen voor gelijke behandeling op het gebied van gelijke behandeling en gelijke kansen voor vrouwen en mannen in arbeid en beroep, en tot wijziging van de Richtlijnen 2006/54/EG en 2010/41/EU<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">.</STRING>PB L, 2024/1500, 29.5.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2024/1500/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn (EU) 2024/1712 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 tot wijziging van Richtlijn 2011/36/EU inzake de voorkoming en bestrijding van mensenhandel en de bescherming van slachtoffers daarvan<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">.</STRING>PB L, 2024/1712, 24.6.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2024/1712/oj.</FIELD></FOOTNOTE> (herziene richtlijn ter bestrijding van mensenhandel),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie van 6 februari 2024 voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad ter bestrijding van seksueel misbruik en seksuele uitbuiting van kinderen en van materiaal van seksueel misbruik van kinderen, en ter vervanging van Kaderbesluit 2004/68/JBZ van de Raad (COM(2024)0060),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 5 maart 2020 getiteld “Een Unie van gelijkheid: strategie voor gendergelijkheid 2020-2025” (COM(2020)0152),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de gezamenlijke mededeling van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid van 25 november 2020 getiteld “EU-genderactieplan (GAP) III – Een ambitieuze agenda inzake gendergelijkheid en de empowerment van vrouwen in het externe optreden van de EU” (JOIN(2020)0017), waarvan de looptijd is verlengd tot 2027, en het bijbehorende gezamenlijke werkdocument van 25 november 2020 getiteld “Objectives and Indicators to frame the implementation of the Gender Action Plan III (2021-25)” (SWD(2020)0284),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 24 juni 2020 getiteld “EU-strategie inzake de rechten van slachtoffers (2020-2025)” (COM(2020)0258),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Europees kankerbestrijdingsplan (COM(2021)0044), de EU-missie inzake kanker en het eindverslag van de Bijzondere Commissie kankerbestrijding,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 3 maart 2021 getiteld “Een Unie van gelijkheid: Strategie inzake de rechten van personen met een handicap 2021-2030” (COM(2021)0101),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2021/522 van het Europees Parlement en de Raad van 24 maart 2021 tot vaststelling van een actieprogramma voor de Unie op het gebied van gezondheid (“EU4Health-programma”) voor de periode 2021-2027, en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 282/2014<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">.</STRING>PB L 107 van 26.3.2021, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/522/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 7 september 2022 over de Europese zorgstrategie (COM(2022)0440), die erop gericht is hoogwaardige, betaalbare en toegankelijke zorgdiensten te waarborgen en de situatie van zowel zorgontvangers als formele zorgverleners en mantelzorgers (veelal vrouwen) te verbeteren,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanbeveling van de Raad van 8 december 2022 over toegang tot betaalbare en hoogwaardige langdurige zorg<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">.</STRING>PB C 476 van 15.12.2022, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2024/1689 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 tot vaststelling van geharmoniseerde regels betreffende artificiële intelligentie en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 300/2008, (EU) nr. 167/2013, (EU) nr. 168/2013, (EU) 2018/858, (EU) 2018/1139 en (EU) 2019/2144, en de Richtlijnen 2014/90/EU, (EU) 2016/797 en (EU) 2020/1828 (verordening artificiële intelligentie)<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">.</STRING>PB L, 2024/1689, 12.7.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 25 september 2024 getiteld “Uitvoering van de strategie voor gelijkheid van lhbtiq-personen 2020-2025” (COM(2024)0420),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de politieke beleidslijnen die op 18 juli 2024 werden gepresenteerd door Ursula von der Leyen getiteld “De keuze van Europa – Politieke beleidslijnen voor de volgende Europese Commissie 2024-2029”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 7 maart 2025 getiteld “Een routekaart voor vrouwenrechten” (COM(2025)0097),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie van maart 2025 getiteld “2025 report on gender equality in the EU”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de conclusies van de Raad van 2 juni 2006 over de gezondheid van vrouwen<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">.</STRING>PB C 146 van 22.6.2006, blz. 4.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ-EU) van 14 december 2021, V.М.А./Stolichna obshtina, rayon “Pancharevo”<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">.</STRING>Arrest van het Hof van 14 december 2021, V.M.A./Stolichna obshtina, rayon “Pancharevo”, C-490/20, ECLI:EU:C:2021:1008.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 11 december 2013 over vrouwen met een handicap<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">.</STRING>PB C 468 van 15.12.2016, blz. 128.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 29 november 2018 over de situatie van vrouwen met een handicap<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">.</STRING>PB C 363 van 28.10.2020, blz. 164.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 13 februari 2019 over verslechteringen op het gebied van de rechten van de vrouw en gendergelijkheid in de EU<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">.</STRING>PB C 449 van 23.12.2020, blz. 102.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 28 november 2019 over de toetreding van de EU tot het Verdrag van Istanbul en andere maatregelen ter bestrijding van gendergerelateerd geweld<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">.</STRING>PB C 232 van 16.6.2021, blz. 48.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 30 januari 2020 over de loonkloof tussen mannen en vrouwen<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">.</STRING>PB C 331 van 17.8.2021, blz. 5.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 23 oktober 2020 over gendergelijkheid in het buitenlands en veiligheidsbeleid van de EU<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">.</STRING>PB C 404 van 6.10.2021, blz. 202.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 21 januari 2021 over de EU-strategie inzake gendergelijkheid<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">.</STRING>PB C 456 van 10.11.2021, blz. 208.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 21 januari 2021 over het genderperspectief in de COVID-19-crisis en de periode na de crisis<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">.</STRING>PB C 456 van 10.11.2021, blz. 191.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 21 januari 2021 over de digitale kloof tussen vrouwen en mannen dichten: de deelname van vrouwen aan de digitale economie<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">.</STRING>PB C 456 van 10.11.2021, blz. 232.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 11 februari 2021 over de uitdagingen met betrekking tot vrouwenrechten in Europa: meer dan 25 jaar na de verklaring en het actieprogramma van Peking<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">.</STRING>PB C 465 van 17.11.2021, blz. 160.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 10 juni 2021 over de bevordering van gendergelijkheid in onderwijs en loopbanen op het gebied van wetenschap, technologie, engineering en wiskunde (STEM)<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">.</STRING>PB C 67 van 8.2.2022, blz. 137.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 24 juni 2021 over de situatie op het gebied van seksuele en reproductieve gezondheid en rechten in de EU, in verband met de gezondheid van vrouwen<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">.</STRING>PB C 81 van 18.2.2022, blz. 43.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 16 september 2021 met aanbevelingen aan de Commissie betreffende het aanmerken van gendergerelateerd geweld als een nieuwe vorm van criminaliteit als bedoeld in artikel 83, lid 1, VWEU<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">.</STRING>PB C 117 van 11.3.2022, blz. 88.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 14 december 2021 met aanbevelingen aan de Commissie inzake het bestrijden van gendergerelateerd geweld: cybergeweld<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">.</STRING>PB C 251 van 30.6.2022, blz. 2.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 15 december 2021 over gelijkheid van mannen en vrouwen in de Europese Unie in 2018‑2020<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">.</STRING>PB C 251 van 30.6.2022, blz. 23.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 10 maart 2022 over het EU-genderactieplan III<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">.</STRING>PB C 347 van 9.9.2022, blz. 150.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 3 mei 2022 over het verwezenlijken van economische onafhankelijkheid van vrouwen via ondernemerschap en zelfstandige arbeid<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">.</STRING>PB C 465 van 6.12.2022, blz. 54.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 5 juli 2022 “Naar gemeenschappelijke Europese maatregelen op het gebied van zorg”<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">.</STRING>PB C 47 van 7.2.2023, blz. 30.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 5 juli 2022 over armoede onder vrouwen in Europa<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">.</STRING>PB C 47 van 7.2.2023, blz. 2.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 1 juni 2023 over seksuele intimidatie in de EU en de evaluatie van MeToo<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">.</STRING>PB C, C/2023/1224, 21.12.2023, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2023/1224/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 14 september 2023 over de regulering van prostitutie in de EU: grensoverschrijdende implicaties voor en de impact op gendergelijkheid en vrouwenrechten<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">.</STRING>PB C, C/2024/1767, 22.3.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/1767/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 11 april 2024 over de opname van het recht op abortus in het EU-Handvest van de grondrechten<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">.</STRING>PB C, C/2025/1279, 13.3.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/1279/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn aanbeveling van 19 december 2024 aan de Raad over de EU-prioriteiten voor de 69e zitting van de VN-Commissie voor de Status van de Vrouw<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">.</STRING>PB C, C/2025/1871, 11.4.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/1971/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie vrouwenrechten en gendergelijkheid van 9 april 2025 inzake een vernieuwde langetermijnbegroting voor de Unie in een veranderende wereld,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van 25 november 2024 van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten (FRA), Eurostat en het Europees Instituut voor gendergelijkheid (EIGE) getiteld “EU gender-based violence survey: key results”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de gendergelijkheidsindex 2024, die op 10 december 2024 door het EIGE werd gepubliceerd,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de studie getiteld “Policies for long term carers”, gepubliceerd door het directoraat-generaal Parlementaire Onderzoeksdiensten in november 2021,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 55 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de commissie vrouwenrechten en gendergelijkheid (A10-0210/2025),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat het recht op gelijke behandeling en non-discriminatie grondrechten zijn die in de Verdragen worden erkend<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">.</STRING>Artikel 2 en artikel 3, lid 3, VEU, artikelen 8, 10, 19 en 157 VWEU, en artikelen 21 en 23 van het Handvest van de grondrechten van de EU.</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat de EU een belangrijke rol speelt bij het opheffen van ongelijkheden en het bevorderen van gelijkheid, en dat dit is vastgelegd in het VWEU<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">.</STRING>“Bij elk optreden streeft de Unie ernaar de ongelijkheden tussen mannen en vrouwen op te heffen en de gelijkheid van mannen en vrouwen te bevorderen.” - Artikel 8 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat gendergelijkheid een kernwaarde van de EU is, een grondrecht en een kernbeginsel van de Europese pijler van sociale rechten, en een essentiële voorwaarde voor vooruitgang die de bevordering van gelijke kansen en resultaten vanaf de vroegste stadia van het onderwijs en de uitbanning van genderstereotypen vanaf de kindertijd vereist; overwegende dat het Parlement ingenomen is met de beginselen die, als minimumnormen, zijn opgenomen in de verklaring bij de mededeling van de Commissie van 7 maart 2025 getiteld “Een routekaart voor vrouwenrechten”, maar van mening is dat er een nog grotere ambitie aan de dag gelegd moet worden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat er steeds meer krachten zijn die tegen vooruitgang op het gebied van gendergelijkheid en vrouwenrechten zijn en die er voorstander van zijn dat de verouderde genderrollen weer de norm worden, die negatief zijn over datgene wat er tot nu toe op het gebied van gendergelijkheid is bereikt en die zich verzetten tegen verdere ontwikkelingen op dit gebied; overwegende dat diverse actoren, waaronder de Algemene Vergadering van de VN, erop hebben gewezen dat er sprake is van actief verzet tegen hetgeen er reeds op het gebied van gendergelijkheid is bereikt en tegen verdere vooruitgang op dit gebied, en dat de vrouwenrechten steeds meer onder druk staan; overwegende dat antigender- en antirechtenbewegingen elke dag weer de grondrechten van vrouwen en meisjes proberen aan te tasten en de verworvenheden op het gebied van gendergelijkheid proberen terug te draaien, en dat de achteruitgang met betrekking tot de situatie van vrouwen en vrouwenrechten ook voelbaar is in het Mondiale Zuiden, omdat bezuinigingen op ontwikkelingshulp met name gevolgen hebben voor vrouwen in ontwikkelingsgebieden en omdat de “global gag rule” met name gevolgen heeft voor organisaties die zich bezighouden met de bevordering van vrouwenrechten; overwegende dat het absoluut dringend noodzakelijk is dat gendergelijkheid en de mensenrechten van vrouwen en meisjes weer hoog op de agenda worden geplaatst, worden beschermd en verder worden ontwikkeld<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">.</STRING>Algemene Vergadering van de VN, “Escalating backlash against gender equality and urgency of reaffirming substantive equality and the human rights of women and girls: Report of the Working Group on discrimination against women and girls”, 15 mei 2024, https://documents.un.org/doc/undoc/gen/g24/073/47/pdf/g2407347.pdf</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat bewegingen die zich verzetten tegen gendergelijkheidsbeleid, gezinsdiversiteit, het homohuwelijk, seksuele en reproductieve gezondheid en rechten (SRGR) en gendermainstreaming proberen de nationale en Europese beleidsvorming te beïnvloeden; overwegende dat extreemrechtse partijen en antidemocratische, fascistische ideologieën, die steeds meer voet aan de grond krijgen en populairder worden, ernaar streven gevestigde rechten te ondermijnen, vooruitgang op wetgevingsgebied te dwarsbomen en institutionele mechanismen ter bescherming van vrouwen, meisjes en de meest gemarginaliseerde groepen in de samenleving te verzwakken; overwegende dat zij, onder meer via gecoördineerde desinformatiecampagnes, een bedreiging vormen voor hetgeen er tot dusverre is gerealiseerd op het gebied van vrouwenrechten, gendergelijkheid en de rechtsstaat en voor de grondrechten in het algemeen in de EU en haar lidstaten; overwegende dat er nog nauwelijks onderzoek is gedaan naar de wijze waarop dergelijke bewegingen zich organiseren, fondsen werven, mensen op de been brengen en invloed uitoefenen over de grenzen heen, maar dat uit een rapport<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">.</STRING>European Parliamentary Forum for Sexual and Reproductive Rights, “Tip of the Iceberg: Religious Extremist Funders against Human Rights for Sexuality and Reproductive Health in Europe”, 2021, https://www.epfweb.org/node/837.</FIELD></FOOTNOTE> uit 2021 blijkt dat er een transnationaal netwerk bestaat dat strategische financiële besluiten neemt over internationale grenzen heen; overwegende dat de impact van de manosfeer overal in de wereld toeneemt, wat een zorgwekkende ontwikkeling is, omdat daarbij mannelijke influencers online via sociale media de onjuiste boodschap naar buiten brengen dat feminisme en gendergelijkheid ten koste gaan van de rechten van mannen, extreme taal wordt gebezigd en geweld tegen vrouwen en meisjes wordt genormaliseerd, waarbij steeds vaker wordt aangehaakt bij radicaal gedachtegoed en extremistische ideologieën<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">.</STRING>UN Women, “What is the manosphere and why should we care?”, 2025, https://www.unwomen.org/en/articles/explainer/what-is-the-manosphere-and-why-should-we-care.