<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2026)0006</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Herziening van de Europese Verkiezingsakte – obstakels voor de ratificatie en uitvoering in de lidstaten</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0252/2025 - Rapporteur: Borja Giménez Larraz)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 20 januari 2026 over de herziening van de Europese Verkiezingsakte – obstakels voor de ratificatie en uitvoering in de lidstaten (2025/2028(INI))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de Verdragen, en met name de artikelen 9, 10 en 14, en artikel 17, lid 7, van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU), alsook artikel 22, artikel 223, lid 1, en artikel 225 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de Akte betreffende de verkiezing van de leden van het Europees Parlement door middel van rechtstreekse algemene verkiezingen<FOOTNOTE><FIELD> PB L 278 van 8.10.1976, blz. 5, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/1976/787(2)/oj.</FIELD></FOOTNOTE> (“Europese Verkiezingsakte”), gehecht aan het Besluit van de Raad van 20 september 1976<FOOTNOTE><FIELD> 76/787/EGKS, EEG, Euratom: Besluit van de vertegenwoordigers van de lidstaten in het kader van de Raad bijeen, betreffende de Akte tot verkiezing van de vertegenwoordigers in de Vergadering door middel van rechtstreekse algemene verkiezingen (PB L 278 van 8.10.1976, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/1976/787(1)/oj).</FIELD></FOOTNOTE>, zoals gewijzigd,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het kaderakkoord van 20 oktober 2010 over de betrekkingen tussen het Europees Parlement en de Europese Commissie<FOOTNOTE><FIELD> PB L 304 van 20.11.2010, blz. 47, ELI: http://data.europa.eu/eli/agree_interinstit/2010/1120/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 11 november 2015 over de hervorming van de kieswet van de Europese Unie<FOOTNOTE><FIELD> PB C 366 van 27.10.2017, blz. 7.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn standpunt van 3 mei 2022 over het voorstel voor een verordening van de Raad betreffende de verkiezing van de leden van het Europees Parlement door middel van rechtstreekse algemene verkiezingen, tot intrekking van Besluit 76/787/EGKS, EEG, Euratom van de Raad en de aan dit besluit gehechte Akte betreffende de verkiezing van de leden van het Europees Parlement door middel van rechtstreekse algemene verkiezingen (2020/2220(INL) — 2022/0902(APP))<FOOTNOTE><FIELD> PB C 465 van 6.12.2022, blz. 171.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Besluit (EU, Euratom) 2018/994 van de Raad van 13 juli 2018 tot wijziging van de Akte betreffende de verkiezing van de leden van het Europees Parlement door middel van rechtstreekse algemene verkiezingen, gehecht aan Besluit 76/787/EGKS, EEG, Euratom van de Raad van 20 september 1976<FOOTNOTE><FIELD> PB L 178 van 16.7.2018, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2018/994/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>	gezien het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van personen met een handicap,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 55 van zijn Reglement, alsmede artikel 1, lid 1, punt e), van en bijlage 3 bij het besluit van de Conferentie van voorzitters van 12 december 2002 betreffende de procedure inzake het verlenen van toestemming voor het opstellen van initiatiefverslagen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie constitutionele zaken (A10-0252/2025),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat het Parlement krachtens artikel 223 VWEU het recht heeft het initiatief te nemen tot hervorming van zijn eigen verkiezingsprocedure met het doel een procedure uit te werken die eenvormig is voor de hele EU of gebaseerd is op beginselen die alle lidstaten gemeen hebben, en daaraan zijn goedkeuring te hechten; overwegende dat de EU-instellingen en de lidstaten gebonden zijn door het beginsel van wederzijdse loyale samenwerking, zoals vastgelegd in artikel 4, lid 3, VEU;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat een eenvormige verkiezingsprocedure niet alleen voor meer gelijkheid en transparantie in het verkiezingsproces zou zorgen, maar ook de opkomst van een Europese politieke en publieke ruimte zou bevorderen, waardoor de legitimiteit van de EU en haar instellingen zou worden versterkt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat de inwerkingtreding van de gewijzigde Europese Verkiezingsakte, in overeenstemming met artikel 223, lid 1, VWEU, afhankelijk is van de goedkeuring door alle lidstaten