<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2026)0015</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Aanpakken van straffeloosheid door middel van EU-sancties, met inbegrip van de wereldwijde EU-sanctieregeling voor de mensenrechten (“EU-Magnitski-wet”)</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0266/2025 - Rapporteur: Antonio López-Istúriz White)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 21 januari 2026 over het aanpakken van straffeloosheid door middel van EU-sancties, met inbegrip van de wereldwijde EU-sanctieregeling voor de mensenrechten (“EU-Magnitski-wet”) (2025/2049(INI))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van 10 december 1948,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden van 4 november 1950,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten van 16 december 1966,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Verdrag van de VN tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing van 10 december 1984,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU), en met name artikel 2, artikel 3, lid 5, de artikelen 21, 23 en 29 en artikel 31, lid 2,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 215 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, dat betrekking heeft op de vaststelling van beperkende maatregelen jegens natuurlijke personen, rechtspersonen dan wel niet-statelijke groepen of entiteiten,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien verklaring nr. 25 bij het Verdrag van Lissabon, die betrekking heeft op de noodzaak om het recht op een eerlijke rechtsgang van personen of entiteiten die aan beperkende EU-maatregelen of aan terrorismebestrijdingsmaatregelen van de EU worden onderworpen te beschermen en te eerbiedigen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resoluties over gevallen van schending van de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat (ook wel “spoedresoluties” genoemd) overeenkomstig artikel 150 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Besluit (GBVB) 2020/1999 van de Raad<FOOTNOTE><FIELD> PB L 410 I van 7.12.2020, blz. 13, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2020/1999/oj.</FIELD></FOOTNOTE> en Verordening (EU) 2020/1998 van de Raad<FOOTNOTE><FIELD> PB L 410 I van 7.12.2020, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2020/1998/oj.</FIELD></FOOTNOTE> van 7 december 2020 betreffende beperkende maatregelen tegen ernstige schendingen van de mensenrechten,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Uitvoeringsverordening (EU) 2021/371 van de Raad van 2 maart 2021<FOOTNOTE><FIELD> PB L 71 I van 2.3.2021, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2021/371/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, Uitvoeringsverordening (EU) 2021/478 van de Raad van 22 maart 2021<FOOTNOTE><FIELD> PB L 99 I van 22.3.2021, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2021/478/oj.</FIELD></FOOTNOTE> en Uitvoeringsverordening (EU) 2025/1111 van de Raad van 28 mei 2025<FOOTNOTE><FIELD> PB L, 2025/1111, 28.5.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2025/1111/oj.</FIELD></FOOTNOTE> tot uitvoering van Verordening (EU) 2020/1998 betreffende beperkende maatregelen tegen ernstige schendingen van de mensenrechten,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de besluiten van de Raad tot wijziging van Besluit (GBVB) 2020/1999, met inbegrip van de Besluiten (GBVB) 2021/372 van 2 maart 2021<FOOTNOTE><FIELD> PB L 71 I van 2.3.2021, blz. 6, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2021/372/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, (GBVB) 2021/481 van 22 maart 2021<FOOTNOTE><FIELD> PB L 99 I van 22.3.2021, blz. 25, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2021/481/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, (GBVB) 2021/2197 van 13 december 2021<FOOTNOTE><FIELD> PB L 445 I van 13.12.2021, blz. 17, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2021/2197/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, (GBVB) 2023/1504 van 20 juli 2023<FOOTNOTE><FIELD> PB L 183 I van 20.7.2023, blz. 60, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2023/1504/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, (GBVB) 2023/1716 van 8 september 2023<FOOTNOTE><FIELD> PB L 221 I van 8.9.2023, blz. 6, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2023/1716/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, (GBVB) 2024/1025 van 4 april 2024<FOOTNOTE><FIELD> PB L, 2024/1025, 5.4.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2024/1025/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, (GBVB) 2024/1074 van 4 april 2024<FOOTNOTE><FIELD> PB L, 2024/1074, 12.4.