<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2026)0034</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Europese Centrale Bank – Jaarverslag 2025</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0002/2026 - Rapporteur: Johan Van Overtveldt)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 10 februari 2026 over het jaarverslag 2025 van de Europese Centrale Bank (2025/2182(INI))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de feedback van de Europese Centrale Bank (ECB) van 28 april 2025 op de input van het Parlement in het kader van zijn resolutie over het jaarverslag 2023 van de ECB,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de statuten van het Europees Stelsel van Centrale Banken (ESCB) en van de ECB, en met name de artikelen 2, 15 en 21,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 119, artikel 123, lid 1, artikel 125, artikel 127, leden 1 en 2, artikel 130, artikel 282, lid 2, en artikel 284, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de artikelen 3 en 13 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de monetaire dialogen met Christine Lagarde, de president van de ECB, van 20 maart 2025, 23 juni 2025 en 6 oktober 2025,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de beoordeling van de monetaire-beleidsstrategie van de ECB van 2025,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de ECB over de internationale rol van de euro van 2025,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het klimaat- en natuurplan 2024-2025 van de ECB,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de inflatieraming van Eurostat van 20 augustus 2025 en de flashramingen van Eurostat van 1 oktober 2025,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de briefing van EGOV van oktober 2025 getiteld “Turning point or continuity? The ECB’s 2025 strategy review”, gepubliceerd door zijn directoraat-generaal Economie, Transformatie en Industrie<FOOTNOTE><FIELD> Briefing – “Turning point or continuity? The ECB’s 2025 strategy review”, Europees Parlement, directoraat-generaal Economie, Transformatie en Industrie, afdeling Toezicht economische governance en EMU (EGOV), oktober 2025.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de analyse van EGOV van juni 2025 getiteld “The silent hand of central banking: collateral framework”, gepubliceerd door zijn directoraat-generaal Economie, Transformatie en Industrie<FOOTNOTE><FIELD> Uitgebreide analyse – “The silent hand of central banking: collateral framework”, Europees Parlement, directoraat-generaal Economie, Transformatie en Industrie, EGOV, juni 2025.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 55 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie economische en monetaire zaken (A10‑0002/2026),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat volgens Eurostat de jaarlijkse inflatie in de EU in oktober 2025 2,5 % bedroeg en de inflatie in de eurozone 2,1 %, gemeten aan de hand van het geharmoniseerde indexcijfer van de consumptieprijzen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat volgens de enquête van de ECB over de consumentenverwachtingen van oktober 2025 de mediane inflatieverwachtingen nog steeds boven de 2 % liggen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat de inflatiedoelstelling van de ECB in de loop der tijd is gewijzigd van een referentiewaarde van “minder dan 2 %” tot een doelstelling van “onder, maar dicht bij 2 %”, en vervolgens tot een symmetrisch streefcijfer van “2 %” op middellange termijn;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat de rente op de marginale beleningsfaciliteit en de rente op de depositofaciliteit een smalle bandbreedte rond de rente op de basisherfinancieringstransacties vormen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat de grenzen van de hoeveelheid overheidsschuld die de ECB mag aankopen, gestaag zijn opgerekt, van het programma voor de effectenmarkten tot rechtstreekse monetaire transacties, alsook het programma voor de aankoop van door de publieke sector uitgegeven schuldbewijzen op secundaire markten, het pandemie-noodaankoopprogramma (PEPP) en het transmissiebeschermingsinstrument<FOOTNOTE><FIELD> Cochrane, J.H. e.a., “Crisis Cycle: Challenges, Evolution, and Future of the Euro”, Princeton University Press, 2025.