<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2026)0002</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">De 28e regeling: een nieuw rechtskader voor innovatieve bedrijven</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0269/2025 - Rapporteur: René Repasi)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 20 januari 2026 met aanbevelingen aan de Commissie betreffende de 28e regeling: een nieuw rechtskader voor innovatieve bedrijven (2025/2079(INL))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 225 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de artikelen 50 en 114, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I)<FOOTNOTE><FIELD> PB L 177 van 4.7.2008, blz. 6, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2008/593/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken<FOOTNOTE><FIELD> PB L 351 van 20.12.2012, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2012/1215/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG<FOOTNOTE><FIELD> PB L 257 van 28.08.2014, blz. 73, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2014/910/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn 2009/102/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 inzake het vennootschapsrecht betreffende eenpersoonsvennootschappen met beperkte aansprakelijkheid<FOOTNOTE><FIELD> PB L 258 van 1.10.2009, blz. 20, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2009/102/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn (EU) 2017/1132 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 aangaande bepaalde aspecten van het vennootschapsrecht<FOOTNOTE><FIELD> PB L 169 van 30.6.2017, blz. 46, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2017/1132/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn (EU) 2019/2121 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2019 tot wijziging van Richtlijn (EU) 2017/1132 met betrekking tot grensoverschrijdende omzettingen, fusies en splitsingen<FOOTNOTE><FIELD> PB L 321 van 12.12.2019, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2019/2121/oj.</FIELD></FOOTNOTE><STRING SUPERSCRIPT="on">,</STRING>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn (EU) 2025/25 van het Europees Parlement en de Raad van 19 december 2024 tot wijziging van de Richtlijnen 2009/102/EG en (EU) 2017/1132 wat betreft de verdere uitbreiding en verbetering van het gebruik van digitale instrumenten en processen in het vennootschapsrecht<FOOTNOTE><FIELD> PB L, 2025/25 van 10.1.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2025/25/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn 2001/86/EG van de Raad van 8 oktober 2001 tot aanvulling van het statuut van de Europese vennootschap met betrekking tot de rol van de werknemers<FOOTNOTE><FIELD> PB L 294 van 10.11.2001, blz. 22, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2001/86/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 28 mei 2025 getiteld “De EU-strategie voor start-ups en scale-ups”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van Enrico Letta van 17 april 2024 getiteld “Much more than a market”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van Mario Draghi van 9 september 2024 getiteld “The future of European competitiveness”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie juridische zaken inzake de voorgestelde rechtsgrond,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de artikelen 47 en 55 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie juridische zaken (A10-0269/2025),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat ondernemingen, met name kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s), start-ups en scale-ups, in de hele Unie te maken hebben met regelgevingskaders die van lidstaat tot lidstaat aanzienlijk verschillen; overwegende dat deze uiteenlopende regelgeving en de bijkomende kosten van het werken in een onbekende omgeving een belemmering vormen voor de pan-Europese financiering en opschaling van bedrijven;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat de Commissie in haar mededeling getiteld “De EU-strategie voor start-ups en scale-ups” heeft benadrukt dat versnippering en lagere groeiperspectieven innovatieve bedrijven ertoe aanzetten financiering buiten Europa te zoeken;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat het mondiale ondernemingsklimaat steeds meer flexibiliteit, digitalisering en toegang tot diverse markten en talentenpools vereist, hetgeen veel Uniebedrijven momenteel maar moeilijk kunnen verwezenlijken vanwege complexiteit van de regelgeving en inconsistente kaders;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat de Unie, die omzichtig te werk gaat om ervoor te zorgen dat bedrijven onder gelijke voorwaarden kunnen concurreren, zich overeenkomstig artikel 3, lid 3, van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) moet inzetten voor de duurzame ontwikkeling van Europa op basis van een evenwichtige economische groei en prijsstabiliteit, een sociale markteconomie met een groot concurrentievermogen die gericht is op volledige werkgelegenheid en sociale vooruitgang, en een hoog niveau van bescherming en verbetering van de kwaliteit van het milieu;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat een eengemaakt Europees vennootschapsrechtelijk systeem niet alleen efficiënter kan worden verwezenlijkt door middel van een op zichzelf staande wetgevingshandeling van de Unie, maar ook door een reeks regels in te voeren die in elke lidstaat naast het nationale rechtsstelsel van toepassing zijn, zonder dat die regels extra administratieve of financiële lasten of andere soorten belemmeringen voor de ontwikkeling van bedrijven, en met name kmo’s, met zich meebrengen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat de Unie reeds rechtskaders voor een Europese naamloze vennootschap, een Europese coöperatieve vennootschap en een Europees Economisch Samenwerkingsverband heeft vastgesteld; overwegende dat deze ondernemingsvormen echter niet geschikt zijn om start-ups en scale-ups in staat te stellen efficiënter op de interne markt te opereren;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat het vergemakkelijken van de toegang tot kapitaal en talent door middel van een vereenvoudigd en uniform rechtskader kmo’s, start-ups en scale-ups beter in staat zal stellen wereldwijd te concurreren, investeringen aan te trekken en bij te dragen tot het scheppen van banen en sociale samenhang binnen de Unie;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat moet worden gezorgd voor duidelijkheid en rechtszekerheid voor Europese en buitenlandse investeerders door hen in staat te stellen grensoverschrijdend te investeren met gebruikmaking van geharmoniseerde regels;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat kmo’s, start-ups en scale-ups betere toegang moeten krijgen tot verschillende vormen van kapitaal, grensoverschrijdende mobiliteit, schaalbaarheid, hooggekwalificeerde werknemers, wetenschappelijke en onderzoeksresultaten, met inbegrip van gegevens, overheidsopdrachten, bescherming tegen “killer acquisitions” (concurrentiebeperkende overnames) en strategieën voor langetermijninvesteringen om binnen de interne markt te gedijen<STRING ITALIC="on">;</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat kmo’s, start-ups en scale-ups, waarvan vele sociale ondernemingen zijn en bedrijven die zijn opgericht door jonge of startende ondernemers, een sleutelrol spelen bij het stimuleren van innovatie, het creëren van sociale samenhang en het bijdragen aan duurzame economische groei, maar vaak voor grotere uitdagingen staan bij de toegang tot financiering, netwerken en gespecialiseerde ondersteuning; overwegende dat samenwerking met universiteiten, onderzoeksinstellingen en bureaus voor technologieoverdracht het proces van ontwerp tot commercialisering kan versnellen, de toegang tot deskundigheid en infrastructuur kan vergemakkelijken en de commercialisering van onderzoeksresultaten kan stimuleren;</P></CONS><CONS><P><NO.P>K.