<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2026)0086</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Multilaterale onderhandelingen met het oog op de 14e Ministeriële Conferentie van de WTO in Yaoundé, 26-29 maart 2026</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(B10-0155/2026)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 12 maart 2026 over multilaterale onderhandelingen met het oog op de 14e Ministeriële Conferentie van de WTO in Yaoundé, 26 t/m 29 maart 2026  (2025/2875(RSP))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de overeenkomst van Marrakesh van 15 april 1994 tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie (WTO),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de ministeriële verklaring die is aangenomen op 14 november 2001 tijdens de Ministeriële Conferentie van de WTO in Doha,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn eerdere resoluties over de WTO, met name die van 8 februari 2024 over multilaterale onderhandelingen met het oog op de 13e Ministeriële Conferentie van de WTO in Abu Dhabi<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2024/6342, 7.11.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/6342/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, die van 25 november 2021 over multilaterale onderhandelingen met het oog op de 12e Ministeriële Conferentie van de WTO in Genève<FOOTNOTE><FIELD> PB C 224 van 8.6.2022, blz. 89.</FIELD></FOOTNOTE>, die van 29 november 2018 getiteld “WTO: de weg vooruit”<FOOTNOTE><FIELD> PB C 363 van 28.10.2020, blz. 113.</FIELD></FOOTNOTE> en die van 28 november 2019 over de crisis van de WTO-Beroepsinstantie<FOOTNOTE><FIELD> PB C 232 van 16.6.2021, blz. 62.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de slotdocumenten die met eenparigheid zijn aangenomen tijdens de jaarlijkse zittingen van de Parlementaire Conferentie van de WTO op 25 februari 2024 in Abu Dhabi, op 7 december 2018 in Genève en op 10 december 2017 in Buenos Aires,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de resultaten van de 13e Ministeriële Conferentie van de WTO (MC13) in februari 2024 in Abu Dhabi, met onder andere de goedkeuring van de ministeriële verklaring van Abu Dhabi, waarin handel wordt gekoppeld aan de Agenda 2030 van de VN, en de toetreding van de Comoren en Oost-Timor tot de WTO, maar geen overeenkomst over belangrijke gebieden zoals visserijsubsidies, landbouw en een hervorming van de geschillenbeslechting,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de inwerkingtreding op 15 september 2025 van de WTO-overeenkomst inzake visserijsubsidies, die de leden ertoe verplicht iets te doen aan de miljarden dollars die jaarlijks worden besteed aan de schadelijkste subsidies die bijdragen tot de uitputting van de mariene visbestanden,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de duurzameontwikkelingsdoelstellingen (SDG’s) van de VN,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de Overeenkomst van Parijs binnen het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering, die sinds november 2016 van kracht is,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 18 februari 2021 getiteld “Evaluatie van het handelsbeleid – Een open, duurzaam en assertief handelsbeleid” en de bijlage daarbij getiteld “Hervorming van de WTO: naar een duurzaam en doeltreffend multilateraal handelsstelsel” (COM(2021)0066),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 136, lid 2, van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de ontwerpresolutie van de Commissie internationale handel,</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de WTO is opgericht om de liberalisering van de handel in goederen en diensten te stimuleren, het multilateralisme te versterken en een eerlijk, open, inclusief, op regels gebaseerd en niet-discriminerend multilateraal handelsstelsel te bevorderen, teneinde de uitwisseling van goederen en diensten te vergemakkelijken, kansen te bieden voor werkgelegenheid, groei en welvaart, en het welzijn van mensen overal ter wereld te verbeteren; overwegende dat het handelsbeleid van de EU tot doel heeft een bijdrage te leveren aan de harmonieuze ontwikkeling van de wereldhandel, aan de geleidelijke afschaffing van de beperkingen voor het internationale handelsverkeer en voor buitenlandse directe investeringen, en aan de vermindering van de douane- en andere belemmeringen; overwegende dat het mandaat van de WTO er in