<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2026)0012</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Uitvoering van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid – jaarverslag 2025</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0253/2025 - Rapporteur: David McAllister)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 21 januari 2026 over de uitvoering van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid – jaarverslag 2025 (2025/2164(INI))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU), en met name de artikelen 14, 16, 21, 24, 36 en 41,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van 25 juni 2025 van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid getiteld “Common Foreign and Security Policy Report – Our priorities in 2025”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de conclusies van de Europese Raad van 18 december 2025,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 8 mei 2025 over de terugkeer van Oekraïense kinderen die onder dwang naar Rusland zijn overgebracht en gedeporteerd<FOOTNOTE><FIELD>Aangenomen teksten, P10_TA(2025)0096.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 9 juli 2025 over de menselijke tol van Ruslands oorlog tegen Oekraïne en de noodzaak om dringend een einde te maken aan de Russische agressie: de situatie van illegaal vastgehouden burgers en krijgsgevangenen, en het voortdurend bestoken van burgers<FOOTNOTE><FIELD>Aangenomen teksten, P10_TA(2025)0160.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 23 november 2022 over de aanmerking van de Russische Federatie als staatssponsor van terrorisme<FOOTNOTE><FIELD>PB C 167 van 11.5.2023, blz. 18.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de opmerkingen van de secretaris-generaal van de VN van 22 september 2025 aan de Algemene Vergadering ter gelegenheid van het tachtigjarig bestaan van de Verenigde Naties,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de toespraak over de Staat van de Unie van 10 september 2025 door de voorzitter van de Europese Commissie, Ursula von der Leyen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 8 oktober 2025 over de politieke strategie van de EU ten opzichte van Latijns-Amerika<FOOTNOTE><FIELD>Aangenomen teksten, P10_TA(2025)0221.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het EU-actieplan voor gendergelijkheid en empowerment van vrouwen in het externe optreden 2021-2025 (GAP III),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring van de derde top tussen de EU en de Gemeenschap van Latijns-Amerikaanse en Caribische Staten (Celac) van 18 juli 2023,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de gemeenschappelijke verklaring van de vierde top EU-Celac van 9 november 2025,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het strategisch concept 2022 van de NAVO van 29 juni 2022,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring op de NAVO-top van Den Haag van 25 juni 2025,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de EU-richtsnoeren over mensenrechtenverdedigers, die in 2004 zijn aangenomen, in 2008 zijn bijgewerkt en in 2020 zijn gespecificeerd met een leidraad voor de uitvoering ervan,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 23 januari 2025 over de desinformatie en geschiedvervalsing door Rusland om de aanvalsoorlog tegen Oekraïne te rechtvaardigen<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2025/2147, 23.4.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/2147/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Handvest van de Verenigde Naties van 26 juni 1945,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof van 17 juli 1998,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 20 november 2002 tussen het Europees Parlement en de Raad over de toegang van het Europees Parlement tot gevoelige gegevens van de Raad op het gebied van het veiligheids- en defensiebeleid<FOOTNOTE><FIELD>PB C 298 van 30.11.2002, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn eerdere resoluties over schendingen van de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat, die overeenkomstig artikel 150 van zijn Reglement zijn aangenomen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het rapport van Sauli Niinistö van 30 oktober 2024 getiteld “Safer Together – Strengthening Europe’s Civilian and Military Preparedness and Readiness” (Samen veiliger – Versterking van de civiele en militaire paraatheid en gereedheid van Europa),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 17 januari 2024 over de gevolgen op veiligheids- en defensiegebied van de invloed van China voor kritieke infrastructuur in de Europese Unie<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2024/5719, 17.10.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/5719/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 24 oktober 2024 over de verkeerde interpretatie van VN-resolutie 2758 door de Volksrepubliek China en haar voortdurende militaire provocaties rond Taiwan<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2025/487, 29.1.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/487/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 9 september 2025 over het ontwerpbesluit van de Raad betreffende de sluiting namens de Unie van een partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Kirgizische Republiek, anderzijds<FOOTNOTE><FIELD>Aangenomen teksten, P10_TA(2025)0170.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 28 februari 2024 over de uitvoering van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid – jaarverslag 2023<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2024/6739, 26.11.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/6739/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de gezamenlijke verklaring van de top van de leiders van de EU en het Verenigd Koninkrijk op 19 mei 2025,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de gezamenlijke verklaring naar aanleiding van de eerste top EU – Centraal-Azië van 4 april 2025,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring van Kiruna van 15 mei 2013,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de in december 2025 gepubliceerde nationale veiligheidsstrategie van de VS,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2025/2600 van de Raad van 12 december 2025 betreffende noodmaatregelen om het hoofd te bieden aan de ernstige economische moeilijkheden veroorzaakt door acties van Rusland in de context van de aanvalsoorlog tegen Oekraïne<FOOTNOTE><FIELD>PB L, 2025/2600, 13.12.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2025/2600/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Resolutie 1325(2000) van de VN-Veiligheidsraad inzake vrouwen, vrede en veiligheid,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 27 november 2025 over het standpunt van de EU over het voorgestelde plan en de inzet van de EU voor een rechtvaardige en duurzame vrede in Oekraïne<FOOTNOTE><FIELD>Aangenomen teksten, P10_TA(2025)0312.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 11 september 2025 over Gaza op een breekpunt: EU-actie ter bestrijding van de hongersnood en de dringende noodzaak om de gijzelaars vrij te laten en toe te werken naar een tweestatenoplossing<FOOTNOTE><FIELD>Aangenomen teksten, P10_TA(2025)0199.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Resolutie 2803(2025) van de VN-Veiligheidsraad, waarin het alomvattende plan om een einde te maken aan het conflict in Gaza wordt verwelkomd,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 55 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie buitenlandse zaken (A10-0253/2025),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB) van de EU de vrede moet handhaven, de internationale veiligheid moet versterken en internationale samenwerking moet bevorderen, en aldus de strategische belangen van Europa als bedoeld in artikel 21 VEU moet dienen door de veiligheid van de Unie en de belangen van alle lidstaten te beschermen, onder meer door middel van overtuigende afschrikking; overwegende dat deze doelstellingen moeten worden nagestreefd terwijl democratie, de rechtsstaat en de eerbiediging van de mensenrechten, waaronder de rechten van vrouwen en minderheden, worden bevorderd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat oorlogen en gewapende conflicten, waaronder directe confrontaties en toenemende spanningen alsook hybride aanvallen het afgelopen jaar bijna elk continent hebben getroffen; overwegende dat de toenemende geopolitieke en economische confrontaties een factor vormen die een nieuwe escalatie van bevroren conflicten en het uitbreken van nieuwe conflicten in de hand werkt; overwegende dat de internationale organisaties die zijn opgericht om dergelijke spanningen te voorkomen, problemen hebben ondervonden bij hun inspanningen om hun mandaat uit te voeren, waardoor een dringende hervorming ervan onontbeerlijk is en een grotere collectieve betrokkenheid van democratieën bij de versterking van de defensie vereist is;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat het dringend noodzakelijk is de op regels gebaseerde internationale orde en de instellingen daarvan, de universele normen, waarden en beginselen van het VN-Handvest, zoals mensenrechten en internationale gerechtigheid, multilateralisme en de Slotakte van Helsinki, met name wat betreft de niet-schending van internationale grenzen en het geweldsverbod, te blijven verdedigen en versterken; overwegende dat de EU van nature de multilaterale onderlinge afhankelijkheid van verschillende institutionele actoren bevordert;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat bepaalde historische en andere opkomende mogendheden complex gedrag vertonen, variërend van nauwe samenwerking tot sectorale confrontatie en dwang; overwegende dat Rusland, dat een onwettige en niet-uitgelokte aanvalsoorlog tegen Oekraïne voert, een leidende rol speelt bij het ondermijnen van de op regels gebaseerde internationale orde; overwegende dat Rusland zijn illegale aanvalsoorlog tegen Oekraïne opzettelijk voortzet met als doel Oekraïne uit te putten en de EU en de NAVO te destabiliseren; overwegende dat de bescherming van de hele oostelijke flank van de EU van essentieel belang is voor de stabiliteit, veiligheid en veerkracht van de EU als geheel; overwegende dat het huidige gefragmenteerde geopolitieke klimaat de EU dwingt haar belangen en die van haar lidstaten aan te passen en beter te beschermen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat de EU met trans-Atlantische partners en gelijkgestemde landen samenwerkt om haar economische veiligheid te versterken;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat de vredesovereenkomst van Dayton/Parijs 30 jaar geleden een einde maakte aan de verwoestende oorlog in Bosnië en Herzegovina; overwegende dat de volledige tenuitvoerlegging van de beginselen van die overeenkomst van cruciaal belang is;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat de EU en het VK in hun gezamenlijke verklaring van 19 mei 2025 hun gezamenlijke inzet vermelden voor de stabiliteit van de Westelijke Balkan; overwegende dat de EU en het VK concrete gebieden voor samenwerking in de regio moeten vaststellen, met name om ervoor te zorgen dat het beginsel van machtsdeling van de vredesovereenkomst van Dayton-Parijs wordt nageleefd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat bepaalde internationale actoren, met name autoritaire staten, de Europese veiligheid en stabiliteit in gevaar brengen door gebruik te maken van een uitgebreide reeks hybride tactieken, met name de sabotage van kritieke infrastructuur en inmenging in de democratische werking van onze samenlevingen, alsook algehele veiligheidsbedreigingen zoals schendingen van het luchtruim met drones en aanvallen op spoorwegnetwerken; overwegende dat het aanpakken van dergelijke bedreigingen deel uitmaakt van het GBVB van de EU, waardoor een betrouwbaar systeem voor inlichtingen uit de eerste hand over externe bedreigingen nodig is dat bijdraagt tot het vermogen van de EU om snel en doeltreffend te reageren en haar belangen in het buitenland te beschermen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat uitbreiding op het hele continent een geostrategische investering is in vrede, democratie, stabiliteit, veiligheid, klimaatbescherming en welvaart op de lange termijn, vooral in het licht van de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne; overwegende dat voor de voorbereiding op uitbreiding interne EU-hervormingen vereist zijn en dat de EU het uitbreidingsproces gelijktijdig moet uitvoeren met de institutionele en besluitvormingshervormingen die nodig zijn om het vermogen van de EU om nieuwe leden op te nemen te waarborgen; overwegende dat een geloofwaardig uitbreidingsbeleid de geopolitieke invloed en veerkracht van de EU versterkt; overwegende dat naleving van de grondbeginselen van de Unie en eerbiediging van het internationaal recht voorwaarden zijn voor toetreding tot de EU;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat de EU haar eigen, autonome Europese diplomatie op alle gebieden blijft bevorderen, met inbegrip van publieks-, culturele, economische, klimaat-, artificiële intelligentie-, digitale en cyberdiplomatie; overwegende dat de totstandbrenging van een diplomatieke dienst van de EU, die wordt gevormd door een gemeenschappelijke diplomatieke cultuur die voornamelijk vanuit een EU-perspectief wordt bevorderd, in dit verband een essentiële stap is; overwegende dat de diplomatieke academie van de Europese Unie tot deze doelstelling bijdraagt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>K.</NO.P>overwegende dat de EU prioriteit geeft aan partnerschappen met gelijkgestemde democratieën; overwegende dat de sluiting van nieuwe mondiale partnerschappen gebaseerd is op politieke zorgvuldigheid om afhankelijkheid te voorkomen die de EU aan dwang blootstelt en om te waarborgen dat samenwerking de mensenrechten, duurzame ontwikkeling of de solidariteit van de EU niet ondermijnt; overwegende dat sectorale samenwerking niet ten koste mag gaan van de fundamentele waarden van de EU; overwegende dat verdeeldheid binnen de EU of het trans-Atlantisch bondgenootschap en tussen de EU en haar strategische partners ons allemaal zwakker maakt en onze tegenstanders, rivalen en concurrenten ten goede komt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>L.</NO.P>overwegende dat in de Nationale Veiligheidsstrategie van de VS (NSS) van 4 december 2025 de klemtoon drastisch is verschoven ten opzichte van de strategie van 2021, aangezien een wezenlijke beoordeling van de uitdagingen omtrent actoren zoals Rusland en China ontbreekt, en kritische opmerkingen worden gemaakt over vermeende democratische tekortkomingen in bepaalde EU-lidstaten; overwegende dat ontwikkelingen in de wereld in de NSS grotendeels worden benaderd vanuit het oogpunt van economische en strategische belangen, waaruit een meer transactionele benadering ten aanzien van traditionele bondgenoten blijkt en waarmee de beginselen die decennialang ten grondslag lagen aan het Amerikaanse buitenlands beleid dus in vraag worden gesteld; overwegende dat de woordvoerder van het Kremlin publiekelijk zijn tevredenheid uitte over de NSS, die in verschillende EU-landen echter bezorgd onthaald werd, hetgeen vragen doet rijzen over de gevolgen van de strategie voor de trans-Atlantische eenheid en de geloofwaardigheid van collectieve afschrikking;</P></CONS><CONS><P><NO.P>M.</NO.P>overwegende dat de met de EU geassocieerde landen en gebieden overzee (LGO’s), nauwe constitutionele, historische en culturele banden met de lidstaten hebben; overwegende dat zij de EU een unieke mondiale aanwezigheid en geostrategische voordelen bieden, met name in de Atlantische, de Indische en de Stille Oceaan, alsook in het noordpoolgebied en Antarctica; overwegende dat het GBVB de gestructureerde samenwerking met de LGO’s moet versterken op gebieden als veiligheid, strategische commerciële routes, weerbaarheid tegen klimaatverandering, maritieme veiligheid en kritieke grondstoffen, en er zo voor moet zorgen dat de LGO’s nauwer in de prioriteiten van het extern optreden van de Unie worden geïntegreerd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>N.</NO.P>overwegende dat de ruimte voor het maatschappelijk middenveld wereldwijd afneemt en dat mensenrechtenverdedigers en maatschappelijke organisaties steeds meer risico lopen op aanvallen en bedreigingen door overheids- en niet-overheidsactoren;</P></CONS><CONS><P><NO.P>O.</NO.P>overwegende dat een levendig maatschappelijk middenveld wereldwijd een cruciale rol speelt bij de bevordering van de mensenrechten, de democratie en het pluralisme, alsook van goed bestuur en sociale vooruitgang;</P></CONS><CONS><P><NO.P>P.</NO.P>overwegende dat het Parlement onlangs zijn ondubbelzinnige standpunt over de mensenrechtenschendingen in Cuba en over de stand van zaken in Venezuela kenbaar heeft gemaakt; overwegende dat het herhaaldelijk het regime van Daniel Ortega en Rosario Murillo in Nicaragua heeft veroordeeld;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Q.</NO.P>overwegende dat Nicolás Maduro op 10 januari 2025 een nieuwe ambtstermijn heeft opgeëist en zijn greep op de macht op illegale wijze heeft behouden, ondanks wijdverbreide verkiezingsfraude; overwegende dat het Edmundo González Urrutia heeft erkend als de legitieme en democratisch verkozen president van Venezuela en María Corina Machado als leider van de democratische oppositie door hun de Sacharovprijs voor de vrijheid van denken 2024 toe te kennen; overwegende dat María Corina Machado verder werd bekroond als winnaar van de Nobelprijs voor de vrede voor 2025; overwegende dat recente politieke ontwikkelingen, waaronder de ontzetting van Nicolás Maduro uit de macht en het begin van de vrijlating van politieke gevangenen, wijzen op een kritiek moment in de democratische transitie van Venezuela; overwegende dat de situatie tegelijkertijd instabiel blijft, dat belangrijke machtsstructuren van het voormalige regime nog steeds overeind staan en dat er aanzienlijke uitdagingen blijven bestaan ten aanzien van een consolidatie van de democratie;</P></CONS><CONS><P><NO.P>R.</NO.P>overwegende dat de beginselen van de VN in een nooit eerder geziene mate ter discussie worden gesteld; overwegende dat het Parlement de internationale gemeenschap herhaaldelijk heeft opgeroepen de VN te verdedigen en te versterken;</P></CONS><CONS><P><NO.P>S.</NO.P>overwegende dat de multilaterale wereldorde zich niet voldoende heeft aangepast aan de huidige geopolitieke realiteit; overwegende dat het door de secretaris-generaal van de VN gelanceerde VN80-initiatief een onmisbaar onderdeel is van de hervorming van de VN en zou inhouden dat er een einde wordt gemaakt aan het vetosysteem in de VN-Veiligheidsraad; overwegende dat de schrijnende financiële situatie van de VN aanleiding geeft tot ernstige bezorgdheid; overwegende dat de VN wordt geconfronteerd met een verlaging van de begroting met 500 miljoen USD en de inkrimping van haar personeel met 20 %; overwegende dat de VN na de intrekking van de financiële steun van de VS te maken heeft met verdere aanzienlijke bezuinigingen op haar agentschappen voor vredeshandhaving, humanitaire hulp en gezondheid; overwegende dat het hervormingsproces van de VN voldoende financiële middelen en politieke steun vereist om multilateralisme als basis voor mondiaal bestuur te ondersteunen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>T.</NO.P>overwegende dat de georganiseerde misdaad, en met name de drugshandel, een ernstige bedreiging vormt voor de veiligheid van de EU; overwegende dat de EU sinds 2020 de grootste consumentenmarkt voor cocaïne ter wereld is geworden; overwegende dat deze cocaïne grotendeels afkomstig is uit Latijns-Amerika en de EU hoofdzakelijk binnenkomt via haar Atlantische havens;</P></CONS><CONS><P><NO.P>U.</NO.P>overwegende dat autoritaire regimes, criminele netwerken en terroristische groeperingen de gezondheid en veiligheid van Europeanen in gevaar brengen door illegale drugs- en mensenhandel, hetgeen bijdraagt tot regionale instabiliteit en in bepaalde gevallen neerkomt op de inzet van migratie als wapen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>V.</NO.P>overwegende dat de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne de Europese en mondiale veiligheid ernstig heeft ondermijnd en economische onzekerheid, voedselonzekerheid en hoge energieprijzen heeft veroorzaakt en tegelijkertijd de oostelijke buurlanden van de EU heeft gedestabiliseerd; overwegende dat deze agressie deel uitmaakt van een bredere strategie die een imperialistische en expansionistische agenda nastreeft, die begon met de oorlog in Georgië in 2008; overwegende dat het memorandum van Boedapest van 1994 over veiligheidsgaranties, op grond waarvan Oekraïne alle kernwapens van zijn grondgebied heeft verwijderd in ruil voor veiligheidsgaranties, ook uit Rusland, de Russische aanvalsoorlog niet heeft voorkomen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>W.</NO.P>overwegende dat Rusland onverminderd doorgaat met het plunderen van Oekraïens nationaal erfgoed; overwegende dat de Russische aanvalsoorlog ernstige en langdurige schade heeft toegebracht aan het milieu in Oekraïne; overwegende dat de Russische Federatie intense en opzettelijke aanvallen uitvoert op de energie-infrastructuur van Oekraïne;</P></CONS><CONS><P><NO.P>X.