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2024/1074/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, (GBVB) 2024/1175 van 19 april 2024<FOOTNOTE><FIELD> PB L, 2024/1175, 19.4.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2024/1175/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, 2024/1967 van 15 juli 2024<FOOTNOTE><FIELD> PB L, 2024/1967, 15.7.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2024/1967/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, (GBVB) 2024/3004 van 2 december 2024<FOOTNOTE><FIELD> PB L, 2024/3004, 3.12.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2024/3004/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, (GBVB) 2025/346 van 18 februari 2025<FOOTNOTE><FIELD> PB L, 2025/346, 19.2.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2025/346/oj.</FIELD></FOOTNOTE> en (GBVB) 2025/1110 van 27 mei 2025<FOOTNOTE><FIELD> PB L, 2025/1110, 28.5.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2025/1110/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 8 juli 2021 over de wereldwijde EU-sanctieregeling voor de mensenrechten (de “EU‑Magnitski-wet”)<FOOTNOTE><FIELD> PB C 99 van 1.3.2022, blz. 152.</FIELD></FOOTNOTE> en zijn resolutie van 2 april 2025 over mensenrechten en democratie in de wereld en het beleid van de Europese Unie op dit gebied – jaarverslag 2024<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2025/4390, 9.9.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/4390/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de conclusies van de Raad van 18 november 2020 over het EU-actieplan inzake mensenrechten en democratie 2020-2024, dat tot 2027 is verlengd,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Besluit (GBVB) 2023/2721 van de Raad van 4 december 2023 tot wijziging van Besluit (GBVB) 2020/1999 betreffende beperkende maatregelen tegen ernstige schendingen van de mensenrechten<FOOTNOTE><FIELD> PB L, 2023/2721, 5.12.2023, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2023/2721/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, waarbij de wereldwijde EU-sanctieregeling voor de mensenrechten (de “EU‑Magnitski-wet”) met drie jaar is verlengd, tot en met 8 december 2026,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 55 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie buitenlandse zaken (A10-0266/2025),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat in artikel 21 VEU wordt bepaald dat het optreden van de Unie berust en gericht is op “de democratie, de rechtsstaat, de universaliteit en de ondeelbaarheid van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden, de eerbiediging van de menselijke waardigheid, de beginselen van gelijkheid en solidariteit en de naleving van de beginselen van het Handvest van de Verenigde Naties en het internationaal recht”;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat de EU‑Magnitski-wet, die in december 2020 is vastgesteld, de EU in staat stelt beperkende maatregelen te nemen jegens personen en entiteiten die verantwoordelijk zijn voor ernstige mensenrechtenschendingen overal ter wereld; overwegende dat bepaalde EU-lidstaten eigen nationale wetgeving hebben aangenomen naar het voorbeeld van de Magnitski-wet en dat dit belangrijke instrumenten zijn om de EU-sancties aan te vullen; overwegende dat de Verenigde Staten, Canada, het Verenigd Koninkrijk, Australië en andere gelijkgestemde landen soortgelijke sanctieregelingen hebben vastgesteld; overwegende dat samenwerking en coördinatie tussen gelijkgestemde landen op het gebied van sancties de doeltreffendheid ervan vergroten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in een unaniem arrest van zeven rechters in de zaak <STRING ITALIC="on">Magnitski e.a.</STRING> tegen <STRING ITALIC="on">Rusland</STRING> (verzoeken nrs. 32631/09 en 53799/12) op 27 augustus 2019 Rusland verantwoordelijk hield voor de dood van Sergej Magnitski in gevangenschap en oordeelde dat Magnitski het slachtoffer was geworden van opzettelijke daden van geweld die neerkwamen op een onmenselijke en vernederende behandeling; overwegende dat niemand strafrechtelijk is vervolgd, hoewel er onderzoeken zijn uitgevoerd naar zijn detentie, foltering, illegale postume vervolging en overlijden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat het Parlement in zijn resolutie van 8 juli 2021 over de EU‑Magnitski-wet aangaf verheugd te zijn over de aanneming van de sanctieregeling als een essentiële aanvulling op het instrumentarium van de EU op het gebied van mensenrechten en buitenlands