<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2026)0059</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Grotere efficiëntie van de garantie voor extern optreden</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0221/2025 - Rapporteurs: David McAllister, Charles Goerens)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 10 maart 2026 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) 2021/947 wat betreft grotere efficiëntie van de garantie voor extern optreden (COM(2025)0262 – C10-0107/2025 – 2025/0262(COD))</STRING></TI><NOTE>(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)</NOTE><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2025)0262),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 294, lid 2, artikel 209 en artikel 212 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C10‑0107/2025),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het overeenkomstig artikel 75, lid 4, van zijn Reglement door de bevoegde commissies goedgekeurde voorlopig akkoord en de door de vertegenwoordiger van de Raad bij brief van 4 februari 2026 gedane toezegging om het standpunt van het Europees Parlement overeenkomstig artikel 294, lid 4, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie goed te keuren,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 60 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de gezamenlijke beraadslagingen van de Commissie buitenlandse zaken en de Commissie ontwikkelingssamenwerking overeenkomstig artikel 58 van het Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie buitenlandse zaken en de Commissie ontwikkelingssamenwerking (A10-0221/2025),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST><TXTLST><IDENT TCLINK="YES"><STRING BOLD="on">P10_TC1-COD(2025)0262</STRING></IDENT><OTTXT><TI><STRING BOLD="on">Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 10 maart 2026 met het oog op de vaststelling van Verordening (EU) 2026/... van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) 2021/947 wat betreft grotere efficiëntie van de garantie voor extern optreden</STRING></TI><NOTE><STRING ITALIC="on">(Aangezien het Parlement en de Raad tot overeenstemming zijn geraakt, komt het standpunt van het Parlement overeen met de definitieve rechtshandeling: Verordening (EU) 2026/995.)</STRING></NOTE></OTTXT></TXTLST></SDOCTA>