<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF2" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2026)0066</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Auteursrecht en generatieve artificiële intelligentie – kansen en uitdagingen</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0019/2026 - Rapporteur: Axel Voss)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 10 maart 2026 over auteursrecht en generatieve artificiële intelligentie – kansen en uitdagingen (2025/2058(INI))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name de artikelen 4, 16, 26, 114, 118 en 179,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 17, lid 2, van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (het Handvest),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 27 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, die op 10 december 1948 door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties werd aangenomen (resolutie 217 A), waarin het recht om vrijelijk deel te nemen aan het culturele leven van de gemeenschap, het recht om te genieten van kunst en om deel te hebben aan wetenschappelijke vooruitgang en de vruchten daarvan, en het recht op de bescherming van de geestelijke en materiële belangen, voortspruitende uit een wetenschappelijk, letterkundig of artistiek werk, wordt bevestigd,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de Berner Conventie voor de bescherming van werken van letterkunde en kunst, zoals gewijzigd op 28 september 1979, en gezien het Verdrag van Rome inzake de bescherming van uitvoerende kunstenaars, producenten van fonogrammen en omroeporganisaties van 26 oktober 1961,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de Overeenkomst inzake de handelsaspecten van de intellectuele eigendom (de Trips-overeenkomst) van 15 april 1994,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn 96/9/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 1996 betreffende de rechtsbescherming van databanken<FOOTNOTE><FIELD>PB L 77 van 27.3.1996, blz. 20, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/1996/9/oj.</FIELD></FOOTNOTE> (de databankrichtlijn),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn 2001/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij<FOOTNOTE><FIELD>PB L 167 van 22.6.2001, blz. 10, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2001/29/oj.</FIELD></FOOTNOTE> (de InfoSoc-richtlijn),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn 2004/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten<FOOTNOTE><FIELD>PB L 157 van 30.4.2004, blz. 45, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2004/48/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 1 van het Eerste Aanvullend Protocol bij het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (ETS nr. 9), dat het recht op het ongestoord genot van eigendom waarborgt en dat volgens de uitlegging van het Europees Hof voor de Rechten van de mens, onder meer in het arrest van 11 januari 2007 in de zaak Anheuser-Busch Inc/Portugal, de intellectuele eigendom omvat,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn 2009/24/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 betreffende de rechtsbescherming van computerprogramma’s<FOOTNOTE><FIELD>PB L 111 van 5.5.2009, blz. 16, ELI: <STRING UNDERLINE="on">http://data.europa.eu/eli/dir/2009/24/oj</STRING>.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming)<FOOTNOTE><FIELD>PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1, ELI: <STRING UNDERLINE="on">http://data.europa.eu/eli/reg/2016/679/oj</STRING>.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn (EU) 2016/943 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende de bescherming van niet-openbaar gemaakte knowhow en bedrijfsinformatie (bedrijfsgeheimen) tegen het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken en openbaar maken daarvan<FOOTNOTE><FIELD>PB L 157 van 15.6.2016, blz. 1, ELI: <STRING UNDERLINE="on">http://data.europa.eu/eli/dir/2016/943/oj</STRING>.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2018/1807 van het Europees Parlement en de Raad van 14 november 2018 inzake een kader voor het vrije verkeer van niet-persoonsgebonden gegevens in de Europese Unie<FOOTNOTE><FIELD>PB L 303 van 28.11.2018, blz. 59, ELI: <STRING UNDERLINE="on">http://data.europa.eu/eli/reg/2018/1807/oj</STRING>.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn (EU) 2019/790 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 inzake auteursrechten en naburige rechten in de digitale eengemaakte markt en tot wijziging van Richtlijnen 96/9/EG en 2001/29/EG<FOOTNOTE><FIELD>PB L 130 van 17.5.2019, blz. 92, ELI: <STRING UNDERLINE="on">http://data.europa.eu/eli/dir/2019/790/oj</STRING>.</FIELD></FOOTNOTE> (de richtlijn inzake auteursrechten in de digitale eengemaakte markt),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn (EU) 2019/1024 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 inzake open data en het hergebruik van overheidsinformatie<FOOTNOTE><FIELD>PB L 172 van 26.6.2019, blz. 56, ELI: <STRING UNDERLINE="on">http://data.europa.eu/eli/dir/2019/1024/oj</STRING>.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2019/1150 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 ter bevordering van billijkheid en transparantie voor zakelijke gebruikers van onlinetussenhandelsdiensten<FOOTNOTE><FIELD>PB L 186 van 11.7.2019, blz. 57, ELI: <STRING UNDERLINE="on">http://data.europa.eu/eli/reg/2019/1150/oj</STRING>.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Witboek van de Europese Commissie van 19 februari 2020 over kunstmatige intelligentie – een Europese benadering op basis van excellentie en vertrouwen (COM(2020)0065),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Verdrag van de Wereldorganisatie voor de intellectuele eigendom inzake auteursrecht en het herziene kaderdocument over het beleid inzake intellectuele eigendom en artificiële intelligentie (WIPO/IP/AI/2/GE/20/1 REV) van 29 mei 2020,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 20 oktober 2020 over intellectuele-eigendomsrechten voor de ontwikkeling van technologieën op het gebied van artificiële intelligentie<FOOTNOTE><FIELD>PB C 404 van 6.10.2021, blz. 129<STRING ITALIC="on">.</STRING></FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2022/868 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2022 betreffende Europese datagovernance en tot wijziging van Verordening (EU) 2018/1724 (datagovernanceverordening)<FOOTNOTE><FIELD>PB L 152 van 3.6.2022, blz. 1, ELI: <STRING UNDERLINE="on">http://data.europa.eu/eli/reg/2022/868/oj</STRING>.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de gezamenlijke Europese verklaring over digitale rechten en beginselen voor het digitale decennium van het Europees Parlement, de Raad en de Europese Commissie van 23 januari 2023<FOOTNOTE><FIELD>PB C 23 van 23.1.2023, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2023/2854 van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2023 betreffende geharmoniseerde regels inzake eerlijke toegang tot en eerlijk gebruik van data en tot wijziging van Verordening (EU) 2017/2394 en Richtlijn (EU) 2020/1828 (dataverordening)<FOOTNOTE><FIELD>PB L, 2023/2854, 22.12.2023, ELI: <STRING UNDERLINE="on">http://data.europa.eu/eli/reg/2023/2854/oj</STRING>.