<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2026)0079</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Het wegnemen van belemmeringen voor de eengemaakte markt voor defensie</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0017/2026 - Rapporteur: Tobias Cremer)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 11 maart 2026 over het wegnemen van belemmeringen voor de eengemaakte markt voor defensie (2025/2143(INI))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de Verklaring van Versailles, die tijdens de informele bijeenkomst van staatshoofden en regeringsleiders van 11 maart 2022 is aangenomen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het “Strategisch kompas voor veiligheid en defensie – Voor een Europese Unie die haar burgers, waarden en belangen beschermt en bijdraagt aan de internationale vrede en veiligheid”, dat op 21 maart 2022 door de Raad werd goedgekeurd en op 25 maart 2022 door de Europese Raad werd bekrachtigd,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Besluit (GBVB) 2017/2315 van de Raad van 11 december 2017 tot instelling van de permanente gestructureerde samenwerking (PESCO) en tot opstelling van de lijst van deelnemende lidstaten<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">1</STRING>PB L 331 van 14.12.2017, blz. 57, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2017/2315/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn 2009/43/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009 betreffende de vereenvoudiging van de voorwaarden voor de overdracht van defensiegerelateerde producten binnen de Gemeenschap<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">2</STRING>PB L 146 van 10.6.2009, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2009/43/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn 2009/81/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen door aanbestedende diensten van bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten op defensie- en veiligheidsgebied, en tot wijziging van Richtlijnen 2004/17/EG en 2004/18/EG<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">3</STRING>PB L 216 van 20.8.2009, blz. 76, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2009/81/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2021/697 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2021 tot oprichting van het Europees Defensiefonds en tot intrekking van Verordening (EU) 2018/1092<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">4</STRING>PB L 170 van 12.5.2021, blz. 149, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/697/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2023/1525 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juli 2023 betreffende de ondersteuning van de productie van munitie<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">5</STRING>PB L 185 van 24.7.2023, blz. 7, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2023/1525/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2023/2418 van het Europees Parlement en de Raad van 18 oktober 2023 tot vaststelling van een instrument voor de versterking van de Europese defensie-industrie door middel van gemeenschappelijke aanbestedingen (Edirpa)<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">6</STRING>PB L, 2023/2418, 26.10.2023, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2023/2418/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2025/2643 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2025 tot vaststelling van het programma voor de Europese defensie-industrie en van een kader van maatregelen ter waarborging van de tijdige beschikbaarheid en levering van defensieproducten (“EDIP‑verordening”)<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">7</STRING>PB L, 2025/2643, 29.12.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2025/2643/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2025/2653 van het Europees Parlement en de Raad van 19 december 2025 tot wijziging van de Verordeningen (EU) 2021/694, (EU) 2021/695, (EU) 2021/697, (EU) 2021/1153, en (EU) 2024/795 wat betreft het stimuleren van defensiegerelateerde investeringen in de EU-begroting met het oog op de uitvoering van het ReArm Europe-plan<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">8</STRING>PB L, 2025/2653, 22.12.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2025/2653/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2025/1106 van de Raad van 27 mei 2025 tot vaststelling van het instrument “Optreden voor de veiligheid van Europa (SAFE) door middel van versterking van de Europese defensie-industrie”<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">9</STRING>PB L, 2025/1106, 28.5.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2025/1106/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie van 17 juni 2025 voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende versnelde vergunningverlening voor defensiegereedheidsprojecten (COM(2025)0821), het voorstel van de Commissie van 17 juni 2025 voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 1907/2006, (EG) nr. 1272/2008, (EU) nr. 528/2012, (EU) 2019/1021 en (EU) 2021/697 wat betreft defensiegereedheid en het faciliteren van defensie-investeringen en voorwaarden voor de defensie-industrie (COM(2025)0822), en het voorstel van de Commissie van 17 juni 2025 voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van de Richtlijnen 2009/43/EG en 2009/81/EG wat betreft de vereenvoudiging van de overdracht van defensiegerelateerde producten binnen de EU en de vereenvoudiging van aanbestedingen op het gebied van veiligheid en defensie (COM(2025)0823), die deel uitmaken van het omnibuspakket voor defensiegereedheid van 17 juni 2025,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de conclusies van de Europese Raad over de Europese defensie, in het bijzonder die van 6 maart 2025, 20 maart 2025, 26 juni 2025 en 23 oktober 2025,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 25 maart 2021 over de uitvoering van Richtlijn 2009/81/EG betreffende aanbestedingen op defensie- en veiligheidsgebied, en van Richtlijn 2009/43/EG betreffende de overdracht van defensiegerelateerde producten<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">10</STRING>PB C 494 van 8.12.2021, blz. 54.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 2 april 2025 over de uitvoering van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid – jaarverslag 2024<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">11</STRING>PB C, C/2025/4388, 9.9.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/4388/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 25 november 2025 over de institutionele aspecten van het rapport over de toekomst van het Europese concurrentievermogen (rapport-Draghi)<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">12</STRING>Aangenomen teksten, P10_TA(2025)0285.