<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2026)0051</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Aanbeveling aan de Raad over de prioriteiten van de EU voor de 70e zitting van de VN-Commissie voor de Status van de Vrouw</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0010/2026 - Rapporteur: Lina Gálvez)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RECOM><TI><STRING BOLD="on">Aanbeveling van het Europees Parlement aan de Raad van 12 februari 2026 betreffende de prioriteiten van de EU voor de 70e zitting van de VN-Commissie voor de Status van de Vrouw (2025/2240(INI))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de 70e zitting van de VN-Commissie voor de Status van de Vrouw, die volgens planning in maart 2026 zal plaatsvinden, met als hoofdthema “Waarborging en versterking van de toegang tot de rechter voor alle vrouwen en meisjes, onder meer door het bevorderen van inclusieve en eerlijke rechtsstelsels, het afschaffen van discriminerende wetgeving, beleid en praktijken en het wegnemen van structurele belemmeringen”, en met als evaluatiethema “Volledige en effectieve deelname van vrouwen aan de besluitvorming in de publieke ruimte, alsook het uitbannen van geweld met als doel het bereiken van gendergelijkheid en het versterken van de positie van alle vrouwen en meisjes”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het VN-Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen van 18 december 1979,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap van 12 december 2006, en met name de artikelen 6 en 13 betreffende toegang tot de rechter en betreffende de meervoudige discriminatie waarmee vrouwen en meisjes met een handicap worden geconfronteerd,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de VN-Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling, meer bepaald het beginsel “niemand aan zijn lot overlaten” en met name duurzame-ontwikkelingsdoelstelling (SDG) 5, in het kader waarvan wordt gestreefd naar gendergelijkheid, gelijke rechten van vrouwen op economische middelen en op toegang tot eigendom van en zeggenschap over grond en andere vormen van eigendom, financiële diensten, erfenissen en natuurlijke hulpbronnen, en SDG 10, die gericht is op het uitbannen van discriminerende wetgeving, beleidsmaatregelen en praktijken, en het bevorderen van de hiervoor noodzakelijke wetgeving, beleidslijnen en maatregelen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de artikelen 20, 21, 23 en 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 11 april 2024 over de opname van het recht op abortus in het EU-Handvest van de grondrechten<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2025/1279, 13.3.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/1279/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de gezamenlijke mededeling van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid van 25 november 2020 getiteld “EU-Genderactieplan (GAP) III – Een ambitieuze agenda inzake gendergelijkheid en de empowerment van vrouwen in het externe optreden van de EU” (JOIN(2020)0017), met daarin het EU-genderactieplan voor de periode 2021-2025,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 7 maart 2025 getiteld “Een routekaart voor vrouwenrechten” (COM(2025)0097), waarin de Commissie nogmaals stelt dat de EU zich inzet voor gendergelijkheid,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 5 maart 2020 getiteld “Een Unie van gelijkheid: strategie voor gendergelijkheid 2020‑2025” (COM(2020)0152),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 13 november 2025 over de strategie voor gendergelijkheid 2025<FOOTNOTE><FIELD> Aangenomen teksten, P10_TA(2025)0278.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn 2012/29/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van minimumnormen voor de rechten, de ondersteuning en de bescherming van slachtoffers van strafbare feiten, en ter vervanging van Kaderbesluit 2001/220/JBZ van de Raad<FOOTNOTE><FIELD> PB L 315 van 14.11.2012, blz. 57, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2012/29/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, en de lopende herschikking daarvan,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn (EU) 2024/1385 van het Europees Parlement en de Raad van 14 mei 2024 ter bestrijding van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld<FOOTNOTE><FIELD> PB L, 2024/1385, 24.5.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2024/1385/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Resolutie 1820 (2008) van de VN-Veiligheidsraad van 19 juni 2008 inzake seksueel geweld als oorlogswapen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de beginselen en richtsnoeren van de VN betreffende de toegang tot rechtsbijstand in strafrechtstelsels, aangenomen in december 2012,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het programma Justitie 2021-2027 van de Commissie, dat voorziet in financiering ter ondersteuning van justitiële samenwerking in civiele en strafzaken, zoals training voor rechters en andere juridische beroepsgroepen, en effectieve toegang tot de rechter voor burgers en ondernemingen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Verdrag van de Raad van Europa inzake het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld (Verdrag van Istanbul),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 81, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 121 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie vrouwenrechten en gendergelijkheid (A10‑0010/2026),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat gelijkheid van vrouwen en mannen een fundamenteel beginsel is dat verankerd is in artikel 2 van het Verdrag betreffende de Europese Unie en artikel 23 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie; overwegende dat dit beginsel van toepassing is op alle aspecten van het leven en op alle beleidsterreinen, met inbegrip van de toegang tot de rechter; overwegende dat gendermainstreaming, genderbudgettering en een intersectionele benadering essentieel zijn voor het bereiken van gendergelijkheid, en daarom toegepast moeten worden op alle beleidsterreinen van de EU en daarin geïntegreerd moeten worden; overwegende dat het essentieel is dat gezorgd wordt voor consistentie en coherentie in het binnenlands en buitenlands beleid, zodat de mensenrechten