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2024/1689 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 tot vaststelling van geharmoniseerde regels betreffende artificiële intelligentie en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 300/2008, (EU) nr. 167/2013, (EU) nr. 168/2013, (EU) 2018/858, (EU) 2018/1139 en (EU) 2019/2144, en de Richtlijnen 2014/90/EU, (EU) 2016/797 en (EU) 2020/1828 (verordening artificiële intelligentie)<FOOTNOTE><FIELD>PB L, 2024/1689, 12.7.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van Mario Draghi van 9 september 2024 getiteld “The future of European competitiveness” (De toekomst van het Europese concurrentievermogen),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 29 januari 2025 getiteld “Het EU-kompas voor concurrentievermogen” (COM(2025)0030),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van het Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie van 12 mei 2025 getiteld “The Development of Generative Artificial Intelligence from a Copyright Perspective” (De ontwikkeling van generatieve artificiële intelligentie vanuit een auteursrechtperspectief),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 16 juni 2025 getiteld “Staat van het digitale decennium 2025: Blijven bouwen aan de soevereiniteit en de digitale toekomst van de EU” (COM(2025)0290),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de praktijkcode voor AI voor algemene doeleinden en meer bepaald het hoofdstuk ervan over auteursrechten, die op 10 juli 2025 door de Commissie werd gepubliceerd en sinds 2 augustus 2025 van kracht is,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de toelichting en de sjabloon voor de openbare samenvatting van de inhoud waarmee AI voor algemene doeleinden wordt getraind, die op 24 juli 2025 door de Commissie werden gepubliceerd en sinds 2 augustus 2025 van kracht zijn,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de studie getiteld “Generative AI and Copyright – Training, Creation, Regulation”, die in opdracht van de beleidsondersteunende afdeling Justitie, Burgerlijke Vrijheden en Institutionele Zaken van het Europees Parlement op verzoek van de Commissie juridische zaken is uitgevoerd<FOOTNOTE><FIELD>Lucchi, N. (2025), “Generative AI and copyright: Training, Creation, Regulation”, ref. PE 774.095, Europees Parlement.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 55 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie juridische zaken (A10-0019/2026),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat het recht op eigendom, met inbegrip van intellectuele eigendom, als grondrecht is verankerd in artikel 17 van het Handvest en duidelijk is gekwalificeerd in de rechtspraak; overwegende dat de eerbiediging van dit recht in alle stadia van de digitale transformatie en van de ontwikkeling van generatieve artificiële intelligentie (GenAI) moet worden gewaarborgd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat het achterblijven van de EU wat betreft internationale ontwikkelingen op het gebied van artificiële intelligentie (AI) een strategische uitdaging vormt; overwegende dat de Commissie tijdens de AI-actietop in februari 2025 in Parijs het actieplan voor het AI-continent heeft aangekondigd, met als doel Europa tot wereldleider op het gebied van AI te maken; overwegende dat het daarom van essentieel belang is de ontwikkeling van GenAI-technologieën en -diensten van algemeen belang binnen de EU te bevorderen in plaats van te belemmeren, teneinde de technologische soevereiniteit, het concurrentievermogen, de cultuur van meertaligheid en de innovatiecapaciteit van Europa te waarborgen en tegelijkertijd trouw te blijven aan zijn waarden en ervoor te zorgen dat technologische ontwikkeling bijdraagt tot duurzame economische groei, concurrentievermogen en innovatie en tevens brede toegang tot AI-technologieën in de hele EU mogelijk maakt; overwegende dat het behoud van het concurrentievermogen in de wedloop om GenAI te verbeteren ook toegang tot hoogwaardige inhoud vereist, wat onderstreept hoe belangrijk het is de creatieve sector, als bron van hoogwaardige data om AI te trainen, eerlijk te belonen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat de creatieve en culturele sector een sleutelrol speelt bij de bescherming van de Europese waarden en culturele diversiteit, en ongeveer 4 % van de meerwaarde van de EU en 6,9 % van het bruto binnenlands product van de EU vertegenwoordigt; overwegende dat de sector werk biedt aan ongeveer 8 miljoen mensen en daarmee bijdraagt aan de culturele diversiteit, de sociale cohesie, de waarden en de democratische dialoog in Europa;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat in de Verklaring over digitale rechten en beginselen voor het digitale decennium het doel is gesteld te zorgen voor een rechtvaardige, veilige en beveiligde digitale omgeving, waar iedereen, met inbegrip van kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s), de kans krijgt om op een eerlijke en innovatieve manier de concurrentie aan te gaan; overwegende dat hiertoe maatregelen nodig zijn om de traceerbaarheid, veiligheid en conformiteit van op de digitale eengemaakte markt aangeboden producten en diensten te bevorderen; overwegende dat de ondertekenaars zich ertoe verbinden om mensgerichte, betrouwbare en ethische AI-systemen te bevorderen, die op transparante wijze en in overeenstemming met de waarden van de EU worden gebruikt; overwegende dat in de verklaring wordt benadrukt dat de digitale transformatie moet bijdragen tot een eerlijke en inclusieve samenleving en economie, tot de bevordering van culturele en taalkundige verscheidenheid en tot open technologieën en normen, als een manier om het vertrouwen in technologie verder te versterken en consumenten in staat te stellen autonome en geïnformeerde keuzes te maken;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat de doelstellingen van het digitale decennium van de EU waarschijnlijk niet zullen worden gehaald zonder dat het investeringslandschap ingrijpend wordt gewijzigd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat het EU-kompas voor concurrentievermogen gericht is op het stimuleren van innovatie, met name door een gunstig klimaat te creëren in Europa voor jonge bedrijven om te starten en uit te breiden, in het kader van een speciale EU-strategie voor start-ups en scale-ups die op 28 mei 2025 is gelanceerd; overwegende dat dit gepaard moet gaan met een AI-toepassingsstrategie voor ondernemingen van elke omvang teneinde de integratie van AI-technologieën in strategische sectoren te versnellen en de technologische soevereiniteit van de EU te versterken; overwegende dat de culturele en creatieve sector nieuwe en geschoolde banen creëert en bijdraagt tot de economische groei, de diplomatieke macht en de ontbolstering van talent in Europa; overwegende dat kmo’s de overgrote meerderheid van de bedrijven in de creatieve sector uitmaken;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat auteursrechten en naburige rechten automatisch in werking treden zonder registratievereisten; overwegende dat aan verschillende rechthebbenden (auteurs, uitvoerend kunstenaars, producenten, uitgevers en omroepen) uitgebreide exclusieve rechten worden verleend, waaronder het recht om werken en ander materiaal te reproduceren en aan te passen, te verspreiden en onder de aandacht van het publiek te brengen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat de Europese culturele en creatieve sector wordt gekenmerkt door een grote verscheidenheid waarbij contractuele praktijken, waardeketens en soorten inhoud die door auteursrechten en naburige rechten worden beschermd, sterk uiteenlopen; overwegende dat rechthebbenden zich in sommige sectoren collectief organiseren om op te komen voor hun belangen; overwegende dat de werken die door deze gevarieerde groep actoren worden geproduceerd eveneens zeer divers zijn en daarom een verschillende waarde kunnen hebben;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat auteursrechten zowel op juridisch als op technisch vlak gelijke tred moeten houden met de ontwikkeling van nieuwe technologieën; overwegende dat de harmonisatie van de nationale auteursrechtenstelsels van cruciaal belang is in een digitale wereld;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat GenAI een vorm van AI is waarmee, in tegenstelling tot bij andere AI-systemen die voornamelijk zijn ontworpen met het oog op classificatie en voorspellingen, nieuwe inhoud wordt gegenereerd, zoals tekst, beelden, muziek, video’s en codes, op basis van training met behulp van zeer grote datasets waaruit patronen en structuren worden aangeleerd; overwegende dat output van GenAI wordt gecreëerd door middel van voorspellingen op basis van statistische modellen, waarbij menselijke creativiteit over het algemeen wordt nagebootst en reeds bestaande inhoud, waaronder mogelijk auteursrechtelijk beschermd materiaal, als basis wordt gebruikt; overwegende dat dit digitale gebruik van auteursrechtelijk beschermde inhoud het noodzakelijk maakt om de bescherming van auteursrechtelijk beschermde inhoud aan te passen aan de digitale omgeving;</P></CONS><CONS><P><NO.P>K.</NO.P>overwegende dat de ontwikkeling, de inzet en het gebruik van AI volledig in overeenstemming moeten zijn met het huidige rechtskader; overwegende dat het onaanvaardbaar is dat deze technologische ontwikkelingen inbreuk maken op bestaande gevestigde rechten; overwegende dat de huidige systemen voor het voorbehoud van rechten (“opt-out”) op auteursrechtelijk beschermde inhoud vaak onpraktisch zijn, niet altijd alle betrokken vormen van tekst- en datamining omvatten en niet de transparantie bieden die nodig is met het oog op een doeltreffende uitvoering en handhaving; overwegende dat de ontwikkeling van nieuwe technologieën zoals AI en de handhaving van gevestigde rechten, waaronder rechten die in de auteursrechtwetgeving zijn vastgelegd, elkaar niet mogen uitsluiten, maar juist samen moeten worden bevorderd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>L.</NO.P>overwegende dat is bewezen dat aanbieders van GenAI de auteursrechtelijke regels op grote schaal hebben geschonden, onder meer via de ongeoorloofde verzameling van werken op internet, de niet-nakoming van door rechthebbenden gemaakte rechtenvoorbehouden met betrekking tot tekst- en datamining, het gebruik van illegale bronnen om werken te verkrijgen en het niet aanvragen van licenties; overwegende dat dit patroon, dat neerkomt op een duidelijke schending van de grondrechten van makers en op de oneigenlijke toe-eigening van waarde ten nadele van de culturele en informatiesector van de EU, laat zien dat er krachtige maatregelen moeten worden genomen om ervoor te zorgen dat het AI-ecosysteem in de EU eerlijk en ethisch verantwoord is;</P></CONS><CONS><P><NO.P>M.</NO.P>overwegende dat belangrijke juridische kwesties in verband met de wisselwerking tussen GenAI en auteursrechten en naburige rechten gaan over de vraag of het gebruik van auteursrechtelijk beschermde werken en ander materiaal in datasets voor training rechtmatig is op grond van het EU-recht en het nationale recht van de lidstaten, welke juridische status door AI gegenereerde inhoud moet krijgen en hoe transparantie, toestemming en een billijke vergoeding voor makers en rechthebbenden kunnen worden gewaarborgd wanneer hun beschermde werken en ander materiaal worden gebruikt bij het genereren, verspreiden en verdelen van output van AI;</P></CONS><CONS><P><NO.P>N.</NO.P>overwegende dat GenAI, door op grote schaal en tegen lage kosten inhoud te creëren die de door menselijke creativiteit geproduceerde inhoud nabootst, rechtstreeks concurreert met het werk van makers, met name culturele en media-inhoud; overwegende dat deze concurrentie kan leiden tot een afname van de kwaliteit van online-inhoud doordat makers zich terugtrekken, en bijgevolg tot een algemene daling van de menselijke culturele en creatieve productie;</P></CONS><CONS><P><NO.P>O.</NO.P>overwegende dat dit risico dat de menselijke dimensie van het scheppingsproces geleidelijk wordt overgenomen door met AI gegenereerde inhoud, niet alleen de economische levensvatbaarheid van de creatieve sector ondermijnt, maar ook een existentieel risico vormt voor de Europese samenleving en democratie, omdat de grenzen tussen waarheid en onwaarheid en de perceptie van verhalen en hun auteurs erdoor vervagen en de cognitieve vermogens en het kritisch denkvermogen erdoor worden verstoord; overwegende dat de verordening artificiële intelligentie (de AI-verordening) deze risico’s in aanmerking neemt, maar niet compleet kan zijn zonder een robuuste bescherming van auteursrechten en naburige rechten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>P.</NO.P>overwegende dat het voor een correcte handhaving van de wetgeving en de waarborging van een gelijk speelveld in de hele EU en tussen AI-aanbieders noodzakelijk is dat de regels van de EU en de lidstaten inzake auteursrechten en naburige rechten op uniforme wijze van toepassing zijn op alle AI-aanbieders die producten beschikbaar stellen of diensten aanbieden binnen de EU, ongeacht hun vestigingsplaats, de jurisdictie waarin de auteursrechtelijk relevante handelingen plaatsvinden die als basis dienen voor de training van die AI-modellen, en waar de output van het AI-systeem in de EU wordt gebruikt; overwegende dat hetzelfde vereiste mutatis mutandis van toepassing moet zijn op elk later gebruik van inhoud voor inferentie, retrieval-augmented generation of verfijning, niet alleen door aanbieders van AI-modellen, zoals momenteel bepaald in artikel 53 van de AI-verordening, maar ook door aanbieders of gebruiksverantwoordelijken van AI-systemen; overwegende dat het aangaan van nieuwe licentieovereenkomsten niet mag worden opgevat als rechtzetting van eerder ongeoorloofd gebruik van auteursrechtelijk beschermde inhoud;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Q.</NO.P>overwegende dat elke AI-aanbieder die in de EU een AI-model voor algemene doeleinden op de markt brengt, moet controleren of de maatregelen in zijn auteursrechtbeleid, zoals uiteengezet in de praktijkcode voor AI voor algemene doeleinden, in overeenstemming zijn met de wijze waarop de lidstaten uitvoering geven aan het EU-recht inzake het auteursrecht en naburige rechten, alvorens enige auteursrechtelijke handeling te verrichten op het grondgebied van de betrokken lidstaat, aangezien het nalaten hiervan kan leiden tot aansprakelijkheid op grond van het EU-recht inzake het auteursrecht en naburige rechten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>R.</NO.P>overwegende dat de praktijkcode slechts vrijwillig is en niet alle AI-aanbieders deze hebben ondertekend, met name het hoofdstuk over het auteursrecht;</P></CONS><CONS><P><NO.P>S.