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de gezamenlijke mededeling van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid van 5 maart 2024 getiteld “Een nieuwe strategie voor de Europese defensie-industrie – De paraatheid van de EU waarborgen door te zorgen voor een snel reagerende en weerbare Europese defensie-industrie (JOIN(2024)0010),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de politieke beleidslijnen voor de volgende Europese Commissie 2024-2029, getiteld “De keuze van Europa”, gepresenteerd op 18 juli 2025 door de toenmalige kandidaat voor het voorzitterschap van de Commissie, Ursula von der Leyen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het rapport van Mario Draghi van 9 september 2024 getiteld “The future of European competitiveness” (De toekomst van het Europese concurrentievermogen) (rapport-Draghi), en met name hoofdstuk 4 over het vergroten van de veiligheid en het verminderen van afhankelijkheden,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het rapport van Sauli Niinistö van 30 oktober 2024 getiteld “Safer Together – Strengthening Europe’s Civilian and Military Preparedness and Readiness” (Samen veiliger – Versterking van de civiele en militaire paraatheid en gereedheid van Europa) (rapport-Niinistö),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het rapport van Enrico Letta van 10 april 2024 getiteld “Much more than a market – Speed, Security, Solidarity: Empowering the Single Market to deliver a sustainable future and prosperity for all EU Citizens” (Meer dan een markt – Snelheid, veiligheid en solidariteit: versterking van de eengemaakte markt om een duurzame toekomst en welvaart voor alle EU-burgers tot stand te brengen) (rapport-Letta),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het gezamenlijke witboek van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid van 19 maart 2025 getiteld “Gezamenlijk witboek over de gereedheid van de Europese defensie 2030” (JOIN(2025)0120),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 55 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de adviezen van de Commissie economische en monetaire zaken en de Commissie interne markt en consumentenbescherming,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie veiligheid en defensie (A10-0017/2026),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat decennia van aanbestedingen op het gebied van defensie die in de eerste plaats gericht waren op het nationale niveau, industriële versnippering, regelgevingsbelemmeringen, onderinvesteringen, uiteenlopende dreigingsevaluaties en doelstellingen van het buitenlands beleid, een gebrek aan geïntegreerde vermogensplanning en geaggregeerde vraag, en concurrentie om intellectuele eigendom hebben verhinderd dat er een effectieve en volledig geïntegreerde eengemaakte markt voor defensie kon ontstaan en de interoperabiliteit van de defensiesystemen van de lidstaten hebben verzwakt, hetgeen aanzienlijke extra kosten voor de belastingbetaler heeft gecreëerd en tegelijkertijd het vermogen van de EU om de veiligheid van haar burgers te beschermen heeft ondermijnd, de Europese technologische en industriële defensiebasis (EDTIB) heeft verzwakt en tot gevolg heeft gehad dat de strategische autonomie, de veerkracht en het concurrentievermogen van Europa niet volledig zijn gerealiseerd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat in het rapport-Letta en het rapport-Draghi wordt gewezen op een combinatie van structurele tekortkomingen die het concurrentievermogen van de EDTIB aantasten en dat versnippering, ontoereikende overheidsuitgaven voor defensie en beperkte toegang tot financiering als belangrijkste uitdagingen worden genoemd, en dat in deze rapporten bijgevolg wordt erkend dat de totstandbrenging van een echte eengemaakte markt voor defensie noodzakelijk is; overwegende dat in het witboek over de toekomst van de Europese defensie wordt benadrukt dat acties gericht moeten zijn op regels en procedures voor overheidsopdrachten op defensiegebied, de overdracht van defensiegerelateerde producten binnen de EU en wederzijdse erkenning van nationale certificeringsvergunningen; overwegende dat in het rapport-Niinistö bovendien wordt beklemtoond dat de algehele paraatheid van Europa moet worden verbeterd, onder meer door de integratie van civiele en militaire veerkracht, en erop wordt gewezen dat efficiënter aan die behoeften tegemoet kan worden gekomen met een eengemaakte markt voor defensie;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat een veerkrachtige, concurrerende en innovatieve Europese industriële defensiebasis van essentieel belang is om resultaten te boeken wat het strategisch kompas betreft en het afschrikkings- en verdedigingsvermogen van de EU te waarborgen in het licht van de Readiness 2030-agenda; overwegende dat dit een coherent industrie- en technologiebeleid vereist dat interoperabele vermogens ondersteunt, kritieke toeleveringsketens veiligstelt, kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s) ondersteunt en innovatie voor tweeërlei gebruik bevordert;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat defensiebedrijven in kleinere lidstaten in het verleden zware gevolgen hebben ondervonden van een al te strenge aanpak in andere lidstaten wat controles voor doorvoer en uitvoer binnen de EU betreft, waaruit blijkt hoe één knelpunt toeleveringsketens in de hele EU kan verzwakken; overwegende dat kmo’s te kampen hebben met specifieke belemmeringen voor de toegang tot defensiemarkten; overwegende dat de huidige mededingings- en staatssteunregels van de EU geen op maat gesneden bepalingen voor grensoverschrijdende samenwerkingsprojecten op defensiegebied bevatten, wat het risico inhoudt dat industriële samenwerking en consolidatie worden belemmerd; overwegende dat er geen specifieke groepsvrijstelling noch een soortgelijk faciliterend mechanisme bestaat voor defensieprogramma’s die met middelen van EU-financieringsinstrumenten worden gefinancierd, wat rechtsonzekerheid creëert voor bedrijven die gezamenlijke onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten opzetten; overwegende dat het ontbreken van een adequaat kader voor intellectuele eigendom en licentieverlening voor door de overheid gefinancierde onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten op defensiegebied beperkingen creëert voor de productie van gecertificeerde Europese ontwerpen door meerdere producenten en de doeltreffendheid van instrumenten voor gezamenlijke aanbestedingen aantast;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat de Europese defensie-industrie kampt met een ernstig tekort aan geschoolde arbeidskrachten en een vergrijzende beroepsbevolking, waardoor er knelpunten in de productie dreigen te ontstaan, hetgeen uitbreiding in de weg staat; overwegende dat verschillende nationale vereisten op het gebied van veiligheidsmachtigingen voor personeel en bedrijven in de defensie-industrie een obstakel vormen voor toegenomen grensoverschrijdende samenwerking, doordat bedrijven of ingenieurs die in de ene lidstaat gemachtigd zijn om gerubriceerde informatie te verwerken nogmaals langdurig worden doorgelicht in andere lidstaten; overwegende dat de snelle invoering en toepassing van innovatieve technologieën door de Europese strijdkrachten worden belemmerd door langdurige ontwikkelingscycli en een grote risicoaversie;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat de publieke steun voor deze investeringen kan worden vergroot door de economische opbrengsten en voordelen op evenwichtige en evenredige wijze