<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2025)0293</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Ontwerp van gewijzigde begroting nr. 3/2025: aanpassing van de betalingskredieten, actualisering van de ontvangsten en andere technische actualiseringen</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0237/2025 - Rapporteur: Victor Negrescu)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 26 november 2025 over het standpunt van de Raad inzake het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 3/2025 bij de algemene begroting voor 2025: aanpassingen van betalingskredieten, actualisering van ontvangsten en andere technische actualiseringen (14878/2025 – C10-0301/2025 – 2025/0319(BUD))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 314 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 106 bis van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2024 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie<FOOTNOTE><FIELD>PB L, 2024/2509, 26.9.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/2509/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 44,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2025, die definitief is vastgesteld op 27 november 2024<FOOTNOTE><FIELD>PB L, 2025/31, 27.2.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/budget/2025/31/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2020/2093 van de Raad van 17 december 2020 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021‑2027<FOOTNOTE><FIELD>PB L 433 I van 22.12.2020, blz. 11, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2020/433/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 16 december 2020 tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie betreffende begrotingsdiscipline, samenwerking in begrotingszaken en goed financieel beheer, alsmede betreffende nieuwe eigen middelen, met inbegrip van een routekaart voor de invoering van nieuwe eigen middelen<FOOTNOTE><FIELD>PB L 433 I van 22.12.2020, blz. 28, ELI: http://data.europa.eu/eli/agree_interinstit/2020/1222/oj.</FIELD></FOOTNOTE> (IIA),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Besluit (EU, Euratom) 2020/2053 van de Raad van 14 december 2020 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Unie en tot intrekking van Besluit 2014/335/EU, Euratom<FOOTNOTE><FIELD>PB L 424 van 15.12.2020, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2020/2053/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 3/2025, vastgesteld door de Commissie op 3 oktober 2025 (COM(2025)0850),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het standpunt inzake het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 3/2025, vastgesteld door de Raad op 17 november 2025 en dezelfde dag toegezonden aan het Europees Parlement (14878/2025 – C10‑0301/2025),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de artikelen 96 en 98 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Begrotingscommissie (A10‑0237/2025),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 3/2025 er in de eerste plaats op gericht is de ontvangstenzijde van de begroting te actualiseren en daarbij rekening te houden met de laatste ontwikkelingen, en de uitgavenzijde aan te passen voor wat betreft de betalingskredieten, en er daarnaast op gericht is de uitgavenzijde van de begroting aan te passen wat betreft de financiering voor een aantal gedecentraliseerde agentschappen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 3/2025 de uitgaven met 123,7 miljoen EUR aan vastleggingskredieten en 2,52 miljard EUR aan betalingskredieten verhoogt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat in het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 3/2025 wordt voorgesteld om de financiering van gedecentraliseerde agentschappen in verschillende rubrieken op een aantal punten aan te passen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat in het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 3/2025 wordt voorgesteld om in de begroting 2025 aan de ontvangstenzijde definitieve boeten en dwangsommen op te nemen die tot en met september 2025 zijn betaald, voor een totaalbedrag van 1,19 miljard EUR, en 1,3 miljard EUR extra traditionele eigen middelen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat als gevolg van deze aanpassingen aanvullende bni-bijdragen ten belope van 31,9 miljoen EUR nodig zijn om in de betalingsbehoeften te voorzien;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>neemt kennis van het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 3/2025, zoals ingediend door de Commissie, en met name van de over het geheel genomen zeer lage impact op de bni-bijdragen van de lidstaten als gevolg van het saldo van enerzijds de hogere betalingsbehoeften en anderzijds de extra inkomstenstromen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>verwelkomt de verhoging van de betalingskredieten voor het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) met 2 miljard EUR, in combinatie met de verhogingen voor het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) in de algemene overschrijving van dit jaar (DEC 15/25), als teken dat de uitvoering van het programma aan het versnellen is, na een verontrustend trage start in de periode 2021-2027; benadrukt dat de versterking van de structuurfondsen en de GLB-kredieten een cruciale rol speelt bij het handhaven van de continuïteit van de steunregelingen voor de landbouw, het waarborgen van de voedselzekerheid en het bevorderen van duurzame plattelandsontwikkeling; wijst erop dat deze maatregelen bijzonder belangrijk zijn om de veerkracht van de landbouwsector te versterken en het sociaal-economische evenwicht in plattelandsgebieden in stand te houden; wijst erop dat deze verhogingen