</NO.P>overwegende dat het Internationaal Strafhof (ICC) arrestatiebevelen heeft uitgevaardigd tegen Vladimir Poetin en tegen Maria Lvova-Belova, de Russische commissaris voor kinderrechten, wegens het oorlogsmisdrijf van illegale deportatie en overbrenging van Oekraïense kinderen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Y.</NO.P>overwegende dat de uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens van 9 juli 2025 in de zaak <STRING ITALIC="on">Oekraïne en Nederland</STRING> tegen <STRING ITALIC="on">Rusland</STRING> een belangrijke stap voorwaarts betekent bij het ter verantwoording roepen van Rusland voor zijn aanvalsoorlog en de wreedheden die het in Oekraïne heeft begaan;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Z.</NO.P>overwegende dat de versnelde militarisering van China en zijn strategische partnerschappen met Rusland, Noord-Korea en Iran niet alleen de stabiliteit van de landen in de Indo-Pacifische regio, maar ook die van de gehele internationale gemeenschap in gevaar kan brengen; overwegende dat Noord-Korea de afgelopen jaren, en duidelijk in strijd met de resoluties van de VN-Veiligheidsraad, herhaaldelijk en met een ongekende frequentie ballistische raketten heeft gelanceerd en tegelijkertijd zijn nucleaire capaciteiten zowel in kwalitatief als kwantitatief opzicht heeft versterkt; overwegende dat de assertieve militaire, politieke en economische druk van deze autoritaire en dictatoriale mogendheden, naast hun voortdurende en veelzijdige aanvallen op de op regels gebaseerde internationale orde, enkele van de ernstigste bedreigingen voor de veiligheid van de EU-lidstaten in haar geschiedenis vormen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AA.</NO.P>overwegende dat China tijdens de NAVO-top van 2024 in Washington DC werd genoemd als een beslissende factor voor de Russische agressie; overwegende dat China de illegale agressie van Rusland tegen en de invasie van Oekraïne nooit formeel heeft veroordeeld; overwegende dat Rusland van mening is dat zijn strategische betrekkingen met China op een ongekend hoog niveau staan; overwegende dat de Volksrepubliek China de belangrijkste medestander van Rusland is in zijn aanvalsoorlog en het merendeel van de goederen voor tweeërlei gebruik levert die als input dienen voor de Russische defensiesector, en tegelijkertijd op diplomatiek, politiek en economisch vlak ondersteuning biedt, waardoor de oorlog wordt voortgezet en mogelijk wordt gemaakt; overwegende dat Rusland ernaar streeft de regionale stabiliteit en de Europese aspiraties te ondermijnen door middel van dwangmaatregelen en militaire acties, terwijl China steeds meer gebruikmaakt van economische invloed en strategische partnerschappen om de ontwikkelingen in de buurlanden van de EU te beïnvloeden, samen met andere actoren die tot dergelijke destabilisatie bijdragen; overwegende dat China probeert zijn voetafdruk binnen de EU uit te breiden door middel van een combinatie van door de staat gestuurde investeringen, verwerving van strategische infrastructuur, technologieoverdracht en beïnvloedingsactiviteiten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AB.</NO.P>overwegende dat de situatie van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden in Azerbeidzjan het afgelopen jaar verder is verslechterd; overwegende dat gehoor moet worden gegeven aan alle beschikkingen van het Internationaal Gerechtshof met betrekking tot Nagorno-Karabach, waaronder de beschikking van 17 november 2023 waarin voorlopige maatregelen worden vastgesteld om ervoor te zorgen dat iedereen die uit de regio is gevlucht, veilig, ongehinderd en spoedig kan terugkeren;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AC.</NO.P>overwegende dat het extern optreden van de EU onherroepelijk gebonden is aan de waarden en beginselen die zijn verankerd in artikel 2, artikel 3 lid 5, en artikel 21 VEU, met inbegrip van de soevereiniteit, onafhankelijkheid en territoriale integriteit van alle lidstaten, in overeenstemming met het VN-Handvest; overwegende dat deze beginselen in gelijke mate van toepassing zijn op Cyprus; overwegende dat het buitenlands beleid van Turkije haaks blijft staan op dat van de EU; overwegende dat de constructieve betrokkenheid van Turkije zelf van cruciaal belang is om de gesprekken over een regeling voor Cyprus te hervatten en vooruitgang te boeken binnen het kader van de VN;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AD.</NO.P>overwegende dat de militaire bezetting van EU-grondgebied op Cyprus door Turkije voortduurt, evenals de dreiging met geweld tegen een lidstaat;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AE.</NO.P>overwegende dat de schendingen van het Griekse luchtruim door Turkije en van de luchtverkeersregels in het vluchtinformatiegebied Athene toenemen; overwegende dat ook de schendingen van de Griekse territoriale wateren toenemen, terwijl Turkse vaartuigen systematisch illegale visserijactiviteiten uitvoeren in de Griekse territoriale wateren; overwegende dat er nog steeds geschillen bestaan over opsporings- en reddingsoperaties en over NAVTEX-gerelateerde verantwoordelijkheden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AF.</NO.P>overwegende dat de enige haalbare oplossing voor de Koerdische kwestie in Turkije een rechtvaardige, alomvattende en duurzame regeling is;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AG.</NO.P>overwegende dat Egypte een relevante pijler is voor stabiliteit in het oostelijke Middellandse Zeegebied, hetgeen is onderstreept door het besluit van de EU om 4 miljard EUR aan macrofinanciële bijstand aan Egypte toe te kennen voor de periode 2024-2027;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AH.</NO.P>overwegende dat de EU en de Kirgizische Republiek in 2024 een versterkte partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst hebben ondertekend; overwegende dat de mensenrechten een essentieel onderdeel van de overeenkomst vormen; overwegende dat de zorgwekkende mensenrechtensituatie in het land wijst op een ernstige achteruitgang op dit gebied, die is toegenomen in de context van de vervroegde verkiezingen, zoals onder meer blijkt uit de recente detentie van Temirlan Sultanbekov en het voorstel om in het land de doodstraf opnieuw in te voeren; overwegende dat de Kirgizische regering concrete stappen moet zetten om de dringende problemen aan te pakken die het Parlement in zijn resolutie van 9 september 2025 heeft geformuleerd; overwegende dat de autoriteiten in alle vijf Centraal-Aziatische landen de afgelopen jaren in verschillende mate afwijkende meningen hebben onderdrukt en controles op de vrijheid van meningsuiting hebben aangescherpt, waarbij de intimidatie, pesterijen en vervolging van kritische activisten, journalisten en leden van de lhbtiq+-gemeenschap zijn toegenomen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AI.</NO.P>overwegende dat de allereerste top EU-Centraal-Azië op 3 en 4 april 2025 belangrijk was, aangezien deze een strategisch keerpunt vormde in de betrekkingen tussen beide regio’s, alsook het begin van een gestructureerde dialoog waarin ten volle wordt erkend dat de Centraal-Aziatische regio als kruispunt tussen Europa en Azië een sleutelrol speelt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AJ.</NO.P>overwegende dat de EU in haar betrekkingen met India de voortdurende strategische betrokkenheid van het land bij Rusland moet erkennen, met inbegrip van zijn betreurenswaardige deelname aan de gezamenlijke militaire oefening “Zapad-2025” met Rusland en Belarus, en tegelijkertijd rekening moet houden met geopolitieke uitdagingen op een wijze die de gedeelde belangen van de EU met India versterkt, de veiligheid verbetert en het internationaal recht eerbiedigt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AK.</NO.P>overwegende dat het ingenomen is met de inspanningen van bepaalde Arabische staten en Israël om de diplomatieke betrekkingen in het kader van de Abraham-akkoorden te normaliseren; overwegende dat het initiatieven ondersteunt die gericht zijn op het verkrijgen van brede regionale en internationale steun voor betere Arabisch-Israëlische betrekkingen in de toekomst;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AL.</NO.P>overwegende dat de EU een historische kans heeft om haar alliantie met Latijns-Amerika te verdiepen; overwegende dat de politieke en samenwerkingspijler van de partnerschapsovereenkomst EU-Mercosur de goedkeuring vereist van het Parlement, de Raad en de nationale parlementen van de lidstaten; overwegende dat de handelspijler alleen door het Parlement en de Raad hoeft te worden goedgekeurd; overwegende dat deze goedkeuring een geopolitieke mijlpaal zou betekenen waarmee de mondiale aanwezigheid van de EU wordt bestendigd en de multilaterale, op regels gebaseerde orde wordt versterkt; overwegende dat de overeenkomst een institutioneel kader zal opzetten ter bevordering van de samenwerking op gebieden als de mensenrechten, duurzame ontwikkeling, de digitale economie en bestrijding van georganiseerde misdaad; overwegende dat de goedkeuring en de uitvoering van de overeenkomst de interregionale banden moeten aanhalen, geopolitieke voordelen moeten opleveren en de strategische belangen van de EU moeten bevorderen; overwegende dat de snelle ondertekening en ratificatie van de partnerschapsovereenkomst tussen de EU en Mercosur en de algemene overeenkomst tussen de EU en Mexico de verdieping van de betrokkenheid van de EU bij Latijns-Amerika en de versterking van de politieke banden met Latijns-Amerika ondersteunen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AM.</NO.P>overwegende dat het Arctisch beleid van de EU duurzame economische ontwikkeling moet aanmoedigen, inheemse volkeren moet ondersteunen bij het behouden van hun taal en cultuur, de bescherming van het Arctische ecosysteem moet waarborgen in het licht van de klimaatcrisis en de veerkracht moet bevorderen in het opzicht van geopolitieke uitdagingen van derde landen; overwegende dat in dit beleid rekening moet worden gehouden met de gerechtvaardigde bezorgdheid over de toegenomen samenwerking tussen China en Rusland in het noordpoolgebied; overwegende dat dit beleid de aanbevelingen van de Verklaring van Kiruna volledig moet integreren, meer financiering voor hernieuwbare energie en duurzaam afvalbeheer in Arctische gemeenschappen moet ondersteunen en capaciteit moet opbouwen om ecologische, economische en sociale uitdagingen aan te pakken;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AN.</NO.P>overwegende dat de herhaalde schendingen door Rusland van de soevereiniteit en territoriale integriteit van zijn buurlanden, in combinatie met zijn belemmering van de scheepvaart in de Zee van Azov, de Zwarte Zee en de Oostzee, ernstige twijfels doen rijzen over de vooruitzichten wat betreft duurzame vreedzame co-existentie in het noordpoolgebied; overwegende dat Rusland zijn Arctische infrastructuur en ijsbrekervloot aanzienlijk versterkt, terwijl tegelijkertijd zijn strategische ambities in de regio groeien; overwegende dat de Russische Federatie een strategie volgt om de federale controle over natuurlijke hulpbronnen te consolideren, territoriale claims te versterken en investeringen aan te trekken door middel van speciale stimulansen voor economische zones;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AO.</NO.P>overwegende dat een belangrijke doelstelling van het GBVB voor het noordpoolgebied erin moet bestaan actief te streven naar een volledige waarnemersstatus of, waar mogelijk, de status van deelnemer voor de EU in alle relevante Arctische bestuursorganen waarin zij nog niet vertegenwoordigd is; overwegende dat hiervoor tevens meer interoperabiliteit tussen de EU, haar lidstaten en haar trans-Atlantische bondgenoten is vereist op het gebied van Arctische veiligheid, maritiem toezicht, opsporings- en reddingsoperaties en de bescherming van kritieke infrastructuur;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AP.</NO.P>overwegende dat de bescherming van de godsdienstvrijheid op consistente wijze in het extern optreden van de EU moet worden geïntegreerd; overwegende dat de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV) en de Commissie regelmatig verslag moeten uitbrengen over de godsdienstvrijheid en de vervolging van religieuze minderheden overal ter wereld; overwegende dat geloofsgemeenschappen en confessionele organisaties een sleutelrol kunnen spelen bij het bevorderen van vrede, interreligieuze dialoog, conflictoplossing, humanitaire hulp en de bescherming van de mensenrechten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AQ.</NO.P>overwegende dat de toenemende op geloof gebaseerde vervolging van religieuze minderheden overal ter wereld, met inbegrip van, maar niet beperkt tot, de vervolging van christenen in de wereld, zoals onlangs is waargenomen in Syrië, Nigeria, de Democratische Republiek Congo en Nicaragua, onderstreept dat er meer aandacht moet worden besteed aan de vervolging van religieuze minderheden; overwegende dat de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) met de internationale gemeenschap moet samenwerken om de alarmerende trend van toenemende religieuze vervolging om te buigen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AR.</NO.P>overwegende dat het Global Gateway-initiatief nauwe partnerschappen bevordert met gelijkgestemde landen, op basis van wederzijdse voordelen, economische ontwikkeling en veerkrachtige toeleveringsketens; overwegende dat het doeltreffende gebruik van middelen de belangrijkste prioriteit is, waarbij deze worden geconcentreerd op een beperkt aantal strategische initiatieven, met name de versterking van de infrastructuur en het tegengaan van concurrerende initiatieven van derde landen; overwegende dat de fundamentele waarden van de EU, waaronder eerbiediging van de mensenrechten, goed bestuur, democratie, transparantie en milieuduurzaamheid, altijd als leidraad moeten dienen voor Global Gateway-projecten; overwegende dat bij alle fasen van het ontwerp, de uitvoering en de evaluatie van deze projecten het maatschappelijk middenveld en lokale gemeenschappen systematisch moeten worden betrokken om ervoor te zorgen dat zij op lokale behoeften inspelen, genderbewust zijn en zinvolle ontwikkelingsresultaten opleveren;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AS.</NO.P>overwegende dat de begroting van 300 miljard EUR die aan dit initiatief is toegewezen, minder dan een derde uitmaakt van de begroting van de projecten die reeds lopen in het kader van het vergelijkbare op connectiviteit en infrastructuur gerichte “Belt and Road”-initiatief van China; overwegende dat de huidige financiering voor de EDEO en de EU-delegaties ontoereikend is om in hun behoeften te voorzien, gezien de omvang van de huidige uitdagingen; overwegende dat bezuinigingen op diplomatieke kernactiviteiten het risico op de beëindiging van missies vergroten, waardoor het vermogen van de EU om als mondiale speler op te treden zou worden beperkt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AT.</NO.P>overwegende dat preventieve diplomatie een proactief instrument voor extern beleid is om conflicten tussen partijen te voorkomen, alsmede om te bemiddelen en hen te ondersteunen bij het vinden van vreedzame oplossingen, onder meer door vredesbemiddeling en dialoog; overwegende dat de inspanningen van kwaadwillende actoren van buiten de EU de invloed van de EU overal ter wereld hebben verminderd; overwegende dat de VV/HV samen met de EDEO eerdere Europese diplomatieke inspanningen en de resultaten daarvan moet analyseren; overwegende dat een dergelijke analyse onder meer een duidelijk inzicht in de lokale, historische, culturele en religieuze context vereist; overwegende dat een hernieuwde aanpak van preventieve diplomatie nodig kan zijn om ervoor te zorgen dat de EU op alle niveaus als een betrouwbare partner wordt beschouwd; overwegende dat de verkiezingswaarnemingsmissies van de EU een centrale rol spelen bij de ondersteuning van de democratie overal ter wereld; overwegende dat parlementaire diplomatie en interparlementaire betrekkingen belangrijke instrumenten zijn voor het verwezenlijken van de doelstellingen van het buitenlands beleid van de EU in derde landen en om banden tot stand te brengen die verder reiken dan alleen het regeringsniveau; overwegende dat in het volgende meerjarig financieel kader de begrotingstoewijzing voor democratieondersteuning en verkiezingswaarneming moet worden verhoogd, met name met het oog op de inzet van dergelijke missies in kandidaat-lidstaten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AU.</NO.P>overwegende dat de klimaatverandering in toenemende mate fungeert als een “dreigingsmultiplicator”, wat leidt tot de verdere destabilisatie van kwetsbare landen en regio’s, vermijdbare humanitaire crises en extra migratiedruk;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AV.</NO.P>overwegende dat er in Resolutie 1325(2000) van de VN-Veiligheidsraad inzake vrouwen, vrede en veiligheid, die 25 jaar bestaat, op wordt aangedrongen dat gendergelijkheid en de agenda voor vrouwen, vrede en veiligheid kernbeginselen blijven van het GBVB van de EU; overwegende dat de EDEO en de Commissie de leidende rol van de EU bij de wereldwijde bevordering van vrouwenrechten in stand moeten houden door het genderactieplan III grondig en op ambitieuze wijze uit te voeren; overwegende dat de pijler “Het goede voorbeeld geven” in het genderactieplan III vereist dat de VV/HV het genderevenwicht binnen de EDEO in leidinggevende functies verbetert;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AW.</NO.P>overwegende dat autoritaire en repressieve regeringen zoals die van Rusland, de afgelopen jaren hard hebben ingezet op traditionalistische gendernormen als middel om de staat te legitimeren en sociaal-politieke controle uit te oefenen; overwegende dat transnationale religieuze netwerken en extreemrechtse politieke bewegingen anti-lhbtiq+-beleid bevorderen; overwegende dat deze trends de grondrechten uithollen en een directe uitdaging vormen voor de in het Verdrag betreffende de Europese Unie verankerde waarden, die gendergelijkheid omvatten en de basis vormen van het buitenlands beleid van de Unie;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>benadrukt dat zijn resoluties over de uitvoering van het GBVB een belangrijk onderdeel vormen van zijn bijdrage aan de invulling van het buitenlands beleid van de EU; onderstreept dat deze resoluties de praktische gevolgen aantonen van het versterkte toetsingsrecht op het gebied van buitenlands beleid dat door het Verdrag van Lissabon aan het Parlement is toegekend; wijst erop dat zijn resolutie van 2025 de tweede van deze aard is in deze zittingsperiode en bedoeld is als leidraad voor de uitvoerende macht van de EU bij het vaststellen van de prioriteiten van het buitenlands beleid voor deze zittingsperiode; benadrukt dat de EU in een steeds onstabieler internationaal klimaat gelijktijdig het hoofd moet bieden aan tal van uitdagingen op het gebied van buitenlands beleid die haar direct of indirect raken, waaronder de voortdurende Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne, de conflicten in het Midden-Oosten, de toenemende concurrentie tussen grote mogendheden, de voortdurende pogingen om de multilaterale, op regels gebaseerde internationale orde te ondermijnen en een toenemende verwevenheid van buitenlandse en interne crises; is er sterk van overtuigd dat de EU, om relevant te blijven op het internationale toneel, een vastberaden, gedisciplineerd en assertief buitenlands beleid moet voeren waarmee haar eigen strategische doelstellingen worden verwezenlijkt en dat haar belangen wereldwijd blijft bepalen, handhaven en verdedigen; wijst erop dat de EU zich in haar extern optreden moet laten leiden door de waarden en beginselen die zijn verankerd in artikel 2, artikel 3, lid 5), en artikel 21 van het VEU, die de oprichting, ontwikkeling en uitbreiding van de EU hebben geïnspireerd, waaronder op de gebieden van democratie, de rechtsstaat, de universaliteit en de ondeelbaarheid van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden, de eerbiediging van de menselijke waardigheid en de beginselen van gelijkheid en solidariteit; is voorts van mening dat het GBVB moet zorgen voor de uitvoering van de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling van de VN en de duurzameontwikkelingsdoelstellingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>deelt ten stelligste de bezorgdheid die wordt geuit in het verslag van de VV/HV en is verontrust over het snelle tempo van geopolitieke instabiliteit als gevolg van de assertieve militaire, politieke en economische druk van autoritaire machten en unilaterale actoren; onderstreept dat van Oekraïne tot de Kaukasus, van het Midden-Oosten tot de Sahel, het noordpoolgebied en daarbuiten, een boog van instabiliteit rond Europa is ontstaan, wat de fundamentele onzekerheid illustreert waarin de EU vertoeft; benadrukt dat de huidige geopolitieke context wordt gekenmerkt door de steeds snellere uitholling van democratische normen; stelt met bezorgdheid vast dat multilaterale organisaties sterk zijn verzwakt en de internationale, op regels gebaseerde orde ernstig is ondermijnd, wat leidt tot een klimaat waarin concurrentie en protectionisme samenwerking en vrije handel vervangen en waarin investerings-, informatie- en migratiestromen steeds vaker worden geïnstrumentaliseerd; waarschuwt dat een