<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2026)0040</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Strategische defensie- en veiligheidspartnerschappen van de EU</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0005/2026 - Rapporteur: Michał Szczerba)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 11 februari 2026 over strategische defensie- en veiligheidspartnerschappen van de EU (2025/2119(INI)) (2025/2119(INI))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en titel V van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU), met name de bepalingen inzake het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid (GVDB),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het “Strategisch kompas voor veiligheid en defensie – Voor een Europese Unie die haar burgers, waarden en belangen beschermt en bijdraagt tot internationale vrede en veiligheid”, vastgesteld door de Raad op 21 maart 2022,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de Verklaring van Versailles, die tijdens de informele bijeenkomst van de staatshoofden en regeringsleiders van 10 en 11 maart 2022 is aangenomen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Besluit (GBVB) 2017/2315 van de Raad van 11 december 2017 tot instelling van de permanente gestructureerde samenwerking (PESCO) en tot opstelling van de lijst van deelnemende lidstaten<FOOTNOTE><FIELD> PB L 331 van 14.12.2017, blz. 57, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2017/2315/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Besluit (GBVB) 2024/890 van de Raad van 18 maart 2024 tot wijziging van Besluit (GBVB) 2021/509 tot oprichting van een Europese Vredesfaciliteit<FOOTNOTE><FIELD> PB L, 2024/890, 19.3.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2024/890/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de conclusies van de Europese Raad, in het bijzonder die van 23 oktober 2025, 26 juni 2025, 20 maart 2025 en 6 maart 2025,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de veiligheids- en defensiepartnerschappen die op 21 mei 2024 door de EU en Moldavië, op 28 mei 2024 door de EU en Noorwegen, op 1 november 2024 door de EU en Japan, op 4 november 2024 door de EU en Zuid-Korea, op 19 november 2024 door de EU en Noord-Macedonië, op 18 december 2024 door de EU en Albanië, op 19 mei 2025 door de EU en het Verenigd Koninkrijk (VK) en op 23 juni 2025 door de EU en Canada zijn ondertekend,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de gezamenlijke toezeggingen op het gebied van veiligheid die de EU en Oekraïne op 27 juni 2024 hebben ondertekend,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2021/697 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2021 tot oprichting van het Europees Defensiefonds en tot intrekking van Verordening (EU) 2018/1092<FOOTNOTE><FIELD> PB L 170 van 12.5.2021, blz. 149, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/697/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het witboek over de gereedheid van de Europese defensie 2030, dat de voorzitter van de Europese Commissie op 19 maart 2025 heeft gepresenteerd, en het bijbehorende vijfledige financieringsplan ReArm Europe,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad van 22 april 2025 tot wijziging van de Verordeningen (EU) 2021/694, (EU) 2021/695, (EU) 2021/697, (EU) 2021/1153, (EU) 2023/1525 en (EU) 2024/795 wat betreft het stimuleren van defensiegerelateerde investeringen in de EU-begroting met het oog op de uitvoering van het ReArm Europe-plan (COM(2025)0188),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2025/1106 van de Raad van 27 mei 2025 tot vaststelling van het instrument “Optreden voor de veiligheid van Europa (SAFE) door middel van versterking van de Europese defensie-industrie”<FOOTNOTE><FIELD> PB L, 2025/1106, 28.5.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2025/1106/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 17 juni 2025 over het omnibuspakket voor defensiegereedheid (COM(2025)0820) om de relevante juridische en administratieve kaders te vereenvoudigen teneinde de gereedheid van de EU op defensiegebied te versterken,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de gezamenlijke mededeling van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid van 16 oktober 2025 getiteld “Vrede bewaren – routekaart voor defensiegereedheid 2030” (JOIN(2025)0027),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het rapport van Mario Draghi van 9 september 2024 over de toekomst van het Europese concurrentievermogen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het rapport van Sauli Niinistö van 30 oktober 2024 getiteld “Safer Together: Strengthening Europe’s Civilian and Military Preparedness and Readiness”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de drie gezamenlijke verklaringen over de samenwerking tussen de EU en de NAVO die de voorzitters van de Europese Raad, de Commissie en de secretaris-generaal van de NAVO op 10 januari 2023, 5 december 2018 en 6 december 2016 hebben ondertekend,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het strategisch concept dat tijdens de NAVO-top van Madrid op 29 juni 2022 is aangenomen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring op de top van Den Haag van 25 juni 2025,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 2 april 2025 over de uitvoering van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid – jaarverslag 2024<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2025/4389, 9.9.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/4389/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 12 maart 2025 over het witboek over de toekomst van de Europese defensie<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2025/3151, 20.6.