<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2026)0077</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">EU-uitbreidingsstrategie</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0016/2026 - Rapporteur: Petras Auštrevičius)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 11 maart 2026 over de EU‑uitbreidingsstrategie (2025/2110(INI))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU), en met name artikel 49,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de conclusies van de Europese Raad van 23 en 24 juni 2022, 29 en 30 juni 2023, 26 en 27 oktober 2023, 14 en 15 december 2023, 27 juni 2024 en 17 december 2024 en de conclusies van het voorzitterschap van de Europese Raad in Kopenhagen van 21 en 22 juni 1993, ook wel de criteria van Kopenhagen genoemd,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 13 december 2023 over 30 jaar criteria van Kopenhagen – een nieuwe impuls voor het uitbreidingsbeleid van de EU<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2024/4173, 2.8.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/4173/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de associatieovereenkomsten van de EU met Albanië<FOOTNOTE><FIELD>PB L 107 van 28.4.2009, blz. 166, ELI: http://data.europa.eu/eli/agree_internation/2009/332/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, Bosnië en Herzegovina<FOOTNOTE><FIELD>PB L 164 van 30.6.2015, blz. 2, ELI: http://data.europa.eu/eli/agree_internation/2015/997/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, Georgië<FOOTNOTE><FIELD>PB L 261 van 30.8.2014, blz. 4, ELI: http://data.europa.eu/eli/agree_internation/2014/494/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, Kosovo<FOOTNOTE><FIELD>PB L 71 van 16.3.2016, blz. 3, ELI: http://data.europa.eu/eli/agree_internation/2016/342/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, de Republiek Moldavië<FOOTNOTE><FIELD>PB L 260 van 30.8.2014, blz. 4, ELI: http://data.europa.eu/eli/agree_internation/2014/492/oj.</FIELD></FOOTNOTE> (hierna “Moldavië” genoemd), Montenegro<FOOTNOTE><FIELD>PB L 108 van 29.4.2010, blz. 3, ELI: http://data.europa.eu/eli/agree_internation/2010/224/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, Noord-Macedonië<FOOTNOTE><FIELD>PB L 84 van 20.3.2004, blz. 13, ELI: http://data.europa.eu/eli/agree_internation/2004/239(2)/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, Servië<FOOTNOTE><FIELD>PB L 278 van 18.10.2013, blz. 16, ELI: http://data.europa.eu/eli/agree_internation/2013/490/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, Turkije<FOOTNOTE><FIELD>PB L 361 van 31.12.1977, blz. 29, ELI: http://data.europa.eu/eli/agree_internation/1964/732/oj.</FIELD></FOOTNOTE> en Oekraïne<FOOTNOTE><FIELD>PB L 161 van 29.5.2014, blz. 3, ELI: http://data.europa.eu/eli/agree_internation/2014/295/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 4 november 2025 getiteld “Mededeling inzake het uitbreidingsbeleid van de EU voor 2025” (COM(2025)0690) en eerdere jaarlijkse mededelingen over dat onderwerp,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resoluties over de Commissieverslagen 2023 en 2024 over Kosovo<FOOTNOTE><FIELD>Aangenomen teksten, P10_TA(2025)0094.</FIELD></FOOTNOTE>, Servië<FOOTNOTE><FIELD>Aangenomen teksten, P10_TA(2025)0093.</FIELD></FOOTNOTE>, Albanië<FOOTNOTE><FIELD>Aangenomen teksten, P10_TA(2025)0155.</FIELD></FOOTNOTE>, Bosnië en Herzegovina<FOOTNOTE><FIELD>Aangenomen teksten, P10_TA(2025)0156.</FIELD></FOOTNOTE>, Noord-Macedonië<FOOTNOTE><FIELD>Aangenomen teksten, P10_TA(2025)0157.</FIELD></FOOTNOTE>, Montenegro<FOOTNOTE><FIELD>Aangenomen teksten, P10_TA(2025)0130.</FIELD></FOOTNOTE>, Oekraïne<FOOTNOTE><FIELD>Aangenomen teksten, P10_TA(2025)0175.</FIELD></FOOTNOTE>, Moldavië<FOOTNOTE><FIELD>Aangenomen teksten, P10_TA(2025)0131.</FIELD></FOOTNOTE>, Georgië<FOOTNOTE><FIELD>Aangenomen teksten, P10_TA(2025)0158.</FIELD></FOOTNOTE> en Turkije<FOOTNOTE><FIELD>Aangenomen teksten, P10_TA(2025)0092.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 13 maart 2024 over nauwere banden tussen de EU en Armenië en de noodzaak van een vredesovereenkomst tussen Azerbeidzjan en Armenië<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2024/6555, 12.11.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/6555/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 29 februari 2024 over de verdieping van de EU-integratie met het oog op toekomstige uitbreiding<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2024/6746, 26.11.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/6746/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 20 maart 2024 betreffende pretoetredingshervormingen en -beleidsevaluaties (COM(2024)0146),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn aanbeveling van 23 november 2022 aan de Raad, de Commissie en de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid betreffende de nieuwe uitbreidingsstrategie van de EU<FOOTNOTE><FIELD><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">PB C 167 van 11.5.2023, blz. 105.</STRING></STRING></FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2021/1529 van het Europees Parlement en de Raad van 15 september 2021 tot vaststelling van het instrument voor pretoetredingssteun (IPA III)<FOOTNOTE><FIELD>PB L 330 van 20.9.2021, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/1529/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2024/1449 van het Europees Parlement en de Raad van 14 mei 2024 tot oprichting van de hervormings- en groeifaciliteit voor de Westelijke Balkan<FOOTNOTE><FIELD>PB L, 2024/1449, 24.5.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1449/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2024/792 van het Europees Parlement en de Raad van 29 februari 2024 tot instelling van de faciliteit voor Oekraïne<FOOTNOTE><FIELD>PB L, 2024/792, 29.2.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/792/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2025/535 van het Europees Parlement en de Raad van 18 maart 2025 tot oprichting van de hervormings- en groeifaciliteit voor de Republiek Moldavië<FOOTNOTE><FIELD>PB L, 2025/535, 21.3.2025, ELI:<STRING ITALIC="on"> </STRING>http://data.europa.eu/eli/reg/2025/535/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de conclusies van het voorzitterschap van de Europese Raad naar aanleiding van de bijeenkomst in Thessaloniki op 19 en 20 juni 2003,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring naar aanleiding van de top EU-Westelijke Balkan van 17 mei 2018 in Sofia, alsook die van 6 mei 2020 in Zagreb, 6 oktober 2021 in Brdo pri Kranju, 6 december 2022 in Tirana, 13 december 2023 in Brussel en 18 december 2024 in Brussel,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het proces van Berlijn, dat op 28 augustus 2014 van start ging,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de gezamenlijke verklaring naar aanleiding van de top van het Oostelijk Partnerschap van 7 mei 2009 in Praag, alsook die van 29 en 30 september 2011 in Warschau, 28 en 29 november 2013 in Vilnius, 21 en 22 mei 2015 in Riga, 24 november 2017 in Brussel en 15 december 2021 in Brussel,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn aanbeveling van 19 juni 2020 aan de Raad, de Commissie en de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid over het Oostelijk Partnerschap, in de aanloop naar de top van juni 2020<FOOTNOTE><FIELD>PB C 362 van 8.9.2021, blz. 114.