<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2026)0023</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">De gewelddadige onderdrukking van demonstranten in Iran</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(B10-0071, 0080, 0081, 0083 en 0095/2026)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 22 januari 2026 over de gewelddadige onderdrukking van demonstranten in Iran (2026/2565(RSP))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn eerdere resoluties over Iran,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 13 november 2025 over het aanpakken van grensoverschrijdende repressie ten aanzien van mensenrechtenverdedigers<FOOTNOTE><FIELD> Aangenomen teksten, P10_TA(2025)0258.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaringen van de voorzitter van de Commissie, Ursula von der Leyen, en de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV), Kaja Kallas, na het gewelddadige optreden in januari 2026,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de toekenning van de Sacharovprijs voor de vrijheid van denken 2023 aan Jina Mahsa Amini en de beweging “Vrouw, Leven, Vrijheid” in Iran,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het besluit van de voorzitter van het Europees Parlement, Roberta Metsola, om alle diplomatieke medewerkers en vertegenwoordigers van het Iraanse regime de toegang tot alle gebouwen van het Parlement te ontzeggen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten van 1966,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de wereldwijde EU-sanctieregeling voor de mensenrechten,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de EU-richtsnoeren inzake geweld tegen vrouwen en de bestrijding van alle vormen van discriminatie van vrouwen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de gezamenlijke verklaring van 13 januari 2026 van speciale rapporteurs van de VN en onafhankelijke deskundigen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Handvest van de Verenigde Naties,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van 1948,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verslagen van de speciale VN-rapporteur voor de mensenrechtensituatie in de Islamitische Republiek Iran,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het persbericht van het Bureau van de Hoge Commissaris van de VN voor de mensenrechten van 10 januari 2026, getiteld “Iran: UN Fact-Finding Mission calls for immediate restoration of internet access and adherence to international human rights law”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 136, leden 2 en 4, van zijn Reglement,</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat in Iran op 28 december 2025 demonstraties zijn gehouden die zich snel hebben ontwikkeld tot landelijke protesten, waarbij tienduizenden Iraniërs vanaf 8 januari 2026 in verschillende steden en provincies de straat zijn opgegaan en dat dit aantal in de daaropvolgende dagen tot honderdduizend is gestegen; overwegende dat de demonstraties werden begonnen door bazaarverkopers die hun winkels sloten uit protest tegen de haperende economie van Iran, hun marginalisering daarin, de ineenstorting van de munteenheid en de uitholling van de levensstandaard, en zich ontwikkelden tot grotere protesten tegen de regering die een breed spectrum van de Iraanse samenleving vertegenwoordigen, waarbij demonstranten opriepen tot fundamentele politieke verandering en een einde aan het huidige regime;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat de demonstraties aanvankelijk waren ingegeven door diepgewortelde grieven over de rampzalige toestand van de economie van het land, de torenhoge voedselprijzen, de stijgende inflatie en de wijdverbreide corruptie; overwegende dat het Iraanse regime systematisch heeft nagelaten in de basisbehoeften van zijn bevolking te voorzien;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat de Iraanse veiligheidstroepen, waaronder de Islamitische Revolutionaire Garde en de politie, in het hele land systematisch gewelddadig hebben opgetreden tegen demonstranten waarbij dodelijk geweld werd gebruikt dat mogelijk is gemaakt door Chinese uitrusting en bewakingstechnologie, en duizenden vreedzame demonstranten hebben vermoord en opgesloten; overwegende dat er berichten zijn dat de Iraanse veiligheidstroepen chemische wapens hebben gebruikt om de protesten te onderdrukken; overwegende dat het aantal doden momenteel wordt onderschat omdat de communicatie wordt belemmerd doordat het internet is stilgelegd; overwegende dat