<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2026)0014</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Mensenrechten en democratie in de wereld en het beleid van de Europese Unie op dit gebied – jaarverslag 2025</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0262/2025 - Rapporteur: Francisco Assis)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 21 januari 2026 over mensenrechten en democratie in de wereld en het beleid van de Europese Unie op dit gebied – jaarverslag 2025 (2025/2166(INI))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Europees Verdrag voor de rechten van de mens,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de artikelen 2, 3, 8, 21, 23 en 36 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de artikelen 17 en 207 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en andere belangrijke mensenrechtenverdragen en -instrumenten van de Verenigde Naties,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het VN-Verdrag inzake de voorkoming en de bestraffing van genocide, aangenomen op 9 december 1948,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen, aangenomen op 12 augustus 1949,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het VN-Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing van 10 december 1984 en het op 18 december 2002 aangenomen facultatief protocol daarbij,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de VN-Verklaring over de rechten van inheemse volken, aangenomen door de Algemene Vergadering van de VN op 13 september 2007,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van personen met een handicap van 12 december 2006 en het op 13 december 2006 aangenomen facultatief protocol daarbij,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de Verklaring inzake de uitbanning van alle vormen van intolerantie en discriminatie op grond van religie of overtuiging, afgekondigd bij resolutie 36/55 van de Algemene Vergadering van de VN van 25 november 1981,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de VN-Verklaring inzake de rechten van tot nationale of etnische, religieuze en taalminderheden behorende personen van 18 december 1992,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het VN-Verdrag inzake de rechten van het kind van 20 november 1989 en de twee op 25 mei 2000 aangenomen facultatieve protocollen daarbij,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de protocollen nrs. 6 en 13 bij het Verdrag van de Raad van Europa van 28 april 1983 tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, inzake de afschaffing van de doodstraf,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de conclusies van de Raad van 27 januari 2025 over de prioriteiten van de EU in de VN-mensenrechtenfora in 2025,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het op 17 november 2020 door de Raad aangenomen EU-actieplan inzake mensenrechten en democratie 2020-2024, en de op 9 juni 2023 aangenomen tussentijdse evaluatie daarvan,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2020/1998 van de Raad van 7 december 2020 betreffende beperkende maatregelen tegen ernstige schendingen van de mensenrechten<FOOTNOTE><FIELD> PB L 410 I van 7.12.2020, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2020/1998/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2021/947 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juni 2021 tot vaststelling van het instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking – Europa in de wereld, tot wijziging en intrekking van Besluit nr. 466/2014/EU van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Verordening (EU) 2017/1601 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EG, Euratom) nr. 480/2009 van de Raad<FOOTNOTE><FIELD> PB L 209 van 14.6.2021, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/947/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de EU-strategie voor de rechten van het kind (COM(2021)0142),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de EU-richtsnoeren over de bevordering en de bescherming van de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de EU-richtsnoeren inzake de vrijheid van meningsuiting online en offline, aangenomen door de Raad op 12 mei 2014,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de herziene EU-richtsnoeren voor een EU-beleid ten aanzien van derde landen inzake foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing, aangenomen door de Raad op 16 september 2019,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de herziene richtsnoeren van de EU over kinderen en gewapende conflicten, goedgekeurd door de Raad op 24 juni 2024,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het gezamenlijke voorstel van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid van 3 mei 2023 voor een verordening van de Raad betreffende beperkende maatregelen tegen ernstige corruptie (JOIN(2023)0013),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de EU-richtsnoeren inzake de bevordering van de naleving van het internationaal humanitair recht,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof van 17 juli 1998,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 15 januari 2019 over de EU-richtsnoeren en het mandaat van de speciaal EU-gezant voor de bevordering van de vrijheid van godsdienst of levensovertuiging buiten de EU<FOOTNOTE><FIELD> PB C 411 van 27.11.2020, blz. 30.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 8 juli 2021 over de wereldwijde EU-sanctieregeling voor de mensenrechten (EU-Magnitski-wet)<FOOTNOTE><FIELD> PB C 99 van 1.3.2022, blz. 152.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de conclusies van de Raad van 27 mei 2024 over de afstemming van het EU‑actieplan inzake mensenrechten en democratie 2020-2024 op het meerjarig financieel kader 2021-2027,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het EU-actieplan inzake gendergelijkheid en de empowerment van vrouwen in het externe optreden 2021-2025 (GAP III),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de EU-richtsnoeren over mensenrechtenverdedigers, aangenomen door de Raad op 14 juni 2004,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag 2024 van de EU over mensenrechten en democratie in de wereld,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn Sacharovprijs voor de vrijheid van denken, die in 2025 werd toegekend aan de Belarussische journalist Andrzej Poczobut en de Georgische journalist Mzia Amaglobeli,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 2 april 2025 over mensenrechten en democratie in de wereld en het beleid van de Europese Unie op dit gebied – jaarverslag 2024<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2025/4390, 9.9.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/4390/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, en zijn eerdere resoluties over voorgaande jaarverslagen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resoluties over gevallen van schending van de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat (ook spoedresoluties genoemd) die overeenkomstig artikel 150 van zijn Reglement zijn aangenomen, en met name die van 2025,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 55 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie vrouwenrechten en gendergelijkheid,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie buitenlandse zaken (A10-0262/2025),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de EU op bepaalde waarden berust, namelijk eerbied voor de menselijke waardigheid, vrijheid, democratie, gelijkheid, de rechtsstaat en eerbiediging van de mensenrechten, zoals vastgelegd in de artikelen 2 en 21 VEU; overwegende dat het internationaal optreden van de EU gebaseerd moet zijn op de universaliteit en ondeelbaarheid van de mensenrechten en als uitgangspunt moet hebben dat de doeltreffende bescherming en verdediging van de mensenrechten en de democratie centraal staan in het externe optreden van de EU;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat consistentie en samenhang tussen het interne en het externe beleid van de EU van cruciaal belang zijn voor de verwezenlijking van een doeltreffend en geloofwaardig mensenrechtenbeleid van de EU, alsook voor de verdediging en ondersteuning van vrijheid en democratie;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat democratische stelsels het meest geschikt zijn om te waarborgen dat iedereen zijn mensenrechten en grondrechten kan uitoefenen; overwegende dat een wereld van democratieën, in de zin van volgroeide democratische stelsels, alles bij elkaar genomen een veiligere wereld is, aangezien democratieën over belangrijke checks-and-balances beschikken die het onvoorspelbare gedrag van autocratieën op het internationale toneel voorkomen; overwegende dat momenteel slechts 29 % van de wereldbevolking in een liberale democratie leeft, wat een scherpe daling is ten opzichte van 52 % in 2009; overwegende dat de toename van autoritarisme, illiberalisme en populisme een bedreiging vormt voor de op regels gebaseerde wereldorde, de bescherming en bevordering van de mensenrechten in de wereld en de waarden en beginselen waarop de EU gegrondvest is; overwegende dat er ook sprake is van een toename van terrorisme en extremisme en dat deze waarden en beginselen ook hierdoor worden bedreigd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat de EU vol overtuiging gelooft in en zich volledig schaart achter multilateralisme, een op regels gebaseerde wereldorde en de reeks universele waarden, beginselen en normen die de lidstaten van de VN als leidraad nemen en beloofd hebben te zullen handhaven, in overeenstemming met het VN-Handvest;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat de wereldwijde achteruitgang op het gebied van gendergelijkheid en grondrechten, waaronder vrouwenrechten, en de toename van lhbtiq+-vijandige retoriek een aantasting vormen van de rechten van de meest kwetsbare groepen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat het misbruik van technologieën op het gebied van digitale surveillance en artificiële intelligentie een steeds grotere bedreiging vormt voor de privacy, de vrijheid van meningsuiting en mensenrechtenverdedigers;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat de legitimiteit van de op regels gebaseerde internationale orde, waar de EU zich volledig achter schaart en die zij beoogt te beschermen, staat of valt met de naleving van de bevelen van internationale organen, zoals de resoluties van de VN-Veiligheidsraad en de bevelen en besluiten van het Internationaal Gerechtshof (IGH) en het Internationaal Strafhof (ICC); overwegende dat de naleving van dergelijke bevelen en besluiten en, in het algemeen, van het internationaal recht, het recht inzake de mensenrechten en het internationaal humanitair recht in opkomende en aanhoudende conflicten wereldwijd steeds meer en op niet eerder vertoonde wijze in het gedrang komt; overwegende dat autoritaire en