<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2026)0020</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Drones en nieuwe systemen voor oorlogsvoering – De noodzakelijke aanpassing van de EU aan de huidige veiligheidsuitdagingen</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0270/2025 - Rapporteur: Reinis Pozņaks)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 22 januari 2026 over drones en nieuwe systemen voor oorlogsvoering – de noodzakelijke aanpassing van de EU aan de huidige veiligheidsuitdagingen (2025/2088(INI))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 42, lid 7, van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) en artikel 222 VWEU,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie voor een verordening van de Raad tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2028-2034 (COM(2025)0571),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot oprichting van het Europees Fonds voor concurrentievermogen (“EFC”), met inbegrip van het specifieke programma voor onderzoeks- en innovatieactiviteiten op defensiegebied, tot intrekking van de Verordeningen (EU) 2021/522, (EU) 2021/694, (EU) 2021/697 en (EU) 2021/783 en tot wijziging van de Verordeningen (EU) 2021/696, (EU) 2023/588 en (EU) [EDIP] (COM(2025)0555), waarin een defensie- en ruimtevaartcomponent is opgenomen voor het versterken van de industriële defensiebasis, met inbegrip van drones,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de NAVO-top van 2025 in Den Haag en de versterking van het strategische partnerschap tussen de EU en de NAVO, met name op het gebied van de integratie van drones, innovatie en capaciteiten op het vlak van systemen ter bestrijding van onbemande luchtvaartuigen (C-UAS), met inbegrip van het NAVO-actieplan voor snelle goedkeuring en de routekaart voor samenwerking tussen de NAVO en Oekraïne op het gebied van innovatie, die bedoeld zijn om Oekraïne te ondersteunen en de bescherming van het geallieerde luchtruim en van kritieke infrastructuur te verbeteren,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het actieplan inzake paraatheid, dat tijdens de NAVO-top van 2014 in Wales is gestart als reactie op de illegale annexatie door Rusland van de Krim, en de ontwikkeling van dit actieplan tot een basiskader voor de afschrikkings- en defensiepositie van de NAVO, dat op zijn beurt heeft geleid tot het NAVO-strijdkrachtenmodel van 2022,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de op maat gesneden veiligheids- en defensiepartnerschappen van de EU met Noorwegen, Moldavië, Japan, Zuid-Korea, Albanië, Noord-Macedonië en het Verenigd Koninkrijk, die elk zijn opgezet om de samenwerking op gebieden als crisisbeheersing, maritieme en cyberbeveiliging, militaire mobiliteit en samenwerking binnen de defensie-industrie te versterken,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de conclusies van de Raad van 26 juni 2025 over Oekraïne, het Midden-Oosten, Europese defensie en veiligheid, de EU in de wereld, concurrentievermogen, migratie, de Republiek Moldavië, de Westelijke Balkan, interne veiligheid, paraatheid, hybride activiteiten en andere onderwerpen, en de gereedheid van de industrie en de doelstellingen van het ReArm Europe-plan/Readiness 2030, het tussentijds verslag van het Europees Defensiefonds (EDF) en het programma voor de Europese defensie-industrie (EDIP),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 9 oktober 2025 over een eendrachtig antwoord op recente Russische schendingen van het luchtruim en bedreigingen van kritieke infrastructuur van de EU-lidstaten<FOOTNOTE><FIELD> Aangenomen teksten, P10_TA(2025)0230.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de gezamenlijke mededeling van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid van 21 februari 2025 getiteld “EU-actieplan inzake kabelbeveiliging” (JOIN(2025)0009),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de resolutie van het Europees Parlement van 12 maart 2025 over het witboek over de toekomst van de Europese defensie (2025/2565(RSP))<FOOTNOTE><FIELD> Aangenomen teksten, P10_TA(2025)0034.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 29 november 2022 getiteld “Een dronestrategie 2.0 voor een slim en duurzaam ecosysteem voor onbemande luchtvaartuigen in Europa” (COM(2022)0652),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de gezamenlijke mededeling van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid van 5 maart 2024 getiteld “Een nieuwe strategie voor de Europese defensie-industrie — De paraatheid van de EU waarborgen door te zorgen voor een snel reagerende en weerbare Europese defensie-industrie” (JOIN(2024)0010),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de informele bijeenkomst van de staatshoofden en regeringsleiders in Kopenhagen van 1 oktober 2025,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de geïntegreerde lucht- en raketafweer (NAVO IAMD), die is toegesneden op alle soorten lucht- en raketdreigingen van alle strategische richtingen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn (EU) 2022/2557 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022 betreffende de weerbaarheid van kritieke entiteiten en tot intrekking van Richtlijn 2008/114/EG van de Raad<FOOTNOTE><FIELD> PB L 333 van 27.12.2022, blz. 164, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2022/2557/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de briefing van het directoraat-generaal Parlementaire Onderzoeksdiensten van 2025 over militaire dronesystemen in de EU en de globale context: soorten, capaciteiten en regelgevingskaders, waarin wordt verwezen naar de financieringssteun van de EU voor het Eurodrone-programma, waaronder 98 miljoen EUR in 2020 en 100 miljoen EUR in 2024,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien NAVO-norm STANAG 4748 (digitale onderwatersignaaloverdracht),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Speciaal verslag 04/2025 van de Europese Rekenkamer getiteld “Militaire mobiliteit in de EU – Niet op volle snelheid door tekortkomingen in het ontwerp en belemmeringen onderweg”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (Reach), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van Richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede Richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de Richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie<FOOTNOTE><FIELD> PB L 396 van 18.12.2006, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2006/1907/oj.</FIELD></FOOTNOTE> (Reach-verordening),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van 27 juni 2025 van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV) getiteld “Common Foreign and Security Policy Report – Our priorities in 2025”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 19 september 2024 over de voortzetting van de financiële en militaire steun van de EU-lidstaten aan Oekraïne<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2024/7214, 10.12.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/7214/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de gezamenlijke mededeling van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid van 19 maart 2025 over het gezamenlijk witboek over de gereedheid van de Europese defensie 2030, waarin wordt verwezen naar de Europese Vredesfaciliteit en de steun van deze faciliteit voor de levering van dronegerelateerde vermogens in Oekraïne,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het platform voor strategische technologieën voor Europa, met inbegrip van het SAFE-instrument en het Europees instrument voor tijdelijke steun om het risico op werkloosheid te beperken in een noodtoestand, die een cruciale rol spelen bij het opschalen van innovatie voor tweeërlei gebruik en van de industriële veerkracht,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2021/695<FOOTNOTE><FIELD> PB L 170 van 12.5.2021, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/695/oj.</FIELD></FOOTNOTE> van het Europees Parlement en de Raad van 28 april 2021 tot vaststelling van Horizon Europa – het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie, tot vaststelling van de regels voor deelname en verspreiding en tot intrekking van Verordeningen (EU) nr. 1290/2013 en (EU) nr. 1291/2013,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2021/2085 van de Raad van 19 november 2021 voor de oprichting van Gemeenschappelijke Ondernemingen in het kader van Horizon Europa en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 219/2007, (EU) nr. 557/2014, (EU) nr. 558/2014, (EU) nr. 559/2014, (EU) nr. 560/2014, (EU) nr. 561/2014 en (EU) nr. 642/2014<FOOTNOTE><FIELD> PB L 427 van 30.11.2021, blz. 17, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/2085/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, waarin het kader wordt vastgesteld voor ATM-onderzoek voor het gemeenschappelijk Europees luchtruim, met als doel de integratie van militaire drones in het gemeenschappelijke luchtruim mogelijk te maken,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van Mario Draghi van 9 september 2024 over de toekomst van het Europese concurrentievermogen en hoofdstuk vier daarvan over het vergroten van de veiligheid en het verminderen van afhankelijkheden,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de politieke beleidslijnen voor de Europese Commissie 2024-2029 van de toenmalige kandidaat-voorzitter van de Commissie, Ursula von der Leyen, van 18 juli 2024, getiteld “De keuze van Europa”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 17 juli 2024 over de noodzaak van voortdurende steun van de EU aan Oekraïne<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2024/6129, 22.10.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/6129/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Uitvoeringsbesluit van de Commissie van 15 maart 2024 betreffende de financiering van het bij Verordening (EU) 2023/2418 van het Europees Parlement en de Raad vastgestelde instrument voor de versterking van de Europese defensie-industrie door middel van gemeenschappelijke aanbestedingen (EDIRPA) en de vaststelling van het werkprogramma voor 2024-2025 (C(2024)1702),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 29 februari 2024 over de noodzaak van niet-aflatende EU-steun voor Oekraïne, na twee jaar Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2024/6745, 26.11.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/6745/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 18 januari 2023 over de uitvoering van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid – jaarverslag 2022<FOOTNOTE><FIELD> PB C 214 van 16.6.2023, blz. 5.</FIELD></FOOTNOTE>, waarin wordt benadrukt dat dringend drone- en droneafweercapaciteiten moeten worden ontwikkeld voor missies in het kader van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid (GVDB),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de Verklaring van Versailles van 10 en 11 maart 2022,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de conclusies van de Raad van 24 januari 2022 over de Europese veiligheidssituatie en van 22 januari 2018 over de geïntegreerde aanpak voor externe conflicten en crises,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het strategisch kompas voor veiligheid en defensie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het actieplan inzake autonome systemen (APAS) van het Europees Defensieagentschap, dat op 11 januari 2024 is goedgekeurd en dat voorziet in een gefaseerd, alomvattend kader ter versnelling van de ontwikkeling, interoperabiliteit, regelgeving, standaardisering, certificering en domeinoverschrijdende invoering van autonome systemen voor operaties te land, ter zee en in de lucht, alsmede hybride operaties,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de gestructureerde routekaart van het APAS voor de periode 2024-2038, die vlaggenschipprojecten omvat inzake domeinoverschrijdende autonome zwermen en de combinatie van door de mens bediende systemen en autonome systemen (MUM-T), en die ondersteund wordt door de belangengemeenschap voor autonome systemen en de ad-hocwerkgroep om te zorgen voor de coördinatie van de uitvoering en de betrokkenheid van belanghebbenden,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de relevante NAVO-doctrines en -richtsnoeren inzake onbemande luchtvaartuigsystemen (UAS), met inbegrip van STANAG 4671 (luchtwaardigheidseisen voor onbemande luchtvaartuigsystemen), STANAG 4703 (C2) en de gezamenlijke luchtmachtstrategie van de NAVO,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de Europese militaire luchtwaardigheidseis (EMAR) van het Europees Defensieagentschap van 18 april 2024, die voorziet in aanvaardbare wijzen van naleving (AMC) en richtsnoeren (GM) ter ondersteuning en interpretatie van de Europese militaire luchtwaardigheidseisen inzake permanente luchtwaardigheid (EMAR M), en gezien het EMAR M-kader en de AMC en GM daarvan als essentiële instrumenten om de praktijken op het gebied van militaire luchtwaardigheid af te stemmen op de meest recente regelgevingsnormen en de doeltreffende toepassing ervan in de militaire luchtvaartomgeving te waarborgen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de gezamenlijke mededeling van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid van 10 november 2022 over het actieplan voor militaire mobiliteit 2.0 (JOIN(2022)0048), waarin de infrastructuur en administratieve processen voor militaire mobiliteit worden uitgebreid en gedigitaliseerd om de grensoverschrijdende beweging van troepen en uitrusting te stroomlijnen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Uitvoeringsverordening (EU) 2025/675 van de Commissie van 4 april 2025 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1302/2014 betreffende een technische specificatie inzake interoperabiliteit van het subsysteem “rollend materieel — locomotieven en reizigerstreinen” van het spoorwegsysteem in de Europese Unie en Uitvoeringsbesluit 2011/665/EU van de Commissie inzake het Europees register van goedgekeurde spoorwegvoertuigtypen<FOOTNOTE><FIELD> PB L, 2025/675, 7.4.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2025/675/oj.</FIELD></FOOTNOTE> en de invoering van het directoraat-generaal Mobiliteit en Vervoer van de Commissie van geautomatiseerde systemen om toestemming te verlenen voor de opname van personeelsrijtuigen in militaire goederentreinen, als onderdeel van een ruimere inspanning om de logistieke procedures op het trans-Europees vervoersnetwerk te moderniseren en te versnellen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het besluit van de Gezamenlijke Organisatie voor Samenwerking op Defensiematerieelgebied en lidstaten (Frankrijk, Duitsland, Italië en Spanje) om het Eurodrone MALE RPAS-programma te starten, dat geformaliseerd is met de ondertekening in februari 2022 van een contract ter waarde van 7,1 miljard EUR voor de ontwikkeling en productie van 60 drones, en de ontwikkeling van dit programma door de evaluatie van het voorlopige ontwerp in 2024 en de komende beoordeling van het kritieke ontwerp in 2025, de EU-financieringssteun (100 miljoen EUR in 2024) en de toetreding van India als waarnemer begin 2025,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanbevelingen van het VN-Bureau voor ontwapeningszaken over dodelijke autonome wapensystemen en de VN-verslagen over het gebruik van gewapende drones in het kader van het internationaal recht,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de nationale kaders en doctrinale publicaties over militaire drones,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2021/697 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2021 tot oprichting van het Europees Defensiefonds en tot intrekking van Verordening (EU) 2018/1092<FOOTNOTE><FIELD> PB L 170 van 12.5.2021, blz. 149, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/697/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Besluit (GBVB) 2015/1835 van de Raad van 12 oktober 2015 tot vaststelling van het statuut, de zetel en de voorschriften voor de werking van het Europees Defensieagentschap<FOOTNOTE><FIELD> PB L 266 van 13.10.2015, blz. 55, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2015/1835/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2024/1252 van het Europees Parlement en de Raad van 11 april 2024 tot vaststelling van een kader om een veilige en duurzame voorziening van kritieke grondstoffen te waarborgen, en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 168/2013, (EU) 2018/858, (EU) 2018/1724 en (EU) 2019/1020<FOOTNOTE><FIELD> PB L, 2024/1252, 3.5.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1252/oj.</FIELD></FOOTNOTE> (verordening kritieke grondstoffen),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 55 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie veiligheid en defensie (A10‑0270/2025),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Oorlogvoering met drones</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de massale toename van het vermogen voor precisieaanvallen het moderne slagveld, de defensiebehoeften van de EU en de weerbaarheidsvereisten voor de lidstaten definitief heeft veranderd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat recente vijandige incidenten en schendingen van het luchtruim met drones in verschillende EU-lidstaten, met name aan de oostelijke flank van de Unie, hebben aangetoond dat er dringend meerlagige afweersystemen met kinetische en niet-kinetische C-UAS moeten worden ingezet om kritieke infrastructuur te beschermen en de weerbaarheid te vergroten; overwegende dat drones nu voor meerdere doelen kunnen worden gebruikt, waaronder verkenning, afleiding, doelopsporing en precisieaanvallen, aangezien het grootschalige gebruik van drones in de oorlog in Oekraïne en op andere actieterreinen op de proef werd gesteld, waardoor de behoeften op het gebied van luchtverdediging en operationele doctrines zijn veranderd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat zij een essentieel onderdeel zijn geworden van moderne oorlogvoering en hybride conflicten en fungeren als slagkrachtversterkers die realtime inlichtingen verstrekken en de besluitvorming versnellen; overwegende dat de inzet van soortgelijke onbemande systemen (UGS, USV en UUV) toeneemt en in de toekomstige defensieplanning tot uiting moeten komen; overwegende dat Europa zijn concept voor lucht- en gezamenlijke operaties moet aanpassen en ervoor moet zorgen dat elk militair gebruik van drones volledig in overeenstemming is met het internationaal recht, met inbegrip van het recht inzake de mensenrechten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat de snel toenemende droneproductiecapaciteit van tegenstanders, ondersteund door externe partners, in combinatie met de dominantie van bepaalde niet-EU-leveranciers van belangrijke onderdelen zoals sensoren, batterijen, halfgeleiders en zeldzame aardmetalen, ervoor heeft gezorgd dat de strategische afhankelijkheden toenemen en erop wijst dat de Europese innovatiebasis voor tweeërlei gebruik dringend moet worden versterkt en de Europese toeleveringsketens moeten worden veiliggesteld; overwegende dat Rusland zijn droneproductie blijft opschalen, en jaarlijks miljoenen drones produceert, wat meer is dan de productie in de Verenigde Staten en Europa samen, wat gepaard gaat met de opkomst van door Rusland ontwikkelde rondhangende munitie en prototypen van zwaardere systemen; overwegende dat het vermogen van de Russische drone-industrie wordt ondersteund door Iran en China, wat heeft geleid tot de massale verspreiding van steeds dodelijkere en geavanceerdere drones die precisieaanvallen kunnen uitvoeren;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De gevolgen van de voortdurend veranderende aard van oorlogvoering met drones voor de strijdkrachten van de lidstaten en voor het veiligheids- en defensiekader van de Europese Unie</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat drones een essentieel kenmerk zijn geworden van moderne oorlogvoering, zoals blijkt uit de oorlog in Oekraïne, waar zij meer slachtoffers hebben gemaakt dan enig ander wapen; overwegende dat het gebruik ervan zich nu heeft verspreid naar meerdere conflicten wereldwijd, onder meer in Gaza, Israël, Libanon, Iran, Jemen, Sudan, Myanmar en de oorlog van Azerbeidzjan tegen Armenië, en ook bij aanvallen op internationale schepen in de Rode Zee;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat het Europese drone-ecosysteem grotendeels bestaat uit kmo’s en start-ups die technologische innovatie, flexibiliteit en het concurrentievermogen stimuleren, terwijl de strategische uitrol van UAS het situationeel bewustzijn in afgelegen, kwetsbare of conflictgevoelige grensgebieden aanzienlijk kan verbeteren, kan zorgen voor de verzameling van realtimegegevens en aanzienlijk kan bijdragen tot het opsporen en afschrikken van een reeks bedreigingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat het uitgebreide gebruik van UAS in Oekraïne heeft aangetoond dat zij een doorslaggevende rol spelen, niet alleen als verkennings- en aanvalsinstrumenten, maar ook als middel voor de instandhouding van verdedigingslinies, medische evacuatie en levering van benodigdheden, elektronische oorlogvoering en inlichtingen uit berichtenverkeer, communicatie, detectie en neutralisatie van mijnen en geïmproviseerde explosieven (IED’s), realtimekartering en -bewaking, opsporings- en reddingsoperaties, bescherming van konvooien, rondhangende munitie en precisieaanvallen, afleiding en misleiding, CBRN-monitoring en documentatie van oorlogsmisdaden; overwegende dat UAS niet alleen meer dienen voor ondersteuning, maar zich verder ontwikkelen tot essentiële gevechtssystemen, die in staat zijn om bij intensieve “barrage jamming” (radarverstoring) te functioneren; overwegende dat maritieme drones een nieuw paradigma voor maritieme veiligheid hebben gecreëerd, van mijndetectie tot aanvallen op militaire doelwitten, zoals aangetoond in de Zwarte Zee en de Oostzee, en dat zij een nieuwe uitdaging zullen vormen voor de veiligheid van de Europese Unie in grote zeegebieden zoals de Middellandse Zee;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat de integratie van ruimteactiva in door drones verzamelde beelden kunnen zorgen voor continu, wederzijds gevalideerd en veilig situationeel bewustzijn met het oog op vroegtijdige waarschuwing, crisisbeheersing en opsporing van hybride dreigingen, monitoring van terroristische bewegingen, smokkelroutes en grensgebieden;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Kwetsbaarheden in de toeleveringsketens</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat 60 % van de onderdelen van drones afkomstig zijn uit de Verenigde Staten en China, wat zorgt voor een kritieke kwetsbaarheid voor de gereedheid van de EU-defensie 2030; overwegende dat de meeste onderdelen die nodig zijn voor de assemblage van drones, zoals halfgeleiders, vermogenstransistoren, magneten, batterijen en navigatiechips door Chinese bedrijven worden geproduceerd; overwegende dat bij strategische samenwerking ook rekening moet worden gehouden met opkomende technologische concurrentie uit Rusland en China en de Europese toegang moet worden gewaarborgd tot innovatie en de materialen die nodig zijn voor duurzame drone- en droneafweersystemen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat China is uitgegroeid tot een leider op het gebied van drones, waarbij het een breed scala aan gevechts- en verkenningssystemen produceert en tegelijkertijd in maritieme drones en zwermen van autonome minidrones investeert; overwegende dat China op grote schaal gewapende drones heeft uitgevoerd en dat deze door derde landen in verschillende gebieden zijn ingezet;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>K.