</NO.P>overwegende dat het mondiale karakter en de exponentiële groei van de training, de toepassing en het aanbod van AI enerzijds en de territoriale toepassing van de regels inzake auteursrechten en naburige rechten anderzijds, belemmeringen creëren voor het verkrijgen van licenties voor de desbetreffende rechten en voor het op de EU-markt aanbieden van AI-producten en -diensten die in overeenstemming zijn met die regels en rechten, vergelijkbaar met hoe dat ging in het digitale tijdperk zonder AI, zij het in veel grotere mate;</P></CONS><CONS><P><NO.P>T.</NO.P>overwegende dat er nog maar weinig rechtspraak bestaat over het inbreukmakende gebruik van auteursrechtelijk beschermde inhoud voor training van AI-modellen, maar dat er in de nabije toekomst enkele rechterlijke uitspraken worden verwacht, aangezien verschillende rechthebbenden in de EU en andere delen van de wereld gerechtelijke stappen hebben ondernomen tegen bepaalde AI-aanbieders;</P></CONS><CONS><P><NO.P>U.</NO.P>overwegende dat training van GenAI, een specifieke vorm van gebruik, vraagt om verduidelijking van de wettelijke voorwaarden waaronder dit soort training mag plaatsvinden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>V.</NO.P>overwegende dat hoogwaardige, door mensen gegenereerde (niet-synthetische) en uitgebreide datasets voor training van essentieel belang zijn voor zowel het onderzoek als de doeltreffende commerciële ontwikkeling van GenAI-systemen en voor het waarborgen van een hoogwaardige en betrouwbare output van GenAI-systemen; overwegende dat het daarom van cruciaal belang is dat het rechtmatige opstellen en gebruiken van dergelijke datasets binnen de EU, met uitzondering van illegaal verkregen, ongeoorloofd of anderszins inbreukmakend materiaal, mogelijk wordt gemaakt om innovatie te bevorderen, technologische en culturele soevereiniteit te waarborgen en het concurrentievermogen van de EU op peil te houden in het snel veranderende mondiale AI-landschap en de Europese culturele en creatieve sector te beschermen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>W.</NO.P>overwegende dat de oprichting van het kenniscentrum voor auteursrechten van het Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie (het EUIPO) een lovenswaardig initiatief zou zijn dat op het juiste moment komt om nuttige en betrouwbare informatie over het auteursrecht te verstrekken en een belangrijk contactpunt kan worden tussen houders van auteursrechten en naburige rechten en hun vertegenwoordigers enerzijds en belanghebbenden die actief zijn op het gebied van opkomende technologieën, met name GenAI, anderzijds;</P></CONS><CONS><P><NO.P>X.</NO.P>overwegende dat rechthebbenden de mogelijkheid moeten krijgen om instrumenten te gebruiken waarmee ze op doeltreffende wijze het gebruik van hun werk voor AI-training kunnen uitsluiten in een beperkt aantal gestandaardiseerde, machinaal leesbare formaten die mogelijk door het EUIPO worden beheerd en geregistreerd, waardoor geregistreerde werken daadwerkelijk kunnen worden uitgesloten van geautomatiseerde datacrawling en rechtszekerheid wordt geboden aan zowel rechthebbenden als AI-aanbieders;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Y.</NO.P>overwegende dat elke aanbieder of gebruiksverantwoordelijke van GenAI-modellen en ‑systemen moet zorgen voor transparantie met betrekking tot alle auteursrechtelijk beschermde inhoud die wordt gebruikt om die modellen en systemen te trainen, ongeacht de jurisdictie waarin de auteursrechtelijk relevante handelingen plaatsvinden die als basis dienen voor de training van hun GenAI-modellen; overwegende dat deze transparantie behelst dat een gespecificeerde lijst wordt opgesteld waarin alle auteursrechtelijk beschermde inhoud wordt opgenomen die voor training wordt gebruikt; overwegende dat hetzelfde vereiste mutatis mutandis van toepassing moet zijn op elk later gebruik van deze inhoud voor andere doeleinden, met inbegrip van inferentie, retrieval-augmented generation of verfijning, niet alleen door aanbieders van AI-modellen, zoals momenteel bepaald in artikel 53 van de AI-verordening, maar ook door aanbieders of gebruiksverantwoordelijken van AI-systemen; overwegende dat gebruiksvormen zoals inferentie en retrieval-augmented generation in wezen continu en in realtime plaatsvinden; overwegende dat in dergelijke gevallen de transparantie ook de crawling zelf moet omvatten, waarbij crawlers zich kenbaar moeten maken bij de webexploitanten, en aanbieders en gebruiksverantwoordelijken van AI gedetailleerde gegevens over hun crawlingactiviteiten moeten bijhouden; overwegende dat wanneer AI-systemen zoekopdrachten van gebruikers verwerken, het vermoeden moet gelden dat inhoud is gecrawld, ook voor inferentie en retrieval-augmented generation; overwegende dat de loutere informatie over de inhoud van derden die door aanbieders en gebruiksverantwoordelijken van AI en GenAI wordt gebruikt, geen bedrijfsgeheimen vormt in de zin van het EU-recht;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Z.</NO.P>overwegende dat een dergelijke transparantie kan worden bewerkstelligd door een betrouwbare tussenpersoon, zoals het EUIPO, die de taak zou krijgen om rechthebbenden in kennis te stellen van het gebruik van hun inhoud zodat zij rechtsvorderingen kunnen instellen in verband met het gebruik van die inhoud voor training; overwegende dat zo’n tussenpersoon de nodige bevoegdheden en middelen moet krijgen om te beoordelen of aanbieders en gebruiksverantwoordelijken hun transparantieverplichtingen volledig nakomen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AA.</NO.P>overwegende dat transparantie ook kan worden bereikt door rechthebbenden de mogelijkheid te bieden hun werken en ander beschermd materiaal van een watermerk te voorzien, en door AI-aanbieders te verplichten die watermerken onveranderd te laten, en zoekinstrumenten beschikbaar te stellen waarmee dergelijke watermerken kunnen worden opgespoord in het materiaal dat voor training wordt gebruikt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AB.</NO.P>overwegende dat er, naast de transparantieverplichting met betrekking tot auteursrechtelijk beschermde werken en ander beschermd materiaal, een mechanisme moet worden ingesteld waarbij, onder bepaalde voorwaarden, het niet naleven van volledige transparantie door aanbieders of gebruiksverantwoordelijken van AI-modellen en -systemen aanleiding moet geven tot een weerlegbaar vermoeden dat relevante auteursrechtelijk beschermde werken of ander beschermd materiaal zijn gebruikt voor trainingsdoeleinden, inferentie of retrieval-augmented generation, waardoor alle toepasselijke rechtsgevolgen uit hoofde van het EU-recht en het nationale recht voor inbreuken op het auteursrecht en naburige rechten in werking treden; overwegende dat, wanneer een rechter op basis van een dergelijk vermoeden of op basis van ingediend bewijsmateriaal oordeelt ten gunste van een rechthebbende of de organisaties die een rechthebbende vertegenwoordigen, alle redelijke en evenredige gerechtskosten en andere kosten ten laste moeten komen van de AI-aanbieder;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AC.