beleid;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat de EU‑Magnitski-wet van toepassing is op een breed scala aan mensenrechtenschendingen en dat de op de lijst geplaatste personen en entiteiten daders kunnen zijn, maar ook personen of entiteiten die de schendingen mee mogelijk maken of derden die materiaal of technische bijstand verstrekken voor repressie;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat de wereldwijde EU-sanctieregeling voor de mensenrechten gericht is op individuele daders en entiteiten, en niet tegen brede economische sectoren, waardoor de nevenschade voor de algemene bevolking wordt beperkt en de toegang tot voedsel, geneesmiddelen of openbare diensten niet wordt belemmerd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat de wereldwijde EU-sanctieregeling voor de mensenrechten ook van toepassing is op wijdverbreide schendingen en systematische of ernstige bezorgdheid in het licht van de doelstellingen van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid zoals bedoeld in artikel 21 VEU, zoals foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing, slavernij, buitengerechtelijke, standrechtelijke of willekeurige executies en moorden, gedwongen verdwijning van personen, willekeurige arrestaties of opsluitingen, mensenhandel, seksueel en gendergerelateerd geweld, schendingen van de vrijheid van vreedzame vergadering en vereniging, schendingen van de vrijheid van mening en meningsuiting, en schendingen van de vrijheid van godsdienst of overtuiging;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat vermelding op de sanctielijst van de wereldwijde EU-sanctieregeling voor de mensenrechten een vorm van internationale erkenning is voor slachtoffers van mensenrechtenschendingen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat transnationale repressie nog geen deel uitmaakt van de lijst van ernstige mensenrechtenschendingen die tot sancties leiden in het kader van de EU‑Magnitski-wet;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat het Parlement er in verschillende resoluties toe heeft opgeroepen sanctie-instrumenten met meer flexibiliteit en vaker te gebruiken in gevallen van internationale kernmisdrijven of ernstige mensenrechtenschendingen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>K.</NO.P>overwegende dat er op 4 november 2025 168 namen van personen en entiteiten op de lijst in het kader van de EU-Magnitski-wet stonden (131 personen en 37 entiteiten); overwegende dat de lijst in het kader van deze regeling is uitgebreid, en dat er niet veel bekend is over de uitwerking en doeltreffendheid ervan;</P></CONS><CONS><P><NO.P>L.</NO.P>overwegende dat er weliswaar vooruitgang is geboekt, maar dat er nog steeds aanzienlijke lacunes zijn wat betreft de geografische en thematische dekking van personen en entiteiten op transnationale lijsten, en de vaststelling van benchmarks die zijn afgestemd op de doelstellingen van de sancties; overwegende dat, ondanks verschillende oproepen van het Parlement, corruptie nog steeds niet als misdrijf wordt beschouwd in het kader van de EU-Magnitski-wet;</P></CONS><CONS><P><NO.P>M.</NO.P>overwegende dat bij vermeldingen op de lijst de nadruk vooral ligt op schendingen van de lichamelijke integriteit en burger- en politieke rechten, met name schendingen die gericht zijn tegen, voornamelijk mannelijke, politieke tegenstanders en activisten in autoritaire regimes, en niet op internationale kernmisdrijven zoals genocide en misdaden tegen de menselijkheid en systemische schendingen van sociaal-economische rechten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>N.</NO.P>overwegende dat de vermeldingen op de lijst, in overeenstemming met de strategische betrekkingen en geopolitieke belangen van de EU, in hoge mate geografisch geconcentreerd zijn, waardoor andere gebieden en contexten onvoldoende aan bod komen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>O.</NO.P>overwegende dat vertrouwelijkheid met betrekking tot de mogelijke opname in of schrapping van de lijst essentieel is om de doeltreffendheid van de EU-Magnitski-wet te waarborgen; overwegende dat het Parlement een rol moet spelen in dit proces;</P></CONS><CONS><P><NO.P>P.</NO.P>overwegende dat parlementair toezicht op de EU-Magnitski-wet noodzakelijk is om de legitimiteit ervan te vergroten; overwegende dat de Raad nog steeds onvoldoende rekening houdt met de resoluties van het Parlement waarin het aanbevelingen doet om bijkomende personen of entiteiten op te nemen in de lijst;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Q.