</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat de Commissie, als hoedster van de Verdragen, ook een voortrekkersrol dient te spelen bij de bescherming van vrouwenrechten en de bevordering van gendergelijkheid, omdat genoemde ontwikkelingen een rechtstreekse bedreiging vormen voor de menselijke waardigheid, vrijheid, democratie, gelijkheid en de rechtsstaat, wat de waarden zijn die verankerd zijn in artikel 2 VEU; overwegende dat sommige voorstellen van de Commissie ter vereenvoudiging van regelgeving, zoals de eerste versie van het werkprogramma van Horizon Europa voor 2025, gendergelijkheid dreigen te belemmeren, en dat dit ook geldt voor de aankondiging van de Commissie dat zij van plan is het voorstel voor een horizontale antidiscriminatierichtlijn in te trekken; overwegende dat gendergelijkheid een voorwaarde is voor het versterken van het concurrentievermogen en het bereiken van duurzame groei;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat gendergerelateerd geweld een systemisch probleem is en nog steeds een wereldwijd wijdverbreid en endemisch verschijnsel is, ook in de EU, en ernstige gevolgen heeft voor slachtoffers en overlevenden, met inbegrip van vrouwen en meisjes, en de samenleving als geheel, aangezien het systemische genderongelijkheid versterkt en schadelijke structuren op basis van genderstereotypen in stand houdt; overwegende dat de vaststelling van de richtlijn ter bestrijding van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld in 2024 een belangrijke mijlpaal was op weg naar uitbanning van gendergerelateerd geweld en overwegende dat het nu van cruciaal belang is te waarborgen dat de lidstaten de richtlijn volledig en tijdig omzetten, waarbij moet worden erkend dat er verder moet worden gewerkt aan snelle, innovatieve en doeltreffende antwoorden, onder meer in de vorm van toepassing van digitale instrumenten en technologieën op het gebied van artificiële intelligentie; overwegende dat ongeveer een derde van de vrouwen in de EU die te maken hebben gehad met seksuele intimidatie, hiermee te maken heeft gehad op het werk<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">.</STRING>Eurostat-enquête over gendergerelateerd geweld, 2024.</FIELD></FOOTNOTE>, waarbij de gevolgen voor de slachtoffers desastreus waren; overwegende dat dit laat zien dat het belangrijk is dat er concrete wetgevingsmaatregelen worden ingevoerd om gendergerelateerd geweld op de werkplek aan te pakken en om de slachtoffers van dergelijk geweld ondersteuning te bieden, en dat er daarnaast krachtige preventiemaatregelen worden genomen; overwegende dat alle lidstaten het Verdrag van Istanbul hebben ondertekend, maar dat vijf lidstaten dit nog moeten ratificeren; overwegende dat de EU in 2023 tot het Verdrag is toegetreden voor aangelegenheden die onder haar exclusieve bevoegdheid vallen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat mensenhandel een van de meest flagrante schendingen van de fundamentele mensenrechten en de menselijke waardigheid is en een steeds grotere tak van de georganiseerde misdaad vormt, die voornamelijk vrouwen, minderjarigen en kinderen treft, veelal met het oog op seksuele uitbuiting, en waarbij vaak kwetsbare vrouwen met valse beloften worden benaderd om vervolgens te worden blootgesteld aan seksuele uitbuiting en onmenselijke levensomstandigheden; overwegende dat mensenhandel een vorm van moderne slavernij is; overwegende dat er een doeltreffende aanpak nodig is van de vraag, die alle vormen van uitbuiting in verband met mensenhandel in de hand werkt; overwegende dat er een nauw verband bestaat tussen mensenhandel en seksuele uitbuiting;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat de benadering van prostitutie verschilt van lidstaat tot lidstaat en varieert van criminalisering van de aanbieder of gebruiker tot legalisatie; overwegende dat vrouwen in de prostitutie gemiddeld meer te maken hebben met grove schendingen van de mensenrechten, geweld en uitbuiting, waaronder veel gendergerelateerd, psychologisch, fysiek en seksueel geweld, dan andere vrouwen; overwegende dat er talrijke factoren zijn waarom mensen in de prostitutie gaan en in de prostitutie blijven, waaronder armoede als gevolg van sociale onrechtvaardigheid en uitsluiting, ongelijkheden, beperkte werkgelegenheid en intersectionele discriminatie; overwegende dat beleid ter ondersteuning van mensen die uit de prostitutie willen stappen, moet worden uitgevoerd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat seksuele en reproductieve rechten worden beschermd als mensenrechten in het internationaal en Europees recht inzake de mensenrechten, zoals het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten, het Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen (Cedaw) en het Europees Verdrag voor de rechten van de mens, en dat seksuele en reproductieve rechten een cruciaal element van integrale gezondheidszorg vormen; overwegende dat het Parlement in zijn resolutie van 11 april 2024 heeft aangedrongen op opname van seksuele en reproductieve gezondheid en rechten, waaronder het recht op abortus, in het EU-Handvest van de grondrechten; overwegende dat seksuele en reproductieve gezondheid<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">.</STRING>Zoals gedefinieerd door de Guttmacher-Lancet-commissie, “Accelerate Progress: Sexual and Reproductive Health and Rights for All — Executive Summary”, https://www.guttmacher.org/guttmacher-lancet-commission/accelerate-progress-executive-summary.</FIELD></FOOTNOTE> cruciaal is voor het welzijn en de empowerment van individuen en toegang tot anticonceptiediensten en -informatie, veilige en legale abortus en tot wetenschappelijk onderbouwde en correcte informatie, vruchtbaarheidsbehandelingen, alomvattende, op de leeftijd afgestemde seksuele en relatievoorlichting, en hoogwaardige verloskundige en gynaecologische zorg omvat; overwegende dat deze diensten en deze informatie, ondanks enige vooruitgang, in sommige lidstaten in de praktijk vaak niet beschikbaar zijn en traditioneel als vrouwenkwesties worden beschouwd, hetgeen de vooruitgang ondermijnt en genderongelijkheid in stand houdt; overwegende dat de actieve betrokkenheid van mannen bij seksuele en reproductieve gezondheid kan helpen om schadelijke gendernormen te bestrijden, gedeelde verantwoordelijkheid bij de gezinsplanning te bevorderen en de rechten en het welzijn van vrouwen te ondersteunen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat gezondheidsrechten, en met name rechten betreffende de seksuele en reproductieve gezondheid, grondrechten zijn, die moeten worden versterkt en op geen enkele wijze mogen worden ingeperkt of geschrapt; overwegende dat schendingen van de seksuele en reproductieve gezondheid en rechten, waaronder ontzegging van veilige en legale abortus alsmede alle vormen van verloskundig en gynaecologisch geweld, gendergerelateerd geweld zijn en in strijd zijn met de fundamentele mensenrechten, maar dat nog altijd meer dan 20 miljoen vrouwen in de EU geen toegang hebben tot veilige en legale abortus en andere diensten op het gebied van seksuele en reproductieve gezondheid; overwegende dat sommige lidstaten nog steeds zeer restrictieve wetten hanteren die abortus verbieden, behalve onder strikt bepaalde omstandigheden, of praktische belemmeringen opwerpen om er toegang toe te krijgen, met als gevolg dat vrouwen een beroep moeten doen op clandestiene abortussen, naar andere landen moeten reizen of hun zwangerschap tegen hun wil moeten voldragen, hetgeen een schending van de mensenrechten en een vorm van gendergerelateerd geweld is en gevolgen heeft voor de rechten van vrouwen en meisjes op leven, hun fysieke en geestelijke integriteit en veiligheid, gelijkheid, non-discriminatie en hun gezondheid en waardoor zij onnodige economische en mentale druk ondervinden; overwegende dat het Europees burgerinitiatief “My Voice, My Choice”, waarvoor meer dan 1,2 miljoen handtekeningen zijn verzameld, de EU oproept om te zorgen voor een veilige en legale toegang tot abortus voor iedereen met inachtneming van de bevoegdheidsverdeling uit hoofde van de Verdragen, en eist dat de EU wetgeving aanneemt die voorziet in een financieel mechanisme om lidstaten die vrijwillig deelnemen aan dit beleid te helpen veilige abortuszorg te bieden aan iedereen die daartoe geen toegang heeft; overwegende dat in nieuwe studies naar verloskundig geweld is vastgesteld dat 21 % tot 81 % van de onderzochte vrouwen in het kraambed wel eens te maken heeft gehad met een of meer vormen van verloskundig geweld, en dat uit de bevindingen blijkt dat het ontbreken van geïnformeerde toestemming, zorg zonder toestemming, verbale en fysieke mishandeling alsook gebrek aan communicatie hardnekkige problemen zijn in de lidstaten<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">.</STRING>Quattrocchi, P., “Obstetric violence in the European Union”, Europese Commissie, 2024, https://op.europa.eu/en/publication-detail/-/publication/74238fad-0b63-11ef-a251-01aa75ed71a1/language-en.</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) hoogwaardige verloskundige zorg van cruciaal belang is om de gezondheid van moeders en pasgeborenen te verbeteren, het aantal ingrepen te verminderen en ervoor te zorgen dat vrouwen bevallingen beter doorstaan<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">.</STRING>WHO, Midwifery education and care, https://www.who.int/teams/maternal-newborn-child-adolescent-health-and-ageing/maternal-health/midwifery.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat volgens de laatste EU-brede enquête<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">.</STRING>Eurostat-enquête van 25 november 2024, “Every third woman in the EU experienced gender-based violence”: https://ec.europa.eu/eurostat/web/products-eurostat-news/w/ddn-20241125-3.</FIELD></FOOTNOTE> in de EU 31 % van de vrouwen tussen 18 en 74 jaar op volwassen leeftijd te maken heeft gehad met (dreigingen van) fysiek of seksueel geweld, en dat 20 % van de vrouwen te maken heeft gehad met (dreigingen van) fysiek of seksueel geweld door een andere persoon dan de partner, en dat officiële rapporten van 17 lidstaten uitwijzen dat er in 2022 788 vrouwen door hun eigen partner of een familielid zijn vermoord<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">.</STRING>Europees Instituut voor gendergelijkheid, “Gender Equality Index 2024: Tackling violence against women, tackling gender inequalities”, 2025 https://eige.europa.eu/publications-resources/publications/gender-equality-index-2024-tackling-violence-against-women-tackling-gender-inequalities?language_content_entity=en.</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat uit gegevens blijkt dat voor 57 % van de slachtoffers van gendergerelateerd geweld het geweld gevolgen heeft gehad voor de gezondheid, van lichamelijk letsel tot langdurig psychologisch trauma<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">.</STRING>Europees Instituut voor gendergelijkheid, “Gender Equality Index 2024: Tackling violence against women, tackling gender inequalities”, 2025, https://eige.europa.eu/publications-resources/publications/gender-equality-index-2024-tackling-violence-against-women-tackling-gender-inequalities?language_content_entity=en.</FIELD></FOOTNOTE>, terwijl 31 % van de slachtoffers van gendergerelateerd geweld hun ervaringen nog nooit met anderen hebben gedeeld; overwegende dat de systemen voor hulp aan de slachtoffers van gendergerelateerd geweld in de EU nog steeds tekortschieten en uit onderzoek blijkt dat slechts zeven lidstaten over voldoende adviescentra voor vrouwen beschikken, terwijl het aantal bestaande opvangcentra ver beneden het in het Verdrag van Istanbul aanbevolen niveau ligt<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">.</STRING>Europees Instituut voor gendergelijkheid, “Introducing the latest Gender Equality Index thematic focus: a vital reminder to end violence against women”, 2025, https://eige.europa.eu/newsroom/news/introducing-latest-gender-equality-index-thematic-focus-vital-reminder-end-violence-against-women?language_content_entity=en.</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat ander onderzoek in tal van lidstaten heeft uitgewezen dat gendergerelateerd geweld in de openbare ruimte en het openbaar vervoer een bijzonder groot probleem is en dat de beveiligingsmaatregelen en de slachtofferhulp nog steeds ontoereikend zijn;</P></CONS><CONS><P><NO.P>K.</NO.P>overwegende dat het aantal geregistreerde misdrijven in verband met aanranding en verkrachting tussen 2019 en 2022 is gestegen en dat uit gegevens blijkt dat er in 2022 een toename was van 25 % in het aantal gedocumenteerde gevallen van seksueel geweld tegen vrouwen in de EU en het aantal gemelde gevallen van verkrachting met 40 % is toegenomen in vergelijking met 2019<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">.</STRING>EIGE (2025), “Impact driver: marking milestones and opportunities for gender equality in the EU”, Bureau voor publicaties van de Europese Unie, Luxemburg.</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat volgens het FRA tot 55 % van de vrouwen in de Europese Unie wel eens te maken heeft gehad met seksuele intimidatie in het openbaar vervoer en dat er talrijke meldingen zijn van seksueel geweld in verschillende vervoerswijzen, bijvoorbeeld door bestuurders in dienst van platforms voor onlinetaxidiensten en door taxichauffeurs; overwegende dat uit al deze gegevens blijkt dat vrouwen thuis, op het werk of in de openbare ruimte niet veilig zijn en dat er dringend actie moet worden ondernomen; overwegende dat het verzamelen van uniforme en vergelijkbare, naar gender uitgesplitste gegevens, zoals die door het EIGE zijn verstrekt, van essentieel belang is voor het tot stand brengen van een alomvattend gendergelijkheidsbeleid; overwegende dat het in de richtlijn ter bestrijding van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld ontbreekt aan een geharmoniseerde definitie van het strafbare feit van verkrachting op basis van het ontbreken van instemming; overwegende dat het om de weg vrij te maken voor wetgeving met een dergelijke definitie van belang is de lijst van vormen van criminaliteit als bedoeld in artikel 83, lid 1, VWEU uit te breiden tot gendergerelateerd geweld;</P></CONS><CONS><P><NO.P>L.</NO.P>overwegende dat cybergeweld tegen vrouwen op basis van gender tal van vormen van geweld op grond van gender of een combinatie van gender en andere factoren omvat en met behulp van informatie- en communicatietechnologieën (ICT) en dankzij de verspreiding van artificiële intelligentie wordt gepleegd; overwegende dat bepaalde vormen van cybergeweld vrouwen en meisjes onevenredig zwaar treffen, ernstigere vormen aannemen, specifieke en heftige gevolgen hebben en er vaker toe leiden dat vrouwen en meisjes niet goed meer kunnen functioneren, bijvoorbeeld omdat hun de mond wordt gesnoerd, ze zich niet meer durven te uiten, vervreemd raken en openbare ruimten mijden; overwegende dat vrouwen in de EU dagelijks te maken hebben met toenemend en wijdverbreid cybergeweld en dat vrouwen volgens het FRA het belangrijkste doelwit blijven van bepaalde vormen van cybergeweld, zoals haatmisdrijven en haatzaaiende uitlatingen op internet<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">.</STRING>EIGE, “Combating cyber violence against women and girls: Developing an EU measurement framework”, 2025, https://eige.europa.eu/publications-resources/publications/combating-cyber-violence-against-women-and-girls-developing-eu-measurement-framework.</FIELD></FOOTNOTE>, alsook gendergerelateerde desinformatie, terwijl vrouwelijke politici, journalisten, bloggers, kunstenaars, activisten, mensenrechtenverdedigers en andere vrouwen die zich actief in de publieke ruimte bewegen, alsook lhbtiq+-personen, worden geconfronteerd met meer geweld en misbruik in de onlinewereld<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">.</STRING>Directoraat-generaal Parlementaire Onderzoeksdiensten, “Cyberviolence against women in the EU”, Europees Parlement, 2024, https://www.europarl.europa.eu/thinktank/en/document/EPRS_BRI(2024)767146.</FIELD></FOOTNOTE>, hetgeen aanzienlijke gevolgen heeft voor de deelname van vrouwen aan het openbare leven en de vertegenwoordiging van vrouwen, en een bedreiging vormt voor de democratie; overwegende dat seksueel misbruik en seksuele uitbuiting van kinderen een sterke gendercomponent kent, aangezien meisjes online onevenredig vaak worden getroffen, waardoor dit als een vorm van gendergerelateerd geweld moet worden gezien;</P></CONS><CONS><P><NO.P>M.</NO.P>overwegende dat iedereen in de EU recht heeft op de hoogste normen op het gebied van lichamelijke en geestelijke gezondheidszorg en ondersteunende diensten, op tijdige, betaalbare en hoogwaardige toegang tot preventieve en diagnostische gezondheidszorg, en op medische behandelingen, waaronder diensten op het gebied van seksuele en reproductieve gezondheid en de daarmee verband houdende rechten; overwegende dat de EU verplicht is in alle beleidsmaatregelen en activiteiten van de Unie te zorgen voor een hoog niveau van bescherming van de menselijke gezondheid<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">.</STRING>Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, artikel 35.</FIELD></FOOTNOTE> zonder discriminatie op grond van geslacht, seksuele gerichtheid, genderidentiteit, genderexpressie, geslachtskenmerken of enige andere grond;</P></CONS><CONS><P><NO.P>N.</NO.P>overwegende dat lhbtiq+-personen in heel Europa nog steeds te maken hebben met discriminatie bij de toegang tot gezondheidszorg, dat 16 % van de respondenten van enquêtes aangeven zich vanwege hun identiteit gediscrimineerd te voelen door personeel in de gezondheidszorg of bij sociale instanties en dat transpersonen melding maken van uitermate transfoob en respectloos gedrag van zorgpersoneel jegens hen; overwegende dat iedereen recht heeft op lichamelijke autonomie en integriteit en niet mag worden onderworpen aan bijvoorbeeld gedwongen sterilisatie of medicalisering, aangezien beide praktijken in strijd zijn met de mensenrechtennormen; overwegende dat vrouwen worden geconfronteerd met talrijke uitdagingen die hun welzijn negatief beïnvloeden, waaronder vertraagde diagnoses, vooroordelen over pijn, verschillen op het gebied van onderzoek, beperkte toegang tot essentiële diensten en belemmeringen en problemen bij de toegang tot zulke diensten, hetgeen met name geldt voor vrouwen met een handicap, vrouwen in plattelandsgebieden, migrantenvrouwen<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">.