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/3151/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 7 juli 2021 over de samenwerking tussen de EU en de NAVO in het kader van de trans-Atlantische betrekkingen<FOOTNOTE><FIELD> PB C 99 van 1.3.2022, blz. 105.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de gezamenlijke mededeling van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid van 5 maart 2024 getiteld “Een nieuwe strategie voor de Europese defensie-industrie – De paraatheid van de EU waarborgen door te zorgen voor een snel reagerende en weerbare Europese defensie-industrie” (JOIN(2024)0010),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de politieke beleidslijnen voor de volgende Europese Commissie 2024-2029: “De keuze van Europa”, gepresenteerd op 18 juli 2024 door de toenmalige kandidaat-voorzitter van de Commissie, Ursula von der Leyen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de gezamenlijke verklaring over de samenwerking tussen de VN en de EU op het gebied van crisisbeheersing, die op 24 september 2003 is ondertekend door de secretaris-generaal van de Verenigde Naties en de voorzitter van de Europese Raad,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de gezamenlijke mededeling van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid van 10 maart 2023 getiteld “Een ruimtestrategie voor veiligheid en defensie van de Europese Unie” (JOIN(2023)0009),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 55 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie veiligheid en defensie (A10-0005/2026),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de huidige geopolitieke context, met name de terugkeer van oorlog op het Europese continent als gevolg van de Russische agressie tegen Oekraïne en het daaruit voortvloeiende besluit van de EU om meer verantwoordelijkheid te nemen voor veiligheid en defensie, met inbegrip van militaire steun aan Oekraïne, vereist dat de EU sterkere, duurzame en op maat gesneden partnerschappen aangaat om de samenwerking met gelijkgestemde partners te verbeteren op een manier die voor beide partijen voordelig is; overwegende dat door de verschuiving in het militaire paradigma, in combinatie met de toename van hybride dreigingen, geen enkele regio van de EU wordt gevrijwaard van het risico van agressie of inmenging;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat de steeds grotere rol van de EU op het gebied van veiligheid en defensie in overeenstemming moet blijven met de beginselen en doelstellingen van het extern optreden van de EU uit hoofde van artikel 21 VEU, met inbegrip van de eerbiediging van het VN-Handvest, het internationaal recht, conflictpreventie, duurzame ontwikkeling, democratie en mensenrechten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat de EU zich volledig blijft inzetten om de internationale samenwerking te bevorderen en effectief multilateralisme te versterken op alle niveaus;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat de EU-brede partnerschappen en dialogen over vrede, veiligheid en defensie een belangrijke bron van kracht en veerkracht zijn; overwegende dat deze partnerschappen gericht moeten zijn op de meest dringende behoeften en uitdagingen van de EU op defensiegebied;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat in het strategisch kompas werd opgeroepen tot uitbreiding en verdieping van partnerschappen met bilaterale, regionale en multilaterale partners wereldwijd met het oog op wederzijdse voordelen en verbeterde samenwerking, met de nadruk op de noodzaak van interoperabiliteit, innovatie en samenhang tussen EU- en NAVO-kaders, alsook tot nauwere samenwerking met Oekraïne en de Verenigde Staten als belangrijke partners voor de Europese en trans-Atlantische veiligheid;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat de toename van de activiteiten van mensenhandelorganisaties en de instrumentalisering van migratie een belangrijk veiligheidsrisico vormen voor de EU;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat bij de nieuwe veiligheids- en defensiepartnerschappen tussen de EU en partnerlanden ernaar moet worden gestreefd de hoogste Europese veiligheidsnormen te waarborgen door toegang tot de technologisch meest geavanceerde en doeltreffende zelfverdedigingssystemen te verwerven en te waarborgen;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Europese beveiligingsomgeving</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>benadrukt dat veiligheids- en defensiepartnerschappen van cruciaal belang zijn voor Europa om doeltreffend te kunnen reageren op opkomende dreigingen en om de ambitie van de EU om haar rol als mondiale strategische speler te versterken, te ondersteunen; benadrukt dat dergelijke partnerschappen, die voor beide partijen voordelig zijn en een duidelijke strategische focus en doelstellingen hebben, van essentieel belang zijn voor de EU om ervoor te zorgen dat de EU soevereiner wordt, meer verantwoordelijkheid neemt voor haar eigen defensie en beter toegerust is om autonoom en op gecoördineerde wijze het hoofd te bieden aan onmiddellijke en toekomstige uitdagingen, met een 360°-aanpak; stelt dat deze partnerschappen voor de EU geen optie, maar een noodzaak zijn; benadrukt dat zij de strategische autonomie van de EU moeten vergroten terwijl zij vastbesloten blijven om samen te werken en volledig complementair blijven met de NAVO, en dat zij het vermogen van de EU moeten versterken om samen met gelijkgestemde partners op te treden bij het streven naar vrede, stabiliteit en collectieve veiligheid;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>	merkt op dat de EU momenteel te kampen heeft met de meest kritieke veiligheidssituatie sinds de Tweede Wereldoorlog en geconfronteerd wordt met grote uitdagingen zoals de versterking van haar militaire vermogens en cyberbeveiligingsinfrastructuur, de bestrijding van hybride dreigingen, de bestrijding van terrorisme en de bescherming van haar kritieke infrastructuur; benadrukt dat de