volgens de onafhankelijke internationale onderzoeksmissie van de VN inzake de Islamitische Republiek Iran, geloofwaardige berichten erop wijzen dat de Hoge Nationale Veiligheidsraad een verklaring heeft uitgegeven waarin hij de veiligheidstroepen opdraagt “resoluut” op te treden om een einde te maken aan de protesten; overwegende dat volgens de onderzoeksmissie van de VN het staatsgeweld vooral meedogenloos is geweest in regio’s met etnische minderheden; overwegende dat de Iraanse autoriteiten massale willekeurige arrestaties hebben uitgevoerd en duizenden demonstranten, activisten, journalisten en mensenrechtenverdedigers hebben aangehouden, zonder een eerlijke procesgang en op basis van valse beschuldigingen in verband met de nationale veiligheid; overwegende dat de Iraanse rechterlijke macht kortgedingen tegen gedetineerde demonstranten in oneerlijke rechtszaken heeft versneld, en de doodstraf heeft opgelegd; overwegende dat de Iraanse rechterlijke macht doodvonnissen heeft uitgevoerd op basis van eerdere veroordelingen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat deze acties ernstige schendingen vormen van het internationaal recht inzake de mensenrechten, met inbegrip van de verplichtingen uit hoofde van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, waarbij Iran partij is;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat Iran de doodstraf blijft gebruiken als een belangrijk repressiemiddel om demonstranten te intimideren en afwijkende meningen de mond te snoeren;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat de Iraanse autoriteiten sinds 8 januari 2026 de communicatie, met inbegrip van internettoegang en mobiele en vaste telefoonnetwerken, in het hele land hebben stilgelegd, in een van de meest uitgebreide en geperfectioneerde black-outs in de wereldgeschiedenis, zodat het Iraanse volk wordt belemmerd in zijn mogelijkheden om te communiceren, zich te organiseren en de buitenwereld te informeren te midden van een meedogenloos optreden, met als doel de ware omvang van de protesten en de wreedheid van het optreden te verhullen en medische hulpverlening te ondermijnen; overwegende dat Iran een slechte naam heeft op het gebied van internetafsluitingen en een lange geschiedenis heeft van het in tijden van onrust blokkeren van de toegang tot internet en telecommunicatie om afwijkende meningen het zwijgen op te leggen en protesten de kop in te drukken;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat het recht op vrijheid van vreedzame vergadering en vereniging wordt beschermd door artikel 20 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat de leiders van het regime nog steeds geen gehoor geven aan de legitieme eisen van de demonstranten; overwegende dat volgens de afdeling Statistiek van de Verenigde Naties ongeveer 60 % van de Iraanse bevolking jonger is dan 39 jaar en dat het merendeel van de bevolking na de Islamitische Revolutie in 1979 is geboren;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat de Iraanse autoriteiten publiekelijk hebben gedreigd hardhandig te blijven optreden tegen de protesten en de betrokkenen streng te straffen; overwegende dat de Iraanse minister van Justitie op 14 januari 2026 naar verluidt heeft verklaard dat iedereen die na 8 januari 2026 is gearresteerd, een crimineel en een terrorist is, waardoor vreedzaam protest in feite strafbaar wordt gesteld en de vrijheid van meningsuiting en vergadering verder wordt onderdrukt; overwegende dat het Parlement de onderdrukking door het Iraanse regime en het geweld tegen zijn eigen bevolking consistent en ondubbelzinnig heeft veroordeeld, met inbegrip van de executies, de veroordelingen tot de doodstraf na oneerlijke rechtszaken, de onmenselijke detentieomstandigheden en de systematische aanvallen op politieke activisten en etnische en religieuze gemeenschappen; overwegende dat het Parlement meerdere oproepen heeft gedaan om de Islamitische Revolutionaire Garde aan te wijzen als terroristische organisatie;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat zeven mensenrechtendeskundigen van de VN de Iraanse autoriteiten hebben opgeroepen de geweldsspiraal te doorbreken, het fundamentele recht van de bevolking te eerbiedigen om afwijkende meningen te uiten en deel te nemen aan vreedzame protesten zonder angst voor represailles, en tegemoet te komen aan de eisen van de bevolking met betrekking tot burgerrechten en politieke, economische en culturele rechten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>K.