<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2026)0068</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">De komende wetgevingshandeling inzake de Europese Onderzoeksruimte (EOR)</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(B10-0156/2026)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 10 maart 2026 over de komende wetgevingshandeling inzake de Europese Onderzoeksruimte (EOR) (2025/2951(RSP))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), en met name artikel 179,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de opdrachtbrief van de voorzitter van de Commissie van 1 december 2024 aan de commissaris voor Start-ups, Onderzoek en Innovatie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het werkprogramma van de Commissie voor 2026 (COM(2025)0870),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie van 28 februari 2025 voor een aanbeveling van de Raad betreffende de beleidsagenda voor de Europese Onderzoeksruimte 2025-2027 (COM(2025)0062),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het scorebord van de Europese Onderzoeksruimte (EOR) van de Commissie voor 2024,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het rapport van Mario Draghi van september 2024 over de toekomst van het Europese concurrentievermogen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het rapport van Enrico Letta van april 2024, getiteld “Much more than a market”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van oktober 2024 van een onafhankelijke groep deskundigen onder voorzitterschap van Manuel Heitor, getiteld “Align, act, accelerate — Research, technology and innovation to boost European competitiveness”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 22 oktober 2024, getiteld “Uitvoering van de Europese Onderzoeksruimte (EOR) – Onderzoek en innovatie in Europa versterken: reeds afgelegd en toekomstig traject van de EOR” (COM(2024)0490),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanbeveling van de Raad van 24 juni 2025 betreffende de beleidsagenda voor de Europese Onderzoeksruimte (2025-2027<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2025/3593, 30.6.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/3593/oj.</FIELD></FOOTNOTE>),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 30 september 2020, getiteld “Een nieuwe EOR voor onderzoek en innovatie” (COM(2020)0628),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Aanbeveling (EU) 2021/2122 van de Raad van 26 november 2021 over een pact voor onderzoek en innovatie in Europa<FOOTNOTE><FIELD> PB L 431 van 2.12.2021, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reco/2021/2122/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de EOR-beleidsagenda 2022-2024,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de EOR-beleidsagenda 2025-2027,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de Verklaring van Bonn over de vrijheid van wetenschappelijk onderzoek,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 14 december 2023 over jonge onderzoekers<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2024/4183, 2.8.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/4183/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 17 januari 2024 met aanbevelingen aan de Commissie betreffende de bevordering van de vrijheid van wetenschappelijk onderzoek in de EU<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2024/5713, 17.10.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/5713/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanbeveling van de Commissie van 11 maart 2005 betreffende het Europese Handvest voor Onderzoekers en betreffende een Gedragscode voor de Rekrutering van Onderzoekers<FOOTNOTE><FIELD> PB L 75 van 22.3.2005, blz. 67, ELI: http://data.europa.eu/eli/reco/2005/251/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de vragen over de komende wetgevingshandeling inzake de Europese Onderzoeksruimte (EOR) aan de Raad en de Commissie (O-000007/2026 – B10‑0006/2026 en O-000008/2026 – B10-0007/2026),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 142, lid 5, en artikel 136, lid 2, van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de ontwerpresolutie van de Commissie industrie, onderzoek en energie,</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat in artikel 179 VWEU de doelstelling is vastgesteld om de wetenschappelijke en technologische grondslagen van de Unie te versterken door de totstandbrenging van een Europese onderzoeksruimte (EOR) die het vrije verkeer van onderzoekers, wetenschappelijke kennis en technologieën mogelijk maakt, het concurrentievermogen vergroot en alle onderzoeksactiviteiten bevordert;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat de wetgevingshandeling inzake de EOR een belangrijke kans biedt om het Europese onderzoek naar een hoger