over de hele EU te verdelen, rekening houdend met de specifieke kenmerken van de nationale industriële defensiebases; overwegende dat grensoverschrijdende samenwerking ook de eerlijke en volwaardige deelname van kmo’s en midcap-ondernemingen aan de defensiewaardeketen moet waarborgen en de regionale cohesie in de hele EU moet versterken; overwegende dat investeringen in defensie het potentieel inhouden om in een groot aantal regio’s hoogwaardige banen te scheppen, waardoor zij bijdragen aan de verwezenlijking van cohesiedoelstellingen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat recente gebeurtenissen duidelijk hebben gemaakt dat er risico’s verbonden zijn aan concentratie van de toeleveringsketen in de Europese defensiesector, waarbij de sector voor kritieke defensieproducten en -inputs vaak afhankelijk is van één of een zeer beperkt aantal leveranciers; overwegende dat een dergelijke concentratie in tijden van crisis “single points of failure” en kwetsbaarheden creëert, en dat het dus dringend noodzakelijk is de bevoorradingsbronnen te diversifiëren en te zorgen voor reservecapaciteit;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat volgens het rapport-Draghi in 2022 slechts 18 % van de uitgaven voor de aankoop van defensiematerieel tot stand was gekomen via Europese gezamenlijke aanbestedingen, wat ver onder de in de kaders van het Europees Defensieagentschap (EDA) overeengekomen benchmark van 35 % ligt; overwegende dat de EU de politieke doelstelling heeft geformuleerd om uiterlijk in 2030 ten minste de helft van haar defensiematerieel aan te kopen bij Europese producenten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat de doelstelling om een eengemaakte markt voor defensie tot stand te brengen uiteindelijk een middel is om de veiligheid en strategische autonomie van Europa te versterken, en geen doel op zich; overwegende dat industriële integratie op defensiegebied in functie moet staan van het vermogen van de EU om haar burgers en waarden te beschermen, veerkracht en afschrikking te waarborgen en vrijheid van handelen te bewaren; overwegende dat er een evenwicht moet worden gevonden tussen marktefficiëntie en de dwingende vereisten van soevereiniteit en solidariteit;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat gezamenlijke planning, ontwikkeling, productie en aanbestedingen op het gebied van defensievermogens in de EU een grotere efficiëntie en doeltreffendheid van overheidsinvesteringen en industriële en operationele voordelen kunnen opleveren, waardoor de maatschappelijke en politieke acceptatie van noodzakelijke verhogingen van defensie-investeringen in tijden van beperkte begrotingen zou toenemen en de EU en haar lidstaten veel beter in staat zouden zijn om vóór 2030 volledige defensiegereedheid te bereiken en een echte Europese defensie-unie tot stand te brengen; overwegende dat dergelijke gezamenlijke acties in de EU moeten worden afgestemd op de planningsprocessen van de NAVO en dat onnodige overlapping van acties moet worden voorkomen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>K.</NO.P>overwegende dat de lidstaten pas zullen overwegen meer te investeren en intensiever samen te werken in het kader van gemeenschappelijke defensieprojecten als deze betrekking hebben op de ontwikkeling van militaire vermogens van gemeenschappelijk belang voor hun strijdkrachten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>L.</NO.P>overwegende dat de EU een aantal initiatieven heeft gepresenteerd om de defensiegereedheid van de EU te versterken, de investeringsvoorwaarden te verbeteren en gezamenlijke actie te stimuleren, maar tot op heden nog geen transformatieve maatregelen heeft voorgesteld die nodig zijn om een echte eengemaakte markt voor defensieproducten tot stand te brengen; overwegende dat de EU-regels inzake defensieaanbestedingen (Richtlijn 2009/81/EG) en de overdracht van defensiegerelateerde producten binnen de EU (Richtlijn 2009/43/EG) nog niet volledig zijn geactualiseerd, ondanks ingrijpende veranderingen in het veiligheidsklimaat; overwegende dat belanghebbenden beide richtlijnen vaak te complex vinden en dat de omzetting door de lidstaten traag en problematisch verloopt, waarbij onevenredige administratieve inspanningen moeten worden geleverd en waardoor versnippering op de interne markt ontstaat;</P></CONS><CONS><P><NO.P>M.</NO.P>overwegende dat in het licht van toenemende geopolitieke dreigingen, met name de aanhoudende Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne en Ruslands hybride aanvallen en provocaties ten aanzien van de EU, alsook terrorisme en instabiliteit in het Midden-Oosten en Afrika, 90 % van de EU-burgers terecht rekent op intensievere EU-samenwerking op het gebied van veiligheid en defensie, onder meer binnen de NAVO en met andere gelijkgestemde partners, om de bevolking te beschermen en de belangen en waarden van de EU op het wereldtoneel te verdedigen; overwegende dat het steeds onstabielere veiligheidsklimaat in de onmiddellijke nabijheid van de EU om een coherente en gecoördineerde respons vraagt, met name om het onbelemmerde verkeer van defensiegoederen en -diensten te waarborgen;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De visie op een eengemaakte markt voor defensie in de Unie</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>herinnert eraan dat nauwere samenwerking volgens het rapport-Draghi in de hele EU enorme efficiëntiebesparingen op de jaarlijkse defensie-uitgaven van wel 30 % kan opleveren en de doeltreffendheid van de huidige defensie-uitgaven aanzienlijk kan verhogen; beklemtoont de bredere voordelen hiervan voor het concurrentievermogen, de veerkracht en de strategische soevereiniteit van de EU, gezien de veelbelovende vooruitzichten op het gebied van werkgelegenheidskansen, economische ontwikkeling en technologisch leiderschap in de hele EU; benadrukt dat een echte eengemaakte markt voor defensie van cruciaal belang is om het concurrentievermogen van Europese ondernemingen te bevorderen, niet alleen binnen de EU maar ook op de wereldmarkt, waar zij onder meer moeten concurreren met Amerikaanse hoofdcontractanten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>is van mening dat de enorme uitdagingen en dreigingen waarmee de EU en haar lidstaten worden geconfronteerd een volledige herziening vereisen van de manier waarop zij op het gebied van defensie met elkaar samenwerken en hun acties coördineren; beklemtoont dat de EU en haar lidstaten hun opvattingen over de productie van de defensie-industrie fundamenteel moeten veranderen door een echte eengemaakte markt voor defensie te ontwikkelen, zoals gevraagd in het rapport-Letta, het rapport-Draghi en het rapport-Niinistö en in het witboek over de toekomst van de Europese defensie; dringt er bij de lidstaten op aan nationalistische reflexen ten aanzien van hun eigen nationale industriële basis te onderdrukken, in hun nationale defensieplanning meer oog te hebben voor de voordelen van defensiesamenwerking op EU-niveau en te erkennen dat de actieve steun van de EU-instellingen en -agentschappen een essentiële rol vervult bij het faciliteren en coördineren van dergelijke samenwerking, waarbij tegelijk het wederzijds vertrouwen onder