<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2026)0038</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering: aanvraag EGF/2025/006 BE/Audi - België</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0006/2026 - Rapporteur: Nicolae Ștefănuță)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 11 februari 2026 over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering voor ontslagen werknemers naar aanleiding van een aanvraag van België – EGF/2025/006 BE/Audi (COM(2026)0002 – C10-0002/2026 – 2026/0001(BUD))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2026)0002 – C10-0002/2026),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2021/691 van het Europees Parlement en de Raad van 28 april 2021 betreffende het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering voor ontslagen werknemers (EFG) en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1309/2013<FOOTNOTE><FIELD> PB L 153 van 3.5.2021, blz. 48, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/691/oj.</FIELD></FOOTNOTE> (“EFG-verordening”),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2020/2093 van de Raad van 17 december 2020 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021-2027<FOOTNOTE><FIELD> PB L 433 I van 22.12.2020, blz. 11, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2020/2093/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, zoals gewijzigd bij Verordening (EU, Euratom) 2024/765<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EU, Euratom) 2024/765 van de Raad van 29 februari 2024 tot wijziging van Verordening (EU, Euratom) 2020/2093 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021‑2027 (PB L, 2024/765, 29.2.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/765/oj<STRING ITALIC="on">).</STRING></FIELD></FOOTNOTE>, (“MFK-verordening”) en met name artikel 8,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 16 december 2020 tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie betreffende begrotingsdiscipline, samenwerking in begrotingszaken en goed financieel beheer, alsmede betreffende nieuwe eigen middelen, met inbegrip van een routekaart voor de invoering van nieuwe eigen middelen<FOOTNOTE><FIELD> PB L 433 I van 22.12.2020, blz. 28, ELI: http://data.europa.eu/eli/agree_interinstit/2020/1222/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name punt 9,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de Europese pijler van sociale rechten,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de brief van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Begrotingscommissie (A10-0006/2026),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de Europese Unie wetgevings- en begrotingsinstrumenten in het leven heeft geroepen om extra steun te geven aan werknemers die de gevolgen van grote structurele gebeurtenissen en veranderingen in de wereldhandelspatronen ondervinden, en hen te helpen bij hun terugkeer op de arbeidsmarkt; overwegende dat deze steun wordt verleend in de vorm van financiële steun aan werknemers;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat België aanvraag EGF/2025/006 BE/Audi voor een financiële bijdrage uit het EFG heeft ingediend naar aanleiding van 3 414 ontslagen<FOOTNOTE><FIELD> In de zin van artikel 3 van de EFG‑verordening.</FIELD></FOOTNOTE> in de economische sector die is ingedeeld in NACE Rev. 2 – afdeling 29 (vervaardiging van auto’s, aanhangwagens en opleggers) in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (BE10), provincie Oost-Vlaanderen (BE23) en provincie Henegouwen (BE32), met 3 148 ontslagen binnen een referentieperiode van 28 februari 2025 tot en met 28 juni 2025, waaronder 2 580 ontslagen werknemers wier werkzaamheden bij Audi S.A.:n.V. (Audi) en haar dochterondernemingen zijn beëindigd, en 568 ontslagen werknemers bij 5 leveranciers en downstreamproducenten, en 266 ontslagen voor of na de referentieperiode;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat de aanvraag is gebaseerd op de criteria voor steunverlening van artikel 4, lid 2, punt a), van de EFG-verordening; overwegende dat voor de 266 ontslagen werknemers wier werkzaamheden vóór of na de referentieperiode van vier maanden zijn beëindigd een duidelijk oorzakelijk verband kan worden gelegd met de gebeurtenis die in de referentieperiode heeft geleid tot de beëindiging van de werkzaamheden van de ontslagen werknemers, overeenkomstig artikel 6, lid 2, van de EFG-verordening;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat in de betreffende Audifabriek slechts één model werd geproduceerd, waarbij de productie eerder dan gepland werd stopgezet als gevolg van de hoge productiekosten in verband met de locatie van de fabriek; overwegende dat de fabriek op 28 februari 2025 is gesloten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat België de nationale voorfinanciering en medefinanciering van de maatregelen verstrekt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat de betrokken ondernemingen hebben voldaan aan de voorschriften van de Unie- en de nationale wetgeving betreffende collectieve ontslagen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat financiële bijdragen uit het EFG in de eerste plaats gericht moeten zijn op actieve arbeidsmarktbeleidsmaatregelen en op gepersonaliseerde dienstverlening die tot doel hebben de begunstigden snel aan een fatsoenlijke en duurzame baan te helpen en hen daarbij vaardigheidstrainingen aan te bieden die hun toegang tot de arbeidsmarkt vergemakkelijken, en hen tegelijk voor te bereiden op een groenere en meer gedigitaliseerde Europese economie;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat het EFG een jaarlijks maximumbedrag van 30 miljoen EUR (in prijzen van 2018) niet mag overschrijden<FOOTNOTE><FIELD> Artikel 8 van de MFK-verordening.