<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2026)0056</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Vier jaar sinds het begin van de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne en de Europese bijdragen aan een rechtvaardige vrede en duurzame veiligheid voor Oekraïne</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(B10-0143, 0144, 0145, 0146 en 0147/2026)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 24 februari 2026 over vier jaar sinds het begin van de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne en de Europese bijdragen aan een rechtvaardige vrede en duurzame veiligheid voor Oekraïne (2026/2599(RSP))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn eerdere resoluties over Oekraïne en Rusland,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 167, lid 2, en artikel 136, lid 4, van zijn Reglement,</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de Russische Federatie vier jaar geleden, op 24 februari 2022, zonder aanleiding een meedogenloze, ongerechtvaardigde en illegale aanvalsoorlog tegen Oekraïne is begonnen; overwegende dat de Russische agressie tegen Oekraïne in 2014 is begonnen met de bezetting van delen van de regio Donbas en de annexatie van de Krim;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat Rusland, ondanks een brede internationale veroordeling en ongekende sancties, zijn oorlogsinspanningen opvoert door middel van gerichte aanvallen op kritieke energie-infrastructuur, woongebouwen en civiele infrastructuur; overwegende dat miljoenen mensen in Oekraïne proberen de winterse kou te overleven met beperkte elektriciteit, verwarming en beperkt stromend water; overwegende dat de door Rusland veroorzaakte milieuschade van de afgelopen vier jaar verwoestende gevolgen heeft voor de natuurlijke hulpbronnen en de kritieke ecosystemen in Oekraïne en voor de gezondheid, de bestaanszekerheid en de veiligheid van zijn bevolking;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat Iran, Noord-Korea en Belarus grote hoeveelheden wapens en munitie aan Rusland hebben geleverd, en dat Belarus Rusland heeft toegestaan zijn grondgebied te gebruiken om Oekraïne aan te vallen, wat volgens het internationaal recht neerkomt op een daad van agressie; overwegende dat China door zijn steun op economisch en defensie-industrieel gebied een belangrijke factor is geworden in de Russische oorlogsinspanningen; overwegende dat duizenden Cubanen en andere buitenlanders aan de zijde van Russische troepen in Oekraïne vechten; overwegende dat er, samen met huurlingen en vrijwillige rekruten, naar verluidt meer dan 1 400 burgers uit 36 Afrikaanse landen voor Rusland vechten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat de Wagnergroep en de entiteiten die deze organisatie hebben opgevolgd zich systematisch schuldig hebben gemaakt aan foltering en buitengerechtelijke executies, seksueel geweld als oorlogswapen hebben gebruikt en in heel Oekraïne destabiliseringsoperaties hebben uitgevoerd; overwegende dat de EU-sancties tegen personen en entiteiten die banden hebben met de Wagnergroep ontoereikend blijven om ronselaars, strijders en aanhangers te vervolgen, die op grond van de huidige maatregelen geen strafrechtelijke sancties te vrezen hebben;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat zowel Oekraïne als internationale organisaties honderden executies van Oekraïense krijgsgevangenen door Russische troepen hebben gedocumenteerd; overwegende dat dergelijke executies ernstige schendingen van het internationaal recht en de mensenrechten vormen die in de Verdragen van Genève en het Statuut van Rome van het Internationaal Strafhof uitdrukkelijk als oorlogsmisdaden worden aangemerkt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat Rusland zich herhaaldelijk schuldig heeft gemaakt aan hybride oorlogsvoering in de hele EU, onder meer door middel van cyberaanvallen, desinformatiecampagnes en inmenging in verkiezingen, alsook aan militaire provocaties, waaronder schendingen van het luchtruim door gevechtsvliegtuigen en langeafstandsaanvalsdrones;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne de Europese en mondiale veiligheid ernstig heeft ondermijnd en deel uitmaakt van een bredere imperialistische en expansionistische agenda; overwegende dat een vredesakkoord moet berusten op geloofwaardige, robuuste veiligheidsgaranties om elke nieuwe