</NO.P>overwegende dat het Chinese bedrijf DJI naar schatting 74 % van de commerciële dronemarkt in handen heeft en dat de meeste assemblageonderdelen ervan, zoals halfgeleiders, vermogenstransistoren, magneten, batterijen en navigatiechips door Chinese bedrijven worden geproduceerd; overwegende dat negen van de tien sensoren of optische systemen die nodig zijn om doelwitten op te sporen en aan te vallen, in China worden vervaardigd; overwegende dat Peking 85 % van de wereldwijde productiecapaciteit voor lithiumbatterijen en 98 % van de raffinage van zeldzame aardmetalen in handen heeft, die de ruggengraat vormen van zowel consumentenelektronica als moderne wapens, waardoor Europa afhankelijk is van de Chinese toelevering; overwegende dat China de uitvoer van componenten en materialen voor drones begint te beperken voor Oekraïne en westerse afnemers; overwegende dat China, door de toegang tot de nodige materialen – van grondstoffen tot batterijen en software – feitelijk te controleren en in toenemende mate aan Rusland te leveren, een doorslaggevende invloed uitoefent op de aard van oorlogvoering met drones;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>L.</NO.P>overwegende dat China op 9 oktober 2025 ingrijpende uitvoercontroles op zeldzame aardmetalen en aanverwante verwerkingstechnologieën heeft ingevoerd, onder het mom van bezorgdheid over de nationale veiligheid;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>M.</NO.P>overwegende dat deze nieuwe regels betrekking hebben op vrijwel alle zeldzame aardmetalen die essentieel zijn voor droneproductie en droneafweersystemen, en Chinese leveranciers verplichten om uitvoervergunningen te verkrijgen van het Ministerie van Handel, waardoor de hele drone-industrie van de EU in feite afhankelijk wordt van de Chinese goedkeuring van uitvoer, waaruit de strategische noodzaak blijkt om een veerkrachtige en autonome downstreamtoeleveringsketen voor de drone-industrie op te bouwen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>N.</NO.P>overwegende dat de nieuwe Chinese uitvoerbeperkingen die op 9 oktober 2025 zijn aangekondigd en deels in werking zijn getreden, zelfs uitvoervergunningen vereisen voor producten die sporen (meer dan 0,1 %) van zeldzame aardmetalen bevatten die in China zijn gewonnen of verwerkt, waarbij Peking uitdrukkelijk stelt dat er geen vergunningen worden verleend aan buitenlandse entiteiten uit de defensiesector;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>O.</NO.P>overwegende dat de EU dringend alternatieve bronnen, recyclingcapaciteit en een soevereine winning van kritieke grondstoffen moet ontwikkelen om de kwetsbaarheden te verminderen die ontstaan als gevolg van de Chinese uitvoerbeperkingen en de concentratie van de wereldwijde toeleveringsketen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Aanbestedingen en financiering</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>P.</NO.P>overwegende dat de productie, aankoop en financiering van drones en C-UAS-vermogens kan worden beschouwd als een dienst, waarvoor er behoefte is aan gekwalificeerd personeel, slimme investeringen, vereenvoudigde procedures, toegang tot publieke en particuliere financiering, regionale productiecentra en nauwe samenwerking met kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s), technologiebedrijven en de academische wereld;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Doctrines afstemmen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>Q.</NO.P>overwegende dat de lidstaten moeten streven naar afstemming op het gebied van doctrines, opleidingsfaciliteiten, certificeringsprocedures, assemblagelijnen, coördinatie op het slagveld, realtime doelwitbepaling, training, veerkrachtige systemen voor commando en controle (C2) en de volledige integratie van al deze elementen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>R.</NO.P>overwegende dat deze afstemming ook betrekking moet hebben op relevante wet- en regelgeving inzake het gebruik en de productie van drones en dat hierbij volledige verenigbaarheid met de NAVO-doctrines en STANAG-normen moet worden gewaarborgd; en dat gezamenlijke opleiding met Oekraïne moet worden bevorderd om de operationele gereedheid te versnellen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>S.</NO.P>overwegende dat de EU en haar lidstaten zich moeten inspannen om het voortouw te nemen op het gebied van drones door nauwer te gaan samenwerken op het gebied van opleiding, certificering, industriële assemblage en operationele coördinatie, en tegelijkertijd de nationale soevereiniteit volledig te eerbiedigen, zoals vastgesteld in artikel 4, lid 2 en artikel 42, lid 2 VEU;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Strategische partnerschappen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>T.</NO.P>overwegende dat strategische partnerschappen van essentieel belang zijn om de grote, kwalitatieve voorsprong te realiseren die nodig is om operationele drempels te halen en toegang te krijgen tot deskundigheid en grondstoffen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>U.</NO.P>overwegende dat dergelijke partnerschappen de Europese veiligheids- en defensievermogens moeten versterken, wederkerig, transparant en consistent moeten blijven en tegelijkertijd ervoor moeten zorgen dat kritieke afhankelijkheden van derde landen op het gebied van defensietechnologieën, -componenten, -software en -grondstoffen worden voorkomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>V.</NO.P>overwegende dat de samenwerking met belangrijke partners zoals Oekraïne van bijzonder belang is, gezien de ongeëvenaarde ervaring van het land op het slagveld en op het gebied van snelle innovatie- en aanpassingscycli, de integratie van civiele en militaire innovatie-ecosystemen en grootschalige droneproductiecapaciteit, wat unieke inzichten oplevert voor het versterken van de Europese technologische en industriële defensiebasis (EDTIB);</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>W.</NO.P>overwegende dat het uitwisselen van kennis met partners die ervaring hebben met de afweer van UAS en het ontwikkelen van geavanceerde droneafweersystemen, van cruciaal belang is voor de veerkracht van Europa;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>X.</NO.P>overwegende dat partnerschappen in de Westelijke Balkan en in de onmiddellijke buurlanden van de EU ook van essentieel belang zijn voor de regionale stabiliteit en veerkracht;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>Y.</NO.P>overwegende dat de Westelijke Balkan die meer dan 2 500 km aan landgrenzen met de EU deelt en de dichtstbijzijnde naburige regio van de EU is, van rechtstreeks strategisch belang is voor de veiligheid, stabiliteit en welvaart van de EU;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Droneoorlogen in de hele periferie</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>Z.</NO.P>overwegende dat het directe nabuurschap van de EU te maken heeft met diverse drone-intensieve conflicten, waarbij meerdere lidstaten worden geconfronteerd met vijandige drone-invallen in hun luchtruim; overwegende dat bij de reflectie over drones rekening moet worden gehouden met de bescherming van alle Europese flanken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>AA.</NO.P>overwegende dat regio’s die een land- of zeegrens delen met lidstaten, een cruciale rol spelen bij de ontwikkeling en het testen van drones en defensietechnologieën, gezien de specifieke vereisten die voortvloeien uit hun geografische en geopolitieke positie in het Europese veiligheidslandschap; is zich ervan bewust dat de Westelijke Balkan, het Middellandse en het Zwarte Zeegebied allemaal worden blootgesteld aan kwaadwillige buitenlandse invloed, hybride dreigingen, desinformatie en politieke inmenging om de Europese veiligheid te ondermijnen; overwegende dat deze regio’s kwetsbaar zijn voor vijandige droneactiviteiten en dat partners in deze regio’s van essentieel belang zijn als eerste verdedigingslinie om de collectieve veiligheid te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>AB.</NO.P>overwegende dat dronetechnologie door terroristische organisaties wordt gebruikt om politieke figuren aan te vallen, penitentiaire inrichtingen in de EU binnen te dringen en explosieven en wapens te vervoeren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>AC.</NO.P>overwegende dat maritieme drones een aanzienlijke bedreiging vormen voor zowel commerciële als militaire vaartuigen en belangrijke handelsroutes, waardoor de ontwikkeling van defensievermogens noodzakelijk wordt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>AD.</NO.P>overwegende dat Oekraïne jaarlijks meer dan 4,5 miljoen drones produceert, terwijl het dagelijks wordt aangevallen door steeds geavanceerdere Russische dronezwermen, en dat het land sinds de brute agressie van Rusland in februari 2022 heeft aangetoond dat de drone-industrie snel kan worden verbeterd en gemoderniseerd, waardoor de toegang tot belangrijke technologieën wordt gedemocratiseerd en doeltreffende zelfverdediging mogelijk wordt gemaakt;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Opschaling als antwoord op de Russische dreiging</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>AE.</NO.P>overwegende dat de innovatie op het slagveld en de groeiende productiecapaciteit van Oekraïne geleidelijk in de EDTIB moeten worden geïntegreerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>AF.</NO.P>overwegende dat Rusland en China koploper zijn bij de massale ontwikkeling en verspreiding van dronetechnologie met innovatiecycli van drie tot zes maanden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>AG.</NO.P>overwegende dat het feit dat de Europese staten in deze sector afhankelijk zijn van derde landen, een onaanvaardbare strategische kwetsbaarheid vormt; overwegende dat het derhalve van cruciaal belang is dat alle Europese defensie-uitgaven worden aangewend om de volledige autonomie van Europese staten op defensiegebied te bewerkstelligen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Kosteneffectieve oplossingen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>AH.</NO.P>overwegende dat de lidstaten gebruik moeten maken van verschillende nieuwe initiatieven en -instrumenten op het vlak van EU-defensie-uitgaven om kosteneffectieve oplossingen voor oorlogvoering met drones te ontwikkelen; overwegende dat bij deze oplossingen prioriteit aan industriële veerkracht in Europa moet worden gegeven, onze afhankelijkheid van derde landen moet worden verminderd, kmo’s in de defensiesector moeten worden ondersteund en ervoor moet worden gezorgd dat investeringen zich vertalen in concrete vermogens die snel kunnen worden ingezet ter ondersteuning van Oekraïne en de EU-defensie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>AI.</NO.P>overwegende dat UAS inherent voor tweeërlei gebruik zijn en een ingrijpende transformatie hebben teweeggebracht op het gebied van mobiliteit, logistiek en de aanpak van noodsituaties, terwijl de doeltreffendheid van de uitrol van drones en droneafweer afhankelijk is van veerkrachtige, grensoverschrijdende infrastructuur waarmee het snelle vervoer van mobiele lanceersystemen, commandovoertuigen en onderhoudseenheden mogelijk wordt gemaakt; benadrukt de noodzaak van geharmoniseerde normen voor vervoersinfrastructuur waardoor drones die voor logistieke, bewakings- en inlichtingendoeleinden worden gebruikt, veilig kunnen functioneren in het gemeenschappelijke luchtruim en de gemeenschappelijke vervoerscorridors;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Tweeërlei gebruik met het oog op veerkracht</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>AJ.</NO.P>overwegende dat het potentieel voor tweeërlei gebruik van drones voor civiele bescherming, rampenbestrijding en grensbeheer steeds belangrijker wordt in de hele EU, waar de aanhoudende veiligheids- en migratiecrises en hybride dreigingen wijzen op de dringende behoefte aan situationeel bewustzijn en snellereactievermogens; overwegende dat veel kritieke dronetechnologieën voor defensie afkomstig zijn uit het civiele domein en gebruikmaken van kritieke componenten voor tweeërlei gebruik, en dat de dronesector als geheel een belangrijke bijdrage kan leveren aan de operationele vermogens van Europa;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>AK.</NO.P>overwegende dat de ontwikkeling van drones en droneafweersystemen gepaard moet gaan met robuuste waarborgen voor civiele bescherming, sociale veerkracht en verantwoord tweeërlei gebruik van technologie, waarbij ervoor wordt gezorgd dat investeringen in defensie ook vermogens op het gebied van gezondheid, humanitaire logistiek en civiele bescherming versterken; overwegende dat domeinoverschrijdende innovatie voor tweeërlei gebruik een strategische waarde heeft, met name bij de integratie van onbemande systemen te land, ter zee en in de lucht met civiele technologieën;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on">Oorlogvoering met drones op het moderne slagveld</STRING></ACTINIT><ACTINIT><STRING ITALIC="on">De afstemming van operaties op oorlogvoering met drones</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>benadrukt dat UAS en C-UAS op tactisch en operationeel niveau moeten worden geïntegreerd aangezien strijdkrachten alleen doelgericht op het snel evoluerende moderne slagveld kunnen opereren als soldaten realtime “dronemuren” kunnen creëren waarin radar, akoestische sensoren, radiofrequentiesensoren, camera’s, elektro-optische en infraroodsensoren en op lasers gebaseerde “hard kill”-oplossingen (vernietiging) worden geïntegreerd om hun overlevingskansen, mobiliteit, letaliteit, situationeel bewustzijn en kinetisch operatievermogen te verzekeren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>onderstreept dat moet worden gezorgd voor technologisch aanpassingsvermogen en regelmatige moderniserings- en verbetercycli om veroudering te voorkomen, en dat de voortdurende integratie van innovatieve systemen in alle operationele domeinen, te land, ter zee, onderwater en in de lucht, moet worden bevorderd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>benadrukt dat de ontwikkeling en toepassing van dergelijke technologieën vraagt om investeringen in onderzoek en ontwikkeling (O&amp;O), het faciliteren van civiel-militaire onderzoekspartnerschappen en steun voor start-ups en kmo’s die werkzaam zijn in de hoogtechnologische defensie-industrie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>verzoekt de lidstaten en de Commissie multifunctionele en transportvliegtuigen (zoals A400M-vliegtuigen en AEW-C-platforms) te integreren als instrumenten voor de doorgifte van commando, controle en communicatie (C3) in de lucht, voor slagveldbeheer en als dronedragers om de connectiviteit en het operationeel bereik in stand te houden; moedigt samenwerking tussen het Europees Defensieagentschap (EDA) en de Europese industrie aan om interoperabele C3-ecosystemen met open architectuur te ontwikkelen voor de verbinding van tactische onbemande activa op grote hoogte;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>benadrukt de noodzaak van een robuuste, soevereine militaire luchttransportketen om modulaire dronesystemen te vervoeren, in te zetten en te ondersteunen, waarbij wordt gezorgd voor snelle projectie van de troepenmacht, veerkrachtige logistiek en volledige Europese controle over gegevens, netwerken en missie-autonomie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>moedigt de lidstaten aan de langetermijngevolgen van deze verschuiving voor de structuur en opleiding van de troepenmacht en ethische normen bij oorlogvoering te beoordelen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Uitdagingen in de frontlinie en behoeften aan uitrusting</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>erkent de uitdaging van droneherkenning waarmee soldaten in de frontlinie worden geconfronteerd, en pleit ervoor de infanterie uit te rusten met droneafweergeweren, raketten, onderscheppingsdrones, dronevangers, wapensystemen voor nabijverdediging, geweren met verstoringsfunctie voor droneafweer, vermogens voor inlichtingen uit berichtenverkeer en elektronische oorlogvoering en veerkrachtige C2’s, door middel van opleiding en de toewijzing van eenheden voor elektronische oorlogvoering, zodat de infanterie doeltreffend in de frontlinie kan functioneren, waarbij hun vermogen op het gebied van bescherming en reparatie wordt gemaximaliseerd, en wordt gewaarborgd dat vijandelijke drones correct worden geïdentificeerd en onderschept;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>waarschuwt dat het gebrek aan UAS op eenheidsniveau aan het begin van gevechten een tijdkritiek vermogenstekort creëert dat door tegenstanders kan worden uitgebuit, waardoor er meer slachtoffers vallen en de operationele vrijheid afneemt, en roept op tot dringende maatregelen om dit tekort aan te pakken door middel van opleiding en een aanpassing van de doctrines;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Behoefte aan goedkope C-UAS-vermogens</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>wijst op de uitdaging van de huidige onhoudbaar hoge kosten voor het onderscheppen van drones en dringt aan op gezamenlijke programma’s en marktgestuurde initiatieven ter bevordering van de ontwikkeling van kosteneffectieve C-UAS-vermogens zoals elektronische, laser-, en akoestische detectiesystemen en AI-gestuurde onderschepping om de kosten per onderschepping te verlagen, en verzoekt de Commissie na te gaan of de huidige industriële defensie-instrumenten kunnen worden gebruikt om de kosten voor het onderscheppen van drones te verlagen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>dringt aan op een betere productie en technologische ontwikkeling van bestaande luchtafweersystemen, naar het voorbeeld van Oekraïne, waar dergelijke systemen tot dusver de meest doeltreffende, mobiele en kostenefficiënte maatregel in de afweer van UAS zijn gebleken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>dringt erop aan de nadruk te leggen op de ontwikkeling van eenvoudige, goedkope systemen voor UAS-afweer die snel kunnen worden geproduceerd en ingezet om een onmiddellijke operationele beschikbaarheid te waarborgen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Afstemming van de gevechtsdoctrines op drones</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>moedigt strijdkrachten aan drones te integreren in alle gevechtsdoctrines als onderdeel van de operationele planning, met de nadruk op hybride oorlogsscenario’s, en daarbij toe te zien op de interoperabiliteit met de C2-systemen van de NAVO, civiele luchtverkeersbeheersystemen en het U-spacekader van de EU voor drone-integratie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>dringt er bij de strijdkrachten van de lidstaten op aan de vermogensdoelstellingen en -planning bij te werken om ervoor te zorgen dat de in Oekraïne opgedane ervaring wordt geïntegreerd in de gevechtsdoctrines;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>benadrukt dat droneafweervermogens niet alleen in infanterie-eenheden moeten worden geïntegreerd, maar ook in alle grote militaire platforms, met inbegrip van marineschepen, tanks, gepantserde personeelsvoertuigen en logistieke voertuigen; roept de lidstaten en het EDA op ervoor te zorgen dat toekomstige aanbestedings- en moderniseringsprogramma’s systematisch C-UAS-modules omvatten die zijn aangepast aan de operationele omgeving van elk platform; onderstreept dat een dergelijke integratie de troepenbescherming zal bevorderen, de overlevingskansen van hoogwaardige activa zal verbeteren en de interoperabiliteit tussen land-, lucht- en maritieme componenten zal versterken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>beveelt aan dat alle door de EU medegefinancierde dronecorridors en ondersteunende infrastructuur ingebouwde cyberweerbaarheid en redundantielagen omvatten, in overeenstemming met de aanbeveling van de Europese Rekenkamer om pijler III (“veerkracht en paraatheid”) van het actieplan voor militaire mobiliteit 2.0 te versterken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>dringt aan op duurzame financiering in het kader van EU-instrumenten en nationale programma’s om bestaande vloten aan te passen en een permanente gereedheid te waarborgen door middel van opleidings- en onderhoudscycli;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>moedigt de oprichting aan van mobiele stations voor het onderhoud van drones en de doorgifte van gegevens langs gemoderniseerde militaire mobiliteitscorridors om te zorgen voor duurzame vermogens op het gebied van C2 en reparatie, zelfs in verstoorde communicatieomgevingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>beveelt aan drones voor bewaking vanuit de lucht te integreren in bestaande Europese monitoringsystemen voor vervoersinfrastructuur (voor bruggen, tunnels en vliegvelden), om zowel de civiele bescherming als het reactievermogen op defensiegebied te verbeteren; dringt erop aan prioriteit te geven aan financieringsmodellen voor tweeërlei gebruik voor dronesystemen die in overeenstemming zijn met doelstellingen inzake het concurrentievermogen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan snel een gefaseerd plan voor interoperabele UAS-eenheden uit te voeren, met duidelijke mijlpalen, resultaten en verantwoordingsplicht, en beveelt aan dat alle door de EU medegefinancierde dronecorridors en ondersteunende infrastructuur voorzien worden van ingebouwde lagen voor cyberweerbaarheid en redundantie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>dringt aan op de oprichting van proefcorridors in het kader van het EU-initiatief inzake dronedefensie, gericht op de bescherming van haven- en energie-infrastructuur die zouden dienen om operationele C-UAS-draaiboeken te valideren en kleine en middelgrote ondernemingen reële uitrolmogelijkheden te bieden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>is zich ervan bewust dat de inzetregels voor drones onduidelijk zijn en moedigt de lidstaten aan om in overleg met de NAVO de inzetregels voor alle soorten dronegerelateerde dreigingen te herzien om ervoor te zorgen dat deze adequaat zijn om te reageren op de meest innovatieve dreigingen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Opleiding en certificering van dronepiloten</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>moedigt de lidstaten en Oekraïne aan gezamenlijk dronepiloten te trainen en te certificeren, volgens normen die gelijkwaardig zijn aan degene die gelden voor personen die geschut of onbemande luchtvaartuigen bedienen, te investeren in droneafweersystemen – zowel voor de vernietiging van drones (“hard kill”) als voor de verstoring ervan (“soft kill”) – op alle echelons, de overlevingskansen van wapens opnieuw te beoordelen, ervoor te zorgen dat tanks en gepantserde personeelsvoertuigen worden aangepast om onbemande luchtvaartuigen af te weren en de eenheden voor elektronische oorlogvoering uit te breiden om ervoor te zorgen dat alle bataljons over grotere verstoringscapaciteiten beschikken en drone-defensiezones in te stellen rond kritieke infrastructuur;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>benadrukt de noodzaak van het regelmatig ontwikkelen en testen van dronesystemen zodat zij kunnen worden aangepast en kunnen reageren op opkomende dreigingen, gezien het snelle tempo van de technologische vooruitgang op dit gebied; onderstreept het belang van softwaregedefinieerde systemen die snel kunnen worden aangepast en geüpdatet om tegemoet te komen aan de veranderende behoeften van oorlogvoering, zodat strijdkrachten potentiële tegenstanders een stap voor kunnen blijven en een concurrentievoordeel op dit gebied kunnen behouden;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">De toenemende dreiging van massale dronezwermen voor diepteaanvallen</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>onderstreept dat drones steeds vaker worden ingezet bij hybride en terroristische aanslagen op kritieke infrastructuur en wijst op de asymmetrische voordelen die dergelijke aanvallen kunnen opleveren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>herinnert aan de invallen van drones van onbekende oorsprong die kritieke infrastructuur in Denemarken, Noorwegen, Duitsland en België verstoorden, waaronder internationale luchthavens en militaire bases, operatie “Spider web”, de in 2023 ondernomen poging om het energienet in Moldavië te saboteren, en aan de herhaalde droneaanvallen van de Houthi’s die de scheepvaart verstoren in de Rode Zee; benadrukt dat dergelijke gevallen illustreren hoe goedkope systemen verstoringen mogelijk maken; dringt er bij de lidstaten op aan drone-specifieke responsprotocollen op te nemen in de nationale weerbaarheidsplannen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>veroordeelt ten stelligste de recente reeks Russische drone-invallen en vermoedelijk vijandige vluchten boven verschillende EU-lidstaten, waaronder Polen, Roemenië en de Baltische staten, die gericht waren op grensgebieden, energie-installaties en logistieke knooppunten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>waarschuwt dat deze incidenten aantonen dat zowel statelijke als niet-statelijke actoren steeds beter in staat zijn goedkope onbemande systemen in te zetten om de openbare veiligheid in gevaar te brengen, toeleveringsketens te verstoren en de defensiegereedheid van de EU en de NAVO op de proef te stellen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>benadrukt dat dergelijke gevallen illustreren hoe goedkope systemen verstoringen mogelijk maken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>beklemtoont dat drones niet alleen militaire risico’s maar ook bredere risico’s voor de openbare veiligheid kunnen inhouden, waaronder mogelijk misbruik ervan in contexten die gevolgen hebben voor de volksgezondheid, milieubescherming en civiele infrastructuur; dringt er bij de lidstaten en de Commissie op aan deze aspecten te integreren in risicobeoordelingen en paraatheidsstrategieën op nationaal en EU-niveau en drone-specifieke responsprotocollen op te nemen in de nationale weerbaarheidsplannen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>erkent dat uit “Operation Spider Web”, “Operation Rising Lion” en het gebruik van de Russische schaduwvloot is gebleken dat er diepteaanvallen tegen strategische activa kunnen worden uitgevoerd vanuit een vijandige staat en moedigt de verantwoordelijken voor de planning van de civiele bescherming in de lidstaten aan om voor dergelijke scenario’s beschermingsmaatregelen op te nemen in hun doctrines inzake noodplanning;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>erkent dat drones de strategische en operationele omgeving van moderne oorlogvoering hebben veranderd – van tactische verkenning en aanvallen op het slagveld tot strategische diepteaanvallen en via de cyberruimte uitgevoerde operaties – en dat zij asymmetrieën met zich meebrengen die de defensieposities van de EU zowel kunnen versterken als kunnen ontwrichten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>wijst op het risico van aanvallen op EU-infrastructuur door overbelasting in grijze zones;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>33.