<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2026)0073</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering voor ontslagen werknemers: aanvraag EGF/2025/004 BE/Tupperware – België</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0030/2026 - Rapporteur: Jean-Marc Germain)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 11 maart 2026 over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering voor ontslagen werknemers naar aanleiding van een aanvraag van België – EGF/2025/004 BE/Tupperware  (COM(2026)0001 – C10-0012/2026 – 2026/0004(BUD))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2026)0001 – C10‑0012/2026),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2021/691 van het Europees Parlement en de Raad van 28 april 2021 betreffende het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering voor ontslagen werknemers (EFG) en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1309/2013<FOOTNOTE><FIELD> PB L 153 van 3.5.2021, blz. 48, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/691/oj.</FIELD></FOOTNOTE> (“EFG-verordening”),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2020/2093 van de Raad van 17 december 2020 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021-2027<FOOTNOTE><FIELD> PB L 433 I van 22.12.2020, blz. 11, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2020/2093/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, zoals gewijzigd bij Verordening (EU, Euratom) 2024/765<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EU, Euratom) 2024/765 van de Raad van 29 februari 2024 tot wijziging van Verordening (EU, Euratom) 2020/2093 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021‑2027 (PB L, 2024/765, 29.2.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/765/oj).</FIELD></FOOTNOTE>, (“MFK-verordening”) en met name artikel 8,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 16 december 2020 tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie betreffende begrotingsdiscipline, samenwerking in begrotingszaken en goed financieel beheer, alsmede betreffende nieuwe eigen middelen, met inbegrip van een routekaart voor de invoering van nieuwe eigen middelen<FOOTNOTE><FIELD> PB L 433 I van 22.12.2020, blz. 28, ELI: http://data.europa.eu/eli/agree_interinstit/2020/1222/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name punt 9,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de Europese pijler van sociale rechten,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Begrotingscommissie (A10-0030/2026),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de Unie wetgevings- en begrotingsinstrumenten in het leven heeft geroepen om extra steun te geven aan werknemers die de gevolgen van grote structurele gebeurtenissen en verschuivingen in de wereldhandelsstromen ondervinden en hen te helpen bij hun terugkeer op de arbeidsmarkt; overwegende dat deze steun wordt verleend in de vorm van financiële steun aan werknemers;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat België aanvraag EGF/2025/004 BE/Tupperware heeft ingediend voor een financiële bijdrage uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering voor ontslagen werknemers (EFG) naar aanleiding van 267 ontslagen<FOOTNOTE><FIELD> In de zin van artikel 3 van de EFG‑verordening.</FIELD></FOOTNOTE> bij Tupperware General Services NV (Tupperware) in de economische sector die is ingedeeld in NACE Rev. 2-afdeling 22 (“Vervaardiging van producten van rubber of kunststof”) in de provincie Oost-Vlaanderen (BE23), binnen een referentieperiode van 17 februari 2025 tot 17 juni 2025;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat de aanvraag is ingediend op grond van de criteria voor steunverlening van artikel 4, lid 2, punt a), van de EFG-verordening, een bepaling die de vereiste inhoudt dat binnen een referentieperiode van vier maanden in een onderneming in een lidstaat de werkzaamheden van ten minste 200 ontslagen werknemers of zelfstandigen zijn beëindigd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat Tupperware op 17 februari 2025 faillissement heeft aangevraagd; overwegende dat het aantal faillissementen in België sinds 2022 toeneemt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat België heeft aangegeven dat de VDAB de nationale voorfinanciering en medefinanciering van de maatregelen verstrekt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat is voldaan aan de voorschriften van de Unie- en de nationale wetgeving betreffende collectieve ontslagen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat financiële bijdragen uit het EFG in de eerste plaats gericht moeten zijn op actieve arbeidsmarktbeleidsmaatregelen en op gepersonaliseerde dienstverlening die tot doel hebben de begunstigden snel aan een fatsoenlijke en duurzame baan te helpen, en hen tegelijk voor te bereiden op een groenere en meer gedigitaliseerde Europese economie;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat het EFG een jaarlijks maximumbedrag van 30 miljoen EUR (in prijzen van 2018) niet mag overschrijden<FOOTNOTE><FIELD> Artikel 8 van de MFK-verordening.