Russische aanval te voorkomen en onmiddellijk tegen te gaan;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat ten minste 20 000, en mogelijk zelfs 35 000, Oekraïense kinderen onder dwang zijn gedeporteerd naar Rusland en Belarus, of worden vastgehouden in tijdelijk bezette Oekraïense gebieden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat de militaire politie van het Russische Ministerie van Defensie, de federale veiligheidsdienst en de federale penitentiaire dienst een onbepaald aantal Oekraïense krijgsgevangenen en burgers in eenzame opsluiting vasthouden, en dat Oekraïense mensenrechtenorganisaties schatten dat tot 16 000 Oekraïense burgers onrechtmatig van hun vrijheid zijn beroofd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat de sommige lidstaten Rusland nog steeds maandelijks betalen voor fossiele brandstoffen, en alleen al in december 2025 1,3 miljard EUR aan Russische fossiele brandstoffen hebben uitgegeven; overwegende dat de EU nog steeds de grootste afnemer is van Russisch vloeibaar aardgas (lng) en leidinggas, goed voor bijna de helft (49 %) van de totale lng-uitvoer van Rusland en 35 % van de Russische uitvoer van leidinggas;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>brengt hulde aan de duizenden mensen die hun leven hebben opgeofferd voor een vrij en democratisch Oekraïne en voor de verdediging van onze gedeelde Europese waarden gedurende de vier jaar van de Russische aanvalsoorlog; benadrukt dat de veerkracht van Oekraïne een blijvend bewijs is van de kracht van de democratie wanneer deze wordt bedreigd door tirannie; verklaart zich nogmaals onverminderd solidair met de Oekraïense bevolking en spreekt opnieuw zijn steun uit voor de onafhankelijkheid, soevereiniteit en territoriale integriteit van Oekraïne binnen zijn internationaal erkende grenzen; spreekt opnieuw zijn volledige steun uit voor een rechtvaardige, alomvattende en duurzame vrede in Oekraïne, op basis van door Oekraïne vastgestelde en voor zijn bevolking aanvaardbare voorwaarden; wijst met klem op het inherente recht van Oekraïne op zelfverdediging overeenkomstig artikel 51 van het VN-Handvest; bevestigt er vast van overtuigd te zijn dat de Russische agressie nergens toe mag leiden en dat Oekraïne moet triomferen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>benadrukt dat de illegale, niet-uitgelokte en ongerechtvaardigde aanvalsoorlog van Rusland tegen Oekraïne een flagrante schending van het internationaal recht en het VN-Handvest vormt, alsook een ongekende aanval op de Europese veiligheidsarchitectuur; wijst erop dat Rusland, zijn leiders en zijn bondgenoten, zoals het Belarussische regime, de volledige verantwoordelijkheid dragen voor de oorlog, oorlogsmisdaden en het misdrijf agressie, en dringt erop aan hen daarvoor volledig ter verantwoording te roepen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>veroordeelt nogmaals in de krachtigste bewoordingen de meedogenloze aanvalsoorlog van Rusland tegen Oekraïne en de betrokkenheid van Noord-Korea en Iran; eist dat Rusland en zijn gelieerde troepen onmiddellijk, volledig en onvoorwaardelijk hun militaire optreden in Oekraïne beëindigen, alle aanvallen op woonwijken en civiele infrastructuur staken, alle strijdkrachten, gelieerde troepen en militaire uitrusting uit het gehele internationaal erkende grondgebied van Oekraïne terugtrekken, alle krijgsgevangenen, politieke gevangenen, ontvoerde kinderen en burgers vrijlaten en laten terugkeren, en definitief een einde maken aan de schending en bedreiging van de soevereiniteit, onafhankelijkheid en territoriale integriteit van Oekraïne; herhaalt dat de EU de tijdelijk bezette gebieden van Oekraïne niet zal erkennen als Russisch grondgebied;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>wijst er nogmaals op dat de toekomst van Oekraïne in de EU ligt; erkent de Europese integratie van Oekraïne als een strategische prioriteit voor de EU en roept de EU en haar lidstaten op zich voor te bereiden op toekomstige uitbreiding door interne hervormingen door te voeren en een duidelijke uitbreidingsstrategie te ontwikkelen; onderstreept dat het belangrijk is de geleidelijke integratie van Oekraïne in de eengemaakte markt van de EU te versnellen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>dringt er bij de EU en haar lidstaten op aan meer verantwoordelijkheid te nemen voor de veiligheid