</STRING>EIGE (2025), “Impact driver: marking milestones and opportunities for gender equality in the EU”, Bureau voor publicaties van de Europese Unie, Luxemburg.</FIELD></FOOTNOTE> en andere vrouwen die te maken hebben met intersectionele discriminatie en zich in kwetsbare situaties bevinden; overwegende dat mannen minder snel medische hulp zullen zoeken, aangezien zij zich over het algemeen minder bewust zijn van symptomen of de neiging hebben deze te bagatelliseren en daarbij vaak geen tekenen van ziekte of een aandoening opmerken<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">.</STRING>EIGE, “Health”, 2017, https://eige.europa.eu/gender-mainstreaming/policy-areas/health?language_content_entity=en.</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat alle lidstaten die partij zijn bij het Cedaw gebonden zijn aan hun verbintenissen, met inbegrip van de toegang tot gezondheidszorg; overwegende dat het voor de bescherming van de volksgezondheid van vitaal belang is dat billijke toegang tot gezondheidszorg wordt gewaarborgd, sociale inclusie wordt bevorderd en ongelijkheden worden verminderd; overwegende dat de aanhoudende genderkloof op gezondheidsgebied dringend verder moet worden onderzocht en aangepakt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>O.</NO.P>overwegende dat vrouwen in vergelijking met mannen vaker te maken hebben met psychische stoornissen, zoals depressie, angst en eenzaamheid op oudere leeftijd, hetgeen kan bijdragen tot geestelijke gezondheidsproblemen; overwegende dat bijvoorbeeld in 2019 een groter percentage vrouwen (8,7 %) dan mannen (5,5 %) van 15 jaar en ouder in de EU melding maakte van chronische depressie<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">.</STRING>Directoraat-generaal Parlementaire Onderzoeksdiensten, “Mental health in the EU”, 2023, https://www.europarl.europa.eu/RegData/etudes/BRIE/2023/751416/EPRS_BRI(2023)751416_EN.pdf.</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat vier op de vijf personen bij wie een auto-immuunziekte wordt vastgesteld, vrouwen zijn; overwegende dat hart- en vaatziekten wereldwijd nog steeds de voornaamste doodsoorzaak zijn, dat er bij vrouwen hogere sterftecijfers en slechtere resultaten te bespeuren zijn na acute gebeurtenissen en dat 37 % van alle sterfgevallen onder vrouwen het gevolg is van zulke gebeurtenissen, tegenover 31 % van de sterfgevallen onder mannen; overwegende dat vrouwen met hart- en vaatziekten steevast ondergediagnosticeerd en onderbehandeld worden en ondervertegenwoordigd zijn in klinische onderzoeken, met als gevolg grotere ongelijkheden op het gebied van de volksgezondheid;</P></CONS><CONS><P><NO.P>P.</NO.P>overwegende dat vrouwen, in al hun verscheidenheid, consequent worden benadeeld door structurele en culturele factoren en onevenredig vaak worden getroffen door verschillende uitdagingen, zoals de gevolgen van de crisis in verband met de kosten van levensonderhoud, aangezien zij doorgaans tot het armste deel van de bevolking behoren en tot de 70 % van de 1,3 miljard mensen die in armoede leven, of door bezuinigingsmaatregelen, die vrouwen, met name vrouwen met een geracialiseerde achtergrond en een laag inkomen, onevenredig zwaar treffen; overwegende dat de armoede in de hele EU toeneemt en dat vooral vrouwen minder dan een leefbaar loon ontvangen, waardoor velen van hen zichzelf en hun gezinnen niet kunnen onderhouden, en dat dit vooral het geval is bij transvrouwen, die bijna driemaal zo vaak de kans lopen om werkloos te zijn; overwegende dat in de EU bijna een op de drie niet in de EU geboren vrouwen in onzekere banen werkt; overwegende dat 18 % van de migrantenvrouwen het risico loopt in armoede te vervallen; overwegende dat in de meeste EU-landen verblijfs- en werkvergunningen voor langdurig ingezetenen vaak toegankelijker zijn voor personen die worden beschouwd als hoogopgeleide en goedbetaalde werknemers, terwijl degenen die worden afgeschoven naar de sectoren voor “middelhoog en laaggeschoold” personeel het risico lopen te worden uitgebuit en onzeker werk moeten verrichten in ondergewaardeerde sectoren; overwegende dat uitdagingen die eigen zijn aan bepaalde sectoren vrouwen van meet af aan benadelen, bijvoorbeeld vrouwelijke landbouwers die te maken hebben met genderspecifieke belemmeringen, zoals een gebrek aan toegang tot land, moeilijkheden bij de financiering van landbouwopleidingen en -onderwijs, en gelijke behandeling; overwegende dat armoede en sociale uitsluiting structurele oorzaken hebben die moeten worden uitgebannen en teruggedraaid, vooral door middel van beleid inzake werkgelegenheid, huisvesting, mobiliteit en toegang tot openbare diensten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Q.</NO.P>overwegende dat er in de EU nog altijd sprake is van verschillen op de arbeidsmarkt en verschillen in werkgelegenheid van vrouwen en mannen in bepaalde sectoren en regio’s, waaronder de ultraperifere gebieden, alsook een gebrek aan eerlijke arbeidsvoorwaarden en veiligheid voor vrouwelijke werknemers, en dat de bestaande loonkloof tussen mannen en vrouwen grotendeels het gevolg is van de stelselmatige onderwaardering van werk dat in door vrouwen gedomineerde sectoren wordt verricht, zoals de zorg, het onderwijs, het gezondheidswezen en de maatschappelijke dienstverlening, waar veel vrouwen werkzaam zijn en slechts circa 20 % van de mannen actief is; overwegende dat de kwestie van “gelijk loon voor gelijke arbeid of arbeid van gelijke waarde” moet worden aangepakt om de genderloonkloof te dichten; overwegende dat onderwijs, en met name tertiair onderwijs, opleiding en sociale bescherming, van essentieel belang zijn voor de gendergelijkheid, met name voor vrouwen ouder dan 55 jaar en vrouwen die in landelijke, afgelegen of ontvolkte gebieden wonen en het hoofd moeten bieden aan een opeenstapeling van specifieke belemmeringen; overwegende dat onderwijs ook van essentieel belang is om iedereen in staat te stellen zich aan te passen aan veranderingen op de arbeidsmarkt en toegang te hebben tot hoogwaardige banen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>R.</NO.P>overwegende dat de loonkloof tussen mannen en vrouwen in de Europese Unie in 2023 13 %<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">.</STRING>EIGE (2025), “Impact driver: marking milestones and opportunities for gender equality in the EU”, Bureau voor publicaties van de Europese Unie, Luxemburg.</FIELD></FOOTNOTE> bedroeg en dat vrouwen in de EU in 2025 per uur gemiddeld 15 % minder verdienen dan mannen; overwegende dat de situatie slechter is in bepaalde regio’s, zoals plattelandsgebieden, en in bepaalde sectoren, zoals de gezondheidszorg, waar de kloof 24 % bedraagt<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">.</STRING>WHO, “The gender pay gap in the health and care sector a global analysis in the time of COVID-19”, 2022, https://www.who.int/publications/i/item/9789240052895.</FIELD></FOOTNOTE>, hetgeen leidt tot grote verschillen in pensioenuitkeringen en bijdraagt tot inkomensverschillen op oudere leeftijd, waardoor vrouwen in de EU gemiddeld 26,1 % minder pensioen ontvangen; overwegende dat het recht op gelijke beloning voor gelijk of gelijkwaardig werk niet gewaarborgd is en dat de onderliggende oorzaak van die discriminatie moet worden aangepakt door instrumenten toe te passen waarmee de waarde van werk beter kan worden gedefinieerd en vergeleken, door de rechten van werknemers te beschermen en aan te scherpen of, in voorkomend geval, door collectieve onderhandelingen te versterken; overwegende dat door de opbouw van een inclusieve economie en de aanpak van genderongelijkheden het bbp per hoofd van de bevolking van de Unie tussen nu en 2050 aanzienlijk kan worden verhoogd, namelijk van 6,1 % tot 9,6 %<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">.</STRING>EIGE, “Economic Benefits of Gender Equality in the European Union Overall economic impacts of gender equality”, https://eige.europa.eu/sites/default/files/documents/economic_benefits_of_gender_equality_in_the_european_union._overall_economic_impacts_of_gender_equality.pdf.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>S.</NO.P>overwegende dat vrouwen en meisjes nog altijd ondervertegenwoordigd zijn op het gebied van onderwijs en werkgelegenheid, en met name op het gebied van STEM en op digitaal en AI-gebied, aangezien slechts een op de zes ICT-specialisten en een op drie STEM-afgestudeerden vrouw is<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">.</STRING>EIGE, “Study and work in the EU: set apart by gender”, 2018.</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat in de Unie meer dan 80 % van de geschoolde vakkrachten op het gebied van STEM en in de ICT-sector man is<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">.</STRING>Europese Commissie, “Verslag van over gendergelijkheid in de EU 2025”, 2025.</FIELD></FOOTNOTE> en dat slechts 41 % van de banen in wetenschap en techniek door vrouwen worden bezet; overwegende dat, ondanks de toename van het aantal jonge vrouwelijke afgestudeerden op het gebied van STEM en ICT, de genderkloof inzake arbeidsparticipatie en de genderloonkloof in de sector nog altijd aanzienlijk zijn, zeker als het gaat om start-ups; overwegende dat in 2018 slechts 22 % van de personen die wereldwijd werkzaam waren op het gebied van AI vrouw was, een probleem dat stereotypen en vooroordelen alleen maar in stand houdt en verankert<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">.</STRING>Mededeling van de Commissie van 9 maart 2021 getiteld “Digitaal kompas 2030: de Europese aanpak voor het digitale decennium” (COM(2021)0118).</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat deze discrepantie niet alleen een gemiste kans vormt voor de technologische vooruitgang, economische groei, innovatie en veerkracht van de EU, maar ook de participatie en loopbanen van vrouwen op toekomstige arbeidsmarkten belemmert; overwegende dat er door de toenemende vraag naar STEM-vaardigheden in digitale, schone en circulaire sectoren, alsook in de lucht- en ruimtevaartsector, defensie en traditionele industrieën, meer gekwalificeerd vrouwelijk talent nodig is; overwegende dat de EU wordt geconfronteerd met tal van uitdagingen die van invloed zijn op haar concurrentievermogen en dat er daarom meer economische activiteit nodig is die voor iedereen toegankelijk is; overwegende dat toegang voor vrouwen, in al hun verscheidenheid, tot alle sectoren, waaronder de ICT- en financiële sector, van cruciaal belang is voor het concurrentievermogen van de Europese economie; overwegende dat gendergelijkheid een motor is voor economische groei, innovatie en sociale cohesie;</P></CONS><CONS><P><NO.P>T.</NO.P>overwegende dat opkomende digitale technologieën, waaronder artificiële intelligentie, door AI gegenereerde zwendelpraktijken, het vervaardigen en verspreiden van “deepfakes” of uitkleedtools, en cyberpesten steeds vaker voorkomen en een risicofactor vormen voor gendergelijkheid, en bestaande patronen van genderongelijkheden, discriminatie en geweld tegen vrouwen en meisjes kunnen bestendigen en versterken; overwegende dat gendervooroordelen verankerd zijn in technologie, onder meer in AI-systemen, en dat de bestaande bedrijfsmodellen van dominante onlineplatforms, die gebaseerd zijn op microtargeting op het gebied van reclame, een rol spelen bij het verspreiden en versterken van haatzaaiende uitlatingen en verschillende vormen van cybergeweld; overwegende dat socialemediakanalen en de steeds verslavender wordende algoritmen die zij gebruiken, een risico inhouden voor het geestelijk welzijn van jonge meisjes en vrouwen en dat dit om een aanpak vraagt waarin rekening wordt gehouden met het genderperspectief; overwegende dat deze technologieën, mits zij ethisch en genderbewust worden ontwikkeld en op passende wijze worden gebruikt, kansen kunnen bieden voor vrouwen en meisjes;</P></CONS><CONS><P><NO.P>U.</NO.P>overwegende dat het in de berichtgeving in de nieuwsmedia vaak ontbreekt aan een genderdimensie en genderstereotypen niet worden weersproken; overwegende dat, of het nu gaat om informatieproductie, besluitvorming of media-eigendom, vrouwen in de mediasector op alle niveaus van de bestuursstructuur ondervertegenwoordigd zijn; overwegende dat volgens de Raad van Europa vrouwen slechts een kwart uitmaken van de personen die in het nieuws aan het woord of in beeld komen of over wie wordt geschreven, en dat zij daar slechts zelden als deskundigen optreden<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">.</STRING>Raad van Europa, “Women in Media and artificial intelligence”, https://www.coe.int/en/web/genderequality/women-in-media-and-artificial-intelligence.</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat volgens de gegevens van de zesde editie van het Global Media Monitoring Project in 2020 in slechts 2 % van de verhalen in Europa<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">.</STRING>Lijst van deelnemende landen: België, Bosnië en Herzegovina, Bulgarije, Cyprus, Denemarken, Engeland, Estland, Finland, Frankrijk, Georgië, Groenland, Ierland, IJsland, Italië, Luxemburg, Malta, Moldavië, Nederland, Noord-Ierland, Noorwegen, Oostenrijk, Polen, Portugal, Roemenië, Rusland, Schotland, Servië, Spanje, Turkije, Wales, Zweden en Zwitserland.</FIELD></FOOTNOTE> genderstereotypen duidelijk ter discussie werden gesteld<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">.</STRING>EIGE (2025), “Impact driver: marking milestones and opportunities for gender equality in the EU”, Bureau voor publicaties van de Europese Unie, Luxemburg.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>V.</NO.P>overwegende dat in de hele EU zowel informele als formele zorgtaken nog steeds onevenredig vaak door vrouwen worden uitgevoerd, hetgeen bijdraagt tot structurele genderongelijkheden en de zorgkloof tussen mannen en vrouwen voedt omdat vrouwen daardoor worden beperkt in hun mogelijkheden om aan de arbeidsmarkt deel te nemen, wat ertoe leidt dat zij minder inkomsten en een lager pensioen genieten, en hen belemmert om op voet van gelijkheid met mannen economische onafhankelijkheid te bereiken, en hen tevens blootstelt aan stressgerelateerde gezondheidsrisico’s<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">.</STRING>EIGE, “Gender Equality Index 2019: Work-life balance”, https://eige.europa.eu/publications-resources/toolkits-guides/gender-equality-index-2019-report/informal-care-older-people-people-disabilities-and-long-term-care-services.</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat vrouwen op de arbeidsmarkt vaak moeilijkheden ondervinden wanneer zij na zwangerschapsverlof of langdurige zorgtaken weer aan het werk gaan, bijvoorbeeld door verouderde vaardigheden, een lager inkomenspotentieel, minder mogelijkheden voor loopbaanontwikkeling en discriminatie op het werk; overwegende dat dergelijke belemmeringen bijdragen tot de genderkloof inzake arbeidsparticipatie, loon en pensioenen, met alle negatieve gevolgen van dien voor het welzijn van kinderen en andere ten laste komende personen, en dat dit vraagt om een aanpak in de vorm van doelgerichte beleidsinterventies en steunregelingen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>W.</NO.P>overwegende dat bijna 30 % van de vrouwen in de EU deeltijds werkt; overwegende dat vrouwen in de EU veel vaker betaalde arbeid moeten opzeggen om voor kinderen en/of andere personen ten laste te zorgen en dat de beperkte beschikbaarheid (of afwezigheid) en buitensporige kosten van hoogwaardige infrastructuur en diensten voor kinderopvang, met name in het geval van openbare kinderopvang, nog steeds een aanzienlijke belemmering vormen voor de gelijke deelname van vrouwen aan alle gebieden van het leven, waaronder werk; overwegende dat de Internationale Arbeidsorganisatie erop heeft gewezen dat er te weinig openbare en particuliere investeringen worden gedaan in kinderopvang en andere formele-zorgdiensten en benadrukt dat wanneer de opvattingen over zorgactiviteiten gedurende lange tijd gekenmerkt worden door ongelijkheid, de economische en sociale kosten van zorgtaken in het algemeen voornamelijk op de schouders van vrouwen terechtkomen; overwegende dat ongeveer 7,7 miljoen vrouwen in de EU als gevolg van onbetaalde zorgtaken wegblijven van de arbeidsmarkt en er een groot onbenut potentieel bestaat om de zorgsector evenwichtiger te maken voor onze economieën, iets waarop bijvoorbeeld het EIGE in haar schattingen wijst, volgens welke de arbeidsparticipatie tegen 2050 kan oplopen tot 80 % als er forse verbeteringen op het gebied van gendergelijkheid worden doorgevoerd<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">.</STRING>https://commission.europa.eu/document/download/055fdbab-5786-425e-a072-652bf53d8fe4_en?filename=Gender%20Equality%20Report.pdffilename=Gender%20Equality%20Report.pdf.</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat 42 % van de mantelzorgers zonder baan zich volgens de enquête van Eurofound over de levenskwaliteit in de EU in het laagste inkomenskwartiel bevindt (tegenover 24 % van de niet-mantelzorgers) en 59 % van deze groep moeite heeft de eindjes aan elkaar te knopen (tegenover 46 % van de niet-mantelzorgers) en 80 % van de zorg wordt verleend door mantelzorgers, voornamelijk vrouwen van 45-75 jaar oud, hetgeen bijdraagt aan genderongelijkheid op het gebied van werkgelegenheid en inkomen; overwegende dat ongeveer een op de vier betaalde zorgverleners migrant is, wat bijzonder relevant is aangezien negen op de tien betaalde zorgverleners een vrouw is;</P></CONS><CONS><P><NO.P>X.</NO.P>overwegende dat het Cedaw-comité in 2024 algemene aanbeveling nr. 40 heeft uitgebracht over de gelijke en inclusieve vertegenwoordiging van vrouwen in besluitvormingssystemen en in de pijlers van de aanbeveling een 50-50-pariteit tussen vrouwen en mannen in al hun diversiteit heeft ingevoerd wat betreft gelijke toegang tot en gelijke macht binnen besluitvormingssystemen; overwegende dat het percentage door vrouwen beklede zetels in nationale parlementen is gestegen van 11,3 % in 1995 tot slechts 27,2 % in 2025<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">.