<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2026)0053</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Situatie in het noordoosten van Syrië, het geweld tegen burgers en de noodzaak om een duurzaam staakt-het-vuren in stand te houden</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(B10-0114, 0115, 0136, 0137, 0138 en 0139/2026)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 12 februari 2026 over de situatie in het noordoosten van Syrië, het geweld tegen burgers en de noodzaak om een duurzaam staakt-het-vuren in stand te houden (2026/2602(RSP))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn eerdere resoluties over Syrië,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien resolutie 2254 (2015) van de VN-Veiligheidsraad over de situatie in Syrië van 18 december 2015,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de Verdragen van Genève van 1949 en de aanvullende protocollen daarbij,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaringen van de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) over de situatie in Syrië,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 136, leden 2 en 4, van zijn Reglement,</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat herhaalde uitbarstingen van geweld in diverse regio’s van Syrië, pogingen tot destabilisatie door partizanen van Bashar al-Assad, alsook door Da’esh-strijders, en het grote aantal wapens dat in omloop is, leiden tot een gefragmenteerde en instabiele veiligheidssituatie in het land, die de vooruitzichten op een stabiele, inclusieve en door Syrië geleide politieke transitie kunnen ondermijnen; overwegende dat Iran en Rusland weliswaar weinig invloed hebben op de huidige situatie, maar dat andere actoren, bijvoorbeeld Israël en Turkije, Syrië nog altijd gebruiken als arena voor hun indirecte rivaliteit;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat de centralisatieplannen van de Syrische autoriteiten niet stroken met de autonomie die zich in Noordoost-Syrië heeft ontwikkeld; overwegende dat de Syrische autoriteiten parallel aan militaire acties politieke onderhandelingen hebben gevoerd om hun doelstellingen te verwezenlijken; overwegende dat de militaire operaties die Noordoost-Syrië treffen, hebben plaatsgevonden met directe dan wel indirecte betrokkenheid, steun of goedkeuring van externe actoren, waaronder Turkije; overwegende dat de Syrische autoriteiten op 6 januari 2026 een offensief hebben gestart in Aleppo en het omliggende gebied, waarbij slachtoffers zijn gevallen, 148 000 burgers ontheemd zijn geraakt en schade is toegebracht aan infrastructuur en waardoor de humanitaire omstandigheden verder zijn verslechterd; overwegende dat dit offensief later is uitgebreid tot de gouvernementen Raqqa en Deir ez‑Zor in het noordoosten van Syrië en met name tot de regio rond Kobani en Qamishli, waardoor het noordoosten van Syrië onder zware druk is komen te staan, met rechtstreekse gevolgen voor de civiele veiligheid, de humanitaire situatie en de regionale stabiliteit;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat de Syrische Democratische Strijdkrachten (SDF) de Syrische regeringstroepen beschuldigt van inname van olievelden en van de Tabqa-dam, en van beschietingen bij de Tishreen-dam; overwegende dat de regeringstroepen de SDF beschuldigen van aanvallen op civiele gebouwen zoals het Khaled Fajr-ziekenhuis in Aleppo en van verstoringen van de watervoorziening; overwegende dat Da’esh al grote verwoestingen in de regio had aangericht voordat de groepering werd verslagen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat tientallen burgers zijn gedood bij de recente gevechten tussen het Syrische leger, de aan het leger gelieerde milities en de SDF; overwegende dat deze gevechten ernstige humanitaire gevolgen hebben gehad voor de getroffen bevolking in het noordoosten van Syrië, als gevolg van herhaalde aanvallen op essentiële civiele infrastructuur, waaronder watervoorzieningen, elektriciteitsnetten en gezondheidsdiensten, waardoor ongeveer 400 000 mensen geen toegang hadden tot elektriciteit, water, voedsel en medische zorg en waarbij alleen al in Kobani, een stad met een