dergelijke versnippering onze strategische belangen, veiligheid, welvaart en eenheid bedreigt; wijst erop dat de EU het zich niet kan veroorloven naar binnen gekeerd te zijn, maar zich moet blijven openstellen voor en betrokken moet blijven bij de rest van de wereld om haar democratische waarden en belangen te verdedigen, wat op zijn beurt de mobilisatie van onze regionale en mondiale partnerschappen en allianties vereist;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">verzoekt de VV/HV in dit verband een toekomstgericht en coherenter GBVB te ontwikkelen dat:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>de op regels gebaseerde internationale orde beschermt;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>samenwerking op het gebied van gedeelde belangen bevordert;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>c)</SYMBOL>de neutraliteit van bepaalde lidstaten eerbiedigt en ervoor zorgt dat diplomatieke actie wordt ondernomen op een wijze die in overeenstemming is met het Handvest van de Verenigde Naties;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>d)</SYMBOL>duidelijke grenzen en niet-onderhandelbare standpunten vaststelt; en</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>e)</SYMBOL>de zichtbaarheid van het optreden van de EU in het buitenland vergroot;</ITEM></LIST></P></ACTION><ACTION><P>en daarmee de ambitieuze doelstellingen nastreeft en de belangrijkste geopolitieke uitdagingen duidelijk aanpakt die in de volgende paragrafen worden beschreven;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Vormgeven aan de door ons verdedigde op regels gebaseerde internationale orde</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>wijst erop dat de op regels gebaseerde internationale orde de soevereiniteit en territoriale integriteit van staten waarborgt, de universele waarden van de mensenrechten beschermt, vreedzame geschillenbeslechting mogelijk maakt en ervoor zorgt dat macht door recht en niet door geweld wordt bepaald; is verontrust over het feit dat de op regels gebaseerde internationale orde onder ongekende druk staat als gevolg van een combinatie van interne erosie en externe aanvallen; waarschuwt dat de verslechtering ervan wereldwijd leidt tot instabiliteit en conflicten, waardoor onze eigen veiligheid en welvaart worden ondermijnd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>benadrukt dat de illegale, niet-uitgelokte en ongerechtvaardigde aanvalsoorlog van Rusland tegen Oekraïne een flagrante schending van het internationaal recht en het VN-Handvest vormt, alsook een sinds de Tweede Wereldoorlog niet meer voorgekomen aanval op de Europese vredesorde; herinnert eraan dat de Russische agressie tegen Oekraïne in 2014 is begonnen; herhaalt zijn vaste overtuiging dat de Russische agressie uiteindelijk op een fiasco moet uitlopen en dat Oekraïne zal overwinnen, waarbij vrede wordt gewaarborgd door middel van slagvaardigheid, en dat zo duidelijk wordt gemaakt dat geweld niet prevaleert boven het recht, zodat andere landen ervan worden weerhouden te proberen om met militaire middelen grenzen te betwisten; benadrukt dat er dringend behoefte is aan een strategische langetermijnaanpak ten aanzien van Moskou en zijn bondgenoten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>spreekt zijn waardering uit voor de moed en veerkracht van het Oekraïense volk, dat niet alleen zijn soevereiniteit en territoriale integriteit verdedigt, maar ook de fundamentele Europese waarden handhaaft; eist een onmiddellijk en onvoorwaardelijk staakt-het-vuren, de terugtrekking van Rusland uit het gehele internationaal erkende grondgebied van Oekraïne en de terugkeer van alle Oekraïense krijgsgevangenen, alle burgers die zijn ontvoerd en vastgehouden en alle kinderen die illegaal zijn weggevoerd door Rusland en het regime van Loekasjenka; dringt er voorts op aan dat de lichamen van alle gesneuvelde Oekraïense soldaten worden teruggegeven; dringt er bij de EU op aan haar steun aan Oekraïne te handhaven en te versterken, onder meer door middel van politieke, economische, financiële en militaire bijstand, teneinde Oekraïne weerbaarder te maken; is ingenomen met het besluit van de Europese Raad van december 2025 om Oekraïne een financieel bijstandspakket van 90 miljard EUR te verstrekken in de vorm van door de EU gedekte leningen; betreurt echter dat de Raad geen overeenstemming heeft kunnen bereiken over een ambitieuzere financieringsstructuur op basis van bevroren Russische tegoeden, waarmee de toenemende schuldenlast van Oekraïne gereduceerd had kunnen worden; wijst er echter op dat bij Verordening (EU) 2025/2600 van de Raad van 12 december 2025 activa van de Russische Staat voor onbepaalde tijd worden bevroren; benadrukt dat investeringen in de territoriale defensie van Oekraïne en zijn industriële defensiebasis noodzakelijk zijn en wederzijds voordeel opleveren voor Europa, maar als zodanig geen veiligheidsgaranties vormen; is in dit verband ingenomen met het initiatief “Prioritised Ukraine Requirements List” (PURL) van de NAVO en dringt er bij de EU-lidstaten op aan wapens en munitie aan Oekraïne te blijven leveren, met name luchtverdedigingssystemen en uitrusting voor diepteaanvallen, en tegelijkertijd een diplomatieke oplossing voor de oorlog te ondersteunen, in overeenstemming met het internationaal recht, met als doel een rechtvaardige en duurzame vrede tot stand te brengen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>herhaalt zijn oproep om een EU-rechtskader voor de aanwijzing van staten als sponsors van terrorisme te ontwikkelen; verzoekt de Raad de Russische Federatie aan een dergelijke EU-lijst van staatssponsors van terrorisme toe te voegen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>veroordeelt in de krachtigste bewoordingen het onwettige regime van Loekasjenka, dat toestaat dat Belarussisch grondgebied wordt gebruikt als basis voor Russische militaire operaties, waardoor de soevereiniteit van het land wordt ondermijnd en een rechtstreekse bedreiging wordt gevormd voor de veiligheid en stabiliteit van de EU en haar lidstaten, terwijl de eigen bevolking verder wordt onderdrukt; herhaalt de eis van onmiddellijke en onvoorwaardelijke vrijlating van alle politieke gevangenen en dringt erop aan beperkende maatregelen te versterken; hekelt de georkestreerde hybride aanvallen van Belarus op EU-lidstaten, bijvoorbeeld Litouwen, door middel van schendingen van het luchtruim met onbemande luchtvaartuigen en ballonnen, economische dwang, smokkeloperaties, militaire provocaties, cyberaanvallen en desinformatie-activiteiten in opdracht van de staat; benadrukt met bezorgdheid dat de regimes in Rusland en Belarus migratie inzetten als onderdeel van een bredere strategie om de EU, de regeringen van de lidstaten en de NAVO te ondermijnen; dringt er bij de EU en haar lidstaten op aan meer politieke, financiële en technische steun te verlenen aan onafhankelijke media, mensenrechtenverdedigers en initiatieven van het maatschappelijk middenveld die binnen en buiten Belarus actief zijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>is ingenomen met de conclusies van de vergadering van de coalitie van bereidwilligen die op 6 januari 2026 in Parijs is gehouden, met inbegrip van de politiek en juridisch bindende toezeggingen waarin een gemeenschappelijke aanpak wordt vastgesteld om Oekraïne te ondersteunen, zijn militaire vermogens op lange termijn in stand te houden en de vrede en veiligheid te herstellen in het geval van een toekomstige gewapende aanval door Rusland; spreekt zijn steun uit voor het voorstel om een multinationale troepenmacht voor Oekraïne op te richten en moedigt alle EU-lidstaten aan om de nodige aandacht te besteden aan de manier waarop zij een dergelijke troepenmacht het best kunnen ondersteunen; is voorts ingenomen met de besprekingen over een door de VS geleid mechanisme voor toezicht op en verificatie van een staakt-het-vuren; benadrukt dat elk vredesakkoord robuuste en geloofwaardige veiligheidsgaranties voor Oekraïne moet bevatten, moet worden onderhandeld door de gekozen leiders van het land en de steun van de bevolking moet hebben; waarschuwt voor de bedrieglijke voorstellen van Rusland die gericht zijn op het voortzetten van de oorlog, en waarschuwt dat elke door Rusland opgelegde regeling, of elke beloning voor zijn agressie, de Europese veiligheid zou bedreigen; wijst erop dat nauwe samenwerking tussen de EU en de VS van vitaal belang blijft om een rechtvaardige en duurzame vrede in Oekraïne te bereiken en te waarborgen en daarom van cruciaal is voor de veiligheid van het Europese continent, naast de inspanningen van de EU om meer verantwoordelijkheid te nemen voor haar eigen veiligheid;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>benadrukt dat het, in het licht van het veranderende veiligheidslandschap en de toenemende dreiging die van de Russische Federatie uitgaat – met inbegrip van de herhaalde schendingen van het Europese luchtruim – van het grootste belang is dat de EU-lidstaten hun mechanismen voor civiele bescherming met spoed versterken, hetgeen een gecoördineerde en veerkrachtige respons in de hele Unie vereist, waarbij civiele paraatheid wordt versterkt en systemen voor vroegtijdige waarschuwing worden gemoderniseerd; beschouwt deze agressieve en roekeloze handelingen als onverantwoordelijk en een ernstige escalatie door Rusland, hetgeen een bedreiging vormt voor de veiligheid van de EU-burgers, de regionale stabiliteit en de internationale vrede; verzoekt de Commissie om, in nauwe samenwerking met de NAVO, oplossingen te zoeken om dergelijke schendingen in de toekomst te ontmoedigen; is in dit verband ingenomen met de aankondiging door de Commissie van de routekaart voor defensiegereedheid 2030 van de EU, met inbegrip van het initiatief voor droneverdediging; pleit verder voor de instelling van samenwerkingsmechanismen tussen de EU-instellingen en de relevante Oekraïense tegenhangers om beste praktijken uit te wisselen op het gebied van het tegengaan van hybride oorlogvoering en het bestrijden van Russische informatieoperaties, waarbij de wederzijdse weerbaarheid tegen deze evoluerende dreigingen wordt versterkt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>veroordeelt het feit dat de Russische agressie het oostelijk nabuurschap van de EU ernstig destabiliseert, trajecten naar vrede en welvaart belemmert en tot overloopeffecten leidt in de Westelijke Balkan die hervormingen dreigen af te remmen en anti-Europese narratieven dreigen aan te wakkeren; vindt het zorgwekkend dat aan het Kremlin gelieerde media die in de Westelijke Balkan actief zijn hun activiteiten sinds het uitbreken van de Russische aanvalsoorlog hebben opgevoerd, met inbegrip van agressieve inmenging in verkiezingsprocessen en de informatieruimte, met als doel pro-Russische sentimenten en anti-Europese retoriek aan te wakkeren; verzoekt de Commissie consistenter te reageren op het gebruik van anti-Europese retoriek in de Westelijke Balkan, met name in Servië, door actief samen te werken met de landen in de regio en door doortastende maatregelen te nemen om de samenleving weerbaarder te maken tegen hybride dreigingen; benadrukt dat het tegengaan van de destabiliserende invloed van Rusland van essentieel belang is om de rol van de Unie als hoedster van stabiliteit, democratie en welvaart te versterken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>dringt er bij de Commissie op aan internationale justitiemechanismen actief te ondersteunen en ervoor te zorgen dat verantwoording wordt afgelegd voor oorlogsmisdaden en -misdrijven; dringt er bij de EU en haar lidstaten op aan de oprichting van een speciaal tribunaal te steunen om het Russische misdrijf van agressie tegen Oekraïne te vervolgen; wijst erop dat het ICC arrestatiebevelen heeft uitgevaardigd tegen Vladimir Poetin en de Russische commissaris voor kinderrechten, Maria Lvova-Belova, vanwege hun betrokkenheid bij de ontvoering van Oekraïense kinderen en hun overbrenging naar Rusland; spreekt zijn steun uit voor al het werk van het ICC en het Internationaal Gerechtshof in verband met de vervolging van op Oekraïens grondgebied gepleegde misdaden; steunt innovatieve oplossingen om de defensie-inspanningen van Oekraïne, en zijn ontmijning en wederopbouw te financieren met behulp van bevroren Russische buitenlandse activa, waaronder die van de Russische staat, Russische lokale autoriteiten, Russische staatsbedrijven en personen op de sanctielijst van de EU; verzoekt de Commissie een aanvullend juridisch en financieel deugdelijk mechanisme in de vorm van een herstelbetalingslening voor te stellen die het gebruik van deze bevroren activa mogelijk maakt, en verzoekt de lidstaten hierover overeenstemming te bereiken, waardoor Oekraïne meer zichtbaarheid op langere termijn krijgt en er uiteindelijk voor wordt gezorgd dat het land herstelbetalingen of een gelijkwaardig bedrag van Rusland ontvangt, zoals bepaald in het internationaal recht; benadrukt dat Rusland, en niet de belastingbetalers van de EU, de kosten van de Russische agressie moet dragen; verwacht van de lidstaten dat zij hun sancties tegen Rusland aanscherpen zolang dat nodig is om een rechtvaardige en duurzame vrede te waarborgen en totdat verantwoording is afgelegd; is in dit verband verheugd over lopende besprekingen tussen de EU en de G7 over een mogelijk verbod op maritieme diensten voor alle Russische olie-uitvoer als alternatief voor het olieprijsplafond; dringt er ondertussen bij de EU en haar lidstaten op aan de doeltreffendheid en het effect van hun tot dusver goedgekeurde sanctiepakketten te vergroten en overeenstemming te bereiken over nieuwe sancties zodra dat nodig is; verzoekt de Commissie en de lidstaten voorts de financiële mazen te dichten die Rusland gebruikt om sancties te ontwijken, en verdere beperkende maatregelen op te leggen aan derde landen die de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne mogelijk maken, hetzij door het omzeilen van sancties mogelijk te maken, hetzij door rechtstreekse militaire bijstand te verlenen; is van mening dat er ook sancties moeten worden opgelegd aan Europese ondernemingen die verboden handel blijven drijven met de Russische Federatie; verzoekt de Raad, de Commissie en de EDEO een EU-brede strategie ten aanzien van Rusland voor te stellen waarin afschrikking, inperking, verantwoordingsplicht en steun voor democratische alternatieven met elkaar zijn verweven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>wijst erop dat de EU en al haar lidstaten het goede voorbeeld moeten geven wat betreft de handhaving van het beginsel dat het internationale recht voorrang heeft op het nationale recht; benadrukt dat de geloofwaardigheid van de EU en haar vermogen om haar burgers en haar vitale belangen te beschermen afhangen van de toewijding van de EU aan haar grondbeginselen, zoals democratie, de rechtsstaat en mensenrechten, waarbij geen dubbele maatstaven mogen worden gehanteerd en selectieve naleving moet worden voorkomen; dringt daarom aan op de strikte toepassing van het rechtsstaatmechanisme wanneer deze beginselen niet in acht worden genomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>verzoekt de Commissie en de Raad in hun externe betrekkingen en beleid het internationaal recht consequent te handhaven en te bevorderen, en alle nodige maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat het door alle staten volledig wordt geëerbiedigd, zonder onderscheid op basis van economische of militaire macht;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>benadrukt dat straffeloosheid wereldwijd moet worden bestreden en dat moet worden gewerkt aan het versterken van de verantwoordingsplicht van alle landen, onder meer via het Internationaal Strafhof; spreekt zijn grote bezorgdheid uit over de sancties van de VS tegen het Internationaal Strafhof en zijn aanklagers, rechters en personeelsleden, omdat die sancties een ernstige aanval op het internationale rechtssysteem behelzen; verzoekt de Commissie de blokkeringsverordening onmiddellijk in werking te doen treden om het Internationaal Strafhof te beschermen en te behouden als een onmisbare hoeksteen van het internationale rechtssysteem;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>verwelkomt de recente inspanningen om een einde te maken aan de oorlog in Gaza en neemt kennis van het door de Amerikaanse regering voorgestelde en door Resolutie 2803 van de VN-Veiligheidsraad bekrachtigde 20-puntenplan voor vrede, dat thans volledig moet worden uitgevoerd en beschermd tegen pogingen van regionale actoren om het te ondermijnen; verwelkomt de vrijlating van alle Israëlische gijzelaars die door Hamas zijn vastgehouden en de hervatting van de verstrekking van humanitaire hulp in Gaza; benadrukt dat het plan weliswaar een cruciale eerste stap is om een einde te maken aan het conflict, maar dat er nog verschillende uitdagingen bestaan, met name op het gebied van handhaving, governance, verantwoordingsplicht en het behoud van vertrouwen; benadrukt dat de volledige ontwapening van Hamas, de uitsluiting van Hamas van elke vorm van bestuur in Gaza, de hervorming en versterking van de Palestijnse Autoriteit en de terugtrekking van Israëlische troepen centrale doelstellingen blijven voor verdere stappen; verzoekt de EU een actieve rol te spelen bij het vormgeven van het vredes- en wederopbouwproces, in nauwe samenwerking met belangrijke regionale actoren; steunt de lopende stabilisatie-inspanningen in Gaza en is ingenomen met de versterking van de civiele missies van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid (GVDB) van de EU, EUBAM Rafah en EUPOL COPPS; wijst er nogmaals op dat het doel een via onderhandelingen tot stand gekomen tweestatenoplossing moet blijven, in overeenstemming met het internationaal recht, als enige haalbare manier voor het bereiken van een rechtvaardige en duurzame vrede in het Midden-Oosten, waarbij het Israëlische en het Palestijnse volk in vrede en veiligheid naast elkaar leven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>neemt met grote bezorgdheid kennis van de aanhoudende, ernstige humanitaire situatie in Gaza, met inbegrip van wijdverbreide voedselonzekerheid en de hongersnood; neemt met grote bezorgdheid kennis van de voortdurende belemmeringen voor humanitaire toegang en de door de VV/HV geuite waarschuwing inzake recente vergunningsbesluiten die humanitaire organisaties die in Gaza actief zijn aan banden leggen; verzoekt alle partijen de snelle verstrekking van humanitaire hulp mogelijk te maken; onderstreept dat maatregelen die humanitaire actoren onnodig beperken het risico met zich meebrengen dat essentiële humanitaire hulp in een tijd van acute nood wordt ontmanteld; is bezorgd over de naleving van het internationaal recht en de relevante VN-resoluties door alle partijen, en over de aanhoudende cycli van geweld en terroristische aanslagen in het Midden-Oosten; wijst op de verplichting van alle partijen om het internationaal recht en de relevante VN-resoluties na te leven, met inbegrip van die welke betrekking hebben op de bescherming van burgers, humanitair personeel en journalisten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>benadrukt dat het conflict in Gaza het zuidelijk nabuurschap van de EU destabiliseert en tot bredere overloopeffecten in het Midden-Oosten en Noord-Afrika kan leiden, waaronder radicalisering, gedwongen ontheemding en toegenomen regionale spanningen; onderstreept dat deze dynamiek rechtstreeks van invloed is op het Europees veiligheids- en migratiebeheer;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>is het er niet mee eens dat de Israëlische regering Somaliland als onafhankelijke staat erkent; bevestigt opnieuw hoe belangrijk het is om de eenheid, soevereiniteit en territoriale integriteit van de Federale Republiek Somalië te eerbiedigen in overeenstemming met de Somalische grondwet, het Handvest van de Organisatie van Afrikaanse Eenheid en het Handvest van de Verenigde Naties, als bouwsteen voor de vrede en stabiliteit in de hele regio van de Hoorn van Afrika;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>beschouwt het toenemende antisemitisme wereldwijd als een onaanvaardbaar gevolg van de brute en willekeurige terroristische aanslagen van Hamas in Israël en de buitensporige grootschalige militaire reactie van Israël in Palestina;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>veroordeelt in de krachtigste bewoordingen de terroristische aanslag van 7 oktober 2023 door de terroristische organisatie Hamas op Israël;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>bevestigt nogmaals de gehechtheid van de EU aan het bestaan, de veiligheid en het legitieme recht op zelfverdediging van de staat Israël, en aan de veiligheid en de waardigheid van de Palestijnen; wijst erop dat het recht van Israël op zelfverdediging is vastgelegd in en begrensd wordt door het internationaal recht en moet worden uitgeoefend met volledige eerbiediging van het internationaal recht; merkt met bezorgdheid op dat de oorlog in Gaza verwoestende humanitaire gevolgen heeft gehad en heeft geleid tot onaanvaardbaar leed voor de burgerbevolking, dat met name is verergerd doordat Hamas opzettelijk misbruik heeft gemaakt van civiele infrastructuur en de burgerbevolking van Gaza en de resterende Israëlische gijzelaars als menselijk schild heeft gebruikt; spreekt zijn opluchting uit over de bevrijding van alle levende gijzelaars en verzoekt Hamas het lichaam van de laatste overleden gijzelaar, dat nog steeds in bezit van Hamas is, aan zijn familie te overhandigen; dringt nogmaals aan op een permanent staakt-het-vuren, de verlening van dringende humanitaire hulp en het instellen van corridors voor noodhulp; betreurt ten zeerste de broosheid van het staakt-het-vuren in Gaza, een situatie die al te veel burgers levens heeft gekost;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>herinnert eraan dat naleving van artikel 2 van de associatieovereenkomst tussen de EU en Israël<FOOTNOTE><FIELD>Euro-mediterrane Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Staat Israël, anderzijds (PB L 147 van 21.6.2000, blz. 3, ELI: http://data.europa.eu/eli/agree_internation/2000/384/oj).