en grondrechten, democratie en gendergelijkheid in de hele wereld op doeltreffende en geloofwaardige wijze worden bevorderd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat gendergelijkheid, democratie, grondrechten en de rechtsstaat onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn; overwegende dat de situatie op het gebied van vrouwenrechten en gendergelijkheid verslechtert en dat dit komt door de toenemende invloed van antigender- en antidemocratische bewegingen; overwegende dat de recente bezuinigingen op de ontwikkelingshulp door de VS onevenredig grote gevolgen hebben voor vrouwen en meisjes in de hele wereld, waardoor zij nog kwetsbaarder worden en gemeenschappen worden geschaad; overwegende dat de Algemene Vergadering van de VN met bezorgdheid heeft gewezen op het actieve verzet tegen gendergelijkheid en de aantasting van de vrouwenrechten waarvan in vele landen sprake is; overwegende dat het dringend noodzakelijk is dat de wezenlijke gelijkheid en de mensenrechten van vrouwen en meisjes opnieuw worden bekrachtigd<FOOTNOTE><FIELD> https://documents.un.org/doc/undoc/gen/g24/073/47/pdf/g2407347.pdf.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat de rechten van vrouwen en meisjes en gendergelijkheid fundamentele mensenrechten zijn en tevens essentiële voorwaarden zijn voor maatschappelijke ontwikkeling, sociale rechtvaardigheid, democratie, de rechtsstaat, het verbeteren van de levensstandaard, het terugdringen van armoede, het aanpakken van de klimaatcrisis en het leggen van een basis voor een vreedzame, rechtvaardige, welvarende en duurzame wereld; overwegende dat het over het algemeen en overal in de wereld zo is dat de verwezenlijking van vrouwenrechten het concurrentievermogen versterkt, doordat daardoor inclusieve groei wordt bevorderd, ongelijkheden worden verminderd en ervoor gezorgd wordt dat de vaardigheden en het potentieel van vrouwen in alle sectoren van de samenleving ten volle worden benut;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat armoede en discriminatie worden verergerd door elkaar overlappende factoren zoals discriminatie op grond van ras, handicap, migratiestatus, seksuele gerichtheid, genderidentiteit en geslachtskenmerken, zoals benadrukt in artikel 21 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie; overwegende dat menstruatiearmoede nog altijd een aanzienlijke belemmering vormt voor gendergelijkheid, omdat de toegang van miljoenen vrouwen en meisjes in de wereld tot onderwijs en gezondheidszorg daardoor wordt belemmerd, evenals hun economische participatie, toegang tot de rechter en hun deelname aan en vertegenwoordiging in besluitvormingsprocessen op alle niveaus;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat toegang tot de rechter algemeen erkend wordt als een fundamenteel mensenrecht binnen het internationaal recht, als centraal begrip binnen rechtsstelsels en als hoeksteen van de rechtsstaat en democratie; overwegende dat de EU de toegang tot de rechter als bedoeld in artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie erkent als grondrecht; overwegende dat voor een doeltreffende toegang tot de rechter betrouwbare gegevens, transparante procedures, empirisch onderbouwde beleidsvorming en onpartijdige instellingen nodig zijn, die ervoor zorgen dat vrouwen en meisjes hun rechten kunnen uitoefenen zonder te worden gediscrimineerd; overwegende dat toegang tot de rechter een fundamenteel mensenrecht is dat berust op rechtvaardige wetgeving, doeltreffende handhaving, betaalbare ondersteuning, genderresponsieve instellingen en verantwoordingsmechanismen; overwegende dat veel vrouwen en meisjes nog altijd lijden onder discriminerende wetten, genderstereotypen, financiële belemmeringen en institutionele vooroordelen, met name meisjes die het slachtoffer zijn van intersectionele discriminatie; overwegende dat het voor vrouwen en meisjes die in een kwetsbare positie verkeren, waaronder vrouwen en meisjes die een handicap hebben of die in plattelands- of afgelegen gebieden wonen en oudere vrouwen, vaak extra moeilijk is om toegang tot de rechter en juridische ondersteuning te krijgen; overwegende dat digitalisering en artificiële intelligentie in toenemende mate bepalend zijn voor de toegang tot de rechter en dat er daarom maatregelen moeten worden genomen tegen discriminerende algoritmen, digitale uitsluiting en onlineschade; overwegende dat rechtsbijstand een essentiële rol speelt bij het garanderen van een billijke toegang tot de rechter, en dat de kwaliteit van en de samenhang tussen rechtsbijstandsstelsels door de uitwisseling van beste praktijken kunnen worden verbeterd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat het waarborgen van universele en gelijke toegang tot de rechter voor vrouwen en meisjes in alle regio’s van de wereld nog steeds een complexe en kritieke aangelegenheid is, en in bepaalde regio’s nog meer uitdagingen met zich meebrengt, met name in regio’s waar de democratische instellingen en de rechtsstaat zwak zijn; overwegende dat economische afschrikking, beperkte toegang tot rechtsbijstand, hoge kosten, ingewikkelde juridische procedures, digitale barrières en taalbarrières, wantrouwen jegens het rechtssysteem, bestaande genderstereotypen, raciale vooroordelen, vrouwenhaat en systemische discriminatie er nog altijd de oorzaak van zijn dat het voor vrouwen en meisjes moeilijker is om hun recht op toegang tot de rechter daadwerkelijk uit te oefenen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat overal in de wereld vrouwen nog altijd ernstig ondervertegenwoordigd zijn in hogere functies binnen gerechtelijke instellingen en met vervolging belaste autoriteiten, en dan met name in leidinggevende functies, zoals president van een rechtbank, hoogste rechter of hoofdaanklager; overwegende dat het bereiken van een evenwichtige vertegenwoordiging van mannen en vrouwen in deze besluitvormingsorganen een prioriteit moet zijn; overwegende dat ook als de aanwezigheid van vrouwen gewaarborgd is, een genderbewuste aanpak moet worden gehanteerd; overwegende dat de integratie van een genderperspectief in de rechterlijke besluitvorming van essentieel belang is om gelijke toegang tot de rechter voor vrouwen en meisjes te waarborgen en dat het noodzakelijk is dat de feiten worden beoordeeld en de wet wordt toegepast zonder gendervooroordelen en schadelijke