</NO.P>benadrukt de noodzaak om de Europese energienetwerken, wegen, spoorwegen, vervoersknooppunten en digitale infrastructuur te beschermen omdat deze bij uitstek het doelwit kunnen worden van hybride oorlogvoering, en beklemtoont dat er synergieën tot stand moeten worden gebracht tussen het leger, de rechtshandhaving, eerstehulpverleners, grenscontrole en het maatschappelijk middenveld voor een doeltreffende uitvoering van de doctrine inzake noodplanning; pleit voor de oprichting van een platform voor de uitwisseling van beste praktijken tussen de autoriteiten die strategische infrastructuur beheren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>34.</NO.P>benadrukt de dringende noodzaak van verscherpt maritiem toezicht in het Oostzee-, Noordzee- en Zwarte Zeegebied waar Russische droneactiviteiten specifieke bedreigingen vormen; benadrukt het belang van maatregelen tegen de Russische schaduwvloot vanwege de vermoedelijke betrokkenheid ervan bij drone-invallen in het Europese luchtruim; is van mening dat door de nieuwe operationele dimensie van hybride oorlogvoering er behoefte is aan de integratie van strategieën voor maritieme veiligheid en afweer van UAV’s; is ingenomen met de start van operaties onder leiding van de NAVO, zoals de “Baltic Sentry”;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Weerbaarheid en beschermde ruimten</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>35.</NO.P>pleit voor de ontwikkeling van alomvattende nationale civiele defensiestrategieën om droneaanvallen af te weren, voor paraatheid te zorgen op nationaal, regionaal, gemeentelijk, gemeenschaps- en gezinsniveau, met de nadruk op systemen voor vroegtijdige waarschuwing voor de lokale bevolking, duidelijke instructies over de manier waarop moet worden gereageerd en beschermde ruimten (beschutting) voor de bevolking en voor infrastructuur;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>36.</NO.P>onderstreept de noodzaak van gemeenschappelijke richtsnoeren voor de vormgeving van nationale C-UAS-strategieën, met volledige inachtneming van de soevereiniteit van de lidstaten en in overeenstemming met de specifieke kenmerken van de situaties waar deze C-UAS-strategieën moeten worden toegepast;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>37.</NO.P>dringt erop aan dat het onderdeel over de bescherming tegen onbemande luchtvaartuigsystemen regelmatig wordt bijgewerkt in de bestaande handboeken van het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek om ervoor te zorgen dat maatregelen tegen deze voortdurend evoluerende dreiging efficiënt blijven in termen van technologie, doctrines en praktijk;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>38.</NO.P>verzoekt de Commissie en de lidstaten te zorgen voor de bescherming van kritieke EU-infrastructuur en -entiteiten tegen mogelijke droneaanvallen, overeenkomstig Richtlijn (EU) 2022/2557;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>39.</NO.P>verzoekt de lidstaten om een uitgebreide audit en beoordeling van bestaande infrastructuur voor schuilplaatsen uit te voeren en is voorstander van het opzetten van een permanente no-fly-zone en zone voor UAS-afweer rond kritieke EU-infrastructuur, gecoördineerd door nationale autoriteiten en Frontex, en ondersteund door gedeelde C2-platforms; beveelt aan deze zones uit te rusten met gelaagde detectie- en mitigatiesystemen die worden gefinancierd door het Fonds voor interne veiligheid, de enveloppe voor de afweer van UAS in het kader van het Europees Defensiefonds en andere relevante EU-instrumenten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>40.</NO.P>benadrukt dat er dringend een verbeterd plan voor de afweer van drones rond kritieke energie-infrastructuur moet worden uitgerold en verzoekt de lidstaten om na te gaan of er vrijwillige nationale defensieactoren betrokken kunnen worden bij de inspanningen op het gebied van civiele bescherming en het opbouwen van veerkracht; merkt op dat dergelijke actoren een cruciale rol kunnen spelen bij het vergroten van de plaatselijke paraatheid, bewustwording en ondersteuningscapaciteit in hybride en crisissituaties;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>41.</NO.P>moedigt de lidstaten aan nationale doctrines en operationele concepten voor de aanpak van noodsituaties in geval van UAS-aanvallen te herzien, met aandacht voor risicoanalyse en het in kaart brengen van dreigingen, de ontwikkeling van doeltreffende normen voor schuilplaatsen en de bescherming van strategische infrastructuur, de opleiding voor noodhulpdiensten, lokale autoriteiten en gemeenschappen, technologische integratie met inbegrip van C4I-systemen en AI-gestuurde dreigingsanalyse, en de oprichting van een nationaal centrum voor rampenbeheersing (NEMC) dat meerjarige opleidingsprogramma’s opstelt en uitvoert;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>42.</NO.P>beveelt voorts aan meer gebruik te maken van de vrijwillige nationale defensiemiddelen van de EU-lidstaten in het kader van civiele bescherming, met name om de paraatheid van de lokale gemeenschap en de vermogens op het gebied van crisisbeheersing te verbeteren, en acht het van essentieel belang dat de lidstaten zorgen voor doeltreffende systemen voor vroegtijdige waarschuwing en duidelijke communicatieprotocollen om het vertrouwen van het publiek te behouden, paniek te verminderen en de naleving van de regels in noodsituaties te waarborgen; beveelt aan dat deze strategieën bepalingen omvatten in verband met de psychologische en sociale ondersteuning van getroffen bevolkingsgroepen, en opleiding op het gebied van civiele verdediging voor lokale gemeenschappen om de algehele veerkracht te vergroten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>43.</NO.P>dringt aan op door de EU gefinancierde programma’s ter bevordering van de samenwerking tussen de sectoren defensie, ruimtevaart, civiele bescherming en vervoer om de ontwikkeling van interoperabele, multidisciplinaire onbemande systemen en systemen voor de afweer ervan te versnellen; is van mening dat de financiering voor onderzoek rond drones ook moet bijdragen tot de verbetering van het civiele gebruik van drones, bijvoorbeeld voor de bestrijding van bosbranden of bij opsporings- en reddingsoperaties; pleit ervoor uitwisselingen tussen de civiele en de defensiesector te faciliteren, wat moet leiden tot geschikt onderzoek op het vlak van tweeërlei gebruik, in overeenstemming met de dronestrategie 2.0 van de Commissie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>44.</NO.P>benadrukt het belang van uitgebreide publieke voorlichtingscampagnes en educatieve initiatieven om de maatschappelijke bewustwording over dronebeveiliging te vergroten, aangevuld met verscherpte maatregelen om desinformatieactiviteiten op het gebied van onbemande systemen te monitoren en tegen te gaan, vooral desinformatie die bedoeld is om de burgerbevolking psychologisch te beïnvloeden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>45.</NO.P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">acht een alomvattende civiele defensiestrategie van cruciaal belang; beveelt aan om hierin het volgende op te nemen:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a.</SYMBOL>vaststelling van de methode voor het beoordelen van dreigingen en behoeften;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b.</SYMBOL>ontwerp en uitvoering van een operationeel concept dat zorgt voor duidelijke besluitvorming, coördinatie tussen instanties en realtime-informatie-uitwisseling op alle niveaus;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>c.</SYMBOL>paraatheid en vroegtijdige waarschuwing met mechanismen voor vroegtijdige paraatheid, tijdige waarschuwingen en duidelijke instructies voor de bevolking;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>d.</SYMBOL>eerste respons met duidelijk omschreven rollen en coördinatie tussen eerstehulpverleners, medische diensten, civiele defensie, strijdkrachten en vrijwilligers, ondersteund door geavanceerde communicatiesystemen;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>e.</SYMBOL>fysieke bescherming en continuïteit met vastgestelde beschermingsniveaus voor de bevolking en kritieke infrastructuur om verliezen te beperken en ononderbroken werking te waarborgen;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>f.</SYMBOL>veerkracht van kritieke infrastructuur om de overlevingskansen en continue werking van essentiële diensten te waarborgen;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>g.</SYMBOL>grensverdediging met behulp van technologische oplossingen om infiltratie te voorkomen, ondersteund door inlichtingen- en snellereactievermogens;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>h.</SYMBOL>versterking van de veerkracht van gemeenschappen door de ondersteuning van nationaal en lokaal leiderschap, de integratie van vrijwilligers, de ondersteuning van kwetsbare bevolkingsgroepen en de verstrekking van realtime-richtsnoeren voor gemeenschappen;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>i.</SYMBOL>steun voor publieke voorlichtings- en communicatiecampagnes die advies geven over geloofwaardige communicatiestrategieën via officiële kanalen en sociale media om vertrouwen en bewustzijn in stand te houden;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>j.</SYMBOL>ontwikkeling van economische veerkracht door ondersteuning van de coördinatie van noodvoorraden en -middelen en de continuïteit van essentiële diensten op alle niveaus;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>k.</SYMBOL>opleiding en oefeningen die samen met simulaties worden uitgevoerd en gericht zijn op het waarborgen van paraatheid en doeltreffende crisisbeheersing;</ITEM></LIST></P></ACTION><ACTION><P><NO.P>46.</NO.P>beveelt de gezamenlijke ontwikkeling en aanbesteding aan van meerlagige defensiesystemen en dringt aan op een degelijke binnenlandse paraatheid, met de nadruk op civiele waarschuwingssystemen, beschermde schuilplaatsen en voorlichtingscampagnes;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>47.</NO.P>benadrukt dat onbemande systemen bijzonder kwetsbaar zijn voor cyberaanvallen en infiltratie in het kader van inlichtingendiensten; verzoekt de lidstaten en de relevante EU-agentschappen de algemene beveiliging van dronetechnologieën te versterken, met inbegrip van cyberweerbaarheid, versleutelingsnormen, zeggenschap over eigendom en weerbaarheid tegen spionage en vijandige inlichtingenactiviteiten, waarbij bescherming gedurende de hele levenscyclus van dergelijke systemen wordt gewaarborgd;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Snelle inzetbaarheid</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>48.</NO.P>wijst op de uitdagingen die UAS voor de lidstaten met zich meebrengen als gevolg van hun dynamische doelwitbepaling in stedelijke en verborgen omgevingen, tactische flexibiliteit, chirurgische precisie, asymmetrisch voordeel en grootschalige inzetcapaciteit;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>49.</NO.P>erkent de uitdagingen van de gelaagde droneoperaties die Rusland begint uit te voeren door het combineren van drones voor inlichtingen, surveillance en verkenning (ISR) die realtimegegevens verstrekken, onmiddellijk gevolgd door aanvalsdrones, waardoor nationale strijdkrachten weinig tijd krijgen om hun defensie te versterken of responscapaciteiten op te zetten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>50.</NO.P>veroordeelt ten stelligste de recente reeks Russische drone-invallen en vermoedelijk vijandige overvluchten boven verschillende EU-lidstaten, die gericht waren op grensgebieden, energievoorzieningen, militaire locaties en logistieke knooppunten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>51.</NO.P>waarschuwt dat deze incidenten aantonen dat zowel statelijke als niet-statelijke actoren steeds beter in staat zijn goedkope onbemande systemen in te zetten om de openbare veiligheid in gevaar te brengen, toeleveringsketens te verstoren en de defensiegereedheid van de EU en de NAVO op de proef te stellen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>52.</NO.P>uit zijn ernstige bezorgdheid over de Russische inzet van drones die door zijn partners zijn geleverd, zowel boven Oekraïens grondgebied als in het luchtruim van de EU-lidstaten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>53.</NO.P>dringt aan op strengere sancties die gericht zijn op Russische toeleveringsketens en productieonderdelen, alsook voor Russische technologieoverdrachten waardoor andere landen dronetechnologie aan Rusland kunnen leveren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>54.</NO.P>dringt er bij de Commissie op aan de nodige maatregelen te nemen om dergelijke acties te voorkomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>55.</NO.P>benadrukt dat doeltreffende nationale civiele defensiestrategieën tegen droneaanvallen moeten worden ondersteund door gemoderniseerde vervoers- en communicatie-infrastructuur voor tweeërlei gebruik die de snelle verplaatsing van eenheden voor de afweer van UAS, mobiele radars en reparatieteams mogelijk maakt, zodat weerbaarheidsplannen in operationele mobiliteit worden omgezet;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>56.</NO.P>beschouwt de invoering door Oekraïne van gedecentraliseerde drone-eenheden met controle op pelotonniveau als een waardevolle methode die kan worden overgenomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>57.</NO.P>beveelt aan om droneaanvalsteams met autonome besluitvormingscycli te integreren in de strijdkrachten van de lidstaten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>58.</NO.P>dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan om samen met de NAVO een zes maanden durend proefproject van de EU en de NAVO op te starten voor het trainen, certificeren en valideren van de eerste dronegevechtseenheden op bedrijfsniveau met het oog op hun inzet met geallieerde brigades, met de verplichting om het proefvalideringsverslag en de aanbevolen vervolgacties te publiceren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>59.</NO.P>erkent dat de doeltreffendheid van UAS-systemen in de eerste plaats afhankelijk is van de nauwkeurigheid van de navigatie bij gebruik in omgevingen van intense elektronische oorlogvoering;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>60.</NO.P>beveelt aan dat de droneoperatoren van de strijdkrachten gecontroleerde ontvangstpatroonantennes en betrouwbare signalen van het wereldwijde satellietnavigatiesysteem (GNSS) zoals de publiek gereguleerde dienst van Galileo, gebruiken om te beschikken over een nauwkeurige tijdsreferentie en navigatiefouten te verminderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>61.</NO.P>benadrukt dat investeringen in offensieve UAS moeten worden aangevuld met investeringen in systemen voor UAS-afweer, elektronische beschermingsmaatregelen en weerbaarheid van GNSS om de kwetsbaarheid voor verstoring en interferentie door vijanden tot een minimum te beperken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>62.</NO.P>dringt aan op onmiddellijke financiering en snelle inzet van dronegevechtseenheden, zowel antitank- als antipersoneeleenheden, in alle strijdkrachten van de NAVO en de EU op bedrijfs-, bataljon- en brigadeniveau, en vraagt dat deze op organische wijze in de gevechtseenheden over heel Europa geïntegreerd worden; vraagt dat Oekraïne als volwaardige operationele en doctrinale partner bij het ontwikkelings-, opleidings- en certificeringsproces wordt betrokken; dringt er bij de Commissie en de hoge vertegenwoordiger op aan een versneld tweejarig programma voor aanbestedingen, opleiding, ondersteuning en certificering uit te werken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>63.</NO.P>beveelt de lidstaten aan om op basis van hun nationale defensiestrategieën een gezamenlijke respons op UAS-aanvallen te ontwikkelen, onder meer door samen technologische oplossingen te ontwikkelen en aan te schaffen die gezamenlijk kunnen worden ingezet en volledig interoperabel zijn met de C2-systemen van de NAVO en naadloos geïntegreerd zijn in civiele luchtverkeersbeheersystemen en het U-spacekader van de EU voor drone-integratie om hybride oorlogsscenario’s aan te pakken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>64.</NO.P>benadrukt het potentieel en de voordelen van civiele drones en de ingrijpende transformatie die zij hebben teweeggebracht op het gebied van onder meer mobiliteit, logistiek, aanpak van noodsituaties en cartografie, en merkt op dat hierdoor reeds aanzienlijke vooruitgang kan worden geboekt bij het aanpakken van de veiligheids- en defensie-uitdagingen van de EU;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on">Bevoorrading, financiering en aankoop van drones en C-UAS-vermogens</STRING></ACTINIT><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Vooraf goedgekeurde leveranciers</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>65.</NO.P>verzoekt de nationale en internationale aanbestedende en overeenkomstsluitende autoriteiten, waaronder de Commissie en het EDA, om open, transparante en vooraf goedgekeurde leverancierslijsten op te stellen en prioritaire bestellingen te plaatsen voor kritieke dronecomponenten en -platforms, in nauwe coördinatie met de lidstaten en met gelijke toegang voor kmo’s in de hele Unie, zodat tijdens crises sneller contracten kunnen worden gesloten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>66.</NO.P>benadrukt dat dergelijke lijsten gebaseerd moeten zijn op transparante, concurrerende selectieprocedures en regelmatig moeten worden bijgewerkt om rekening te houden met operationele feedback (ook uit Oekraïne) en om te vermijden dat langdurige marktvoordelen worden gecreëerd die de mededinging kunnen verstoren; dringt erop aan dat de toegang tot de financiële instrumenten van de EU wordt uitgebreid en dat de aanbestedingsprocedures onder gelijke voorwaarden open staan voor start-ups en onderzoeksinstellingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>67.</NO.P>verzoekt de EU een door het EDA beheerde lijst van vooraf goedgekeurde leveranciers voor kritieke dronesubsystemen op te stellen en wijst erop hoe belangrijk het is dat kmo’s kunnen meedingen door middel van audits ter plaatse in plaats van het aantonen van alle eerdere prestaties, teneinde hun deelname aan de Europese industriële defensiebasis te vergemakkelijken;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Kmo-steun</STRING></ACTINIT><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Over regionale hubs en financieringsinstrumenten</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>68.</NO.P>moedigt de lidstaten en het EDA aan de certificerings- en luchtwaardigheidsnormen te stroomlijnen om integratie te versnellen en minder dubbel werk te verrichten bij het testen en certificeren; pleit ervoor dat het EDIP en andere financiële instrumenten prioritair worden ingezet voor de financiering van regionale hubs voor droneproductie en C-UAS-innovatie die beschikken over gedeelde infrastructuur en gebruik kunnen maken van een versneld regelgevingstraject, met name in landen in de frontlinie; benadrukt dat het belangrijk is eerlijke arbeidspraktijken, sociale bescherming en de ontwikkeling van vaardigheden voor hooggekwalificeerde arbeidskrachten te bevorderen en tegelijkertijd lokale gemeenschappen en kmo’s te ondersteunen, met bijzondere aandacht voor het creëren van duurzame werkgelegenheidskansen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>69.</NO.P>dringt aan op specifieke steun voor kmo’s om toegang te krijgen tot deze financiële instrumenten, met inbegrip van vereenvoudigde aanvraagprocedures en gunningscriteria;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Over de toegang van kmo’s tot financiering en aanbestedingen</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>70.