overeenkomstig hun onderscheiden grondwettelijke bepalingen, waarbij elke lidstaat de volledige vrijheid behoudt om te bepalen wanneer hij deze ratificeert;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat de mogelijkheid om een eenvormige verkiezingsprocedure op basis van rechtstreekse algemene verkiezingen te ontwikkelen reeds sinds 1957 in de Verdragen is verankerd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat in de Europese verkiezingsakte van 1976 de doelstelling van een dergelijk eenvormig procedure werd uiteengezet en het Parlement uitdrukkelijk het mandaat kreeg om daartoe de nodige maatregelen te nemen; overwegende dat de mogelijkheid om “gemeenschappelijke beginselen” vast te stellen in plaats van een geharmoniseerde procedure pas in een later stadium werd ingevoerd, als pragmatisch antwoord op de aanhoudende moeilijkheden om unanieme overeenstemming te bereiken over een eenvormige verkiezingsprocedure; overwegende dat deze verschuiving in aanpak heeft geleid tot een aanhoudende, ongelijke uitvoering van de verkiezingshervormingen, waardoor de oorspronkelijke geest van de Verdragen en de Europese Kieswet van 1976 is ondermijnd en de totstandkoming van een Europees verkiezingskader is vertraagd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat de hervorming van de procedure voor de verkiezing van het Parlement erop gericht moet zijn de democratische dimensie van de Europese verkiezingen en de legitimiteit van het besluitvormingsproces van de EU te vergroten, door te zorgen voor gelijke deelname van alle EU-burgers, waardoor het verkiezingskader wordt afgestemd op de rol van het Parlement als medewetgever die rechtstreeks door de burgers van de EU wordt gekozen; overwegende dat een dergelijke hervorming zou moeten dienen om het concept van EU-burgerschap te versterken, de werking van het Parlement en de governance van de EU te verbeteren en de beginselen van electorale gelijkheid, gelijke kansen en inclusie te versterken; overwegende dat een hervorming de transparantie, toegankelijkheid en betrokkenheid van jongeren moet verbeteren;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat er nog geen alomvattende overeenkomst is bereikt over een echt eenvormige verkiezingsprocedure en dat het huidige kader sterk gefragmenteerd blijft; overwegende dat er in bepaalde opzichten een geleidelijke convergentie heeft plaatsgevonden, maar dat de huidige nationale regels nog steeds leiden tot aanzienlijke verschillen tussen de lidstaten op belangrijke gebieden, waardoor de electorale gelijkheid wordt ondermijnd en zowel het beeld van één enkele, gezamenlijke Europese verkiezing als het vertrouwen van de burgers in het Europese democratische proces wordt verzwakt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat de Europese verkiezingen, ondanks verschillende hervormingen, nog steeds grotendeels volgens het nationale recht worden geregeld, dat de verkiezingscampagnes nog steeds grotendeels nationaal getint zijn en dat de Europese politieke partijen niet in voldoende mate kunnen beantwoorden aan hun grondwettelijke mandaten of kunnen bijdragen “tot de vorming van een Europees politiek bewustzijn en tot de uiting van de wil van de burgers van de Unie”, zoals vereist uit hoofde van artikel 10, lid 4, VEU; overwegende dat de herschikking van de verordening betreffende het statuut en de financiering van Europese politieke partijen en Europese politieke stichtingen<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EU, Euratom) nr. 1141/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2014 betreffende het statuut en de financiering van Europese politieke partijen en Europese politieke stichtingen (PB L 317 van 4.11.2014, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2014/1141/oj).</FIELD></FOOTNOTE> voor meer duidelijkheid heeft gezorgd op dat vlak;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat een kiesdrempel voor de toewijzing van zetels het minimumpercentage van de stemmen is dat een politieke partij of coalitie moet behalen om een zetel in de wetgevende vergadering binnen te halen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat Besluit (EU, Euratom) 2018/994<FOOTNOTE><FIELD> Besluit (EU, Euratom) 2018/994 van de Raad van 13 juli 2018 tot wijziging van de Akte betreffende de verkiezing van de leden van het Europees Parlement door middel van rechtstreekse algemene verkiezingen, gehecht aan Besluit 76/787/EGKS, EEG, Euratom van de Raad van 20 september 1976 (PB L 178 van 16.7.2018, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2018/994/oj).