</NO.P>overwegende dat veel start-ups en scale-ups in de Unie baanbrekende technologieën ontwikkelen; overwegende dat deze start-ups en scale-ups vaak al voordat zij volledig ontwikkeld zijn door buitenlandse ondernemingen worden overgenomen; overwegende dat dergelijke overnames vaak onder de drempels van de Unie voor controle op concentraties van ondernemingen liggen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>L.</NO.P>overwegende dat kmo’s, met name familiebedrijven, die van cruciaal belang zijn voor het concurrentievermogen van de Unie, voor uitdagingen staan wat betreft opvolging; overwegende dat modellen voor financiële deelneming van werknemers de economische vooruitzichten voor kmo’s, start-ups en scale-ups kunnen bevorderen, talent kunnen stimuleren en de opvolgingskloof kunnen aanpakken wanneer bedrijfsopvolging binnen de familie niet haalbaar is, en zo de stabiliteit en groei op lange termijn kunnen ondersteunen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>M.</NO.P>overwegende dat het vergroten van de rechtszekerheid en de voorspelbaarheid voor bedrijven die in de lidstaten actief zijn van essentieel belang is om de positie van de Unie als leidende locatie voor ondernemerschap, innovatie en duurzame bedrijfsontwikkeling te versterken;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Algemene beginselen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>is ingenomen met de toezegging van de Commissie om een wetgevingsvoorstel in te dienen voor een 28e regeling voor bedrijven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>benadrukt dat een 28e regeling inhoudelijk en qua vorm ambitieus moet zijn; onderstreept dat de regels met betrekking tot de 28e regeling in de hele Unie dezelfde moeten zijn en dat het de lidstaten niet mag worden toegestaan in hun nationaal recht bepalingen te handhaven of in te voeren die afwijken van die welke zijn vastgelegd in de wetgevingshandeling met betrekking tot de 28e regeling; beschouwt het gebruik van een verordening als de meest geschikte maatregel om een 28e regeling in te voeren; erkent dat een richtlijn voor maximale harmonisatie hetzelfde doel kan dienen; is gekant tegen het gebruik van artikel 352, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) als rechtsgrond, omdat hiervoor eenparigheid van stemmen in de Raad vereist is, hetgeen de vaststelling van de wetgevingshandeling inzake de 28e regeling aanzienlijk zou kunnen vertragen en de ambitie en samenhang van de in het kader van de 28e regeling vastgestelde ondernemingsvorm in gevaar zou kunnen brengen; dringt aan op het gebruik van een rechtsgrond die het mogelijk maakt de wetgevingshandeling inzake de 28e regeling met gekwalificeerde meerderheid van stemmen in de Raad aan te nemen; is daarom van mening dat de 28e regeling wellicht moet bestaan uit een pakket afzonderlijke wetgevingsvoorstellen; erkent dat de passende rechtsgrond voor vennootschapsrechtelijke aangelegenheden moet bestaan uit artikel 50 en artikel 114, lid 1, VWEU; is van mening dat een richtlijn inzake de 28e regeling een richtlijn voor maximale harmonisatie moet zijn om de doelstellingen van de 28e regeling te verwezenlijken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>is kritisch over het gebruik van nauwere samenwerking als bedoeld in artikel 20 VEU en artikel 329 VWEU met het oog op de vaststelling van de 28e regeling; onderstreept dat een dergelijke aanpak het risico met zich meebrengt dat de interne markt versnipperd raakt, hetgeen in strijd is met het integratieproces van de Unie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>erkent het feit dat harmonisatiemaatregelen in het vennootschapsrecht, gebaseerd op de artikelen 50 en 114, lid 1, VWEU, in het nationaal recht van de lidstaten moeten worden omgezet; is van mening dat een richtlijn voor maximale harmonisatie met een duidelijk omschreven reeks cruciale kwesties, zonder afbreuk te doen aan het arbeids- en sociaal recht, in dit geval noodzakelijk is om te zorgen voor uniforme regels in alle lidstaten, zonder extra administratieve of financiële belemmeringen voor bedrijven te creëren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>is van mening dat de behoefte aan uniformiteit, efficiëntie, samenhang en rechtszekerheid, waar marktdeelnemers, zoals wereldwijde innovatieve kmo’s, start-ups en scale-ups, en investeerders in de sector om verzoeken, de vaststelling van een richtlijn voor maximale harmonisatie noodzakelijk maakt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>verzoekt de Commissie de voordelen te beoordelen van een samenhangend kader, onder meer inzake belastingkwesties, met toegevoegde waarde voor start-ups en scale-ups, als onderdeel van het pakket voor de 28e regeling, teneinde internationale investeringen aan te trekken en innovatie en groei in de Unie te ondersteunen; benadrukt dat de Commissie de coördinatie moet vergemakkelijken en beste praktijken moet aanmoedigen om belemmeringen voor grensoverschrijdende activiteiten, investeringen en het aantrekken van talent weg te nemen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>is van mening dat de 28e regeling een strategische stap is in de richting van een verdere verdieping van de interne markt die de Europese integratie en het Europese concurrentievermogen bevordert;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>herhaalt dat bedrijven die vrijwillig aan de 28e regeling deelnemen, zich moeten houden aan de bijbehorende regels;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>benadrukt dat de keuze van een bedrijf om deel te nemen aan de 28e regeling automatisch moet worden erkend in de nationale rechtsstelsels van alle 27 lidstaten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>is zich bewust van het risico dat een 28e regeling de omzeiling van bindende binnenlandse voorschriften ter bescherming van werknemers, hun vertegenwoordigers en vakbonden, en andere kwetsbare partijen mogelijk zou kunnen maken; onderstreept dat de 28e regeling in geen geval mag worden ingezet als instrument om bestaande beschermingsniveaus op Unie- of nationaal niveau te ondermijnen, te verlagen, te verzwakken of te omzeilen; dringt erop aan dat effectieve garanties worden ingesteld door middel van materiële regels die een hoog beschermingsniveau bieden en door middel van collisieregels die de toepassing van bindende binnenlandse voorschriften waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>is van mening dat de vaststelling van een 28e regeling van fundamenteel belang is voor innovatie, concurrentievermogen en groei, en dat het voorstel, samen met de bijbehorende regelgevings- en uitvoeringsmaatregelen, zo snel mogelijk moet worden goedgekeurd en uitgevoerd;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het rechtskader van de 28e regeling</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>is van mening dat de 28e regeling voornamelijk betrekking moet hebben op vennootschapsrechtelijke regels en dat alleen vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid die niet beursgenoteerd zijn daaraan mogen deelnemen; is van mening dat de 28e regeling een reeks regels moet zijn die door bestaande of nieuwe nationale ondernemingsvormen moet worden overgenomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>stelt