<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2026)0102</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering voor ontslagen werknemers: aanvraag EGF/2025/007 BE/Casa - België</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0061/2026 - Rapporteur: Hélder Sousa Silva)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 26 maart 2026 over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering voor ontslagen werknemers naar aanleiding van een aanvraag van België – EGF/2025/007 BE/Casa (COM(2026)0003 – C10-0025/2026 – 2026/0038(BUD))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2026)0003 – C10-0025/2026),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2021/691 van het Europees Parlement en de Raad van 28 april 2021 betreffende het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering voor ontslagen werknemers (EFG) en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1309/2013<FOOTNOTE><FIELD> PB L 153 van 3.5.2021, blz. 48, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/691/oj.</FIELD></FOOTNOTE> (“EFG-verordening”),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2020/2093 van de Raad van 17 december 2020 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021‑2027 (de “MFK-verordening”)<FOOTNOTE><FIELD> PB L 433 I van 22.12.2020, blz. 11, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2020/2093/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, zoals gewijzigd bij Verordening (EU, Euratom) 2024/765<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EU, Euratom) 2024/765 van de Raad van 29 februari 2024 tot wijziging van Verordening (EU, Euratom) 2020/2093 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021‑2027 (PB L, 2024/765, 29.2.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/765/oj<STRING ITALIC="on">).</STRING></FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 8,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 16 december 2020 tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie betreffende begrotingsdiscipline, samenwerking in begrotingszaken en goed financieel beheer, alsmede betreffende nieuwe eigen middelen, met inbegrip van een routekaart voor de invoering van nieuwe eigen middelen<FOOTNOTE><FIELD> PB L 433 I van 22.12.2020, blz. 28, ELI: http://data.europa.eu/eli/agree_interinstit/2020/1222/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name punt 9,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de Europese pijler van sociale rechten,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de brief van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Begrotingscommissie (A10-0061/2026),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de Europese Unie wetgevings- en begrotingsinstrumenten in het leven heeft geroepen om extra steun te geven aan werknemers die de gevolgen van grote structurele gebeurtenissen en veranderingen in de wereldhandelspatronen ondervinden, en hen te helpen bij hun terugkeer op de arbeidsmarkt; overwegende dat deze steun wordt verleend in de vorm van financiële steun aan werknemers;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat België aanvraag EGF/2025/007 BE/Casa heeft ingediend voor een financiële bijdrage uit het EFG naar aanleiding van 416 ontslagen<FOOTNOTE><FIELD> In de zin van artikel 3 van de EFG‑verordening.</FIELD></FOOTNOTE> bij Casa International NV (Casa) in België, in de economische sectoren die zijn ingedeeld in NACE Rev. 2 — afdelingen 47 (Detailhandel, met uitzondering van de handel in auto’s en motorfietsen) en 52 (Opslag en vervoerondersteunende activiteiten) in de provincie Antwerpen (BE21), Vlaanderen, binnen een referentieperiode van 6 maart 2025 tot en met 6 juli 2025;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat de aanvraag is gebaseerd op de criteria voor steunverlening van artikel 4, lid 2, punt a), van de EFG-verordening; overwegende dat er 257 mensen zijn ontslagen in Casa International NV (detailhandel), met 65 winkels verspreid over heel België, en 159 in Casa Logistics NV (opslag), dat instond voor de opslag en de distributie naar de winkels;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat Casa op 6 maart 2025 faillissement heeft aangevraagd; overwegende dat het aantal faillissementen in België sinds 2022 toeneemt, met name in de detailhandel, die een ingrijpende structurele transformatie doormaakt als gevolg van de opkomst van e-commerce en veranderende consumptiepatronen; overwegende dat 67,5 % van de bij dit geval betrokken werknemers vrouw is; benadrukt daarom dat bij de steunmaatregelen in het kader van het EFG rekening moet worden gehouden met de specifieke behoeften en belemmeringen waarmee deze vrouwen worden geconfronteerd bij hun terugkeer op de arbeidsmarkt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat de VDAB de nationale voorfinanciering en medefinanciering van de maatregelen