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 22 oktober 2025 over de polarisatie en toenemende repressie in Servië, een jaar na de tragedie in Novi Sad<FOOTNOTE><FIELD>Aangenomen teksten, P10_TA(2025)0248.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 13 februari 2025 over de verdere verslechtering van de politieke situatie in Georgië<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2025/2251, 29.4.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/2251/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de gezamenlijke mededeling van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid van 29 november 2023 getiteld “Stand van zaken met betrekking tot de politieke, economische en handelsbetrekkingen tussen de EU en Turkije” (JOIN(2023)0050),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van het Europees Comité van de Regio’s van 2 april 2025 over het Uitbreidingspakket 2024 van de Commissie – Westelijke Balkan en Turkije,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Speciaal verslag 01/2022 van de Europese Rekenkamer van 10 januari 2022 getiteld “EU-steun voor de rechtsstaat in de Westelijke Balkan: ondanks inspanningen nog steeds fundamentele problemen”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verslagen van de Commissie over de rechtsstaat van 2024 en 2025,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 55 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie buitenlandse zaken (A10-0016/2026),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de afgelopen jaren in sommige kandidaat-lidstaten aanzienlijke vooruitgang is geboekt met betrekking tot het EU-uitbreidingsproces; overwegende dat negen van de tien huidige aspirant-lidstaten de status van kandidaat-lidstaat hebben, en een aantal daarvan al vele jaren; overwegende dat het openen van toetredingsonderhandelingen met Oekraïne en Moldavië een hernieuwde dynamiek in het uitbreidingsbeleid teweeg heeft gebracht;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat uitbreiding een van de krachtigste instrumenten op het gebied van buitenlandbeleid en geopolitiek is die de EU tot haar beschikking heeft, en dat uitbreiding op lange termijn nog steeds een belangrijke aanjager is van veiligheid, vrede, stabiliteit en welvaart in Europa, waarbij democratische waarden het gemeenschappelijke uitgangspunt vormen; overwegende dat uitbreiding een historische en unieke kans biedt die zowel voor de EU als voor de uitbreidingslanden grote voordelen oplevert voor maatschappij, economie, politiek en veiligheid;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat uit een recente Eurobarometer over uitbreiding naar voren kwam dat 56 % van de EU-burgers voorstander is van verdere uitbreiding van de Europese Unie en dat Oekraïne, zodra het land aan alle toetredingscriteria voldoet, de favoriete kandidaat voor toetreding is;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat, volgens datzelfde Eurobarometer-rapport, eerdere uitbreidingsronden met name voordelen hebben opgeleverd op het gebied van economische groei en concurrentievermogen, gevolgd door een grotere mondiale invloed van de EU en verbeterde veiligheid en defensie;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat het EU-toetredingsproces op zichzelf tastbare resultaten oplevert; zo is de EU de belangrijkste politieke, economische en handelspartner van de uitbreidingslanden; overwegende dat het totale volume van de handel tussen de Westelijke Balkan en de EU met 62 % is gestegen sinds de inwerkingtreding van de stabilisatie- en associatieovereenkomsten; overwegende dat de diepe en brede vrijhandelsovereenkomsten een transformerend effect hebben gehad op Moldavië en Oekraïne, zowel wat handel als wat economische ontwikkeling betreft, en dat hun handel met respectievelijk 65,4 % en 64,7 % is toegenomen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat de grootschalige aanvalsoorlog van Rusland tegen Oekraïne een ernstige bedreiging vormt voor de veiligheid op het Europese continent en daarbuiten, hetgeen een illustratie is van het feit dat niet-uitbreiding aanzienlijke strategische kosten en ondermijning van de veiligheid en de stabiliteit op ons continent met zich meebrengt; overwegende dat stagnatie in het uitbreidingsproces in recente jaren heeft gezorgd voor een vacuüm, waardoor ruimte is ontstaan voor Rusland, China en andere schadelijke actoren van buiten de EU; overwegende dat Rusland zich opzettelijk mengt in de landen van het Oostelijk Partnerschap en de Westelijke Balkan door middel van hybride dreigingsoperaties – waaronder verkiezingsinmenging en buitenlandse informatiemanipulatie en inmenging (FIMI) – met als doel het EU-toetredingsproces in deze landen te obstrueren, en dat het door zijn illegale bezetting van delen van het grondgebied van drie kandidaat-lidstaten een bedreiging vormt voor de veiligheid in deze regio’s en in het gehele continent;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat de invloed van China op gevaarlijke wijze toeneemt, of het nu gaat om projecten die zorgen voor economische afhankelijkheid of samenwerking op het gebied van veiligheid, met name in de Westelijke Balkan en Georgië, waarbij we zien dat China in verschillende uitbreidingslanden gebruikmaakt van politieke instabiliteit en zwakke instituties om de EU-integratie en het democratisch bestuur van deze landen tegen te werken;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat de belangrijkste hoeksteen van het beleid nog steeds is dat voortgang in het uitbreidingsproces moet worden verworven door middel van blijvende resultaten op het vlak van de rechtstaat, de democratie en de fundamentele waarden; overwegende dat voor ieder land geldt dat toetreding tot de EU pas mogelijk wordt nadat blijvende, diepgaande en onomkeerbare hervormingen zijn doorgevoerd op fundamentele gebieden, te beginnen bij de rechtsstaat en de werking van de democratische instellingen; overwegende dat de kwaliteit van de noodzakelijke hervormingen die door een land worden doorgevoerd bepalend is voor het tijdschema voor toetreding;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat de EU nog steeds de grootste verstrekker van investeringen en financiële bijstand is via het instrument voor pretoetredingssteun IPA III, het economisch en investeringsplan voor de Westelijke Balkan, de faciliteit voor de Westelijke Balkan, de faciliteit voor Oekraïne, de faciliteit voor Moldavië, het instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking (NDICI) – Europa in de wereld, en macrofinanciële bijstand;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat aansluiting van de kandidaat-lidstaten bij het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB) van de EU nog steeds een van de belangrijkste voorwaarden is voor toetreding tot de EU;</P></CONS><CONS><P><NO.P>K.</NO.P>overwegende dat het besluitvormingsproces inzake uitbreiding is vastgelegd in artikel 49 VEU en in de onderhandelingskaders die voor elke kandidaat-lidstaat zijn opgesteld;</P></CONS><CONS><P><NO.P>L.