</NO.P>overwegende dat de recente golf van demonstraties het hoogtepunt is van een lange reeks massale protesten, gevolgd door gruwelijk optreden; overwegende dat de vorige landelijke protesten in Iran — de “Groene Beweging” in 2009 en “Vrouw, leven, vrijheid” van september 2022, naar aanleiding van de moord op de 22-jarige Jina Mahsa Amini door de Iraanse zedenpolitie — ook brutaal werden neergeslagen waarbij vrouwen in hun gezicht, borsten en genitaliën werden beschoten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>L.</NO.P>overwegende dat het Europees Parlement de Sacharovprijs voor de vrijheid van denken 2023 heeft toegekend aan Jina Mahsa Amini en de beweging “Vrouw, leven en vrijheid” in Iran als eerbetoon aan alle moedige vrouwen, mannen en jongeren in Iran die onder enorme druk zijn blijven strijden voor hun rechten en voor verandering;</P></CONS><CONS><P><NO.P>M.</NO.P>overwegende dat overheidsbeleid de routinematige handhaving van verplichte kledingvoorschriften mogelijk heeft gemaakt door middel van moraalpatrouilles, bewakingstechnologieën en administratieve straffen, hetgeen heeft geleid tot arrestaties, boeten, ontzegging van toegang tot onderwijs en werk, en vrijheidsstraffen voor vrouwen en meisjes die zich niet aan de regels houden; overwegende dat er gedocumenteerde gevallen zijn van fysieke mishandeling en sterfgevallen in hechtenis in verband met dergelijke handhaving; overwegende dat de enorme moed en vastberadenheid van de dappere vrouwen van Iran, die onverschrokken en opstandig het hoofd boden aan de laffe tactieken van het regime, een cruciale rol hebben gespeeld in het verzet tegen dit wrede regime;</P></CONS><CONS><P><NO.P>N.</NO.P>overwegende dat de Islamitische Republiek Iran een zeer destabiliserende rol in het Midden-Oosten en de ruimere regio heeft gespeeld, onder meer door steun te verlenen aan terroristische aan Iran gelieerde groeperingen zoals Hezbollah in Libanon, de Houthi’s in Jemen, Hamas in Gaza en sjiitische milities in Irak, en door een as van terreur te creëren die zich over de hele regio uitstrekt; overwegende dat de schadelijke invloed van Iran niet beperkt is tot het Midden-Oosten, aangezien het land nog steeds een enorm risico vormt voor de Europese veiligheid en voor democratieën overal ter wereld door hybride dreigingen en kwaadaardige cyberactiviteiten, waaronder door Rusland bij te staan in zijn aanvalsoorlog tegen Oekraïne, bijvoorbeeld door gewapende drones, raketten en munitie te leveren en technologie en opleiding te verstrekken die Rusland in staat hebben gesteld zijn productie op te voeren, en door de Venezolaanse dictatuur te ondersteunen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>O.</NO.P>overwegende dat er geloofwaardige aanwijzingen zijn dat Iraanse diplomatieke vertegenwoordigingen in verschillende lidstaten betrokken zijn geweest bij propaganda, desinformatie en intimidatie gericht tegen Iraanse diasporagemeenschappen in Europa, hetgeen in strijd is met het internationaal recht en de beginselen inzake diplomatieke betrekkingen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>P.</NO.P>overwegende dat de EU drie sanctieregelingen tegen Iran heeft aangenomen: een eerste regeling naar aanleiding van ernstige mensenrechtenschendingen in het land, jaarlijks verlengd en voor het laatst verlengd tot 13 april 2026, een tweede regeling in verband met de niet-verspreiding van massavernietigingswapens, en een derde regeling naar aanleiding van de militaire steun van Iran aan de aanvalsoorlog van Rusland tegen Oekraïne en aan gewapende groepen en entiteiten in het Midden-Oosten en het Rode Zeegebied; overwegende dat via deze regimes momenteel sancties zijn opgelegd aan meer dan 230 personen en 40 entiteiten in Iran, waaronder de Islamitische Revolutionaire Garde;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Q.</NO.P>overwegende dat het Parlement in januari 2026 bij besluit van zijn voorzitter alle diplomatieke medewerkers en vertegenwoordigers van de Islamitische Republiek Iran de toegang tot alle gebouwen van het Parlement in Brussel, Straatsburg en Luxemburg heeft ontzegd als reactie op het gewelddadige optreden van de Iraanse autoriteiten tegen protesten in het hele land en hun weigering om de fundamentele vrijheden te eerbiedigen, waarbij houders van Iraanse paspoorten worden gecontroleerd en de toegang wordt geweigerd als zij worden geïdentificeerd als personen die namens het regime handelen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>R.