<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2026)0065</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Toegang van het publiek tot documenten - verslag 2022-2024</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0011/2026 - Rapporteur: Veronika Cifrová Ostrihoňová)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 10 maart 2026 over de toegang van het publiek tot documenten - verslag over de jaren 2022-2024 (2025/2137(INI))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU), en met name de artikelen 1, 9, 10, 11 en16,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), en met name artikel 15,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (het Handvest), en met name de artikelen 41 en 42,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie<FOOTNOTE><FIELD> PB L 145 van 31.5.2001, blz. 43, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2001/1049/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EG) nr. 1367/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 6 september 2006 betreffende de toepassing van de bepalingen van het Verdrag van Aarhus betreffende toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden op de communautaire instellingen en organen<FOOTNOTE><FIELD> PB L 264 van 25.9.2006, blz. 13, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2006/1367/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie van 30 april 2008 voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie (COM(2008)0229),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie van 21 maart 2011 voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1049/2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie (COM(2011)0137),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn standpunt in eerste lezing van 15 december 2011 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie<FOOTNOTE><FIELD> PB C 168 E van 14.6.2013, blz. 159.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 11 februari 2025 getiteld “Werkprogramma van de Commissie 2025” (COM(2025)0045) en de bijlagen daarbij, en gezien het daarin vermelde voornemen tot intrekking van de voorstellen COM(2011)0137 en COM(2008)0229 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1049/2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Besluit (EU) 2024/3080 van de Commissie van 4 december 2024 tot vaststelling van het reglement van orde van de Commissie en tot wijziging van Besluit C(2000) 3614<FOOTNOTE><FIELD> PB L, 2024/3080, 5.12.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2024/3080/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 14 september 2017 over transparantie, verantwoordelijkheid en integriteit in de EU-instellingen<FOOTNOTE><FIELD> PB C 337 van 20.9.2018, blz. 120.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn (EU) 2019/1937 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2019 inzake de bescherming van personen die inbreuken op het Unierecht melden<FOOTNOTE><FIELD> PB L 305 van 26.11.2019, blz. 17, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2019/1937/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 10 februari 2021 over de toegang van het publiek tot documenten<FOOTNOTE><FIELD> PB C 465 van 17.11.2021, blz. 54.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 13 juli 2023 over de toegang van het publiek tot documenten – jaarverslag voor de jaren 2019-2021<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2024/4014, 17.7.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/4014/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 14 maart 2024 over de tijd die de Europese Commissie erover doet om verzoeken om toegang tot documenten te behandelen<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2024/6560, 12.11.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/6560/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ-EU) en van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de arresten van het Gerecht van 17 juli 2024 in zaak T-689/21, Auken e.a./Commissie en in zaak T-761/21, Courtois e.a./Commissie<FOOTNOTE><FIELD> Arresten van het Gerecht van 17 juli 2024, Auken e.a./Commissie, T-689/21, ECLI:EU:T:2024:476, en Courtois e.a./Commissie, T-761/21, ECLI:EU:T:2024:477.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het arrest van het Gerecht van 14 mei 2025 in zaak T-36/23, Stevi en The New York Times/Commissie<FOOTNOTE><FIELD> Arrest van het Gerecht van 14 mei 2025, Stevi en The New York Times/Commissie, T‑36/23, ECLI:EU:T:2025:483.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verslagen en besluiten van de Europese Ombudsman, met name speciaal verslag OI/2/2022/OAM<FOOTNOTE><FIELD> Europese Ombudsman, Special Report of the European Ombudsman in her strategic inquiry concerning the time the European Commission takes to deal with requests for public access to documents (speciaal verslag van de Europese Ombudsman in het kader van het strategisch onderzoek naar de tijd die de Europese Commissie nodig heeft om verzoeken om toegang van het publiek tot documenten te behandelen) (OI/2/2022/OAM), 21 september 2023.</FIELD></FOOTNOTE>en de besluiten in zaken 1316/2021/MIG<FOOTNOTE><FIELD> Europese Ombudsman, decision of 12 July 2022 on the European Commission’s refusal of public access to text messages exchanged between the Commission President and the CEO of a pharmaceutical company on the purchase of a COVID 19 vaccine (case 1316/2021/MIG) (besluit van 12 juli 2022 inzake de weigering van de Europese Commissie om het publiek toegang te verlenen tot sms-berichten die zijn uitgewisseld tussen de voorzitter van de Commissie en de CEO van een farmaceutisch bedrijf over de aankoop van een COVID-19-vaccin (zaak 1316/2021/MIG)).</FIELD></FOOTNOTE> en 1499/2021/SF<FOOTNOTE><FIELD> Europese Ombudsman, decision of 27 June 2022 on the Council of the European Union’s refusal to give full public access to documents related to negotiations on the draft ‘Digital Markets Act’ (besluit van 27 juni 2022 over de weigering van de Raad van de Europese Unie om het publiek volledige toegang te verlenen tot documenten in verband met de onderhandelingen over het ontwerp van de “digitalemarktenverordening”) (1499/2021/SF).