</NO.P>overwegende dat het Parlement voor de toetredingslanden een betrouwbare partner blijft en een pleitbezorger is van het uitbreidingsproces, teneinde een faciliterende rol te spelen bij institutionele en sociaal-economische hervormingen die ten goede komen aan burgers;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Geostrategische aspecten van uitbreiding</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>wijst er nogmaals op dat uitbreiding een strategisch antwoord vormt op de nieuwe geopolitieke realiteit en een uiterst belangrijke investering is in de veiligheid en stabiliteit van de EU in het licht van de grootschalige aanvalsoorlog van Rusland tegen Oekraïne, herhaalde schendingen van grenzen, hybride aanvallen en andere vijandelijkheden gericht tegen buurlanden, naast andere gemeenschappelijke geopolitieke uitdagingen en dat deze situatie vraagt om een democratische politieke langetermijnvisie, moedig handelen en stappen voorwaarts in de richting van de voltooiing van het Europese project;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>benadrukt nogmaals dat uitbreiding voor zowel huidige als toekomstige lidstaten niets dan winst oplevert; beklemtoont dat de EU dringend een politiek signaal moet afgeven om te tonen dat ze zich actief verbindt aan het uitbreidingsproces, ook om in de ogen van de toetredingslanden en de bevolking van die landen geloofwaardig te blijven; blijft bij zijn standpunt dat EU-uitbreiding een sterker Europa op het vlak van economie en veiligheid zal opleveren; benadrukt nogmaals dat de toekomst van de Westelijke Balkan, Oekraïne en Moldavië binnen de EU ligt, en dat dit ook de wens van de bevolking van die landen is; onderstreept dat de kosten van niet-uitbreiding hoger zijn dan de kosten die gepaard gaan met de voltooiing van het uitbreidingsproces, en dat door niet uit te breiden er grijze gebieden op de geopolitieke kaart kunnen ontstaan die gemakkelijk onder de kwaadwillige invloed kunnen geraken van niet-EU-landen die hun politieke, economische en strategische macht willen uitbreiden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>onderstreept dat toetreding een essentieel middel is om duurzame vrede, democratie, de rechtsstaat en grondrechten te bevorderen, regionale verzoening en stabiliteit te stimuleren en kandidaat-lidstaten en het EU-nabuurschap te beschermen tegen kwaadwillige buitenlandse inmenging, met name van de kant van Rusland; is van mening dat in tijden van toegenomen geopolitieke instabiliteit het uitbreidingsbeleid voor de EU een onmisbaar middel is in termen van haar invloed; benadrukt dat de welvaart en veiligheid van de EU berust op haar vermogen om de democratie, de rechtsstaat, de mensenrechten en de op regels gebaseerde multilaterale orde te verdedigen; wijst uit cultureel, historisch en menselijk oogpunt op de gedeelde banden tussen de uitbreidingslanden en de lidstaten;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Strategische prioriteiten van EU-uitbreiding: beginsel van verdienste en conditionaliteit</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>is ingenomen met de vooruitgang die de afgelopen jaren is geboekt, waardoor uitbreiding van de EU in de nabije toekomst aannemelijk is; prijst Montenegro en Albanië om hun aanzienlijke vooruitgang en neemt nota van hun ambitie om de onderhandelingen respectievelijk eind 2026 en eind 2027 af te ronden; dringt er bij de EU-instellingen, met name de Raad, op aan deze ambitie over te nemen, belemmeringen aan EU-zijde weg te nemen en zo bij te dragen aan de geloofwaardigheid en voorspelbaarheid van het proces, een en ander met volledige inachtneming van het strikte beginsel van verdienste; is ingenomen met het feit dat Bosnië en Herzegovina de status van kandidaat-lidstaat heeft en moedigt het land aan verder te werken aan hervorming;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>prijst Oekraïne om zijn opmerkelijke veerkracht en zijn verbintenis aan zijn Europese traject, ondanks de Russische aanvalsoorlog; verzoekt de EU en haar lidstaten Oekraïne te blijven steunen en betreurt dat de Raad geen overeenstemming heeft bereikt over het gebruik van bevroren Russische tegoeden; prijst Moldavië om de aanzienlijke vooruitgang die het land heeft geboekt in het kader van zijn EU-toetredingstraject en het met goed gevolg voltooien van het screeningsproces, ondanks voortdurende hybride dreigingen; pleit ervoor dat snel wordt overgegaan tot opening van onderhandelingsclusters met Oekraïne en Moldavië, en dringt er bij de Hongaarse regering op aan de onderhandelingen niet langer te blokkeren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>herhaalt dat overeenkomstig artikel 49 VEU elke Europese staat een verzoek mag indienen om lid te worden van de EU, mits die staat de in artikel 2 VEU vastgelegde waarden eerbiedigt, waaronder menselijke waardigheid, vrijheid, democratie, gelijkheid, de rechtsstaat en de mensenrechten, inclusief de rechten van minderheden; neemt nota van de toegenomen steun voor EU-lidmaatschap in verschillende landen die zich in het verleden op toetreding tot de EU hebben voorbereid, waaronder IJsland, dat voornemens is in 2027 een referendum te houden over hervatting van de toetredingsonderhandelingen, en moedigt de leiders van de EU aan om te blijven investeren in nauwere banden met de desbetreffende landen; merkt op dat het Armeense parlement op 26 maart 2025 een wet heeft aangenomen waarmee het formeel verklaart voorstander te zijn van EU-lidmaatschap en de regering van het land oproept van start te gaan met het EU-toetredingsproces, en is van mening dat wanneer duurzame hervormingen de democratie in Armenië verstevigen, er een transformatieve fase in de betrekkingen tussen de EU en Armenië zou kunnen aanbreken; is ingenomen met potentiële initiatieven van Groenland om zijn politieke, institutionele en economische banden met de EU te versterken, tegen een achtergrond van toenemende steun voor toetreding tot de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>herinnert eraan dat eerdere uitbreidingsrondes aanzienlijke economische groei in zowel nieuwe als oude lidstaten teweeg hebben gebracht; onderstreept dat het vrije verkeer heeft gezorgd voor betere werkgelegenheidskansen en betere lonen, en ook voor een afname van armoede doordat werkers geld naar hun land van herkomst overmaken; benadrukt dat uitbreiding een positief effect heeft gehad op de levensstandaard doordat arbeidswetgeving, gezondheid en veiligheid op het werk, gendergelijkheid, digitale diensten, onderwijs en respect voor het beginsel van non-discriminatie erdoor zijn verbeterd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>wijst er nogmaals op dat toetreding verdienste als uitgangspunt moet houden en een omkeerbaar proces moet blijven, waarbij elke aspirant- of kandidaat-lidstaat wordt beoordeeld aan de hand van de criteria van Kopenhagen, aanpassing aan het acquis van de EU en alle bijkomende voorwaarden van het uitbreidingskader; benadrukt dat elk land dat onderweg is naar EU-toetreding op zijn eigen verdiensten moet worden beoordeeld, en dat landen niet aan elkaar gekoppeld mogen worden of als onderdeel van een pakket behandeld mogen worden; onderstreept dat er niet mag worden afgedongen op de waarden en fundamentele beginselen van de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>benadrukt dat het proces enerzijds meer stapsgewijs en dynamisch moet worden, door te werken met duidelijke hervormingsdoelen, routekaarten en tussentijdse mijlpalen, maar dat er anderzijds geen sprake kan zijn van een versnelde procedure, aangezien dit de integriteit van het toetredingsproces zou kunnen aantasten; merkt op dat diverse