<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2025)0325</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering voor ontslagen werknemers: aanvraag EGF/2025/003 SE/Northvolt van Zweden</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0239/2025 - Rapporteur: Aura Salla)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 16 december 2025 over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering voor ontslagen werknemers naar aanleiding van aanvraag EGF/2025/003 SE/Northvolt van Zweden (COM(2025)0621 – C10-0270/2025 – 2025/0326(BUD))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2025)0621 – C10‑0270/2025),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2021/691 van het Europees Parlement en de Raad van 28 april 2021 betreffende het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering voor ontslagen werknemers (EFG) en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1309/2013<FOOTNOTE><FIELD>PB L 153 van 3.5.2021, blz. 48, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/691/oj.</FIELD></FOOTNOTE> (“EFG-verordening”),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2020/2093 van de Raad van 17 december 2020 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021-2027<FOOTNOTE><FIELD>PB L 433 I van 22.12.2020, blz. 11, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2020/2093/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, zoals gewijzigd bij Verordening (EU, Euratom) 2024/765 van de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU, Euratom) 2024/765 van de Raad van 29 februari 2024 tot wijziging van Verordening (EU, Euratom) 2020/2093 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021‑2027 (PB L, 2024/765, 29.2.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/765/oj<STRING ITALIC="on">).</STRING></FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 8,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 16 december 2020 tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie betreffende begrotingsdiscipline, samenwerking in begrotingszaken en goed financieel beheer, alsmede betreffende nieuwe eigen middelen, met inbegrip van een routekaart voor de invoering van nieuwe eigen middelen<FOOTNOTE><FIELD>PB L 433 I van 22.12.2020, blz. 28, ELI: http://data.europa.eu/eli/agree_interinstit/2020/1222/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name punt 9,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Begrotingscommissie (A10-0239/2025),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de Unie wetgevings- en begrotingsinstrumenten in het leven heeft geroepen om aanvullende steun te verlenen aan werknemers die de gevolgen van grote structurele veranderingen in de wereldhandelsstromen of de wereldwijde financiële en economische crisis ondervinden, en hen te helpen om op de arbeidsmarkt terug te keren; overwegende dat deze steun wordt verleend in de vorm van financiële steun aan werknemers en aan de ondernemingen waarvoor zij hebben gewerkt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat Zweden aanvraag EGF/2025/003 SE/Northvolt heeft ingediend voor een financiële bijdrage uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) naar aanleiding van 6 486 ontslagen<FOOTNOTE><FIELD>In de zin van artikel 3 van de EFG‑verordening.</FIELD></FOOTNOTE> in de economische sector die is ingedeeld in NACE Rev. 2 – afdeling 71 (Architecten en ingenieurs; technische testen en toetsen) in de regio’s Övre Norrland (SE33), Stockholm (SE11) en Östra Mellansverige (SE12), met 5 829 ontslagen binnen een referentieperiode voor de aanvraag van 28 november 2024 tot en met 28 maart 2025, en 657 ontslagen vóór of na de referentieperiode;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat tijdens de referentieperiode waarop de aanvraag betrekking heeft, in totaal 5 829 ontslagen zijn vastgesteld, waaronder 5 561 ontslagen werknemers die hun werkzaamheden hebben beëindigd bij Northvolt AB (Northvolt) en de dochterondernemingen van Northvolt<FOOTNOTE><FIELD>met inbegrip van joint ventures van Northvolt en Volvo Cars, waarvoor Volvo Cars begin 2025 alle aandelen heeft verworven om de enige eigenaar van die ondernemingen te zijn.</FIELD></FOOTNOTE>, en 268 ontslagen werknemers bij 8 leveranciers en downstreamproducenten van Northvolt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat de aanvraag is gebaseerd op de criteria voor steunverlening van artikel 4, lid 2, punt a), van de EFG-verordening; overwegende dat voor de extra 657 ontslagen werknemers wier werkzaamheden vóór of na de referentieperiode van vier maanden zijn beëindigd een duidelijk oorzakelijk verband kan worden gelegd met de gebeurtenis die in de referentieperiode heeft geleid tot de beëindiging van de werkzaamheden van de ontslagen werknemers, overeenkomstig artikel 6, lid 2, van de EFG-verordening;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat Northvolt gespecialiseerd was in activiteiten van architecten en ingenieurs, technische testen en de productie van batterijen; overwegende dat de onderneming op 12 maart 2025 faillissement heeft aangevraagd wegens productiegerelateerde problemen, met name als gevolg van een overaanbod wegens hevige concurrentie van invoer uit voornamelijk China, dat de wereldmarkt domineert en goed is voor meer dan 80 % van de wereldwijde productie van batterijen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat Europa een sterke en concurrerende batterijsector nodig heeft om schadelijke strategische afhankelijkheden te verminderen en zijn industriële autonomie te versterken, alsook om zijn doelstellingen inzake de klimaat- en energietransitie te halen; overwegende dat de batterijsector en toeleveringsbedrijven te maken hebben met hoge energie- en kapitaalkosten, productievertragingen, mondiale marktverstoringen en toenemende concurrentiedruk van producenten uit derde landen, met name China<FOOTNOTE><FIELD>Commission work programme 2026, Europe’s Independence Moment https://commission.europa.eu/strategy-and-policy/strategy-documents/commission-work-programme/commission-work-programme-2026_en.