<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2025)0336</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">De gereedheid van de Europese defensie 2030: beoordeling van de behoeften</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0243/2025 - Rapporteur: Christophe Gomart)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 17 december 2025 over de gereedheid van de Europese defensie 2030: beoordeling van de behoeften (2025/2142(INI))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien titel V van het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name hoofdstuk 2, afdeling 2, betreffende het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het witboek getiteld “Witboek over de gereedheid van de Europese defensie 2030”, dat de voorzitter van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid op 19 maart 2025 hebben gepresenteerd, en het bijbehorende vijfledige financieringsplan getiteld “ReArm Europe”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de gezamenlijke mededeling van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid van 18 mei 2022 over de analyse van de lacunes op het gebied van defensie-investeringen en de te volgen koers (JOIN(2022)0024),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de studie van 11 januari 2024 getiteld “Access to equity financing for European defence SMEs” (Toegang tot aandelenfinanciering voor kmo’s uit de Europese defensiesector)<FOOTNOTE><FIELD>Europese Commissie: Directoraat-generaal Defensie-industrie en Ruimtevaart, Access to equity financing for European defence SMEs, Bureau voor publicaties van de Europese Unie, 2024, https://data.europa.eu/doi/10.2889/698738.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de gezamenlijke mededeling van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid van 5 maart 2024 getiteld “Een nieuwe strategie voor de Europese defensie-industrie – De paraatheid van de EU waarborgen door te zorgen voor een snel reagerende en weerbare Europese defensie-industrie” (JOIN(2024)0010),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van Mario Draghi van 9 september 2024 over de toekomst van het Europese concurrentievermogen (het Draghi-verslag),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het overzicht van activiteiten 2024 van de Europese Investeringsbank (EIB),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn standpunt in eerste lezing van 25 november 2025 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het programma voor de Europese defensie-industrie en van een kader van maatregelen ter waarborging van de tijdige beschikbaarheid en levering van defensieproducten<FOOTNOTE><FIELD>Aangenomen teksten, P10_TA(2025)0281.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het gezamenlijke persbericht van Frankrijk, Duitsland, Spanje, Estland, Luxemburg, Nederland en Portugal van 6 juni 2025 over de lancering van het keurmerk “Finance Europe”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 17 juni 2025 over het omnibuspakket voor defensiegereedheid (COM(2025)0820) om de relevante juridische en administratieve kaders te vereenvoudigen teneinde de gereedheid van de EU op defensiegebied te versterken,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het tiende voortgangsverslag van juni 2025 over de uitvoering van de gemeenschappelijke reeks voorstellen als bekrachtigd door de Raad van de Europese Unie en de Noord-Atlantische Raad op 6 december 2016 en 5 december 2017,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2025/1106 van de Raad van 27 mei 2025 tot vaststelling van het instrument “Optreden voor de veiligheid van Europa (SAFE) door middel van versterking van de Europese defensie-industrie”<FOOTNOTE><FIELD>PB L, 2025/1106, 28.5.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2025/1106/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van Enrico Letta van 10 april 2024 over de toekomst van de Europese eengemaakte markt (het Letta-verslag),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van 30 oktober 2024 van Sauli Niinistö getiteld “Safer Together – Strengthening Europe’s Civilian and Military Preparedness and Readiness” (het Niinistö-verslag),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 12 maart 2025 over het witboek over de toekomst van de Europese defensie<FOOTNOTE><FIELD>Aangenomen teksten, P10_TA(2025)0034.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 8 juli 2025 over de financiële activiteiten van de Europese Investeringsbank – jaarverslag 2024<FOOTNOTE><FIELD>Aangenomen teksten, P10_TA(2025)0145.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 28 augustus 2025 over de toepassing van het kader voor duurzame financiering en van de richtlijn inzake passende zorgvuldigheid in het bedrijfsleven op het gebied van duurzaamheid op de defensiesector (C(2025)3800),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de adviezen van de Commissie economische en monetaire zaken, de Commissie industrie, onderzoek en energie en de Begrotingscommissie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 55 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie veiligheid en defensie (A10-0243/2025),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de defensie-uitgaven van de lidstaten volgens het Europees Defensieagentschap (EDA), na een daling in 2014, in 2024 343 miljard EUR bedroegen, wat neerkomt op 1,9 % van hun bbp en een stijging met 19 % ten opzichte van 2023; overwegende dat het EDA aangeeft dat de lidstaten in 2025 mogelijkerwijs meer aan defensie zullen uitgeven dan de NAVO-norm van 2 %;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat het huidige niveau van investeringen in veiligheid en defensie in de EU ontoereikend is om de doelstellingen inzake defensievermogens voor elke lidstaat te halen; overwegende dat afzonderlijke maatregelen veel meer kosten dan een gezamenlijk optreden; overwegende dat onvoorbereid zijn en een mogelijke militaire nederlaag en het bijkomende verlies van autonomie veel meer kosten dan nu daadkrachtig optreden; overwegende dat het verhogen van de nationale defensie-uitgaven zonder daarbij coördinatieproblemen, overbodige inspanningen en verkeerd afgestemde strategieën aan te pakken contraproductief zou kunnen zijn, aangezien dit de uitdagingen op het gebied van de integratie van strijdkrachten kan vergroten en de inkoopkosten voor alle lidstaten kan opdrijven als gevolg van toenemende onderlinge