illiberale regimes misbruik maken van multilaterale fora om een reactionaire agenda te bevorderen waarin de mensenrechten en de multilaterale en op regels gebaseerde orde ter discussie worden gesteld; overwegende dat het in diskrediet brengen en aanvallen van multilaterale organisaties ernstige gevolgen heeft en bijvoorbeeld een cultuur van straffeloosheid in de hand kan werken; overwegende dat internationale instellingen, hun ambtenaren en degenen die met hen samenwerken steeds vaker het slachtoffer zijn van aanvallen en bedreigingen; overwegende dat de internationale gemeenschap, met inbegrip van de EU, de verantwoordelijkheid draagt om de internationale op regels gebaseerde orde te beschermen door universele naleving te handhaven, ook door haar partners;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat de EU als gevolg van de enorme bezuinigingen op internationale financiering ten behoeve van de mensenrechten, de ondersteuning van de democratie en de onafhankelijke media is uitgegroeid tot een van de laatste grote mondiale spelers op dit gebied;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat de VN wordt geconfronteerd met een zeer zorgwekkende en nijpende financiële situatie, met een personeelsinkrimping van 20 % en een verlaging van haar algemene begroting met 500 miljoen USD, in combinatie met verdere aanzienlijke bezuinigingen op haar agentschappen voor vredeshandhaving, humanitaire hulpverlening en gezondheidszorg na de intrekking van internationale financiële steun;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat het EU-actieplan inzake mensenrechten en democratie 2020-2024 is verlengd tot 2027 en dat moet worden begonnen met het opstellen van een verbeterd plan voor 2028-2034, parallel met het opstellen van het nieuwe meerjarig financieel kader (MFK), om in te spelen op de nieuwe mondiale uitdagingen; overwegende dat het in de voorgestelde herziene structuur van het nieuwe MFK ontbreekt aan een speciaal programma en een specifieke toewijzing van begrotingsmiddelen voor de mensenrechten, democratie en de rechtsstaat, waardoor bezorgdheid ontstaat over onderfinanciering, een gebrek aan voorspelbaarheid en de uitholling van thematische prioriteiten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>K.</NO.P>overwegende dat mensenrechtenverdedigers, onder wie vrouwenrechtenverdedigers, en maatschappelijke organisaties cruciale partners zijn bij de inspanningen van de EU om de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat te beschermen en te bevorderen; overwegende dat regeringen en niet-overheidsactoren overal ter wereld de ruimte voor het maatschappelijk middenveld blijven inperken door onder meer mensenrechtenverdedigers, maatschappelijke organisaties, journalisten, religieuze gemeenschappen, oppositieleiders en andere kwetsbare groepen steeds meer te censureren, tot zwijgen te brengen en te intimideren bij hun werkzaamheden, waardoor de ruimte voor het maatschappelijk middenveld nog verder wordt ingeperkt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>L.</NO.P>overwegende dat regeringen overal ter wereld mensenrechtenverdedigers en maatschappelijke organisaties steeds meer censureren, het zwijgen opleggen en intimideren bij hun werkzaamheden; overwegende dat het daarbij onder meer gaat om maatregelen als strategische rechtszaken tegen publieke participatie (SLAPP’s), restrictief overheidsbeleid, lastercampagnes, discriminatie, intimidatie en geweld, waaronder buitengerechtelijke executies, ontvoeringen en willekeurige arrestaties en detentie; overwegende dat aanvallen op mensenrechtenverdedigers steeds vaker ook gericht zijn tegen hun familieleden en de gemeenschappen waartoe zij behoren;</P></CONS><CONS><P><NO.P>M.</NO.P>overwegende dat de vervolging van religieuze minderheden een schending vormt van de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging, een van grondrechten die zijn verankerd in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en in het internationaal recht;</P></CONS><CONS><P><NO.P>N.</NO.P>overwegende dat christelijke gemeenschappen in het Midden-Oosten, die tot de oudste ter wereld behoren, nog steeds lijden onder zware vervolging, discriminatie, gedwongen ontheemding en beperkingen van hun vrijheid van godsdienst en levensovertuiging;</P></CONS><CONS><P><NO.P>O.</NO.P>overwegende dat in Richtlijn (EU) 2024/1712<FOOTNOTE><FIELD> Richtlijn (EU) 2024/1712 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 tot wijziging van Richtlijn 2011/36/EU inzake de voorkoming en bestrijding van mensenhandel en de bescherming van slachtoffers daarvan (PB L, 2024/1712, 24.6.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2024/1712/oj).</FIELD></FOOTNOTE> tot wijziging van Richtlijn 2011/36/EU<FOOTNOTE><FIELD> Richtlijn 2011/36/EU van het Europees Parlement en de Raad van 5 april 2011 inzake de voorkoming en bestrijding van mensenhandel en de bescherming van slachtoffers daarvan (PB L 101 van 15.4.2011, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2011/36/oj).</FIELD></FOOTNOTE> draagmoederschap, gedwongen huwelijken en illegale adoptie tot de praktijken worden gerekend die als mensenhandel worden opgevat;</P></CONS><CONS><P><NO.P>P.</NO.P>overwegende dat het Verdrag van Istanbul, waarbij de EU zich onlangs heeft aangesloten hoewel het slechts door enkele lidstaten is geratificeerd, bevestigt dat gewapende conflicten leiden tot herhaalde schendingen van de mensenrechten van de burgerbevolking, met name van vrouwen, tegen wie verkrachting en seksueel geweld als oorlogswapen worden ingezet en die tijdens en na conflicten worden blootgesteld aan een toename van gendergerelateerd geweld, waarbij overlevenden het moeten stellen zonder toegang tot de rechter of passende medische en psychologische hulp; overwegende dat bovengenoemd verdrag geweld tegen vrouwen definieert als een mensenrechtenschending;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Q.</NO.P>overwegende dat gendergelijkheid een kernwaarde van de EU is en dat de mensenrechten van vrouwen en meisjes, waaronder hun seksuele en reproductieve rechten, wereldwijd nog steeds worden geschonden; overwegende dat vrouwen eigensoortige en onevenredige gevolgen ondervinden van conflicten, klimaatverandering en migratie, waaronder een verhoogd risico op gendergerelateerd geweld, economische marginalisering en belemmeringen bij de toegang tot hulpbronnen; overwegende dat mensenrechtenverdedigers en maatschappelijke organisaties die zich inzetten voor vrouwenrechten steeds minder ruimte krijgen om hun uiterst belangrijke activiteiten te ontplooien en dat zij met geweld, pesterijen en intimidatie worden bedreigd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>R.</NO.P>overwegende dat maatschappelijke organisaties die personen met een handicap en hun gezinnen vertegenwoordigen een essentiële rol vervullen bij de bevordering van de mensenrechten en de totstandbrenging van democratische en inclusieve samenlevingen; overwegende dat personen met een handicap, in het bijzonder vrouwen en meisjes, bij conflicten, migratie en mensenhandel worden geconfronteerd met intersectionele discriminatie, en dat in het extern optreden van de EU moet worden gezorgd voor hun volledige inclusie en gelijke toegang, in overeenstemming met het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap;</P></CONS><CONS><P><NO.P>S.</NO.P>overwegende dat de Intergouvernementele Werkgroep inzake klimaatverandering (IPCC) en de VN-Mensenrechtenraad hebben erkend dat de klimaatcrisis een bedreiging vormt voor het voortbestaan van de mensheid als geheel, en in wezen een mensenrechtencrisis is waardoor het recht op leven, voedsel, water en sanitaire voorzieningen, gezondheid, cultuur en andere zaken in iedere regio van de wereld wordt aangetast;</P></CONS><CONS><P><NO.P>T.</NO.P>overwegende dat ondersteuning van de democratie centraal staat in het externe optreden van de EU en dat verkiezingswaarneming daarbij een van de belangrijkste instrumenten is waarover de EU beschikt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>U.</NO.P>overwegende dat in 2024 meer dan de helft van de wereldbevolking naar de stembus is gegaan en dat veel van deze verkiezingen werden gekenmerkt door manipulatie, desinformatie en pogingen tot inmenging uit het binnen- of buitenland; overwegende dat soortgelijke patronen worden waargenomen in 2025;</P></CONS><CONS><P><NO.P>V.</NO.P>overwegende dat uit de wereldindex voor persvrijheid 2025 van Verslaggevers zonder Grenzen (VZG) blijkt dat ruim de helft van de wereldbevolking in landen leeft waar de persvrijheid zich in een situatie bevindt die als “zeer precair” wordt omschreven en dat de wereldwijde stand van zaken op het gebied van de persvrijheid nu voor het eerst in de geschiedenis van de index wordt aangemerkt als “moeilijk”; overwegende dat volgens de barometer 2025 van VZG (stand van zaken op donderdag 10 september 2025) sinds 1 januari 2025 al 51 journalisten en mediawerkers waren omgekomen, er 527 in hechtenis zaten, 25 werden gegijzeld en 142 als vermist waren opgegeven;</P></CONS><CONS><P><NO.P>W.</NO.P>overwegende dat het afgelopen jaar werd gekenmerkt door een verdere toename van wetten inzake buitenlandse beïnvloeding en inzake “buitenlandse agenten”, ook in kandidaat-lidstaten van de EU, die gericht zijn op maatschappelijke organisaties en mediakanalen en proberen te beletten dat zij financiële steun ontvangen uit het buitenland, onder meer van de EU en haar lidstaten, hetgeen bijdraagt tot een klimaat van angst en zelfcensuur;</P></CONS><CONS><P><NO.P>X.</NO.P>overwegende dat volgens het Global Education Monitoring Report 2025 van de Unesco 272 miljoen kinderen en jongeren hun grondrecht op onderwijs wordt ontzegd waardoor zij niet naar school gaan, hetgeen een forse toename inhoudt met 21 miljoen ten opzichte van de laatste uitgebrachte schatting van 251 miljoen; overwegende dat meisjes en vrouwen nog steeds met armoede te maken hebben en daarnaast nog steeds nadelen ondervinden van culturele normen, gendervooroordelen, kindhuwelijken en geweld als gevolg van officiële discriminerende beleidsmaatregelen waardoor hun de toegang tot onderwijs en de arbeidsmarkt wordt ontzegd, en dat volgens Unicef één op de drie tienermeisjes uit de armste huishoudens nog nooit naar school is geweest;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Y.</NO.P>overwegende dat de wereldwijde EU-sanctieregeling voor de mensenrechten (de EU‑Magnitski-wet)<FOOTNOTE><FIELD> Besluit (GBVB) 2020/1999 van de Raad van 7 december 2020 betreffende beperkende maatregelen tegen ernstige schendingen van de mensenrechten (PB L 410 I van 7.12.2020, blz. 13, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2020/1999/oj) en Verordening (EU) 2020/1998 van de Raad van 7 december 2020.