Koerdische meerderheid, meer dan 250 000 mensen gevaar liepen; overwegende dat volgens het VN-Bureau voor de Coördinatie van Humanitaire Aangelegenheden meer dan 170 000 mensen intern ontheemd zijn in de gouvernementen Aleppo, Raqqa en al‑Hasakah, met grote concentraties in Qamishli en al-Malikiyah; overwegende dat deze massale ontheemding een onevenredige last vormt voor de gastgemeenschappen en de openbaredienstverlening; overwegende dat de ontheemde bevolking voornamelijk bestaat uit vrouwen, meisjes en jongens, wier bescherming op onevenredige wijze in gevaar is;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat de winterse omstandigheden het lijden alleen maar hebben verergerd en ervoor zorgen dat mensen meer behoefte hebben weerbestendig onderdak, voedselhulp, toegang tot veilig water, gezondheidszorg en beschermingsdiensten, met name kinderen en andere kwetsbare groepen; overwegende dat ernstig beschadigde infrastructuur, het bestaan van ontploffingsgevaar en aanhoudende veiligheidsproblemen de toegang voor humanitaire hulp blijven beperken; overwegende dat de recente opening van twee humanitaire corridors het verkeer van humanitaire hulp en burgers in de getroffen gebieden vergemakkelijkt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat internationale organisaties tijdens de confrontaties illegale moorden, de schending van lichamen en graven, gedwongen verdwijningen, willekeurige detentie en de belemmering van humanitaire toegang hebben gedocumenteerd; overwegende dat deze handelingen mogelijk neerkomen op ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht en van de mensenrechten; overwegende dat met name de Koerdische gemeenschap, en binnen deze gemeenschap vrouwen, kinderen en andere kwetsbare groepen, onevenredig zwaar zijn getroffen; overwegende dat vrouwelijke mensenrechtenverdedigers, vrouwelijke maatschappelijk leiders en vrouwelijke strijders een groter risico lopen op bedreigingen, ontvoering, mishandeling en gendergerelateerd geweld; overwegende dat deze handelingen snel, onafhankelijk en doeltreffend moeten worden onderzocht;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat de Verenigde Staten, Frankrijk en de autoriteiten van de autonome regio Iraaks Koerdistan een belangrijke diplomatieke rol hebben gespeeld bij opeenvolgende pogingen om een dialoog op gang te brengen en overeenkomsten te sluiten tussen Damascus en de SDF, met als doel escalatie te voorkomen en de stabiliteit in Noordoost-Syrië te behouden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat president al-Sharaa op 16 januari 2026 decreet nr. 13 heeft uitgevaardigd, waarbij het Syrische staatsburgerschap wordt toegekend aan inwoners van Koerdische afkomst, met inbegrip van staatlozen, hetgeen de eerste formele erkenning van Koerdische nationale rechten is sinds Syrië in 1946 onafhankelijk werd; overwegende dat het decreet tot doel heeft gelijke rechten en plichten te waarborgen, de Koerdische taal als nationale taal te erkennen en discriminatie of aanzetting tot discriminatie op etnische of taalkundige gronden te verbieden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat op 30 januari 2026 een akkoord is gemeld tussen de Syrische autoriteiten en de alliantie van SDF-milities; overwegende dat het akkoord tot doel heeft een fragiel staakt-het-vuren te stabiliseren, de militaire en binnenlandse veiligheidstroepen van de SDF geleidelijk te integreren in de overgangsministeries van Defensie en Binnenlandse Zaken, met inbegrip van terugtrekking uit de frontlinies, en de Koerdische gemeenschappen burger- en onderwijsrechten te garanderen; overwegende dat de Syrische regering in het kader van deze overeenkomst de zeggenschap over detentiecentra en over olie- en gasvelden van de SDF zal overnemen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat de internationale gemeenschap de bewaking van gevangen Da’esh-strijders en van de kampen waar zij verblijven grotendeels heeft uitbesteed aan Koerdische instanties, zonder daarvoor een duurzaam internationaal kader of noodplannen vast te stellen; overwegende dat Koerdische strijders, ook vrouwelijke, een beslissende, internationaal erkende rol