op het Europese continent en Oekraïne onwrikbare steun te blijven verlenen; wijst erop dat een akkoord ter beëindiging van de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne veel verder reikt dan alleen Rusland en Oekraïne en ingrijpende gevolgen heeft voor de Europese veiligheidsorde als geheel; benadrukt dat er niets over Oekraïne mag worden beslist zonder Oekraïne, en niets over Europa zonder Europa;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>verwelkomt de goedkeuring van de wet die orthodoxe parochies in Oekraïne toestaat zich los te maken van het Patriarchaat Moskou en vrij te kiezen voor aansluiting bij een andere hiërarchie; wijst erop dat Roemeense orthodoxe parochies in Oekraïne in augustus 2024 een verzoek hebben ingediend om de “Roemeense orthodoxe kerk in Oekraïne” te erkennen als een religieuze vereniging, zodat Roemeense orthodoxe parochies die zich losmaken van de jurisdictie van het patriarchaat Moskou zich bij deze vereniging kunnen aansluiten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>dringt er bij de EU, haar lidstaten en hun trans-Atlantische bondgenoten en internationale partners op aan om nog effectievere militaire, politieke en diplomatieke inspanningen te leveren, en met name om de militaire steun aan Oekraïne massaal uit te breiden en de integrale druk op Rusland aanzienlijk op te voeren, teneinde definitief een einde te maken aan de Russische aanvalsoorlog en Oekraïne in staat te stellen al zijn inwoners te bevrijden en de volledige controle over zijn gehele grondgebied binnen zijn internationaal erkende grenzen te herstellen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>is ingenomen met de conclusies van de bijeenkomst van de “coalitie van bereidwillige landen” in Parijs op 6 januari 2026; is bijzonder verheugd over het voorstel voor een multinationale “garantiemacht” voor Oekraïne; is ingenomen met het akkoord om politiek en juridisch bindende verbintenissen vast te leggen teneinde de vrede en veiligheid te herstellen in geval van een toekomstige gewapende aanval door Rusland na een staakt-het-vuren, alsook om een duidelijk kader voor steun aan Oekraïne af te spreken, waarbij onder meer de militaire vermogens van het land op lange termijn worden ondersteund en nauwer op defensiegebied wordt samengewerkt; betreurt echter dat deze veiligheidsgaranties pas zouden worden verwezenlijkt wanneer overeenstemming is bereikt over een staakt-het-vuren; neemt kennis van de gesprekken over een mechanisme voor toezicht op en verificatie van zo’n staakt-het-vuren; benadrukt dat uitvoering moet worden gegeven aan deze ambitieuze voorstellen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>onderstreept dat een vredesakkoord het vermogen van Oekraïne om zichzelf te verdedigen niet mag beperken en gebaseerd moet zijn op de volledige eerbiediging van de beginselen van het internationaal recht, verantwoordingsplicht voor oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid en het misdrijf agressie, en Russische herstelbetalingen voor de enorme schade die in Oekraïne is aangericht; benadrukt dat een dergelijk akkoord moet worden aangevuld met robuuste en geloofwaardige veiligheidsgaranties voor Oekraïne die gelijkwaardig zijn aan die van artikel 5 van het Verdrag van Washington en artikel 42, lid 7, van het Verdrag betreffende de Europese Unie, en een herhaling van het memorandum van Boedapest van 1994 voorkomen; bevestigt nogmaals dat Oekraïne vrij is om zijn veiligheids- en politieke allianties te kiezen zonder enig Russisch veto daarover; benadrukt dat een akkoord met Rusland hoe dan ook een belofte van Rusland moet omvatten om de hybride oorlogvoering tegen de EU en haar partners, inclusief Oekraïne, onmiddellijk te staken; dringt erop aan dat de “coalitie van bereidwillige landen” en de Verenigde Staten robuuste veiligheidsgaranties bieden waarmee elke nieuwe Russische aanval kan worden voorkomen en onmiddellijk kan worden tegengegaan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>neemt kennis van de inspanningen van de Amerikaanse regering om een einde te maken aan de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne, maar uit zijn bezorgdheid over de benadering van de VS ten aanzien van vredesbesprekingen, waarbij prioriteit lijkt te worden gegeven aan het sluiten van kortetermijndeals met Rusland en het behoud van “strategische stabiliteit” boven