</NO.P>merkt op dat kmo’s aanzienlijke belemmeringen ondervinden bij de toegang tot EU-defensiefondsen en vaak worden uitgesloten van grootschalige aanbestedingen die door oude contractanten worden gedomineerd; moedigt daarom aan specifieke mechanismen in het leven te roepen om kmo’s te ondersteunen door administratieve lasten te verminderen, directe financieringsinstrumenten met tolerantie voor falen in te voeren en kansen te bieden voor mini-subsidies en instrumenten voor snelle financiering die van essentieel belang zijn voor kmo’s, en tegelijkertijd te zorgen voor eerlijke voorwaarden door middel van evenredige consortiumvereisten, redelijke garanties en flexibele betalingsvoorwaarden; pleit voor de deelname van start-ups en onderzoeksorganisaties aan aanbestedingsprocedures;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>71.</NO.P>is zich ervan bewust dat 80 % van de Europese bedrijven die betrokken zijn bij de ontwikkeling, productie en inzet van lichte drones bestaat uit kmo’s, die essentieel zijn voor O&amp;O en innovatie op het gebied van dronetechnologie en voor een snelle reactie op onverwachte veranderingen in de industrie, zoals aangetoond in Oekraïne, en dat deze bedrijven moeilijkheden ondervinden bij het verkrijgen van financiering voor hun projecten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>72.</NO.P>verzoekt de Commissie een centraal contactpunt op te zetten om Europese kmo’s in de droneproductiesector te informeren en bij te staan bij het aanvragen van en het toegang krijgen tot financiering, aangezien zij vanwege hun bedrijfsstructuur de bureaucratische lasten in verband met deze procedures moeilijk kunnen dragen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>73.</NO.P>is ingenomen met de bestaande initiatieven van de Commissie, met name in het kader van de EU-regeling voor defensie-innovatie (Eudis) binnen het EDF, om kmo’s en start-ups die actief zijn in de EU-defensiesector te ondersteunen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>74.</NO.P>verzoekt het EDA en de Commissie deze inspanningen voort te zetten door te onderzoeken of er aanvullende maatregelen kunnen worden genomen om de uitrol van defensiesystemen met een grote impact door Europese kmo’s in de dronesector te versnellen op een manier die deze kmo’s in staat stelt exportmogelijkheden buiten Europa na te streven – om hun commerciële levensvatbaarheid te waarborgen – en om tegelijkertijd de Europese defensievermogens te ontwikkelen, de integratie met de Oekraïense strijdkrachten te vergemakkelijken en frequente gezamenlijke innovatie-inspanningen te bevorderen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Over de groei, schaalvergroting en industriële integratie van kmo’s</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>75.</NO.P>erkent dat de meeste bedrijven in de drone-industrie kmo’s en start-ups zijn, en dat het daarom van essentieel belang is procedures en steunmaatregelen voor kmo’s te vereenvoudigen, zoals subsidies, ondersteuning op regelgevingsgebied, integratie en schaalvergroting;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>76.</NO.P>dringt aan op de oprichting van regionale drone-innovatieclusters die kmo’s, onderzoekscentra en grotere defensie-actoren met elkaar verbinden om technologieoverdracht en industriële synergieën te bevorderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>77.</NO.P>erkent het potentieel van het EDF om de ontwikkeling van kmo’s tot hoofdleveranciers te ondersteunen en moedigt programma’s aan die de capaciteit van kmo’s ondersteunen om componenten aan te kopen, productiemethoden te ontwikkelen en een hoog niveau van automatisering te bevorderen om de productie op te voeren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>78.</NO.P>is van mening dat EDF-programma’s een snellere opschaling van kmo’s mogelijk moeten maken door een reeks financieringsrondes om de groei en toegang tot kapitaal in een vroeg stadium te bevorderen, alsook om het ontwikkelen, testen en evalueren van producten te ondersteunen, voortbouwend op het BraveTech EU-initiatief;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>79.</NO.P>roept de Commissie op joint ventures tussen grote Europese defensieactoren en innoverende kmo’s op het gebied van drones te stimuleren om de productie op te schalen; beveelt in dit verband aan de Oekraïense industrie hierbij te betrekken;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Tests, certificering en vereenvoudiging van de regelgeving</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>80.</NO.P>is zich bewust van de lange periode tussen het testen en valideren van drones en moedigt de lidstaten aan om aankoopbeperkingen op te heffen die kmo’s belemmeren bij het testen van cruciale vermogens;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Europese technologische en industriële defensiebasis (EDTIB)</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>81.</NO.P>moedigt de lidstaten en de Raad aan dronetechnologieën van de volgende generatie, zoals edge-AI, zwermautonomie en versterkte C2-verbindingen, in de EDTIB te integreren, alsook te streven naar de geleidelijke en wederzijds voordelige integratie van de Oekraïense defensietechnologie en -industrie, en gebruik te maken van industriële routekaarten voor de lange termijn en toonaangevende EDF-clusters, en EDIP-instrumenten versneld in te zetten om tijdige aanpassing te waarborgen en de technologische voorsprong van de Unie te behouden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>82.</NO.P>dringt erop aan dat de EU drones als kritieke vermogens beschouwt; benadrukt dat dringend moet worden geïnvesteerd in de EDTIB om de massaproductie van betaalbare drones mogelijk te maken, en onderstreept de behoefte aan kosteneffectieve systemen die op grote schaal kunnen worden ingezet en ervoor zorgen dat de EU autonoom wordt wat betreft haar vermogens op het gebied van drones; is van mening dat voor de ontwikkeling van dergelijke vermogens nauw moet worden samengewerkt met Oekraïne en benadrukt dat het belangrijk is dat bij EU-investeringen op het gebied van defensie vaker naar gezamenlijke aanbestedingen wordt gestreefd, met de steun van het EDA;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>83.</NO.P>verzoekt de Unie en haar lidstaten dringend te werken aan concrete projecten om capaciteitstekorten op het gebied van geïntegreerde lucht- en raketafweer op te vullen, met name in verband met oorlogvoering met drones en droneafweersystemen, teneinde een meerlagige, diepe zone van technologisch geavanceerde systemen met interoperabele droneafweervermogens voor detectie, tracering en neutralisatie tot stand te brengen; onderstreept dat de luchtsuperioriteit, zoals het toekomstig luchtgevechtssysteem (FCAS), even belangrijk is; verzoekt de lidstaten te overwegen gebruik te maken van het kader voor Europese defensieprojecten van gemeenschappelijk belang om de projecten op te zetten; erkent dat de defensie-, de cyberbeveiligings- en de onderzoeksgemeenschap sectoroverschrijdend moeten samenwerken om holistische strategieën te ontwikkelen waarin de nieuwste digitale en cyberdefensietechnologieën vervat zijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>84.</NO.P>benadrukt dat dergelijke vermogens moeten worden uitgebreid tot alle lidstaten, met name de gebieden rond kritieke infrastructuur en bevolkte gebieden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>85.</NO.P>benadrukt echter dat deze gezamenlijke programma’s ook moeten worden gestructureerd om te streven naar snelle ontwikkelingscycli en om actief de deelname van innovatieve kmo’s mogelijk te maken; onderstreept dat dergelijke bedrijven vaak veel flexibeler en inventiever zijn dan de traditionele hoofdleveranciers en dat het benutten van hun creativiteit en snelheid van essentieel belang is om gelijke tred te houden met het veranderende dreigingslandschap en om snel kosteneffectieve oplossingen op het terrein in te zetten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>86.</NO.P>erkent dat het tempo van technologische ontwikkeling op het gebied van onbemande systemen en systemen ter bestrijding van onbemande luchtvaartuigen ongekend is en verzoekt de Commissie, het EDA en de lidstaten snellere innovatie- en aankoopcycli in te voeren, zodat nieuwe drone- en C-UAS-technologieën snel op het terrein kunnen worden ingezet; benadrukt dat langdurige certificerings-, aanbestedings- en testprocedures ertoe kunnen leiden dat EU-vermogens achterhaald zijn tegen de tijd dat zij worden uitgerold;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Dronemuur</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>87.</NO.P>steunt een door de voorzitter van de Commissie voorgesteld bewakings- en defensiesysteem met drones (“dronemuur”), met een robuust, gesloten systeem dat geavanceerde detectie-, veerkrachtige C2- en kosteneffectieve onderscheppingsvermogens omvat, en dringt aan op de ontwikkeling van een technische routekaart in nauwe samenwerking met Oekraïne; dringt erop aan dat de voorstellen van de Commissie grotendeels gebaseerd moeten zijn op de ervaring van Oekraïne in de frontlinie, waaruit blijkt dat doeltreffendheid niet alleen afhangt van platformtechnologie, maar ook van geïntegreerde commando en controle, opgeleid personeel en een veerkrachtig ecosysteem voor oorlogvoering, met inbegrip van plaatselijke fabrikanten, operatoren, innovatoren en aanbieders van gegevens/analyses;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Stroomlijning van de certificering</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>88.</NO.P>moedigt de lidstaten, het Agentschap van de Europese Unie voor de veiligheid van de luchtvaart (EASA) en het EDA aan de certificerings- en luchtwaardigheidsnormen te stroomlijnen om integratie te bespoedigen en minder dubbel werk te verrichten bij het testen en certificeren; wijst op de noodzaak van de vaststelling van Europese militaire luchtwaardigheidsnormen en wederzijdse certificering;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>89.</NO.P>verzoekt het EASA aanvragen voor vliegvergunningen sneller te behandelen en duidelijke certificeringscriteria vast te stellen voor HALE-systemen (grote hoogte en lange vliegduur) en MALE-systemen (middelgrote hoogte en lange vliegduur), in samenwerking met de NAVO; benadrukt dat er dringend voldoende auditors moeten worden aangewezen en dat de procedures moeten worden gestroomlijnd om onnodige vertragingen op het vlak van innovatie te voorkomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>90.</NO.P>dringt aan op de vaststelling van een Europees kader voor snelle goedkeuring voor grensoverschrijding en doorvoer van UAS/drone-apparatuur tussen de lidstaten in het kader van militaire mobiliteit;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>91.</NO.P>verzoekt de Commissie de regelgevingsmaatregelen voor drones voor defensiedoeleinden te harmoniseren om een bindend EU-regelgevingskader voor militaire droneoperaties tot stand te brengen (naast de EASA-regels voor civiele drones); benadrukt dat de Commissie de regels voor inzet, certificering, gebruik van het militaire luchtruim en ethische waarborgen voor GVDB-missies en nationale defensieplanning moet verduidelijken om de interoperabiliteit te vergemakkelijken en gezamenlijke operaties in het kader van GVDB- of NAVO-missies te versnellen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Overdracht binnen de EU</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>92.</NO.P>verzoekt de Commissie de regels voor de overdracht binnen de EU van technologie in verband met drones en droneafweer te vereenvoudigen en synergieën tot stand te brengen tussen Richtlijn 2009/43/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009 betreffende de vereenvoudiging van de voorwaarden voor de overdracht van defensiegerelateerde producten binnen de Gemeenschap<FOOTNOTE><FIELD> PB L 146 van 10.6.2009, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE> en de daarmee verband houdende technologie en Verordening (EU) 2021/821 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2021 tot instelling van een Unieregeling voor controle op de uitvoer, de tussenhandel, de technische bijstand, de doorvoer en de overbrenging van producten voor tweeërlei gebruik<FOOTNOTE><FIELD> PB L 206 van 11.6.2021, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/821/oj.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>93.</NO.P>dringt aan op het wegnemen van onnodige bureaucratische belemmeringen en rompslomp die de operationele paraatheid vertragen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>94.</NO.P>benadrukt dat investeringen in offensieve UAS moeten worden aangevuld met investeringen in systemen voor UAS-afweer, elektronische beschermingsmaatregelen en weerbaarheid van GNSS om de kwetsbaarheid voor verstoring en interferentie door vijanden tot een minimum te beperken;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Naleving van de EU-oorsprongscriteria</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>95.</NO.P>dringt aan op het terughalen van de productie om onevenredige afhankelijkheid van derde landen, met name China, voor de productie van dronesystemen te vermijden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>96.</NO.P>verzoekt de lidstaten, de Commissie en het EDA dringend iets te doen aan de kritieke afhankelijkheid van de EU van Chinese zeldzame aardmetalen die essentieel zijn voor de defensie-industrie, onder meer op het vlak van de productie van drones en droneafweersystemen; benadrukt de noodzaak van het tot stand brengen van alternatieve en duurzame bronnen voor de winning en verwerking van zeldzame aardmetalen, van investeringen in onderzoek en ontwikkeling op het gebied van recycling- en vervangingstechnologieën en van het opnemen van deze prioriteiten in toekomstige EDF- en EDIP-programma’s die de strategische industriële veerkracht van Europa moeten versterken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>97.</NO.P>verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat alle door Europese programma’s en/of financieringsinstrumenten gefinancierde droneplatforms voldoen aan de respectieve EU-oorsprongscriteria voor belangrijke subcomponenten en maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat de toelevering van dergelijke subcomponenten betrouwbaar en gewaarborgd is;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>98.</NO.P>dringt er voorts op aan dat voor onderaannemers dezelfde criteria worden gehanteerd; benadrukt het belang te zorgen voor volledige en directe Europese controle over mens-machine-interfaces en andere dronegerelateerde software;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>99.</NO.P>roept de Commissie op ervoor te zorgen dat alle uit de EU-begroting gefinancierde droneplatforms voldoen aan de EU-oorsprongscriteria en vrij zijn van beperkingen van derde landen met betrekking tot de vaststelling, aanpassing en ontwikkeling van het ontwerp van het product, met inbegrip van de wettelijke bevoegdheid om de componenten waarvoor dergelijke beperkingen gelden, te vervangen of te ontmantelen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>100.</NO.P>roept op tot stimulansen om ervoor te zorgen dat alle door het EDA gefinancierde droneplatforms voldoen aan de EU-oorsprongscriteria of afkomstig zijn uit partnerlanden zoals Oekraïne, Noorwegen en het VK, met name wat betreft belangrijke componenten;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Structuur van EDF-subsidies en toekenningscriteria</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>101.</NO.P><LIST LEVEL="1" TYPE="ARAB"><INT.LI LEVEL="0">beveelt aan EDF-subsidies te stimuleren om ervoor te zorgen dat:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>1)</SYMBOL>bij aanbestedingsprocedures extra punten worden toegekend aan bedrijven die componenten gebruiken die afkomstig zijn uit de EU;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>2)</SYMBOL>aanbestedingen toegankelijk zijn voor bepaalde derde landen zoals Oekraïne en derde landen met strategische partnerschapsovereenkomsten met de EU;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>3)</SYMBOL>op personeelsniveau informatie wordt uitgewisseld over de bevoorrading van componenten;</ITEM></LIST></P></ACTION><ACTION><P><NO.P>102.</NO.P>verzoekt het EDA leveranciers te beoordelen op hun operationele capaciteiten en kostenefficiëntie bij het voltooien van missiedoelstellingen, in plaats van zich uitsluitend te richten op de eenheidsprijs;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>103.</NO.P>moedigt de lidstaten aan hun goedkeuring te geven voor de voorwaardelijke inzet op het terrein van en het experimenteren met nog niet volledig gecertificeerde systemen voor dringend operationeel gebruik met realtime-evaluatie in gecontroleerde omgevingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>104.</NO.P>pleit ervoor dat het EDIP en andere financiële instrumenten prioritair worden ingezet voor de financiering van regionale hubs voor droneproductie die beschikken over gedeelde infrastructuur en gebruik kunnen maken van een versneld regelgevingstraject, met name in landen in de frontlinie;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Regionale productiehubs</STRING></ACTINIT><ACTINIT><STRING ITALIC="on">C-UAS en regionale productiehubs</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>105.</NO.P>verzoekt de lidstaten dringend vaart te zetten achter de uitbreiding van de Europese ontwikkelings- en productiecapaciteit voor drones en droneafweer, onder meer via het instrument Optreden voor de veiligheid van Europa (SAFE);</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>106.</NO.P>verzoekt de Commissie een EU-dronepakket voor te stellen dat gericht is op drone- en droneafweersystemen en hulpcapaciteiten en dat een strategie moet omvatten om bestaande instrumenten te gebruiken om onderzoek en ontwikkeling te stimuleren en in te zetten op lokale kritieke toeleveringsketens, alsook een verordening inzake het gebruik van drones in civiele en militaire contexten die geschikt is voor het huidige dreigingsscenario; dringt aan op meer investeringen die gericht zijn op de integratie van een nieuwe generatie digitale technologieën in defensiesystemen met drones en droneafweersystemen om de veerkracht, schaalbaarheid en efficiëntie van die systemen te vergroten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>107.</NO.P>dringt aan op de oprichting van nationale hubs voor het testen, certificeren en interoperabel maken van drones in de hele EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>108.</NO.P>benadrukt dat dergelijke hubs het testen en certificeren van UAV- en C-UAS-systemen overeenkomstig de normen van de EU en de NAVO zouden vergemakkelijken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>109.</NO.P>benadrukt de noodzaak van het testen, produceren en trainen van drones en C-UAS, met als doel de buitengrenzen te versterken en hybride aanvallen te ontmoedigen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>110.</NO.P>benadrukt dat regionale hubs voor de productie van drones zich op dezelfde locatie moeten bevinden als logistieke knooppunten voor tweeërlei gebruik die zijn aangesloten op het TEN-T-netwerk, met het oog op een naadloos grensoverschrijdend verkeer van militaire en civiele droneactiva, reserveonderdelen en operatoren, op geïntegreerde wijze in de hele EU en in lijn met het eventuele toekomstige concept van een “dronemuur”;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>111.</NO.P>steunt de oprichting van onderhoudscentra op dezelfde locatie als NAVO-faciliteiten met passende technische uitrusting om een snelle inzet van C-UAS-activa mogelijk te maken;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Gekwalificeerde fabrikanten, eerlijke concurrentie en regionale ecosystemen</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>112.</NO.P>benadrukt dat de Europese dronemarkt zich moet ontwikkelen volgens de beginselen van eerlijke concurrentie, innovatie en open toegang voor gekwalificeerde fabrikanten; merkt op dat stabiliteit van de vraag en duidelijke langetermijnperspectieven essentieel zijn voor de duurzaamheid van Europese droneproducenten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>113.</NO.P>benadrukt dat de lokale industriële capaciteit moet worden opgeschaald om het concurrentievermogen, de veerkracht en de levensvatbaarheid op termijn van de Europese sector van onbemande systemen te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>114.</NO.P>benadrukt dat de voordelen van dronegerelateerde innovatie en productie geografisch evenwichtig moeten zijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>115.</NO.P>dringt aan op de totstandbrenging van innovatiecorridors en testlocaties in alle regio’s van de Unie, om de toegang tot financiering te waarborgen en lokale ecosystemen van start-ups, kmo’s en onderzoeksinstellingen te stimuleren die bijdragen aan de technologische soevereiniteit van Europa;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>116.</NO.P>merkt op dat acties in verband met drone- en droneafweervermogens reeds lang gevestigde praktijken ontberen en dringt er derhalve bij de Unie en haar lidstaten op aan dit te benutten door er van meet af aan voor te zorgen dat bij de planning, het onderzoek, de ontwikkeling, aankoop en het beheer van dergelijke vermogens steeds meer een Europese aanpak wordt gehanteerd en dat er in de Unie toegang is tot kritieke soevereine technologieën in verband met oorlogvoering met drones en droneafweer;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>117.</NO.P>dringt aan op een aanpassing van de EDF-subsidiabiliteitscriteria zodat gezamenlijke aanbestedingen met een evenwichtigere geografische vertegenwoordiging van de lidstaten beter scoren en de consortia die worden opgericht hun industriële defensieproductie kunnen opvoeren;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Innovatie, O&amp;O-clusters en productie van kritieke componenten</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>118.</NO.P>verzoekt de Commissie haar instrumenten op het gebied van defensie- en defensie-industriebeleid aan te passen om ervoor te zorgen dat zij geschikt zijn om de ontwikkeling van drone- en droneafweervermogens te ondersteunen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>119.</NO.P>dringt aan op EU-financiering ter ondersteuning van de oprichting van een hub voor de productie van geavanceerde dronecomponenten, met name in regio’s met een sterke engineering- en IT-sector, door bij te dragen aan zowel regionale ontwikkeling als de strategische autonomie van de Unie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>120.</NO.P>verzoekt dat uit het EDF multinationale O&amp;O-clusters worden gefinancierd die gericht zijn op drone-aandrijving, AI-autonomie en versterkte C2-verbindingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>121.</NO.P>benadrukt dat strategische investeringen gericht moeten worden op relevante industriële en technologische hubs in de gehele EU, waarbij de verwerking van grondstoffen, de productie van halfgeleiders, de productie van batterijen, de assemblage van drones en de integratie van C2 moeten worden ondersteund, en dat er tegelijk moet worden voor gezorgd dat dergelijke investeringen ook de bredere Europese industriële defensiebasis versterken;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Versnelde inzet op het terrein</STRING></ACTINIT><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Aanjager van innovatie en experimenten op het gebied van drones</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>122.</NO.P>is ingenomen met de eerste door het EDA gelanceerde campagne voor operationele experimenten op het gebied van Europese defensie-innovatie (OPEX) en verzoekt het EDA deze om te vormen tot een permanente aanjager voor innovatie op het gebied van UAS en de afweer van UAS met het oog op een snelle inzet op het terrein en om eerstelijnsfeedback te valideren en prototyping en de inzet op het terrein te versnellen door middel van kortlopende oproepen tot mededinging met als doel vooruitgang en innovatie mogelijk te maken;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Flexibiliteit bij aanbestedingen en versnelde aankoop</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>123.