<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2026)0060</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Benoeming van de vicepresident van de Europese Centrale Bank</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0038/2026 - Rapporteur: Aurore Lalucq)</STRING></HIDDEN><TXTLST><DECISION><TI><STRING BOLD="on">Besluit van het Europees Parlement van 10 maart 2026 over de aanbeveling van de Raad betreffende de benoeming van de vicepresident van de Europese Centrale Bank (N10-0003/2026 – C10-0018/2026 – 2026/0801(NLE))</STRING></TI><NOTE>(Raadpleging)</NOTE><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanbeveling van de Raad van 26 januari 2026 (N10-0003/2026)<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2026/707, 28.1.2026, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2026/707/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 283, lid 2, tweede alinea, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het Parlement door de Europese Raad is geraadpleegd (C10‑0018/2026),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 134 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie economische en monetaire zaken (A10‑0038/2026),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de Europese Raad bij schrijven van 30 januari 2026 het Europees Parlement heeft geraadpleegd over de benoeming van Boris Vujčić tot vicepresident van de Europese Centrale Bank voor een ambtstermijn van acht jaar, ingaande op 1 juni 2026;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat zijn Commissie economische en monetaire zaken de kwalificaties van Boris Vujčić heeft onderzocht, met name gelet op de in artikel 283, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie vermelde voorwaarden en het uit artikel 130 van het Verdrag voortvloeiende gebod van totale onafhankelijkheid van de ECB; overwegende dat de commissie in het kader van dit onderzoek een curriculum vitae van Boris Vujčić heeft ontvangen, alsook de antwoorden op de hem toegezonden schriftelijke vragenlijst;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat de commissie Boris Vujčić vervolgens op 25 februari 2026 heeft gehoord, waarbij hij een inleidende verklaring heeft afgelegd en daarna de door de leden van de commissie gestelde vragen heeft beantwoord;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>brengt positief advies uit over de aanbeveling van de Raad betreffende de benoeming van Boris Vujčić tot vicepresident van de Europese Centrale Bank;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de Europese Raad en de Raad, alsook aan de regeringen van de lidstaten.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></DECISION></TXTLST></SDOCTA>