<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2025)0316</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Verzoek om opheffing van de immuniteit van Elisabetta Gualmini</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0263/2025 - Rapporteur: Ilhan Kyuchyuk)</STRING></HIDDEN><TXTLST><DECISION><TI><STRING BOLD="on">Besluit van het Europees Parlement van 16 december 2025 over het verzoek om opheffing van de immuniteit van Elisabetta Gualmini (2025/2063(IMM))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verzoek tot opheffing van de immuniteit van Elisabetta Gualmini, dat bij brief d.d. 27 februari 2025 is ingediend door de Directie Protocol van de Belgische Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking op verzoek van het Belgische federaal parket in verband met een tegen haar in te stellen strafprocedure, en dat op 10 maart 2025 ter plenaire vergadering is meegedeeld,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>na Elisabetta Gualmini op 4 juni 2025 te hebben gehoord en gezien de documenten die zij heeft overgelegd, overeenkomstig artikel 9, lid 6, van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanvullende informatie die de Belgische federale procureur bij brief d.d. 27 juni 2025 heeft verstrekt,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de artikelen 8 en 9 van protocol nr. 7 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie, en artikel 6, lid 2, van de Akte van 20 september 1976 betreffende de verkiezing van de leden van het Europees Parlement door middel van rechtstreekse algemene verkiezingen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 21 oktober 2008, 19 maart 2010, 6 september 2011, 17 januari 2013, 19 december 2019 en 5 juli 2023<FOOTNOTE><FIELD>Arrest van het Hof van Justitie van 21 oktober 2008, Marra/De Gregorio en Clemente, C-200/07 en C-201/07, ECLI:EU:C:2008:579; arrest van het Gerecht van 19 maart 2010, Gollnisch/Parlement, T-42/06, ECLI:EU:T:2010:102; arrest van het Hof van Justitie van 6 september 2011, Patriciello, C-163/10, ECLI:EU:C:2011:543; arrest van het Gerecht van 17 januari 2013, Gollnisch/Parlement, T-346/11 en T-347/11, ECLI:EU:T:2013:23; arrest van het Hof van Justitie van 19 december 2019, Junqueras Vies, C-502/19, ECLI:EU:C:2019:1115; arrest van het Gerecht van 5 juli 2023, Gollnisch/Parlement, T-272/21, ECLI:EU:T:2023:373.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 5, lid 2, artikel 6, lid 1, en artikel 9 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie juridische zaken (A10-0263/2025),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de Belgische federale procureur op 27 februari 2025 een verzoek heeft ingediend tot opheffing van de immuniteit van Elisabetta Gualmini, een in Italië gekozen lid van het Europees Parlement, in verband met een tegen haar in te stellen strafprocedure;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat een lopend onderzoek in het kader van de zogenaamde Qatargate-affaire aan het licht zou hebben gebracht dat er binnen de instellingen van de Unie, en met name bij het Europees Parlement, een criminele organisatie bestond die tot doel had haar netwerk van invloed binnen de instellingen van de Unie, in het bijzonder bij leden, medewerkers en ambtenaren, te gebruiken om het besluitvormingsproces van het Parlement te beïnvloeden ten gunste van de geopolitieke belangen van bepaalde derde landen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat, volgens het verzoek tot opheffing van de immuniteit van Elisabetta Gualmini, tijdens dat onderzoek zou zijn gebleken dat Elisabetta Gualmini mogelijk bij corruptie betrokken zou zijn geweest door te aanvaarden dat de vermeende criminele organisatie haar invloed uitoefende om haar in oktober 2022 de functie van vicevoorzitter van haar fractie te helpen krijgen, en in ruil daarvoor vanuit die functie binnen die fractie invloed zou hebben uitgeoefend in ten gunste van de criminele organisatie; overwegende dat de procedure voor de benoeming van een vicevoorzitter van de fractie in kwestie in werkelijkheid gebaseerd is op een gedetailleerde en welomschreven procedure die resulteert in een besluit dat op open en transparante wijze door de voltallige vergadering van de fractie wordt genomen; overwegende dat de functie van vicevoorzitter van de fractie in kwestie op 12 oktober 2022 vacant is geworden; overwegende dat de fractie Elisabetta Gualmini op 18 oktober 2022 volgens de geijkte procedure tot vicevoorzitter heeft benoemd; overwegende dat Elisabetta Gualmini net na haar benoeming het vermeende leidende lid van de vermeende criminele organisatie zou hebben bedankt voor de steun en het advies dat zij in dat verband zou hebben gekregen; overwegende dat de veronderstelde leider van de vermeende criminele organisatie al sinds 1 juli 2019 geen ambt meer bekleedde in het Parlement en bovendien tot een andere nationale politieke partij behoorde dan Elisabetta Gualmini, maar, zoals in het verzoek wordt