</NO.P>verzoekt het EDA contracten voor onbepaalde levering / onbepaalde hoeveelheden (IDIQ) toe te staan zodat een basisvoorziening wordt gewaarborgd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>124.</NO.P>verzoekt het EDA en andere aanbestedingsinstanties een specifiek aankooptraject voor UAS op te zetten voor de rechtstreekse aankoop van geavanceerde UAS, teneinde conventionele meerjarige aankoopprocessen en dienstverleningscontracten te omzeilen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>125.</NO.P>moedigt aan ervoor te zorgen dat EDF-projecten en andere gezamenlijke EU-aanbestedingsinitiatieven op het gebied van defensie als prioritair aangemerkte bestellingen krijgen die snelle aankoopprocessen bevorderen en complicaties bij aanbestedingen verminderen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Toegang voor kmo’s en niet-traditionele leveranciers</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>126.</NO.P>pleit voor de ontwikkeling van nationale defensie-industrieën en de ondersteuning van lokale publiek-private partnerschappen, zonder afbreuk te doen aan de kwaliteits-, veiligheids- en beveiligingsvereisten die van toepassing zijn op de technologie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>127.</NO.P>is voorstander van het wegnemen van lagere drempels voor de toegang van niet-traditionele leveranciers door het intrekken van niet-kritieke beveiligingsvereisten tijdens vroegtijdige tests en de inzet op het terrein om kmo’s en niet-traditionele leveranciers in staat te stellen aan defensie-innovatie deel te nemen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Actieplan voor de productie van kritieke dronecomponenten</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>128.</NO.P>verzoekt de Commissie in samenwerking met de NAVO een actieplan voor de productie van kritieke dronecomponenten op te stellen dat voorziet in gerichte subsidies voor kritieke componenten, met name voor borstelloze gelijkstroommotoren, lithiumbatterijen, sensoren en additieve productie in de EU; dringt aan op de ontwikkeling en productie van essentiële en opkomende technologieën en materialen binnen de EU, met inbegrip van optica, communicatiemodules en additieve productie; onderstreept dat de veerkracht en zelfvoorziening van de EU op het gebied van droneproductie moeten worden gewaarborgd, met strikte subsidiabiliteitscriteria om de veerkracht van de toeleveringsketen te waarborgen, en dat rekening moet worden gehouden met de langetermijndoelstelling om strategische autonomie te bereiken door binnenlandse Europese dronetechnologieën te ontwikkelen op basis van essentiële EU-componenten, met de steun van veerkrachtige toeleveringsketens;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>129.</NO.P>benadrukt dat een dergelijk actieplan de samenwerking met Europese kmo’s moet waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>130.</NO.P>onderstreept de noodzaak om microchips, geavanceerde software en cyberweerbaarheid erin op te nemen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Regelgevingsklimaat/ESG</STRING></ACTINIT><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Vereenvoudiging en harmonisatie van de regelgeving</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>131.</NO.P>benadrukt dat onnodige regelgevings- en administratieve lasten voor de drone-industrie en haar leveranciers moeten worden weggenomen, met name voor kmo’s, en dat een Europese soevereiniteitsindex voor drones moet worden ontwikkeld die moet dienen als een EU-breed controle-instrument om na te gaan voor welk percentage elk platform afhankelijk is van landen buiten de EU, dat kan worden gebruikt om prioriteit te geven aan financiering ten gunste van platforms en programma’s met het hoogste percentage aan componenten uit lidstaten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>132.</NO.P>dringt erop aan dat er snel afwijkingen van intra-EU-vergunningen worden toegestaan voor om de binnenlandse handel te vergemakkelijken en externe uitvoercontroles te versterken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>133.</NO.P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">roept op tot een grotere harmonisatie van de regelgeving en uitvoercontroles door:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a.</SYMBOL>het ontwikkelen van pan-Europese procedures voor uitvoervergunningen en trajecten voor componenten die in overeenstemming zijn met Verordening (EU) 2021/821, met inachtneming van de uitvoerregels op EU- en nationaal vlak met als doel Europese drones concurrerender te maken in het buitenland;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b.</SYMBOL>het afstemmen van de regelgeving inzake civiele drones (zoals de EASA-normen) op de behoeften op het vlak van militaire aanbestedingen om innovatie voor tweeërlei gebruik te versnellen;</ITEM></LIST></P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Industriële autonomie, ESG-voorwaarden en operationele efficiëntie</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>134.</NO.P>benadrukt dat middelen voor de ontwikkeling en productie van drones en C-UAS uitsluitend mogen worden toegewezen op basis van criteria in verband met efficiëntie, veiligheid, veerkracht en operationele prestaties;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>135.</NO.P>dringt aan op prioritering van reserveonderdelen, modulaire repareerbaarheid en vermogens voor snelle vervanging van motoren om ervoor te zorgen dat eenheden operationeel blijven in gevechtsomstandigheden; benadrukt de noodzaak van een samenhangend industrie- en toeleveringsketenbeleid dat de Europese industrie stimulansen biedt om schaalbare en gemakkelijk te repareren systemen te produceren, en tegelijkertijd voldoende voorraad aan kritieke componenten te behouden; dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan knelpunten bij aanbestedingen weg te nemen die een tijdige productie en inzet op het terrein van essentieel defensiematerieel in de weg staan;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Beveiliging van de productie en overkoepelende EU-droneverordening</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>136.</NO.P>dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan prioriteit te geven aan de versterking en bescherming van EU-wapenbedrijven en faciliteiten van de Europese defensie-industrie, om potentiële hybride of directe dreigingen van drones voor hun productielijnen te beperken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>137.</NO.P>verzoekt de Commissie een EU-dronepakket voor te stellen dat gericht is op drone- en droneafweersystemen en hulpcapaciteiten en een strategie omvat om bestaande instrumenten te gebruiken om O&amp;O te stimuleren en in te zetten op lokale kritieke toeleveringsketens, alsook een verordening inzake het gebruik van drones in civiele en militaire contexten die geschikt is voor het huidige dreigingsscenario;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>138.</NO.P>dringt aan op meer investeringen die gericht zijn op de integratie van een nieuwe generatie digitale technologieën in defensiesystemen met drones en droneafweersystemen om de veerkracht, schaalbaarheid en efficiëntie van die systemen te vergroten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>139.</NO.P>dringt erop aan de inzetregels voor offensief gebruik van UAS te harmoniseren in de lidstaten, met inbegrip van de uitvoercontroles en rechtskaders, en daarbij de volledige naleving van het internationaal humanitair recht te waarborgen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Werkplan voor belangrijke materialen</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>140.</NO.P>verzoekt de Commissie een werkplan op te stellen voor de aanleg van strategische reserves en voorraden van kritieke componenten, waaronder explosieven, stuwstoffen, ontstekers, koolstofframes, elektronica, motoren, microchips en andere belangrijke materialen voor de bouw van UAS, USV en UUV waardoor de afhankelijkheid van derde landen wordt verminderd en de veerkracht van de EDTIB wordt vergroot;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>141.</NO.P>benadrukt dat deze reserves in coördinatie met de NAVO moeten worden beheerd om interoperabiliteit te waarborgen en dubbele voorraden te voorkomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>142.</NO.P>benadrukt het belang van nieuwe draadgeleidingstechnologie voor drones om interferentie en elektronische oorlogvoering tegen te gaan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>143.</NO.P>verzoekt Europese bedrijven deze glasvezelkabels in de EU of in een NAVO-lidstaat te vervaardigen om ondoorzichtige technologieën te voorkomen en de veiligheid van technologische dronecomponenten te versterken;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Financiële middelen van de EU, waaronder het meerjarig financieel kader (MFK), SAFE en ReArm.</STRING></ACTINIT><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Strategische financiering en financiële middelen van de EU</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>144.</NO.P>benadrukt dat, via de huidige instrumenten en het volgende MFK, moet worden gezorgd voor de duurzame ontwikkeling van dronegerelateerde defensie-innovatie, vaardigheden, certificeringsnormen en test- en trainingsinfrastructuur in de hele Unie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>145.</NO.P>pleit ervoor Oekraïne toegang te geven tot het SAFE-mechanisme om investeringen hierin op te nemen voor de ontwikkeling van de Oekraïense UAS-vermogens;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>146.</NO.P>dringt aan op de snelle goedkeuring van het door de Commissie in juni 2025 gepresenteerde omnibuspakket inzake defensie, dat tot doel heeft de administratieve en bureaucratische lasten (zoals vergunningverlening) en knelpunten (zoals toegang tot financiering) voor defensiebedrijven en -organisaties en lidstaten te verminderen en zo de ontwikkeling van innovatieve droneoplossingen en de productie te vergemakkelijken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>147.</NO.P>verzoekt de Commissie gebruik te maken van financieringsprogramma’s zoals SAFE om te benadrukken dat de EU-landen hun drone-industrie moeten ontwikkelen, en vraagt de lidstaten om hieraan de nodige aandacht en prioriteit te geven;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Afstemming van defensie-instrumenten en investeringskaders</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>148.</NO.P>onderstreept de vitaliteit van technologische C-UAS-vermogens; roept de lidstaten op naar behoren te investeren in zowel drone- als C-UAS-vermogens;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>149.</NO.P>herinnert eraan dat dronegerelateerde investeringen moeten worden afgestemd op instrumenten van de Unie ter ondersteuning van de industriële defensiebasis, en in voorkomend ook op de verordening kritieke grondstoffen, de Europese chipsverordening<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EU) 2023/1781 van het Europees Parlement en de Raad van 13 september 2023 tot vaststelling van een kader voor maatregelen ter versterking van het Europese halfgeleiderecosysteem en tot wijziging van Verordening (EU) 2021/694 (chipsverordening) (PB L 229 van 18.9.2023, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2023/1781/oj).</FIELD></FOOTNOTE>, het platform voor strategische technologieën voor Europa (STEP) en andere kaders, om ervoor te zorgen dat innovatie voor tweeërlei gebruik op zinvolle wijze bijdraagt aan de operationele gereedheid;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>150.</NO.P>verzoekt het EDA specifieke doelstellingen inzake dronevermogens in het komende CDP van de EU op te nemen, en ervoor te zorgen dat deze worden gemonitord via de gecoördineerde jaarlijkse evaluatie inzake defensie (CARD) en ondersteund door projecten in het kader voor permanente gestructureerde samenwerking (PESCO);</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>151.</NO.P>is ingenomen met het gebruik van SAFE en de eigenvermogensfaciliteit voor defensie om de productie op te schalen, toeleveringsketens veilig te stellen en de deelname van kmo’s aan de sector onbemande systemen te ondersteunen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>152.</NO.P>moedigt de Commissie aan tot het versterken van stimulansen voor EDF-scores ten gunste van multinationale consortia, gedeelde platforms en inhoud die grotendeels van EE-oorsprong is; benadrukt dat dergelijke maatregelen van cruciaal belang zijn om de vraag te consolideren, de veerkracht te vergroten en de autonome dronevermogens van Europa op te schalen; steunt de ontwikkeling van een soevereiniteitsindex om de vermindering van de afhankelijkheid van niet-EU-bronnen in de gehele drone-waardeketen te meten en te stimuleren;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Governance en subsidiariteit bij het beheer van fondsen</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>153.</NO.P>verzoekt de Commissie en de lidstaten om lokale en regionale overheden te betrekken bij het beheer van EU-defensieprojecten, overeenkomstig het subsidiariteitsbeginsel;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Versterking van de toeleveringsketens</STRING></ACTINIT><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Onshoring en industriële lokalisatie</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>154.</NO.P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">moedigt de lidstaten aan prioriteit te geven aan de onshoring van kritieke componenten door:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a.</SYMBOL>medefinanciering van productiefaciliteiten in de lidstaten voor borstelloze gelijkstroommotoren, lithium-ionbatterijen, halfgeleiders en elektro-optische sensoren via publiek-private partnerschappen;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b.</SYMBOL>door de lidstaten gesteunde subsidies en fiscale stimulansen aan te bieden aan bedrijven die hun productie in de EU willen vestigen en ervoor te zorgen dat dit op EU-niveau wordt gecoördineerd om een maximale efficiëntie te waarborgen en een verstoring van de concurrentie op de interne markt te beperken;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>c.</SYMBOL>de Europese chipsverordening te benutten om bij de toewijzing van strategische financiering voor halfgeleiders prioriteit te geven aan defensietoepassingen;</ITEM></LIST></P></ACTION><ACTION><P><NO.P>155.</NO.P>benadrukt dat de hele EU inspanningen moet leveren om een betrouwbare toegang tot kritieke grondstoffen, zoals lithium, zeldzaam aardmagneetmateriaal en halfgeleiders, te waarborgen en te investeren in batterijen met een hoog rendement, sensoren en beveiligde datalinks;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>156.</NO.P>dringt aan op de uitbreiding van gezamenlijke veiligheidsovereenkomsten met strategische partners om de veerkracht van de toeleveringsketen en wederzijdse toegang tot strategische technologieën te versterken;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Diversificatie en strategische redundantie</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>157.</NO.P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">roept op tot het tot stand brengen van redundante en gediversifieerde toeleveringsketens die:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a.</SYMBOL>strategieën voor inkoopsystemen met dubbele leveranciers voor essentiële dronecomponenten in meerdere EU-lidstaten en gelijkgestemde partnerlanden bevorderen;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b.</SYMBOL>binnenlandse inspanningen voor de winning en raffinage van zeldzame aardmetalen in het kader van de verordening kritieke grondstoffen ondersteunen en tegelijkertijd recyclingcapaciteit voor lithium-, kobalt- en neodymiummagneten opbouwen;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>c.</SYMBOL>noodvoorraden van kritieke dronecomponenten aanleggen voor gebruik tijdens geopolitieke verstoringen van de toelevering;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>d.</SYMBOL>ervoor zorgen dat de droneproductie in de hele EU gedecentraliseerd wordt om de risico’s voor de toeleveringsketen te beperken en de voorzieningszekerheid voor drones te verbeteren;</ITEM></LIST></P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Arbeidskrachten, normen en duurzame partnerschappen </STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>158.</NO.P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">wijst op de noodzaak van investeringen in arbeidskrachten en productie-infrastructuur door:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a.</SYMBOL>open architecturen en interfaces voor interoperabiliteit te standaardiseren;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b.</SYMBOL>open modulaire normen op te leggen voor alle door de EU gefinancierde dronesystemen zodat plug-and-playcomponenten (zoals sensoren, radio’s) van verschillende leveranciers kunnen worden verwisseld; en samen te werken met de NAVO om normen en interoperabiliteitsbehoeften op elkaar af te stemmen;</ITEM></LIST></P></ACTION><ACTION><P><NO.P>159.</NO.P>herinnert aan de toespraak die de Groenlandse premier, Jens-Frederik Nielsen, op 8 oktober 2025 tot het Parlement heeft gericht en onderstreept de strategische reikwijdte van de ontwikkeling van een nauwere samenwerking tussen de EU en Groenland, zodat Europese bedrijven toegang krijgen tot grondstoffen in een partnerschap met de Groenlandse regering dat gebaseerd is op het gebruik van duurzame praktijken;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Testfaciliteiten en opleiding binnen de EU</STRING></ACTINIT><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Testinfrastructuur en vereenvoudiging van de regelgeving</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>160.</NO.P>verzoekt de Commissie en de lidstaten het belang te erkennen van het testen van drones en nieuwe technologische ontwikkelingen in grote open ruimten, teneinde de veiligheid, efficiëntie en doeltreffendheid van dergelijke innovaties te waarborgen; dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan onnodige administratieve rompslomp en bureaucratische lasten te verminderen, de testprocedures te stroomlijnen en de snelle uitrol en evaluatie van nieuwe dronetechnologieën te vergemakkelijken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>161.</NO.P>moedigt gezamenlijke initiatieven aan om snelle toegang tot testinfrastructuur te waarborgen door het hervormen van achterhaalde regelgevingsbelemmeringen of het uitbesteden van tests om proeven mogelijk te maken in omstandigheden waarin de operatiegebieden worden nagebootst;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>162.</NO.P>is van mening dat de regelgeving inzake UAS-testvereisten bij elektronische oorlogvoering, langeafstandsvluchten en niet-standaardfrequenties een bijzonder obstakel vormt voor kwalitatieve militaire voordelen voor de strijdkrachten van de lidstaten, en pleit voor meer toegankelijkheid voor ervaren innovatoren op het gebied van UAS-vermogens om te zorgen voor frequente en gemakkelijke toegang tot testgebieden;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Innovatie-eenheden en op AI gebaseerde training</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>163.</NO.P>moedigt de lidstaten aan te voorzien in steun voor permanente innovatie-eenheden en opleiding bij alle nationale veiligheidsdiensten waar commerciële technologieën in reële operationele omgevingen en door eindgebruikers worden getest;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>164.</NO.P>verzoekt de Militaire Staf van de EU (EUMS) en het EDA te zorgen voor gezamenlijke training van op AI gebaseerde UAS-systemen in de lidstaten en de aankoop van zulke systemen te ondersteunen, zodat zij in operationeel relevante omstandigheden kunnen worden getraind en getest om doeltreffend te presteren in reële scenario’s;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Gezamenlijke oefenterreinen, integratie en interoperabiliteit</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>165.</NO.P>moedigt de lidstaten aan om samen te werken bij de gezamenlijke inrichting van NAVO-terreinen voor innovatie waar strijdkrachten en leveranciers het hele jaar door tests kunnen uitvoeren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>166.</NO.P>stelt voor een EU-mechanisme op te zetten om de integratie en interoperabiliteit tussen bepaalde onbemande systemen en onbemande afweersystemen te testen, met inbegrip van scenario’s voor cyber- en elektronische oorlogvoering en inzetregels (ROE), om te komen tot geverifieerde integratiemodellen in plaats van over te gaan op technische demonstraties;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>167.</NO.P>verzoekt de Commissie om in haar overeenkomsten ter facilitering van duurzame investeringen aan te geven dat de Europese drone-industrie en de lidstaten voldoende voorraden moeten aanleggen van de essentiële materialen en componenten die cruciaal zijn voor de ontwikkeling van UAS;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Certificering</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>168.</NO.P>verzoekt het EDA meertalige, gestandaardiseerde certificeringstrajecten voor operatoren in alle lidstaten te ontwikkelen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>169.</NO.P>pleit voor modulaire systeemarchitecturen, zodat componenten (zoals nuttige ladingen, radio’s, camera’s) afzonderlijk kunnen worden verbeterd zonder dat het volledige platform opnieuw moet worden gecertificeerd;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Standaardisatie</STRING></ACTINIT><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Technologische normen, modulariteit en digitale integratie</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>170.</NO.P>verzoekt het EDF in zijn onderzoeks- en ontwikkelingsprocessen, snelle prototyping, modulair ontwerp en digitale C2 als standaardnorm in te voeren voor alle ontwikkelingsmodellen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>171.</NO.P>verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat toekomstige regelgeving een veilige, beveiligde en schaalbare drone-integratie mogelijk maakt die gericht is op cyberbeveiliging, storingsveilige systemen en normalisatie voor tweeërlei gebruik;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>172.</NO.P>pleit voor een aanpak met een voorkeursbehandeling voor de commerciële sector wat betreft UAS, waarbij voorrang wordt gegeven aan de rechtstreekse aankoop bij commerciële leveranciers om nieuwe aankoopmodellen te testen die later in andere vermogensgebieden kunnen worden opgeschaald;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>173.</NO.P>vraagt dat specifieke UAS-financiering wordt gekoppeld aan brede, op missies afgestemde categorieën om problemen snel te kunnen oplossen en commerciële innovatie te ondersteunen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>174.</NO.P>verzoekt het EDA een uniform digitaal platform op te zetten om de end-to-endsamenwerking met de commerciële sector in goede banen te leiden, in realtime te communiceren, voorstellen op te volgen en de voortgang te monitoren;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Interoperabiliteit en operationele kaders</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>175.