concurrentie;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat in het Niinistö-verslag wordt benadrukt dat het verhogen van de beschikbare financiering voor samenwerking op het gebied van defensie cruciaal is om de endemische versnippering en decennialange onderinvestering te boven te komen; overwegende dat de Commissie heeft geconstateerd dat er een kloof op het vlak van investeringen in defensievermogens van 800 miljard EUR bestaat die de lidstaten uiterlijk in 2030 moeten dichten, wat neerkomt op een jaarlijkse stijging van de uitgaven met 10 % tot ongeveer 575 miljard EUR in 2030, ofwel 3,15 % van het gezamenlijke bbp; overwegende dat dit aansluit bij het Draghi-verslag over de toekomst van het Europese concurrentievermogen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat de Commissie in haar voorstel voor het meerjarig financieel kader (MFK) voor de periode 2028-2034 115,7 miljard EUR (in prijzen van 2025) uit het Europees Fonds voor concurrentievermogen aan defensie en ruimtevaart toewijst, dat wil zeggen vijf keer meer dan in de voorgaande MFK-periode, alsook 15,7 miljard EUR (in prijzen van 2025) uit de Connecting Europe Facility aan militaire mobiliteit, dat wil zeggen tien keer meer dan in de voorgaande periode, voor het ondersteunen van de ontwikkeling van vervoersinfrastructuur die zowel voor civiele als militaire doeleinden kan worden gebruikt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat de burgers van de Unie terecht meer van de Unie en haar begroting verwachten, waaronder het vermogen om snel en doeltreffend in te spelen op veranderende dreigingen en het bieden van de nodige ondersteuning om de defensievermogens te vergroten, met name in tijden van crisis; overwegende dat er in het volgende MFK een alomvattende veiligheidsbenadering moet worden ondersteund en er voldoende middelen moeten worden uitgetrokken voor maatregelen die de gereedheid en veerkracht van de defensie vergroten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat volgens het EDA 31 % van de defensie-uitgaven van de lidstaten in 2024 investeringen betrof, waarvan 88,2 % voor de aankoop van nieuw materieel en 11,8 % voor onderzoek en ontwikkeling (O&amp;O); overwegende dat de uitgaven voor de aanschaf van defensiematerieel in 2024 88 miljard EUR bedroegen, een stijging van 39 % ten opzichte van 2023; overwegende dat de toename in het kader van het ReArm Europe-plan tot 2030 naar verwachting ten minste 240 miljard EUR aan extra investeringen zal opleveren; overwegende dat de uitgaven voor O&amp;O op defensiegebied in de lidstaten in 2024 eveneens met 20 % zijn gestegen, tot 13 miljard EUR;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat volgens de Commissie 78 % van de defensieaankopen van de lidstaten tussen februari 2022 en juni 2023 afkomstig was uit landen buiten de EU, met twee derde van dit percentage uit de VS, en dat 70 % van de omzet van de Europese technologische en industriële defensiebasis (EDTIB) afhankelijk is van Europese overheidsopdrachten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat de EDTIB, die in 2023 goed was voor ongeveer 580 000 directe banen, 1,4 miljoen indirecte banen en een omzet van 160 miljard EUR (waarvan een derde afkomstig van uitvoer), volgens de Europese vereniging van luchtvaart-, veiligheids- en defensie-industrieën voor een drievoudige uitdaging staat: aanwerving, aanbesteding en financiering;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s) een essentieel onderdeel van de EDTIB vormen en zorgen voor innovatie, flexibiliteit en veerkracht in de hele waardeketen; overwegende dat in de studie van de Commissie uit 2024 over toegang tot aandelenfinanciering echter wordt benadrukt dat kmo’s uit de EDTIB meer moeilijkheden ondervinden om krediet en aandelenfinanciering te verkrijgen dan kmo’s in andere sectoren, vanwege: i) de onregelmatigheid van overheidsopdrachten en de betalingstermijnen tussen onderaannemers, waardoor er minder zicht is op de kasstroom, ii) het feit dat sommige investeerders defensieactiviteiten om imagoredenen uitsluiten, en iii) beperkte uitstapmogelijkheden voor defensiemiddelen op de Europese kapitaalmarkten; overwegende dat het elimineren van dergelijke financieringsbelemmeringen van essentieel belang is om kmo’s die actief zijn op het vlak van defensie eerlijke toegang tot kapitaalmarkten en particuliere investeringen te bieden en zo het concurrentievermogen en de economische veerkracht te verbeteren;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat de extra financieringsbehoeften voor de EDTIB voor de periode 2025-2030 worden geraamd op ten minste 30 miljard EUR en maximaal 40 miljard EUR, waarvan naar schatting 6 tot 18 miljard EUR middels eigen vermogen moet worden gefinancierd; overwegende dat dit wijst op het belang van de Europese spaar- en investeringsunie (SIU) voor het mobiliseren van particulier langetermijnkapitaal en het aantrekken van institutionele investeerders;</P></CONS><CONS><P><NO.P>K.</NO.P>overwegende dat de defensiesector erg versnipperd blijft en opgebouwd is rond grote opdrachtgevers, kwetsbare onderaannemingsketens en onderontwikkelde pan-Europese waardeketens, wat de kasstroom beperkt voor kleine ondernemingen, die hun behoefte aan werkkapitaal vaak met langetermijnmiddelen moeten financieren; overwegende dat dit een belemmering vormt voor de versterking van de EDTIB, die van essentieel belang is voor de opbouw van defensievermogens;</P></CONS><CONS><P><NO.P>L.</NO.P>overwegende dat de EIB voorrang heeft gegeven aan de veiligheids- en defensiesector, haar criteria voor kredietverstrekking en interne processen heeft aangepast en één centraal loket voor financiële steun op het gebied van veiligheid en defensie heeft opgericht, namelijk het Bureau voor veiligheid en defensie; overwegende dat de EIB in 2024 bijna 1 miljard EUR heeft ingezet en in 2025 mikte op een bedrag van 2 miljard EUR, maar nu al op 3 miljard EUR zit; overwegende dat zij sinds 2017 al 13 miljard EUR aan defensie heeft toegewezen en van plan is om tot 2027 nog eens 6 miljard EUR toe te wijzen, door haar acties uit te breiden tot projecten voor tweeërlei gebruik en nieuwe financieringsinstrumenten; overwegende dat het verbeteren van de toegang tot EIB-instrumenten voor kmo’s en midcaps in het defensie- en veiligheidsecosysteem van cruciaal belang is om voor inclusieve en innovatieve groei in de hele EU te zorgen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>M.