</FIELD></FOOTNOTE> een cruciaal onderdeel van het partnerschap vormt en dringt erop aan voortdurend te controleren en te beoordelen of de Israëlische regering dit artikel naleeft; wijst erop dat de voorzitter van de Commissie met het oog op de humanitaire situatie in Gaza op 10 september 2025 voorstellen heeft aangekondigd die inhouden dat bepaalde handelsbepalingen van de associatieovereenkomst zouden worden opgeschort en dat gerichte maatregelen tegen specifieke Israëlische ministers zouden worden ingevoerd; neemt kennis van de arrestatiebevelen die het ICC op 21 november 2024 heeft uitgevaardigd; onderstreept dat dergelijke maatregelen zorgvuldig moeten worden overwogen en zodanig moeten worden genomen dat het vermogen van de EU om als geloofwaardige partner op te treden en een door onderhandelingen tot stand gekomen tweestatenoplossing dichterbij te brengen, wordt gevrijwaard; is van mening dat de Associatieraad EU-Israël een essentieel forum voor een openhartige dialoog blijft; wijst er nogmaals op dat constructieve betrokkenheid en duurzame dialoog de meest doeltreffende instrumenten blijven om vrede, veiligheid en duurzame stabiliteit in de regio te bevorderen; dringt erop aan dat een concrete routekaart voor de implementatie van de tweestatenoplossing centraal moet staan in de strategie van de Commissie voor het Midden-Oosten, die voor 2026 gepland staat; betreurt dat het wereldwijde imago van de EU schade heeft opgelopen door het uitblijven van een eensgezinde reactie op de rampzalige situatie in de Gazastrook;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>benadrukt dat voor duurzame vrede een geloofwaardig politiek proces nodig is dat gericht is op een tweestatenoplossing op basis van de grenzen van 1967, met twee soevereine, democratische staten als vreedzame buren en met Jeruzalem als gedeelde hoofdstad; roept alle partijen op om zich met hernieuwde inzet te richten op het wegnemen van de obstakels voor deze oplossing en veroordeelt de uitbreiding van Israëlische nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever en herinnert aan het gevestigde standpunt van de EU dat deze volgens het internationaal recht illegaal blijven en een eenzijdige maatregel vormen die het vertrouwen en de vooruitzichten op een via onderhandelingen tot stand gekomen oplossing ondermijnt; verwelkomt de sancties tegen extremistische Israëlische kolonisten; benadrukt dat de Palestijnse Autoriteit de belangrijkste gesprekspartner van de EU in Palestina is en bevestigt dat terroristische organisaties in het toekomstige bestuur van Gaza geen rol mogen spelen en dat Gaza gedemilitariseerd moet worden; herhaalt zich te verzetten tegen elk plan tot annexatie van Gaza of enig ander Palestijns gebied en tegen massale gedwongen verplaatsingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>dringt erop aan dat de Commissie garandeert dat EU-middelen niet toegewezen of gekoppeld worden aan enige vorm van terrorisme en/of religieuze en politieke radicalisering; herhaalt zijn standpunt dat alle schoolboeken en schoolmaterialen die met EU-middelen worden gesteund, in overeenstemming moeten zijn met de UNESCO-normen inzake vrede, verdraagzaamheid, co-existentie en geweldloosheid; is bezorgd over de Palestijnse schoolboeken die door de EU worden gefinancierd, waarin antisemitisme, haatzaaiende uitlatingen, het propageren van jihad en het aanzetten tot geweld worden onderwezen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>spoort de VN, de Arabische Liga, regionale partners en de EU aan om de steun van donoren te coördineren, streng toezicht te houden op de financiering en ervoor te zorgen dat de steun voor de wederopbouw ten goede komt aan maatschappelijke instellingen en doeltreffend bestuur; spreekt in dit verband zijn diepe bezorgdheid uit over het misbruik door terroristische groeperingen van humanitaire hulp die bestemd is voor de Palestijnse gebieden; dringt erop aan dat de controlemechanismen voor de verdeling van EU-middelen worden versterkt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>wijst op de inspanningen van bepaalde Arabische landen en Israël om de diplomatieke betrekkingen te normaliseren in het kader van de Abraham-akkoorden; roept de EU op om initiatieven te steunen die gericht zijn op het opbouwen van brede regionale en internationale steun die gericht is op het bewerkstelligen van een verbetering van de Arabisch-Israëlische betrekkingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>merkt op dat een aanzienlijke verzwakking van Iran en zijn bondgenoten, zoals de val van het regime van Assad en de nederlaag van bondgenoten van Teheran zoals Hezbollah, Hamas, de Houthi’s en andere milities, hoop biedt op vrede en op voortzetting van regionale normalisatie in de geest van de Abraham-akkoorden; maakt zich ernstig zorgen over de aanzienlijke steun die Hezbollah verleent aan de militaire operaties van Rusland in Oekraïne en de samenwerking van Hezbollah met andere milities die door Iran gesteund worden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>is ingenomen met de positieve veranderingen in Libanon sinds het begin van 2025, die tot uiting komen in de conclusies van de negende Associatieraad EU-Libanon, met name de bereidheid om de Libanese veiligheidssector verder te ondersteunen door ten volle gebruik te maken van EU-instrumenten, waaronder de Europese Vredesfaciliteit en programma’s in het kader van het instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking, en mogelijke toekomstige betrokkenheid bij het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid te onderzoeken; blijft bezorgd over de invloed van gewapende milities en terroristische organisaties, en betreurt met name het gebrek aan vooruitgang bij de toegezegde ontwapening van Hezbollah en andere gewapende groeperingen, die een voorwaarde is voor regionale stabiliteit; wijst nogmaals op het belang van een ambitieus “pact voor het Middellandse Zeegebied” en een doeltreffende uitvoering daarvan, met voldoende technische en financiële steun voor Libanon, gericht op capaciteitsopbouw, energie-infrastructuur en sociale ondersteuning; dringt er bij de HV/VV en de Commissie op aan de Libanese regering te steunen bij haar hervormingsagenda en bij haar plan om opnieuw een wapenmonopolie in te stellen; herhaalt zijn volledige steun voor de soevereiniteit, het staatsgezag, de territoriale integriteit, de politieke onafhankelijkheid en de stabiliteit van Libanon, in overeenstemming met Resolutie 1701 van de VN-Veiligheidsraad;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>verklaart zich solidair met de religieus en etnisch diverse samenleving van Syrië, die meer dan tien jaar heeft geleden onder het door Iran en Rusland gesteunde regime van Assad en terroristische groeperingen; steunt een inclusief politiek proces dat door Syrië en de Syriërs wordt geleid en dat gericht is op territoriale integriteit, overgangsrechtspraak en verzoening; dringt er bij de Syrische autoriteiten op aan om meer inspanningen te leveren om alle geledingen van de Syrische samenleving te betrekken bij de besluitvorming, vooruitgang te boeken bij de uitvoering van de overeenkomst met de Syrische Democratische Strijdkrachten in het noordoosten, en snelle, transparante en onafhankelijke onderzoeken naar wandaden tegen religieuze en etnische gemeenschappen mogelijk te blijven maken, en alle nodige maatregelen te nemen om sektarisch geweld de kop in te drukken en straffeloosheid te bestrijden; betreurt in dit verband de voortdurende vervolging en gedwongen verplaatsing van, en discriminatie van en aanvallen op religieuze gemeenschappen, zoals christenen, en herhaalt dat de EU de rijke multiculturele identiteit van Syrië moet beschermen; erkent de enorme lacunes op het gebied van financiële en personele middelen voor de wederopbouw van het land en steunt het besluit van de EU om sectorale sancties op te heffen, in lijn met de VS en het VK, en naast humanitaire hulp aanzienlijke ontwikkelingshulp te verlenen, zoals aangekondigd in het eerste deel van de conferentie van Brussel over Syrië van 2025; is ingenomen met het bezoek dat de voorzitter van de Commissie, Ursula von der Leyen, en de voorzitter van de Europese Raad, António Costa, op 8 januari 2026 aan Syrië hebben gebracht om de politieke banden en de economische betrokkenheid te versterken; neemt met voldoening kennis van de overeenkomst tussen Syrië en Israël van 6 januari 2026 tot oprichting van een speciale communicatiecel om militaire de-escalatie te coördineren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>uit ernstige bezorgdheid over de voortdurende gevechten in gebieden zoals Aleppo en Noordoost-Syrië, wat leidt tot verdere ontheemding en een hoog aantal burgerslachtoffers en een ernstig veiligheidsrisico vormt, met name door de ontsnapping van IS-strijders die in het noordoosten van Syrië werden vastgehouden; roept de internationale coalitie, inclusief de Verenigde Staten, op om alle noodzakelijke en onmiddellijke maatregelen te nemen om dit veiligheidsrisico zonder uitstel te beperken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>bevestigt de sleutelrol van multilaterale organisaties, in het bijzonder de VN, een goed functionerende Wereldhandelsorganisatie, de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa en regionale fora, als onmisbare platforms voor conflictoplossing en mondiaal bestuur; waarschuwt dat “mini-laterale” overlegstructuren het risico met zich meebrengen dat mondiale normen steeds verder versnipperd raken, en dat de EU daarom een evenwicht moet vinden tussen een brede en inclusieve opvatting van multilateralisme en nauwe samenwerking met gelijkgestemde partners; verzoekt de Commissie en de VV/HV om wereldwijd het voortouw te nemen bij multilaterale initiatieven; bevestigt zijn inzet voor het bevorderen van omvattende hervormingen om de rol, doeltreffendheid en democratische vertegenwoordiging van de VN te versterken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>33.</NO.P>verzoekt de VV/HV de aanpak van de EU ten aanzien van de BRICS-groep en haar partners opnieuw te evalueren en afzonderlijk EU-beleid ten aanzien van BRICS+ te ontwikkelen; benadrukt dat BRICS+ Rusland middelen biedt om maatregelen te omzeilen die bedoeld zijn om het land te isoleren, en China in staat stelt zijn invloed verder uit te breiden via zijn modus operandi van het financieren van infrastructuurprojecten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>34.</NO.P>verzoekt de VV/HV om op consistente wijze op te treden en, in nauwe samenwerking met de lidstaten, een doeltreffend en krachtig democratisch narratief uit te dragen om autocratische druk tegen te gaan die tot doel heeft de controle op machtsmisbruik te ondermijnen, de civiele ruimte te verkleinen en de mensenrechten uit te hollen; roept op tot de invoering van een Europees instrument voor de beoordeling van democratieën waarmee autoritaire tendensen in een vroeg stadium kunnen worden gesignaleerd, alsook tot de ontwikkeling van een instrumentarium voor maatregelen die gericht zijn op het ondersteunen van de democratie en het tegengaan van autoritaire narratieven, met name in het licht van de betreurenswaardige beëindiging van de activiteiten van het Amerikaanse agentschap voor internationale ontwikkeling (USAID); dringt in dit verband aan op het doen van meer investeringen in strategische communicatie en de bestrijding van buitenlandse informatiemanipulatie en inmenging (FIMI); is van mening dat de EU bij haar inspanningen om deze dreiging tegen te gaan moet voortbouwen op de reeds bestaande expertise die binnen de EDEO is ontwikkeld, en dringt aan op meer samenhang tussen bestaande en toekomstige EU-regelgeving en -inspanningen; dringt aan op verdere inspanningen om de door de EDEO ontwikkelde FIMI-toolbox volledig operationeel te maken; meent dat de EU de digitale ruimte duidelijk als actiegebied moet aanmerken en digitale diplomatie als strategisch belang moet erkennen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>35.</NO.P>veroordeelt met klem de gerichte sancties tegen wetgevers die verantwoordelijk zijn voor de digitaledienstenverordening<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) 2022/2065 van het Europees Parlement en de Raad van 19 oktober 2022 betreffende een eengemaakte markt voor digitale diensten en tot wijziging van Richtlijn 2000/31/EG (digitaledienstenverordening) (PB L 277 van 27.10.2022, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2022/2065/oj).</FIELD></FOOTNOTE> en andere digitale regelgeving, met name tegen een voormalig commissaris;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>36.</NO.P>is voorstander van het uitvoeren van jaarlijkse door de Europese Dienst voor Extern Optreden (EDEO) gecoördineerde strategische evaluaties van bedreigingen voor de op regels gebaseerde internationale orde, gevolgd door actieve maatregelen om verdere uitholling van multilaterale normen te voorkomen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bevordering van samenwerking op basis van door ons gedeelde belangen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>37.</NO.P>is van mening dat het externe optreden van de EU gebaseerd moet zijn op een geloofwaardige, op waarden gebaseerde betrokkenheid; benadrukt echter dat het niet volstaat om uitsluitend op normatieve macht en beginselen te vertrouwen; moedigt een meer assertieve benadering van de strategische doelstellingen van de EU aan, net als het gebruikmaken van partnerschappen en allianties op basis van gedeelde belangen; benadrukt dat partnerschappen en allianties succesvol kunnen worden benut als er sprake is van een gelijk speelveld tussen de partners, ook op de lange termijn; benadrukt dat EU alleen steun moet verlenen als de fundamentele democratische beginselen en de rechtsstaat worden nageleefd; herhaalt in dit verband dat over EU-wetgeving niet onderhandeld kan worden met niet-EU-landen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>38.</NO.P>dringt er bij de VV/HV in dit verband op aan om beleid op maat te ontwikkelen dat tegemoetkomt aan de verwachtingen van de lidstaten en partnerlanden, en waarmee politieke afspraken snel kunnen worden uitgevoerd, zodat de EU zich kan profileren als een betrouwbare strategische partner, met name in deze tijd waarin er conflicten woeden en het gebruik van geweld als een middel om politieke doelstellingen na te streven, wordt genormaliseerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>39.</NO.P>benadrukt dat een sterk Trans-Atlantisch partnerschap met de Verenigde Staten en Canada binnen de NAVO de kern vormt van de Europese veiligheidsarchitectuur; uit in dit verband zijn bezorgdheid over het feit dat bepaalde elementen van de nieuwe Amerikaanse Nationale Veiligheidsstrategie aanzienlijk tekortschieten bij het adequaat aanpakken van de dreiging die uitgaat van Rusland, met name voor de Europese en dus ook de Amerikaanse veiligheid; betreurt voorts de gebrekkige beoordeling van de EU als politiek systeem in de Nationale Veiligheidsstrategie, met inbegrip van ontoereikende beschrijvingen van de binnenlandse politieke situaties in de EU-lidstaten; bevestigt nogmaals de langdurige steun van het Parlement voor de kernwaarden van de EU op het gebied van democratie en mensenrechten; is van mening dat de Nationale Veiligheidsstrategie de noodzaak voor Europa om zijn strategische autonomie te bevorderen, zijn afhankelijkheid te verminderen en zijn partnerschapen te diversifiëren, verder versterkt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>40.</NO.P>betreurt het besluit van de Amerikaanse president van 7 januari 2026 om zich terug te trekken uit, niet langer deel te nemen aan, of de samenwerking stop te zetten met een aanzienlijk aantal internationale organisaties, waaronder talrijke VN-organen; uit zijn ernstige bezorgdheid over het feit dat een dergelijke stap de financiële duurzaamheid van het VN-systeem zou kunnen ondermijnen, de multilaterale samenwerking zou kunnen verzwakken nu die net hard nodig is, en in de kaart speelt van autoritaire en revisionistische actoren, die van oudsher hebben geprobeerd te profiteren van een terugtrekking van westerse mogendheden uit internationale organisaties; moedigt de Amerikaanse regering aan haar besluit te overdenken en haar gehechtheid aan de VN en multilaterale samenwerking te bevestigen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>41.</NO.P>verwerpt met klem elke poging om de soevereiniteit en de territoriale integriteit van het Koninkrijk Denemarken, met inbegrip van Groenland, te ondermijnen; wijst er in dit verband op dat Groenland een autonoom deel van het Koninkrijk Denemarken is en de bevoegdheid heeft om te beslissen over zijn economische ontwikkeling, internationale partnerschappen en grondstoffenbeleid; herhaalt dat alleen de bevolking van Groenland over haar toekomst kan beslissen; waarschuwt er tegelijkertijd voor dat dergelijke politieke processen niet mogen worden geïnstrumentaliseerd of beïnvloed door externe actoren; wijst met name op het strategische belang van China in het noordpoolgebied en het feit dat het land zijn economisch gewicht in de schaal legt om politieke invloed te verwerven; stelt vast dat de belangstelling van de VS wordt gedreven door bezorgdheid over de veiligheid in verband met de veranderende strategische omgeving in het Noordpoolgebied, maar is van mening dat de defensieovereenkomst van 1951 tussen het Koninkrijk Denemarken en de Verenigde Staten ruime mogelijkheden biedt voor een grotere aanwezigheid van de VS in Groenland; wijst erop dat Denemarken, met inbegrip van Groenland, lid is van de NAVO en derhalve volledig onder de collectieve veiligheidsgaranties van het bondgenootschap valt; is ingenomen met de verklaring van zeven Europese leiders van 6 januari 2026 en onderstreept dat veiligheid in het Noordpoolgebied alleen collectief kan worden bereikt, in samenwerking met de NAVO; verzoekt de Commissie en de Europese Raad concrete steun voor Groenland en Denemarken vast te stellen in overeenstemming met de beginselen van de EU, het internationaal recht en het Handvest van de NAVO;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>42.</NO.P>betreurt dat de Verenigde Staten nu een meer transactionele benadering volgen ten aanzien van buitenlands beleid, die wordt gekenmerkt door een lagere inzet met betrekking tot multilateralisme en Europese veiligheid; benadrukt dat het voor de EU belangrijk is lering te trekken uit haar kwetsbaarheden en op EU-niveau passende maatregelen te nemen om te voorkomen dat zij in de toekomst onder druk kan worden gezet; acht het belangrijker dan ooit om de dialoog met Amerikaanse tegenhangers op federaal en staatsniveau voort te zetten, met voortdurende coördinatie op gebieden als veiligheid, technologie en economische veerkracht, en tegelijkertijd eensgezindheid en vastberadenheid te tonen met betrekking tot een gemeenschappelijk EU-standpunt; staat volledig achter de verdieping van de samenwerking in het kader van de trans-Atlantische dialoog tussen wetgevers van de EU en de VS en achter het regelmatig houden van topontmoetingen tussen de EU en de VS om op het hoogste niveau een impuls te geven aan toekomstige samenwerking; roept op tot verdieping van de dialoog tussen de EU en de VS over veiligheid en defensie, waarvan het potentieel nog onaangeboord is; is van mening dat Europa zijn eigen defensie en veiligheid moet veiligstellen om een sterke trans-Atlantische partner te kunnen zijn; wijst er in dit verband op dat de EU en haar lidstaten het concept van strategische autonomie en defensieparaatheid onmiddellijk ten volle in praktijk moeten brengen en daartoe collectieve en goed gecoördineerde investeringen moeten doen in de nodige defensievermogens; beklemtoont dat de EU en haar lidstaten dringend betrouwbaarder en meer zelfvoorzienend moeten worden op het gebied van veiligheid, defensie en technologie, om zo de Europese pijler binnen de NAVO te versterken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>43.</NO.P>bevestigt zijn volledige en standvastige solidariteit met Groenland, als onderdeel van het Koninkrijk Denemarken; veroordeelt het gebruik van unilaterale handelsdreigingen en economische intimidatie tegen Denemarken en andere EU-lidstaten als een vorm van dwang die onverenigbaar is met het internationaal recht en de kernprincipes van samenwerking tussen NAVO-bondgenoten; waarschuwt tegen pogingen om veiligheidszorgen in het Noordpoolgebied te instrumentaliseren om territoriale of politieke druk uit te oefenen, ondersteunt volledig het standpunt van het Koninkrijk Denemarken, inclusief Groenland, dat Groenland niet te koop is; benadrukt dat Groenland niet mag worden gebruikt als instrument om de Europese Unie te verdelen; roept de Unie op om krachtig, collectief en doortastend te reageren en om dergelijke acties te weerstaan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>44.