de eerste plaats in bestaat markttoegang, voorspelbaarheid en rechtszekerheid in de internationale handel te waarborgen, en dat de WTO zich niet mag ontwikkelen tot een algemeen beleidsforum dat verder gaat dan haar kerntaken op handelsgebied; overwegende dat handel van vitaal belang is en een essentieel instrument om de inspanningen ter bevordering van duurzame groei en ter verbetering van de levensstandaard te ondersteunen en aan te vullen, en om te zorgen voor volledige werkgelegenheid van betere kwaliteit en voor een groot en gestaag groeiend volume aan reëel inkomen, met inachtneming van de doelstelling van duurzame ontwikkeling;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat het multilaterale handelsstelsel voor ernstige politieke en institutionele uitdagingen staat; overwegende dat deze uitdagingen niet alleen zijn toe te schrijven aan institutionele tekortkomingen, maar ook aan de toename van unilaterale en protectionistische maatregelen, met inbegrip van uitvoerbeperkingen, discriminerende subsidies en oneerlijke handelspraktijken, die het vertrouwen ondergraven, internationale waardeketens versnipperen en de wereldeconomie en welvaart schaden; overwegende dat de huidige onrust in de wereldhandel leidt tot enorme onzekerheid en economische kosten over de hele wereld, waaruit duidelijk blijkt dat voorspelbare, stabiele en eerlijke regels van vitaal belang zijn om de handel te laten gedijen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat het multilaterale handelsstelsel zeer levendig en actief blijft en dat 72 % van de wereldhandel vandaag de dag nog steeds plaatsvindt volgens de regels met betrekking tot de status van meest begunstigde natie (MFN); overwegende dat dit aantoont dat de WTO een essentieel kader van voorspelbaarheid en stabiliteit blijft bieden voor de wereldhandel, en dat de bescherming van haar kernbeginselen en -regels cruciaal blijft;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat samenwerking en contact met ontwikkelingslanden van vitaal belang zijn voor de handhaving van de multilaterale, op regels gebaseerde orde; overwegende dat deze samenwerking moet stoelen op wederzijds respect en een daadwerkelijke inzet voor de bevordering van de internationale samenwerking;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat het mondiale handelslandschap de afgelopen 30 jaar is veranderd, onder meer door de economische vooruitgang van belangrijke G20-landen en veranderingen in hun relatieve aandeel in de wereldhandel, en door een groter en diverser WTO-lidmaatschap; overwegende dat de WTO moeite heeft gehad om bij de nieuwe economische en handelsrealiteit aan te sluiten en daardoor niet in staat is geweest een ambitieuze agenda uit te voeren, vanwege haar vele leden en uiteenlopende belangen; overwegende dat het mondiale handelssysteem ernstig onder druk komt te staan als gevolg van het toenemende protectionisme in het handelsbeleid van de VS, maar ook als gevolg van het niet-marktgerelateerde beleid en de niet-marktpraktijken van China, die leiden tot overcapaciteit en marktverstoringen in het systeem;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat de WTO een unieke multilaterale organisatie is in die zin dat elk WTO-lid op gelijke voet deelneemt, de WTO bindende regels voor de handel tussen haar leden vaststelt en handhaaft en dat zij wordt geschraagd door een juridisch bindend systeem voor geschillenbeslechting; overwegende dat een goed functionerend, op regels gebaseerd multilateraal handelsstelsel van essentieel belang is voor de waarborging van het concurrentievermogen van de Europese economie, de versterking van de veerkracht van de toeleveringsketen en de ondersteuning van de strategische veerkracht van de EU in het algemeen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat de huidige subsidieregels van de WTO niet zijn aangepast aan de veranderende omstandigheden in de wereldhandel; overwegende dat het met de achterhaalde regels niet is gelukt verstorende overheidsinterventies te beperken; overwegende dat eerlijke concurrentie en het beperken van overloopeffecten van industriebeleid cruciale voorwaarden zijn voor de verwezenlijking van de industrialiseringsdoelstellingen van ontwikkelingslanden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat de WTO aan deze nieuwe realiteit moet worden aangepast en moet worden gemoderniseerd om geschikt te zijn voor de 21e eeuw en om nieuwe uitdagingen in verband met de groene en de digitale transitie aan te pakken;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat, in tegenstelling tot de argumenten van tegenstanders van het moratorium op elektronische handel, uit een VN-verslag over handel en ontwikkeling uit 2025<FOOTNOTE><FIELD> Conferentie van de Verenigde Naties voor handel en ontwikkeling, “Indirect taxation of e-commerce and digital trade – Implications for developing countries”, 2025.