hebben gespeeld, in samenwerking met de wereldwijde coalitie tegen Da’esh, en zo rechtstreeks hebben bijgedragen aan de veiligheid van de regio, Europa en de internationale gemeenschap; overwegende dat de instabiliteit in Noordoost-Syrië de strijd tegen Da’esh ernstig bemoeilijkt; overwegende dat recente gevechten tot onzekerheid hebben geleid, waardoor honderden gedetineerde Da’esh-strijders konden ontsnappen; overwegende dat het exacte aantal ontsnapten onduidelijk blijft; overwegende dat slechts enkele van hen later weer gevangen zijn; overwegende dat detentiecentra momenteel worden bewaakt door de Syrische autoriteiten of door de SDF; overwegende dat deze onduidelijke situatie een veiligheidsrisico vormt voor Syrië, de overige regio en Europa; overwegende dat de geleidelijke overbrenging van Da’esh-gedetineerden naar Irak het probleem slechts verplaatst en geen uitzicht biedt op een duurzame oplossing, en Europa op een nieuwe wijze afhankelijk maakt van de capaciteiten en politieke wil van derde landen; overwegende dat zich nog steeds EU-onderdanen onder de gedetineerden bevinden; overwegende dat er nog altijd geen oplossing is voor de situatie van vrouwen en kinderen in de kampen al-Hol en al-Roj, terwijl de veiligheidsomstandigheden verslechteren en er nog altijd sprake is van acute humanitaire nood; overwegende dat de Amerikaanse regering te kennen heeft gegeven voornemens te zijn om operatie Inherent Resolve te beëindigen en de Amerikaanse troepen die in Irak en Syrië tegen Da’esh vechten, te gaan terugtrekken;</P></CONS><CONS><P><NO.P>K.</NO.P>overwegende dat Koerdische en Arabische gemeenschappen in Noordoost-Syrië zij aan zij leven en beide jarenlang zijn blootgesteld aan de wreedheden van Da’esh, te weten geweld, onveiligheid, gedwongen ontheemding en schending van hun grondrechten; overwegende dat Da’esh niet alleen de Koerdische bevolking heeft bedreigd, maar ook de jezidi’s, die slachtoffer van genocide zijn geworden; overwegende dat vrouwen ook onevenredig zwaar en op afschuwelijke wijze zijn getroffen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>L.</NO.P>overwegende dat de EU nog steeds een van de grootste donoren van humanitaire hulp aan de Syrische bevolking is en bereid is tot geleidelijke, voorwaardelijke en omkeerbare ondersteuning van inspanningen voor snel herstel, wederopbouw en staatsopbouw, met inachtneming van de internationale normen op het gebied van de mensenrechten; overwegende dat de voorzitters van de Commissie en de Europese Raad in januari 2026 een bezoek hebben afgelegd aan Syrië en een nieuw politiek partnerschap hebben aangekondigd ter ondersteuning van een vreedzame en inclusieve transitie en verzoening in Syrië, samen met een alomvattend financieel steunpakket van ongeveer 620 miljoen EUR voor 2026 en 2027; overwegende dat de Commissie sindsdien heeft aangekondigd dat voor de komende twee jaar 150 miljoen EUR uit de financiële buffer van de EU voor Syrië beschikbaar zou worden gesteld ter ondersteuning van de politieke transitie, sociaal-economisch herstel, het scheppen van banen en capaciteitsopbouw;</P></CONS><CONS><P><NO.P>M.</NO.P>overwegende dat de EU belangrijke stappen heeft ondernomen om de economische beperkingen voor Syrië te versoepelen, waaronder de opschorting of opheffing van bepaalde sancties die gevolgen hebben voor belangrijke economische sectoren;</P></CONS><CONS><P><NO.P>N.</NO.P>overwegende dat alle ontwikkelings-, wederopbouw- of stabilisatiesteun van de EU strikt afhankelijk moet blijven van tastbare en verifieerbare vooruitgang op het gebied van bescherming van de burgerbevolking, eerbiediging van staakt-het-vurenregelingen, mensenrechten en de bescherming van alle geledingen van de Syrische maatschappij;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>veroordeelt ten stelligste alle gewelddadigheden tegen burgers, waaronder buitengerechtelijke executies, gedwongen verdwijningen, willekeurige detentie, gedwongen ontheemding en beschadiging van civiele infrastructuur; benadrukt dat deze daden ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht kunnen vormen en, onder bepaalde omstandigheden, oorlogsmisdaden; is bezorgd