alle belanghebbenden wordt versterkt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>benadrukt dat alleen een echte eengemaakte markt voor defensie de middelen kan bieden die nodig zijn om daadwerkelijk een concurrerende, innovatieve en veerkrachtige EDTIB tot stand te brengen en in stand te houden die in staat is het benodigde materieel binnen de vereiste termijnen en op de vereiste schaal te leveren en het volledige economische, industriële en financiële potentieel van de EDTIB aan te boren; beklemtoont dat een echte eengemaakte markt voor defensie van essentieel belang is om de vermogenstekorten weg te werken en het afschrikkingsvermogen te herstellen en dus een noodzakelijke hoeksteen is van een sterke, soevereine en concurrerende Unie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>dringt er bij de lidstaten en de Commissie op aan snel actie te ondernemen om een echte eengemaakte markt voor defensie tot stand te brengen, zowel aan de vraag- als aan de aanbodzijde; wijst erop dat de bundeling van de vraag door middel van gemeenschappelijke aanbestedingen en gemeenschappelijk levenscyclusbeheer, vereenvoudiging van de regelgeving en grensoverschrijdende industriële integratie op EU-niveau dringend noodzakelijk zijn om deze belemmeringen aan te pakken en de afhankelijkheid van derde landen te verminderen, zoals uiteengezet in het rapport-Letta en het rapport-Draghi;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>herinnert eraan dat het belangrijk is te zorgen voor democratische legitimiteit, vertrouwen van het publiek in de instellingen, verantwoordingsplicht en transparantie om de nodige publieke steun voor hogere uitgaven op het gebied van defensie te verwerven; beklemtoont dat het belangrijk is de kosten en baten van de stijging van de Europese defensie-uitgaven eerlijk en evenwichtig te verdelen over de hele EU;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Belemmeringen voor een eengemaakte markt voor defensie</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>beklemtoont dat de huidige structuur van het industriële landschap op defensiegebied tot onnodige overlappingen, externe afhankelijkheden en inefficiëntie leidt en de versterking van de EDTIB en de defensiegereedheid van de EU belemmert; benadrukt dat deze versnippering, in combinatie met onderinvesteringen en een gebrek aan programmering van defensieuitgaven op lange termijn, een belemmering vormt voor de verwezenlijking van schaalvoordelen die zouden kunnen ontstaan door bundeling van de aankoop en productie van defensiematerieel bij Europese bedrijven; wijst erop dat het van fundamenteel belang is versnippering van het industriële landschap op defensiegebied in de EU tegen te gaan, mogelijke schaalvoordelen te benutten en meer inzicht te krijgen in de belemmeringen voor de eengemaakte markt voor defensie; benadrukt dat een eengemaakte markt voor defensie billijke participatiekansen voor industrieën en onderzoeksorganisaties moet garanderen, ook voor start-ups uit alle lidstaten, met inbegrip van kleinere economieën, en niet mag leiden tot een te sterk gecentraliseerd model voor de defensie-industrie; beklemtoont dat een dergelijke marktopzet bijdraagt tot economische cohesie door hoogwaardige banen in de productie en in onderzoek en ontwikkeling te scheppen in verschillende EU-regio’s, met inbegrip van economisch minder ontwikkelde regio’s; merkt voorts op dat een dergelijke geografische diversificatie bijdraagt tot veerkracht en voorzieningszekerheid en ook helpt te voorkomen dat er monopolies en nadelen voor kmo’s en midcap-ondernemingen ontstaan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>betreurt het gebrek aan resultaten wat de huidige gecoördineerde vermogensplanning en uitgaven voor defensieproducten in de hele EU betreft, wat heeft geleid tot uiteenlopende regels en subsidiabiliteitscriteria en een inefficiënte besteding van middelen, waardoor rechtsonzekerheid is ontstaan en de lidstaten er vaak toe worden gebracht prioriteit te geven aan bilaterale samenwerking met derde landen; betreurt dat nationaal vastgestelde prioriteiten vaak een vruchtbare samenwerking binnen de EU in de weg staan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>betreurt het aanhoudende gebrek aan wederzijds vertrouwen tussen de lidstaten, hetgeen onder meer tot uiting komt in terughoudendheid om regionale centra voor industriële competentie op te richten, een beperkte mate van grensoverschrijdende samenwerking en gezamenlijke vermogensplanning, een ontoereikend niveau wat aankopen van defensiegerelateerde goederen en diensten binnen de EU betreft en dubbele of uit voorzorg ingevoerde beperkingen op de overdracht van defensiematerieel binnen de EU, waardoor de ontwikkeling van volledig geïntegreerde Europese toeleveringsketens wordt belemmerd en een aanzienlijk obstakel wordt opgeworpen voor de ontwikkeling van een echte eengemaakte markt voor defensie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>is van mening dat de huidige EU-wetgevingskaders niet voorzien in voorwaarden voor de aankoop van goederen met snelle innovatiecycli, bijvoorbeeld op het gebied van de ontwikkeling van drones; stelt bezorgd vast dat de eengemaakte markt voor defensie nog steeds wordt ondermijnd door de onvoldoende geharmoniseerde toepassing van de regels ervan door de lidstaten en door een onevenredig gebruik van de vrijstelling waarin artikel 346 VWEU voorziet, hetgeen het streven naar gezamenlijke EU-aanbestedingen op het gebied van defensie belemmert; benadrukt de noodzaak van specifieke steun voor kmo’s en kleine midcap-ondernemingen om hun betrokkenheid bij de toeleveringsketen van de defensie-industrie te vergemakkelijken, teneinde innovatie te bevorderen en tegelijkertijd industriële reservecapaciteit op te bouwen ter vergroting van de veerkracht en voorzieningszekerheid van de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>stelt bezorgd vast dat de eengemaakte markt voor defensie nog steeds op losse schroeven staat door een onvoldoende geharmoniseerde toepassing van de desbetreffende regels door de lidstaten; is met name bezorgd over het frequente beroep dat wordt gedaan op artikel 346 VWEU, waarvan het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ-EU) in verschillende zaken heeft geoordeeld dat het op ongerechtvaardigde wijze is gebruikt en dus misbruikt; benadrukt dat het noodzakelijk is over te stappen op een aanpak die de essentiële veiligheidsbelangen van de EU waarborgt, gezien de huidige geopolitieke situatie en de bedreigingen voor de eenheid van de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>is van mening dat volledige naleving door de lidstaten van het gemeenschappelijk standpunt van de EU inzake wapenuitvoer<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">13</STRING>Gemeenschappelijk Standpunt 2008/944/GBVB van de Raad van 8 december 2008 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor de controle op de uitvoer van militaire goederen en technologie (PB L 335 van 13.12.2008, blz. 99, ELI: http://data.europa.eu/eli/compos/2008/944/oj).