</NO.P>overwegende dat de EIB een sleutelrol speelt bij het bevorderen van economische cohesie, duurzame ontwikkeling en het concurrentievermogen in de EU; overwegende dat de oprichting van een bank voor defensie, veiligheid en weerbaarheid werd voorgesteld in het witboek over de toekomst van de Europese defensie; overwegende dat een formele uitbreiding van het mandaat van de EIB met steun voor de EDTIB een doeltreffendere en evenrediger oplossing zou zijn dan de oprichting van een nieuwe bank voor defensie, veiligheid en weerbaarheid;</P></CONS><CONS><P><NO.P>N.</NO.P>overwegende dat elke uitbreiding van het kredietverstrekkingsbeleid en de subsidiabiliteitscriteria van de EIB tot defensiegerelateerd materieel moet worden beoordeeld in het licht van de noodzaak om de financiële stabiliteit van de EIB en haar AAA-kredietrating te behouden, die essentiële waarborgen blijven voor haar vermogen om de beleidsprioriteiten van de EU te verwezenlijken, met inbegrip van defensiegereedheid en de algemene politieke onafhankelijkheid van de EU;</P></CONS><CONS><P><NO.P>O.</NO.P>overwegende dat in 2023 ongeveer 39 aangemelde gevallen van buitenlandse directe investeringen grondig zijn onderzocht in het kader van het screeningmechanisme voor buitenlandse directe investeringen van de EU, met name in de defensie- en luchtvaartsector<FOOTNOTE><FIELD>Verslag van de Commissie van 17 oktober 2024 getiteld “Vierde jaarverslag over de screening van buitenlandse directe investeringen in de Unie” (COM(2024)0464).</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>P.</NO.P>overwegende dat er, ondanks de oprichting van gespecialiseerde fondsen in Europa, in 2024 slechts een dertigtal Europese defensiefondsen bestond, waarvan er vier meer dan 500 miljoen EUR aan activa hadden, tegenover meer dan 50 van dergelijke fondsen in de Verenigde Staten, waaronder 30 van deze omvang, en overwegende dat deze situatie leidt tot een minder aantrekkelijke secundaire markt, lagere waarderingen bij uitstap en het risico op overname door buitenlandse investeerders;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Q.</NO.P>overwegende dat het verslechterende veiligheidsklimaat en de toenemende hybride en conventionele dreigingen in de hele EU onderstrepen dat er behoefte is aan duurzame investeringen in defensiegereedheid, veerkracht en militaire mobiliteit; overwegende dat de oostflank een strategisch gebied vormt voor de algehele veiligheid van Europa, waarvoor betere infrastructuur, surveillancecapaciteit en mechanismen voor snelle versterking nodig zijn; overwegende dat het versterken van het grensbeheer, het verbeteren van droneafweer- en luchtverdedigingssystemen en het ontwikkelen van regionale industriële capaciteit voor defensieproductie en -innovatie essentieel zijn om de paraatheid van de EU te waarborgen; overwegende dat deze maatregelen, met inbegrip van de uitvoering van belangrijke initiatieven zoals het Europees initiatief voor droneverdediging, de oostflankwacht, het Europees luchtschild en het Europees ruimteschild, moeten worden ondersteund met toereikende EU-financiering; overwegende dat dergelijke inspanningen van cruciaal belang zijn om de meest kwetsbare lidstaten te beschermen, de territoriale integriteit van de EU te behouden en collectieve afschrikking en stabiliteit op het hele continent te handhaven;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Particuliere defensie-investeringen een stabiele basis en een langetermijnvisie bieden</STRING></STRING></ACTINIT><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Overheidsinvesteringen van de lidstaten in defensie ondersteunen en beter sturen</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>is van mening dat de tijd is gekomen voor een hernieuwde politieke toezegging om van de EU een geloofwaardige veiligheidsleverancier te maken door haar defensiegereedheid te versterken, en wel door nauwere samenwerking tussen de lidstaten, hun strijdkrachten en industrieën te bevorderen; verzoekt de lidstaten hun inspanningen te bundelen om een samenhangend, ambitieus en geïntegreerd Europees kader voor defensie tot stand te brengen; onderstreept in deze context dat de Commissie en de lidstaten noodprocedures moeten voorbereiden voor projecten die worden opgezet als reactie op grote crises of oorlogen, met inbegrip van een snellere toewijzing van overheidsmiddelen en particulier kapitaal, als integraal element voor het waarborgen van gereedheid en het vermogen van de EU om snel en doeltreffend te reageren op opkomende veiligheidsdreigingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>vindt het verontrustend dat, ondanks de doelstellingen van het ReArm Europe-plan, slechts 10 van de 27 lidstaten eind juli 2025 een duidelijk streefcijfer hadden aangekondigd om hun defensie-uitgaven uiterlijk in 2030 te verhogen tot ten minste 3 % van hun bbp; verzoekt elke lidstaat een gedetailleerde strategische visie op zijn militaire uitgaven tot 2030 op te stellen, met een duidelijk onderscheid tussen harde defensievermogens en infrastructuur voor tweeërlei gebruik, met inbegrip van mijlpalen inzake capaciteit, voorraadcijfers, cijfers over de deelname van kmo’s en een streefcijfer voor het percentage gezamenlijke aanbestedingen; benadrukt dat er nationale defensiebegrotingen nodig zijn om capaciteitstekorten te dichten, de afschrikkingskracht te herstellen en adequate steun voor Oekraïne te waarborgen; onderstreept dat er bij toekomstige investeringen prioriteit moet worden gegeven aan samenwerking, interoperabiliteit en gezamenlijke aanbestedingen, zodat samenwerking op EU-niveau de norm wordt binnen de Europese defensie-industrie; benadrukt in dit verband dat Readiness 2030 moet worden afgestemd op de concrete streefcijfers van de strategie voor de Europese defensie-industrie (EDIS), met name door ervoor te zorgen dat uiterlijk in 2030 ten minste 40 % van het defensiematerieel gezamenlijk wordt aanbesteed, dat uiterlijk in 2030 ten minste 35 % van de defensiehandel binnen de EU plaatsvindt, en dat uiterlijk in 2030 ten minste 50 % van de defensieaankopen in de EU is vervaardigd, resp. uiterlijk in 2035 ten minste 60 %; prijst de lidstaten die consequent meer dan 3 % van hun bbp voor defensie uittrekken; herinnert eraan dat de lidstaten hun doelstellingen voor defensievermogens en hun militaire doctrines regelmatig moeten bijwerken om nieuwe en opkomende dreigingen aan te