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>is het met de Commissie eens dat is voldaan aan de voorwaarden die zijn vastgelegd in de EFG-verordening, en in het bijzonder in artikel 4, lid 2, punt a), en dat België recht heeft op een financiële bijdrage van 1 622 650 EUR op grond van die verordening, wat overeenkomt met 85 % van de totale kosten van 1 909 000 EUR, bestaande uit uitgaven ten bedrage van 1 843 500 EUR voor gepersonaliseerde steunmaatregelen en 65 500 EUR voor activiteiten op het vlak van voorbereiding, beheer, voorlichting en publiciteit, en controle en rapportage;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>neemt er nota van dat de Belgische autoriteiten de aanvraag op 28 augustus 2025 hebben ingediend en dat de Commissie, na ontvangst van aanvullende gegevens van België, haar beoordeling op 20 januari 2026 heeft afgerond, bijna vijf maanden later, en het Parlement hiervan diezelfde dag nog in kennis heeft gesteld; benadrukt dat het belangrijk is de tijd tussen de indiening van een aanvraag voor EFG-bijstand en het financieringsbesluit te verkorten en tegelijkertijd de rechten van het Europees Parlement als een van de takken van de begrotingsautoriteit volledig te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>merkt op dat de aanvraag betrekking heeft op 267 werknemers die bij Tupperware zijn ontslagen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>merkt op dat Tupperware zich bevond in Aalst in de provincie Oost-Vlaanderen, waar reeds voor het faillissement van Tupperware slechts een op de twee personen een baan had, terwijl het gemiddelde in het hele Vlaamse Gewest twee op de drie personen was; betreurt dat deze ontslagen de situatie nog zullen verergeren; benadrukt dat er snel maatregelen moeten worden genomen om een structurele regionale neergang te voorkomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>betreurt het dat de Amerikaanse moedermaatschappij Tupperware Brands in oktober 2024 door crediteuren is overgenomen en als gevolg van een ingrijpende herstructurering de aan Tupperware General Services NV verleende productie en licenties heeft ingetrokken, waardoor de Belgische dochteronderneming financieel niet meer levensvatbaar was en op 17 februari 2025 failliet ging;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>is ingenomen met het initiatief van een groep Europese ondernemers om het merk in Duitsland, Frankrijk, België, Italië en Polen nieuw leven in te blazen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>benadrukt dat in Vlaanderen het risico op werkloosheid meer dan twee keer zo groot is voor mensen met een laag opleidingsniveau; merkt op dat een derde van de ontslagen werknemers niet meer dan een lager middelbaar opleidingsniveau heeft; verzoekt de Belgische autoriteiten specifieke steun te verlenen die is afgestemd op deze profielen, om werknemers te helpen hun achterstand in te halen en een nieuwe baan te vinden, en tegelijkertijd maatregelen te nemen om faillissementen te verminderen en sociale ongelijkheden aan te pakken die leiden tot uitsluiting van de arbeidsmarkt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>wijst erop dat, in overleg met vakbonden, deskundigen en sociale partners, de gepersonaliseerde dienstverlening aan de werknemers bestaat uit de volgende maatregelen: informatiesessies voor re-integratie op de arbeidsmarkt, outplacementdiensten, met inbegrip van ICT-opleiding; hulp bij het vinden van een baan door begeleiding en hulp bij het zoeken van een baan, opleiding en omscholing, jobbeurzen, jobscouting en jobmatching; benadrukt hoe belangrijk het is hoogwaardige, toekomstgerichte banen te bevorderen om de economische en sociale veerkracht op lange termijn te waarborgen; verzoekt de Belgische autoriteiten in gesprek te gaan met de nieuwe Europese vertegenwoordigers van Tupperware over de mogelijkheden van re-integratie voor ontslagen werknemers binnen