voor de ondernemingsvorm die onder de 28e regeling valt “Societas Europaea Unificata” (S.EU – Eengemaakte Europese vennootschap), te noemen, wat inhoudt dat de afkorting “S.EU” wordt toegevoegd aan bestaande afkortingen van nationale ondernemingsvormen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>onderstreept dat de 28e regeling wat betreft arbeids- en sociaal recht geen afbreuk doet aan het Unierecht en het nationaal recht, met inbegrip van regels inzake medezeggenschap van werknemers zoals bepaald in artikel 2, punt k), van Richtlijn 2001/86/EG en regels inzake collectieve overeenkomsten die van toepassing zijn in de standplaats; benadrukt dat S.EU’s onderworpen moeten zijn aan dezelfde Unie- en nationale regels inzake insolventie en niet mogen afwijken van regels die werknemers preferentiële bescherming bieden bij insolventieprocedures;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>benadrukt de noodzaak van eenvoudige en digitale oprichting en inschrijving van bedrijven; dringt erop aan de complexiteit van de procedures te verminderen en de digitale inschrijvingsprocedure voor de oprichting van een S.EU te verkorten tot maximaal 48 uur, met waarborging van de rechtszekerheid; pleit voor de verplichte integratie van digitale instrumenten om bedrijfsdocumenten gedurende de hele levenscyclus van de S.EU online in te dienen en informatie online te verstrekken en voor de volledige toepassing van het eenmaligheidsbeginsel voor de inschrijving en het beheer van een S.EU; dringt aan op de mogelijkheid digitale procedures toe te staan, zoals digitale algemene vergaderingen en bestuursvergaderingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>benadrukt dat de oprichting van de S.EU volledig moet worden geïntegreerd met het initiatief om een Europese portemonnee voor ondernemingen te ontwikkelen, wat ook de digitale identificatie en authenticatie en het beheer van essentiële bedrijfsdocumenten kan stroomlijnen en vereenvoudigen, waardoor soepele digitale interacties voor S.EU’s in alle lidstaten worden gewaarborgd en grensoverschrijdende activiteiten worden vergemakkelijkt; dringt daarnaast aan op de volledige uitvoering en beoordeling van bestaand Unierecht inzake het gebruik van digitale instrumenten in het vennootschapsrecht, met name Richtlijn (EU) 2017/1132 en Richtlijn 2009/102/EG, en op verdere digitalisering en automatisering van verslagen aan autoriteiten, hetgeen een kernprioriteit zou moeten zijn bij de werkzaamheden inzake vereenvoudiging van de regelgeving in de Unie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>dringt aan op de oprichting of integratie in bestaande structuren van een uniform digitaal portaal op Unieniveau dat dient als rechtstreeks toegangspunt voor S.EU’s, ter aanvulling en uitbreiding van het bestaande systeem van gekoppelde registers (BRIS) door te voorzien in een geharmoniseerde centrale interface voor grensoverschrijdend gebruik, zonder een nieuw afzonderlijk of parallel register op te zetten; benadrukt dat het digitale portaal niet in de plaats mag komen van de bestaande nationale oprichtingsregels, maar veeleer moet dienen als een gemeenschappelijk portaal waarop alle informatie die investeerders nodig hebben, wordt verzameld; benadrukt dat het digitale portaal gemakkelijk toegankelijk moet zijn en naadloze toegang tot nationale bedrijfsregisters mogelijk moet maken, en moet voortbouwen op het bestaande e‑justitieportaal, of dit in voorkomend geval moet vernieuwen; dringt erop aan dat het digitale portaal dient als platform dat veilige digitale processen vergemakkelijkt en documenten en nationale certificeringen kan opslaan, en dat later in alle lidstaten kan worden erkend om de overdraagbaarheid van certificeringen mogelijk te maken, ter ondersteuning van het eenmaligheidsbeginsel; benadrukt dat het digitale portaal verifieerbare gegevens, de elektronische ondertekening van documenten, de verkoop en toewijzing van aandelen, de opstelling en goedkeuring van besluiten van de raad van bestuur en de verlening van e-factureringsdiensten mogelijk moet maken; benadrukt dat het digitale portaal meertalig moet zijn en grensoverschrijdende operabiliteit moet ondersteunen; benadrukt dat dergelijke digitale instrumenten de rechtszekerheid zullen vergroten, de administratieve lasten zullen verminderen en consistente activiteiten van bedrijven op de interne markt zullen bevorderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>pleit voor de verdere ontwikkeling en aanpassing van één enkele identificatiecode voor bedrijven in de Unie om de inschrijving te stroomlijnen, de transparantie en het vertrouwen te vergroten, de verificatie van de identiteit van bedrijven te vergemakkelijken en fraude, witwassen en belastingontduiking te bestrijden; wijst erop dat bedrijven hierdoor verifieerbare gegevens veilig zouden kunnen opslaan en delen met autoriteiten in de hele Unie; moedigt de Commissie aan te werken aan interoperabiliteit met mondiale initiatieven voor de identificatiecodes voor bedrijven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>is van mening dat bij de mogelijkheid om zich als een S.EU in te schrijven, rekening moet worden gehouden met de diversiteit van bedrijfsmodellen en dat dit niet mag worden beperkt tot een nieuwe categorie “innovatieve bedrijven” of tot andere beperkende factoren; waarschuwt dat het creëren van een dergelijke nieuwe categorie zou leiden tot onnodige bureaucratie; verduidelijkt dat het alleen mogelijk mag zijn voor in de Unie wonende of gevestigde natuurlijke of rechtspersonen om een S.EU op te richten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>is van mening dat de S.EU moet dienen als een ondernemingsvorm voor afzonderlijke entiteiten en voor uniform groepsbeheer, en dat een S.EU actief moet kunnen zijn als moederonderneming of als dochteronderneming van een S.EU-moederonderneming;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>benadrukt dat de statutaire zetel van een bedrijf zich in een van de 27 lidstaten moet bevinden om in aanmerking te komen voor inschrijving als S.EU; onderstreept dat de statutaire zetel en het hoofdkantoor zich in verschillende lidstaten kunnen bevinden;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Waarborgen, met inbegrip van langetermijnstrategieën en optionele vormen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>pleit ervoor om optionele vormen van “steward ownership”, vergrendeling van activa en verschillende categorieën aandelen — met name loyaliteitsaandelen en aandelen van twee klassen, waaronder vetoaandelen — in het wetgevingsvoorstel over de 28e regeling op te nemen; onderstreept dat Europese innovatieve bedrijven, met name kmo’s, start-ups en scale-ups, alternatieve trajecten voor toegang tot kapitaal nodig hebben; wijst op de noodzaak van alternatieve financieringsmodellen in de vroege stadia van een S.EU; is van mening dat ondernemers zich zullen willen beschermen tegen “killer acquisitions” om te voorkomen dat innovatie, die vaak wordt ondersteund door Europese publieke onderzoeksfondsen, naar buiten de Unie wordt verplaatst; is van mening dat de concentratieverordening niet volstaat om dit probleem aan te pakken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>benadrukt dat de bestaande normen op Unie- of nationaal niveau niet mogen worden ondermijnd, waardoor de rechtszekerheid wordt bevorderd en openbare belangen worden beschermd, zoals het voorkomen van witwassen, het eerbiedigen van sanctieregelingen van de Unie en het beschermen van werknemers, hun vertegenwoordigers en vakbonden, en andere kwetsbare partijen in de nationale