</STRING>Interparlementaire Unie, “Women in parliament 1995-2025”, 2025.</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende in 2025 slechts ongeveer een derde van de parlementsleden in de EU een vrouw is<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">.</STRING>EIGE, gendergelijkheidsindex, https://eige.europa.eu/gender-equality-index/2024/domain/power.</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat vrouwen, ondanks tal van beleids- en wetgevingsinitiatieven, geconfronteerd worden met structurele, culturele en institutionele belemmeringen en dat uit onderzoek blijkt dat ze op alle niveaus van de economische en politieke besluitvorming wereldwijd ondervertegenwoordigd zijn, ook op lokaal en regionaal niveau, en dat het bereiken van gendergelijkheid en vertegenwoordiging in het politieke leven alsmede in het bedrijfsleven — met name in raden van bestuur — nog toekomstmuziek is en er daartoe doelgerichte maatregelen op alle bestuursniveaus nodig zijn;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Y.</NO.P>overwegende dat de klimaatnoodtoestand en genderongelijkheid onderling samenhangen en dat de klimaatcrises de bestaande ongelijkheid bestendigen, onder meer op het gebied van toegang tot het onderwijs en arbeidskansen, toegang tot en zeggenschap over land en natuurlijke hulpbronnen, en deelname aan de besluitvorming<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">.</STRING>Verenigde Naties Klimaatverandering, “Closing the Gap, Boosting Ambition: Investing in Women is Key to Climate Action', 2024, https://unfccc.int/news/closing-the-gap-boosting-ambition-investing-in-women-is-key-to-climate-action.</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat de schadelijke gevolgen van klimaatverandering en aantasting van ecosystemen onevenredig worden gedragen door vrouwen en meisjes, met name als ze al in een achtergestelde situatie verkeren, met inbegrip van inheemse volkeren en andere gemeenschappen die afhankelijk zijn van natuurlijke hulpbronnen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Z.</NO.P>overwegende dat de Unie verwikkeld is in verschillende crises, waaronder klimaatrampen, gewapende conflicten, pandemieën en populisme, en de gevolgen van al deze crises een genderdimensie kennen; overwegende dat gewapende conflicten vrouwen en meisjes onevenredig zwaar treffen, onder meer door de opmars van gendergerelateerd geweld als oorlogswapen<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">.</STRING>Volgens een VN-rapport is het aantal gevallen van door de VN geverifieerd conflictgerelateerd seksueel geweld in 2023 met 50 % toegenomen ten opzichte van het voorgaande jaar (VN Vrouwen, “Facts and figures: Women, peace, and security' 2025, https://www.unwomen.org/en/articles/facts-and-figures/facts-and-figures-women-peace-and-security).</FIELD></FOOTNOTE>, en hebben geleid tot een algehele verslechtering van vrouwenrechten, met schadelijke gevolgen voor de volledige uitoefening van de mensenrechten van vrouwen en meisjes wereldwijd; overwegende dat de agenda voor vrouwen, vrede en veiligheid weliswaar centraal staat in de huidige mondiale uitdagingen op het gebied van vrede en veiligheid, maar dat het nog steeds schort aan participatie en leiderschap van vrouwen in buitenlands beleid, defensie, veiligheid en vredesopbouw, een fenomeen waar als gevolg van gebrekkige gegevens slechts weinig over geweten is; overwegende dat er verscheidene projecten zijn ontwikkeld met de bedoeling uitvoerige gegevens te verzamelen, zoals de “#SHEcurity Index”, die kunnen dienen als goede praktijk en voorbeeld voor gegevensverzameling op het niveau van de EU; overwegende dat vrouwen steeds ondervertegenwoordigd zijn bij vredesonderhandelingen en in 2022 slechts 16 % van de onderhandelaars uitmaakten bij lopende vredesprocessen die werden geleid of mede geleid door de Verenigde Naties<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">.</STRING>Europese Raad inzake externe betrekkingen, “Women’s Participation in Peace Processes”, https://www.cfr.org/womens-participation-in-peace-processes/.</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat als in het buitenlands en veiligheidsbeleid van de EU een genderperspectief wordt ingevoerd, dit betekent dat de specifieke genderdimensies en ‑effecten van mondiale fenomenen zoals klimaatverandering, migratie, handel en veiligheid moeten worden erkend en bestreden, en dat centraal in de beleidsvorming de nadruk moet komen te staan op de ervaringen en behoeften van vrouwen en groepen die te maken krijgen met meervoudige en intersectionele vormen van discriminatie en marginalisering; overwegende dat het genderactieplan (GAP) de ambitieuze strategie is waarmee de EU een bijdrage levert aan de SDG’s, met name SDG 5, en versneld vooruitgang boekt op het gebied van gendergelijkheid; overwegende dat de empowerment van vrouwen in al het externe beleid en het externe optreden van de EU een prioriteit vormt en ook een actieve rol heeft gespeeld bij de opstelling van de Agenda 2030; overwegende dat de EU zich er in haar extern beleid toe heeft verbonden ervoor te zorgen dat 85 % van alle nieuwe programma’s bijdraagt aan gendergelijkheid en de empowerment van vrouwen; overwegende dat die verbintenis thans ontbreekt in het intern beleid van de EU, ook op het niveau van de lidstaten, waardoor ongelijke vooruitgang op het gebied van gendergelijkheid in de EU dreigt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AA.</NO.P>overwegende dat discriminatie op basis van de in artikel 21 van het EU-Handvest van de grondrechten opgenomen kenmerken verboden is; overwegende dat veel vrouwen, meisjes en kwetsbare groepen, waaronder mensen met een handicap, mensen uit kansarme sociaal-economische milieus, op grond van racisme gediscrimineerde mensen, mensen met een specifieke etnische, minderheids- of migrantenachtergrond, lhbtiq+-personen, met name interseksuele en transvrouwen, Roma en mensen die discriminatie ondervinden op grond van leeftijd (zowel jongeren als ouderen) (hierna de “lijst van redenen tot non-discriminatie” genoemd), in de EU geconfronteerd worden met intersectionele ongelijkheden en discriminatie; overwegende dat vrouwen en meisjes met een handicap 29,2 % van de vrouwelijke bevolking van de EU uitmaken, en dat zij te maken hebben met uitsluiting en discriminatie op alle gebieden van het leven, alsook met veel gendergerelateerd geweld; overwegende dat vrouwen en lhbtiq+-personen, of ze nu op doorreis zijn of in opvangcentra zitten, vaak te maken krijgen met specifieke gendergerelateerde risico’s, waaronder geweld, onvoldoende toegang tot gezondheidszorg en rechtsonzekerheid; overwegende dat deze problemen specifiek moeten worden aangepakt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AB.</NO.P>overwegende dat genderongelijkheid zich sterker doet voelen in bepaalde sectoren, zoals de landbouw, financiële en consumentendiensten<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">.</STRING>Wereld Economisch Forum, “Global Gender Gap Report 2023”, https://www.weforum.org/publications/global-gender-gap-report-2023/.</FIELD></FOOTNOTE>, gezondheid en zorg<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">.</STRING>Wereldgezondheidsorganisatie, “Women in the health and care sector earn 24 percent less than men”, 2022, https://www.who.int/news/item/13-07-2022-women-in-the-health-and-care-sector-earn-24-percent-less-than-men.</FIELD></FOOTNOTE> en STEM<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">.</STRING>Evagorou, M., Puig, B., Bayram, D. en Janeckova, H. (2024) <STRING ITALIC="on">Addressing the gender gap in STEM education across educational levels – Analytical report</STRING>, Bureau voor publicaties van de Europese Unie, 2024, https://data.europa.eu/doi/10.2766/260477.</FIELD></FOOTNOTE>, en in bepaalde gebieden, zoals plattelandsgebieden, eilanden en ultraperifere gebieden; overwegende dat de vrouwen uit deze gebieden en sectoren die het slachtoffer zijn van intersectionele discriminatie geconfronteerd worden met specifieke structurele belemmeringen waardoor het lastig is deel te nemen aan de arbeidsmarkt en toegang te krijgen tot gezondheidszorg, onderwijs, huisvesting, digitale connectiviteit en essentiële openbare diensten en infrastructuur, die in sommige gevallen zelfs helemaal niet beschikbaar zijn; overwegende dat plattelandsgebieden, met inbegrip van de ultraperifere regio’s, ontvolkt raken nu jongeren, met name meisjes en vrouwen<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">.</STRING>Mededeling van de Commissie van 30 juni 2021 getiteld “Een langetermijnvisie voor de plattelandsgebieden van de EU – Naar sterkere, verbonden, veerkrachtige en welvarende plattelandsgebieden in 2040”.</FIELD></FOOTNOTE>, steeds meer geneigd zijn om er weg te trekken, waardoor hun recht om in die gebieden te blijven wordt ondermijnd; overwegende dat een gerichte en intersectionele benadering geboden is om de hardnekkige genderkloven, met name in de bovengenoemde sectoren en regio’s, aan te pakken en ervoor te zorgen dat vrouwen en meisjes niet achterblijven bij de uitvoering van de strategie voor gendergelijkheid;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AC.</NO.P>overwegende dat alle lidstaten verplicht zijn in het belang van kinderen te handelen door hun recht op een gezinsleven te waarborgen en discriminatie te verbieden op grond van de echtelijke staat of seksuele gerichtheid van hun ouders of de wijze waarop zij zijn verwekt; overwegende dat ongeveer twee miljoen kinderen mogelijk nog steeds te maken hebben met rechtsonzekerheid bij grensoverschrijdende erkenning van familieleden; overwegende dat de Commissie in 2022 een voorstel heeft ingediend voor een verordening van de Raad<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">.</STRING>Voorstel van de Commissie van 7 december 2022 voor een verordening van de Raad betreffende de rechterlijke bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning van beslissingen en de aanvaarding van authentieke akten inzake afstamming en betreffende de invoering van een Europese akte van afstamming (COM(2022)0695).</FIELD></FOOTNOTE> betreffende afstamming en de invoering van een Europese akte van afstamming, en dat dit nog steeds in behandeling is bij de Raad;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AD.</NO.P>overwegende dat in de routekaart voor vrouwenrechten opnieuw wordt bevestigd dat de EU zich sterk inzet voor het waarborgen en bevorderen van gendergelijkheid en vrouwenrechten en dat daarin de beginselen en langetermijnvisie voor vooruitgang worden uiteengezet die ten grondslag zullen liggen aan de strategie voor gendergelijkheid na 2025;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>verzoekt de Commissie om, voortbouwend op de eerste strategie voor gendergelijkheid 2020-2025, een ambitieuze strategie voor gendergelijkheid 2026-2030 te presenteren met concrete, meetbare en tastbare wetgevings- en niet-wetgevingsmaatregelen en doelstellingen op de hieronder genoemde belangrijke gebieden;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Gendergerelateerd geweld</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>verzoekt de Commissie bij de Raad een voorstel in te dienen om gendergerelateerd geweld als een nieuwe vorm van criminaliteit op te nemen in artikel 83, lid 1, VWEU en onverwijld een einde te maken alle vormen van geweld tegen vrouwen en meisjes, waaronder stelselmatig geweld, een van de meest wijdverbreide schendingen van de grondrechten in de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>verzoekt de Commissie haar aanbeveling over de preventie van schadelijke praktijken tegen vrouwen en meisjes, met inbegrip van alle vormen van verloskundig en gynaecologisch geweld, medische fouten, gedwongen abortus en gedwongen sterilisatie, de ontzegging van abortuszorg, alsook genitale verminking bij vrouwen en interseksuelen, snel te publiceren en ervoor te zorgen dat deze een aanvulling vormt op Richtlijn (EU) 2024/1385;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>verzoekt de Commissie een snelle omzetting van Richtlijn (EU) 2024/1385 ter bestrijding van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld te monitoren en aan te moedigen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>dringt er bij de Commissie op aan feminicide als een afzonderlijk en op zichzelf staand strafbaar feit te erkennen en beklemtoont dat wie de eraan ten grondslag liggende oorzaken wil begrijpen die verband houden met genderdiscriminatie en machtsverschillen, eerst en vooral moet begrijpen dat het bij feminicide gaat om het doden van een vrouw of meisje vanwege haar geslacht;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>herhaalt zijn oproep aan de Commissie om richtsnoeren op te stellen voor de lidstaten over de uitvoering van Richtlijn (EU) 2024/1385 ter bestrijding van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld en over geweld op alle gebieden van het leven, met inbegrip van duidelijke richtsnoeren voor omvattende en aan leeftijd aangepaste voorlichting over seksualiteit en relaties met aandacht voor instemming, in overeenstemming met internationale normen, en met name aandacht te besteden aan de volledige uitvoering en handhaving van alle artikelen van de richtlijn, en met name artikel 35, dat betrekking heeft op het verspreiden van voorlichtingsmateriaal over instemming en het organiseren van bewustmakingscampagnes of programma’s om de kennis te vergroten over het feit dat niet-consensuele seks als een strafbaar feit wordt beschouwd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>verzoekt de Commissie met klem te benadrukken hoe belangrijk het aangifteonderdeel van Richtlijn (EU) 2024/1385 is, zodat dergelijk geweld tegen vrouwen en meisjes dankzij de richtlijn daadwerkelijk wordt voorkomen en uitgebannen; verzoekt de Commissie voorrang te geven aan het voorkomen van gendergerelateerd geweld online en offline, en benadrukt dat passende, gerichte en tijdige preventieve maatregelen belangrijk zijn, door middel van onderwijs, digitale geletterdheid, de opleiding van professionals en informatie- en bewustmakingscampagnes, als een belangrijk element bij de bestrijding van geweld tegen vrouwen en meisjes in overeenstemming met de bepalingen van de EU-wetgeving ter zake;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>verzoekt de Commissie tegemoet te komen aan de specifieke behoeften van de slachtoffers van gendergerelateerd geweld, op het gebied van onder andere psychosociale hulp, huisvesting voor slachtoffers, programma’s voor een leven lang leren en kinderopvang, en dringt erop aan slachtoffers en overlevenden afdoende te beschermen door overheidsinvesteringen op lange termijn te waarborgen en uit te breiden en doeltreffende maatregelen te garanderen, die structureel en intersectioneel moeten zijn, waarbij de overlevenden centraal moeten staan en waarmee de onderliggende oorzaken van gendergerelateerd geweld op sociaal, economisch en cultureel gebied moeten worden aangepakt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>verzoekt de Commissie om lidstaten die het Verdrag van Istanbul nog niet hebben geratificeerd aan te sporen dat alsnog te doen en hier vaart achter te zetten; dringt er bij de Commissie op aan het uitvoeringsproces te waarborgen, te monitoren en te stimuleren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>onderstreept dat gemarginaliseerde groepen een groter risico op geweld lopen en dat de gevolgen van gendergerelateerd geweld en revictimisatie erger worden als gevolg van intersectionele vormen van discriminatie; verzoekt de Commissie daarom een verplichte, omvattende opleiding te ontwikkelen en in samenwerking met de lidstaten in te voeren voor alle rechtsbeoefenaren, onder wie rechters en openbare aanklagers, over vraagstukken die verband houden met gendergerelateerd geweld, intersectionaliteit en slachtofferhulp, zodat rechtsbeoefenaren over toereikende middelen beschikken om zaken, zowel offline als online, genderbewust en met een intersectionele benadering te behandelen en ervoor te zorgen dat de slachtoffers tijdens de gerechtelijke procedure worden beschermd tegen secundaire victimisatie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>verzoekt de Commissie te komen met EU-wetgeving om verkrachting in alle lidstaten strafbaar te stellen op grond van het ontbreken van instemming; stelt vast dat er nog steeds 14 lidstaten zijn waar verkrachting alleen strafbaar is als daarbij sprake was van enige vorm van geweld of waar instemming niet met zoveel woorden wordt genoemd; herhaalt dat verkrachting niet alleen een schending van de grondrechten en de lichamelijke autonomie en integriteit van vrouwen is, maar ook een vorm van seksueel misbruik en seksuele uitbuiting van vrouwen en meisjes, wat volgens het VWEU<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">.</STRING>Artikel 83 VWEU.