hun economische activiteiten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>benadrukt dat de kwalificaties en vaardigheden van de ontslagen werknemers van groot belang zijn voor een toekomstbestendige Europese economie; is daarom van mening dat de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG moet worden ingebed in een bredere beleidsaanpak op alle politieke niveaus om ervoor te zorgen dat de getroffen werknemers passende kansen krijgen die aansluiten op hun kwalificaties en vaardigheden; herinnert er voorts aan dat het EFG een instrument voor solidariteit en een rechtvaardige transitie is en dat de primaire taak van de Unie moet zijn om dergelijke sluitingen in de eerste plaats te voorkomen; is van mening dat, hoewel het EFG de nodige steun verleent aan getroffen werknemers, een sterker industriebeleid, een robuustere, duurzamere en veerkrachtigere economie en een afname van strategische afhankelijkheden van essentieel belang zijn om de Europese industriële werkgelegenheidsbasis te beschermen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>onderstreept dat de Belgische autoriteiten ervoor moeten zorgen dat de financiering van de Unie zichtbaar is als zodanig en dat zij de meerwaarde ervan moeten benadrukken door middel van effectieve en gerichte communicatie naar begunstigden, regionale en lokale autoriteiten, sociale partners en het brede publiek;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>pleit ervoor dat de uitgevoerde maatregelen aan een grondige eindevaluatie worden onderworpen, waarbij duidelijke informatie wordt verstrekt over hoe de middelen zijn ingezet en of de middelen zijn uitgegeven conform de goedgekeurde plannen; benadrukt dat dergelijke evaluaties gebaseerd moeten zijn op duidelijk gedefinieerde doelstellingen en meetbare resultaten, zodat kan worden nagegaan welke resultaten voor de betrokken werknemers zijn bereikt; onderstreept het belang van snellere en doeltreffendere interventies en herinnert er in dit verband aan dat moet worden gezocht naar manieren om de duurzaamheid van het EFG of het vervolgprogramma te waarborgen in het kader van het volgende meerjarig financieel kader 2028-2034;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>stelt vast dat België op 17 februari 2025 is begonnen met het verlenen van gepersonaliseerde steunmaatregelen aan de beoogde begunstigden, wat betekent dat vanaf die datum tot 24 maanden na de datum van inwerkingtreding van het financieringsbesluit aanspraak kan worden gemaakt op een financiële bijdrage uit het EFG;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>merkt op dat België op 17 februari 2025 de eerste administratieve uitgaven heeft gedaan met het oog op de uitvoering van het EFG, en dat deze uitgaven bijgevolg vanaf die datum tot 31 maanden na de datum van inwerkingtreding van het financieringsbesluit in aanmerking komen voor een financiële bijdrage uit het EFG;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>stelt vast dat de Belgische autoriteiten hebben bevestigd dat de beginselen van gelijke behandeling en non-discriminatie zullen worden geëerbiedigd bij de toegang tot de voorgestelde maatregelen en de uitvoering ervan, en dat eventuele dubbele financiering zal worden voorkomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>wijst er andermaal op dat bijstand uit het EFG geen vervanging mag zijn voor maatregelen die op grond van nationale wetgeving of collectieve arbeidsovereenkomsten onder de verantwoordelijkheid van bedrijven vallen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>hecht zijn goedkeuring aan het bij deze resolutie gevoegde besluit;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit samen met de voorzitter van de Raad te ondertekenen en te zorgen voor bekendmaking ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING>;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie, met inbegrip van de bijlage, te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST><TXTLST><ANNEX><TI><STRING BOLD="on">BIJLAGE</STRING></TI><STI><STRING BOLD="on">BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD</STRING></STI><P><STRING BOLD="on">betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering voor ontslagen werknemers naar aanleiding van een aanvraag van België – EGF/2025/004 BE/Tupperware</STRING></P><P><STRING ITALIC="on">(De tekst van de bijlage wordt hier niet weergegeven, aangezien deze overeenkomt met de definitieve handeling: Besluit (EU) 2026/723.)</STRING></P></ANNEX></TXTLST></SDOCTA>