</NO.P>overwegende dat de perssector een cruciale rol speelt bij het waarborgen van de democratie en van de democratische structuren binnen de EU; overwegende dat het absoluut noodzakelijk is om ervoor te zorgen dat GenAI-modellen en -systemen geen selectieve verwerking toepassen waarbij bepaalde publicaties voorrang krijgen boven andere, zodat de pluriformiteit en onpartijdigheid van informatie gewaarborgd blijven; overwegende dat GenAI-modellen en -systemen zodanig moeten worden ontworpen dat ze het volledige spectrum van perspublicaties omvatten en in aanmerking nemen, zodat de fundamentele democratische waarden van diversiteit en eerlijkheid in het publieke debat worden gehandhaafd; overwegende dat er duidelijke kwaliteitsnormen voor GenAI-modellen en -systemen moeten worden vastgesteld;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AD.</NO.P>overwegende dat transparantie met betrekking tot de output van AI-systemen essentieel is om inhoud naar behoren te kunnen classificeren als “door AI gegenereerde” of “door mensen gecreëerde” werken, afhankelijk van de vraag of de output voldoet aan de vastgestelde criteria voor auteursrechtelijke bescherming; overwegende dat een dergelijke classificatie verstrekkende juridische gevolgen heeft, onder meer voor de toepasselijkheid van auteursrechtelijke bescherming en de vaststelling van rechten en aansprakelijkheden; overwegende dat het vertrouwen van de burgers in AI alleen kan worden opgebouwd op basis van een regelgevingskader, dat garandeert dat elk AI-systeem dat in werking wordt gesteld volledig voldoet aan en in overeenstemming is met de Verdragen, het Handvest en het afgeleide EU-recht;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AE.</NO.P>overwegende dat in de auteursrechtwetgeving van de EU, waar het gaat om de juridische benadering van output van GenAI, steeds wordt uitgegaan van de beginselen van menselijk auteurschap; overwegende dat volgens vaste rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie het begrip “werk” de combinatie van twee cumulatieve elementen veronderstelt: het betrokken voorwerp moet ten eerste oorspronkelijk zijn en een eigen intellectuele schepping van de auteur vormen, en ten tweede moet het voorwerp een uitdrukkingsvorm betreffen waardoor het voldoende nauwkeurig en objectief kan worden geïdentificeerd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AF.</NO.P>overwegende dat GenAI in toenemende mate wordt ingezet als instrument om de handhaving van auteursrechten en naburige rechten te ondersteunen; overwegende dat de Commissie ervoor moet zorgen dat bij het gebruik van GenAI voor de handhaving van auteursrechten doeltreffende waarborgen zijn ingebouwd, waaronder waarborgen tegen misbruik, zodat de grondrechten, met name de vrijheid van meningsuiting en de persvrijheid, volledig worden geëerbiedigd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AG.</NO.P>overwegende dat inconsistente internationale regels in verband met de toepasselijkheid van auteursrechten op door AI gegenereerde inhoud de mondiale samenhang van het intellectuele-eigendomsrecht in gevaar brengen en tot regelgevingsarbitrage kunnen leiden of het concurrentievermogen van de creatieve en AI-sector van de EU kunnen verzwakken; overwegende dat internationale convergentie en de totstandbrenging van een mondiaal regelgevingskader een doeltreffender en coherenter alternatief zouden vormen voor de uiteenlopende juridische benaderingen die momenteel bestaan; overwegende dat de EU-regelgeving inzake AI en auteursrecht niet mag worden beïnvloed door externe politieke druk; overwegende dat de EU in dit verband met een krachtig en eensgezind antwoord moet komen om de werking van haar interne markt te waarborgen, haar beroepsbevolking en concurrentievermogen te beschermen, haar technologische autonomie te versterken en mondiale normen op het gebied van intellectuele eigendom vast te stellen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AH.</NO.P>overwegende dat, om ervoor te zorgen dat het EU-recht met betrekking tot alle generatieve AI-diensten correct wordt toegepast en te voorkomen dat aanbieders die niet in de EU gevestigd zijn een oneerlijk concurrentievoordeel behalen door het niet naleven van de regels, het van essentieel belang is dat de regels ter bescherming en handhaving van auteursrechten op EU- en nationaal niveau daadwerkelijk van toepassing zijn op alle diensten die op de EU-markt worden aangeboden; overwegende dat de toenemende concentratie van de macht in handen van een klein aantal grote niet-Europese bedrijven de strategische afhankelijkheid van de EU vergroot en het vermogen aantast van Europese makers en de Europese pers om hun rechten uit te oefenen en te doen gelden; overwegende dat, voor zover dit is toegestaan op grond van het EU-recht en het internationaal recht, het territorialiteitsbeginsel van auteursrechtelijke bescherming moet worden aangepast aan de training van generatieve AI-systemen zodat het gebruik van Europese inhoud onder het EU-recht valt, zelfs wanneer die training buiten de EU plaatsvindt, hetgeen van fundamenteel belang is om Europese makers en rechthebbenden een billijke vergoeding te waarborgen, de culturele en creatieve vitaliteit van de EU in stand te houden en voor eerlijke concurrentie te zorgen tussen Europese en niet-Europese aanbieders van GenAI-systemen; overwegende dat GenAI-systemen die niet aan deze vereisten voldoen, moeten worden verboden in de EU en dat deze beginselen strikt moet worden gehandhaafd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AI.</NO.P>overwegende dat de snelle vooruitgang op het gebied van GenAI de mogelijkheden om realistische gemanipuleerde digitale beelden, audio- of video-inhoud te creëren en te verspreiden aanzienlijk heeft vergroot, met inbegrip van werken en uitvoeringen van kunstenaars, die lijken op of een imitatie zijn van bestaande personen, ook wel bekend als “deepfakes”, die ten onrechte authentiek of waarheidsgetrouw lijken; overwegende dat misbruik van dergelijke inhoud een risico met zich meebrengt voor de identiteit en persoonlijkheid van de betrokkenen, onder meer wat betreft hun lichaam, gelaatstrekken en stem;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>wijst op de onduidelijkheden die tot dusver zijn geconstateerd bij de toepassing van de richtlijn inzake auteursrechten in de digitale eengemaakte markt met betrekking tot training van GenAI, en pleit ervoor dat snel duidelijkheid wordt verschaft over de toepassing en uitvoering ervan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>is van mening dat de huidige auteursrechtwetgeving tekortschiet om een antwoord te bieden op de uitdagingen in verband met licenties voor auteursrechtelijk beschermd materiaal bij GenAI; roept op een aanvullend rechtskader op te zetten om de licentieregels voor GenAI te verduidelijken en mogelijke inbreuken op de huidige auteursrechtwetgeving aan te pakken; dringt erop aan dat in een dergelijk kader bepalingen moeten worden opgenomen om te zorgen voor een doeltreffende samenwerking tussen aanbieders van GenAI enerzijds en makers en andere rechthebbenden anderzijds, onder meer door middel van een goed functionerende licentiemarkt waar rechthebbenden opnieuw onderhandelingsmacht verwerven, en haalbare beschermingsoplossingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>brengt in herinnering dat uitzonderingen op huidige rechten uit hoofde van het acquis inzake auteursrechten, ook met betrekking tot AI, in overeenstemming moeten zijn met de driestappentoets van artikel 5, lid 5, van de InfoSoc-richtlijn en de Berner Conventie; merkt