</NO.P>verwelkomt het partnerschapsakkoord inzake veiligheid en defensie tussen de EU en Canada, dat tijdens de topontmoeting tussen de EU en Canada in 2025 is ondertekend, als het eerste akkoord van deze aard met een partner in Amerika; dringt erop aan om dit akkoord snel tot uitvoering te brengen, onder meer door deelname van Canada aan missies en operaties in het kader van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid (GVDB); is voorstander van onderhandelingen over een richtlijn op grond waarvan Canadese entiteiten kunnen deelnemen aan gezamenlijke aanbestedingsprocedures van de EU in het kader van het instrument voor Optreden voor de veiligheid van Europa (SAFE);</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>45.</NO.P>prijst het sterke en constructieve partnerschap met het Verenigd Koninkrijk; is ingenomen met de gezamenlijke verklaring van de leiders van het VK en de EU van 19 mei 2025 na afloop van de top tussen het VK en de EU van 2025, en vooral met de oprichting van het alomvattende veiligheids- en defensiepartnerschap; roept op tot een snelle en volledige tenuitvoerlegging ervan, onder meer door middel van (i) regelmatige halfjaarlijkse strategische dialogen op ministerieel niveau tussen de Britse ministers van Buitenlandse Zaken en Defensie en de vicevoorzitter/Hoge Vertegenwoordiger om de reacties op crises te coördineren en de strategische prioriteiten op elkaar af te stemmen, (ii) deelname van het Verenigd Koninkrijk aan de civiele en militaire crisisbeheersingsmissies van het GVDB van de EU, voor zover dit wettelijk mogelijk is, (iii) versterkte samenwerking op het gebied van cyberweerbaarheid, bestrijding van hybride dreigingen, bescherming van kritieke infrastructuur en aanpak van illegale financiering, (iv) versterkte coördinatie bij de handhaving van sancties en (v) gezamenlijke acties om de schaduwvloot van Rusland aan te pakken, en is ingenomen met de gezamenlijke inzet om de samenwerking in de Westelijke Balkan te intensiveren, met name om ervoor te zorgen dat het beginsel van machtsdeling van de vredesovereenkomst van Dayton-Parijs wordt nageleefd; neemt kennis van het politieke akkoord over de kernaspecten van de toekomstige overeenkomst tussen de EU en het VK met betrekking tot Gibraltar, dat de partijen op 11 juni 2025 hebben aangekondigd; kijkt uit naar de publicatie van de volledige wettekst om deze onder de loep te nemen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>46.</NO.P>is verheugd over de nauwe banden met West-Europese landen die geen lid zijn van de EU en hun intensieve samenwerking met de EU op het gebied van het externe optreden; verwelkomt in dit verband de afronding van de onderhandelingen over en de voorlopige sectorale toepassing van een breed pakket maatregelen voor de toekomstige betrekkingen tussen de EU en Zwitserland, dat een belangrijke mijlpaal vormt voor het bevorderen en verdiepen van de reeds nauwe betrekkingen; dringt aan op de snelle ratificatie ervan; benadrukt het belang van het defensie- en veiligheidspartnerschap met Noorwegen en wijst erop dat het belangrijk is nauwere betrekkingen met Noorwegen na te streven, vanwege de cruciale rol die het land speelt voor de energiezekerheid van de EU; dringt aan op nauwere samenwerking op het gebied van energieveerkracht en diversificatie van de bevoorrading, als belangrijke instrumenten om de strategische autonomie van de Unie te bevorderen; is verheugd over de toenemende publieke steun voor toetreding tot de EU in IJsland en het voornemen van de IJslandse autoriteiten om uiterlijk in 2027 een referendum te houden over het herstarten van de toetredingsonderhandelingen; roept ertoe op om in de tussentijd proactief met de IJslandse regering samen te werken om de samenwerking op het gebied van defensie en veiligheid te intensiveren en om de voordelen van het EU-lidmaatschap onder de aandacht te brengen; dringt erop aan de associatieovereenkomsten tussen de EU en Andorra en San Marino snel te ratificeren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>47.</NO.P>benadrukt het strategische belang van de Westelijke Balkan en steunt een geloofwaardige politieke en veiligheidssamenwerking in het kader van hun op verdiensten gebaseerde traject naar integratie in de EU; is van mening dat de toekomst van de Westelijke Balkan, Oekraïne en Moldavië binnen de EU ligt, in overeenstemming met de wens van hun bevolking; veroordeelt de Russische inmenging in de democratische processen van kandidaat-lidstaten van de EU, met name Moldavië; neemt kennis van de uitslag van de parlementsverkiezingen die op 28 december 2025 in Kosovo zijn gehouden; dringt erop aan dat in Kosovo snel een nieuw parlement en een nieuwe regering worden gevormd om de broodnodige EU-gerelateerde hervormingen door te voeren, met name wat betreft het groeiplan voor de Westelijke Balkan, en om te voldoen aan de verplichtingen voor de normalisering van de betrekkingen tussen Kosovo en Servië; is ingenomen met de gedeeltelijke opheffing van de EU-maatregelen ten aanzien van Kosovo; wijst erop dat de toetredingsonderhandelingen van de EU met Servië alleen mogen worden voortgezet op basis van meetbare en duurzame vooruitgang op het gebied van de fundamentele kwesties, waaronder volledige afstemming op het GBVB van de EU, met name met betrekking tot de sancties tegen Rusland; verwelkomt de succesvolle hervatting van de GBVB-dialoog tussen de EU en haar partners in de Westelijke Balkan en wijst op het belang van deze partnerschappen voor vrede en veiligheid; herinnert eraan dat de uitbreiding van de EU een in geopolitiek opzicht strategische investering in de regionale veiligheid en stabiliteit vormt, waarvoor de inzet van zowel de Unie als van de kandidaat-lidstaten vereist is, en verzoekt de EU in dit verband het uitbreidingsproces voorspelbaarder en politiek zichtbaarder te maken voor de burgers van de regio; is van mening dat de EU met het oog hierop het momentum voor uitbreiding moet vasthouden en alle kandidaat-lidstaten moet voorzien van voldoende technische en financiële bijstand en consistente politieke steun op hun weg naar volledig lidmaatschap; benadrukt echter dat de conditionaliteit met betrekking tot de rechtsstaat verder moet worden versterkt en dat ervoor moet worden gezorgd dat alle EU-financiering voor de toetredingslanden volledig in overeenstemming is met de eigen strategische doelstellingen en belangen van de EU; benadrukt tegelijkertijd dat vooruitgang op weg naar toetreding tot de EU gebaseerd is op de bereikte resultaten en de volledige eerbiediging van het internationaal recht en het EU-acquis, alsook van de afstemming van het beleid van de kandidaat-lidstaten op het GBVB, met inbegrip van de naleving van sancties en het visumbeleid van de EU; wijst erop dat het uitbreidingsproces parallel moet verlopen met institutionele hervormingen en hervormingen op het gebied van de besluitvorming, die erop gericht zijn de Unie in staat stellen nieuwe leden op te nemen; dringt er bij de kandidaat-lidstaten van de EU op aan om internationale rechtbanken en mechanismen actief te steunen en met hen samen te werken om ervoor te zorgen dat zij hun werk naar behoren kunnen uitvoeren en oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid, genocide en misdaden van agressie die overal ter wereld worden gepleegd, kunnen vervolgen en ervoor kunnen zorgen dat de daders ter verantwoording worden geroepen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>48.</NO.P>benadrukt dat een van de belangrijkste prioriteiten van het GBVB en het GVDB met betrekking tot de landen van het Oostelijk Partnerschap de krachtige steun voor hun soevereiniteit en territoriale integriteit binnen internationaal erkende grenzen moet zijn; verzoekt de Russische Federatie om al haar troepen terug te trekken uit de regio Transnistrië van de Republiek Moldavië, uit de Georgische regio’s Abchazië en Tschinvali/Zuid-Ossetië, en uit de illegaal bezette delen van Oekraïne, met volledige eerbiediging van het internationaal recht en het VN-Handvest;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>49.</NO.P>spreekt nogmaals zijn steun uit voor de Europese politieke gemeenschap als platform voor discussie, dialoog en samenwerking met Europese partners met betrekking tot de uitdagingen op het gebied van buitenlands beleid en veiligheid waarmee we worden geconfronteerd, met als doel de veiligheid en stabiliteit in Europa te versterken en de politieke en veiligheidsgerelateerde samenwerking op basis van gedeelde belangen voort te zetten; wenst dat het Parlement nauw wordt betrokken bij de verduidelijking van de werkingssfeer en de toekomstige werkzaamheden van deze gemeenschap; benadrukt dat een bepaalde mate van afstemming op de democratische waarden en beginselen essentieel is voor het toekomstige succes en de samenhang van deze formule; herhaalt dat de Europese politieke gemeenschap in geen geval een voorwendsel mag zijn om de toetreding van uitbreidingslanden tot de EU te vertragen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>50.</NO.P>benadrukt dat de strategische rol van Turkije als NAVO-lid en zijn samenwerking met de EU, met name door de bijdrage van het land aan crisisbeheersingsmissies en -operaties van de EU, van groot belang zijn voor de Europese stabiliteit en veiligheid; is van mening dat het belangrijk is om op een gefaseerde, evenredige en omkeerbare manier een samenwerkingsrelatie met Turkije op te bouwen die voor beide partijen voordelig is, met strikte voorwaarden op het gebied van eerbiediging van de rechtsstaat, de grondrechten, het internationaal recht en goede nabuurschapsbetrekkingen; betreurt in dit verband dat Turkije de soevereiniteit van een EU-lidstaat blijft betwisten en benadrukt dat Turkije onvoldoende inspanningen levert om zijn beleid in overeenstemming te brengen met het GBVB van de EU; herhaalt zijn standpunt dat het memorandum van overeenstemming tussen Turkije en Libië inzake de afbakening van maritieme rechtsgebieden in de Middellandse Zee een inbreuk vormt op de soevereine rechten van derde staten, niet in overeenstemming is met het VN-Verdrag inzake het recht van de zee, en geen rechtsgevolgen kan hebben voor derde staten; herinnert in dit verband aan de ondertekening en de inroeping van het memorandum van overeenstemming tussen Turkije en Libië over alomvattende veiligheids- en militaire samenwerking en over de afbakening van maritieme zones; betreurt daarnaast de weigering van Turkije om Hamas als terroristische organisatie aan te merken; benadrukt verder de onverenigbaarheid tussen de kandidatuur van Turkije voor BRICS+ en het GBVB van de EU; verzoekt Turkije zich volledig aan te sluiten bij de EU-sancties tegen Rusland; uit zijn bezorgdheid over de toestand van de fundamentele vrijheden en de achteruitgang van de democratie in Turkije; dringt aan op de onmiddellijke vrijlating van oppositieleider Ekrem İmamoğlu, Selahattin Demirtaş, Osman Kavala en alle andere politieke gevangenen, en dringt erop aan een einde te maken aan de aanhoudende aanvallen op en gerechtelijke intimidatie van de politieke oppositie, leden van de pers en vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld; spreekt zijn steun uit voor de normalisering van de betrekkingen tussen Armenië en Turkije in het belang van verzoening en goede nabuurschapsbetrekkingen, regionale stabiliteit en veiligheid, en sociaal-economische ontwikkeling, en is ingenomen met de tot nu toe gemaakte vorderingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>51.</NO.P>spreekt zijn diepe bezorgdheid uit over het feit dat Turkije de dreiging van een casus belli tegen Griekenland blijft handhaven en veroordeelt de illegale bezetting van een deel van het grondgebied van de Republiek Cyprus door Turkse strijdkrachten; betreurt dat Turkije zijn verplichtingen ten aanzien van de EU uit hoofde van het onderhandelingskader van oktober 2005 niet is nagekomen; wijst erop dat volledige naleving van de criteria van Kopenhagen en normalisering van de betrekkingen met alle EU-lidstaten, met inbegrip van de Republiek Cyprus, een noodzakelijk onderdeel van het toetredingsproces is; is van mening dat het toetredingsproces van Turkije tot de EU gezien het bovenstaande onder de huidige omstandigheden niet kan worden hervat;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>52.</NO.P>roept op tot een snelle hervatting van de onderhandelingen over een regeling voor Cyprus binnen het door de VN overeengekomen kader, en dringt erop aan dat er geen unilaterale acties worden ondernomen die onverenigbaar zijn met een vreedzame regeling; roept ertoe op de status van de bufferzone en het mandaat van de VN-vredeshandhavingsmacht in Cyprus te eerbiedigen; vestigt de aandacht op de aanwijzing door de Commissie van Johannes Hahn als speciale gezant voor Cyprus, waaruit blijkt dat de EU zich inzet voor een alomvattende regeling op de overeengekomen basis en bereid is bij te dragen aan het proces voor een regeling binnen het kader van de VN;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>53.</NO.P>merkt op dat het Oostelijk Partnerschap (EaP) een nieuwe geopolitieke fase is ingegaan, waarin sommige partners zich op een pad naar toetreding bevinden, andere partners streven naar samenwerking op maat, en de Russische agressie het vroegere regionale evenwicht ontwricht; overwegende dat de EU daarom het strategische doel van het EaP opnieuw moet definiëren en het moet verankeren in weerbaarheid, democratische transformatie en veiligheid; erkent de Parlementaire Vergadering Euronest als de parlementaire dimensie van het EaP; verzoekt de Raad, de EDEO en de Commissie de beraadslagingen van de Parlementaire Vergadering Euronest te integreren in de beleidsplanning;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>54.</NO.P>verwelkomt de strategische langetermijnaanpak van de EU voor het Zwarte-Zeegebied en de connectiviteitsagenda van de EU als hoeksteen voor regionale welvaart, om Europa met de zuidelijke Kaukasus en Centraal-Azië te verbinden; roept op tot een snelle en doeltreffende uitvoering van de strategie in nauwe samenwerking met de partnerlanden, waarbij in gedachten moet worden gehouden dat de bevordering van de mensenrechten en de rechtsstaat centraal moet blijven staan bij het engagement van de EU in de regio; benadrukt het strategische belang van de voltooiing van belangrijke infrastructuurprojecten, in overeenstemming met de uitgebreide trans-Europese netwerken; benadrukt de rol van de Parlementaire Vergadering Euronest in dit verband;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>55.</NO.P>benadrukt het strategische belang van de zuidelijke Kaukasus en dringt er bij de EU op aan een langetermijnvisie te ontwikkelen voor haar betrokkenheid bij de regio;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>56.</NO.P>veroordeelt de autoritaire neigingen van de partij Georgische Droom en haar koerswijziging in de richting van Russische belangen, ondanks de langdurige bezetting van Abchazië en de regio Tschinvali/Zuid-Ossetië door Rusland; wijst elke erkenning van de parlementsverkiezingen af en beschouwt Georgië als een staat die is overgenomen door het onwettige regime van Georgische Droom; dringt er bij het Georgische parlement op aan de wetten inzake “buitenlandse invloed” en “gezinswaarden” in te trekken; roept op tot onmiddellijke beëindiging van de politiek gemotiveerde vervolging van de politieke oppositie, het maatschappelijk middenveld en onafhankelijke media, en tot de onvoorwaardelijke vrijlating van alle politieke gevangenen; dringt er bij de EU op aan om eindelijk adequaat en daadkrachtig te reageren op deze democratische crisis in een kandidaat-lidstaat en daarbij alle beschikbare middelen in te zetten, en herhaalt zijn oproep aan de EU en haar lidstaten om gerichte sancties op te leggen aan de leiders en functionarissen van Georgische Droom die verantwoordelijk zijn voor de terugval van de democratie en de bedreiging van het politieke pluralisme, alsook aan personen die Russische narratieven verspreiden en politieke processen kapen; roept Georgië ertoe op om weer voor het Europese traject te kiezen, in overeenstemming met de duidelijke keuze van zijn bevolking; wijst erop dat Georgië tegelijkertijd het GBVB moet volgen, inclusief de naleving van sancties tegen Rusland;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>57.</NO.P>steunt het vredesakkoord van augustus 2025 tussen Armenië en Azerbeidzjan en roept ertoe op dit akkoord te goeder trouw ten uitvoer te leggen, met volledige eerbiediging van de territoriale integriteit van Armenië, en het bijbehorende vredesverdrag te formaliseren en te ratificeren, te beginnen met de terugtrekking van Azerbeidzjan uit het gebied dat het in Armenië bezet; roept de EU ertoe op constructief betrokken te blijven bij de verdere normalisering van de bilaterale betrekkingen tussen Armenië en Azerbeidzjan; herhaalt zijn oproep aan de Azerbeidzjaanse autoriteiten om alle 23 Armeense gijzelaars die na de aanval op de regio Nagorno-Karabach zijn opgesloten, onmiddellijk en onvoorwaardelijk vrij te laten; herhaalt zijn oproep tot onafhankelijk onderzoek naar de wandaden van Azerbeidzjaanse troepen in Nagorno-Karabach en verzoekt de Azerbeidzjaanse autoriteiten de veilige terugkeer van de Armeense bevolking naar Nagorno-Karabach toe te staan, oprecht een alomvattende en transparante dialoog met hen aan te gaan en krachtige garanties te bieden voor de bescherming van hun rechten; eist dat de territoriale integriteit van Armenië wordt gerespecteerd en spoort aan tot het instellen van overgangsjustitie en het opzetten van duurzame terugkeerprocessen; betreurt de verdere verslechtering van de mensenrechtensituatie en de fundamentele vrijheden in Azerbeidzjan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>58.</NO.P>is ingenomen met de positieve dynamiek in de bilaterale betrekkingen tussen de EU en Armenië, die volledig wordt gesteund door de autoriteiten in Jerevan; roept de Commissie en de lidstaten op om Armenië actief te steunen in zijn streven naar meer samenwerking met de EU; spreekt zijn krachtige steun uit voor de missie van de Europese Unie in Armenië (EUMA) en onderstreept dat deze een belangrijke rol speelt; verzoekt de EUMA nauwlettend toe te blijven zien op de zich ontwikkelende veiligheidssituatie ter plaatse, op transparante wijze verslag uit te brengen aan het Parlement en actief bij te dragen aan de inspanningen om het conflict op te lossen; verwelkomt het feit dat het mandaat van EUMA is verlengd en dat EUMA in omvang is toegenomen; verzoekt de Raad, de EDEO en de Commissie andere manieren te onderzoeken om Armenië te ondersteunen, met name – maar niet uitsluitend – op het gebied van democratische veerkracht;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>59.</NO.P>uit zijn bezorgdheid over de Russische en Chinese invloed in Centraal-Azië en benadrukt dat de politieke en economische aanwezigheid van de EU in Centraal-Azië dringend moet worden vergroot; verwelkomt de resultaten van de eerste top EU-Centraal-Azië van april 2025, mede met het oog op de verbetering van de mensenrechtensituatie in de regio; wijst op de aarzeling van Centraal-Aziatische staten om steun te verlenen aan de Russische aanvalsoorlog gezien het effect daarvan op de regio; verzoekt de autoriteiten van de Centraal-Aziatische staten, met name Kazachstan, Kirgizië en Oezbekistan, nauw samen te werken met de EU, in het bijzonder met de EU-gezant voor sancties; benadrukt dat de EU belang heeft bij het aanhalen van de economische en politieke betrekkingen en het verbeteren van de samenwerking op het gebied van energie-infrastructuur met de landen in Centraal-Azië, mede om de omzeiling van sancties tegen Rusland en Belarus tegen te gaan; dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan zich te blijven inzetten voor politieke en economische hervormingen en duurzame ontwikkeling en de versterking van de rechtsstaat, de democratie, goed bestuur en de eerbiediging van de mensenrechten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>60.</NO.P>benadrukt de noodzaak van een doeltreffende uitvoering van de Golfstrategie van de EU door middel van op maat gesneden multilaterale partnerschappen met de Samenwerkingsraad van de Golf (GCC) en met elk land in de regio; benadrukt dat bij deze nauwere samenwerking prioriteit moet worden gegeven aan migratie, digitale transformatie, onderzoek en innovatie, de groene transitie, energie, veiligheid en terrorismebestrijding; verwelkomt de succesvolle afronding van de eerste EU-GCC-top als een cruciale stap voor de bevordering van een alomvattend partnerschap voor mondiale en regionale veiligheid en welvaart; verwelkomt de steeds belangrijkere diplomatieke rol van de Golfstaten bij het bevorderen van internationale stabiliteit en conflictbemiddeling;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>61.