</FIELD></FOOTNOTE> een belangrijke pijler van een functionerende eengemaakte markt voor defensie vormt; is van mening dat het ontbreken van een geharmoniseerd EU-uitvoercontrolesysteem en een gebrek aan wederzijdse erkenning van verschillende vergunningen, licenties, certificeringen en veiligheidsmachtigingen nog steeds belemmeringen opwerpen voor de werking van een eengemaakte markt voor defensie door de gevolgen ervan voor overdrachten binnen de EU; wijst erop dat de defensieproductie tegenwoordig sterk afhankelijk is van geïntegreerde grensoverschrijdende toeleveringsketens in de EU, met componenten die worden aangekocht in meerdere lidstaten, wat in geval van belemmering van de uitvoer onzekerheid voor de industrie en de toeleveringsketens creëert; benadrukt dat er een praktische oplossing nodig is die rekening houdt met de realiteit van de huidige afhankelijkheid van derde landen, ook gezien het toenemende belang van kritieke grondstoffen voor de EDTIB en de mogelijke blootstelling aan dwangmaatregelen van derde landen; benadrukt dat de ambitieuze doelstellingen van Europa op het gebied van defensie en strategische autonomie niet kunnen worden verwezenlijkt zonder gegarandeerde en geplande toegang tot inputs zoals zeldzame aardmetalen, halfgeleiders en hoogwaardige metalen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>is van mening dat coördinatie tussen de processen voor defensievermogensontwikkeling van de EU en de lidstaten en het defensieplannings- en -evaluatieproces van de NAVO essentieel blijft om te zorgen voor samenhang en interoperabiliteit tussen de lidstaten en NAVO-bondgenoten die niet tot de EU behoren; betreurt dat er geen samenwerkingsovereenkomst tussen de NAVO en de EU over de uitwisseling van informatie over NAVO-normen (STANAG) bestaat, die de EU vervolgens zou kunnen handhaven door middel van bindende instrumenten; benadrukt dat de gebrekkige handhaving van normen de afgelopen decennia inefficiëntie, dubbel werk en een gebrek aan interoperabiliteit in de hand heeft gewerkt en nog steeds een probleem vormt;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De belemmeringen wegnemen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>dringt er bij de Raad en de Commissie op aan de defensieprogramma’s van de EU te voorzien van voldoende financiering in het kader van het volgende meerjarig financieel kader om de lidstaten effectieve stimulansen te bieden om te werken aan gezamenlijke vermogensontwikkeling en aanbestedingen en hun defensie-industrieën aan te zetten tot nauwere grensoverschrijdende samenwerking; wijst op het potentieel van nieuwe kaders, zoals de Europese defensieprojecten van gemeenschappelijk belang, waaronder de vier vlaggenschipprojecten die zijn voorgesteld in de routekaart voor defensiegereedheid 2030, en de structuren voor Europese bewapeningsprogramma’s om deze doelstellingen te verwezenlijken met behulp van toereikende langetermijnfinanciering; benadrukt dat bij financiering prioriteit moet worden gegeven aan projecten met een duidelijke meerwaarde van de EU, interoperabiliteit, industriële duurzaamheid op lange termijn en operationele impact;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>wijst op de huidige beperkingen in de productiecapaciteit van de Europese defensie-industrie, ook al is er sprake van uitbreiding, en verzoekt de lidstaten een “koop Europees”-benadering toe te passen, waarbij prioriteit wordt gegeven aan gemeenschappelijke aanbestedingen en verhoogde productie van defensieproducten uit de EDTIB, Oekraïne, landen van de Europese Economische Ruimte/Europese Vrijhandelsassociatie (EER/EVA) en, op een volgend aanvullend niveau, andere derde landen waarmee de EU een veiligheids- en defensie­partnerschap heeft gesloten, aangezien dit zou zorgen voor een voorspelbaar ordervolume voor de EDTIB, particuliere investeringen in onderzoek en ontwikkeling voor defensieproducten zou aanzwengelen en de EDTIB zou helpen innovatieve defensieproducten te leveren in toereikende hoeveelheden; verzoekt de lidstaten overeenkomsten te sluiten waarmee signalen worden afgegeven dat er op middellange en lange termijn een stabiele geaggregeerde vraag naar Europese producten bestaat, teneinde de investeringszekerheid te creëren die nodig is om de EDTIB op te schalen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>dringt er bij de EU en haar lidstaten op aan Oekraïne zoveel mogelijk te behandelen als integraal onderdeel van de eengemaakte markt voor defensie door industriële partnerschappen, toegang tot gezamenlijke aanbestedingsmechanismen en deelname aan EU-programma’s zoals het Europees Defensiefonds (EDF) en het specifieke instrument voor steun aan Oekraïne in het kader van het EDIP te vergemakkelijken, met als doel de geleidelijke integratie van Oekraïne in de EDTIB-toeleveringsketens mogelijk te maken, rekening houdend met het feit dat de toekomst van Oekraïne in de EU ligt en dat de integratie van Oekraïne voordelen zou opleveren voor zowel de EDTIB, dankzij de geavanceerde en in de strijd beproefde defensietechnologieën en innovatieve industriële vermogens van Oekraïne, als voor de technologische en industriële defensiebasis van Oekraïne;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>is van mening dat de uitvoering van Richtlijn 2009/81/EG betreffende overheidsopdrachten op defensie- en veiligheidsgebied aanzienlijk moet worden verbeterd en verzoekt de Commissie een ambitieuze herziening voor te stellen; beklemtoont dat het nuttig is de lidstaten toe te staan gebruik te maken van elkaars raamovereenkomsten om de defensiegereedheid van de EU op korte termijn te vergroten, aangezien dit hen in staat stelt sneller en efficiënter in te kopen, en verwacht dat aanbestedingen op lange termijn zullen worden uitgevoerd door middel van gemeenschappelijke of gezamenlijke raamovereenkomsten die van meet af aan zijn ontworpen in overeenstemming met de Europese aanbestedingscriteria; verzoekt de lidstaten gebruik te maken van verschillende vormen van overeenkomsten die voorzien in innovatie, concurrentie en particuliere kapitaalinvesteringen en hierbij te zorgen voor volledige naleving van de mededingingsregels, integriteitsvereisten en normen inzake corruptiebestrijding, en wijst erop dat Europese kapitaalmarkten een sleutelrol spelen bij de financiering van innovatie op defensiegebied; is voorts van mening dat aspecten in verband met veiligheid en defensie, zoals de aanwezigheid van civiele componenten in militaire goederen, in aanmerking moeten worden genomen bij een eventuele herziening van Richtlijn 2014/24/EU betreffende het plaatsen van overheidsopdrachten<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">14</STRING>Richtlijn 2014/24/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van overheidsopdrachten en tot intrekking van Richtlijn 2004/18/EG (PB L 94 van 28.3.2014, blz. 65, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2014/24/oj).