<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2026)0049</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Ontwikkeling van een nieuwe EU-strategie voor armoedebestrijding</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0260/2025 - Rapporteur: João Oliveira)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 12 februari 2026 over de ontwikkeling van een nieuwe EU-strategie voor armoedebestrijding (2025/2095(INI))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 2 en artikel 3, lid 3, van het Verdrag betreffende de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de artikelen 145 tot en met 161 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de Europese pijler van sociale rechten en het bijbehorende actieplan, met zijn doelstellingen voor 2030, en het sociaal scorebord van de EU en de daarin opgenomen kern- en secundaire indicatoren,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de Verklaring van Porto van 8 mei 2021, de hernieuwde toezeggingen op het Sociaal Forum van Porto van 2023 en de Verklaring van Terhulpen van 16 april 2024,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de duurzameontwikkelingsdoelstellingen van de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling van de Verenigde Naties, die in september 2015 werd aangenomen in New York,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het “Sustainable Development Report 2025” (Rapport over duurzame ontwikkeling 2025)<FOOTNOTE><FIELD> Sachs, J.D., Lafortune, G., Fuller, G., Iablonovski, G., <STRING ITALIC="on">Sustainable Development Report 2025 – Financing Sustainable Development to 2030 and Mid-Century</STRING>, Dublin University Press, Dublin, Ierland, 2025.</FIELD></FOOTNOTE>, dat op 24 juni 2025 is gepubliceerd,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het VN-Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen, dat werd aangenomen in 1979,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Verdrag van de Raad van Europa inzake het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld (Verdrag van Istanbul), dat werd aangenomen op 11 mei 2011,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Internationaal Verdrag van de VN inzake economische, sociale en culturele rechten, dat op 16 december 1966 werd aangenomen in New York,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het VN-Verdrag inzake de rechten van het kind, dat op 20 november 1989 werd aangenomen in New York, en de algemene opmerkingen van het VN-Comité voor de Rechten van het Kind,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap, dat op 12 december 2006 werd aangenomen in New York,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de resolutie van de Algemene Vergadering van de VN van 18 december 2019 over de rechten van het kind,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verdragen van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO), waaronder Verdrag nr. 102 inzake sociale zekerheid (minimumnormen), Verdrag nr. 111 betreffende discriminatie in arbeid en beroep en Verdrag nr. 189 inzake fatsoenlijk werk voor huishoudelijk personeel,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Europees Sociaal Handvest, dat in 1961 werd aangenomen in Turijn,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn 2000/43/EG van de Raad van 29 juni 2000 houdende toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van personen ongeacht ras of etnische afstamming<FOOTNOTE><FIELD> PB L 180 van 19.7.2000, blz. 22, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2000/43/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn 2000/78/EG van de Raad van 27 november 2000 tot instelling van een algemeen kader voor gelijke behandeling in arbeid en beroep<FOOTNOTE><FIELD> PB L 303 van 2.12.2000, blz. 16, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2000/78/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn (EU) 2019/1158 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 betreffende het evenwicht tussen werk en privéleven voor ouders en mantelzorgers en tot intrekking van Richtlijn 2010/18/EU van de Raad<FOOTNOTE><FIELD> PB L 188 van 12.7.2019, blz. 79, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2019/1158/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn (EU) 2022/2041 van het Europees Parlement en de Raad van 19 oktober 2022 betreffende toereikende minimumlonen in de Europese Unie<FOOTNOTE><FIELD> PB L 275 van 25.10.2022, blz. 33, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2022/2041/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn (EU) 2023/970 van het Europees Parlement en de Raad van 10 mei 2023 ter versterking van de toepassing van het beginsel van gelijke beloning van mannen en vrouwen voor gelijke of gelijkwaardige arbeid door middel van beloningstransparantie en handhavingsmechanismen<FOOTNOTE><FIELD> PB L 132 van 17.5.2023, blz. 21, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2023/970/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2023/955 van het Europees Parlement en de Raad van 10 mei 2023 tot oprichting van een sociaal klimaatfonds en tot wijziging van Verordening (EU) 2021/1060<FOOTNOTE><FIELD> PB L 130 van 16.5.2023, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2023/955/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn (EU) 2024/1385 van het Europees Parlement en de Raad van 14 mei 2024 ter bestrijding van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld<FOOTNOTE><FIELD> PB L, 2024/1385, 24.5.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2024/1385/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 7 maart 2025 getiteld “Een routekaart voor vrouwenrechten” (COM(2025)0097),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 30 januari 2020 over de loonkloof tussen mannen en vrouwen<FOOTNOTE><FIELD> PB C 331 van 17.8.2021, blz. 5.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 21 januari 2021 over toegang tot fatsoenlijke en betaalbare huisvesting voor iedereen<FOOTNOTE><FIELD> PB C 456 van 10.11.2021, blz. 145.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 10 februari 2021 over het terugdringen van ongelijkheid, met speciale aandacht voor armoede onder werkenden<FOOTNOTE><FIELD> PB C 465 van 17.11.2021, blz. 62.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 11 maart 2021 over de rechten van het kind in het licht van de EU-strategie voor de rechten van het kind<FOOTNOTE><FIELD> PB C 474 van 24.11.2021, blz. 146.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 29 april 2021 over de Europese kindergarantie<FOOTNOTE><FIELD> PB C 506 van 15.12.2021, blz. 94.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 5 juli 2022 over armoede onder vrouwen in Europa<FOOTNOTE><FIELD> PB C 47 van 7.2.2023, blz. 2.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 5 oktober 2022 over de situatie van Roma die in nederzettingen in de EU wonen<FOOTNOTE><FIELD> PB C 132 van 14.4.2023, blz. 29.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 15 maart 2023 over een toereikend minimuminkomen met het oog op actieve inclusie<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2023/400, 23.11.2023, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2023/400/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 9 mei 2023 over de tenuitvoerlegging van de schoolregeling voor de verstrekking van groenten en fruit, melk en zuivelproducten uit hoofde van de verordening tot vaststelling van een gemeenschappelijke marktordening<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2023/1063, 15.12.2023, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2023/1063/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 21 november 2023 over het verminderen van ongelijkheid en het bevorderen van sociale integratie in tijden van crisis voor kinderen en de gezinnen waarin zij leven<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2024/4211, 24.7.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/4211/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 21 november 2023 getiteld “Kinderen eerst: versterking van de kindergarantie, twee jaar na de goedkeuring ervan”<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2024/4212, 24.7.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/4212/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 23 november 2023 over het scheppen van werkgelegenheid: rechtvaardige transitie en investeren met impact<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2024/4224, 24.7.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/4224/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanbeveling van de Raad van 22 mei 2019 betreffende stelsels voor kwaliteitsvolle voor- en vroegschoolse educatie en kinderopvang<FOOTNOTE><FIELD> PB C 189 van 5.6.2019, blz. 4.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Aanbeveling 2013/112/EU van de Commissie van 20 februari 2013 getiteld “Investeren in kinderen: de vicieuze cirkel van achterstand doorbreken”<FOOTNOTE><FIELD> PB L 59 van 2.3.2013, blz. 5.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 24 maart 2021 getiteld “EU-strategie voor de rechten van het kind” (COM(2021)0142),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Aanbeveling (EU) 2024/1238 van de Commissie van 23 april 2024 over de ontwikkeling en versterking van geïntegreerde systemen voor kinderbescherming in het belang van het kind<FOOTNOTE><FIELD> PB L, 2024/1238, 14.5.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reco/2024/1238/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Aanbeveling (EU) 2021/1004 van de Raad van 14 juni 2021 tot instelling van een Europese kindergarantie<FOOTNOTE><FIELD> PB L 223 van 22.6.2021, blz. 14, ELI: http://data.europa.eu/eli/reco/2021/1004/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 7 juni 2023 betreffende een alomvattende aanpak van geestelijke gezondheid (COM(2023)0298),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 5 maart 2020 getiteld “Een Unie van gelijkheid: strategie voor gendergelijkheid 2020‑2025” (COM(2020)0152),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 18 september 2020 getiteld “Een Unie van gelijkheid: EU-actieplan tegen racisme 2020-2025” (COM(2020)0565),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 12 november 2020 getiteld “Een Unie van gelijkheid: strategie voor gelijkheid van lhbtiq’ers 2020‑2025” (COM(2020)0698),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 7 oktober 2020 getiteld “Een Unie van gelijkheid: strategisch EU-kader voor gelijkheid, integratie en participatie van de Roma” (COM(2020)0620),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanbeveling van de Raad van 12 maart 2021 inzake gelijkheid, inclusie en participatie van de Roma<FOOTNOTE><FIELD> PB C 93 van 19.3.2021, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 3 maart 2021 getiteld “Unie van gelijkheid: Strategie inzake de rechten van personen met een handicap 2021-2030” (COM(2021)0101),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 27 januari 2021 getiteld “Groenboek over de vergrijzing – Bevorderen van intergenerationele solidariteit en verantwoordelijkheid” (COM(2021)0050),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 9 december 2021 getiteld “Bouwen aan een economie die werkt voor de mensen: een actieplan voor de sociale economie” (COM(2021)0778),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanbeveling van de Raad van 8 november 2019 met betrekking tot de toegang tot sociale bescherming voor werknemers en zelfstandigen<FOOTNOTE><FIELD> PB C 387 van 15.11.2019, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie van 28 juni 2023 over toegang tot essentiële diensten in de EU,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanbeveling van de Raad van 30 januari 2023 over een toereikend minimuminkomen met het oog op actieve inclusie<FOOTNOTE><FIELD> PB C 41 van 3.2.2023, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het in 2021 opgerichte Europees platform voor de bestrijding van dakloosheid,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 30 juni 2021 getiteld “Een langetermijnvisie voor de plattelandsgebieden van de EU – Naar sterkere, verbonden, veerkrachtige en welvarende plattelandsgebieden in 2040” (COM(2021)0345) en haar mededeling van 27 maart 2024 getiteld “De langetermijnvisie voor de plattelandsgebieden van de EU: belangrijkste verwezenlijkingen en volgende stappen” (COM(2024)0450),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van het Europees Comité van de Regio’s van 14 oktober 2025 over een EU-strategie voor armoedebestrijding<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2025/6322, 3.12.