<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2026)0050</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Het aanpakken van onderaannemingsketens en de rol van tussenpersonen om de rechten van werknemers te beschermen</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0256/2025 - Rapporteur: Johan Danielsson)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 12 februari 2026 over het aanpakken van onderaannemingsketens en de rol van tussenpersonen om de rechten van werknemers te beschermen (2025/2133(INI))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de artikelen 16 en 31 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de Europese pijler van sociale rechten,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn 96/71/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 1996 betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten<FOOTNOTE><FIELD> PB L 18 van 21.1.1997, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/1996/71/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, zoals gewijzigd bij Richtlijn (EU) 2018/957,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn 2014/67/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 inzake de handhaving van Richtlijn 96/71/EG betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1024/2012 betreffende de administratieve samenwerking via het Informatiesysteem interne markt (“de IMI-verordening”)<FOOTNOTE><FIELD> PB L 159 van 28.5.2014, blz. 11, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2014/67/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn 2011/36/EU van het Europees Parlement en de Raad van 5 april 2011 inzake de voorkoming en bestrijding van mensenhandel en de bescherming van slachtoffers daarvan, en ter vervanging van Kaderbesluit 2002/629/JBZ van de Raad, zoals gewijzigd bij Richtlijn (EU) 2024/1712<FOOTNOTE><FIELD> PB L 101 van 15.4.2011, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2011/36/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn 2009/52/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2009 tot vaststelling van minimumnormen inzake sancties en maatregelen tegen werkgevers van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen<FOOTNOTE><FIELD> PB L 168 van 30.6.2009, blz. 24, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2009/52/oj.</FIELD></FOOTNOTE> (de richtlijn inzake sancties tegen werkgevers),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn 2014/24/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van overheidsopdrachten en tot intrekking van Richtlijn 2004/18/EG<FOOTNOTE><FIELD> PB L 94, 28.3.2014, blz. 65, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2014/24/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn (EU) 2024/1760 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 inzake passende zorgvuldigheid in het bedrijfsleven op het gebied van duurzaamheid en tot wijziging van Richtlijn (EU) 2019/1937 en Verordening (EU) 2023/2859<FOOTNOTE><FIELD> PB L, 2024/1760, 5.7.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2024/1760/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie van 30 april 2024 over de toepassing en uitvoering van Richtlijn (EU) 2018/957 van het Europees Parlement en de Raad van 28 juni 2018 tot wijziging van Richtlijn 96/71/EG betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten (COM(2024)0320),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie van 26 mei 2025 getiteld “Evaluatie van de Europese Arbeidsautoriteit (ELA)” (COM(2025)0256),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 3 december 2020 getiteld “Strategisch EU-kader voor gezondheid en veiligheid op het werk 2021-2027 – Gezondheid en veiligheid op het werk in een veranderende arbeidswereld” (COM(2021)0323), met inbegrip van de “Vision Zero”-benadering van werkgerelateerde sterfgevallen in de EU,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de publicatie van de Commissie van mei 2020 getiteld “Making Socially Responsible Public Procurement Work – 71 Good Practice Cases”<FOOTNOTE><FIELD> https://data.europa.eu/doi/10.2826/844552.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de ELA van 2025 getiteld “Posting of third‑country nationals: contracting chains, recruitment patterns, and enforcement issues”<FOOTNOTE><FIELD> https://www.ela.europa.eu/sites/default/files/2025-03/ELA-posting-third-country-nationals-report.pdf.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de ELA van februari 2023 getiteld “Report on the cooperation practices, possibilities and challenges between Member States – specifically in relation to the posting of third‑country nationals”<FOOTNOTE><FIELD> https://www.ela.europa.eu/sites/default/files/2023-04/ela-report-posting-third-country-nationals.pdf.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de ELA van 20 september 2023 getiteld “Construction sector: Issues in information provision, enforcement of labour mobility law, social security coordination regulations, and cooperation between Member States”<FOOTNOTE><FIELD> https://www.ela.europa.eu/en/publications/construction-sector-issues-information-provision-enforcement-labour-mobility-law.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van Europol van december 2024 getiteld “Leveraging legitimacy: How the EU’s most threatening criminal networks abuse legal business structures”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 10 van de richtsnoeren van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) over de algemene beginselen van de arbeidsinspectie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het IAO-Verdrag betreffende particuliere bureaus voor arbeidsbemiddeling (Verdrag nr. 181 van 1997),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het IAO-Verdrag betreffende de veiligheid en gezondheid in het bouwbedrijf (Verdrag nr. 167 van 1988),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 25 november 2021 over de invoering van een Europese socialezekerheidspas voor het verbeteren van de digitale handhaving van socialezekerheidsrechten en billijke mobiliteit<FOOTNOTE><FIELD> PB C 224 van 8.6.2022, blz. 81.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 13 maart 2025 over sociale en werkgelegenheidsaspecten van herstructureringsprocessen: de noodzaak om banen en de rechten van werknemers te beschermen<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2025/3156, 20.6.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/3156/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 18 januari 2024 over de herziening van het mandaat van de Europese Arbeidsautoriteit<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2024/5741, 17.10.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/5741/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 9 september 2025 over overheidsopdrachten<FOOTNOTE><FIELD> Aangenomen teksten, P10_TA(2025)0174.