</FIELD></FOOTNOTE>; verzoekt de Commissie in dit verband om in het kader van de komende algehele herziening van Richtlijn 2009/81/EG een geactualiseerde versie van de innovatiepartnerschappen op het gebied van defensie te presenteren, teneinde dit instrument beter af te stemmen op de specifieke kenmerken van de defensiemarkt en de huidige moeilijke veiligheidscontext;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>benadrukt dat de Commissie bij de toepassing van de EU-mededingings- en staatssteunregels prioriteit moet geven aan de eenheid en integriteit van de eengemaakte markt om concurrentieverstoringen te voorkomen en het gelijke speelveld en de cohesie tussen de lidstaten te waarborgen, met bijzondere aandacht voor kleinere lidstaten die in vergelijking met andere lidstaten over een beperktere begrotingscapaciteit beschikken om hun nationale defensie-industrie te ondersteunen; benadrukt dat het veelvuldige gebruik van nationale subsidies ter ondersteuning van defensie-investeringen de eengemaakte markt dreigt te fragmenteren en in de hele EU het gelijke speelveld voor bedrijven, met name kmo’s, dreigt te ondermijnen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>verzoekt de Commissie om voor een uitlegging van artikel 346 VWEU een aanbeveling te presenteren om een geharmoniseerde en uniforme aanpak in de hele EU te faciliteren, waarbij zij benadrukt dat de essentiële veiligheidsbelangen van de lidstaten strikt moeten worden beschermd en dat alleen bij wijze van uitzondering een beroep mag worden gedaan op artikel 346, in overeenstemming met de huidige realiteit van een onderling afhankelijke veiligheidsarchitectuur in de EU; is van mening dat de Commissie in staat moet worden gesteld de algemene uitvoering van artikel 346 VWEU per geval te beoordelen om mogelijk structureel misbruik te verhelpen, in overeenstemming met de jurisprudentie van het HvJ-EU en met de huidige realiteit van een onderling afhankelijke veiligheidsarchitectuur in de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>beklemtoont dat gerichte steun moet worden verleend, met name voor het testen van prototypes van nieuwe producten, en dat prioriteit moet worden gegeven aan investeringen in opkomende en baanbrekende technologieën; benadrukt de toegevoegde waarde van nauwe samenwerking met Oekraïense spelers in de defensie- en de technologische sector op deze zeer innovatieve gebieden; beklemtoont dat de financiële levensvatbaarheid van bedrijven, waaronder kmo’s, die in dergelijke innovatie investeren, moet worden gewaarborgd; benadrukt dat de grensoverschrijdende samenwerking tussen kmo’s moet worden vergemakkelijkt door middel van specifieke maatregelen, met name op het gebied van cyber- en AI-technologieën, onbemande technologieën en technologieën voor tweeërlei gebruik, waarbij wordt voortgebouwd op de bestaande expertisecentra in de lidstaten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>verzoekt de lidstaten en de Commissie het initiatief te nemen voor een Europese “accelerator voor defensie-innovatie”, naar het model van bijvoorbeeld het Defense Advanced Research Projects Agency (DARPA) van de VS, of de Defence Innovation Accelerator for the North Atlantic (DIANA) van de NAVO, met als doel risicovolle, maar potentieel zeer lucratieve defensieonderzoeksprojecten te financieren en versnelde trajecten te bieden voor het testen en integreren van baanbrekende technologieën in Europese defensievermogensprogramma’s; merkt op dat bestaande EU-instrumenten voor onderzoek en ontwikkeling, waaronder het EDF, de EU-regeling voor defensie-innovatie (Eudis) en de innovatiehub voor defensie (HEDI), de eigendom van resultaten bij de begunstigden laten en de Commissie en medefinancierende lidstaten slechts beperkte, niet-productiegerelateerde rechten toekennen; verzoekt de Commissie een passende regeling voor intellectuele eigendom te ontwerpen die is afgestemd op de gevoeligheden van het domein defensie en tegelijkertijd voldoende aantrekkelijk is voor zowel de nationale ministeries van Defensie als de industrie, om ervoor te zorgen dat het programma kan inspelen op vermogensbehoeften en -prioriteiten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>beklemtoont dat met betrekking tot overdrachten van defensieproducten binnen de EU de regels moeten worden vereenvoudigd en belemmeringen moeten worden weggenomen, waaronder een wederzijdse erkenning van criteria en certificering en een vereenvoudiging van verzoeken om voorafgaande toestemming; betreurt het beperkte gebruik van algemene overdrachtsvergunningen uit hoofde van Richtlijn 2009/81/EG en het ruime gebruik van individuele vergunningen, en verzoekt de lidstaten ten volle gebruik te maken van de mogelijkheden om binnen het huidige rechtskader de regels te vereenvoudigen en de administratieve lasten te verminderen; verzoekt de Commissie dringend voorstellen in te dienen om de overdracht van defensieproducten binnen de EU verder te harmoniseren, zodat het verkeer van dergelijke producten binnen de EU verder wordt vereenvoudigd, met name door de vergunningsvereisten af te schaffen voor onderdelen die reeds in een defensieproduct zijn geïntegreerd of zullen worden geïntegreerd en als zodanig niet kunnen worden overgedragen of uitgevoerd; verzoekt de lidstaten voorts ditzelfde doel na te streven en de in de omnibus voor defensiegereedheid voorgestelde maatregelen met betrekking tot de overdracht van defensieproducten binnen de EU snel om te zetten en toe te passen; verzoekt de lidstaten het gemeenschappelijk standpunt van de EU inzake wapenuitvoer volledig na te leven en waar mogelijk na te gaan of de uitvoerregels voor defensiegoederen verder kunnen worden geharmoniseerd; stelt als mogelijke uitgangspunten voor om uitvoercontrolesystemen te harmoniseren, algemene overdrachtsvergunningen uit te breiden of gebruik te maken van het Verdrag van Aken, en de richtlijn betreffende overplaatsingen binnen een onderneming<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">15</STRING>Richtlijn 2014/66/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van onderdanen van derde landen in het kader van een overplaatsing binnen een onderneming (PB L 157 van 27.5.2014, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2014/66/oj).</FIELD></FOOTNOTE> te versterken om de overdracht van defensiegerelateerde producten binnen de EU te vergemakkelijken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>verzoekt de Commissie, het EDA en de lidstaten een regeling uit te werken voor de wederzijdse erkenning van veiligheidsmachtigingen en certificeringen, zodat een machtiging die in de ene lidstaat is afgegeven ook in de andere lidstaten wordt aanvaard; stelt voor een vrijwillig verdrag inzake overeenkomsten betreffende de wederzijdse erkenning van veiligheidsmachtigingen tussen de EU-lidstaten vast te stellen, op basis waarvan de nationale veiligheidsmachtiging van een onderneming of persoon die in de ene lidstaat is afgegeven zou worden erkend door de andere landen die tot de overeenkomst toetreden, mits er sprake is van passende informatie-uitwisseling en toezicht; verzoekt het EDA de ontwikkeling van dit kader te faciliteren en verzoekt de lidstaten snel een dergelijke overeenkomst te sluiten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>benadrukt dat het absoluut noodzakelijk is de veerkracht van de Europese defensietoeleveringsketens te versterken en het aantal “single points of failure” en de blootstelling aan mogelijke dwangmaatregelen van derde landen te verminderen, zoals blijkt uit de dreigementen van China om de uitvoer van grondstoffen te beperken; dringt erop aan dat bij de uitvoering van de Europese verordening kritieke grondstoffen<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">16</STRING>Verordening (EU) 2024/1252 van het Europees Parlement en de Raad van 11 april 2024 tot vaststelling van een kader om een veilige en duurzame voorziening van kritieke grondstoffen te waarborgen, en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 168/2013, (EU) 2018/858, (EU) 2018/1724 en (EU) 2019/1020 (PB L, 2024/1252, 3.5.