neo-imperialistische aspiraties en de revisionistische houding van Rusland de grootste bedreiging vormen voor de veiligheid van de EU en onderstreept dat de defensie- en afschrikkingsvermogens van de EU dringend moeten worden versterkt; herinnert in dit verband aan de toenemende veiligheidsimplicaties van klimaatverandering en aantasting van het milieu voor kritieke infrastructuur, energiesystemen en crisisparaatheid;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>benadrukt dat de aanvalsoorlog van Rusland tegen Oekraïne Europa heeft doen inzien dat het prioriteit moet geven aan en meer moet investeren in veiligheid en defensie; benadrukt dat Rusland zijn agressie op het Europese continent voortzet, ook met de steun van zijn gelieerde groeperingen, zoals regimes in Iran, Noord-Korea en Belarus; wijst op de kwaadwillige activiteiten van onze strategische concurrenten en de aanhoudende hybride oorlogvoering door verschillende statelijke en niet-statelijke actoren, die een bedreiging vormen voor de Europese veiligheid en voor de op regels gebaseerde internationale orde; beklemtoont de bijzondere veiligheidsproblemen van de EU-lidstaten aan haar oostelijke flank, die rechtstreeks worden bedreigd door de Russische agressie en hybride oorlogvoering; benadrukt dat de voortzetting van de economische samenwerking tussen de EU en China opnieuw moet worden beoordeeld in het licht van de steun van China aan de Russische oorlogseconomie, teneinde de economische veerkracht van de EU te versterken door middel van onder meer risicovermindering; benadrukt dat de EU de strategische concurrentie van China die een cruciale rol speelt bij het mogelijk maken en ondersteunen van de Russische aanvalsoorlog, en het overloopeffect van conflicten in het Midden-Oosten en Afrika het hoofd moet bieden en tegelijkertijd gemeenschappelijke mondiale bedreigingen en uitdagingen moet aanpakken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>benadrukt dat de EU zich er met het strategisch kompas toe verbindt coherenter, consistenter en uitgebreider met haar partners samen te werken en zo op maat gesneden partnerschappen die voor beide partijen voordelig zijn te ontwikkelen op basis van gedeelde waarden en belangen; benadrukt het belang van interoperabiliteit, gezamenlijke opleiding en industriële innovatie op defensiegebied binnen deze partnerschappen, met name via initiatieven zoals het programma voor de Europese defensie-industrie en SAFE;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>onderstreept dat de EU en haar lidstaten zich krachtig blijven inzetten voor de op regels gebaseerde internationale orde, die is gestoeld op de eerbiediging van het internationaal recht, de beginselen van het VN-Handvest, en de waarden van democratie, mensenrechten en de rechtsstaat, zoals verankerd in het VEU; benadrukt dat deze inzet de basis vormt van het extern optreden van de EU en haar inspanningen om vrede, stabiliteit, multilateralisme en welvaart wereldwijd te bevorderen; benadrukt dat conflictpreventie, klimaatveiligheid en duurzaamheid als horizontale prioriteiten in de veiligheids- en defensiepartnerschappen moeten worden geïntegreerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>hoopt op een regelmatige actualisering van het strategisch kompas zodat de strategische visie en de gemeenschappelijke doelstellingen van de EU altijd afgestemd zijn op de recente geopolitieke, sociale en technologische ontwikkelingen; verzoekt de Commissie en de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) om veerkrachtplanning in initiatieven op het gebied van veiligheid met betrekking tot kritieke infrastructuur, toeleveringsketens en energieonafhankelijkheid te integreren;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Cruciaal karakter van het strategisch partnerschap tussen de EU en de NAVO</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>benadrukt het versterkte strategisch partnerschap met de NAVO, dat gestructureerde dialogen en intensievere operationele en sectorale samenwerking omvat — met name op het gebied van militaire mobiliteit, maritieme veiligheid alsmede de defensie-industrie en vermogensontwikkeling, die met name de vorm aanneemt van gezamenlijke oefeningen en samenwerking op personeelsniveau — waardoor de Europese pijler van de NAVO sterker wordt; onderstreept dat deze samenwerking wederzijds versterkend moet blijven, en gebaseerd moet zijn op vertrouwen, transparantie en eerbiediging van de besluitvormingsautonomie van beide organisaties; benadrukt dat democratische verantwoordingsplicht en parlementair toezicht van essentieel belang zijn om ervoor te zorgen dat een dergelijke samenwerking de Europese en trans-Atlantische veiligheid versterkt; benadrukt dat 23 van de 27 EU‑lidstaten lid van de NAVO zijn en is van mening dat de samenwerking met Europese NAVO-leden die geen lid zijn van de EU moet worden herbevestigd door mogelijkheden te verkennen om deze partnerschappen te versterken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>	onderstreept dat de NAVO het meest succesvolle militaire en politieke bondgenootschap is dat de moderne geschiedenis heeft voortgebracht en al ruim zeventig jaar de collectieve defensie, stabiliteit en veiligheid van haar leden waarborgt; onderstreept dat de EU en de NAVO samen meer dan een miljard burgers vertegenwoordigen en enkele van de grootste economieën ter wereld omvatten, waarbij zij een gemeenschap vormen die democratische waarden en veiligheidsbelangen gemeen hebben; onderstreept dat het belangrijk is deze dialoog te institutionaliseren door middel van regelmatig ministerieel overleg tussen de EU en de NAVO, gezamenlijke strategische prognoseactiviteiten en gecoördineerde crisisresponsplanning, waarbij ervoor wordt gezorgd dat politieke coördinatie gelijke tred houdt met operationele samenwerking;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>benadrukt