pakken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>onderkent de sterke verslechtering van de veiligheidscontext van de EU, die leidt tot toenemende bedreigingen voor de buitengrenzen van de EU; verzoekt de EU en haar lidstaten dan ook om een alomvattende defensieaanpak te hanteren, waarin wordt onderkend dat veiligheid verder strekt dan militaire middelen en ook de verdediging tegen hybride dreigingen omvat; benadrukt dat interne politieke stabiliteit een voorwaarde is voor geloofwaardige militaire kracht en dat zonder het vertrouwen van de burgers in de instellingen en de democratie de algehele veiligheid en cohesie van de EU kwetsbaar zouden blijven; dringt aan op de snelle en op solidariteit gebaseerde mobilisatie van de financiële steun van de EU, met name voor de lidstaten die het meest zijn blootgesteld aan conventionele militaire dreigingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>is ingenomen met de voorstellen in het ReArm Europe-plan om de lidstaten meer budgettaire flexibiliteit te bieden en om meer defensie-investeringen aan te moedigen en zo de EDTIB te versterken; wijst in het bijzonder op de leningfaciliteit van 150 miljard EUR in het kader van het SAFE-instrument en op het feit dat 19 lidstaten gebruik zullen maken van SAFE-leningen; betreurt het echter dat de Commissie dat instrument heeft gebaseerd op artikel 122 VWEU, waardoor het Parlement niet hoeft te worden geraadpleegd, wat toezicht en controle op de middelen verhindert en de verschillen tussen de lidstaten dreigt te vergroten; benadrukt zijn bevoegdheid op het gebied van begrotingscontrole overeenkomstig artikel 314 VWEU en verzoekt de Commissie dan ook met klem artikel 122 niet meer toe te passen op andere initiatieven in verband met de defensie-industrie, noch op andere kwesties in verband met de toekomstige financiering van defensie; is in dit verband van mening dat het cruciaal is dat projecten in het kader van SAFE de vermogensprioriteiten van de EU weerspiegelen, zoals vastgesteld in het witboek over de Europese defensie, het vermogensontwikkelingsplan en de routekaart voor defensiegereedheid 2030; betreurt het echter dat aanbestedingen die worden uitgevoerd door één lidstaat in aanmerking komen voor steun met middelen van SAFE wanneer een aanbestedingsovereenkomst niet later dan 30 mei 2026 is ondertekend, aangezien dit niet bevorderend werkt voor gezamenlijke aanbestedingen en marktdefragmentatie, en het risico inhoudt dat de verschillen tussen de lidstaten uiteindelijk groter worden; benadrukt in dit verband dat de financiering ook gebaseerd moet zijn op eenvoudigere toegang tot particulier kapitaal, nationale bijdragen, bestaande begrotingsmarges of alternatieve mechanismen waarbij de begrotingsdiscipline wordt gewaarborgd; verzoekt de Commissie daartoe meerjarige gezamenlijke aankopen te bevorderen om de kosten per eenheid te drukken en de versnippering van de momenteel in de EU gebruikte wapensystemen te verminderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>merkt op dat het Europese defensie-ecosysteem nog steeds versnipperd is op industrieel, financieel en bestuurlijk vlak; beklemtoont dat de EU-begroting nog steeds een doeltreffend instrument is om geïntegreerde planning, stabiele langetermijnfinanciering en doeltreffende uitvoering op het gebied van defensie te verbeteren, waardoor die versnippering wordt aangepakt; herhaalt dat een verhoging van de nationale defensiebegrotingen gepaard moet gaan met meer coördinatie en gezamenlijke actie op EU-niveau; herinnert eraan hoe belangrijk brede steun voor overheidsinvesteringen in defensie is, wat inhoudt dat de kosten eerlijk moeten worden verdeeld; betreurt het dat er in het ReArm Europe-plan geen sterke bepaling over de voorkeur van de EU is opgenomen, met name wat betreft het SAFE-instrument, waarmee wordt beoogd de EDTIB te versterken, nieuwe banen in de EU te creëren, de interoperabiliteit en uitwisselbaarheid van defensieproducten in de EU te vergroten en de afhankelijkheid van derde landen te verminderen, waarmee de afschrikking die uitgaat van Europa wordt versterkt en zijn voorzieningszekerheid wordt vergroot; benadrukt dat het SAFE-instrument met het oog op financiële efficiëntie in de eerste plaats een instrument moet zijn voor gezamenlijke aanbestedingen, instandhouding en exploitatie van strategische hulpmiddelen, met name op het gebied van inlichtingen, surveillance en verkenning; verzoekt de Commissie haar rol ten volle te benutten, met name via de SAFE-taskforce, zodat de nationale defensieplannen van de lidstaten in overeenstemming zijn met de doelstelling van SAFE om gezamenlijke aanbestedingen te bevorderen en zodoende capaciteitstekorten efficiënt aan te pakken en alle beschikbare instrumenten te gebruiken, met inbegrip van Europese defensieprojecten van gemeenschappelijk belang en de structuur voor een Europees bewapeningsprogramma;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>stelt vast dat de nationale ontsnappingsclausule slechts in beperkte mate en niet door alle lidstaten even vaak wordt gebruikt, en neemt kennis van het feit dat meerdere lidstaten – ondanks deze flexibiliteit – onverminderd over onvoldoende overheidsfinanciën beschikken om in de behoeften te voorzien en doeltreffend te reageren op gedeelde prioriteiten, en dat andere lidstaten geen beroep op de nationale ontsnappingsclausule hebben gedaan vanwege zorgen in verband met de reactie van de financiële markten; onderkent dat de nationale ontsnappingsclausule een tijdelijk instrument is voor landenspecifieke noodsituaties, terwijl de planning van duurzame investeringen niet mogelijk is zonder voorspelbaarheid op de lange termijn; onderstreept dat voorspelbare randvoorwaarden met betrekking tot overheidsfinanciën en regelgeving cruciaal zijn voor het aantrekken van particuliere investeringen, en om een doeltreffend gebruik van publieke middelen in de hele EU te garanderen; is van mening dat dit kader in voorkomend geval moet worden versterkt met investeringsinstrumenten op EU-niveau die zijn ontworpen om de kosten voor de belastingbetalers in de EU tot een minimum te beperken en collectieve goederen in de EU zo efficiënt mogelijk te leveren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>is ingenomen met de voorstellen van de Commissie om aanbestedingen op defensiegebied te vereenvoudigen, te faciliteren en te versnellen; dringt aan op de versterking van het