rechtsstelsels van de lidstaten; herhaalt dat elke S.EU moet voldoen aan de vereisten van het arbeidsrecht van de Unie en de lidstaten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>acht het noodzakelijk waarborgen op te nemen voor de medezeggenschap van werknemers, werknemersvertegenwoordigers, of beide, in de gang van zaken bij een bedrijf; verstaat onder medezeggenschap hetgeen is bepaald in artikel 2, punt k), van Richtlijn 2001/86/EG; herhaalt dat de S.EU door de lidstaat van herkomst op dezelfde wijze moet worden behandeld als vergelijkbare binnenlandse bedrijven, en door elke gastlidstaat als vergelijkbare bedrijven naar buitenlands recht van de Unie. Daarbij moet ervoor worden gezorgd dat het kunstmatig gebruik van de S.EU met het oog op het omzeilen van de huidige niveaus van bescherming van medezeggenschap van werknemers in de wetgeving van de lidstaten doeltreffend wordt voorkomen; onderstreept dat de S.EU onderworpen moet zijn aan de regels inzake medezeggenschap van werknemers die in voorkomend geval van toepassing zijn in de lidstaat van de standplaats; benadrukt dat de S.EU derhalve overeenkomstig het toepasselijke nationaal recht van de standplaats het recht op werknemersvertegenwoordiging op bestuursniveau moet invoeren zodra het aantal werknemers van de S.EU een in het nationaal recht van de standplaats vastgestelde drempel voor de uitoefening van het recht op werknemersvertegenwoordiging op bestuursniveau in die lidstaat overschrijdt; beschouwt de onderhandelingsprocedure zoals vastgelegd in de artikelen 3 tot en met 7 van Richtlijn 2001/86/EG als een uitwijkmogelijkheid, mits de reeds vastgestelde medezeggenschapsrechten van werknemers niet worden omzeild;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>benadrukt dat de 28e regeling niet mag leiden tot de oprichting van slapende S.EU’s of een toename van het aantal brievenbusmaatschappijen, aangezien dergelijke praktijken de integriteit van de regelgeving ondermijnen, eerlijke concurrentie verstoren en echte economische activiteit binnen de Unie uithollen; onderstreept dat de 28e regeling geen afbreuk mag doen aan het recht van vakbonden en werkgeversorganisaties om over collectieve overeenkomsten te onderhandelen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>is van mening dat een bedrijf waarvoor officieel is vastgesteld dat het de bindende regels inzake fraude, belasting, ontduiking van sociale zekerheid of medezeggenschap van werknemers heeft overtreden, niet mag worden toegestaan deel te nemen aan de 28e regeling;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Talent aantrekken en ondersteunen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>wijst erop dat het S.EU-kader partnerschappen met universiteiten, onderzoeksinstellingen en bureaus voor technologieoverdracht moet bevorderen om het proces van ontwerp tot commercialisering te versnellen, toegang tot infrastructuur en deskundigheid op het gebied van onderzoek te waarborgen en de commercialisering van onderzoeksresultaten te ondersteunen, en zo innovatiegerichte ecosystemen te versterken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>benadrukt dat het S.EU-kader het vrije verkeer binnen de Unie moet vergemakkelijken, zonder dat tussenpersonen in administratieve processen nodig zijn, met inachtneming van de toepasselijke regels van de Unie en de nationale regels inzake arbeids- en sociaal recht;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>benadrukt dat het aantrekken van toptalent van essentieel belang is voor groei en innovatie in de Unie en dat kmo’s, start-ups en scale-ups vaak moeilijkheden ondervinden bij het aanbieden van de juiste concurrerende financiële stimulansen binnen de eengemaakte markt, zoals eigen vermogen of winstdeling, om gekwalificeerde professionals aan te trekken en te behouden; onderstreept dat productiviteitsgroei, innovatie en sociale inclusie hand in hand moeten gaan; is van mening dat moet worden overwogen de regels voor de financiële deelneming van werknemers te harmoniseren, met name door het opstellen van aandelenplannen voor werknemers (“ESOP’s”) en aandelenopties voor werknemers (“ESO’s”);</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>onderstreept dat geharmoniseerde regels voor de financiële deelneming van werknemers tot de belangrijkste eisen behoren van ondernemers die moeilijkheden ondervinden om hun werknemers op de hele interne markt gelijke voordelen te bieden; benadrukt dat de geharmoniseerde regels geen afbreuk mogen doen aan het begrotingsbeleid, maar werknemers juist in staat moeten stellen over progressieve aandelenopties te beschikken; is van mening dat dergelijke geharmoniseerde regels werknemers in staat zouden stellen een eigendomsbelang te verwerven en rechtstreeks de vruchten te plukken van het succes van hun bedrijf, waardoor loyaliteit op lange termijn, innovatie en een eerlijkere verdeling van de groei worden bevorderd; benadrukt dat het belangrijk is dat de Commissie richtsnoeren opstelt voor de waardering van eigen vermogen en voor wachtperioden; merkt in dit verband op dat belastinggerelateerde kwesties, die de financiële deelneming van werknemers fiscaal aantrekkelijk maken, zowel gevoelig als cruciaal zijn voor het succes van het aantrekken van toptalent, en verzoekt de Commissie daarom dergelijke kwesties aan te pakken als onderdeel van het pakket voor de 28e regeling om juridische samenhang en grensoverschrijdende toepasbaarheid te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>dringt erop aan dat de geharmoniseerde regels voor regelingen voor financiële deelneming van werknemers zodanig worden ontworpen dat zij bijdragen tot een gunstigere werkomgeving en dat zij niet-discriminerend mogen zijn; benadrukt dat dergelijke regelingen de beloning niet mogen vervangen of verminderen en dat de toegang ertoe voor werknemers laagdrempelig moet zijn;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Toegang tot kapitaal</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>benadrukt dat het wetgevingsvoorstel voor de 28e regeling tot oprichting van een S.EU in het algemeen duidelijkheid moet scheppen voor Europese en buitenlandse investeerders door hen in staat te stellen grensoverschrijdend te investeren met behulp van geharmoniseerde regels;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>33.</NO.P>pleit voor het ontwikkelen van gestandaardiseerde meertalige modeldocumenten die door S.EU’s in de hele Unie moeten worden gebruikt voor aandeelhoudersovereenkomsten en statuten en dringt erop aan dat het gebruik en de naleving van die modeldocumenten en andere basis- en operationele modellen die specifiek zijn toegesneden op S.EU’s worden gemonitord door het in punt 17 bedoelde digitale portaal, om de juridische duidelijkheid en het gemak van grensoverschrijdend gebruik ervan te waarborgen en ervoor te zorgen dat investeerders ermee vertrouwd raken; beveelt aan dat die modeldocumenten als standaardmodellen dienen in het kader van het S.EU-inschrijvingsproces; beveelt aan dat het mogelijk zou moeten zijn om van de modeldocumenten af te wijken om rekening te houden met specifieke vereisten van een bedrijf;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>34.</NO.P>is van mening dat het wetgevingsvoorstel voor de 28e regeling geharmoniseerde regels moet bevatten voor op aandelen lijkende schuldinstrumenten, met inbegrip van insolventieregels in verband met die instrumenten, zodat beleggers kunnen investeren in een bedrijf zonder dat zij zeggenschap over dat bedrijf verwerven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>35.