</NO.P>wijst op het cruciale belang van vermogens voor snelle opsporing, classificatie en neutralisatie voor onbemande systemen en dringt aan op een gemeenschappelijk EU-kader voor grensoverschrijdende gegevensuitwisseling, interoperabel situationeel bewustzijn en gezamenlijke protocollen voor doelwitbepaling om invallen te voorkomen en erop te reageren; benadrukt dat deze samenwerking betrekking moet hebben op gemeenschappelijke normen voor sensoren en C2, indien nodig gecoördineerde aanbestedingen, alsook mechanismen voor de beveiligde realtime-uitwisseling van telemetriegegevens en incidentenverslagen om gecoördineerde actie tussen de lidstaten en met Europese NAVO-leden mogelijk te maken; wijst op de noodzaak om een EU-brede norm voor interoperabiliteit vast te stellen door het opleggen van open modulaire normen voor C-UAS-systemen in het kader van door het EDF gefinancierde programma’s om de plug-and-play-compatibiliteit te waarborgen en de afhankelijkheid van één aanbieder te verminderen; wijst op het belang van het standaardiseren van de operationele vereisten voor drones van klasse I tot III in de hele EU om gezamenlijke aankopen en interoperabiliteit mogelijk te maken op basis van een op vermogen gebaseerde indeling in categorieën waarbij rekening wordt gehouden met de operationele normen voor drones voor verschillende operationele toepassingen waarbij gebruik wordt gemaakt van de integratie van elektronische oorlogvoering en AI-ondersteunde dreigingsdetectie;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Modernisering van de regelgeving en veiligheid van de luchtvaart</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>176.</NO.P>dringt aan op een bijwerking van het regelgevingskader voor de luchtvaart om de luchtvaartveiligheid te waarborgen in het licht van het toenemende gebruik van drones en afweerinfrastructuur voor drones;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Artificiële intelligentie</STRING></ACTINIT><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Technologische vooruitgang en strategisch belang</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>177.</NO.P>verzoekt de Commissie aandacht te hebben voor het strategische belang van nieuwe technologieën voor de Europese drone-industrie en deze te bevorderen, met name op het gebied van artificiële intelligentie; herinnert aan operatie Spiderweb en de door Oekraïense drones gebruikte technologie, waardoor deze onbemande systemen in staat waren om militaire doelwitten autonoom te identificeren en in het vizier te nemen; pleit ervoor dat het EDF verder wordt ingezet om programma’s zoals AIR-D-EPE verder te ondersteunen en te ontwikkelen om het onderzoek naar, het testen en de uitrol van op AI gebaseerde oplossingen voor de autonome werking en navigatie van drones te bevorderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>178.</NO.P>pleit bovendien voor het ontwerp van schaalbare controlealgoritmen waarmee zwermstrategieën kunnen worden getest en omgevingen kunnen worden gesynthetiseerd;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Evolutie op operationeel vlak en nieuwe risico’s</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>179.</NO.P>is zich bewust van de snelheid waarmee drones evolueren dankzij de integratie van AI-algoritmen voor realtimebesluitvorming, het ontwijken van obstakels en het optimaliseren van missies, waardoor ze autonomer, preciezer en veelzijdiger kunnen worden ingezet; merkt ook op dat zodra volledig autonome drones op het slagveld worden ingezet, dit het werk van militaire en civiele noodplanners op alle niveaus aanzienlijk ingewikkelder zal maken, waarbij het risico bestaat dat de dreigingen van UAS nog verder toenemen, bijvoorbeeld door volledig autonome dronezwermen, diepteaanvallen en gerichte moordaanslagen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Governance, ethiek en internationaal recht</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>180.</NO.P>verzoekt de lidstaten ervoor te zorgen dat de ontwikkeling en uitrol van nieuwe systemen voor oorlogvoering, met inbegrip van drones met autonome vermogens, strikt worden geregeld door het internationaal recht, met inbegrip van het internationaal humanitair recht, en het beginsel van menselijke interventie om een zinvolle menselijke controle over dodelijk geweld te waarborgen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Gerichte-energiewapens</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>181.</NO.P>pleit ervoor prioriteit te geven aan de ontwikkeling en productie van vastestofbatterijen als een belangrijke katalysator voor drone- en defensietechnologieën van de volgende generatie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>182.</NO.P>merkt op dat deze batterijen een hogere energiedichtheid bieden, een langere levensduur hebben en sneller opladen; onderstreept dat hun niet-ontvlambare vaste elektrolyten de veiligheid aanzienlijk verhogen en het brand- of ontploffingsgevaar verminderen, waardoor vastestofbatterijen van cruciaal belang zijn om de technologische autonomie en operationele veerkracht van de EU te versterken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>183.</NO.P>dringt er bij de Commissie, het EDA en het EDF op aan prioriteit te geven aan O&amp;O op het gebied van geavanceerde systemen voor elektronische oorlogvoering en technologieën voor gerichte-energiewapens met het oog op de afweer van potentiële hybride dreigingen en droneaanvallen op lidstaten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>184.</NO.P>dringt voorts aan op het bevorderen van de ontwikkeling van afweertechnologieën en beschermende maatregelen die de gevolgen van dergelijke gerichte-energiewapens kunnen beperken;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Additieve productie</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>185.</NO.P>moedigt de lidstaten aan om goedkope opties verder te onderzoeken, waaronder additieve productie, en dringt aan op EDF-financiering voor onderzoek en ontwikkeling op het gebied van koppen voor UAS met als doel nieuwe koppen en nieuwe chemische strategieën voor koppen te ontwikkelen zodat de koppen afgestemd worden op de geviseerde doelwitten;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Ontwikkeling van vaardigheden</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>186.</NO.P>erkent de rol die de Business Accelerator van Eudis speelt bij het stroomlijnen van de ontwikkeling en uitrol van drone- en C-UAS-vermogens in alle lidstaten door middel van snelle prototyping, gezamenlijke tests en versnelde certificering van nieuwe technologieën om gelijke tred te houden met de veranderende vereisten op het slagveld;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>187.</NO.P>verzoekt Eudis de activiteiten van levende laboratoria uit te breiden tot minstens drie lidstaten, met Oekraïne als geassocieerde partner;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>188.</NO.P>verzoekt de Commissie een openbare voorlichtingscampagne over het verantwoord gebruik van technologieën op het gebied van defensie, de civiele bescherming en mechanismen voor wettelijke verantwoordingsplicht op te zetten om legitimiteit op te bouwen en politieke steun voor een grotere inzet van drones mogelijk te maken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>189.</NO.P>dringt aan op de opzet van opleidingsprogramma’s voor studenten in alle lidstaten, in coördinatie met de NAVO en het EDA, om het onderwijs op het gebied van vliegende drones te bevorderen, met inbegrip van de technische vaardigheden en kennis, en de publieke belangstelling te vergroten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>190.</NO.P>moedigt de lidstaten, Oekraïne en de Commissie aan acties op te zetten en uit te voeren die gericht zijn op het verbeteren van vaardigheden op het gebied van de ontwikkeling en bediening van drones, met inbegrip van soft- en hardwarecomponenten, alsook op het aantrekken van talent uit andere deeptechsectoren en het ondersteunen van de oprichting van flexibele teams die in staat zijn relevante software te ontwerpen, te produceren en te programmeren; wijst erop dat deze activiteiten betrekking moeten hebben op onderwijsinitiatieven op het gebied van wetenschap, technologie, engineering en wiskunde (STEM), zoals workshops voor de bouw van drones, webinars en hackathons, om mensen op te leiden op het vlak van de productie en bediening van drones; is in dit verband ingenomen met de gelanceerde initiatieven van de Commissie, zoals de Eudis-hackathons en BraveTech EU, die de ontwikkeling van innovatieve defensieoplossingen moeten vergemakkelijken en de samenwerking tussen belanghebbenden moeten bevorderen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Beste praktijken en doctrine</STRING></STRING></ACTINIT><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Positie op het gebied van afschrikking en defensie en artikel 42, lid 7</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>191.</NO.P>verzoekt de lidstaten in de frontlinie strategische ontwikkelingsplannen en investeringskaders vast te stellen en strategische programma’s en projecten op te zetten die gericht zijn op de ontwikkeling en beveiliging van alomvattende drone- en C-UAS-vermogens op hun grondgebied, die de gehele vermogenscyclus bestrijken van onderzoek en ontwikkeling, tests en certificering tot productie, uitrol en opleiding; onderstreept dat dergelijke inspanningen waar nodig moeten worden ondersteund via EU-instrumenten, zoals het EDF, het programma voor de Europese defensie-industrie en de snel inzetbare EU-capaciteit;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>192.</NO.P>benadrukt dat deze maatregelen essentieel zijn om te zorgen voor een geschikte, gecoördineerde en tijdige reactie op de veranderende hybride en conventionele veiligheidsuitdagingen waarmee Europa wordt geconfronteerd, met name langs zijn oostelijke en zuidelijke flanken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>193.</NO.P>dringt aan op een op maat gesneden risicogebaseerde aanpak met betrekking tot droneafweervermogens in de hele EU, waarbij rekening wordt gehouden met uiteenlopende operationele behoeften; wijst erop dat, terwijl voor de oostelijke flank een mix van actieve droneafweer en offensieve precisieaanvalsopties nodig is om dreigingen op de grond in geval van een poging tot invasie af te weren en te ontmoedigen, andere lidstaten zoals de mediterrane landen, mogelijk andere prioritaire vermogensbehoeften hebben; dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan te zorgen voor lastenverdeling; verzoekt de Commissie vermogenspakketten te evalueren aan de hand van regionale dreigingsprofielen om zowel de doeltreffendheid als de leveringssnelheid te maximaliseren zonder de algehele Europese interoperabiliteit te ondermijnen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>194.</NO.P>verzoekt de lidstaten zich voor te bereiden om artikel 42, lid 7, VEU toe te passen wanneer agressieve acties neerkomen op een gewapende aanval of bijdragen tot de voorbereiding van een dreigende aanval;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>195.</NO.P>dringt er bij de EU en haar lidstaten op aan operationele procedures en mechanismen vast te stellen indien een lidstaat artikel 42, lid 7, VEU activeert;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>196.</NO.P>benadrukt dat een dergelijke activering moet leiden tot de inwerkingtreding van een gezamenlijk EU-responsmechanisme, met inbegrip van gecoördineerde defensieve maatregelen, snelle uitwisseling van inlichtingen, wederzijdse bijstand en een uniforme strategische communicatie om afschrikking, solidariteit en de publieke weerbaarheid in de hele EU te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>197.</NO.P>verzoekt de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid concrete plannen uit te werken voor de uitvoering van artikel 42, lid 7, VEU inzake wederzijdse bijstand, onder meer in het kader van de respons op dronedreigingen, waarbij de solidariteit tussen de lidstaten wordt gewaarborgd, met name tussen de lidstaten die door hun geografische positie rechtstreeks worden blootgesteld aan onmiddellijke dreigingen en uitdagingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>198.</NO.P>staat achter de inspanningen van de NAVO om de positie van Europa op het gebied van afschrikking en defensie langs haar oostelijke flank te versterken, onder meer door de start van operatie Eastern Sentry en de opzet van het volledige pakket maatregelen in het kader van deze operatie; pleit ervoor om in nauwe samenwerking met de NAVO en partnerlanden inspanningen te leveren voor afschrikking, en verzoekt de EU erop toe te zien dat geen enkele EU-lidstaat wordt uitgesloten van ad-hocsamenwerking tussen de EU en de NAVO op het gebied van defensie en veiligheid;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Droneacademie</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>199.</NO.P>verzoekt de Commissie, het EDA en de lidstaten een Europese academie voor defensieve drones op te richten voor het opleiden van ingenieurs, operatoren, technici en personeel voor besluitvormingsposities binnen de commandostructuur; dringt erop aan dat de academie in samenwerking met de industrie en toonaangevende technische universiteiten diploma’s, beroepsopleidingen en certificering van operatoren kan aanbieden; benadrukt dat er verplichte modules over AI, robotica, elektronische oorlogvoering, troepenbescherming en cyberweerbaarheid in het programma moeten worden opgenomen om te voldoen aan de operationele normen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>200.</NO.P>dringt aan op de oprichting van specifieke opleidingseenheden binnen onderzoeksinstellingen, technische universiteiten en militaire academies om opleidingsprogramma’s op het gebied van drones onderling, met universiteiten en tussen de EU- en NAVO-lidstaten te coördineren, met het oog op de uitwisseling van beste praktijken en de interoperabiliteit van curricula, met bijzondere aandacht voor modules op het gebied van civiele bescherming en toepassingen voor tweeërlei gebruik;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Decentralisatie</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>201.</NO.P>pleit voor de totstandbrenging van een EU-innovatiemechanisme op het gebied van drones en droneafweer in het kader van het EDA om voortdurende gezamenlijke ontwikkeling van offensieve en defensieve vermogens te waarborgen; benadrukt dat een dergelijk mechanisme de weerbaarheid van Europa tegen asymmetrische dreigingen zou vergroten en er tegelijkertijd voor zou zorgen dat ethische, juridische en operationele normen even snel zouden evolueren als nieuwe technologieën;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>202.</NO.P>onderstreept dat loutere afhankelijkheid van grote, gecentraliseerde productiefaciliteiten de kwetsbaarheid voor strategische aanvallen en verstoringen van de voorziening vergroot; merkt op dat gedecentraliseerde productiemodellen, zoals de modellen die in Oekraïne zijn ontwikkeld, hebben bewezen de operationele veerkracht in oorlogstijd te vergroten door het aantal zwakke punten (single points of failure) te verminderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>203.</NO.P>moedigt de ontwikkeling aan van nationaal en EU-beleid ter ondersteuning van een gemengde industriële aanpak, waarbij de strategische capaciteit van gevestigde defensiefabrikanten wordt gecombineerd met flexibele, kleinschalige productieclusters, kmo-netwerken en civiel-militaire samenwerking die snelle lokale productie, modulaire toeleveringsketens, geografisch gespreid onderhoud en snelle reparaties op het terrein mogelijk maken als aanvulling op grootschalige industriële programma’s;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>204.</NO.P>benadrukt dat bij de financiële instrumenten en defensiegerelateerde financieringsmechanismen van de EU, waaronder het EDF en het EDIP, rekening moet worden gehouden met dergelijke gedecentraliseerde en hybride modellen bij het opstellen van subsidiabiliteitscriteria en projectsteun, waarbij zowel industriële capaciteit als flexibiliteit, veerkracht en schaalbaarheid worden beloond;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>205.</NO.P>herinnert aan de conclusie van de Europese Rekenkamer waaruit bleek dat de Commissie geen robuuste behoefteanalyse had uitgevoerd of leemten in de infrastructuur had gekwantificeerd voordat zij financieringsoproepen uitschreef; dringt er daarom op aan dat toekomstige analyses van de leemten in het kader van de Connecting Europe Facility expliciet betrekking hebben op voor drones relevante vervoersknooppunten en energie- en communicatielocaties om ervoor te zorgen dat infrastructuur voor tweeërlei gebruik op basis van feitelijke gegevens in plaats van ad-hoccriteria wordt gepland;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Doctrines op elkaar afstemmen en de vraag bundelen</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>206.</NO.P>pleit ervoor doctrines snel op elkaar af te stemmen en de vraag naar drones met Oekraïne te bundelen om de ontwikkeling en integratie van drones te stroomlijnen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>207.</NO.P>dringt erop aan de defensiesamenwerking met Oekraïne aanzienlijk te intensiveren, met name wat betreft dronetechnologie en tegenmaatregelen, onder meer door een versterking van de industriële samenwerking tussen de lidstaten en Oekraïne;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>208.</NO.P>benadrukt de noodzaak van snellere en vereenvoudigde aanbestedingsprocedures om een tijdige levering van vermogens te waarborgen, ondanks de extreem korte technologische cycli op het gebied van onbemande systemen, die voortdurende innovatie en aanpassing vereisen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>209.</NO.P>onderstreept dat samenwerking en uitwisseling van ervaring met Oekraïne van essentieel belang zijn, maar dat bij de afstemming op het gebied van doctrines rekening moet worden gehouden met de uiteenlopende operationele realiteit en defensiestructuren van elke lidstaat;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Permanente gestructureerde samenwerking (PESCO)</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>210.</NO.P>roept ertoe op in het kader van PESCO een EU-brede routekaart voor dronevermogens te ontwikkelen om de nationale begrotingen op elkaar af te stemmen en dubbel werk te voorkomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>211.</NO.P>is ingenomen met EU-vlaggenschipprojecten zoals Eurodrone, INTERACT, de zesde reeks PESCO-projecten, de demonstratiemodellen voor zwermrobotica van het EDA en de kaders voor U-space en het gemeenschappelijk Europees luchtruim die essentiële bouwstenen zijn voor het Europese drone-ecosysteem; onderstreept de rol hiervan bij het effenen van de weg voor toekomstige vermogens en roept de lidstaten op de gezamenlijke ontwikkeling op te schalen, inspanningen te consolideren en tijdig te reageren op nieuwe dreigingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>212.</NO.P>merkt op dat in het kader van het EDF (Joint European system C-UAS en European C-UAS) en PESCO (C-UAS) reeds samenwerkingsprogramma’s voor vermogensontwikkeling zijn opgezet die gericht zijn op het vinden van efficiënte en kosteneffectieve C-UAS-oplossingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>213.</NO.P>dringt aan op een herziening van deze programma’s om ervoor te zorgen dat de doelstellingen en verwachte resultaten ervan in overeenstemming zijn met de nieuwe realiteit van oorlogvoering met drones, met name met betrekking tot de lessen die zijn getrokken uit de oorlog in Oekraïne;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>214.</NO.P>onderstreept dat, om de gewenste resultaten te bereiken, de projecten die gericht zijn op de ontwikkeling van geavanceerde C-UAS-technologieën voldoende financiering moeten krijgen in alle stadia, van onderzoek en ontwikkeling tot industrialisering en aanbesteding;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>215.</NO.P>prijst de ontwikkeling van gemeenschappelijke Europese UAS-platforms, zoals het Eurodrone-systeem, Europees op afstand bestuurd luchtvaartuigsysteem voor middelgrote hoogte en lange vliegduur, of mogelijke uitrusting voor de afweer van UAS, zoals de apparatuur voor elektronische aanvallen vanuit de lucht (AEA), en geavanceerde PESCO-projecten in het kader van Europese samenwerking op het gebied van defensie; is voorstander van onderzoek op het gebied van soortgelijke defensieprojecten, zoals marinedrones, draagbare apparatuur voor droneafweer of geïntegreerde modules voor elektronische oorlogvoering;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>216.</NO.P>betreurt de verontrustende vertraging in het Eurodrone-project;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>217.</NO.P>dringt aan op een nauwere samenwerking tussen het EDA en het programma Horizon Europa om innovatie en de ontwikkeling van programma’s op het gebied van tweeërlei gebruik te bevorderen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Aanleggen van voorraden</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>218.</NO.P>dringt erop aan in alle lidstaten voorraden aan te leggen van dronecomponenten en kritieke grondstoffen, in plaats van volledige systemen, en vooruitgeschoven reparatie- en regeneratiehubs op te richten op dezelfde locatie als NAVO-depots, om te zorgen voor een duurzame operationele gereedheid en een snelle roulatie van opgewaardeerde componenten; dringt er bij de Commissie op aan deze inspanningen te integreren in een overkoepelende grondstoffenstrategie om toeleveringsketens veilig te stellen door de strategische afhankelijkheid van China als belangrijke leverancier van grondstoffen en mineralen te verminderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>219.</NO.P>onderstreept dat verstoringen van de toeleveringsketen voor kritieke componenten zoals motoren, batterijen en halfgeleiders, een belemmering vormen voor de capaciteit van Europese kmo’s om doeltreffend bij te dragen aan de industriële defensiebasis van de EU; dringt aan op de invoering van een mechanisme dat de toegang regelt tot de voorraad aan componenten waardoor door het EDA en de lidstaten gecertificeerde kmo’s tegen overeengekomen prijzen zouden kunnen putten uit strategische EU-voorraden van componenten en deze componenten in natura zouden kunnen terugbetalen zodra hun productie wordt opgeschaald; dringt erop aan dat deze voorraden ook toegankelijk zijn voor Oekraïne;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>220.</NO.P>merkt op dat deze aanpak volledig in overeenstemming is met de doelstellingen van het ReArm Europe-plan en de Europese chipsverordening, waardoor de industriële gereedheid en veerkracht in de hele EU worden versterkt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>221.</NO.P>wijst erop dat de oorlog in Oekraïne heeft aangetoond dat de technologische cycli op het gebied van onbemande systemen extreem kort zijn, waardoor er voortdurend behoefte is aan innovatie en aanpassingen; onderstreept dat samenwerking en uitwisseling over de geleerde lessen in Oekraïne van essentieel belang zijn, maar dat bij de afstemming op het gebied van doctrines rekening moet worden gehouden met de uiteenlopende operationele realiteit en defensiestructuren van elke lidstaat;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>222.</NO.P>dringt aan op de ontwikkeling van modulaire systemen met onderling verwisselbare componenten, om gelijke tred te houden met snelle innovatiecycli van in massa geproduceerde drones en om zich aan te passen aan de voortdurende ontwikkeling van luchtverdedigingsbehoeften in hoogintensieve noodsituaties;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>223.