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1252/oj).</FIELD></FOOTNOTE> bijzondere aandacht wordt besteed aan de behoeften op defensiegebied;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan stimulansen te creëren voor diversificatie van de toeleveringsketen, waaronder steun voor nieuwkomers op de markt en kmo’s; benadrukt dat het streven naar kostenefficiëntie de nationale voorzieningszekerheid niet mag ondermijnen; verzoekt de Commissie de risico’s in de toeleveringsketen te monitoren en gebieden met een gevaarlijke concentratie in kaart te brengen, en regelmatig verslag uit te brengen over de voortgang met betrekking tot diversificatie van de voorziening; verzoekt de Commissie voorts situaties aan te pakken waarbij onderleveranciers uit derde landen weigeren materialen te leveren als deze voor militaire toepassingen worden gebruikt; benadrukt dat er behoefte is aan een rechtskader dat de betrouwbaarheid van contracten in de hele defensietoeleveringsketen waarborgt; dringt er bij de Commissie op aan strategische voorraden aan te leggen in overeenstemming met de EU-strategie voor een paraatheidsunie; benadrukt in dit verband het belang van de regeling voor voorzieningszekerheid die in het kader van het EDIP is vastgesteld;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>beklemtoont dat ervoor moet worden gezorgd dat de industriële productie, investeringen en waardecreatie op defensiegebied geografisch evenwichtig zijn en bijdragen tot economische en sociale convergentie binnen de EU, waarbij tegelijk de veerkracht wordt vergroot door middel van geografische diversificatie en rekening wordt gehouden met de realiteit van de veiligheidsdreigingen waarmee de lidstaten in hun respectieve omgeving worden geconfronteerd; dringt erop aan dat de planning van defensie-investeringen zodanig wordt uitgevoerd dat de sociale cohesie binnen en tussen regio’s en lidstaten wordt versterkt en tegelijkertijd de veerkracht in tijden van defensiecrises wordt vergroot, op voorwaarde dat hiermee de doelstelling van kostenefficiëntie, snelheid en concurrentie niet wordt ondermijnd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>verzoekt de Commissie te komen met duidelijke richtsnoeren over de wijze waarop defensie- en veiligheidsoverwegingen moeten meewegen in beslissingen inzake concentratiecontrole die van invloed zijn op de EDTIB, in overeenstemming met het EU-mededingingsbeleid; verzoekt de Commissie voorts na te gaan of er gerichte aanpassingen van de EU-mededingingsregels moeten worden doorgevoerd om beter tegemoet te komen aan de specifieke behoeften van de defensie-industrie, zoals de invoering van een gerichte groepsvrijstelling voor door EU-programma’s gefinancierde onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten op defensiegebied; benadrukt dat voorzieningszekerheid en vermindering van strategische afhankelijkheden moeten worden beschouwd als positieve criteria bij de beoordeling van fusies of als steunmaatregelen in de defensiesector;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>benadrukt dat de EU een proactievere rol moet spelen bij het ondersteunen van investeringen in technologieën en producten voor tweeërlei gebruik, met name wanneer deze deel uitmaken van de toeleveringsketens van defensieproducten, als een manier om de voorzieningszekerheid van de EU en haar weerbaarheid tegen hybride en opkomende dreigingen te vergroten; is voorstander van commerciële exploitatie van deze technologieën in civiele toepassingen omdat daarmee de marktkansen kunnen worden vergroot, positieve overloopeffecten kunnen worden gecreëerd en de EDTIB kan worden versterkt, en synergieën tussen ontwikkeling met het oog op militaire doeleinden en ontwikkeling met het oog op civiele doeleinden worden gestimuleerd; verzoekt de Commissie en de lidstaten stimulansen te creëren om de toeleveringsketens van de meest kritieke inputs voor defensieproducten te beperken tot de EU, onder meer via een versterkte eigenvermogensfaciliteit voor defensie, gericht op commercialisering in een laat stadium, financiering voor opschaling en toegang van kmo’s tot testcorridors en cybertestvoorzieningen; benadrukt dat de opkomende sector van de “nieuwe ruimtevaart” en het innovatieve potentieel ervan wat betreft technologieën voor tweeërlei gebruik ook ten volle moeten worden benut met het oog op ontwikkelingen op defensie- en civiel gebied;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>verzoekt de Commissie na te gaan welke juridische, procedurele en regelgevingsaanpassingen nodig zijn om ervoor te zorgen dat de EU en haar lidstaten de regels inzake aanbestedingen en productie op het gebied van defensie snel kunnen aanpassen in geval van oorlog of een ernstige veiligheidscrisis en te waarborgen dat de eengemaakte markt niet wordt verstoord; verzoekt de Commissie voorts ervoor te zorgen dat een dergelijke oefening in overeenstemming is met de regeling voor voorzieningszekerheid die is opgenomen in het EDIP; benadrukt dat het belang van gereedheid in de vorm van een noodkader voor overheidsopdrachten in noodsituaties en industriële opschaling, dat indien nodig snel kan worden geactiveerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>is van mening dat de EU-instellingen en -agentschappen een sterkere faciliterende rol moeten spelen om te zorgen voor coördinatie tussen de lidstaten en is in dit verband ingenomen met de bijdrage van het EDA, met name via het vermogensontwikkelingsplan en de gecoördineerde jaarlijkse evaluatie inzake defensie, en benadrukt dat de deskundigheid van het agentschap ten volle moet worden benut; beklemtoont de cruciale rol die het EDA speelt bij de bevordering van een eengemaakte markt voor defensie en verzoekt de lidstaten het mandaat en de middelen van het EDA te versterken in dit verband; is voorstander van een grotere betrokkenheid van het EDA bij defensie-initiatieven van de EU en bij het in kaart brengen van hardnekkige belemmeringen voor de eengemaakte markt voor defensie; pleit voor de ontwikkeling en regionale uitrol van de HEDI binnen het EDA om de rol van het agentschap als centraal platform dat kmo’s, start-ups, onderzoekscentra en hoofdcontractanten samenbrengt uit te breiden; is er vast van overtuigd dat een versterking van het EDA bevorderlijk zal zijn voor het onderlinge vertrouwen en de samenwerking die nodig zijn om de eengemaakte markt voor defensie verder te ontwikkelen, aangezien het EDA zich in een unieke positie bevindt om een brug te slaan tussen nationale en Europese belangen; is ook ingenomen met de bijdrage van multilaterale aanbestedingsinstanties zoals de Gezamenlijke Organisatie voor Samenwerking op Defensiematerieelgebied, die zich richten op harmonisatie van materieel tussen de lidstaten en partnerlanden die niet