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/6322/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de relevante rapporten van de speciale rapporteur van de VN voor extreme armoede en mensenrechten,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de standpuntnota van het Europees Netwerk Armoedebestrijding (EAPN) getiteld “Towards the eradication of poverty – EAPN vision and recommendations for the EU Anti-Poverty Strategy” (Een einde maken aan armoede – Visie en aanbevelingen van het EAPN voor de EU-strategie voor armoedebestrijding), gepubliceerd in 2025,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de twee standpuntnota’s van All Together in Dignity Fourth World getiteld “Paving the Way towards an EU Anti-Poverty Strategy” (Het pad effenen voor een EU-strategie voor armoedebestrijding), die respectievelijk in januari en mei 2025 zijn gepubliceerd,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de standpuntnota van Social Platform van maart 2025 getiteld “A post-2027 Multiannual Financial Framework for Social Europe” (Een meerjarig financieel kader voor de periode na 2027 voor een sociaal Europa) en zijn standpuntnota van mei 2025 getiteld “EU Anti-Poverty Strategy” (EU-strategie voor armoedebestrijding),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de standpuntnota van Make Mothers Matter getiteld “Mothers’ Poverty in the EU” (Armoede onder moeders in de EU), gepubliceerd in 2025,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de studie van de Commissie van 15 november 2024 getiteld “Transport poverty: definitions, indicators, determinants, and mitigation strategies” (Vervoersarmoede: definities, indicatoren, bepalende factoren en mitigatiestrategieën),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het rapport van Eurochild getiteld “Children’s Realities in Europe: Progress &amp; Gaps – Eurochild 2024 flagship report on children in need across Europe” (De realiteiten van kinderen in Europa: vooruitgang en tekortkomingen – Vlaggenschiprapport 2024 van Eurochild over kinderen in nood in Europa), gepubliceerd in 2024,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 55 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie vrouwenrechten en gendergelijkheid,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (A10-0260/2025),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat in 2024 in de EU 93,3 miljoen mensen (21,0 % van de bevolking) met armoede of sociale uitsluiting werden bedreigd, wat slechts een kleine daling is ten opzichte van 2019; overwegende dat in 2024 in de EU 21,9 % van de mensen die deel uitmaken van een gezin met ten laste komende kinderen met armoede of sociale uitsluiting werd bedreigd<FOOTNOTE><FIELD> Eurostat, Data Browser, “Severe material and social deprivation rate by age and sex”, 14 november 2025, stand van zaken op 9 december 2025, https://ec.europa.eu/eurostat/databrowser/view/ilc_mdsd11/default/table?lang=en.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat ernstige materiële deprivatie wordt gedefinieerd als het ontbreken van noodzakelijke en wenselijke elementen die nodig zijn voor een waardig bestaan; overwegende dat in 2024 in de EU 6,4 % van de bevolking te kampen had met ernstige materiële en sociale deprivatie, waaronder een gebrek aan adequate verwarming, overbevolkte woonruimte en ontoereikende voeding; overwegende dat kinderen en vrouwen in vergelijking met andere bevolkingsgroepen onevenredig zwaar worden getroffen door dit verschijnsel;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat de EU in 2021 in het actieplan voor de Europese pijler van sociale rechten de doelstelling heeft opgenomen om het aantal mensen dat met armoede of sociale uitsluiting wordt bedreigd tegen 2030 met ten minste 15 miljoen te verminderen ten opzichte van de cijfers van 2019, waarvan ten minste 5 miljoen kinderen; overwegende dat zelfs als deze doelstelling wordt behaald, dit zou betekenen dat tegen die tijd nog steeds circa 78 miljoen mensen in de EU, waarvan 15 miljoen kinderen, met armoede en sociale uitsluiting worden bedreigd; overwegende dat de lidstaten nationale streefcijfers hebben vastgelegd om dit kerndoel te verwezenlijken en dat de trend voor bijna de helft van de lidstaten de andere kant op wijst;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat armoede neerkomt op een schending van de menselijke waardigheid die een volledige uitoefening van de mensenrechten in de weg staat en een symptoom is van een ongelijke verdeling van de welvaart; overwegende dat de noodzaak om armoede uit te bannen gelijke toegang tot werkgelegenheid en diensten vereist, evenals beleid waarmee het ondeelbare en universele karakter van politieke, economische, sociale en culturele rechten wordt gewaarborgd; overwegende dat armoede een verschijnsel met veel facetten is dat meer dan alleen materiële deprivatie inhoudt en belemmeringen op het gebied van onderwijs, gezondheidszorg, sociale en democratische participatie en economische kansen omvat;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat de uitbanning van armoede op Europees niveau een nieuwe aanpak vergt en dat het anders niet mogelijk zal zijn de trend om te buigen en ervoor te zorgen dat elke persoon gelijke kansen heeft om deel te nemen aan de samenleving; overwegende dat voor de uitbanning van armoede een gecoördineerde en holistische aanpak en geïntegreerde beleidsmaatregelen nodig zijn die gezamenlijk bijdragen aan sociale cohesie en voorkomen dat de ongelijkheid toeneemt; overwegende dat een dergelijke brede strategie de betrokkenheid van de lidstaten, de regionale en lokale autoriteiten, de sociale partners en het maatschappelijk middenveld vereist;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat eenoudergezinnen, met name die met een vrouw als gezinshoofd, een groter risico op armoede lopen, namelijk 32 % tegenover slechts 11,2 % bij tweeoudergezinnen<FOOTNOTE><FIELD> Eurostat, Data Browser, “At-risk-of-poverty rate by poverty threshold and household type”, 14 november 2025, stand van zaken op 9 december 2025, https://ec.europa.eu/eurostat/databrowser/view/ilc_li03/default/table?lang=en.</FIELD></FOOTNOTE>, waardoor gezinsleden vaker vast komen te zitten in een vicieuze cirkel van armoede die van generatie op generatie wordt doorgegeven; overwegende dat systemische factoren zoals een gebrek aan toegang tot diensten, een instabiele huisvestingssituatie, inkomensonzekerheid en ontoereikende preventie- en gezinsondersteunende diensten het vermogen van gezinnen ondermijnen om binnen een gemeenschapsomgeving voor hun kinderen te zorgen; overwegende dat gerichte preventieve gezinsondersteuning en -bijstand, ook voor slachtoffers van huiselijk geweld, van essentieel belang zijn om deze gezinnen een sterkere positie te geven en te beschermen en de armoedecyclus te doorbreken;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat de indicatoren voor het aantal kinderen dat met armoede wordt bedreigd, zijn toegenomen van 23,6 % in 2019 tot 24,2 % in 2024; overwegende dat de EU op basis van het huidige traject haar doelstelling om het aantal kinderen in armoede tegen 2030 met ten minste 5 miljoen te verminderen niet zal halen; overwegende dat er aanzienlijke verschillen worden waargenomen bij kinderen die tot een etnische minderheid behoren of een migratieachtergrond hebben, kinderen met een handicap en Romakinderen; overwegende dat de EU- en nationale middelen die momenteel worden ingezet ontoereikend zijn om het probleem van kinderarmoede in de EU aan te pakken;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat kinderarmoede vaak voortvloeit uit gezinsarmoede en dat het ontbreken van een alomvattende respons tot gevolg heeft dat armoede voortduurt in alle fasen van het leven (in de kinderjaren, tijdens het actieve leven en na het pensioen); overwegende dat intergenerationele achterstelling alleen kan worden doorbroken als aandacht wordt besteed aan het hele gezin dat in armoede leeft, zowel de ouders als de kinderen; overwegende dat investeringen in kinderen en jongeren — met name in voor- en vroegschoolse educatie en opvang, waarbij onder meer wordt gewerkt aan rekenvaardigheid en geletterdheid — en gezinsondersteuning preventief werken tegen armoede en aanzienlijke sociale voordelen op lange termijn opleveren, en daarom niet louter als sociale uitgaven maar als een investering in de toekomst moeten worden beschouwd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat de Raad op 14 juni 2021 zijn aanbeveling tot instelling van een Europese kindergarantie heeft aangenomen, die een uitgelezen kans biedt om ongelijkheden te verminderen en de sociale inclusie van kinderen te bevorderen en blijk geeft van de inzet van de Raad voor een geïntegreerd beleid dat erop gericht is de vicieuze cirkel van armoede te doorbreken en ervoor te zorgen dat kinderen in nood toegang hebben tot essentiële diensten, zoals gratis voor- en vroegschoolse educatie en opvang, gratis onderwijs (met inbegrip van schoolgerelateerde activiteiten en ten minste één gezonde maaltijd per schooldag), gratis gezondheidszorg, gezonde voeding en adequate huisvesting; overwegende dat 5 % van de middelen van het Europees Sociaal Fonds Plus (ESF+) specifiek bestemd is voor het terugdringen van kinderarmoede, maar dat desondanks het percentage kinderen dat met armoede of sociale uitsluiting wordt bedreigd in sommige lidstaten is toegenomen, hetgeen erop wijst dat de middelen op ambitieuzere en doeltreffendere wijze moeten worden ingezet;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat toegang tot hoogwaardige voor- en vroegschoolse educatie en opvang van cruciaal belang is voor de gezonde ontwikkeling van jonge kinderen en voor het waarborgen van gelijke onderwijskansen voor kinderen uit een kansarme milieu, kinderen met een handicap en kinderen met specifieke onderwijsbehoeften, en dat zo de basis wordt gelegd voor het doorbreken van de armoedecyclus, sociale inclusie wordt bevorderd en een hoog maatschappelijk rendement in de toekomst wordt behaald; overwegende dat de EU volgens de Commissie extra uitgaven ter hoogte van meer dan 11 miljard EUR per jaar moet investeren om de Barcelona-doelstellingen te halen en ervoor te zorgen dat tegen 2030 ten minste 45 % van de kinderen jonger dan drie jaar en ten minste 96 % van de kinderen tussen drie jaar en de leeftijd van het verplichte basisonderwijs deelnemen aan voor- en vroegschoolse educatie en opvang<FOOTNOTE><FIELD> Europese Commissie: directoraat-generaal Werkgelegenheid, Sociale Zaken en Inclusie, <STRING ITALIC="on">Employment and social developments in Europe 2024</STRING>, Bureau voor publicaties van de Europese Unie, 2024.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>K.</NO.P>overwegende dat in 2022 de gemiddelde score van het “Programme for International Student Assessment” (PISA) voor de meting van basisvaardigheden (lezen, wiskunde en wetenschappen) bij vijftienjarigen met tien punten was gedaald ten opzichte van de laatste meting in 2018; overwegende dat er vooral onder kansarme lerenden sprake is van ondermaatse prestaties, waaruit blijkt dat de ongelijkheid in het onderwijs toeneemt; overwegende dat hoogwaardig onderwijs, met bijzondere aandacht voor het versterken van functionele geletterdheid, rekenvaardigheid en digitale competenties als basisvaardigheden, een essentiële hefboom is in de strijd tegen armoede, aangezien hiermee de aanzet kan worden gegeven tot betere werkgelegenheidskansen, betere levensomstandigheden en positieve effecten op zowel de geestelijke als de lichamelijke gezondheid; overwegende dat investeren in hoogwaardig onderwijs, met name voor mensen die tot een minderheid of kwetsbare groep behoren, een van de meest doeltreffende manieren is om armoede duurzaam en structureel terug te dringen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>L.</NO.P>overwegende dat de EU in 2021 in het actieplan voor de Europese pijler van sociale rechten de doelstelling heeft geformuleerd dat tegen 2030 ten minste 60 % van alle volwassenen jaarlijks aan een opleiding moet deelnemen; overwegende dat de lidstaten nationale streefcijfers hebben vastgelegd om dit kerndoel te verwezenlijken en dat de meeste lidstaten achterlopen bij het bereiken van deze nationale streefcijfers; overwegende dat in 2022 de onderwijsparticipatie van volwassenen 39,5 % bedroeg en dus nog ver onder de EU-doelstelling voor 2030 lag<FOOTNOTE><FIELD> Europese Commissie: directoraat-generaal Onderwijs, Jongerenzaken, Sport en Cultuur, <STRING ITALIC="on">Education and training monitor 2024 – Comparative report</STRING>, Bureau voor publicaties van de Europese Unie, 2024.</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat verdere aanzienlijke inspanningen nodig zijn om te zorgen voor een aanbod van en toegang tot hoogwaardige opleidingsmaatregelen die gericht zijn op de bevordering van een leven lang leren;</P></CONS><CONS><P><NO.P>M.</NO.P>overwegende dat vrouwen meer dan mannen te kampen hebben met armoede als gevolg van discriminatie en ongelijkheid, zoals moeilijkere toegang tot arbeid, loonverschillen, lagere arbeidsintensiteit, kortere loopbanen, verschillen met betrekking tot de waarde van pensioenen en sociale uitkeringen<FOOTNOTE><FIELD> Briefing, “The gender gap in pensions in the EU”, Europees Parlement, directoraat-generaal Intern Beleid, beleidsondersteunende afdeling Economische Zaken, Wetenschapsbeleid en Levenskwaliteit, juli 2019.</FIELD></FOOTNOTE>, moeilijke toegang tot specifieke gezondheidszorg en een ongelijke verdeling van zorg- en huishoudelijke taken<FOOTNOTE><FIELD> https://eige.europa.eu/publications-resources/toolkits-guides/gender-equality-index-2021-report/gender-differences-household-chores.</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat het probleem van armoede onder vrouwen, in al zijn diversiteit, moet worden begrepen als een complex en multidimensionaal verschijnsel dat niet alleen sociale, politieke en culturele aspecten omvat, maar ook gevolgen heeft voor inkomen, huisvesting, gezondheid en toegang tot onderwijs en sociale diensten, dat werkgelegenheid alleen niet volstaat om deze vorm van armoede uit te bannen en dat er daarentegen een alomvattende, inclusieve aanpak nodig is waarin zowel armoedepreventie als armoedebestrijding een rol spelen; overwegende dat in 2024 in op twee na alle EU-landen meer vrouwen (6,6 %) dan mannen (6,2 %) te maken kregen met ernstige materiële en sociale deprivatie<FOOTNOTE><FIELD> Eurostat, Data Browser, “Severe material and social deprivation rate by age and sex”, 14 november 2025, stand van zaken op 9 december 2025, https://ec.europa.eu/eurostat/databrowser/view/ilc_mdsd11/default/table?lang=en.</FIELD></FOOTNOTE> en dat het percentage van de bevolking dat met armoede of sociale uitsluiting wordt bedreigd in alle EU-landen hoger lag voor vrouwen (21,9 %) dan voor mannen (20 %)<FOOTNOTE><FIELD> Eurostat, Data Browser, “Persons at risk of poverty or social exclusion by age and sex”, 14 november 2025, stand van zaken op 9 december 2025, https://ec.europa.eu/eurostat/databrowser/view/ilc_peps01n__custom_17280682/bookmark/table?lang=en&amp;bookmarkId=1136c1ef-3d9f-4fda-82fb-cf7423eac65e&amp;&amp;page=time:2024.