<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2026)0024</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">De poging tot overname van de publieke omroep van Litouwen en de bedreiging van de democratie in Litouwen</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(B10-0070, 0073, 0074, 0075 en 0078/2026)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 22 januari 2026 over de poging tot overname van de publieke omroep van Litouwen en de bedreiging van de democratie in Litouwen (2026/2568(RSP))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de artikelen 2 en 7 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name de artikelen 114 en 258,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, en met name artikel 11,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2024/1083 van het Europees Parlement en de Raad van 11 april 2024 tot vaststelling van een gemeenschappelijk kader voor mediadiensten op de interne markt en tot wijziging van Richtlijn 2010/13/EU<FOOTNOTE><FIELD> PB L, 2024/1083, 17.4.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1083/oj.</FIELD></FOOTNOTE> (“Europese verordening mediavrijheid”), en met name de artikelen 5 en 21,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie en van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens over de vrijheid van de media,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Protocol nr. 29 betreffende het openbare-omroepstelsel in de lidstaten<FOOTNOTE><FIELD> PB C 326 van 26.10.2012, blz. 312, ELI: http://data.europa.eu/eli/treaty/tfeu_2012/pro_29/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de jurisprudentie van het Grondwettelijk Hof van de Republiek Litouwen over de constitutionele status en onafhankelijkheid van de nationale publieke omroep, met name zijn uitspraken van 21 december 2006, 16 mei 2019 en 3 november 2020,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de bijgewerkte lijst met criteria voor de rechtsstaat van de Europese Commissie voor democratie middels het recht (de Commissie van Venetië) en het instrumentarium voor de rechtsstaat van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de recente ontwikkelingen op wetgevingsgebied in Litouwen die van invloed zijn op het financieringsmodel voor de nationale publieke omroep en die tot doel hebben de procedures voor het ontslag van de directeur-generaal ervan te vereenvoudigen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarlijks verslag van de Commissie over de rechtsstaat, met name het verslag over de rechtsstaat 2025, meer specifiek het hoofdstuk over de situatie van de rechtsstaat in Litouwen (SWD(2025)0915),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 136, leden 2 en 4, van zijn Reglement,</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat vrije, onafhankelijke en pluriforme media een van de essentiële pijlers van de democratie, de rechtsstaat en de bescherming van de grondrechten in de EU vormen; overwegende dat de verzwakking van nationale publieke omroepen de normen voor mediavrijheid ondermijnt in een tijd waarin desinformatie, buitenlandse inmenging en politieke polarisatie toenemen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat media-aanbieders met een publieke opdracht een sleutelrol spelen als het gaat om het waarborgen van toegang tot onpartijdige informatie, het waarborgen van pluralisme, het controleren van de machthebbers, het ter verantwoording roepen van overheidsinstanties, het tegengaan van desinformatie en het mogelijk maken van geïnformeerde democratische participatie; overwegende dat publieke omroepen deze taken alleen maar doeltreffend kunnen vervullen als hun institutionele en redactionele onafhankelijkheid volledig gewaarborgd is;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat hervormingen die gevolgen hebben voor de publieke media op transparante en inclusieve wijze moeten worden doorgevoerd, in overleg met de belanghebbenden, waaronder journalisten, het maatschappelijk middenveld en mediadeskundigen, en in overeenstemming met het EU-recht;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat media-aanbieders met een publieke opdracht een bijzondere rol spelen op de interne markt, omdat zij ervoor zorgen dat burgers en bedrijven toegang hebben tot een divers aanbod aan inhoud, waaronder hoogwaardige informatie en