</NO.P>overwegende dat de Iraanse autoriteiten de afgelopen jaren de vervolging en bestraffing van etnische en religieuze gemeenschappen, met name christenen, hebben geïntensiveerd, waarbij nationale rechtbanken lange gevangenisstraffen hebben opgelegd wegens aanklachten die uitsluitend verband hielden met hun geloof of religieuze activiteiten;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>spreekt zijn ondubbelzinnige veroordeling en verontwaardiging uit inzake de gewelddadige onderdrukking en de massamoord door het Iraanse regime op demonstranten die de afgelopen twee weken in tientallen steden de straat op zijn gegaan; geeft uiting aan zijn volledige solidariteit met de bevolking van Iran en zijn moedige en legitieme protestbeweging die waardigheid, veiligheid en eerbiediging van de rechten van de Iraanse bevolking eist;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>eist dat de Iraanse autoriteiten, onder het bewind van dictator Ali Khamenei, onvoorwaardelijk een einde maken aan het geweld tegen vreedzame demonstranten, onmiddellijk alle executies stopzetten en ophouden met het vermoorden en onderdrukken van burgers die hun grondrechten uitoefenen; eist dat deze rechten, met name de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van vergadering, onvoorwaardelijk en te allen tijde worden geëerbiedigd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>dringt aan op de onmiddellijke vrijlating van alle gearresteerde demonstranten en politieke gevangenen; is ontzet over het verschrikkelijk hoge dodental en het grote aantal demonstranten dat wederrechtelijk wordt vastgehouden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>betuigt zijn oprechte medeleven met de families van al diegenen die zijn gedood als gevolg van de gewelddadige onderdrukking door de Iraanse autoriteiten; uit zijn diepe verontwaardiging over berichten waaruit blijkt dat de repressieve veiligheidstroepen en leden van de Islamitische Revolutionaire Garde familieleden en verwanten van demonstranten die tijden de protesten zijn gedood, aanvallen en intimideren; is zeer bezorgd over de gemelde weerzinwekkende praktijk van de Iraanse autoriteiten om de families van slachtoffers grote sommen geld af te persen in ruil voor de teruggave van de lichamen van hun overleden familieleden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>verzoekt de Raad om, overeenkomstig het gemeenschappelijk standpunt van de Raad van 27 december 2001 betreffende de toepassing van specifieke maatregelen ter bestrijding van het terrorisme<FOOTNOTE><FIELD> PB L 344 van 28.12.2001, blz. 93, ELI: http://data.europa.eu/eli/compos/2001/931/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, Verordening (EG) nr. 2580/2001 van de Raad<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EG) nr. 2580/2001 van de Raad van 27 december 2001 inzake specifieke beperkende maatregelen tegen bepaalde personen en entiteiten met het oog op de strijd tegen het terrorisme (PB L 344 van 28.12.2001, blz. 70, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2001/2580/oj).</FIELD></FOOTNOTE>, Richtlijn (EU) 2017/541<FOOTNOTE><FIELD> Richtlijn (EU) 2017/541 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2017 inzake terrorismebestrĳding en ter vervanging van Kaderbesluit 2002/475/JBZ van de Raad en tot wijziging van Besluit 2005/671/JBZ van de Raad (PB L 88 van 31.3.2017, blz. 6, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2017/541/oj).</FIELD></FOOTNOTE> en de wereldwijde EU-sanctieregeling voor de mensenrechten, de Islamitische Revolutionaire Garde, met inbegrip van de Basij-militie en de Quds-divisie als volwaardige terroristische organisatie aan te wijzen; betreurt dat sommige lidstaten zich blijven verzetten tegen een aanscherping van de beperkende maatregelen tegen het Iraanse regime; dringt erop aan dat een dergelijke aanwijzing tot uiting komt in de regeling inzake beperkende maatregelen van de EU; dringt aan op uitbreiding en strikte handhaving van de wereldwijde EU-sanctieregeling voor de mensenrechten en andere beperkende maatregelen van de EU, waaronder het bevriezen van tegoeden en een visumverbod, tegen alle Iraanse functionarissen die verantwoordelijk zijn voor onderdrukking en tegen alle entiteiten die onder controle staan van of optreden namens het bureau van de hoogste leider, met inbegrip van de plaatsing van alle relevante onderdelen van de Islamitische Revolutionaire Garde en personen op de terroristenlijst van de EU en de toepassing van bevriezing van tegoeden, reisverboden en andere passende beperkende maatregelen; benadrukt