</NO.P>benadrukt echter dat de instandhouding van deze gereedheid en capaciteit voor het aanleggen van voorraden aanzienlijke kosten voor de industrie meebrengt en dat bedrijven zonder duidelijke publieke richtsnoeren en financiële steun waarschijnlijk geen voorraden van kritieke componenten zullen aanhouden; stelt voor dat nationale agentschappen voor voorzieningszekerheid kunnen fungeren als importeurs en groothandelaren voor belangrijke componenten, waardoor een adequaat voorraadniveau wordt gewaarborgd, regelmatige vernieuwing van de voorraad mogelijk wordt gemaakt en de financiële lasten voor individuele bedrijven worden verlicht; onderstreept dat dit model een gecoördineerd publiek-privaat partnerschap en specifieke financieringsmechanismen op zowel nationaal als EU-niveau vereist om veerkracht en continuïteit van de voorziening te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>224.</NO.P>roept op tot een financierbaarheidskit om defensiefinanciering efficiënter te maken door standaardsjablonen voor leningdossiers bij de Europese Investeringsbank of het EDF te publiceren met schema’s van mijlpalen, garantievoorwaarden en clausules inzake intellectueel eigendom, om juridische wrijving met de banken van de lidstaten die betrokken zijn bij de distributie van defensiegerelateerde kredietlijnen te verminderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>225.</NO.P>verzoekt de Commissie om in haar overeenkomsten ter facilitering van duurzame investeringen maatregelen op te nemen om erop toe te zien dat de Europese drone-industrie en de lidstaten voldoende voorraden aanleggen van de essentiële materialen en componenten die cruciaal zijn voor de ontwikkeling van UAS;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>226.</NO.P>dringt er bij de Commissie op aan deze inspanningen te integreren in een overkoepelende grondstoffenstrategie om toeleveringsketens veilig te stellen door de strategische afhankelijkheid van China te verminderen, en beveelt de lidstaten aan de voorzieningszekerheid voor drones te waarborgen door te bepalen welke kritieke componenten en competenties lokaal beschikbaar moeten zijn;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Specifieke EDA-begroting</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>227.</NO.P>verzoekt de Europese Raad het EDA de opdracht te geven een specifieke, flexibele begroting voor UAS vast te stellen die de volledige levenscyclus van de vermogens bestrijkt, van O&amp;O en prototyping tot training, inzet op het terrein en onderhoud, en voorzien wordt van flexibele vereisten en kredieten om de aankoop en inzet op het terrein te versnellen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>228.</NO.P>meent dat de structuur voor een Europees bewapeningsprogramma (SEAP) een nuttig instrument kan zijn voor de ontwikkeling van UAS, aangezien dit de volledige levenscyclus van de vermogens bestrijkt, waardoor de aankoop of productie van relevante vermogens en de beschikbaarheid ervan worden versneld;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>229.</NO.P>verzoekt de Commissie, vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en de lidstaten om in overleg met de NAVO specifieke EU-financieringslijnen vast te stellen voor de snelle aankoop, training, het onderhoud en de bevoorrading met reserveonderdelen van UAS-gevechtseenheden;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Detectiesystemen van de landen in de frontlinie</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>230.</NO.P>is van mening dat de talrijke schendingen van het luchtruim in verschillende lidstaten door Russische drones erop wijzen dat de EU niet langer alleen wordt bedreigd, maar ook wordt uitgelokt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>231.</NO.P>is van mening dat, wanneer gevechtsvliegtuigen of militaire drones over een soeverein luchtruim vliegen, dit geen hybride handeling is, maar een opzettelijke schending van de soevereiniteit;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>232.</NO.P>dringt er bij de EU en de lidstaten op aan het vermogen te ontwikkelen om dergelijke aanvallen te ontmoedigen, snel op te sporen, te classificeren, en te onderscheppen, alsook gereed te zijn om dergelijke aanvallen te neutraliseren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>233.</NO.P>beveelt de lidstaten aan, met name de landen in de frontlinie, hun bestaande systemen aanzienlijk te moderniseren of te kiezen voor nieuwe systemen voor de detectie van raketten en drones die informatie kunnen doorgeven in de hele EU en zo als schild kunnen dienen voor de meerlagige luchtverdedigingsvermogens van Europa;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>234.</NO.P>dringt aan op de volledige integratie van deze systemen in de lucht- en ruimteverdedigingsstructuren van de NAVO om maximale interoperabiliteit te bereiken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>235.</NO.P>dringt erop aan dat in het kader van het EU-initiatief inzake een Europees ruimteschild C-UAS-vermogens in de bredere architectuur van het Europees kader voor geïntegreerde lucht- en raketafweer (IAMD) worden geïntegreerd en steunt het EU-brede netwerk voor vroegtijdige waarschuwing en gegevensuitwisseling waarmee de telemetrische gegevens van detectie en lanceergegevens worden gedeeld met EU- en nationale commandosystemen voor luchtverdediging;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>236.</NO.P>herinnert eraan dat de EU haar grenzen alleen met een alomvattende 360 gradenaanpak doeltreffend kan beschermen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>237.</NO.P>dringt aan op gerichte EU-medefinanciering voor droneafweersystemen om de kritieke energie- en vervoersinfrastructuur in lidstaten in de frontlinie te beschermen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>238.</NO.P>beveelt de lidstaten aan om een meerlagig C-UAS-basisverdedigingssysteem in te voeren voor kritieke infrastructuur zoals energievoorzieningen, vervoersknooppunten, telecommunicatienetwerken en ruimte- en grondsegmenten op basis van interoperabele interfaces en gemeenschappelijke technische specificaties, met geharmoniseerde melding van incidenten en duidelijke civiel-militaire coördinatie, ondersteund door wettelijk toegelaten en veilig gecoördineerde opleidingen en tests op het gebied van elektronische oorlogvoering;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Medefinanciering van regelmatige opleiding</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>239.</NO.P>pleit voor de medefinanciering van regelmatige opleidingen en de ontwikkeling van technische deskundigheid in militaire academies en colleges via het EDA, in coördinatie met de Europese Veiligheids- en defensieacademie, om de versterkende elementen voor technische vermogens te ondersteunen via gezamenlijke opleidingen waarin prioriteit wordt gegeven aan belangrijke gebieden zoals interfaces voor de menselijke bediening van zwermen, algoritmen voor zwermintelligentie, edgecomputing, beveiligde datalinks, meervoudig levensvatbare programma’s/platforms, simulaties van experimenteerplatforms voor tactische ontwikkeling van AI en simulaties die volgordebepaling van dreigingen en efficiëntie van wapens optimaliseren, waarbij ervoor wordt gezorgd dat dergelijke activiteiten worden afgestemd op de opleidingsnormen van de NAVO en bijdragen tot gemeenschappelijke Europese doelstellingen inzake capaciteitsopbouw en interoperabiliteit, met inbegrip van de integratie van AI, robotica en lucht- en ruimtevaarttechnologieën, teneinde het concurrentievermogen te vergroten;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Gezamenlijke opleidingen voor de afweer van UAS in het kader van civiele bescherming</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>240.</NO.P>beveelt aan C-UAS te integreren in gezamenlijke opleidingsoefeningen en in de planning op EU-niveau op het gebied van civiele bescherming, met de nadruk op kritieke infrastructuur, zodat politiediensten, luchthavenautoriteiten en exploitanten in de energiesector toegang krijgen tot EU-brede opleiding en gestandaardiseerde C-UAS-vermogens;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>241.</NO.P>pleit voor het intensiveren van experimenten en iteratieve veldproeven waarbij de industrie wordt betrokken, om nieuwe technologieën voor droneafweer en operationele concepten snel te valideren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>242.</NO.P>moedigt de lidstaten aan prioriteit te geven aan de integratie van commando- en controlesystemen in de eerstehulpverlening, civiele bescherming en de doctrine voor UAS-afweer, om ervoor te zorgen dat civiele paraatheid, schuilplaatsen, vroegtijdige waarschuwing en technologische integratie zoveel mogelijk worden geoptimaliseerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>243.</NO.P>is van mening dat bij de uitvoering van de richtlijn betreffende de weerbaarheid van kritieke entiteiten<FOOTNOTE><FIELD> Richtlijn (EU) 2022/2557 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022 betreffende de weerbaarheid van kritieke entiteiten en tot intrekking van Richtlijn 2008/114/EG van de Raad (PB L 333 van 27.12.2022, blz. 164, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2022/2557/oj).</FIELD></FOOTNOTE> rekening moet worden gehouden met dreigingen die uitgaan van het illegale gebruik van drones, en verzoekt de Commissie een regelgevingskader vast te stellen waardoor staatsveiligheidsorganen, waaronder de politie, grenswachters en andere binnenlandse instanties, gemachtigd worden om C-UAS-systemen aan te schaffen en te gebruiken; benadrukt dat een dergelijke machtiging onderworpen moet zijn aan strenge bepalingen op het vlak van toezicht en verantwoording die vergelijkbaar zijn met de bepalingen die gelden voor dodelijke wapens, waarbij de doeltreffende bescherming van civiele infrastructuur wordt gewaarborgd met inachtneming van de veiligheids- en beveiligingsnormen van de EU;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">EU-brede normalisatie van UAS</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>244.</NO.P>verzoekt om een EU-brede normalisatie van UAS en om het uiteindelijk verplicht stellen van permanente luchtwaardigheid, en dringt erop aan dat de Open-Earth-Monitor Cyberinfrastructure en EMAR als noodzakelijk worden beschouwd, met volledige inachtneming van de soevereiniteit van de lidstaten en om ervoor te zorgen dat dergelijke vereisten geen onnodige administratieve lasten met zich meebrengen of innovatie en de groei van kmo’s belemmeren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>245.</NO.P>verzoekt de Commissie om, met gebruikmaking van EU-handelsinstrumenten, toezicht te houden op de toename van dronefabrikanten die ondoorzichtige praktijken op het gebied van gegevensverwerking toepassen; verzoekt om de ontwikkeling van een regelgevingskader voor het waarborgen van de volledige traceerbaarheid van de hardware- en softwaretechnologieën die worden gebruikt voor drones die circuleren in de EU;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Uitbreiding van de testzones</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>246.</NO.P>dringt aan op de uitbreiding van gecertificeerde testzones voor opleiding over en de integratie van dronevermogens, waar de industrie en de strijdkrachten snel samen drone-oplossingen kunnen ontwikkelen en herhaald testen in operationele omstandigheden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>247.</NO.P>verzoekt de Commissie te voorzien in voldoende financiering voor de opbouw van capaciteit en infrastructuur voor deze testzones om hun potentieel voor innovatie te optimaliseren; pleit voor de inclusie van kmo’s en start-ups om O&amp;O te versnellen en de technologische voorsprong van Europa te vergroten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>248.</NO.P>erkent dat de geleidelijke integratie van dronevermogens in multinationale eenheden – zoals de recente integratie van een droneafweerelement in de Enhanced Forward Presence (eFP)-brigade van de NAVO in Letland – als model dient voor de toekomstige ontwikkeling van strijdkrachten; dringt erop aan meer gebruik te maken van bestaande gecertificeerde testomgevingen voor training en integratie; benadrukt dat operatoren toegang nodig hebben tot beveiligde terreinen, simulatieomgevingen en echte brandoefeningen om te trainen in zwermtactieken, UAS-afweer en autonome doelwitbepaling; merkt op dat gezamenlijke Europese centra, die voortbouwen op de operationele ervaring met drones die het eFP-bataljon onder leiding van Canada aan de oostelijke flank heeft opgedaan, een positieve uitwerking zouden hebben op grensoverschrijdende opleidingsmogelijkheden, de interoperabiliteit, de afstemming van doctrines en efficiëntie in de hele EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>249.</NO.P>moedigt de Commissie aan om, in overleg met de lidstaten, de regelgeving voor onbevolkte testzones te vereenvoudigen om tests in overeenstemming met gemeenschappelijke veiligheidsnormen mogelijk te maken; pleit voor de integratie van op AI gebaseerde simulaties en oefeningen onder reële omstandigheden om technologische gereedheid en de relevantie van doctrines te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>250.</NO.P>moedigt de Commissie aan de administratieve lasten zo nodig te verminderen om procedures te stroomlijnen in overeenstemming met de bepalingen van de omnibus voor defensiegereedheid;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>251.</NO.P>merkt op dat drones die in Europa zijn vervaardigd, in reële oorlogsomstandigheden zoals in Oekraïne moeten worden getest;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>252.</NO.P>beveelt aan een door het EDA beheerd “defensiemetaversum” voor gesimuleerde dronebestrijding (op zee en vanuit de lucht) te financieren en te bouwen, te beginnen met deeltjessimulaties en vervolgens te evolueren naar omgevingen met een hoge resolutie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>253.</NO.P>pleit voor de ontwikkeling en regelmatige beoordeling van slimme coördinatiestrategieën voor dronezwermen met behulp van simulatieomgevingen die ondersteund worden door high-performance computing (HPC);</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>254.</NO.P>erkent dat HPC-infrastructuur met clusters van grafische verwerkingseenheden en parallelle verwerking nodig is voor het testen en synthetiseren van dronezwermen, en dat schaalbaarheid schaalbare berekeningen vereist; roept daarom op tot financiering voor het EDA om prioriteit te kunnen geven aan opleiding op dit gebied;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>255.</NO.P>benadrukt de noodzaak van een sterkere civiel-militaire coördinatie van het luchtruim, met name door de integratie van drones in U-spacecorridors in het kader van het initiatief voor een gemeenschappelijk Europees luchtruim; steunt de uitbreiding van gezamenlijke simulatie- en onderscheppingsoefeningen waarbij civiele, rechtshandhavings- en militaire actoren betrokken zijn om de paraatheid voor dreigingen op meerdere domeinen te verbeteren; onderstreept dat dergelijke oefeningen jaarlijks verplicht moeten worden uitgevoerd om een duurzame gereedheid en interoperabiliteit te waarborgen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Monitoringsplatform voor dreigingen</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>256.</NO.P>beveelt de oprichting aan van een Europees platform voor het monitoren van hybride dreigingen voor onbemande systemen, dat wordt beheerd door de EU-Fusiecel voor analyse van hybride dreigingen, in coördinatie met de Militaire Staf van de EU in het kader van de gezamenlijke EU-capaciteit op het gebied van inlichtingenanalyse;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>257.</NO.P>benadrukt dat dit platform strategische waarschuwingen moet afgeven aan het Politiek en Veiligheidscomité van de Raad, met militaire input van het Militair Comité van de Europese Unie van de Raad en het militair plannings- en uitvoeringsvermogen van de EU, en interoperabel moet zijn met en gebaseerd moet zijn op de deskundigheid van de NAVO, het Cooperative Cyber Defence Centre of Excellence van de NAVO en de systemen voor vroegtijdige waarschuwing van de lidstaten; onderstreept dat belanghebbenden van het Parlement regelmatig op de hoogte moeten worden gehouden om passend toezicht te waarborgen en empirisch onderbouwde beleidsvorming mogelijk te maken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>258.</NO.P>onderstreept dat EU-lidstaten in de frontlinie hun regionale deskundigheid en strategische positionering moeten benutten om het situationeel bewustzijn en de operationele doeltreffendheid te vergroten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>259.</NO.P>pleit voor de uitrol van een EU-brede actie inzake situationeel bewustzijn door middel van de financiering van een geïntegreerde databank met gegevens over de tracering en dreiging van UAS, naar het model van de geïntegreerde lucht- en raketafweersystemen van de NAVO die zijn ontworpen om opsporing, coördinatie en civiele bescherming over de grenzen heen te verbeteren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>260.</NO.P>verzoekt de lidstaten een nationaal C-UAS-operatiecentrum aan te wijzen om te zorgen voor constante coördinatie en interoperabele gegevensuitwisseling tussen bevoegde autoriteiten, met inbegrip van burgerluchtvaart- en luchtvaartnavigatiediensten, rechtshandhaving, defensie, inlichtingen, grens- en kustwacht, autoriteiten voor civiele bescherming en operatoren van kritieke infrastructuur, en met andere lidstaten, op basis van gemeenschappelijke of open interfaces, geharmoniseerde rapportageformaten en robuuste rechts- en privacykaders;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>261.</NO.P>erkent het “Deense model” als een beste praktijk die de lidstaten zouden moeten overnemen om de aankoop van geavanceerde wapensystemen tegen het laagst beschikbare prijsniveau te verbeteren, en tegelijkertijd de Oekraïense economie te ondersteunen en snellere O&amp;O te stimuleren bij de bedrijven die het best geplaatst zijn om te innoveren volgens de realiteit van het slagveld;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>262.</NO.P>wijst op de mogelijkheid voor de lidstaten om te voorzien in de productie van defensievermogens via gezamenlijke aanbestedingen en industriële samenwerking met Oekraïense bedrijven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>263.</NO.P>roept op tot gezamenlijke UAS-experimenten tussen de Militaire Staf van de EU en de Oekraïense strijdkrachten om het proces voor integratie op Europees niveau te stroomlijnen, en daarbij rekening te houden met schaalbaarheid en interoperabiliteit en de waarde van Oekraïne te benutten op het gebied van modulaire, goedkope oplossingen, digitale C2 en op het terrein gebaseerde innovatie;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Gezamenlijke ontwikkeling van elektronische oorlogvoering &amp; vermogens voor de afweer ervan</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>264.</NO.P>erkent dat de intensivering van elektronische oorlogvoering in Oekraïne heeft geleid tot een wedloop in “barrage jamming”-capaciteiten, wat aantoont dat strijdkrachten deze uitdaging moeten aanpakken door gezamenlijk vermogens voor elektronische oorlogvoering te ontwikkelen om zich te kunnen weren tegen droneafweergeweren, frequentieverspringing, offlinemodi en andere ontwijkingsmanoeuvres;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">C2-systemen</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>265.</NO.P>moedigt investeringen aan in de ontwikkeling van doeltreffende, efficiënte en tegen elektronische oorlogvoering bestendige communicatiesystemen voor de draadloze transmissie van matrixgegevens, om effectieve C2 mogelijk te maken op een slagveld dat overspoeld kan worden door een groot aantal onbemande luchtvaartuigen en onbemande grondvoertuigen die doeltreffende draadloze gegevens nodig hebben om te kunnen functioneren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>266.</NO.P>verzoekt de Commissie en het EDA prioriteit te geven aan de integratie van de GOVSATCOM- en IRIS²-programma’s voor betrouwbare, beveiligde en kosteneffectieve satellietcommunicatie ter ondersteuning van EU-defensiemissies en C2-verbindingen voor drones;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>267.</NO.P>dringt aan op gerichte EDF-investeringen in satellietterminals met lage latentie en grote bandbreedte en veerkrachtige nuttige communicatieladingen om te zorgen voor realtime gegevensoverdracht en bescherming tegen interferentie, onderschepping en verstoring;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>268.</NO.P>verzoekt de Commissie en de lidstaten om interoperabele C3-normen vast te stellen voor bemande en onbemande systemen in alle kaders van de EU en de NAVO;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>269.</NO.P>pleit voor steun uit het EDF en EDIP voor uniforme, beveiligde architecturen met behulp van AI en cloudgebaseerde gegevenscombinatie om gecoördineerde, realtime multiplatformactiviteiten mogelijk te maken en tegelijkertijd menselijk toezicht en cyberbeveiliging te waarborgen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Samenwerking tussen de EU en de NAVO bij de bestrijding van oorlogvoering met drones</STRING></STRING></ACTINIT><ACTINIT><STRING ITALIC="on">EU-NAVO-kenniscentrum voor drones</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>270.</NO.P>dringt aan op de oprichting van een gezamenlijk kenniscentrum van de EU en de NAVO op het gebied van drones in een land in de frontlinie waar momenteel een Enhanced Forward Presence van de NAVO actief is, dat beschikt over actieve testvoorzieningen en een actieve productiehub voor drones, met het oog op het stroomlijnen van gezamenlijke oefeningen en de uitwisselbaarheid tussen lidstaten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>271.</NO.P>dringt aan op een samenwerking tussen het EU-NAVO-kenniscentrum over drones, het PESCO-project inzake militaire mobiliteit en het Europees luchttransportcommando om gezamenlijke normen te ontwikkelen voor het vervoer, het bijtanken en inzetten van onbemande systemen via militaire mobiliteitscorridors;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>272.</NO.P>onderstreept dat een dergelijk centrum een 306 gradenaanpak moet hanteren, duplicatie met bestaande NAVO-structuren moet vermijden en zich moet richten op de snelle overdracht van de lessen die uit Oekraïne zijn getrokken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>273.</NO.P>stelt voor om vóór 2027 een netwerk van EU-kenniscentra voor droneoperaties op te richten, waarbij elk centrum gespecialiseerd is in een domein (zoals rondhangende munitie, zwermen, moederschepen, tactische UAS, maritieme drones en UAS-afweer), en nationale deskundigheid wordt gebundeld en wordt afgestemd op NAVO-kenniscentra en de geharmoniseerde certificeringsregeling van het EDA;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Programma’s voor kennisoverdracht tussen Oekraïne, de NAVO en de EU</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>274.</NO.P>dringt erop aan de programma’s voor kennisoverdracht tussen Oekraïne, de NAVO en de EU een institutioneel karakter te geven door middel van roulerende personeelsuitwisselingen met de Oekraïense strijdkrachten en door een uitbreiding van de gezamenlijke opleidingsprogramma’s in het kader van de EUMS en de EU-cel van de EUMS bij SHAPE; pleit voor de oprichting van een permanente, EU-NAVO-Oekraïne-hub voor opleiding en logistiek die gezamenlijk wordt gefinancierd in een land in de frontlinie om de operationele planning, de logistiek en het onderhoud te stroomlijnen, met bijzondere aandacht voor de overlevingskansen van drones in reële omstandigheden en inzichten op het gebied van innovatie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>275.