dat de relatie van de EU met de NAVO een prioriteit is die verder moet worden ontwikkeld, met name door meer informatie en inlichtingen uit te wisselen; wijst erop dat samenwerking tussen de EU en de NAVO essentieel is met het oog op afschrikking, bescherming van kritieke infrastructuur, militaire mobiliteit, energienetten, digitale communicatie, cyber-, ruimte- en defensie-ecosystemen, en maatschappelijke en democratische veerkracht; dringt aan op volledige uitvoering van de gezamenlijke verklaringen van de EU en de NAVO; verzoekt voorts de lidstaten die ook lid zijn van de NAVO om hun betrokkenheid bij de NAVO te versterken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>wijst erop dat de NAVO het belangrijkste collectieve trans-Atlantische defensiebondgenootschap blijft, waarbij de EU en de NAVO een complementaire, coherente en wederzijds versterkende rol spelen om de veiligheid in Europa te waarborgen en de internationale veiligheid te vergroten, en moedigt nauwe samenwerking en een voor beide partijen voordelig partnerschap met de Verenigde Staten op dit gebied aan; onderstreept dat een sterkere EU met meer vermogen op het gebied van veiligheid en defensie een positieve bijdrage zal leveren aan zowel de mondiale als de trans-Atlantische veiligheid; onderstreept de noodzaak van een sterke EU-defensiepijler binnen de NAVO, die in staat is autonoom op te treden en tegelijkertijd de NAVO aan te vullen, waardoor het trans-Atlantische partnerschap wordt versterkt en de EU, haar lidstaten en de op regels gebaseerde internationale orde de nodige veiligheidsgaranties worden geboden; wijst er tegelijkertijd op dat de Europese defensie op eigen benen moet staan en over voldoende afschrikkingsvermogen moet beschikken; waarschuwt voor de risico’s van de verschuivende focus van het buitenlands beleid van de VS, hetgeen zou kunnen leiden tot een vermindering van toezeggingen aan Europa op het gebied van veiligheid; benadrukt daarom dat de EU haar eigen plannings- en operationeel vermogen moet ontwikkelen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>benadrukt dat de versterking van de veiligheid afhangt van het vermogen van de lidstaten om zich toe te rusten met interoperabele militaire instrumenten, die gezamenlijk worden ontwikkeld in de hele Europese defensie-industrie, om snel en doeltreffend te kunnen reageren op elke bedreiging van de territoriale integriteit en de soevereiniteit van de EU-lidstaten; benadrukt dat het in deze context noodzakelijk is dat de militaire vermogens worden vastgesteld in synergie met het NAVO-defensieplanningsproces (NDPP), en volgens het beginsel van één enkele strijdmacht; merkt op dat de EU een uiterst belangrijke rol speelt op het gebied van regelgeving en bij de investeringen ter ondersteuning van het industrieel concurrentievermogen, de technologische ontwikkeling en de logistieke aspecten van de Europese defensie; benadrukt dat standaardisatie een cruciale pijler van de samenwerking tussen de EU en de NAVO blijft om interoperabiliteit, complementariteit van de inspanningen en een efficiënt gebruik van middelen te waarborgen en tegelijkertijd onnodige overlapping te vermijden; verzoekt de Commissie en de lidstaten de regels inzake vervaardiging, certificering, verplaatsing, militaire mobiliteit en onderhoud van defensiematerieel en -systemen te vereenvoudigen en te harmoniseren, teneinde een concurrerende, veerkrachtige en geïntegreerde Europese industriële toeleveringsketen tot stand te brengen die een grotere operationele paraatheid en volledige en daadwerkelijke interoperabiliteit tussen de EU en de NAVO kan garanderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>benadrukt de rol van de NAVO als mondiale actor en betrouwbare partner bij de inspanningen voor de non-proliferatie van massavernietigingswapens, zoals nucleaire, chemische, biologische en radiologische wapens, en bij de bestrijding van wereldwijd terrorisme;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Noodzaak van veiligheids- en defensiepartnerschappen van de EU</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>is ingenomen met het feit dat de EU zich positioneert als betrouwbare mondiale veiligheidspartner door haar GVDB te versterken, onder meer via veiligheids- en defensiepartnerschappen die voor beide partijen voordelig zijn, en intensievere bilaterale en multilaterale dialogen; merkt op dat er tot nu toe veiligheids- en defensiepartnerschappen zijn met acht landen en dat er nog meer zijn gepland, waaronder met IJsland; dringt erop aan dat deze partnerschappen gestructureerde industriële samenwerking omvatten die gericht is op het opschalen van in de EU gevestigde productiecapaciteit voor activa voor kerndefensieproductie in verband met de versterking van de Europese technologische en industriële defensiebasis (EDTIB);</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>meent dat het kader van veiligheids- en defensiepartnerschappen een nieuwe impuls geeft aan de lopende dialogen op het gebied van veiligheid en defensie en praktische samenwerking; benadrukt het belang van tastbare resultaten en mijlpalen met overeengekomen streefdata; wijst erop dat resultaatmonitoring, bilaterale evaluaties en de dialoog over dreigingspercepties op meerdere gebieden en wederzijdse belangen van cruciaal belang zijn voor de uitvoering van de partnerschappen; benadrukt het belang van het veiligstellen, door middel van strategische veiligheids- en defensiepartnerschappen, van een betrouwbare voorziening van kritieke grondstoffen die van cruciaal belang zijn voor de Europese defensie; verzoekt de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV) het Parlement regelmatig te voorzien van een beoordeling van de uitvoeringsstatus van de veiligheids- en defensiepartnerschappen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>onderstreept dat veiligheids- en defensiepartnerschappen