</FIELD></FOOTNOTE> is gebleken dat de inkomsten uit digitale belastingen beperkt zouden zijn en het concurrentievermogen en de handel zouden kunnen ondermijnen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat de WTO-overeenkomst inzake visserijsubsidies, waarover tijdens de 12e Ministeriële Conferentie overeenstemming is bereikt en die in september 2025 in werking is getreden, de eerste multilaterale handelsovereenkomst ooit is waarin milieuduurzaamheid centraal staat en waarin een bindende reeks mondiale regels is vastgesteld om naar schatting 22 miljard USD per jaar aan schadelijke subsidies van regeringen aan de visserijsector te helpen beteugelen, zoals voorgeschreven in SDG 14.6;</P></CONS><CONS><P><NO.P>K.</NO.P>overwegende dat voedselzekerheid een uitdaging blijft, aangezien in 2022 258 miljoen mensen werden ingedeeld als mensen in een crisis of in ernstigere fasen van acute voedselonzekerheid, tegenover 193 miljoen in 2021; overwegende dat in de in het kader van de Uruguayronde gesloten WTO-overeenkomst inzake landbouw expliciet wordt erkend dat het bij het voeren van onderhandelingen belangrijk is om rekening te houden met voedselzekerheid; overwegende dat handel de beschikbaarheid van voedsel kan verbeteren in regio’s waar slechts een beperkte hoeveelheid voedsel beschikbaar is en dat handel ook kan bijdragen tot een betere economische toegang tot voedsel, door werkgelegenheidskansen te creëren en het inkomen te verhogen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>L.</NO.P>overwegende dat de Beroepsinstantie van de WTO sinds 11 december 2019 niet langer operationeel is, waardoor de functionele, onafhankelijke en onpartijdige beroepsfase van geschillenbeslechting tot stilstand is gekomen; overwegende dat de door een bemiddelaar geleide discussie over de hervorming van de geschillenbeslechting sinds de MC13 nog niet tot een bevredigend resultaat heeft geleid;</P></CONS><CONS><P><NO.P>M.</NO.P>overwegende dat het Europees Parlement, samen met de Interparlementaire Unie, al meer dan 20 jaar een cruciale rol speelt bij het voorzien van de WTO van een parlementaire dimensie, via de Parlementaire Conferentie van de WTO;</P></CONS><CONS><P><NO.P>N.</NO.P>overwegende dat de organisatoren tijdens het Openbaar WTO-forum van 17 en 18 september 2025 actief een sterkere en gestructureerde betrokkenheid van de particuliere sector hebben aangemoedigd, waarbij zij de essentiële rol van de particuliere sector bij de ondersteuning van een open, voorspelbaar en inclusief multilateraal handelsstelsel hebben erkend;</P></CONS><CONS><P><NO.P>O.</NO.P>overwegende dat de 14e Ministeriële Conferentie van de WTO (MC14) van 26 november t/m 29 maart 2026 zal plaatsvinden in Yaoundé, Kameroen;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>herhaalt zich volledig te zullen blijven inzetten voor het multilateralisme, dat van blijvende waarde is, en onderstreept dat een gemoderniseerd multilateraal stelsel voor het regelen van de wereldhandel van essentieel belang is; roept ertoe op een handelsagenda te formuleren die gebaseerd is op een open en eerlijke op regels gebaseerde handel in ieders belang, die bijdraagt tot duurzame economische ontwikkeling en die aldus de vrede en de veiligheid versterkt; benadrukt dat de WTO de verwezenlijking moet bevorderen van sociale en milieurechten, met inbegrip van de SDG’s, en ervoor moet zorgen dat multilateraal overeengekomen en geharmoniseerde regels door iedereen worden toegepast;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>dringt er bij alle WTO-leden op aan zich in te zetten voor een succesvol resultaat van de MC14, gezien de existentiële dreiging waarmee het multilaterale handelsstelsel wordt geconfronteerd; is van mening dat de MC14 het uitgangspunt moet zijn voor het bevorderen en moderniseren van de WTO, om ervoor te zorgen dat deze een rol kan spelen bij het aanpakken van de uitdagingen van de 21e eeuw; verzoekt de WTO werk te maken van het bijeenroepen van jaarlijkse ministeriële