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring van Terhulpen van 16 april 2024 over de toekomst van de Europese pijler van sociale rechten,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de tripartiete verklaring voor een bloeiende Europese sociale dialoog, ondertekend op de top van de sociale partners in Hertoginnedal van 31 januari 2024,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het groenboek van de Commissie van 31 januari 2013 inzake oneerlijke handelspraktijken in de food- en non-food toeleveringsketen tussen ondernemingen in Europa (COM(2013)0037),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 29 januari 2025 getiteld “Het EU-kompas voor concurrentievermogen” (COM(2025)0030),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de zesde Europese enquête naar de arbeidsomstandigheden (Eurofound),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van 9 september 2024 van Mario Draghi over de toekomst van het Europese concurrentievermogen (het Draghi-verslag),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van Enrico Letta van 17 april 2024 getiteld “Much more than a market – speed, security, solidarity: empowering the Single Market to deliver a sustainable future and prosperity for all EU Citizens” (het Letta-verslag),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de standpuntnota van 14 februari 2025 van Nederland, België, Denemarken, Duitsland, Italië, Letland en Luxemburg over de EU-beleidsprioriteiten 2024-2029 voor de Commissie en de billijke detachering van onderdanen van derde landen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het arrest van het Hof van Justitie van 5 april 2017 in zaak C-298/15, “Borta” UAB tegen Klaipėdos valstybinio jūrų uosto direkcija VĮ<FOOTNOTE><FIELD> Arrest van het Hof van Justitie van 5 april 2017, “Borta” UAB tegen Klaipėdos valstybinio jūrų uosto direkcija VĮ, C-298/15, ECLI:EU:C:2017:266.</FIELD></FOOTNOTE>, met betrekking tot overheidsopdrachten,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de nationale strategieën ter bestrijding van arbeidsuitbuiting, gedwongen arbeid en zwartwerk<FOOTNOTE><FIELD> Zie bijvoorbeeld: “Nationaler Aktionsplan gegen Arbeitsausbeutung und Zwangsarbeit” van het Duitse Bondsministerie van Arbeid en Sociale Zaken (2025); “Piano nazionale per la lotta al lavoro sommerso” van het Italiaanse Ministerie van Arbeid en Sociaal Beleid (2022); “Plan de Acción contra el Trabajo Forzoso” van het Spaanse Ministerie van Inclusie, Sociale Zekerheid en Migratie (2021); “Nationell strategi mot arbetslivskriminalitet” van de Zweedse regering (2022), alsook: “Strategi mot arbeidslivskriminalitet” van de Noorse regering (2021).</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 55 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie interne markt en consumentenbescherming,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (A10-0256/2025),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat in beginsel nr. 5 van de Europese pijler van sociale rechten wordt bepaald dat werknemers — ongeacht de aard en de duur van hun arbeidsverhouding — recht hebben op een billijke en gelijke behandeling wat betreft arbeidsomstandigheden, toegang tot sociale bescherming en opleiding; overwegende dat er hierin ook op wordt gewezen dat arbeidsverhoudingen die leiden tot onzekere arbeidsomstandigheden moeten worden voorkomen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat het vrij verrichten van grensoverschrijdende diensten een van de vier kernbeginselen van de eengemaakte markt is en overwegende dat onderaanneming deel uitmaakt van het vrij verrichten van diensten en de vrijheid van vestiging; overwegende dat de EU haar concurrentievermogen moet behouden en versterken zodat bedrijven kunnen floreren, met bijzondere aandacht voor kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s); overwegende dat er ook duidelijke en evenredige regels moeten worden vastgesteld die geen onnodige lasten met zich meebrengen, en dat de handhaving moet worden versterkt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat arbeidsuitbuiting en -misbruik op de EU-arbeidsmarkt ernstige problemen vormen in sectoren met een hoog risico, en dat die zich in verschillende vormen manifesteren, onder meer, maar niet uitsluitend, als werkgerelateerde criminaliteit, zwartwerk, illegaal werk, de grijze economie, sociale dumping, arbeidsuitbuiting en moderne slavernij;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat sommige sectoren een groter risico lopen op arbeidsuitbuiting en -misbruik, zoals de bouw, de landbouw, de horeca, huishoudelijk werk, vervoer en logistiek, vlees- en voedselverwerking, schoonmaakdiensten en zorgtaken<FOOTNOTE><FIELD> Europese Commissie, Vierde verslag over de vorderingen die zijn gemaakt op het gebied van de bestrijding van mensenhandel (COM(2022)0736); Europese Commissie, Vijfde verslag over de vorderingen die zijn gemaakt op het gebied van de bestrijding van mensenhandel (COM(2025)0008).</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat vrouwen onevenredig vaak via onderaanneming of tussenpersonen werken in de zorg-, schoonmaak- en horecasector;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat arbeidsuitbuiting en -misbruik niet alleen negatieve gevolgen hebben voor werknemers, die lijden onder oneerlijke en onveilige arbeidsomstandigheden, ontoereikende lonen, erbarmelijke accommodatie en onzeker werk, maar ook voor ondernemingen, met name kmo’s, die te maken krijgen met oneerlijke concurrentie en verstoringen van de eengemaakte markt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat Europol benadrukt dat 86 % van de meest schadelijke criminele netwerken legale bedrijfsstructuren gebruiken als onderdeel van hun criminele activiteiten, hetgeen een ernstige bedreiging vormt voor de eerlijke concurrentie op de eengemaakte markt; overwegende dat uit een analyse van de Commissie en uit operationeel inzicht van de ELA blijkt dat er sprake is van een verhoogd risico op arbeidsuitbuiting en -misbruik in verband met lange en complexe onderaannemingsketens en frauduleuze vormen van arbeidsbemiddeling<FOOTNOTE><FIELD> ELA, <STRING ITALIC="on">Posting of third-country nationals: contracting chains, recruitment patterns, and enforcement issues</STRING> (2025); ELA, <STRING ITALIC="on">Counteracting undeclared work and labour exploitation of third-country national workers</STRING> (2021); ELA, <STRING ITALIC="on">Tackling undeclared work in supply chains – Learning Resource Paper</STRING> (2022); Verslag van de Commissie over de toepassing en uitvoering van Richtlijn (EU) 2018/957 van het Europees Parlement en de Raad van 28 juni 2018 tot wijziging van Richtlijn 96/71/EG betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten (COM(2024)0320).