<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2026)0103</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering voor ontslagen werknemers: aanvraag EGF/2025/005 AT/KTM - Oostenrijk</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0060/2026 - Rapporteur: Janusz Lewandowski)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 26 maart 2026 over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering voor ontslagen werknemers naar aanleiding van een aanvraag van Oostenrijk – EGF/2025/005 AT/KTM (COM(2026)0010 – C10-0026/2026 – 2026/0037(BUD))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2026)0010 – C10‑0026/2026),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2021/691 van het Europees Parlement en de Raad van 28 april 2021 betreffende het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering voor ontslagen werknemers (EFG) en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1309/2013<FOOTNOTE><FIELD> PB L 153 van 3.5.2021, blz. 48, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/691/oj.</FIELD></FOOTNOTE> (de “EFG-verordening”),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2020/2093 van de Raad van 17 december 2020 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021-2027<FOOTNOTE><FIELD> PB L 433 I van 22.12.2020, blz. 11, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2020/2093/oj.</FIELD></FOOTNOTE> zoals gewijzigd bij Verordening (EU, Euratom) 2024/765<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EU, Euratom) 2024/765 van de Raad van 29 februari 2024 tot wijziging van Verordening (EU, Euratom) 2020/2093 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021‑2027 (PB L, 2024/765, 29.2.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/765/oj)<STRING ITALIC="on">.</STRING></FIELD></FOOTNOTE> (de “MFK-verordening”), en met name artikel 8,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 16 december 2020 tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie betreffende begrotingsdiscipline, samenwerking in begrotingszaken en goed financieel beheer, alsmede betreffende nieuwe eigen middelen, met inbegrip van een routekaart voor de invoering van nieuwe eigen middelen<FOOTNOTE><FIELD> PB L 433 I van 22.12.2020, blz. 28, ELI: http://data.europa.eu/eli/agree_interinstit/2020/1222/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name punt 9,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de Europese pijler van sociale rechten,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Begrotingscommissie (A10-0060/2026),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de Unie wetgevings- en begrotingsinstrumenten in het leven heeft geroepen om extra steun te geven aan werknemers die de gevolgen van grote structurele gebeurtenissen en verschuivingen in de wereldhandelsstromen ondervinden en hen te helpen bij hun terugkeer op de arbeidsmarkt; overwegende dat deze steun wordt verleend in de vorm van financiële steun aan werknemers;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat Oostenrijk aanvraag EGF/2025/005 AT/KTM heeft ingediend voor een financiële bijdrage uit het EFG naar aanleiding van 1 488 ontslagen<FOOTNOTE><FIELD> In de zin van artikel 3 van de EFG‑verordening.</FIELD></FOOTNOTE> bij KTM Gruppe (KTM), in de economische sector die is ingedeeld in NACE Rev. 2-afdeling 30 (Vervaardiging van andere transportmiddelen) in de regio Opper-Oostenrijk (AT31), met 233 ontslagen tijdens de referentieperiode van 25 februari 2025 tot en met 25 juni 2025, en 1 255 ontslagen vóór of na de referentieperiode;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat de aanvraag is ingediend op grond van de criteria voor steunverlening van artikel 4, lid 2, punt a), van de EFG-verordening, een bepaling die de vereiste inhoudt dat binnen een referentieperiode van vier maanden in een onderneming in een lidstaat de werkzaamheden van ten minste 200 ontslagen werknemers of zelfstandigen zijn beëindigd; overwegende dat voor de 1 255 ontslagen werknemers wier werkzaamheden vóór of na de referentieperiode van vier maanden zijn beëindigd een duidelijk oorzakelijk verband kan worden gelegd met de gebeurtenis die in de referentieperiode tot de beëindiging van de werkzaamheden van de ontslagen werknemers heeft geleid, zoals vereist overeenkomstig artikel 6, alinea 2, van de EFG-verordening;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat KTM op 29 november 2024 faillissement heeft aangevraagd en dat op 25 februari 2025 een herstructureringsplan werd goedgekeurd; overwegende dat vraagtekens moeten worden geplaatst bij het besluit van de onderneming om in 