conferenties, in plaats van de huidige tweejaarlijkse cyclus, teneinde de politieke sturing, de verantwoordingsplicht en het vermogen van de WTO om tijdig te reageren op mondiale handelsuitdagingen te versterken;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Modernisering van de WTO</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>verzoekt de WTO-leden een alomvattend pakket goed te keuren ter herziening van de taken van de WTO op het gebied van toezicht, onderhandelingen, overleg en geschillenbeslechting; staat volledig achter het door een bemiddelaar geleide proces voor de modernisering van de WTO en de agenda hiervan voor de MC14 inzake een alomvattende modernisering, en is het eens met de drie door de bemiddelaar voorgestelde trajecten, namelijk bestuur, billijkheid (gelijk speelveld en evenwichtige handel) en “vraagstukken van deze tijd”; dringt aan op de goedkeuring van een duidelijke routekaart voor hervormingen tijdens de MC14, om ervoor te zorgen dat overeenstemming over modernisering kan worden bereikt tijdens de 15e Ministeriële Conferentie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>beklemtoont dat voorspelbaarheid de hoeksteen van het multilaterale handelsstelsel blijft en dat kernregels van de WTO, onder meer inzake de bepaling van de douanewaarde, sanitaire en fytosanitaire maatregelen, technische handelsbelemmeringen, handelsfacilitatie en intellectuele eigendom, regeringen en bedrijven wereldwijd essentiële rechtszekerheid blijven bieden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>is van mening dat de praktijk van het gelijkstellen van consensus aan unanimiteit in de besluitvorming onder de 166 WTO‑leden heeft bijgedragen tot verlamming; benadrukt dat de WTO moet leren van andere internationale organisaties en andere besluitvormingsbenaderingen moet invoeren, en dat zij een constructief gesprek moet voeren over de praktijk van consensus, die zij moet onderscheiden van unanimiteit; benadrukt dat de WTO op zoek moet naar een doeltreffender en flexibeler besluitvorming, met inbegrip van de toepassing van het concept van “verantwoordelijke consensus”, waarbij de leden zouden worden aangemoedigd hun vetorecht alleen uit te oefenen indien nodig en eventuele uitoefening duidelijk te motiveren, wat bevorderlijk is voor de verantwoordingsplicht en voor constructieve deelname; benadrukt voorts dat de WTO ook moet onderzoeken of er een beheers- of uitvoerend orgaan kan worden opgericht met een specifieke rol bij het vaststellen van de agenda of toezichthoudende functies, naar het voorbeeld van de raden van bestuur van het Internationaal Monetair Fonds en de Wereldbank;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>moedigt de voortgang van onderhandelingen over multilaterale overeenkomsten aan, maar benadrukt tegelijkertijd dat het makkelijker moet worden gemaakt om plurilaterale overeenkomsten te integreren in de multilaterale architectuur, zodat vooruitgang kan worden geboekt op gebieden waar er onvoldoende overeenstemming bestaat tussen alle leden; onderstreept dat open plurilaterale initiatieven alle bereidwillige leden in staat moeten stellen verder te gaan; herhaalt daarom zijn oproep aan de WTO-leden om na te denken over een manier om een nieuw stelsel te ontwikkelen waarbij één lid of een groep niet-deelnemende leden nauwere samenwerking in het kader van een plurilateraal initiatief niet kan blokkeren, met name wanneer deze gebaseerd is op het beginsel van de meest begunstigde natie en de voordelen dus van toepassing zijn op het lidmaatschap als geheel, en op basis daarvan een eenvoudig mechanisme vast te stellen om de zo gesloten overeenkomsten te integreren in de WTO-structuur;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>betreurt de toename van protectionistisch handelsbeleid over de hele wereld en het besluit van de VS om zonder enige rechtvaardiging af te wijken van het MFN-beginsel en extra invoerrechten op te leggen aan handelspartners, waaronder de EU; verzoekt de Verenigde Staten constructief samen te werken met WTO-leden om het multilaterale handelsstelsel te versterken in plaats van te ondermijnen, en zo mondiaal leiderschap te tonen, en tijdens de MC14 concrete resultaten te boeken; is ingenomen met het feit dat de Verenigde Staten een ambassadeur bij de WTO hebben benoemd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>bevestigt andermaal dat het MFN-beginsel een hoeksteen vormt van het