samenwerking met missies in het kader van het GVDB omvatten, aangezien zij bedoeld zijn om synergieën tot stand te brengen, de interoperabiliteit en coördinatie te vergroten en de algemene veiligheids- en defensievermogens van de EU te versterken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>benadrukt het strategische belang en de noodzaak van prioriteit van de veiligheids- en defensiepartnerschappen met Noorwegen, het VK en Canada als NAVO-bondgenoten en cruciale defensiepartners van de EU; moedigt de verdieping aan van deze partnerschappen, waaronder op het gebied van de defensie-industrie, cyber- en hybride dreigingen en maritieme veiligheid, en bij het ontwikkelen van gezamenlijke militaire vermogens en het stimuleren van nauwere samenwerking; benadrukt dat bij industriële samenwerking prioriteit moet worden gegeven aan projecten die bijdragen aan strategische autonomie en veerkracht, waarbij wordt gezorgd voor een evenwichtige geografische spreiding van investeringen over de lidstaten, met bijzondere aandacht voor de oostelijke flank; moedigt de EU aan om soortgelijke overeenkomsten ook met andere gelijkgestemde partners, waaronder landen die geen lid zijn van de NAVO, te sluiten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>benadrukt dat de relatie tussen de EU en de VS een hoeksteen blijft van de Europese veiligheid en defensie; wijst op het belang van het verkennen van een geformaliseerd veiligheids- en defensiepartnerschap met de Verenigde Staten, dat in overeenstemming zou zijn met de belangen en waarden van de EU en een op regels gebaseerde internationale orde zou bevorderen; wijst op de noodzaak van een constante dialoog en samenwerking op het gebied van de dreigingspercepties; herhaalt dat ons partnerschap met de Verenigde Staten van strategisch belang is en roept op tot een verdieping van onze samenwerking op een manier die voor beide partijen voordelig is, en tot het verkennen van de mogelijkheden voor een optimale samenwerking tussen defensie-industrieën;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>wijst erop dat er geen sprake kan zijn van veiligheid in Europa zonder veiligheid in Oekraïne; wijst op het belang van het verkennen van een geformaliseerd veiligheids- en defensiepartnerschap met Oekraïne; bevestigt dat Oekraïne een partner met strategische prioriteit voor de EU is, nu het land zich voorbereidt om lid te worden van de Unie; herhaalt dat de EU duurzame steun zal blijven bieden met alles wat nodig is om Oekraïne de oorlog zo snel mogelijk te laten winnen; benadrukt dat de EU moet bijdragen aan robuuste, juridisch onderbouwde veiligheidsgaranties voor Oekraïne om verdere Russische agressie te ontmoedigen; wijst erop dat nauwere samenwerking tussen de EU en de Oekraïense defensie-industrie prioriteit heeft, waaronder afstemming op Europese normen en transparantie; benadrukt het belang van EU-partnerschappen en van de negen punten tellende gezamenlijke toezeggingen op het gebied van veiligheid tussen de EU en Oekraïne bij het coördineren van hulp aan Oekraïne; herhaalt zijn verzoek om dringend gebruik te maken van bevroren Russische tegoeden om Oekraïne te steunen, met inachtneming van het internationaal recht; onderstreept het belang systematisch lering te trekken uit de operationele ervaring van Oekraïne, met name op het gebied van drones/onbemande luchtvaartuigsystemen en elektronische oorlogvoering;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>roept de lidstaten op actief met Oekraïne samen te werken en synergieën met het land tot stand te brengen, met name op het gebied van lucht- en raketafweer en oorlogvoering met drones en droneafweer, waarbij de baanbrekende operationele deskundigheid en geavanceerde vermogens van het land worden erkend, en aldus de defensievermogens van zowel de EU als die van Oekraïne te versterken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>prijst de sluiting van 21 mei 2024 van het veiligheids- en defensiepartnerschap EU-Moldavië, waarin de nadruk ligt op de bestrijding van hybride dreigingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>benadrukt het strategische belang van EU-partnerschappen met landen in de Indo-Pacifische regio, zoals Japan, de Republiek Korea en India, die al veiligheids- en defensiepartnerschappen hebben ondertekend, en moedigt de spoedige afronding aan van de onderhandelingen met Australië en de verkenning van verdere partnerschappen met andere landen in de regio, met name Nieuw-Zeeland; benadrukt dat Euro-Atlantische en Indo-Pacifische veiligheidsuitdagingen nauw met elkaar verweven zijn; onderstreept dat de samenwerking met Taiwan op het gebied van veiligheid en defensie moet worden verdiept;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>onderstreept dat nauwere samenwerking op verschillende niveaus en in verschillende vormen op het gebied van energiezekerheid, connectiviteit en bescherming van kritieke infrastructuur met landen in de Kaukasus en Centraal-Azië moet worden onderzocht; wijst op het strategische belang van deze regio’s voor het diversifiëren van de energievoorziening, het ontwikkelen van veilige vervoerscorridors en het versterken van de algehele veerkracht van Europa;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>benadrukt het strategische belang van het Zwarte Zeegebied voor de Europese veiligheid; dringt aan op nauwere samenwerking op het gebied van veiligheid en defensie met gelijkgestemde partners in het Zwarte Zeegebied en op de ontwikkeling van een alomvattende EU-veiligheidsstrategie voor het Zwarte Zeegebied; is voorstander van meer EU-investeringen in marinevermogens, kustverdediging en maritiem situationeel bewustzijn in de Zwarte Zee;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>verzoekt de lidstaten en de EDEO na te gaan of er aanvullende veiligheids- en defensiepartnerschappen kunnen worden opgezet, op basis van