<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2026)0017</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">De zaak van Joseph Figueira Martin in de Centraal-Afrikaanse Republiek</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(B10-0066, 0088, 0091, 0093, 0094 en 0096/2026)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 22 januari 2026 over de zaak van Joseph Figueira Martin in de Centraal-Afrikaanse Republiek (2026/2572(RSP))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 150, lid 5, en artikel 136, lid 4, van zijn Reglement,</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat Joseph Figueira Martin, een humanitair onderzoeker met de Belgisch‑Portugese nationaliteit die voor de niet-gouvernementele organisatie FHI 360 werkt, op 26 mei 2024 in de Centraal-Afrikaanse Republiek door de Wagnergroep is ontvoerd terwijl hij aan een ontwikkelingsproject werkte, en later is overgedragen aan de autoriteiten van de Centraal-Afrikaanse Republiek;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat hij bij het Centraal Bureau voor de Onderdrukking van het Banditisme (Office Central de Répression du Banditisme, OCRB) in Bangui in eenzame opsluiting werd vastgehouden en gefolterd in een basis onder het toezicht van de Wagnergroep; overwegende dat hij meer dan een jaar lang zonder proces werd vastgehouden in onmenselijke omstandigheden en zonder toegang tot medische zorg;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat een strafrechtbank in Bangui Martin op 4 november 2025 op basis van ongegronde beschuldigingen schuldig heeft bevonden aan strafbare feiten, waaronder medeplichtigheid aan criminele organisatie en het ondermijnen van de staatsveiligheid, en hem heeft veroordeeld tot 10 jaar dwangarbeid en het betalen van een civielrechtelijke schadevergoeding van 50 miljoen CFA-frank;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>herinnert eraan dat het Parlement in zijn resolutie van 10 juli 2025<FOOTNOTE><FIELD> Aangenomen teksten, P10_TA(2025)0162.</FIELD></FOOTNOTE> de onmiddellijke en onvoorwaardelijke vrijlating van Martin heeft geëist; betreurt dat de autoriteiten van de Centraal-Afrikaanse Republiek hieraan geen gevolg geven, waardoor zijn situatie verder verslechtert;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>eist dat de autoriteiten van de Centraal-Afrikaanse Republiek Martin onmiddellijk en onvoorwaardelijk vrijlaten; benadrukt dat het onaanvaardbaar blijft dat een EU-burger nog steeds in dergelijke omstandigheden wordt vastgehouden, gezien de ernstige bedenkingen over de eerlijke rechtsgang en het eerlijke verloop van het proces;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>dringt er bij de autoriteiten van de Centraal-Afrikaanse Republiek op aan onmiddellijk toestemming te verlenen voor de medische evacuatie van Martin, aangezien zijn gezondheid er ernstig op achteruitgaat en hij last krijgt van een gezichtsstoornis, en hem in de tussentijd onmiddellijke en ongehinderde toegang te geven tot gespecialiseerde medische zorg, onder meer verstrekt door onafhankelijke artsen, en tot juridisch advies, consulaire bijstand en familiebezoeken, met volledige inachtneming van de internationale normen op het gebied van de mensenrechten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>verzoekt de Commissie, de VV/HV en de Raad om, in overleg met België en Portugal, gerichte sancties op te leggen, waaronder reisverboden en bevriezing van tegoeden, aan alle personen die verantwoordelijk zijn voor de willekeurige detentie, mishandeling en veroordeling van Martin, indien de autoriteiten van de Centraal-Afrikaanse Republiek zijn rechten blijven schenden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>pleit ervoor een ad-hocdelegatie van het Parlement naar de Centraal-Afrikaanse Republiek te sturen om de situatie van Martin te beoordelen en het land onder druk te zetten voor zijn vrijlating;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>dringt erop aan dat alle gerechtelijke procedures, met inbegrip van eventuele beroepsprocedures, strikt voldoen aan de waarborgen voor een eerlijke rechtsgang die zijn vastgelegd in het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten en in het nationale rechtskader van de Centraal-Afrikaanse Republiek, aangezien een schending van het recht op een eerlijke rechtsgang in feite een schending van de grondrechten is;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>herhaalt zijn verzoek aan de Raad om de Wagnergroep op de lijst van terroristische organisaties te plaatsen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>benadrukt dat de EU en de lidstaten verplicht zijn om humanitaire hulpverleners en ontwikkelingswerkers onder alle omstandigheden te beschermen, en veroordeelt de willekeurige arrestatie, detentie of vervolging van dergelijke hulpverleners; onderstreept dat deze handelingen in strijd zijn met het internationaal humanitair recht en de rechten van humanitaire hulpverleners;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de VV/HV, alsook aan de regering en het parlement van de Centraal-Afrikaanse Republiek, de Afrikaanse Unie en de Verenigde Naties.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>