</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat een veel voorkomende variabele in de meeste sectoren met een hoog risico op arbeidsuitbuiting een hoge arbeidsintensiteit is in combinatie met lange en complexe onderaannemingsketens, verticaal en horizontaal<FOOTNOTE><FIELD> Mededeling van de Commissie over de richtsnoeren inzake de toepasselijkheid van artikel 101 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op horizontale samenwerkingsovereenkomsten (PB C 259 van 21.7.2023, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE>, hetgeen de transparantie, de rol van de sociale partners, de toepasselijke collectieve overeenkomsten en de democratie op het werk ondermijnt; overwegende dat sectoren met een hoog risico ook vaak in verband worden gebracht met een sterke afhankelijkheid van arbeidsbemiddelaars, gedetacheerde werknemers, mobiele werknemers uit de EU en onderdanen van derde landen; overwegende dat sommige niet-standaardvormen van arbeid en complexe grensoverschrijdende regelingen verantwoordelijkheden kunnen doen vervagen, bewustmaking kunnen belemmeren en de handhaving van het toepasselijk arbeidsrecht en collectieve overeenkomsten, alsook controles van werkvergunningen, socialezekerheidsbijdragen, belastingbetalingen en de identiteit van werknemers, kunnen bemoeilijken;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat niet-naleving van de wetgeving inzake gezondheid en veiligheid op het werk een wezenlijk aspect van arbeidsuitbuiting is die de “Vision Zero”-benadering van werkgerelateerde sterfgevallen ondermijnt, zoals beschreven in het strategisch EU-kader voor gezondheid en veiligheid op het werk 2021-2027 van de Commissie; overwegende dat volgens IAO-verdrag nr. 167 hoofdaannemers de plicht hebben om maatregelen op het gebied van veiligheid en gezondheid op het werk te coördineren;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat de aanwezigheid van frauduleuze en criminele actoren op Europese werkplekken ook veiligheidsrisico’s met zich meebrengt, met name wanneer het gaat om kritieke sectoren als vervoer en logistiek, de bouw, energie en gezondheidszorg, of activiteiten waarbij toegang wordt verkregen tot veiligheidsgevoelige werkplekken, met name schoonmaak- en onderhoudsactiviteiten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat de detachering van werknemers uit derde landen volgens de Commissie<FOOTNOTE><FIELD> Europese Commissie: Directoraat-generaal Werkgelegenheid, Sociale Zaken en Inclusie, Eftheia, HIVA-KU Leuven, IRIS, Milieu en wiiw, <STRING ITALIC="on">Posting of workers – Collection of data from the prior declaration tools – Reference year 2022</STRING>, Bureau voor publicaties van de Europese Unie, 2024.</FIELD></FOOTNOTE> en het verslag van een casestudy van de ELA<FOOTNOTE><FIELD> Verslag van de ELA over contractuele ketens en wervingspatronen van gedetacheerde onderdanen van derde landen, maart 2025, en verslag van de ELA over de samenwerkingspraktijken, mogelijkheden en uitdagingen tussen de lidstaten — met name met betrekking tot de detachering van onderdanen van derde landen, februari 2023.</FIELD></FOOTNOTE> toeneemt en dat een op de vier gedetacheerde werknemers onderdaan van een derde land is; overwegende dat mobiele en migrerende werknemers, met inbegrip van werknemers uit derde landen, bijzonder kwetsbaar zijn voor arbeidsuitbuiting en werkgerelateerde criminaliteit en vaak in een spiraal van afhankelijkheid zitten wat betreft visa, buitensporige aanwervingskosten, reisregelingen en accommodatie; overwegende dat onderdanen van derde landen doorgaans minder geneigd zijn zich te organiseren en zich bij een vakbond aan te sluiten en meer moeilijkheden ondervinden bij de toegang tot het rechtssysteem en de verdediging van hun rechten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>K.</NO.P>overwegende dat de frauduleuze praktijk van “aanwerving voor detachering”, waarbij onderdanen van derde landen niet worden aangeworven om in de lidstaat van tewerkstelling te werken, maar uitsluitend om in een andere lidstaat te worden gedetacheerd, steeds vaker voorkomt; overwegende dat de ELA dit fenomeen heeft aangemerkt als een steeds groter handhavingsprobleem<FOOTNOTE><FIELD> Verslag van de ELA getiteld “Posting of third-country nationals: contracting chains, recruitment patterns, and enforcement issues” (2025).</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>L.</NO.P>overwegende dat horizontale en verticale onderaanneming in veel sectoren een essentiële praktijk is, met name met betrekking tot grootschalige projecten, waarbij flexibele toegang tot gespecialiseerde expertise wordt vergemakkelijkt en op kosteneffectieve wijze in specifieke behoeften wordt voorzien; overwegende dat onderaanneming een belangrijk onderdeel van het werkgelegenheidslandschap is, met name voor kmo’s en micro-ondernemingen; overwegende dat onderaanneming voor toegevoegde waarde kan zorgen voor aanbestedende diensten en de efficiëntie en innovatie kan verbeteren, met name in sectoren die blootstaan aan wereldwijde concurrentie; overwegende dat onderaanneming niet per definitie problematisch is, met name wanneer er behoefte is aan specifieke competenties; overwegende dat goed functionerende onderaanneming belangrijk is voor eerlijke concurrentie in de EU, met name ten gunste van kmo’s; overwegende dat de mate van onderaanneming aanzienlijk verschilt per sector en per onderneming;</P></CONS><CONS><P><NO.P>M.</NO.P>overwegende dat lange en complexe onderaannemingsketens echter eerlijke concurrentie kunnen verstoren, de verantwoordingsplicht kunnen verhullen, de rechten van werknemers kunnen ondermijnen en de risico’s in verband met fraude, arbeidsuitbuiting, criminele infiltratie en de gezondheid en veiligheid van werknemers op het werk kunnen vergroten, met name in sectoren met een hoog risico en in grensoverschrijdende situaties; overwegende dat in bepaalde gevallen het gebrek aan transparantie en toezicht in uitgebreide onderaannemingsovereenkomsten het de aanbestedende diensten nog moeilijker kan maken om de naleving van het toepasselijk EU- en nationaal recht te waarborgen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>N.</NO.P>overwegende dat regels die onderaanneming beperken, gevolgen kunnen hebben voor de waardeketens van ondernemingen, met name in sectoren die blootstaan aan wereldwijde concurrentie; overwegende dat dergelijke maatregelen moeten worden afgewogen tegen de noodzaak om kmo’s te beschermen die actief zijn in sectoren waar het risico op onrechtmatige onderaanneming laag is en er, in tegenstelling tot sectoren met een hoog risico, geen noodzaak is om onderaannemingsketens te beperken; overwegende dat hoofdelijke aansprakelijkheid in onderaannemingsketens beantwoordt aan de tweeledige doelstelling om uitgebuite werknemers verhaalsmogelijkheden te bieden, en om aannemers in de hele keten aan te moedigen om de duur en complexiteit van onderaanneming vrijwillig te beperken;</P></CONS><CONS><P><NO.P>O.</NO.P>overwegende dat sommige lidstaten wetgeving hebben aangenomen die de lengte van onderaannemingsketens beperkt of onderaanneming in bepaalde sectoren volledig verbiedt<FOOTNOTE><FIELD> Europese Commissie: Directoraat-generaal Werkgelegenheid, Sociale Zaken en Inclusie, Ecorys, HIVA-KU Leuven, Spark Legal and Policy Consulting en wmp consult <STRING ITALIC="on">Study supporting the Monitoring of the Posting of Workers Directive 2018/957/EU and of the Enforcement Directive 2014/67/EU – The situation of temporary cross-border mobile workers and workers in subcontracting chains</STRING>, Bureau voor publicaties van de Europese Unie, 2024.