</NO.P>overwegende dat de EU-Magnitski-wet momenteel alleen voorziet in de bevriezing van tegoeden en visumverboden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>R.</NO.P>overwegende dat de huidige regeling van bevriezing van tegoeden en visumverboden kan worden aangevuld met extra maatregelen, zoals beperkingen op het gebied van financiële diensten, overheidsopdrachten en deelname aan door de EU gefinancierde projecten, en dat het toepassingsgebied ervan moet worden uitgebreid tot de naaste familieleden van mensenrechtenschenders;</P></CONS><CONS><P><NO.P>S.</NO.P>overwegende dat de richtsnoeren van de Commissie nog steeds ontoereikend zijn om de reikwijdte van het verbod op het verlenen van elke vorm van steun, waaronder technische of materiële bijstand, aan gesanctioneerde personen en entiteiten, te verduidelijken;</P></CONS><CONS><P><NO.P>T.</NO.P>overwegende dat bepaalde lacunes in de uitvoering, zoals uitzonderingsclausules die contracten toestaan die gesloten zijn voordat een persoon of entiteit op de lijst is gezet, het mogelijk maken om de sancties te omzeilen en de doeltreffendheid van de sancties verminderen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>U.</NO.P>overwegende dat bestaande geografische sanctieregelingen van de EU ruimere beperkingen omvatten, die een aanvulling kunnen vormen op de EU-Magnitski-wet door middel van kruisverwijzingen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>V.</NO.P>overwegende dat in de EU‑Magnitski-wet de focus vooral ligt op lagere ambtenaren en functionarissen, terwijl personen met echte politieke en militaire macht vaak door de mazen van het net glippen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>W.</NO.P>overwegende dat de opname van personen of entiteiten op de sanctielijst in het kader van de EU-Magnitski-wet tot dusver niet gericht is tegen actoren die verantwoordelijk zijn voor enkele van de internationale kernmisdrijven zoals erkend in het Statuut van Rome;</P></CONS><CONS><P><NO.P>X.</NO.P>overwegende dat actoren uit het maatschappelijk middenveld op informele wijze met de EU-instellingen blijven overleggen om namen voor de sanctielijst voor te stellen, aangezien er geen gestructureerd mechanisme voor hun inbreng bestaat; overwegende dat de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) niet over de middelen beschikt om ontvangen informatie te beoordelen, te onderzoeken en erop te reageren;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Y.</NO.P>overwegende dat meer transparantie, coördinatie met verantwoordingsmechanismen, internationale actoren en gelijkgestemde landen en het gebruik van lijsten op VN-niveau de doeltreffendheid van de sanctieregeling zouden versterken;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Z.</NO.P>overwegende dat sommige lidstaten in strijd met de EU-sancties handelen door gesanctioneerde personen toe te staan het grondgebied van de EU binnen te komen; overwegende dat een dergelijk in strijd met de sancties handelen de geloofwaardigheid van de EU aanzienlijk schaadt en de doeltreffendheid van de EU-sanctieregelingen ondermijnt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AA.</NO.P>overwegende dat de uitvoering grotendeels op nationaal niveau plaatsvindt en dat elke lidstaat verantwoordelijk is voor de handhaving van de sancties op zijn grondgebied; overwegende dat dit een risico op zwakke schakels met zich meebrengt, waarbij personen of bedrijven kunnen proberen de sancties te omzeilen door geld of activiteiten te verplaatsen naar lidstaten waar de uitvoering trager of minder strikt is; overwegende dat de EU-instellingen er herhaaldelijk op hebben gewezen dat er behoefte is aan een meer uniforme en gecoördineerde toepassing om ervoor te zorgen dat de sancties echt doeltreffend zijn;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AB.</NO.P>overwegende dat het Parlement in verschillende resoluties heeft opgeroepen tot de invoering van besluitvorming met gekwalificeerde meerderheid van stemmen voor het aannemen van sancties in het kader van de EU-Magnitski-wet;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AC.