</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 122, lid 7, en artikel 149 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 55 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A10‑0011/2026),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de EU-Verdragen elke burger het recht op democratische participatie en transparante besluitvorming garanderen, wat inhoudt dat instellingen, organen en instanties van de EU het publiek toegang tot documenten moeten verlenen; overwegende dat dit grondrecht van toegang tot documenten, wat beschermd is ingevolge de Verdragen en het Handvest, doeltreffende controle door de burgers<FOOTNOTE><FIELD> Artikel 10, lid 3, VEU, gelezen in het licht van de dertiende overweging van de preambule bij het Verdrag, alsmede artikel 1, lid 2, en artikel 9 VEU, en artikel 15 VWEU.</FIELD></FOOTNOTE> mogelijk maakt en derhalve proactief moet worden uitgeoefend;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat het HvJ-EU heeft geoordeeld dat de toegang van het publiek tot documenten een wezenlijk onderdeel is van de participatieve democratie; overwegende dat het HvJ-EU heeft geoordeeld dat publieke controle van informatie die wordt gebruikt bij wetgevingswerkzaamheden, een voorwaarde is voor de goede werking van de democratische macht en voor de uitoefening van democratische rechten; overwegende dat het HvJ-EU ook heeft benadrukt dat transparantie inherent is aan de wetgevingsprocedure en dat besluiten zo open mogelijk en zo dicht mogelijk bij de burgers moeten worden genomen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat in Verordening (EG) nr. 1049/2001 het bijzondere belang wordt beklemtoond van het verlenen van nog bredere toegang tot documenten in gevallen waarin de EU-instellingen optreden in hun hoedanigheid van wetgever en met name de bijzondere noodzaak wordt benadrukt van het zorgen voor rechtstreekse toegang tot wetgevingsdocumenten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat burgers terecht transparantie, efficiëntie en verantwoordingsplicht verwachten van overheidsinstanties, en dat de instellingen, organen en instanties van de EU op een duidelijke en verstaanbare wijze aan die verwachtingen moeten voldoen; overwegende dat openheid en goed bestuur op het vlak van de werking van de EU en haar besluitvormingsproces van wezenlijk belang zijn om het vertrouwen van de burgers in de EU op te bouwen en te zorgen voor meer legitimiteit, doeltreffendheid en verantwoordingsplicht van het bestuur; overwegende dat de beginselen van openheid en transparantie niet alleen het besluitvormingsproces moeten sturen, maar ook de manier waarop een tekst wordt opgesteld;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat tijdige toegang tot betrouwbare en accurate informatie van essentieel belang is om misinformatie tegen te gaan en de verspreiding van desinformatie doeltreffend te bestrijden; overwegende dat vertragingen bij het verlenen van dergelijke toegang dit proces ondermijnen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat de EU is gegrondvest op representatieve democratie en dat haar instellingen, organen en instanties de hoogste normen van transparantie en integriteit moeten naleven om een gedegen publieke controle en zinvolle burgerparticipatie in goed bestuur mogelijk te maken;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat de Europese Ombudsman een essentiële rol heeft gespeeld bij het waarborgen van de toegang van het publiek tot documenten, onder meer door middel van de aanbevelingen in speciaal verslag OI/2/2022/OAM; overwegende dat de EU-instellingen ervoor moeten zorgen dat de Europese Ombudsman deze rol effectief kan blijven uitoefenen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat uit strategisch onderzoek van de Europese Ombudsman, zoals beschreven in dat speciaal verslag, is gebleken dat er bij de Commissie sprake is van systemische en aanzienlijke vertragingen, met name wat betreft de afhandeling van confirmatieve verzoeken (verzoeken van verzoekers tot herziening van het initiële antwoord) na initiële afwijzingen om burgers toegang te verlenen tot documenten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat de Ombudsman in zaak 1499/2021/SF ondubbelzinnig heeft vastgesteld dat de weigering van de Raad om het publiek volledige toegang te verlenen tot documenten in verband met wetgevingsonderhandelingen neerkomt op wanbeheer;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat er geen sancties gelden voor niet-naleving van de termijn van vijftien werkdagen voor het verlenen of weigeren van toegang tot documenten als bedoeld in artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1049/2001;</P></CONS><CONS><P><NO.P>K.</NO.P>overwegende dat in Verordening (EG) nr. 1049/2001 het belang wordt beklemtoond van brede toegang tot documenten in gevallen waarin de EU-instellingen optreden in hun hoedanigheid van wetgever en met name wordt benadrukt dat rechtstreekse toegang tot wetgevingsdocumenten noodzakelijk is;</P></CONS><CONS><P><NO.P>L.</NO.P>overwegende dat een journalist in mei 2021 om toegang tot documenten heeft verzocht, waaronder tekstberichten tussen de voorzitter van de Commissie en Pfizer, maar dat de Commissie heeft verklaard dat zij dergelijke gegevens niet bijhield op basis van interne registratieregels; overwegende dat de manier waarop de Commissie deze zaak heeft behandeld zorgelijk is; overwegende dat de Europese Ombudsman heeft geconcludeerd dat dit antwoord van de Commissie neerkwam op wanbeheer en verschillende aanbevelingen heeft gedaan als follow-up van de zaak, onder meer over de wijze waarop tekstberichten moeten worden opgeslagen, en dat de Europese Ombudsman een nieuwe zoekopdracht heeft aanbevolen, in overeenstemming met de verplichtingen inzake toegang van het publiek uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1049/2001; overwegende dat het Gerecht op 14 mei 2025 het besluit van de Commissie om de tekstberichten achter te houden, nietig heeft verklaard; overwegende dat de Commissie volgens het Gerecht geen plausibele verklaring heeft gegeven ter rechtvaardiging van het feit dat zij niet in het bezit is van de tekstberichten<FOOTNOTE><FIELD> Zaak T-36/23, Stevi en The New York Times/Commissie, perscommuniqué: https://curia.europa.eu/jcms/upload/docs/application/pdf/2025-05/cp250060nl.pdf.