duidelijke, voor beide partijen voordelige afspraken, met andere gelijkgestemde partners die onze waarden delen en zich inzetten voor de handhaving van een op regels gebaseerde internationale orde;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>benadrukt het belang van het aangaan van gestructureerde veiligheids- en defensiepartnerschappen met landen in de Westelijke Balkan, met name Bosnië en Herzegovina, om de regionale stabiliteit te vergroten, hybride dreigingen tegen te gaan en de Europese veiligheidsarchitectuur in de onmiddellijke omgeving van de EU te versterken; benadrukt dat dergelijke partnerschappen moeten voortbouwen op de bestaande GVDB-inzet in de regio, met inbegrip van de operatie EUFOR Althea, politieke en veiligheidsdialogen en gezamenlijke deelname aan EU-missies, en tegelijkertijd een strategischer kader op de lange termijn moeten bieden voor samenwerking op gebieden als cyberweerbaarheid, bestrijding van desinformatie en de opbouw van defensievermogens;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Partnerschappen met de VN en andere multilaterale partnerschappen ontwikkelen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>wijst op het belang van het strategisch partnerschap tussen de EU en de VN inzake vredesoperaties en crisisbeheersing; is ingenomen met de nieuwe prioriteiten van het strategisch partnerschap tussen de EU en de VN voor 2025-2028 en wijst erop dat de samenhang en doeltreffendheid van de missies en operaties van de EU en de VN moeten worden vergroot, onder meer door gezamenlijke planning en leerervaringsprocessen; dringt aan op de volledige uitvoering en systematische integratie van de agenda voor vrouwen, vrede en veiligheid, in overeenstemming met Resolutie 1325 van de VN-Veiligheidsraad, met name wat betreft de bescherming van burgers, volledige, gelijke en betekenisvolle participatie van vrouwen in vredesprocessen en de preventie van conflictgerelateerd seksueel geweld; pleit voor een hervorming van de werking van de VN om ervoor te zorgen dat missies en operaties doeltreffend zijn en het gewenste effect hebben;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>merkt op dat er een strategisch partnerschap bestaat tussen de EU en de Afrikaanse Unie, met name op het gebied van vrede en veiligheid; wijst erop dat de strategische partnerschappen met andere regionale organisaties, waaronder de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa, de Associatie van Zuidoost-Aziatische Staten, de Liga van Arabische Staten, de Samenwerkingsraad van de Golf en de Organisatie van Amerikaanse Staten, op gebieden van wederzijds belang moeten worden verdiept door middel van gezamenlijke initiatieven, dialoog en meer diplomatieke activiteit; benadrukt het belang van samenwerking met Latijns-Amerikaanse partners bij de aanpak van internationale georganiseerde misdaad, grensoverschrijdende mensenhandel, hybride dreigingen en maritieme veiligheid, alsook bij de bevordering van democratische veerkracht en regionale stabiliteit;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>dringt aan op het versterken van de operationele dimensie van de samenwerking van de EU op het gebied van veiligheid en defensie met gelijkgestemde en andere partners in het zuidelijk nabuurschap, met name in het Middellandse Zeegebied, met bijzondere aandacht voor maritieme veiligheid, terrorismebestrijding, grensbeheer en de bescherming van kritieke infrastructuur, en het voortbouwen op de toezeggingen in het pact voor het Middellandse Zeegebied om de veiligheidssamenwerking met mediterrane partners te verdiepen; onderstreept dat instabiliteit in de regio een rechtstreekse invloed heeft op de interne veiligheid van de EU en daarom een meer strategische en gecoördineerde respons vereist;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Brede en op maat gesneden vormen van samenwerking stimuleren</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>wijst erop dat de geïntegreerde aanpak van de EU ten aanzien van het GVDB de rechtskaders omvat voor de deelname van derde landen en regionale organisaties aan GVDB-missies en -operaties; benadrukt dat deze partners onze waarden moeten hooghouden en onze belangen moeten delen; moedigt de Commissie en de EDEO aan administratieve procedures verder te stroomlijnen om te zorgen voor een snellere en flexibelere deelname van gelijkgestemde partners, met name aan opleidings-, vermogensopbouw- en crisisresponsmissies;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>benadrukt de strategische rol van de Europese Vredesfaciliteit (EPF) als essentieel instrument om de militaire en defensievermogens te versterken, de militaire aspecten van vredesoperaties te ondersteunen en uitrusting te leveren aan de strijdkrachten van EU-partners; dringt aan op volledige transparantie en democratische controle van dit instrument;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>betreurt de aanhoudende belemmering door de Hongaarse regering van het gebruik van dit instrument om Oekraïne bij te staan, onder meer door gerechtelijke stappen te ondernemen bij het Gerecht, en door EPF-steun aan Armenië voortdurend te blokkeren; dringt er bij de lidstaten op aan actief druk uit te oefenen op de Hongaarse regering om een einde te maken aan deze onverantwoorde blokkade van de EPF; verzoekt de HV/VV alternatieve oplossingen te vinden om deze situatie te verhelpen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>is ingenomen met de versterking van het EDEO-netwerk van militaire adviseurs in de EU-delegaties, waardoor de betrekkingen met militaire en civiele instellingen van partners sterker worden; dringt aan op regelmatige coördinatievergaderingen tussen deze adviseurs om beste praktijken uit te wisselen, het situationeel bewustzijn te verbeteren en de samenhang in het extern optreden van de EU te bevorderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>33.