</FIELD></FOOTNOTE>, waardoor het aantal rechtstreeks in dienst genomen werknemers is toegenomen; overwegende dat de Commissie van mening is dat het beperken van het aantal onderaannemingsketens en/of het uitbreiden van de aansprakelijkheid voor onderaanneming tot de volledige keten de lidstaten, als de belangrijkste actoren die verantwoordelijk zijn voor de handhaving van de regels inzake de detachering van werknemers, en, in voorkomend geval, de sociale partners, zou kunnen helpen om de transparantie en aansprakelijkheid in onderaannemingsketens op evenredige en niet-discriminerende basis te vergroten<FOOTNOTE><FIELD> Verslag van de Commissie over de toepassing en uitvoering van Richtlijn (EU) 2018/957 van het Europees Parlement en de Raad van 28 juni 2018 tot wijziging van Richtlijn 96/71/EG betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten (COM(2024)0320).</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat sommige ondernemingen de lengte van hun onderaannemingsketens vrijwillig hebben verkort;</P></CONS><CONS><P><NO.P>P.</NO.P>overwegende dat de praktijk van arbeidsbemiddeling niet in het EU-recht is vastgelegd, met uitzondering van uitzendwerk<FOOTNOTE><FIELD> Verslag van de Commissie over de toepassing en uitvoering van Richtlijn (EU) 2018/957 van het Europees Parlement en de Raad van 28 juni 2018 tot wijziging van Richtlijn 96/71/EG betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten (COM(2024)0320).</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat arbeidsbemiddeling vele vormen kan aannemen, variërend van gevestigde ondernemingen tot individuele recruiters; overwegende dat zelfs informele makelaars en koppelbazen zich kunnen voordoen als arbeidsbemiddelaars;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Q.</NO.P>overwegende dat oneerlijke handelspraktijken, met inbegrip van aankopen onder de kostprijs van duurzame productie, het opleggen van korte doorlooptijden en laattijdige betalingen, belangrijke aanjagers van onrechtmatige onderaanneming zijn; overwegende dat kmo’s die door middel van onderaanneming deelnemen aan overheidsopdrachten vaak te maken krijgen met laattijdige betalingen door de hoofdaannemers;</P></CONS><CONS><P><NO.P>R.</NO.P>overwegende dat, in sectoren waar onderaanneming veelvuldig voorkomt, de praktijk om te waarborgen dat werknemers bij een verandering van aannemer worden overgenomen met behoud van hun rechten en arbeidsvoorwaarden, ook wel subrogatie genoemd, een essentiële garantie vormt voor het waarborgen van de werkzekerheid, het handhaven van gezondheids- en veiligheidsnormen en het voorkomen van sociale dumping;</P></CONS><CONS><P><NO.P>S.</NO.P>overwegende dat in sommige gevallen ongereguleerde of verkapte arbeidsbemiddelaars worden gebruikt om het arbeidsrecht en de verantwoordelijkheid van werkgevers te verhullen en te omzeilen, met name in sectoren met een hoog risico; overwegende dat onrechtmatige wervings- en bemiddelingspraktijken vaak gepaard gaan met het vervalsen of achterhouden van informatie, het niet verstrekken van schriftelijke contracten, het in rekening brengen van frauduleuze wervingskosten, inhoudingen op het loon van buitensporige kosten voor accommodatie, het bij werknemers in rekening brengen van kosten voor vervoer, opleiding, uitrusting of een werkvergunning, het in beslag nemen van paspoorten, het toepassen van dwangarbeid of het ondermijnen van vakbonden; overwegende dat betere en gerichte arbeidsinspecties kunnen bijdragen tot de bestrijding van dergelijke schendingen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>T.</NO.P>overwegende dat verschillende EU-landen naar aanleiding van deze uitdagingen nationale actieplannen en beleidsmaatregelen hebben vastgesteld om arbeidsuitbuiting te bestrijden, onder meer door het nemen van maatregelen om misbruik in onderaannemingsketens en door arbeidsbemiddelaars aan te pakken<FOOTNOTE><FIELD> Bijvoorbeeld, Zweden (https://www.regeringen.se/contentassets/f6f461b310984b598ee4f7a2d83350d0/nationell-strategi-mot-arbetslivskriminalitet.pdf), Finland (https://julkaisut.valtioneuvosto.fi/bitstream/handle/10024/165395/TEM_2024_5.pdf), Italië, 	Duitsland (https://www.bmas.de/DE/Service/Presse/Meldungen/2025/nationaler-aktionsplan-gegen-arbeitsausbeutung-und-zwangsarbeit-beschlossen.html), Spanje en Noorwegen (https://www.regjeringen.no/no/dokumenter/strategi-mot-arbeidslivskriminalitet-2021/id2831867/).</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>U.</NO.P>overwegende dat de sociale partners op EU-, nationaal en lokaal niveau, alsook op sectoraal en sectoroverschrijdend niveau, naar aanleiding van deze uitdagingen maatregelen hebben getroffen om problemen in verband met onrechtmatige vormen van onderaanneming en arbeidsbemiddeling aan te pakken, onder meer door middel van collectieve onderhandelingen en gezamenlijke initiatieven om serieuze ondernemingen te beschermen en de rechten van werknemers te waarborgen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>V.</NO.P>overwegende dat er al specifieke wetgeving bestaat ter regulering van onderaanneming in de burgerluchtvaart, met inbegrip van het leasen van vliegtuigen inclusief bemanning, onderhoud en verzekering, ook wel “wet leasing” genoemd; overwegende dat het gebruik van “wet leasing” is toegenomen, en dat het niet alleen wordt gebruikt voor het beoogde doel, zijnde het aanvullen van de capaciteit tijdens piekperioden; overwegende dat de Commissie de problemen in verband met “wet leasing” moet aanpakken bij de komende herziening van de verordening inzake luchtdiensten<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EG) nr. 1008/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 24 september 2008 inzake gemeenschappelijke regels voor de exploitatie van luchtdiensten in de Gemeenschap (PB L 293 van 31.10.2008, blz. 3, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2008/1008/oj).</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>W.</NO.P>overwegende dat de Commissie wijst op het Noorse Skien-model<FOOTNOTE><FIELD> Europese Commissie: Uitvoerend Agentschap voor kleine en middelgrote ondernemingen, <STRING ITALIC="on">Making socially responsible public procurement work – 71 good practice cases</STRING>, Bureau voor publicaties van de Europese Unie, 2020.</FIELD></FOOTNOTE> dat gezamenlijk door de gemeente Skien, vakbonden en werkgeversorganisaties is ontwikkeld, en dat strikte beperkingen met betrekking tot lange onderaannemingsketens oplegt en voorafgaande goedkeuring van tijdelijke arbeid vereist, met als doel verantwoordingsplicht en fatsoenlijke arbeidsomstandigheden in sectoren met een hoog risico te waarborgen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>X.