</NO.P>overwegende dat de verlenging van de EU-Magnitski-wet tot en met december 2026 de mogelijkheid biedt om de regeling te herzien;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>spreekt opnieuw zijn steun uit voor de EU-Magnitski-wet als onmisbaar instrument voor het buitenlands beleid om de mensenrechten wereldwijd en het mensenrechteninstrumentarium van de EU te versterken, met name omdat dit kan bijdragen aan een gedragsverandering bij gesanctioneerde personen en entiteiten en aan de inspanningen om de directe daders van ernstige mensenrechtenschendingen, de personen of entiteiten die de schendingen mee mogelijk maken, en de aanstichters ter verantwoording te roepen, alsook diegenen die de schendingen op indirecte wijze steunen of er direct of indirect van profiteren, met inbegrip van hun directe familieleden; benadrukt dat het instrument zo is ontworpen dat het geen afbreuk doet aan het genot van mensenrechten door de bevolking;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>spreekt nogmaals zijn onwrikbare inzet uit voor het bestrijden van straffeloosheid bij ernstige mensenrechtenschendingen overal ter wereld door bestaande sanctie-instrumenten van de EU, waaronder de EU-Magnitski-wet, doeltreffend te gebruiken; bevestigt zijn niet-aflatende inzet voor het internationale rechtsstelsel, dat voor ongekende uitdagingen staat, waaronder ongegronde sancties tegen rechters en personeelsleden van het Internationaal Strafhof, van wie sommigen EU-onderdaan zijn; spoort de EU in dat verband aan om haar blokkeringsverordening<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EG) nr. 2271/96 van de Raad van 22 november 1996 tot bescherming tegen de gevolgen van de extraterritoriale toepassing van rechtsregels uitgevaardigd door een derde land daarop gebaseerde of daaruit voortvloeiende handelingen (PB L 309 van 29.11.1996, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/1996/2271/oj).</FIELD></FOOTNOTE> in werking te doen treden om de gevolgen van deze sancties te beperken;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Beleidscoherentie en strategische doeltreffendheid</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>roept op tot een uitgebreide effectbeoordeling van de EU-Magnitski-wet en de interactie ervan met de landspecifieke sancties van de EU en de andere horizontale beperkende EU-maatregelen om de samenhang, evenredigheid en doeltreffendheid ervan te evalueren, onder meer wat betreft het beïnvloeden van het gedrag van de op de lijst geplaatste personen of entiteiten, operationele tekortkomingen in kaart te brengen en een consistente en strategische toepassing overal ter wereld te waarborgen, en dringt erop aan dat de EU-Magnitski-wet wordt herzien in overeenstemming met de bevindingen van die effectbeoordeling;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>pleit ervoor dat de lijsten die zijn opgesteld in het kader van de EU-Magnitski-wet voortdurend en systematisch en ten minste om de twaalf maanden worden geëvalueerd, om de samenhang en evenredigheid ervan te waarborgen en ervoor te zorgen dat zij gebaseerd zijn op de meest actuele informatie en rechterlijke beslissingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>is van mening dat er meer informatie beschikbaar moet worden gemaakt over de criteria voor het van de lijst schrappen van personen of entiteiten, teneinde de juridische duidelijkheid, de eerlijke rechtsgang, de transparantie en de verantwoording te verbeteren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>wijst er opnieuw op dat het belangrijk is dat de EU-Magnitski-wet in overeenstemming is met en een aanvulling vormt op de landspecifieke en horizontale beperkende maatregelen van de EU, sectorale maatregelen, wapenembargo’s en bestaande internationale sanctiekaders;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>spoort de Raad aan de lijst in het kader van de EU-Magnitski-wet af te stemmen op de sanctielijsten van gelijkgestemde partners, met name die van de G7, en de VN-Veiligheidsraad, wanneer dat politiek en juridisch mogelijk is, teneinde de algemene legitimiteit en doeltreffendheid ervan te vergroten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>roept de Commissie en de lidstaten op tot het versterken van de synergieën tussen de EU-Magnitski-wet en internationale verantwoordingsmechanismen, zoals de VN, het Internationaal Strafhof en regionale mensenrechtenrechtbanken, om de EU-maatregelen tegen ernstige mensenrechtenschendingen doeltreffender te maken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>benadrukt dat het belangrijk is dat kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten van de EU zich aansluiten bij de EU-Magnitski-wet, in overeenstemming met de bredere afstemming van die landen op het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid van de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>staat volledig achter het opleggen van gerichte sancties voor de bestrijding van corruptie binnen het EU-kader, hetgeen al lang een prioriteit is voor het Parlement, hetzij door deze in de EU-Magnitski-wet op te nemen, hetzij via een andere regeling; beveelt aan het toepassingsgebied