niveau te tillen door structurele uitdagingen aan te pakken die van invloed zijn op het onderzoeks- en innovatie-ecosysteem (O&amp;I) van de EU, zoals het gebrek aan coördinatie en samenwerking, de systeemversnippering en ongelijke prestaties;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat de wetgevingshandeling kan bijdragen tot de verwezenlijking van de “vijfde vrijheid” door gemeenschappelijke normen vast te stellen, een consistente toepassing van de regels te waarborgen en bij te dragen tot de uitwerking van de routekaart voor de eengemaakte markt 2028 en het scheppen van hoogwaardige banen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat het de Unie nog steeds ontbreekt aan een geïntegreerde EOR die talent aantrekt en behoudt, als gevolg van belemmeringen, doordat er bijvoorbeeld niet voldoende prioritair wordt ingezet op investeringen in O&amp;I en slechts weinig lidstaten de doelstelling van 3 % van het bbp halen, en door onvoldoende coördinatie van het beleid inzake O&amp;I, aanhoudende versnippering, prestatieverschillen en buitensporige administratieve lasten voor onderzoekers en universiteiten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat de EOR-beleidsagenda dient als een waardevol niet-bindend kader om de koers te bepalen van nationaal en EU-beleid in overeenstemming met de doelstellingen van artikel 179 VWEU, waarbij de vrijwillige coördinatie en samenwerking tussen de lidstaten en de Unie worden bevorderd; overwegende dat deze doelstellingen moeten worden aangevuld met bepalingen en stimulansen in het kader van de toekomstige EOR-wetgevingshandeling en instrumenten zoals het Europees Semester, om een sterkere basis te leggen voor een samenhangende en goed werkende EOR;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat de vrijheid van wetenschappelijk onderzoek, met inbegrip van de onafhankelijkheid en institutionele autonomie van onderzoekers, excellentie, openheid en maatschappelijke verantwoordelijkheid, kernwaarden van de EOR zijn en van essentieel belang zijn voor de democratie, het concurrentievermogen en de innovatiecapaciteit van Europa, waardoor Europa een veilige haven wordt voor onderzoekers uit de hele wereld;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>is er voorstander van dat de O&amp;I-prioriteiten van de Unie en de lidstaten op elkaar worden afgestemd om de complementariteit te waarborgen, de samenwerking tussen universiteiten, onderzoeksorganisaties, regio’s, lidstaten en industrieën te vergroten, een doeltreffend governancekader tot stand te brengen, banen en particuliere investeringen in de onderzoekssector aantrekkelijker te maken en de investeringsdoelstelling van de Unie van 3 % van het bbp voor onderzoek en ontwikkeling (O&amp;O) te halen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>dringt aan op een tweeledige aanpak van vrijwillige samenwerking in het kader van de EOR-beleidsagenda 2025-2027, in combinatie met wetgevingsmaatregelen, waaronder de EOR-wetgevingshandeling en aanvullende initiatieven, om de EOR te voorzien van een bindend en afdwingbaar kader;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>beveelt aan dat de EOR-wetgevingshandeling een verordening wordt om de doelstellingen van artikel 179 VWEU te verwezenlijken, te zorgen voor rechtstreekse toepasselijkheid in alle lidstaten, stimulansen te bieden voor particuliere investeringen in O&amp;O en het vrije verkeer van onderzoekers, wetenschappelijke kennis en technologie, en bij te dragen tot het verminderen van de versnippering van de eengemaakte markt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>wijst nogmaals op het belang van de vrijheid van wetenschappelijk onderzoek en institutionele autonomie; dringt erop aan dat de EOR-wetgevingshandeling vergezeld gaat van een afzonderlijk wetgevingsvoorstel met een andere rechtsgrondslag ter bescherming van de fundamentele vrijheid van wetenschappelijk onderzoek, dat voorziet in minimumnormen voor de rechten van onderzoekers, ethisch gedrag, integriteit en institutionele onafhankelijkheid en wordt ondersteund door doeltreffende monitoringmechanismen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>dringt erop aan dat in de EOR-wetgevingshandeling de Uniedoelstelling wordt opgenomen om uiterlijk in 2030 ten minste 3 % van het bbp van de Unie te investeren in O&amp;O, alsook nationale streefcijfers voor de totale O&amp;O-uitgaven, die moeten helpen om de Uniedoelstelling te verwezenlijken; verzoekt de lidstaten hun O&amp;O-investeringen beter te coördineren aan de hand van nationale routekaarten en doelstellingen om de complementariteit van publieke en particuliere financiering te waarborgen; wijst erop dat onderzoeksgerichte bedrijven en industrieën van cruciaal belang zijn om particuliere investeringen aan te trekken, de doelstelling van 3 % te