door de geloofwaardige berichten van de VN, internationale ngo’s en humanitaire organisaties over mensenrechtenschendingen die de afgelopen weken zijn begaan, met name tegen de Koerdische bevolking, waarbij geschonden lichamen zijn aangetroffen, zowel van mannen als vrouwen, begraafplaatsen zijn gevandaliseerd en melding is gemaakt van ongeleide munitie in civiele omgevingen; dringt erop aan dat snel onderzoek wordt ingesteld naar de gemelde misdaden tegen burgers die door zowel regeringstroepen als milities zijn gepleegd; verzoekt de Syrische autoriteiten alle relevante VN-organen, met inbegrip van de onafhankelijke internationale onderzoekscommissie van de VN voor de Arabische Republiek Syrië, volledige en transparante toegang te verlenen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>spreekt zijn diepe bezorgdheid uit over de verslechterende humanitaire situatie in de overwegend Koerdische stedelijke gebieden in Noordoost-Syrië, waaronder Kobani, Manbij en Qamishli, die herhaaldelijk te maken hebben gehad met verstoringen van essentiële diensten en beschadigde civiele infrastructuur, alsook met massale ontheemding, voedselonzekerheid en beperkte toegang tot gezondheidszorg, water en sanitaire voorzieningen; wijst op de situatie in Kobani, dat wordt belegerd en waar burgers lijden; eist permanente, veilige humanitaire corridors voor alle belegerde en getroffen gebieden in het noordoosten van Syrië, met inbegrip van Kobani; eist dat internationale humanitaire organisaties zonder onderscheid toegang krijgen tot gebieden in nood; verzoekt de EU en haar lidstaten de humanitaire bijstand en psychosociale steun aan de getroffen regio’s te verhogen, ook voor vrouwen en meisjes, en vraagt dat bescherming wordt geboden aan vrouwelijke mensenrechtenverdedigers en door vrouwen geleide maatschappelijke organisaties in heel Syrië;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>is ingenomen met de recente overeenkomst tussen de SDF en de Syrische overgangsregering; bevestigt nogmaals zijn niet-aflatende en onwrikbare steun voor het staakt-het-vuren en de erkenning van de burger- en onderwijsrechten van de Koerden; verzoekt alle partijen zich te onthouden van acties die kunnen leiden tot een nieuwe escalatie van het geweld, de huidige staakt-het-vurenregelingen te eerbiedigen en mechanismen te ondersteunen die zijn bedoeld voor het monitoren en handhaven van het staakt-het-vuren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>verzoekt alle regionale actoren, met inbegrip van Turkije, zich te onthouden van elke vorm van militaire actie of steun aan gewapende groeperingen die het staakt-het-vuren, de bescherming van burgers en de vooruitzichten op een inclusieve regeling van het conflict dreigen te ondermijnen; hekelt de aanhoudende militaire interventie en agressie van Turkije in het noordoosten van Syrië, waaronder dodelijke aanvallen op burgers en civiele infrastructuur in steden en provincies met een Koerdische meerderheid langs de grens tussen beide landen; dringt er bij de Turkse regering op aan onmiddellijk een einde te maken aan haar militaire betrokkenheid in het noordoosten van Syrië en onderhandelingen over een vreedzame oplossing tussen de Syrische overgangsregering en de SDF mogelijk te maken; verzoekt de Commissie, de EDEO en de lidstaten de inmenging van Turkije in Syrië aan de orde te stellen in bilaterale gesprekken met de Turkse regering; benadrukt dat veiligheidsregelingen in overeenstemming moeten zijn met het internationaal recht en de territoriale integriteit van Syrië moeten eerbiedigen, en niet mogen leiden tot gedwongen ontheemding of demografische manipulatie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>herhaalt dat stabiliteit in het noordoosten van Syrië van cruciaal belang is voor het welslagen van een alomvattende, inclusieve en rechtvaardige politieke overgang in Syrië; vraagt de Syrische autoriteiten de bescherming en grondrechten van de etnische en religieuze gemeenschappen in Syrië te waarborgen, waaronder die van Arabieren, Koerden, soennieten, sjiieten, alawieten, christenen, druzen en jezidi’s; benadrukt dat de bescherming van de etnische en religieuze