</FIELD></FOOTNOTE>, die in december 2020 is vastgesteld, de EU in staat stelt beperkende maatregelen te nemen jegens personen en entiteiten die verantwoordelijk zijn voor ernstige mensenrechtenschendingen waar ook ter wereld; overwegende dat bepaalde EU-lidstaten eigen nationale wetgeving hebben aangenomen naar het voorbeeld van de Magnitski-wet;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Z.</NO.P>overwegende dat transnationale repressie een goed gedocumenteerd fenomeen is dat zich voordoet in een mondiale context van verslechterende mensenrechten, een krimpende ruimte voor het maatschappelijk middenveld en een toenemend aantal autoritaire regimes die steeds repressiever en assertiever optreden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AA.</NO.P>overwegende dat de geringe onafhankelijkheid van de rechterlijke macht de scheiding der machten aantast, de rechtsstaat verzwakt en de achteruitgang van de democratie in de hand werkt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AB.</NO.P>overwegende dat grondgebieden van bepaalde landen, ook in de EU, nog altijd gebukt gaan onder een militaire bezetting door buitenlandse mogendheden, hetgeen in strijd is met het internationaal recht en de desbetreffende resoluties van de VN-Veiligheidsraad; overwegende dat er nog steeds sprake is van aanhoudende schendingen van de mensenrechten, waaronder eigendomsrechten, de vrijheid van beweging en de vrijheid van eredienst, en beperkingen van de toegang tot en het behoud van cultureel en religieus erfgoed in de bezette gebieden; overwegende dat de kwestie van vermiste personen en het recht van families op waarheid en gerechtigheid nog steeds op een oplossing wachten;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Toenemende bedreigingen en mondiale uitdagingen voor de mensenrechten en de democratie</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>herhaalt de standpunten die zijn verwoord in zijn jaarverslag 2024 van 2 april 2025 over het universele en ondeelbare karakter van de mensenrechten en de bescherming van de onvervreemdbare waardigheid van alle mensen op basis van de waarden en beginselen van de EU, die als leidraad dienen voor het optreden van de Unie op het internationale toneel op grond van artikel 21 VEU; herhaalt met name zijn conclusies met betrekking tot de rechten van vrouwen, kinderen, migranten en vluchtelingen, religieuze en etnische minderheden en alle personen voor wie schendingen van de mensenrechten continu op de loer liggen vanwege hun ras, etniciteit, godsdienst, kaste, gender, seksualiteit, handicap of sociaal-economische status, en uit nogmaals zijn bezorgdheid over schendingen van het recht op vrijheid van denken, geweten of godsdienst, meningsuiting en mediavrijheid, en het recht op informatie en publieke participatie; verklaart nogmaals resoluut gekant te zijn tegen de doodstraf;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>benadrukt dat de daadwerkelijke eerbiediging en bescherming van mensenrechten en vrijheden de hoeksteen van het buitenlands beleid van de EU moeten zijn; dringt er bij de EU op aan te blijven werken aan een alomvattend instrumentarium om de mensenrechten en de democratie wereldwijd te versterken; doet een oproep aan de EU en haar lidstaten om overeenkomstig hun waarden het goede voorbeeld te blijven geven door de mensenrechten en de internationale gerechtigdheid te bevorderen en strikt te handhaven;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Achteruitgang van de democratie</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>veroordeelt de verslechtering van de mondiale situatie op het vlak van de mensenrechten en de duidelijk neerwaartse spiraal wat mensenrechtenschendingen en achteruitgang van de democratie wereldwijd betreft, waaronder de schending van de rechten van vrouwen, executies, buitengerechtelijke moorden, willekeurige arrestaties en detentie, foltering en mishandeling, gendergerelateerd geweld en onderdrukking van het maatschappelijk middenveld, politieke tegenstanders en gemarginaliseerde en kwetsbare groepen, waaronder kinderen en ouderen, migranten, vluchtelingen en asielzoekers, en etnische en religieuze minderheden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>wijst erop dat de EU er volledig op voorbereid moet zijn om de opkomst van autoritarisme, totalitarisme en populisme alsook de toenemende schendingen van de beginselen van universaliteit van de mensenrechten, de democratie en het internationaal humanitair recht een halt toe te roepen; stelt vast dat het recht om deel te nemen aan vrije en eerlijke verkiezingen wordt aangevallen door autoritaire, totalitaire en illiberale regimes; betreurt dat er in een aantal volgroeide democratieën steeds meer belemmeringen zijn voor het volledige genot van die rechten; benadrukt dat deze regimes nepverkiezingen houden om hun macht te legitimeren, aangezien de voorwaarden voor daadwerkelijke concurrentie, legitimiteit en pluralisme afwezig zijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>wijst op het belang van kwaliteitsonderwijs en gelijke kansen voor meisjes als essentiële voorwaarde voor de empowerment van vrouwen en de volledige uitoefening van hun rechten; wijst erop dat investeringen in onderwijs voor meisjes wereldwijd positieve resultaten voor samenlevingen opleveren voor de komende generaties; herhaalt dat leeftijdsgericht, empirisch onderbouwd, alomvattend onderwijs over seksualiteit en relaties noodzakelijk is en dat zowel binnen als buiten de EU een einde moet worden gemaakt aan genderstereotypen en schadelijke maatschappelijke normen die ongelijkheden in de hand werken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>wijst op de cruciale noodzaak om de rechten van zwangere vrouwen te beschermen en te zorgen voor uitgebreide steun voor hun gezondheid, veiligheid en waardigheid;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>benadrukt dat het belangrijk is alle vormen van seksuele uitbuiting van vrouwen te bestrijden, met inbegrip van mensenhandel met het oog op seksuele uitbuiting; wijst op de noodzaak om de legalisering en normalisering van prostitutie te voorkomen en tegen te gaan, aangezien dit uitbuiting, misbruik en georganiseerde misdaad in de hand werkt; roept op tot doeltreffend beleid dat gericht is op de preventie, bescherming en ondersteuning van slachtoffers en de vervolging van diegenen die profiteren van seksuele uitbuiting;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>herhaalt dat verkrachting een van de meest wijdverbreide mensenrechtenschendingen blijft en herinnert eraan dat verkrachting, gedefinieerd op grond van het ontbreken van instemming, uit hoofde van de bestaande rechtsgrondslag strafbaar moet worden gesteld krachtens het EU-recht; veroordeelt in de meest scherpe bewoordingen het gebruik van verkrachting en andere vormen van seksueel geweld als oorlogswapen dat wordt ingezet om burgerbevolkingen angst aan te jagen, weerstand te onderdrukken en gemeenschappen te vernietigen; herinnert eraan dat dergelijke daden uit hoofde van het internationaal recht kunnen neerkomen op oorlogsmisdrijven, misdrijven tegen de menselijkheid of daden die bijdragen tot genocide;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>dringt er bij de EU en mondiale actoren op aan om praktijken als vrouwelijke genitale verminking, gedwongen huwelijken en kindhuwelijken, en eergerelateerd geweld en eremoorden aan de kaak te stellen; dringt aan op doortastende maatregelen in de EU en wereldwijd om handel in vrouwen en meisjes te voorkomen en slachtoffers van seksueel en gendergerelateerd geweld te steunen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>benadrukt dat cyberaanvallen, desinformatie en misinformatie, die vaak worden ingezet als instrumenten voor buitenlandse inmenging, ook tijdens verkiezingscampagnes, bijdragen tot deze trend van democratische achteruitgang; wijst op het cruciale belang van betrouwbare, onafhankelijke en gevarieerde informatiebronnen en van kwaliteitsjournalistiek, niet alleen voor de transparantie en de verantwoordingsplicht, maar ook voor de weerbaarheid van democratische instellingen en de geïnformeerde deelname van burgers aan het openbare leven; maakt zich dan ook grote zorgen over de toenemende en complexe uitdagingen waarmee onafhankelijke media kampen, waaronder frequentere aanvallen op journalisten en steeds minder beschikbare financiering; herhaalt dat de vrijheid van meningsuiting een mensenrecht is dat van vitaal belang is voor de ontwikkeling van een pluralistische en democratische samenleving; hekelt het feit dat journalisten, mensenrechtenverdedigers en maatschappelijke organisaties via wetten op zogenaamde “buitenlandse agenten” en andere wetgevings- en niet-wetgevingsmaatregelen van autoritaire en illiberale regimes steeds meer worden geconfronteerd met censuur, pogingen om hun het zwijgen op te leggen en intimidatie; merkt op dat het daarbij onder meer gaat om maatregelen als strategische rechtszaken tegen publieke participatie (SLAPP’s), restrictief overheidsbeleid, transnationale repressie, lastercampagnes, discriminatie, intimidatie, willekeurige detentie en geweld, hetgeen blijvende gevolgen heeft voor hun loopbaan en veiligheid; benadrukt in dit verband de rol van factcheckers in het medialandschap, die ervoor zorgen dat het publiek kan vertrouwen op de informatie die het ontvangt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>wijst op de essentiële rol die het maatschappelijk middenveld vervult in een goed functionerende democratie; is uiterst bezorgd over de aanhoudende inperking van de ruimte voor het maatschappelijk middenveld en de toenemende bedreigingen voor het werk van mensenrechtenverdedigers en leden van maatschappelijke organisaties, alsook hun families, gemeenschappen en advocaten, en vindt het met name zorgwekkend dat er steeds geavanceerdere middelen worden gebruikt om hen te vervolgen; veroordeelt hun willekeurige detentie en executies met klem; betreurt de maatregelen die regeringen overal ter wereld hebben genomen om de ruimte voor het maatschappelijk middenveld in te perken, bijvoorbeeld door de invoering van wetgeving die er specifiek op gericht is de financiering van niet-gouvernementele organisaties, ook uit buitenlandse bronnen, aan banden te leggen, de vaststelling van wetten op zogenaamde “buitenlandse agenten” en het misbruik van antiterrorisme- of anticorruptiewetgeving om de vrijheid van vergadering in te perken en mensenrechtenverdedigers te onderdrukken; veroordeelt het harde optreden tegen vreedzame demonstranten en door jongeren en studenten geleide protesten en organisaties in de wereld, waaronder gevallen van foltering en mishandeling met dodelijke afloop en andere ernstige schendingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>hekelt het feit dat onafhankelijke maatschappelijke organisaties worden belemmerd om deel te nemen aan multilaterale fora, onder andere door instrumentalisering van ngo’s die dicht bij regeringen staan alsook door intimidatie en vergelding;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>wijst op de belangrijke