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>is het met de Commissie eens dat is voldaan aan de voorwaarden die zijn vastgelegd in de EFG-verordening, en met name in artikel 4, lid 2, punt a), en dat België recht heeft op een financiële bijdrage van 7 527 625 EUR uit hoofde van die verordening, wat overeenkomt met 85 % van de totale kosten van 8 856 030 EUR, bestaande uit uitgaven ten bedrage van 8 738 968 EUR voor gepersonaliseerde steunmaatregelen en 117 062 EUR voor activiteiten op het vlak van voorbereiding, beheer, voorlichting en publiciteit, en controle en rapportage;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>neemt er nota van dat de Belgische autoriteiten de aanvraag op 18 september 2025 hebben ingediend en dat de Commissie, na ontvangst van aanvullende gegevens uit België, haar beoordeling op 9 januari 2026 heeft afgerond en het Parlement hiervan diezelfde dag nog in kennis heeft gesteld; benadrukt dat het belangrijk is de termijn tussen de indiening van een aanvraag voor EFG-bijstand en het financieringsbesluit te verkorten en tegelijkertijd de rechten van het Parlement als een tak van de begrotingsautoriteit volledig te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>merkt op dat de aanvraag betrekking heeft op werknemers wier werkzaamheden bij Audi zijn beëindigd en vijf leveranciers en downstreamproducenten, en dat zij allen beoogde begunstigden zijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>neemt ter kennis dat de toename van het aantal faillissementen gedurende de afgelopen twee jaar het werkloosheidspercentage in bepaalde regio’s in België aanzienlijk heeft doen stijgen, met name in Brussel en Henegouwen (Wallonië); benadrukt dat het risico op werkloosheid correleert met het opleidingsniveau en dat één op de twee laagopgeleiden en één op de drie middelhoogopgeleiden een hoger risico op werkloosheid lopen, waarbij 83 % van de ontslagen werknemers tot die groepen behoren; betreurt dat de ontslagen de situatie zullen verergeren; verzoekt de Belgische autoriteiten maatregelen te nemen om het aantal faillissementen terug te dringen en zo een structurele en regionale neergang te voorkomen, en tegelijk vormen van sociale ongelijkheid die leiden tot uitsluiting van arbeidskrachten aan te pakken, zoals genderongelijkheid en een laag opleidingsniveau;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>merkt op dat de wereldmarkt voor de productie en verkoop van auto’s, met name elektrische auto’s, wordt gekenmerkt door een steeds agressievere mondiale concurrentie; wijst op de toenemende uitdagingen waarmee Europese autofabrikanten worden geconfronteerd bij het op de markt brengen van innovatieve en betaalbare modellen in toekomstgerichte segmenten zoals batterij-elektrische voertuigen;  betreurt dat Audi de activiteiten in België heeft gestaakt ondanks het feit dat zij winstgevend bleef, en dat de productie wordt verplaatst naar China en Mexico, wat heeft geleid tot het ontslag van 3 414 werknemers; stelt met bezorgdheid vast dat moeilijke productieomstandigheden, waaronder de ontoereikende toegang tot en inzet van goedkopere schone energiebronnen hebben bijgedragen tot de verplaatsing van de productielocaties van Audi naar landen buiten de Unie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>benadrukt dat de sluiting van de fabriek na meer dan 70 jaar, ondanks de productie van elektrische voertuigen, aantoont dat de uitdagingen waarmee de Europese industrie wordt geconfronteerd van structurele aard zijn en niet uitsluitend van technologische aard;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>benadrukt dat een duurzame oplossing moet worden gevonden voor herbestemming van de gesloten fabriek om hoogwaardige banen in de regio te scheppen; verzoekt de Belgische autoriteiten nadrukkelijk de nodige stappen te ondernemen om de opening van een nieuwe productielocatie in de voormalige Audifabriek gemakkelijker te maken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>benadrukt dat de kwalificaties en vaardigheden van de ontslagen werknemers van cruciaal belang blijven voor een toekomstbestendige Europese economie die de groene transitie tot stand brengt en tegelijkertijd een sterke industriële basis behoudt; is daarom van mening dat de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG moet worden ingebed in een bredere beleidsaanpak op alle politieke niveaus om ervoor te zorgen dat de getroffen werknemers passende kansen krijgen die aansluiten op hun kwalificaties en