op dat het begrip “rechtmatige toegang” niet van toepassing is op illegaal verkregen en inbreukmakende kopieën van werken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat activiteiten die worden uitgevoerd voor wetenschappelijk onderzoek of educatieve doeleinden, met name door onderzoeksorganisaties en instellingen voor cultureel erfgoed, of in het kader van niet-commerciële innovatie niet worden beperkt, in overeenstemming met het beginsel van artikel 13 van het Handvest; dringt er bij de Commissie op aan erop toe te zien dat de commerciële exploitatie van onderzoeksresultaten die voortvloeien uit deze activiteiten niet wordt beperkt, op voorwaarde dat de rechthebbenden hiervoor de passende toestemmingen hebben verleend;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>herhaalt dat rechthebbenden, met name uit de pers- en nieuwsmediasector, en in het bijzonder persuitgevers, journalisten en nieuwsredacteuren, de volledige controle moeten hebben over het digitale gebruik van hun inhoud door AI-systemen en -modellen voor trainingsdoeleinden; benadrukt dat deze controle gebaseerd moet zijn op een solide en goed functionerend systeem om bezwaar te maken tegen dergelijk gebruik door AI-systemen en -modellen, dat stoelt op volledige transparantie en bronvermeldingsplicht voor het gebruik van inhoud van derden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>is voorts van mening dat deze rechthebbenden de volledige controle moeten hebben over het gebruik van hun inhoud voor doeleinden die verder strekken dan AI-training, met inbegrip van inferentie en retrieval-augmented generation door middel van systemen zoals applicaties, of over het gebruik voor doeleinden die bevorderlijk zijn voor de productie van door AI gegenereerde, concurrerende aanbiedingen op de primaire markten van de rechthebbenden; is van mening dat het gebruik van beschermde inhoud voor dergelijke doeleinden die verder gaan dan training, alleen kan plaatsvinden met de uitdrukkelijke toestemming van de rechthebbenden; stelt voor dat de Commissie onderzoekt hoe afgeleide rechten voor persuitgevers, journalisten en nieuwsredacteuren, en andere aanverwante rechten, ook voor producenten van nieuwsmedia en nieuwszenders, voor deze doeleinden kunnen worden uitgebreid; is van mening dat dergelijke vergoedingsrechten ook kunnen worden beheerd aan de hand van een vrijwillig collectief licentiesysteem, waarbij een vermoeden van collectief rechtenbeheer namens de rechthebbenden met betrekking tot AI-gerelateerd gebruik van hun inhoud kan worden ingevoerd, onverminderd het recht van rechthebbenden om voor individuele licenties te kiezen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>dringt er bij de Commissie op aan de mogelijkheid te onderzoeken om de pers- en nieuwsmediasector, waarvan de diensten veelvuldig en integraal worden gebruikt door AI-systemen, te beschermen en mechanismen af te toetsen en indien nodig voor te stellen om ervoor te zorgen dat aanbieders van GenAI-modellen of -systemen die aantoonbaar onlineverkeer en inkomsten wegkapen van de pers en nieuwsmedia, die mediakanalen op een eerlijke, evenredige en niet-discriminerende wijze compenseren, met bijzondere aandacht voor lokale en regionale media, teneinde de pluriformiteit van de media, de diversiteit en het democratische debat in de EU en haar lidstaten te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>wijst op het toenemende gebruik van GenAI voor de aggregatie of presentatie van nieuwsinhoud en de verstrekkende gevolgen daarvan voor de toegang tot en de diversiteit van informatie; verzoekt de Commissie en de lidstaten te zorgen voor de volledige handhaving van het EU-recht om dit verschijnsel aan te pakken; benadrukt dat dergelijke systemen in overeenstemming moeten zijn met en moeten bijdragen tot de beginselen die ten grondslag liggen aan de Europese verordening mediavrijheid<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) 2024/1083 van het Europees Parlement en de Raad van 11 april 2024 tot vaststelling van een gemeenschappelijk kader voor mediadiensten op de interne markt en tot wijziging van Richtlijn 2010/13/EU (Europese verordening mediavrijheid) (PB L, 2024/1083, 17.4.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1083/oj).</FIELD></FOOTNOTE>, met name de pluriformiteit van de media en de diversiteit van informatie; beklemtoont dat artikel 34 van de digitaledienstenverordening naar behoren moet worden toegepast wanneer dergelijke aanbieders worden aangewezen als zeer grote onlineplatforms of zoekmachines, zodat syteemrisico’s voor de vrijheid en de pluriformiteit van de media adequaat worden aangepakt; verzoekt de Commissie voorts snel op te treden tegen inbreuken op de digitalemarktenverordening met betrekking tot mogelijke zelfbevoordeling door poortwachters die hun AI-diensten bevoordelen en de eerlijke concurrentie met zakelijke gebruikers verstoren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>verzoekt de Commissie om, in overleg met organisaties voor collectief rechtenbeheer, de vaststelling van vrijwillige collectieve licentieovereenkomsten per sector te vergemakkelijken, als middel om snel een functionerende licentiemarkt tot stand te brengen die een evenwichtig en efficiënt kader biedt waarin rechthebbenden eerlijk worden vergoed en AI-aanbieders toegang krijgen tot hoogwaardige trainingsdata; roept de Commissie op ervoor te zorgen dat dergelijke collectieve licentieovereenkomsten toegankelijk zijn voor alle belanghebbenden, met inbegrip van individuele makers en kmo’s, en dat te goeder trouw gevoerde onderhandelingen en transparantie worden bevorderd; herinnert eraan dat de weigering van rechthebbenden om hun inhoud voor trainingsdoeleinden te gebruiken, moet worden geëerbiedigd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>verzoekt de Commissie rechtszekerheid te creëren voor zowel rechthebbenden als AI-aanbieders en de noodzaak en haalbaarheid te beoordelen van instrumenten waarmee rechthebbenden op doeltreffende wijze het gebruik van hun werk voor AI-training kunnen uitsluiten in een beperkt aantal machinaal leesbare, gestandaardiseerde formaten die door een betrouwbare tussenpersoon worden beheerd; stelt voor om het EUIPO aan te wijzen als betrouwbare tussenpersoon die de uitsluitingen beheert en registreert, en die gebruik kan maken van andere reeds bestaande registers waarin uitsluitingen zijn opgenomen; benadrukt dat deelname aan een nieuw mechanisme eenvoudig en kostenefficiënt moet zijn en eerder kenbaar gemaakte weigeringen niet teniet mag doen of terzijde mag schuiven, en AI-aanbieders tegelijkertijd een alomvattend instrument moet bieden om de naleving van het auteursrecht te garanderen; is van mening dat de ontwikkeling van dergelijke mechanismen moet worden opgezet en beoordeeld in overleg met de betrokken belanghebbenden, met name rechthebbenden, AI-aanbieders en de respectieve organisaties die hen vertegenwoordigen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>beveelt de Commissie aan het EUIPO ook verantwoordelijk te maken voor de ondersteuning van een sectorspecifiek, vrijwillig licentieproces, teneinde de betrekkingen tussen aanbieders van GenAI en rechthebbenden te stroomlijnen en een werkbaar, innovatievriendelijk kader tot stand te brengen dat het concurrentievermogen van de EU ondersteunt, zonder dat dit de ontwikkeling van AI-technologieën