inspanningen die mensenrechtenverdedigers leveren om de mensenrechten te bevorderen; betreurt echter de toenemende aanvallen tegen mensenrechtenverdedigers; veroordeelt de straffeloosheid waarmee daders de rechten van mensenrechtenverdedigers in zowel de publieke als de private sfeer schenden; wijst met name op de specifieke bedreigingen waarmee vrouwelijke mensenrechtenverdedigers worden geconfronteerd, en op het gebrek aan verantwoordingsplicht voor dergelijke daden; wijst op de steeds geavanceerdere methoden om hen binnen en buiten de grenzen van hun land te vervolgen, onder meer met verschillende vormen van transnationale repressie en bedreigingen, waaronder door financiële middelen, controle, intimidatie, cyberpesten en politiek gemotiveerde detentie van dissidenten en activisten in het buitenland;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>benadrukt het feit dat autocratische en illiberale regimes steeds vaker onrechtmatig gebruikmaken van internationale wetgeving op het gebied van financiën en cyberbeveiliging, zoals de wetgeving inzake de bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme of de normen van de Financiële-actiegroep, om kritische stemmen aan te pakken en om toegang te krijgen tot gegevens over hun gedrag, ook op het grondgebied van de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>herinnert eraan dat lhbtiq+-personen bijzonder kwetsbaar zijn in oorlogssituaties en situaties van gedwongen ontheemding en te maken hebben met vervolging en geweld; verzoekt de Commissie en de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) ervoor te zorgen dat de buitenlandse hulp van de EU in deze situaties beschermings- en vrijwaringsmaatregelen omvat;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>benadrukt dat tijdens conflicten en gedwongen ontheemding de zorglasten onevenredig zwaar door vrouwen en meisjes worden gedragen, waardoor zij worden beperkt in hun toegang tot onderwijs en werk, en in hun politieke participatie; dringt erop aan dat in de humanitaire hulp van de EU maatregelen worden opgenomen ter ondersteuning van verzorgers;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>is van mening dat het gebruik van nieuwe en opkomende technologieën, zoals artificiële intelligentie (AI), weliswaar het potentieel heeft om het menselijk welzijn aanzienlijk te verbeteren, maar dat de onbeperkte of ondoordachte toepassing ervan ook een ernstige bedreiging vormt voor de democratie en de mensenrechten, temeer daar deze transformatie kan worden beïnvloed door vertekende gegevens en wordt gestuurd door algoritmen, hetgeen vaak tot nog meer discriminatie leidt; veroordeelt dat autoritaire regimes zich in toenemende mate schuldig maken aan verkeerd gebruik of misbruik van gezichtsherkenningstechnologie, grootschalig digitaal toezicht, deepfakes, desinformatiecampagnes en censuur van online-inhoud, en dat zij het achterhouden van informatie, cyberaanvallen, gegevenslekken, door de overheid gesteunde online-beïnvloedingsactiviteiten en steeds meer internetblokkades als krachtige middelen inzetten om dwang uit te oefenen; wijst erop dat internetblokkades vaak door autoritaire regimes worden gebruikt om politieke dissidenten de mond te snoeren en de politieke vrijheid in te perken; merkt op dat bij het gebrek aan betrouwbare minimumwaarborgen op het gebied van de mensenrechten het risico bestaat dat de technologieën in kwestie aan autocratische regimes worden geleverd, waardoor ook in andere landen gemakkelijker mensenrechtenschendingen kunnen worden begaan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>hekelt de golf van verzet in verscheidene delen van de wereld tegen gendergelijkheid en vrouwen- en lhbtiq+-rechten; wijst erop dat deze trends een bedreiging vormen voor de grondbeginselen die zijn verankerd in het Verdrag betreffende de Europese Unie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>veroordeelt in de krachtigste bewoordingen de toename van aanvallen op de seksuele en reproductieve gezondheid en rechten overal op de wereld; stelt nogmaals dat het ontzeggen van hoogwaardige, complete diensten op het gebied van seksuele en reproductieve gezondheid, met inbegrip van veilige en legale abortus, een vorm van gendergerelateerd geweld is;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>uit andermaal zijn bezorgdheid over schendingen van het recht op vrijheid van denken, geweten, godsdienst en levensovertuiging en de wereldwijde toename van intolerantie jegens lokale religieuze actoren en geloofsgemeenschappen; betreurt de politieke instrumentalisering van religieuze identiteiten en de uitsluiting van religieuze minderheden, ook van politieke participatie, alsook de aanvallen op culturele en historische locaties; wijst erop dat de vrijheid om zijn eigen godsdienst of levensovertuiging te kiezen een mensenrecht is dat niet mag worden bestraft; veroordeelt derhalve het bestaan en de uitvoering van zogenaamde afvalligheidswetten en godslasteringswetten die tot strenge straffen, vernederende behandelingen en in sommige gevallen zelfs de doodstraf leiden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>veroordeelt het commercieel draagmoederschap, een praktijk die neerkomt op reproductieve uitbuiting en het gebruik van het vrouwenlichaam voor financieel of andersoortig gewin, met name als het gaat om kwetsbare vrouwen in niet-EU-landen; verzoekt de Commissie maatregelen te treffen om commercieel draagmoederschap te helpen aanpakken;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Multilateralisme </STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>spreekt zijn ernstige bezorgdheid uit over de aanhoudende mondiale verantwoordingscrisis en wijst op de voortdurende strijd om een einde te maken aan straffeloosheid voor schendingen van de fundamentele internationale mensenrechten en het recht inzake de mensenrechten in conflicten wereldwijd; bevestigt nogmaals de essentiële neutraliteit en cruciale rol van humanitaire hulp in alle conflicten en crisissituaties; benadrukt dat het ondermijnen en aanvallen van multilaterale organisaties, waaronder de VN, ernstige gevolgen heeft, omdat er zo een cultuur van straffeloosheid dreigt te ontstaan en het vertrouwen in en de doeltreffendheid van het VN-systeem dreigen te worden uitgehold; roept de EU ertoe op het internationale rechtskader te verdedigen en krachtige maatregelen door te voeren om naleving van deze wetten te waarborgen; vindt het zeer zorgelijk dat de werkzaamheden van multilaterale instellingen op het gebied van de mensenrechten en de multilaterale, op regels gebaseerde orde onder ongekende druk staan en worden aangevallen; spreekt zijn diepe teleurstelling uit over het besluit van een aantal landen om zich terug te trekken uit de VN-Mensenrechtenraad, en de aankondiging dat ze niet zullen deelnemen aan de universele periodieke doorlichting; veroordeelt de voortdurende pogingen om de VN, haar secretaris-generaal, haar speciale rapporteurs en haar organisaties, ook die op het gebied van humanitaire hulp, te ondermijnen en in diskrediet te brengen, evenals de aanvallen op haar vredeshandhavingsmissies;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>herhaalt dat de EU en haar lidstaten bij de VN en op andere multilaterale fora met één stem moeten spreken, zodat mondiale uitdagingen op het gebied van mensenrechten en democratie op deze fora doeltreffend worden aangepakt, en dat zij zich in de sterkst mogelijke bewoordingen moeten uitlaten in overeenstemming met internationale mensenrechtennormen; wijst erop dat mondiale spelers die zich inzetten voor democratie en mensenrechten, volledig moeten worden opgenomen in de architectuur van de huidige multilaterale wereldorde; roept de EU en haar lidstaten derhalve op te streven naar een permanente zetel voor de EU op multilaterale fora naast de reeds bestaande zetels van lidstaten, met name in de VN-Veiligheidsraad;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>is ernstig bezorgd over de escalerende aanvallen op de op regels gebaseerde internationale orde door autoritaire, totalitaire en illiberale regimes, met name door hun niet-uitgelokte en ongerechtvaardigde agressie tegen vreedzame buurlanden en door acties die gericht zijn op de ondermijning van de behoorlijke werking van VN-organen, waaronder het misbruik van het vetorecht in de VN-Veiligheidsraad;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>verzoekt de lidstaten en gelijkgestemde partners om een robuuste strategie te ontwikkelen, hun inspanningen op te voeren om deze verontrustende escalatie tegen te gaan, en een eensgezinde en krachtige boodschap van steun af te geven aan deze organisaties wanneer zij worden aangevallen of bedreigd; is van mening dat de VN, haar organen en andere multilaterale organisaties moeten worden hervormd om doeltreffend te kunnen reageren op deze groeiende uitdagingen en bedreigingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>merkt op dat dit afstappen van een multilaterale benadering van de wereldorde niet alleen een bedreiging vormt voor een doeltreffende oplossing van de huidige crises, maar ook het uitbreken van nieuwe crises waarschijnlijker maakt; onderstreept dat het multilaterale systeem, waarvan de VN en andere multilaterale fora het middelpunt vormen, de meest doeltreffende manier blijft om inspanningen voor vrede en veiligheid en eerbiediging van de mensenrechten te bevorderen en mondiale uitdagingen op een rechtvaardige, duurzame en principiële manier aan te pakken; prijst de rol van de VN met betrekking tot de bevordering van de mensenrechten, conﬂictoplossing en mondiale governance, met name in conflictgebieden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>benadrukt dat de toenemende veronachtzaming van het internationaal recht en de politisering van debatten over internationale gerechtelijke instellingen, zoals het IGH en het ICC, een existentiële bedreiging vormen voor de op regels gebaseerde wereldorde; uit zijn diepe bezorgdheid over de toenemende minachting van en polarisatie rond het internationaal humanitair recht en het internationaal recht inzake de mensenrechten; betreurt de ongekende dreigingen waarmee het ICC te maken heeft, met name vanwege het opleggen van sancties aan zijn rechters en personeel; herinnert eraan dat het internationaal recht en de bevoegde onafhankelijke juridische autoriteiten cruciaal zijn voor de handhaving van het internationaal recht, het waarborgen van verantwoordingsplicht en het bestrijden van straffeloosheid: noodzakelijke voorwaarden voor elk verzoeningsproces en voor duurzame vrede;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>beklemtoont dat alle lidstaten van de EU, als partijen bij het Statuut van Rome, wettelijk verplicht zijn om arrestatiebevelen van het ICC uit te voeren; merkt op dat elk besluit om deze verplichtingen te negeren of zich terug te trekken uit het ICC in strijd is met het EU-acquis en de op regels gebaseerde