</NO.P>betreurt dat er, 30 jaar na de start van het zogenaamde Barcelona-proces, nog steeds geen gemeenschappelijke ruimte van welvaart, stabiliteit en vrijheid met de mediterrane landen tot stand is gekomen; wijst op het strategische belang van een intensievere dialoog met landen in het Middellandse Zeegebied met het oog op de verbetering van de mensenrechten en de democratische normen, maar ook gezien hun rol in de diversificatie van de energievoorziening van de Unie en het beheer van migratiestromen uit landen van herkomst of doorreis; onderschrijft het nieuwe pact voor het Middellandse Zeegebied als een alomvattend kader om vooruitgang te boeken bij de totstandbrenging van een veiliger, stabieler en welvarender Middellandse Zeegebied; roept op tot aanhoudende betrokkenheid, gerichte investeringen en technische bijstand om gemeenschappelijke uitdagingen zoals migratie, klimaatverandering en veiligheidsdreigingen aan te pakken; benadrukt daarnaast de rol die de Unie voor het Middellandse Zeegebied kan spelen als forum voor het intensiveren van samenwerkingsprogramma’s tussen Europese landen en landen rond de Middellandse Zee;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>62.</NO.P>veroordeelt de destabiliserende rol van Iran in het Midden-Oosten, met name zijn militaire steun aan diverse niet-overheidsactoren, zoals Hamas en Hezbollah, alsook aan de Houthi’s, hetgeen de regionale veiligheid ondermijnt; herhaalt zijn oproep aan de Raad om de Islamitische Revolutionaire Garde aan te merken als terroristische organisatie en EU-sancties op te leggen aan alle leden van die organisatie, alsook aan alle personen die verantwoordelijk zijn voor ernstige mensenrechtenschendingen in Iran; betuigt zijn onwrikbare solidariteit met het Iraanse volk in zijn voortdurende streven naar grondrechten en fundamentele vrijheden; veroordeelt het systematische en onevenredige gebruik van geweld door de Iraanse veiligheidstroepen tegen vreedzame demonstranten, waarbij doden en zwaargewonden zijn gevallen; veroordeelt de pogingen van het Iraanse regime om de protesten te censureren door internettoegang en telefoonnetwerken in het hele land te blokkeren; verzoekt de Iraanse autoriteiten onmiddellijk een einde te maken aan het gebruik van geweld tegen vreedzame bijeenkomsten en het recht op vrijheid van meningsuiting en vreedzame vergadering volledig te eerbiedigen; is sterk gekant tegen de gijzeldiplomatie van Iran en eist dat alle Europese onderdanen die in Iran worden vastgehouden, worden vrijgelaten en het land mogen verlaten; spreekt zijn diepe bezorgdheid uit over het feit dat het nucleaire programma van Iran voortschrijdt op een manier die met geen enkele geloofwaardige civiele rechtvaardiging te rijmen is; benadrukt dat het regime in Teheran de reactivering van het gezamenlijk alomvattend actieplan (JCPOA) zonder meer heeft afgewezen en niet bereid is tot samenwerking in zijn lopende geschil met de Internationale Organisatie voor Atoomenergie; betreurt dat er momenteel geen strategie is om Iran ervan te overtuigen geen militaire kernwapencapaciteit op te bouwen, noch een actieplan voor het geval Iran de nucleaire drempel overschrijdt; verzoekt de VV/HV om een herziene strategie ten aanzien van Iran voor te stellen waarin rekening wordt gehouden met alle mogelijke scenario’s; pleit ervoor om alle eerdere sancties en beperkingen op nucleair gebied die door de VN en de EU tegen Iran waren opgelegd, opnieuw in te voeren omdat Iran zijn verplichtingen uit hoofde van het JCPOA niet nakomt, en verlangt dat onmiddellijk en doortastend wordt opgetreden gezien de diepgewortelde, systematische en brute onderdrukking van het Iraanse volk door het regime, waaronder massale willekeurige arrestaties, marteling en de terechtstelling van politieke dissidenten; veroordeelt in de krachtigste bewoordingen de hernieuwde en escalerende campagne van geweld tegen betogers door het regime, wat heeft geleid tot duizenden doden onder de demonstranten, onder meer wegens het doelbewuste gebruik van scherpe munitie, door de staat goedgekeurde terechtstellingen en daden die volgens het internationaal recht neerkomen op misdaden tegen de menselijkheid, terwijl het regime zijn bevolking de fundamentele vrijheden blijft ontzeggen, hoewel de Iraniërs koppig waardigheid en vrijheid blijven eisen, alsook het recht om in een vrij en democratisch land te wonen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>63.</NO.P>veroordeelt met kracht de destabiliserende aanvallen van de Houthi’s op koopvaardijschepen en militaire vaartuigen die door de Rode Zee varen; benadrukt dat die aanvallen de wereldhandel aanzienlijk hebben verstoord, aangezien scheepvaartmaatschappijen gedwongen zijn een groot deel van het scheepvaartverkeer op de Rode Zee om te leiden langs de zuidelijke punt van Afrika; roept op tot collectieve actie en moedigt een grotere betrokkenheid van de EU en internationale samenwerking aan; dringt er met kracht op aan actie te blijven ondernemen om de vrijheid van scheepvaart op een van de belangrijkste waterwegen ter wereld te waarborgen; dringt aan op onmiddellijke beëindiging van deze illegale aanvallen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>64.</NO.P>benadrukt het belang van blijvende en grotere EU-steun voor het Afghaanse volk, met name vrouwen en meisjes, en alle mensen van wie de rechten voortdurend worden geschonden door de Taliban; dringt aan op het onderhouden van aan strikte voorwaarden gekoppelde betrekkingen met de Taliban op basis van de vijf door de Raad vastgestelde benchmarks en de aanbevelingen van de speciale rapporteur van de VN;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>65.</NO.P>wijst er nogmaals op dat een vreedzame, stabiele en op regels gebaseerde Indo-Pacifische regio van cruciaal belang is voor Europa, niet alleen voor de regionale veiligheid, maar ook om mondiale handelsroutes veilig te stellen en de vrijheid van scheepvaart te beschermen en om ervoor te zorgen dat de regio weerstand kan bieden tegen economische dwang; maakt zich zorgen over het feit dat de toenemende concurrentie tussen grote mogendheden in de regio, met name tussen de Verenigde Staten en China, steeds meer beperkingen met zich meebrengt voor het vermogen van de EU om haar eigen agenda ter bevordering van multilateralisme en coöperatieve oplossingen in de regio na te streven; wijst er in dit verband op dat de Ontmoeting Azië-Europa nog steeds wordt verlamd door de geopolitieke spanningen met Rusland; pleit er daarom voor om nauwer samen te werken op het gebied van buitenlands, veiligheids- en defensiebeleid met gelijkgestemde partners, met name Australië, Nieuw-Zeeland, Zuid-Korea, Japan, Taiwan en de lidstaten van de Associatie van Zuidoost-Aziatische Staten (ASEAN); bevestigt nogmaals dat de Straat van Taiwan deel uitmaakt van de internationale wateren en steunt het recht op vrijheid van scheepvaart door Europese democratieën en hun gelijkgestemde partners, hetgeen onderstreept dat vrede en stabiliteit in de Straat van Taiwan essentieel zijn voor de mondiale veiligheid en welvaart;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>66.</NO.P>verwijst in dit verband naar het strategisch partnerschap tussen de EU en Japan, dat als voorbeeld moet dienen voor vruchtbare bilaterale betrekkingen die een doeltreffende beleidsvorming in multilaterale fora mogelijk maken; is ingenomen met de inwerkingtreding van de strategische partnerschapsovereenkomst (SPA) EU-Japan op 1 januari 2025, naast de bestaande economische partnerschapsovereenkomst, en moedigt de uitvoering aan van de bepalingen van de SPA inzake nauwere samenwerking op het gebied van veiligheid en defensie, met inbegrip van de start van een regelmatige veiligheids- en defensiedialoog tussen Japan en de EU, samenwerking op het gebied van aan de industrie gerelateerde defensieaangelegenheden, de verkenning van een mogelijke deelname aan elkaars defensie-initiatieven en lopende werkzaamheden met betrekking tot een informatiebeveiligingsovereenkomst; verwelkomt de intensivering van de samenwerking op gebieden als maritieme veiligheid, cyberkwesties, ruimtevaart en non-proliferatie, alsook concrete gezamenlijke activiteiten in het kader van het digitale partnerschap en de energiedialoog;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>67.</NO.P>wijst erop dat de Republiek Korea van strategisch belang is als belangrijke democratische partner in Oost-Azië, waarmee de EU een alomvattend partnerschap heeft gesloten dat politieke dialoog, handel en samenwerking op veiligheidsgebied omvat; herinnert eraan dat de vrijhandelsovereenkomst tussen de EU en Zuid-Korea, de eerste in haar soort met een Aziatische partner, gezorgd heeft voor een aanzienlijk diepere economische integratie, en dat de lopende samenwerking zich uitstrekt tot non-proliferatie, cyberveiligheid, terrorismebestrijding en crisisbeheersing; onderstreept de centrale rol van Zuid-Korea voor de regionale stabiliteit, met name bij het aanpakken van veiligheidsuitdagingen op het Koreaanse schiereiland, en dringt aan op versterkte coördinatie in multilaterale fora om de vrede te handhaven, provocaties te ontmoedigen en denuclearisatie te bevorderen; is in dit verband ingenomen met de totstandbrenging van het veiligheids- en defensiepartnerschap; benadrukt dat het partnerschap een gestructureerd kader biedt voor dialoog en samenwerking wat betreft alle veiligheids- en defensiekwesties, met inbegrip van jaarlijkse strategische dialogen op ministerieel niveau; steunt het streven naar verdieping van de praktische samenwerking op gebieden als maritieme veiligheid, voortbouwend op gezamenlijke operaties zoals Atalanta, en is tevens voorstander van het verkennen van nieuwe vormen van samenwerking in het kader van het EU-initiatief “gecoördineerde maritieme aanwezigheid”; onderstreept ten slotte dat de institutionalisering van dit veiligheids- en defensiepartnerschap de positie van Zuid-Korea als een van de belangrijkste partners van de EU in de Indo-Pacifische regio consolideert en een sterke basis biedt voor gezamenlijk optreden op de lange termijn, met als doel gemeenschappelijke geopolitieke uitdagingen het hoofd te bieden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>68.</NO.P>benadrukt de waarde van sterkere banden met Nieuw-Zeeland, dat al lange tijd een partner is en zeer nauwe betrekkingen onderhoudt met de EU politiek, cultureel en normatief vlak; wijst erop dat Nieuw-Zeeland consistent leiderschap heeft laten zien op het gebied van multilaterale diplomatie, nucleaire ontwapening en klimaatactie, waardoor het een onmisbare bondgenoot is voor de verwezenlijking van gemeenschappelijke mondiale doelstellingen; verwelkomt de sluiting van de Vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en Nieuw-Zeeland als mijlpaal op het gebied van de versterking van de economische samenwerking, en wijst tegelijkertijd op het potentieel om de gezamenlijke werkzaamheden op het gebied van veiligheid en connectiviteit uit te breiden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>69.</NO.P>benadrukt het belang van het versterken van de strategische samenwerking met Australië, een gelijkgestemde partner die zich net als de EU inzet voor de democratie, de mensenrechten, het internationaal recht en een op regels gebaseerde wereldorde; onderstreept dat Australië door zijn geografische locatie en actieve rol op het gebied van de regionale veiligheid een centrale speler is bij het waarborgen van de stabiliteit in de Indo-Pacifische regio; verwelkomt in dit verband de aankondiging tijdens de top van de G7-leiders in Alberta van António Costa, de voorzitter van de Europese Raad, Ursula von der Leyen, de voorzitter van de Europese Commissie, en premier Anthony Albanese dat onderhandelingen gestart zouden worden over een veiligheids- en defensiepartnerschap; benadrukt dat dit initiatief een weerspiegeling is van de toenemende erkenning van de onderlinge verwevenheid van de veiligheid in Europa en de Indo-Pacifische regio, en de mogelijk biedt om het gezamenlijke optreden inzake mondiale veiligheidsuitdagingen uit te breiden; benadrukt dat deze onderhandelingen, samen met de hernieuwde inzet om een vrijhandelsovereenkomst tussen Australië en de EU te sluiten, blijk geven van een sterk momentum in de bilaterale betrekkingen, waardoor niet alleen de economische en technologische banden worden versterkt, maar ook de collectieve veerkracht en het strategisch vertrouwen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>70.</NO.P>wijst op het toegenomen politieke en geostrategische belang van landen in Oceanië, alsook van organisaties zoals het Pacific Island Forum; wijst erop dat de landen in de Stille Oceaan tot de landen behoren die het meest blootgesteld zijn aan mondiale uitdagingen en geopolitieke druk, maar dat zij een leidende rol spelen bij het bevorderen van multilateralisme en belangrijke partners zijn in de op regels gebaseerde internationale orde; roept de EU en haar lidstaten op om hun diplomatieke betrokkenheid in de regio te vergroten, waar mogelijk in nauwe samenwerking met Australië en Nieuw-Zeeland;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>71.</NO.P>is van mening dat de betrekkingen tussen de EU en China een bepalende factor zullen zijn voor onze toekomstige economische welvaart en internationale veiligheid; is in dit verband van mening dat de versnelde militarisering van China, zijn toenemende militaire aanwezigheid en agressieve gedrag in de Zuid-Chinese Zee en zijn ongerechtvaardigde militaire provocaties tegen zijn buurlanden, alsook zijn militaire en politieke partnerschappen met Rusland, Noord-Korea en Iran, een belangrijke geopolitieke uitdaging voor de 21e eeuw vormen; spreekt zijn bezorgdheid uit over de mogelijke verschuiving in het buitenlands beleid van China van sterk assertief naar openlijk agressief;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>72.</NO.P>betreurt het “grenzeloze” partnerschap tussen Rusland en China, in het bijzonder de hernieuwde toezegging om hun militaire banden te versterken, waarmee China de Russische oorlogsmachine blijft steunen, onder meer door de export van materialen voor tweeërlei gebruik;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>73.</NO.P>wijst er nogmaals op dat de EU vast wil houden aan het één-Chinabeleid als een van de beginselen van de betrekkingen tussen de EU en China; veroordeelt de Chinese intimidaties en bedreigingen voor de vrede en stabiliteit in de Straat van Taiwan en de omliggende internationale wateren, waaronder grootschalige lucht- en zeemanoeuvres zoals de “Missie voor Gerechtigheid 2025” en de “Strait Thunder-2025A”-oefeningen in april 2025, die de stabiliteit in de regio op het spel zetten; verzoekt de EU en haar lidstaten er door middel van duidelijke en consistente signalen voor te zorgen dat aanhoudende pogingen om de status quo in de Straat van Taiwan eenzijdig te wijzigen, vooral als dit met geweld of dwang gebeurt, niet kunnen worden geaccepteerd en een hoge prijs zullen hebben; benadrukt dat Taiwan voor de EU een belangrijke democratische partner in de Indo-Pacifische regio is en dringt er bij de EU en haar lidstaten op aan nauwer met Taiwan samen te werken om de economische, handels- en investeringsbetrekkingen verder te versterken; roept bovendien op tot regelmatig overleg tussen de EU en haar Taiwanese tegenhangers over relevante veiligheidskwesties; roept de EU en haar lidstaten ertoe op om de zinvolle deelname van Taiwan aan multilaterale organisaties, zoals de Wereldgezondheidsorganisatie, de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie en het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering, te ondersteunen; wijst erop dat in het Witboek over Europese defensie – Paraatheid 2030 bezorgdheid wordt geuit over de druk die China uitoefent op Taiwan door middel van steeds intensievere politieke, economische, militaire, cyber- en cognitieve maatregelen; benadrukt dat de territoriale aanspraken van China geen grondslag hebben in het internationaal recht, dat geen van beide partijen ondergeschikt is aan de andere, en dat alleen de democratisch gekozen regering van Taiwan het Taiwanese volk kan vertegenwoordigen; verzet zich tegen de voortdurende verdraaiing van VN‑resolutie 2758 door de Volksrepubliek China en haar pogingen om de deelname van Taiwan aan multilaterale organisaties te dwarsbomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>74.</NO.P>hekelt het door de regering gebruikte systeem van dwangarbeid en de aanhoudende schendingen van de mensenrechten, met name de systematische onderdrukking van Oeigoeren in de provincie Xinjiang; neemt met bezorgdheid kennis van het harde optreden tegen etnische minderheden in Tibet, Hongkong en Macau en van de transnationale onderdrukking van Chinese dissidenten; roept China ertoe op alle verplichte verdragen van de Internationale Arbeidsorganisatie na te leven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>75.</NO.P>veroordeelt nogmaals met klem de niet-nakoming door China van zijn internationale verplichtingen, evenals de schendingen van de Chinees-Britse en Chinees-Portugese Gezamenlijke Verklaringen, het “één land, twee systemen”-beginsel en de basiswet van Hongkong; verzoekt China de autonomie van Hongkong te eerbiedigen en te waarborgen en het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten te ratificeren; verzoekt de Commissie en de Raad de status van het Bureau voor Economie en Handel van Hongkong in Brussel en de autonome status van Hongkong en Macau te herzien in het licht van de nationale veiligheidswet en de niet-nakoming door de Volksrepubliek China van haar internationale verplichtingen; is bezorgd over de rol van Hongkong in het bijstaan van Rusland om de geldende sancties te omzeilen en kritieke onderdelen voor de productie van wapens aan te schaffen; betreurt bovendien de ongedaanmaking van de autonomie van de speciale administratieve regio en het optreden tegen leden van de oppositie, met inbegrip van leden van het maatschappelijk middenveld en hun familieleden; verzoekt de EDEO de processen tegen politieke gevangenen in Hongkong nauwlettend te volgen en op te roepen tot de vrijlating van alle politieke gevangenen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>76.</NO.P>maakt zich zorgen over het feit dat Chinese bedrijven steeds meer voet aan de grond krijgen in de EU, ook in strategische sectoren zoals de productie van batterijen; benadrukt dat het beleid voor risicobeperking dringend moet worden voortgezet door, in overeenstemming met de economische veiligheidsstrategie van de EU, de economische afhankelijkheid in kritieke sectoren te blijven verminderen; onderstreept dat dergelijke afhankelijkheden het vermogen van de EU om buitenlands beleid te voeren beperken en de EU kwetsbaarder maken voor politieke en economische dwang; dringt derhalve aan op doeltreffende risicobeperkende maatregelen, diversificatie van toeleveringsketens en de totstandbrenging van nieuwe partnerschappen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>77.</NO.P>benadrukt dat de EU een principiële dialoog en wederzijds voordelige samenwerking met China moet bevorderen om het hoofd te bieden aan een aantal mondiale uitdagingen, gaande van multilateralisme en klimaatverandering tot mondiale gezondheid en internationale ontwikkeling; onderstreept in dit verband dat de EU een multidimensionale strategie moet vaststellen waarin principiële diplomatie die gericht is op de handhaving van het internationaal recht wordt gecombineerd met economische betrokkenheid die een gelijk speelveld waarborgt en dus de belangen van de EU veiligstelt, en waarvoor risicobeperking ten aanzien van China vereist is; bevestigt dat het gelijktijdig beschouwen van China als een partner, een economische concurrent en een systeemrivaal blijft fungeren als nuttig analytisch kader, maar benadrukt dat dit ontoereikend is als strategische koers voor op de lange termijn; dringt aan op een gestructureerd debat tussen de lidstaten over de toekomst van de betrekkingen van de EU met China, met als doel de strategische doelstellingen van de Unie vast te stellen; onderstreept dat de Unie alleen met een langetermijnvisie op de betrekkingen tussen de EU en China consistent, geloofwaardig en doeltreffend beleid kan ontwikkelen en verzoekt de Commissie en de Raad daartoe voorstellen in te dienen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>78.</NO.P>merkt op dat geopolitieke uitdagingen de gemeenschappelijke belangen van de EU en India hebben versterkt; is voorstander van een top EU-India om een nieuwe strategische agenda te lanceren; is ingenomen met de strategische dialoog over het buitenlands en veiligheidsbeleid die in juni 2025 van start is gegaan en moedigt de oprichting van een veiligheids- en defensiepartnerschap tussen de EU en India aan, met inbegrip van regelmatige gezamenlijke marineoefeningen in de Indische Oceaan en operationele samenwerking tussen de Indische marine en de marinemissies van de EU; onderstreept de doelstelling om uiterlijk in 2026 een informatiebeveiligingsovereenkomst met India te sluiten; benadrukt de strategische kans om India minder afhankelijk te maken van de invoer van Russische wapens door samenwerking in de defensie-industrie en technologieoverdracht met Europese partners te ondersteunen, en verzoekt India zich duidelijk uit te spreken tegen de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne en doeltreffendere maatregelen te nemen om te voorkomen dat de EU-sancties worden omzeild; is ingenomen met de economische corridor India – Midden-Oosten – Europa en onderstreept dat dit project de handel tussen Europa en India kan versnellen; moedigt de EU en India aan de investeringen in het kader van de Global Gateway op te voeren, voortbouwend op de huidige portefeuille van Team Europa van 15 miljard EUR, met prioritaire projecten op het gebied van hernieuwbare energie, duurzaam vervoer, digitale infrastructuur en gezondheidsbeveiliging; roept op tot de oprichting van een handelsforum EU-India om de samenwerking in de particuliere sector te versterken en de marktacceptatie van initiatieven te waarborgen; steunt de oprichting van EU-India-innovatiehubs en -partnerschappen voor start-ups om de samenwerking op het gebied van halfgeleiders, artificiële intelligentie en groene waterstof te bevorderen, met inbegrip van gezamenlijk onderzoek in het kader van Horizon Europa; wijst nogmaals op het belang van regelmatige ministeriële dialogen en parlementaire betrokkenheid om toezicht te houden op gezamenlijke toezeggingen en ervoor te zorgen dat deze worden nagekomen; verzoekt de Indiase regering om de rechten van vrouwen en minderheden beter te beschermen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>79.