stereotypen, niet alleen in verband met de uitspraak maar ook tijdens het proces dat daaraan voorafgaat; overwegende dat het VN-Comité voor de uitbanning van discriminatie van vrouwen (CEDAW) in 2024 algemene aanbeveling nr. 40 heeft uitbracht over gelijke en inclusieve vertegenwoordiging van vrouwen in het kader van systemen voor besluitvorming, wat betreft de toegang tot en de macht binnen dergelijke systemen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat de VN via specifieke initiatieven en campagnes actieve steun verleent voor een groter aandeel vrouwen in de juridische sector; overwegende dat bekend is dat als het aandeel vrouwen dat werkzaam is bij gerechtelijke instellingen toeneemt, bij de rechtsbedeling het slachtoffer meer centraal komt te staan, wat belangrijk is om ervoor te zorgen dat slachtoffers zich gesteund en gehoord voelen als zij het besluit nemen om naar de rechter te stappen; overwegende dat moet worden voorzien in duidelijke regels en krachtige wettelijke bepalingen en in training over de toepassing van die regels en wettelijke bepalingen en in bewustmakingscampagnes over gender en rechtspraak, gericht op beroepsbeoefenaars in de juridische sector en het maatschappelijk middenveld;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat geweld tegen vrouwen, gendergerelateerd geweld en huiselijk geweld schendingen van de grondrechten zijn; overwegende dat rechtsstelsels volledig tegemoet moeten komen aan de specifieke behoeften van slachtoffers en moeten voorzien in passende bescherming, doeltreffende rechtsmiddelen, toegankelijke ondersteunende diensten en een deugdelijke opleiding voor bevoegde autoriteiten die in contact komen met slachtoffers van gendergerelateerd geweld, zodat secundaire victimisatie wordt voorkomen; overwegende dat vrouwen en meisjes nog vaak ernstige belemmeringen ondervinden wanneer zij misbruik willen melden of een beroep willen doen op juridische ondersteuning; overwegende dat alle vormen van geweld, met inbegrip van psychologisch, emotioneel en geestelijk misbruik, alsook dwang en financiële controle, formeel als geweld moeten worden erkend; overwegende dat de toegang tot de rechter van vrouwen die het slachtoffer zijn van geweld nog altijd belemmerd wordt door hardnekkige genderstereotypen en vrouwenhaat en hardnekkig seksisme binnen instellingen, in combinatie met structurele en procedurele belemmeringen; overwegende dat specialisatie binnen de rechterlijke macht met betrekking tot gendergerelateerd geweld doeltreffend is gebleken, aangezien hierdoor expertise wordt gebundeld, het dossierbeheer verbetert en een omgeving wordt bevorderd die gendergevoeliger en slachtoffervriendelijker is<FOOTNOTE><FIELD> UN Women, “Handbook for National Action Plans on Violence against Women”, 2012.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat intimidatie op het werk, in een politieke, gerechtelijke of academische context en in de online-omgeving nog altijd een belemmering vormt voor de toegang van vrouwen tot het rechtsstelsel, en de mogelijkheden van vrouwen beperkt om een openbare of besluitvormende functie te gaan bekleden of te blijven bekleden; overwegende dat het wijdverbreide onlinegeweld, de haatzaaiende uitlatingen en de haatmisdrijven waarmee vrouwen en meisjes steeds vaker worden geconfronteerd, ernstige gevolgen hebben voor hun dagelijks leven en voor hun deelname aan het openbare leven, evenals voor hun gelijke vertegenwoordiging;</P></CONS><CONS><P><NO.P>K.</NO.P>overwegende dat gewapende conflicten, gedwongen ontheemding, de gevolgen van de klimaatverandering en humanitaire noodsituaties tot gevolg hebben dat bestaande ongelijkheden verergeren en beschermingsstelsels verzwakken, waardoor vrouwen en meisjes een groter risico lopen op gendergerelateerd geweld, met inbegrip van gedwongen huwelijken, seksueel geweld tijdens doorreis, mensenhandel, gendergerelateerd geweld in opvang- of asielcentra en seksueel geweld en foltering als oorlogswapen; overwegende dat conflictgerelateerd seksueel geweld nog steeds een van de meest voorkomende schendingen van de mensenrechten is en wordt ingezet om de burgerbevolking te terroriseren, verzet te onderdrukken en gemeenschappen te vernietigen, en om die reden aangemerkt wordt als een oorlogsmisdrijf, misdrijf tegen de menselijkheid of een handeling die bijdraagt tot genocide in de zin van het internationaal recht; overwegende dat de VN-agenda voor vrouwen, vrede en veiligheid centraal staat bij de aanpak van de huidige uitdagingen op het gebied van vrede en veiligheid in de wereld; overwegende dat gewapende conflicten en opkomende en steeds complexer wordende veiligheidsuitdagingen onevenredig zware gevolgen hebben voor vrouwen en meisjes en ertoe hebben geleid dat de positie van vrouwen en meisjes is verslechterd en dat vrouwen en meisjes overal in de wereld minder in staat zijn om hun mensenrechten volledig uit te oefenen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>L.</NO.P>overwegende dat het Verdrag van Istanbul een van de meest geavanceerde internationale rechtsinstrumenten is met bindende verplichtingen op het gebied van de bestrijding en voorkoming van gendergerelateerd geweld;</P></CONS><CONS><P><NO.P>M.</NO.P>overwegende dat schendingen van de seksuele en reproductieve gezondheid en rechten, waaronder ontzegging van veilige en legale abortus alsmede alle vormen van verloskundig en gynaecologisch geweld, gendergerelateerd geweld zijn en in strijd zijn met de fundamentele mensenrechten; overwegende dat er nog steeds sociale normen heersen op grond waarvan gendergerelateerd geweld gelegitimeerd is, de toegang tot gezondheidsdiensten, waaronder seksuele en reproductieve gezondheidsdiensten, wordt beperkt, onbetaalde zorgtaken hoofdzakelijk door vrouwen worden verricht en vrouwen veel minder mogelijkheden hebben om een leidinggevende positie te bekleden; overwegende dat de toegang tot seksuele en reproductieve gezondheidszorg en rechten, met inbegrip van veilige en legale abortus, een fundamenteel mensenrecht is dat overal in de wereld moet worden beschermd; overwegende dat er nog altijd miljoenen vrouwen zijn die deze toegang niet hebben, waardoor zij risico lopen op lichamelijk letsel en economische en psychologische stress; overwegende dat de aantallen bedreigingen van en aanvallen op maatschappelijke organisaties en mensenrechtenverdedigers, vooral diegenen die zich inzetten voor seksuele en reproductieve gezondheid en rechten, in een alarmerend tempo toenemen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>N.