<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2025)0317</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Verzoek om opheffing van de immuniteit van Alessandra Moretti</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0264/2025 - Rapporteur: Marcin Sypniewski)</STRING></HIDDEN><TXTLST><DECISION><TI><STRING BOLD="on">Besluit van het Europees Parlement van 16 december 2025 over het verzoek om opheffing van de immuniteit van Alessandra Moretti (2025/2064(IMM))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verzoek tot opheffing van de immuniteit van Alessandra Moretti, dat bij brief d.d. 27 februari 2025 is ingediend door de Directie Protocol van de Belgische Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking op verzoek van het Belgische federaal parket in verband met een tegen haar in te stellen strafprocedure, en dat op 10 maart 2025 ter plenaire vergadering is meegedeeld,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>na Alessandra Moretti op 4 juni 2025 te hebben gehoord en gezien de documenten die zij heeft overgelegd, overeenkomstig artikel 9, lid 6, van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanvullende informatie die de Belgische federale procureur bij brief d.d. 27 juni 2025 heeft verstrekt,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de artikelen 8 en 9 van protocol nr. 7 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie, en artikel 6, lid 2, van de Akte van 20 september 1976 betreffende de verkiezing van de leden van het Europees Parlement door middel van rechtstreekse algemene verkiezingen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 21 oktober 2008, 19 maart 2010, 6 september 2011, 17 januari 2013, 19 december 2019 en 5 juli 2023<FOOTNOTE><FIELD>Arrest van het Hof van Justitie van 21 oktober 2008, Marra/De Gregorio en Clemente, C-200/07 en C-201/07, ECLI:EU:C:2008:579; arrest van het Gerecht van 19 maart 2010, Gollnisch/Parlement, T-42/06, ECLI:EU:T:2010:102; arrest van het Hof van Justitie van 6 september 2011, Patriciello, C-163/10, ECLI:EU:C:2011:543; arrest van het Gerecht van 17 januari 2013, Gollnisch/Parlement, T-346/11 en T-347/11, ECLI:EU:T:2013:23; arrest van het Hof van Justitie van 19 december 2019, Junqueras Vies, C‑502/19, ECLI:EU:C:2019:1115; arrest van het Gerecht van 5 juli 2023, Puigdemont i Casamajó e.a./Parlement, T‑272/21, ECLI:EU:T:2023:373.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 5, lid 2, artikel 6, lid 1, en artikel 9 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie juridische zaken (A10‑0264/2025),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de Belgische federale procureur op 27 februari 2025 een verzoek heeft ingediend tot opheffing van de immuniteit van Alessandra Moretti, een in Italië gekozen lid van het Europees Parlement, in verband met een tegen haar in te stellen strafprocedure;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat een lopend onderzoek in het kader van de zogenaamde Qatargate-affaire aan het licht zou hebben gebracht dat er binnen de instellingen van de Unie, en met name in het Europees Parlement, een criminele organisatie bestaat die tot doel heeft EP-leden om te kopen teneinde het besluitvormingsproces van het Parlement te beïnvloeden ten gunste van de geopolitieke belangen van bepaalde derde landen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat uit het onderzoek blijkt dat een aantal specifieke voordelen aan Alessandra Moretti zouden zijn voorgesteld, resp. door haar zouden zijn aanvaard en zelfs door haar zouden zijn gevraagd; overwegende dat volgens de door de Belgische federale procureur verstrekte informatie verschillende soorten bewijsmateriaal zouden zijn verzameld bij medeverdachten en andere verdachten in het kader van een gerechtelijk onderzoek naar een aantal specifieke voordelen die Alessandra Moretti zou hebben gewenst en/of verkregen; overwegende dat dit bewijsmateriaal zou zijn gestaafd door meerdere bevindingen van de politiediensten; overwegende dat Alessandra Moretti in ruil voor deze specifieke voordelen evenementen of bijeenkomsten zou hebben bijgewoond waar zij zich positief zou hebben uitgelaten over Qatar, nadat zij niet alleen passief instructies zou hebben ontvangen, maar ook actief om advies zou hebben gevraagd over wat zij moest doen en wat zij in haar toespraken moest zeggen, en waar en wanneer; overwegende dat zij ook proactief contact zou hebben opgenomen met andere leden en zou hebben aangeboden om hen te vervangen tijdens bepaalde stemmingen met betrekking tot Qatar;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat Alessandra Moretti er zo van wordt verdacht tussen 1 juli 2019 en 10 december 2022 onwettige handelingen te hebben gesteld die naar Belgisch recht kunnen worden aangemerkt als deelname aan de activiteiten van een criminele organisatie en als passieve omkoping, misdrijven op grond van respectievelijk de artikelen 324 bis en 324 ter en de artikelen 246 tot en met 250 van het Belgische strafwetboek;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat het Parlement niet de rol van rechter op zich kan nemen, en overwegende dat een lid in het kader van een procedure tot opheffing van de immuniteit niet als een “verdachte” kan worden aangemerkt<FOOTNOTE><FIELD>Arrest van het Gerecht van 30 april 2019, Briois/Parlement, T-214/18, ECLI:EU:T:2019:266.