onpartijdige en evenwichtige berichtgeving, en daarmee een uiterst belangrijke rol spelen bij de handhaving van het grondrecht op vrijheid van meningsuiting en informatie, zodat mensen diverse informatie kunnen zoeken en ontvangen, en bij het bevorderen van de waarden van democratie, culturele diversiteit en sociale cohesie;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat stevige nationale juridische waarborgen noodzakelijk zijn om media-aanbieders met een publieke opdracht in staat te stellen op onafhankelijke wijze te opereren en ervoor te zorgen dat zij redactioneel en functioneel onafhankelijk zijn en op onpartijdige wijze een verscheidenheid aan informatie en opinies kunnen aanbieden; overwegende dat in artikel 3 van de Europese verordening mediavrijheid is bepaald dat de lidstaten het recht van burgers op toegang tot een verscheidenheid aan redactioneel onafhankelijke media-inhoud moeten eerbiedigen ten behoeve van een vrij en democratisch debat; overwegende dat deze beginselen in artikel 5 van de Europese verordening mediavrijheid worden geconcretiseerd doordat daarin wordt bepaald dat de procedures voor de benoeming en het ontslag van het hoofd van het management of de leden van de raad van bestuur van media-aanbieders met een publieke opdracht transparant en objectief moeten zijn en dat besluiten over het vroegtijdig ontslag van deze personen alleen bij wijze van uitzondering kunnen worden genomen, in alle gevallen moeten worden gemotiveerd en vooraf aan de betrokken personen moeten worden meegedeeld, en vatbaar zijn voor rechterlijke toetsing; overwegende dat artikel 5, lid 3, van de Europese verordening mediavrijheid de lidstaten verplicht ervoor te zorgen dat “financieringsprocedures voor media-aanbieders met een publieke opdracht gebaseerd zijn op transparante en objectieve criteria die vooraf zijn vastgesteld”, en dat adequate, duurzame en voorspelbare financiële middelen worden verstrekt die zijn afgestemd op hun publieke opdracht en hun redactionele onafhankelijkheid wordt gewaarborgd; overwegende dat in artikel 21 van de Europese verordening mediavrijheid is bepaald dat nationale wetgevende, regulerende of bestuursrechtelijke maatregelen die waarschijnlijk van invloed zijn op de pluriformiteit van de media of de redactionele onafhankelijkheid, naar behoren moeten worden gemotiveerd en evenredig moeten zijn;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat de voorzitter van de Commissie in haar toespraak over de Staat van de Unie 2025 heeft benadrukt dat de verslechtering van de positie van de traditionele onafhankelijke media in delen van de EU heeft geleid tot het ontstaan van “nieuwswoestijnen”, waar desinformatie alle ruimte krijgt, wat een groot risico vormt voor de democratie; overwegende dat zij benadrukte dat onafhankelijke media van essentieel belang zijn om machthebbers ter verantwoording te roepen en corruptie te voorkomen, en dat beïnvloeding van de media vaak de eerste stap is in het draaiboek van autoritaire regimes, omdat het zonder publieke controle mogelijk is om de democratische beginselen terzijde te schuiven en corruptie vrij baan te geven;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat uit de situatie in een aantal lidstaten en in andere delen van de wereld valt af te leiden dat pogingen om de publieke media onder controle te krijgen een eerste stap kunnen zijn op weg naar democratische achteruitgang in bredere zin;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat krachtens de grondwet van de Republiek Litouwen de nationale publieke omroep een speciale taak van algemeen belang heeft, namelijk ervoor zorgen dat de samenleving op nationaal niveau naar behoren wordt geïnformeerd op een wijze die de constitutionele en gemeenschappelijke menselijke waarden bevordert; overwegende dat krachtens de grondwet van de Republiek Litouwen de nationale publieke omroep bij de uitvoering van deze in de grondwet neergelegde taak moet waarborgen dat al zijn activiteiten gebaseerd zijn op de beginselen van pluralistische democratie, objectiviteit, onpartijdigheid en eerbiediging van de menselijke waardigheid en de grondrechten, waaronder de vrijheid van overtuiging en meningsuiting;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat het Grondwettelijk Hof van de Republiek Litouwen heeft bepaald dat de