<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2026)0105</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Verzoek tot opheffing van de immuniteit van Patryk Jaki</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0108/2026 - Rapporteur: Adrián Vázquez Lázara)</STRING></HIDDEN><TXTLST><DECISION><TI><STRING BOLD="on">Besluit van het Europees Parlement van 28 april 2026 over het verzoek tot opheffing van de immuniteit van Patryk Jaki (2025/2171(IMM))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verzoek tot opheffing van de immuniteit van Patryk Jaki, dat bij brief van 6 augustus 2025 werd ingediend door de rechtbank in eerste aanleg van Warschau-Centrum (Sąd Rejonowy dla Warszawy-Śródmieścia) in verband met een strafrechtelijke procedure die tegen hem was ingesteld door middel van een particuliere aanklacht ingediend door de wettelijke vertegenwoordiger van de particuliere aanklager, en van de ontvangst waarvan op 8 september 2025 ter plenaire vergadering kennis werd gegeven,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>na Patryk Jaki op 23 maart 2026 te hebben gehoord, overeenkomstig artikel 9, lid 6, van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de artikelen 8 en 9 van Protocol nr. 7 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie en artikel 6, lid 2, van de Akte van 20 september 1976 betreffende de verkiezing van de leden van het Europees Parlement door middel van rechtstreekse algemene verkiezingen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 21 oktober 2008, 19 maart 2010, 6 september 2011, 17 januari 2013 en 19 december 2019<FOOTNOTE><FIELD> Arrest van het Hof van Justitie van 21 oktober 2008, Marra/De Gregorio en Clemente, C-200/07 en C-201/07, ECLI:EU:C:2008:579; arrest van het Gerecht van 19 maart 2010, Gollnisch/Parlement, T-42/06, ECLI:EU:T:2010:102; arrest van het Hof van Justitie van 6 september 2011, Patriciello, C-163/10, ECLI: EU:C:2011:543; arrest van het Gerecht van 17 januari 2013, Gollnisch/Parlement, T-346/11 en T-347/11, ECLI:EU:T:2013:23; arrest van het Hof van Justitie van 19 december 2019, Junqueras Vies, C-502/19, ECLI:EU:C:2019:1115.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 105, leden 2 en 5, van de grondwet van de Republiek Polen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 5, lid 2, artikel 6, lid 1, en artikel 9 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie juridische zaken (A10-0108/2026),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de rechtbank in eerste aanleg van Warschau-Centrum bij brief van 6 augustus 2025 een verzoek heeft ingediend tot opheffing van de immuniteit van Patryk Jaki, in Polen verkozen lid van het Europees Parlement, in verband met een strafrechtelijke procedure die bij die rechtbank aanhangig is gemaakt wegens een vermeend strafbaar feit dat het voorwerp is van particuliere vervolging;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat in die brief wordt gesteld dat Patryk Jaki in de periode van 5 tot 7 juni 2024 met korte tussenpozen en volgens een vooropgezet plan opzettelijk de particuliere aanklager, een rechter, heeft belasterd, en wel op de volgende wijze: i) tijdens een bijeenkomst in Będzin op 5 juni 2024, die plaatsvond in het kader van de verkiezingscampagne, zou Patryk Jaki tijdens een gesprek met een persoon die eveneens bij die bijeenkomst aanwezig was, over de particuliere aanklager hebben gezegd dat deze onbewust het gebruik van Pegasus-spyware heeft goedgekeurd; ii) Patryk Jaki zou vervolgens op 7 juni 2024 een opname van dit gesprek, landelijk hebben verspreid via sociale media (te weten: Instagram, Facebook en X (Twitter)), waarbij hij zou hebben aangegeven dat de particuliere aanklager zijn taken als rechter had verzaakt door bepaalde niet gespecificeerde “onderzoeken en controles” niet uit te voeren naar de wijze waarop operationeel toezicht wordt uitgeoefend in het kader van de behandeling van verzoeken tot het gelasten van operationeel toezicht, en waarbij hij tevens zou hebben aangegeven van mening te zijn dat de particuliere aanklager zijn beroep van rechter niet naar behoren uitoefende en dat hij niet objectief was omdat hij onder de invloed stond van een politieke partij;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat Patryk Jaki de particuliere aanklager dus zou hebben belasterd met de rechtstreekse bedoeling hem publiekelijk te vernederen en zijn reputatie aan te tasten en het vertrouwen, dat noodzakelijk is voor de uitoefening van het beroep van rechter, te ondermijnen; overwegende dat deze handelingen mogelijk aangemerkt kunnen worden als strafbare feiten in de zin van artikel 212, lid 1, in samenhang met artikel 212, lid 2, en artikel 12, lid 1, van het Poolse wetboek van strafrecht;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat Patryk Jaki bij de Europese verkiezingen van juni 2019 werd verkozen tot lid van het Europees Parlement, en dus ten tijde van de vermeende strafbare feiten lid was van het Europees Parlement;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat de ten laste gelegde strafbare feiten en het daaropvolgende verzoek tot opheffing van de immuniteit van Patryk Jaki niet bestaan uit, respectievelijk geen verband houden met een mening of stem die hij in de uitoefening van zijn ambt heeft uitgebracht in de zin van artikel 8 van Protocol nr. 7 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat in artikel 9, eerste alinea, punt a), van Protocol nr. 7 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie is bepaald dat de leden van het Europees Parlement, tijdens de zittingsduur van het Europees Parlement, op het grondgebied van hun eigen lidstaat de immuniteiten genieten welke aan de leden van de volksvertegenwoordiging van hun lidstaat zijn verleend;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat een afgevaardigde op grond van artikel 105, leden 2 en 5, van de grondwet van de Republiek Polen vanaf de dag waarop de verkiezingsuitslagen bekend worden gemaakt tot de dag waarop zijn of haar mandaat afloopt alleen met toestemming van de Poolse Sejm strafrechtelijk aansprakelijk kan worden gesteld en alleen met toestemming van de Sejm kan worden aangehouden of gearresteerd, behalve in geval van ontdekking op heterdaad of wanneer zijn of haar aanhouding noodzakelijk is om een goed verloop van de procedure te waarborgen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat de immuniteit waarin Protocol nr. 7 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie voorziet, tot doel heeft het Parlement en zijn leden te beschermen tegen gerechtelijke procedures in verband met activiteiten die in de uitoefening van parlementaire taken zijn verricht en die niet van die taken kunnen worden gescheiden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat in artikel 5, lid 2, van zijn Reglement wordt bepaald dat de parlementaire immuniteit geen persoonlijk voorrecht van de leden is, maar een garantie voor de onafhankelijkheid van het Parlement als geheel en van zijn leden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat het Parlement in deze zaak geen bewijs heeft gevonden dat duidt op fumus persecutionis en dat de gerechtelijke procedure in kwestie bijgevolg niet bedoeld lijkt om de politieke activiteit van Patryk Jaki als lid van het Europees Parlement en dus de onafhankelijkheid van het Parlement schade toe te brengen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>K.</NO.P>overwegende dat het Parlement niet de rol van rechter op zich kan nemen, en een lid in het kader van een procedure tot opheffing van de immuniteit niet als een “verdachte” kan worden aangemerkt<FOOTNOTE><FIELD> Arrest van het Gerecht van 30 april 2019, Briois/Parlement, T-214/18, ECLI:EU:T:2019:266.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>besluit de immuniteit van Patryk Jaki op te heffen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en het verslag van zijn bevoegde commissie onmiddellijk te doen toekomen aan de bevoegde autoriteit van de Republiek Polen en aan Patryk Jaki.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></DECISION></TXTLST></SDOCTA>