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat de Zweedse openbare dienst voor arbeidsvoorziening (Arbetsförmedlingen) de nationale voorfinanciering en medefinanciering van de maatregelen verstrekt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat er is voldaan aan de voorschriften van de Unie- en het nationale recht betreffende collectieve ontslagen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat financiële bijdragen uit het EFG in de eerste plaats gericht moeten zijn op actieve arbeidsmarktbeleidsmaatregelen en op gepersonaliseerde dienstverlening die tot doel hebben de begunstigden snel aan een fatsoenlijke en duurzame baan te helpen binnen of buiten de sector waar zij oorspronkelijk werkten, en hen tegelijk voor te bereiden op een groenere en meer gedigitaliseerde Europese economie;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat het EFG een jaarlijks maximumbedrag van 30 miljoen EUR (in prijzen van 2018) niet mag overschrijden, zoals vastgesteld in artikel 8 van Verordening (EU, Euratom) 2020/2093, als gewijzigd bij Verordening (EU, Euratom) 2024/765;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>is het met de Commissie eens dat is voldaan aan de voorwaarden van artikel 4, lid 2, punt a), van de EFG-verordening en dat Zweden uit hoofde van die verordening recht heeft op een financiële bijdrage ter hoogte van 8 526 322 EUR, hetgeen overeenkomt met 60 % van de totale kosten van de voorgestelde maatregelen, te weten 14 210 537 EUR, waarvan 13 663 977 EUR verband houdt met gepersonaliseerde dienstverlening en 546 560 EUR verband houdt met maatregelen op het gebied van voorbereiding, beheer, voorlichting, publiciteit, controle en rapportage;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>wijst erop dat de Zweedse autoriteiten de aanvraag op 16 juni 2025 hebben ingediend en dat, nadat er door Zweden aanvullende gegevens zijn verstrekt, de Commissie haar beoordeling op 28 oktober 2025, meer dan vier maanden later, heeft afgerond en het Parlement hiervan op dezelfde dag in kennis heeft gesteld; benadrukt dat het belangrijk is de termijn tussen de indiening van een aanvraag voor EFG-bijstand en het financieringsbesluit aanzienlijk te verkorten om ervoor te zorgen dat de financiële steun onverwijld kan worden ingezet; onderstreept dat de interne procedures moeten worden vereenvoudigd en versneld met volledige waarborging van het institutionele evenwicht, met name de rechten van het Parlement als begrotingsautoriteit;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>merkt op dat de aanvraag betrekking heeft op 6 486 ontslagen werknemers die getroffen zijn door een grote herstructurering van Northvolt, die tot het grootste faillissement in Zweden in de moderne tijd heeft geleid; stelt voorts vast dat in totaal 5 800 van de ontslagen werknemers beoogde begunstigden zijn en naar verwachting gebruik zullen maken van de maatregelen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>merkt op dat de gevolgen van ontslagen in de stad Skellefteå, waar het werkloosheidspercentage het voorgaande jaar 8,2 % bedroeg, ernstig zijn; merkt op dat de meeste ontslagen werknemers een hoog opleidingsniveau hebben en jonger dan 54 jaar zijn; merkt op dat zij beschikken over gespecialiseerde vaardigheden op het gebied van de productie van batterijen en engineering; beklemtoont dat er snel actie moet worden ondernomen om een structurele regionale neergang te voorkomen, en onderstreept dat het – met het oog op economische en sociale veerkracht op de lange termijn – belangrijk is hoogwaardige, toekomstgerichte werkgelegenheid te bevorderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>merkt op dat de Amerikaanse start-up Lyten, wereldleider op het gebied van lithium-zwavelbatterijen, in augustus 2025 een bindende overeenkomst heeft gesloten om de resterende activa van Northvolt in Zweden, Duitsland en Polen tegen eind 2025 te verwerven, en voornemens is de ontslagen werknemers opnieuw in dienst te nemen, rekening houdend met de mogelijkheid om hun gelijkwaardige functies in de regio aan te bieden; benadrukt dat overplaatsing naar een andere functie als voorkeursoptie moet worden beschouwd en dat alle ongebruikte bedragen aan de Commissie moeten worden terugbetaald in geval van overname;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>wijst erop dat, in overleg met vakbonden en sociale partners, de gepersonaliseerde dienstverlening aan alle werknemers bestaat uit de volgende maatregelen: diepgaande beoordeling en individuele planning, activiteiten