internationale orde ondermijnt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>herhaalt de krachtige steun van de EU voor het Europees Hof voor de Rechten van de Mens; dringt er bij alle staten die het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens hebben ondertekend op aan zich volledig te houden aan de uitspraken van het Hof;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>stelt bezorgd vast dat sommige landen bij herhaling hebben geprobeerd eigen terminologie en begrippen in de Mensenrechtenraad te verankeren, die ertoe leiden dat de verantwoordingsplicht wordt afgezwakt; dringt er bij de EU en haar lidstaten op aan dergelijke formuleringen stelselmatig van de hand te wijzen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>uit zijn diepe bezorgdheid over de mensenrechtensituatie in illegaal bezette gebieden, ook op grondgebied van de EU, en in gevallen van langdurige conflicten en de talloze bevroren en onzichtbare conflicten, en pleit voor doeltreffende maatregelen om ernstige mensenrechtenschendingen ter plaatse te voorkomen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Beoordeling van het instrumentarium van de EU voor de bevordering en bescherming van mensenrechten en democratie in de wereld</STRING></STRING></ACTINIT><ACTINIT><STRING ITALIC="on">EU-actieplan inzake mensenrechten en democratie 2020-2027</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>constateert dat het tijdschema van het EU-actieplan inzake mensenrechten en democratie inmiddels is afgestemd op de begrotingscyclus van de EU, hetgeen moet bijdragen tot de gegarandeerde financiering van de prioriteiten van het actieplan; herinnert er echter aan dat het de tussentijdse evaluatie ontbrak aan heldere beoordelingscriteria en daarom geen duidelijke richtsnoeren bevatte voor het aanpakken van tekortkomingen; is van mening dat een volledige herziening van het EU-actieplan inzake mensenrechten en democratie niet verder mag worden uitgesteld en dat er onmiddellijk een begin moet worden gemaakt met de vaststelling van de parameters voor een verbeterd plan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>33.</NO.P>staat op actieve betrokkenheid van het Parlement bij de voorbereiding van het nieuwe actieplan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>34.</NO.P>benadrukt de rol van de publieke, parlementaire en culturele diplomatie van de EU, alsook van haar internationale culturele betrekkingen, bij de bevordering van de mensenrechten en de democratie, en verzoekt de afdeling strategische communicatie en prognose van de EDEO om haar inspanningen in dit verband op te voeren, waarvoor zij voldoende middelen moet krijgen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Financiering van het externe optreden voor mensenrechten en democratie – voorgesteld instrument “Europa in de wereld” in het kader van het MFK 2028-2034</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>35.</NO.P>is ingenomen met de doelstellingen op het gebied van mensenrechten en democratie in alle pijlers van het voorgestelde instrument “Europa in de wereld” en met de voorgestelde verhoging van de EU-financiering voor extern optreden, met name gezien de dramatische bezuinigingen door andere grote mondiale spelers die een bijdrage leveren, waardoor er directe gevolgen zijn voor de meest kwetsbare bevolkingsgroepen; wijst erop dat de EU het gat niet alleen kan vullen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>36.</NO.P>betreurt de schrapping van het thematische programma inzake mensenrechten en democratie als vlaggenschipinstrument van de EU voor de bevordering en bescherming van mensenrechten en democratie overal in de wereld echter ten zeerste, en benadrukt dat omwille van de samenhang een op mensenrechten gebaseerde aanpak op consistente wijze moet worden geïntegreerd in alle instrumenten voor extern optreden van de EU, en betreurt het ontbreken van een specifiek budget en gereserveerde middelen; wijst op de rol van het Parlement bij het programmeringsproces van het instrument en verzoekt de Commissie en de EDEO alle relevante informatie tijdig te delen teneinde het Parlement in staat te stellen zijn rol dienovereenkomstig te kunnen vervullen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>37.</NO.P>beklemtoont de noodzaak van duidelijke procentuele doelstellingen, afgebakende begrotingslijnen en transparante tracering om ervoor te zorgen dat middelen doeltreffend worden aangewend om mondiale uitdagingen aan te pakken en kwetsbare bevolkingsgroepen te ondersteunen; wijst nogmaals op het verbod om EU-middelen toe te wijzen aan activiteiten die in strijd zijn met de fundamentele waarden van de EU, zoals terrorisme of extremisme;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>38.</NO.P>betreurt het ontbreken van transparante en afdwingbare voorwaarden op het vlak van mensenrechten en democratie voor samenwerking met landen buiten de EU, terwijl dat een doeltreffend instrument zou zijn om de inzet van de EU voor de bevordering van de mensenrechten wereldwijd concreet effect te laten sorteren;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Speciale vertegenwoordiger van de EU (SVEU) voor de mensenrechten</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>39.</NO.P>blijft de SVEU voor de mensenrechten beschouwen als een belangrijke spreekbuis van het externe mensenrechtenbeleid van de EU, die in nauwe samenwerking en afstemming met alle EU-organen bijdraagt tot de zichtbaarheid en samenhang daarvan;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Speciaal gezant van de EU voor de bevordering en bescherming van de vrijheid van godsdienst of levensovertuiging buiten de EU</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>40.</NO.P>wijst erop dat de functie van speciaal EU-gezant voor de bevordering van de vrijheid van godsdienst of levensovertuiging buiten de EU meer dan een jaar vacant is geweest; benadrukt dat er moet worden gezorgd voor nauwe samenwerking met de SVEU voor de mensenrechten en de Groep rechten van de mens van de Raad;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Handels- en internationale overeenkomsten van de EU met landen buiten de EU</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>41.</NO.P>wijst op de cruciale rol van internationale overeenkomsten, waaronder associatie- en handelsovereenkomsten, en van instrumenten zoals het stelsel van algemene preferenties (SAP) en SAP+, om mensenrechten en democratische normen centraal te stellen in de betrekkingen van de EU met landen buiten de EU, om de naleving van dergelijke normen te bevorderen en te monitoren en om voorwaarden in verband met de mensenrechten op te nemen in het externe beleid van de EU; herhaalt zijn verzoek om mensenrechtenbeoordelingen te integreren en om in overeenkomsten tussen de EU en landen buiten de EU solide mensenrechtenclausules op te nemen; benadrukt dat het belangrijk is gendergelijkheid aan te pakken en vrouwenrechten te bevorderen door middel van deze overeenkomsten, onder meer door de deelname van vrouwen aan de economie te ondersteunen en hen te beschermen tegen discriminatie en uitbuiting;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>42.</NO.P>dringt erop aan dat de rechten van inheemse volken, zoals die zijn vastgelegd in de VN-Verklaring over de rechten van inheemse volken, op consistente wijze worden geëerbiedigd in EU-overeenkomsten, ontwikkelingsprojecten en bedrijfsactiviteiten die van invloed zijn op hun land of hulpbronnen; wijst op het belang van de eerbiediging van de rechten van inheemse volken voor duurzame ontwikkeling, klimaatactie en het behoud van de biodiversiteit;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>43.</NO.P>herinnert eraan dat ondernemingen de verantwoordelijkheid hebben om ervoor te zorgen dat hun activiteiten en toeleveringsketens niet betrokken zijn bij mensenrechtenschendingen; beklemtoont dat het belangrijk is om de mazen in de wet- en regelgeving te dichten waarvan bedrijven ten koste van de mensenrechten en het milieu gebruik zouden kunnen maken; spreekt nogmaals zijn krachtige steun uit voor de inspanningen van de intergouvernementele werkgroep van de VN voor onbepaalde duur inzake transnationale bedrijven en andere ondernemingen met betrekking tot de mensenrechten voor een juridisch bindend instrument inzake bedrijven en mensenrechten;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">EU-mensenrechtendialogen</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>44.</NO.P>merkt op dat er 35 mensenrechtendialogen en ‑raadplegingen zijn georganiseerd in 2024; is van mening dat deze dialogen een belangrijk instrument blijven voor de bevordering van de mensenrechten en de democratie, maar betreurt het dat die vaak als een op zichzelf staand instrument worden gezien en niet als een cruciaal element van aanhoudende inspanningen op het vlak van de mensenrechten in de betrekkingen met landen en regio’s buiten de EU; dringt aan op een grotere en zinvolle betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld bij de dialogen; wijst erop dat echte maatschappelijke organisaties niet mogen worden belemmerd deel te nemen aan mensenrechtendialogen en dat zij zonder beperkingen bij elke dialoog moeten worden betrokken; denkt dat er ruimte is om de rol van het Parlement in deze dialoog op systematischere wijze te versterken; herhaalt dat individuele gevallen aan de orde moeten worden gesteld, met name de gevallen die het Parlement in zijn resoluties heeft aangekaart, en dat moet worden gezorgd voor een passende follow-up; stelt vast dat verschillende mensenrechtendialogen nog steeds niet bij de EU worden gehouden;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">EU-sanctie-instrumenten, waaronder de wereldwijde sanctieregeling voor de mensenrechten (Magnitski-wet)</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>45.</NO.P>herhaalt zijn steun voor een intensiever gebruik van de wereldwijde sanctieregeling voor de mensenrechten, samen met andere ad hoc in het leven geroepen sanctiekaders, als een belangrijk politiek beleidsinstrument van de EU ter bevordering van de rechtsstaat, de democratie en de mensenrechten, dat een aanvulling vormt op andere gerechtelijke instrumenten; verzoekt de EU en haar lidstaten om het toepassingsgebied van de wereldwijde EU-sanctieregeling voor de mensenrechten (EU-Magnitski-wet) uit te breiden, daarin ook corruptie op te nemen, zoals het Parlement bij herhaling heeft bepleit, en mensen die zich schuldig hebben gemaakt aan transnationale repressie, ook gericht tegen diasporagemeenschappen, stelselmatig op een lijst te plaatsen; herinnert echter aan de beperkingen en de traagheid van het huidige besluitvormingssysteem om deze instrumenten te kunnen inzetten en aan de mazen in handhavingsmechanismen die omzeiling mogelijk maken; herhaalt zijn oproep om besluitvorming met gekwalificeerde meerderheid in te voeren voor besluiten over de wereldwijde sanctieregeling voor de mensenrechten; pleit voor een gelijke, op beginselen gestoelde en volledige uitvoering van sancties en dringt erop aan dat pogingen om die te omzeilen, worden aangepakt;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">EU-steun voor mensenrechtenverdedigers</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>46.