</NO.P>benadrukt dat voor de defensiegereedheid van de EU in 2030 partnerschappen en de betrokkenheid van de EU met gelijkgestemde partners vereist zijn; wijst erop dat het voor de verwezenlijking van de gestelde doelstellingen van de EU nodig is om de toeleveringsketens, waaronder die van grondstoffen en kritieke onderdelen, veilig te stellen, de EDTIB te bevorderen en te versterken en de strategische afhankelijkheden van de EU te verminderen, zonder dat er nieuwe worden gecreëerd; beklemtoont dat bijvoorbeeld de afhankelijkheid van de EU ten aanzien van China op het gebied van kritieke grondstoffen een aanzienlijke geopolitieke en economische kwetsbaarheid inhoudt; dringt aan op democratisch toezicht en transparantie in partnerschappen met de defensie-industrie, onder meer om de naleving van arbeids- en milieunormen te waarborgen; erkent dat de totstandbrenging van een echte eengemaakte markt voor defensie van doorslaggevend belang is en zowel de militaire vermogens van de EU als haar strategische autonomie zal versterken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>34.</NO.P>is ingenomen met het feit dat aan landen waarmee veiligheids- en defensiepartnerschappen zijn aangegaan, bevoorrechte toegang tot het SAFE-instrument kan worden verleend, met referte aan specifieke bilaterale overeenkomsten; merkt op dat de onderhandelingen over de SAFE-conforme overeenkomst met Canada zijn afgerond; betreurt dat de overeenkomst met het VK nog niet is afgerond; benadrukt dat de opneming van de twee landen in defensie-initiatieven van de EU voor beide partijen voordelen zou opleveren en de toegevoegde waarde van elke sector zou vergroten; benadrukt het belang van deelname van Oekraïne aan SAFE;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>35.</NO.P>merkt op dat het Europees Defensieagentschap ook samenwerkt met derde landen, organisaties en entiteiten in het kader van op maat gesneden administratieve regelingen; benadrukt dat ervoor moet worden gezorgd dat deze regelingen bijdragen tot de consolidatie van de EDTIB en tot de bescherming van disruptieve technologieën; dringt aan op een herbeoordeling van de administratieve regelingen en de doeltreffendheid ervan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>36.</NO.P>dringt erop aan dat de EDEO over de nodige personele en financiële middelen beschikt om de bestaande veiligheids- en defensiepartnerschappen uit te voeren, waarbij ervoor wordt gezorgd dat zij tastbare resultaten opleveren;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Belangrijke samenwerkingsgebieden binnen veiligheids- en defensiepartnerschappen versterken </STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>37.</NO.P>benadrukt de rol van veiligheids- en defensiepartnerschappen voor geïntegreerd grensbeheer met een aantal partners, wat vooral belangrijk is met het oog op de recente provocaties en schendingen van het NAVO-luchtruim door de Russische en Belarussische regimes, die met name gevolgen hebben voor de staten aan de oostelijke flank, en de externe aspecten van irreguliere migratie; wijst erop dat de externe aspecten van irreguliere migratie ook gevolgen hebben voor de lidstaten aan de zuidelijke flank; dringt aan op meer financiële en operationele steun van de EU voor de grensbeheervermogens van landen in de voorste linie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>38.</NO.P>moedigt de Europese Raad aan de deelname van landen die veiligheids- en defensiepartnerschappen hebben ondertekend, met name Noorwegen, het VK en Canada, aan EU-vlaggenschipprojecten, zoals de oostflankwacht, het Europees initiatief voor droneverdediging, het Europees luchtschild en het Europees ruimteschild, te overwegen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>39.</NO.P>benadrukt dat de financieringsprioriteiten van de EU de noodzaak van een evenwichtige geografische verdeling van industriële vermogens moeten weerspiegelen, met bijzondere aandacht voor het versterken van de productie op defensiegebied aan de oostelijke flank van de EU om in te spelen op de nabijheid van hoogrisicogebieden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>40.</NO.P>roept op tot meer gezamenlijke maritieme veiligheidsoefeningen met relevante geallieerde partners om de interoperabiliteit en operationele gereedheid te bevorderen voor strategisch belangrijke waterwegen en knelpunten over de hele wereld, met name in gebieden waar de vitale belangen van de EU worden bedreigd; benadrukt het belang van toezicht op en bescherming van kritieke maritieme infrastructuur, waaronder onderzeese kabels en pijpleidingen, om te voorkomen dat hybride aanvallen zich in toenemende mate voordoen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>41.</NO.P>benadrukt het belang van veiligheids- en defensiepartnerschappen voor GVDB-missies en -operaties, omdat zij de hoeksteen blijven van het externe veiligheidsoptreden van de EU en een belangrijke pijler vormen van de activiteiten van de EU op het gebied van conflictpreventie, crisisbeheersing en stabilisatie na conflicten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>42.</NO.P>benadrukt dat cyberaanvallen, desinformatie en buitenlandse informatiemanipulatie en inmenging (FIMI) de activiteiten van transnationale criminele organisaties die zich met drugssmokkel en mensenhandel bezighouden en de instrumentalisering van migratie door strijdlustige derde landen, een groeiende veiligheidsbedreiging voor de EU vormen; roept op tot verdere samenwerking met de partners van de EU om de veerkracht van de EU te versterken, haar kritieke infrastructuur te beschermen en beste praktijken uit te wisselen om FIMI aan te pakken; benadrukt het belang van veiligheids- en defensiepartnerschappen om maatschappelijke en democratische veerkracht op te bouwen; moedigt aan tot het opzetten van gezamenlijke cyberresponsoefeningen en het ontwikkelen van beveiligde kanalen voor informatie-uitwisseling tussen de EU en haar partners om hybride dreigingen tegen te gaan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>43.