<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2025)0281</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Programma voor de Europese defensie-industrie en een kader van maatregelen ter waarborging van de tijdige beschikbaarheid en levering van defensieproducten (“EDIP-verordening”)</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0084/2025 - Rapporteurs: Raphaël Glucksmann, François-Xavier Bellamy)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 25 november 2025 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het programma voor de Europese defensie-industrie en van een kader van maatregelen ter waarborging van de tijdige beschikbaarheid en levering van defensieproducten (“EDIP-verordening”) (COM(2024)0150 – C10-0005/2024 – 2024/0061(COD))</STRING></TI><NOTE>(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)</NOTE><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2024)0150),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 294, lid 2, en artikel 114, lid 1, artikel 173, lid 3, artikel 212, lid 2, en artikel 322, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C10-0005/2024),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de begrotingsbeoordeling door de Begrotingscommissie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Rekenkamer van 31 januari 2025<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2025/805, 31.1.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/805/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 30 mei 2024<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2024/4662, 9.8.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/4662/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van het Comité van de Regio’s van 20 februari 2025<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2025/1705, 26.3.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/1705/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het overeenkomstig artikel 75, lid 4, van zijn Reglement door de bevoegde commissies goedgekeurde voorlopig akkoord en de door de vertegenwoordiger van de Raad bij brief van 17 oktober 2025 gedane toezegging om het standpunt van het Europees Parlement overeenkomstig artikel 294, lid 4, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie goed te keuren,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de artikelen 60 en 170, en 58 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de gezamenlijke beraadslagingen van de Commissie veiligheid en defensie en de Commissie industrie, onderzoek en energie overeenkomstig artikel 59 van het Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de adviezen van de Commissie buitenlandse zaken, de Commissie begrotingscontrole en de Commissie interne markt en consumentenbescherming,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie veiligheid en defensie en de Commissie industrie, onderzoek en energie (A10-0084/2025),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>hecht zijn goedkeuring aan de gezamenlijke verklaring van het Parlement en de Raad en de gezamenlijke verklaringen van het Parlement, de Raad en de Commissie, die als bijlage bij onderhavige resolutie zijn gevoegd en in de C-serie van het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING> zullen worden gepubliceerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de nationale parlementen.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST><TXTLST><IDENT TCLINK="YES"><STRING BOLD="on">P10_TC1-COD(2024)0061</STRING></IDENT><OTTXT><TI><STRING BOLD="on">Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 25 november 2025 met het oog op de vaststelling van Verordening (EU) 2025/... van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het programma voor de Europese defensie-industrie en van een kader van maatregelen ter waarborging van de tijdige beschikbaarheid en levering van defensieproducten (“EDIP-verordening”)</STRING></TI><NOTE><STRING ITALIC="on">(Aangezien het Parlement en de Raad tot overeenstemming zijn geraakt, komt het standpunt van het Parlement overeen met de definitieve rechtshandeling: Verordening (EU) 2025/2643.)</STRING></NOTE></OTTXT></TXTLST><TXTLST><ANNEX><TI>BIJLAGE BIJ DE WETGEVINGSRESOLUTIE</TI><STI><STRING BOLD="on">Gezamenlijke verklaring van het Europees Parlement en de Raad over de financiering van het programma voor de Europese defensie-industrie (EDIP) en het instrument voor steun aan Oekraïne in het kader van de EDIP-verordening</STRING><FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">+</STRING>PB L, 2025/2643, 29.12.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2025/2643/oj.