gesuggereerd, zonder dat dit nader wordt toegelicht, een grote invloed zou hebben gehad op de hele procedure van de benoeming van een vicevoorzitter van die fractie;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat de vermeende criminele organisatie, zoals in het verzoek wordt gesuggereerd, zonder dat dit nader wordt toegelicht, via haar vermeende invloedsnetwerk zou hebben geprobeerd Elisabetta Gualmini naar voren te schuiven als voorzitter van de vergadering van haar fractie op 16 november 2022, waarop het standpunt van de fractie zou worden bepaald over de politieke wenselijkheid van een plenair debat over de politieke situatie in Qatar en een stemming over een dringende resolutie daarover; overwegende dat zij tijdens die vergadering om instructies zou hebben gevraagd en/of ermee zou hebben ingestemd instructies te ontvangen over de inhoud van haar verklaringen, en gebruik zou hebben gemaakt van aan haar gedicteerde argumenten in de zin dat het niet wenselijk zou zijn om een plenair debat over Qatar te houden en een resolutie hierover te stemmen; overwegende dat tijdens de procedure bekend werd dat in feite niet Elisabetta Gualmini, maar wel een andere vicevoorzitter van de betrokken fractie deze vergadering heeft voorgezeten, en overwegende dat de rol van Elisabetta Gualmini tijdens die vergadering schijnbaar louter bestond in het presenteren van het agendapunt van de fractievergadering over de voorbereiding van de plenaire vergadering van november II 2022; overwegende dat de conclusie die Elisabetta Gualmini schijnbaar na de discussie tijdens de fractievergadering in kwestie heeft gepresenteerd, bovendien in tegenspraak is met de instructies die zij van de vermeende criminele organisatie zou hebben ontvangen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat Elisabetta Gualmini er volgens het verzoek van wordt verdacht tussen 1 juli 2019 en 10 december 2022 onwettige handelingen te hebben gesteld die naar Belgisch recht kunnen worden aangemerkt als deelname aan de activiteiten van een criminele organisatie en passieve omkoping, misdrijven op grond van de artikelen 324 bis en 324 ter, respectievelijk de artikelen 246 tot en met 250 van het Belgische strafwetboek; overwegende dat zowel het verzoek als de aanvullende informatie die van de Belgische federale procureur is ontvangen, slechts aanwijzingen bevatten van vermeende feiten met betrekking tot de periode van 4 oktober tot en met 2 december 2022, terwijl voor de periode vóór 4 oktober 2022 geen bewijs wordt aangeleverd; overwegende dat er derhalve sprake is van een inconsistentie tussen de periode waarin het strafbare feit zou zijn gepleegd en de motivering die in de redenen voor het verzoek om opheffing van de immuniteit wordt gegeven;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat het Parlement niet de rol van rechter op zich kan nemen, en overwegende dat een lid in het kader van een procedure tot opheffing van de immuniteit niet als een “verdachte” kan worden aangemerkt<FOOTNOTE><FIELD>Arrest van het Gerecht van 30 april 2019, Briois/Parlement, T-214/18, ECLI:EU:T:2019:266.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat de parlementaire immuniteit waarin Protocol nr. 7 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie voorziet, tot doel heeft het Parlement en zijn leden te beschermen tegen gerechtelijke procedures in verband met activiteiten die in de uitoefening van parlementaire taken zijn verricht en die niet van die taken kunnen worden gescheiden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat in artikel 8 van Protocol nr. 7 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie wordt bepaald dat tegen leden van het Europees Parlement geen opsporing kan plaatsvinden, en dat zij evenmin kunnen worden aangehouden of vervolgd op grond van de mening of de stem die zij in de uitoefening van hun ambt hebben geuit of uitgebracht; overwegende dat artikel 8 van Protocol nr. 7 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie een bijzondere bepaling vormt die ertoe strekt de vrije meningsuiting en de onafhankelijkheid van leden van het Europees Parlement te beschermen<FOOTNOTE><FIELD>Arrest van het Hof van Justitie van 6 september 2011, Patriciello, C-163/10, ECLI:EU:C:2011:543, punt 26.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat de ten laste gelegde strafbare feiten en het daaropvolgende verzoek tot opheffing van de immuniteit van Elisabetta Gualmini dus niet bestaan in, respectievelijk geen verband houden met een mening die zij heeft geuit of een stem die zij heeft uitgebracht in de uitoefening van haar ambt in de zin van artikel 8 van Protocol nr. 7 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat in artikel 9, eerste alinea, punt b), van Protocol nr. 7 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie is bepaald dat tijdens de duur van de zittingen van het Europees Parlement de leden op het grondgebied van elke andere lidstaat dan hun eigen lidstaat vrijstelling genieten van aanhouding en gerechtelijke vervolging in welke vorm ook;</P></CONS><CONS><P><NO.P>K.