kandidaat-lidstaten zich reeds ambitieuze termijnen voor het afronden van de onderhandelingen ten doel hebben gesteld, hetgeen moet worden aangemoedigd indien er ook concrete hervormingen plaatsvinden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>benadrukt dat de rechtsstaat, democratische hervormingen, mediavrijheid en grondrechten, inclusief de rechten van minderheden, een prioriteit moeten blijven in de context van uitbreiding; benadrukt het belang van een onafhankelijke rechterlijke macht, de strijd tegen corruptie, samenwerking met en steun voor het maatschappelijk middenveld, en een gunstig klimaat dat vrij is van intimidatie, als cruciale voorwaarden voor duurzame vooruitgang in de richting van EU-lidmaatschap, met name in een tijd van toenemende autoritaire tendensen; benadrukt dat vooruitgang op het vlak van dergelijke fundamentele onderwerpen richtinggevend moet zijn bij alle onderhandelingshoofdstukken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>onderstreept de noodzaak om gedurende het hele toetredingsproces gendergelijkheid te bereiken en te veralgemeniseren, onder meer door af te rekenen met gendergeweld en huiselijk geweld, de rechten van kinderen te beschermen, inclusief hun recht op hoogwaardig onderwijs, en het beginsel van non-discriminatie ten volle uit te voeren, ook ten aanzien van de lhbtiq+-gemeenschap en personen met een handicap; benadrukt dat mensenrechten niet alleen in wetgeving moeten worden gewaarborgd, maar ook consistent in de praktijk moeten worden toegepast; benadrukt dat alle uitbreidingslanden ervoor moeten zorgen dat minderheden op alle overheidsniveaus daadwerkelijk vertegenwoordigd zijn, dat de culturele en taalkundige identiteit van minderheden wordt behouden, dat er toegang is tot kwalitatief hoogstaand onderwijs in minderheidstalen en dat haatzaaiende uitlatingen en door haat ingegeven misdrijven doeltreffend worden bestreden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>verzoekt de Commissie in haar jaarlijks verslag over de rechtsstaat alle uitbreidingslanden op te nemen die daar momenteel nog niet in behandeld worden; heeft met name zorgen wat betreft de hardnekkige tekortkomingen en de stagnatie in verband met processen aangaande hervorming van het rechtstelsel, de pogingen om vooruitgang op het gebied van corruptiebestrijding te kenteren, de slechts beperkte vooruitgang op het vlak van hervorming van openbaar bestuur, het feit dat verkiezingswetgeving niet voldoet aan de Europese normen, en ook wat betreft polarisatie in de samenleving, de steeds beperkter wordende ruimte voor het maatschappelijk middenveld en de onderdrukking van het recht op vreedzame vergadering in sommige uitbreidingslanden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>onderstreept dat er noch in de EU noch in landen die tot de EU willen toetreden plaats is voor opruiende retoriek, ontkenning van volkerenmoord of verheerlijking van oorlogsmisdadigers afkomstig van wie dan ook; benadrukt dat een confrontatie met het verleden onontkoombaar is voor echte verzoening, welke cruciaal is voor welvarende samenlevingen en succesvolle integratie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>spoort de uitbreidingslanden aan om de noodzakelijke hervormingen vastbesloten en tijdig te blijven doorvoeren en tastbare en onomkeerbare vorderingen te maken, te beginnen met de fundamentele onderwerpen; blijft bij zijn standpunt dat het nodig is in alle uitbreidingslanden voortdurend te werken aan het bevorderen van een pluriform medialandschap, een klimaat in stand te houden waarin onderzoeksjournalistiek kan worden bedreven, en de vrijheid van meningsuiting te waarborgen, en dat er tevens doeltreffende mechanismen moeten worden ingevoerd om haatzaaiende uitlatingen, lastercampagnes, intimidatie, dreigementen en aanvallen tegen journalisten aan te pakken; dringt erop aan dergelijke misdrijven te onderzoeken en te vervolgen en tegelijkertijd de mediaconcentratie, de politieke en economische druk en het gebrek aan transparantie met betrekking tot financiering en eigenaarschap in de media aan te pakken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>wijst op de noodzaak van meer burgerparticipatie en betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld in het uitbreidingsproces; onderstreept de rol van maatschappelijke organisaties met een bewezen staat van dienst en specifieke deskundigheid op het vlak van hervormingen (d.w.z. screening, onderhandelingen, uitvoering en monitoring) en het waarborgen van transparantie, verantwoordingsplicht en vertrouwen van het publiek in het toetredingsproces; benadrukt dat het belangrijk is hen te blijven steunen opdat zij hun werk binnen een veilige context kunnen voortzetten; pleit ervoor dat nationale actoren bewust moeten worden gemaakt van het feit dat het belangrijk is het maatschappelijk middenveld te steunen en meer ondersteuning vanuit de staat te verlenen voor de activiteiten van maatschappelijke organisaties, ook in voorbereiding op een gewijzigde financieringssituatie na toetreding tot de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>wijst nogmaals op zijn standpunt dat afstemming op het GBVB van de EU een essentiële graadmeter is voor de mate waarin een kandidaat-lidstaat er blijk van geeft een duidelijke geostrategische oriëntatie te hebben, zich te willen verbinden aan de fundamentele waarden en beginselen van de EU en klaar te zijn voor toekomstig EU-lidmaatschap;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>merkt op dat sommige kandidaat-lidstaten, en in de eerste plaats Oekraïne, nu al een bijdrage leveren aan de Europese veiligheid en defensie; uit zijn diepste respect en dankbaarheid aan het Oekraïense volk, dat dagelijks de hoogste prijs betaalt voor het in stand houden van de Europese levenswijze;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>is ingenomen met de succesvolle hervatting van de GBVB-dialoog met de partners in de Westelijke Balkan en wijst op het belang van deze partnerschappen voor vrede en veiligheid; dringt er bij alle (potentiële) kandidaat-lidstaten op aan zich in de eerste plaats snel en volledig te conformeren aan het GBVB en wijst er nogmaals op dat een land slechts kan toetreden als het zich volledig achter het GBVB schaart, onder meer door restrictieve maatregelen aan te nemen en uit te voeren en door het visumbeleid van de EU over te nemen; merkt op dat het nog steeds zo is dat de meest zorgwekkende ontwikkelingen en achteruitgang op het gebied van democratie zich voordoen in de uitbreidingslanden die zich het minst hebben aangepast aan het GBVB, en in landen waarvoor het EU-toetredingsproces de facto tot stilstand is gekomen, in het bijzonder Servië, Georgië en Turkije; dringt er bij de EU en de lidstaten op aan er alles aan te doen om te voorkomen dat andere uitbreidingslanden in de voetsporen van deze landen zullen treden; beklemtoont dat systematische afwijking van het GBVB een fundamentele belemmering voor EU-toetreding vormt; verwacht van (potentiële) kandidaat-lidstaten dat zij zich, als cruciaal onderdeel van het toetredingsproces, ook volledig conformeren aan het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid (GVDB), met inbegrip van de beginselen, doelstellingen en missies van dat beleid; moedigt de Raad Buitenlandse Zaken aan om de ministers van Buitenlandse Zaken van uitbreidingslanden die zich volledig