dat de Islamitische Revolutionaire Garde, met inbegrip van al haar geledingen en verbonden entiteiten, een centrale rol speelt bij de gewelddadige onderdrukking van vreedzame demonstranten en bij ernstige mensenrechtenschendingen, buitengerechtelijke executies en door de staat gesteund terrorisme, zowel op nationaal als op regionaal niveau; roept de lidstaten ertoe op om tegelijkertijd alle passende nationale maatregelen te nemen om de volledige uitvoering en handhaving van deze aanwijzing te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>brengt hulde aan en spreekt zijn krachtige steun uit voor het moedige Iraanse volk, dat al wekenlang de straat opgaat om te protesteren tegen de onderdrukking door het regime en de uiterst moeilijke economische en sociale omstandigheden; prijst de moed van de vele jongeren, vrouwen en mensenrechtenverdedigers die voor hun rechten blijven strijden ondanks de gevolgen voor hun persoon en de brutale onderdrukking die zij riskeren; is zich bewust van de cruciale rol die de beweging “Vrouwen, leven en vrijheid” speelt bij het moed inspreken van de bevolking en de demonstranten en het onthullen van het feit dat het regime verzwakt is en geen voeling meer heeft met de Iraanse bevolking; veroordeelt de sancties die de Iraanse autoriteiten hebben opgelegd aan leden van het Europees Parlement en van nationale parlementen en dringt erop aan dat deze sancties onmiddellijk worden opgeheven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>veroordeelt ten stelligste het wijdverbreide, brute, opzettelijke en onevenredige gebruik van geweld door de Iraanse veiligheidstroepen tegen vreedzame demonstranten; betreurt dat de moorden niet het resultaat zijn van enkele schermutselingen maar van een grootschalige en stelselmatige aanpak en een weloverwogen besluit om elke vorm van verzet en protest in de kiem te smoren; maakt zich zorgen over het feit dat het doden van duizenden demonstranten wijst op een verontrustende verschuiving in het onderdrukkingsbeleid van het Iraanse regime, van afschrikking naar strategische eliminatie; roept de lidstaten op om Iraanse functionarissen waarvan bewezen is dat ze rechtstreeks betrokken zijn bij de aanhoudende onderdrukking ter verantwoording te roepen voor hun misdaden overeenkomstig het internationaal recht; verzoekt de EU en haar lidstaten zich voor te bereiden op alle mogelijke scenario’s, met inbegrip van een mogelijke ineenstorting van het Iraanse regime, en ervoor te zorgen dat niemand die zich schuldig maakt aan onderdrukking, op enig moment asiel krijgt op het grondgebied van de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>eist dat alle demonstranten, mensenrechtenverdedigers en journalisten die momenteel in Iran vastzitten, onvoorwaardelijk worden vrijgelaten; verzoekt de autoriteiten alle families te informeren over de plaats waar hun naasten worden vastgehouden; roept op om advocaten en internationale waarnemers ongehinderd toegang te verlenen tot eenieder die tijdens de protesten is aangehouden en om de internationale gemeenschap te informeren over de identiteit van de gedetineerden; dringt aan op de onmiddellijke vrijlating en veilige repatriëring van alle EU-onderdanen die momenteel in Iran gevangengehouden worden en veroordeelt ten zeerste het onbeschaamde gebruik van gijzeldiplomatie door het regime;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>verwerpt ten stelligste de beweringen van de Iraanse autoriteiten dat tot de protesten is aangezet door buitenlandse agenten; merkt op dat de protesten het gevolg zijn van de diepe ontevredenheid van grote delen van de Iraanse bevolking, met name jongeren, vrouwen en minderheidsgroepen, met de diepe en meervoudige crises waarmee het land wordt geconfronteerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>wijst op de internationale verplichtingen van Iran op het gebied van de mensenrechten, met inbegrip van eerbiediging van het recht op vreedzame vergadering, de vrijheid van meningsuiting en het recht op leven, die zijn vastgelegd in de Universele Verklaring van de rechten van de mens en internationale verdragen waarbij Iran partij is; roept de EU ertoe op maatschappelijke, mensenrechten- en humanitaire organisaties in Iran te blijven ondersteunen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>benadrukt het volstrekt onwettige en gewelddadige karakter van het onmenselijke Iraanse regime, dat uitsluitend gebaseerd is op terreur, angst en intimidatie en dat gekant is tegen elk religieus, cultureel en etnisch