</FIELD></FOOTNOTE> van de Raad een drempel tussen 2 % en 5 % vaststelt voor lidstaten met kiesdistricten van meer dan 35 zetels; overwegende dat kiesdrempels een evenwicht moeten vinden tussen bestuurbaarheid en politieke pluraliteit;</P></CONS><CONS><P><NO.P>K.</NO.P>overwegende dat het ratificatieproces van de hervorming van 2018 vertraging heeft opgelopen, waarbij enkele lidstaten de noodzakelijke ratificatieprocedures niet op tijd hebben afgerond met het oog op de Europese verkiezingen van 2024;</P></CONS><CONS><P><NO.P>L.</NO.P>overwegende dat elke EU-burger gelijke kansen heeft om deel te nemen aan het democratische proces, teneinde een meer inclusief verkiezingsproces te waarborgen; overwegende dat slechts enkele leden van het Europees Parlement behoren tot nationale en etnische minderheden die in hun respectieve lidstaten officieel als minderheden worden erkend overeenkomstig hun respectieve grondwettelijke of wettelijke kaders en de betreffende instrumenten van de Raad van Europa; overwegende dat de Commissie van Venetië en de Raad voor Democratische Verkiezingen in hun verslag van 15 maart 2005 over verkiezingsregels en positieve actie voor nationale minderheden in besluitvormingsprocessen in Europese landen een aantal maatregelen hebben aanbevolen om de eerlijke vertegenwoordiging van minderheden te waarborgen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>M.</NO.P>overwegende dat bij de hervorming van de verkiezingsprocedure op basis van artikel 223, lid 1, VWEU de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid en de controle- en ratificatiebevoegdheden van de nationale parlementen ten volle in acht moeten worden genomen;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Belangrijkste conclusies</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>herinnert eraan dat de weg naar de europeanisering van de nationale verkiezingsregels voor de verkiezingen van het Europees Parlement baat zou hebben bij verdere versterking, met name wat betreft de toegankelijkheid voor kansarme groepen, gemeenschappelijke termijnen voor de voltooiing van de kieslijsten, voorkoming van dubbel stemmen en vergroting van de zichtbaarheid en de rol van Europese politieke partijen in verkiezingsprocessen; brengt echter in herinnering dat veel bestaande bepalingen in de huidige Europese Verkiezingsakte in alle lidstaten zijn uitgevoerd, namelijk een stelsel van evenredige vertegenwoordiging, een maximale kiesdrempel van 5 % en een verbod voor leden van het Europees Parlement om een dubbel mandaat in nationale parlementen en het Europees Parlement uit te oefenen; is echter van mening dat de voltooiing van een Europese “demos” nog lang niet is voltooid en dat de beleidsinspanningen moeten worden opgevoerd om de Unie minder bureaucratisch en meer democratisch te maken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>herhaalt dat Europese verkiezingen nog steeds grotendeels plaatsvinden binnen nationale wettelijke en institutionele kaders, die in een heel andere fase van de Europese integratie zijn bedacht; benadrukt dat deze regels niet meer overeenkomen met de grotere rol en wetgevende bevoegdheden van het Europees Parlement, met name sinds de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>herinnert eraan dat Besluit (EU, Euratom) 2018/994 van de Raad een aantal bepalingen bevat die de lidstaten verplicht zijn of worden verzocht uit te voeren; wijst erop dat facultatieve maatregelen door sommige lidstaten niet zijn uitgevoerd en dat sommige verplichte maatregelen door sommige lidstaten op verschillende wijze zijn uitgevoerd, zoals die met betrekking tot het voorkomen van dubbel stemmen; merkt op dat de meeste bepalingen van Besluit (EU, Euratom) 2018/994 van de Raad facultatief blijven; is van mening dat de beperkte omzetting van deze niet-bindende bepalingen wijst op een gebrek aan politieke wil om de nationale weerstand te overwinnen en zich in te zetten voor een democratisch proces dat de Europese dimensie beter weerspiegelt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>herinnert eraan dat de termijnen voor de voltooiing van de kieslijsten voorafgaand aan de Europese verkiezingen sterk uiteenlopen tussen de lidstaten, momenteel variërend van 21 tot 90 dagen, waardoor de kandidaten en de kiezers in de hele EU in een ongelijke positie verkeren voor wat de tijd betreft die zij hebben om campagne te voeren of na te denken over hun stemkeuze;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>wijst erop dat de totstandbrenging van een Europese publieke ruimte en een politiek debat dat de nationale grenzen overstijgt, met name in de context van Europese verkiezingen, essentieel is om