onnodig belemmert en onevenredige administratieve lasten met zich meebrengt of de afdwingbaarheid van exclusieve rechten in gevaar brengt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>verzoekt de Commissie aanbieders en gebruiksverantwoordelijken van AI-modellen en ‑systemen voor algemene doeleinden die in de EU in de handel worden gebracht, voorstellen te doen inzake transparantie en bronvermelding voor het gebruik van auteursrechtelijk beschermd werk of ander beschermd materiaal, waaronder de handhaving van de opt-outregeling door een betrouwbare tussenpersoon zoals het EUIPO; raadt de Commissie aan om samen met AI-aanbieders en relevante belanghebbenden te blijven werken aan de verbetering van de sjabloon voor trainingsdata; stelt dat de transparantieverplichting voor doeleinden zoals inferentie en retrieval-augmented generation, die continue en realtime crawling vereisen, moet worden aangevuld met een verplichting dat crawlers identificeerbaar zijn voor de webexploitant en dat AI-ondernemingen gedetailleerde gegevens bijhouden van alle uitgevoerde crawlingactiviteiten, waarbij terdege rekening gehouden wordt met de noodzaak om bedrijfsgeheimen en vertrouwelijke bedrijfsinformatie te beschermen en gezorgd wordt voor een passend evenwicht tussen een dergelijke bescherming en de doeltreffende uitvoering van transparantieverplichtingen; benadrukt dat een digitale watermerk, waarbij op discrete wijze een handtekening, een code of specifieke informatie rechtstreeks wordt aangebracht in beschermde inhoud – zoals tekst, beelden, video of audio – een innovatief en krachtig instrument is om auteursrechten en naburige rechten te beschermen; beklemtoont dat de Commissie ook het onderzoek naar en de ontwikkeling van normen voor innovatieve technologische oplossingen die informatie uit datasets beter controleerbaar maken, moet bevorderen, zoals cryptografische watermerken; is van mening dat nieuwe opt-outmechanismen geen invloed mogen hebben op eerder vastgestelde opt-outs;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>is van mening dat er geen rechtskader voor de training van GenAI met door auteursrechten en naburige rechten beschermde werken en andere materialen mag worden ingesteld zonder volledige transparantie te betrachten voor het gebruik van dergelijke data en zonder de daadwerkelijke bescherming en handhaving van de rechten van makers te waarborgen, waardoor makers opnieuw volledige onderhandelingsmacht verwerven met het oog op het verkrijgen van een passende en evenredige vergoeding;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>wijst erop dat de praktijkcode voor AI voor algemene doeleinden, de richtsnoeren en de sjablonen moeten worden herzien en beschouwd als dynamische documenten die regelmatig moeten worden geactualiseerd om rekening te houden met nieuwe uitdagingen op het gebied van auteursrechtelijke bescherming en de ontwikkeling van AI; merkt op dat deze praktijkcode een tijdelijk instrument is om aan te tonen dat aan de AI-verordening wordt voldaan totdat er geharmoniseerde normen zijn ontwikkeld, zoals benadrukt in de richtsnoeren die op 18 juli 2025 door het Europees AI-bureau zijn gepubliceerd; is verheugd over de insteek van het hoofdstuk inzake auteursrecht van de praktijkcode voor AI voor algemene doeleinden, waarin onder meer toezeggingen worden gedaan over de documentatie van datasets, opt-outs en klachtenbehandeling, maar wijst tegelijkertijd op de resterende tekortkomingen; verzoekt het Europees AI-bureau deze bepalingen krachtig te handhaven en de ontwikkeling van de hoogste EU-normen voor een efficiënte naleving van de betreffende vereisten te faciliteren, en dringt er bij de ondertekenaars op aan een openbaar auteursrechtbeleid vast te stellen en een toegankelijk, aan termijnen gebonden klachtenmechanisme op te zetten dat rechthebbenden doeltreffende verhaalsmogelijkheden biedt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>beveelt aan dat de Commissie, los van en vóór de start van haar geplande herziening van het kader voor auteursrechten en de richtlijn inzake auteursrechten in de digitale eengemaakte markt en zonder er vooraf van uit te gaan dat de wetgeving moet worden herzien, dringend een grondige beoordeling maakt om snel na te gaan of de uitvoering van het bestaande EU-acquis inzake auteursrechten voldoende rekening houdt met de rechtsonzekerheid en de gevolgen voor de mededinging als gevolg van het gebruik van beschermde werken en ander materiaal voor het trainen van GenAI-systemen, met de gevolgen op het gebied van territorialiteit, met de duurzaamheid van andere openbaar toegankelijke hulpbronnen zoals online-encyclopedieën, bibliotheken of archieven, alsook met de verspreiding van door AI gegenereerde inhoud die in de plaats kan komen van menselijke creatieve expressie; benadrukt dat bij deze beoordeling een holistische benadering moet worden gevolgd, rekening houdend met de behoeften van alle belanghebbenden, met inbegrip van onderzoekers, universiteiten, bibliotheken, culturele organisaties, Europese AI-ontwikkelaars, waaronder start-ups, nieuwskanalen en de creatieve sector, met betrekking tot het gebruik en de ontwikkeling van AI;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>bevestigt dat, in overeenstemming met het EU-recht en het internationaal recht en met het oog op het waarborgen van een gelijk speelveld tussen in de EU en niet in de EU gevestigde GenAI-diensten, het bieden van passende bescherming en een billijke vergoeding aan makers voor het gebruik van hun werk, het verbeteren van de licentieverlening voor dergelijke werken en uiteindelijk het bevorderen van de culturele vitaliteit van de EU, het territorialiteitsbeginsel zodanig moet worden uitgelegd dat wanneer generatieve AI-modellen en -systemen op de EU-markt worden gebracht of worden aangeboden, de auteursrechtwetgeving van de EU van toepassing is, zoals vermeld in overweging 106 van de AI-verordening, ongeacht de jurisdictie waarin de auteursrechtelijk relevante handelingen plaatsvinden die als basis dienen voor de training van die GenAI-modellen en -systemen, met als gevolg dat, wanneer het auteursrecht niet wordt geëerbiedigd, die modellen en systemen niet in de EU in de handel mogen worden gebracht of worden aangeboden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>beveelt voorts aan dat een dergelijke beoordeling erop gericht is een kader te handhaven waarin transparantie wordt gewaarborgd met betrekking tot het gebruik van auteursrechtelijk beschermd werk of ander beschermd materiaal, en waarin systemen voor billijke en evenredige vergoedingen voor dergelijk gebruik het mogelijk maken de nodige middelen te genereren om de Europese artistieke en creatieve productie te laten floreren in een context van wereldwijde veranderingen als gevolg van AI en de duurzaamheid van het publieke informatie-ecosysteem te waarborgen; wijst erop dat deze voorwaarden dringend moeten worden gegarandeerd om het toenemende risico tegen te gaan dat menselijke creativiteit geleidelijk wordt vervangen door met AI-systemen gegenereerde inhoud;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>neemt er nota van dat er GenAI-systemen worden gebruikt die op grote schaal beschermde inhoud als basis gebruiken en deze reproduceren zonder dat de rechthebbenden die nadeel ondervinden van dit gebruik daarvoor toestemming hebben geven of