</NO.P>herhaalt dat de toegang tot financiering niet beperkt mag blijven tot durfkapitaal, maar ook betrekking moet hebben op andere soorten investeringen, waaronder investeringen in eigen vermogen en investeringen met een sociale impact, pensioenregelingen en overheidsinvesteringsfondsen, teneinde de nodige toegang tot kapitaal te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>36.</NO.P>is van mening dat bepalingen moeten worden vastgesteld om de samenwerking van kmo’s, start-ups en scale-ups met onderzoeksinstellingen te vergemakkelijken ter ondersteuning van spin-offs en kennisoverdracht; is van mening dat daartoe de oprichting van de S.EU volledig moet worden geïntegreerd met initiatieven van de Unie om betere toegang tot gegevens in het kader van onderzoek te vergemakkelijken;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Geschillenbeslechting</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>37.</NO.P>is van mening dat er een alternatief geschillenbeslechtingsmechanisme moet worden ingesteld voor geschillen met betrekking tot S.EU’s, zodat deze snel en op gespecialiseerde wijze kunnen worden beslecht; is voorts van mening dat de lidstaten moeten overwegen binnen hun nationale rechtbanken een speciaal comité in te stellen dat zich bezighoudt met geschillen tussen bedrijven met betrekking tot S.EU’s, en dat dergelijke speciale comités de geschillenbeslechting in het Engels moeten kunnen uitvoeren;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Effectbeoordeling, toetsing en evaluatie</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>38.</NO.P>dringt er bij de Commissie op aan een uitgebreide en transparante effectbeoordeling uit te voeren en te publiceren van elk nieuw wetgevingsvoorstel met betrekking tot de 28e regeling, met bijzondere aandacht voor de gevolgen van harmonisatiemaatregelen voor bedrijven en voor de sociale, fiscale en juridische gevolgen, alsook voor het risico dat de nationale beschermingsnormen worden afgezwakt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>39.</NO.P>verzoekt de Commissie regelmatig te zorgen voor uitgebreide toetsing en, waar nodig, herziening van de 28e regeling, met inbegrip van een beoordeling van de goedkeuringspercentages bij bedrijven, met name kmo’s, start-ups en scale-ups, de afstemming ervan op veranderende behoeften binnen de industrie en de samenleving, de algemene geschiktheid ervan voor het beoogde doel en het effect ervan op het concurrentievermogen van de Unie; verzoekt de Commissie het potentiële effect van de nieuwe wetgevingshandeling op de ontwikkeling en economische groei van kmo’s te evalueren en hierover verslag uit te brengen aan het Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité; is van mening dat de toetsingscyclus om de vier jaar moet plaatsvinden om aanpassing aan nieuwe uitdagingen te waarborgen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Slotbepalingen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>40.</NO.P>verzoekt de Commissie uiterlijk in het eerste kwartaal van 2026 op grond van de artikelen 50 en 114 VWEU een voorstel in te dienen voor een richtlijn en daarbij gevolg te geven aan de aanbevelingen in de bijlage;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>41.</NO.P>is van mening dat de financiële gevolgen van het verlangde voorstel gedekt moeten worden door solide begrotingstoewijzingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>42.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie en bijgaande aanbevelingen te doen toekomen aan de Commissie en de Raad.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST><TXTLST><ANNEX><TI><STRING BOLD="on">BIJLAGE BIJ DE RESOLUTIE:</STRING></TI><STI><STRING BOLD="on">AANBEVELINGEN BETREFFENDE DE INHOUD VAN HET VERLANGDE VOORSTEL</STRING></STI><P><NO.P>1.</NO.P><STRING BOLD="on">Algemene beginselen en rechtsgrond</STRING></P><P>Het Parlement stelt voor de ondernemingsvorm die onder de 28e regeling valt aan te duiden als “Societas Europaea Unificata” (S.EU – Eengemaakte Europese vennootschap). De regels voor de S.EU moeten in alle lidstaten dezelfde zijn en om versnippering van de interne markt tegen te gaan, mogen de lidstaten in hun nationaal recht geen bepalingen handhaven of invoeren die van die regels afwijken. Om een solide, ambitieus en alomvattend regelgevingskader te waarborgen, dringt het Parlement erop aan de S.EU vast te stellen op basis van een rechtsgrond die voorziet in de gewone wetgevingsprocedure met gekwalificeerde meerderheid in de Raad. Het Parlement is derhalve tegen het gebruik van artikel 352, lid 1, VWEU als rechtsgrond. Het Parlement staat kritisch tegenover het gebruik van nauwere samenwerking, aangezien een 28e regeling dan alleen van toepassing zou zijn in een deel van de lidstaten. Dit zou de versnippering van de interne markt niet wegnemen, maar deze juist verder doen toenemen en de aantrekkelijkheid van S.EU’s ondermijnen, die in een dergelijk geval niet binnen de hele Unie zouden worden erkend. Het is mogelijk dat de 28e regeling tot oprichting van de S.EU moet worden vastgesteld door middel van verschillende wetgevingshandelingen, in plaats van door één alomvattend wetgevingsinstrument. In dat geval moet elk afzonderlijk wetgevingsvoorstel dezelfde waarborgen bieden wat betreft de bescherming van openbare belangen, zoals het arbeidsrecht en de rechten van werknemers en vakbonden. De vennootschapsrechtelijke elementen van de regeling moeten worden vastgesteld op grond van artikel 50 en artikel 114, lid 1, VWEU, die de enige beschikbare rechtsgronden zijn voor wetgevingshandelingen op het gebied van vennootschapsrecht die voorzien in de gewone wetgevingsprocedure met besluitvorming met gekwalificeerde meerderheid van stemmen in de Raad. Artikel 50 VWEU staat echter alleen de vaststelling van richtlijnen toe. Tegen die achtergrond zou de S.EU geen autonome, maar een nationale ondernemingsvorm in alle lidstaten zijn die moet bestaan uit een reeks essentiële elementen die door het Unierecht zijn geharmoniseerd, teneinde overregulering en uiteenlopende nationale S.EU’s te vermijden, hetgeen zou indruisen tegen de doelstelling van de 28e regeling. De afkorting S.EU moet worden toegevoegd aan de bestaande afkortingen van nationale ondernemingsvormen.</P><P>De S.EU moet voortbouwen op ondernemingsvormen die in het nationaal recht zijn vastgelegd. De lidstaten moeten kunnen kiezen tussen de mogelijkheid om bestaande nationale ondernemingsvormen om te zetten in een S.EU, of om een nieuwe nationale ondernemingsvorm in te voeren. De oprichters of de eigenaren van een nationale ondernemingsvorm moeten vrijwillig kunnen kiezen voor de nieuwe regeling, die het gebruik van het bedrijfslabel “S.EU” mogelijk zou maken.</P><P>S.EU’s moeten in de nationale rechtsstelsels van alle lidstaten automatisch worden erkend als vennootschap met beperkte aansprakelijkheid.</P><P>De oprichting van een S.EU moet vallen onder het recht van de lidstaat waar het bedrijf in kwestie is ingeschreven. In afwijking van dat beginsel en met het oog op de bescherming van vooraf bepaalde openbare belangen moet het mogelijk zijn het toepasselijke recht te bepalen aan de hand van een doorslaggevend aanknopingspunt in plaats van de plaats van oprichting.</P><P>Met het oog op rechtszekerheid met betrekking tot de constitutieve elementen van de S.EU moet de richtlijn die op grond van artikel 50 en artikel 114, lid 1, VWEU wordt vastgesteld een richtlijn voor maximale harmonisatie zijn.