</NO.P>overwegende dat verkrachting een mensenrechtenschending is die nog steeds op grote schaal voorkomt en dat verkrachting vaak wordt ingezet als oorlogswapen om de burgerbevolking te terroriseren en gemeenschappen te vernietigen; overwegende dat er dringend actie moet worden ondernomen om een einde te maken aan de straffeloosheid op dit gebied en om te zorgen voor gerechtigheid voor de slachtoffers van verkrachting;</P></CONS><CONS><P><NO.P>O.</NO.P>overwegende dat stereotypering en heersende gendernormen binnen de rechterlijke macht, in combinatie met ontoereikende informatie, in de weg kunnen staan aan een doeltreffende toegang tot de rechter van vrouwen en meisjes die met geweld te maken hebben gehad; overwegende dat gendergerelateerd geweld en belemmeringen voor de toegang van vrouwen tot de rechter ertoe kunnen leiden dat vrouwen niet ten volle kunnen participeren in het openbare leven; overwegende dat deze situatie het vertrouwen van vrouwen en meisjes in het rechtsstelsel aantast en er mede toe leidt dat er lang niet altijd aangifte wordt gedaan van geweld, met name als het gaat om gendergerelateerd geweld; overwegende dat personen die het slachtoffer zijn geweest van gendergerelateerd geweld vaak te maken krijgen met victimblaming en stigmatisering, kans lopen op secundaire victimisatie en vaak bang zijn voor wraak, waardoor zij nog minder geneigd zijn om juridische stappen te nemen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>P.</NO.P>overwegende dat genderstereotypen, vrouwenhaat en seksisme binnen rechtsstelsels er nog steeds toe leiden dat genderongelijkheden worden versterkt, doordat daarbij vooroordelen, discriminerende praktijken en een ongelijke machtsdynamiek in stand worden gehouden; overwegende dat deze systemische belemmeringen het vertrouwen van vrouwen in het rechtsstelsel ondermijnen, hun eerlijke vertegenwoordiging beperken en bijdragen tot het voortbestaan van onrecht en marginalisering in gerechtelijke procedures; overwegende dat het bestaan van gendervooroordelen en -stereotypen in rechtsstelsels volledig aan het licht is gebracht en aan de kaak is gesteld door de MeToo-beweging die vrouwen en meisjes op alle continenten heeft gemobiliseerd, waaruit blijkt dat de uitdagingen waarmee vrouwen en meisjes in rechtsstelsels worden geconfronteerd, ondanks de uiteenlopende sociale, economische en juridische contexten, onderling zeer vergelijkbaar zijn en derhalve gecoördineerde actie vergen;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">beveelt de Raad aan:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>te bekrachtigen dat de EU zich onverminderd inzet voor gendergelijkheid en te waarborgen dat de rechten van vrouwen en meisjes in alle aspecten van het extern optreden van de EU, waaronder haar ontwikkelings-, handels-, en buitenlands beleid, volledig worden uitgevoerd, door middel van een adequaat gefinancierde, inclusieve en intersectionele benadering, waarbij genderstereotypen worden aangepakt en het beginsel van non-discriminatie centraal staat, met als doel snel vooruitgang te boeken op het gebied van gendergelijkheid;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>ervoor te zorgen dat het Parlement en zijn Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid volledig betrokken worden bij het formuleren van het standpunt dat de EU zal innemen op de 70e vergadering van de VN-Commissie voor de Status van de Vrouw; ervoor te zorgen dat het Parlement vóór de onderhandelingen over adequate informatie beschikt en toegang heeft tot het standpuntdocument van de EU; de interinstitutionele samenwerking verder te verbeteren, ook tijdens de onderhandelingen, zodat terdege rekening wordt gehouden met de prioriteiten van het Parlement; te benadrukken dat vrouwen nog altijd een achterstand hebben als het gaat om participatie en leiderschap in de besluitvorming, onder meer op het gebied van buitenlands beleid en vredesopbouw; te erkennen dat uit studies is gebleken dat vredesakkoorden die tot stand zijn gebracht met de actieve deelname van vrouwen, vaker duurzaam en doeltreffend zijn<FOOTNOTE><FIELD> Studie – “Women’s role in peace processes”, Europees Parlement, directoraat-generaal Intern Beleid van de Unie, beleidsondersteunende afdeling Rechten van de burger en Constitutionele Zaken, mei 2019.</FIELD></FOOTNOTE>; te verklaren dat uit recente wereldwijde evaluaties blijkt dat er nog slechts beperkte vooruitgang is geboekt als het gaat om het bevorderen van de volledige, gelijke en betekenisvolle participatie en het leiderschap van vrouwen in vredes- en veiligheidsprocessen, ondanks alle toezeggingen die er op dit gebied zijn gedaan;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>c)</SYMBOL>de inzet van de EU voor gendergelijkheid als horizontale prioriteit opnieuw te bevestigen; de waarden van diversiteit, gelijkheid en inclusie te ondersteunen; te benadrukken dat er een omvattend instrument moet worden ontwikkeld om democratische achteruitgang en achteruitgang op het gebied van vrouwenrechten, twee fenomenen die met elkaar samenhangen, te monitoren en tegen te gaan; het voortouw te nemen in de wereldwijde strijd tegen het verzet tegen gendergelijkheid, en de aanvallen van antigender- en antirechtenbewegingen, die leugens verspreiden, de democratie ondermijnen en zich richten tegen vrouwen- en lhbtiq+-rechten, krachtig te veroordelen;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>d)</SYMBOL>erop toe te zien dat EU- en internationale instrumenten elkaar aanvullen, ambitieus zijn en doeltreffende en concrete bepalingen bevatten die erop gericht zijn de positie van vrouwen en meisjes te versterken en hun toegang tot de rechter waarborgen; te benadrukken dat het recht op rechtsbijstand en juridische ondersteuning van essentieel belang is om universele en gelijke toegang tot de rechter voor iedereen te waarborgen, alsook effectieve deelname aan relevante procedures; daarnaast te benadrukken dat personen met een handicap, met name vrouwen en meisjes met een handicap, te maken hebben met structurele en praktische belemmeringen voor toegang tot de rechter en publieke participatie; te benadrukken dat er behoefte is aan specifieke