echte vredesbesprekingen die leiden tot een alomvattende, rechtvaardige en duurzame vrede op basis van de beginselen van het internationaal recht; roept daarom de EU en haar lidstaten op te blijven samenwerken met de Verenigde Staten en gelijkgestemde partners om ervoor te zorgen dat de onderhandelingen over een rechtvaardige en duurzame vrede voor Oekraïne te goeder trouw worden gevoerd, met als doel de agressie van Rusland tegen Oekraïne definitief een halt toe te roepen; onderstreept dat de aanhoudende aanvallen van Rusland geen blijk geven van zijn bereidheid om daadwerkelijke vredesbesprekingen te voeren; wijst op de negatieve gevolgen voor Oekraïne van ondoordachte beloften om binnen een bepaald tijdsbestek een vredesproces tot stand te brengen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>benadrukt dat er geen sancties mogen worden opgeheven voordat er een vredesakkoord is uitonderhandeld en duurzaam ten uitvoer wordt gelegd; verzoekt de EU verdere substantiële sancties op te leggen, zoals een algeheel verbod op de resterende invoer uit Rusland en Belarus, met name gericht op grondstoffen waarop nog geen sancties van toepassing zijn; is ingenomen met de lopende besprekingen tussen de EU en de G7 over een verbod op maritieme diensten voor alle Russische energie-uitvoer, maar dringt er bij de EU en haar lidstaten op aan ook zonder de steun van andere G7-landen over te gaan tot een verbod op handels- en commerciële activiteiten met Rusland en Belarus, met bijzondere aandacht voor producten voor mogelijk tweeërlei gebruik; verzoekt de Raad om, samen met zijn Amerikaanse partners, een soortgelijk sanctiebeleid toe te passen op alle faciliterende staten, waaronder Belarus, Iran en Noord-Korea, en sancties op te leggen aan Chinese entiteiten die goederen voor tweeërlei gebruik en militaire producten leveren die essentieel zijn voor de productie van drones en raketten; dringt aan op aanvullende sancties tegen de Russische schaduwvloot en op strikte handhaving daarvan, onder meer door middel van verboden; roept op tot beëindiging van de samenwerking met Rosatom en Roscosmos en tot het opleggen van sancties tegen deze bedrijven; verzoekt de Raad de omzeiling van sancties systematisch aan te pakken; benadrukt dat de sancties een duidelijke impact hebben op de Russische economie, maar herhaalt dat het sanctieregime moet worden uitgebreid en strikter moet worden toegepast om het gewenste effect te sorteren, namelijk dat de middelen van Rusland voor zijn aanvalsoorlog worden beperkt; is ingenomen met het 20e sanctiepakket tegen Rusland;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>is ingenomen met het besluit van de Europese Raad van 18 december 2025 om Oekraïne een financieel bijstandspakket van 90 miljard EUR te verstrekken in de vorm van door de EU gedekte leningen; dringt aan op een snelle uitvoering van de steunlening voor Oekraïne en benadrukt dat op passende wijze moet worden ingespeeld op de veranderende behoeften van Oekraïne; is ingenomen met de nodige flexibiliteit binnen het pakket in het kader van de afwijkingsregeling van artikel 13, lid 5, van de voorgestelde verordening inzake het opzetten van de steunlening<FOOTNOTE><FIELD> Voorstel van de Commissie van 14 januari 2026 voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende nauwere samenwerking bij het opzetten van de steunlening aan Oekraïne voor 2026 en 2027 (COM(2026)0020).</FIELD></FOOTNOTE>;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>bevestigt zijn vaste overtuiging dat Rusland moet betalen voor de enorme schade die in Oekraïne is aangericht en verzoekt de EU nogmaals de op de balans staande kasgelden in verband met Russische overheidsactiva die in het kader van EU-sancties zijn bevroren, te gebruiken als dekking van een herstelbetalingslening die de verdediging en wederopbouw van Oekraïne zou ondersteunen en de druk op Rusland zou vergroten om een einde te maken aan zijn aanvalsoorlog; staat volledig achter de conclusie van de Raad dat de medewetgevers moeten blijven werken aan het voorstel van de Commissie voor een herstelbetalingslening;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>dringt er bij de EU op aan om, in samenwerking met de NAVO, de versterking van de defensiecapaciteiten van Oekraïne te ondersteunen door een versterkt industrieel partnerschap te ontwikkelen dat de overdracht van technologie