</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat in datzelfde jaar 23,7 % van de vrouwen en 22,7 % van de mannen in de EU zichzelf als arm beschouwde<FOOTNOTE><FIELD> Eurostat, Data Browser, “Subjective poverty by age and sex”, 14 november 2025, stand van zaken op 9 december 2025, https://ec.europa.eu/eurostat/databrowser/view/ilc_sbjp01__custom_17284289/bookmark/table?lang=en&amp;&amp;bookmarkId=7d0decb7-866a-4494-b901-58a61bebd575&amp;&amp;page=time:2024.</FIELD></FOOTNOTE>, en dat bij vrouwen in de leeftijdsgroep van 65 jaar en ouder 21,6 % een armoederisico liep, tegenover circa 16,5 % van de mannen in diezelfde leeftijdsgroep<FOOTNOTE><FIELD> Eurostat, Data Browser, “Persons at risk of poverty or social exclusion by age and sex”, 14 november 2025, stand van zaken op 9 december 2025, https://ec.europa.eu/eurostat/databrowser/view/ilc_peps01n__custom_17280682/bookmark/table?lang=en&amp;bookmarkId=1136c1ef-3d9f-4fda-82fb-cf7423eac65e&amp;&amp;page=time:2024.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>N.</NO.P>overwegende dat er een sterke correlatie bestaat tussen armoede en gendergerelateerd geweld en dat armoede de effecten van gendergerelateerd geweld verergert, met name voor gemarginaliseerde vrouwen, zoals lhbtiq+-personen; overwegende dat vrouwen die in armoede leven een groter risico lopen op geweld, met inbegrip van intiem partnergeweld en huiselijk geweld, als gevolg van factoren zoals financiële afhankelijkheid, een onzekere huisvestingssituatie en beperkte toegang tot ondersteunende diensten<FOOTNOTE><FIELD> Europees Instituut voor gendergelijkheid, <STRING ITALIC="on">Financial independence and gender equality: Joining the dots between income, wealth, and power</STRING>, Bureau voor publicaties van de Europese Unie, Luxemburg, 2024, https://eige.europa.eu/sites/default/files/documents/financial-independence-and-gender-equality.pdf.</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat in de lidstaten 30,7 % van de vrouwen tijdens hun leven te maken krijgen met fysiek geweld of bedreigingen en/of seksueel geweld, ongeacht het soort dader<FOOTNOTE><FIELD> Europees Instituut voor gendergelijkheid, “Gender-based violence survey”, https://eige.europa.eu/newsroom/eu-gender-based-violence-survey?language_content_entity=en.</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat armoede het risico vergroot dat vrouwen het slachtoffer van mensenhandel en seksuele uitbuiting worden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>O.</NO.P>overwegende dat armoede bovendien zowel een oorzaak als een gevolg is van intersectionele discriminatie, waarbij bepaalde personen en gemeenschappen onevenredig zwaar worden getroffen, met name vrouwen, gezinnen, mensen met een diverse raciale en etnische achtergrond, Roma en Travellers, daklozen, kinderen in een zorginstelling, lhbtqia+-personen, ouderen en jongeren, personen met een handicap, mensen die worden gediscrimineerd op grond van godsdienst of overtuiging, mensen die kampen met chronische ziekten en verslaving, mantelzorgers en alleenstaande ouders; overwegende dat deze groepen kwetsbaarder zijn voor sociale uitsluiting, bovenop de raakvlakken met andere vormen van mensenrechtenschendingen; overwegende dat er op de huidige arbeidsmarkt en in de huidige socialebeschermingsstelsels aanzienlijke belemmeringen bestaan voor kwetsbare en gemarginaliseerde groepen; overwegende dat het aanpakken van armoede daarom gepaard moet gaan met beleid dat deze overlappende vormen van marginalisering erkent en bestrijdt, waarbij de volledige en gelijke uitoefening van alle mensenrechten voor alle mensen wordt gewaarborgd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>P.</NO.P>overwegende dat in 2024 in de EU het risico op armoede of sociale uitsluiting voor personen met een handicap 61 % hoger was dan voor personen zonder beperkingen; overwegende dat in 2023 in de EU ongeveer 20,2 % van de personen van 16 jaar of ouder met een handicap deel uitmaakte van een huishouden dat met armoede werd bedreigd; overwegende dat in dezelfde leeftijdsgroep ongeveer 10,5 % van de personen met een handicap deel uitmaakte van een huishouden dat met ernstige materiële en sociale deprivatie werd bedreigd; overwegende dat er in de EU een arbeidsparticipatiekloof van 24 procentpunten bestaat tussen personen met en zonder handicap, en een nog grotere kloof voor vrouwen en jongeren met een handicap<FOOTNOTE><FIELD> Europees Gehandicaptenforum, <STRING ITALIC="on">EDF 7th Human Rights Report. The Right to work: The employment situation of persons with disabilities in Europe</STRING>, 2023, https://www.edf-feph.org/publications/human-rights-report-2023-the-right-to-work/.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Q.</NO.P>overwegende dat Roma- en Traveller-gemeenschappen nog steeds tot de groepen behoren die te maken hebben met de hoogste niveaus van armoede en sociale uitsluiting in de EU, waarbij tot 80 % met armoede wordt bedreigd en 48 % met ernstige materiële deprivatie wordt geconfronteerd, en overwegende dat Romakinderen bijzonder kwetsbaar zijn voor deze omstandigheden; overwegende dat uit gegevens blijkt dat Romavrouwen op kerngebieden van het sociale leven, zoals onderwijs, werkgelegenheid en gezondheid, grotere nadelen ondervinden dan Romamannen en andere vrouwen<FOOTNOTE><FIELD> Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten, <STRING ITALIC="on">Roma Survey – Data in focus: Discrimination against and living conditions of Roma women in 11 Member States</STRING>, 2014, https://fra.europa.eu/sites/default/files/fra_uploads/fra-2014-roma-survey-dif-women-2_en.pdf.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>R.</NO.P>overwegende dat 25 % van de Roma in 2021 aangaf in de voorafgaande twaalf maanden discriminatie te hebben ondervonden in alledaagse situaties, onder meer bij het zoeken naar werk, op de werkplek en op het gebied van huisvesting, gezondheidszorg en onderwijs, evenals segregatie en sociaal-economische uitsluiting<FOOTNOTE><FIELD> Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten, <STRING ITALIC="on">Roma survey 2021 – Roma in 10 European Countries: Main results</STRING>, 2021, https://fra.europa.eu/sites/default/files/fra_uploads/fra-2022-roma-survey-2021-main-results2_en.pdf.</FIELD></FOOTNOTE>, met onevenredig hoge armoedeniveaus tot gevolg; overwegende dat 80 % van de Roma onder de nationale armoederisicodrempel leeft<FOOTNOTE><FIELD> Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten, <STRING ITALIC="on">Second European Union Minorities and Discrimination Survey: Roma – Selected findings</STRING>, 2016, https://fra.europa.eu/sites/default/files/fra_uploads/fra-2016-eu-minorities-survey-roma-selected-findings_en.pdf.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>S.</NO.P>overwegende dat er nog steeds sprake is van digitale uitsluiting in de EU, waarbij personen en groepen geen volledige toegang hebben tot en niet ten volle gebruik kunnen maken van informatie- en communicatietechnologieën, waardoor hun participatie in het economische, sociale en politieke leven wordt belemmerd; overwegende dat er overal in de EU nog steeds een digitale kloof van meer dan vijf procentpunten bestaat tussen stedelijke en plattelandsgebieden; overwegende dat de digitale kloof digitale uitsluiting bij mensen in armoede mogelijk nog versterkt en dat dit zich vooral manifesteert bij kwetsbare groepen, waaronder mensen met een laag inkomen of een laag opleidingsniveau, ouderen, personen met een handicap en mensen die in plattelands- of geïsoleerde gebieden wonen; overwegende dat bijna de helft van de volwassen bevolking niet over digitale basisvaardigheden beschikt, terwijl die voor meer dan 90 % van de banen vereist zijn; overwegende dat 5,4 % van de schoolgaande kinderen in heel Europa te maken heeft met digitale deprivatie en dat er tussen landen aanzienlijke verschillen bestaan wat toegang tot digitale middelen betreft<FOOTNOTE><FIELD> Ayllón, S., Holmarsdottir, H. &amp; Lado, S., “Digitally Deprived Children in Europe”, <STRING ITALIC="on">Child Indicators Research</STRING>, volume 16, 2023, blz. 1315-1339, https://doi.org/10.1007/s12187-022-10006-w.</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat in 2023 van alle huishoudens in de EU 97,7 % toegang had tot ten minste één vaste breedbandtechnologie, tegenover slechts 92,2 % in plattelandsgebieden; overwegende dat in 2023 werd vastgesteld dat 32 % van de Europeanen in de leeftijdsgroep van 16 tot en met 29 jaar over digitale vaardigheden onder het basisniveau beschikte, waarbij dit cijfer opliep tot 43 % bij mensen met een laag opleidingsniveau, hetgeen wijst op een aanzienlijke kloof op het gebied van digitale vaardigheden onder jongeren<FOOTNOTE><FIELD> Bertoni, E., Cosgrove, J. en Cachia, R., <STRING ITALIC="on">Digital skills gaps – a closer look at the Digital Skills Index (DSI 2.0)</STRING>, Europese Commissie, Ispra, 2024, JRC140617, https://publications.jrc.ec.europa.eu/repository/handle/JRC140617.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>T.</NO.P>overwegende dat toegang tot snel en betrouwbaar internet van essentieel belang is voor deelname aan een kennisgedreven en geïnformeerde samenleving en voor toegang tot werkgelegenheid, onderwijs, openbare diensten en gezondheidszorg; overwegende dat de digitalisering van openbare diensten aanzienlijke kansen biedt, maar dat er gerichte inspanningen nodig zijn om de inclusie van kwetsbare groepen te waarborgen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>U.</NO.P>overwegende dat iemands arbeidssituatie een grote impact heeft op het risico op armoede of sociale uitsluiting in de EU; overwegende dat in 2024 van alle werkenden in de Europese Unie 8,2 % te kampen had met armoede onder werkenden<FOOTNOTE><FIELD> Eurostat, Social Scoreboard, https://ec.europa.eu/eurostat/cache/dashboard/social-scoreboard.</FIELD></FOOTNOTE> als gevolg van lage lonen, baanonzekerheid en onzekere arbeidsomstandigheden; overwegende dat uit een analyse van gegevens van 2022 blijkt dat deeltijdwerkers onevenredig meer te kampen hadden met armoede onder werkenden (13,5 %) dan voltijdwerkers (7,1 %)<FOOTNOTE><FIELD> Europese Commissie, “Employment and Social Developments in Europe (ESDE) 2023”, stand van zaken op 9 december 2025, https://op.europa.eu/webpub/empl/esde-2023/.</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat armoede onder werkenden een structurele uitdaging blijft die aanzienlijke sociale en economische druk zet op de getroffen huishoudens en belemmeringen opwerpt voor sociale inclusie en economische stabiliteit; overwegende dat het aanpakken van armoede onder werkenden van essentieel belang is voor het bevorderen van eerlijke werkgelegenheid, het verminderen van ongelijkheden en het waarborgen van duurzame en inclusieve economische ontwikkeling in de hele EU; overwegende dat collectieve onderhandelingen, vakbonden en sociale dialoog van groot belang zijn om voor betere arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden en dus ook voor betere levensomstandigheden te zorgen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>V.</NO.P>overwegende dat in het EU-verslag over de toereikendheid van de pensioenen 2024 wordt benadrukt dat in 2022 ongeveer 18,5 miljoen personen van 65 jaar en ouder in de EU met armoede of sociale uitsluiting werden bedreigd<FOOTNOTE><FIELD> Europese Commissie: directoraat-generaal Werkgelegenheid, Sociale Zaken en Inclusie en Comité voor sociale bescherming (SPC), <STRING ITALIC="on">2024 Pension adequacy report – Current and future income adequacy in old age in the EU</STRING>, volume I, Bureau voor publicaties van de Europese Unie, 2024, https://data.europa.eu/doi/10.2767/909323.</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat het armoederisicopercentage in deze leeftijdsgroep in 2022 voor mannen 14,2 % en voor vrouwen 19,8 % bedroeg; overwegende dat het armoederisicopercentage bij personen van 65 jaar en ouder gestaag is toegenomen als gevolg van zowel stijgende armoedecijfers als de vergrijzing;</P></CONS><CONS><P><NO.P>W.</NO.P>overwegende dat hoogwaardige en betaalbare openbare diensten van essentieel belang zijn voor het bereiken van een hoog niveau van sociale bescherming, sociale cohesie en sociale inclusie; overwegende dat de verlening van hoogwaardige openbare diensten wordt bemoeilijkt door een aantal problemen, onder meer in verband met continuïteit van de dienstverlening, toegenomen vraag en ontoereikende middelen, hetgeen deels wordt verergerd door de vergrijzing; overwegende dat iedereen in de EU recht heeft op toegang tot hoogwaardige essentiële diensten die gepaard gaan met ondersteunende maatregelen voor mensen in nood; overwegende dat mensen die met armoede of sociale uitsluiting worden bedreigd te maken krijgen met structurele belemmeringen in dit verband en met een gebrek aan infrastructuur, vaardigheden of financiële middelen, met name Roma en daklozen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>X.</NO.P>overwegende dat in 2024 ongeveer 8 % van de Europeanen zich niet om de dag een evenwichtige maaltijd met vlees, vis of een vegetarisch equivalent kon veroorloven, wat neerkomt op ongeveer 36 miljoen mensen in de Unie, en dat dit probleem zich met name voordoet onder singles, studenten en jongvolwassenen, gezinnen met een laag inkomen en immigranten; overwegende dat daadwerkelijke toegang tot voedsel moet worden beschouwd als een fundamenteel mensenrecht, overeenkomstig het verzoek in een lopend Europees burgerinitiatief;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Y.</NO.P>overwegende dat toegang tot water een essentiële behoefte en een fundamenteel mensenrecht is; overwegende dat ongeveer 9,8 miljoen mensen in de EU niet over veilig beheerde drinkwatervoorzieningen beschikken<FOOTNOTE><FIELD> Wereldbank, “People using safely managed drinking water services (% of population) – European Union”, stand van zaken op 9 december 2025, https://data.worldbank.org/indicator/SH.H2O.SMDW.ZS?locations=EU.</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat nog eens 9,4 miljoen mensen afhankelijk zijn van elementaire watervoorzieningen buiten de woning<FOOTNOTE><FIELD> Wereldbank, “People using safely managed drinking water services (% of population) – European Union”, stand van zaken op 9 december 2025, https://data.worldbank.org/indicator/SH.H2O.BASW.ZS?locations=EU.