aansluiten bij de aanpassingen van de betalingskredieten in de algemene overschrijving (DEC 15/2025);</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>blijft aandringen op een versnelde uitvoering van maatregelen in het kader van het EFRO, het ESF + en het Instrument voor financiële steun voor grensbeheer en visumbeleid; is ingenomen met de sneller dan verwachte invoering van het platform voor strategische technologieën voor Europa (STEP); verwacht dat het bedrag van ruim 3 miljard EUR aan extra betalingen via STEP snel en doeltreffend zal worden gebruikt voor de specifieke doelstellingen in het kader van de respectieve basishandelingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>neemt kennis van de laatste stand van zaken met betrekking tot de partnerschapsovereenkomsten inzake duurzame visserij (PODV’s) en is verheugd over het feit dat, in overeenstemming met de relevante bepalingen in het IIA, de begrotingsautoriteit een actieve rol speelt bij het vrijgeven van de kredieten in de reserve naarmate de respectieve internationale uitvoeringsprotocollen in werking treden en worden toegepast;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>betreurt dat er minder vastleggingen (78 miljoen EUR) en betalingen (48 miljoen EUR) zijn voor het instrument voor douanecontroleapparatuur vanwege vertragingen bij de uitvoering in de lidstaten, terwijl samenwerking en investeringen op dit gebied juist zo belangrijk zijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>verwelkomt de verlaging van de vastleggingen (5 miljoen EUR) voor het instrument voor technische ondersteuning, dankzij efficiëntiewinsten als gevolg van concurrerende aanbestedingsprocedures;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>neemt nota van het tempo van de uitvoering van de hervormingen en de daarmee gepaard gaande vertraging van de absorptie van betalingen in het kader van de faciliteit voor Oekraïne; wijst erop dat delen van de niet-opgenomen kredieten naar het volgende begrotingsjaar kunnen worden overgedragen; moedigt alle betrokkenen aan vooruitgang te boeken met maatregelen in verband met hervormingen en investeringen, zoals de blendingovereenkomsten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>neemt kennis van de aanpassingen van de bijdrage van de Unie aan verschillende gedecentraliseerde agentschappen; wijst erop dat deze aanpassingen meestal technisch van aard zijn; verwelkomt deze aanpassingen, voor zover zij bijdragen tot een optimaler gebruik van de middelen in het kader van de operationele programma’s, zoals LIFE, AMIF of het programma voor de interne markt; betreurt echter dat de onderliggende reden voor het “terugstorten” van vastleggings- en betalingskredieten van de respectieve agentschapslijnen naar de bijbehorende programmalijnen gelegen is in een vertraging bij de aanwerving van personeel of een vertraging bij de invoering van nieuwe beleids- en wetgevingsinitiatieven, zoals de strategie voor retailbeleggingen (die betrekking heeft op de ESMA en de EIOPA), het Asiel- en Migratiepact (dat betrekking heeft op het EUAA), het maritieme veiligheidspakket (dat betrekking heeft op het EMSA) of het voorstel inzake nieuwe genomische technieken (dat betrekking heeft op de EFSA);</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>benadrukt en herhaalt in dit verband zijn krachtige steun voor de nieuw opgerichte Autoriteit voor de bestrijding van witwassen (AMLA) in het herziene kader voor de bestrijding van witwassen op Unieniveau; blijft zeer bezorgd over de aanhoudende vertragingen in de opstartfase, vooral op het gebied van aanwerving, en vraagt om een versnelling van de relevante aanwervingsprocedures;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>verwelkomt de opname in de begroting van extra inkomsten uit definitieve boetes en dwangsommen ter waarde van 1 185,1 miljoen EUR; beschouwt deze bedragen als echte inkomstenbronnen van de Unie die een vermindering van de op het bni gebaseerde bijdragen van de lidstaten mogelijk maken; herinnert er in dit verband aan dat de Commissie wijzigingen voor de periode van het volgende meerjarig financieel kader heeft voorgesteld om ervoor te zorgen dat dergelijke meevallers kunnen leiden tot extra kredieten voor uitgaven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>neemt kennis van het voorstel om de ramingen voor de traditionele eigen middelen te verhogen met een totaalbedrag van 1 300 miljoen EUR (het “traditionele eigen middelen-overschot”); uit zijn twijfels over het nut van herhaalde bijwerkingen van de ontvangsten uit douanerechten in de loop van het begrotingsjaar, met name buiten de jaarlijkse specifieke gewijzigde begroting om de ontvangstenzijde te actualiseren en te regulariseren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>neemt kennis van de actualisering van de salarisaanpassingen voor 2025 en stemt ermee in de budgettaire gevolgen van deze aanpassingen als technische wijziging op te nemen in het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 3/2025; merkt op dat dit neerkomt op een vermindering van in totaal 78,8 miljoen EUR aan niet-gesplitste kredieten in de relevante begrotingsonderdelen en afdelingen onder rubriek 7;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>hecht zijn goedkeuring aan het standpunt van de Raad inzake het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 3/2025;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter te constateren dat gewijzigde begroting nr. 3/2025 definitief is vastgesteld en te zorgen voor bekendmaking ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING>;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsook aan de nationale parlementen.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>