</NO.P>dringt aan op samenwerking tussen de EU en de NAVO bij het institutionaliseren van de lessen die zijn getrokken uit de ervaring van Oekraïne op het slagveld door doctrinale en technologische innovatie in moderne gevechtsomstandigheden te integreren, in samenwerking met de Europese Veiligheids- en defensieacademie en de EUMS;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>276.</NO.P>verzoekt de lidstaten te overwegen deel te nemen aan opleidingsmissies in Oekraïne om zich volledig vertrouwd te maken met de kennis en innovatieve technieken waarover de Oekraïense strijdkrachten beschikken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>277.</NO.P>beveelt aan dat deze samenwerking ook moet bestaan uit de uitwisseling van operationele ervaring met de integratie van drone-eenheden als een onafhankelijke tak van de strijdkrachten, zoals onlangs is aangetoond door de oprichting van de onbemande systeemstrijdkrachten door Oekraïne;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>278.</NO.P>dringt aan op de totstandbrenging van synergieën tussen de samenwerking van de EU met Oekraïne en de routekaart voor samenwerking op het gebied van innovatie tussen de NAVO en Oekraïne als een belangrijk middel om nauwere banden tussen onderzoeksinstellingen en defensie-industrieën te creëren, innovatiepijpleidingen te stroomlijnen en een snelle prototyping en de uitrol van systemen die werken met drones mogelijk te maken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>279.</NO.P>vraagt dat er jaarlijks gezamenlijke oefeningen voor de integratie van dronedoctrines worden georganiseerd in het kader van alle GVDB-operaties en EU-gevechtsgroepen, onder coördinatie van het militair plannings- en uitvoeringsvermogen en geëvalueerd in partnerschap met het commando van de gemeenschappelijke strijdkrachten en het centrum voor gezamenlijke analyse, training en opleiding van de NAVO, om de compatibiliteit van doctrines en het operationeel realisme te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>280.</NO.P>beveelt aan om gezamenlijke oefeningen van de EU en de NAVO op te zetten op het gebied van de afweer tegen dronezwermen, weerbaarheid tegen elektronische oorlogvoering, goedkope kinetische effectoren en gerichte-energiesystemen in multinationale testgebieden, met een gestructureerde EU-waarnemersstatus en wederzijdse toegang voor door de EU geleide initiatieven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>281.</NO.P>pleit voor de integratie van UAS-en C-UAS-technologieën in de structuur van de EUMS en de permanente militaire oefeningen van de lidstaten;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">EU-NAVO-coördinatiecel voor drones</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>282.</NO.P>dringt aan op de oprichting van een permanente coördinatiecel van de EU en de NAVO voor drones, om de doctrinale en operationele kloof tussen de operaties van de EU en de NAVO te overbruggen, met een permanente gezamenlijke coördinatiecel binnen de EUMS die de opdracht krijgt om de dronedoctrines gelijk te trekken, prioriteit te geven aan vermogensintegratie en de informatie-uitwisseling in realtime tussen EU-GVDB-missies en NAVO-operaties te vergemakkelijken;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Vaststelling van gemeenschappelijke normen op het gebied van interoperabiliteit</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>283.</NO.P>dringt aan op het ontwerpen van een uniforme interoperabiliteitsnorm van de EU en de NAVO voor UAS, die moet worden gebruikt voor gemeenschappelijke communicatieprotocollen, classificatiesystemen voor UAS/C-UAS en formaten voor gegevensuitwisseling, welke bindend moeten zijn voor alle GVDB-missies en moeten stroken met de C-UAS-doctrine van de NAVO, met het oog op het waarborgen van een naadloze coördinatie bij gezamenlijke operaties; wijst op het belang van nauwe samenwerking tussen de NAVO en de EU om de complementaire rollen van beide organisaties te benutten en zo de defensie en afschrikking van Europa te versterken; verzoekt met name de Commissie om juridisch bindende instrumenten voor te stellen om ervoor te zorgen dat de NAVO-normen worden nageleefd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>284.</NO.P>dringt erop aan dat financiering in het kader van het EDF, het EDIP en ReArm Europe afhankelijk wordt gesteld van de strikte naleving van deze normen om afhankelijkheid van één aanbieder te voorkomen en plug-and-play-compatibiliteit te maximaliseren; pleit ervoor om de resultaten van de voorbereidende actie van de Unie inzake defensieonderzoek 2019 (INTERACT – INTERoperability Standards for Unmanned Armed Forces Systems) als referentie voor beste praktijken te hanteren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>285.</NO.P>roept ertoe op de integratie van drones in GVDB-missies een institutioneel karakter te geven, gezamenlijke normen op het gebied van interoperabiliteit met de NAVO vast te stellen en een gelaagde defensieaanpak in te voeren om UAS-dreigingen tegen te gaan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>286.</NO.P>beveelt aan gezamenlijke C-UAS-tests in GVDB- en NAVO-installaties en innovatiegebieden te institutionaliseren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>287.</NO.P>dringt erop aan dat in het kader van het EU-initiatief inzake een Europees ruimteschild C-UAS-vermogens in de bredere architectuur van het Europese systeem voor geïntegreerde lucht- en raketafweer (IAMD) worden geïntegreerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>288.</NO.P>roept ertoe op in het GVDB een kader voor een verantwoord gebruik van technologieën op defensiegebied in te voeren met inbreng van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten, en bijzondere aandacht voor de beperking van schade bij de burgerbevolking, gegevensbescherming en verantwoordingsmechanismen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>289.</NO.P>dringt aan op samenwerking tussen de EU en de NAVO bij de uitvoering van het NAVO-actieplan voor snelle goedkeuring, dat gericht is op het versnellen van nationale aanbestedingsprocedures; dringt er bij de lidstaten op aan de aankoopcycli te hervormen, onder meer door de ontwikkeling van mogelijke modellen voor de aankoop van UAV’s als dienst, testprotocollen en certificeringskaders, om ervoor te zorgen dat de militaire innovatie gelijke tred houdt met de dreigingsomgeving; is in dit verband ingenomen met het komende voorstel voor een EU-routekaart voor de transformatie van de defensie-industrie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>290.</NO.P>moedigt de Commissie en de lidstaten aan de uitvoering van het NAVO-actieplan voor snelle goedkeuring te koppelen aan de infrastructuurprojecten voor militaire mobiliteit van de EU, om ervoor te zorgen dat nieuw ontwikkelde dronesystemen snel kunnen worden vervoerd en in gezamenlijke operaties kunnen worden geïntegreerd;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Strategische ad-hocpartnerschappen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Dronecoalitie</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>291.</NO.P>steunt de samenwerking van de EU met de internationale coalitie op het gebied van drones om militaire aanbestedingen af te stemmen op de doelstellingen van het EDF; verzoekt de Commissie medefinanciering met belangrijke partners te onderzoeken om dronegerelateerde productie te stimuleren, in synergie met industriële en technologische initiatieven van de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>292.</NO.P>wijst op de rol die de internationale dronecoalitie momenteel speelt bij de standaardisatie van UAS, en op de cruciale hulp die de coalitie verleent aan Oekraïne en aan de lidstaten om gelijke tred houden met snel veranderende eisen op het slagveld; moedigt de lidstaten aan gebruik te maken van dit partnerschap om lange aanbestedings-, goedkeurings-, ontwikkelings- en testprocedures te beperken en zo de aankoop van UAS te versnellen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>293.</NO.P>is voorstander van samenwerking tussen de EU en de internationale dronecoalitie en moedigt de lidstaten aan zich aan te sluiten bij en actief bij te dragen aan de coalitie, die drones blijft aankopen en innovatieve ontwikkelingen blijft ondersteunen om de capaciteiten van de Oekraïense strijdkrachten op het slagveld te vergroten; verzoekt de lidstaten hun militaire aanbestedingen af te stemmen op de doelstellingen van de dronecoalitie; verzoekt de Commissie de mogelijkheden voor medefinanciering met belangrijke partners te onderzoeken om dronegerelateerde productie te stimuleren en industriële samenwerking te bevorderen, in synergie met industriële en technologische initiatieven van de EU;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Samenwerking in het kader van het veiligheids- en defensiepartnerschap</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>294.</NO.P>moedigt het gebruik aan van nieuwe strategische partnerschappen en partnerschapsovereenkomsten inzake veiligheid en defensie van de EU om te komen tot een regelgevingsklimaat en aanbestedingsprocedures die aansluiten bij en inpasbaar zijn in het bestaande Europese ecosysteem, waarbij strategische partners de benodigde kritieke capaciteiten en grondstoffen leveren en waarbij de nadruk wordt gelegd op gezamenlijke ontwikkeling op het gebied van aandrijving, inlichtingen uit berichtenverkeer, elektronische oorlogvoering, kinetische apparatuur, lasers en kritieke software voor missies;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>295.</NO.P>wijst erop hoe belangrijk het is om kandidaat-lidstaten van de EU die volledig op het EU-GVDB zijn afgestemd, te betrekken bij de Europese capaciteitsopbouw voor drones;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Nieuwe bilaterale overeenkomsten op het gebied van drones</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>296.</NO.P>beveelt aan bilaterale overeenkomsten te sluiten met strategische partners buiten de EU met het oog op veilige coproductie en technologieoverdracht, waarbij gebruikgemaakt wordt van modellen voor gezamenlijke ontwikkeling en medefinanciering, om toegang te krijgen tot beproefde systemen en tegelijkertijd productiecapaciteit op te bouwen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>297.</NO.P>benadrukt dat deze overeenkomsten strikte waarborgen voor intellectuele eigendom moeten omvatten, het Europese industriële concurrentievermogen en de technologische soevereiniteit moeten beschermen en interoperabiliteit met NAVO-strijdkrachten van buiten de EU, met name West-Europese landen die geen lid zijn van de EU, moeten waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>298.</NO.P>verzoekt de Commissie bereidwillige landen van de Westelijke Balkan in het dronemuur-project te integreren, naast nauwere samenwerking op het gebied van veiligheid en defensie, met inbegrip van capaciteitsopbouw, bestrijding van hybride dreigingen en bescherming van kritieke infrastructuur;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>299.</NO.P>pleit ervoor prioriteit te geven aan dronespecifieke bijstand in het kader van de Europese Vredesfaciliteit en andere relevante instrumenten voor extern optreden van de EU, zodat partnerlanden asymmetrische dreigingen doeltreffend kunnen aanpakken en beter toegerust zijn voor operaties op het gebied van terrorismebestrijding;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>300.</NO.P>herinnert aan de aanzienlijke vooruitgang en deskundigheid van gelijkgestemde democratische partners in de Indo-Pacifische regio op het gebied van dronetechnologie, nieuwe technologieën en onderzoek voor tweeërlei gebruik; dringt aan op een versterking van de samenwerking en partnerschappen op het gebied van veiligheid en defensie met de partners van de EU in de Indo-Pacifische regio, waaronder Taiwan, met name op het gebied van dronetechnologie en relevante industrieën; benadrukt het belang van het opbouwen van veilige toeleveringsketens die onafhankelijk zijn van Chinese invloed en steunen op democratische waarden om de veiligheid en veerkracht te versterken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>301.</NO.P>pleit voor het gebruik van modellen voor gezamenlijke ontwikkeling en medefinanciering met gelijkgestemde partners die de veiligheidsbelangen van de EU en haar lidstaten niet schaden, om toegang te krijgen tot beproefde systemen en tegelijkertijd de productiecapaciteit van de EU op te bouwen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>302.</NO.P>verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat nieuwe handels- of politieke overeenkomsten van de EU met andere landen, of mogelijke wijzigingen van bestaande overeenkomsten, geen belemmeringen vormen voor de toegang tot sleuteltechnologieën voor de ontwikkeling van drones en geen afhankelijkheden creëren die kwetsbaarheid in de hand werken;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Samenwerking met Oekraïne</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>303.</NO.P>benadrukt dat Rusland en Oekraïne momenteel de twee landen zijn die het meeste ervaring hebben op het vlak van oorlogvoering met drones;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>304.</NO.P>dringt er bij de EU en haar lidstaten op aan met Oekraïne samen te werken voor al hun dronegerelateerde initiatieven, als een manier om de ontwikkeling van drones in de EU te versnellen en de steun aan Oekraïne op te voeren; verzoekt de lidstaten met name te overwegen deel te nemen aan opleidingsmissies in Oekraïne op het gebied van oorlogvoering met drones en droneafweer, om zich volledig vertrouwd te maken met de kennis en innovatieve technieken waarover de Oekraïense strijdkrachten beschikken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>305.</NO.P>pleit ervoor de kennisuitwisseling met Oekraïne een institutioneel karakter te geven door het ontwikkelen van formele uitwisselingsprogramma’s tussen Oekraïense drone-operatoren en EU/NAVO-trainers, onder coördinatie van het NAVO-centrum voor gezamenlijke analyse, training en opleiding, het NAVO-centrum voor veiligheidsbijstand voor Oekraïne en het EDA, om ervoor te zorgen dat op het slagveld beproefde tactieken snel worden geïntegreerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>306.</NO.P>beveelt aan een duurzame en systematische uitwisseling van beste praktijken en training met Oekraïne tot stand te brengen, om de operationele en tactische militaire ervaring van het land op verschillende niveaus te integreren, onder meer op het niveau van het strategische commando;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>307.</NO.P>dringt erop aan Oekraïense deskundigen op te nemen in bestuursraden, teams die verantwoordelijk zijn voor proeven en uitwisselingsstages voor piloten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>308.</NO.P>dringt aan op de oprichting van een databank voor kennisuitwisseling en coördinatie met Oekraïne om militaire gegevens te verzamelen, gevalideerde tactieken te publiceren en doctrines snel bij te werken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>309.</NO.P>verzoekt het EDA een bureau in Oekraïne op te richten dat de ervaring kan benutten van het bestaande EU-Bureau voor defensie-innovatie, met een attaché van het EDA die de taak heeft om deel te nemen aan werkgroepen tussen Oekraïne en de lidstaten om de uitwisseling van beste praktijken tussen Oekraïne en de lidstaten te vergemakkelijken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>310.</NO.P>moedigt Oekraïne aan meer droneoperatoren in te zetten in opleidingsinstellingen en -programma’s van de EU en de NAVO ter uitbreiding van het aantal lidstaten waarmee Oekraïne kan samenwerken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>311.</NO.P>erkent dat de Oekraïense productie van drones aanzienlijk wordt belemmerd door het gebrek aan kapitaalinvestering en dringt aan op het gebruik van bevroren Russische activa om de ontwikkeling van drones in Oekraïne te ondersteunen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>312.</NO.P>roept de Commissie, de lidstaten en hun defensie-industrieën op tot het ondersteunen van, investeren in en samenwerken met de Oekraïense defensie-industrie om het volledige potentieel van de productiecapaciteit in Oekraïne zo efficiënt mogelijk te benutten, overeenkomstig het “Deense model”;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>313.</NO.P>pleit voor verdieping van de industriële samenwerking met Oekraïense dronefabrikanten die gevechtservaring hebben en betaalbaar en bekwaam zijn; dringt er bij de lidstaten en hun defensie-industrieën op aan extra investeringen te doen, joint ventures op te zetten en partnerschappen met Oekraïne te ontwikkelen voor de gezamenlijke ontwikkeling van defensieproducten in de EU, met name op het gebied van UAS en UAS-afweer;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>314.</NO.P>benadrukt de noodzaak van het ontwikkelen van een langetermijnstrategie om innovatie en ontwikkeling van dronevermogens na het einde van de oorlog in Oekraïne te stimuleren, aangezien drones verder zullen worden ingezet in andere mondiale conflicten en onderstreept dat een enge focus op het Europese toneel het risico met zich meebrengt verstoken te blijven van de voortdurende wereldwijde ontwikkeling en evolutie van dronetechnologieën;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Coördinatie van het regelgevingsklimaat in samenwerking met strategische partners</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>315.</NO.P>moedigt de lidstaten aan te streven naar een regelgevingsklimaat en aanbestedingsprocedures die het huidige Europese ecosysteem coördineren en integreren met strategische partners zoals de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Canada, Australië en Japan, waarbij deze met name de benodigde kritieke vermogens en grondstoffen leveren en waarbij de nadruk wordt gelegd op gezamenlijke ontwikkeling op het gebied van aandrijving, elektronische oorlogvoering, lasers en kritieke software voor missies;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>316.</NO.P>is zich bewust van de verschillen in regelgevingskaders tussen de lidstaten en landen buiten de EU en moedigt samenwerking aan met andere belangrijke droneproducerende landen om de regelgeving beter af te stemmen en een veiligere mondiale integratie van UAS te ondersteunen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>317.</NO.P>benadrukt dat het ecosysteem voor halfgeleiders dat bij de chipsverordening is vastgesteld, ook de digitale ruggengraat van Europese dronecorridors en infrastructuur voor militaire mobiliteit moet ondersteunen, waardoor beveiligde gegevensuitwisseling, de fusie van sensorgegevens en op AI gebaseerde verkeerscoördinatie voor zowel militaire als civiele onbemande systemen mogelijk worden gemaakt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>318.</NO.P>dringt aan op een analyse van de toeleveringsketen en onshoring van kritieke componenten die nodig zijn voor de droneproductiecapaciteit op de lange termijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>319.</NO.P>wijst op de noodzaak van het behoud van de samenwerking en uitwisseling van technische en operationele ervaring op het gebied van ontwerp, productie en bediening van onbemande systemen ook met partners buiten de EU en de NAVO;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>320.</NO.P>onderstreept dat een dergelijke samenwerking betrekking moet hebben op uitwisseling tussen technici, mechatronicaspecialisten, IT-deskundigen, professionals op het gebied van elektronica en opto-elektronica, teneinde innovatie, interoperabiliteit en technologische ontwikkeling in het bredere defensie-ecosysteem te bevorderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>321.</NO.P>dringt erop aan meer synergieën tot stand te brengen tussen de chipsverordening en EU-initiatieven voor defensiefinanciering via het initiatief Chips voor Europa in het kader van de chipsverordening en de Europese Raad voor halfgeleiders om de verdere ontwikkeling van de productie van halfgeleiders in de lidstaten te ondersteunen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Drones en terrorismebestrijdingsoperaties buiten de EU</STRING></STRING></ACTINIT><ACTINIT><STRING ITALIC="on">C-UAS integreren in EU-oefeningen voor terrorismebestrijding</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>322.</NO.P>dringt aan op de invoering van een modulair C-UAS-opleidingscurriculum voor eenheden voor terrorismebestrijding, met aandacht voor drone-herkenning, technieken voor gebiedsafgrendeling en cyberbeveiligingsoefeningen met ethische hackers (red team simulations);</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>323.</NO.P>dringt erop aan de C-UAS-doctrine op te nemen in gezamenlijke EU-oefeningen op het gebied van terrorismebestrijding in het kader van het EDA en Frontex; onderstreept het belang van de uitwisseling van inlichtingen met NAVO- en strategische partners om te anticiperen op het gebruik van drones door terroristen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>324.</NO.P>moedigt het gebruik van drones aan bij EU-missies en Frontex-grensoperaties om vermoedelijke terroristische bewegingen, smokkel- en handelsroutes en gebieden die kampen met migratiedruk te monitoren; wijst erop dat UAS beeld-, thermische, multispectrale en synthetisch-apertuurradarsensoren met hoge resolutie kunnen bevatten die door het wolkendek of het donker heen kunnen dringen, waardoor verdachte bewegingen of voertuigen kunnen worden gedetecteerd; merkt op dat drones in conflictgebieden of afgelegen grenszones voortdurend met een laag risico kunnen worden ingezet voor het inwinnen van inlichtingen, bewaking en verkenning en zo veel meer mogelijkheden bieden dan de huidige bemande of grondplatforms, en dat de gegevens van drones hierbij rechtstreeks bijdragen tot het verzamelen van inlichtingen, grenscommando en -controle en snelle besluitvorming;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>325.</NO.P>wijst op de belangrijke rol van surveillancedrones bij grensbeveiliging in de EU, maar waarschuwt ook dat drones een cruciaal en onvervangbaar instrument kunnen worden voor smokkeloperaties; dringt er bij de lidstaten op aan drone-specifieke responsprotocollen op te nemen in de nationale weerbaarheidsplannen; roept ertoe op grensbewakings- en rechtshandhavingsfunctionarissen op te leiden over drone-operaties en het onderscheppen van drones;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>326.</NO.P>dringt aan op de financiering van gezamenlijke aanbestedingen en gezamenlijke O&amp;O voor C-UAS-systemen via het EDF, waarbij prioriteit moet worden gegeven aan snel inzetbare mobiele oplossingen die geschikt zijn voor op verzoek uitgevoerde expeditieoperaties op het gebied van terrorismebestrijding;</P></ACTION><SEPARATION><P>°</P><P>°	°</P></SEPARATION><ACTION><P><NO.P>327.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Europese Raad, de Raad, de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de voorzitter van de Commissie en de bevoegde commissarissen, de secretaris-generaal van de VN, de secretaris-generaal van de NAVO, de voorzitter van de Parlementaire Vergadering van de NAVO, de EU-agentschappen die bevoegd zijn op het gebied van veiligheid en defensie, en de regeringen en parlementen van de lidstaten.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>