</NO.P>overwegende dat de parlementaire immuniteit, overeenkomstig artikel 5, lid 2, van het Reglement van het Parlement, geen persoonlijk voorrecht van de leden is, maar een garantie voor de onafhankelijkheid van het Europees Parlement als geheel en van zijn leden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>L.</NO.P>overwegende dat het Parlement volgens de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie “met betrekking tot de richting die het aan een besluit op een verzoek tot opheffing [...] van de immuniteit wil geven, over een ruime discretionaire bevoegdheid [beschikt] wegens de politieke aard van een dergelijk besluit”<FOOTNOTE><FIELD>Arrest van het Hof van Justitie van 17 januari 2013, Gollnisch/Parlement, T-346/11 en T-347/11, ECLI:EU:T:2013:23, punt 59 en de geciteerde rechtspraak.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>M.</NO.P>overwegende dat een conclusie over het verzoek om opheffing van de immuniteit van Elisabetta Gualmini moet worden getrokken op basis van de in deze zaak verstrekte informatie en toelichtingen, met name die van de Belgische federale procureur; overwegende dat de beschrijving van de vermeende feiten en de daaruit voortvloeiende conclusies in het verzoek om opheffing, bij gebrek aan meer gedetailleerde uitleg, inconsistent lijken, op veronderstellingen of insinuaties gebaseerd lijken te zijn, en geen acht lijken te slaan op de geijkte politieke procedures binnen het Parlement voor de benoeming van vicevoorzitters van fracties en de voorbereiding en vaststelling van interne standpunten binnen een fractie; overwegende dat er geen duidelijk quid pro quo lijkt te zijn aangetoond en dat onvoldoende wordt aangetoond dat er sprake is van persoonlijk gewin voor Elisabetta Gualmini, dat ondubbelzinnig zou voortvloeien uit de vermeende feiten die in het verzoek zijn uiteengezet;</P></CONS><CONS><P><NO.P>N.</NO.P>overwegende dat de vermeende feiten die in het verzoek om opheffing van de immuniteit van Elisabetta Gualmini worden gepresenteerd, bovendien voorbijgaan aan de onlosmakelijke context en het verband met de reguliere politieke activiteiten van een fractie of met de reguliere politieke activiteiten van de leden binnen een fractie; overwegende dat de fracties in het Parlement worden gevormd overeenkomstig en onderworpen zijn aan het Reglement van het Parlement, een centrale rol spelen in de interne organisatie en de werkzaamheden van het Parlement als instelling, en van groot belang zijn voor zijn democratische kernfunctie; overwegende, in het bijzonder, dat fracties hun taken uitvoeren in het kader van de activiteiten van de Unie, met inbegrip van de taken die hun door het Reglement van het Parlement zijn toegewezen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>O.</NO.P>overwegende dat parlementaire immuniteit niet tot doel heeft wangedrag onbestraft te laten, maar de democratische werking van het Parlement te beschermen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>P.</NO.P>overwegende dat, op basis van het voorgaande, de inconsistenties met betrekking tot de periode waarin het strafbare feit zou zijn gepleegd en de verstrekte motivering, de onzekerheden met betrekking tot de elementen waarop het verzoek om opheffing van de immuniteit van Elisabetta Gualmini is gebaseerd en de redenen voor het verzoek, alsook het ontbreken van voldoende bewijs voor of uitleg over het vermeende strafbare feit, ook in de context van de geijkte politieke procedures, de vrees wekken dat de gerechtelijke procedure mogelijk tot doel had de reputatie van het betrokken lid te schaden en erop wijzen dat er onvoldoende elementen zijn op basis waarvan het Parlement een ernstige en gegronde reden kan vormen om de immuniteit van Elisabetta Gualmini op te heffen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Q.</NO.P>overwegende dat in dit geval dus kan worden aangenomen dat er sprake is van fumus persecutionis, dat wil zeggen dat er “concrete elementen”<FOOTNOTE><FIELD> Arrest van het Hof van Justitie van 17 september 2020, Troszczynski/Parlement, C-12/19 P, ECLI:EU:C:2020:725, punt 26.</FIELD></FOOTNOTE> zijn die erop wijzen dat de gerechtelijke procedure in kwestie is ingeleid met de bedoeling schade toe te brengen aan de politieke activiteiten van Elisabetta Gualmini en daarmee die van het Parlement als geheel, met inbegrip van zijn interne politieke besluitvormingsproces zoals dat tot uiting komt in de vaste en reguliere werkzaamheden van een fractie;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>besluit de immuniteit van Elisabetta Gualmini niet op te heffen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en het verslag van zijn bevoegde commissie onmiddellijk te doen toekomen aan de bevoegde autoriteit van het Koninkrijk België en aan Elisabetta Gualmini.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></DECISION></TXTLST></SDOCTA>