een compensatie ontvangen, met name wanneer die systemen zijn geïntegreerd in zoekmachines of andere digitale diensten die het mogelijk maken om, vaak in real time en tegen zeer lage kosten, inhoud te genereren die inbreuk maakt op originele en andere beschermde werken waarmee de modellen zijn getraind of die door dergelijke modellen, ook in realtime, door middel van scraping zijn verzameld; is verontrust dat deze praktijken ertoe kunnen leiden dat er producten en diensten worden aangeboden die rechtstreeks en oneerlijk concurreren met die van de rechthebbenden, onder meer door illegale zelfbeoordeling van poortwachters;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>brengt in herinnering dat vrijwillige individuele dan wel collectieve licenties essentieel zijn voor het succes van de creatieve sectoren, doordat zij flexibiliteit bieden om het model te kiezen dat het meest geschikt is voor een bepaald gebruik, maar benadrukt dat rechthebbenden de vrijheid moeten behouden om te bepalen of zij een licentie verlenen voor het gebruik van hun werken door generatieve AI-systemen en om de bijbehorende vergoeding vast te stellen, zodat de diversiteit van de sector gewaarborgd blijft en marktverstoringen worden voorkomen die de levensvatbaarheid van de creatieve sector en van de Europese pers zouden kunnen ondermijnen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>dringt aan op de instelling van een samenhangend en functionerend licentiekader voor het gebruik van door auteursrechten of naburige rechten beschermde inhoud, zodat makers een billijke vergoeding krijgen voor de exploitatie van hun auteursrechtelijk beschermde inhoud door GenAI-modellen; moedigt aanbieders van AI-modellen aan om licenties aan te vragen bij rechthebbenden en benadrukt dat doeltreffende en volledige transparantie met betrekking tot auteursrechtelijk beschermde werken en inhoud die worden gebruikt om AI-modellen te trainen, een essentiële voorwaarde is voor de ontwikkeling van een dergelijke markt; beveelt in dit verband aan om de handhavings- en transparantieverplichtingen voor AI-ontwikkelaars die dergelijke inhoud gebruiken, te versterken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>verzoekt de Commissie na te gaan of er een mogelijke oplossing bestaat voor onmiddellijke, billijke en evenredige vergoedingen voor eerder plaatsgevonden gebruik van auteursrechtelijk beschermde werken door aanbieders van AI-modellen en -systemen voor algemene doeleinden waar het gaat om het gebruik van door auteursrechten of naburige rechten beschermde inhoud indien er nog geen licentiemarkt tot stand kon worden gebracht, waarbij een dergelijke verplichting van toepassing blijft totdat de in dit verslag beoogde hervormingen verder zijn uitgewerkt; verzet zich in dit verband tegen elk voorstel voor een kader waarbij AI-aanbieders een wereldwijde licentie verkrijgen voor het trainen van hun GenAI-modellen in ruil voor een forfaitaire vergoeding; is van mening dat de waarde van door auteursrechten of naburige rechten beschermde inhoud proportioneel moet zijn en moet worden bepaald op basis van relevante factoren, door middel van te goeder trouw gevoerde onderhandelingen tussen rechthebbenden of hun vertegenwoordigers en AI-aanbieders;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>moedigt de Commissie en het EUIPO aan om hun inspanningen te coördineren om bij AI-ontwikkelaars het bewustzijn in verband met auteursrechten te vergroten, bijvoorbeeld door middel van nalevingschecklists, juridische en technologische toolkits en technische handleidingen en om auteursrechthebbenden bewust te maken door nuttige en betrouwbare informatie over het auteursrecht te verstrekken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>is ingenomen met de oprichting van een EUIPO-kenniscentrum voor auteursrechten, aangezien dat een cruciale rol zal spelen bij het in goede banen leiden van het gebruik van auteursrechten in het GenAI-tijdperk door het vergroten van het bewustzijn, het bevorderen van juridische duidelijkheid en het stimuleren van een evenwichtig kader dat creativiteit, innovatie, behoud van cultuur en Europees concurrentievermogen ondersteunt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>dringt er bij de Commissie op aan voor te stellen dat voor alle generatieve AI-modellen of -systemen die in de EU op de markt worden gebracht, het weerlegbaar vermoeden geldt dat voor training, inferentie of retrieval-augmented generation gebruik is gemaakt van door auteursrechten of naburige rechten beschermde werken en ander materiaal indien niet volledig is voldaan aan de wettelijke transparantieverplichtingen die in deze resolutie zijn uiteengezet; beveelt voorts aan dat, wanneer een rechthebbende of de organisatie die een rechthebbende vertegenwoordigt in een gerechtelijke procedure in het gelijk is gesteld, hetzij op basis van dit vermoeden, hetzij op basis van ingediend bewijsmateriaal, alle redelijke en evenredige gerechtskosten en andere gemaakte kosten voor de handhaving van die rechten, voor zover van toepassing, ten laste komen van de aanbieder van het AI-model of -systeem;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>benadrukt dat volledig door AI gegenereerde inhoud die niet voldoet aan de criteria voor auteursrechtelijke bescherming, ook in de toekomst niet in aanmerking mag komen voor auteursrechtelijke bescherming en dat voor dergelijke output de status van publiek domein duidelijk moet worden vastgesteld;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>dringt er bij de Commissie op na te gaan welke maatregelen kunnen worden genomen om te voorkomen dat bij het genereren van output door GenAI-systemen inbreuk wordt gemaakt op het reproductierecht, het recht op beschikbaarstelling aan het publiek of het recht van mededeling aan het publiek, op voorwaarde dat dergelijke maatregelen niet beletten dat output van GenAI wordt geproduceerd die werken of ander materiaal omvat die geen inbreuk maken op auteursrechten en naburige rechten, met inbegrip van reproductie voor privégebruik, citaten, kritiek, recensies, karikaturen, parodieën en pastiches, en incidentele vermelding;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>verzoekt de Commissie maatregelen te onderzoeken om personen te beschermen tegen de verspreiding van gemanipuleerde en door AI gegenereerde digitale beeld-, audio- of video-inhoud, met inbegrip van werken en uitvoeringen van kunstenaars, waarbij zonder toestemming persoonlijke kenmerken worden geïmiteerd (“deepfakes”); benadrukt dat aanbieders van digitale diensten de duidelijke verplichting hebben om op te treden tegen dit illegale gebruik van het recht van een persoon op zijn eigen lichaam, gelaatstrekken en stem, en intellectuele-eigendomsrechten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>wijst erop dat inhoud die uitsluitend door AI is gegenereerd duidelijk moet worden geëtiketteerd, zodat kan worden gecontroleerd dat platforms die creatieve inhoud aanbieden, hun transparantieverplichtingen nakomen en in dat verband het bestaan van door AI gegenereerde inhoud opsporen en aan hun gebruikers melden; verzoekt de Commissie onverwijld te komen met een EU-praktijkcode voor het etiketteren van inhoud;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de regeringen en parlementen van de lidstaten.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>