maatregelen om hun volledige inclusie en universele toegang tot doeltreffende bescherming te waarborgen; ervoor te zorgen dat de EU sterk leiderschap toont en een eensgezind standpunt inneemt ten aanzien van inclusieve en onpartijdige rechtsstelsels; te pleiten voor omvattende juridische kaders ter bescherming van de rechten van vrouwen en ter waarborging van volledige en gelijkwaardige participatie van vrouwen en meisjes en andere personen in al hun diversiteit, zowel in het nationaal als in het internationaal recht; erop aan te dringen dat het recht van slachtoffers op toekenning, in het kader van een strafrechtelijke procedure en binnen een redelijke termijn, van een door de dader op te brengen schadevergoeding gewaarborgd en bevorderd wordt, waarbij ook voorzien moet worden in de mogelijkheid van subrogatie door de staat, en tevens aan te dringen op uitwisseling van beste praktijken ter voorkoming van secundaire victimisatie;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>e)</SYMBOL>maatregelen te nemen om de huidige toezeggingen op het gebied van gendergelijkheid en versterking van de positie van vrouwen ten volle na te komen en erop toe te zien dat de mensenrechten en fundamentele vrijheden van vrouwen even goed worden beschermd als die van mannen, zonder discriminatie, zodat hun participatie in het openbare leven wordt bevorderd;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>f)</SYMBOL>te benadrukken hoe belangrijk het is overheidsbeleid ter bevordering en ondersteuning van het moederschap te ondersteunen;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>g)</SYMBOL>erop te wijzen hoe belangrijk het is dat vrouwen en meisjes daadwerkelijk toegang hebben tot de rechter op alle niveaus, dat er gezorgd wordt voor toegankelijke kanalen voor het doen van aangifte, en dat er snel beschermings- en ondersteuningsmaatregelen genomen kunnen worden; belemmeringen weg te nemen, met name voor kansarme en kwetsbare groepen vrouwen, voor wie het vaak moeilijker is om hun recht op toegang tot de rechter daadwerkelijk uit te oefenen vanwege een combinatie van factoren, waaronder beperkte financiële en andere middelen binnen het rechtsstelsel, sociaal-economische en sociaal-culturele redenen en intersectionele discriminatie; te zorgen voor passende, slachtoffergerichte ondersteuning en bescherming ten behoeve van personen die het slachtoffer zijn van gendergerelateerd geweld, en te voorkomen dat deze personen bij het doen van aangifte of tijdens gerechtelijke procedures het slachtoffer worden van enige vorm van secundaire victimisatie; te benadrukken dat economische ongelijkheden nog steeds een belemmering vormen voor de toegang tot de rechter;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>h)</SYMBOL>te benadrukken dat genderapartheid aangemerkt moet worden als misdaad tegen de menselijkheid als bedoeld in het Statuut van Rome en te pleiten voor internationale erkenning daarvan, om de toegang tot de rechter, verantwoordingsplicht en de mogelijkheid van vervolging door internationale rechtbanken in dergelijke gevallen te waarborgen; steun te verlenen aan de definitie van genderapartheid zoals die wordt gehanteerd door de VN-werkgroep inzake discriminatie van vrouwen en meisjes, namelijk dat het hierbij gaat om handelingen binnen een geïnstitutionaliseerd systeem van gendergerelateerde discriminatie en dominantie;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>i)</SYMBOL>ervoor te zorgen dat de kennis over de psychologische, mentale, fysieke en financiële gevolgen van gendergerelateerd geweld en dwang wordt vergroot door de uitwisseling van beste praktijken op dit gebied te bevorderen, onder meer via justitiële opleiding; zich ertoe te verbinden het genderperspectief in de rechterlijke besluitvorming te integreren en deze integratie aan te moedigen; ervoor te zorgen dat slachtoffers een beroep kunnen doen op vrouwelijke advocaten, als zij dit wensen; erop aan te dringen dat personen die in het kader van hun werk contact hebben met slachtoffers, waaronder politiefunctionarissen, aanklagers en rechters, getraind worden in de omgang met slachtoffers, met aandacht voor genderaspecten, waarbij deze training aangepast moet zijn aan hun takenpakket, met als doel secundaire victimisatie te voorkomen, genderstereotypen en vooroordelen aan te pakken en te zorgen voor een respectvolle en niet-discriminerende behandeling van slachtoffers, waarbij rekening wordt gehouden met hun trauma’s;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>j)</SYMBOL>te benadrukken dat het van belang is ervoor te zorgen dat vrouwen en meisjes in elke fase van de gerechtelijke procedure toegankelijke, uitgebreide en coherente informatie krijgen over hun recht op ondersteuning en bescherming en andere rechten, met name in gevallen van geweld tegen vrouwen of huiselijk geweld, en dat er in dit kader bewustmakingscampagnes worden opgezet; te benadrukken dat grassrootsprogramma’s die erop gericht zijn vrouwen en meisjes voor te lichten over hun rechten en ze te helpen die rechten ook daadwerkelijk uit te oefenen, moeten worden gesteund; de oprichting van zowel algemene als gespecialiseerde hulporganisaties voor slachtoffers van strafbare feiten aan te moedigen en ervoor te zorgen dat die organisaties hun activiteiten coördineren en slachtoffers op correcte wijze doorverwijzen; te benadrukken dat deze diensten een sleutelrol spelen bij het informeren van slachtoffers over hun rechten en het vergemakkelijken van hun toegang tot de rechter; ervoor te zorgen dat informatie voor slachtoffers gemakkelijk toegankelijk is en beschikbaar is in eenvoudige taal; hulplijnen voor slachtoffers te bevorderen en slachtoffers aan te sporen ook daadwerkelijk gebruik te maken van die hulplijnen, en ervoor te zorgen dat deze hulp op verschillende manieren kan worden verleend, bijvoorbeeld telefonisch of met gebruikmaking van informatie- en communicatietechnologieën; te erkennen dat de beperkte toegang tot informatie- en communicatietechnologieën in veel landen in de wereld in de weg staat aan een volledige verwezenlijking van het potentieel van vrouwen en meisjes;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>k)</SYMBOL>zich ervoor in te zetten dat slachtoffers reeds vanaf de start van civiele of strafrechtelijke procedures toegang hebben tot rechtsbijstand en deze aanpak in de hele