diversiteit van Syrië, met inbegrip van de volledige erkenning, politieke participatie en gelijke rechten van de Koerdische gemeenschap, van essentieel belang is voor het waarborgen van vrede onder de bevolking en een stabiel en inclusief Syrië; verzoekt de Syrische overgangsregering deze rechten te verankeren in de Syrische grondwet ten tegelijkertijd het kernbeginsel van de territoriale integriteit van Syrië te handhaven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>betreurt dat de internationale gemeenschap de verantwoordelijkheid voor het beveiligen van Da’esh-gedetineerden en de kampen waar zij verblijven grotendeels heeft gedelegeerd aan Koerdische instanties zonder te voorzien in adequate politieke, financiële en veiligheidsgaranties of noodplannen; waarschuwt ervoor dat de veiligheidsperspectieven ongunstig zijn door de onzekerheid over de toekomstige administratieve verantwoordelijkheid voor de detentiecentra en -kampen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>spreekt met name zijn ernstige bezorgdheid uit over het risico dat uitgaat van het grote aantal Da’esh-strijders en -aanhangers die zijn ontsnapt uit de detentiecentra en kampen in Noordoost-Syrië; beklemtoont dat de geleidelijke verplaatsing van het probleem van Da’esh-gedetineerden naar Irak nieuwe vormen van onzekerheid en afhankelijkheid van de capaciteiten en politieke wil van derde landen dreigt te creëren; benadrukt voorts dat elke overdracht of vrijlating van volwassen Da’esh-strijders en -verdachten binnen Syrië of naar derde landen, waaronder Irak en Turkije, onderworpen moet blijven aan doeltreffende regelingen voor bewaking, monitoring en informatie-uitwisseling, ook grensoverschrijdende overdrachten, om ontsnapping of ongecontroleerde verplaatsingen te voorkomen, en dat de verantwoordingsplicht moet worden gewaarborgd door het bewaren van bewijsmateriaal en door strafrechtelijke vervolging, in overeenstemming met de internationale normen en waarborgen voor een eerlijk proces; waarschuwt dat overdrachten en repatriëringen zonder doeltreffende waarborgen en verdere gerechtelijke procedures een veiligheidsrisico zouden vormen voor Syrië, de hele regio en Europa; verzoekt de wereldwijde coalitie, met inbegrip van de Verenigde Staten, onverwijld alle nodige maatregelen te nemen om deze veiligheidsrisico’s te beperken en vraagt de EU daartoe de nodige steun te verlenen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>benadrukt dat de voortdurende aanwezigheid van EU-onderdanen onder de Da’esh-gedetineerden een rechtstreekse verantwoordelijkheid legt bij de lidstaten en dat zowel de regionale als de Europese veiligheid worden ondermijnd wanneer deze kwestie niet wordt geregeld;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>neemt kennis van de internationale conferentie van de wereldwijde coalitie tegen Da’esh in Riyad, waaraan relevante internationale en regionale actoren deelnemen met als doel de veiligheidsproblemen in Noordoost-Syrië aan te pakken; betreurt de aankondiging van de Amerikaanse regering dat zij operatie Inherent Resolve zal beëindigen en de Amerikaanse troepen uit Syrië en Irak zal terugtrekken; verzoekt de EU, de lidstaten en gelijkgestemde landen hun inspanningen op te voeren om elke heropleving van Da’esh, die een bedreiging zou vormen voor de veiligheid van Syrië, de regio en Europa, te bestrijden; is ingenomen met de hernieuwde inzet van de Syrische regering voor de bestrijding van terrorisme in het kader van de wereldwijde coalitie tegen Da’esh en verzoekt de autoriteiten met klem te streven naar nauwe coördinatie en samenwerking met internationale partners op militair en inlichtingengebied; dringt erop aan dat de lidstaten meer inlichtingen verzamelen over de activiteiten van Da’esh in Syrië en de Levant in ruimere zin en de Syrische autoriteiten bijstaan bij hun inspanningen om bestaande netwerken te ontmantelen en te voorkomen dat strijders zich hergroeperen; verzoekt de EU en haar lidstaten concrete maatregelen te nemen om het langetermijnbeheer van Da’esh-gedetineerden en de kampen waar zij verblijven te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>herhaalt