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>M.</NO.P>overwegende dat tekstberichten in het kader van Verordening (EG) nr. 1049/2001 als “documenten” worden aangemerkt wanneer zij betrekking hebben op materies die verband houden met beleidsmaatregelen, acties en besluiten welke tot de bevoegdheid van de instelling behoren, aangezien een “document” wordt gedefinieerd als iedere inhoud, ongeacht de drager ervan (op papier, in elektronische vorm of als geluids-, beeld- of audiovisuele opname); overwegende dat dit niet betekent dat alle uitgewisselde tekstberichten moeten worden geregistreerd en toegankelijk moeten zijn, maar alleen deze die betrekking hebben op de beleidsmaatregelen, acties en besluiten van de EU; overwegende dat de Commissie nog steeds kan weigeren om het publiek volledige toegang tot deze tekstberichten te verlenen indien een van de in Verordening (EG) nr. 1049/2001 genoemde uitzonderingen, zoals de bescherming van commerciële belangen, van toepassing is;</P></CONS><CONS><P><NO.P>N.</NO.P>overwegende dat de Commissie op 6 oktober 2025 in het Publicatieblad (C/2025/5423) een formele intrekking heeft bekendgemaakt van wetgevingsvoorstellen, met name COM (2011)0137 en COM (2008)0229, die beide tot doel hadden Verordening (EG) nr. 1049/2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten te wijzigen, in het licht van de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon en het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, onder verwijzing naar het ontbreken van zicht op een akkoord, na jaren van impasse in de wetgeving sinds 2011; overwegende dat deze aanhoudende impasse doet vrezen dat het niet langer voldoende is om uitsluitend op het kader van 2001 te vertrouwen om het recht van het publiek op toegang tot EU-documenten in een moderne institutionele en technologische context doeltreffend te versterken;</P></CONS><CONS><P><NO.P>O.</NO.P>overwegende dat de snelle vooruitgang van artificiële intelligentie (AI) zowel kansen als uitdagingen met zich meebrengt voor het waarborgen van accurate en transparante informatie binnen de EU en haar instellingen, organen en instanties, en dat goed ontworpen en beheerde AI-systemen kunnen helpen om misinformatie en desinformatie op te sporen en aan banden te leggen, en zo een geïnformeerd publiek debat kunnen ondersteunen, op voorwaarde dat bij de inzet ervan de grondrechten volledig worden gerespecteerd, verantwoordingsplicht wordt bevorderd en hoge transparantienormen worden gehandhaafd teneinde het vertrouwen van het publiek te behouden en het democratisch bestuur te versterken;</P></CONS><CONS><P><NO.P>P.</NO.P>overwegende dat het Hof van Justitie in zaak C-588/21 P<FOOTNOTE><FIELD> Arrest van het Hof van Justitie van 5 maart 2024, Public.Resource.Org Inc. en Right to Know CLG/Europese Commissie e.a., C-588/21 P, ECLI:EU:C:2024:201.</FIELD></FOOTNOTE>, betreffende een verzoek van organisaties zonder winstoogmerk om toegang tot technische normen inzake de veiligheid van speelgoed, heeft geoordeeld dat de Commissie een hoger openbaar belang in de zin van artikel 4, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1049/2001 had moeten erkennen, waardoor de openbaarmaking van dergelijke geharmoniseerde normen gerechtvaardigd was;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>wijst er nadrukkelijk op dat transparantie en toegang tot documenten grondrechten zijn uit hoofde van het EU-recht, en essentieel zijn voor het waarborgen van transparante, democratische, verantwoordelijke en zinvolle burgerparticipatie;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Jaarverslagen inzake de toegang van het publiek tot documenten</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>stelt vast dat de Commissie in 2024 haar transparantiekader heeft gewijzigd door een herzien reglement van orde vast te stellen, waarin wordt getracht de regels inzake de toegang van het publiek tot documenten krachtens Verordening (EG) nr. 1049/2001 te verduidelijken; beklemtoont dat sommige belanghebbenden hun bezorgdheid hebben geuit over de herziene regels, met name over de definitie van wat als “document” kan worden aangemerkt, de aanvullende uitzonderingen op de verplichting tot registratie van documenten of vermoedens van niet-openbaarmaking, de overeenstemming van die definitie en deze uitzonderingen en vermoedens met de vaste rechtspraak van het HvJ-EU, en het feit dat zij de transparantie zouden ondermijnen, hetgeen een stap achteruit zou betekenen en ook de eenvormige toepassing van Verordening (EG) nr. 1049/2001 zou ondermijnen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>merkt op dat de Commissie 6 938 initiële verzoeken en 641 confirmatieve verzoeken om toegang tot documenten heeft ontvangen in 2024, wat neerkomt op een stijging van het aantal confirmatieve verzoeken van 7 % ten opzichte van 2023<FOOTNOTE><FIELD> Verslag van de Commissie van 19 mei 2025 over de toepassing in 2024 van Verordening (EG) nr. 1049/2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie (COM(2025)0239).</FIELD></FOOTNOTE>; merkt op dat de Commissie 7 274 initiële verzoeken en 599 confirmatieve verzoeken om toegang tot documenten heeft ontvangen in 2023, wat neerkomt op een stijging van het aantal confirmatieve verzoeken van 43 % ten opzichte van 2022<FOOTNOTE><FIELD> Verslag van de Commissie van 3 juli 2024 over de toepassing in 2023 van Verordening (EG) nr. 1049/2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie (COM(2024)0266).</FIELD></FOOTNOTE>; merkt op dat de Commissie 7 410 initiële verzoeken en 418 confirmatieve verzoeken om toegang tot documenten heeft ontvangen in 2022, wat neerkomt op een stijging van het aantal confirmatieve verzoeken van 17,8 % ten opzichte van 2021<FOOTNOTE><FIELD> Verslag van de Commissie van 13 september 2023 over de toepassing in 2022 van Verordening (EG) nr. 1049/2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie (COM(2023)0523).