EU-preferentiebeginsel, waarbij wordt gewaarborgd dat begunstigden kunnen beslissen over de definitie, aanpassing en ontwikkeling van ontwerpen en systemen gedurende hun hele levenscyclus, en dat geen enkel onderdeel afkomstig is uit landen buiten de EU of entiteiten die handelen in strijd met de veiligheids- en defensiebelangen van de EU en haar lidstaten; dringt er verder op aan dat de subsidiabiliteitscriteria in het kader van het ReArm Europe-plan volledig worden afgestemd op die van het programma voor de Europese defensie-industrie (EDIP), teneinde versnippering te verminderen, kosten te besparen, de efficiëntie te vergroten, interoperabiliteit en onderlinge uitwisselbaarheid te bevorderen en het concurrentievermogen van de EDTIB een impuls te geven; benadrukt dat de regels inzake aanbestedingen en deelname evenredig en kmo-vriendelijk moeten zijn en pleit ervoor dat een verplicht minimaal gedeelte van de projectwaarde wordt toegewezen aan de deelname van kmo’s in de toeleveringsketen, zodat start-ups en kleinere leveranciers dezelfde toegang hebben als hoofdcontractanten, en administratieve lasten die kmo’s ontmoedigen om deel te nemen, worden vermeden; roept er bovendien toe op de Europese veerkracht in de toeleveringsketens te versterken door gemeenschappelijke normen en gemengde toeleveringsketens te bevorderen waarbij kritieke afhankelijkheden worden verminderd; ziet in dat er behoefte is aan sterke trans-Atlantische samenwerking als basis voor de Europese defensie, maar uit zijn bezorgdheid over de aankondiging van een aanzienlijke toename van de aankoop van defensieproducten uit de Verenigde Staten, aangezien dit tegen de in het EDIS vastgestelde ambitie in zal gaan en onzekerheid zal veroorzaken voor investeringen in de EDTIB; pleit voor een trans-Atlantische industriële samenwerking op basis van een gelijk speelveld dat beide partijen ten goede komt; onderstreept dat deelname aan de defensieprogramma’s van de EU volledig in overeenstemming moet zijn met de fundamentele waarden en veiligheidsbelangen van de EU en de doelstellingen van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB) en het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid (GVDB);</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>onderstreept dat de defensie-industrie van de EU behoefte heeft aan een voorspelbare vraag over meerdere jaren en aan gemeenschappelijke eisen om snelheid, schaalgrootte en waarde te kunnen bieden; dringt erop aan dat interoperabiliteit en standaardisering van meet af aan worden geïntegreerd in aanbestedingen en investeringen op defensiegebied in de EU, door middel van gezamenlijke tests en certificering en grensoverschrijdende acceptatie, teneinde de verspreiding van varianten en marktversnippering tegen te gaan, aansluitend bij de inhoud van de verslagen van Draghi, Letta en Niinistö; spoort de lidstaten ertoe aan hun begrotingsverplichtingen aan te vullen met transparante prognoses van de defensie-investeringen op middellange termijn, met inbegrip van vermogensdoelstellingen, tijdpaden voor aanbestedingen en het aandeel van de uitgaven dat is gereserveerd voor samenwerkingsprogramma’s; verzoekt het EDA deze nationale prognoses te bundelen in een jaarlijks vergelijkend overzicht om de coördinatie te vergemakkelijken en mogelijkheden voor gezamenlijke projecten in kaart te brengen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>benadrukt dat de EDTIB moet worden versterkt door de vraag te bundelen, de regels te vereenvoudigen en te harmoniseren en open en eerlijke concurrentie tussen Europese industrieën te bevorderen, wat moet leiden tot een meer kosteneffectieve en concurrerende Europese defensie-industrie en een betere toegang tot defensiematerieel in de hele EU; betreurt het gebrek aan alomvattende gegevens over de gezamenlijke aanbestedingen voor defensiematerieel op EU-niveau, waardoor het onmogelijk is een compleet beeld te vormen van dergelijke aanbestedingen en de staat van het EU-defensielandschap op dit gebied niet adequaat kan worden beoordeeld; dringt er bij de Commissie en de Raad op aan hardnekkige belemmeringen voor de handel in defensieproducten binnen de EU aan te pakken, waaronder belemmeringen voor vergunningen en certificering, en roept de medewetgevers op prioriteit te geven aan de vaststelling en doeltreffende uitvoering van het voorstel van de Commissie voor een omnibuspakket voor defensie om overdrachten en aanbestedingen in de hele EU te stroomlijnen ter ondersteuning van een meer veerkrachtige en concurrerende EDTIB;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>onderstreept dat de synergieën met civiele innovatieprogramma’s zoals Horizon Europa en de Europese Innovatieraad moeten worden versterkt voor een optimale impact en om dubbel werk te voorkomen; benadrukt tegelijkertijd dat de technologische vooruitgang gepaard moet gaan met de nodige menselijke capaciteiten; vindt het verontrustend dat het aantal actieve personeelsleden in 2024 slechts marginaal is toegenomen en waarschuwt ervoor dat als toenemende investeringen niet gepaard gaan met inspanningen voor de aanwerving en het behoud van personeel ertoe kunnen leiden dat minder mensen in staat zijn nieuwe apparatuur te bedienen en het onderhoud daarvan te verzorgen; verzoekt de lidstaten prioriteit te geven aan beleid om personeel in de defensiesector aan te werven en te behouden, onder meer via door de EU gesteunde uitwisselings- en opleidingsprogramma’s, zodat hogere uitgaven zich vertalen in daadwerkelijke operationele gereedheid;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">De begroting en de financieringsinstrumenten van de EU aanpassen aan de veiligheidsuitdagingen en de behoeften van het bedrijfsleven</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>verzoekt de Commissie nogmaals alle opties te onderzoeken om de defensie-investeringen van de lidstaten te ondersteunen en maximale synergie-effecten tot stand te brengen bij de bestaande regelingen ter ondersteuning van de defensiegereedheid van de EU; herhaalt zijn oproep om erop toe te zien dat in het volgende MFK een alomvattende veiligheidsaanpak wordt ondersteund door middel van adequate en gecoördineerde investeringen; is ingenomen met de consolidatie van de middelen voor defensie die voor het MFK 2028-2034 worden voorgesteld; betreurt het echter dat de Commissie in haar voorstel voor het MFK voor de periode 2028-2034 geen voldoende gedetailleerde uitsplitsing