<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2026)0111</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Interim-verslag over het voorstel voor het meerjarig financieel kader 2028-2034</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0105/2026 - Rapporteurs: Siegfried Mureşan, Carla Tavares)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 28 april 2026 over het voorstel voor een verordening van de Raad tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2028-2034 (COM(2025)0571 – C10-0000/2025 – 2025/0571R(APP))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de artikelen 8, 285, 287, 311, 312, 323 en 349 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 16 juli 2025, getiteld “Een dynamische EU-begroting voor de prioriteiten van de toekomst — het meerjarig financieel kader 2028-2034” (COM(2025)0570),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie van 16 juli 2025 voor een verordening van de Raad tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2028-2034 (COM(2025)0571),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie van 16 juli 2025 voor een besluit van de Raad betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Unie en tot intrekking van Besluit (EU, Euratom) 2020/2053 (COM(2025)0574),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie van 16 juli 2025 voor een Interinstitutioneel Akkoord tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer (COM(2025)0572),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 7 mei 2025 inzake een vernieuwde langetermijnbegroting voor de Unie in een veranderende wereld<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2026/575, 24.2.2026, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2026/575/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 10 september 2025 over de rol van investeringen in het kader van het cohesiebeleid bij het oplossen van de huidige huisvestingscrisis<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2026/1474, 9.4.2026, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2026/1474/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 21 januari 2026 over de uitvoering van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid — jaarverslag 2025<FOOTNOTE><FIELD> Aangenomen teksten, P10_TA(2026)0013.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2024 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie<FOOTNOTE><FIELD> PB L, 2024/2509, 26.9.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/2509/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2020/2092 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2020 betreffende een algemeen conditionaliteitsregime ter bescherming van de Uniebegroting (hierna “de verordening inzake conditionaliteit met betrekking tot de rechtsstaat” genoemd)<FOOTNOTE><FIELD> PB L 433 I van 22.12.2020, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het rapport van 10 april 2024 van Enrico Letta, getiteld “Much More than a Market” (het rapport-Letta),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het rapport van 9 september 2024 van Mario Draghi over de toekomst van het Europese concurrentievermogen (het rapport-Draghi),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van 30 oktober 2024 van Sauli Niinistö over de versterking van de civiele en militaire paraatheid en gereedheid van Europa, getiteld “Safer together — strengthening Europe’s civilian and military preparedness and readiness” (het Niinistö-verslag),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 18 februari 2026 over de oostelijke regio’s van de EU die grenzen aan Rusland, Belarus en Oekraïne — Sterke regio’s voor een veilig Europa COM(2026)0082,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resoluties over de ultraperifere gebieden en de landen en gebieden overzee, het bestaande beleid ter zake en de publicaties van de Commissie betreffende de specifieke steun voor die gebieden, waaronder op landbouwgebied,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 11 december 2019 getiteld “De Europese Green Deal” (COM(2019)0640),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 12 november 2025 getiteld “Een cultuurkompas voor Europa” (COM(2025)0785),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 22 januari 2026 over het meerjarig financieel kader 2028-2034,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 22 januari 2026 over het voorstel van 2025 inzake eigen middelen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de resolutie van het Europees Comité van de Regio’s van 15 oktober 2025 over het voorstel voor het meerjarig financieel kader 2028-2034,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van het Europees Comité van de Regio’s van 4 maart 2026 getiteld “het meerjarig financieel kader (MFK) voor de periode na 2027, met inbegrip van het pakket eigen middelen”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de relevante verslagen van de Europese Rekenkamer over het meerjarig financieel kader,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de overeenkomst die op 19 december 2022 is aangenomen tijdens de 15e Conferentie van de