verstrekt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat de betrokken ondernemingen hebben voldaan aan de voorschriften van de nationale en Uniewetgeving betreffende collectieve ontslagen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat financiële bijdragen uit het EFG in de eerste plaats gericht moeten zijn op actieve arbeidsmarktbeleidsmaatregelen en op gepersonaliseerde diensten die tot doel hebben de begunstigden snel weer te laten terugkeren op de arbeidsmarkt en hun vaardigheidstrainingen aan te bieden die hun toegang tot de arbeidsmarkt vergemakkelijken;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat het EFG een jaarlijks maximumbedrag van 30 miljoen EUR (in prijzen van 2018) niet mag overschrijden<FOOTNOTE><FIELD> Artikel 8 van de MFK-verordening.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>is het met de Commissie eens dat is voldaan aan de voorwaarden die zijn vastgelegd in de EFG-verordening, en met name in artikel 4, lid 2, punt a), en dat België recht heeft op een financiële bijdrage van 1 916 733 EUR uit hoofde van die verordening, wat overeenkomt met 85 % van de totale kosten van 2 254 980 EUR, bestaande uit uitgaven ten bedrage van 2 168 980 EUR voor gepersonaliseerde steunmaatregelen en 86 000 EUR voor activiteiten op het vlak van voorbereiding, beheer, voorlichting en publiciteit, en controle en rapportage;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>neemt er nota van dat de Belgische autoriteiten op 23 september 2025 de aanvraag hebben ingediend en dat de Commissie, nadat zij van België aanvullende gegevens had ontvangen, haar beoordeling op 6 februari 2026 heeft afgerond en het Parlement hiervan op 11 februari 2026 in kennis heeft gesteld; benadrukt dat het belangrijk is de termijn tussen de indiening van een aanvraag voor EFG-bijstand en het financieringsbesluit te verkorten en tegelijkertijd de rechten van het Europees Parlement als een tak van de begrotingsautoriteit volledig te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>merkt op dat de aanvraag betrekking heeft op werknemers wier werkzaamheden bij twee ondernemingen van Casa zijn beëindigd, en dat zij allen beoogde begunstigden zijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>neemt er akte van dat Casa al verscheidene jaren voor het faillissement in financiële problemen zat vanwege de groei van e-commerce, de toegenomen internationale concurrentie en oneerlijke mededinging, wat uiteindelijk leidde tot een ernstig tekort aan liquide middelen en waarbij het onmogelijk was potentiële overnamekandidaten voor het bedrijf te vinden; wijst erop dat de directie van het bedrijf beter in staat zal moeten zijn ontslagen te voorkomen door zich aan te passen aan de huidige geopolitieke situatie en te anticiperen op grote veranderingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>merkt op dat ontslagen verkopers de gunstigste werkgelegenheidsvooruitzichten hebben, terwijl magazijnmedewerkers het lastiger hebben nieuw werk te vinden en meer steun nodig hebben door middel van om- en bijscholing, werk op een andere locatie of in een andere functie binnen het bedrijf; verzoekt de Belgische autoriteiten specifieke, op maat gesneden steun te verlenen om werknemers te helpen hun vaardigheden bij te werken en een nieuwe baan te vinden die aansluit op de behoeften van de arbeidsmarkt; benadrukt dat re-integratie van ontslagen werknemers van cruciaal belang is voor een toekomstbestendige Europese economie met een sterke industriële basis;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>betreurt het dat het werkloosheidspercentage in bepaalde regio’s in België, met name in Brussel en Olen (provincie Antwerpen), is toegenomen als gevolg van het stijgende aantal faillissementen in de afgelopen twee jaar; neemt er akte van dat er op 18 maanden tijd 45 000 banen in België verloren zijn gegaan als gevolg van faillissementen, waarvan de meeste in Vlaanderen; wijst erop dat in Vlaanderen het risico op werkloosheid meer dan twee keer zo groot is voor mensen met een laag opleidingsniveau; benadrukt hoe belangrijk een bedrijfsvriendelijk klimaat is waardoor ondernemingen concurrerend kunnen blijven, banen worden geschapen en wordt bijgedragen aan duurzame economische groei;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>wijst erop dat de gepersonaliseerde dienstverlening aan de werknemers, in overleg met deskundigen en sociale partners, bestaat uit de volgende maatregelen: infosessies met het oog op begeleide terugkeer naar de arbeidsmarkt; ontslagbegeleiding om werknemers te helpen een nieuwe baan te vinden; actieve bemiddeling met aandacht voor het profiel van elke werkzoekende; gepersonaliseerde programma’s voor de ontwikkeling van vaardigheden, met inbegrip van IT-vaardigheden; opleiding en omscholing; individuele opleiding op de werkplek; en deelname aan jobbeurzen; benadrukt dat het belangrijk is