</NO.P>is ingenomen met het feit dat in 2024 vanuit het mechanisme voor mensenrechtenverdedigers, dat wordt gefinancierd in het kader van het thematisch programma mensenrechten en democratie van het instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking – Europa in de wereld, steun is verleend aan 10 050 mensenrechtenverdedigers die worden geacht een hoog risico te lopen, van wie 51 % vrouw was, en dat in dezelfde periode steun is verleend aan meer dan 700 journalisten in 60 landen die gevaar liepen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>47.</NO.P>betreurt het dat sommige mechanismen voor de bescherming van mensenrechtenverdedigers, zoals ProtectDefenders, niet voldoende financiering ontvangen om aan de behoeften te kunnen voldoen, en roept de EU en de lidstaten ertoe op de begrotingssteun te versterken door te zorgen voor flexibele en toegankelijke financiering voor de lange termijn, zodat mensenrechtenverdedigers hun essentiële werk kunnen voortzetten in weerwil van de toenemende repressie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>48.</NO.P>benadrukt de vitale rol die wordt gespeeld door EU-delegaties en vertegenwoordigingen van de lidstaten bij de waarneming van processen, het brengen van bezoeken aan gedetineerden en het ondersteunen van de families en advocaten van vervolgde mensenrechtenverdedigers;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>49.</NO.P>juicht het toe dat in 2024 de visumcodehandleiding van de EU is geactualiseerd om het voor de lidstaten duidelijk te maken welke mogelijkheden er bestaan voor een flexibele behandeling van zaken van mensenrechtenverdedigers, zodat aanvragen van visa voor kort verblijf voor personen die in gevaar verkeren, sneller kunnen worden afgehandeld;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>50.</NO.P>wijst op de waardevolle rol van de gemeenschap rondom de Sacharovprijs, onder meer door middel van het “Sacharov Fellowship”-programma, waarmee zij een bijdrage levert aan een beter begrip van de repressie jegens mensenrechtenverdedigers, de diverse gevolgen daarvan en mogelijke manieren om deze aan te pakken, ook op transnationaal niveau; roept ertoe op om de gemeenschap rondom de Sacharovprijs verder te versterken als platform voor directe ervaring op het gebied van de monitoring van schendingen, bewustmaking en de inzet van internationale netwerken;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">EU-maatregelen op multilateraal niveau om de op regels gebaseerde wereldorde te handhaven</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>51.</NO.P>is ingenomen met de inspanningen van de EU om resoluties in de VN-Mensenrechtenraad en de Algemene Vergadering van de VN te ondersteunen; vindt het zorgwekkend dat de recente besluiten van landen buiten de EU om de financiering voor de Mensenrechtenraad en het hele VN-systeem terug te schroeven, nu al voelbaar zijn en gevolgen hebben voor hun vermogen om hun taken uit te voeren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>52.</NO.P>vindt het verheugend dat de Raad van Europa een voortrekkersrol heeft gespeeld bij het aanpakken van zorgen en het bevorderen van de vaststelling van mondiale normen en standaarden op verschillende gebieden die verband houden met de mensenrechten, zoals gendergerelateerd geweld, academische vrijheid, de bescherming van advocaten en journalisten, AI en de mensenrechten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>53.</NO.P>vindt het zeer zorgelijk dat het ICC, zijn ambtenaren en samenwerkingspartners te maken hebben met bedreigingen en aanvallen; spreekt nogmaals zijn krachtige steun uit voor het IGH en het ICC als essentiële, onafhankelijke en onpartijdige rechterlijke instanties; is ingenomen met de aanhoudende financiële steun van de EU aan het ICC in een bijzonder moeilijke tijd voor internationale gerechtigheid; betreurt het dat de blokkeringsverordening van de EU nog steeds niet in werking is getreden, terwijl daarmee het ICC kan worden beschermd tegen de extraterritoriale gevolgen van sancties;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Team Europa-aanpak en ondersteuning van de democratie</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>54.</NO.P>ziet het belang in van het op elkaar afstemmen van benaderingen van de bescherming en bevordering van de mensenrechten in alle EU-instellingen, -organen en ‑vertegenwoordigingen van de lidstaten die betrokken zijn bij extern optreden, in de eerste plaats in alle ambassades van de lidstaten en EU-delegaties in landen buiten de EU, maar ook van het volledig benutten van het potentieel van het Parlement; benadrukt dat flexibele en gecoördineerde benaderingen inclusief moeten blijven om het interinstitutionele systeem van de EU van checks-and-balances volledig te kunnen laten functioneren; benadrukt dat het Parlement een belangrijke rol speelt bij de eerbiediging van de waarden en mensenrechten van de EU, bijvoorbeeld door middel van parlementaire diplomatie, interparlementaire dialogen en resoluties, bevordering van bemiddeling en aanmoediging van een cultuur van dialoog en compromis, met name onder jonge politieke leiders, en empowerment van vrouwelijke parlementsleden, mensenrechtenverdedigers en vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld en de onafhankelijke media; herhaalt zijn verzoek aan de Commissie om haar activiteiten op deze gebieden voort te zetten en uit te breiden door de steun voor organen van de EU te verhogen; neemt kennis van de lopende werkzaamheden in het kader van het initiatief Team Europe Democracy in diverse landen; is van mening dat nauwere samenwerking tussen de coördinatiegroep democratieondersteuning en verkiezingen van het Parlement, de betrokken directoraten-generaal van de Commissie en de EDEO een grote bijdrage zou leveren aan activiteiten ter ondersteuning van de democratie in landen buiten de EU;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Aanbevelingen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>55.</NO.P>verzoekt de EU gebruik te maken van de instrumenten waarover zij beschikt om de toenemende uitdagingen voor het multilateralisme het hoofd te bieden, en er zo voor te zorgen dat het werk van internationale instellingen gerespecteerd blijft; verzoekt de EU en haar lidstaten hun steun voor het werk van de VN en al haar agentschappen op te voeren, zowel politiek als financieel, ook bij de hervorming van de VN, om ervoor te zorgen dat zij geschikt is voor het beoogde doel, om de invloed van autoritaire en totalitaire regimes tegen te gaan en om ervoor te zorgen dat er wordt vastgehouden aan multilateralisme als basis voor mondiaal bestuur; dringt er bij de EU op aan haar eigen inzet op het gebied van ondersteuning en financiering te verhogen om politiek gemotiveerde druk te compenseren en onafhankelijke procedures te beschermen; herinnert eraan dat de EU en haar lidstaten met één stem moeten spreken op het multilaterale toneel; wenst dat de EU-delegaties een grotere rol gaan spelen op het multilaterale toneel, waarvoor zij de beschikking moeten krijgen over passende middelen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>56.</NO.P>dringt erop aan dat de werkzaamheden van de SVEU worden ondersteund met meer middelen en een betere coördinatie met de EU-delegaties wereldwijd en wijst erop dat gebrek aan transparantie en zichtbaarheid – zoals het ontbreken van openbare verslagen over bezoeken aan landen, het werkprogramma en de prioriteiten, of het ontbreken van een speciale website – de publieke toetsing en de verantwoordingsplicht kan belemmeren; betreurt dat het Parlement, ondanks aanhoudende oproepen, is uitgesloten van de selectieprocedure van de SVEU en dringt erop aan om deze praktijk te herzien;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>57.</NO.P>verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat de speciaal gezant van de EU voor de bevordering van de vrijheid van godsdienst of levensovertuiging tijdig wordt benoemd; benadrukt dat ervoor moet worden gezorgd dat de speciaal gezant over voldoende continuïteit, middelen en zichtbaarheid beschikt om de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging overal ter wereld doeltreffend te bevorderen; wijst erop dat regelmatige verslagen aan het Europees Parlement de transparantie en samenwerking op dit gebied zouden versterken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>58.</NO.P>dringt aan op de afschaffing van afvalligheids- en godslasteringswetten; verzoekt de EU en haar lidstaten de inspanningen op te voeren om de vrijheid van denken, geweten, godsdienst en levensovertuiging te beschermen, deze kwestie aan te kaarten op fora van de VN en verslagen van de EU-delegaties daaromtrent te consolideren; verzoekt de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de EDEO en de Commissie de kwestie van vervolging van religieuze minderheden stelselmatig aan de orde te stellen in politieke en mensenrechtendialogen en volledige eerbiediging van de vrijheid van denken, geweten, godsdienst en levensovertuiging te waarborgen; verzoekt de Raad de wereldwijde EU-sanctieregeling voor de mensenrechten in te zetten tegen personen en entiteiten die verantwoordelijk zijn voor ernstige schendingen van de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging; vraagt dat de EDEO prioritaire landen aanwijst voor EU-acties op het gebied van vrijheid van godsdienst en levensovertuiging en jaarlijks verslag uitbrengt aan het Parlement over de gemaakte vorderingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>59.</NO.P>dringt er bij alle EU-lidstaten, in hun hoedanigheid van staten die partij zijn bij het VN‑Handvest, het Statuut van Rome en het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens, op aan zich volledig te houden aan de uitspraken van de bevoegde internationale rechtbanken, waaronder het EHRM; verzoekt de EU er bij landen buiten de EU, waaronder haar belangrijkste partners en (potentiële) kandidaat-lidstaten, op aan te dringen toe te treden tot het Statuut van Rome; verzoekt de EU en haar lidstaten hun steun aan het ICC met de nodige middelen, waaronder financiële middelen en politieke steun, voort te zetten en te intensiveren; dringt er bij alle lidstaten op aan gevolg te geven aan de acties en besluiten van alle organen van het ICC en deze te eerbiedigen, onder meer door de arrestatiebevelen van het ICC uit te voeren; eist dat het ICC, zijn ambtenaren en degenen die ermee samenwerken, worden beschermd tegen bedreigingen en aanvallen en herhaalt in dit verband zijn oproep aan de Commissie om de blokkeringsverordening met spoed in werking te stellen om het ICC te beschermen tegen de gevolgen van sancties en het ICC in staat te stellen zijn activiteiten in volledige onafhankelijkheid voort te zetten; roept de lidstaten op in de strijd tegen straffeloosheid universele rechtsmacht toe te passen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>60.