<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2026)0030</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Bilaterale vrijwaringsclausule in de partnerschapsovereenkomst EU-Mercosur en de interimhandelsovereenkomst EU-Mercosur met betrekking tot landbouwproducten</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0254/2025 - Rapporteur: Gabriel Mato)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 10 februari 2026 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot uitvoering van de bilaterale vrijwaringsclausule in de partnerschapsovereenkomst EU-Mercosur en de interim-handelsovereenkomst EU-Mercosur met betrekking tot landbouwproducten (COM(2025)0639 – C10-0247/2025 – 2025/0322(COD))</STRING></TI><NOTE>(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)</NOTE><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2025)0639),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 294, lid 2, en artikel 207, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C10‑0247/2025),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het overeenkomstig artikel 75, lid 4, van zijn Reglement door de bevoegde commissie goedgekeurde voorlopig akkoord en de door de vertegenwoordiger van de Raad bij brief van 9 januari 2026 gedane toezegging om het standpunt van het Europees Parlement overeenkomstig artikel 294, lid 4, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie goed te keuren,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 60 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie internationale handel (A10‑0254/2025),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast<FOOTNOTE><FIELD> Dit standpunt vervangt de amendementen die zijn aangenomen op 16 december 2025 (Aangenomen teksten, P10_TA(2025)0315).</FIELD></FOOTNOTE>;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>neemt kennis van de verklaring van de Commissie die als bijlage bij onderhavige resolutie is gevoegd en die in de C-reeks van het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING> zal worden bekendgemaakt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie, alsook aan de nationale parlementen.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST><TXTLST><IDENT TCLINK="YES"><STRING BOLD="on">P10_TC1-COD(2025)0322</STRING></IDENT><OTTXT><TI><STRING BOLD="on">Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 10 februari 2026 met het oog op de vaststelling van Verordening (EU) 2026/... van het Europees Parlement en de Raad tot uitvoering van de bilaterale vrijwaringsclausules in de partnerschapsovereenkomst EU-Mercosur en de interim-handelsovereenkomst EU-Mercosur met betrekking tot landbouwproducten</STRING></TI><NOTE><STRING ITALIC="on">(Aangezien het Parlement en de Raad tot overeenstemming zijn geraakt, komt het standpunt van het Parlement overeen met de definitieve rechtshandeling: Verordening (EU) 2026/687.)</STRING></NOTE></OTTXT></TXTLST><TXTLST><ANNEX><TI>BIJLAGE BIJ DE WETGEVINGSRESOLUTIE</TI><STI><STRING BOLD="on">Verklaring van de Commissie over productienormen voor ingevoerde agrovoedingsproducten en sanitaire en fytosanitaire controles naar aanleiding van de vaststelling van Verordening (EU) 2026/687</STRING><FOOTNOTE><FIELD> PB L, 2026/687, 19.3.2026, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2026/687/oj.</FIELD></FOOTNOTE></STI><P>In de visie voor landbouw en voedsel heeft de Commissie haar plannen aangekondigd om de productienormen voor ingevoerde producten beter op elkaar af te stemmen, en vooral op het gebied van dierenwelzijn en pesticiden.</P><P>Wat pesticiden betreft, omvat de visie het beginsel dat de gevaarlijkste pesticiden die om gezondheids- en milieuredenen in de EU verboden zijn, ook niet in de EU mogen worden toegelaten via ingevoerde producten. Dit om een concurrentienadeel voor landbouwers en de agrovoedingssector in de EU te voorkomen en om te voldoen aan de verwachtingen van de consument. Om hier gevolg aan te geven, heeft de Commissie op 25 november 2025 een studie aangevat om de effecten van deze aanpak te beoordelen. Aan de hand van de resultaten zal de Commissie in voorkomend geval wijzigingen van het toepasselijke rechtskader voorstellen. De voorbereidende studie wordt naar verwachting in de zomer van 2026 afgerond en de andere stappen van de effectbeoordeling zullen volgen. Hoewel de bestaande EU-wetgeving de consumenten al beschermt en ervoor zorgt dat alle levensmiddelen die in de handel worden gebracht aan onze hoge gezondheids- en veiligheidsnormen voldoen, blijft de Commissie streven naar een nauwere afstemming van de productienormen die voor ingevoerde producten gelden, zodat een gelijk speelveld voor onze landbouwers en producenten wordt gewaarborgd en de consumentenbescherming wordt gehandhaafd.</P><P>In de tussentijd heeft de Commissie in het kader van het voorstel voor een vereenvoudigingspakket voor levensmiddelen en veiligheid van 16 december 2025 voorgesteld de huidige wetgeving te wijzigen met de bepaling dat voor stoffen die niet in de Unie zijn toegelaten en die bepaalde bijzonder gevaarlijke eigenschappen hebben, het maximumresidugehalte kan worden vastgesteld op nul indien dit op grond van de resultaten van een effectbeoordeling passend wordt geacht.</P><P>Op het gebied van dierenwelzijn heeft de Commissie op 17 december 2025 een openbare raadpleging afgerond over de herziening van de EU-wetgeving inzake het welzijn van bepaalde dieren op landbouwbedrijven, onder meer over de vraag of en in welke mate gelijkwaardige dierenwelzijnsnormen van toepassing moeten zijn de invoer van dieren en dierlijke producten. Na de effectbeoordeling zal de Commissie hiertoe voorstellen doen.</P><P>Wat de invoercontroles betreft, heeft de Commissie op 9 december 2025 plannen aangekondigd om de audits die rechtstreeks ter plaatse in alle derde landen worden verricht – met inbegrip van ingevoerde levensmiddelen uit Mercosur-landen – te intensiveren en te verbeteren. De Commissie zal de komende twee jaar, met ingang van 1 januari 2026, haar controles in verband met uitvoer in niet-EU-landen verhogen met 50 %. De Commissie zal ook de monitoring van niet-conforme goederen en landen opvoeren en de frequentie van de controles aanpassen. Daarnaast zal de Commissie het niveau van de controles binnen de EU versterken, en met name op de belangrijkste punten van binnenkomst. In dit verband zal de Commissie het aantal checks in de lidstaten verhogen om ervoor te zorgen dat de controles aan de grenzen volledig in overeenstemming zijn met de EU-normen, en de lidstaten ondersteunen om deze checks naar behoren te verrichten. De Commissie zal een speciale EU-taskforce oprichten om de invoercontroles efficiënter te maken, met het accent op residuen van bestrijdingsmiddelen, de veiligheid van levensmiddelen en diervoeders en dierenwelzijn, en zal gecoördineerde EU-monitoringacties voor ingevoerde producten overwegen.</P></ANNEX></TXTLST></SDOCTA>