aan het GBVB conformeren, uit te nodigen om als gast deel te nemen aan zijn topontmoetingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>wijst erop dat het van belang is de rol van kandidaat-lidstaten op het gebied van Europese veiligheid en defensie te versterken en is er voorstander van dat zij, als hun verdiensten dit rechtvaardigen, deelnemen aan selecte EU-instrumenten, -programma’s en -projecten en dat zij de status van waarnemer bij het Europees Defensieagentschap krijgen; pleit ervoor hen te betrekken bij de besprekingen inzake het beloven van veiligheidsgaranties aan Oekraïne; is zich bewust van de bijdrage van diverse kandidaat-lidstaten aan GVDB-missies van de EU, en van hun strijd tegen anti-EU-FIMI en hybride dreigingen, en onderstreept dat nauwere integratie zal zorgen voor een versterking van de collectieve veiligheid en de weerbaarheid ten aanzien van hybride dreigingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>benadrukt dat niet-afstemming op het GBVB veiligheidsrisico’s voor de EU met zich meebrengt, bijvoorbeeld wanneer burgers van niet-EU-landen zonder visum de EU kunnen inreizen nadat zij het staatsburgerschap van een kandidaat-lidstaat hebben verworven, of doordat de afhankelijkheid van China verder toeneemt; blijft bij zijn standpunt dat er duidelijke conditionaliteit moet gelden waar het samenwerking betreft met geopolitieke rivalen die de op regels gebaseerde internationale orde willen ondermijnen en Europa willen verzwakken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>benadrukt dat regionale samenwerking, met name in de Westelijke Balkan, een absolute voorwaarde is voor EU-toetreding; beklemtoont dat verzoening, die leidt tot goede nabuurschapsbetrekkingen, essentieel is opdat een land zich bij de EU kan aansluiten; onderstreept voorts dat uitstaande bilaterale kwesties tussen EU- en niet-EU-landen bilateraal moeten worden opgelost, in overeenstemming met het internationaal recht, en niet gebruikt mogen worden om uitbreiding tegen te houden; waarschuwt dat te grote vertragingen een negatieve uitwerking kunnen hebben op zowel de publieke opinie als de politieke motivatie in kandidaat-lidstaten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>herinnert eraan dat in het kader van het EU-toetredingsproces moet worden voldaan aan de voorwaarden die zijn vastgelegd in de EU-onderhandelingskaders, dat goede nabuurschapsbetrekkingen moeten worden nagestreefd en dat bilaterale en internationale overeenkomsten moeten worden nageleefd, in overeenstemming met de criteria van Kopenhagen, en dat het proces is gebaseerd op de eigen verdiensten van het land; verzoekt de Raad te voorkomen dat bilaterale kwesties die geen verband houden met de criteria van Kopenhagen een belemmering vormen voor vooruitgang;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>onderstreept het belang van de dialoog tussen Belgrado en Pristina, die van cruciaal belang is voor Servië en Kosovo om voortgang te maken op hun respectieve Europese trajecten en die zal bijdragen tot stabiliteit en welvaart in de regio, alsook het belang van verdere uitvoering te goeder trouw van de Overeenkomst van Prespa tussen Noord-Macedonië en Griekenland en het Verdrag inzake vriendschap, goed nabuurschap en samenwerking tussen Noord-Macedonië en Bulgarije, in overeenstemming met het onderhandelingskader van de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>herhaalt zijn standpunt inzake het belang van het openen en openbaar maken van historische oorlogs- en communistische archieven teneinde waarheidsvinding en verzoening verder mogelijk te maken en het democratisch bestuur te versterken; onderstreept het belang van een volledige uitvoering van binnenlandse en internationale rechterlijke beslissingen en de naleving van internationale verplichtingen inzake oorlogsmisdaden en vermiste personen, en het aanpakken van de verheerlijking van oorlogsmisdadigers en historisch revisionisme;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>onderstreept dat, aangezien toetreding afhankelijk is van de prestaties van het land, toetredingsonderhandelingen kunnen worden stilgelegd of teruggedraaid als de fundamentele waarden er in een land op achteruitgaan en pas worden hervat wanneer het land voldoende vooruitgang heeft geboekt met zijn hervormingen; benadrukt dat als landen ondermaats presteren op het gebied van democratisch bestuur, daar consequenties aan moeten worden verbonden opdat wordt gewaarborgd dat toetreding echt op basis van verdiensten geschiedt; herhaalt dat de EU de democratische pijlers in kandidaat-lidstaten proactief moet ondersteunen om de stabiliteit en het momentum voor hervorming kracht bij te zetten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>dringt aan op een grondige evaluatie van het uitbreidingsbeleid, zowel inhoudelijk als principieel, om te bekijken waarom sommige uitbreidingslanden slechts zeer beperkte vooruitgang hebben geboekt, met name op het gebied van de rechtsstaat, mensenrechten en democratie; pleit voor een evaluatie van de geboekte vooruitgang die niet alleen het niveau van wetgeving omvat, maar ook naar de uitvoering kijkt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>verzoekt de Commissie een monitoringgroep op te zetten inzake de uitvoering van hervormingen binnen het cluster “fundamentele kwesties”, waar snelle voor- of achteruitgang vaak het duidelijkst zichtbaar is en van grote invloed kan zijn op de geloofwaardigheid en duurzaamheid van het toetredingsproces;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>erkent dat wegens grote tekortkomingen in eerder voltooide uitbreidingsprocessen een achteruitgang van de democratie kon optreden ná toetreding tot de EU, hetgeen de geloofwaardigheid van het EU-uitbreidingsbeleid heeft ondermijnd; is van mening dat de EU in kandidaat-lidstaten waar onvoldoende vooruitgang wordt geboekt op weg naar EU-lidmaatschap meer steun moet verlenen aan democratische pro-EU-actoren in het maatschappelijk middenveld die zich inzetten voor hervormingen en voor Europese waarden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>verzoekt de EU-delegaties ter plaatse een geloofwaardige en op verdienste gebaseerde benadering te hanteren die gegrondvest is op eerbiediging van de rechtsstaat en de bescherming van de mensenrechten;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Doeltreffende werking van een uitgebreide Unie</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>is van mening dat het proces ter voorbereiding van de uitbreiding zowel binnen de EU als in de uitbreidingslanden parallel moet plaatsvinden teneinde te waarborgen dat de uitgebreide Unie op doeltreffende wijze functioneert;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>roept de EU-instellingen en de lidstaten nogmaals op de nodige hervormingen door te voeren die de EU sterker zullen maken en de strategische autonomie van Europa zullen vergroten, zodat de toetreding van nieuwe landen geen vertraging oploopt vanwege het uitblijven van die hervormingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>doet nogmaals een oproep om de EU beter in staat te stellen tot handelen door besluitvorming met gekwalificeerde meerderheid van stemmen in te voeren op gebieden die van belang zijn voor het toetredingsproces, door met name de vereiste van eenparigheid van stemmen af te schaffen voor de tussentijdse momenten in het uitbreidingsproces waarop een besluit wordt genomen over het openen en afsluiten van afzonderlijke onderhandelingsclusters en -hoofdstukken; betreurt het feit dat er bij de tussenstappen van het uitbreidingsproces te vaak gebruik wordt gemaakt van eenparigheid van stemmen, waardoor de uitbreiding van de EU herhaaldelijk vertraging heeft opgelopen en de steun onder de bevolking voor EU-integratie afneemt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>33.