pluralisme; verzoekt de Commissie en de lidstaten op doeltreffende wijze druk uit te oefenen op het regime; beschouwt de enorme golf van protesten als een ondubbelzinnig teken van de onhoudbaarheid van dit systeem na decennia van onderdrukking, en roept op tot een vrije en democratische transitie in Iran; betuigt zijn volledige solidariteit met de Iraanse diaspora, die een belangrijke rol speelt bij het streven naar vrijheid en democratie en het aanwakkeren van de protesten; ***erkent het Iraanse volk als enige legitieme bron van gezag en soevereiniteit in Iran;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>dringt erop aan dat de maatregelen worden gecoördineerd met gelijkgestemde partners en gepaard gaan met inspanningen om het omzeilen van sancties wereldwijd tegen te gaan; is ingenomen met de recente goedkeuring door de Verenigde Staten van gerichte sancties tegen hoge Iraanse functionarissen die verantwoordelijk zijn voor onderdrukking, en dringt er bij de EU op aan soortgelijke maatregelen te nemen; roept op tot de uitwijzing van familieleden van leden van de Islamitische Revolutionaire Garde die in de EU studeren of werken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>roept de EU en haar lidstaten ertoe op alle beschikbare instrumenten in te zetten om kwaadwillige cyberactiviteiten en buitenlandse informatiemanipulatie en inmenging te voorkomen, af te schrikken en erop te reageren, met inbegrip van activiteiten die worden uitgevoerd door of worden toegeschreven aan de Iraanse autoriteiten; moedigt het volledige gebruik aan van het EU-instrumentarium voor cyberdiplomatie, met inbegrip van beperkende maatregelen tegen individuen en entiteiten die verantwoordelijk zijn voor cyberaanvallen, en van de EU-sanctieregeling die gericht is op dergelijke aanvallen; dringt er bij de EU op aan om haar capaciteiten op het gebied van strategische communicatie, het opbouwen van veerkracht en attributie te versterken, in coördinatie met internationale partners;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>veroordeelt de pogingen van het Iraanse regime om de protesten te censureren door de internettoegang en telefoonnetwerken in het hele land te blokkeren; dringt aan op de onmiddellijke opheffing van alle verboden op onlinecommunicatie en -diensten in Iran; roept de EU en haar lidstaten op tot een aanzienlijke verhoging van de technische en financiële middelen ter ondersteuning van veilige digitale toegang, en verzoekt hen meer instrumenten te leveren om censuur te omzeilen en om digitale bescherming te bieden aan het Iraanse maatschappelijk middenveld, journalisten en mensenrechtenverdedigers; verzoekt de aanbieders van technologie en satellietdiensten alle legale en haalbare middelen te onderzoeken om de veilige toegang tot communicatiediensten te vergemakkelijken, zoals “direct to cell”-connectiviteit, om te zorgen voor ononderbroken toegang tot informatie voor Iraanse burgers, met name om noodcommunicatie en waarschuwingen via sms mogelijk te maken, en om te voorkomen dat platforms worden misbruikt voor repressiedoeleinden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>benadrukt dat het Iraanse regime al decennialang systematisch mensenrechtenactivisten, politieke dissidenten, minderheidsgemeenschappen en vrouwen in het vizier neemt, met name door middel van patronen van wrede onderdrukking; betuigt zijn solidariteit met alle mensen in Iran die worden vervolgd op grond van hun overtuigingen of identiteit en erkent de moed van minderheidsgemeenschappen die stelselmatig gediscrimineerd worden, zoals Koerden, Beloetsji’s, bahais en christenen; dringt aan op de onmiddellijke en onvoorwaardelijke vrijlating van alle personen die worden vastgehouden enkel en alleen omdat zij hun recht op vrijheid van godsdienst of overtuiging hebben uitgeoefend;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>herhaalt zijn oproepen aan Iran om onmiddellijke en ongehinderde toegang te verlenen aan de door de VN gemandateerde onderzoeksmissie, gezien de noodzaak van internationaal toezicht in dit klimaat van totale straffeloosheid waarin de Iraanse autoriteiten systematisch ernstige misdrijven hebben begaan volgens het internationaal recht, met inbegrip van moord, foltering, verkrachting en gedwongen verdwijningen om dissidenten het zwijgen op te leggen, en gezien de noodzaak om bewijsmateriaal te verzamelen en te bewaren ter ondersteuning van toekomstige vervolgingen; verzoekt de EU de uitbreiding van het mandaat van de onderzoeksmissie van de VN inzake Iran in