multilaterale handelsstelsel; wijst op de centrale rol dat dit beginsel speelt bij de waarborging van non-discriminatie, voorspelbaarheid en eerlijkheid in de internationale handel; benadrukt dat modernisering van de WTO moet plaatsvinden door het stelsel te wijzigen in plaats van het terzijde te schuiven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>stelt vast dat India de ambitie heeft om de reeds lang bestaande kwestie aan te pakken van het aanhouden van publieke voorraden ter waarborging van de voedselvoorzieningszekerheid, maar betreurt het dat India zich niet aansluit bij de standpunten van de EU over het moratorium op elektronische handel, de onderhandelingen over visserijsubsidies en de algemene vooruitgang op het gebied van plurilaterale onderhandelingen; verzoekt India andere WTO-leden toe te staan vooruitgang te boeken met betrekking tot al deze kwesties; betreurt voorts dat India zich kant tegen een uitbreiding van het WTO-mandaat met nieuwe kwesties in verband met het klimaat, arbeid en gender; verzoekt de Commissie deze kwesties ook aan de orde te stellen in de onlangs gesloten handelsovereenkomst tussen de EU en India;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>neemt kennis van het besluit van China om in toekomstige WTO-overeenkomsten af te zien van de voordelen van speciale en gedifferentieerde behandeling in het kader van de WTO, zoals andere grote ontwikkelingslanden reeds hebben gedaan; verzoekt China ervoor te zorgen dat deze toezegging ook met terugwerkende kracht tot uiting komt in de uitvoering van de huidige WTO-overeenkomsten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>wijst erop dat het grootschalige gebruik door China van staatsbedrijven, niet-transparante subsidies en door de staat geleid industriebeleid nog altijd aanzienlijke overcapaciteiten en verstoringen van de wereldhandel veroorzaakt; betreurt het dat China handel en afhankelijkheid inzet als wapen en een systeem van uitvoercontroles handhaaft zonder rechtvaardiging voor tweeërlei gebruik; verzoekt China zijn WTO‑verbintenissen in overeenstemming te brengen met zijn economisch gewicht en te werken aan een gelijk speelveld, deze kwesties aan te pakken en bij te dragen tot de modernisering van de WTO;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>onderstreept dat gelijkgestemde partners die zich inzetten voor de handhaving en versterking van de op regels gebaseerde multilaterale handelsorde, met de WTO als kern, nog nauwer moeten samenwerken; dringt er in deze uitdagende context op aan dat de EU zich blijft inzetten om een betrouwbare partner te zijn en op regels gebaseerde handel te ondersteunen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>verzoekt de WTO-leden opnieuw een volledig functionerend, onafhankelijk, bindend, tweeledig systeem voor geschillenbeslechting in te stellen als onmisbare pijler van voorspelbaarheid, om ervoor te zorgen dat de regels worden gehandhaafd door middel van wetgeving in plaats van unilaterale maatregelen, ongeacht de economische omvang of macht van de leden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>is ingenomen met het feit dat 58 WTO-leden (die bijna 60 % van de wereldhandel vertegenwoordigen) zich hebben aangesloten bij de tijdelijke regeling met verschillende partijen inzake beroep en arbitrage (Multi-Party Interim Appeal Arbitration Arrangement, MPIA), als tijdelijke maatregel totdat weer een volledig functionerend WTO-systeem voor geschillenbeslechting operationeel is; verzoekt de andere leden zich bij de MPIA aan te sluiten, om blijk te geven van hun inzet voor een eerlijk en goed functionerend systeem voor geschillenbeslechting; benadrukt dat de MPIA een tijdelijke en vrijwillige oplossing is en geen permanente vervanging mag worden voor een multilateraal beroepsmechanisme dat van toepassing is op alle WTO-leden;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Gelijk speelveld</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>benadrukt dat billijkheid de basis vormt van een duurzaam en geloofwaardig stelsel; merkt op dat de huidige verstorende overheidsinterventies, waaronder grootschalige industriële subsidies en niet-marktpraktijken, die hebben geleid tot spanningen tussen de leden en tot dure subsidiewedlopen, hebben aangetoond dat de huidige subsidieregels niet zijn aangepast aan de veranderende omstandigheden in de wereldhandel; is van oordeel dat de hervorming van de WTO-regels