</P><P>Het Parlement is zich bewust van het risico dat de automatische erkenning van een S.EU zou kunnen leiden tot de omzeiling van bindende binnenlandse voorschriften ter bescherming van werknemers, hun vertegenwoordigers en vakbonden en andere kwetsbare partijen alsmede andere openbare belangen. De bedrijfsvoorschriften voor de S.EU mogen daarom geen afbreuk doen aan het Unierecht en het nationaal recht op het gebied van individueel en collectief arbeidsrecht, ook als het gaat om regels voor medezeggenschap van werknemers in de gang van zaken bij het bedrijf, en moeten waarborgen bevatten die misbruik van de S.EU doeltreffend voorkomen.</P><P><NO.P>2.</NO.P><STRING BOLD="on">Toepassingsgebied</STRING></P><P>De lidstaten moeten in hun nationale rechtsstelsel een reeks regels opnemen op grond waarvan een nationale ondernemingsvorm, wanneer deze aan die regels voldoet, de afkorting “S.EU” in zijn bedrijfsnaam mag opnemen. Om in aanmerking te komen voor inschrijving als S.EU, moet een nationale ondernemingsvorm:</P><P><NO.P>–</NO.P>een juridische entiteit met rechtsbevoegdheid zijn die op de datum van inschrijving automatisch in alle lidstaten wordt erkend;</P><P><NO.P>–</NO.P>een vennootschap met beperkte aansprakelijkheid zijn waarbij de aansprakelijkheid van de eigenaars voor de schulden van het bedrijf beperkt is tot het bedrag van hun inbreng;</P><P><NO.P>–</NO.P>geen beursgenoteerd bedrijf zijn;</P><P><NO.P>–</NO.P>zijn opgericht door een of meer natuurlijke of rechtspersonen die in een lidstaat wonen of daar gevestigd zijn;</P><P><NO.P>–</NO.P>actief kunnen zijn als zelfstandig bedrijf of als dochteronderneming van een S.EU-moederonderneming;</P><P><NO.P>–</NO.P>zijn statutaire zetel in een van de lidstaten hebben;</P><P><NO.P>–</NO.P>het recht hebben zijn statutaire zetel naar een andere lidstaat te verplaatsen zonder hiervoor te hoeven worden ontbonden of opnieuw worden opgericht, overeenkomstig geharmoniseerde procedures die het behoud van de rechtspersoonlijkheid waarborgen.</P><P>Om een bedrijf op te richten dat in aanmerking komt voor inschrijving als S.EU, moet het vereiste voor het onmiddellijk gestorte minimumkapitaal met het oog op de inschrijving van dat bedrijf worden vastgesteld op 1 EUR, ongeacht het minimumkapitaal dat anders op grond van de betrokken nationale wetgeving vereist zou zijn.</P><P>Om de bescherming van schuldeisers te waarborgen, moet de Commissie een alomvattend rechtskader voorstellen dat alternatieve mechanismen omvat, zoals solvabiliteitstoetsen. Dergelijke alternatieve mechanismen moeten evenredig en transparant zijn, met duidelijke criteria voor het beoordelen van de financiële gezondheid van bedrijven en het beperken van risico’s voor schuldeisers.</P><P>Met het oog op vereenvoudiging mag de mogelijkheid om zich als S.EU in te schrijven niet worden beperkt tot een nieuwe categorie “innovatieve bedrijven” of tot andere beperkende factoren, aangezien dat zou leiden tot aanvullende formaliteiten en onnodige bureaucratie.</P><P>Indien een S.EU voornemens is een beursgang te maken, moet zij worden verplicht tot omzetting in een naamloze vennootschap op grond van het Unierecht of het nationaal recht overeenkomstig de omzettingsregels van de Unie of de nationale omzettingsregels.</P><P><NO.P>3.</NO.P><STRING BOLD="on">Oprichting van de ondernemingsvorm</STRING></P><P>De oprichting en inschrijving van een S.EU moeten volledig digitaal plaatsvinden en in overeenstemming zijn met het eenmaligheidsbeginsel, op grond waarvan bedrijven die een document in een bepaalde lidstaat indienen, dit niet opnieuw in een andere lidstaat hoeven te doen. De oprichting van een S.EU moet binnen 48 uur worden afgerond.</P><P>Bij de oprichting moet een S.EU één digitale identiteit en een identificatiecode voor bedrijven krijgen om de inschrijving te stroomlijnen, de transparantie en het vertrouwen te vergroten, de verificatie van de identiteit van bedrijven te vergemakkelijken en fraude, witwassen en belastingontduiking te bestrijden en tegelijkertijd de rechtszekerheid te waarborgen.</P><P>Om de verwezenlijking van die doelstellingen te vergemakkelijken, moet op Unieniveau een uniform digitaal portaal dat als rechtstreeks toegangspunt voor S.EU’s fungeert, worden opgezet of geïntegreerd in bestaande structuren en door de Commissie worden beheerd. Dat portaal zou het bestaande systeem van gekoppelde registers (BRIS) aanvullen en uitbreiden door te voorzien in een geharmoniseerde centrale interface voor grensoverschrijdend gebruik, zonder een nieuw afzonderlijk of parallel register op te zetten. Het digitale portaal mag niet in de plaats komen van bestaande nationale oprichtingsregels, maar moet veeleer dienen als een gemeenschappelijk platform waarop alle informatie die investeerders nodig hebben, wordt verzameld. De lidstaten moeten derhalve automatisch documenten naar het portaal toesturen, waarbij erkenning en naadloze toegang voor belanghebbenden worden gewaarborgd. Het platform moet ook informatie verstrekken over nationale procedures en middelen en toegang verlenen tot modeldocumenten voor investeerders voor S.EU’s, en de verificatie van gegevens, de elektronische ondertekening van documenten, de verkoop en toewijzing van aandelen, de opstelling en goedkeuring van besluiten van de raad van bestuur en de verlening van e-factureringsdiensten mogelijk maken. Bij het gebruik van het digitale portaal voor de inschrijving van een S.EU, moet het bedrijf kiezen voor een lidstaat als plaats van oprichting en daarmee het nationaal recht dat op de oprichting van toepassing is.</P><P>Het digitale portaal voor bedrijven op het niveau van de Unie moet het mogelijk maken zich als S.EU in te schrijven en te zoeken naar een bedrijf dat zich als S.EU heeft ingeschreven. Inschrijvingen, toevoegingen en actualiseringen hoeven slechts eenmaal via het digitaal portaal te worden ingevoerd en moeten in alle lidstaten toegankelijk zijn via een meertalige interface en geharmoniseerde identificatienormen, zoals uiteengezet in Verordening (EU) nr. 910/2014. Het digitale portaal zou gebruik kunnen maken van een netwerk van besloten gedistribueerde grootboeken (distributed ledger technology, DLT) dat belangrijke bedrijfsgebeurtenissen, zoals inschrijvingen of aandelenoverdrachten, met onveranderbare tijdstempels registreert.</P><P>Het moet mogelijk zijn dat contante bijdragen voor de oprichting van het bedrijf aan een openbaar trustkantoor worden betaald voor de periode voorafgaand aan de opening van een bankrekening. Na opening van de bankrekening maakt het trustkantoor de contante bijdragen naar deze rekening over.</P><P><NO.P>4.</NO.P><STRING BOLD="on">Waarborgen</STRING></P><P>De regels inzake S.EU’s mogen geen afbreuk doen aan het arbeidsrecht van de Unie en de lidstaten, met inbegrip van de regels inzake de medezeggenschap van werknemers, werknemersvertegenwoordigers, of beide, met betrekking tot de gang van zaken bij een vennootschap zoals bepaald in artikel 2, punt k), van Richtlijn 2001/86/EG. In beginsel moet de S.EU door de lidstaat van herkomst ervan op dezelfde wijze worden behandeld als de binnenlandse vennootschap met beperkte aansprakelijkheid op basis waarvan zij is opgericht en door elke gastlidstaat op dezelfde wijze als vergelijkbare vennootschappen naar buitenlands recht van de Unie. Daarbij moet ervoor worden gezorgd dat het kunstmatig gebruik van de S.EU met het oog op het omzeilen van de huidige niveaus van bescherming van medezeggenschap van werknemers in de wetgeving van de lidstaten doeltreffend wordt voorkomen.