de EU-democratie te versterken; onderstreept dat Europese politieke partijen een belangrijk instrument zijn om een dergelijk debat te stimuleren; is van mening dat alle stembiljetten de namen van de kandidaten en het logo van de Europese politieke partij waaraan elke nationale partij is gelieerd, moeten bevatten, en dat de kandidaten voldoende zichtbaar moeten zijn in online-, televisie- en radiocampagnes, op affiches en ander materiaal dat wordt gebruikt bij Europese verkiezingscampagnes; beschouwt deze maatregelen als een minimumvereiste om kiezers te informeren over de Europese dimensie van hun stem en om Europese politieke partijen in staat te stellen hun rol uit hoofde van artikel 10, lid 4, VEU te vervullen; is van mening dat deze maatregelen de Europese verkiezingen transparanter zouden maken, elke verstoring van het recht van kiezers om geïnformeerd te worden over het bestaan van alliantieovereenkomsten tussen politieke partijen bij Europese verkiezingen zouden voorkomen, en burgers in staat zouden stellen bewust hun stem uit te brengen op een politieke partij die behoort tot de fractie van hun voorkeur in het Europees Parlement; betreurt het dat deze maatregel slechts facultatief is uit hoofde van Besluit (EU, Euratom) 2018/994 van de Raad en tot op heden in geen enkele lidstaat in nationale wetgeving is omgezet;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>herinnert eraan dat het verkiezingsproces inclusiever moet worden gemaakt om ervoor te zorgen dat elke burger, ongeacht zijn omstandigheden, gelijke kansen heeft om deel te nemen aan het democratische proces; wijst erop dat het kiezers met een handicap in sommige lidstaten nog steeds niet is toegestaan het aan hen toegewezen stembureau te wijzigen in een ander bureau dat beter aan hun behoeften voldoet, of om toegang te krijgen tot verkiezingsinformatie in toegankelijke formaten; benadrukt dat alle belemmeringen voor het recht om te stemmen en zich kandidaat te stellen voor personen met een handicap onverenigbaar zijn met de verplichtingen die voortvloeien uit het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap, en moeten worden weggenomen teneinde de toegankelijkheid voor iedereen tijdens het hele verkiezingsproces te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>merkt op dat het stemmen per brief en de aanvullende middelen in Besluit (EU, Euratom) 2018/994 van de Raad worden gepresenteerd als een facultatieve maatregel om de toegankelijkheid voor personen met een handicap te vergemakkelijken; onderstreept dat, hoewel deze doelstelling essentieel is, stemmen per brief ook een bredere rol speelt bij het flexibeler en inclusiever maken van verkiezingsdeelname; benadrukt dat het aanbieden van stemmen per brief als een gegarandeerde optie in alle lidstaten niet alleen ten goede zou komen aan personen met een handicap, maar ook aan burgers die door buitengewone omstandigheden niet persoonlijk kunnen stemmen; is van mening dat een ruimere toegang tot stemmen per brief de deelname zou bevorderen, vooral van mobiele EU-burgers en jongere kiezers, en zou bijdragen tot een hogere algemene opkomst;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>herinnert eraan dat de situatie van EU-burgers met een dubbele nationaliteit nog niet is opgelost, aangezien het nog steeds mogelijk is dat een EU-burger met dubbele nationaliteit automatisch wordt opgenomen op de kiezerslijsten van meer dan één lidstaat, zonder dat deze persoon zich kan uitschrijven; merkt op dat een EU-burger met dubbele nationaliteit die automatisch is ingeschreven op meer dan één kiezerslijst, maar die slechts in één lidstaat stemt, zoals vereist, desondanks kan worden geacht niet te hebben gestemd in de andere lidstaat en als gevolg daarvan een boete kan krijgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>is ingenomen met het initiatief van het Parlement om via een wijziging van de Europese Verkiezingsakte regelingen voor stemming bij volmacht in geval van zwangerschapsverlof in te voeren, als een evenwichtige en praktische oplossing om leden van het Europees Parlement te ondersteunen en tegelijkertijd de continuïteit van de vertegenwoordiging te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>benadrukt dat Besluit (EU, Euratom) 2018/994 van de Raad nog niet van kracht is omdat het ratificatieproces in één resterende lidstaat nog gaande is; stelt vast dat Duitsland weliswaar Besluit (EU, Euratom) 2018/994 van de Raad heeft geratificeerd, maar dat de Duitse kieswet voor de Europese verkiezingen niet is gewijzigd, omdat de drempel van 2 %, zolang deze niet verplicht is op grond van EU-recht, niet