</FIELD></FOOTNOTE> een EU-misdrijf is; verzoekt de lidstaten die nog steeds de definitie van verkrachting hanteren waarbij wordt uitgegaan van geweldpleging, een begin te maken met wetgevingswijzigingen om de definitie in overeenstemming te brengen met de meest recente internationale normen en artikel 36 van het Verdrag van Istanbul;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>wijst erop dat de Commissie en de lidstaten wettelijk verplicht zijn de rechten en lichamelijke integriteit van vrouwen te beschermen; verzoekt de Commissie te waarborgen dat de herziene richtlijn ter bestrijding van mensenhandel snel en volledig wordt omgezet, aangezien die strengere regels en krachtigere middelen bevat om mensenhandel, waaronder nieuwe vormen van seksuele uitbuiting, en misdaadorganisaties te bestrijden, onder meer door middel van betere communicatie tussen verschillende landen en met name door de rechten van vrouwen uit minderheden en vrouwelijke migranten te beschermen; benadrukt dat het terugdringen van de vraag van essentieel belang is om mensenhandel te voorkomen en te beperken, aangezien op die manier de belangrijkste financiële stimulansen ervan worden aangepakt; dringt er voorts bij de Commissie en de lidstaten op aan inspanningen te ondersteunen om slachtoffers te bevrijden en te rehabiliteren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>beklemtoont dat de omgang met prostitutie in een samenleving gevolgen heeft voor de opvattingen in verband met gendergelijkheid en vrouwenrechten en dat daarmee bepaalde boodschappen en normen worden overgebracht; roept de Commissie op de lidstaten aan te moedigen maatregelen te treffen en hun inspanningen daartoe te ondersteunen om prostitutie te voorkomen, mensen en met name vrouwen in de prostitutie te decriminaliseren, de vraag terug te dringen, klanten te bestraffen, stigma’s en stereotypen uit te bannen en te zorgen voor afdoende gefinancierde, eenvoudig toegankelijke en kwalitatief hoogwaardige exitprogramma’s voor wie niet langer als prostituee wil werken; roept de lidstaten op ervoor te zorgen dat mensen in de prostitutie actief worden betrokken bij beleidsvorming over hun rechten; roept de Commissie op om die inspanningen te steunen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>veroordeelt draagmoederschap, een praktijk die neerkomt op reproductieve uitbuiting en het gebruik van het vrouwenlichaam voor financieel of andersoortig gewin, met name als het gaat om kwetsbare vrouwen in derde landen; verzoekt de Commissie maatregelen te treffen om een einde te helpen maken aan dit verschijnsel;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>verzoekt de Commissie EU-steun aan te bevelen voor studies naar het verband tussen gendergerelateerd geweld, intiem partnergeweld en kanker;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Omvattende genderresponsieve gezondheidszorg </STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>benadrukt dat gezondheid een grondrecht is en dat iedereen derhalve toegang moet hebben tot hoogwaardige, betaalbare en toegankelijke gezondheidsdiensten, met eerbiediging van ieders met kennis van zaken verleende toestemming en lichamelijke autonomie; dringt er bij de Commissie op aan te zorgen voor universele toegang tot genderresponsieve en kwaliteits-, patiënten- en resultaatgerichte gezondheidszorg, in overeenstemming met de hoogste normen, voor vrouwen en meisjes in al hun diversiteit, met name groepen die te kampen hebben met intersectionele vormen van discriminatie, waaronder mensen met een handicap en uit kansarme sociaal-economische milieus, slachtoffers van gendergerelateerd geweld, op grond van racisme gediscrimineerde mensen, mensen met een specifieke etnische, minderheids- of migrantenachtergrond, ouderen, lhbtiq+-personen, met name interseksuele vrouwen, transgenders en non-binaire personen, vrouwen uit afgelegen, ultraperifere en plattelandsgebieden, zwangere vrouwen en moeders, met name alleenstaande moeders; benadrukt dat zorgmedewerkers moeten worden opgeleid om genderspecifieke gezondheidsproblemen te behandelen en te kunnen reageren op gendergerelateerd en seksueel geweld;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>verzoekt de Commissie dringend iets te doen aan de genderkloof op gezondheidsgebied, onder andere door tegemoet te komen aan genderspecifieke gezondheidsbehoeften en ‑risico’s in alle levensfasen, met bijzondere aandacht voor aandoeningen die vrouwen onevenredig hard treffen, genderkloven en -vooroordelen bij medisch onderzoek, opleidingen en klinische proeven aan te pakken en meer vrouwen over te halen een medisch beroep uit te oefenen; verzoekt de Commissie een specifiek actieplan voor te leggen om deze vraagstukken aan te pakken en toekomstige gezondheidsinitiatieven verder af te stemmen op het begrip gendergeneeskunde, zoals voorgesteld door de WHO<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">.</STRING>WHO, Gender and health (https://www.who.int/health-topics/gender#tab=tab_1).</FIELD></FOOTNOTE>;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>verzoekt de Commissie met klem ervoor te zorgen dat in de nieuwe strategie voor gendergelijkheid versterkt de nadruk wordt gelegd op gendergelijkheid op het gebied van de volksgezondheid; verzoekt de Commissie voort te bouwen op het groeiende inzicht in de factoren die van invloed zijn op behandelingsresultaten door steun te verlenen aan het verzamelen van meer uitgesplitste gegevens van betere kwaliteit om gezondheidsverschillen in subgroepen in kaart te brengen die anders niet zichtbaar zouden zijn in de bevolking, behandelingen te ontwikkelen voor subgroepen waarin er ongelijkheden bestaan en gezondheidsresultaten in bevolkingsgroepen met een hoog risico te monitoren; merkt op dat er bijzondere aandacht moet gaan naar zwangere vrouwen en vrouwen die borstvoeding geven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>verzoekt de Commissie de aanhoudende uitdagingen op het gebied van geestelijke gezondheid aan te pakken waarmee vrouwen, meisjes en gemarginaliseerde groepen worstelen en dringt er bij de Commissie op aan te zorgen voor universele toegang tot genderresponsieve geestelijke gezondheidszorg en de investeringen in gezondheidszorginstellingen in plattelandsgebieden op te voeren en flexibele oplossingen zoals mobiele gezondheidsklinieken te ontwikkelen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>verzoekt de Commissie op EU-niveau de kloven, ongelijkheden en belemmeringen voor de toegang tot gezondheidszorg voor vrouwen in al hun diversiteit aan te pakken, met inbegrip van vrouwen uit kwetsbare groepen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>verzoekt de EU-lidstaten toegang tot essentiële gezondheidsdiensten en geneesmiddelen te waarborgen en dringt er bij de Commissie op aan meer te investeren in gendermainstreaming voor gezondheidszorgstelsels; benadrukt dat in de opleiding van alle medische beroepsbeoefenaren en zorgmedewerkers een genderbenadering moet worden opgenomen; verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat mensen, met name vrouwen met een handicap, nooit tegen hun wil worden blootgesteld aan schadelijke, ingrijpende of onomkeerbare behandelingen, en vast te leggen dat alle medische handelingen gebaseerd moeten zijn op ieders persoonlijke, vrije en volledig met kennis van zaken verleende toestemming;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>dringt er bij de Commissie op aan een alomvattende EU-strategie te ontwikkelen om in elke levensfase tegemoet te komen aan de zeer specifieke gezondheidsbehoeften van vrouwen en om aandacht te besteden aan de factoren die van invloed zijn op de gezondheid van vrouwen en meisjes, onder meer door gezondheid op te nemen in het Europees semester;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>benadrukt het belang van samenwerking en uitwisseling van beste praktijken op Europees niveau, naast een efficiënt gebruik van de desbetreffende EU-fondsen om gemeenschappelijke uitdagingen op het gebied van gezondheidszorg aan te pakken, en verzoekt de Commissie de samenwerking tussen de betrokken beleidsdiensten te versterken om ervoor te zorgen dat gendergelijkheid systematisch wordt geïntegreerd in alle initiatieven op het gebied van gezondheid; verzoekt de Commissie de lidstaten aan te moedigen en te ondersteunen bij het invoeren of uitbreiden van nationale gezondheidszorgstelsels die uitgebreide en betaalbare zorg bieden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>verzoekt de Commissie een genderbewuste benadering van gezondheidszorg te ontwikkelen en daar waar hardnekkige uitdagingen bestaan de specifieke problemen aan te pakken, zoals met betrekking tot geestelijke gezondheid, kanker, endometriose of gezondheidszorg voor moeders; verzoekt de Commissie gemeenschappelijke EU-brede normen te ontwikkelen op het gebied van prenatale zorg, geboortezorg, postnatale kraamzorg en gezondheidszorg voor pasgeborenen en moeders, met het oog op een actualisatie van de EU-richtlijn inzake verloskunde<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">.</STRING>Richtlijn 80/155/EEG van de Raad van 21 januari 1980 inzake de coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de toegang tot en de uitoefening van de werkzaamheden van verloskundige (PB L 33 van 11.2.1980, blz. 8, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/1980/155/oj).</FIELD></FOOTNOTE> in overeenstemming met internationale normen en daarnaast om professionals in de gezondheidszorg in staat te stellen beste praktijken op dit gebied uit te wisselen; dringt aan op de vaststelling van een EU-kader voor het veilige gebruik van geneesmiddelen tijdens zwangerschap en lactatie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>verzoekt de Commissie gezondheidszorgstelsels te ondersteunen bij de ontwikkeling, uitvoering en evaluatie van gendergerichte strategieën voor ziektepreventie, aangezien preventie de levenskwaliteit van vrouwen en meisjes kan verbeteren; dringt er daarom bij de Commissie op aan maatregelen te nemen die enerzijds gericht zijn op preventie en die anderzijds het recht op toegang tot gezondheidsdiensten onder de aandacht brengen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>benadrukt dat territoriale verschillen in toegang tot gezondheidszorg moeten worden aangepakt door ervoor te zorgen dat er genderresponsieve gezondheidsdiensten beschikbaar zijn op het platteland en in afgelegen en ontvolkte gebieden; verzoekt de Commissie en de lidstaten te investeren in mobiele zorgunits, telegeneeskunde en de opleiding en inzet van zorgprofessionals in onderbediende regio’s;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>verzoekt de Commissie een alomvattend, bindend kader tot stand te brengen en te zorgen voor volledige en gelijke toegang tot alle diensten voor seksuele en reproductieve gezondheidszorg, voor iedereen in de EU ongeacht migratie- of verblijfsstatus; merkt op dat deze diensten en rechten respectvolle en hoogwaardige verloskundige zorg, gynaecologische zorg, prenatale zorg, geboortezorg, postnatale kraamzorg en de zorg voor pasgeborenen omvatten, alsook uitgebreide informatie en diensten over gezinsplanning, genderbevestigende zorg en toegang tot medisch begeleide voortplanting en vruchtbaarheidszorg en -behandelingen, veilige en betaalbare moderne anticonceptiemethoden naar keuze en het recht op veilige en legale abortuszorg (medisch en chirurgisch), leeftijdsgeschikte seksuele voorlichting en relatievoorlichting, soa-preventie, profylaxe, opsporing en behandeling na blootstelling, als integraal onderdeel van de mensenrechten, en dat het zonder deze diensten en rechten het niet mogelijk is de rechtsstaat te handhaven; benadrukt dat de lidstaten ervoor moeten zorgen dat deze diensten toegankelijk, betaalbaar en niet-discriminerend zijn; verzoekt de Commissie alle schendingen van de seksuele en reproductieve gezondheid en rechten van vrouwen als een vorm van gendergerelateerd geweld te erkennen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>benadrukt dat het aanpakken van gendergerelateerd geweld een essentieel onderdeel moet vormen van elke gelijkheidsstrategie, evenals achteruitgang op het vlak van de seksuele en reproductieve gezondheid en rechten van vrouwen en schendingen van deze rechten; herhaalt dat toegang tot gezondheidszorg en publieke dienstverlening, met name toegang tot abortuszorg en psychologische begeleiding voor vrouwen die het slachtoffer zijn van geweld, als prioriteit moet worden aangemerkt; verzoekt de Commissie sancties toe te passen in gevallen van achteruitgang van de rechten van vrouwen, met inbegrip van beperkingen ten aanzien van seksuele en reproductieve gezondheid en rechten, toegang tot abortuszorg of seksuele voorlichting, welke als schendingen van de EU-waarden moeten worden beschouwd en evenredige reacties vanuit de instellingen teweeg moeten brengen, waaronder inbreukprocedures en gevolgen voor financiering; verzoekt de Commissie een monitoring- en verantwoordingsmechanisme in te stellen voor het snel aanpakken van ontwikkelingen die een achteruitgang of bedreiging voor de gendergelijkheid inhouden en van alle schendingen van de vrouwenrechten – met inbegrip van seksuele en reproductieve gezondheid en rechten en de rechten van lhbtiq+-personen – in de lidstaten, en tevens bestaande mechanismen te gebruiken om de naleving van de rechtsstaat of de grondrechten te beoordelen, ofwel als een specifiek mechanisme, en een speciale sub-pijler voor gendergerelateerd geweld in haar jaarlijks verslag over de rechtsstaat op te nemen; dringt er bij de Commissie op aan mannen aan te moedigen om actieve medestanders te worden bij het bevorderen van de seksuele en reproductieve gezondheid en rechten, teneinde iets te doen tegen de toenemende tegenbeweging, in een bredere context, onder jonge mannen die zich richt tegen jonge vrouwen en het feminisme;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>verzoekt de lidstaten en de Commissie seksuele en reproductieve gezondheid en rechten, met inbegrip van het recht op veilige en legale abortuszorg, op te nemen in het Handvest van de grondrechten van de EU, zoals uiteengezet in de resolutie van het Parlement van 11 april 2024;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>benadrukt de brede steun van EU-burgers om iedereen in de EU toegang te geven tot veilige abortuszorg, ongeacht wie zij zijn of waar zij vandaan komen, zoals onder meer blijkt uit het geslaagde Europese burgerinitiatief (EBI) “My voice, my choice” (mijn stem, mijn keuze), waarin de EU wordt opgeroepen wetgeving aan te nemen die een financieel mechanisme zou creëren om lidstaten die zich vrijwillig bij dit beleid aansluiten te helpen veilige abortuszorg te bieden aan iedereen die daartoe geen toegang heeft; verzoekt de Commissie snel actie te ondernemen en gehoor te geven aan deze EBI-oproep en een mechanisme voor financiële solidariteit tussen de lidstaten op te zetten om ervoor te zorgen dat vrouwen in de EU toegang hebben tot abortuszorg;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>verzoekt de Commissie aanbevelingen te doen aan de lidstaten over de bestrijding van alle vormen van verloskundig en gynaecologisch geweld, die een verscheidenheid aan nalatige, vernederende, ruwe of schadelijke praktijken omvatten, met inbegrip van, maar niet beperkt tot het zetten van extra hechtingen na een vaginale bevalling (de zogeheten “husband stitch”); verzoekt de Commissie uitwisseling tussen de lidstaten over het onderwerp verloskundig en gynaecologisch geweld te bevorderen en het EIGE opdracht te geven voor de ontwikkeling van een reeks kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren om de frequentie en verschijningsvormen van verloskundig geweld te meten en voldoende middelen beschikbaar te maken voor het aanpakken van dit probleem;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>verzoekt de Commissie in het kader van de uitvoering van de richtlijn ter bestrijding van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld duidelijke richtsnoeren uit te vaardigen over het verlenen van seksuele en reproductieve gezondheidszorg aan slachtoffers van seksueel geweld, in overeenstemming met de internationale normen voor volksgezondheid en mensenrechten, waaronder de WHO-normen voor de klinische behandeling van verkrachting;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>33.</NO.P>erkent dat vruchtbaarheid een cruciaal aspect van de gezondheid van vrouwen is en benadrukt de noodzaak om proactief de veelzijdige factoren en uitdagingen in verband met vruchtbaarheid aan te pakken, zoals het gebrek aan toegang tot vruchtbaarheidsgerelateerde gezondheidszorg en behandelingen, of ontoereikende dienstverlening op het vlak van voorlichting en ondersteuning; dringt er bij de Commissie op aan ervoor te zorgen dat informatie over vruchtbaarheidsbehoud voor iedereen toegankelijk is;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Gendergelijkheid en de empowerment van vrouwen in de arbeidswereld</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>34.</NO.P>verzoekt de Commissie follow-up te geven aan en verslag uit te brengen aan het Parlement over de tenuitvoerlegging van de richtlijn betreffende toereikende minimumlonen<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">.</STRING>Richtlijn (EU) 2022/2041 van het Europees Parlement en de Raad van 19 oktober 2022 betreffende toereikende minimumlonen in de Europese Unie (PB L 275 van 25.10.2022, blz. 33, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2022/2041/oj).</FIELD></FOOTNOTE> en de richtlijn beloningstransparantie<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">.</STRING>Richtlijn (EU) 2023/970 (PB L 132 van 17.5.2023, blz. 21, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2023/970/oj).</FIELD></FOOTNOTE>, met inbegrip van de garantie van robuuste vereisten inzake beloningsrapportage, effectieve toegang tot rechtsmiddelen voor slachtoffers van beloningsdiscriminatie en passende sancties voor niet-naleving, en de omzetting van de richtlijn vrouwelijke bestuurders<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">.</STRING>Richtlijn (EU) 2022/2381 (PB L 315 van 7.12.2022, blz. 44, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2022/2381/oj).</FIELD></FOOTNOTE>; dringt er bij de Commissie op aan toe te zien op de correcte en tijdige handhaving van deze richtlijnen, hetgeen van cruciaal belang is voor vrouwen op de arbeidsmarkt en hen in staat zal stellen gedurende hun hele loopbaan gelijke rechten en voorwaarden te genieten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>35.</NO.P>benadrukt dat het Parlement zich krachtig zal verzetten tegen elk voornemen om de richtlijn beloningstransparantie in te trekken of te verzwakken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>36.</NO.P>dringt er bij de Commissie op aan actief te bevorderen dat vrouwen de arbeidsmarkt kunnen betreden en hun baan kunnen behouden, maatregelen te nemen om de arbeidsparticipatiekloof en de loon- en pensioenkloof tussen mannen en vrouwen te verkleinen en te investeren in programma’s voor een leven lang leren voor vrouwen en meisjes; verzoekt de Commissie EU-brede doelstellingen vast te stellen ter bevordering van de arbeidsparticipatie van vrouwen; is ingenomen met de analyse van het EIGE van de belangrijkste belemmeringen voor arbeidsparticipatie van vrouwen in Europa, met inbegrip van belemmeringen voor voltijds werken, op basis waarvan de lidstaten de structurele belemmeringen op het vlak van de werkgelegenheid voor vrouwen kunnen aanpakken; verzoekt de Commissie de lidstaten aan te sporen ervoor te zorgen dat vrouwen gelijke toegang hebben tot banen met de bijbehorende rechten en fatsoenlijke lonen, onder meer via collectieve onderhandelingen; verzoekt de Commissie de lidstaten aan te sporen krachtige maatregelen te nemen om bedrijven die discrimineren tussen mannen en vrouwen en de arbeidswetgeving niet naleven te bestraffen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>37.