</FIELD></FOOTNOTE> en dat ongeveer 450 000 personen zelfs geen toegang tot elementaire drinkwatervoorzieningen hebben<FOOTNOTE><FIELD> Eurostat, Data Browser, “Population having neither a bath, nor a shower, nor indoor flushing toilet in their household by poverty status”, 28 oktober 2025, stand van zaken op 9 december 2025, https://ec.europa.eu/eurostat/databrowser/view/sdg_06_10/default/table?lang=en.</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat gemarginaliseerde groepen onevenredig zwaar worden getroffen door het gebrek aan toegang tot drinkwater en waterinfrastructuur;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Z.</NO.P>overwegende dat in 2024 in Europa iedere nacht naar schatting 1 286 691 mensen dakloos waren<FOOTNOTE><FIELD> Europese Federatie van nationale organisaties werkend met daklozen (Feantsa), <STRING ITALIC="on">9th overview of housing exclusion in Europe 2024</STRING>, https://www.feantsa.org/resources/9th-overview-of-housing-exclusion-in-europe-2024.</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat Roma en andere gemarginaliseerde groepen onevenredig zwaar worden getroffen door gedwongen uitzettingen uit gemeentelijke accommodatie, ook Roma die regelmatig huur betalen; overwegende dat de autoriteiten in veel gevallen geen alternatieve huisvesting of adequate compensatie voor onteigening bieden<FOOTNOTE><FIELD> Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten, <STRING ITALIC="on">Housing conditions of Roma and Travellers in the European Union – Comparative report</STRING>, 2009, https://fra.europa.eu/en/publication/2011/housing-conditions-roma-and-travellers-european-union-comparative-report.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AA.</NO.P>overwegende dat in de EU nog steeds ten minste 1,4 miljoen mensen in instellingen verblijven en dat dit cijfer mogelijk een onderschatting is vanwege een gebrek aan beschikbaarheid, consistentie en bereik van gegevens; overwegende dat armoede nog steeds een van de factoren is die een rol spelen bij het uiteenvallen van gezinnen in de EU; overwegende dat de plaatsing van kinderen in instellingen ernstige gevolgen heeft voor kinderen en gezinnen doordat zij voor altijd worden gestigmatiseerd en in sociaal isolement terechtkomen en doordat hiermee een intergenerationele cyclus van achterstelling in de hand wordt gewerkt<FOOTNOTE><FIELD> Unicef, <STRING ITALIC="on">Policy brief: Keeping families together in Europe</STRING>, 2024, https://www.unicef.org/eca/media/36541/file/Keeping%20families%20together%20in%20Europe.pdf.</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat personen die in een instelling verblijven zich vaak geïsoleerd voelen van de bredere gemeenschap en onvoldoende controle hebben over hun leven en de beslissingen die hen aangaan, terwijl het net hun wens is om meer vat te krijgen op hun leven; overwegende dat de EU zich al geruime tijd inzet voor de-institutionalisering, maar dat er zowel op EU- als op nationaal niveau nog steeds inspanningen nodig zijn om kwetsbare groepen in staat te stellen in een gezins- of gemeenschapsomgeving te leven;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AB.</NO.P>overwegende dat mensen die in armoede leven onevenredig zwaar worden getroffen door beperkte toegang tot gezond voedsel en hoogwaardige gezondheidszorg; overwegende dat armoede bijgevolg gepaard gaat met een verhoogd risico op lichamelijke en geestelijke gezondheidsproblemen; overwegende dat het verband tussen armoede en gezondheid aanzienlijk wordt beïnvloed door belemmeringen ten aanzien van gezondheidszorg, zoals toegang tot eerstelijnszorg, en minder ziekenhuisopnamen; overwegende dat armoede, sociaal isolement en chronische stress nauw met elkaar verbonden zijn, waardoor het geestelijk welzijn wordt ondermijnd, het risico op verslaving toeneemt, hogere sterftecijfers worden waargenomen en het risico op vroegtijdig overlijden toeneemt; overwegende dat armoede en verslaving elkaar versterken en een vicieuze cirkel veroorzaken die sociale uitsluiting in de hand werkt; overwegende dat het uitbannen van armoede op zijn beurt een gezondheidsgerichte en empirisch onderbouwde aanpak van verslaving vereist, waarbij prioriteit wordt gegeven aan preventie en herstel;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AC.</NO.P>overwegende dat gezinnen met diverse en onderling samenhangende uitdagingen worden geconfronteerd die niet kunnen worden opgelost door één enkele dienst of organisatie; overwegende dat continuïteit van de dienstverlening en een goede coördinatie tussen diensten van essentieel belang zijn om de veranderende situaties waar kinderen mee te maken krijgen voor te bereiden en te vergemakkelijken; overwegende dat gezinnen die risico lopen soms beperkte toegang tot geestelijke gezondheidszorg hebben als gevolg van financiële belemmeringen, stigmatisering of onvoldoende beschikbaarheid; overwegende dat er een rechtstreeks verband bestaat tussen discriminatie en armoede, aangezien discriminerende ervaringen mensen in armoede verhinderen een adequate levensstandaard te bereiken;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AD.</NO.P>overwegende dat socialezekerheidsstelsels moeten worden versterkt om opgewassen te zijn tegen demografische uitdagingen, nieuwe arbeidsvormen en de groene en de digitale transitie; overwegende dat de doeltreffendheid van sociale bescherming bij het terugdringen van armoede in de periode 2021-2024 is afgenomen van 37,1 % tot 34,4 %<FOOTNOTE><FIELD>Eurostat, Social Scoreboard, https://ec.europa.eu/eurostat/cache/dashboard/social-scoreboard.</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat er op de huidige arbeidsmarkt en in de huidige socialebeschermingsstelsels aanzienlijke belemmeringen bestaan voor kwetsbare en gemarginaliseerde groepen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AE.</NO.P>overwegende dat minimuminkomensregelingen een belangrijk instrument blijven om inkomenszekerheid te bieden en ongelijkheid en armoede in de hele EU terug te dringen; overwegende dat deze minimuminkomensregelingen aanzienlijk verschillen tussen de lidstaten wat betreft de toereikendheid en dekking van uitkeringen en de samenhang ervan met actieve arbeidsmarktmaatregelen; overwegende dat het minimuminkomen in de meeste lidstaten ver onder de nationale armoededrempel ligt; overwegende dat naar schatting 30 tot 50 % van de in aanmerking komende bevolking geen gebruik maakt van minimuminkomensregelingen, hetgeen de doelstellingen van dit steuninstrument ondermijnt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AF.</NO.P>overwegende dat het noodzakelijk is ervaringsdeskundigen op het gebied van armoede te betrekken bij het ontwerpen en evalueren van beleid dat op hen van toepassing is, zodat de democratische participatie, empowerment en maatschappelijke emancipatie van mensen in armoede wordt vergroot en dit beleid effectievere en billijkere resultaten oplevert;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AG.</NO.P>overwegende dat de ultraperifere gebieden door hun afgelegen ligging, insulaire karakter, kleine omvang, moeilijke topografie en klimaat en economische afhankelijkheid van specifieke sectoren en producten ernstig worden belemmerd in hun ontwikkeling; overwegende dat ongelijkheid een van de grootste sociale uitdagingen is waarmee de ultraperifere gebieden worden geconfronteerd en dat zij onevenredig zwaar worden getroffen door hoge percentages voor armoede en werkloosheid, voortijdige schoolverlaters en mensen die geen werk hebben en geen onderwijs of opleiding volgen; overwegende dat het bruto binnenlands product in de ultraperifere gebieden aanzienlijk onder de gemiddelden van de EU en de lidstaten ligt (60 % van het gemiddelde van de EU-27);</P></CONS><CONS><P><NO.P>AH.</NO.P>overwegende dat in plattelandsgebieden specifieke factoren een rol spelen in de armoedecyclus en dat de uitdagingen waarmee kwetsbare mensen in plattelandsgebieden worden geconfronteerd, verschillen van die van kwetsbare mensen in stedelijke gebieden; overwegende dat een gebrek aan werkgelegenheidskansen, openbare diensten (waaronder onderwijs en openbaar vervoer) en digitale connectiviteit, hoge energie- en vervoersprijzen en demografische ontwikkelingen zoals ontvolking bijdragen tot een toename van de armoede in plattelandsgebieden; overwegende dat vrouwen in plattelandsgebieden bijzonder kwetsbaar zijn voor armoede als gevolg van een beperkte toegang tot werkgelegenheid, diensten en sociale steun; overwegende dat in de EU-strategie voor armoedebestrijding rekening moet worden gehouden met deze specifieke territoriale kenmerken en moet worden gezorgd voor op maat gesneden beleidsrespons en financieringsmechanismen die sociale inclusie en territoriale cohesie doeltreffend bevorderen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AI.</NO.P>overwegende dat instrumenten die verband houden met de strategie voor armoedebestrijding op meerdere niveaus moeten worden gecoördineerd en geïntegreerd; overwegende dat een robuust governancemechanisme voor het monitoren van de doelstellingen van de strategie van essentieel belang is; overwegende dat de strategie alleen resultaten zal opleveren als zij gepaard gaat met voldoende financiële middelen en als de doelstellingen ervan via de verschillende relevante sectorale fondsen van de EU worden ondersteund; overwegende dat het noodzakelijk is de bepalingen over armoede en sociale inclusie van het huidige meerjarig financieel kader (MFK) opnieuw op te nemen in het komende MFK en hiervoor voldoende middelen te reserveren;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AJ.</NO.P>overwegende dat er transparante en diepgaande mechanismen voor gegevensverzameling en -rapportage op het niveau van de EU en de lidstaten nodig zijn om de vooruitgang met betrekking tot de kerndoelen van de Europese pijler van sociale rechten voor 2030 te monitoren, met inbegrip van de doelstelling om het aantal mensen dat met armoede of sociale uitsluiting wordt bedreigd met ten minste 15 miljoen te verminderen ten opzichte van de cijfers van 2019;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Een strategie gericht op de uitbanning van armoede</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>stelt bezorgd vast dat in 2024 in de EU nog steeds 93,3 miljoen mensen met armoede of sociale uitsluiting werden bedreigd, waarvan 20 miljoen kinderen, oftewel een op de vier kinderen in de EU, en dat 27 miljoen mensen in de EU te kampen hadden met ernstige materiële en sociale deprivatie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>benadrukt dat armoede een complex verschijnsel is dat invloed heeft op alle aspecten van het leven, geworteld is in systemische en structurele onrechtvaardigheid en overlapt met historische ongelijkheden op grond van gender en genderexpressie, ras en etniciteit, religie, migratiestatus, leeftijd, seksuele gerichtheid en handicap;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>wijst erop dat het meest duurzame beleid ter bestrijding van armoede er een is waarmee in de eerste plaats wordt voorkomen dat armoede ontstaat; dringt erop aan preventie breed op te vatten, waarbij de onderliggende oorzaken en de multidimensionale aspecten van armoede en sociale uitsluiting en de raakvlakken daartussen worden aangepakt, met aandacht voor toegang tot hoogwaardige banen, sociale bescherming en een minimuminkomen, openbare diensten, onderwijs, interventie op jonge leeftijd, gezondheidszorg, voedsel, huisvesting, energie en belastingen; benadrukt dat armoedebestrijding alleen doeltreffend kan zijn met beleid dat het ondeelbare en universele karakter van politieke, economische, sociale en culturele rechten waarborgt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>herinnert eraan dat armoede onevenredig zware gevolgen heeft voor gemarginaliseerde en kwetsbare groepen in de samenleving, zoals vrouwen, gezinnen, mensen met een diverse raciale en etnische achtergrond, Roma en Travellers, daklozen, kinderen in een zorginstelling, lhbtqia+-personen, ouderen en jongeren, personen met een handicap, mensen die worden gediscrimineerd op grond van godsdienst of overtuiging, mensen die kampen met chronische ziekten en verslaving, mantelzorgers en alleenstaande ouders; benadrukt dat er gerichte maatregelen nodig zijn om dit aan te pakken, met bijzondere aandacht voor mensen die het kwetsbaarst zijn voor extreme armoede;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>overwegende dat de EU in het actieplan voor de Europese pijler van sociale rechten de verbintenis heeft opgenomen om uiterlijk in 2030 het aantal mensen dat met armoede of sociale uitsluiting wordt bedreigd met ten minste 15 miljoen te verminderen, waarvan ten minste 5 miljoen kinderen; benadrukt dat de EU en haar lidstaten er niet in zullen slagen deze doelstellingen om de armoede terug te dringen te bereiken zonder paradigmaverschuiving wat de aanpak van armoedebestrijding betreft en zonder adequate financiering;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">verzoekt de Commissie een brede, ambitieuze en adequaat gefinancierde strategie voor armoedebestrijding te presenteren waarin de volgende algemene doelstellingen en richtsnoeren aan bod komen:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>de erkenning van armoede als een schending van de menselijke waardigheid die de volledige uitoefening van de mensenrechten in de weg staat, en als een basis voor de bevordering van een op rechten gebaseerde aanpak in overeenstemming met internationale rechtskaders, met name artikel 25 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>de vaststelling van het doel om armoede zo snel mogelijk en uiterlijk in 2035 uit te bannen, voortbouwend op de normen van de duurzameontwikkelingsdoelstellingen van de VN en de Europese pijler van sociale rechten, alsook de ontwikkeling van tussentijdse