en knowhow mogelijk maakt, en om te helpen bij de integratie van de Oekraïense defensietechnologische en industriële basis in de Europese defensietechnologische en industriële basis (EDTIB), waarbij gelijktijdig de EDTIB-activiteiten in Oekraïne worden ondersteund; dringt er bij de lidstaten en hun defensie-industrieën op aan extra investeringen te doen en partnerschappen met Oekraïne aan te gaan voor gezamenlijke ontwikkeling in de EU en productie door de Oekraïense industrie binnen de EU; is vol lof over het Deense model van steun aan Oekraïne en dringt aan op meer stimulansen voor nauwere samenwerking tussen en integratie van de EDTIB en de Oekraïense defensie-industrie; dringt er bij de lidstaten die dergelijke wapens kunnen leveren op aan om luchtverdedigingssystemen aan Oekraïne te leveren, zodat het land meer van zijn kritieke infrastructuur kan beschermen, en om Oekraïne te voorzien van langeafstandsraketsystemen, zodat het militaire en strategische infrastructuur kan aanvallen; dringt erop aan de resterende beperkingen op te heffen op het gebruik van aan Oekraïne geleverde westerse wapensystemen tegen militaire doelwitten op Russisch grondgebied die verantwoordelijk zijn voor aanvallen op de bevolking en kritieke civiele infrastructuur van Oekraïne; onderstreept het belang van een goede opleiding van Oekraïens militair personeel in het kader van de militaire bijstandsmissie van de Europese Unie ter ondersteuning van Oekraïne (EUMAM Ukraine) en dringt aan op een uitbreiding van het mandaat van EUMAM Ukraine, met inbegrip van de mogelijkheid om de opleidingsactiviteiten na een staakt-het-vuren uit te breiden tot Oekraïens grondgebied, teneinde de nationale opleidingscapaciteit van Oekraïne te versterken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>verzoekt Oekraïne op te nemen in de militaire mobiliteitscorridors van de EU; wijst er nogmaals op hoe belangrijk het is uitrusting of troepen snel uit het westen naar het oosten te kunnen verplaatsen en lessen te trekken uit de ervaringen van de Oekraïense strijdkrachten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>is ingenomen met de vaststelling van Verordening (EU) 2026/261 inzake de uitfasering van de invoer van Russisch aardgas en de voorbereiding van de uitfasering van de invoer van Russische olie<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EU) 2026/261 van het Europees Parlement en de Raad van 26 januari 2026 inzake de uitfasering van de invoer van Russisch aardgas en de voorbereiding van de uitfasering van de invoer van Russische olie, de verbetering van de monitoring van potentiële energieafhankelijkheid en tot wijziging van Verordening (EU) 2017/1938 (PB L, 2026/261, 2.2.2026, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2026/261/oj).</FIELD></FOOTNOTE>; dringt er bij de Commissie op aan de uitfasering van andere Russische energiebronnen, waaronder olie en alle aardolieproducten, uranium, verrijkt uranium en nucleaire brandstof en diensten, te versnellen, in overeenstemming met de toezeggingen die zijn gedaan in het kader van de REPowerEU-routekaart; benadrukt dat deze maatregel een cruciale stap is om een einde te maken aan de afhankelijkheid van de EU van Russische fossiele brandstoffen en de Russische economie verder onder druk te zetten; betreurt het dat zeven EU-lidstaten in 2025 meer Russische energie hebben ingevoerd dan in 2024; benadrukt dat de Nord Stream 1 en 2-pijpleidingen nooit mogen worden gereactiveerd en dringt aan op de permanente ontmanteling ervan als een kwestie van strategische veiligheid; herinnert de lidstaten eraan dat zij zich moeten onthouden van maatregelen die de verwezenlijking van de doelstellingen van de Unie in gevaar kunnen brengen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>veroordeelt ten stelligste de systematische deportatie, gedwongen overbrenging en poging tot assimilatie van Oekraïense kinderen door de Russische Federatie; dringt aan op de onmiddellijke en onvoorwaardelijke stopzetting van die praktijken en op de veilige en ongehinderde terugkeer van alle onrechtmatig gedeporteerde Oekraïense kinderen; spreekt zijn steun uit voor de organisaties en personen die zich inzetten voor het terughalen van deze kinderen, en voor het initiatief “Bring Kids Back UA”; is verheugd over het werk van de Internationale Coalitie voor de terugkeer van Oekraïense kinderen als