</NO.P>overwegende dat de lidstaten, de Commissie en de sociale partners zich er in de verklaring van Terhulpen toe hebben verbonden bijzondere aandacht te besteden aan maatregelen op het gebied van onderaanneming en uitzendwerk, en hebben erkend dat deze twee fenomenen gemeenschappelijke uitdagingen vormen voor de Europese arbeidsmarkten; overwegende dat in het Letta-verslag wordt benadrukt dat onderaannemingspraktijken dringend moeten worden gereguleerd om uitbuiting en misbruik te voorkomen; overwegende dat in het verslag wordt gewaarschuwd dat ongecontroleerde onderaannemingsketens kunnen leiden tot uitholling van arbeidsnormen, sociale dumping en ondermijning van de eerlijke concurrentie, en ook tot schendingen van verplichtingen op het gebied van gezondheid en veiligheid;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Y.</NO.P>overwegende dat de lidstaten op grond van artikel 12, lid 2, van Richtlijn 2014/67/EU verplicht zijn aansprakelijkheid in het geval van onderaanneming in te voeren in het kader van de terbeschikkingstelling van werknemers in de bouwsector, en dat artikel 12, lid 1, de lidstaten de mogelijkheid biedt om deze aansprakelijkheid uit te breiden tot andere sectoren en om strengere aansprakelijkheidsregels in te voeren;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Z.</NO.P>overwegende dat de meeste lidstaten over een aantal regels beschikken met betrekking tot onderaannemingsketens en arbeidsbemiddelaars, waarbij rekening wordt gehouden met specifieke nationale kenmerken; overwegende dat het niveau van regulering echter van lidstaat tot lidstaat aanzienlijk verschilt, wat leidt tot versnippering van de eengemaakte markt; overwegende dat er nog steeds uitdagingen bestaan als gevolg van uiteenlopende interpretaties met betrekking tot de toepassing van de internemarktregels inzake de regulering van onderaannemingsketens en arbeidsbemiddelaars; overwegende dat Richtlijn 2014/24/EU de aanbestedende diensten onvoldoende instrumenten biedt om de niet-uitvoering van overheidsopdrachten doeltreffend aan te pakken, en in sommige gevallen zelfs diensten belemmert die proactieve maatregelen willen nemen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AA.</NO.P>overwegende dat de bestrijding van zwartwerk, mensenhandel en arbeidsuitbuiting strenge arbeidsinspecties, grensoverschrijdende controles en een doeltreffende vergunningverlening aan of registratie van arbeidsbemiddelaars vereist; overwegende dat de handhaving van de huidige regels en een betere samenwerking tussen de lidstaten kunnen helpen om problemen in verband met onrechtmatige vormen van onderaanneming en arbeidsbemiddeling aan te pakken;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Arbeidsuitbuiting voorkomen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>benadrukt de noodzaak van een alomvattende EU-aanpak van arbeidsuitbuiting, met inbegrip van illegaal werk en daarmee verband houdende georganiseerde misdaad, alsook onrechtmatige vormen van bedrijfspraktijken, met name onrechtmatige onderaanneming en arbeidsbemiddeling; dringt daarom aan op een EU-strategie ter bestrijding van deze problemen, waarvan de gevolgen van lidstaat tot lidstaat en van sector tot sector kunnen verschillen; benadrukt dat arbeidsuitbuiting niet alleen een schending van de rechten van werknemers en van de mensenrechten is, maar ook afbreuk doet aan de eerlijke concurrentie tussen bedrijven; is in dit verband ingenomen met de toezegging van de Commissie om in 2026 een pakket voor eerlijke mobiliteit te presenteren; wijst erop dat de algemene doelstellingen van versterking van het concurrentievermogen van Europese bedrijven, vereenvoudiging en vermindering van onnodige administratieve lasten niet mogen leiden tot een lager niveau van bescherming van werknemers; benadrukt dat het huidige arbeidsrecht strikter moet worden gehandhaafd teneinde een doeltreffende bescherming van de rechten van werknemers en een gelijk speelveld in de eengemaakte markt te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>herinnert aan de uitdagingen waarmee sommige lidstaten als gevolg van uiteenlopende interpretaties van de regels inzake de eengemaakte markt worden geconfronteerd bij het reguleren van onderaanneming op nationaal niveau, bijvoorbeeld door beperking van de lengte van onderaannemingsketens, hoofdelijke aansprakelijkheid en vereisten voor rechtstreekse werkgelegenheid; verzoekt de Commissie te verduidelijken welke mogelijkheden de lidstaten hebben om wetgeving vast te stellen die in verhouding staat tot de risico’s en problemen die voortvloeien uit lange en complexe onderaannemingsketens; verzoekt de Commissie de inspanningen ter bestrijding van arbeidsuitbuiting op te voeren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>verzoekt de Commissie nogmaals om, teneinde wanpraktijken op het gebied van onderaanneming te beëindigen en de rechten van werknemers te beschermen, en te zorgen voor meer transparantie en verantwoordingsplicht in de hele toeleveringsketen<FOOTNOTE><FIELD> Resolutie van het Europees Parlement van 9 september 2025 over overheidsopdrachten.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>benadrukt dat elk initiatief op EU-niveau om arbeidsuitbuiting en complexe onderaannemingsketens aan te pakken rekening moet houden met de beste praktijken van de lidstaten, moet worden ontwikkeld in nauwe samenwerking met de sociale partners, met inbegrip van de Europese sectorale comités voor de sociale dialoog, en moet worden afgestemd op de specifieke sectorale realiteit; wijst erop dat sectorspecifieke maatregelen en initiatieven, met inbegrip van hoofdelijke aansprakelijkheid in sectoren met een hoog risico, in overeenstemming moeten zijn met het EU-recht en geen onnodige belemmeringen mogen opwerpen voor grensoverschrijdende bedrijfsactiviteiten; onderstreept dat sectorspecifieke maatregelen en initiatieven ook kunnen voorzien in lagere regelgevingsvereisten voor bedrijven in sectoren met een laag risico;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>wijst erop dat het beginsel van hoofdelijke aansprakelijkheid een manier kan zijn om te waarborgen dat de hoofdaannemer de algehele verantwoordelijkheid draagt voor de diensten die binnen de gehele onderaannemingsketen worden verleend; is van mening dat er met een dergelijk beginsel voor kan worden gezorgd dat kwaliteit, prestaties en naleving van arbeids-, sociale en veiligheidsnormen op elk niveau van de onderaannemingsketen contractueel worden gegarandeerd; merkt op dat verschillende lidstaten hebben besloten om striktere aansprakelijkheidsregels vast te stellen voor onderaannemingsketens dan de minimale eisen die zijn vastgelegd in artikel 12 van Richtlijn 2014/67/EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>verzoekt de Commissie en de lidstaten praktijken aan te pakken waarbij de hoofdaannemer alle werkzaamheden uitbesteedt zonder zelf werkzaamheden uit te voeren, ook wel “financiële onderaanneming” genoemd; onderstreept dat hoofdaannemers een bepaald deel van een contract zelf moeten uitvoeren; verzoekt in dit verband de Commissie nogmaals het effect te beoordelen van overheidsopdrachten die voornamelijk door de directe werknemers van de geselecteerde inschrijver worden uitgevoerd, en beveelt aan dat de regels voor overheidsopdrachten bedrijven ertoe moeten aanzetten om voldoende eigen personeel in dienst te hebben om de projecten waarvoor zij overheidsopdrachten hebben gekregen, uit te voeren<FOOTNOTE><FIELD> Resolutie van het Europees Parlement van 9 september 2025 over overheidsopdrachten.