voortgangsindicatoren, duidelijke mijlpalen en een monitoringkader om een adequate coördinatie van het beleid en de financieringsbehoeften mogelijk te maken;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>c)</SYMBOL>passende coördinatie tussen de Commissie en de lidstaten, en waar van toepassing de regionale autoriteiten, met inachtneming van het subsidiariteitsbeginsel, om dit doel te bereiken;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>d)</SYMBOL>een brede, mensgerichte en geïntegreerde levenscyclusbenadering voor langetermijnmaatregelen ter bestrijding van armoede, bestaande uit een combinatie van universele en gerichte maatregelen vanaf jonge leeftijd en gedurende alle levensfasen, met als doel armoede uit te bannen en sociale inclusie naar voren te schuiven als horizontaal criterium voor sectoraal beleid;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>e)</SYMBOL>het betrekken van ervaringsdeskundigen op het gebied van armoede bij het vaststellen, uitvoeren en evalueren van beleid dat op hen van toepassing is, op een inclusieve, effectieve en transparante wijze die gepaard gaat met een methodologie en capaciteitsopbouw;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>f)</SYMBOL>een fundamenteel en horizontaal non-discriminatiebeginsel dat voor de hele strategie voor armoedebestrijding geldt om structurele ongelijkheden en maatschappelijke stigmatisering die voortkomen uit discriminatie en die armoede en sociale uitsluiting in de hand werken aan te pakken;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>g)</SYMBOL>de toewijzing van toereikende en duurzame begrotingsmiddelen voor maatregelen tegen armoede via het MFK en nationale begrotingsmechanismen om de volledige uitvoering van de strategie voor armoedebestrijding te ondersteunen en de langetermijneffecten ervan te waarborgen;</ITEM></LIST></P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>verzoekt de Commissie de structurele verbanden tussen armoede en gendergerelateerd geweld te erkennen en gendergerelateerd geweld aan te pakken als een belangrijke strategie voor het uitbannen van armoede, met name armoede onder vrouwen en kinderen, en hierbij te erkennen dat het uitbannen van alle vormen van geweld van essentieel belang is om vrouwen in staat te stellen ten volle deel te nemen aan hun gemeenschappen en de economie, toegang te krijgen tot onderwijs, werkgelegenheid en sociale diensten, en zo financiële onafhankelijkheid te bereiken; dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan overheidsinvesteringen in beleid ter bestrijding van gendergerelateerd geweld te stimuleren; is ingenomen met de ratificatie van het Verdrag van Istanbul door de EU en dringt er bij Bulgarije, Hongarije, Litouwen, Slowakije en Tsjechië op aan hun ratificatieprocessen onverwijld af te ronden; verzoekt de Commissie te zorgen voor een doeltreffende uitvoering van de richtlijn ter bestrijding van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld, en hierbij te waarborgen dat vrouwen die met armoede en andere vormen van geweld kampen adequate en onvoorwaardelijke toegang hebben tot opvangcentra, ondersteuningsdiensten voor overlevenden, rechtsbijstand en sociale bijstand, ongeacht hun verblijfs- of migratiestatus;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Eerlijke arbeidsvoorwaarden en een billijkere inkomens- en welvaartsverdeling</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>verzoekt de Commissie en de lidstaten om als leidraad voor economisch en sociaal beleid uit te gaan van de doelstelling van volledige en waardige werkgelegenheid, adequate sociale bescherming, diensten voor iedereen en een eerlijke inkomens- en welvaartsverdeling; doet in dit verband een oproep aan de Commissie en de lidstaten om hun actieve arbeidsmarktmaatregelen te versterken, met name voor mensen die het moeilijkst hun weg naar de arbeidsmarkt vinden; benadrukt dat een doeltreffend actief arbeidsmarktbeleid over meer moet gaan dan toegang tot werk en ook diensten moet omvatten die mensen in staat stellen aan het werk te blijven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>verzoekt de Commissie en de lidstaten beleid te bevorderen ter bescherming en bevordering van arbeidsrechten, hoogwaardige banen, stabiele arbeidsverhoudingen en bescherming tegen onredelijk ontslag, eerlijke lonen, met inbegrip van gelijk loon voor gelijk werk en gelijke beloning van vrouwen en mannen, een leven lang leren, bij- en omscholing, gezondheid en veiligheid op het werk, non-discriminatie en toegang tot adequate sociale bescherming; is in dit verband ingenomen met de aankondiging van een routekaart voor hoogwaardige banen om een rechtvaardige transitie voor alle werknemers en zelfstandigen te waarborgen, met name door het bereik van collectieve onderhandelingen te vergroten; benadrukt dat deze routekaart een kans vormt om een individueel recht op opleiding en een leven lang leren tot stand te brengen; wijst erop dat armoede onder werkenden nog steeds voorkomt bij een op de twaalf werkenden in de hele EU; benadrukt in dit verband dat er in de EU geen sprake mag zijn van armoede onder werkenden en dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan dit probleem in alle ernst aan te pakken door aandacht te besteden aan structurele belemmeringen die over meer dan de kwaliteit van banen gaan, waaronder toegang tot en steun voor kinderopvang, een betere erkenning van kwalificaties en het aanpakken van het gebrek aan loopbaanbegeleiding en opleidingssteun op maat; benadrukt dat de omzetting van Richtlijn (EU) 2022/2041 betreffende toereikende minimumlonen van cruciaal belang zal zijn voor het voorkomen en bestrijden van armoederisico’s onder werkenden en tegelijkertijd sterkere stimulansen om te werken zal bieden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>benadrukt dat democratische participatie op het werk moet worden versterkt als instrument om armoede onder werkenden te bestrijden, door middel van het recht om zich te organiseren en het recht op collectieve actie en versterkte collectieve onderhandelingen, door middel van vakbondsrechten, namelijk de vrijheid om vakbonden op te richten en zich bij een vakbond aan te sluiten, door het evenwicht tussen werk en privéleven te verbeteren en te zorgen voor eerlijke arbeidsomstandigheden, met inbegrip van arbeidstijd, en door arbeidsomstandigheden af te stemmen op menselijke behoeften;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>benadrukt dat openbare diensten voor arbeidsvoorziening, opleidingstrajecten en systemen voor ondersteuning bij het zoeken naar werk moeten worden versterkt voor mensen die met armoede kampen en kwetsbare groepen, met name langdurig werklozen en laaggeschoolden; wijst op het belang van geïndividualiseerde begeleiding, erkenning van informele vaardigheden en het koppelen van opleiding aan hoogwaardige werkgelegenheid; verzoekt de lidstaten te zorgen voor de ontwikkeling en uitbreiding van nationale kaders voor de validatie van niet-formeel en informeel leren waarmee de erkenning van praktische ervaring mogelijk wordt gemaakt in sectoren als de bouw, landbouw, gezondheidszorg en sociale zorg, horeca, productie, ambachten, logistiek en informatie- en communicatietechnologie, voortbouwend op de aanbeveling van de Raad van 20 december 2012 betreffende de validatie van niet-formeel en informeel leren<FOOTNOTE><FIELD>PB C 398 van 22.12.2012, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>benadrukt hoe belangrijk het is kansen op het gebied van vrouwelijk ondernemerschap en zelfstandige arbeid bij vrouwen te ondersteunen, met name in plattelandsgebieden, op eilanden en in andere geografisch afgelegen gebieden, als een manier om betere economische inclusie en gendergelijkheid te bereiken en armoede te bestrijden door lokale werkgelegenheid te scheppen en inclusieve economische ontwikkeling te bevorderen; verzoekt de Commissie en de lidstaten te zorgen voor gerichte steun voor vrouwelijke ondernemers door middel van betere toegang tot financiering, bedrijfsopleidingen, digitale hulpmiddelen en markten; verzoekt de Commissie beleid te ontwikkelen dat de toegang van vrouwen tot hoogwaardige banen en ondernemerstrajecten vergemakkelijkt door bedrijven te stimuleren vrouwen, met name alleenstaande moeders, in dienst te nemen en te bevorderen en flexibele werkregelingen aan te bieden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>benadrukt dat segregatie bij de toegang tot regulier onderwijs voor kinderen met een handicap tot sociale uitsluiting leidt en overal in de EU nog steeds een uitdaging vormt; dringt erop aan dat de strategie voor armoedebestrijding ervoor zorgt dat onderwijs toegankelijk is voor kinderen met een handicap, zowel wat fysieke infrastructuur als onderwijsmiddelen betreft, zodat voor alle leerlingen gelijke kansen worden gewaarborgd; wijst op het potentieel van betaalbare hulptechnologieën en artificiële intelligentie (AI) om inclusief onderwijs voor leerlingen met een handicap te versterken door het bieden van gepersonaliseerde ondersteuning, adaptieve hulpmiddelen en betere communicatie; moedigt de lidstaten aan in deze technologieën te investeren en ervoor te zorgen dat leerkrachten worden opgeleid om ze doeltreffend te integreren; verzoekt de Commissie en de lidstaten voorts te voorzien in robuuste waarborgen tegen het stellen van verkeerde diagnoses van verstandelijke beperkingen of speciale onderwijsbehoeften bij Romakinderen, hetgeen tot onderwijssegregatie leidt; wijst op het belang van niet-discriminerende beoordelingspraktijken en inclusief onderwijsbeleid dat de rechten en waardigheid van alle kinderen eerbiedigt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>beveelt de Commissie en de lidstaten aan rekening te houden met de aanpak die in het rapport 2023 van de speciale rapporteur van de VN voor extreme armoede en mensenrechten wordt voorgesteld om armoede te bestrijden door middel van effectieve toegang tot werk en de doelstelling van volledige werkgelegenheid en hoogwaardige banen, met name door specifieke instrumenten te creëren of te versterken die in de eerste plaats gericht zijn op de bestrijding van werkloosheid en onderbenutting, het verlenen van gepersonaliseerde ondersteuning en het vergroten van de inzetbaarheid van mensen die het moeilijkst hun weg naar de arbeidsmarkt vinden, met name mensen uit kansarme en kwetsbare groepen, zoals Roma en personen met een handicap; is van mening dat in deze instrumenten rekening moet worden gehouden met de rol van zowel de particuliere als de openbare sector en met de sociale verantwoordelijkheden van de lidstaten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>is van mening dat de sociale economie een essentieel onderdeel vormt van de sociale markteconomie van de EU en een drijvende kracht is voor de uitvoering van de Europese pijler van sociale rechten en de doelstellingen daarvan, omdat zij vaak werkgelegenheid biedt aan kwetsbare en uitgesloten groepen; dringt erop aan dat de strategie voor armoedebestrijding de sociale economie versterkt overeenkomstig het EU-actieplan voor de sociale economie en de routekaart van Luik voor de sociale economie in de Europese Unie; herhaalt zijn oproep aan de Commissie om zich te verdiepen in innovatieve financieringsmechanismen, zoals social impact bonds, voor de financiering van projecten ter ondersteuning van de ontwikkeling van de sociale economie in de EU<FOOTNOTE><FIELD>Resolutie van het Europees Parlement van 6 juli 2022 over het EU-actieplan voor de sociale economie (PB C 47 van 7.2.2023, blz. 171).</FIELD></FOOTNOTE>;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>verzoekt de Commissie en de lidstaten, in het licht van de crisis in verband met de kosten van levensonderhoud, de toegang tot betaalbare essentiële goederen en diensten zoals voedsel, energie, water, huisvesting, vervoer en communicatie te waarborgen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Toegang tot hoogwaardige openbare diensten, sociale bescherming en steunmaatregelen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>spoort de Commissie en de lidstaten ertoe aan armoede te bestrijden door beleid te voeren waarmee het ondeelbare en universele karakter van politieke, economische, sociale en culturele rechten wordt gewaarborgd; benadrukt het belang van een multidisciplinaire aanpak en van de bestrijding van armoede en sociale uitsluiting, met name door toegang tot huisvesting, openbare ruimten en diensten, gezondheidszorg, welzijn en levenskwaliteit te bevorderen; verzoekt de lidstaten methoden te ontwikkelen voor de beoordeling van structurele of systemische belemmeringen voor het overwinnen van armoede en sociale uitsluiting en voor volledige deelname aan de samenleving, of deze belemmeringen nu te vinden zijn in hun rechtsstelsels of overheidsbeleid dan wel in de uitvoering ervan op territoriaal niveau;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>roept ertoe op om in de EU-strategie voor armoedebestrijding kwalitatieve indicatoren op te nemen, zodat de multidimensionale aspecten van armoede beter tot uiting komen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>verzoekt de Commissie en de lidstaten om aanzienlijk meer overheidsmiddelen te investeren in beleid om sociale rechten te waarborgen, door iedereen toegang te bieden tot hoogwaardige openbare diensten en goederen en diensten van algemeen economisch en sociaal belang, zoals fatsoenlijke huisvesting, voedsel, water, sanitaire voorzieningen, energie, vervoer, communicatie en culturele en vrijetijdsactiviteiten; benadrukt dat de toegang tot gezonde en betaalbare voeding een essentiële behoefte is, met name voor personen en gezinnen die in extreme armoede leven en voor kinderen, alleenwonende ouderen en gemarginaliseerde gemeenschappen; benadrukt dat dergelijke investeringen helpen om de intergenerationele armoedecyclus te doorbreken en integratie in de samenleving en de arbeidsmarkt mogelijk te maken, met name op gebieden als onderwijs, met inbegrip van vroegschoolse educatie en opvang, gezondheidszorg, waaronder geestelijke gezondheidszorg en sociale bescherming;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>verzoekt de Commissie de lidstaten te ondersteunen bij het bevorderen van een huisvestingsbeleid dat tot doel heeft universele toegang tot fatsoenlijke en betaalbare huisvesting te waarborgen, in overeenstemming met de duurzameontwikkelingsdoelstellingen van de VN en de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, met name artikel 25, en dat specifieke maatregelen omvat om dakloosheid aan te pakken; verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat het Europees plan voor betaalbare huisvesting tegemoetkomt aan de huisvestingsbehoeften in alle EU-landen, met inachtneming van het subsidiariteitsbeginsel, waarbij bijzondere aandacht uitgaat naar mensen die in armoede leven, kwetsbare kinderen, jongeren en gemarginaliseerde gemeenschappen; benadrukt dat betaalbare en toegankelijke huisvesting een essentiële rol speelt bij het ondersteunen van deïnstitutionalisering en het voorkomen van institutionalisering als gevolg van armoede, ontoereikende huisvesting of gebrek aan ondersteuning<FOOTNOTE><FIELD>Eurofound, Paths towards independent living and social inclusion in Europe, Bureau voor publicaties van de Europese Unie, Luxemburg, 2024.