constitutionele opdracht van de nationale publieke omroep haar onafhankelijkheid impliceert en dat elk controlemodel verenigbaar moet blijven met de onafhankelijkheid van de omroep en niet mag neerkomen op censuur of politieke inmenging;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat na de Litouwse parlementsverkiezingen van 2024 een regeringscoalitie is gevormd waar de extreemrechtse populistische partij Dageraad van Nemunas deel van uitmaakt; overwegende dat op 25 april 2024 het Grondwettelijk Hof van de Republiek Litouwen heeft geoordeeld dat de leider van deze partij zich schuldig had gemaakt aan een grove schending van de grondwet en een schending van de eed van trouw aan de grondwet door antisemitische en haatzaaiende uitlatingen te doen; overwegende dat deze bevindingen vervolgens door een rechtbank van eerste aanleg zijn bevestigd; overwegende dat noch de regeringscoalitie, noch de partij Dageraad van Nemunas zich van deze acties heeft gedistantieerd; overwegende dat de leider van de partij Dageraad van Nemunas nog altijd een prominente rol speelt binnen de regerende meerderheid en actief campagne blijft voeren tegen de Litouwse nationale radio- en televisieomroep (“de LRT”);</P></CONS><CONS><P><NO.P>K.</NO.P>overwegende dat in juli 2025 de Litouwse premier van de regeringscoalitie zich gedwongen zag af te treden naar aanleiding van berichtgeving, waaronder berichtgeving door de LRT, over een journalistiek onderzoek naar corruptie dat aanleiding gaf tot ernstige bezorgdheid over beweerde betrokkenheid van de premier bij corruptiepraktijken; overwegende dat later in 2025 wetgevingsinitiatieven met betrekking tot de financiering en de governance van de LRT in binnen- en buitenland tot zorgen hebben geleid over de mediavrijheid en de institutionele onafhankelijkheid;</P></CONS><CONS><P><NO.P>L.</NO.P>overwegende dat de nationale rekenkamer van Litouwen op initiatief van leden van de regerende parlementaire meerderheid de opdracht heeft gekregen een uitvoerige doelmatigheidscontrole uit te voeren met betrekking tot de LRT, waarbij moest worden gecontroleerd in hoeverre de LRT in verband met haar activiteiten in de periode 2021‑2024 de beginselen van zuinigheid, efficiëntie en doeltreffendheid had nageleefd; overwegende dat de nationale rekenkamer in haar conclusies heeft vastgesteld dat het overgrote deel van de strategische en operationele prestatie-indicatoren van de LRT voor ten minste 90 % was behaald en dat de planning en het gebruik van de financiële middelen van de LRT onderbouwd en transparant waren, met enkele aspecten die moesten worden aangepakt, zoals procedures voor overheidsopdrachten en personeelswerving; overwegende dat de controleaanbevelingen ten doel hadden de interne processen verder te verbeteren en niet vroegen om enige aanpassing van het financieringsmodel, de governancestructuur of het management van de LRT, of om enige politieke of institutionele maatregelen in dat verband; overwegende dat na deze bevindingen van de nationale rekenkamer verdere maatregelen, waaronder overlappende inspecties, verzoeken aan andere overheidsinstanties om de activiteiten van LRT te controleren, en herhaalde publieke aanvallen op het management van LRT volgden; overwegende dat sommige media en verenigingen van journalisten hebben gewaarschuwd dat publiekelijk een verkeerde voorstelling van zaken is gegeven en in het politieke debat selectief gebruikgemaakt is van de controlebevindingen; overwegende dat noch de controleaanbevelingen, noch andere overwegingen wetgevingsmaatregelen kunnen rechtvaardigen die in strijd zijn met de Litouwse grondwet en de Europese verordening mediavrijheid;</P></CONS><CONS><P><NO.P>M.</NO.P>overwegende dat op 27 november 2025 het Litouwse parlement, de Seimas, wijzigingen van de wet inzake de LRT heeft aangenomen waarmee de begroting van de LRT voor 2026-2028 wordt bevroren op het niveau van 2025, namelijk 79,6 miljoen EUR, en toekomstige inkomsten van de omroep uit belastinggelden worden verlaagd, wat inhoudt dat de overheidsfinanciering voor de LRT structureel en langdurig wordt verlaagd; overwegende dat er slechts weinig tijd zat tussen het moment dat deze wetswijzigingen werden voorgesteld en het moment dat zij werden aangenomen, dat de wetsvoorstellen niet op passende wijze zijn behandeld en dat dit alles plaatsvond aan de vooravond van een nieuw begrotingsjaar, wat bij belanghebbenden op het gebied van mediavrijheid aanleiding geeft tot ernstige bezorgdheid over de rechtszekerheid, gerechtvaardigde verwachtingen en de naleving van het beginsel dat er in een passende vacatio legis moet worden voorzien, dat deel uitmaakt van de beginselen van de rechtsstaat;</P></CONS><CONS><P><NO.P>N.