van de regeling uit te breiden tot gevallen van grootschalige corruptie en misbruik van overheidsopdrachten waarmee autoritaire regimes rechtstreeks worden ondersteund, om zo mensenrechtenschendingen te koppelen aan kleptocratische praktijken; benadrukt verder dat bij sancties tegen corruptie rekening moet worden gehouden met de bredere systemische context en dat dergelijke sancties nauw verbonden moeten zijn met alomvattende strategieën ten aanzien van de betrokken actoren; is ingenomen met het feit dat de Commissie een voorstel heeft ingediend voor een sanctieregeling voor corruptiebestrijding; betreurt dat sommige lidstaten het dossier in de Raad hebben geblokkeerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>benadrukt dat met de EU-Magnitski-wet ook moet worden opgetreden tegen schendingen van de mensenrechten die mogelijk worden gemaakt door digitale surveillance, de uitvoer van spyware en andere voor repressie gebruikte technologieën, en opzettelijke milieuvernietiging waarbij het duidelijk de bedoeling is de burgerbevolking schade te berokkenen; dringt erop aan dat personen die bij dergelijk misbruik betrokken zijn, uitdrukkelijk op de lijst worden geplaatst;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>is ingenomen met het recente gebruik van de EU-Magnitski-wet tegen actoren die verantwoordelijk zijn voor de transnationale repressie van dissidenten en mensenrechtenverdedigers, en dringt aan op meer vermeldingen op de lijst om deze toenemende mondiale trend weer te geven en gevallen van transnationale repressie systematisch te beoordelen, met inbegrip van digitale surveillance, intimidatie van ballingen en grensoverschrijdende intimidatie, desinformatie en rechtsmisbruik; verzoekt de Raad een werkdefinitie van transnationale repressie vast te stellen om te zorgen voor consistente sancties van onder andere niet-statelijke handlangers zoals particuliere beveiligingsbedrijven en diasporaorganisaties; verzoekt de EU meer sancties op te leggen aan personen en entiteiten waarvan op geloofwaardige wijze is aangetoond dat zij verantwoordelijk zijn voor daden van transnationale repressie tegen mensenrechtenverdedigers, waaronder intimidatie van familieleden, digitale aanvallen en intimidatie in het buitenland;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>dringt er bij de lidstaten op aan geen bilaterale politieke of diplomatieke maatregelen te nemen die een belemmering vormen voor hun inzet voor internationale strafrechtelijke mechanismen, met inbegrip van het Statuut van Rome, en de verdediging van de mensenrechten, of die indruisen tegen het eensgezinde standpunt van de EU ten aanzien van sancties; verzoekt de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, indien geen rekening wordt gehouden met deze aanbeveling, de betrokken lidstaten op te roepen hun maatregelen op elkaar af te stemmen en de eenheid van de EU te handhaven; verzoekt de lidstaten de coördinatie te verbeteren en gebruik te maken van hun eigen instrumenten, zoals universele rechtspraak en nationale sancties, op voorwaarde dat deze op gecoördineerde wijze worden toegepast ter ondersteuning van de gemeenschappelijke EU‑doelstellingen, teneinde aanzienlijke veranderingen teweeg te brengen en bij te dragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen van EU-sancties;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>veroordeelt het feit dat sommige EU-lidstaten in strijd met de EU-sancties handelen door gesanctioneerde personen toe te staan het grondgebied van de EU binnen te komen; dringt er bij alle EU-lidstaten op aan volledig en onvoorwaardelijk in overeenstemming met de EU-sancties te handelen; verzoekt de Commissie, als hoedster van de Verdragen, ervoor te zorgen dat de EU-lidstaten in overeenstemming met de sancties handelen en verzoekt haar elk geval van niet-naleving door de lidstaten streng en op niet-discriminerende wijze aan te pakken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>benadrukt dat de beperkende maatregelen van de EU alleen volledig effect kunnen sorteren als zij door alle lidstaten consistent, snel en op uniforme wijze worden uitgevoerd; wijst op de verschillen tussen de lidstaten op het gebied van rechtskaders, administratieve structuren en operationele middelen voor de uitvoering van sancties; verzoekt de Commissie en de lidstaten daarom om de nodige maatregelen te nemen om een meer geharmoniseerde en gecoördineerde toepassing te waarborgen, onder meer door de capaciteit voor bevriezing van tegoeden te vergroten, de uitwisseling van informatie te verbeteren en gemeenschappelijke monitoring‑ en handhavingsmechanismen