</FIELD></FOOTNOTE>; roept op om in dit plan een aanzienlijke hoeveelheid EU-middelen uit te trekken voor de uitbreiding en renovatie van de voorraad sociale en openbare woningen; dringt aan op herziening van de regels inzake staatssteun om meer investeringen door de lidstaten in openbare en sociale huisvesting mogelijk te maken, op maatregelen ter ondersteuning van sociale en coöperatieve huisvestingsprojecten van de non-profitsector en de sociale economie, en op maatregelen ter bescherming van huurders, ter waarborging van een stabiele huisvesting, ter voorkoming van onterechte uitzettingen en ter bestrijding van speculatieve praktijken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>dringt er bij de Commissie op aan om, met inachtneming van het subsidiariteitsbeginsel, de lidstaten te ondersteunen bij de uitvoering en uitbreiding van programma’s en maatregelen, zoals Housing First, om dakloosheid aan te pakken en te voorkomen, met speciale aandacht voor dakloosheid onder kinderen, waarbij dakloosheid wordt erkend als een van de ernstigste en meest zichtbare vormen van armoede en sociale uitsluiting; dringt er bij de Commissie op aan een gedegen actieplan met specifieke doelstellingen te presenteren om dakloosheid in de hele EU tegen 2030 uit te bannen, dat specifieke maatregelen omvat om dakloosheid in het algemeen, en dakloosheid onder kinderen en gezinnen, dakloosheid als gevolg van baanverlies en onzekere arbeidsomstandigheden in het bijzonder te voorkomen, en om dakloosheid onder vrouwen, vaak veroorzaakt door huiselijk geweld, aan te pakken, evenals maatregelen om de toegankelijkheid van huisvesting voor personen met een handicap en ouderen te verbeteren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>verzoekt de lidstaten centra voor daklozen op te richten en te ondersteunen, waar basis- en gespecialiseerde medische zorg wordt geboden die is afgestemd op hun behoeften, met inbegrip van lichamelijke en geestelijke gezondheidszorg, aangevuld met educatieve programma’s om drugsmisbruik te voorkomen, onder meer via counseling, en initiatieven voor de ontwikkeling van vaardigheden ter ondersteuning van de herintegratie in de samenleving; is van mening dat de Commissie richtsnoeren moet verstrekken en de uitwisseling van beste praktijken tussen de lidstaten moet vergemakkelijken om te zorgen voor een doeltreffend en humaan beheer van deze centra;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>verzoekt de Commissie en de lidstaten doeltreffende maatregelen te nemen om het beginsel van “gelijk loon voor gelijk werk” toe te passen en zo ongelijkheid en discriminatie op de werkvloer, met name op grond van geslacht, ras of etnische afkomst, handicap, leeftijd, sociaaleconomische achtergrond, seksuele gerichtheid, genderidentiteit of migrantenstatus, te bestrijden; wijst op het belang van een snelle tenuitvoerlegging van Richtlijn (EU) 2023/970 betreffende gelijk loon voor gelijk werk en van voorlichtingscampagnes en opleidingen over bewuste en onbewuste vooroordelen, om dergelijke ongelijkheden en discriminatie te voorkomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>roept ertoe op meer inspanningen te leveren om sneller werk te maken van het dichten van de arbeidsparticipatiekloof tussen mannen en vrouwen en de genderkloof op het gebied van pensioenen en om de investeringen in openbare diensten en sociale infrastructuur op te voeren; verzoekt de Commissie de lidstaten aan te moedigen gerichte maatregelen te ontwikkelen om toereikende pensioenen te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>dringt er bij de lidstaten op aan beleid uit te werken om moederschaps-, vaderschaps- en ouderschapsrechten en de rechten van andere mantelzorgers te versterken en daarbij het evenwicht tussen werk en privéleven, onder meer met behulp van flexibele arbeidstijdregelingen, te bevorderen, de toegang van vrouwen tot een gegarandeerd inkomen tijdens hun moederschapsverlof te vergemakkelijken, hun terugkeer naar en integratie in de arbeidswereld na hun zwangerschap en moederschapsverlof te ondersteunen en te zorgen voor de juiste omstandigheden zodat ze op het werk borstvoeding kunnen geven; moedigt de lidstaten aan om toegankelijke en naar behoren vergoede vaderschapsverlofregelingen in te voeren en te bevorderen, zodat vaders een sterke band met hun kinderen kunnen opbouwen, de zorgtaak gelijkelijk kunnen delen en het nodige verlof kunnen opnemen om de ontwikkeling van hun jonge kinderen en het welzijn van hun gezin te ondersteunen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>benadrukt dat onbetaalde zorg onevenredige gevolgen heeft voor vrouwen en voor hun economische zekerheid; verzoekt de lidstaten hun nationale en regionale zorgstelsels te versterken om ervoor te zorgen dat iedereen van jong tot oud en van alle achtergronden toegang heeft tot professionele zorgdiensten met goede arbeidsomstandigheden voor zorgprofessionals; benadrukt dat thuiszorgdiensten essentieel zijn bij de verlening van hoogwaardige, persoonsgerichte zorg aan hulpbehoevenden, waaronder ouderen, evenals hoogwaardige kinderopvang; moedigt de lidstaten aan om de mogelijkheid te onderzoeken om praktijken en maatregelen in te voeren die ondersteuning bieden aan mantelzorgers, met name aan mantelzorgers die zorg verlenen aan personen uit huishoudens met een laag inkomen die na een professionele beoordeling niet in staat worden geacht om zelfstandig te wonen, als manier om waardige, gemeenschapsgerichte zorg te ondersteunen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>roept de lidstaten op om beleid te ontwikkelen en toegang te bieden tot ondersteuning bij de terugkeer naar de arbeidsmarkt voor werknemers, met name vrouwen die vanwege gezinsverantwoordelijkheden een aantal jaren niet hebben gewerkt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>dringt er bij de lidstaten op aan om universele toegang tot betaalbare, hoogwaardige openbare gezondheidszorg voor iedereen te waarborgen, met inbegrip van prenatale zorg, kraamzorg, neonatale zorg en pediatrische gezondheidszorg – waaronder primaire preventie, vaccinatieprogramma’s en eerstelijnszorg –, toegang tot diagnose, behandeling en revalidatie, en toegang tot een breed scala aan medische en therapeutische specialistische behandelingen, waarbij alle vrouwen het recht op seksuele en reproductieve gezondheidszorg wordt gegarandeerd, naast gerichte maatregelen om vroegtijdige identificatie en interventie te waarborgen voor personen die risico lopen op gezondheids- en ontwikkelingsproblemen, en om gerichte interventiediensten voor jonge kinderen te verbeteren, met als doel om de ontwikkeling, het welzijn en de sociale inclusie van kinderen te bevorderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>stelt vast dat menstruatiearmoede een structurele vorm van armoede en genderongelijkheid in de EU is, die naar schatting 10 % van de menstruerende bevolking treft; onderstreept dat vrouwen en meisjes met een laag inkomen, vluchtelingen, asielzoekers, jongeren, daklozen, personen met een handicap en anderen in kwetsbare situaties hier onevenredig sterk door worden getroffen; beklemtoont dat menstruatiearmoede de deelname aan het sociale leven, het onderwijs en de arbeidsmarkt beperkt; verzoekt de Commissie om in het kader van de EU-strategie voor armoedebestrijding een uitgebreid actieplan te ontwikkelen dat gratis of betaalbare toegang tot menstruatieproducten, informatie en passende sanitaire voorzieningen, met name op openbare plaatsen zoals onderwijsinstellingen, werkplekken, openbare gebouwen en opvangcentra, waarborgt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>verzoekt de lidstaten hun openbare, universele en op solidariteit gebaseerde socialezekerheidsstelsels te versterken om te waarborgen iedereen, met inbegrip van werknemers, zelfstandigen en gepensioneerden volledige en doeltreffende sociale bescherming geniet en om armoede en armoede onder werkenden te voorkomen en de onderliggende oorzaken ervan aan te pakken in overeenstemming met de aanbeveling van de Raad van 2019 met betrekking tot de toegang tot sociale bescherming voor werknemers en zelfstandigen; benadrukt dat het belangrijk is om de uitdagingen aan te pakken waarmee mensen in onzekere of atypische banen worden geconfronteerd, met name jongeren die te maken hebben met leeftijdsdiscriminatie en onvoldoende premies hebben betaald om aanspraak te kunnen maken op sociale zekerheidsuitkeringen, en met inbegrip van kunstenaars en werknemers in de culturele en creatieve sector; verzoekt de lidstaten armoede onder ouderen aan te pakken door middel van specifieke maatregelen, met bijzondere aandacht voor vrouwen, die onevenredig zwaar worden getroffen; verzoekt de lidstaten in hun pensioenregelingen naar behoren rekening te houden met perioden van afwezigheid van het werk als gevolg van ouderschapsverlof;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>wijst erop dat de informele economie aan de orde moet komen in de strategie voor armoedebestrijding, aangezien deze overal in de EU nog steeds wijdverbreid is, met als gevolg banen zonder toegang tot rechten, fatsoenlijk loon en sociale bescherming, of met gebrekkige veiligheids- en gezondheidsnormen; moedigt de lidstaten aan om trajecten te creëren om mensen in staat te stellen van de informele naar de formele economie over te stappen, bijvoorbeeld door vereenvoudigde registratieprocedures in te voeren voor seizoenarbeiders, handarbeiders en huishoudelijk personeel;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>verzoekt de lidstaten om armoede en sociaaleconomische ongelijkheid onder jongeren aan te pakken en te erkennen dat jongeren onevenredig zwaar worden getroffen door werkloosheid, onzeker werk, uitsluiting op de woningmarkt en sociale kwetsbaarheid; benadrukt dat jongeren oververtegenwoordigd zijn in sectoren die worden gekenmerkt door deeltijdwerk, seizoenswerk, onzeker werk en zwartwerk, en dat het percentage jongeren dat geen onderwijs volgt, geen baan heeft en geen opleiding volgt in verschillende lidstaten aanhoudend hoog blijft en meer dan twee keer zo hoog is als het totale werkloosheidspercentage in de EU; benadrukt dat de jongerengarantie moet worden versterkt als belangrijk instrument om de integratie van jongeren op de arbeidsmarkt te bevorderen, en dat de strategie moet worden gebruikt om meer synergieën tussen dit instrument en de Europese kindergarantie te ontwikkelen en beide instrumenten te versterken door gerichte maatregelen te nemen, betaalbare huisvestingsoplossingen voor jongeren te bevorderen in het kader van het komende plan voor betaalbare huisvesting, en op maat gesneden ondersteuning op het gebied van geestelijke gezondheidszorg en sociale inclusie te bieden die specifiek is afgestemd op jongeren; roept op tot meer steun voor jongeren die uit de alternatieve zorg komen, om een stabiele en waardige overstap naar volwassenheid te garanderen, met name door betere toegang tot opleidings- en werkgelegenheidskansen te bieden, of ondersteuning bij universitair of beroepsonderwijs en -opleiding, om het risico op armoede, sociale uitsluiting en dakloosheid tijdens deze kritieke periode te verminderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>33.</NO.P>verzoekt de Commissie en de lidstaten aandacht te besteden aan de verborgen verschijnselen van armoede, de stigmatisering van mensen die in armoede leven tegen te gaan en ervoor te zorgen dat mensen die daarvoor in aanmerking komen gebruikmaken van de beschikbare sociale uitkeringen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>34.</NO.P>benadrukt dat het belangrijk is om administratieve belemmeringen weg te nemen die kwetsbare groepen, zoals Roma, de toegang zouden kunnen ontzeggen tot essentiële diensten en sociale bescherming, aangezien deze belemmeringen armoede en uitsluiting in stand houden en verergeren; onderstreept dat nationale identificatienummers gelijke toegang tot essentiële diensten kunnen vergemakkelijken, met behoud van administratieve duidelijkheid en verantwoordingsplicht;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>35.</NO.P>verzoekt de Commissie en de lidstaten de nodige wetswijzigingen door te voeren om discriminatie op grond van sociaaleconomische status uitdrukkelijk te verbieden, waarbij het verband ervan met andere vormen van discriminatie wordt erkend; benadrukt dat een duidelijke rechtsgrondslag noodzakelijk is om afdwingbare rechten en bescherming te waarborgen voor mensen die met armoede en sociale uitsluiting te maken hebben; verzoekt de Raad voorts zijn standpunt over de horizontale antidiscriminatierichtlijn vast te stellen, teneinde interinstitutionele onderhandelingen te starten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>36.