2021 en 2024 dividend uit te keren terwijl tegelijkertijd vanwege de COVID 19-pandemie staatssteun werd ontvangen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat Oostenrijk heeft aangegeven dat de openbare dienst voor arbeidsvoorziening van Opper-Oostenrijk en de deelstaat Opper-Oostenrijk de nationale voorfinanciering en medefinanciering van de maatregelen verstrekken;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat er is voldaan aan de voorschriften van de Unie- en nationale wetgeving betreffende collectieve ontslagen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat financiële bijdragen uit het EFG in de eerste plaats gericht moeten zijn op actieve arbeidsmarktbeleidsmaatregelen en op gepersonaliseerde diensten die tot doel hebben de begunstigden snel te re-integreren in de arbeidsmarkt, door hen middels trainingen vaardigheden bij te brengen waar op de arbeidsmarkt van de toekomst vraag naar is, en ze op de groene en de digitale transitie voor te bereiden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat het EFG een jaarlijks maximumbedrag van 30 miljoen EUR (in prijzen van 2018) niet mag overschrijden<FOOTNOTE><FIELD> Artikel 8 van de MFK-verordening.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat de recente verplaatsing van productieactiviteiten naar landen buiten de Unie duidelijk maakt dat het concurrentievermogen en de veerkracht van de Europese industrie op de wereldmarkt moeten worden versterkt;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>is het met de Commissie eens dat is voldaan aan de voorwaarden die zijn vastgelegd in de EFG-verordening, en met name in artikel 4, lid 2, punt a), en dat Oostenrijk recht heeft op een financiële bijdrage van 1 806 624 EUR uit hoofde van die verordening, wat overeenkomt met 60 % van de totale kosten van 3 011 040 EUR, bestaande uit uitgaven voor een bedrag van 2 895 120 EUR voor gepersonaliseerde steunmaatregelen en 115 920 EUR voor activiteiten op het vlak van voorbereiding, beheer, voorlichting en publiciteit, en controle en rapportage;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>neemt er nota van dat de Oostenrijkse autoriteiten de aanvraag op 15 september 2025 hebben ingediend en dat de Commissie, nadat zij van Oostenrijk aanvullende gegevens had ontvangen, haar beoordeling op 6 februari 2026 heeft afgerond en het Parlement hiervan op 11 februari 2026 in kennis heeft gesteld; benadrukt dat het belangrijk is de termijn tussen de indiening van een aanvraag voor EFG-bijstand en het financieringsbesluit te verkorten en tegelijkertijd de rechten van het Europees Parlement als tak van de begrotingsautoriteit volledig te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>stelt vast dat de aanvraag betrekking heeft op 1 488 werknemers die getroffen zijn door de insolventieprocedure van KTM, de grootste tot dan toe in Opper-Oostenrijk; stelt voorts vast dat 420 van de ontslagen werknemers beoogde begunstigden zijn en naar verwachting aan de maatregelen zullen deelnemen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>merkt op dat KTM de grootste fabrikant van motorfietsen in de Unie en de grootste dochteronderneming van Pierer Mobility AG was; betreurt dat de moederonderneming in december 2023 heeft besloten de productie naar China en India te verplaatsen vanwege oneerlijke concurrentievoorwaarden; merkt op dat dit heeft geleid tot een eerste golf van ontslagen waarbij 300 banen werden geschrapt en dat de daaropvolgende daling van de verkoop KTM ertoe heeft aangezet kostenbesparingen door te voeren, onder andere door in 2024 meer dan 500 werknemers te ontslaan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>merkt op dat de moederonderneming een herstructureringsprocedure moest starten en dat in 2025, toen de productie van KTM voor het eerst werd stilgelegd, nog eens meer dan 750 werknemers werden ontslagen; merkt op dat de investeerder Bajaj Auto International Holdings B.V. op 22 mei 2025 de nodige middelen ter beschikking stelde om het voortbestaan van KTM te waarborgen, waardoor het faillissement van KTM werd afgewend en de productie in juli 2025 kon worden hervat, waarbij de bezuinigingsmaatregelen werden voortgezet;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>merkt op dat KTM ooit een van de meest succesvolle motorfietsmerken in Europa was en bekend stond als een belangrijke werkgever en cruciale economische pijler van veel leveranciers in het district Braunau in Opper-Oostenrijk; merkt op dat als gevolg daarvan de werkloosheid in het district in november 2024 37,1 % hoger was dan in dezelfde maand van het