tot de EU behoren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>benadrukt dat er meer Europese financiering nodig is om de commercialiseringskloof bij de ontwikkeling van nieuwe defensieproducten te dichten; dringt aan op versterkte instrumenten om ervoor te zorgen dat kmo’s en midcap-ondernemingen echte en schaalbare toegang hebben tot particulier kapitaal en defensieprogramma’s, onder meer door middel van gestroomlijnde aanbestedingen, innovatievriendelijke regels en steun voor grensoverschrijdende matchmaking, om zo hun participatie te vergroten en te zorgen voor een eerlijkere toewijzing van middelen; benadrukt dat er in het kader van de HEDI regionale incubators voor defensietechnologie moeten worden opgezet om grensoverschrijdende kmo-consortia te ondersteunen, als mentor op te treden bij deelname aan aanbestedingen op defensiegebied en het testen en valideren van innovatieve technologieën in samenwerking met militaire eindgebruikers te vergemakkelijken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>beklemtoont dat de EU en de NAVO een brede samenwerkingsovereenkomst moeten sluiten die betrekking heeft op vermogensplanning en -ontwikkeling, om te zorgen voor coherente en complementaire planning en interoperabele defensievermogens, en op standaardisatie; benadrukt dat bij een dergelijke samenwerking de autonomie van beide organisaties moet worden geëerbiedigd, waarbij dubbel werk wordt vermeden en een eerlijke lastenverdeling wordt bevorderd; verzoekt de Commissie om in samenwerking met het EDA een wetgevingsvoorstel voor te bereiden om een geharmoniseerd EU-kader voor wettelijk bindende technische normen en certificering van defensieproducten tot stand te brengen, voortbouwend op het Europees referentiekader voor defensienormen (EDSTAR) en, in voorkomend geval, door een selectie van STANAG’s van de NAVO te codificeren in EU-wetgeving; verzoekt de Commissie voorts een kader voor te stellen voor gezamenlijke Europese tests en certificering van defensiematerieel in plaats van afzonderlijke nationale validatie voor elk defensieproduct, met inbegrip van gemeenschappelijke test- en certificeringsfaciliteiten; verzoekt de lidstaten hun inspanningen op het gebied van aanbestedingen en vermogensontwikkeling af te stemmen op de NAVO-prioriteiten inzake defensieplanning, en daarbij te zorgen voor volledige interoperabiliteit van systemen en te vermijden dat er parallelle structuren ontstaan; beklemtoont dat een sterkere en beter geïntegreerde Europese defensie-industrie de bijdrage van Europa binnen de NAVO en de trans-Atlantische lastenverdeling moet versterken, waarbij ruimte wordt gelaten voor open samenwerking met vertrouwde partners zoals Oekraïne, de EER/EVA-landen en de landen waarmee een veiligheids- en defensiepartnerschap is gesloten; pleit voor de uitvoering van het actieplan voor snelle goedkeuring van de NAVO, dat gericht is op het versnellen van nationale aanbestedingsprocedures en inspanningen om aankoopcycli, testprotocollen en certificeringskaders te hervormen, zodat militaire innovatie gelijke tred houdt met de dreigingsomgeving;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>neemt kennis van de defensiegerelateerde aanbevelingen die de voormalige Italiaanse premier Enrico Letta in 2024 heeft gepresenteerd in zijn rapport getiteld “Much More Than a Market”; merkt op dat fiscale belemmeringen en verschillende procedures voor de belasting over de toegevoegde waarde in programma’s voor gezamenlijke aanbestedingen een belemmering vormen voor de verwezenlijking van de doelstellingen in verband met gereedheid van de Europese defensie 2030, de opschaling van de defensie-industrie en de uitbreiding van gezamenlijke programma’s; verzoekt de Commissie gevolg te geven aan het rapport-Letta en meer inspanningen te leveren om fiscale belemmeringen weg te nemen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>33.</NO.P>verzoekt de lidstaten een loopbaan in de defensietechnologie te promoten onder jongeren, onder meer met behulp van bewustmakingscampagnes over de bijdrage van de sector aan de veiligheid en technologische innovatie in Europa; pleit voor de sluiting van publiek-private partnerschappen tussen defensiebedrijven, onderwijsinstellingen en regeringen om talentpijplijnen te creëren; dringt er bij de lidstaten en de Commissie op aan om in overleg met sociale partners, waaronder vakbonden, sectorspecifieke vaardighedenstrategieën voor te stellen, zoals opleidingsprogramma’s en mogelijkheden voor een leven lang leren, om de huidige en toekomstige vaardigheidskloven in de defensie-industrie op te vangen; stelt voor om met het oog hierop de defensiesector uitdrukkelijk op te nemen in de agenda van de vaardigheidsunie, om de mobiliteit van geschoolde werknemers tussen de lidstaten te vergemakkelijken, zodat zij daar terechtkomen waar zij het hardst nodig zijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>34.</NO.P>verzoekt de Commissie de potentiële financiële en operationele voordelen van een eengemaakte markt voor defensie, met inbegrip van de efficiëntiewinst en een toename van de collectieve militaire vermogens, verder te kwantificeren aan de hand van een onafhankelijke effectbeoordeling; dringt aan op de oprichting van een centraal contactpunt waar belanghebbenden belemmeringen kunnen melden, bewijsmateriaal kunnen verzamelen en toezicht kunnen houden op de naleving door de lidstaten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>35.</NO.P>is ingenomen met de conclusies van de Europese Raad van oktober 2025 waarin wordt opgeroepen tot een jaarlijks verslag over de gereedheid van de Europese defensie-industrie, en pleit ervoor om daarnaast ook een “scorebord voor de eengemaakte markt voor defensie” op te stellen, dat door de Commissie in samenwerking met het EDA wordt gepubliceerd; benadrukt dat dit scorebord indicatoren moet volgen zoals het aandeel gezamenlijk of via EU-brede open mededinging uitgevoerde aanbestedingen op defensiegebied, de mate van grensoverschrijdende industriële samenwerking, de participatiegraad van kmo’s en de beperking van dubbele systemen; beklemtoont dat het scorebord ook de sociaal-economische voordelen van EU-defensieprogramma’s in alle lidstaten en regio’s moet weergeven, onder meer voor de werkgelegenheid en de industriële ontwikkeling, hetgeen als input kan dienen voor verfijning van het beleid en het vertrouwen van het publiek kan versterken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>36.</NO.P>is er vast van overtuigd dat het voor de democratische legitimiteit en transparantie van het defensiebeleid van de EU in tijden van hybride oorlogvoering en desinformatiecampagnes van belang is dat het Parlement een centrale rol speelt bij de planning van, het toezicht op en de controle van dit beleid; beklemtoont dat transparantie en verantwoordingsplicht moeten worden gewaarborgd; verzoekt de Commissie, de Raad, de lidstaten en het EDA te zorgen voor beveiligde kanalen voor de uitwisseling van gerubriceerde en vertrouwelijke informatie met het Parlement, de defensie-industrie en de nationale autoriteiten;</P></ACTION><SEPARATION><P>°</P><P>°	°</P></SEPARATION><ACTION><P><NO.P>37.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>