</NO.P>overwegende dat er daarna wetsvoorstellen zijn ingediend waarmee het voor de omroepraad, die bestaat uit twaalf leden, waarvan acht leden (twee derde) door de politiek worden benoemd – namelijk vier door de president en vier door de Seimas – eenvoudiger wordt om de directeur-generaal van de LRT vroegtijdig naar huis te sturen; overwegende dat deze wetsvoorstellen inhouden dat er niet langer een gekwalificeerde meerderheid nodig is voor het ontslag van de directeur-generaal van de LRT maar dat een gewone meerderheid voortaan zal volstaan, dat het vereiste dat de directeur-generaal alleen kan worden ontslagen als dat in het algemeen belang is komt te vervallen en dat de omroepraad voortaan geheime stemmingen kan houden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>O.</NO.P>overwegende dat deze wetgevingsinitiatieven zonder objectief gerechtvaardigde uitzonderlijke omstandigheden volgens een versnelde procedure zijn ingediend en behandeld, waardoor de transparantie, inclusiviteit en zinvolle participatie van belanghebbenden en het maatschappelijk middenveld zijn ondermijnd en niet is voldaan aan de EU-normen en grondwettelijke normen voor verantwoord bestuur; overwegende dat de Raad van Europa, de European Broadcasting Union, internationale verenigingen van journalisten, de juridische afdeling van de Seimas, de Litouwse nationale commissie voor de Unesco en de vertegenwoordiger voor mediavrijheid van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) allemaal hebben gewaarschuwd dat deze maatregelen de kwetsbaarheid van LRT voor politieke druk aanzienlijk zullen vergroten; overwegende dat de speciale onderzoeksdienst van de Republiek Litouwen, de nationale instantie voor corruptiebestrijding, bij de beoordeling van de voorgestelde wetswijzigingen heeft geconcludeerd dat het risico op corruptie zal toenemen en dat de mogelijkheid voor de omroepraad om met betrekking tot het ontslag van de directeur-generaal van de LRT geheime stemmingen te houden mogelijk onverenigbaar is met de beginselen van transparantie, openheid en publieke verantwoordingsplicht, die ten grondslag liggen van democratisch bestuur en de rechtsstaat;</P></CONS><CONS><P><NO.P>P.</NO.P>overwegende dat de wijzigingen, zoals die nu worden voorgesteld, zich lijken te richten tegen de zittende directeur-generaal van de LRT, wat ook blijkt uit publieke verklaringen die zijn afgelegd tijdens het wetgevingsproces waaruit ontevredenheid bleek met de prestaties van de directeur-generaal en expliciet de wens naar voren kwam om haar de laan uit te sturen; overwegende dat wetgeving die zich richt op een specifiek individu (wetgeving “ad personam”) onverenigbaar is met de beginselen van de rechtsstaat, waaronder rechtszekerheid, het beginsel dat wetgeving algemeen moet zijn en het verbod op machtswillekeur;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Q.</NO.P>overwegende dat op 9 december 2025 de medewerkers van de LRT hebben gestaakt om te protesteren tegen deze wetswijzigingen, waarbij zij ervoor waarschuwden dat de wijzigingen “de mechanismen afbreken die de onafhankelijkheid van de LRT beschermen”; overwegende dat pogingen om de LRT over te nemen, hebben geleid tot een golf van publieke mobilisatie waarbij op 9 december 2025 en van 16 tot en met 18 december 2025 in Vilnius demonstraties plaatsvonden waaraan tienduizenden burgers deelnamen, en meer dan 140 000 burgers een petitie tegen de wetgevingsvoorstellen ondertekenden, waarmee zij blijk gaven van een brede maatschappelijke bezorgdheid over de mediavrijheid en de democratische normen in Litouwen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>R.</NO.P>overwegende dat het Europees Parlement de verantwoordelijkheid heeft om zijn solidariteit te tonen met het maatschappelijk middenveld dat zich inzet voor de verdediging van de democratische waarden, waaronder de vrijheid van meningsuiting, de mediavrijheid en de vrijheid van vergadering, en om doortastend op te treden als er binnen de EU sprake is van systeemrisico’s voor de democratie, de rechtsstaat en de mediavrijheid;</P></CONS><CONS><P><NO.P>S.