</NO.P>is ingenomen met de tiende politieke dialoog tussen de EU en Pakistan die op 17 juli 2025 in Brussel werd gehouden en onderstreept het belang van de volledige uitvoering van het strategisch inzetplan als kader voor de versterking van de samenwerking op politiek, economisch, veiligheids- en ontwikkelingsgebied; verzoekt de Commissie en de VV/HV voort te bouwen op de vooruitgang die is geboekt in het kader van het stelsel van algemene preferenties plus (SAP+) en de alomvattende dialoog over migratie en mobiliteit; moedigt verdere samenwerking aan op het gebied van migratie, terrorismebestrijding en drugsbestrijding;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>80.</NO.P>geeft uiting aan zijn steun en sympathie voor prodemocratische bewegingen in Zuid-Azië, met name in Bangladesh, Sri Lanka en Nepal, en onderstreept dat deze democratische ambities van de bevolking vragen om concrete hervormingen en vooruitgang door de politieke leiders; herinnert aan de langdurige steun van de EU aan de democratie en het maatschappelijk middenveld in Zuid-Azië en onderstreept dat de EU moet streven naar een hechter partnerschap met alle landen in de regio om een alternatief model van samenwerking te bieden voor dat van China, dat zijn aanwezigheid in de regio aan het uitbreiden is;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>81.</NO.P>spreekt zich zeer veroordelend uit over de schijnverkiezingen die de militaire junta op 28 december 2025 in Myanmar heeft gehouden, die elke democratische legitimiteit ontberen en in een klimaat van systemische intimidatie, geweld en dwang zijn gehouden; wijst erop dat de gedwongen ontbinding van oppositiepartijen en de aanhoudende detentie van politieke leiders in Myanmar het verkiezingsproces ongeldig maken; verwerpt elke poging van de junta om deze frauduleuze verkiezingen te gebruiken om internationale erkenning te verkrijgen; dringt er bij de VV/HV en de lidstaten op aan door middel van gerichte sancties de druk op het militaire regime te verhogen en de democratische aspiraties van het volk van Myanmar en zijn inspanningen voor een echte, inclusieve transitie naar een civiel bestuur te blijven steunen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>82.</NO.P>dringt er bij de VV/HV en de lidstaten op aan zich te richten op de ontwikkeling van sterkere bilaterale partnerschappen met gelijkgestemde Afrikaanse democratieën op basis van gelijkheid, respect en wederzijds belang, alsook op het “meer voor meer”-beginsel, met inachtneming van de universele waarden van mensenrechten en democratie; benadrukt dat zowel de EU als Afrika met dezelfde mondiale uitdagingen worden geconfronteerd; onderstreept dat de betrekkingen tussen de continenten moeten worden versterkt en is ingenomen met de gezamenlijke verklaring van de zevende top van de EU en de Afrikaanse Unie (AU)<FOOTNOTE><FIELD>Gezamenlijke verklaring – zevende top van de Afrikaanse Unie (AU) en de Europese Unie (EU), 25 november 2025.</FIELD></FOOTNOTE>; benadrukt het belang van de institutionalisering van de parlementaire dimensie van toekomstige topontmoetingen tussen de EU en de AU als integraal onderdeel van hun kader, teneinde te zorgen voor vertegenwoordiging van de burgers, publiek toezicht en een democratische bijdrage aan de beraadslagingen en resultaten van het partnerschap; wijst nogmaals op de toegevoegde waarde die de Organisatie van staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan (OACPS) kan bieden en is ingenomen met de versterkte samenwerking met de OACPS-landen in de vorm van de Overeenkomst van Samoa<FOOTNOTE><FIELD>Partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de leden van de Organisatie van staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan, anderzijds (PB L, 2023/2862, 28.12.2023, ELI: http://data.europa.eu/eli/agree_internation/2023/2862/oj).</FIELD></FOOTNOTE>; roept op tot de totstandbrenging van een specifiek industrialisatiepact tussen de EU en Afrika onder gezamenlijke auspiciën van de AU, de EU en regionale ontwikkelingsbanken, met als doel publiek en particulier kapitaal te mobiliseren, en er zo voor te zorgen dat Afrika niet alleen een bron van grondstoffen is, maar ook een knooppunt voor verwerking, productie en innovatie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>83.</NO.P>blijft ernstig bezorgd over het aanhoudende geweld en de humanitaire crises in verschillende delen van Afrika; is met name verontrust over het aanhoudende geweld en de onveiligheid in het oosten van de Democratische Republiek Congo, met name in de provincies Noord-Kivu en Ituri; roept de EU ertoe op een actieve en gecoördineerde rol te spelen bij de ondersteuning van de tenuitvoerlegging van het vredesproces, waarbij de nadruk moet liggen op het vergroten van inclusiviteit en de participatie van vrouwen, humanitaire toegang en civiele bescherming; dringt er bij de Commissie en de Raad op aan het memorandum van overeenstemming tussen de EU en Rwanda inzake waardeketens voor duurzame grondstoffen onmiddellijk op te schorten totdat Rwanda zijn inmenging stopzet;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>84.</NO.P>spreekt zijn ernstige bezorgdheid uit over het verwoestende conflict in Sudan, dat heeft geleid tot een groot aantal burgerslachtoffers, ontheemding en wijdverbreide schendingen van de mensenrechten; veroordeelt met klem alle oorlogsmisdaden en schendingen van de mensenrechten, en dringt aan op ongehinderde humanitaire toegang, volledige verantwoordingsplicht, de handhaving van alle wapenembargo’s en gerichte sancties tegen alle personen die deze wreedheden begaan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>85.</NO.P>neemt met bezorgdheid kennis van het feit dat in delen van het Afrikaanse continent, waaronder Tanzania, Kameroen en Ivoorkust, verkiezingsgerelateerde problemen zijn geweest, en erkent de daaropvolgende betrokkenheid van het publiek en de betogingen; moedigt een transparante en grondige evaluatie aan van alle gemelde verkiezingsproblemen en roept de respectieve autoriteiten ertoe op de uitgesproken wil van het volk te waarborgen en de rechten van alle politieke actoren te eerbiedigen; benadrukt in dit verband hoe belangrijk het is dat politieke participatie en activiteiten van de oppositie vrij en zonder onnodige beperkingen kunnen plaatsvinden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>86.</NO.P>betreurt de afkalving van de democratie en de toename van het aantal militaire staatsgrepen, met name in de Sahel, zoals in Niger, Burkina Faso en Mali, hetgeen een bedreiging vormt voor de regionale stabiliteit; veroordeelt de toenemende pogingen van externe actoren om de staatssoevereiniteit te ondermijnen en anti-Europese narratieven aan te wakkeren door het gebruik van huurlingengroepen en gerichte desinformatiecampagnes, wat nog wordt versterkt door de rol die Rusland en China in de regio spelen; herinnert eraan dat dit rechtstreekse gevolgen heeft voor de veiligheid en welvaart van Europa en benadrukt dan ook dat de positieve bijdrage die de EU levert aan vrede, veiligheid en ontwikkeling dringend moet worden versterkt; onderstreept dat het Global Gateway-initiatief moet worden gebruikt als een belangrijk instrument om positieve partnerschappen aan te bieden op gebieden als infrastructuur, gezondheid en digitale transformatie, om zo het leven van de lokale bevolking te helpen verbeteren en de toenemende aanwezigheid van autoritaire machten op het continent tegen te gaan; dringt aan op duurzame EU-investeringen in goed bestuur, capaciteitsopbouw en partnerschappen om de ineenstorting van staten, overloopeffecten van migratie en illegale handel te voorkomen en terrorisme te bestrijden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>87.</NO.P>herinnert aan de dreiging die uitgaat van islamitisch terrorisme in Afrika, met name voor religieuze gemeenschappen, met inbegrip van christenen, en neemt kennis van de nauwere samenwerking tussen de Verenigde Staten en Nigeria op het gebied van terrorismebestrijding, waaronder recente acties tegen aan de Islamitische Staat gelieerde groeperingen; waarschuwt voor de onbedoelde gevolgen van externe militaire acties, waaronder het risico dat extremistische narratieven, percepties van buitenlandse interventie en lokale grieven worden aangewakkerd, wat de stabiliteit en conflictoplossing kan ondermijnen; benadrukt dat de EU en de Verenigde Staten hun gezamenlijke inspanningen moeten opvoeren om bestuurlijke en veiligheidscapaciteiten te ondersteunen, radicalisering te voorkomen, terrorisme te bestrijden en religieuze gemeenschappen te beschermen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>88.</NO.P>benadrukt dat de EU-landen, Latijns-Amerika en het Caribisch gebied gelijkgestemd zijn en waarden, talen, geschiedenis, cultuur en godsdienst delen, wat ze in de huidige geopolitieke context tot natuurlijke partners zou moeten maken; merkt op dat de betrokkenheid van de EU in de regio de afgelopen decennia is afgenomen, waardoor er een vacuüm is ontstaan voor de toenemende invloed van China en Rusland; dringt er bij de Commissie en de VV/HV op aan ervoor te zorgen dat het bij het partnerschap met Latijns-Amerika en het Caribisch gebied niet alleen bij woorden blijft, door een routekaart op te stellen die het vermogen van beide regio’s versterkt om op te treden nu de wereldorde wordt betwist; is ingenomen met de gezamenlijke verklaring<FOOTNOTE><FIELD>Gezamenlijke verklaring van de top Celac-EU 2025, Santa Marta, Colombia, 9 november 2025.</FIELD></FOOTNOTE> die tijdens de top in Santa Marta in november 2025 is aangenomen; benadrukt dat er met deze vernieuwde agenda moet worden ingespeeld op de verlangens van de burgers door inclusieve groei te bevorderen, ongelijkheidskloven te dichten en regionale integratie te ondersteunen, bijvoorbeeld door ervoor te zorgen dat de Global Gateway door middel van transparante investeringen tastbare voordelen oplevert voor lokale gemeenschappen; herinnert eraan dat de geloofwaardigheid van de EU als partner afhangt van het aanbieden van een samenwerkingsmodel dat in duidelijk contrast staat met de benaderingen, die uitbuitend van aard zijn, van andere mondiale actoren en multinationale ondernemingen die worden gedreven door niet-duurzame bedrijfspraktijken; dringt er bij de Commissie en de VV/HV op aan om, met het oog op een grotere geopolitieke invloed van de EU in de regio, de betrekkingen te versterken en het internationale diplomatieke optreden op te voeren als reactie op de opkomst van autoritaire regimes; is in dit verband ingenomen met de top EU-Celac, die onlangs heeft plaatsgevonden; dringt er nogmaals op aan de bilaterale samenwerking aanzienlijk op te voeren in de strijd tegen georganiseerde misdaad, met name drugshandel;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>89.</NO.P>is ernstig bezorgd over de tactieken die autoritaire regimes in Cuba en Nicaragua toepassen, met name het hardhandige optreden tegen oppositieleden, de beperkingen voor onafhankelijke media en de inkrimping van de ruimte voor het maatschappelijk middenveld; wijst met name op het optreden tegen de katholieke kerk in Nicaragua; verzoekt alle Latijns-Amerikaanse landen en de internationale gemeenschap conflicten te vermijden en samen te werken om diplomatieke druk op deze regimes uit te oefenen; verzoekt de VV/HV en de Commissie alle noodzakelijke en beschikbare instrumenten zonder uitzondering te gebruiken om ervoor te zorgen dat aan de democratie- en mensenrechtenclausules van de samenwerkingsovereenkomsten met deze landen wordt voldaan, die een herziening van die overeenkomsten kan omvatten, en met name wat Cuba betreft, dat bovendien een nauwe partner van het regime in Moskou en Minsk is en beide politieke steun biedt, en een negatieve invloed op de Europese veiligheid heeft, onder meer doordat het land honderden Cubaanse huurlingen laat deelnemen aan de Russische agressie tegen Oekraïne; onderstreept dat dergelijke regimes niet de vruchten mogen blijven plukken van bevoorrechte samenwerking met de EU, bijvoorbeeld in het kader van de Overeenkomst inzake politieke dialoog en samenwerking; uit zijn diepe bezorgdheid over de uitholling van de democratische beginselen en de opzettelijke omzeiling van grondwettelijke waarborgen in El Salvador, met name met betrekking tot het gebrek aan onafhankelijkheid van de rechterlijke macht en het gebrek aan transparantie in het optreden van de regering, het buitensporige gebruik van geweld, onnodige militarisering en de toenemende inperking van de vrijheid van vergadering en de persvrijheid;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>90.</NO.P>vestigt de aandacht op eerdere standpunten van het Parlement en de Raad ten aanzien van de politieke crisis in Venezuela; wijst erop dat de EU consequent heeft verklaard dat Nicolás Maduro niet over de legitimiteit van een democratisch verkozen president beschikte, en dat hij daarom niet als dusdanig werd erkend; verwacht dat de recente ontwikkelingen mogelijkheden creëren voor democratische vooruitgang voor het Venezolaanse volk en het maatschappelijk middenveld; benadrukt echter dat de manier waarop deze politieke verandering plaatsvindt van fundamenteel belang is, en merkt met ernstige bezorgdheid op dat het eenzijdige militaire optreden van de VS, dat buiten rechtmatige multilaterale kaders werd uitgevoerd, internationaalrechtelijk gezien grote vragen doet rijzen en de legitimiteit en duurzaamheid van een echte, inclusieve en vreedzame democratische transitie dreigt te ondermijnen; benadrukt dat de beginselen van het internationaal recht en het VN-Handvest – met inbegrip van de eerbiediging van de soevereiniteit, de territoriale integriteit en het verbod op het gebruik van geweld – te allen tijde moeten worden geëerbiedigd, en merkt op dat permanente leden van de VN-Veiligheidsraad in dit verband een bijzondere verantwoordelijkheid hebben; steunt een snelle, vreedzame en door Venezuela geleide overgang naar democratie om het land te stabiliseren en de terugkeer van de bevolking in ballingschap mogelijk te maken; is verheugd dat een begin is gemaakt met de vrijlating van politieke gevangenen en beschouwt dit als een positief signaal; herinnert eraan dat zij ten onrechte in onmenselijke en wrede omstandigheden zijn vastgehouden; eist dat alle politieke gevangenen en andere willekeurig gevangen gehouden personen onvoorwaardelijk worden vrijgelaten; onderstreept dat de EU beaamt dat grensoverschrijdende georganiseerde misdaad en drugshandel aanzienlijke veiligheidsproblemen met zich meebrengen en daarom prioritair moeten worden bestreden, maar benadrukt dat deze uitdagingen moeten worden aangepakt door middel van duurzame samenwerking met volledige inachtneming van het internationaal recht; onderstreept dat de olie en natuurlijke hulpbronnen van Venezuela, onder goed beheer door een nieuwe en democratisch verkozen Venezolaanse regering, zodanig moeten worden gebruikt dat ze het Venezolaanse volk ten goede komen, zodat het de armoede ontstijgt en daarmee de duurzame ontwikkeling van het land wordt bevorderd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>91.</NO.P>onderstreept dat het Venezolaanse volk zijn eigen toekomst moet bepalen door middel van vrije en eerlijke verkiezingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>92.</NO.P>is ingenomen met de positieve telefoongesprekken van president Trump met president Petro en president Sheinbaum, als een stap in de richting van een constructieve en diplomatieke samenwerking;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>93.</NO.P>onderstreept het toegenomen geostrategische belang van het noordpoolgebied en wijst er nogmaals op dat er een samenhangend en actueel EU-beleid inzake het noordpoolgebied nodig is; spreekt zijn toenemende bezorgdheid uit over de Russische militaire opbouw in het noordpoolgebied en over de illegale beperkingen van de vrijheid van scheepvaart op de noordelijke zeeroute; merkt met steeds meer bezorgdheid op dat China in toenemende mate belangstelling toont voor het noordpoolgebied en onderstreept dat de EU op zoek moet naar een passende reactie hierop; benadrukt dat het noordpoolgebied een zone van vrede, stabiliteit en constructieve samenwerking moet blijven; onderstreept dat de regionale dialoog en coördinatie met onze Arctische partners, waaronder Noorwegen, de Verenigde Staten en Canada, moeten worden versterkt om de veiligheid en duurzame economische ontwikkeling te waarborgen en weerstand te bieden aan geopolitieke en klimaatgerelateerde uitdagingen; benadrukt dat het belangrijk is om prognoses inzake klimaatverandering in het noordpoolgebied te integreren in de planning van de EU op het gebied van buitenlandse aangelegenheden, veiligheid en civiele bescherming; dringt erop aan het mandaat van de speciale gezant van de EU voor Arctische aangelegenheden te versterken en de nodige middelen ter beschikking te stellen om het beleid beter te coördineren, de ontwikkelingen te monitoren en samen te werken met de Arctische partners; roept ertoe op dat de activiteiten van de EU en de lidstaten in het noordpoolgebied bijdragen tot het welzijn en de rechten van inheemse gemeenschappen en deze niet schaden, overeenkomstig de verklaring van Ottawa van 1996; is ingenomen met elk potentieel initiatief van de regering van Groenland om de politieke, institutionele en economische banden van het land met de EU te versterken; dringt aan op de tenuitvoerlegging van het in 2023 ondertekende memorandum van overeenstemming tussen de EU en Groenland met het oog op de verdere versterking van een gelijkwaardig en wederzijds voordelig partnerschap; benadrukt dat deze samenwerking moet worden geschraagd door aanzienlijke EU-investeringen in duurzame infrastructuurprojecten in de hele grondstoffenwaardeketen, alsook op andere gebieden, zoals onderwijs, die op lange termijn waarde creëren voor zowel de EU als Groenland, en tegelijkertijd de eigen prioriteiten van Groenland, de economische ontwikkeling en het welzijn van zijn bevolking ondersteunen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>94.</NO.P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">verzoekt de Commissie en de EDEO de gestructureerde samenwerking met regionale organisaties – waaronder de Asean, de AU, Celac en de GCC – te intensiveren om inclusieve regionale veiligheidsstructuren te ontwikkelen en multilaterale beleidsreacties te coördineren, zoals:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>horizontale partnerschappen op het gebied van gezondheidsbeveiliging;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>gezamenlijke diversificatie en veerkrachtige waardeketens met betrouwbare partners;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>c)</SYMBOL>nauwere samenwerking op het gebied van migratiebeheer, eerbiediging van de mensenrechten en de menselijke waardigheid, en bescherming van het asielrecht;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>d)</SYMBOL>nauwere samenwerking bij het aanpakken van de gevolgen van klimaatverandering voor de vrede en veiligheid; benadrukt dat klimaatverandering een van de grootste uitdagingen vormt voor het GBVB van de EU; verzoekt de EU om klimaatbescherming en klimaatdiplomatie als een belangrijk onderdeel van haar buitenlands beleid te beschouwen;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>e)</SYMBOL>een snelle revitalisering van de mondiale inspanningen om uiterlijk in 2030 de 17 duurzameontwikkelingsdoelstellingen te verwezenlijken;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>f)</SYMBOL>de verdediging van vrouwenrechten wereldwijd, gezien de mondiale achteruitgang van gendergelijkheid;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>g)</SYMBOL>het verlenen van collectieve steun aan de VN, met name het Internationaal Gerechtshof, en alle andere internationale organisaties die cruciaal zijn om de op regels gebaseerde internationale orde te handhaven;</ITEM></LIST></P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Niet-onderhandelbare standpunten vaststellen die wij als onschendbaar beschouwen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>95.</NO.P>herhaalt dat de EU zich in haar externe optreden laat leiden door de waarden en beginselen die zijn verankerd in artikel 2, artikel 3, lid 5, en artikel 21 VEU, die ten grondslag liggen aan de oprichting, ontwikkeling en uitbreiding van de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>96.