</FIELD></FOOTNOTE>;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>benadrukt dat de Commissie in het kader van de behandeling van confirmatieve verzoeken heeft besloten om in 51 % van de gevallen in 2022, 85 % van de gevallen in 2023 en 60 % van de gevallen in 2024 gedeeltelijke of volledige toegang tot documenten te verlenen; merkt op dat het aantal confirmatieve verzoeken is toegenomen, terwijl het aantal initiële verzoeken is afgenomen, en dat het percentage beslissingen dat in de fase van de confirmatieve verzoeken wordt herroepen, erop wijst dat initiële verzoeken niet grondig worden beoordeeld;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>wijst erop dat het openbaar register van documenten van het Parlement 918 803 referenties bevatte op 31 december 2024 (tegenover 898 267 eind 2023); merkt op dat het totale positieve responspercentage met 91 % hoog bleef en dat verzoeken gemiddeld binnen ongeveer negen werkdagen werden afgehandeld<FOOTNOTE><FIELD> Europees Parlement, “Toegang van het publiek tot documenten 2024 - Jaarverslag van het Europees Parlement”, directoraat-generaal Presidium, afdeling Transparantie, mei 2025.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>erkent dat van alle EU-instellingen de Commissie de meeste verzoeken om toegang tot documenten heeft ontvangen, waarbij haar secretariaat-generaal en het directoraat-generaal Gezondheid en Voedselveiligheid het meest werden aangezocht;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>merkt op dat de Commissie 5 542 antwoorden in de initiële fase en 305 confirmatieve antwoorden heeft gegeven in 2024, en dat de andere EU-instellingen ook vooruitgang hebben geboekt op het vlak van hun inspanningen ter verbetering van transparantie: het register van de Raad bevatte eind 2024 meer dan 527 000 documenten, waarvan meer dan 72 % openbaar toegankelijk was, en de Raad behandelde meer dan 2 800 verzoeken om toegang, voornamelijk afkomstig van maatschappelijke organisaties en de academische wereld, waarbij in 85 % van de gevallen volledige of gedeeltelijke toegang werd verleend<FOOTNOTE><FIELD> Verslag van de Commissie van 3 juli 2024 over de toepassing in 2023 van Verordening (EG) nr. 1049/2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie (COM(2024)0266).</FIELD></FOOTNOTE>;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>is ingenomen met deze trends, aangezien zij het voortdurende streven van de EU naar transparantie in een context van complexe juridische en politieke uitdagingen onderstrepen; merkt echter op dat de Commissie in 85 % van de onderzochte gevallen niet binnen de wettelijke termijnen een besluit heeft genomen en dat in 60 % van de gevallen de vertraging meer dan zestig werkdagen bedroeg;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Recente ontwikkelingen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>benadrukt dat, overeenkomstig artikel 4, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1049/2001, zelfs wanneer bepaalde informatie om gegronde redenen moet worden achtergehouden, gedeeltelijke openbaarmaking moet worden overwogen en de overige delen van het gevraagde document moeten worden vrijgegeven, rekening houdend met het hoger openbaar belang van transparantie en openbaarmaking, dat de beginselen van goed bestuur, institutionele efficiëntie, democratische verantwoordingsplicht en grotere maatschappelijke betrokkenheid bij het besluitvormingsproces omvat;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>is er vast van overtuigd dat een krachtige en aanhoudende inzet voor de toegang van het publiek tot documenten en voor transparantie een fundamentele pijler vormt van het democratische bestel van de EU, en dat dit de betrokkenheid en participatie van de burgers vergroot en bijdraagt tot goed bestuur en goed financieel beheer; is van mening dat het, gezien de huidige context van hybride dreigingen en oorlogvoering, belangrijk is om samenzweringsverhalen en desinformatie te helpen bestrijden, en dat het nastreven hiervan zal bijdragen tot het versterken van de weerbaarheid van de EU tegen buitenlandse inmenging en pogingen om haar integriteit te ondermijnen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>is van mening dat een proactieve aanpak en snellere, minder omslachtige en toegankelijkere procedures voor de behandeling van klachten tegen weigeringen van toegang zouden bijdragen tot daadwerkelijke transparantie, het voorkomen van juridische geschillen, en het vermijden van onnodige kosten en lasten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>is bezorgd over de aanhoudende overrubricering van officiële documenten door instellingen, organen en instanties van de EU, wat in strijd is met het beginsel van transparantie; herhaalt zijn al vaak gedane oproep, zoals verwoord in zijn eerdere resoluties over de toegang van het publiek tot documenten, om duidelijke, consistente en juridisch bindende regels vast te stellen voor de rubricering en derubricering van documenten, teneinde de democratische verantwoordingsplicht te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>stelt met bezorgdheid vast dat mensen die om toegang tot documenten verzoeken, vaak op het probleem stuiten dat de instellingen, organen of instanties op basis van ongefundeerde argumenten toegang weigeren en dat de instellingen soortgelijke verzoeken om toegang tot documenten inconsistent behandelen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>uit zijn bezorgdheid over het feit dat frequent gebruik wordt gemaakt van de in artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1049/2001 vastgestelde uitzonderingen om het verlenen van volledige toegang tot documenten te weigeren; benadrukt dat transparantie en toegang tot documenten de algemene regel moeten blijven, en dat een beperkt aantal legitieme uitzonderingen, zoals gedefinieerd in de desbetreffende wetgeving, bijvoorbeeld om veiligheidsredenen, kan worden ingeroepen en strikt moet worden uitgelegd; herinnert eraan dat elke uitzondering of beperking op de toegang van het publiek tot documenten of informatie, met inbegrip van wetgevingsdocumenten, volgens de Ombudsman uitzonderlijk moet zijn en beperkt moet blijven tot wat absoluut noodzakelijk is.; herhaalt dat een instelling, orgaan of instantie die zich beroept op een van de uitzonderingen op de toegang tot documenten uit hoofde van dit artikel, een objectieve en individuele beoordeling per geval moet uitvoeren; verzoekt de instellingen, organen en instanties van de EU deze beoordelingen op te nemen in hun praktijken voor het verlenen van toegang tot documenten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>verzoekt de Commissie te waken over transparantie van de besluiten die in het kader van de comitologieprocedure worden genomen; herinnert eraan dat het HvJ-EU betreffende de comitologieprocedure heeft geoordeeld dat het bekendmaken van de standpunten van de lidstaten op zich het besluitvormingsproces niet ondermijnt<FOOTNOTE><FIELD> Zie arrest van het Gerecht van 14 juni 2023, Covington &amp; Burling en Van Vooren/Commissie, T-201/21, ECLI:EU:T:2023:333.