<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2026)0035</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Verordening betreffende nauwere samenwerking bij de instelling van de lening ter ondersteuning van Oekraïne voor 2026 en 2027 </STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(C10-0005/2026)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 11 februari 2026 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende nauwere samenwerking bij het opzetten van de steunlening aan Oekraïne voor 2026 en 2027 (COM(2026)0020 – C10 0005/2026 – 2026/0008(COD))</STRING></TI><NOTE>(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing – nauwere samenwerking)</NOTE><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2026)0020),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 294, lid 2, en artikel 212 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C10 0005/2026),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn standpunt van 21 januari 2026<FOOTNOTE><FIELD> Aangenomen teksten, P10_TA(2026)0010.</FIELD></FOOTNOTE>, waarmee het zijn goedkeuring heeft gehecht aan het ontwerpbesluit van de Raad houdende machtiging om nauwere samenwerking aan te gaan met betrekking tot het opzetten van een lening voor Oekraïne,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien besluit (EU) 2026/258 van 29 januari 2026 van de Raad houdende machtiging om nauwere samenwerking aan te gaan met betrekking tot het opzetten van een lening voor Oekraïne<FOOTNOTE><FIELD> PB L, 2026/258, 2.2.2026, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2026/258/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de door de vertegenwoordiger van de Raad bij brief van 4 februari 2026 gedane toezegging om het standpunt van het Europees Parlement overeenkomstig artikel 294, lid 4, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie goed te keuren,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 60, artikel 93, lid 3, en artikel 170 van zijn Reglement,</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsook aan de nationale parlementen.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST><TXTLST><IDENT TCLINK="YES"><STRING BOLD="on">P10_TC1-COD(2026)0008</STRING></IDENT><OTTXT><TI><STRING BOLD="on">Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 11 februari 2026 met het oog op de vaststelling van Verordening (EU) 2026/... van het Europees Parlement en de Raad betreffende het tot stand brengen van nauwere samenwerking bij het opzetten van de steunlening aan Oekraïne voor 2026 en 2027</STRING></TI><NOTE><STRING ITALIC="on">(Aangezien het Parlement en de Raad tot overeenstemming zijn geraakt, komt het standpunt van het Parlement overeen met de definitieve rechtshandeling: Verordening (EU) 2026/467.) </STRING></NOTE></OTTXT></TXTLST></SDOCTA>