van deze middelen heeft opgenomen; herinnert eraan dat een gedetailleerde uitsplitsing van de begroting nodig is om de begrotingsautoriteit in staat te stellen zinvolle en weloverwogen beslissingen te nemen; benadrukt dat evenredige investeringen in defensie op EU-niveau in het volgende MFK in combinatie met transparante governance overlappingen kunnen beperken, schaalvoordelen kunnen opleveren en de interoperabiliteit kunnen verbeteren; herinnert aan de specifieke aard van de defensiesector en is van mening dat in het volgende MFK alle criteria en procedures van de financieringsinstrumenten van de Europese defensie-industrie moeten worden gehandhaafd, met name de criteria voor het Europees Defensiefonds en het EDIP;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>vindt in dit verband dat alle opties moeten worden onderzocht om de defensie-investeringen van de lidstaten te ondersteunen, met name via bestaande mechanismen, zonder de nationale bijdragen of de totale belastingdruk voor burgers te verhogen; benadrukt dat dergelijke instrumenten niet uitsluitend gebaseerd mogen zijn op de verstrekking van door de EU gegarandeerde leningen, bijvoorbeeld via SAFE;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>benadrukt dat EU-financiering een aanvulling moet vormen op en geen vervanging mag zijn voor de inspanningen van de lidstaten om hun nationale defensie-uitgaven te verhogen; onderstreept dat EU-instrumenten meerwaarde moeten bieden door samenwerking, interoperabiliteit en efficiëntie te bevorderen, terwijl capaciteitsplanning en -vereisten binnen de passende institutionele kaders moeten blijven; herhaalt dat er, om tegemoet te komen aan dringende GVDB-behoeften, aanvullende middelen voor defensieprioriteiten moeten worden veiliggesteld; herhaalt daarom zijn oproep aan de Commissie en de Raad om erop toe te zien dat de EU toegerust is om haar over de hele linie hogere uitgavenbehoeften te dekken, onder meer door de vaststelling van nieuwe eigen middelen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>herinnert eraan dat de EIB tot taak heeft EU-integratie te bevorderen, bij te dragen tot de ontwikkeling van de EU en het beleid van de EU te ondersteunen overeenkomstig artikel 309 VWEU; vindt het verheugend dat de EIB voor het aantrekken van meer financiering voor Europese veiligheid en defensie een proactieve aanpak volgt; stelt evenwel vast dat “wapens en munitie” nog steeds zijn uitgesloten van haar investeringsbeleid, en dat haar inspanningen vooralsnog ontoereikend zijn wat betreft snelheid, risicobereidheid en schaal om te voldoen aan urgente behoeften op het vlak van defensiegereedheid; neemt kennis van de vooruitgang die is geboekt bij het ontsluiten van haar criteria, maar is van mening dat deze nog steeds tekortschieten om de doelen van Readiness 2030 te verwezenlijken in het licht van de behoeften en verwachtingen zoals aangegeven door belanghebbenden uit de defensie-industrie via studies en openbare raadplegingen; verzoekt de lidstaten als bestuursorgaan van de EIB, met het oog op samenhang met het ReArm Europe-plan, het mandaat van de EIB aan te passen om haar capaciteit ter ondersteuning van de Europese defensie-industrie te versterken en haar investeringsrichtsnoeren te herzien om de financiering mogelijk te maken van legitieme wapen- en munitieprojecten die in overeenstemming zijn met het internationaal recht en de veiligheidsbelangen van de EU; verzoekt de EIB-groep haar risicobereidheid en ambitie op te voeren om meer investeringen aan te trekken; waarschuwt echter dat er bij elke aanpassing van de subsidiabiliteitscriteria of financiering van de EIB-groep aan nieuwe prioriteiten voor gezorgd moet worden dat de financiële positie van de EIB-groep gevrijwaard blijft en dat de doeltreffende financiering van andere strategische prioriteiten van de EU gewaarborgd is; verzoekt de EIB een grondige kwantitatieve beoordeling van haar investeringsbeleid op het vlak van defensie-investeringen uit te voeren en aan het Parlement te verstrekken, zonder in voorkomend geval haar vertrouwelijkheidsovereenkomsten met haar investeerders in gevaar te brengen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>stelt voor dat de EIB voortdurend nadenkt over en continu in kaart brengt wat haar rol en de reikwijdte is van in aanmerking komende investeringen, gezien de dringende noodzaak om de Europese defensiesector op te schalen en de veiligheid en strategische autonomie op lange termijn te waarborgen; stelt voor het mandaat van de EIB formeel uit te breiden om steun voor de EDTIB onder te brengen in een gespecialiseerde dochteronderneming, ondersteund door garanties van de Commissie en bogend op een netwerk van deskundigen; is van mening dat een dergelijke structuur een doeltreffender oplossing zou zijn dan de oprichting van een nieuwe bank voor defensie, veiligheid en weerbaarheid;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>benadrukt dat het belangrijk is de EU-fondsen voor investeringssteun aan EDTIB-bedrijven, vooral start-ups en kmo’s, toegankelijker en samenhangender te maken door de subsidiabiliteitscriteria geleidelijk aan te passen aan en af te stemmen op de ambitie van de strategie die is vastgelegd in het EDIS en het EDIP, de aanvraagprocedures te vereenvoudigen en de doelstellingen van de werkprogramma’s te harmoniseren; benadrukt hoe belangrijk het is de tijdpaden en vereisten van dergelijke fondsen aan te passen aan de verschillende innovatiecycli en het tempo waarin capaciteiten in verschillende domeinen worden ontwikkeld; verzoekt de lidstaten en de regio’s hun kamers van koophandel en industrie een grotere rol te laten spelen bij de ondersteuning van kmo’s in de EDTIB wat onderzoek en toegang tot EU-financiering betreft;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>verzoekt de Commissie te komen met duidelijke richtsnoeren en sjablonen voor nieuwe soorten overeenkomsten, de coördinatie en de gezamenlijke inzet onder concurrenten in de defensiesector, teneinde EDTIB-bedrijven in staat te stellen hun O&amp;O-investeringen op te schroeven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>pleit voor de ontwikkeling van een instrument ter ondersteuning van publieke en particuliere investeringen in defensie op basis van garanties uit de EU-begroting, naar het voorbeeld van InvestEU; verwelkomt op de korte termijn het voorstel van de Commissie voor een gedelegeerde handeling bij de investeringsrichtsnoeren voor het InvestEU-fonds over strategische investeringen op defensiegebied<FOOTNOTE><FIELD>Gedelegeerde Verordening (EU) 2025/1774 van de Commissie van 28 augustus 2025 tot wijziging van Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/1078 wat betreft strategische investeringen op defensiegebied zoals vastgesteld in de investeringsrichtsnoeren voor het InvestEU-fonds (PB L, 2025/1774, 18.12.