</NO.P>verzoekt de Commissie en de lidstaten steviger beleid en financieringsinstrumenten in te zetten voor het ondersteunen van vrouwen die na zwangerschapsverlof of langdurige loopbaanonderbrekingen in verband met zorgtaken op de arbeidsmarkt herintreden; onderstreept het belang van actieve arbeidsmarktmaatregelen, op maat gesneden om- en bijscholingsprogramma’s en geïndividualiseerde loopbaanbegeleiding en verzoekt de Commissie werkgevers te ondersteunen bij het bieden van flexibele, hoogwaardige arbeidsmogelijkheden aan herintredende vrouwen; benadrukt dat discriminatie van vrouwen op de werkplek, met name vrouwen met kinderen, moet worden aangepakt; verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat discriminatie op grond van zwangerschap en moederschap wordt bestreden door middel van flexibele werkregelingen die goed in elkaar steken en waarover goed wordt gecommuniceerd; verzoekt de Commissie onverwijld wetgeving op te stellen inzake telewerkregels en het recht om offline te zijn, en ervoor te zorgen dat dit gebeurt op een genderresponsieve manier die de bestaande genderongelijkheden niet verergert; verzoekt de Commissie gendergevoelige werkplekken te ondersteunen om ervoor te zorgen dat vrouwen met niet-overdraagbare ziekten, chronische ziekten, een handicap of symptomen van menopauze gelijke rechten en kansen hebben bij het vinden en behouden van een baan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>38.</NO.P>verzoekt de Commissie een wetgevingskader voor het aanpakken van gendergerelateerd geweld in de arbeidswereld voor te stellen zodat de bescherming van alle werknemers tegen gendergerelateerd geweld, met inbegrip van pesterijen, intimidatie en elke vorm van seksueel geweld op het werk, wordt gewaarborgd; verzoekt de lidstaten die dit nog niet hebben gedaan, IAO-Verdrag nr. 190 inzake geweld en intimidatie op de werkvloer te ratificeren en het recht op een arbeidswereld zonder geweld en intimidatie, waaronder gendergerelateerd geweld, te erkennen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>39.</NO.P>dringt er bij de Commissie op aan meer inspanningen te leveren om discriminatie ten aanzien van de meest kwetsbare vrouwen, meisjes en personen die te maken hebben met intersectionele discriminatie aan te pakken, zoals vermeld in de lijst van redenen tot non-discriminatie, en personen die worden getroffen door de automatisering van banen; herhaalt dat deze groepen vaker te maken hebben met specifieke of onevenredige uitdagingen op de arbeidsmarkt, zoals hoge werkloosheidspercentages, lage lonen en onzekere banen en moeilijkheden bij het verkrijgen van baanbescherming, zwangerschapsverlof en sociale zekerheid; verzoekt de Commissie programma’s aan te moedigen die gelijke kansen waarborgen, met inbegrip van toegang tot leidinggevende en besluitvormingsfuncties voor iedereen die te maken heeft met discriminatie en onzekerheid op de arbeidsmarkt; merkt op dat dit onder meer moet gebeuren door te zorgen voor de uitvoering in alle lidstaten van de richtlijn gelijke behandeling in arbeid en beroep<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">.</STRING>Richtlijn 2000/78/EG van de Raad van 27 november 2000 tot instelling van een algemeen kader voor gelijke behandeling in arbeid en beroep (PB L 303 van 2.12.2000, blz. 16, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2000/78/oj).</FIELD></FOOTNOTE>, door organen voor gelijke behandeling te versterken, zoals bepaald in Richtlijn (EU) 2024/1499<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">.</STRING>Richtlijn (EU) 2024/1499 van de Raad van 7 mei 2024 betreffende normen voor organen voor gelijke behandeling op het gebied van gelijke behandeling van personen ongeacht hun ras of etnische afstamming, gelijke behandeling van personen in arbeid en beroep ongeacht hun godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele oriëntatie, gelijke behandeling van vrouwen en mannen op het gebied van sociale zekerheid en de toegang tot en het aanbod van goederen en diensten, en tot wijziging van Richtlijnen 2000/43/EG en 2004/113/EG (PB L, 2024/1499, 29.5.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2024/1499/oj).</FIELD></FOOTNOTE>, en door toegang tot minimumlonen op voet van gelijkheid met anderen te waarborgen; benadrukt de noodzaak van het ontwikkelen van gerichte werkgelegenheids- en bijscholingsstrategieën voor vrouwen ouder dan 55 jaar en vrouwen die in plattelandsgebieden of structureel achtergestelde regio’s wonen, die te maken hebben met een combinatie van belemmeringen; verzoekt de Commissie de lidstaten te ondersteunen bij het maken van inclusief arbeidsmarktbeleid, onder meer door middel van de instrumenten van het cohesiebeleid en het Europees Sociaal Fonds Plus (ESF+);</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>40.</NO.P>verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat de lidstaten bij het hervormen van pensioenstelsels en het aanpassen van de pensioenleeftijd de genderdimensie in acht nemen en rekening houden met de uiteenlopende arbeidspatronen van vrouwen en mannen, met inbegrip van alle vormen van onbetaalde arbeid, met inachtneming van het feit dat vrouwen een hoger risico lopen op intersectionele discriminatie op de arbeidsmarkt; verzoekt de Commissie en de lidstaten een alomvattend plan voor te stellen om de pensioenkloof tussen mannen en vrouwen aan te pakken, onder meer door ervoor te zorgen dat adequate steun voor kinderopvang beschikbaar is en dat vrouwen niet worden “afgestraft” voor het krijgen van kinderen, alsook door de financiële geletterdheid van vrouwen te bevorderen en ervoor te zorgen dat vrouwen beter financieel advies ontvangen, met name om de investeringskloof tussen mannen en vrouwen te verkleinen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>41.</NO.P>verzoekt de Commissie Richtlijn 79/7/EEG inzake sociale zekerheid<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">.</STRING>Richtlijn 79/7/EEG van de Raad van 19 december 1978 betreffende de geleidelijke tenuitvoerlegging van het beginsel van gelijke behandeling van mannen en vrouwen op het gebied van de sociale zekerheid, PB L 6 van 10.1.1979, blz. 24, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/1979/7/oj).</FIELD></FOOTNOTE> te herzien om ervoor te zorgen dat op grond hiervan positieve actie kan worden ondernomen en kan worden bijgedragen tot het dichten van de pensioenkloof tussen mannen en vrouwen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>42.</NO.P>benadrukt dat momenteel slechts een op de drie ondernemers in de EU vrouw is<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">.</STRING>Eurochambres, Eurochambres Women Entrepreneurs Survey 2025 – Unveiling insights from the women entrepreneurs<STRING ITALIC="on">, </STRING>https://www.eurochambres.eu/publication/eurochambres-women-entrepreneurs-survey-2025-unveiling-insights-from-the-women-entrepreneurs/<STRING ITALIC="on">.</STRING></FIELD></FOOTNOTE> en wijst op de noodzaak van gerichte maatregelen om de genderkloof op het gebied van ondernemerschap te dichten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>43.</NO.P>dringt er bij de Commissie op aan richtsnoeren te ontwikkelen voor de lidstaten, de particuliere sector en het maatschappelijk middenveld om bij te dragen tot de vaststelling van gendergelijkheidsdoelstellingen en -strategieën, met inbegrip van gelijke kansen om leidinggevende functies in de economie te bekleden, ook voor vrouwelijke ondernemers, en om belemmeringen voor vrouwen om een bedrijf op te starten en te bezitten weg te nemen teneinde de genderkloof in ondernemerschap te verkleinen; verzoekt de Commissie de lidstaten bij deze inspanningen te ondersteunen, gendergelijkheid bij de toegang tot financiering te bevorderen en de aanhoudende genderkloof op het gebied van leiderschap en innovatie in het bedrijfsleven aan te pakken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>44.</NO.P>herhaalt dat de genderkloof in de digitale en AI-sector onvermijdelijk leidt tot vertekende algoritmen; verzoekt de Commissie derhalve gendergelijkheid te bevorderen in bedrijven die zich bezighouden met AI- en ICT-gerelateerde activiteiten, onder andere middels de financiering van door vrouwen geleide projecten in de digitale sector en door aan te dringen op een minimumaantal vrouwelijke onderzoekers dat deelneemt aan oproepen voor financiering van onderzoek op het gebied van AI en ICT; verzoekt de Commissie gerichte initiatieven voor te stellen om vrouwen die actief zijn in wetenschap, technologie, engineering en wiskunde (STEM) te ondersteunen en meisjes te motiveren om STEM-, ICT- en AI-gerelateerde loopbanen te overwegen, onder meer door een doelstelling voor de deelname van vrouwelijke onderzoekers aan STEM- en AI-projecten vast te stellen, teneinde de algehele vaardigheids- en genderkloof in deze sector te dichten; benadrukt dat de belangen van vrouwen en kwetsbare groepen in de digitale transitie in aanmerking moeten worden genomen; verzoekt de Commissie en Eurostat de gendersamenstelling in STEM-beroepen, zoals zorgmedewerkers, beter te monitoren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>45.</NO.P>benadrukt dat empowerment van vrouwen als burgers en economische actoren zowel een ethische als een economische noodzaak is, en dat voor de totstandbrenging van een doeltreffende en billijke vaardigheidsunie specifieke inspanningen nodig zijn voor het wegnemen van de belemmeringen die momenteel de arbeidsmarktparticipatie van met name vrouwen beperken; dringt er bij de Commissie op aan economische activiteit onder vrouwen aan te moedigen en ervoor te zorgen dat iedereen in de EU gedurende alle fasen van zijn of haar beroepsleven op alle niveaus gelijkheid ervaart, aangezien dit voor Europa een voordeel is op het niveau van de samenleving, de economie en de arbeidsmarkt, omdat gendergelijkheid een voorwaarde is voor succes, concurrentievermogen en duurzame groei in Europa; dringt er bij de Commissie op aan ervoor te zorgen dat voorstellen voor vereenvoudiging van regelgeving niet in strijd zijn met het streven naar gendergelijkheid;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>46.</NO.P>wijst erop dat het in het EU-recht verankerde beginsel van gelijke beloning voor gelijke of gelijkwaardige arbeid in de praktijk moet worden toegepast; verzoekt de Commissie de systemische loonverschillen als gevolg van het gebrek aan waardering en de onderwaardering van werk in door vrouwen gedomineerde sectoren zoals zorg, gezondheidszorg, onderwijs en detailhandel aan te pakken; dringt aan op bindende EU-maatregelen om ook gelijk loon voor arbeid van gelijke waarde te waarborgen, en om de arbeidsomstandigheden in ondergewaardeerde, door vrouwen gedomineerde sectoren te verbeteren; dringt er daarom bij de Commissie op aan samen te werken met de lidstaten en de sociale partners om genderneutrale instrumenten en criteria voor het beoordelen van functies te ontwikkelen om tot een EU-brede definitie en vergelijking van “de waarde van werk” te komen met het oog op een eerlijker waardering en beloning van werk dat wordt verricht in door vrouwen gedomineerde sectoren; merkt op dat dit moet gebeuren door het recht op collectieve onderhandelingen te waarborgen, arbeidsinspecties te versterken en een gelijke vertegenwoordiging van vrouwelijke werknemers in de sociale dialoog te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>47.</NO.P>verzoekt de Commissie en de lidstaten de aanhoudende loonkloof tussen mannen en vrouwen doeltreffend aan te pakken, onder meer door ESF+-middelen in te zetten voor de bestrijding van genderstereotypen in het onderwijs en in de loopbaanbegeleiding, en door het gebruik van handvesten en initiatieven voor diversiteit in de particuliere en publieke sector aan te moedigen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Armoede bij vrouwen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>48.</NO.P>verzoekt de Commissie de aanstaande armoedebestrijdingsstrategie genderresponsief te maken door sterk de nadruk te leggen op structurele armoede onder vrouwen; dringt bij de Commissie en de lidstaten aan op sterkere economische en sociale maatregelen ter bestrijding van armoede en sociale uitsluiting onder vrouwen, met name wat betreft de kwaliteit en betaalbaarheid van huisvesting, energie en vervoer; beklemtoont dat fatsoenlijke en betaalbare huisvesting een grondrecht is dat moet worden beschermd en erkend als voorwaarde om andere grondrechten te kunnen uitoefenen; herinnert eraan dat ongelijkheid op het gebied van huisvesting ertoe leidt dat veel vrouwen in onwaardige, onveilige omstandigheden leven, met het risico op dakloosheid en geweld; verzoekt de Commissie hiermee rekening te houden in haar aanstaande plan voor betaalbare huisvesting in de EU en bijzondere aandacht te besteden aan de huisvestingsbehoeften van slachtoffers van gendergerelateerd geweld en aan adequate opvangcapaciteit; benadrukt dat sociale zekerheid en huisvesting in de lidstaten voor iedereen toegankelijk moeten zijn en verzoekt de Commissie hier voortdurend op te hameren; verzoekt de Commissie te blijven strijden tegen menstruatiearmoede, oftewel een gebrek aan toegang tot adequate menstruatiehygiëneproducten en ‑voorzieningen dat naar schatting 10 % van de menstruerende bevolking in de Unie treft, in het besef dat gemarginaliseerde en kwetsbare groepen in onevenredige mate met dit probleem geconfronteerd worden, hetgeen hun deelname aan het sociale leven, het onderwijs en de arbeidsmarkt beperkt; verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat menstruatieproducten toegankelijk zijn, en als een eerste stap in de goede richting over te gaan tot een herziening van Richtlijn 2004/113/EG teneinde menstruatieproducten vrij te stellen van btw en een halt toe te roepen aan ongerechtvaardigde prijsverschillen – ook wel “pink tax” (roze belasting) genoemd – die resulteren in hogere kosten voor op vrouwen gerichte gezondheidsproducten en -diensten;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Vrouwenrechten en gendergelijkheid in onderwijs, opleiding en de digitale omgeving</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>49.</NO.P>benadrukt dat de toegankelijkheid van hoogwaardig onderwijs voor meisjes een belangrijke voorwaarde is voor gendergelijkheid en de empowerment van vrouwen, naast het volledig kunnen genieten van de rechten van de vrouw; dringt er bij de Commissie op aan te zorgen voor gender- en leeftijdsinclusieve toegang tot alle onderwijsniveaus, naast training gericht op de bevordering van gendergelijkheid en de ontmanteling van genderstereotypen en schadelijke maatschappelijke normen, en met name de meest kwetsbare vrouwen, meisjes en personen die te maken hebben met intersectionele discriminatie in hun onderwijsloopbaan te steunen; dringt er bij de Commissie op aan ervoor te zorgen dat in het kader van de vaardigheidsunie aandacht wordt besteed aan genderonevenwichtigheden, met het oog op de empowerment van alle individuen in de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>50.</NO.P>dringt er bij de Commissie op aan te investeren in de professionele ontwikkeling van leraren met het oog op een betere bestrijding van genderstereotypen in het onderwijs voor zowel kinderen als volwassenen, in het beroepsonderwijs, bij het leren op de werkplek en in alle formele en niet-formele leertrajecten, en richtlijnen voor uitgevers op te stellen met het oog op het verwijderen van gendervooroordelen uit onderwijsmateriaal; verzoekt de Commissie verplichte opleidingsprogramma’s aan te moedigen voor iedereen die in de onderwijssector werkt, met inbegrip van informeel onderwijs en vrijwilligers, alsook veilige infrastructuur, mechanismen voor vertrouwelijke rapportage en disciplinaire maatregelen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>51.</NO.P>verzoekt de Commissie om te erkennen dat uitgebreide, wetenschappelijk gestaafde en op de leeftijd afgestemde seksuele en relatievoorlichting op basis van instemming, mensenrechten en gendergelijkheid een essentieel onderdeel vormt van het doorbreken van genderstereotypen en het aanpakken van schadelijk gedrag, en verzoekt de Commissie EU-richtsnoeren voor dergelijk onderwijs te ontwikkelen ten behoeve van de lidstaten; merkt op dat het doel moet bestaan uit kennisoverdracht aan jongeren over lichamelijke autonomie, gezonde relaties, reproductieve gezondheid en de preventie van gendergerelateerd geweld en discriminatie; benadrukt dat het belangrijk is minderjarigen online te beschermen tegen gewelddadige en schadelijke pornografische inhoud;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>52.</NO.P>dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan om, met name in de STEM-, de AI- en de digitale sector, maatregelen te nemen voor het dichten van de genderkloof door middel van het bevorderen van een geïntegreerde strategie voor het vanaf jonge leeftijd versterken van het onderwijs van vrouwen en meisjes in de bovenvermelde sectoren; benadrukt dat een dergelijke strategie initiatieven moet omvatten die tot doel hebben vrouwen en meisjes te motiveren een STEM-traject te volgen, en verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat vrouwen gelijke toegang hebben tot beroepsopleidingen, stages en bewustmakingscursussen met betrekking tot deze onderwerpen door middel van het bevorderen van opleiding en levenslang leren, het verspreiden van succesvolle en inclusieve goede praktijken op onderwijsgebied, het bevorderen van vrouwelijke rolmodellen, en het motiveren van vrouwen om kennis te verwerven en vaardigheden te ontwikkelen die essentieel zijn voor hen met het oog gelijke toegang tot banen in opkomende sectoren, zoals de digitale sector, de groene transitie, en in de economie en het bedrijfsleven in het algemeen, en het toekennen van prioriteit aan diversiteit en inclusie in STEM; merkt op dat parallel hieraan jongens moeten worden aangespoord om in de sectoren onderwijs, gezondheid en welzijn te gaan werken; beklemtoont dat digitale technologie en platforms steeds vaker een essentiële rol spelen in het hele proces om onderwijs en opleiding ten behoeve van vrouwen en meisjes aan te bieden, alsook in veel werkselectieprocessen; betreurt de negatieve gevolgen van ongelijke toegang tot technologie, die de ontwikkeling van de digitale geletterdheid van vrouwen en meisjes kan belemmeren; verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat vrouwen en meisjes in al hun verscheidenheid niet onevenredig worden getroffen door een gebrek aan toegang tot technologie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>53.