</NO.P>verzoekt de Commissie en de EDEO een nieuw genderactieplan voor de periode na 2027 vast te stellen waarin wordt voorzien in de behoefte aan extra steun voor gendergelijkheid en vrouwenrechten en waarin met name gendergerelateerd geweld wordt aangepakt en wordt gezorgd voor een genderbewuste benadering van humanitaire hulp;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>61.</NO.P>dringt erop aan dat de EU en haar lidstaten voorstellen “genderapartheid” aan te merken als misdaad tegen de menselijkheid, zodat degenen die deze misdaad plegen ter verantwoording kunnen worden geroepen; dringt aan op krachtige steun voor de definitie van genderapartheid die is voorgesteld door de VN-werkgroep inzake discriminatie van vrouwen en meisjes;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>62.</NO.P>dringt erop aan dat burgers tijdens gewapende conflicten te allen tijde worden beschermd en dat er, als dat nodig is, humanitaire corridors worden ingericht om burgers in staat te stellen conflictgebieden te verlaten, en veroordeelt in krachtige bewoordingen alle aanvallen op burgers; dringt erop aan journalisten en mensenrechtenverdedigers tijdens gewapende conflicten op effectievere wijze te beschermen, aangezien zij specifiek worden geviseerd vanwege hun werk in verband met het documenteren van mensenrechtenschendingen; benadrukt dat moeders en kinderen een verhoogd risico lopen om te verhongeren en ondervoed te raken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>63.</NO.P>verzoekt dat vrouwen en mannen met een handicap worden betrokken bij het ontwerp van veilige en toegankelijke infrastructuur in het kader van wederopbouwprocessen na gewapende conflicten of natuurrampen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>64.</NO.P>verzoekt de Commissie en de EDEO in het EU-actieplan inzake mensenrechten en democratie voor de periode na 2027 duidelijke indicatoren en tijdschema’s vast te stellen om succes te meten, de samenhang tussen het interne en het externe optreden van de EU te verbeteren, duidelijkere verbanden aan te wijzen tussen de in het actieplan geformuleerde prioriteiten en preciezere benchmarks vast te stellen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>65.</NO.P>verzoekt de Commissie en de EDEO het maatschappelijk middenveld op inclusievere wijze bij het actieplan te betrekken en beter rekening te houden met de resultaten van raadplegingen bij de ontwikkeling en uitvoering van hun externe mensenrechtenbeleid, waaronder overleg met de lokale spelers die zich het dichtst bij het uitvoeringsniveau bevinden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>66.</NO.P>dringt erop aan in het toekomstige MFK te voorzien in een duidelijk budget dat gereserveerd is voor mensenrechten, democratie en de rechtsstaat, met duidelijke streefcijfers inzake gendergelijkheid en passende financiering voor de ontwikkeling van democratische structuren en de groei van vrije media, ook in de buurlanden; benadrukt dat de EU-begroting ook moet worden beschermd in haar externe dimensie, aangezien zij een belangrijke hefboom vormt om te zorgen voor een betere naleving van de normen inzake mensenrechten en democratie door partnerlanden; dringt er daarom op aan dat er afdwingbare mensenrechtenclausules en robuuste democratieclausules worden opgenomen in het nieuwe instrument “Europa in de wereld” voor de financiering van partnerlanden buiten de EU; pleit voor een operationeel conditionaliteitskader dat onder meer van toepassing is op macrofinanciële bijstand, handelspreferenties en visumversoepeling, met heldere benchmarks en afdwingbare juridische mechanismen, waaronder opschortingsclausules in het geval van aanhoudende schendingen, om naleving te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>67.</NO.P>benadrukt dat landen buiten de EU die van de EU steun ontvangen op het gebied van mensenrechten, de rechtsstaat of de ontwikkeling van het maatschappelijk middenveld onafhankelijke nationale mensenrechteninstituten in het leven moeten roepen, zoals ombudspersonen, in overeenstemming met de Beginselen van Parijs; wijst erop dat de aanwezigheid van die instituten een voorwaarde moet zijn om in aanmerking te komen voor financiering;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>68.</NO.P>verzoekt zijn institutionele partners in de EU nieuwe wegen te verkennen om de besluitvorming te verbeteren, onder andere de stemming met gekwalificeerde meerderheid, en, wanneer er flexibelere benaderingen worden gehanteerd, zoals de Team Europa-aanpak, erop toe te zien dat de mensenrechten voldoende worden gewaarborgd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>69.</NO.P>dringt erop aan dat de mensenrechtendialogen worden versterkt met duidelijke benchmarks en te bereiken resultaten zodat tijdens elke dialoogronde duidelijk de geboekte vooruitgang kan worden vastgesteld en beoordeeld; dringt erop aan actoren van het maatschappelijk middenveld stelselmatig en op zinvolle wijze te betrekken bij de mensenrechtendialogen en de follow-up ervan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>70.</NO.P>dringt erop aan deze dialogen en de resultaten ervan een grotere zichtbaarheid te geven, onder meer door de publicatie van gezamenlijke persverklaringen, en benadrukt dat ze resultaatgericht moeten zijn of gestoeld op duidelijke benchmarks die doeltreffend toezicht mogelijk maken, onder meer door middel van raadpleging vooraf en achteraf met echte maatschappelijke organisaties;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>71.</NO.P>dringt aan op nauwere samenwerking met het Parlement tijdens het overlegproces dat aan de dialogen voorafgaat; onderstreept bovendien dat de EU druk moet blijven uitoefenen om de dialogen te laten plaatsvinden bij de EU; is van mening dat het maatschappelijk middenveld en nationale instanties voor de mensenrechten een duidelijke rol moeten spelen bij het toezicht op de voortgang van de tenuitvoerlegging van deze doelstellingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>72.</NO.P>verzoekt de EU te streven naar de invoering van Europese en internationale instrumenten om de toegang tot de rechter en doeltreffende rechtsmiddelen te waarborgen voor mensen die te maken hebben met mensenrechtenschendingen door ondernemingen; dringt aan op de doeltreffende en grondige uitvoering van de huidige EU-regels inzake verantwoord gedrag van ondernemingen met betrekking tot mensen-, arbeids- en milieurechten, zoals de EU-wetgeving inzake passende zorgvuldigheid; wijst erop dat er EU-beleid en -mechanismen in het leven moeten worden geroepen die het mogelijk maken de vereisten van de duurzame transitie daadwerkelijk te verzoenen met respect voor de bestaansmiddelen van lokale gemeenschappen; verzoekt de EU in haar buitenlands beleid de rechten te bevorderen en te beschermen van lokale gemeenschappen en inheemse volken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>73.</NO.P>dringt er bij de EU op aan zich sterk te committeren aan de uitvoering van de Overeenkomst van Parijs, en de internationale samenwerking op het gebied van klimaat te verbeteren; acht het belangrijk dat de gevolgen van de klimaatverandering voor de vrede en de veiligheid op het hoogste niveau worden aangepakt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>74.</NO.P>verzoekt de EU de doeltreffendheid te beoordelen van het instrumentarium om desinformatiecampagnes tegen de EU aan te pakken, met name in landen die aanzienlijke humanitaire en ontwikkelingshulp van de EU ontvangen en in kandidaat-lidstaten voor EU-lidmaatschap; verzoekt de EU dringend steun te verlenen aan betrouwbare media en informatiekanalen die de verantwoordingsplicht van autoriteiten bevorderen en democratische transities ondersteunen, en benadrukt dat hierbij de beginselen van pluralisme, transparantie en onafhankelijkheid moeten worden geëerbiedigd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>75.</NO.P>is ingenomen met de richtlijn ter bescherming van journalisten en mensenrechtenverdedigers tegen onrechtmatige rechtszaken en SLAPP’s; moedigt wetgevers in landen buiten de EU aan eveneens dergelijke wetgeving te ontwikkelen, als onderdeel van bredere inspanningen om de vrijheid en pluriformiteit van de media te bevorderen en te beschermen; dringt erop aan dat bij het toezicht van de EU op de naleving van internationale overeenkomsten rekening wordt gehouden met aanvallen op de mediavrijheid en met de aanhoudende en systematische uitholling van het recht op informatie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>76.</NO.P>benadrukt dat moet worden opgetreden tegen gendergerelateerde desinformatie over en online-intimidatie van vrouwen in de politiek, de journalistiek en het maatschappelijk middenveld, waarmee wordt gepoogd het uiten van afwijkende meningen onmogelijk te maken, democratische participatie te ondermijnen en een negatief verhaal over de EU te verspreiden; wijst erop dat het instrument bindende verplichtingen moet omvatten om genderspecifieke gevolgen voor de mensenrechten te voorkomen, te beperken en te remediëren; dringt aan op evenredige en doeltreffende tegenmaatregelen en verbeterde monitoringinstrumenten om dergelijke verschijnselen te voorkomen, aan het licht te brengen en erop te reageren, terwijl tegelijkertijd de grondrechten en de vrijheid van meningsuiting worden gewaarborgd; roept op tot specifieke steun- en beschermingsmaatregelen om de veiligheid van vrouwelijke journalisten, activisten en politici online en offline te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>77.</NO.P>roept op tot het bevorderen van de academische vrijheid als een essentieel element van open en democratische samenlevingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>78.</NO.P>verzoekt de Commissie en de lidstaten transnationale repressie te erkennen als specifieke bedreiging voor de mensenrechten, systemen op te zetten om deze te volgen, te documenteren en aan te pakken, te voorzien in scholing en middelen voor wetshandhavingsinstanties en verantwoordingsplicht te waarborgen voor de daders, met inbegrip van functionarissen en vertegenwoordigers van landen buiten de EU en personen die ter plaatse hand-en-spandiensten verlenen; benadrukt dat de EU op deze trends moet reageren door er rekening mee te houden bij de opstelling van mensenrechtenrichtsnoeren en in het kader van internationale samenwerking;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>79.</NO.P>verzoekt de EU en haar lidstaten hun steun aan mensenrechtenverdedigers voort te zetten en op te voeren en in de EU passende wettelijke waarborgen in te voeren om transnationale repressie te bestrijden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>80.