wereld te bevorderen, samen met internationale partners; ervoor te pleiten dat in alle beleidsmaatregelen, wetten, procedures, programma’s en praktijken rekening gehouden wordt met genderaspecten, met als doel specifieke belemmeringen weg te nemen waar vrouwen en meisjes mee te maken hebben, zoals te weinig kennis over de rechten van vrouwen en meisjes, discriminerende attitudes en genderstereotypen binnen rechtsstelsels en onvoldoende beschikbaarheid van gespecialiseerde diensten, met name in landelijke en afgelegen gebieden; de praktijk te bevorderen om het recht op rechtsbijstand voor vrouwen en meisjes uitsluitend te beoordelen op basis van hun eigen financiële middelen, los van het inkomen van hun echtgenoot, partner of familieleden, wat met name belangrijk is in geval van gendergerelateerd geweld; te wijzen op het belang van naar gender uitgesplitste gegevens over de toegang tot de rechter, resultaten van rechtszaken, het gebruik van rechtsbijstand en belemmeringen, ter ondersteuning van empirisch onderbouwde beleidsvorming;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>l)</SYMBOL>het leiderschap van vrouwen, gelijke participatie en een grotere vertegenwoordiging van vrouwen binnen de rechterlijke macht en haar bestuursorganen te bevorderen en actief stappen te nemen om de toegang van vrouwen die behoren tot een minderheid of tot een gemarginaliseerde groep tot het beroep van advocaat te bevorderen, om zo de structurele drempels binnen rechtsstelsels weg te nemen en een billijke en representatieve rechterlijke macht te bevorderen, waarbij gelijke kansen worden gewaarborgd;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>m)</SYMBOL>concrete acties en maatregelen te bevorderen en te bepleiten om de participatie en het leiderschap van vrouwen in de besluitvorming in het openbare leven te waarborgen, onder meer op het gebied van buitenlands beleid, defensie en veiligheid en op het gebied van preventie, beheersing en oplossing van conflicten en crises; te benadrukken dat er behoefte is aan een gemeenschappelijke methode om gegevens over de participatie van vrouwen in deze sectoren te verzamelen en te monitoren;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>n)</SYMBOL>algemene aanbeveling nr. 40 van het CEDAW van 2024 over gelijke en inclusieve vertegenwoordiging van vrouwen in het kader van systemen voor besluitvorming, waarin wordt gesteld dat pariteit inhoudt dat vrouwen en mannen in al hun diversiteit gelijkelijk (50-50) zijn vertegenwoordigd wat betreft de toegang tot en de macht binnen dergelijke systemen, actief te ondersteunen en te bevorderen;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>o)</SYMBOL>een betekenisvolle participatie van vrouwen op alle besluitvormingsniveaus in het buitenlands, defensie- en veiligheidsbeleid en bij conflictoplossing aan te moedigen, zowel in de EU als in de rest van de wereld;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>p)</SYMBOL>maatregelen te nemen om de huidige toezeggingen op het gebied van gendergelijkheid en versterking van de positie van vrouwen onverwijld en ten volle na te komen en erop toe te zien dat de mensenrechten en fundamentele vrijheden van vrouwen even goed worden beschermd als die van mannen, zonder discriminatie, onder meer door middel van sterke overheidsinstellingen en beleidsmaatregelen die gelijke kansen waarborgen, zodat hun doeltreffende en volledige participatie in het openbare leven wordt bevorderd, evenals hun betrokkenheid bij besluitvormingsprocessen; de haatzaaiende uitlatingen tegen vrouwen op internet en de gevolgen daarvan voor de participatie van vrouwen in het openbare leven te veroordelen, en programma’s ter bevordering van mediageletterdheid en digitale veiligheid ten behoeve van vrouwen en meisjes te ondersteunen;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>q)</SYMBOL>erop te wijzen dat de empowerment van vrouwen en vrouwenrechtenorganisaties en de bevordering van de deelname van vrouwen in de besluitvorming op het gebied van het externe beleid en de oplossing van conflicten leiden tot betere resultaten voor gemeenschappen, betere toegang tot de rechter en duurzamere vrede; de recente bezuinigingen op de financiering van vrouwenrechtenorganisaties en maatschappelijke organisaties die zich bezighouden met de bestrijding van gendergerelateerd geweld en met de empowerment van vrouwen wat betreft het verkrijgen van toegang tot de rechter, duidelijk te veroordelen; voorts te zorgen voor duurzame financiering en rechtsbescherming voor feministische en lhbtiq+‑organisaties, met name grassrootsgroepen die te kampen hebben met de inkrimping van de ruimte voor het maatschappelijk middenveld en restrictieve wetgeving die erop gericht is niet-gouvernementele organisaties te dwarsbomen;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>r)</SYMBOL>het mandaat van de VN-Commissie voor de Status van de Vrouw te verdedigen in het licht van de pogingen van de Verenigde Staten en gelijkgestemde landen om de overeengekomen prioriteiten op het gebied van gendergelijkheid uit te hollen, en met bezorgdheid te verklaren dat dergelijke politieke druk, in combinatie met bezuinigingen op de financiering van gendergelijkheidsprogramma’s, de doeltreffendheid en geloofwaardigheid van de VN-Commissie voor de Status van de Vrouw dreigt te ondermijnen; de financiering van ontwikkelingshulp op te voeren om de kloof te dichten die is ontstaan na het opdoeken van het US Agency for International Development; opnieuw zijn volledige steun uit te spreken voor het werk van UN Women, dat een centrale rol speelt in het VN-systeem voor het bevorderen van de rechten van alle vrouwen, waarin alle relevante betrokken partijen samenkomen om beleidsverandering tot stand te brengen en acties te coördineren; er bij alle lidstaten van de VN op aan te dringen om samen met de EU voldoende financiële middelen ter beschikking te stellen van UN Women; zich in te zetten voor adequate financiering voor gendergelijkheid en vrouwenrechten, met inbegrip van seksuele en reproductieve gezondheid en rechten;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>s)</SYMBOL>binnen alle EU-beleidsterreinen, ook het extern optreden, gendermainstreaming en genderbudgettering toe te passen; te onderstrepen dat landen adequate, voldoende en voorspelbare financiering moeten uittrekken voor genderresponsieve