</NO.P>acht het noodzakelijk het sectoraal beleid van de EU te evalueren om te bekijken hoe nieuwe lidstaten in de Unie kunnen worden opgenomen en om ervoor te zorgen dat een uitgebreide Unie efficiënt functioneert; is ingenomen met de komende pretoetredingsbeleidsevaluaties, die een essentiële stap vormen in de voorbereiding van de Unie op nieuwe leden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>34.</NO.P>benadrukt dat het uitbreidingsproces aanzienlijke mogelijkheden biedt voor convergentie op diverse belangrijke terreinen als economie, milieubescherming en veiligheid, zoals uit eerdere uitbreidingsronden is gebleken; is verheugd over de eerste convergentie-effecten die dankzij het Europese perspectief reeds zichtbaar zijn; onderstreept dat het cohesiebeleid en het gemeenschappelijk landbouwbeleid een centrale rol spelen bij de bevordering van convergentie tussen de EU-lidstaten en ook in een uitgebreide Unie behouden moeten blijven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>35.</NO.P>erkent het belang van een brede toepassing van geleidelijke opname van kandidaat-lidstaten die substantiële vooruitgang boeken met EU-gerelateerde hervormingen in gemeenschappelijk beleid van de EU, zoals de eengemaakte markt (met inbegrip van de digitale eengemaakte markt), zij het op een manier die uitgaat van de verdienste van het land en omkeerbaar is, en die de integriteit van de interne markt van de EU intact laat en een gelijk speelveld in stand houdt; beklemtoont dat hoewel geleidelijke opname kandidaat-lidstaten kan helpen het EU-acquis toe te passen en zo de transitie naar EU‑lidmaatschap vlotter kan laten verlopen, dit niet in de plaats kan komen van volwaardig EU-lidmaatschap; onderstreept dat toekomstige lidstaten dezelfde rechten en plichten moeten hebben als de huidige lidstaten en verzet zich met klem tegen het ontstaan van verschillende lidmaatschapscategorieën;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>36.</NO.P>wijst erop dat visumliberalisering de meest belonende en best gewaardeerde uitkomst van geleidelijke opname is; staat achter de nieuwe regels die het mogelijk zouden maken om visumliberalisering op te schorten voor onderdanen van uitbreidingslanden die verantwoordelijk zijn voor democratische achteruitgang en ernstige schendingen van de mensenrechten, onder meer in de vorm van vervolging van en geweld tegen vreedzame demonstranten, maatschappelijke organisaties, medewerkers van media en politici van de oppositie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>37.</NO.P>benadrukt dat wanneer een kandidaat-lidstaat een mogelijkheid tot geleidelijke opname krijgt aangeboden, dit in overeenstemming moet zijn met de benadering op basis van verdienste en conditionaliteit; benadrukt dat het cruciaal is ervoor te zorgen dat geleidelijke opname kan worden teruggedraaid in gevallen waarin achteruitgang optreedt ten aanzien van de nakoming van verplichtingen door een kandidaat-lidstaat;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>38.</NO.P>herhaalt zijn standpunt dat het uitbreidingsproces moet worden ondersteund door kandidaat-lidstaten te betrekken bij de werking van de EU-instellingen, bijvoorbeeld door hun de status van waarnemer te geven in relevante organen en instellingen, zoals het Parlement en het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>39.</NO.P>onderstreept hoe belangrijk het is binnen Europese samenlevingen het grote publiek voor te lichten over uitbreiding van de EU en de functie van uitbreiding in de context van het toekomstbestendig maken van Europese integratie; benadrukt dat het slagen van het uitbreidingsproces in belangrijke mate zal afhangen van het hebben van een duidelijke en transparante communicatiestrategie;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Uitbreidingslanden helpen in hun traject op weg naar EU-lidmaatschap</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>40.</NO.P>benadrukt dat de EU niet alleen voor elk toetredingsland afzonderlijke hervormingsdoelstellingen, routekaarten en tussentijdse mijlpalen moet vaststellen, maar het proces ook transparanter moet maken en duidelijke en voorspelbare tijdsschema’s moet vastleggen voor de toetreding van de kandidaat-lidstaten die het verst gevorderd zijn in hun toetredingstraject, om te voorkomen dat ze het momentum kwijtraakt en haar geloofwaardigheid verspeelt; is van mening dat een kandidaat-lidstaat tot de EU moet kunnen toetreden zodra aan alle voorwaarden voor toetreding is voldaan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>41.</NO.P>benadrukt dat belangrijke hervormingen die gevolgen hebben voor de werking en onafhankelijkheid van instellingen niet overhaast mogen worden doorgevoerd en niet in een politiek spel mogen worden gebruikt, in het bijzonder in kandidaat-lidstaten met complexe constitutionele regelingen; benadrukt dat versnelde procedures of druk om politieke deadlines te halen geen afbreuk mogen doen aan de juridische kwaliteit en institutionele integriteit van de hervormingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>42.</NO.P>is van mening dat financiële pretoetredingssteun, waaronder de faciliteiten voor de Westelijke Balkan, Oekraïne en Moldavië, essentieel is om ervoor te zorgen dat uitbreidingslanden gestructureerde financiële bijstand krijgen ten behoeve van institutionele en economische transformatie; benadrukt dat financiële bijstand van de EU steeds alleen mag worden uitgekeerd als het land in kwestie aan de voorwaarden voor pretoetredingssteun voldoet en blijft voldoen, onder meer op het gebied van de rechtsstaat en corruptiebestrijding, om de financiële belangen van de EU en burgers van zowel de EU als het toetredingsland in kwestie te beschermen; wijst erop dat de uitvoeringsmodaliteiten van het IPA moeten worden aangepast om het voorbereidings- en leerproces te faciliteren dat nodig is met het oog op het gebruik van structuurfondsen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>43.</NO.P>benadrukt dat uitbreiding financiële hervormingen vereist om uitdagingen op terreinen als het cohesie- en landbouwbeleid aan te pakken en te waarborgen dat bestaande programma’s en politieke prioriteiten nog steeds met de EU-begroting verwezenlijkt zullen kunnen worden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>44.</NO.P>merkt op dat uitbreiding in het voorstel van de Commissie voor het meerjarig financieel kader (MFK) 2028-2034 duidelijk wordt aangemerkt als een van de strategische prioriteiten van de EU; benadrukt dat uitbreiding een centrale pijler vormt van het instrument “Europa in de wereld” en goed is voor 21 % (43,1 miljard EUR) van de voorgestelde begroting ervan, en dat het instrument alle huidige en potentiële kandidaat-lidstaten alsmede partners in het oostelijk nabuurschap bestrijkt en gerichte financiering verschaft voor pretoetredingssteun, institutionele opbouw en de interne voorbereidingen van de EU met het oog op toekomstige toetredingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>45.