belangrijk platform voor gecoördineerd internationaal optreden, waaronder het opsporen van gedeporteerde kinderen, het verifiëren van hun identiteit, juridische status en verblijfplaats, het veiligstellen van hun terugkeer en het nastreven van verantwoordingsplicht;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>veroordeelt ten stelligste het gebruik van seksueel en gendergerelateerd geweld als oorlogswapen en benadrukt dat dit een oorlogsmisdaad is; veroordeelt ook seksueel en gendergerelateerd geweld in de transitcentra in Oekraïne en in de hele EU; betreurt het dat de richtlijn tijdelijke bescherming<FOOTNOTE><FIELD> Richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen (PB L 212 van 7.8.2001, blz. 12, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2001/55/oj).</FIELD></FOOTNOTE> zo eng wordt geïnterpreteerd dat veel vrouwen die de Russische aanvalsoorlog zijn ontvlucht, geen toegang hebben tot abortuszorg of andere behandelingen op het gebied van seksuele en reproductieve gezondheid, zoals behandelingen na seksueel misbruik; herhaalt zijn in zijn resolutie van 29 februari 2024<FOOTNOTE><FIELD> Resolutie van het Europees Parlement van 29 februari 2024 over de noodzaak van niet-aflatende EU-steun voor Oekraïne, na twee jaar Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne (PB C, C/2024/6745, 26.11.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/6745/oj).</FIELD></FOOTNOTE> aan de Commissie gedane verzoek om de richtlijn te herzien teneinde ervoor te zorgen dat alle lidstaten verplicht zijn dezelfde zorg te bieden als die welke vrouwen anders in Oekraïne zouden kunnen krijgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>benadrukt dat het aantal Oekraïners dat in de Europese Unie als slachtoffer van mensenhandel is geïdentificeerd alarmerend hoog is en sinds de grootschalige Russische invasie is toegenomen; verzoekt de lidstaten hun steun voor de slachtoffers en voor preventieve maatregelen op te voeren, onder meer met economische middelen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>verzoekt de EU en haar lidstaten sancties op te leggen aan de militaire politie van het Russische Ministerie van Defensie, de federale veiligheidsdienst en de federale penitentiaire dienst wegens hun systematische betrokkenheid bij het plegen van oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid, met inbegrip van gedwongen verdwijningen, willekeurige detentie, foltering en eenzame opsluiting; verzoekt de EU en haar lidstaten bovendien persoonlijke sancties op te leggen aan alle hoofden van instellingen en andere Russische functionarissen van Russische penitentiaire inrichtingen waar Oekraïense burgers onrechtmatig worden vastgehouden; verzoekt de EU en haar lidstaten Russisch militair personeel dat heeft deelgenomen aan de aanvalsoorlog tegen Oekraïne de toegang tot het Schengengebied te ontzeggen; spoort de lidstaten aan de omzeiling van sancties op systematische wijze aan te pakken en de volledige en doeltreffende toepassing van sancties te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>verzoekt de Raad de Wagnergroep en de entiteiten die deze organisatie hebben opgevolgd als terroristische organisaties te vermelden op de lijst in de bijlage bij Gemeenschappelijk Standpunt 2001/931/GBVB van de Raad van 27 december 2001 betreffende de toepassing van specifieke maatregelen ter bestrijding van het terrorisme<FOOTNOTE><FIELD> PB L 344 van 28.12.2001, blz. 93, ELI: http://data.europa.eu/eli/compos/2001/931/oj.</FIELD></FOOTNOTE>; benadrukt dat het op de lijst plaatsen van deze entiteiten als terroristische organisaties, naast de thans toegepaste bevriezing van hun tegoeden, het mogelijk maakt om ronselaars, strijders en sympathisanten te vervolgen en strafrechtelijke sancties tegen hen toe te passen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>wijst op het verontrustende feit dat een groeiend aantal buitenlandse strijders in het Russische leger onder valse voorwendselen naar Rusland of naar de frontlinies in Oekraïne is gebracht; dringt er bij de regeringen van Zuid-Afrika, Ghana, Kenia, Botswana en andere Afrikaanse naties op aan hard op te treden tegen misleidende rekruteringsactiviteiten als gevolg waarvan hun jonge mannen aan de zijde van Russische troepen aan het front vechten; verzoekt de betrokken landen hun burgers proactief te waarschuwen voor de gevaren van het