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat de parlementaire immuniteit waarin Protocol nr. 7 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie voorziet, tot doel heeft het Parlement en zijn leden te beschermen tegen gerechtelijke procedures in verband met activiteiten die in de uitoefening van parlementaire taken zijn verricht en die niet van die taken kunnen worden gescheiden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat in artikel 8 van Protocol nr. 7 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie wordt bepaald dat tegen leden van het Europees Parlement geen opsporing kan plaatsvinden, en dat zij evenmin kunnen worden aangehouden of vervolgd op grond van de mening of de stem die zij in de uitoefening van hun ambt hebben geuit of uitgebracht; overwegende dat artikel 8 van Protocol nr. 7 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie een bijzondere bepaling vormt die ertoe strekt de vrije meningsuiting en de onafhankelijkheid van leden van het Europees Parlement te beschermen<FOOTNOTE><FIELD>Arrest van het Hof van Justitie van 6 september 2011, Patriciello, C-163/10, ECLI:EU:C:2011:543, punt 26.</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat de beschuldigingen betrekking hebben op gedragingen die de strafbare feiten van vermeende deelname aan de activiteiten van een criminele organisatie en vermeende passieve omkoping vormen, die gezien de doelstelling en de bewoordingen van artikel 8 van Protocol nr. 7 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie niet kunnen worden beschouwd als meningen die Alessandra Moretti heeft geuit of stemmen die zij heeft uitgebracht in de uitoefening van haar ambt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat de ten laste gelegde strafbare feiten en het daaropvolgende verzoek tot opheffing van de immuniteit van Alessandra Moretti dus niet bestaan in, respectievelijk geen verband houden met een mening die zij heeft geuit of een stem die zij heeft uitgebracht in de uitoefening van haar ambt in de zin van artikel 8 van Protocol nr. 7 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat in artikel 9, eerste alinea, punt b), van Protocol nr. 7 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie is bepaald dat tijdens de duur van de zittingen van het Europees Parlement de leden op het grondgebied van elke andere lidstaat dan hun eigen lidstaat vrijstelling genieten van aanhouding en gerechtelijke vervolging in welke vorm ook;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat de parlementaire immuniteit, overeenkomstig artikel 5, lid 2, van zijn Reglement, geen persoonlijk voorrecht van de leden is, maar een garantie voor de onafhankelijkheid van het Europees Parlement als geheel en van zijn leden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>K.</NO.P>overwegende dat volgens het verzoek tot opheffing van de immuniteit van Alessandra Moretti een diepgaand, complex en tijdrovend gerechtelijk onderzoek is uitgevoerd waarbij onder meer een groot aantal personen betrokken was en een groot aantal onderzoekshandelingen buiten België, ook buiten de Unie, is verricht, dat een aanzienlijke hoeveelheid computerapparatuur in beslag is genomen en dat de inhoud daarvan is geanalyseerd; overwegende dat het lopende onderzoek betrekking heeft op verscheidene personen, onder wie leden van het Europees Parlement, en niet alleen op Alessandra Moretti; overwegende dat het verzoek om opheffing van de immuniteit van Alessandra Moretti derhalve niet lijkt te zijn ingegeven door een poging om haar politieke activiteiten te schaden, maar veeleer het resultaat is van bovengenoemd diepgaand en complex gerechtelijk onderzoek;</P></CONS><CONS><P><NO.P>L.</NO.P>overwegende dat het Parlement in dit geval geen bewijs heeft gevonden dat duidt op fumus persecutionis, dat wil zeggen feiten die erop wijzen dat de procedure in kwestie is ingeleid om de politieke activiteiten van Alessandra Moretti in haar hoedanigheid van lid van het Europees Parlement te schaden;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>besluit de immuniteit van Alessandra Moretti op te heffen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en het verslag van zijn bevoegde commissie onmiddellijk te doen toekomen aan de bevoegde autoriteit van het Koninkrijk België en aan Alessandra Moretti.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></DECISION></TXTLST></SDOCTA>