</NO.P>merkt op dat uit de EU-aanpak van de bescherming van kritieke onderwaterinfrastructuur tevens een groeiend besef van niet-traditionele veiligheidsuitdagingen blijkt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>44.</NO.P>benadrukt het belang van terrorismebestrijding en de preventie van gewelddadig extremisme, waarbij zowel statelijke als niet-statelijke bedreigingen worden aangepakt middels geïntegreerde veiligheidskaders; benadrukt dat uitgebreide intergouvernementele samenwerking en informatie-uitwisseling, zowel binnen de EU als met derde landen, noodzakelijk zijn om terrorisme en gewelddadig extremisme doeltreffend te bestrijden en te voorkomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>45.</NO.P>onderstreept dat partnerschappen van essentieel belang zijn om vreedzaam en verantwoordelijk gedrag in de ruimte te bevorderen, op ruimtedreigingen te reageren en het gebruik van ruimtediensten voor veiligheids- en defensiedoeleinden te ondersteunen; beklemtoont dat met name de opkomende nieuwe ruimtevaartsector en het innovatieve potentieel ervan met betrekking tot technologieën voor tweeërlei gebruik ook ten volle moeten worden benut voor ontwikkelingen op defensie- en civiel gebied;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>46.</NO.P>dringt erop aan dat de veiligheids- en defensiepartnerschappen een effectieve herzieningsbepaling bevatten die het mogelijk maakt om aanpassingen te realiseren in verband met de uitvoering en om in te spelen op nieuwe ontwikkelingen op veiligheidsgebied; benadrukt dat deze partnerschappen, indien zij goed worden uitgevoerd, concrete resultaten zullen opleveren die aan de Europese veiligheidsorde kunnen bijdragen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Ontwikkeling van de rol van het Parlement bij het bevorderen van defensiesamenwerking</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>47.</NO.P>herinnert eraan dat het Parlement herhaaldelijk heeft gewezen op het belang van partnerschappen op het gebied van veiligheid en defensie; meent dat parlementaire diplomatie deze partnerschappen aanvult en ondersteunt; benadrukt de belangrijke rol van de Commissie veiligheid en defensie en de Delegatie voor de betrekkingen met de Parlementaire Vergadering van de NAVO; verzoekt de EDEO regelmatig verslag uit te brengen aan het Parlement over de uitvoering van de veiligheids- en defensiepartnerschappen en de stand van zaken van lopende of geplande onderhandelingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>48.</NO.P>verbindt zich ertoe regelmatig gezamenlijke commissievergaderingen te houden met de Commissie nationale veiligheid, defensie en inlichtingen van de Verchovna Rada van Oekraïne om de dialoog op parlementair niveau te bevorderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>49.</NO.P>is ingenomen met de organisatie van de eerste interparlementaire vergadering van de defensiecomités van de EU-lidstaten in het Europees Parlement en met de verdere verdieping van het partnerschap met het personeel van de nationale parlementen, onder meer via de Europese Veiligheids- en defensieacademie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>50.</NO.P>is ingenomen met de organisatie van het 107e Rose-Roth-seminar van de Parlementaire Vergadering van de NAVO over de samenwerking tussen de EU en de NAVO, getiteld “EU-NATO Cooperation: Essential Partnership and Democratic Resilience”, in de gebouwen van het Parlement; benadrukt dat dit de nieuwe en actieve rol van het Parlement met betrekking tot zijn versterkte partnerschapsstatus in de Parlementaire Vergadering van de NAVO onderstreept;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>51.</NO.P>onderstreept het succes van het allereerste proefproject van het Parlement en de Parlementaire Vergadering van de NAVO voor parlementaire vermogensopbouw in de veiligheids- en defensiesector voor het personeel van de Verchovna Rada van Oekraïne; roept op dit proefproject uit te breiden tot de Verchovna Rada van Oekraïne, de parlementen van het uitbreidingsgebied en alle veiligheids- en defensiepartnerschappen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>52.</NO.P>meent dat het Schumanforum voor veiligheid en defensie, dat wordt georganiseerd door de EDEO met medewerking van het Parlement, een gelegenheid vormt om een regelmatig platform op hoog niveau voor dialoog met partners te bieden; verzoekt het Parlement een actieve rol te spelen bij het vormgeven van de agenda en follow-up ervan, en ervoor te zorgen dat de resultaten worden meegenomen in de wetgevingswerkzaamheden inzake het veiligheids- en defensiebeleid van de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>53.</NO.P>moedigt het aanhalen van banden met samenlevingen in partnerlanden aan, alsmede het versterken van de strategische communicatie van de EU; dringt aan op campagnes waarbij het Parlement, andere instellingen, organen en instanties van de EU, de lidstaten en partnerlanden, alsook non-gouvernementele organisaties, de academische wereld en de media worden betrokken, die worden opgezet om bestaande veiligheids- en defensiepartnerschappen te bevorderen en nieuwe partnerschappen aan te moedigen, waardoor het imago en de positie van de EU in landen waarmee een veiligheids- en defensiepartnerschap is gesloten, worden versterkt; benadrukt dat narratieven met betrekking tot desinformatie en buitenlandse manipulatie moeten worden tegengegaan door middel van gecoördineerde communicatiestrategieën en initiatieven op het gebied van publieksdiplomatie in samenwerking met EU-delegaties en lidstaten;</P></ACTION><SEPARATION><P>°</P><P>°	°</P></SEPARATION><ACTION><P><NO.P>54.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>