</FIELD></FOOTNOTE></STI><P>Het Europees Parlement en de Raad erkennen dat het dringend noodzakelijk is om de Europese technologische en industriële defensiebasis en de Oekraïense technologische en industriële defensiebasis te ondersteunen om het concurrentievermogen daarvan te vergroten door de aanpassing van de industrie aan structurele veranderingen te versnellen, onder meer door de productiecapaciteit op te voeren en de samenwerking bij de aanbesteding van defensieproducten te intensiveren, met name in het licht van de uitdagingen die voortvloeien uit Ruslands illegale, niet-uitgelokte en ongerechtvaardigde aanvalsoorlog tegen Oekraïne.</P><P>Onverminderd de prerogatieven van de begrotingsautoriteit in het kader van de toekomstige jaarlijkse begrotingsprocedures verzoeken het Europees Parlement en de Raad de Commissie om, rekening houdend met eerdere politieke toezeggingen van de begrotingsautoriteit, onder meer om de rentekosten van het EURI te dekken, bij voorrang na te gaan hoe de begroting voor het programma voor de Europese defensie-industrie en het instrument voor steun aan Oekraïne overeenkomstig punt 18 van het Interinstitutioneel Akkoord betreffende begrotingsdiscipline kan worden versterkt zonder soortgelijke EU-programma’s en -fondsen te korten.</P><P><STRING BOLD="on">Gezamenlijke verklaring van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie over de financiële bijdragen van derde landen voor hun deelname aan het SAFE-instrument als aanvullende financiële middelen voor het programma voor de Europese defensie-industrie (EDIP) en het instrument voor steun aan Oekraïne (USI) in het kader van de EDIP‑verordening</STRING><FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">+</STRING>PB L, 2025/2643, 29.12.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2025/2643/oj.</FIELD></FOOTNOTE></P><P>Het Europees Parlement, de Raad en de Commissie erkennen dat het dringend noodzakelijk is om de Europese technologische en industriële defensiebasis en de Oekraïense technologische en industriële defensiebasis te ondersteunen om het concurrentievermogen daarvan te vergroten door de aanpassing van de industrie aan structurele veranderingen te versnellen, onder meer door de productiecapaciteit op te voeren en de samenwerking bij de aanbesteding van defensieproducten te intensiveren, met name in het licht van de uitdagingen die voortvloeien uit Ruslands illegale, niet-uitgelokte en ongerechtvaardigde aanvalsoorlog tegen Oekraïne.</P><P>Overeenkomstig artikel 17, lid 4, van de SAFE-verordening worden de financiële bijdragen die derde landen moeten verstrekken voor hun deelname aan het SAFE-instrument, gebruikt voor programma’s ter ondersteuning van de defensie-industrie van de Unie, de Oekraïense defensie-industrie en Oekraïne, overeenkomstig de regels van die programma’s. Het Europees Parlement, de Raad en de Commissie zijn het erover eens dat dergelijke bijdragen moeten worden gebruikt ter versterking van het EDIP, met inbegrip van het USI.</P><P><STRING BOLD="on">Gezamenlijke verklaring van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie over aanvullende financiële middelen in het kader van de EDIP-verordening</STRING><FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">+</STRING>PB L, 2025/2643, 29.12.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2025/2643/oj.</FIELD></FOOTNOTE></P><P>Het Europees Parlement, de Raad en de Commissie zijn het erover eens dat de EDIP-verordening moet worden toegerust met aanvullende financiële middelen.</P><P>Daartoe voorziet de EDIP-verordening specifiek in de mogelijkheid van aanvullende financiële bijdragen van lidstaten, instellingen, organen en agentschappen van de Unie, derde landen, internationale organisaties, internationale financiële instellingen of andere derden, en wordt in dit verband uitdrukkelijk verwezen naar het fonds voor de versnelde transformatie van defensietoeleveringsketens (FAST).</P><P>In het licht daarvan, en rekening houdend met de centrale rol van FAST bij het versterken van de productiecapaciteit op defensiegebied van kmo’s en kleine midcaps die in het bijzonder behoefte hebben aan investeringen, moeten dergelijke aanvullende bijdragen bij voorrang aan FAST worden toegewezen en een aanvulling vormen op de bedragen die worden toegewezen uit de in artikel 3, lid 1, genoemde middelen ten bedrage van 1 200 miljoen EUR, met als doel te komen tot een totaal indicatief bedrag voor dat specifieke fonds in het kader van het programma van ten minste 150 miljoen EUR, met inachtneming van de prerogatieven van de begrotingsautoriteit.</P></ANNEX></TXTLST></SDOCTA>