</NO.P>verzoekt de lidstaten om beleid en maatregelen die mensen in extreme armoede benadelen en die sancties opleggen aan mensen die hulp bieden te herzien; benadrukt dat dergelijke maatregelen vaak de waardigheid aantasten, zorgen voor verdere uitsluiting en contraproductief uitpakken voor de langetermijndoelen inzake sociale inclusie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>37.</NO.P>dringt er bij de lidstaten op aan proactieve mechanismen te onderzoeken en in te voeren om ervoor te zorgen dat alle personen die in aanmerking komen voor sociale uitkeringen, met name personen die behoren tot groepen die in aanmerking komen voor sociale ondersteuning, hierover effectief worden geïnformeerd en toegang krijgen tot deze uitkeringen, waardoor er vaker gebruik wordt gemaakt van uitkeringen, onder meer door de administratieve lasten voor het aanvragen van uitkeringen te verminderen, voor meer transparantie te zorgen en ervoor te zorgen dat het personeel wordt opgeleid om mensen die in armoede leven te bereiken en bij te staan, teneinde vertrouwen in de relevante instellingen op te bouwen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>38.</NO.P>betreurt dat de doelstelling van het strategisch kader van de EU voor de Roma 2021-2030 om de armoedekloof tussen Romagemeenschappen en de algemene bevolking met ten minste de helft te verkleinen, nog lang niet is bereikt; benadrukt dat de EU-strategie voor armoedebestrijding dezelfde gemeenschappelijke doelen moet nastreven als het strategisch kader van de EU voor de Roma en de Europese kindergarantie, namelijk het bevorderen van de grondrechten, het verminderen van ongelijkheid en het aanpakken van structurele discriminatie; benadrukt het belang van synergieën bij de uitvoering van deze initiatieven, met name bij de bestrijding van kinderarmoede en het doorbreken van de vicieuze cirkel van intergenerationele achterstelling van Roma-gezinnen en Traveller-gemeenschappen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>39.</NO.P>benadrukt dat er sprake is van een groeiende digitale kloof, die tot meer armoede kan leiden doordat mensen minder toegang hebben tot informatie, en dat er maatregelen nodig zijn om de digitale uitsluiting van mensen met een laag inkomen en gemarginaliseerde groepen, zoals ouderen, aan te pakken; verzoekt de Commissie en de lidstaten in dit verband de digitale inclusie van kwetsbare groepen te bevorderen door middel van maatregelen en ondersteuningsprogramma’s die hun toegang tot digitale technologieën, infrastructuur en connectiviteit waarborgen, alsook door middel van opleidingen in digitale basisvaardigheden; beveelt aan om duidelijke indicatoren in te voeren om de mate van digitale inclusie te monitoren, met name onder kinderen, en er tegelijkertijd voor te zorgen dat kinderen en tieners veilig online actief kunnen zijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>40.</NO.P>is van mening dat de doelstelling van volledige digitalisering van essentiële openbare diensten, zoals vastgelegd in het beleidsprogramma van de EU voor het digitale decennium, ongelijkheden kan versterken, met name tussen stedelijke en plattelandsgebieden, leeftijdsgroepen en sociaaleconomische groepen, doordat er minder individuele ondersteuning wordt geboden; benadrukt in dit verband dat er een evenwicht moet worden gevonden tussen het proces van digitalisering van overheidsdiensten en -administratie en de behoeften van kwetsbare groepen; verzoekt de Commissie en de lidstaten deze kwestie aan te pakken in het kader van de strategie voor armoedebestrijding en de nationale actieplannen, en te zorgen voor de nodige middelen, persoonlijke ondersteuning en passende opleiding voor personeel van belangrijke overheidsdiensten, om gelijke toegang tot overheidsdiensten te waarborgen en te voorkomen dat de digitale kloof groter wordt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>41.</NO.P>wijst erop dat het toenemende gebruik van algoritmen en AI in essentiële openbare diensten het grote risico met zich mee kan brengen dat bestaande vormen van discriminatie, met name tegen mensen in armoede, worden versterkt; dringt er in dit verband bij de Commissie op aan om AI-systemen te bevorderen die ethisch verantwoord zijn ontworpen en ervoor te zorgen dat het horizontale beginsel van non-discriminatie in alle EU-regelgeving met betrekking tot AI wordt nageleefd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>42.</NO.P>wijst erop dat armoede en geestelijke gezondheid nauw met elkaar verweven zijn en dat zij elkaar negatief kunnen beïnvloeden; beveelt de lidstaten aan de steun voor mensen, waaronder families en kinderen in een kwetsbare situatie, te versterken door middel van sociale diensten voor geestelijke gezondheid en psychosociale ondersteuning, en te zorgen voor de inzet van voldoende middelen en naar behoren opgeleide beroepsbeoefenaren om die diensten op doeltreffende wijze te verlenen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>43.</NO.P>benadrukt dat het belangrijk is om voor iedereen het recht op toegang tot, creatie van en deelname aan cultuur te waarborgen en economische, sociale en territoriale discriminatie bij de toegang tot cultuur uit te bannen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>44.</NO.P>benadrukt dat mensen die het risico lopen op armoede en sociale uitsluiting onevenredig zwaar worden getroffen door klimaatverandering; brengt in herinnering dat de groene en de digitale transitie sociaal rechtvaardig en inclusief moeten verlopen; roept de EU ertoe op om in haar strategie voor armoedebestrijding adequate en gerichte maatregelen op te nemen die de inspanningen voor een rechtvaardige transitie versterken en aanvullen, zodat een alomvattende aanpak van sociale en economische ongelijkheden wordt gewaarborgd; dringt er bij de Commissie op aan om in het MFK 2028-2034 voldoende middelen te reserveren voor investeringen ter ondersteuning van mensen tijdens deze transities, met bijzondere aandacht voor huishoudens met een laag inkomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>45.</NO.P>benadrukt dat mensen die in plattelandsgebieden, afgelegen gemeenschappen en gebieden met een lage dichtheid aan openbare diensten wonen, kwetsbaarder zijn voor armoede en sociale uitsluiting als gevolg van een gebrek aan werkgelegenheid, openbare diensten (waaronder onderwijs en openbaar vervoer) en digitale connectiviteit, en hoge energie- en transportprijzen; roept ertoe op om in de strategie voor armoedebestrijding rekening te houden met de specifieke behoeften van mensen die in deze gebieden wonen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Een strategie waarin kinderarmoede centraal staat</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>46.</NO.P>betreurt dat het aantal kinderen dat bedreigd wordt door armoede en sociale uitsluiting is gestegen; verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat de strategie voor armoedebestrijding gericht is op het actief bestrijden van kinderarmoede door middel van een levensloopbenadering, aangezien de eerste levensjaren van kinderen cruciaal zijn voor hun fysieke, mentale, cognitieve, sociale en emotionele ontwikkeling en voor hun levenslange ontplooiing, teneinde de cyclus van intergenerationele armoede te doorbreken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>47.</NO.P>herinnert eraan dat Commissievoorzitter Ursula von der Leyen zich in 2019 ertoe heeft verbonden om erop toe te zien dat elk kind in Europa dat met armoede of sociale uitsluiting wordt bedreigd, toegang heeft tot de meest elementaire rechten, zoals gezondheidszorg en onderwijs, hetgeen in 2021 werd gevolgd door de goedkeuring van een aanbeveling van de Raad tot instelling van een Europese kindergarantie; wijst erop dat de doelstellingen van de Europese kindergarantie niet kunnen worden verwezenlijkt zonder een ambitieuze specifieke begroting op zowel EU-niveau als nationaal niveau; wijst in dit verband nogmaals op zijn verzoek om een aanzienlijk bedrag aan specifieke begrotingsmiddelen van ten minste 20 miljard EUR beschikbaar te stellen voor de Europese kindergarantie; acht het dringend noodzakelijk dat deze specifieke begrotingsmiddelen in het volgende meerjarig financieel kader worden toegewezen om het hoofd te bieden aan het groeiende probleem van kinderarmoede en sociale uitsluiting;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>48.</NO.P>verzoekt de Commissie de lidstaten te ondersteunen bij het onverwijld versterken en volledig uitvoeren van de Europese kindergarantie, om alle kinderen in nood toegang te garanderen tot effectieve en gratis gezondheidszorg, onderwijs, voorschools onderwijs en opvang, effectieve toegang tot adequate en fatsoenlijke huisvesting en gezonde voeding; benadrukt in deze context dat effectieve en universele toegang tot betaalbare schoolmaaltijden van groot belang is; benadrukt de centrale rol van de Europese kindergarantie in de strijd tegen kinderarmoede en sociale uitsluiting, en beveelt aan om dit instrument goed af te stemmen op en te koppelen aan de strategie voor armoedebestrijding; benadrukt dat de lidstaten deze volledig en tijdig moeten uitvoeren; verzoekt de Commissie en de lidstaten alle middelen, waaronder het ESF+ en de herstel- en veerkrachtfaciliteit, beschikbaar te stellen en ten volle te benutten om de Europese kindergarantie doeltreffend ten uitvoer te leggen, en tegelijkertijd te zorgen voor meer middelen om inclusie in het onderwijs te bevorderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>49.</NO.P>is ingenomen met de recente actualisering van het monitoringkader voor de Europese kindergarantie<FOOTNOTE><FIELD> Comité voor sociale bescherming, “Update of the monitoring framework for the European Child Guarantee (Autumn 2025)”, 4 februari 2026, https://webgate.ec.europa.eu/circabc-ewpp/ui/group/bab664d7-1188-47b2-9fa6-869902320ba2/library/d7064b47-8a07-47b6-8d9f-0dc08849f2b7/details.</FIELD></FOOTNOTE> en de opname in dat kader van nieuwe indicatoren om de vooruitgang bij de uitvoering van dit instrument in de lidstaten doeltreffender te monitoren; benadrukt de belangrijke rol van gegevensverzameling en monitoringsystemen om inzicht te krijgen in de belemmeringen waarmee kwetsbare kinderen te maken hebben en om op maat gesneden maatregelen en middelentoewijzingen mogelijk te maken; verzoekt het Comité voor sociale bescherming zich te blijven inzetten voor de verbetering van het monitoringkader teneinde het relevant te houden en de resterende gegevenslacunes aan te pakken, en verzoekt de lidstaten dit gemeenschappelijke monitoringkader te gebruiken en aan te passen aan hun specifieke omstandigheden met betrekking tot kinderarmoede;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>50.</NO.P>benadrukt het belang van naschoolse opvang en de bestrijding van voortijdig schoolverlaten; is van mening dat de strategie voor armoedebestrijding een kans biedt om de kwaliteit van het onderwijs en de opvang voor jonge kinderen te verbeteren door middel van voldoende financiële en personele middelen, opleiding voor het personeel, betere systemen voor vroegtijdige signalering en maatregelen voor de evaluatie en voortdurende verbetering van de pedagogische kwaliteit, bijvoorbeeld op het gebied van lezen, schrijven en rekenen, om de algehele ontwikkeling van kinderen te waarborgen; benadrukt dat het belangrijk is om hardnekkige achterstanden op het gebied van functionele geletterdheid en rekenvaardigheid weg te werken door middel van gerichte maatregelen in formele en informele onderwijssituaties, zodat substantiële belemmeringen voor het overwinnen van armoede worden verkleind;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>51.</NO.P>verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat aan de Europese kindergarantie een aanzienlijk bedrag aan specifieke begrotingsmiddelen wordt toegewezen, die via het ESF+ worden uitgevoerd, om het hoofd te bieden aan de toenemende uitdagingen op het gebied van kinderarmoede en sociale uitsluiting, en dat de lidstaten ten minste 5 % van de ESF+-middelen toewijzen aan specifieke projecten en structurele investeringen ter bestrijding van kinderarmoede, waarbij ten minste 10 % wordt gereserveerd voor de lidstaten met een niveau van kinderarmoede en sociale uitsluiting dat boven het EU-gemiddelde ligt; benadrukt dat deze investering in de volgende generatie niet alleen het welzijn van kinderen waarborgt, maar ook een verstandige investering is die toekomstige maatschappelijke kosten zal voorkomen<FOOTNOTE><FIELD>Europese Commissie, “Update of the EU framework for monitoring the implementation of the European Child Guarantee”, 2 juni 2025.</FIELD></FOOTNOTE>; wijst erop dat deze fondsen op transparante wijze moeten worden gebruikt en dat sociale organisaties moeten worden betrokken bij de planning, uitvoering en evaluatie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>52.</NO.P>herhaalt zijn verzoek aan de Commissie om in het kader van het Europees Semester en de landspecifieke aanbevelingen nauwlettend toe te zien op de uitvoering van de Europese kindergarantie in alle lidstaten; is van mening dat in de landspecifieke aanbevelingen rekening moet worden gehouden met de naleving door de lidstaten van de in de ESF+-verordening vastgestelde minimaal vereiste toewijzing van middelen aan de bestrijding van kinderarmoede;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>53.</NO.P>dringt er bij de lidstaten op aan te zorgen voor hoogwaardige en voor iedereen toegankelijke kinderopvang, teneinde voor- en vroegschoolse educatie en opvang te ondersteunen als cruciale factor om de armoedecyclus te doorbreken en de arbeidsmarktparticipatie van ouders te vergroten, aangezien vrouwen onevenredig worden belast met zorgtaken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>54.