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>verzoekt de Commissie en de lidstaten illegale praktijken in onderaannemingsketens aan te pakken om het concurrentievermogen van bedrijven en eerlijke en veilige arbeidsomstandigheden te waarborgen; moedigt in dit verband directe arbeidsverhoudingen in sectoren met een hoog risico aan, waar mogelijk, gerechtvaardigd, evenredig en gebaseerd op dwingende redenen van algemeen belang, zoals de bescherming van werknemers en hun rechten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>verzoekt de Commissie en de lidstaten de opname van bepalingen inzake gemeenschapsvoordelen in overheidsopdrachten en door de EU gefinancierde projecten aan te moedigen, zoals het verplichten van aannemers en onderaannemers om bij te dragen aan de ontwikkeling van lokale vaardigheden of aan initiatieven voor sociale inclusie, waardoor positieve overloopeffecten van overheidsinvesteringen worden gecreëerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>onderstreept dat nationale en regionale initiatieven ter beperking van de niveaus van onderaanneming vaak gezamenlijk zijn geïnitieerd door de sociale partners, met inbegrip van vertegenwoordigers van kmo’s; benadrukt dat dergelijke initiatieven moeten worden geëerbiedigd, terwijl beperkingen op onderaanneming evenredig moeten zijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>merkt op dat de lengte en complexiteit van onderaannemingsketens een aanzienlijke uitdaging vormen voor arbeidsinspecties bij het vaststellen van de wettelijke verantwoordelijkheid voor schendingen van het arbeidsrecht en dat dit moet worden aangepakt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>benadrukt dat het belangrijk is genderbewuste bepalingen op te nemen in elk nieuw kader;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>onderstreept dat, om de versnippering van de eengemaakte markt te beperken, sectoren met een hoog risico door de Commissie moeten worden gedefinieerd in nauwe samenwerking met de lidstaten en de sociale partners, met inbegrip van de Europese sectorale comités voor de sociale dialoog; benadrukt dat de lidstaten de Commissie kunnen verzoeken om toestemming om de gemeenschappelijke lijst van sectoren met een hoog risico waar nodig aan hun specifieke nationale situatie aan te passen om te zorgen voor de best mogelijke aanpak van onrechtmatige onderaanneming, arbeidsuitbuiting en werkgerelateerde criminaliteit; onderstreept dat elke identificatie en aanpassing van sectoren met een hoog risico gebaseerd moet zijn op nauwkeurige en actuele gegevens;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>merkt op dat het uitbesteden van kernactiviteiten kan leiden tot gefragmenteerde en onveilige werkplekken, minder transparantie en verantwoordingsplicht, en een grotere blootstelling van werknemers aan langere uren, lagere lonen en andere schendingen van het arbeidsrecht, alsook tot baanonzekerheid<FOOTNOTE><FIELD> Studie van het Europees Parlement, 2016, <STRING ITALIC="on">Precarious Employment in Europe: Volume 1: Patterns, Trends and Policy Strategies</STRING>; Eurofound, 2010, <STRING ITALIC="on">Key elements of fair employment and decent work</STRING>; Europese Commissie, Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek, <STRING ITALIC="on">Outsourcing, working conditions and inequality, </STRING>2025.</FIELD></FOOTNOTE>; benadrukt dat werknemersvertegenwoordigers overeenkomstig Richtlijn 2002/14/EG<FOOTNOTE><FIELD> Richtlĳn 2002/14/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2002 tot vaststelling van een algemeen kader betreffende de informatie en de raadpleging van de werknemers in de Europese Gemeenschap – Gezamenlĳke verklaring van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie over de vertegenwoordiging van de werknemers (PB L 80 van 23.3.2002, blz. 29. ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2002/14/oj).</FIELD></FOOTNOTE> moeten worden geïnformeerd en geraadpleegd over beslissingen die kunnen leiden tot ingrijpende veranderingen in de arbeidsorganisatie of de contractuele betrekkingen; verzoekt de Commissie en de lidstaten het beginsel van gelijke behandeling en fatsoenlijke arbeidsomstandigheden voor alle werknemers te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>is bezorgd over het gebrek aan juridische duidelijkheid over het verschil tussen werkelijke en frauduleuze detacheringen van onderdanen van derde landen, alsook over het misbruik van het EU-recht inzake dienstverlening om de migratieregels en het nationale arbeidsrecht te omzeilen; benadrukt dat frauduleuze detacheringen het sociale weefsel van de eengemaakte markt aantasten en misbruik maken van de situatie van de meest kwetsbare personen; verzoekt de Commissie om, in lijn met het Letta-verslag, de problemen met handhaving, met name op het gebied van grensoverschrijdende samenwerking, te evalueren en passende maatregelen te nemen om een einde te maken aan detacheringen waarbij geen echte band bestaat tussen de werknemers en de uitzendende lidstaat; herinnert aan de algemene conclusie van het Letta- en het Draghi-verslag over de noodzaak om het concurrentievermogen van de eengemaakte markt te versterken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>neemt met bezorgdheid kennis van de risico’s die gepaard gaan met detachering in combinatie met onrechtmatige vormen van onderaanneming en arbeidsbemiddeling; verzoekt de ELA de inzet van arbeidsbemiddelaars bij detachering te onderzoeken, en hierbij onder meer aandacht te besteden aan het risico dat deze regelingen worden misbruikt om aansprakelijkheid te ontlopen, alsmede socialezekerheidsverplichtingen en gezondheids- en veiligheidsnormen te omzeilen; verzoekt de Commissie om elk mogelijk misbruik van de richtlijn betreffende uitzendarbeid<FOOTNOTE><FIELD> Richtlijn 2008/104/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 betreffende uitzendarbeid (PB L 327, 5.12.2008, blz. 9, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2008/104/oj).