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>uit zijn bezorgdheid over de moeilijkheden bij de toegang tot documenten van sommige EU-agentschappen en over het feit dat deze agentschappen de toegang van het publiek tot documenten en een behoorlijke controle verhinderen; benadrukt de noodzaak van meer transparantie en proactieve toegang tot documenten van EU-agentschappen; verzoekt de EU-agentschappen voorts in het kader van hun beleid inzake de toegang tot documenten Verordening (EG) nr. 1049/2001 uit te voeren; vraagt met name aan het Asielagentschap van de Europese Unie (EUAA) om het Europees Parlement tijdig toegang te verlenen tot zijn documenten, met name tot informatie en analyses over veilige landen van herkomst en veilige derde landen, in overeenstemming met Verordening (EU) 2021/2303 inzake het Asielagentschap van de Europese Unie<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EU) 2021/2303 van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 2021 inzake het Asielagentschap van de Europese Unie en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 439/2010 (PB L 468 van 30.12.2021, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/2303/oj).</FIELD></FOOTNOTE>, teneinde het democratisch toezicht te versterken; roept ertoe op de verplichting uit hoofde van artikel 17 van Verordening (EG) nr. 1049/2001 om jaarlijks verslag uit te brengen over de uitvoering van de verordening, uit te breiden tot alle andere instellingen, organen en instanties van de EU die onder artikel 15 VWEU vallen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>betreurt het dat de Commissie en de Raad nog steeds geen zinvolle follow-up hebben gegeven aan de aanbevelingen die zijn gedaan in vorige verslagen van het Parlement over de toegang tot documenten; betreurt het voorts dat de EU-instellingen veel documenten met betrekking tot wetgevingsdossiers niet proactief openbaar maken, zodat de burgers niet te weten komen welke documenten er eigenlijk bestaan en zij beperkt worden in de uitoefening van hun recht om toegang tot documenten te vragen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>betreurt de huidige moeilijkheden bij het verkrijgen van de toegang tot gedetailleerde informatie van de Commissie over de uitvoering en handhaving van het EU-recht; verzoekt de Commissie daarom te zorgen voor transparantie van besluiten genomen in het kader van inbreukprocedures;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>verzoekt de Commissie te zorgen voor transparantie van besluiten genomen met betrekking tot de EU-begroting, meer bepaald met betrekking tot EU-financiering voor derde landen en op het gebied van migratie en veiligheid, met inbegrip van informatie over het bedrag, het doel en de bron van de financiering, zodat het Parlement en het publiek controle kunnen uitoefenen op de uitvoering van de EU-begroting;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>herhaalt zijn bezorgdheid over het patroon van systemische vertragingen in hoofde van de Commissie bij het beantwoorden van confirmatieve verzoeken dat in het kader van het gevoerde onderzoek door de Europese Ombudsman is geschetst in Speciaal verslag OI/2/2022/OAM, waarbij is geconstateerd dat structurele tekortkomingen, onvoldoende middelen en ondoeltreffende communicatie er uiteindelijk toe hebben geleid dat personen zijn ontmoedigd om hun recht op toegang uit te oefenen; betreurt dat de Commissie enkele belangrijke aanbevelingen van de Ombudsman nog niet volledig heeft opgevolgd, met name die welke betrekking hebben op het naleven van termijnen, en ook nog geen concrete toezegging heeft gedaan om hieraan gevolg te geven; verzoekt de Commissie en de Raad de nodige maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat de aanbevelingen van de Ombudsman worden opgevolgd en om kernproblemen aan te pakken, zoals aanhoudende vertragingen, gebrek aan betrokkenheid met verzoekers en onvoldoende transparantie in spraakmakende zaken; dringt er bij de Commissie op aan de stelselmatige vertragingen bij de behandeling van verzoeken om toegang van het publiek tot documenten te verhelpen; is van mening dat moet worden voorzien in mogelijke sancties of gevolgen voor het geval instellingen niet reageren op verzoeken om toegang tot documenten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>betreurt het feit dat verschillende wetgevingsvoorstellen van de Commissie werden ingediend zonder begeleidende effectbeoordeling of zonder een naar behoren gemotiveerde afwijking van de verplichting om een dergelijke beoordeling te verstrekken; benadrukt dat de medewetgevers volledig op de hoogte moeten worden gebracht van de onderliggende informatie die ten grondslag ligt aan wetgevingsinitiatieven om de transparantie van het wetgevingsproces te waarborgen; verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat alle toekomstige wetgevingsvoorstellen de grondrechten in acht nemen, gebaseerd zijn op betrouwbare, verifieerbare gegevens die duidelijk aantonen dat zij noodzakelijk, evenredig en naar verwachting doeltreffend en kosteneffectief zijn, en vergezeld gaan van een uitgebreide effectbeoordeling; dringt er bovendien bij de Commissie op aan om volledige transparantie te waarborgen bij de selectie van belanghebbenden die tijdens de voorbereiding van wetgevingsvoorstellen worden geraadpleegd en om voldoende tijd uit te trekken voor brede openbare raadplegingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>betreurt ten zeerste het gebrek aan transparantie bij de Raad, dat nog steeds aanhoudt; vindt het bijzonder jammer dat recente analyses nog steeds wijzen op een gebrek aan proactieve bekendmakings- en