zijn oproep aan de lidstaten om al hun onderdanen, met name kinderen, uit de detentiekampen Al-Hol en Al-Roj te repatriëren en volwassenen in eerlijke processen voor de rechter te brengen; benadrukt dat het belangrijk is om in het kader van elk repatriëringsproces een gedegen risicobeoordeling uit te voeren en ondersteuning te bieden bij de herintegratie; vraagt de Syrische regering alles in het werk te stellen om doeltreffende en efficiënte controle over de kampen te waarborgen en zich te onthouden van acties die de resterende Da’esh-strijders kunnen aanmoedigen; benadrukt dat vrouwen beter moeten worden beschermd en dat zij met name veilige toegang moeten krijgen tot humanitaire hulp en genderbewuste diensten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>herinnert eraan dat Koerdische troepen een doorslaggevende bijdrage hebben geleverd aan de strijd tegen Da’esh en dat vrouwelijke strijders hierbij een grote rol hebben gespeeld, en prijst hun uitstekende samenwerking met de internationale coalitie in de strijd van de EU tegen de terreur van Da’esh en de bedreiging die hiervan uitgaat voor Europa, zijn bevolking en zijn hoofdsteden; herinnert aan en looft de moed en vastberadenheid van de talloze Koerdische vrouwen die moedig de strijd tegen Da’esh hebben aangevoerd en de ondenkbare wreedheden van Da’esh hebben moeten ondergaan; verzoekt de Syrische autoriteiten onderzoek in te stellen naar de gruwelijke misdaden van Da’esh, met name tegen de jezidi-gemeenschap; onderstreept dat voor duurzame stabiliteit in Syrië erkend moet worden dat de Koerdische gemeenschap offers heeft gebracht en dat zij legitieme zorgen heeft over haar veiligheid en haar politieke vertegenwoordiging, waaronder waarborgen inzake vrouwenrechten en zinvolle deelname van vrouwen aan het openbare leven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>dringt er bij de Syrische autoriteiten op aan meer inspanningen te leveren om alle geledingen van de Syrische samenleving bij de besluitvorming te betrekken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>verzoekt de EDEO en de lidstaten meer diplomatieke inspanningen te leveren met het oog op de-escalatie, civiele bescherming en vertrouwensopbouw in Syrië en zijn noordoostelijke regio;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>herinnert aan de rol van de EU, die een van de grootste donoren van humanitaire hulp aan de Syrische bevolking is; is ingenomen met het financiële steunpakket van de Commissie ten belope van circa 620 miljoen EUR voor 2026 en 2027, en verzoekt de EU en haar lidstaten om ondersteuning voor humanitaire bijstand en steun voor snel herstel in Noordoost-Syrië, met bijzondere aandacht voor civiele bescherming, de veerkracht van lokale gemeenschappen en steun voor het Syrische maatschappelijk middenveld, onafhankelijke mensenrechtenorganisaties en lokale initiatieven voor vredesopbouw; onderstreept hoe belangrijk voorspelbare, meerjarige humanitaire financiering is voor Syrië om de continuïteit van levensreddende hulp te waarborgen en snelle wederopbouwactiviteiten mogelijk te maken; onderstreept dat het belangrijk is in Syrië een aanpak te volgen op basis van een koppeling van humanitaire hulp, ontwikkeling en vrede; bevestigt nogmaals dat EU-steun en de opschorting van sancties voorwaardelijk en omkeerbaar zijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>verzoekt de Commissie een afzonderlijke strategie voor Syrië vast te stellen en ervoor te zorgen dat het Syrische maatschappelijk middenveld en de diasporagemeenschappen op zinvolle wijze worden geraadpleegd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>benadrukt dat elke betrokkenheid bij de Syrische autoriteiten afhankelijk moet blijven van tastbare en verifieerbare vooruitgang op het gebied van bescherming van de burgerbevolking en eerbiediging van staakt-het-vurenregelingen, de mensenrechten en de rechten van minderheden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de Verenigde Naties en de relevante Syrische en regionale actoren, en verzoekt om vertaling van deze resolutie in het Arabisch en het Koerdisch.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>