</FIELD></FOOTNOTE> in het kader van de detachering van werknemers aan te pakken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>benadrukt dat accommodatie die door een werkgever of arbeidsbemiddelaar aan een werknemer wordt verstrekt, moet voldoen aan de toepasselijke kwaliteits-, hygiëne- en veiligheidsnormen; onderstreept dat de huur voor dergelijke accommodatie evenredig en niet-discriminerend moet zijn; dringt aan op de integratie van accommodatie-inspecties in arbeidsinspecties voor sectoren met een hoog risico om te voorkomen dat werkgevers of tussenpersonen werknemers verloederde, onveilige of overvolle huisvesting bieden; benadrukt dat contractuele bepalingen inzake de accommodatie van een werknemer niet mogen leiden tot onzekere huisvestingssituaties indien de arbeidsverhouding wordt beëindigd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>roept de Commissie op om met de lidstaten samen te werken om de efficiënte uitvoering en handhaving van de huidige wetgeving inzake de detachering van werknemers te waarborgen; wijst erop dat de EU een aantal rechtsinstrumenten heeft aangenomen ter bestrijding van arbeidsuitbuiting en illegaal werk, waarvan de handhaving op nationaal niveau moet worden verbeterd; verzoekt de Commissie de balans op te maken van de situatie, te zorgen voor de efficiënte en doeltreffende uitvoering en handhaving van de relevante rechtsinstrumenten door de lidstaten en, waar nodig, inbreukprocedures in te leiden tegen lidstaten die het toepasselijk EU-recht niet naleven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>wijst op de toegevoegde waarde van openbare, interoperabele registers van erkende arbeidsbemiddelaars; onderstreept dat voor elke vergunning of registratie minimale integriteitscriteria moeten gelden; verzoekt de Commissie de nationale praktijken en wetgeving inzake arbeidsbemiddelaars in kaart te brengen en ervoor te zorgen dat arbeidsbemiddelaars die in de EU actief zijn, geen vergoedingen in rekening brengen of kosten, direct of indirect, geheel of gedeeltelijk, doorberekenen aan werknemers; onderstreept dat arbeidsbemiddelaars die het toepasselijk recht of collectieve overeenkomsten schenden, afschrikkende sancties moeten worden opgelegd, zoals schrapping uit openbare registers en uitsluiting van overheidsopdrachten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>dringt aan op de komende herziening van de richtlijnen inzake overheidsopdrachten om ervoor te zorgen dat de uitsluitingscriteria beter inspelen op specifieke sectorale risico’s in verband met fraude, corruptie en criminele infiltratie; wijst erop dat verschillende sectoren afzonderlijke, op maat gesneden uitsluitingscriteria vereisen, die hun specifieke kwetsbaarheden weerspiegelen; benadrukt dat aanbestedende diensten de bevoegdheid moeten krijgen om aanbestedingsprocedures aan te passen teneinde criminele activiteit te bestrijden en aan te pakken; benadrukt dat, met het oog op meer efficiëntie en vereenvoudiging, de bepalingen met betrekking tot uitsluitingsgronden moeten worden gestroomlijnd; onderstreept dat elke ondernemer die zijn verplichtingen krachtens de toepasselijke arbeids- en milieuwetgeving uit hoofde van artikel 18, lid 2, van Richtlijn 2014/24/EU niet nakomt, daadwerkelijk moet worden uitgesloten van de procedure voor de overheidsopdracht in kwestie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>onderstreept de waarde die nationale ondernemingsregisters en het Europees systeem van gekoppelde ondernemingsregisters hebben voor ondernemingen die informatie zoeken over onderaannemers, voor vakbonden die collectieve onderhandelingen willen voeren, en voor handhavingsinstanties; betreurt het dat het niveau van de informatie die kan worden geraadpleegd in nationale ondernemingsregisters sterk varieert; verzoekt de Commissie te onderzoeken hoe beste praktijken uit de lidstaten kunnen worden benut om het niveau van de openbaar beschikbare informatie te verbeteren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>is bezorgd over het feit dat gedetacheerde werknemers en werknemers in onderaannemingsketens, met name in de bouwsector, worden geconfronteerd met onevenredige risico’s op het gebied van veiligheid en gezondheid op het werk als gevolg van gefragmenteerde verantwoordelijkheidsketens en onduidelijke coördinatie; benadrukt in dit verband het belang van informatie en raadpleging voor gedetacheerde werknemers en werknemers in onderaannemingsketens, alsook van de doeltreffende handhaving van de bepalingen inzake gezondheid en veiligheid zoals vastgelegd in IAO-Verdrag nr. 167; acht het in dit verband belangrijk de rol van de sociale partners bij de ontwikkeling van instrumenten en opleidingen voor werknemers te versterken en gezonde arbeidsomstandigheden verder te bevorderen in het volgende strategisch EU-kader voor gezondheid en veiligheid op het werk; verzoekt de Commissie te beoordelen of de huidige wetgeving inzake gezondheid en veiligheid op het werk voldoende betrekking heeft op de tenuitvoerlegging van minimumvoorschriften inzake veiligheid en gezondheid in onderaannemingsketens;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Handhaving en controle</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>herinnert aan het belang van grensoverschrijdende samenwerking, efficiënte handhaving en transparantie bij de aanpak van criminele netwerken die verband houden met werkgerelateerde criminaliteit; is in dit verband voorstander van nauwere samenwerking tussen de ELA, Europol, nationale autoriteiten en de sociale partners; benadrukt dat voor de bestrijding van arbeidsuitbuiting en de bevordering van eerlijke concurrentie op de eengemaakte markt efficiënte en goed toegeruste handhavingssystemen nodig zijn; benadrukt dat onrechtmatige vormen van onderaanneming, waarbij gebruik wordt gemaakt van kunstmatige constructies als brievenbusmaatschappijen en nepuitzendbureaus, moeten worden aangepakt; wijst erop dat de lidstaten op grond van Richtlijn 2009/52/EG moeten waarborgen dat doeltreffende en adequate inspecties worden uitgevoerd om toezicht te houden op de tewerkstelling van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen, en verzoekt de Commissie en de lidstaten de regelgeving correct te handhaven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>is ingenomen met het evaluatieverslag van de Commissie over de ELA en herhaalt zijn verzoek<FOOTNOTE><FIELD> Resolutie van het Europees Parlement van 18 januari 2024 over de herziening van het mandaat van de Europese Arbeidsautoriteit.