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat de herbeleggingen in het kader van het programma voor de aankoop van activa (APP) sinds juli 2023 zijn stopgezet, en die in het kader van het PEPP sinds december 2024, waarmee de weg naar een afslanking van de balans van de ECB is ingezet;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat deflatie een gunstig gevolg kan zijn van technologische vooruitgang;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat artikel 123 VWEU en artikel 21 van de statuten van het ESCB en de ECB rechtstreekse monetaire financiering van overheden verbieden;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Governance</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>herinnert eraan dat artikel 127 VWEU als volgt luidt: “Het hoofddoel van het Europees Stelsel van Centrale Banken (hierna “ESCB” te noemen) is het handhaven van prijsstabiliteit. Onverminderd het doel van prijsstabiliteit ondersteunt het ESCB het algemene economische beleid in de Unie teneinde bij te dragen tot de verwezenlijking van de in artikel 3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie omschreven doelstellingen van de Unie. Het ESCB handelt in overeenstemming met het beginsel van een open-markteconomie met vrije mededinging, waarbij een doelmatige allocatie van middelen wordt bevorderd, en met inachtneming van de beginselen die zijn neergelegd in artikel 119”;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>benadrukt dat de statutaire onafhankelijkheid van de ECB, zoals vastgelegd in de Verdragen, een voorwaarde is voor het vervullen van haar mandaat om prijsstabiliteit te handhaven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>wijst erop dat de ECB verantwoording moet afleggen aan het Parlement; benadrukt dat de ECB zonder politieke inmenging besluiten moet nemen om haar mandaat te vervullen; merkt op dat centrale banken onafhankelijk moeten zijn, maar niet geïsoleerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>wijst erop dat transparantie belangrijk is als het erom gaat verantwoording af te leggen, en benadrukt dat daarvoor sterk institutioneel ontwerp en sterke verantwoordingsmechanismen nodig zijn; is in dit verband ingenomen met de regelingen in de vorm van een briefwisseling tussen het Europees Parlement en de ECB over structurering van de praktijken voor interactie op het gebied van centralebankactiviteiten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>verzoekt de ECB zich in te spannen om instrumenten te versterken die voor meer transparantie zorgen, zoals benchmarks, inzichten in haar op modellen gebaseerde aannames en de beoordelingen van inflatieontwikkelingen door de Raad van bestuur;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>is verheugd over de onafhankelijkheid van de ECB zoals verankerd in artikel 130 VWEU; benadrukt dat onafhankelijkheid vereist dat het optreden van de ECB apolitiek blijft;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>sluit zich aan bij de door de ECB en de centrale banken wereldwijd afgelegde verklaring van solidariteit met de Amerikaanse Federal Reserve, waarin wordt benadrukt hoe belangrijk het is de onafhankelijkheid van de centrale bank te behouden en de rechtsstaat en de democratische verantwoordingsplicht volledig te eerbiedigen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Monetair beleid</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>wijst erop dat het hoofddoel van de ECB erin bestaat prijsstabiliteit te handhaven, zijnde een noodzakelijke voorwaarde voor groei, concurrentievermogen en economische stabiliteit in de Unie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>uit zijn bezorgdheid over de hoge inflatiecijfers in de jaren na de COVID-19-pandemie, als gevolg van verstoringen van het aanbod; merkt op dat een tijdige terugkeer naar prijsstabiliteit in deze periode gerechtvaardigd zou zijn geweest door middel van besluiten van de ECB; verzoekt de ECB in haar jaarverslag grondig te onderzoeken wat deze hoge inflatiecijfers heeft veroorzaakt, en daarbij beleidsaanbevelingen te doen om de juiste conclusies te trekken uit toekomstige inflatiecrises;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>is ingenomen met de daling van de inflatie ten opzichte van de cijfers van 2022-2023 en met de recente stabilisering van de inflatie; merkt op dat de ECB de depositorente tussen juni 2024 en juni 2025 met 200 basispunten heeft verlaagd; erkent dat nog steeds het risico bestaat dat de inflatie weer opflakkert; onderstreept dat verdere stappen om het monetaire beleid te versoepelen voorzichtig moeten zijn, op gegevens moeten berusten en prijsstabiliteit tot doel moeten hebben;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>is bezorgd over de hoge kosten van levensonderhoud als gevolg van de stijging van de voedsel- en energieprijzen in Europa sinds de COVID-19-pandemie; merkt op dat de prijs van een maaltijd in de eurozone in 2025 gemiddeld een derde hoger was dan vóór de pandemie<FOOTNOTE><FIELD> Blog van de Europese Centrale Bank, “When groceries bite, the role of food prices for inflation in the euro area”, 25 september 2025.