rechtsbijstand en ondersteunende diensten, met name voor personen die te maken hebben gehad met gendergerelateerd geweld, en dat landen moeten zorgen voor voldoende mogelijkheden voor schadevergoeding, aangezien de huidige belemmeringen onevenredige gevolgen hebben voor de toegang van vrouwen tot de rechter; erop te wijzen dat het belangrijk is praktische, regionale en toegankelijkheidsgerelateerde belemmeringen weg te nemen die de toegang van vrouwen en kwetsbare groepen tot de rechter belemmeren, met name in plattelands-, afgelegen en economisch achtergestelde regio’s; te wijzen op de specifieke uitdagingen waarmee vrouwen met een handicap, oudere vrouwen en alleenstaande ouders worden geconfronteerd, waaronder belemmeringen op het gebied van fysieke toegankelijkheid en het gebrek aan op maat gesneden ondersteunende diensten; te erkennen dat rechtsbijstand vaak structureel ondergefinancierd of ondergewaardeerd is, waardoor een extra belemmering wordt gecreëerd voor de toegang tot de rechter van vrouwen in crisissituaties, en waardoor vrouwen die zich in minder goede sociaal-economische omstandigheden bevinden en vrouwen die het kwetsbaarst zijn, onevenredig zwaar worden getroffen wat betreft de toegang tot de rechter;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>t)</SYMBOL>te bevestigen dat de EU vastbesloten is gendergerelateerd geweld, met inbegrip van seksueel geweld, te bestrijden en een einde te maken aan straffeloosheid; te pleiten voor het uitbannen van straffeloosheid met betrekking tot alle vormen van gendergerelateerd geweld, met inbegrip van huiselijk geweld, seksueel geweld, mensenhandel en andere schadelijke praktijken; ervoor te zorgen dat de internationale toezeggingen om alle vormen van geweld tegen vrouwen en meisjes, zowel in de publieke als in de privésfeer, verder te voorkomen en aan te pakken, zo snel mogelijk worden nagekomen, waarbij het onder meer gaat om verkrachting, genitale verminking van vrouwen, gedwongen huwelijken, zogeheten conversiepraktijken, het zonder toestemming delen van intieme beelden of gemanipuleerd materiaal, deepfakes en door AI gegenereerde inhoud, cyberstalking, cyberpesten, cyberflashing, en het online aanzetten tot geweld of haat, haatzaaiende uitlatingen en haatmisdrijven; te benadrukken hoe belangrijk het is de dreiging van door AI gemanipuleerde technologie aan te pakken, en op EU- en internationaal niveau te pleiten voor een krachtiger optreden tegen onlinegeweld, dat vrouwen onevenredig zwaar treft en hun volledige deelname aan het openbare leven belemmert; er bij zeer grote onlineplatforms en zeer grote onlinezoekmachines op aan te dringen publiek toezicht op hun jaarlijkse risicobeoordelingen en risicobeperkende maatregelen in verband met gendergerelateerd geweld toe te laten, om beter onderzoek mogelijk te maken en tot betere oplossingen te komen;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>u)</SYMBOL>te benadrukken dat het ontbreken of ontzeggen van toegang tot seksuele en reproductieve gezondheid en rechten, met inbegrip van veilige en legale abortus, een vorm van gendergerelateerd geweld en een schending van de mensenrechten en de grondrechten is; te pleiten voor inspanningen om te zorgen voor brede en billijke toegang tot seksuele en reproductieve gezondheid en rechten overal in de wereld, en opnieuw te bevestigen dat toegang tot veilige en legale abortus een fundamenteel element is van de seksuele en reproductieve gezondheid en rechten van vrouwen, en essentieel is voor hun lichamelijke autonomie; aan te dringen op veilige toegang tot abortus, anticonceptie en kraamzorg voor iedereen, met name noodanticonceptie, tests op seksueel overdraagbare aandoeningen en profylaxe na blootstelling; ervoor te zorgen dat jonge vrouwen en lhbtiq+-personen toegang hebben tot geestelijke gezondheidszorg waarbij aandacht is voor genderaspecten, en te erkennen dat geestelijke gezondheid van cruciaal belang is voor participatie en gelijkheid;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>v)</SYMBOL>ervoor te zorgen dat het externe beleid van de EU de toegang tot seksuele en reproductieve gezondheid en rechten actief bevordert in het kader van de verwezenlijking van de duurzameontwikkelingsdoelstellingen;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>w)</SYMBOL>nogmaals te onderstrepen dat verkrachting nog altijd een van de meest voorkomende mensenrechtenschendingen ter wereld is; te benadrukken dat het belangrijk is dat er wetgeving wordt aangenomen waarin bepaald wordt dat seks zonder instemming aangemerkt wordt als verkrachting, omdat dergelijke wetgeving een wezenlijk element vormt van een omvattende aanpak inzake de bestrijding van seksueel geweld tegen vrouwen en meisjes; te pleiten voor een definitie van verkrachting waarin het ontbreken van instemming bepalend is voor de vraag of er sprake is van verkrachting, die over de hele wereld als universele norm moet gelden, met als doel de wettelijke bescherming te verbeteren en ervoor te zorgen dat seksueel geweld wordt gedefinieerd door het ontbreken van instemming, in plaats van uitsluitend door het gebruik van geweld, dwang of bedreiging; te benadrukken dat het stilzwijgen van slachtoffers of het ontbreken van verzet door slachtoffers niet mag worden opgevat als instemming; te benadrukken dat enkel het feit dat eerder met seksuele handelingen is ingestemd of het feit dat er sprake is van een relatie niet impliceert dat ook automatisch wordt ingestemd met seksuele handelingen in het heden of in de toekomst; er in dit kader bij alle landen op aan te dringen een dergelijke definitie van verkrachting in te voeren en ervoor te zorgen dat slachtoffers toegang hebben tot de rechter;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>x)</SYMBOL>het gebruik van verkrachting en andere vormen van seksueel geweld als oorlogswapen in de krachtigste bewoordingen te veroordelen en eraan te herinneren dat dergelijke handelingen volgens het internationaal recht worden aangemerkt als oorlogsmisdrijven of misdrijven tegen de menselijkheid; zich er actief voor in te zetten dat de daders van deze misdrijven op internationaal niveau worden vervolgd en berecht, onder andere door middel van toepassing van de wereldwijde EU-sanctieregeling voor de mensenrechten; meer steun te verlenen voor internationale inspanningen om dergelijke misdrijven