partijen bij het Verdrag inzake biologische diversiteit (COP15) in Montreal (het mondiaal biodiversiteitskader van Kunming-Montreal),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de overeenkomst die op 12 december 2015 is aangenomen tijdens de 21e Conferentie van de Partijen bij het UNFCCC (COP21) in Parijs (de Overeenkomst van Parijs),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de duurzameontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de vergadering(en) van de voorzitters overeenkomstig artikel 324 VWEU,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de brief van 6 januari 2026 van de voorzitter van de Europese Commissie, Ursula von der Leyen, aan de president van Cyprus, Nikos Christodoulides, als houder van het roulerende voorzitterschap van de Raad, en aan de voorzitter van het Europees Parlement, Roberta Metsola, over het gemeenschappelijk landbouwbeleid in het meerjarig financieel kader 2028-2034,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 107, lid 5, van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het interim-verslag van de Begrotingscommissie (A10-0105/2026),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat overeenkomstig artikel 311 VWEU de Unie zich moet voorzien van de middelen die nodig zijn om haar doelstellingen te verwezenlijken en aan haar beleid uitvoering te geven;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat al snel is gebleken dat het huidige MFK niet volstaat om in te spelen op een aantal crises, inflatie en nieuwe politieke uitdagingen die ten tijde van de vaststelling ervan niet waren voorzien en niet voorzien konden worden; overwegende dat het MFK tot het uiterste is gedreven om in de nodige financiering te voorzien, en dat de flexibiliteitsbepalingen en speciale instrumenten in ongekende mate zijn gemobiliseerd nadat de beschikbare marges waren benut en verschillende wijzigingen in het MFK waren aangebracht; overwegende dat deze instrumenten niet bedoeld zijn als vervanging van een degelijk begrotingsbeleid op lange termijn; overwegende dat dit ertoe heeft geleid dat programma’s zoals het cohesiebeleid herhaaldelijk zijn ingezet om op noodsituaties te reageren, waardoor het moeilijk werd hun oorspronkelijke langetermijndoelstellingen te verwezenlijken;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat de in 2024 overeengekomen tussentijdse herziening van het MFK absoluut noodzakelijk is gebleken om in te spelen op nieuwe prioriteiten en uitdagingen, en overwegende dat het gebrek aan middelen het huidige MFK tot op heden blijft ondermijnen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat de totstandbrenging van het nieuwe MFK van doorslaggevend belang zal zijn voor de Unie, aangezien hiermee een gemeenschappelijk standpunt kan worden uitgedragen en het nieuwe MFK de besluitvorming over toekomstige politieke prioriteiten mogelijk maakt en de Unie in staat stelt deze te verwezenlijken; overwegende dat een evenwicht moet worden gevonden tussen de financiering van nieuwe prioriteiten en die van traditionele prioriteiten, teneinde de gemeenschappelijke beleidslijnen van de Unie die ten grondslag liggen aan haar politieke project, te waarborgen; overwegende dat het volgende MFK niet voorbij mag gaan aan het subsidiariteitsbeginsel;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat de mondiale context wordt gekenmerkt door geopolitieke spanningen, economische volatiliteit, risico’s voor de energiezekerheid, klimaatgerelateerde rampen en veranderende veiligheidsbedreigingen, waaronder de terugkeer van grootschalige oorlogvoering in de nabijheid van de EU, hetgeen benadrukt dat de EU behoefte heeft aan een begroting die zich aan zowel interne als externe schokken kan aanpassen, met name door investeringen in de industrie, de dubbele transitie, connectiviteit en infrastructuur, alsook civiele paraatheid en bescherming en investeringen in sociaal beleid;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat het volgende MFK moet waarborgen dat de EU-begroting een investeringsinstrument blijft en centraal blijft staan bij het inspelen op de behoeften van onze burgers en het ondersteunen van Europese ondernemingen, met name kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s);</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat de langjarige beleidsmaatregelen van de EU waarop het voorstel inzake plannen voor nationaal en regionaal partnerschap (NRPP’s) betrekking heeft, kernbeleidsterreinen van het Europese project zijn en bijdragen tot de veerkracht, cohesie, convergentie en autonomie van de Europese Unie, terwijl zij in de huidige internationale context ook van centraal belang zijn voor haar veiligheid en soevereiniteit, alsook voor haar economische, sociale en territoriale stabiliteit en voor haar duurzaamheidsdoelstellingen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat de Unie in een veranderende geopolitieke en economische realiteit met een groeiende concurrentiekloof wordt geconfronteerd, die haar productiviteit op lange termijn, strategische autonomie, veerkracht en handelingsvermogen ondermijnt; overwegende dat de Unie haar investeringscapaciteit aanzienlijk moet versterken om wereldwijd te kunnen concurreren;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat nieuwe technologische ontwikkelingen in het volgende MFK adequaat moeten worden ondersteund;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat de begroting, met name in het licht van de drastische bezuinigingen op de USAID-begroting, de rol van de Unie als de grootste verstrekker van ontwikkelingshulp en klimaatfinanciering ter wereld moet handhaven in overeenstemming met de mondiale verplichtingen en toezeggingen van de Unie;</P></CONS><CONS><P><NO.P>K.