</P><P>Het recht dat van toepassing is op individuele arbeidsovereenkomsten wordt nog steeds uitsluitend bepaald op grond van artikel 8 van Verordening (EG) nr. 593/2008 en de bevoegdheid voor individuele arbeidsovereenkomsten wordt nog steeds bepaald op grond van hoofdstuk II, afdeling 5, van Verordening (EU) nr. 1215/2012, met inbegrip van de relevante jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie. Bijgevolg mag de keuze van de partijen de werknemers niet de bescherming ontnemen die hun wordt geboden door dwingende bepalingen waarvan niet bij overeenkomst kan worden afgeweken.</P><P>Wat medezeggenschap van werknemers betreft, moet de S.EU onderworpen zijn aan de regels inzake medezeggenschap van werknemers die in voorkomend geval van toepassing zijn in de lidstaat van de statutaire zetel. Wanneer een S.EU echter een economische activiteit uitoefent die gepaard gaat met werkgelegenheid in een andere lidstaat zonder een filiaal, agentschap of dochteronderneming op te richten, moet de S.EU onderworpen zijn aan de regels inzake medezeggenschap van werknemers die in voorkomend geval van toepassing zijn in de lidstaat van de standplaats, tenzij de rechtsorde van de statutaire zetel van de S.EU voorziet in ten minste hetzelfde niveau van recht op werknemersvertegenwoordiging op bestuursniveau als vereist door de wetgeving van de standplaats. Indien nodig moet de S.EU haar statuten dienovereenkomstig aanpassen.</P><P>Wanneer het toepasselijke recht niet overeenkomstig de in het vorige lid uiteengezette beginselen kan worden bepaald, moet als uitwijkmogelijkheid een onderhandelingsprocedure worden ingeleid die gelijkwaardig is aan die van de artikelen 3 tot en met 7 van Richtlijn 2001/86/EG zodra het aantal werknemers in ten minste één lidstaat een drempel bereikt die recht geeft op werknemersvertegenwoordiging in de raad van bestuur in die lidstaat, mits een S.EU nog geen medezeggenschap van werknemers heeft ingevoerd of mits het bereiken van de drempel wijzigingen in de bestaande werknemersmedezeggenschap met zich meebrengt.</P><P>Indien een bestaand nationaal bedrijf wordt omgevormd tot een S.EU, zijn de artikelen 86 terdecies, 133 en 160 terdecies van Richtlijn (EU) 2017/1132 van overeenkomstige toepassing, mits de reeds bestaande medezeggenschapsrechten van de werknemers niet worden omzeild.</P><P><NO.P>5.</NO.P><STRING BOLD="on">Aanmoedigen van langetermijnstrategieën en optionele vormen</STRING></P><P>Om Europese innovatieve bedrijven te stimuleren, investeringen aan te trekken, alternatieve wegen voor toegang tot kapitaal en financieringsmodellen te creëren en om te voorkomen dat innovatie, die vaak wordt ondersteund door Europese publieke onderzoeksfondsen, naar buiten de Unie wordt verplaatst, moeten de lidstaten regels invoeren die bedrijven in staat stellen vrijwillig en onherroepelijk te kiezen voor aanvullende wettelijke beschermingsregelingen. Het doel van dergelijke aanvullende wettelijke beschermingsregelingen moet zijn Europese bedrijven te helpen die zich mogelijk willen beschermen tegen “killer acquisitions” en bedrijfsverplaatsingen. Deze regelingen kunnen het volgende omvatten:</P><P><NO.P>—</NO.P>de scheiding van stemrechten en economische rechten via verschillende categorieën aandelen, met inbegrip van aandelen van twee klassen, vetoaandelen en preferente aandelen;</P><P><NO.P>—</NO.P>de kwalificatie van stemrechten als niet-overdraagbaar en niet-erfelijk;</P><P><NO.P>—</NO.P>winstuitkering aan investeerders of houders van economische rechten op basis van een contractuele overeenkomst die hetzij in de tijd, hetzij in bedragen is beperkt en die door elk van beide partijen te allen tijde kan worden beëindigd;</P><P><NO.P>—</NO.P>de beperking van de grensoverschrijdende omzetting in entiteiten die hebben gekozen voor de aanvullende wettelijke beschermingsregeling, met name voor de vergrendeling van activa.</P><P>Ondernemingen die voor dergelijke aanvullende wettelijke beschermingsregelingen hebben gekozen, moeten het label “steward-owned” aan hun bedrijfsnaam kunnen toevoegen.</P><P>Richtlijn (EU) 2017/1132 moet wat betreft grensoverschrijdende omzettingen, fusies en splitsingen worden gewijzigd om lidstaten die ervoor hebben gekozen hun eigen nationale ondernemingsvorm van “steward ownership” in te voeren, in staat te stellen de grensoverschrijdende omzetting van een dergelijke nationale ondernemingsvorm te beperken tot ondernemingsvormen van andere lidstaten die ook voorzien in soortgelijke vormen van “steward ownership”.</P><P><NO.P>6.</NO.P><STRING BOLD="on">Talent aantrekken en ondersteunen </STRING></P><P>Het aantrekken van gekwalificeerd en innovatief talent is van cruciaal belang voor het stimuleren van economische groei, het bevorderen van innovatie en het handhaven van het concurrentievermogen op een snel evoluerende mondiale markt. Productiviteitsgroei, innovatie en sociale inclusie moeten hand in hand gaan. Het S.EU-kader moet het vrije verkeer binnen de Unie vergemakkelijken, zonder dat tussenpersonen in administratieve processen nodig zijn, met inachtneming van de toepasselijke regels van de Unie en de nationale regels inzake arbeids- en sociaal recht. De S.EU’s moeten voorzien in facultatieve geharmoniseerde regels in de hele Unie voor regelingen voor financiële deelneming van werknemers, met name voor de structurering van aandelenplannen voor werknemers (“ESOP’s”), die worden gefaciliteerd via een afzonderlijke juridische entiteit en het opzetten van aandelenoptieplannen voor werknemers (“ESO’s”). Dit zal kmo’s, start-ups en scale-ups niet alleen in staat stellen talent aan te trekken en betrokkenheid op lange termijn te stimuleren, en hun activiteiten op verschillende nationale markten vergemakkelijken dankzij de opzet van de bestaande afzonderlijke kaders, maar ook de volledige en eerlijke medezeggenschap van werknemers bevorderen in de waarde die zij via hun arbeid en intellectueel kapitaal helpen creëren. De geharmoniseerde regels inzake facultatieve ESOP’s en ESO’s moeten gericht zijn op het harmoniseren van de belangrijkste vennootschapsrechtelijke elementen, het kader en de structurele kenmerken van plannen voor financiële deelneming van werknemers, zonder afbreuk te doen aan de begrotingsregels. Bij het opstellen van geharmoniseerde regels in het kader van S.EU’s moet rekening worden gehouden met de volgende beginselen:</P><P><NO.P>—</NO.P>als randvoorwaarde mogen regelingen voor financiële deelneming van werknemers in geen geval het normale basisloon of enige andere vorm van bijdragen, zoals socialezekerheidsbijdragen, vervangen of verminderen, maar moeten zij een uitkering zijn die een aanvulling vormt op alle sociale en contractuele rechten;</P><P><NO.P>—</NO.P>transparantie en democratisch bestuur moeten kernbeginselen zijn bij het ontwerp en de uitvoering van dergelijke regelingen;</P><P><NO.P>—</NO.P>deelname aan dergelijke regelingen moet niet-discriminerend zijn, en openstaan voor en exclusief zijn voor alle werknemers;</P><P><NO.P>—</NO.P>deelname aan dergelijke regelingen moet vrijwillig blijven voor werknemers en het opzetten van dergelijke regelingen moet facultatief blijven voor S.EU’s;</P><P><NO.P>—</NO.P>dergelijke regelingen moeten vergezeld gaan van mechanismen om werknemers te beschermen tegen onredelijke financiële risico’s.</P><P>De Commissie moet, in overleg met de sociale partners en relevante belanghebbenden en op basis van beste praktijken, richtsnoeren voor S.EU’s opstellen om de uitvoering te vergemakkelijken, het bewustzijn over de financiële deelneming van werknemers te verbeteren en de convergentie van regelingen voor financiële deelneming van werknemers in alle lidstaten te waarborgen. De richtsnoeren moeten informatie bevatten over de daaraan verbonden financiële risico’s voor werknemers, de opties voor de opkoop door werknemers en democratisch bestuur specificeren, en de gevolgen voor werknemers in aanmerking nemen.