die worden gepleegd tijdens lopende conflicten te documenteren, alsook voor preventiemaatregelen; voorts aan te dringen op actieve steun voor alle initiatieven die erop gericht zijn ervoor te zorgen dat daders ter verantwoording worden geroepen en dat slachtoffers van verkrachting als oorlogswapen toegang hebben tot de rechter, waarbij wordt erkend dat verkrachting en andere vormen van seksueel geweld overeenkomstig Resolutie 1820 (2008) van de VN-Veiligheidsraad, oorlogsmisdrijven, misdrijven tegen de menselijkheid of handelingen die bijdragen tot genocide vormen; nauwe samenwerking tussen Eurojust en het Internationaal Strafhof (ICC) te bevorderen op het gebied van het documenteren van verkrachting, misbruik en andere vormen van seksueel geweld tijdens de oorlog in Oekraïne, en daarnaast de EU, Eurojust en het ICC te verzoeken er bij hun inspanningen om deze misdaden te documenteren voor te zorgen dat de slachtoffers en de door hen opgelopen trauma’s centraal staan, hun inspanningen op dit gebied te coördineren, en samenwerkingskaders in het leven te roepen voor andere conflictgebieden in de wereld, om ervoor te zorgen dat slachtoffers worden geïdentificeerd en beschermd en toegang hebben tot de rechter;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>y)</SYMBOL>te benadrukken dat transvrouwen volledig erkend moeten worden als vrouwen en erop te wijzen dat deze erkenning van essentieel belang is voor de doeltreffendheid van het beleid inzake gendergelijkheid en de bestrijding van geweld tegen vrouwen; ertoe op te roepen transvrouwen in het kader van beschermings- en ondersteunende diensten te erkennen en gelijke toegang tot deze diensten te geven;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>z)</SYMBOL>alle landen die het Verdrag van Istanbul nog niet hebben geratificeerd, op te roepen dit te doen en de wereldwijde toepassing van het omvattende pakket normen van dit verdrag betreffende het bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld te bevorderen;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>aa)</SYMBOL>regeringen en internationale organen te verzoeken de specifieke risico’s aan te pakken waarmee vrouwen en meisjes worden geconfronteerd wat geweld in opvangcentra betreft, en de procedures voor leeftijdsbeoordeling te verbeteren;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>ab)</SYMBOL>te pleiten voor het recht van meisjes op inclusief, gelijkwaardig en hoogwaardig onderwijs, omdat dergelijk onderwijs belangrijk is voor de versterking van hun positie en voor het verwezenlijken van gendergelijkheid, doordat zij dankzij onderwijs de kennis, vaardigheden en capaciteiten verwerven en de kansen krijgen die bepalend zijn voor rest van hun leven, zodat zij hun rechten kunnen doen gelden, toegang hebben tot de rechter, ten volle kunnen deelnemen aan het openbare leven en beter in staat zijn te voorkomen dat zij het slachtoffer worden van gendergerelateerd geweld; erop te wijzen dat het belangrijk is de positie van vrouwen te versterken door middel van inclusief, gelijkwaardig en hoogwaardig onderwijs, opleiding en een leven lang leren, omdat dat van vitaal belang is om genderstereotypen en opvattingen en vooroordelen op dit gebied alsmede hardnekkige ongelijkheden te bestrijden; te benadrukken dat gendergerelateerd geweld moet worden voorkomen door middel van passende campagnes en andere acties die erop gericht zijn de digitale mediageletterdheid te vergroten, alsook door middel van gerichte, op de leeftijd afgestemde, uitgebreide voorlichting over relaties en seksualiteit, teneinde de kennis over lichamelijke integriteit te vergroten; erop te wijzen dat het belangrijk is meer inzicht te krijgen in bewegingen die zich verzetten tegen gelijke rechten en gendergelijkheid, onder meer door desinformatie inzake gendergelijkheid te verspreiden, en tevens meer inzicht te krijgen in het fenomeen incel en de daarmee gepaard gaande vrouwenhaat, en met name de onlinevorm hiervan, die bekendstaat als de manosfeer; te pleiten voor actiever beleid om deze fenomenen en de bijbehorende narratieven tegen te gaan;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>ac)</SYMBOL>te benadrukken dat oorlogen en conflicten onevenredige en desastreuze gevolgen hebben voor vrouwen, en te pleiten voor vrede en inclusieve onderhandelingen overal in de wereld, omdat alleen op die manier een einde kan komen aan conflicten en aan het geweld dat in de context van conflicten tegen vrouwen en meisjes gepleegd wordt; zijn waardering uit te spreken voor de enorme inzet van vrouwen die deelnemen aan VN-vredeshandhavingsmissies in conflictgebieden; te benadrukken dat vrouwenrechten en gendergelijkheid cruciaal zijn voor de rechtsstaat en voor weerbare en inclusieve democratieën; met bezorgdheid op te merken dat nog altijd miljoenen vrouwen en meisjes, met name in conflictsituaties en in situaties van ontheemding, te maken hebben met discriminatie en geweld, beroofd worden van hun waardigheid en hun lot niet in eigen hand kunnen nemen;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>ad)</SYMBOL>te waarborgen dat de EU zich inzet voor een inclusief en intersectioneel buitenlands, ontwikkelings- en veiligheidsbeleid dat erop gericht is in te spelen op de behoeften van vrouwen en lhbtiq+-mensenrechtenverdedigers;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>ae)</SYMBOL>erop te wijzen dat femicide, gedefinieerd als de gendergerelateerde moord op vrouwen en meisjes, een van de meest extreme vormen van gendergerelateerd geweld is en een ernstige schending van de universele grondrechten vormt; zijn nadrukkelijke afkeuring uit te spreken over het ontbreken van een geharmoniseerde definitie van dit misdrijf en over de hardnekkige inconsistenties bij het verzamelen van gegevens en rapporteren hierover, waardoor een doeltreffende preventie en empirisch onderbouwde beleidsvorming ernstig worden belemmerd; ertoe op te roepen dat femicide overal in de wereld als misdrijf wordt aangemerkt en dat wereldwijd inspanningen worden verricht om femicide uit te bannen;</ITEM></LIST></P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze aanbeveling te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en, ter informatie, aan de speciale vertegenwoordiger van de EU voor de mensenrechten.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RECOM></TXTLST></SDOCTA>