</NO.P>overwegende dat, na de opschorting van versnelde wetgevingsinitiatieven, een parlementaire werkgroep is opgericht om het governancemodel van de LRT te onderzoeken; overwegende dat de Vereniging van beroepsjournalisten en een initiatiefgroep van journalisten van de LRT hebben geweigerd deel te nemen, onder verwijzing naar een gebrek aan dialoog, selectieve uitnodigingen en verklaringen waaruit blijkt dat eerder betwiste wijzigingen opnieuw zouden worden overwogen; overwegende dat deze organisaties hebben gewaarschuwd dat bij deze aanpak het gevaar bestaat dat politieke inmenging onder het mom van raadpleging wordt gelegitimeerd en de weg wordt vrijgemaakt voor nieuwe pogingen om indirecte censuur in te voeren en de waarborgen voor redactionele onafhankelijkheid aan te tasten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>T.</NO.P>overwegende dat de LRT in het kader van de lopende wetgevingsinitiatieven die betrekking hebben op het bestuur van de LRT, bekritiseerd werd omdat het zendtijd en middelen had gebruikt voor protestacties van journalisten ter verdediging van de vrijheid van meningsuiting, waaronder het uitzenden van minuten stilte; overwegende dat deze verklaringen van de president de politieke druk kunnen doen toenemen en afbreuk kunnen doen aan de redactionele onafhankelijkheid;</P></CONS><CONS><P><NO.P>U.</NO.P>overwegende dat Litouwen volgens het platform van de Raad van Europa voor de veiligheid van journalisten al een van de EU-landen is die, gezien hun bbp, de geringste hoeveelheid middelen toewijzen aan de publieke media; overwegende dat de LRT heeft gewaarschuwd dat langdurige financiële beperkingen haar zou belemmeren bij het uitoefenen van haar wettelijk vastgelegde taak als de belangrijkste bron van crisis- en noodcommunicatie van het land, waar ook bij hoort dat de omroep tijdens nationale noodsituaties ononderbroken moet kunnen blijven uitzenden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>V.</NO.P>overwegende dat de Commissie in haar verslag over de rechtsstaat 2025 landspecifieke aanbevelingen aan Litouwen heeft gedaan, waarin het land wordt aangespoord zich meer in te spannen voor de onafhankelijkheid, een stabiele financiering en een transparant bestuur van zijn publieke media, en tevens te zorgen voor waarborgen tegen politieke inmenging in benoemings- en ontslagprocedures;</P></CONS><CONS><P><NO.P>W.</NO.P>overwegende dat de LRT de Commissie van Venetië van de Raad van Europa dringend om advies heeft verzocht over de nog te behandelen wetswijzigingen; overwegende dat de Commissie van Venetië heeft besloten een dringend advies op te stellen over de voorgestelde wetswijzigingen, waarmee de ernst van de situatie wordt benadrukt; overwegende dat de Commissie van Venetië op 19 en 20 januari Litouwen heeft bezocht om de situatie te beoordelen;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>erkent en waardeert de essentiële rol van publieke media, met name nationale media-aanbieders met een publieke opdracht, bij de handhaving en bevordering van de in artikel 2 VEU verankerde waarden en bij de bestrijding van desinformatie, propaganda en andere vormen van manipulatie van informatie, waardoor een pluralistische en veerkrachtige democratie wordt gewaarborgd; benadrukt dat onafhankelijke en betrouwbare media onmisbaar zijn als het gaat om de uitoefening van democratische controle, omdat zij burgers in staat stellen de machthebbers kritisch te volgen en corruptie en ambtsmisbruik op te sporen; benadrukt dat het verzwakken van onafhankelijke media-ecosystemen de democratische verantwoordingsplicht aanzienlijk aantast, desinformatie en corruptie in de hand werkt en het vermogen van burgers om machthebbers ter verantwoording te roepen, ondermijnt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>merkt op dat pogingen om polarisatie in de samenleving te bevorderen, het vertrouwen in democratische instellingen te doen afnemen en de onafhankelijke media-ecosystemen te ondermijnen, aansluiten bij de doelstellingen van de hybride oorlogvoering van de Russische Federatie en andere vijandige mogendheden tegen de EU en haar lidstaten, die erop gericht is de democratische