de Mensenrechtenraad te steunen en dit mandaat uit te breiden tot het onderzoek van de huidige wreedheden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>neemt nota van het feit dat vrouwen en meisjes bij de protesten een prominente rol spelen en veroordeelt de stelselmatige onderdrukking door het regime van vrouwen en andere kwetsbare groepen via wetten en voorschriften waarmee vrijheden en rechten ernstig worden beperkt, zoals de vernederende wet die vrouwen verplicht een hidjab te dragen en de gewelddadige handhaving daarvan, ernstige beperkingen van de seksuele en reproductieve gezondheidsrechten van vrouwen en schendingen van de politieke, sociale, economische, culturele en persoonlijke rechten van vrouwen; benadrukt dat discriminatie in het erfrecht, en wetgeving inzake getuigenissen en nationaliteit waarbij vrouwen een ongelijke juridische status wordt verleend en hun autonomie zowel in het openbare als in het privéleven wordt beperkt, in strijd zijn met de internationale mensenrechtennormen waaraan Iran gebonden is;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>hekelt nogmaals het ontstellend hoge aantal executies in de afgelopen twee jaar, met name sinds het uitbreken van de recente demonstraties eind december, wat blijk geeft van de totale minachting van het regime voor mensenlevens en menselijke waardigheid;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>herinnert eraan dat in Iran de meeste doodvonnissen per hoofd van de bevolking ter wereld worden uitgesproken en dat de Iraanse autoriteiten sinds de opstand van “Vrouw, leven en vrijheid” in 2022 zijn begonnen met het meedogenloos executeren van een groot aantal mensen, onder wie dissidenten, vrouwen, journalisten en minderheden; hekelt het feit dat het regime, alleen al in 2025, 1 500 mensen heeft geëxecuteerd; herhaalt dat de EU sinds lang gekant is tegen de doodstraf en roept op tot de onmiddellijke afschaffing hiervan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>spreekt zijn volledige steun uit voor de Iraanse oppositie en verzoekt de VV/HV een inclusieve dialoog aan te gaan met de Iraanse democratische oppositie, met als doel het bevorderen van een democratische, vrije en pluralistische toekomst voor Iran; dringt erop aan dat vertegenwoordigers van de Iraanse democratische oppositie worden uitgenodigd in het Europees Parlement, en herhaalt dat het aan het Iraanse volk is om zijn toekomstige regering te bepalen; spoort de Commissie aan om de technische en financiële bijstand voor het Iraanse maatschappelijk middenveld uit te breiden; roept de verschillende actoren van de democratische oppositie op om samen te werken en de weg vrij te maken voor een rechtvaardig, inclusief en democratisch proces waarmee voor vrijheid en waardigheid kan worden gezorgd voor alle Iraanse burgers, ongeacht hun etnische afkomst, religie of gender; verzoekt de EU en haar lidstaten nauw samen te werken met gelijkgestemde partners ter ondersteuning van een vrij Iran waarin universele mensenrechten en gelijkheid prevaleren en dat wordt vormgegeven door het Iraanse volk zelf; is ervan overtuigd dat het bevorderen van de diverse Iraanse gemeenschappen en de fundamentele regionale, culturele en etnische diversiteit van het land van cruciaal belang is voor een democratische en vreedzame toekomst voor Iran;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>onderstreept nogmaals dat het Iraanse regime al tientallen jaren actief chaos en vernieling zaait in de hele regio en tegelijkertijd zowel in het binnenland als internationaal patronen van gewelddadige onderdrukking toepast; veroordeelt het gebruik door de Iraanse autoriteiten van brute transnationale repressie, zowel online als offline, om tegenstanders het zwijgen op te leggen, te intimideren, te onderdrukken, onder druk te zetten of zelfs te ontvoeren, en om hun families in het buitenland te bedreigen; verzoekt de Commissie in nauwe samenwerking met de lidstaten de preventie-, beschermings- en responsmechanismen in de EU te versterken en ervoor te zorgen dat alle daden van transnationale repressie doeltreffend worden onderzocht en vervolgd; benadrukt dat Iran nog steeds de grootste en ernstigste bedreiging vormt voor de veiligheid en stabiliteit van de ruimere regio en het belangrijkste obstakel blijft voor vrede; veroordeelt nogmaals krachtig de kwaadwillige activiteiten en inmenging van Iran in de regio en daarbuiten, met name in Libanon, Syrië, Jemen, Irak, de Westelijke Jordaanoever en Gaza;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>merkt