reizen naar Rusland in verband met vacatures die direct of indirect verband houden met het Russische leger; verzoekt socialemediaplatforms maatregelen te nemen om te voorkomen dat hun diensten worden misbruikt voor het voeren van deze misleidende wervingscampagnes; veroordeelt het beleid van regeringen, zoals die van Cuba of sommige Centraal-Aziatische landen, waarbij zij hun burgers niet verhinderen deel te nemen aan de Russische aanvalsoorlog of zelfs zo ver gaan dat zij dergelijke deelname bevorderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>benadrukt dat de aanhoudende aanvallen van Rusland op de energie-infrastructuur van Oekraïne niet alleen in strijd zijn met het internationaal recht, maar ook een bewuste strategie vormen om de veerkracht van de burgerbevolking te ondermijnen, de getroffen gebieden in chaos te storten en energie als dwangmiddel in te zetten; verzoekt de EU en haar lidstaten de energiebijstand aan Oekraïne op te schalen en te institutionaliseren; benadrukt dat het van cruciaal belang is dat de humanitaire hulp van de EU en de lidstaten aan Oekraïne wordt voortgezet en opgevoerd als reactie op de acute humanitaire situatie die is ontstaan door de systematische aanvallen van Rusland op Oekraïense steden en kritieke infrastructuur;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>dringt er bij de Commissie op aan internationale rechtsmechanismen actief te ondersteunen en ervoor te zorgen dat verantwoording wordt afgelegd en herstelbetalingen worden gedaan voor oorlogsmisdaden en het misdrijf agressie; dringt er bij de EU en haar lidstaten op aan de oprichting van een speciaal tribunaal te steunen om het Russische misdrijf van agressie tegen Oekraïne te vervolgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>is verheugd over de toetreding van Oekraïne tot het Internationaal Strafhof (ICC); spreekt nogmaals zijn krachtige steun uit voor het onderzoek van het ICC in Oekraïne en zijn algemene inspanningen om personen te vervolgen die verantwoordelijk zijn voor genocide, oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid en het misdrijf agressie; spreekt zijn grote bezorgdheid uit over de sancties van de VS tegen het ICC, zijn aanklagers, rechters en personeel; verzoekt de Commissie de blokkeringsverordening in werking te stellen om het ICC te beschermen tegen extraterritoriale sancties;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>verzoekt de Oekraïense autoriteiten parlementair pluralisme als hoeksteen van democratisch bestuur te handhaven en te zorgen voor constructieve en zinvolle samenwerking met alle parlementaire politieke krachten die in de Verchovna Rada vertegenwoordigd zijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>prijst het uitzonderlijke werk dat de Oekraïense gezondheidsdiensten, en met name Oekraïense verpleegkundigen, dagelijks verrichten tijdens de oorlog; wijst in dit verband op het belangrijke werk dat wordt verricht door de Oekraïense medische beweging “Be like We Are”, een basisbeweging die voornamelijk bestaat uit verpleegkundigen, ter ondersteuning van gezondheidswerkers en ter verdediging van hun rechten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>neemt kennis van de onverminderde inzet van de meeste EU-lidstaten voor Oekraïne, maar benadrukt zijn ontevredenheid over de lidstaten die zich niet confirmeren aan de standpunten en het beleid van de EU of deze actief ondermijnen; wijst nogmaals op het beginsel van loyale samenwerking overeenkomstig artikel 4, lid 3, van het Verdrag betreffende de Europese Unie dat vereist dat de lidstaten zich onthouden van alle maatregelen die de verwezenlijking van de doelstellingen van de Unie in gevaar kunnen brengen; verzoekt de Raad dringend een oplossing te vinden voor de impasse die de operationalisering in de weg staat van het fonds voor bijstand aan Oekraïne in het kader van de Europese Vredesfaciliteit, hetgeen van essentieel belang is voor de nakoming van de langetermijntoezeggingen van de EU aan Oekraïne op het gebied van veiligheid;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de president, de regering en de Verkhovna Rada van Oekraïne, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, het Congres van de Verenigde Staten, de Russische autoriteiten, en de autoriteiten van de andere in deze resolutie genoemde landen.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>