registratiepraktijken; herinnert eraan dat de Raad overeenkomstig artikel 16, lid 8, van het VEU in openbare zitting over een ontwerp van wetgevingshandeling moet beraadslagen en stemmen; onderstreept dat het aanmerken van de meeste voorbereidende documenten in lopende wetgevingsprocedures als “LIMITÉ” een onevenredige beperking vormt van het recht van burgers op toegang tot wetgevingsdocumenten; benadrukt dat alle wetgevingsdocumenten die worden opgesteld en/of rondgestuurd, ook moeten worden opgenomen in een gebruiksvriendelijk openbaar register, zodat burgers hun recht op toegang tot documenten volledig kunnen uitoefenen; dringt erop aan dat de Raad zijn regels en procedures inzake transparantie verbetert, met inbegrip van de toegankelijkheid en rubricering van wetgevingsdocumenten; wijst tevens op de rechtspraak van het HvJ-EU, waarin wordt erkend dat het publiek recht heeft op toegang tot documenten uitgaande van werkgroepen van de Raad die bij het wetgevingsproces betrokken zijn; merkt echter op dat er nog steeds actief om toegang moet worden verzocht; neemt met ernstige bezorgdheid kennis van de bevindingen over de weigering van de Raad om toegang te verlenen tot trialoogdocumenten, zoals de algemene oriëntaties van de Raad, documenten met vier kolommen, agenda’s, samenvattingen van resultaten en notulen van trialogen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>herhaalt dat de Raad hogere transparantienormen moet hanteren; benadrukt dat het interinstitutionele vertrouwen wordt ondermijnd wanneer een instelling voortdurend weigert het publiek toegang te verlenen tot documenten die relevant zijn voor de besluitvorming van de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>benadrukt dat internationale overeenkomsten bindende rechtskracht hebben en de ontwikkeling van EU-wetgeving vormgeven; dringt er dan ook op aan dat tijdens het onderhandelingsproces volledige transparantie wordt gewaarborgd door de leden van het Europees Parlement tijdig en onbeperkt toegang te verlenen tot alle relevante documenten; herinnert eraan dat, overeenkomstig artikel 218, lid 10, VWEU, het Europees Parlement “in iedere fase van de procedure onverwijld en ten volle moet worden geïnformeerd”;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>is ingenomen met het arrest van het HvJ-EU in de zaak Stevi en The New York Times/Commissie, en beschouwt dit als een belangrijke bijdrage aan de rechtspraak die heeft aangestuurd op transparante praktijken bij de instellingen, organen en instanties van de EU; merkt op dat het oordeel van het HvJ-EU ruimte laat voor een modernere uitlegging van Verordening (EG) nr. 1049/2001 in het licht van de hedendaagse communicatiepraktijken en veranderende transparantieverwachtingen; herinnert eraan dat het HvJ-EU heeft verduidelijkt dat het recht op toegang tot documenten zich uitstrekt tot alle relevante formaten en niet kan worden omzeild door middel van interne registratieregels of selectieve praktijken voor het beheer van bestanden; dringt er daarom bij alle instellingen, organen en instanties van de EU op aan alle officiële documenten proactief te bewaren, deze te registreren en toegankelijk te maken in alle relevante formaten, waaronder bijvoorbeeld digitale communicatie en tekstberichten wanneer deze betrekking hebben op openbare aangelegenheden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>is van mening dat het vertrouwen in de Commissie is afgenomen door de manier waarop de voorzitter van de Commissie met dit verzoek om toegang tot documenten is omgegaan; betreurt het dat de Commissie blijft weigeren uit te leggen waarom geen toegang tot de gevraagde documenten kon worden verleend; merkt op dat het arrest benadrukt dat het een plicht is om proactief documenten te bewaren zodat het recht op toegang daadwerkelijk kan worden uitgeoefend;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>merkt in dit verband op dat de registratie van een document een gevolg is van het bestaan van een document en geen voorwaarde voor het bestaan ervan, en dat de Commissie zich niet uitsluitend op het ontbreken van registratie in haar systeem kan baseren om vast te stellen dat zij niet over de gevraagde documenten beschikt; is er stellig van overtuigd dat het kwijtraken of wissen van een document alleen omdat een document als “kortstondig” wordt aangemerkt, het beginsel van transparantie en goed bestuur fundamenteel ondermijnt, wat een gevaarlijk precedent kan scheppen voor de toekomstige behandeling van verzoeken om toegang tot documenten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>is bezorgd over het gebrek aan transparantie dat de Commissie aan de dag heeft gelegd bij de publicatie van de aankoopovereenkomsten in het kader van COVID-19; benadrukt dat het HvJ-EU heeft geoordeeld dat de Commissie het publiek onvoldoende toegang heeft gegeven tot de overeenkomsten voor de aankoop van COVID-19-vaccins<FOOTNOTE><FIELD> Zaak T-689/21, <STRING ITALIC="on">Auken e.a./Commissie</STRING>, en zaak T-761/21, <STRING ITALIC="on">Courtois e.a./Commissie</STRING>.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>roept de instellingen, organen en instanties van de EU ertoe op een beleid van transparantie door opmaak te voeren en documenten op proactieve wijze openbaar te maken, met als uiteindelijk doel ervoor te zorgen dat burgers hun recht op toegang tot documenten ten volle kunnen uitoefenen en hun controlerende rol kunnen vervullen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>dringt er bij de Commissie op aan te erkennen dat de uitoefening door burgers van het recht op transparantie en toegang tot documenten geen teken van wantrouwen is dat daarom moet worden beperkt of tegengewerkt, maar juist een kans biedt voor de EU-instellingen om te laten zien hoe beslissingen worden genomen en het vertrouwen van de samenleving in de EU te vergroten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>stelt met bezorgdheid vast dat burgers de weigering van een verzoek om toegang tot documenten of het uitblijven van een tijdig antwoord, wanneer de termijnen niet worden nageleefd, momenteel alleen kunnen aanvechten door een klacht in te dienen bij de Ombudsman, wier aanbevelingen helaas niet juridisch bindend zijn, of door bij het