</FIELD></FOOTNOTE>, en dat hierdoor vooral huishoudens met een laag inkomen werden geraakt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>wijst er met name op dat geopolitieke onzekerheid, energiezekerheidsrisico’s en handelsverstoringen een verstorend effect op de prijsontwikkelingen kunnen hebben;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>verzoekt de ECB te beoordelen of haar symmetrisch streefcijfer geschikt is, ook rekening houdend met kwalitatieve factoren; neemt kennis van de beoordeling van de monetaire-beleidsstrategie in 2025 en moedigt de ECB aan om dergelijke beoordelingen periodiek uit te voeren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>benadrukt dat de aankoopprogramma’s van de ECB onconventionele monetaire beleidsinstrumenten zijn, die neveneffecten hebben; wijst er met name op dat programma’s voor de aankoop van activa prijssignalen kunnen verstoren; merkt op dat de ECB haar balans slechts zeer geleidelijk is beginnen in te krimpen; steunt het voornemen van de ECB om haar directe rol bij de aankoop van effecten verder te verkleinen; spoort de ECB aan haar programma’s voor de aankoop van overheidsobligaties geleidelijk af te bouwen; betreurt dat de begrotingssituatie gevolgen heeft voor de vervulling van de hoofdopdracht van de ECB;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>betreurt dat sinds de financiële crisis van 2008 de kortlopende leningen van de ECB de particuliere interbancaire financieringsmarkt grotendeels hebben verdrongen; verzoekt de ECB banken geen depositorente te betalen die boven de marktrente ligt, omdat dit indruist tegen het beginsel van een open markteconomie met vrije mededinging, en eventuele belemmeringen voor het herstel van de kortlopende ongedekte interbancaire markten weg te nemen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>benadrukt dat het belangrijk is om in leningsovereenkomsten met de ECB hoge normen inzake de kwaliteit van de zekerheden te hanteren; erkent dat onderpandnormen kunnen worden gebruikt als instrument voor de transmissie van het monetair beleid;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>steunt de ECB bij haar inspanningen om door de eigenaar bewoonde woningen op te nemen in haar monitoring van de prijsindexcijfers met het oog op zowel representativiteit als vergelijkbaarheid tussen landen in de eurozone, op voorwaarde dat de aanpak geharmoniseerd en methodologisch robuust is;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Secundaire doelstelling: ondersteuning van het algemene economische beleid in de Unie</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>merkt op dat de ECB, overeenkomstig artikel 127, lid 1, VWEU, het algemene economische beleid van de Unie moet ondersteunen teneinde bij te dragen tot de verwezenlijking van de in artikel 3 VEU omschreven doelstellingen van de Unie, zolang haar streven naar prijsstabiliteit daar niet onder lijdt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>herinnert eraan dat het Eurosysteem is gebaseerd op het beginsel van monetaire dominantie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>benadrukt, in de context van de economische en monetaire unie en het EU-kader voor economische governance, hoe belangrijk gezonde en houdbare overheidsfinanciën zijn om een hoog renteniveau het hoofd te bieden, de inspanningen van de ECB om de inflatie laag te houden aan te vullen, een stabiele economie te handhaven en tegen toekomstige economische en financiële schokken bestand te blijven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>neemt kennis van de divergerende TARGET2-saldi die voortvloeien uit grensoverschrijdende transacties; wijst op de potentiële risico’s dat TARGET2-saldi structureel worden en stelt voor niet-monetaire beleidsaanpassingen te overwegen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>benadrukt dat de ECB uitsluitend de mogelijke gevolgen van klimaatverandering vanuit het oogpunt van prijsstabiliteit en binnen de grenzen van haar mandaat in aanmerking moet nemen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>merkt op dat het concept van marktneutraliteit samenhangt met het beginsel van een open markteconomie met vrije mededinging; verzoekt de ECB, met inachtneming van haar onafhankelijkheid, marktfalen aan te pakken en zorg te dragen voor een doelmatige allocatie van middelen over een langere termijn, en daarbij zo apolitiek mogelijk te blijven, en het beginsel van marktneutraliteit te eerbiedigen; benadrukt dat dergelijke besluiten niet ten koste mogen gaan van het verwezenlijken van de opdracht van de ECB;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>merkt op dat de ECB moet beoordelen of de monetaire beleidsmaatregelen die zij neemt ter verwezenlijking van haar hoofdopdracht, evenredig zijn;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Overige aspecten</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>herinnert