op EU-niveau te ontwikkelen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>dringt er bij de EDEO op aan legale procedures vast te stellen om de rente te mobiliseren van de bevroren tegoeden van personen die op de sanctielijst in het kader van de EU-Magnitski-wet staan, zodat deze gebruikt kunnen worden ten behoeve van de slachtoffers van de ernstige mensenrechtenschendingen waarvoor de gesanctioneerde personen verantwoordelijk zijn; moedigt de EU voorts aan de mogelijkheid te onderzoeken om een specifieke procedure vast te stellen met betrekking tot woekerwinsten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>verheugt zich zeer over het feit dat de Raad in het kader van de EU-Magnitski-wet thematische sanctiepakketten heeft aangenomen; dringt er bij de Raad op aan soortgelijke gerichte maatregelen op een systematische en proactieve wijze te treffen om op te treden tegen andere specifieke en ernstige mensenrechtenschendingen waaronder foltering, gedwongen verdwijningen, willekeurige detentie en de repressie van het maatschappelijk middenveld en mensenrechtenverdedigers;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>herhaalt zijn oproep aan de Raad om geleidelijk over te stappen op besluitvorming met gekwalificeerde meerderheid van stemmen voor besluiten op gebieden van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid die geen gevolgen hebben op militair of defensiegebied, zoals sancties;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De strijd tegen straffeloosheid opvoeren</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>dringt erop aan dat de EU-sanctieregeling in overeenstemming is met en een aanvulling vormt op het internationaal strafrecht, het internationaal humanitair recht en het EU-beleid op het gebied van de rechtsstaat en de fundamentele vrijheden, met als doel de strijd tegen straffeloosheid wereldwijd op te voeren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>spoort de EU aan de lijst in het kader van de EU-Magnitski-wet strategisch af te stemmen op nationale en internationale strafrechtelijke inspanningen, onder meer door in de lijst namen op te nemen van personen die door internationale rechtbanken zoals het Internationaal Strafhof zijn aangeklaagd alsmede daders van internationale kernmisdrijven en andere actoren die deze verantwoordingsprocessen belemmeren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>onderstreept dat sancties ook moeten voorkomen dat daders van ernstige mensenrechtenschendingen en corruptie anoniem blijven, zodat bekend wordt wie de verantwoordelijken zijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>spoort de Raad aan ervoor te zorgen dat alle regio’s in de wereld aan evenveel toezicht en inzet worden onderworpen en de huidige geografische en thematische onevenwichtigheden in de lijst in het kader van de EU-Magnitski-wet te corrigeren door de lijst uit te breiden tot buiten de huidige geografische concentratie zodat deze alle personen en entiteiten omvat die verantwoordelijk zijn voor ernstige mensenrechtenschendingen, ongeacht hun land van herkomst;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>spoort de Raad aan om bijzondere aandacht te besteden aan schendingen zoals seksueel en gendergerelateerd geweld, discriminerende beleidsmaatregelen en de vervolging van vrouwelijke leiders, journalisten en activisten, zodat deze categorieën in toekomstige opnamen in de lijst op passende wijze worden weerspiegeld;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>merkt op dat tot nu toe een aanzienlijk deel van de op grond van de EU-Magnitski-wet gesanctioneerde personen bij het repressie-apparaat van de staat betrokken was, maar geen besluiten heeft genomen, terwijl slechts een minderheid van degenen die op de lijst staan politieke of militaire leidinggevende functies bekleedt; dringt er bij de Raad op aan de lijst van laaggeplaatste daders uit te breiden tot politieke en militaire leiders, en sancties op te leggen aan degenen die verantwoordelijk zijn voor het nemen van besluiten die tot ernstige mensenrechtenschendingen hebben geleid;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>dringt aan op meer en doeltreffendere communicatie over opgelegde sancties om nogmaals de nadruk te leggen op het mondiale standpunt van de EU met betrekking tot mensenrechten en het bestrijden van straffeloosheid, aangezien gesanctioneerde personen in sommige gevallen in nationale propaganda als helden worden afgeschilderd en zelfs worden beloond door repressieve regimes; merkt op dat de EU-Magnitski-wet een doeltreffend afschrikkend effect heeft op personen