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2025/1774/oj).</FIELD></FOOTNOTE>, waarin ertoe wordt opgeroepen onnodige administratieve lasten in verband met het gebruik van begrotingsgaranties en financieringsinstrumenten voor de ondersteuning van defensie-investeringen te elimineren, waarmee enerzijds voor verdere vereenvoudiging wordt gezorgd en anderzijds invulling wordt gegeven aan het belang van het beschermen van de veiligheid van de EU en de lidstaten; is van mening dat deze maatregelen samen zowel de snelle mobilisering van financiering als de totstandbrenging van een stabiel en schaalbaar investeringskader voor de Europese defensie-industrie zouden waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>beschouwt de inzet van bancaire leningen, garanties en hoogwaardige liquiditeitsportefeuilles als essentiële instrumenten voor langlopende defensie-uitgaven, die voorspelbaarheid en stabiliteit zullen bieden; herhaalt dat het bespoedigen van de voltooiing van de SIU zou helpen particulier kapitaal te mobiliseren en de toegang tot financiering te verbeteren;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Negatieve prikkels voor particuliere investeringen in defensie wegnemen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTINIT><STRING ITALIC="on">EDTIB-bedrijven eenvoudiger toegang verlenen tot kortetermijnfinanciering</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>verzoekt het EU-waarnemingscentrum voor betalingsachterstand een studie uit te voeren naar de naleving van betalingstermijnen binnen de EDTIB ten opzichte van de rest van de industrie, alsook een rangschikking te maken van de stiptste ondernemingen in dit verband;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>verzoekt de EIB om, met de steun van de lidstaten, een bedrag van 4 miljard EUR beschikbaar te stellen voor kortlopende leningen, met risicogaranties tot 50 %, en dringt erop aan dat de criteria voor inschakeling van de EIB op defensiegebied worden versoepeld en vereenvoudigd en dat de subsidiabiliteit wordt uitgebreid tot indirecte onderaannemers;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Particuliere investeerders beter in staat stellen defensie te financieren door ervoor te zorgen dat dit verenigbaar is met duurzame financiering</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>merkt op dat, ondanks de inspanningen die sinds het begin van de oorlog in Oekraïne geleverd zijn, veel investeerders er nog steeds voor terugdeinzen om defensie te financieren, onder andere als gevolg van onzekerheid over de toepassing van ecologische, sociale en governancenormen en het feit dat de EDTIB op financiële markten nog altijd wordt achtergesteld vanwege het ten onrechte gevoelde risico op imagoschade; herinnert eraan dat veel defensietechnologieën voor tweeërlei gebruik zijn en dus aanzienlijke gunstige overloopeffecten opleveren voor civiele innovatie en de economie van de EU in het algemeen; benadrukt dat er iets moet worden gedaan aan het hardnekkige negatieve beeld rond de financiering van defensie, met name in de banksector; spoort de Commissie en de lidstaten aan de informatieverstrekking en bewustmaking in verband met EDTIB-financiering te verbeteren om financiële actoren in staat te stellen hun expertise op het gebied van de analyse en behandeling van defensiegerelateerde financiering te verbeteren; spoort de Commissie aan de informatieverstrekking en bewustmaking in verband met EDTIB-financiering op te voeren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>neemt kennis van de gedelegeerde verordening van de Commissie (EU) 2025/1775 van 28 augustus 2025 houdende wijziging van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1818 wat betreft de definitie van “verboden wapens”<FOOTNOTE><FIELD>PB L, 2025/1775, 30.12.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2025/1775/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, waarin het concept “controversiële wapens” vervangen wordt door “verboden wapens”, en die is aangenomen als onderdeel van het omnibuspakket voor defensiegereedheid; onderstreept dat deze definitie beperkt blijft tot wapens die uitdrukkelijk verboden zijn door bindende internationale verdragen; is ingenomen met de juridische verduidelijkingen in het omnibuspakket voor defensiegereedheid en onderkent het belang daarvan om de EU-doelstellingen op het gebied van defensiefinanciering te verwezenlijken; verzoekt particuliere financiële actoren hun uitsluitingen tot deze geconsolideerde lijst te beperken en hun investeringsbeleid te publiceren; stelt voor per geval te bekijken of actoren waarvan het investeringsbeleid verder gaat dan deze uitsluiting toch voor EU-financiering in aanmerking komen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>herinnert eraan dat het EU-kader voor duurzame financiering is ontworpen om kapitaalstromen richting duurzame activiteiten te leiden zonder de financiering van de defensiesector te beperken, zoals bekrachtigd is door de Commissie in haar mededeling van 18 augustus 2025 waarin zij aangaf dat de uitsluiting van defensiegerelateerde activiteiten van de EU-taxonomie particuliere of publieke investeerders niet belet te investeren in de defensiesector; verzoekt de Commissie publiekelijk en ondubbelzinnig te bevestigen dat de groene taxonomie van de EU investeringen in defensie niet verbiedt, beperkt of ontmoedigt; benadrukt dat defensie en veiligheid voorwaarden zijn voor duurzame ontwikkeling;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Op de financiële markten uitstapmogelijkheden voor defensieactiva openstellen door particulier kapitaal aan te trekken</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>acht het van essentieel belang dat er steun wordt verleend aan een Europese markt van gespecialiseerde investeerders die EDTIB-bedrijven en bedrijven in de Oekraïense DTIB, met name start-ups, kmo’s en midcaps, een continuüm van financiering (krediet, particuliere schuld en eigen vermogen) aanbieden; is ingenomen met het