eraan dat de gelijke toegang tot betalingsdiensten van essentieel belang is voor de deelname aan het economische leven; onderstreept dat voor zowel gebruikers als handelaren nieuwe vormen van uitsluiting dreigen als de toenemende digitalisering van betalingen uitsluitend wordt overgelaten aan particuliere en niet-EU-actoren; benadrukt dat een digitale euro (zowel online als offline) moet helpen om de universele toegang tot betalingen en een brede aanvaarding door handelaren in de hele EU te waarborgen, en dat daarbij de normen inzake privacy en gegevensbescherming volledig in acht moeten worden genomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>is ingenomen met de lopende besprekingen over de digitale euro; wijst op de huidige context van toegenomen geopolitieke onzekerheid en buitensporige afhankelijkheid van betalingsinfrastructuur van buiten de EU, en onderstreept dat de invoering van een digitale euro, die bedoeld is als aanvulling op contant geld en particuliere bankdiensten, van essentieel belang is om de monetaire soevereiniteit van de EU te versterken, de versnippering van retailbetalingen te verminderen en de integriteit en veerkracht van de eengemaakte markt te ondersteunen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>is ingenomen met de lopende projecten op basis van distributed ledger-technologie voor de verevening van wholesaletransacties met centralebankgeld, met een korte (Pontes) dan wel lange looptijd (Appia);</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>benadrukt dat het belangrijk is de rol van contant geld in stand te houden; neemt kennis van de lopende besprekingen over het voorstel betreffende de status van wettig betaalmiddel;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>verzoekt de ECB het toezicht op cryptoactiva, zoals stablecoins, te intensiveren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>steunt de ECB bij haar inspanningen om rekening te houden met de internationale rol van de euro, onder meer door middel van voldoende valutaswaps en repolijnen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>verwelkomt de Republiek Bulgarije als 21e lid van de eurozone met ingang van 1 januari 2026;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>is bezorgd over de tijdelijke storing van het realtime bruto-vereveningssysteem T2 en T2S van de ECB in februari 2025; verzoekt de ECB nauwlettend toe te zien op en te zorgen voor de goede werking van de vereveningssystemen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>33.</NO.P>uit zijn bezorgdheid over de opeenvolgende verliezen die de ECB in 2023 en 2024 heeft geleden als gevolg van renterisico; merkt op dat deze verliezen geen afbreuk hebben gedaan aan het vermogen van het Eurosysteem om zijn monetair beleid uit te voeren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>34.</NO.P>steunt de rol van de ECB bij het bevorderen van financiële stabiliteit binnen het gemeenschappelijk toezichtsmechanisme en de functie van de ECB als kredietverstrekker in laatste instantie aan solvabele instellingen, tegen goede zekerheden en tegen boetetarieven, om de liquiditeit en het vertrouwen tijdens crises te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>35.</NO.P>steunt de ECB bij haar inspanningen om de financiële geletterdheid in de EU te verbeteren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>36.</NO.P>is ingenomen met de inspanningen die de ECB levert met het oog op vereenvoudiging, bijvoorbeeld door de oprichting van de taskforce op hoog niveau van de ECB inzake vereenvoudiging; wijst erop dat er een hoge mate van ambitie aan de dag moet worden gelegd bij de werkzaamheden en de follow-up van de taskforce, en is ingenomen met de diepgaande discussies van de ECB met het Parlement;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>37.</NO.P>verzoekt de ECB een open en constructieve interne dialoog te bevorderen; dringt aan op de verdere verbetering van de kaders voor personeelsvertegenwoordiging en het interne kader van de ECB voor klokkenluiders;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>38.</NO.P>herhaalt dat de benoemingen in de directie van de ECB genderevenwichtig moeten zijn en op verdienste en bekwaamheid moeten berusten, dat de shortlists aan het Parlement moeten worden voorgelegd, en dat mensen van alle genders gelijke kansen moeten hebben om als gouverneur van hun respectieve nationale centrale banken op te treden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>39.</NO.P>verzoekt het ESCB zijn dialoog met de nationale parlementen voort te zetten en te versterken, hetgeen de legitimiteit en het beleid van het ESCB zou versterken;</P></ACTION><SEPARATION><P>°</P><P>°	°</P></SEPARATION><ACTION><P><NO.P>40.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>