vaardigheden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>wijst erop dat, in overleg met vakbonden en sociale partners, de gepersonaliseerde dienstverlening aan de werknemers bestaat uit de volgende maatregelen: begeleiding, voorlichting en arbeidsbemiddeling, opleiding, met inbegrip van IT-vaardigheden, een banendag, financiële steun bij het opstarten van een eigen bedrijf, en stimulansen voor deelname aan activiteiten in verband met het zoeken naar werk; benadrukt hoe belangrijk het is hoogwaardige, toekomstgerichte banen te bevorderen om de economische en sociale veerkracht op lange termijn te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>onderstreept dat de Belgische autoriteiten de zichtbaarheid van de financiering van de Unie moeten waarborgen en de meerwaarde ervan moeten benadrukken door de begunstigden, de regionale en lokale autoriteiten, de sociale partners en het brede publiek zinvolle en doelgerichte informatie te verstrekken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>dringt aan op grondige eindevaluaties van de uitgevoerde maatregelen, met inbegrip van duidelijke informatie over de wijze waarop de middelen zijn gebruikt en of ze de doelstellingen waarvoor het EFG is opgericht daadwerkelijk hebben verwezenlijkt, met inbegrip van gegevens en tijdschema’s over het aantal werknemers dat met succes weer een baan heeft gevonden en de banen waartoe zij toegang hebben gekregen, en over degenen die de opleidings- en bijscholingsmaatregelen hebben voltooid, met relevante tijdschema’s;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>stelt vast dat België op 17 februari 2025 is begonnen met het verlenen van gepersonaliseerde steunmaatregelen aan de beoogde begunstigden, wat betekent dat vanaf die datum tot 24 maanden na de datum van inwerkingtreding van het financieringsbesluit aanspraak kan worden gemaakt op een financiële bijdrage uit het EFG;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>merkt op dat België op 9 juli 2024 de eerste administratieve uitgaven heeft gedaan met het oog op de uitvoering van het EFG, en dat deze uitgaven bijgevolg vanaf die datum tot 31 maanden na de datum van inwerkingtreding van het financieringsbesluit in aanmerking komen voor een financiële bijdrage uit het EFG;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>stelt vast dat de Belgische autoriteiten hebben bevestigd dat de beginselen van gelijke behandeling en non-discriminatie zullen worden geëerbiedigd bij de toegang tot de voorgestelde maatregelen en de uitvoering ervan, en dat eventuele dubbele financiering zal worden voorkomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>wijst er andermaal op dat bijstand uit het EFG geen vervanging mag zijn voor maatregelen die op grond van nationale wetgeving of collectieve arbeidsovereenkomsten onder de verantwoordelijkheid van bedrijven vallen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>herinnert eraan dat het EFG een instrument voor solidariteit en een rechtvaardige transitie is dat weliswaar ondersteuning biedt nadat banen verloren zijn gegaan, maar niet in de plaats kan komen van een proactief, coherent en gecoördineerd industriebeleid van de Unie, teneinde Europa’s industriële werkgelegenheidsbasis en sociale zekerheid te waarborgen, alsook de economische en sociale veerkracht op lange termijn, en om een regionale structurele neergang te voorkomen; benadrukt dat de voornaamste taak van de Unie moet zijn om dergelijke sluitingen in de eerste plaats te voorkomen door de voorwaarden te scheppen voor betaalbare, schone en betrouwbare energie om de industriële productie concurrerend te houden, terwijl tegelijkertijd wordt geïnvesteerd in vaardigheden voor zowel hooggekwalificeerde als industriële werknemers; benadrukt voorts dat er dringend behoefte is aan coherente en gecoördineerde inspanningen van de Unie op het gebied van concurrentievermogen, die in nauw partnerschap met de lidstaten worden ontwikkeld, om de industriële werkgelegenheidsbasis en de sociale zekerheid van Europa te waarborgen, en onderstreept dat alleen een robuuste en veerkrachtige Europese economie grootschalige ontslagen doeltreffend kan voorkomen, waardoor meteen de behoefte om het EFG in te schakelen afneemt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>hecht zijn goedkeuring aan het bij deze resolutie gevoegde besluit;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit samen met de voorzitter van de Raad te ondertekenen en te zorgen voor bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie, met inbegrip van de bijlage, te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST><TXTLST><ANNEX><TI><STRING BOLD="on">BIJLAGE</STRING></TI><STI><STRING BOLD="on">BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD</STRING></STI><P><STRING BOLD="on">betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering voor ontslagen werknemers naar aanleiding van een aanvraag van België – EGF/2025/006 BE/Audi</STRING></P><P><STRING ITALIC="on">(De tekst van de bijlage wordt hier niet weergegeven, aangezien deze overeenkomt met de definitieve handeling: Besluit (EU) 2026/454.)</STRING></P></ANNEX></TXTLST></SDOCTA>