op dat Iran en Rusland in toenemende mate kritieke inlichtingen uitwisselen en samenwerken bij het omzeilen van sancties via dekmantelbedrijven, connecties tussen banken en olietransfers met uitgeschakelde volgapparatuur; dringt aan op een betere handhaving van de EU-sancties, een snelle verbetering van de automatische identificatiesystemen om omzeiling van sancties en embargo’s tegen te gaan, en meer surveillance en inspecties van verdachte Iraanse vaartuigen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>verzoekt de VV/HV in samenwerking met de lidstaten de diplomatieke inspanningen ter ondersteuning van het Iraanse volk op te schroeven door na te gaan of in een versterkte diplomatieke aanwezigheid of vertegenwoordiging van de EU kan worden voorzien, zodat bescherming, humanitaire hulp en consulaire bijstand kan worden geboden aan personen die gevaar lopen omdat ze hun grondrechten uitoefenen, zoals vreedzame demonstranten; benadrukt dat er moet worden nagedacht over maatregelen om opvang-, informatie- en bijstandspunten op te zetten in overeenstemming met het internationaal recht en de relevante jurisprudentie van EU-lidstaten, teneinde de Unie beter in staat te stellen ernstige mensenrechtenschendingen ter plaatse te monitoren, te melden en erop te reageren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>is ingenomen met de toezegging van de VV/HV om verdere dwangmaatregelen tegen Iran te nemen; verzoekt de Raad en de lidstaten de huidige beperkende maatregelen snel uit te breiden om spoedig en passend te kunnen reageren op de aanhoudende repressie; is ingenomen met het feit dat de EU gerichte sancties overweegt tegen personen en entiteiten die verantwoordelijk zijn voor de gewelddadige onderdrukking van demonstranten, en dringt erop aan dat deze sancties snel worden goedgekeurd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>eist dat de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) regelmatig over de situatie in Iran verslag uitbrengt; stelt voor een plek te creëren of te identificeren waar de namen van alle slachtoffers van de recente bloedbaden kunnen worden geregistreerd, om de moorden en verwondingen te documenteren en de gegevens van de doden en gewonden te bewaren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>roept de EU-lidstaten en de EDEO op te verzoeken om een speciale zitting van de VN-Mensenrechtenraad over de mensenrechtencrisis in Iran, om legitiem internationaal verzet tegen het gedrag van het Iraanse regime te tonen en te bevorderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>verzoekt de Commissie en de lidstaten steun te verlenen aan alle inspanningen die zowel binnen als buiten de VN worden geleverd op het gebied van verantwoordingsplicht, om de sterfgevallen te documenteren en deze snel en op onafhankelijke en transparante wijze te onderzoeken, onder meer door het verzamelen van getuigenissen en bewijsmateriaal van mensen die het land ontvluchten; is ingenomen met het besluit van de VN-Mensenrechtenraad om een bijzondere bijeenkomst te houden over de situatie in Iran;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>benadrukt dat elke normalisering van de betrekkingen met Iran afhankelijk is van de onvoorwaardelijke vrijlating van alle politieke gevangenen, de verifieerbare beëindiging van de systematische onderdrukking en werkelijke vooruitgang in de richting van democratie en de rechtsstaat;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>verzoekt de EDEO, de Commissie en de lidstaten de schendingen door het Iraanse regime aan de orde te blijven stellen in bilaterale en multilaterale fora en ervoor te zorgen dat de beperkende maatregelen van de EU doelgericht en empirisch onderbouwd blijven en voort gericht zijn op personen en entiteiten die verantwoordelijk zijn voor ernstige mensenrechtenschendingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>is ingenomen met het besluit van zijn Voorzitter, Roberta Metsola, om alle diplomatieke medewerkers en vertegenwoordigers van het Iraanse regime de toegang tot de gebouwen van het Parlement te ontzeggen; verzoekt de lidstaten dit voorbeeld te volgen en soortgelijke beperkingen op te leggen, onder meer door indien nodig de diplomatieke status van het personeel van de diplomatieke en consulaire missies van Iran in de hele EU in te trekken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de lidstaten en het kabinet van de president van de Islamitische Republiek Iran.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>