</NO.P>dringt erop aan dat in het nieuwe MFK adequate pretoetredingssteun wordt opgenomen, die passend is voor de tijdens de toepassingsperiode van de begroting verwachte uitbreiding van de EU, aangezien sommige kandidaat-lidstaten waarschijnlijk tot de EU zullen toetreden tijdens de toepassingsperiode van het komende MFK; dringt aan op duidelijke en consistente toewijzingen en oormerking van pretoetredingsmiddelen voor kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten in de pijler “Europa in de wereld” van het MFK en benadrukt dat deze middelen moeten worden beschermd tegen doorsluizing naar andere prioriteiten van het externe beleid, en dat ze duidelijk de prioriteiten inzake de fundamentele kwesties moeten weerspiegelen en bovendien de zichtbaarheid en transparantie van pretoetredingssteun ten goede moeten komen; beklemtoont dat middelen rechtstreeks moeten bijdragen tot de bevordering van de rechtsstaat, de hervorming van het openbaar bestuur, sociale en territoriale cohesie en empowerment en betrokkenheid van lokale maatschappelijke organisaties en onafhankelijke media teneinde transparantie te waarborgen, misbruik van middelen te voorkomen en de publieke verantwoordingsplicht van begunstigde regeringen hoog te houden; verzoekt de Commissie om consequent gerichte conditionaliteit op basis van duidelijke benchmarks inzake vooruitgang toe te passen en er in dit kader voor te zorgen dat hervormingen worden beloond en achteruitgang of een aanhoudend gebrek aan vooruitgang wordt bestraft;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>46.</NO.P>pleit er nogmaals voor een kader op te zetten voor doeltreffende samenwerking tussen het Europees Openbaar Ministerie (EOM) en de toetredingslanden; moedigt kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten van de EU aan om snel bilaterale werkafspraken te maken met het EOM, teneinde nauwe samenwerking en de vervolging van misbruik van EU-middelen te faciliteren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>47.</NO.P>benadrukt dat de financiering voor de uitvoering van maatregelen op het gebied van milieu, klimaat en dierenwelzijn, en de steun voor capaciteitsopbouw voor kandidaat-lidstaten, moeten worden opgeschroefd en beter onderling moeten worden afgestemd; merkt op dat deze maatregelen sectoroverschrijdend zijn en hoge kosten met zich meebrengen, naast het feit dat zij cruciaal zijn voor duurzame ontwikkeling, conformiteit met de Green Deal en de dierenwelzijnsregels van de EU, en integratie in de interne markt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>48.</NO.P>benadrukt dat het belangrijk is om kandidaat-lidstaten te betrekken bij lopende en toekomstige EU-projecten inzake connectiviteit, vervoer, energie-infrastructuur, de groene transitie, digitale veiligheid, weerbaarheid en militaire mobiliteit en zo Europa’s veiligheid in een uitdagende geopolitieke context te versterken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>49.</NO.P>onderstreept het strategische belang van het Zwarte Zeegebied voor de veiligheid en welvaart van het volledige Europese continent; beklemtoont dat de connectiviteit tussen Oekraïne, Moldavië, Roemenië, Bulgarije en Turkije op het gebied van vervoer, energie en digitale infrastructuur moet worden verbeterd, teneinde de veerkracht in die regio te versterken, toeleveringsketens te diversifiëren en alternatieve handelsroutes te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>50.</NO.P>benadrukt het strategische belang van vervoers- en energie-infrastructuurprojecten in het oostelijk nabuurschap van de EU en de Westelijke Balkan met het oog op versterking van de geostrategische autonomie van de EU, en dringt erop aan deze projecten snel te voltooien en volledig operationeel te maken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>51.</NO.P>is bezorgd over de toenemende invloed van China in de uitbreidingslanden, de economische en politieke afhankelijkheden die voortvloeien uit de Chinese programma’s voor financiële bijstand en de aanzienlijke investeringen in belangrijke sectoren zoals energie, telecommunicatie, infrastructuur en de mijnbouw- en grondstoffensector, en de langetermijngevolgen voor de democratische veerkracht, de economische veiligheid en Europese belangen; dringt aan op een sterkere, zichtbaardere betrokkenheid van de EU, onder meer door middel van geloofwaardige investeringsalternatieven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>52.</NO.P>is verheugd over de tastbare resultaten die zijn bereikt voor burgers, doordat de roamingtarieven tussen de EU en de Westelijke Balkan zijn verlaagd; verzoekt de Commissie om haar inspanningen te intensiveren zodat dergelijke roamingregelingen sneller kunnen gaan gelden voor alle uitbreidingslanden en “roaming tegen thuistarief” en de gemeenschappelijke eurobetalingsruimte (SEPA) zo snel mogelijk een realiteit worden voor alle kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>53.</NO.P>pleit voor een sterkere focus op het investeren in menselijk kapitaal om concurrentievermogen en innovatie in de kandidaat-lidstaten te bevorderen en concrete oplossingen voor jeugdwerkloosheid te vinden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>54.</NO.P>verzoekt de Raad, de Commissie en de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) nogmaals om zowel in uitbreidingslanden als in de lidstaten meer proactief en strategisch te communiceren over de concrete voordelen van EU-lidmaatschap en daartoe specifieke, op feiten gebaseerde en resultaatgerichte communicatiestrategieën uit te werken die de doelen van de EU ondersteunen en gebruikmaken van lokale media en maatschappelijke organisaties, in plaats van met algemene communicatiecampagnes te werken; wijst in dit verband op de cruciale rol van jongeren, aangezien herhaaldelijk is gebleken dat jongerenbewegingen een essentiële bijdrage leveren aan prodemocratisch activisme in kandidaat-lidstaten; roept de Commissie daarnaast nogmaals op om de steun en investeringen van de EU in kandidaat-lidstaten zo zichtbaar en bekend mogelijk te maken met behulp van duidelijke aanduidingen en afbeeldingen van de Europese vlag, ook als die steun en investeringen via internationale organisaties in het land van bestemming terechtkomen; beklemtoont dat terwijl de Verenigde Staten hun steun aan onafhankelijke media en het maatschappelijk middenveld in kandidaat-lidstaten hebben stopgezet, de EU er veel belang bij heeft meer steun te geven; benadrukt dat de steun van burgers een doorslaggevende rol zal spelen in ratificatieprocessen en dat communicatie-activiteiten derhalve zowel het verstand als het gevoel moeten aanspreken; dringt er bij de EU-instellingen op aan inclusieve publieke debatten over uitbreiding te stimuleren waaraan het grote publiek op zinvolle en effectieve wijze kan deelnemen; onderstreept het belang van een grotere lokale betrokkenheid van burgers bij het uitbreidingsproces, zowel in de EU-lidstaten als in toetredingslanden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>55.