veerkracht uit te hollen; benadrukt dat sterke, onafhankelijke publieke omroepen een belangrijke verdedigingslinie vormen tegen dergelijke vijandige inmenging;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan onderzoeksjournalistiek te erkennen als een kernonderdeel van democratische veerkracht en ervoor te zorgen dat publieke media in structureel en financieel opzicht in staat zijn onderzoeksjournalistiek te ondersteunen, met inbegrip van onderzoeken die veel tijd en/of middelen vergen, en ervoor te zorgen dat journalisten worden beschermd tegen elke vorm van politieke druk, intimidatie of vergelding, direct of indirect, als reactie op de rechtmatige uitoefening van hun professionele taken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>verklaart zich volledig solidair met de Litouwse journalisten, de LRT en actoren uit het maatschappelijk middenveld die zich inzetten voor de vrijheid van de media, met inbegrip van de institutionele en redactionele onafhankelijkheid van de LRT;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>spreekt zijn afkeuring uit over alle pogingen om de onafhankelijkheid van de LRT aan te tasten, waaronder de wetgevende en administratieve maatregelen die zijn voorgesteld en de politieke druk die wordt uitgeoefend om politieke controle over de LRT te verkrijgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>is van mening dat het bevriezen van de begroting en het verminderen van de financiering van de LRT zonder dat daar een objectieve economische noodzaak voor is, politieke druk vormt die onverenigbaar is met grondwettelijke waarborgen en met artikel 5, lid 3, van de Europese verordening mediavrijheid;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>is van mening dat de voorgestelde wetswijzigingen waarmee het eenvoudiger wordt om de directeur-generaal van de LRT te ontslaan het gevaar van willekeurige politieke inmenging met zich meebrengen en onverenigbaar zijn met zowel grondwettelijke waarborgen als EU-normen inzake de onafhankelijkheid van de publieke media, waaronder artikel 5, lid 2, van de Europese verordening mediavrijheid;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>veroordeelt met klem elke vorm van wetgeving “ad personam” en wijst erop dat wetgeving die zich richt op specifieke personen en die te maken heeft met de onafhankelijke uitoefening van beroepsactiviteiten door die personen onverenigbaar is met de beginselen van een pluralistische democratie en de rechtsstaat;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>wijst erop dat er geen objectieve of grondwettelijke redenen zijn om met betrekking tot deze wetswijzigingen gebruik te maken van versnelde wetgevingsprocedures, dat het bij deze procedures ontbreekt aan transparantie, inclusiviteit en zinvolle participatie van belangrijke belanghebbenden en het maatschappelijk middenveld, en dat niet is voldaan aan de vereisten van een transparante, controleerbare, inclusieve en democratische wetgevingsprocedure, overeenkomstig de beginselen van de rechtsstaat en de Europese goede praktijken op het gebied van de totstandbrenging van wetgeving;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>dringt er bij de Seimas op aan de nog te behandelen wetswijzigingen te verwerpen, met inbegrip van het verlagen van de drempel voor ontslag van de directeur-generaal van de LRT, waarmee de vereiste dat het ontslag gebaseerd moet zijn op objectieve overwegingen van algemeen belang komt te vervallen en waarmee geheime stemmingen worden ingevoerd, ervoor te zorgen dat eventuele wetswijzigingen in voorkomend geval pas worden aangenomen nadat de Commissie van Venetië haar advies heeft uitgebracht, en de Europese verordening mediavrijheid en de aanbevelingen van de Commissie van Venetië en de vertegenwoordiger van de OVSE voor mediavrijheid in acht te nemen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>verzoekt de Seimas en de Litouwse regering de politieke invloed bij de vorming van de omroepraad tot een minimum te beperken, onder meer door het aantal zetels dat wordt toegewezen aan door politieke organen benoemde leden te verminderen en passende bekwaamheidsvereisten voor de leden van de raad vast te stellen; verzoekt de Seimas en de Litouwse regering voorts af te zien van het vaststellen van wetgevingsmaatregelen en begrotingskaders die de