HvJ-EU een gerechtelijke procedure in te leiden tegen een instelling, hetgeen gepaard gaat met een uiterst lang en duur proces en een onzeker resultaat, waardoor burgers die een beslissing om toegang te weigeren willen aanvechten, een onredelijke en afschrikkende last wordt opgelegd; benadrukt dat de zeer hoge gerechtskosten een afschrikkend effect hebben op burgers en het maatschappelijk middenveld met betrekking tot hun recht op toegang tot de rechter en op een doeltreffende voorziening in rechte uit hoofde van het Handvest;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Aanbevelingen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>neemt kennis van de vaststelling van de herziene interne regels van de Commissie inzake de toegang tot documenten, en van de vragen die zijn gerezen over de verenigbaarheid daarvan met het Handvest, het VEU, het VWEU en Verordening (EG) nr. 1049/2001, en neemt er nota van dat er beroepen aanhangig zijn bij het Gerecht van de Europese Unie; dringt er bij de Commissie op aan haar regels inzake dossierbeheer en archieven te herzien in het licht van de relevante rechtspraak en ze te verduidelijken of aan te passen om een zo groot mogelijke transparantie te bieden in overeenstemming met de vereisten en de geest van artikel 15 VWEU en Verordening (EG) nr. 1049/2001; is van mening dat dit de democratische geloofwaardigheid van de EU ten goede zal komen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>33.</NO.P>verzoekt de instellingen, organen en instanties van de EU toegankelijke procedures vast te stellen voor de behandeling van klachten over weigering om toegang te verlenen en maatregelen vast te stellen om ervoor te zorgen dat burgers indien nodig beslissingen kunnen aanvechten; herinnert eraan dat de EU-instellingen verplicht zijn toegesneden antwoorden te geven en zich niet uitsluitend op algemene vermoedens van niet-openbaarmaking mogen baseren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>34.</NO.P>neemt kennis van de intrekking door de Commissie van haar voorstellen van 2008 en 2011 tot herziening van Verordening (EG) nr. 1049/2001; betreurt dit besluit om ze in te trekken na jaren van impasse zonder een duidelijk stappenplan, tijdschema of zinvolle raadpleging, waardoor een belangrijke kans om het bestaande en verouderde kader te moderniseren, wordt gemist; beveelt de Commissie ten zeerste aan om diverse nationale wetten en praktijken met betrekking tot de toegang tot documenten te bestuderen, ook in die lidstaten waar de normen inzake transparantie hoger zijn dan op het niveau van de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>35.</NO.P>verzoekt de Commissie een bijgewerkt en ambitieuzer voorstel in te dienen waarin rekening wordt gehouden met de rechtspraak van het HvJ-EU en het EHRM, evenals met de aanbevelingen van het Parlement, met inbegrip van zijn standpunt van 2011 over de voorgestelde herziening van Verordening (EG) nr. 1049/2001, en waarin sancties zijn opgenomen voor niet-naleving van de transparantieregels; verzoekt de Commissie voorts om uitzonderingen te beperken tot strikt noodzakelijke gevallen en een nieuwe EU-norm vast te stellen voor openheid en toegang van het publiek tot documenten; vraagt, in afwachting van een geactualiseerd voorstel, dat Verordening (EG) nr. 1049/2001 strikt wordt uitgelegd en consequent wordt toegepast in overeenstemming met relevante rechtspraak en met het beginsel dat moet worden gezorgd voor een zo ruim mogelijke toegang;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>36.</NO.P>benadrukt dat het Europees Parlement het goede voorbeeld moet geven door documenten proactief openbaar te maken in overeenstemming met zijn gevestigde praktijk van wetgevingstransparantie, en door deze aanpak uit te breiden tot documenten in verband met wetgevingsdossiers en wetgevingswerkzaamheden, waaronder agenda’s en notulen van de vergaderingen van coördinatoren, en de agenda’s van de Conferentie van voorzitters;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>37.</NO.P>herhaalt zijn oproep aan de Commissie om de systemische vertragingen bij de behandeling van confirmatieve verzoeken onmiddellijk aan te pakken door een proactieve aanpak te volgen, interne procedures te verbeteren, voldoende personele en financiële middelen toe te wijzen op basis van een grondige behoefteanalyse en te zorgen voor tijdige en transparante communicatie met verzoekers, teneinde aldus de wettelijke verplichtingen na te komen en het vertrouwen en de participatie van het publiek te bevorderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>38.</NO.P>beveelt aan dat de instellingen, organen en instanties van de EU op hun respectieve websites advies moeten plaatsen over de informatie die verzoeken om toegang tot documenten op grond van Verordening (EG) nr. 1049/2001 moeten bevatten, teneinde de verwerking van dergelijke verzoeken te vergemakkelijken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>39.</NO.P>benadrukt dat milieu-informatie waarover overheidsinstanties beschikken van openbaar belang is en dat het publiek, overeenkomstig het Verdrag van Aarhus, brede toegang tot deze informatie moet hebben; betreurt het feit dat de weigering van toegang tot informatie over de effecten van emissies op het milieu, bijvoorbeeld op het gebied van chemische verontreiniging, negatieve gevolgen kan hebben voor de volksgezondheid en de bescherming van burgers tegen gevaarlijke stoffen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>40.</NO.P>is ingenomen met de invoering van een snelle herzieningsprocedure door de Europese Ombudsman in gevallen van weigering van verzoeken om toegang;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>41.</NO.P>verzoekt de instellingen, organen en instanties van de EU opleidingsprogramma’s voor al het relevante personeel te ontwikkelen en aan te bieden, met bijzondere aandacht voor personeelsleden die documenten en besluitvormingsprocessen beheren, teneinde een interne cultuur van transparantie, verantwoordingsplicht en goed bestuur te bevorderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>42.