inzake industriële subsidies en overheidsinterventies moet stoelen op drie complementaire pijlers: verbeterde transparantie- en kennisgevingsvoorschriften, strengere en duidelijkere regels en doeltreffendere oplossingen voor het aanpakken van negatieve overloopeffecten en overcapaciteit; dringt erop aan dat deze onderwerpen worden behandeld als centraal onderdeel van de modernisering van de WTO, op gelijke voet met andere onderwerpen in verband met de modernisering; spreekt zijn steun uit voor het proces van informele beraadslagingen als middel om het gedeelde begrip onder WTO-leden te vergroten en de weg vrij te maken voor regelgeving;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>benadrukt dat de WTO-regels en toekomstige regelgeving verenigbaar moeten zijn met de doelstellingen van de Overeenkomst van Parijs en andere relevante multilaterale milieuovereenkomsten en de transitie naar klimaatneutrale economieën moeten ondersteunen, en ook negatieve overloopeffecten zoals overcapaciteit en koolstofintensieve toeleveringsketens doeltreffend moeten aanpakken, waarbij ongerechtvaardigde handelsbeperkingen moeten worden vermeden;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Ontwikkelingsdimensie</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>is ingenomen met de inwerkingtreding in september 2025 van de eerste overeenkomst inzake visserijsubsidies; benadrukt dat het van cruciaal belang is ook snel overeenstemming te bereiken over regels inzake visserijsubsidies die overcapaciteit en overbevissing in de hand werken, die ruim de helft van alle visserijsubsidies uitmaken, teneinde uitputting van de mariene biologische hulpbronnen te voorkomen en een duurzaam beheer ervan mogelijk te maken, met inachtneming van het feit dat een speciale en gedifferentieerde behandeling moet worden gevolgd als bedoeld in SDG 14.6;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>benadrukt dat de ontwikkelingsdimensie van de WTO moet worden versterkt en gemainstreamd, onder meer via het moderniseringsproces van de WTO, door de diversiteit van de economische situaties van ontwikkelingslanden te erkennen en een uniforme toepassing van bijzondere en gedifferentieerde behandeling te vermijden en door de bepalingen inzake bijzondere en gedifferentieerde behandeling gedetailleerder te maken en meer gebaseerd op bewijs en behoeften, en deze regelmatig te herzien, met inbegrip van duidelijke graduatiemechanismen, zodat deze beter kunnen beantwoorden aan de behoeften van ontwikkelingslanden, met inbegrip van de minst ontwikkelde landen; onderstreept voorts dat de zelfbeoordeling van de leden met betrekking tot de status van ontwikkelingsland niet het enige criterium voor bijzondere en gedifferentieerde behandeling kan blijven en pleit voor de invoering van objectieve en transparante criteria die regelmatig worden herzien en waarbij voldoende flexibiliteit wordt geboden aan de armste en kwetsbaarste landen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>is ingenomen met de afronding van de onderhandelingen over de overeenkomst ter facilitering van ontwikkelingsinvesteringen, die beoogt een eerlijker, transparanter, efficiënter en voorspelbaarder klimaat voor het faciliteren van grensoverschrijdende investeringen tot stand te brengen en ontwikkelingslanden te laten participeren in mondiale investeringsstromen; is ingenomen met de steun van 128 leden (van de 166), waaronder 91 ontwikkelingslanden (waarvan 27 minst ontwikkelde landen), en dringt er bij de overige leden op aan hun verzet te staken en deze overeenkomst op te nemen in het WTO-reglement, in bijlage 4: plurilaterale handelsovereenkomsten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>beklemtoont dat vooruitgang moet worden geboekt in de landbouwonderhandelingen met het oog op het bereiken van geloofwaardige resultaten met betrekking tot onderwerpen zoals het aanhouden van publieke voorraden ter waarborging van de voedselvoorzieningszekerheid, binnenlandse steun, markttoegang, katoen, exportbeperkingen en mededinging bij uitvoer, en de versterking van de landbouwsector, om op de huidige uitdagingen, onder andere in verband met inkomens op het platteland en milieuduurzaamheid, te kunnen inspelen; onderstreept dat de besprekingen niet alleen gericht moeten zijn op het verminderen van handelsverstorende interne steun, maar ook op het integreren in de landbouwbesprekingen van relevante mondiale uitdagingen, zoals