</NO.P>verzoekt de Commissie een nultolerantiebeleid te voeren en te blijven ontwikkelen met betrekking tot alle vormen van gendergerelateerd geweld in de digitale omgeving; herinnert eraan dat het zonder toestemming delen van intiem materiaal, inclusief “deepfakes”, cyberstalking, cyberpesten en het online aanzetten tot geweld of haat (haatzaaiende uitlatingen) op grond van Richtlijn (EU) 2024/1385 ter bestrijding van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld strafbaar zijn, en dat de definities van deze strafbare feiten correct in de nationale wetgeving van de lidstaten moeten worden omgezet; dringt aan op nauwere EU-brede samenwerking bij het opsporen en vervolgen van digitale gendergerelateerde misdrijven, zoals cyberpesten en het zonder toestemming verspreiden van gemanipuleerde media; benadrukt de noodzaak van grensoverschrijdende digitale forensische capaciteit en justitiële opleidingen; verzoekt de Commissie verder beleid te ontwikkelen betreffende andere vormen van online gendergerelateerd geweld, met name tegen meisjes en lhbtiq+-jongeren, en daar toezicht op uit te oefenen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>54.</NO.P>verzoekt de Commissie preventieve maatregelen en waarborgen op alle gebieden van het digitale beleid in te voeren, met bijzondere aandacht voor gendergelijkheid, gendergerelateerd geweld, en mensenrechten, alsook voor de bescherming van minderjarigen online; dringt er bij de Commissie op aan te zorgen voor de volledige handhaving van de risicobeoordelings- en beperkingsverplichtingen in het kader van bestaande instrumenten, zoals de verordening digitale diensten, inclusief de gedragscode daarvan, en de verordening artificiële intelligentie, en parallel daaraan nieuwe beleidsvoorstellen te presenteren, bijvoorbeeld in het kader van het Europees schild voor de democratie en de verordening over digitale rechtvaardigheid; dringt aan op publiek toezicht op de jaarlijkse risicobeoordelingen in verband met gendergerelateerd geweld en de risicobeperkende maatregelen die door zeer grote onlineplatforms en zeer grote onlinezoekmachines worden genomen, teneinde onderzoek mogelijk te maken en een beter begrip van het verschijnsel te faciliteren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>55.</NO.P>verzoekt de Commissie bijzondere aandacht te besteden aan de manieren waarop algoritmen seksistische of vernederende inhoud kunnen reproduceren en versterken, door meer transparantie op te leggen en door met AI gegenereerde gegevens naar gender te isoleren om patronen van discriminatie te identificeren; dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan beleid vast te stellen respectievelijk onderwijs- en bewustmakingsprogramma’s uit te voeren om gendergerelateerd geweld te voorkomen, te erkennen en aan te pakken, met name onder jongeren; verzoekt de Commissie te investeren in onderzoek dat gendergelijkheid in media- en digitale sectoren bijhoudt, waaronder met een intersectioneel perspectief;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De combinatie van privé- en beroepsleven en het aanpakken van de genderkloof in de zorg</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>56.</NO.P>verzoekt de Commissie het recht op zorg en te worden verzorgd in de praktijk om te zetten als een recht dat is verankerd in beginsel 18 van de Europese pijler van sociale rechten; benadrukt dat zorgwerk moet worden erkend, beloond en ondersteund, waaronder als publiek goed, en dringt aan op de ontwikkeling van hoogwaardige, betaalbare en toegankelijke zorgstelsels die voor waardigheid zorgen voor zowel afnemers van zorg als zorgverleners;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>57.</NO.P>verzoekt de Commissie derhalve om de Europese zorgstrategie te ontwikkelen tot een alomvattende Europese Care Deal, die zowel op formele zorgverleners als mantelzorgers (in beide gevallen meestal vrouwen) betrekking heeft en is toegerust met bindende wetgevende en financiële instrumenten om te investeren in en te zorgen voor universele toegang tot betaalbare en hoogwaardige kinderopvang, educatieve naschoolse programma’s, en langdurige zorg; herhaalt dat bij de Care Deal een op rechten gebaseerde aanpak van zorg moet worden gehanteerd en dat de zorginfrastructuur moet worden gefinancierd door middel van progressieve belastingheffing en openbare middelen; beklemtoont de behoefte aan beleidsmaatregelen op EU- en nationaal niveau voor mantelzorgers die gericht zijn op financiële ondersteuning en respijtzorg, opleiding, en opname in pensioen- en gezondheidszorgstelsels, teneinde de nadelige gevolgen van zorgverlening op de loopbanen en economische onafhankelijkheid van vrouwen te beperken; verzoekt de Commissie meer te investeren om de arbeidsomstandigheden, alsook de gezondheid en veiligheid, in de zorgsector, waarin hoofdzakelijk vrouwen werken, te verbeteren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>58.</NO.P>verzoekt de Commissie en de lidstaten legale trajecten te faciliteren om de status van vrouwelijke migranten die zorg verlenen (en die onevenredig vaak met intersectionele discriminatie te maken hebben) te formaliseren, hun vaardigheden en belangrijke bijdragen aan de zorgstelsels in de EU te erkennen, hen toegang te bieden tot hoogwaardige banen in overeenstemming met de komende routekaart voor hoogwaardige banen, en voor deze groep voor billijke arbeidsvoorwaarden te zorgen, in het kader van het bevorderen van gelijke kansen in de zorgsector;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>59.</NO.P>roept de Commissie op de lidstaten met klem te verzoeken ervoor te zorgen dat de richtlijn betreffende het evenwicht tussen werk en privéleven (en de maatregelen daarin) snel en volledig in nationaal recht wordt omgezet; verzoekt de Commissie daarnaast de in die richtlijn bedoelde robuuste handhavings-, toezichts- en jaarlijkse verslagleggingsmechanismen vast te stellen en in voorkomend geval inbreukprocedures te starten respectievelijk andere handhavingsmaatregelen te nemen om voor volledige naleving te zorgen, en in het kader van het volgende MFK specifieke financiering ter beschikking te stellen, en een aanbeveling te presenteren voor kwaliteitsnormen op EU-niveau voor diensten voor langdurige zorg, waaronder met betrekking tot personeel, opleiding en kwaliteitsborging; verzoekt de Commissie de richtlijn betreffende het evenwicht tussen werk en privéleven te herzien om ervoor te zorgen dat deze geschikt is voor het beoogde doel, alsook te versterken door middel van het verder ontwikkelen en uitbreiden van het moederschaps-, vaderschaps- en gedeeld ouderschapsverlof, en betere stimulansen te creëren voor de tweede ouder om ouderschapsverlof te nemen, waarmee ouders verder worden beschermd en het combineren van betaald werk en zorgtaken wordt gefaciliteerd; dringt er bij de Commissie op aan de duur van betaald moederschaps- en vaderschapsverlof in de lidstaten te verlengen, niet-overdraagbaar ouderschapsverlof te bevorderen, en maatregelen te nemen voor de herverdeling van zorgtaken binnen huishoudens en tussen de staat en gezinnen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>60.</NO.P>benadrukt dat ontoereikende vervoersinfrastructuur, een gebrekkige connectiviteit van het openbaar vervoer en onbetaalbare mobiliteitsopties een gendergerelateerde structurele belemmering vormen voor de toegang van vrouwen tot werkgelegenheid, onderwijs, gezondheidszorg en zorgdiensten, met name in plattelands- en afgelegen gebieden en gebieden met een laag inkomensniveau; verzoekt de Commissie en de lidstaten prioriteit te geven aan investeringen in inclusieve, veilige, betaalbare en duurzame vervoerssystemen die rekening houden met de specifieke mobiliteitspatronen en -behoeften van vrouwen, in het kader van bredere inspanningen om vervoersarmoede terug te dringen en territoriale gelijkheid te bevorderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>61.</NO.P>benadrukt dat in de EU een model van “gelijke verdieners - gelijke verzorgers” moet worden gehanteerd met het oog op het tot stand brengen van een groter genderevenwicht op het gebied van zorgtaken, zowel voor alle EU-lidstaten als in de EU-instellingen; dringt erop aan vaderschapsverlof, dat is ingevoerd bij de richtlijn betreffende het evenwicht tussen werk en privéleven, sterk te bevorderen, en aan bewustmaking te doen met betrekking tot het nauwe verband tussen de maatregelen voor het evenwicht tussen werk en privéleven en de genderzorgkloof, die aan de arbeids-, loon- en pensioenkloof bijdraagt; onderstreept dat zorgtaken vrouwen er niet van mogen weerhouden carrière te maken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>62.</NO.P>dringt aan op de invoering van een Europese Dag voor het evenwicht tussen werk en privéleven op 20 maart van elk jaar, die symbolisch de gelijkheid tussen dag en nacht in het voorjaar voorstelt;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Klimaat, milieu en gendergelijkheid</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>63.</NO.P>onderstreept dat aantasting van het milieu, en met name de aanwezigheid van per- en polyfluoralkylstoffen (PFAS), schadelijke gevolgen heeft voor de gezondheid van vrouwen en meisjes, en dringt er bij de Commissie op aan voor meer bewustzijn over dit verband te zorgen en een gecoördineerde en alomvattende aanpak van deze nexus klimaatverandering-gendergelijkheid in al haar werkzaamheden te ontwikkelen, en voor handhaving te zorgen van beleidsmaatregelen die gericht zijn op het voorkomen van de niet-aflatende vernietiging van het milieu en de continu aantasting van de gezondheid van vrouwen, meisjes en kwetsbare groepen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>64.</NO.P>benadrukt dat buitenlands beleid, veiligheid en defensie in de breedste zin van het woord moeten worden opgevat, middels een benadering die de mens centraal stelt, met inbegrip van sociale, educatieve, milieu- en culturele dimensies, en sociale en klimaatrechtvaardigheid, die allemaal behoefte hebben aan sterke democratieën en gelijkheid, inclusief gendergelijkheid; onderstreept dat het belangrijk is de agenda voor vrouwen, vrede en veiligheid uit te voeren als kernbeginsel van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB) van de EU, en herhaalt dat alle GBVB-gerelateerde financiering hier rekening mee moet houden, in combinatie met onderkenning van de bredere aspecten van veiligheid; verzoekt de Commissie de balans op te maken van de vooruitgang die is geboekt bij de uitvoering van de agenda voor vrouwen, vrede en veiligheid op EU-niveau, en haar conclusies aan de Raad en het Europees Parlement voor te leggen; dringt er bij de Commissie op aan om op basis van die bestandsopname met een actieplan voor de follow-up van het actieplan inzake vrouwen, vrede en veiligheid 2019-2024 te komen, waarin het aan de wijzigende aard van conflicten en nieuwe dreigingen wordt aangepast, en waarin acties worden voorgesteld voor het verwezenlijken van genderevenwichtig en genderresponsief leiderschap op de EU-besluitvormingsniveaus; dringt aan op bevordering van de uitvoering van VN-resolutie 1325 door middel van nationale actieplannen inzake vrouwen, vrede en veiligheid (NAP 1325-IV), en verzoekt de Commissie en de lidstaten de aanwerving, het vasthouden en de positieverbetering van vrouwen in nationale strijdkrachten en civiele missies te ondersteunen, en in de beleidsvorming, planning en uitvoering op het gebied van veiligheid en defensie genderperspectieven te integreren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>65.</NO.P>verzoekt de Commissie te zorgen voor een consistente en duurzame begroting voor alle gendergerelateerde activiteiten in de defensie- en beveiligingssector van de EU, in overeenstemming met het actieplan van de EU inzake vrouwen, vrede en veiligheid; benadrukt dat speciale financiering nodig is voor gendergerelateerde maatregelen binnen missies van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid (GVDB), waaronder een specifieke begrotingslijn voor de genderadviseurs binnen civiele GVDB-missies;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>66.</NO.P>benadrukt dat crises, zoals gewapende conflicten, bezetting van gebieden, natuurrampen, humanitaire noodsituaties, energiearmoede, klimaatverandering en de crisis in verband met de kosten van levensonderhoud, de bestaande ongelijkheid verder doen toenemen; geeft aan dat mensenrechtenverdedigers op feministisch en lhbtiq+-gebied en op het gebied van seksuele en reproductieve gezondheid en rechten, met name in landen waar sprake is van achteruitgang van de democratie, met speciale mechanismen moeten worden beschermd; verzoekt de Commissie crisisbeheersing, paraatheid en veiligheid aan de toekomstige strategie voor gendergelijkheid voor de periode na 2025 toe te voegen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>67.</NO.P>verzoekt de Commissie de vooruitgang die bij de uitvoering van het huidige genderactieplan (GAP III) is geboekt aan nog een toetsing te onderwerpen en door te gaan met de toepassing van het mechanisme voor het in kaart brengen van het bedrag aan EU-financiering voor gendergelijkheid dat in partnerlanden toegewezen en uitbetaald is, en hierover verslag uit te brengen via het GAP III; dringt er bij de Commissie met klem op aan het tempo van de uitvoering van het plan en het ambitieniveau in dat verband hoog te houden, en verzoekt de Commissie een begin te maken met de voorbereidingen voor een ambitieus genderactieplan voor de periode na 2027 (GAP IV) om ervoor te zorgen dat het tijdig wordt goedgekeurd, onder meer door in het komende voorstel voor het MFK 2028-2034 voldoende middelen voor de uitvoering van het plan uit te trekken; benadrukt dat de kernbeginselen van GAP III - een op mensenrechten gebaseerde aanpak, inclusief seksuele en reproductieve gezondheid en rechten, intersectionaliteit en een gendertransformatieve benadering - integraal deel moeten uitmaken van GAP IV, en dat de concrete uitvoering ervan moet worden versterkt; verzoekt de Commissie voor meer politieke en financiële steun voor gendergelijkheidsinitiatieven en VN-agentschappen zoals UN Women en het Bevolkingsfonds van de VN (UNFPA) te zorgen, met bijzondere aandacht voor het UNFPA-leveringspartnerschap;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>68.</NO.P>verzoekt de Commissie bij de diplomatieke vertegenwoordigingen van de EU in derde landen een speciale ondersteuningsdienst te creëren, met als specifiek mandaat het bieden van steun aan vrouwenrechtenverdedigers en -organisaties wereldwijd, als tegenwicht tegen antigenderbewegingen; verzoekt de Commissie en de lidstaten met klem eens te meer hun steun uit te spreken voor gendergelijkheid en de empowerment van vrouwen wereldwijd, en meer financiering beschikbaar te stellen voor vrouwenorganisaties, met name op het zuidelijk halfrond en in regio’s waar gendergelijkheid onder druk staat, en daarmee het gat op te vullen dat bij ontwikkelingshulp voor vrouwenrechtenorganisaties is ontstaan door de verlagingen van de steun van het Amerikaanse Agency for International Development (USAID);</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>69.</NO.P>dringt er bij de Commissie op aan voor samenhang te zorgen tussen de interne en externe beleidsmaatregelen voor gendergelijkheid, in het bijzonder in de strategie voor gendergelijkheid voor de periode na 2025 (GAP III en GAP IV), en erop toe te zien dat zij worden gecoördineerd met alle andere relevante bestaande en toekomstige strategieën, kaders en actieplannen, zoals de EU-strategie inzake handicaps 2021-2030, het strategisch EU-kader voor gelijkheid, inclusie en participatie van de Roma, de EU-strategie voor de rechten van slachtoffers, de lhbtiq-strategie en het EU-actieplan tegen racisme; verzoekt de Commissie voor meer transparantie en betrokkenheid van belanghebbenden te zorgen bij de uitvoering van alle gendergerelateerde initiatieven, en het Europees Parlement systematischer te betrekken bij de controle en evaluatie van deze acties;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bescherming van het maatschappelijk middenveld en vrouwenrechtenorganisaties en bestrijding van antigenderbewegingen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>70.</NO.P>neemt bezorgd kennis van de alarmerende toename van het aantal haatmisdrijven en haatzaaiende uitlatingen gericht tegen vrouwen, lhbtiq+-personen, raciale of etnische minderheden en andere kwetsbare groepen, en benadrukt het verband tussen de aantasting van de rechtsstaat en ondemocratische normen enerzijds en de schending van grondrechten, en met name de rechten van vrouwen en minderheden, anderzijds; onderstreept dat de inconsistente implementatie van beschermingsmaatregelen in de lidstaten tot ontoereikende bescherming leidt en bepaalde groepen kwetsbaarder maakt voor discriminatie en geweld; uit zijn bezorgdheid over het gebrek aan vooruitgang bij de uitvoering van de wetgeving inzake gelijkheid en discriminatiebestrijding in sommige lidstaten en verzoekt de Commissie hier in de nieuwe strategie voor gendergelijkheid voor de periode na 2025 verbetering in aan te brengen; juicht het toe dat de Commissie terug is gekomen op haar besluit om de horizontale antidiscriminatierichtlijn in te trekken, en spoort de lidstaten aan de wetgeving in kwestie onverwijld goed te keuren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>71.