</NO.P>herinnert eraan dat het leiderschap van de EU op het gebied van AI- en digitale diplomatie essentieel is om modellen te bevorderen die strenge mensenrechtennormen waarborgen, mede met het oog op de relevantie en weerbaarheid ervan; verzoekt de EU dan ook haar digitale en AI-diplomatie op te schalen, de digitaledienstenverordening<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EU) 2022/2065 van het Europees Parlement en de Raad van 19 oktober 2022 betreffende een eengemaakte markt voor digitale diensten en tot wijziging van Richtlijn 2000/31/EG (digitaledienstenverordening) (PB L 277 van 27.10.2022, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2022/2065/oj).</FIELD></FOOTNOTE> te handhaven en erop toe te zien dat technologiebedrijven en socialemediaplatforms zich houden aan de verplichtingen op het gebied van de mensenrechten en optreden tegen transnationale repressie, ook jegens mensenrechtenverdedigers; verzoekt de EU en haar lidstaten ervoor te zorgen dat actoren die digitale transnationale repressie mogelijk maken, met name in de technologiesector, ter verantwoording worden geroepen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>81.</NO.P>wijst er nogmaals op dat de verkiezingswaarnemingsmissies van de EU belangrijk zijn voor de onafhankelijke en onpartijdige evaluatie van de verkiezingsprocessen die ermee worden gemonitord, gezien de toenemende inmenging van sommige staten in de verkiezingen van andere landen door middel van hybride tactieken, met inbegrip van het gebruik van AI; verzoekt de EDEO en de Commissie hun initiatieven voor het aanpakken van de uitdagingen in verband met AI in verkiezingsprocessen te analyseren en hierover verslag uit te brengen aan het Parlement; dringt aan op de bescherming van internationale verkiezingswaarnemers; verzoekt om een follow-up van de manier waarop de aanbevelingen van deze verkiezingswaarnemingsmissies in landen buiten de EU worden gevolgd en uitgevoerd en vraagt dat deze een centrale plaats krijgen in het kader van de betrekkingen tussen de EU en het niet-EU-land in kwestie; wijst op de bijdrage van het Parlement aan deze missies, die een essentiële dimensie van zijn externe optreden zijn, alsook op zijn bijdrage aan de ontwikkeling en verbetering van de bij de missies gehanteerde werkwijze; merkt op dat landen steeds vaker weigeren de EU als waarnemer bij hun verkiezingen uit te nodigen en verzoekt de EDEO daar iets aan te doen; is ingenomen met het werk van het Europees Fonds voor Democratie en herhaalt dat de werkzaamheden en middelen van dit fonds verder moeten worden versterkt; pleit voor verdere financiële steun van de EU voor de organisatie van verkiezingsmissies;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>82.</NO.P>dringt aan op meer inspanningen om de publieke participatie van minderheden te waarborgen en de vertegenwoordiging van vrouwen en jongeren in verkiezingsprocessen te vergroten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>83.</NO.P>veroordeelt nogmaals alle vormen van racisme, onverdraagzaamheid, antisemitisme, islamofobie, vervolging van christenen, vreemdelingenhaat en discriminatie op grond van ras, etniciteit, nationaliteit, sociale klasse, handicap, kaste, godsdienst, levensovertuiging, leeftijd, seksuele gerichtheid of genderidentiteit; dringt aan op het invoeren of versterken van mechanismen voor de melding van discriminerende gedragingen en van de toegang tot doeltreffende rechtsmiddelen, om een einde te helpen maken aan de straffeloosheid van degenen die zulke daden plegen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>84.</NO.P>betreurt dat er geen Europese coördinator voor de bestrijding van christenfobie is, maar wel een coördinator voor de bestrijding van islamofobie, hoewel het christendom nog steeds de meest vervolgde godsdienst ter wereld is, met meer dan 380 miljoen getroffen mensen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>85.</NO.P>herhaalt zijn verzoek aan de Raad om zo spoedig mogelijk een ambitieus mandaat voor de EU vast te stellen om deel te nemen aan de lopende onderhandelingen over een juridisch bindend VN-instrument teneinde bedrijven ter verantwoording te roepen voor hun mensenrechtenschendingen; verzoekt de EU ervoor te zorgen dat de EU- en nationale wetgeving in overeenstemming wordt gebracht met de internationale mensenrechtennormen, en roept haar op nauwer samen te werken met andere regio’s en mondiale organisaties;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>86.</NO.P>vraagt dat in overeenkomsten tussen de EU en landen buiten de EU systematisch wordt voorzien in mensenrechtenbeoordelingen vooraf en achteraf en dat daarin solide afdwingbare mensenrechtenclausules worden opgenomen, met een reeks duidelijke benchmarks en procedures die moeten worden gevolgd in geval van schendingen; roept de Commissie en de EDEO op ervoor te zorgen dat de mensenrechtenclausules in bestaande internationale overeenkomsten actief worden gemonitord en effectief worden gehandhaafd, ook door middel van opschorting, en verzoekt hen beter met het Parlement te communiceren over de argumenten en besluiten met betrekking tot deze handhaving; wijst er nogmaals op dat de EU bij aanhoudende schendingen van mensenrechtenclausules door haar partnerlanden, onder andere de landen in het SAP+‑stelsel, snel en doortastend moet reageren, onder meer door de overeenkomsten in kwestie op te schorten als andere opties niet doeltreffend blijken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>87.</NO.P>pleit voor het opzetten van een klachtenportaal binnen het kader van de handels- en financiële instrumenten van de EU, eventueel via een aanpassing van het centrale toegangspunt van de Commissie, zodat daar klachten kunnen worden ingediend over niet-naleving van mensenrechtenclausules; benadrukt dat dit portaal toegankelijk, burgervriendelijk en transparant moet zijn en open moet staan voor de burgers van landen buiten de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>88.</NO.P>pleit voor zorgvuldige monitoring en beoordeling van de capaciteit van de EU‑delegaties om ervoor te zorgen dat alle delegaties een aangewezen contactpunt hebben voor gevallen van mensenrechtenschendingen, met voldoende middelen om effectief en tijdig te kunnen reageren; beveelt tevens aan dat het personeel van EU-delegaties op gezette tijden opleiding krijgt over de geldende EU-richtsnoeren inzake specifieke kwesties in verband met de mensenrechten; verlangt dat de ambassades van de lidstaten zich op een meer uitgesproken manier inzetten voor de verdediging en bevordering van de mensenrechten in landen buiten de EU en dat zij de rol van EU-delegaties actief ondersteunen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>89.</NO.P>benadrukt dat micro-, kleine en middelgrote ondernemingen in veel regio’s in de wereld de stuwende kracht achter de plaatselijke economie zijn en dat steeds meer van deze ondernemingen worden geleid door vrouwen; beklemtoont dat micro-, kleine en middelgrote ondernemingen wereldwijd 90 % van alle bedrijven uitmaken en goed zijn voor 60 tot 70 % van de werkgelegenheid en voor 50 % van het bruto binnenlands product; benadrukt dat micro-, kleine en middelgrote ondernemingen een belangrijke bijdrage leveren aan de Agenda 2030 en de verwezenlijking van de duurzameontwikkelingsdoelstellingen, met name die inzake de uitbanning van armoede en fatsoenlijke arbeidsomstandigheden voor iedereen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>90.</NO.P>herhaalt zijn oproep om prioriteit te geven aan de bestrijding van corruptie als factor die aanvallen op de mensenrechten en de democratie mogelijk maakt; dringt er bij de Raad op aan eindelijk een sanctieregeling voor corruptiebestrijding aan te nemen, een onderwerp dat al geruime tijd een prioriteit van het Parlement is;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>91.</NO.P>verzoekt de EU meer diplomatieke inspanningen te leveren ten aanzien van landen waar de doodstraf – een straf die onverenigbaar is met het recht op leven en het verbod op foltering – nog steeds wordt toegepast, en daarbij de dialoog en samenwerking inzake mensenrechtenkwesties aan te moedigen en steun te verlenen aan de ontwikkeling van justitiële hervormingen die tot de afschaffing ervan kunnen leiden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>92.</NO.P>dringt er bij de EU op aan het toepassingsgebied van de antifolterverordening<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EU) 2019/125 van het Europees Parlement en de Raad van 16 januari 2019 met betrekking tot de handel in bepaalde goederen die gebruikt zouden kunnen worden voor de doodstraf, foltering of andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing (PB L 30 van 31.1.2019, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2019/125/oj).</FIELD></FOOTNOTE> te verruimen naar aanleiding van veranderingen op de internationale markt voor veiligheidsuitrusting, veranderingen in het gebruik, en misbruik, van instrumenten voor wetshandhaving en opkomende uitdagingen, zoals foltering buiten de gevangenis en mishandeling tijdens het neerslaan van vreedzame protesten; verzoekt de EU de naleving te bevorderen van het Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>93.</NO.P>dringt aan op versterking van de EU-initiatieven ter bestrijding van mensenhandel, met bijzondere aandacht voor vroegtijdige opsporing, slachtoffergerichte bescherming (ook van kinderen) en financiële verstoring van netwerken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>94.</NO.P>onderstreept dat om het volledige potentieel van de EU-richtsnoeren inzake mensenrechtenverdedigers te benutten vereist is dat de richtsnoeren volledig worden uitgevoerd, alsmede grondig worden herzien, om de toenemende complexiteit van de vervolging en intimidatie van mensenrechtenverdedigers aan te pakken, die onder andere de vorm aannemen van digitale bedreigingen en transnationale repressie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>95.</NO.P>dringt aan op een ruimer gebruik van de wereldwijde sanctieregeling voor de mensenrechten (Magnitski-wet) om sancties op te leggen aan personen die mensenrechtenverdedigers, onder wie verdedigers van milieu- en landrechten, vervolgen of intimideren;</P></ACTION><SEPARATION><P>°</P><P>°	°</P></SEPARATION><ACTION><P><NO.P>96.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de speciale vertegenwoordiger van de Europese Unie voor de mensenrechten, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de voorzitter van de 80e zitting van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, de voorzitter van de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties, de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de mensenrechten en de delegatiehoofden van de Europese Unie.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>