</NO.P>wijst erop dat de autoriteiten en politieke leiders in de toetredingslanden een belangrijke rol hebben waar het gaat om samenwerking tussen de partijen in de context van EU‑toetredingshervormingen, het behoud van een brede maatschappelijke consensus voor EU-lidmaatschap en het efficiënt en voortdurend voorlichten van burgers over de voordelen van EU-toetreding; benadrukt de cruciale rol van maatschappelijke organisaties waar het gaat om het bevorderen van een op feiten gestoeld publiek discours over EU-integratie, het bestrijden van desinformatie en het faciliteren van een met kennis onderbouwd publiek debat; verzoekt de Commissie en de lidstaten om maatschappelijke actoren systematisch te betrekken bij strategische communicatie-initiatieven over uitbreiding en door de EU gesteunde hervormingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>56.</NO.P>dringt er bij de Commissie op aan in haar openbare communicatie, ook op het hoogste niveau, duidelijker en directer taalgebruik te bezigen, ook wanneer het gaat over tekortkomingen, gebrek aan vooruitgang of achteruitgang, met name met betrekking tot de rechtstaat, teneinde conditionaliteit hoog in het vaandel te houden, de waarden van de EU te verdedigen en het vertrouwen van pro-Europese en pro-democratische actoren te behouden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>57.</NO.P>verzoekt de EU-instellingen en de lidstaten zich volop in te zetten om de hervormingsprocessen in de kandidaat-lidstaten robuuster te maken, en zich daartoe met name te richten op het verbeteren van de bestuurlijke capaciteiten door middel van gerichte programma’s voor capaciteitsopbouw; pleit voor intensivering van de samenwerking op academisch en onderwijsgebied tussen EU-lidstaten en uitbreidingslanden door te stimuleren dat er cursussen worden gegeven over Europese waarden en de rechtsstaat, goed bestuur, openbaar bestuur en de uitbanning van corruptie, en door een platform op te zetten waar ambtenaren van uitbreidingslanden, met inbegrip van ambtenaren bij lokale en regionale overheden, gezamenlijk opleidingen kunnen volgen; beklemtoont dat twinningprojecten een succesvolle manier zijn om sectorale expertise over te brengen en benadrukt dat de EU moet voortbouwen op deze positieve ervaring, niet in de laatste plaats om actoren binnen de lidstaten meer bij het uitbreidingsproces te betrekken; benadrukt dat in programma’s voor capaciteitsopbouw ook prioriteit moeten worden toegekend aan de versterking van onafhankelijke maatschappelijke organisaties en het waarborgen van de ruimte waarbinnen zij opereren; verzoekt de Commissie programma’s te ondersteunen die gericht zijn op de empowerment van lokale gemeenschappen, vrijwilligers en burgerinitiatieven die de democratische cultuur, Europese waarden en sociale cohesie bevorderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>58.</NO.P>benadrukt dat parlementaire diplomatie, verantwoordingspicht en EU-programma’s ter bevordering van democratie ertoe bijdragen dat het hervormingsproces zijn momentum behoudt; bevestigt nogmaals dat het bereid is tot intensivering van regelmatige en transparante dialoog en samenwerking met de nationale parlementen van (potentiële) kandidaat-lidstaten door voort te bouwen op eerdere positieve ervaringen en bewezen formats en door volop gebruik te maken van de bestaande instrumenten en initiatieven van het Parlement ter ondersteuning van de democratie en door aan te sturen op meer parlementair toezicht op het proces van EU-uitbreiding en daaraan gerelateerde hervormingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>59.</NO.P>onderstreept de noodzaak van electorale hervormingen waardoor vrije, eerlijke en democratische verkiezingen mogelijk worden die voldoen aan internationale normen; benadrukt dat benchmarks inzake pluriformiteit, integriteit van partijen, transparantie van partij- en mediafinanciering en onafhankelijkheid van de rechterlijke macht en de media voorwaarden zijn voor financiële steun en vooruitgang; moedigt de EU en de lidstaten aan gebruik te maken van participatie-instrumenten waarbij burgers, parlementen, het maatschappelijk middenveld en jongeren worden aangemoedigd om hun standpunten te delen en wederzijds begrip te vergroten, en een gevoel van zeggenschap te cultiveren voordat formele toetreding plaatsvindt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>60.</NO.P>maakt zich zorgen over de grootschalige en kwaadwillige desinformatiecampagnes die al vele jaren door Rusland en andere actoren worden gevoerd en die sinds het begin van de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne nog heviger zijn geworden; merkt op dat kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten en buurlanden van de EU een duidelijk doelwit zijn van Russische FIMI-operaties, waarmee onder meer wordt beoogd de EU in diskrediet te brengen en de waarde van EU-integratie in de perceptie van de mensen omlaag te halen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>61.</NO.P>pleit ervoor dat de EU meer in gesprek treedt met het maatschappelijk middenveld en meer steun geeft voor onderzoeksjournalistiek, organisaties die aan factchecken doen en maatschappelijke organisaties die de mediageletterdheid bevorderen, teneinde desinformatie en buitenlandse informatiemanipulatie en inmenging (FIMI) effectief tegen te gaan; benadrukt dat alle uitbreidingslanden die in de context van hun proces van aanpassing aan de EU en in hun verkiezingsproces te maken hebben met sterke buitenlandse inmenging, behoefte hebben aan doorlopende steun van en nauwe samenwerking met de EU; roept op de lessen die zijn getrokken uit de partnerschapsmissie van de EU in Moldavië toe te passen; benadrukt dat het belangrijk is om na te gaan of de EU-instrumenten die bedoeld zijn om kandidaat-lidstaten te helpen bij de bestrijding van FIMI effectief zijn, en deze te verbeteren; verwelkomt het voornemen van de Commissie om het voorgestelde schild voor de Europese democratie uit te breiden naar de toetredingslanden, zodat zij beter kunnen reageren op dreigingen zoals FIMI en desinformatiecampagnes; verzoekt de Commissie en de EDEO de samenwerking met kwetsbare uitbreidingslanden op het gebied van informatieweerbaarheid, cyberveiligheid en hybride dreigingen te intensiveren; verzoekt de EDEO en de EU-delegaties in derde landen hun respectieve capaciteiten voor het bestrijden en weerleggen van desinformatie en propaganda tegen het GBVB van de EU verder te versterken, onder meer door te investeren in communicatiecampagnes ter bestrijding van buitenlandse invloeden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>62.</NO.P>stelt met bezorgdheid vast dat Rusland zich steeds vaker voordoet als een wereldwijde verdediger van “traditionele waarden” door de Russisch-orthodoxe kerk te gebruiken als instrument voor desinformatie en soft power, met name in de landen van de voormalige Sovjet-Unie; onderstreept dat dergelijke praktijken bedoeld zijn om de democratie, de sociale cohesie en pro-Europese visies te ondermijnen; dringt erop aan dat in het GBVB en in het uitbreidingsbeleid specifieke maatregelen worden opgenomen om dergelijke beïnvloeding tegen te gaan, zoals betrekkingen met geloofsgemeenschappen, strategische communicatie en steun voor religieuze gemeenschappen die slachtoffer waren van Sovjet-onderdrukking;</P></ACTION><SEPARATION><P>°</P><P>°	°</P></SEPARATION><ACTION><P><NO.P>63.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de regeringen en de parlementen van de lidstaten alsook de regeringen en parlementen van de uitbreidingslanden.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>