</NO.P>verzoekt de lidstaten kinderen centraal te stellen in hun socialezekerheidsstelsels en die stelsels te versterken door specifieke uitkeringen voor kinderen in nood te verstrekken ter ondersteuning van hun ontwikkeling en welzijn, zoals kinderbijslag, schoolmaaltijden en programma’s die korting bieden op culturele, sport-, vrijetijds- en buitenschoolse activiteiten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>55.</NO.P>wijst erop dat kinderen die door armoede en sociale uitsluiting worden getroffen, op verschillende gebieden tijdens hun ontwikkeling met problemen te maken krijgen; benadrukt dat in dit verband een sectoroverstijgende aanpak moet worden gevolgd waarbij alle betrokken belanghebbenden samen een geïntegreerde strategie uitstippelen om problemen vast te stellen en ongelijkheden waar kinderen mee te maken hebben te bestrijden, door te zorgen voor kinderbescherming en gezinsondersteuning; wijst erop dat sommige kinderen en hun gezinnen die in armoede leven, bijzondere steun nodig hebben, bijvoorbeeld van logopedisten, oogartsen, psychologen, ergotherapeuten en diëtisten; roept ertoe op om in het kader van de strategie voor armoedebestrijding actief partnerschappen tussen onderwijs-, gezondheids- en sociale diensten te bevorderen om de toegang tot zorg en de uitwisseling van informatie tussen diensten te vergemakkelijken, met het oog op de verbetering van geïntegreerde ondersteunings- en coördinatiemechanismen ten behoeve van kinderen in nood;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>56.</NO.P>verzoekt de Commissie en de lidstaten het recht van elk kind op een gezinsleven te waarborgen, wat betekent dat armoede, precaire huisvestingssituaties of gebrek aan toegang tot adequate openbare diensten nooit als enige reden mogen worden aangevoerd om kinderen in een instelling te plaatsen; beveelt de lidstaten aan nationale preventiestrategieën en proactief sociaal beleid te ontwikkelen om te voorkomen dat kinderen uit hun familiale omgeving worden weggehaald; verzoekt de lidstaten ervoor te zorgen dat kinderen en jongeren pas als uiterste maatregel in een instelling worden opgenomen, en te investeren in een veilig systeem voor pleegzorg voor kinderen en jongeren, om de overgang van institutionele zorg naar gezins- en gemeenschapsgebaseerde zorg te vergemakkelijken; beveelt aan dat de lidstaten monitoringmechanismen ontwerpen en invoeren om gevallen op te sporen waarin gezinsleden van elkaar worden gescheiden als gevolg van het feit dat zij in armoede leven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>57.</NO.P>herinnert aan de doelstelling van de EU om over te stappen van institutionele zorg naar zorg in gemeenschaps- of gezinsverband; erkent dat de strategie voor armoedebestrijding een kans biedt om bruggen te slaan met de Europese kindergarantie, met name wat betreft maatregelen ter ondersteuning van de doelgroep van kinderen in institutionele zorg; verzoekt de lidstaten ten volle gebruik te maken van het ESF+ en andere relevante Europese en nationale fondsen om het de-institutionaliseringsproces af te ronden, zodat kinderen in een gezins- of gemeenschapsomgeving kunnen wonen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>58.</NO.P>veroordeelt alle vormen van geweld, misbruik, uitbuiting en verwaarlozing van kinderen; verzoekt de Commissie en de lidstaten te waarborgen dat er wordt geïnvesteerd in systemen voor kinderbescherming, waaronder de bestrijding van geweld tegen en tussen kinderen, zoals cybergeweld en pesten, met name wanneer dit op sociaaleconomische gronden plaatsvindt en kwetsbare kinderen treft, teneinde de uitwisseling van beste praktijken op dit gebied te bevorderen om geweld en intimidatie uit te bannen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Armoede bestrijden door versterkte democratische participatie</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>59.</NO.P>verzoekt de Commissie en de lidstaten te zorgen voor adequate, doeltreffende en transparante mechanismen om de zinvolle en voortdurende participatie van mensen die in armoede leven in alle stadia van de beleidsvorming te vergemakkelijken, met inbegrip van de ontwikkeling, uitvoering en evaluatie van beleid dat gevolgen heeft voor mensen die in armoede leven, in combinatie met een methodologie en capaciteitsopbouw die een dergelijke participatie mogelijk maken, wat moet leiden tot betrokkenheid bij de totstandkoming en niet louter tot raadpleging, in overeenstemming met het beginsel “niets over ons zonder ons”;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>60.</NO.P>beveelt aan om een jaarlijkse conferentie te organiseren om de uitvoering van de strategie voor armoedebestrijding te evalueren, met een brede en diverse groep deelnemers, waaronder mensen die zelf armoede hebben meegemaakt, met name vrouwen; is van mening dat de conferentie moet bijdragen aan het formele toezicht van de EU op de strategie voor armoedebestrijding door ruimte te bieden voor het evalueren van de voortgang aan de hand van duidelijke benchmarks en indicatoren; roept er in dit verband toe op om de directe participatie van mensen die ervaring hebben met armoede actief te ondersteunen en te beschouwen als essentieel voor de evaluatie van de daadwerkelijke impact van de strategie voor armoedebestrijding;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>61.</NO.P>wijst op het belang van de verschillende maatschappelijke organisaties, waaronder non-profitorganisaties, die zich bezighouden met de bestrijding en preventie van armoede, en de rol die deze organisaties spelen in de strijd tegen armoede, en benadrukt dat zij op zinvolle wijze bij deze strijd moeten worden betrokken en dat de middelen die voor hun werk worden toegewezen, moeten worden versterkt;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Passende institutionele coördinatie, governance</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>62.</NO.P>benadrukt dat het voor het welslagen van de strategie voor armoedebestrijding ook van belang is dat er een sectoroverschrijdende aanpak wordt gevolgd, dat er voldoende financiële middelen beschikbaar zijn en dat er een goede horizontale en meerlagige coördinatie plaatsvindt tussen alle bestuurs- en besluitvormingsniveaus die bij de uitvoering ervan betrokken zijn; wijst erop dat de strategie voor armoedebestrijding volledig moet worden geïntegreerd in alle relevante beleidsmaatregelen, teneinde de samenhang, de impact en de duurzaamheid ervan op lange termijn te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>63.</NO.P>is van mening dat de bevoegdheden van de EU, de lidstaten en de regio’s die van belang zijn om de doelstelling van uitbanning van armoede te halen, op de juiste wijze en met inachtneming van het subsidiariteitsbeginsel moeten worden afgebakend;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>64.</NO.P>dringt er bij de Commissie op aan een horizontaal beginsel in de strategie voor armoedebestrijding op te nemen waarbij voor al het relevante sectorale beleid van de EU vooraf een effectbeoordeling moet worden uitgevoerd wat betreft armoede en ongelijkheid, onder meer door beoordelingen van de verdelingseffecten<FOOTNOTE><FIELD>Mededeling van de Commissie van 28 september 2022 getiteld “De verdelingseffecten van het beleid van de lidstaten beter beoordelen” (COM(2022)0494 final).</FIELD></FOOTNOTE> uit te voeren, met bijzondere aandacht voor de gevolgen voor degenen die het grootste risico lopen op sociale uitsluiting en extreme armoede;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>65.</NO.P>benadrukt dat de EU zich moet blijven richten op de bestrijding van dakloosheid, extreme armoede en sociale uitsluiting, door middel van adequate financiële steun, het bevorderen van wederzijds leren van de strategieën en ervaringen van de lidstaten, en het opzetten van een systematische aanpak voor het monitoren van de voortgang en de efficiëntie van de genomen maatregelen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>66.</NO.P>brengt in herinnering dat de indicator voor het risico op armoede of sociale uitsluiting geen rekening houdt met de onderliggende oorzaken van armoede, met name doordat personen die buiten particuliere huishoudens leven, de kwalitatieve aspecten van armoede en ervaringen met marginalisatie buiten beschouwing worden laten; benadrukt dat armoede meer omvat dan alleen onvoldoende inkomen of materiële ontberingen; verzoekt het Comité voor sociale bescherming om samen met belanghebbenden te werken aan de vernieuwing van de statistische indicator voor het risico op armoede of sociale uitsluiting, om de indicator te verbreden tot een sterker, meer gedifferentieerd en multidimensionaal inzicht in armoede en sociale uitsluiting;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>67.</NO.P>wijst erop dat de strategie voor armoedebestrijding alleen resultaten zal opleveren als er voldoende financiering voor wordt uitgetrokken op EU- en nationaal niveau; benadrukt dat het cohesiebeleid moet worden gewaarborgd en versterkt om de economische, sociale en territoriale cohesie te blijven ondersteunen en de asymmetrieën tussen en binnen de lidstaten van de EU in het kader van het volgende MFK te blijven bestrijden; dringt er in dit verband op aan dat er voldoende en gereserveerde middelen worden toegewezen om het beleid ter bestrijding van armoede te versterken, met inbegrip van gerichte steun voor gemarginaliseerde en kwetsbare groepen; wijst erop dat het ESF+ een essentiële rol speelt bij het bevorderen van sociale inclusie en het bestrijden van armoede, met name doordat via dit fonds steun wordt verleend aan de meest behoeftigen en middelen beschikbaar worden gesteld voor de Europese kindergarantie, en wijst in dit verband ook op de rol van het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO) en het Fonds voor asiel, migratie en integratie; wijst erop dat het belangrijk is de EU-middelen, waaronder de herstel- en veerkrachtfaciliteit, optimaal te benutten voor de financiering van concrete maatregelen tegen armoede, zoals betaalbare en energie-efficiënte huisvesting, toegang tot hoogwaardige voor- en vroegschoolse educatie en opvang, bijvoorbeeld via de EU-schoolregeling, toegankelijk openbaar vervoer en gerichte energiesteun voor huishoudens met een laag inkomen; benadrukt dat moet worden gezorgd voor een specifieke toewijzing van voldoende middelen voor voedselbanken die materiële steun verlenen, met inbegrip van voedselhulp, zodat zij over voldoende operationele capaciteit beschikken en snel kunnen reageren op toenemende voedselonzekerheid en materiële ontberingen; onderstreept dat dergelijke steun moet worden aangevuld met begeleidende maatregelen ter bevordering van sociale inclusie en trajecten om zich aan de armoede te kunnen ontworstelen, in overeenstemming met de ESF+-regels;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>68.</NO.P>herinnert aan de thematische randvoorwaarden die van toepassing zijn op het EFRO, het ESF+ en het Cohesiefonds, zoals uiteengezet in bijlage IV bij Verordening (EU) 2021/1060<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) 2021/1060 van het Europees Parlement en de Raad van 24 juni 2021 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds Plus, het Cohesiefonds, het Fonds voor een rechtvaardige transitie en het Europees Fonds voor maritieme zaken, visserij en aquacultuur en de financiële regels voor die fondsen en voor het Fonds voor asiel, migratie en integratie, het Fonds voor interne veiligheid en het Instrument voor financiële steun voor grensbeheer en visumbeleid (PB L 231 van 30.6.2021, blz. 159, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/1060/oj).</FIELD></FOOTNOTE> van het Europees Parlement houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake deze fondsen, met name randvoorwaarde 4.4, “Nationaal strategisch beleidskader voor sociale inclusie en armoedebestrijding”; wijst erop dat het van belang is dat de strategie voor armoedebestrijding en de financiering ervan worden gekoppeld aan de eerder vastgestelde specifieke doelstellingen; verzoekt de Commissie en de Raad ervoor te zorgen dat de gemeenschappelijke bepalingen van het EFRO en het ESF+ deze specifieke doelstellingen beter weerspiegelen en de strategie voor armoedebestrijding te integreren in het volgende MFK, naast gendermainstreaming;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>69.</NO.P>wijst erop dat energie en vervoer, naast andere elementen, essentiële diensten zijn waartoe iedereen toegang moet hebben, en dringt er daarom op aan dat extra aandacht wordt besteed aan de sociale klimaatplannen die de lidstaten in het kader van het Sociaal Klimaatfonds moeten opstellen en uitvoeren, waarbij wordt geïnvesteerd in energie-efficiëntie, renovatie van woningen en de toegankelijkheid en betaalbaarheid van hernieuwbare energiebronnen en vervoerssystemen; roept de lidstaten op te zorgen voor een actieve betrokkenheid van mensen in kwetsbare situaties, zodat de steun daadwerkelijk terechtkomt bij degenen die deze het hardst nodig hebben; verzoekt de lidstaten beste praktijken bij de bestrijding van energiearmoede uit te wisselen, zoals energievouchers en regulering van de energieprijzen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>70.</NO.P>wijst erop dat EU-middelen moeilijk toegankelijk zijn op lokaal niveau en voor organisaties met minder technische middelen, omdat het proces voor het aanvragen van die middelen buitengewoon complex is; benadrukt dat de uitvoering van EU-financieringsmechanismen en de regelingen voor het verstrekken van deze middelen aan de eindbegunstigden moeten worden vereenvoudigd, en dat het personeel van de relevante overheidsinstanties en organisaties moet worden getraind; benadrukt dat het medefinancieringspercentage voor steun aan de meest behoeftigen uit hoofde van de ESF+-verordening 90 % of een gelijkaardig percentage moet blijven, waardoor deze financiering toegankelijker zou moeten worden voor programma’s en activiteiten die bedoeld zijn om armoede te helpen uitbannen;</P></ACTION><SEPARATION><P>°</P><P>°     °</P></SEPARATION><ACTION><P><NO.P>71.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>