</NO.P>dringt erop aan dat besluiten tot afwijzing van verzoeken om toegang worden genomen na objectieve en individuele beoordelingen per geval, en dat deze zonder onnodige vertraging worden meegedeeld en vergezeld gaan van een gemotiveerde en specifieke motivering, in overeenstemming met de relevante rechtspraak; herinnert alle instellingen, organen en instanties van de EU eraan dat elk besluit tot weigering van toegang van het publiek tot documenten beperkt moet blijven tot wat absoluut noodzakelijk is en strikt moet worden uitgelegd, teneinde publieke controle en democratische geloofwaardigheid mogelijk te maken door ervoor te zorgen dat burgers begrijpen waarom toegang is geweigerd en waar nodig gebruik kunnen maken van de beschikbare rechtsmiddelen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>43.</NO.P>roept ertoe op een onafhankelijk controlemechanisme in te stellen dat de praktijken op het gebied van rubricering en derubricering regelmatig herziet;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>44.</NO.P>verzoekt de Commissie meer transparantie te betrachten met betrekking tot overeenkomsten met derden; roept de Commissie ertoe op proactiever te zijn bij het bekendmaken van zoveel mogelijk informatie over aanbestedingsprocedures, in overeenstemming met eerdere verzoeken van het Parlement<FOOTNOTE><FIELD> Bijvoorbeeld in zijn resolutie van 9 september 2025 over overheidsopdrachten, Aangenomen teksten, P10_TA(2025)0174.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>45.</NO.P>verzoekt de EU-instellingen om volledig en snel opvolging te geven aan de besluiten en aanbevelingen van de Ombudsman die zijn genomen na klachten over weigering van toegang tot documenten; verzoekt de instellingen, organen en instanties van de EU snellere, toegankelijkere en verder vereenvoudigde procedures vast te stellen voor de behandeling van klachten over weigering om toegang te verlenen, en maatregelen vast te stellen om ervoor te zorgen dat burgers beslissingen indien nodig kunnen aanvechten; beveelt in dit verband aan hoge ambtenaren of onafhankelijke deskundigen aan te wijzen die in staat zijn beroepen met betrekking tot verzoeken om toegang tot documenten onverwijld te behandelen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>46.</NO.P>dringt aan op volledige transparantie met betrekking tot het gebruik van artificiële intelligentie in de besluitvorming en procedures van de EU-instellingen, met inbegrip van de publicatie van gedetailleerde informatie over algoritmen, trainingsgegevens en effectbeoordelingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>47.</NO.P>benadrukt dat een gebrek aan kennis over het bestaan van documenten burgers kan belemmeren bij de uitoefening van hun recht om toegang tot die documenten te vragen; beklemtoont dat het een wettelijke verplichting uit hoofde van de Verdragen en het Handvest alsook een basisvereiste voor democratische controle en de democratie in het algemeen is, te waarborgen dat burgers het wetgevingsproces begrijpen, in detail kunnen volgen en eraan kunnen deelnemen; roept er daarom toe op dat zowel op EU- als op nationaal niveau gerichte bewustmakings- en voorlichtingscampagnes worden gevoerd om burgers te informeren over hun recht op toegang tot documenten en over de bestaande instrumenten en procedures die hen ter beschikking staan om dat recht uit te oefenen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>48.</NO.P>benadrukt dat internationale overeenkomsten bindende rechtskracht hebben en de ontwikkeling van EU-wetgeving vormgeven; dringt er dan ook op aan dat tijdens het onderhandelingsproces volledige transparantie wordt gewaarborgd door het Parlement tijdig en onbeperkt toegang te verlenen tot alle relevante documenten; dringt erop aan dat het Parlement in iedere fase van de procedure onverwijld en ten volle wordt geïnformeerd, overeenkomstig artikel 218 VWEU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>49.</NO.P>dringt er bij de Raad op aan zijn regels en procedures inzake wetgevingstransparantie te verbeteren; roept op tot een proactieve en tijdige bekendmaking van de algemene en gedeeltelijke benaderingen van de Raad en alle voorbereidende documenten van de Raad over wetgevingsdossiers, met inbegrip van de standpunten van elke lidstaat en de notulen van de vergaderingen van de werkgroepen, en tot het vaststellen van de bekendmaking daarvan als standaardpraktijk in alle besluitvormingsfasen, overeenkomstig het in de Verdragen en het Handvest verankerde beginsel van democratische participatie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>50.</NO.P>verzoekt alle EU-instellingen om het arrest van het Gerecht in zaak T-540/15<FOOTNOTE><FIELD> Arrest van het Gerecht van 22 maart 2018, <STRING ITALIC="on">De Capitani/Parlement</STRING>, T‑540/15, ECLI:EU:T:2018:167.</FIELD></FOOTNOTE> betreffende de toegang tot trialoogdocumenten volledig in acht te nemen; roept de EU-instellingen voorts ertoe op proactief andere trialoogdocumenten bekend te maken, zoals agenda’s, samenvattingen van resultaten en notulen van trialogen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>51.</NO.P>benadrukt dat transparantie hand in hand moet gaan met verantwoordingsplicht; dringt aan op de invoering van regelmatige controles door de Europese Ombudsman op de naleving van transparantieverplichtingen door de instellingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>52.</NO.P>roept op tot de invoering van een gebruiksvriendelijk systeem op de website van het Parlement aan de hand waarvan voor elke hoofdelijke stemming de tekst waarover is gestemd en de stemresultaten per fractie en per lid van het Europees Parlement zichtbaar zijn, in overeenstemming met de eerdere oproep van het Parlement tot meer transparantie en gebruiksvriendelijke instrumenten om de procedures in het Parlement toegankelijker te maken voor burgers;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>53.</NO.P>dringt er bij de EU en de lidstaten met klem op aan de bevindingen en aanbevelingen van het comité van toezicht op de naleving van het Verdrag van Aarhus en van de Ombudsman op te volgen, met inachtneming van hun eigen internationale verplichtingen uit hoofde van het Verdrag van Aarhus en de rechtsstaat;</P></ACTION><SEPARATION><P>°</P><P>°	°</P></SEPARATION><ACTION><P><NO.P>54.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>