<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2025)0303</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Toenemende onderdrukking van de bahais in Iran</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(B10-0528, 0529, 0531, 0535 en 0541/2025)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 27 november 2025 over de toenemende onderdrukking van bahais in Iran (2025/2987(RSP))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn eerdere resoluties over Iran,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 150, lid 5, en artikel 136, lid 4, van zijn Reglement,</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de bahai-gemeenschap in Iran, een geloofsgemeenschap zonder grondwettelijke erkenning bestaande uit 300 000 leden, op grond van het Iraanse memorandum van 1991 systematische vervolging te verduren heeft, bestaande uit onder andere willekeurige arrestaties en opsluiting, gedwongen verdwijning, ontzegging van waardige begraving, inbeslagname van eigendommen, ontzegging van onderwijs en werk en aanzetting tot haat via door de staat gecontroleerde media;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat de Iraanse autoriteiten de onderdrukking van de bahai-gemeenschap voortdurend hebben opgevoerd door middel van massale opsluitingen, versnelde rechtszaken en valse beschuldigingen van spionage en samenwerking met buitenlandse entiteiten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat in 2024 ongeveer 1 200 bahais gerechtelijk vervolgd werden of gevangen werden gezet, en dat twee derde van de gedetineerde bahais vrouw is, en dat in Hamadan en Isfahan zestien vrouwen zijn veroordeeld tot in totaal 129 jaar gevangenisstraf, dat zij worden gefolterd en dat er in hun zaak ernstige schendingen van het recht op een eerlijk proces zijn vastgesteld;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat door de autoriteiten grafschennis op bahai-begraafplaatsen is gepleegd, onder meer in Teheran, Ahvaz, Rafsanjan, Kerman en Hamadan;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>veroordeelt ten stelligste de toenemende vervolging van de bahai-gemeenschap en de stelselmatige onderdrukking van alle religieuze en etnische minderheden en vrouwen; verzoekt Iran alle vormen van discriminatie, intimidatie, detentie, confiscatie van eigendommen en schendingen van de grondrechten onmiddellijk te staken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>dringt er bij Iran op aan onmiddellijk over te gaan tot vrijlating van alle personen die worden vastgehouden wegens hun godsdienst of overtuiging, wegens het verdedigen van mensenrechten, wegens religieuze blasfemie of wegens aanklachten in verband met de nationale veiligheid, en de intimidatie en het geweld jegens religieuze gemeenschappen te staken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>uit zijn diepe bezorgdheid over het feit dat bahai-vrouwen het doelwit zijn van vervolging op basis van hun religie en hun vrouw-zijn, en over het feit dat zij twee derde van de gedetineerde bahais uitmaken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>eist dat de Iraanse autoriteiten de veroordelingen van Fariba Kamalabadi, Roya Sabet, Anisa Fanaian, Leila Adalati, Nahid Behrouzi, Mahvash Sabet en de zes bahai-vrouwen in Hamadan, Zarrindokht Ahadzadeh, Farideh Ayyoubi, Noura Ayyoubi, Neda Mohebbi, Jaleh Rezaie en Atefeh Zahedi ongedaan maken; dringt aan op de vrijlating van Afshin Heyratian en Farhad Fahandej;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>veroordeelt ten stelligste de toename van het aantal executies in Iran; herhaalt sterk gekant te zijn tegen de doodstraf en dringt er bij Iran op aan een einde te maken aan het gebruik ervan als instrument van politieke en religieuze onderdrukking;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>veroordeelt ten stelligste de ontheiliging, vernietiging en inbeslagname van bahai-begraafplaatsen en de belemmering van begrafenisplechtigheden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>dringt er bij Iran op aan het memorandum van 1991 in te trekken en bahais toegang te geven tot onderwijs, werk en basisdiensten en een einde te maken aan de inbeslagname van eigendommen, alle in beslag genomen bezittingen terug te geven en te voorzien in rechtsmiddelen en compensatie voor slachtoffers;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>verzoekt de EU en de lidstaten de verslechterende mensenrechtensituatie in Iran, met name de schendingen van de godsdienstvrijheid, telkens wanneer zij in dialoog zijn met Iran aan de orde te stellen, en sancties op te leggen aan Iraanse rechters, aanklagers en inlichtingenfunctionarissen die betrokken zijn bij de vervolging van bahais;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>herhaalt zijn oproep aan de Raad om de Islamitische Revolutionaire Garde op de lijst van terroristische organisaties te plaatsen en EU-sancties op te leggen aan alle leden van die organisatie en aan degenen die verantwoordelijk zijn voor mensenrechtenschendingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de VV/HV, de regeringen en parlementen van de lidstaten alsmede aan de Islamitische Raadgevende Vergadering, het kabinet van de president en het bureau van de hoogste leider van de Islamitische Republiek Iran.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>