en entiteiten die eigendom hebben in de EU of de middelen hebben om naar de EU te reizen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>veroordeelt alle tegensancties die aan de EU of haar instellingen, de lidstaten, organen of burgers worden opgelegd enkel en alleen omdat zij zich in het kader van de EU-Magnitski-wet inzetten voor de bevordering en eerbiediging van de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Transparantie, verantwoording en de rol van het maatschappelijk middenveld</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>beveelt aan de sanctieprocedure transparanter te maken, te voorzien in duidelijke richtsnoeren en tegelijkertijd het recht van op de lijst geplaatste personen op effectieve rechterlijke toetsing te eerbiedigen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>beveelt aan om aanhoudende, aantoonbare, reële en blijvende gedragsveranderingen bij op de lijst geplaatste personen en entiteiten, zoals permanente samenwerking met internationale rechtsmechanismen, formeel te erkennen als een criterium voor schrapping van de lijst, teneinde verantwoording en naleving te stimuleren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>stelt voor om een gestructureerd en transparant raadplegingsmechanisme op te zetten voor verslaglegging door en betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld bij de sanctieprocedure, met beschermende maatregelen voor klokkenluiders, met inbegrip van de oprichting van een speciaal EDEO-contactpunt; beveelt aan een begrotingsvenster in te voeren ter versterking van de capaciteit van de EDEO om informatie en voorstellen van het maatschappelijk middenveld systematisch te beoordelen, te onderzoeken, erop te reageren en te verwerken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>roept de Raad en de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid op te overwegen om het Parlement een aanvullende rol te geven bij het verzamelen en voorstellen van gevallen van ernstige mensenrechtenschendingen die in aanmerking komen voor de sanctieregeling en het Parlement jaarlijks verslagen te verstrekken over besluiten inzake sancties in het kader van de EU‑Magnitski-wet, met inbegrip van de omzeiling van sancties; dringt erop aan dat de Raad de aanbevelingen voor vermelding op de sanctielijst in resoluties van het Parlement grondig in overweging neemt;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Omzeiling voorkomen en handhavingsinstrumenten versterken</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>dringt erop aan dat de EU-Magnitski-wet wordt herzien om de omzeiling van sancties te voorkomen door expliciete en geactualiseerde richtsnoeren uit te vaardigen over het verbod op het verstrekken van economische middelen en technische en materiële bijstand aan personen en entiteiten die op de lijst staan, waarin wordt verduidelijkt dat het verbod op het verlenen van technische en materiële steun ook van toepassing is op niet-financiële ondersteuning, zoals ICT-infrastructuur, software, versoepeling van de wetgeving en cyberinstrumenten die worden gebruikt voor repressie; benadrukt dat de sanctieregeling van de EU moet worden versterkt door vaker gebruik te maken van uiteenlopende secundaire sancties, met als doel staatsambtenaren, entiteiten, ondernemingen en personen aan te pakken die betrokken zijn bij het faciliteren van inbreuken of het omzeilen van sancties, waardoor autoritaire regimes ernstige mensenrechtenschendingen kunnen blijven begaan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>verzoekt de Commissie nauwer samen te werken met de Europese Bankautoriteit, de Europese Autoriteit voor effecten en markten, de autoriteit voor de bestrijding van witwassen en de nationale financiële-inlichtingeneenheden om systematisch ondoorzichtige financiële producten, cryptoactiva en offshoreconstructies die worden gebruikt om sancties te ontwijken, op te sporen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>33.</NO.P>roept op entiteiten in voorkomend geval zowel op de lijst in het kader van de EU‑Magnitski-wet te plaatsen als op te nemen in geografische sanctieregelingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>34.</NO.P>verzoekt de Raad de uitzonderingsclausules te herzien om ervoor te zorgen dat contracten die zijn gesloten voordat een persoon op de lijst is gezet, niet ten goede komen aan de familieleden of zakenpartners van de gesanctioneerde persoon of van entiteiten die onder zeggenschap van deze persoon staan;</P></ACTION><SEPARATION><P>°</P><P>°	°</P></SEPARATION><ACTION><P><NO.P>35.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>