voorgaande jaar; merkt op dat dit in 2025 leidde tot het hoogste werkloosheidspercentage dat ooit in het district Braunau werd geregistreerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>wijst erop dat de gepersonaliseerde steunmaatregelen voor de werknemers in overleg met de sociale partners werden opgesteld en bestaan uit de volgende maatregelen: dossierbeheer; loopbaanbegeleiding – loopbaanoriëntatie; opleiding en omscholing; het proactief zoeken naar een baan; opleidingstoelagen; benadrukt hoe belangrijk het is hoogwaardige, toekomstgerichte banen te bevorderen om de economische en sociale veerkracht op lange termijn te waarborgen; benadrukt het belang van nauwe samenwerking met regionale bedrijven en werkgevers om ervoor te zorgen dat opleidings- en omscholingsprogramma’s aansluiten bij de concrete behoeften van de arbeidsmarkt en bijdragen tot de snelle re-integratie van ontslagen werknemers;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>herinnert eraan dat het EFG een instrument is voor solidariteit en een rechtvaardige transitie en dat daarmee weliswaar steun wordt verleend als arbeidsplaatsen verdwijnen, maar dat het niet in de plaats dient te komen van een proactief industriebeleid; benadrukt dat het de primaire taak van de Unie moet zijn om dergelijke sluitingen in de eerste plaats te voorkomen door de voorwaarden te scheppen om de industriële productie concurrerend te houden en tegelijkertijd te investeren in vaardigheden voor zowel hooggekwalificeerd personeel als werknemers in de industrie; beklemtoont dat er specifieke steun moet worden verleend die is afgestemd op de profielen van laaggeschoolde werknemers en er tevens maatregelen moeten worden genomen om het aantal faillissementen te verminderen en sociale ongelijkheden aan te pakken die leiden tot uitsluiting van de arbeidsmarkt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>beklemtoont dat de Oostenrijkse autoriteiten de financiering van de Unie zichtbaarheid moeten geven en de meerwaarde ervan moeten benadrukken door effectieve en gerichte informatie te verstrekken aan de begunstigden, de lokale en regionale autoriteiten, de sociale partners en het grote publiek;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>dringt aan op grondige eindevaluaties van de uitgevoerde maatregelen, met inbegrip van duidelijke informatie over de wijze waarop de middelen zijn gebruikt, waarbij ook wordt nagegaan of de middelen zijn besteed in overeenstemming met de goedgekeurde plannen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>stelt vast dat Oostenrijk op 1 maart 2025 is begonnen met zowel gepersonaliseerde steunmaatregelen aan de beoogde begunstigden als het verrichten van administratieve uitgaven met het oog op de uitvoering van het EFG, en dat de periode waarbinnen de uitgaven in aanmerking komen voor een financiële bijdrage uit het EFG derhalve vanaf die datum tot respectievelijk 24 maanden en 31 maanden na de datum van inwerkingtreding van het financieringsbesluit zal lopen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>stelt vast dat de Oostenrijkse autoriteiten garanties hebben geboden dat bij de toegang tot de voorgestelde maatregelen en de uitvoering ervan de beginselen van gelijke behandeling en non-discriminatie zullen worden gerespecteerd en dat dubbele financiering zal worden voorkomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>wijst er andermaal op dat bijstand uit het EFG geen vervanging mag zijn voor maatregelen die op grond van nationale wetgeving of collectieve arbeidsovereenkomsten onder de verantwoordelijkheid van bedrijven vallen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>hecht zijn goedkeuring aan het bij deze resolutie gevoegde besluit;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit samen met de voorzitter van de Raad te ondertekenen en te zorgen voor bekendmaking ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING>;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie, met inbegrip van de bijlage, te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST><TXTLST><ANNEX><TI><STRING BOLD="on">BIJLAGE</STRING></TI><STI><STRING BOLD="on">BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD</STRING></STI><P><STRING BOLD="on">betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering voor ontslagen werknemers naar aanleiding van een aanvraag van Oostenrijk – EGF/2025/005 AT/KTM</STRING></P><P><STRING ITALIC="on">(De tekst van de bijlage wordt hier niet weergegeven, aangezien deze overeenkomt met de definitieve handeling: Besluit (EU) 2026/850.)</STRING></P></ANNEX></TXTLST></SDOCTA>