hoogwaardige, toekomstbestendige banen te bevorderen waarmee het concurrentievermogen wordt versterkt en de digitalisering wordt ondersteund, en waarbij er tegelijk voor wordt gezorgd dat het EFG naar behoren wordt uitgevoerd en dat het op lange termijn bijdraagt aan de economische en sociale veerkracht van de Unie; benadrukt dat sociale partners gedurende het hele traject moeten worden betrokken bij de uitvoering van de EFG-maatregelen, dus ook in de monitoringfase, om de kwaliteit en relevantie van de aan de begunstigden verleende steun te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>herinnert eraan dat het EFG een instrument is voor solidariteit en een rechtvaardige transitie en dat daarmee weliswaar steun wordt verleend als arbeidsplaatsen verdwijnen, maar dat het niet in de plaats dient te komen van een proactief industriebeleid; is van mening dat de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG moet worden ingebed in een bredere beleidsaanpak op alle politieke niveaus om ervoor te zorgen dat de getroffen werknemers passende kansen krijgen die aansluiten op hun kwalificaties en vaardigheden; benadrukt dat het de primaire taak van de Unie moet zijn om dergelijke sluitingen in de eerste plaats te voorkomen door de voorwaarden te scheppen om de industriële productie concurrerend te houden en tegelijkertijd te investeren in vaardigheden voor zowel hooggekwalificeerd personeel als werknemers in de industrie; beklemtoont dat er specifieke steun moet worden verleend die is afgestemd op de profielen van laaggeschoolde werknemers en dat er tevens maatregelen moeten worden genomen om het aantal faillissementen te verminderen en sociale ongelijkheden aan te pakken die leiden tot uitsluiting van de arbeidsmarkt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>onderstreept dat de Belgische autoriteiten ervoor moeten zorgen dat de financiering van de Unie zichtbaar is als zodanig en dat zij de meerwaarde ervan moeten benadrukken door middel van effectieve en gerichte communicatie naar begunstigden, regionale en lokale autoriteiten, sociale partners en het brede publiek;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>dringt aan op grondige eindevaluaties van de uitgevoerde maatregelen, met inbegrip van duidelijke informatie over de wijze waarop de middelen zijn gebruikt, over het aantal werknemers dat opnieuw een baan heeft gevonden en of de doelstellingen waarvoor het EFG is opgericht met deze maatregelen daadwerkelijk zijn verwezenlijkt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>stelt vast dat België op 14 maart 2025 is begonnen met het verlenen van gepersonaliseerde steunmaatregelen aan de beoogde begunstigden, wat betekent dat vanaf die datum tot 24 maanden na de datum van inwerkingtreding van het financieringsbesluit aanspraak kan worden gemaakt op een financiële bijdrage uit het EFG;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>merkt op dat België op 6 maart 2025 de eerste administratieve uitgaven heeft gedaan met het oog op de uitvoering van het EFG, en dat deze uitgaven bijgevolg vanaf die datum tot 31 maanden na de datum van inwerkingtreding van het financieringsbesluit in aanmerking komen voor een financiële bijdrage uit het EFG;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>stelt vast dat de Belgische autoriteiten hebben bevestigd dat de beginselen van gelijke behandeling en non-discriminatie zullen worden geëerbiedigd bij de toegang tot de voorgestelde maatregelen en de uitvoering ervan, en dat eventuele dubbele financiering zal worden voorkomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>wijst er andermaal op dat bijstand uit het EFG geen vervanging mag zijn voor maatregelen die op grond van nationale wetgeving of collectieve arbeidsovereenkomsten onder de verantwoordelijkheid van overheden of bedrijven vallen; wijst erop dat het EFG een beperkt, gericht en aanvullend mechanisme is;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>hecht zijn goedkeuring aan het bij deze resolutie gevoegde besluit;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit samen met de voorzitter van de Raad te ondertekenen en te zorgen voor bekendmaking ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING>;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie, met inbegrip van de bijlage, te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST><TXTLST><ANNEX><TI><STRING BOLD="on">BIJLAGE</STRING></TI><STI><STRING BOLD="on">BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD</STRING></STI><P><STRING BOLD="on">betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering voor ontslagen werknemers naar aanleiding van aanvraag EGF/2025/007 BE/Casa</STRING></P><P><STRING ITALIC="on">(De tekst van de bijlage wordt hier niet weergegeven, aangezien deze overeenkomt met de definitieve handeling: Besluit (EU) 2026/851.)</STRING></P></ANNEX></TXTLST></SDOCTA>