</NO.P>dringt er bij de Commissie op aan te voorzien in een omvattend monitoring- en verantwoordingsmechanisme waarmee snel kan worden opgetreden tegen de aanhoudende aantasting van de democratie, vrouwenrechten en gendergelijkheid, waaronder de aantasting van de rechten inzake seksuele en reproductieve gezondheid en de rechten van lhbtiq+-personen, die onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn; verzoekt de Commissie voort te bouwen op de bestaande mechanismen ter beoordeling van de naleving van de rechtsstaat en de grondrechten, en stapsgewijs een specifiek mechanisme te ontwikkelen dat alle in artikel 2 VEU verankerde waarden omvat, waaronder de democratie, de rechtsstaat, grondrechten en mensenrechten, met inbegrip van vrouwenrechten, en dat functioneert op basis van een interinstitutioneel akkoord tussen de Commissie, het Parlement en de Raad, en dat een uniforme aanpak garandeert met betrekking tot de jaarlijkse monitoring in alle lidstaten en dat ervoor zorgt dat er concrete Uniemaatregelen worden genomen als bepaalde tekortkomingen niet worden verholpen; wijst erop dat bij alle maatregelen ter voorkoming van verdere achteruitgang een intersectioneel perspectief moet worden gehanteerd; dringt er bij de Commissie op aan grondig onderzoek te doen naar antigenderbewegingen, om meer inzicht te krijgen in de activiteiten en financieringsstrategieën van dergelijke bewegingen; benadrukt dat inzicht hierin cruciaal is voor de instandhouding van een modern, inclusief en tolerant Europa;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>72.</NO.P>wijst met grote bezorgdheid op de groei van de “manosfeer”; wijst erop dat de algoritmen op sociale media leiden tot steeds meer extreme vrouwonvriendelijke content; dringt er bij de Commissie op aan onderzoek in te stellen naar en sancties op te leggen aan zeer grote onlineplatforms die de verplichting om schadelijke inhoud te verwijderen, niet nakomen; dringt er bij de Commissie op aan de steeds verder uiteenlopende standpunten van jonge mannen en vrouwen ten aanzien van gendergelijkheid te onderzoeken, de maatschappelijke gevolgen hiervan - en met name in de onlineomgeving - in kaart te brengen, en te werken aan maatregelen om vrouwonvriendelijke, extreemrechtse standpunten ten aanzien van gendergelijkheid en vrouwenrechten bij jongens en mannen aan te pakken en tegen te gaan; verzoekt de Commissie om met het oog daarop omvattende en leeftijdsspecifieke voorlichting op scholen over seksualiteit en relaties te bevorderen, mediageletterdheid te bevorderen zodat jongeren inhoud kritischer kunnen beoordelen, misinformatie en desinformatie over gender tegen te gaan en genderstereotypen te bestrijden; benadrukt dat het belangrijk is meer inzicht te krijgen in het fenomeen “incel” en de incel-ideologie en wijst erop dat er meer gedaan moet worden op het gebied van preventie, in die zin dat er actiever moet worden gewerkt aan beleidsmaatregelen om dit fenomeen en het bijbehorende narratief, de eventuele psychische problemen bij deze jongens en mannen en de veiligheidsrisico’s in verband hiermee aan te pakken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>73.</NO.P>wijst er nogmaals op dat maatschappelijke organisaties, met name vrouwenrechtenorganisaties en vrouwelijke mensenrechtenverdedigers, waaronder degenen die werkzaam zijn in de humanitaire sector, een uiterst belangrijke en onmisbare rol spelen bij de instandhouding van een systeem van “checks en balances” dat zorgt voor een gezonde democratie, omdat zij zich bezighouden met het verdedigen en bevorderen van gendergelijkheid, mensenrechten en fundamentele vrijheden, en dat dit met name belangrijk is in tijden van politieke, sociale en institutionele achteruitgang; dringt er bij de Commissie op aan om maatschappelijke organisaties, vrouwenrechtenorganisaties, vrouwelijke mensenrechtenverdedigers, feministische bewegingen, organisaties die zich inzetten voor de rechten van lhbtiq+-personen en organisaties die zich inzetten voor de eerbiediging van seksuele en reproductieve rechten te erkennen en te beschermen en hun veiligheid te waarborgen, omdat zij van essentieel belang zijn bij het realiseren van inclusieve beleidshervormingen, het aanpakken van discriminerende praktijken en het mobiliseren van gemeenschappen voor de verdediging van de grondrechten in de EU en de rest van de wereld; wijst erop dat zij steeds vaker het doelwit zijn van extreemrechtse actoren en actoren die zich verzetten tegen deze rechten; verzoekt de Commissie om in het EU-beleid en in de strategie voor gendergelijkheid voor de periode na 2025 als horizontale pijler maatregelen en aanbevelingen op te nemen ter bescherming en ondersteuning van maatschappelijke organisaties die zich inzetten voor vrouwenrechten en gendergelijkheid en de bestrijding van discriminatie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>74.</NO.P>verzoekt de Commissie te voorzien in duurzame en toegankelijke financiering voor vrouwenrechtenorganisaties, onder meer via het nieuwe MFK, en zich te blijven inzetten en zich zelfs nog krachtiger in te zitten voor het maatschappelijk middenveld, onder meer door middel van financiële ondersteuning via het programma “Burgers, gelijkheid, rechten en waarden” (CERV), om ervoor te zorgen dat dit programma een krachtig instrument blijft voor het aanpakken van nieuwe bedreigingen voor rechten en vrijheden; verzoekt de Commissie in het bijzonder om CERV te behouden als autonoom programma onder direct beheer en om de financiering voor dit programma aanzienlijk te verhogen om tegemoet te komen aan de behoeften van ondergefinancierde maatschappelijke organisaties en te kunnen reageren op de toenemende bedreigingen en uitdagingen met betrekking tot de ruimte voor het maatschappelijk middenveld en de waarden van de EU; dringt er bij de Commissie op aan de programma’s ter ondersteuning van gendergelijkheid en vrouwenrechten, waaronder rechten op het gebied van seksuele en reproductieve gezondheid, te handhaven, evenals specifieke onderdelen zoals Daphne, dat een autonoom programma moet blijven met een eigen begrotingslijn in het nieuwe MFK, om gendergerelateerd geweld en discriminatie, onder meer ten aanzien van lhbtiq-personen, te bestrijden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>75.</NO.P>wijst er met bezorgdheid op dat een aanzienlijk deel van de financiering waarmee de groei van antigenderbewegingen in de EU wordt bevorderd, afkomstig is van buitenlandse actoren; wijst er nogmaals op dat alle financiering in overeenstemming moet zijn met de gemeenschappelijke waarden van de Unie, zoals verankerd in artikel 2 van het Verdrag en het Handvest van de grondrechten, en dat ervoor gezorgd moet worden dat financiële steun dient ter versterking van de democratische waarden van de EU; verzoekt de Commissie om alle bestaande financiering onder de loep te nemen en waar nodig te herzien vanuit genderperspectief en op basis van het beginsel “geen schade berokkenen”, om te voorkomen dat er met EU-middelen antidemocratische en antigenderdoelstellingen en -projecten worden ondersteund; dringt er bij de Commissie op aan nauwlettend toe te zien op de uitvoering in de lidstaten van fondsen onder gedeeld beheer die bedoeld zijn ter bevordering van gendergelijkheid en ter ondersteuning van het maatschappelijk middenveld, met inbegrip van niet-gouvernementele vrouwenorganisaties, om ervoor te zorgen dat oproepen tot het indienen van voorstellen om dergelijke fondsen te verkrijgen niet opzettelijk worden opgeschort of ingetrokken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>76.</NO.P>verzoekt de Commissie nauwlettend toe te zien op de uitvoering door de lidstaten van de arresten van zowel het Europees Hof voor de Rechten van de Mens als het HvJ-EU, en in dat kader bijzondere aandacht te besteden aan arresten die verband houden met gendergelijkheid, non-discriminatie en de rechten van minderheden, en ervoor te zorgen dat internationale verplichtingen volledig worden nagekomen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Horizontale middelen om gendergelijkheid te bereiken</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>77.</NO.P>dringt aan op passende financiering voor EU-onderzoek naar gendergelijkheid, waaronder passende financiering voor het EIGE en het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten, en op beschikbaarstelling van passende middelen via instrumenten zoals projecten in het kader van de gendergelijkheidsplannen die door Horizon Europa worden gefinancierd; pleit voor een verbeterde methodologie waarmee niet alleen de begunstigden van EU-middelen worden bepaald, maar ook het transformatieve potentieel van de programma’s; dringt er bij de Commissie op aan te waarborgen dat alleen EU-middelen worden toegekend voor projecten die in overeenstemming zijn met de grondrechten en beginselen van de EU, waaronder gendergelijkheid, toegang tot seksuele en reproductieve gezondheid en rechten en uitbanning van gendergerelateerd geweld; verzoekt de Commissie een billijke en sociaal rechtvaardige transitie voor iedereen te waarborgen door een gendertransformatieve intersectionele strategie te ontwikkelen voor de aanpak van belangrijke kwesties; en is van mening dat er veel meer moet worden geïnvesteerd in essentiële sociale diensten om een positieve bijdrage te leveren aan gelijkheid en aan de onafhankelijkheid en emancipatie van vrouwen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>78.</NO.P>wijst erop dat veel vrouwen in de EU te maken hebben met intersectionele ongelijkheden en discriminatie, en dringt er bij de Commissie op aan verder te werken aan de ontwikkeling van intersectionaliteit als horizontaal beginsel in de nieuwe strategie voor gendergelijkheid voor de periode na 2025 en in alle wetgevings- en niet-wetgevingsmaatregelen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>79.</NO.P>dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan in alle beleidsmaatregelen die verband houden met gendergelijkheid aandacht te besteden aan intersectionaliteit en daarbij te erkennen dat gendergerelateerd geweld en discriminatie ook verergerd worden door factoren zoals leeftijd, ras, etniciteit, het behoren tot een minderheid, handicap, genderidentiteit en seksuele gerichtheid, en dat de intersectionaliteit van deze factoren leidt tot meervoudige en bijzondere vormen van discriminatie, die nopen tot gerichte, contextspecifieke maatregelen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>80.</NO.P>verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat de maatregelen het gehele grondgebied van de EU bestrijken en dat zij voorzien in doeltreffende instrumenten om regionale verschillen - zowel tussen als binnen de EU-lidstaten en hun regio’s - op het gebied van gendergelijkheid aan te pakken; benadrukt dat er voor deze maatregelen, die flexibel moeten zijn, voldoende financiering beschikbaar moet worden gesteld om genderongelijkheden aan te pakken, waarbij rekening moet worden gehouden met de beschikbare middelen, de toegankelijkheid en de mate van vooruitgang van de verschillende regio’s;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>81.</NO.P>wijst erop dat vrouwen in plattelandsgebieden een zeer belangrijke bijdrage leveren aan het in stand houden van plattelandsgemeenschappen en het levensvatbaar houden van de landbouw, maar dat deze bijdrage vaak niet wordt erkend, en betreurt dat deze vrouwen nog altijd kampen met vele uitdagingen, zoals beperkte arbeidskansen, een slechtere toegang tot diensten en een minder ontwikkelde infrastructuur, en dat zij nog altijd ondervertegenwoordigd zijn in de besluitvorming; dringt er bij de Commissie op aan subprogramma’s en acties uit te voeren en op te zetten ten behoeve van vrouwen in plattelandsgebieden;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Institutioneel kader voor het bereiken van gendergelijkheid</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>82.</NO.P>verzoekt de Commissie de Raadsformatie inzake gendergelijkheid, waarin de voor gendergelijkheid verantwoordelijke ministers en staatssecretarissen bijeenkomen om zich bezig te houden met kwesties op het gebied van vrouwenrechten en gendergelijkheid met als doel gemeenschappelijke en concrete maatregelen vast te stellen, onder meer via de voorzitterschappen van de Raad, en te garanderen dat kwesties inzake gendergelijkheid op het hoogste politieke niveau worden besproken, te versterken en te steunen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>83.</NO.P>dringt er bij de Commissie op aan de uitvoering van de richtlijn betreffende normen voor organen voor gelijke behandeling (Richtlijn (EU) 2024/1499) te monitoren en aan te dringen op een snelle omzetting ervan, en de lidstaten een aanbeveling te doen toekomen over de werking en taken van organen voor gelijke behandeling, om de correcte omzetting van de richtlijn te faciliteren en ervoor te zorgen dat de organen voor gelijke behandeling overal in de Unie dezelfde opzet hebben; wijst op het belang van toetreding van de EU tot het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en verzoekt de Commissie actie te ondernemen om dit doel te bereiken door het HvJ-EU om een juridisch advies te vragen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>84.</NO.P>spreekt zijn waardering uit voor de constructieve ondersteuning en de grote inzet van het EIGE, dat belangrijk werk verricht op het gebied van adequate gegevensverzameling, het analyseren van vergelijkbare uitgesplitste gegevens, het doen van onderzoek en het bieden van advies aan EU-instellingen en lidstaten, en dat zich bezighoudt met het monitoren van de uitvoering van genderrelevante EU-wetgeving in alle EU-lidstaten; verzoekt de Commissie te waarborgen dat het EIGE over voldoende financiële en personele middelen en capaciteit beschikt om zijn taken doeltreffend te kunnen uitvoeren; herinnert eraan dat het EIGE kampt met een aanhoudend tekort aan personeel, wat nog nijpender is geworden door de sterke toename van het aantal verzoeken om technische bijstand; dringt er daarom op aan dat het EIGE nieuwe tijdelijke functionarissen krijgt toegewezen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>85.</NO.P>verzoekt de Commissie om er actief voor te zorgen dat vrouwen en meisjes in al hun diversiteit worden geraadpleegd en betrokken worden, onder meer via de organisaties waarin zij zich organiseren, bij de totstandkoming en uitvoering van de strategie voor gendergelijkheid voor de periode na 2025;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>86.</NO.P>verzoekt de Commissie te erkennen dat maatschappelijke organisaties en actoren op verschillende niveaus, zoals plattelandsgemeenschappen, lokale actiegroepen, lokale en regionale bestuursorganen, alsook de academische wereld en instellingen zoals het Comité van de Regio’s, een belangrijke rol spelen bij de verwezenlijking van gendergelijkheid; verzoekt om die reden de Commissie een inclusieve aanpak te volgen en al deze belanghebbenden nauw te betrekken bij het helpen verwezenlijken van de doelstellingen van de strategie voor gendergelijkheid voor de periode na 2025;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>87.</NO.P>wijst op het belang van samenwerking met deskundigen op dit gebied; verzoekt de Commissie er ook voor te zorgen dat gendergelijkheidsbeleid naar behoren wordt gefinancierd en op lokaal en regionaal niveau wordt ondersteund, en dat in het kader van de cohesie- en herstelfondsen van de EU eisen worden gesteld inzake duidelijke gendergelijkheidsdoelstellingen, om ervoor te zorgen dat regionale ontwikkeling bijdraagt tot het verminderen van genderongelijkheden en deze niet verergert, aangezien die fondsen van directe invloed zijn op een reeks gebieden die een impact hebben op gendergelijkheid, zoals werkgelegenheid, onderwijs, zorginfrastructuur, gezondheid, steun voor vrouwen die het slachtoffer zijn van geweld, en genderbewuste stadsplanning en vervoer;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>88.</NO.P>verzoekt de Commissie om in samenwerking met EIGE en Eurostat te zorgen voor een regelmatige, betrouwbare en adequate verzameling, rapportage en analyse van vergelijkbare naar gender uitgesplitste gegevens op EU- en lidstaatniveau, en op dit vlak verbeteringen door te voeren; verzoekt de Commissie een gemeenschappelijke gendertraceringsmethode te ontwikkelen voor gegevensverzameling, voor zover deze nog niet beschikbaar is, en wijst erop dat het noodzakelijk is om in dit kader horizontale EU-definities te ontwikkelen, om het eenvoudiger te maken gendereffectbeoordelingen uit te voeren op de beleidsterreinen van de Unie; verzoekt de Commissie met name de verzameling van gegevens over preventie, vervolging en bestraffing van gendergerelateerd geweld, waaronder feminicide, verkrachting en ander seksueel geweld, te verbeteren door omvattende en vergelijkbare gegevens te registreren over zowel slachtoffers als daders, uitgesplitst naar geslacht, leeftijdsgroep, relatie tussen het slachtoffer en de dader en het soort strafbaar feit, zoals vermeld in de richtlijn ter bestrijding van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld en waar mogelijk ook naar gender, genderidentiteit, ras of etnische afkomst, seksuele gerichtheid, geslachtskenmerken, handicap en burgerschapsstatus, en ervoor te zorgen dat deze gegevens regelmatig worden geëvalueerd en daarnaast gebruikt worden ter onderbouwing van beleidsvorming, toewijzing van middelen en andere maatregelen ter voorkoming en bestrijding van seksueel en ander gendergerelateerd geweld; spoort de lidstaten aan om samen te werken met het maatschappelijk middenveld om de rechten van slachtoffers te waarborgen en specifiek beleid uit te stippelen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>89.</NO.P>wijst erop dat het voor de ontwikkeling van beleid inzake gendergelijkheid noodzakelijk is dat er voldoende middelen worden toegewezen en dat de strategie voor gendergelijkheid voor de periode na 2025 wordt uitgevoerd;</P></ACTION><SEPARATION><P>°</P><P>°         °</P></SEPARATION><ACTION><P><NO.P>90.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>