voedselzekerheid en duurzaamheid;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Digitale dimensie</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>verzoekt de WTO-leden tijdens de MC14 het werkprogramma inzake elektronische handel en het moratorium op douanerechten op elektronische transmissies te verlengen; is van mening dat het vinden van een permanente oplossing voor het niet heffen van douanerechten op elektronische transmissies van cruciaal belang is voor bedrijven wereldwijd, met inbegrip van bedrijven in ontwikkelingslanden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>verzoekt de WTO-leden de opname van de overeenkomst inzake elektronische handel in het kader van de WTO met voorrang te steunen; wijst erop dat de overeenkomst de eerste mondiale regels voor digitale handel bevat, waarmee een eerlijk, voorspelbaar en transparant kader tot stand wordt gebracht dat consumenten en bedrijven ten goede komt door grensoverschrijdende transacties te vergemakkelijken, belemmeringen weg te nemen en innovatie en vertrouwen te bevorderen; benadrukt dat de overeenkomst zowel ten goede moet komen aan de ontwikkelingslanden en de minst ontwikkelde landen als aan geavanceerde economieën; is ingenomen met de initiatieven en programma’s voor capaciteitsopbouw in het kader van de overeenkomst, ter ondersteuning van de inspanningen van de ontwikkelingslanden en de minst ontwikkelde landen om de mogelijkheden van de digitale handel te benutten; wijst er nogmaals op dar de overeenkomst voor de ondersteuning van micro-, kleine en middelgrote ondernemingen belangrijk is; steunt de inspanningen van de mede-organisatoren om tot een snelle uitvoering van de overeenkomst te komen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>wijst op het toenemende belang van AI-systemen (artificiële intelligentie) in de internationale handel; dringt in dit verband aan op meer internationale samenwerking op het gebied van AI-regelgeving en -beleid, met inachtneming van het recht van WTO‑leden om regelgeving vast te stellen; onderstreept dat de WTO op zinvolle wijze moet bijdragen aan de ontwikkeling van een robuust, veilig, inclusief en betrouwbaar AI-governancekader voor handel, onder meer door middel van de oprichting van een speciale WTO-werkgroep voor artificiële intelligentie, om de dialoog, de uitwisseling van kennis en de samenwerking tussen de leden op het gebied van regelgeving en beleid met betrekking tot AI te vergemakkelijken;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Betrokkenheid van het Parlement</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>verzoekt de Commissie en de Raad ervoor te zorgen dat het Parlement nauw betrokken blijft bij de voorbereidingen van de 14e Ministeriële Conferentie en dat het tijdens de MC14 voortdurend op de hoogte wordt gehouden en wordt geraadpleegd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>verzoekt de leden van de WTO voor democratische legitimiteit en transparantie te zorgen door de parlementaire dimensie van de WTO en de Parlementaire Conferentie van de WTO te versterken; looft het belangrijke werk van de gezamenlijke Parlementaire Conferentie van het Europees Parlement en de Interparlementaire Unie over de WTO; onderstreept dat ervoor gezorgd moet worden dat parlementsleden een betere toegang hebben tot alle onderhandelingen op het gebied van handel en dat zij worden betrokken bij het opstellen en uitvoeren van besluiten van de WTO; moedigt leiders aan een nieuw narratief inzake handel te ondersteunen, waarbij handel wordt gezien als een middel om duurzaamheid, veiligheid en inclusiviteit te realiseren, in plaats van als een belemmering daarvoor;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>verzoekt de WTO-leden de besprekingen met alle belanghebbenden, zoals het maatschappelijk middenveld, bedrijven en vakbonden, te intensiveren en nauwer samen te werken met andere internationale organisaties, zoals de Internationale Kamer van Koophandel, de Internationale Arbeidsorganisatie en het VN-systeem in ruimere zin; verwacht van regeringsleiders dat zij op elk niveau intensiever communiceren over de voordelen van op regels gebaseerde handel;</P></ACTION><SEPARATION><P>°</P><P>°	°</P></SEPARATION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de directeur-generaal van de Wereldhandelsorganisatie en de secretaris-generaal van de Interparlementaire Unie.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>