halen en hoogwaardige banen te scheppen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>pleit voor bepalingen om de particuliere deelname aan het O&amp;I-ecosysteem van de EU te versterken door middel van een betere coördinatie en publiek-private partnerschappen, om hardnekkige investeringstekorten en marktversnippering aan te pakken en de kapitaalmarktenunie te voltooien met als doel de kennisvalorisatie te versnellen, de technologische soevereiniteit te versterken en regionale innovatie-ecosystemen te ondersteunen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>dringt aan op meer steun voor publiek onderzoek via een toename van de financiering voor Europese programma’s zoals Horizon Europa; moedigt de lidstaten aan de financiële middelen voor universiteiten en publieke onderzoeksorganisaties te verhogen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>verzoekt de lidstaten hervormingen door te voeren om belemmeringen voor het vrije verkeer van onderzoekers en kennis weg te nemen en grensoverschrijdende samenwerking en innovatie te bevorderen, teneinde van Europa een inclusieve en aantrekkelijke mondiale onderzoeksgemeenschap te maken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>beveelt aan dat in de EOR-wetgevingshandeling wordt ingezet op planning, meetbare maatstaven en instrumenten voor monitoring, rapportage en evaluatie, en dat wordt gestreefd naar een evenwicht tussen onderzoeksgebieden en tussen fundamenteel en toegepast onderzoek;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>dringt erop aan de governance van de EOR te versterken en de bestaande beleids- en monitoringinstrumenten te rationaliseren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>verzoekt de Commissie en de lidstaten om O&amp;I-initiatieven op nationaal en EU-vlak beter te coördineren in overeenstemming met de overkoepelende EOR-prioriteiten, en synergieën tot stand te brengen tussen de financieringsinstrumenten en -beleidsmaatregelen van de lidstaten en de Unie om wereldwijd de leidinggevende rol van Europa op wetenschappelijk en technologisch gebied te versterken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>pleit voor sterkere en inclusievere Europese ecosystemen voor innovatie en technologieën om de samenwerking tussen universiteiten, onderzoeksinstellingen, start‑ups, kmo’s en de industrie te bevorderen met het oog op een doeltreffende en veilige kennisoverdracht en een betere benutting van de resultaten door Europese bedrijven, alsook ter bevordering van bij- en omscholing en een leven lang leren; benadrukt dat de verschillen op het gebied van O&amp;I tussen de lidstaten moeten worden weggewerkt, met name in de lidstaten die op dit vlak minder goed presteren, zodat deze lidstaten beter kunnen deelnemen aan programma’s van de Unie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>benadrukt dat de goede werking van de EOR afhangt van het vrije verkeer van onderzoekers en kennis en grensoverschrijdende samenwerking; dringt aan op concrete maatregelen om de loopbaantrajecten van onderzoekers, met name jonge en beginnende onderzoekers, te vergemakkelijken en te vereenvoudigen, en om de mobiliteit, de wederzijdse erkenning van kwalificaties en de visumprocedures te verbeteren; spreekt nogmaals zijn steun uit voor een Europees Handvest voor Onderzoekers; merkt op dat onderzoekers door telewerk en hybride werk de mogelijkheid krijgen om in andere lidstaten te werken zonder dat het nodig is om te verhuizen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan gendergelijkheid en gelijke kansen in O&amp;I te bevorderen, met name in ondervertegenwoordigde sectoren, en tegelijkertijd de loonkloof tussen mannen en vrouwen te verkleinen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>benadrukt dat er moet worden ingezet op een open en veilige verspreiding van kennis, een betere toegankelijkheid van onderzoeksinfrastructuur, kennisvalorisatie en een ethisch en betrouwbaar gebruik van opkomende technologieën, waaronder AI, in overeenstemming met de waarden en grondrechten van de EU; onderstreept het belang van onderzoeksveiligheid, integriteit en een doeltreffende verspreiding van door de overheid gefinancierd onderzoek, ook in bibliotheken, waarbij de bescherming van intellectuele-eigendomsrechten wordt gewaarborgd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>beveelt aan dat de EOR-wetgevingshandeling wordt afgestemd op bestaande en toekomstige initiatieven, zoals de wetgevingshandeling inzake innovatie, het pact voor O&amp;I, het kaderprogramma en de Europese onderwijsruimte, om te zorgen voor hervormingen die elkaar versterken, de uitrol van innovatie, de mobiliteit van talent en financiering;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Commissie en de Raad.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>