</FIELD></FOOTNOTE> aan de Commissie om het mandaat van de ELA aanzienlijk te versterken door de autoriteit toe te staan vermeende inbreuken van het arbeidsrecht van de EU te onderzoeken en op eigen initiatief inspecties in te stellen en uit te voeren in grensoverschrijdende zaken, door de reikwijdte van het mandaat van de autoriteit uit te breiden tot arbeidsmobiliteit van onderdanen van derde landen, door zijn capaciteit voor operationele risicoanalyse te vergroten en door voldoende middelen ter beschikking te stellen zodat de autoriteit haar taken kan uitvoeren; benadrukt dat de regelgeving en controleprocedures inzake arbeidsmobiliteit verder op elkaar moeten worden afgestemd en vereenvoudigd, met inbegrip van uniforme controlenormen en betere informatie-uitwisseling, onder leiding van de ELA; beveelt aan binnen de ELA sectorspecifieke handhavingseenheden op te richten, met name voor de bouw, het vervoer en de landbouw, en de samenwerking met de sociale partners in de respectieve sectoren te versterken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>onderstreept de cruciale rol die arbeidsinspecties spelen bij zowel het opsporen en voorkomen van arbeidsuitbuiting als bij het afdwingen van algehele naleving van het arbeidsrecht; dringt er bij de lidstaten op aan hun aantal arbeidsinspecteurs te verhogen en hun steun voor arbeidsinspecties op te schroeven; herinnert eraan dat in Richtlijn 2006/22/EG<FOOTNOTE><FIELD> Richtlijn 2006/22/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2006 inzake minimumvoorwaarden voor de uitvoering van de Verordeningen (EEG) nr. 3820/85 en (EEG) nr. 3821/85 van de Raad betreffende voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer en tot intrekking van Richtlijn 88/599/EEG van de Raad (PB L 102 van 11.4.2006, blz. 35, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2006/22/oj).</FIELD></FOOTNOTE> reeds minimumvoorschriften zijn vastgesteld voor controle op de naleving van de sociale wetgeving in het wegvervoer en verzoekt de Commissie en de lidstaten de kwaliteit en regelmaat van arbeidsinspecties te verhogen en te voorzien in een adequate minimumcapaciteit voor arbeidsinspecties, in overeenstemming met de IAO-benchmark van ten minste één arbeidsinspecteur per 10 000 werknemers; benadrukt dat klachtenmechanismen, ondanks het belang ervan voor het starten van gerichte inspecties, nog steeds onderbenut en ontoegankelijk zijn, met name voor mobiele werknemers en werknemers uit derde landen; wijst erop dat, in overeenstemming met Richtlijn 2009/52/EG de lidstaten dienen te waarborgen dat er doeltreffende mechanismen voorhanden zijn met behulp waarvan illegaal tewerkgestelde onderdanen van derde landen klachten kunnen indienen tegen hun werkgever;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>onderstreept het belang van nauwkeurige en actuele gegevens; merkt op dat de hoeveelheid beschikbare informatie over de samenstelling van onderaannemingsketens en werkgerelateerde criminaliteit in Europa varieert en dat dit voor zowel handhaving als beleidsvorming een uitdaging vormt; verzoekt de Commissie de gegevensverzameling in dit verband te verbeteren en wijst op de rol van de ELA bij het verstrekken van betrouwbare informatie over algemene trends en wangedrag in grensoverschrijdende situaties;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>wijst op het succes van initiatieven voor de identificatie van werklocaties op nationaal en sectoraal niveau, zoals sociale identiteitskaarten; is in dit verband ingenomen met de opname van de Europese socialezekerheidspas (ESSPASS) in het werkprogramma van de Commissie voor 2026; herhaalt zijn oproep<FOOTNOTE><FIELD> Resolutie van het Europees Parlement van 25 november 2021 over de invoering van een Europese socialezekerheidspas voor het verbeteren van de digitale handhaving van socialezekerheidsrechten en billijke mobiliteit.</FIELD></FOOTNOTE> voor een snelle uitrol van het ESSPASS-systeem en voor een betere bescherming en digitale handhaving van socialezekerheidsrechten en eerlijke mobiliteit, met inbegrip van realtime-verificatie en uitwisseling van informatie tussen handhavingsautoriteiten; dringt aan op de integratie van de ESSPASS met nationale en sectorale arbeidskaartsystemen om interoperabiliteit en minimale verstoringen te waarborgen; onderstreept dat de ESSPASS onnodige administratieve lasten moet verminderen, de naleving voor bedrijven moet vereenvoudigen met minimale nalevingskosten voor kmo’s, en de ELA en de nationale autoriteiten moet ondersteunen bij de bestrijding van misbruik en criminele activiteiten; benadrukt het belang van een sterke gegevensbeveiliging en -bescherming voor de ESSPASS en de betrokkenheid van de sociale partners bij het ontwerp en de uitrol van het systeem; neemt voorts kennis van de lopende werkzaamheden met betrekking tot andere EU-initiatieven, zoals de portemonnee voor digitale identiteit, die autoriteiten beter in staat zou kunnen stellen crimineel gedrag te bestrijden zonder daarbij lasten te creëren voor kmo’s of de kosten voor consumenten te verhogen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Sancties voor arbeidsuitbuiting</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>stelt met bezorgdheid vast dat personen voor wie een handelsverbod in een lidstaat geldt, nationale beperkingen kunnen omzeilen door een bedrijf in een andere lidstaat te registreren en te runnen, en daarmee de strijd tegen arbeidsuitbuiting op de eengemaakte markt ondermijnen; verzoekt de Commissie te zorgen voor een doeltreffendere informatie-uitwisseling en samenwerking tussen de lidstaten, alsook voor de wederzijdse erkenning van handelsverboden en strafrechtelijke sancties, in overeenstemming met de Verdragen, om te voorkomen dat beperkingen worden omzeild; onderstreept in dit verband het belang van de eerbiediging van de rechtsstaat en de waarborgen voor een eerlijk proces; beveelt aan het Informatiesysteem interne markt (IMI) te gebruiken voor de tijdige en veilige uitwisseling van relevante informatie tussen de lidstaten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>wijst op de discrepanties met betrekking tot sancties en sanctieregelingen op alle beleidsterreinen van de EU; benadrukt dat straffen en sancties voor werkgerelateerde misdrijven en schendingen van de rechten van werknemers doeltreffend en afschrikkend moeten zijn en in verhouding moeten staan tot de aard, de ernst en de duur van de inbreuk van de onderneming en tot het aantal getroffen werknemers; verzoekt de Commissie te onderzoeken of sancties kunnen worden gekoppeld aan de omvang of omzet van ondernemingen, teneinde evenredigheid, afschrikking en een gelijk speelveld te waarborgen; onderstreept de noodzaak van een mechanisme om uitstaande lonen, socialezekerheidsbijdragen, boetes en schadevergoedingen in grensoverschrijdende zaken terug te vorderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>wijst op het probleem van frauduleuze en criminele actoren op de arbeidsmarkt die strategische faillissementen en “verdwijnende” ondernemingen gebruiken om zich te onttrekken aan de verantwoordelijkheid voor uitstaande betalingen en sancties; verzoekt de Commissie en de lidstaten de problemen in verband met strategische faillissementen en verdwijnende ondernemingen, met name in grensoverschrijdende gevallen, te analyseren en de nodige initiatieven te nemen om deze fenomenen tegen te gaan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>wijst erop dat een van de beschikbare middelen om onrechtmatige onderaanneming en werkgerelateerde criminaliteit aan te pakken bestaat uit het koppelen van overheidsuitgaven aan de eerbiediging van de rechten van werknemers en fatsoenlijke arbeidsomstandigheden;</P></ACTION><SEPARATION><P>°</P><P>°	°</P></SEPARATION><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>