in verband met het zoeken van een baan en coaching, steun voor het opstarten van een eigen bedrijf en investeringssteun, opleiding voor de arbeidsmarkt, opleidingscursussen, speciale steun om toegang te krijgen tot de arbeidsmarkt of onderwijs te volgen, toelagen en opleidingen op het gebied van digitale vaardigheden; benadrukt dat de Zweedse autoriteiten moeten erkennen dat de financiering afkomstig is van de Unie, daaraan zichtbaarheid moeten geven en de Uniemeerwaarde van de steunverlening moeten benadrukken door aan meerdere doelgroepen samenhangende, effectieve en gerichte informatie te verstrekken, waaronder gerichte informatie aan de begunstigden, de lokale en regionale autoriteiten, de sociale partners, de media en het publiek;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>benadrukt dat de kwalificaties en vaardigheden van de ontslagen werknemers van cruciaal belang blijven voor een toekomstbestendige Europese economie die de groene transitie volbrengt; is daarom van mening dat de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG moet worden ingebed in een bredere beleidsaanpak om ervoor te zorgen dat de getroffen werknemers passende kansen krijgen die aansluiten op hun kwalificaties en vaardigheden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>dringt aan op grondige eindevaluaties van de uitgevoerde maatregelen, met inbegrip van duidelijke informatie over de wijze waarop de middelen zijn gebruikt en of zij zijn besteed in overeenstemming met de goedgekeurde plannen, met name in gevallen van directe financiële steun zoals steun voor het opstarten van een eigen bedrijf en investeringssteun; verzoekt voorts om gegevens over het aantal werknemers dat met succes weer aan een baan is geholpen en over het aantal werknemers dat een opleiding heeft gevolgd respectievelijk is bij- en omgeschoold;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>stelt vast dat Zweden op 25 oktober 2024 is begonnen met zowel gepersonaliseerde dienstverlening aan de beoogde begunstigden als het verrichten van administratieve uitgaven met het oog op de uitvoering van het EFG, en dat de periode om in aanmerking te komen voor een financiële bijdrage uit het EFG derhalve vanaf die datum tot respectievelijk 24 maanden en 31 maanden na de datum van inwerkingtreding van het financieringsbesluit zal lopen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>merkt op dat de Zweedse autoriteiten hebben bevestigd dat de beginselen van gelijke behandeling en non-discriminatie zullen worden geëerbiedigd bij de toegang tot de voorgestelde maatregelen en de uitvoering ervan, en dat eventuele dubbele financiering zal worden voorkomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>wijst er andermaal op dat bijstand uit het EFG geen vervanging mag zijn voor maatregelen die op grond van nationale wetgeving of collectieve arbeidsovereenkomsten onder de verantwoordelijkheid van bedrijven vallen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>benadrukt dat er dringend behoefte is aan coherente en gecoördineerde inspanningen van de Unie, in nauw partnerschap met de lidstaten en de regio’s, ter bevordering van het concurrentievermogen en de strategische autonomie, om de toekomstbestendige industriële werkgelegenheidsbasis van Europa te waarborgen die beantwoordt aan de vereisten van de Europese industriële autonomie, en de positie van de Unie in strategische sectoren, zoals de batterijsector en toeleveringsbedrijven daarvan, versterkt en tegelijkertijd de groene en digitale transitie van de Unie bevordert; onderstreept dat alleen een robuuste, veerkrachtige en duurzame Europese economie grootschalige ontslagen doeltreffend kan voorkomen, waardoor meteen de behoefte om het EFG in te schakelen afneemt; benadrukt dat er moet worden toegezien op een duidelijke erkenning en zichtbaarheid van Uniefinanciering om de aandacht te vestigen op de meerwaarde ervan en de Europese solidariteit die het EGF belichaamt; pleit voor consistente en doelgerichte communicatie met begunstigden, regionale en lokale autoriteiten, de sociale partners, de media en het bredere publiek; betreurt dat de batterijindustrie in de Unie te lijden wordt benadeeld door de subsidies die de Chinese regering aan haar producenten verstrekt en die de wereldwijde concurrentie verstoren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>hecht zijn goedkeuring aan het bij deze resolutie gevoegde besluit;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit samen met de voorzitter van de Raad te ondertekenen en te zorgen voor bekendmaking ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING>;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie, met inbegrip van de bijlage, te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST><TXTLST><ANNEX><TI><STRING BOLD="on">BIJLAGE</STRING></TI><STI><STRING BOLD="on">BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD</STRING></STI><P><STRING BOLD="on">betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering voor ontslagen werknemers naar aanleiding van een aanvraag van Zweden – EGF/2025/003 SE/Northvolt</STRING></P><P><STRING ITALIC="on">(De tekst van de bijlage wordt hier niet weergegeven, aangezien deze overeenkomt met de definitieve handeling: Besluit (EU) 2025/2661.)</STRING></P></ANNEX></TXTLST></SDOCTA>