</P><P>Daarnaast moet de Commissie, als onderdeel van het pakket voor de 28e regeling, kwesties in verband met de fiscale behandeling van de financiële deelneming van werknemers aanpakken om de juridische samenhang en de grensoverschrijdende toepasselijkheid te waarborgen. Totdat harmonisatie in de hele Unie is bereikt, moeten de lidstaten sterk worden aangemoedigd om proactief ondersteunende maatregelen te nemen voor de financiële deelneming van werknemers, in overeenstemming met de doelstellingen van de S.EU, teneinde deze aantrekkelijk te maken voor zowel werkgevers als werknemers en grensoverschrijdende mobiliteit en billijkheid te bevorderen.</P><P>Om de innovatiecapaciteit van S.EU’s te versterken en de commercialisering van onderzoeksresultaten te versnellen, moet het wetgevingsvoorstel worden vergezeld van maatregelen om gestructureerde partnerschappen tussen S.EU’s en universiteiten, onderzoeksinstellingen en bureaus voor technologieoverdracht te bevorderen en te vergemakkelijken. De Commissie moet richtsnoeren en modelsamenwerkingsovereenkomsten voor dergelijke partnerschappen ontwikkelen om ervoor te zorgen dat deze eenvoudig, transparant en billijk zijn voor alle betrokken partijen.</P><P><NO.P>7.</NO.P><STRING BOLD="on">Kapitaal aantrekken</STRING></P><P>De lidstaten moeten een geharmoniseerd op aandelen lijkend schuldinstrument invoeren dat beleggers in staat stelt in bedrijven te investeren zonder zeggenschapsrechten over een bedrijf te verwerven (zoals winstdelingsrechten, stille vennootschap of winstgerelateerde leningen). Dergelijke op aandelen lijkende schuldinstrumenten moeten:</P><P><NO.P>—</NO.P>tot stand worden gebracht door het sluiten van een contractuele overeenkomst tussen het bedrijf en de investeerder voor een kapitaalbijdrage; een dergelijke overeenkomst moet de geïnvesteerde hoofdsom vermelden en een bepaalde aflossingsdatum bevatten en voorzien in een vergoeding in de vorm van vaste of variabele rente of winstdeling;</P><P><NO.P>—</NO.P>ondergeschikt zijn aan gewone schuldvorderingen;</P><P><NO.P>—</NO.P>voor regelgevings- en boekhoudkundige doeleinden worden behandeld als eigen vermogen of kapitaal dat in de plaats komt van eigen vermogen.</P><P>Om de rechtszekerheid in de 27 nationale rechtsgebieden van de interne markt te vergroten en de belemmeringen voor investeringen in S.EU’s te verminderen, moet de Commissie de ontwikkeling van standaard meertalige modelstatuten, aandeelhoudersovereenkomsten en alle andere relevante documenten voor S.EU’s vergemakkelijken en een platform opzetten waarop die modeldocumenten en praktische informatie in alle officiële talen van de Unie beschikbaar worden gesteld.</P><P>De Commissie moet een deskundigengroep aanwijzen voor de opstelling van gestandaardiseerde modelstatuten van hoge kwaliteit die beantwoorden aan de geharmoniseerde vereisten voor S.EU’s. Die deskundigengroep moet onder meer bestaan uit vertegenwoordigers van oprichters, investeerders en vakbonden.</P><P>Daarnaast moet de Commissie een deskundigengroep aanwijzen die belast is met de uitwerking van gestandaardiseerde, billijke en hoogwaardige modelovereenkomsten voor aandeelhouders. In dergelijke modelovereenkomsten voor aandeelhouders moet een evenwicht worden gevonden tussen de belangen van oprichters en investeerders. Deze deskundigengroep moet onder meer bestaan uit vertegenwoordigers van oprichters en durfkapitaalinvesteerders.</P><P>De Commissie moet bestaande initiatieven op het gebied van onderzoek naar en informatie over Europees en vergelijkend ondernemingsrecht ondersteunen en daarop voortbouwen om in alle officiële talen van de Unie vrij toegankelijke en vergelijkbare informatie over bedrijfsregulering in de lidstaten tot stand te brengen.</P><P><NO.P>8.</NO.P><STRING BOLD="on">Gespecialiseerde geschillenbeslechting</STRING></P><P>Om de beslechting van geschillen over S.EU’s te versnellen, moet een alternatief gespecialiseerd geschillenbeslechtingsmechanisme worden ingesteld. Deelname aan dat mechanisme moet afhankelijk worden gesteld van de instemming van de betrokken partijen. Geschillen met betrekking tot individueel en collectief arbeidsrecht moeten van dat mechanisme worden uitgesloten en de rechterlijke bevoegdheid in dergelijke gevallen moet worden bepaald overeenkomstig de artikelen 20 tot en met 23 van Verordening (EU) nr. 1215/2012.</P><P>Voorts moeten de lidstaten binnen hun nationale rechtbanken overwegen een speciaal comité in te stellen, hetzij één comité binnen één specifieke rechtbank op nationaal niveau, hetzij één comité binnen één specifieke rechtbank in elke deelstaat, afhankelijk van het nationale rechtsstelsel in kwestie. Dergelijke comités moeten zich bezighouden met het beslechten van civielrechtelijke geschillen tussen bedrijven met betrekking tot de ondernemingsvorm van de S.EU, geschillen die voortvloeien uit of verband houden met de overname van of aandelen in S.EU’s, en geschillen tussen een S.EU, en leden van de raad van bestuur of raad van toezicht daarvan. De lidstaten moeten erop toezien dat de procedures door dergelijke comités in het Engels kunnen worden gevoerd, mits de betrokken partijen daarmee instemmen.</P><P><NO.P>9.</NO.P><STRING BOLD="on">Effectbeoordeling, toetsing en evaluatie</STRING></P><P>De doeltreffendheid van de 28e regeling bij het bevorderen van innovatie, het vergroten van het concurrentievermogen, het waarborgen van de rechtszekerheid en het voorkomen van omzeiling van de sociale en arbeidsnormen van de Unie en de lidstaten moet voortdurend worden gemonitord.</P><P>De Commissie moet tegelijkertijd met elk nieuw wetgevingsvoorstel met betrekking tot de 28e regeling een uitgebreide en transparante effectbeoordeling uitvoeren en publiceren, met bijzondere aandacht voor de sociale, fiscale en juridische gevolgen en het risico dat de beschermingsnormen van de Unie en de lidstaten worden afgezwakt. Om rechtszekerheid en samenhang te waarborgen, moet de Commissie ook bestaande nationale modellen en beste praktijken beoordelen, zoals de functionaliteit van nationale bedrijfsregisters en geautomatiseerde digitale processen die de oprichting van ondernemingen vergemakkelijken, met behoud van hoge normen inzake transparantie en verantwoordingsplicht. De Commissie moet specifiek onderzoeken hoe de procedures kunnen worden geoptimaliseerd om ervoor te zorgen dat het hele inschrijvingsproces, met inbegrip van aanvullende verificaties en nalevingscontroles, binnen 48 uur kan worden afgerond, zonder afbreuk te doen aan de rechtszekerheid en in overeenstemming met de procedurele waarborgen.</P><P>De Commissie moet verder regelmatig zorgen voor een uitgebreide toetsing en, waar nodig, herziening van de 28e regeling, met inbegrip van een beoordeling van de goedkeuringspercentages bij bedrijven, met name kmo’s, start-ups en scale-ups, de afstemming ervan op veranderende behoeften binnen de industrie en de samenleving, het concurrentievermogen, de sociale bescherming en de werkgelegenheid van de Unie, en de algemene geschiktheid ervan voor het beoogde doel.</P><P>De Commissie moet om de vier jaar een evaluatie uitvoeren van en verslag uitbrengen aan het Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité over het potentiële effect van de wetgevingshandeling op de ontwikkeling en economische groei van kmo’s en de naleving van en het effect op het arbeidsrecht van de Unie en de lidstaten en de normen voor de bescherming van werknemers om ervoor te zorgen dat zij zich kunnen aanpassen aan nieuwe uitdagingen. Dat verslag moet in voorkomend geval vergezeld gaan van wetgevingsvoorstellen voor herziening.</P></ANNEX></TXTLST></SDOCTA>