onafhankelijkheid van de LRT ondermijnen, en die welke reeds zijn vastgesteld, in te trekken, met name die welke in strijd zijn met artikel 5 van de Europese verordening mediavrijheid met betrekking tot de bescherming van het management van media-aanbieders met een publieke opdracht tegen ontslag om politieke redenen en het waarborgen van stabiele financiering van een publieke omroep, en te zorgen voor stabiele, voorspelbare en adequate financiering van de LRT in overeenstemming met de vereisten van de Europese verordening mediavrijheid;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>verzoekt de Commissie toezicht te houden op alle ontwikkelingen op het gebied van mediavrijheid en onafhankelijkheid van de publieke media in Litouwen, te beoordelen of de aangenomen en nog te behandelen wetswijzigingen overeenstemmen met de Europese verordening mediavrijheid en het beginsel van de rechtsstaat, de Litouwse autoriteiten daarvan in kennis te stellen en in geval van niet-naleving alle beschikbare instrumenten te gebruiken, met inbegrip van inbreukprocedures en het EU‑instrumentarium voor de rechtsstaat;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>verzoekt de Litouwse autoriteiten breed en transparant overleg met het maatschappelijk middenveld, mediaprofessionals en de Europese instellingen over het bestuur en de financiering van publieke media te versterken; verzoekt de politieke partijen de voorgestelde wijzigingen van de wet inzake de LTR zorgvuldig te overwegen en ervoor te zorgen dat alle toekomstige wetswijzigingen worden onderworpen aan een openbare raadpleging, waarbij ook nationale en internationale journalisten, organisaties voor mediavrijheid en het management van de LRT worden geraadpleegd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>wijst erop dat uit de situatie in andere lidstaten en in andere delen van de wereld valt af te leiden dat pogingen om de publieke media onder controle te krijgen vaak het begin zijn van verdere democratische achteruitgang, uitmondend in aantasting van de mediavrijheid, de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht en de integriteit van de verkiezingen; stelt met grote bezorgdheid vast dat publieke media en publieke omroepen in heel Europa steeds vaker het doelwit zijn van politieke en ideologische aanvallen, lastercampagnes, intimidatie en pogingen om hun redactionele onafhankelijkheid en de stabiliteit van hun financiering te ondermijnen, door extreemrechtse actoren die de onafhankelijke journalistiek en democratische checks-and-balances proberen te verzwakken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>wijst op de belangrijke rol die is weggelegd voor publieke omroepen bij de instandhouding van de pluralisme in de media, zoals erkend in Protocol nr. 29 bij de Verdragen; verzoekt de lidstaten om de gepaste financiële en technische middelen te bieden die publieke omroepen nodig hebben om hun maatschappelijke functie te vervullen en het algemeen belang te dienen; verzoekt de lidstaten voorts om de redactionele onafhankelijkheid van de publieke omroepen te waarborgen door hen via welomschreven regelgevingskaders te behoeden voor elke vorm van bestuurlijke, politieke en commerciële inmenging, en tegelijkertijd de volledige autonomie en onafhankelijkheid van alle overheidsorganen en -entiteiten die bevoegdheden hebben op het gebied van het omroepuitzendingen en telecommunicatie te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>benadrukt dat het waarborgen van de onafhankelijkheid van publieke media een gedeelde Europese verantwoordelijkheid is en een essentiële voorwaarde voor de geloofwaardigheid van de EU als een gemeenschap die gegrondvest is op democratie, de rechtsstaat en grondrechten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>is ingenomen met de toezegging van de Commissie om de veerkracht van de media in de hele EU te versterken, onder meer door meer financiering en gerichte steun voor onafhankelijke, lokale en publieke media; benadrukt dat dergelijke steun van essentieel belang is om democratische achteruitgang te voorkomen en geïnformeerde burgerparticipatie te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Commissie, de Raad, de Seimas, de president en de regering van Litouwen, en aan de Raad van Europa.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>