initiatief van de Commissie en de EIB om de eigenvermogensfaciliteit voor defensie op te zetten, met een begroting van 175 miljoen EUR voor de periode 2024-2027; is echter van mening dat dit fonds volstrekt ontoereikend is in het licht van de financieringsbehoeften en verzoekt de EIB de in de conclusies van de Raad herhaalde wensen van de lidstaten in te willigen door deze begroting te verhogen tot 1 miljard EUR om beter tegemoet te komen aan de kapitaalbehoeften van de EDTIB en haar waardeketen, en daarbij in het bijzonder aandacht te besteden aan kleinere actoren die zich geconfronteerd zien met de grootste financieringskloof; spoort de EIB aan dit instrument uit te breiden tot de Oekraïense DTIB en het zo te ontwerpen dat het partnerschappen en joint ventures tussen EDTIB- en Oekraïense DTIB-bedrijven bevordert;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>verzoekt de Commissie en de EIB-groep de steun voor tweeërlei projecten operationeel te maken door de toegang tot deze steun voor startende ondernemingen en kmo’s te verbeteren, de procedures te vereenvoudigen, investeerders duidelijke richtsnoeren te verstrekken en regelmatig verslag uit te brengen over de benutting en de geografische spreiding; dringt aan op een doeltreffende uitvoering door middel van gerichte oproepen en duidelijke richtsnoeren voor de beheersautoriteiten, zodat regio’s met minder ontwikkelde defensie-ecosystemen toegang krijgen tot deze mogelijkheden; verzoekt de lidstaten deze mogelijkheden tot uiting te laten komen in het ontwerp van de programma’s en samen met de Commissie en de EIB regionale investeringsplatformen te ontwikkelen, waarbij voor complementariteit wordt gezorgd en dubbele financiering wordt vermeden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>verzoekt de Commissie in haar mededingingsbeleid rekening te houden met defensiegereedheid, voorzieningszekerheid, het potentieel voor innovatiebevordering en de vermindering van de afhankelijkheid van landen buiten de EU; verzoekt de lidstaten er tegelijkertijd op toe te zien dat hun aanbestedingen voor defensieproducten open en concurrerend zijn voor de EDTIB als geheel; verzoekt de lidstaten hun controles op directe investeringen door actoren uit derde landen aan te scherpen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>verzoekt de Commissie de programma’s voor industriële samenwerking en transnationale partnerschappen, met inbegrip van platforms voor de toeleveringsketen en gezamenlijke ontwikkelingsprojecten, te versterken teneinde productieketens te integreren, nationale expertise te benutten, schaalvoordelen te bevorderen en het mondiale concurrentievermogen van de EDTIB te vergroten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>wijst op het belang van goed functionerende kapitaalmarkten voor de financiering van defensie; verzoekt de Commissie en de lidstaten sneller vooruitgang te boeken met de agenda voor de kapitaalmarktenunie en de SIU, met name door de toegang tot aandelenkapitaal, durfkapitaal en financiering voor kmo’s in de defensiesector te verbeteren; benadrukt dat de kapitaalmarktenunie en de SIU van wezenlijk belang zijn voor de opschaling van de financiering van defensie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>wijst erop dat het belangrijk is sneller vooruitgang te boeken met de voltooiing van de SIU, om zo een dieper, meer liquide en beter geïntegreerd financieel stelsel in de EU te ondersteunen dat spaargelden efficiënter naar productieve investeringen kanaliseert, zoals in de defensie-industrie van de EU; benadrukt dat de defensie-industrie van de EU haar capaciteit aanzienlijk moet vergroten om te kunnen voldoen aan de enorme toename van de vraag naar militaire producten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>is ingenomen met de invoering van het keurmerk “Finance Europe”; merkt op dat dit keurmerk, dat tot doel heeft particulier spaargeld naar investeringen in de Europese reële economie te kanaliseren, aandelenfinanciering voor bedrijven bevordert; spoort de Commissie aan dit initiatief te steunen door in het kader van de SIU een Europees label voor te stellen en er tegelijkertijd voor te zorgen dat dit geen extra administratieve lasten met zich meebrengt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>is ingenomen met de aanbeveling van de Commissie inzake spaar- en beleggingsrekeningen<FOOTNOTE><FIELD>Aanbeveling van de Commissie (EU) 2025/2029 van 30 september 2025 betreffende het verruimen van de beschikbaarheid van spaar- en beleggingsrekeningen met een vereenvoudigde en gunstige fiscale behandeling (PB L, 2025/2029, 8.10.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/reco/2025/2029/oj).</FIELD></FOOTNOTE>; benadrukt dat spaar- en beleggingsrekeningen tot doel hebben de retailparticipatie in de EU-kapitaalmarkten te vergroten en zo bij te dragen aan de versterking van de markten en een vergroting van de beleggersbasis in de EU mogelijk te maken, hetgeen zou helpen bij het financieren van de strategische prioriteiten van de EU, waaronder defensie; spoort de Commissie aan dit initiatief te blijven steunen; verzoekt de lidstaten de aanbeveling van de Commissie betreffende het verruimen van de beschikbaarheid van spaar- en beleggingsrekeningen op te volgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>33.</NO.P>is verheugd over de lopende werkzaamheden die erop gericht zijn bevroren Russische tegoeden te gebruiken om de defensie-inspanningen van Oekraïne te financieren, terwijl er tegelijkertijd aandacht wordt besteed aan zorgen ten aanzien van financiële stabiliteit en procesvoering;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>34.</NO.P>dringt aan op een eensgezinde toezegging van de lidstaten om de defensie-uitgaven te verhogen in overeenstemming met de resultaten van de NAVO-top in Den Haag in 2025, waar de NAVO-bondgenoten zich ertoe hebben verbonden om uiterlijk in 2035 jaarlijks 5 % van het bbp te investeren in essentiële defensiebehoeften en uitgaven in verband met defensie en veiligheid; dringt er bij de lidstaten op aan Europese defensie-initiatieven te bevorderen, de interoperabiliteit te verbeteren en te investeren in gezamenlijke aanbestedingen die zijn afgestemd op gemeenschappelijke strategische prioriteiten, waaronder de productie van munitie;</P></ACTION><SEPARATION><P>°</P><P>°	°</P></SEPARATION><ACTION><P><NO.P>35.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>