</NO.P>herinnert eraan dat de geloofwaardigheid van de EU afhangt van haar vermogen om op samenhangende wijze op te treden, met name wat betreft de externe vertegenwoordiging van de EU, alsook van haar vermogen om doortastend op te treden bij de bescherming van haar burgers en haar belangen; benadrukt dat de drempel voor doortastend optreden consequent moet worden gecommuniceerd en ondubbelzinnige reacties moet omvatten op ernstige schendingen van de mensenrechten, systematische onderdrukking, onder meer van parlementsleden en politieke oppositieleden, en ernstige corruptie en kleptocratie; steunt de uitbreiding van de wereldwijde EU-sanctieregeling voor de mensenrechten (een door de Amerikaanse Magnitsky Act geïnspireerde sanctieregeling voor de mensenrechten), zodat die ook betrekking heeft op systemische onderdrukking en corruptie; onderstreept dat corruptie mensenrechtenschendingen, wanpraktijken en de uitholling van de democratische beginselen en de rechtsstaat mogelijk maakt en verergert; verzoekt de EU wetgeving te ontwikkelen die gelijkwaardig is aan de Amerikaanse Foreign Corrupt Practices Act;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>97.</NO.P>moedigt nauwere coördinatie aan met de G7 en andere democratische partners, onder meer binnen de G20, om de respons op schendingen van mondiale normen op elkaar af te stemmen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>98.</NO.P>onderstreept hoe belangrijk het is om ervoor te zorgen dat de EU zich in haar GBVB laat leiden door beginselen die gendergelijkheid en de agenda voor vrouwen, vrede en veiligheid ondersteunen; dringt erop aan dat deze beginselen de belangrijkste kernbeginselen van het GBVB van de EU blijven; dringt er bij de EDEO en de Commissie op aan om de leidende rol van de EU in stand te houden bij de wereldwijde bevordering van de vrouwenrechten door het genderactieplan III grondig en ambitieus uit te voeren; uit zijn ernstige bezorgdheid over het toenemende verzet tegen de rechten van lhbtiq+-personen in verschillende delen van de wereld;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>99.</NO.P>pleit voor een kindgerichte benadering in het buitenlands en veiligheidsbeleid van de EU en wijst erop dat er meer coördinatie nodig is tussen de AU, de EU en de VN ter bescherming van kinderen en jongeren die worden getroffen door oorlog, ontheemding of humanitaire crises;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>100.</NO.P>dringt erop aan dat meer aandacht wordt besteed aan de vervolging van alle minderheden, met inbegrip van religieuze minderheden zoals christenen; veroordeelt met klem elke vorm van geweld tegen religieuze minderheden en betuigt zijn solidariteit met de slachtoffers en hun familieleden; herhaalt dat de vrijheid van godsdienst of levensovertuiging onlosmakelijk verbonden is met andere grondrechten en dat deze rechten zo moeten worden bevorderd dat ze elkaar wederzijds versterken; dringt erop aan dat de bescherming van de vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst en diversiteit worden geïntegreerd in het externe optreden van de EU; verzoekt de Commissie derhalve de functie van speciaal EU-gezant voor de bevordering van de vrijheid van godsdienst of levensovertuiging buiten de Europese Unie opnieuw in te vullen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>101.</NO.P>benadrukt dat er steun moet worden geboden aan de wereldwijde verdediging van de vrijheid van meningsuiting, ook online, en aan de pluriformiteit van de media en op waarden gebaseerde journalistiek, met name onderzoeksjournalistiek;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>102.</NO.P>verzoekt de EDEO en de Commissie duidelijke en transparante benchmarks vast te stellen om de doeltreffendheid en het algehele effect van EU-sancties te beoordelen, en het Parlement hierover regelmatig op de hoogte te houden; benadrukt dat sancties beter moeten worden gehandhaafd en herhaalt dat het belangrijk is dat zowel EU-burgers als partnerlanden worden geïnformeerd over het doel en de effecten van sancties om het vertrouwen van het publiek en de internationale geloofwaardigheid te behouden; herinnert eraan dat de consequente en uniforme toepassing van beperkende maatregelen in alle lidstaten noodzakelijk is voor de doeltreffendheid en de geloofwaardigheid van het externe optreden van de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>103.</NO.P>benadrukt het belang van tijdige en gecoördineerde reacties in crisissituaties en onderstreept daarbij dat de doeltreffendheid van het crisisbeheer meer afhangt van een vlotte besluitvorming, een snelle inzet van middelen en het vermogen om zich aan te passen aan veranderende situaties, dan van planning of narratieven alleen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>104.</NO.P>wijst erop dat de lidstaten door de vereiste van eenparigheid van stemmen genoodzaakt zijn voortdurend te streven naar compromissen en eenheid, wat in belangrijke mate bijdraagt aan de politieke invloed van de EU op het wereldtoneel; wijst er echter op dat de afweging tussen het ideaal van eenheid en de aanzienlijke kosten van unanimiteit zorgvuldig moet worden beoordeeld;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>105.</NO.P>betreurt dat individuele lidstaten in de praktijk soms hun vetorecht gebruiken om overeenkomsten af te zwakken, besluitvorming te vertragen of gemeenschappelijke beleidsmaatregelen te blokkeren; betreurt dat het potentieel voor snelle, efficiënte en doeltreffende maatregelen op het gebied van buitenlandse zaken, veiligheid en defensie, waarin onder meer de overbruggingsclausules van het VEU voorzien, onbenut blijft;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>106.</NO.P>herhaalt zijn oproep aan de Raad om geleidelijk over te stappen op besluitvorming met een gekwalificeerde meerderheid voor besluiten op terreinen van het GBVB die geen gevolgen hebben op militair of defensiegebied, met name in het kader van de sanctieregeling van de EU; is zich bewust van de bezorgdheid van sommige lidstaten die de perceptie hebben dat hun invloed op het buitenlands en veiligheidsbeleid op EU-niveau zal afnemen; herinnert eraan dat de VV/HV, zoals uiteengezet in haar opdrachtbrief, ermee belast is de aanzet te geven tot de toepassing van Verdragsbepalingen die besluitvorming met gekwalificeerde meerderheid van stemmen in het kader van het GBVB mogelijk maken, en verwacht derhalve van de VV/HV dat zij daartoe een constructieve dialoog met de lidstaten aangaat; pleit ervoor dat alle mogelijkheden die momenteel bestaan optimaal worden benut om de besluitvaardigheid op dit gebied te verbeteren en verzoekt de lidstaten om meer en op transparantere wijze gebruik te maken van constructieve onthouding overeenkomstig artikel 31, lid 1, VEU, in gevallen waarin zij niet kunnen instemmen met een besluit, maar het collectieve optreden van de Unie niet willen blokkeren; benadrukt dat een dergelijke aanpak het vermogen van de EU versterkt om snel en coherent te reageren op internationale crises, met inachtneming van de nationale soevereiniteit, en laat zien dat het reeds mogelijk is de doeltreffendheid van het GBVB te vergroten zonder een Verdragswijziging; beseft dat het alleen mogelijk is om op een geleidelijke manier over te stappen op besluitvorming met gekwalificeerde meerderheid van stemmen, die voortbouwt op de vorming van een Europese strategische cultuur;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De impact van het externe optreden van de EU vergroten</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>107.</NO.P>betreurt het dat de mondiale zichtbaarheid en politieke invloed van de EU vaak achterblijven bij haar economische, financiële en diplomatieke voetafdruk; betreurt dat dit gebrek aan zichtbaarheid soms het gevolg is van onduidelijkheden in de externe vertegenwoordiging van de EU; benadrukt dat de bevoegdheden van de VV/HV, de voorzitter van de Commissie en de voorzitter van de Europese Raad inzake het externe optreden en de externe vertegenwoordiging van de EU duidelijk moeten worden vastgelegd, zodat de EU met één stem spreekt en dit door haar partners ook zo wordt waargenomen; verzoekt de Commissie om haar coördinatie met de EDEO op het gebied van extern optreden te versterken, onder meer door toe te zien op de volledige naleving van artikel 3, lid 2, en artikel 9 van het EDEO-besluit<FOOTNOTE><FIELD>Besluit 2010/427/EU van de Raad van 26 juli 2010 tot vaststelling van de organisatie en werking van de Europese Dienst voor extern optreden (PB L 201 van 3.8.2010, blz. 30, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2010/427/oj).</FIELD></FOOTNOTE>, die mogelijk moeten worden bijgewerkt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>108.</NO.P>verzoekt de Raad en de Commissie met één stem te spreken; merkt op dat enige vooruitgang op het gebied van het GBVB kan worden geboekt door gebruik te maken van de bepalingen in de bestaande Verdragen, zoals de overbruggingsclausule; benadrukt dat de Verdragen specifiek moeten voorzien in de mogelijkheid om een Europese defensie-unie op te richten en dat de VV/HV moet worden ondersteund bij haar inspanningen om de belangrijkste externe vertegenwoordiger van de EU in internationale fora te worden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>109.</NO.P>prijst de inspanningen van de Europese diplomatieke academie om bij te dragen aan een diplomatenkorps en diplomatiecultuur van de EU; verzoekt de academie om ook Europese burgers toe te laten die niet alleen diplomaten van de lidstaten zijn; wijst erop dat er voldoende middelen, waaronder personele middelen, aan de academie moeten worden toegewezen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>110.</NO.P>verzoekt de VV/HV snel met voorstellen te komen voor de toekomstige operationele structuur van het externe optreden van de EU en daarbij ten volle rekening te houden met de aanbeveling van het Parlement van 15 maart 2023 met een balans van de werking van de EDEO en een pleidooi voor een sterkere EU in de wereld<FOOTNOTE><FIELD>Aanbeveling van het Europees Parlement van 15 maart 2023 aan de Raad en de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid met een balans van de werking van de EDEO en een pleidooi voor een sterkere EU in de wereld, (PB C, C/2023/410, 23.11.2023, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2023/410/oj).</FIELD></FOOTNOTE>;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>111.</NO.P>verzoekt de VV/HV een coherente en strategische communicatiestrategie voor te stellen die de voordelen van het externe optreden van de EU benadrukt en de doelstellingen van de EU ondersteunt, en tegelijkertijd desinformatiecampagnes van niet-EU-landen tegengaat; moedigt de EDEO aan de politieke aanwezigheid van de EU in onze partnerlanden te versterken en ons externe optreden toegankelijker te maken voor het publiek in die landen, onder meer door meertalige campagnes, culturele diplomatie en samenwerkingen met lokale belanghebbenden en media; pleit ervoor communicatie op te nemen als een prestatiecriterium in het kader van EDEO-programmering; benadrukt dat met deze strategie ook de zichtbaarheid van door de Unie gefinancierde projecten moet worden vergroot, met duidelijke verwijzingen naar de woorden “Europese Unie” en de vlag van de EU, met name in kandidaat-lidstaten, teneinde pogingen om EU-initiatieven te ondermijnen tegen te gaan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>112.</NO.P>pleit voor een prominentere aanwezigheid van de EU tijdens mondiale topontmoetingen, in regionale fora en op platforms voor conflictbemiddeling, niet alleen via lidstaten maar ook onder een zichtbare EU-vlag;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>113.</NO.P>dringt aan op meer convergentie tussen de diplomatieke diensten van de EU en de lidstaten om de synergie tussen nationale profilering en EU-communicatie te verbeteren, in overeenstemming met de “Team Europa”-aanpak;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>114.</NO.P>onderstreept dat budgettaire beperkingen een grote belemmering vormen voor het vergroten van de zichtbaarheid en de impact van het externe optreden van de EU; benadrukt dat zonder duidelijke geografische en thematische prioritering het risico bestaat dat de beperkte middelen niet breed genoeg worden gespreid om een strategische impact te hebben; verzoekt de Commissie en de EDEO om een echte prioritering door te voeren, teneinde vast te stellen waar het externe optreden van de EU het grootste politieke en strategische rendement kan opleveren; herinnert er in dit verband aan dat de Commissie in staat moet zijn om ervoor te zorgen dat de middelen daadwerkelijk ten goede komen aan de beoogde ontvanger en niet worden misbruikt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>115.</NO.P>dringt erop aan de EDEO – zowel zijn hoofdkwartier als de EU-delegaties – te versterken door passende financiële en personele middelen ter beschikking te stellen, zodat de EU zich beter kan voorbereiden op de huidige en toekomstige mondiale uitdagingen; dringt erop aan dat de EDEO de mogelijkheid krijgt om zijn vaste diplomatieke EU-personeel te selecteren en aan te werven, waaronder personeelsleden die afstuderen aan de Europese diplomatieke academie, en dat de EDEO streeft naar een eerlijker gender- en geografisch evenwicht tussen de lidstaten op alle niveaus binnen de dienst;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>116.</NO.P>wijst op het strategische potentieel van het Global Gateway-initiatief, dat niet alleen als investeringsplatform kan dienen, maar ook als instrument om de aanwezigheid en zichtbaarheid van de EU wereldwijd te vergroten; is verheugd dat de Commissie prioriteit heeft gegeven aan de uitvoering van de Global Gateway-projecten; is bezorgd over berichten dat een aantal Global Gateway-projecten wordt uitgevoerd door Chinese bedrijven, hetgeen rechtstreeks in strijd is met de doelstellingen van het initiatief om een alternatief te bieden voor het Chinese “Belt and Road”-initiatief en om echte nationale waarde te creëren in partnerlanden; roept daarom op tot onmiddellijk onderzoek van alle Chinese bedrijven die bij de Global Gateway betrokken zijn; herhaalt dat de Global Gateway moet bijdragen tot mondiale stabiliteit en veiligheid en tegelijkertijd de veerkracht van Europa moet versterken; benadrukt voorts dat, om het politieke engagement en de geopolitieke ambities op elkaar af te stemmen, een hernieuwde inzet voor tijdige resultaten, meer lokale betrokkenheid bij de identificatie van projecten en een duidelijk omschreven betrokkenheid van de particuliere sector nodig zijn; verzoekt de Commissie vaart te zetten achter de uitvoering van projecten en het aantal vlaggenschipprojecten te stroomlijnen om het effect van het initiatief te maximaliseren; is bovendien van mening dat Global Gateway-projecten betere publieke communicatie vereisen, met name in het geval van indirect beheer met uitvoerende partners, zoals gemengde financieringsverrichtingen in het kader van het Europees Fonds voor duurzame ontwikkeling+ waarbij meerdere belanghebbenden betrokken zijn; verzoekt de Commissie en de EDEO daarom de communicatie over door de EU gefinancierde acties systematisch te versterken en te zorgen voor coherente berichtgeving, duidelijke toewijzing en doeltreffende zichtbaarheid van het leiderschap en de toegevoegde waarde van de Unie; wijst erop dat de begroting van 300 miljard EUR die aan dit initiatief is toegewezen, minder dan een derde uitmaakt van de begroting van de projecten die reeds lopen in het kader van het vergelijkbare op connectiviteit en infrastructuur gerichte “Belt and Road”-initiatief van China; beveelt aan de toezichthoudende rol van het Parlement te versterken om te zorgen voor meer verantwoordingsplicht en transparantie in het financieringsproces voor Global Gateway-projecten, onder meer via regelmatige verslaggeving door de Commissie en de EDEO, versterkte parlementaire controle op de selectie en uitvoering van projecten, en systematische evaluatie van de resultaten en effecten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>117.</NO.P>wijst nogmaals op de rol van de speciale vertegenwoordigers van de EU (SVEU’s), die het beleid en de belangen van de EU in specifieke regio’s en landen bevorderen en een essentiële rol spelen bij de ontwikkeling van een sterker en doeltreffender GBVB door te zorgen voor een actieve politieke aanwezigheid van de EU in belangrijke landen en regio’s en als “stem” en “gezicht” van de EU te fungeren; benadrukt dat de SVEU’s over een breed, flexibel mandaat moeten beschikken, dat kan worden aangepast aan de veranderende geopolitieke omstandigheden, om het beleid en de belangen van de EU in specifieke regio’s en landen te bevorderen; benadrukt dat de benoeming van nieuwe SVEU’s pas mag plaatsvinden na een hoorzitting in het Parlement;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>118.</NO.P>dringt aan op een hernieuwde aanpak van preventieve diplomatie als proactief instrument voor extern beleid om conflicten tussen partijen te voorkomen, daarbij te bemiddelen en die vreedzaam op te lossen; verzoekt de EDEO de instrumenten van de preventieve diplomatie van de EU te integreren in structurele preventiemechanismen en -maatregelen, zoals politieke overeenkomsten tussen de verschillende partijen bij conflicten, nationale dialogen gericht op verzoening, vredesopbouw en overgangsjustitie, alsook waarheids- en verzoeningscommissies;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>119.</NO.P>herinnert eraan dat de uitoefening van de begrotingsfunctie van het Parlement onlosmakelijk verbonden is met zijn functie op het gebied van democratische controle en raadpleging; onderstreept dat het Parlement in het kader van het GBVB, waar het GVDB onder valt, zijn begrotingsfunctie samen met de Raad uitoefent; herinnert eraan dat het Parlement, zoals bepaald in artikel 36 VEU, ook politieke controle uitoefent op dit beleid en daarover moet worden geraadpleegd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>120.</NO.P>benadrukt dat een gedetailleerdere begrotingsnomenclatuur noodzakelijk is in de GBVB-begroting, het instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking en in het instrument voor pretoetredingssteun, zodat de begrotingsautoriteit in het kader van de jaarlijkse begrotingsprocedure beleids- en geografische prioriteiten kan vaststellen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>121.</NO.P>herhaalt zijn oproep voor de opzet van een systeem dat zorgt voor een automatische en continue stroom van inlichtingen van de lidstaten naar de EDEO over buitenlandse en veiligheidskwesties die zich buiten de Unie voordoen; dringt in dit verband aan op een versterking van het Inlichtingen- en situatiecentrum van de EU, het crisisresponscentrum van de EDEO en het Satellietcentrum van de EU, door hun personele en financiële middelen en capaciteiten uit te breiden; dringt aan op een verbetering van de veiligheidsprotocollen van de diensten die met inlichtingen en/of gevoelige informatie werken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>122.</NO.P>herinnert eraan dat het Parlement een specifieke rol te vervullen heeft bij het vergroten van de zichtbaarheid en de impact van het externe optreden van de EU, en daarmee een aanvullende bijdrage kan leveren aan de inspanningen van de diplomatieke diensten van de EU en de lidstaten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>123.</NO.P>is van mening dat er behoefte is aan strenger parlementair toezicht op het externe optreden van de EU, met inbegrip van regelmatige en vroegtijdige, maar beveiligde, toegang tot vertrouwelijke informatie en gestructureerde dialogen, overeenkomstig artikel 36 VEU; benadrukt dat de VV/HV en de EDEO meer feedback moeten geven over de genomen maatregelen en de bereikte effecten, om te voldoen aan de aanbevelingen van het Parlement die in de resoluties over buitenlandse aangelegenheden zijn geformuleerd; benadrukt dat democratisch toezicht niet doeltreffend kan zijn zonder daadwerkelijke toegang tot gerubriceerde informatie en beoordelingen, en dringt aan op verbeteringen van het Interinstitutioneel Akkoord van 2002 om dit geschikt te maken voor de huidige veiligheidssituatie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>124.</NO.P>onderstreept dat elk verzoek dat hierboven aan de orde is gesteld een passende schriftelijke reactie van de VV/HV vereist; verzoekt de VV/HV snel en schriftelijk te reageren op de oproepen, verzoeken en zorgen van het Parlement; is van mening dat mondelinge verklaringen in commissies of plenaire vergaderingen slechts in uitzonderlijke of dringende gevallen als antwoord kunnen volstaan; benadrukt dat nauwe samenwerking en partnerschap tussen het Parlement en de VV/HV in de huidige moeilijke geopolitieke context van strategisch belang zijn; onderstreept dat GBVB- of GVDB-besluiten die uitgaven met zich meebrengen, altijd fundamentele keuzes voor dat beleid vormen en onder parlementair toezicht moeten staan; wenst meer systematische uitwisselingen voorafgaand aan de goedkeuring van mandaten en GBVB‑strategieën en een betere informatiestroom als het gaat om onderhandelingen en de uitvoering van internationale overeenkomsten, alsook memoranda van overeenstemming;</P></ACTION><SEPARATION><P>°</P><P>°	°</P></SEPARATION><ACTION><P><NO.P>125.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Europese Raad, de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, alsmede aan de regeringen en parlementen van de lidstaten.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>