in het Duitse recht kan worden opgenomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>neemt kennis van de rol van de Commissie als bemiddelaar in de institutionele besprekingen tussen het Parlement en de Raad over het nieuwe voorstel tot hervorming van de Europese verkiezingsakte; acht het van essentieel belang een constructieve dialoog met de Raad aan te gaan om het voorstel van het Parlement van 2022 te evalueren en vooruitgang te boeken; onderstreept dat het gebrek aan vooruitgang niet te wijten is aan technische of juridische obstakels, maar aan een gebrek aan politieke wil bij de lidstaten om werk te maken van de voorstellen van het Parlement; is van mening dat dit verslag een nieuwe impuls moet geven om onverwijld interinstitutionele onderhandelingen over het voorstel voor 2022 te starten en dringt er bij de komende voorzitterschappen van de Raad op aan hun verplichtingen uit hoofde van het beginsel van wederzijdse en loyale samenwerking na te komen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Aanbevelingen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>is van mening dat transparantie van het verkiezingsproces en toegang tot betrouwbare informatie essentiële factoren zijn in het vormen van een Europees politiek bewustzijn en het behalen van een verkiezingsopkomst die hoog genoeg is om als een mandaat van het electoraat te worden beschouwd; beklemtoont dat kandidaten dezelfde kansen moeten krijgen om campagne te voeren en dat burgers ruim van tevoren moeten worden geïnformeerd over de mensen die zich kandidaat stellen voor de Europese verkiezingen; wijst er dan ook op dat het belangrijk is de termijnen voor de indiening van kieslijsten in alle lidstaten te harmoniseren, zoals het Parlement herhaaldelijk heeft gevraagd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>benadrukt dat het van essentieel belang is de toegang tot het stemmen bij Europese verkiezingen te vergemakkelijken en te waarborgen dat allen die stemrecht hebben, dit recht kunnen uitoefenen door middel van stemming per brief of andere aanvullende middelen; verzoekt de lidstaten om alle burgers, met inbegrip van personen met een handicap, gelijke toegang tot informatie en het verkiezingsproces te garanderen, met name wanneer openbare voorzieningen niet volledig toegankelijk zijn; roept de lidstaten bovendien op om het actief en passief kiesrecht voor personen met een handicap te waarborgen door bepalingen vast te stellen die de toegankelijkheid van stemfaciliteiten, stembureaus, verkiezingsprocedures en verkiezingsmateriaal voor personen met een handicap harmoniseren en hen in staat stellen om zelfstandig en in het geheim te stemmen; merkt op dat de verantwoordelijkheid voor het reguleren van toegankelijkheid volledig bij de lidstaten blijft berusten en verzoekt hen samen te werken met organisaties van personen met een handicap om de juridische en praktische belemmeringen die hen verhinderen om als kiezer en als kandidaat aan verkiezingen deel te nemen, te beoordelen en aan te pakken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>verzoekt alle lidstaten alle facultatieve maatregelen van Besluit (EU, Euratom) 2018/994 van de Raad uit te voeren en met name de zichtbaarheid van lijstverbindingen bij Europese verkiezingen, de aansluiting van nationale politieke partijen bij Europese politieke partijen, Europese kiezersverenigingen en andere Europese verkiezingsentiteiten te vergroten door middel van mediacampagnes, de verspreiding van eenvormige stembiljetten waarop Europese allianties in elke lidstaat duidelijk worden aangegeven, en vermeldingen op alle andere verkiezingsmaterialen; is van mening dat nationale partijen en kiezersverenigingen tijdens de verkiezingscampagne en op de stembiljetten in voorkomend geval moeten aangeven dat zij banden hebben met Europese politieke partijen of andere Europese verkiezingsentiteiten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>roept alle lidstaten op concrete stappen te ondernemen om de vereisten voor kandidaatstelling te harmoniseren teneinde alle politieke actoren eerlijke en gelijke toegang tot het verkiezingsproces te garanderen, overeenkomstig het beginsel van eerlijke concurrentie en democratisch pluralisme;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>benadrukt dat de ratificatie van Besluit (EU, Euratom) 2018/994 van de Raad door alle lidstaten verplicht blijft voor de inwerkintreding ervan; dringt er daarom bij de resterende lidstaat op aan de ratificatieprocedure te starten;</P></ACTION><SEPARATION><P>°</P><P>°		°</P></SEPARATION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>