</NO.P>overwegende dat de Unie is gegrondvest op de waarden van eerbied voor de menselijke waardigheid, vrijheid, democratie, gelijkheid, de rechtsstaat en eerbiediging van de mensenrechten, waaronder de rechten van personen die tot minderheden behoren; overwegende dat schendingen van die waarden de cohesie van de Unie ondermijnen, de rechten van de burgers van de EU verzwakken en het wederzijds vertrouwen tussen de lidstaten aantasten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>L.</NO.P>overwegende dat in artikel 8 VWEU het beginsel van gendermainstreaming is vastgelegd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>M.</NO.P>overwegende dat de Commissie de extra investeringen die nodig zijn om tegen 2050 klimaatneutraliteit te bereiken, raamt op 1,5 % van het bruto binnenlands product per jaar ten opzichte van het decennium 2011-2020, en dat de EU-begroting deze kloof niet alleen kan dichten; overwegende dat de klimaatverandering, het biodiversiteitsverlies en de verontreinigingscrisis ernstige gezondheids- en economische kosten met zich meebrengen; overwegende dat het van essentieel belang is dat de EU investeert in programma’s met klimaat- en milieudoelstellingen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>N.</NO.P>overwegende dat het milieubeleid van de EU overeenkomstig artikel 191 VWEU op het voorzorgsbeginsel moet berusten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>O.</NO.P>overwegende dat de Unie de ultraperifere gebieden overeenkomstig artikel 349 VWEU moet steunen; overwegende dat het Programma van speciaal op een afgelegen en insulair karakter afgestemde maatregelen (Posei) in dit verband belangrijk is gebleken;</P></CONS><CONS><P><NO.P>P.</NO.P>overwegende dat de lidstaten het recht behouden hun energiemix te bepalen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Q.</NO.P>overwegende dat het pact voor het Middellandse Zeegebied een alomvattend EU-kader is dat bedoeld is om gestructureerde en duurzame partnerschappen met de partners in het zuidelijke Middellandse Zeegebied te versterken;</P></CONS><CONS><P><NO.P>R.</NO.P>overwegende dat, overeenkomstig Protocol nr. 10 betreffende Cyprus, de toepassing van het EU-acquis is opgeschort in die gebieden van de Republiek Cyprus waar de regering van de Republiek Cyprus geen daadwerkelijke controle uitoefent; overwegende dat deze uitzonderlijke situatie rechtmatige grondeigenaren al tientallen jaren verhindert toegang te krijgen tot, gebruik te maken van en het genot te hebben van hun eigendommen; overwegende dat het recht op eigendom overeenkomstig artikel 17 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie wordt beschermd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>S.</NO.P>overwegende dat de betalingen in verband met NextGenerationEU (NGEU) een aanzienlijke impact hebben gehad op de jaarlijkse begrotingsprocedure in het kader van het huidige MFK, aangezien niet was beoogd de financieringskosten te dekken boven op de maxima, zoals het Parlement had voorgesteld; overwegende dat de NGEU-terugbetaling gevolgen zal hebben voor het volgende MFK, aangezien zowel in de rentebetalingen als in de aflossing van de hoofdsom moet worden voorzien;</P></CONS><CONS><P><NO.P>T.</NO.P>overwegende dat de Commissie op 16 juli 2025 een reeks voorstellen heeft ingediend met betrekking tot de MFK-verordening voor de jaren 2028-2034 en het besluit betreffende de eigen middelen van de EU, gevolgd door wetgevingsvoorstellen om nieuwe EU-programma’s, -fondsen en -instrumenten tot stand te brengen;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>benadrukt dat het volgende MFK de Unie moet voorzien van de nodige financiële middelen om te kunnen inspelen op een snel veranderende geopolitieke, economische en sociale context en tegelijk uitvoering te geven aan zowel langlopende beleidsmaatregelen als nieuwe prioriteiten; dringt erop aan dat de EU-begroting een investeringsbegroting moet blijven die burgers, regio’s en ondernemingen, met name kmo’s, kan ondersteunen en tegelijk de veerkracht, het concurrentievermogen en de sociale cohesie van de Unie versterkt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>dringt erop aan om het MFK 2028-2034 vast te stellen op 1,27 % van het bruto nationaal inkomen (bni) van de EU, waarbij de schuldaflossing in het kader van NGEU — gelijk aan 0,11 % extra van het bni van de EU — buiten die 1,27 % moet worden gehouden en boven de maxima moet worden geboekt; herhaalt dat het volgende MFK qua omvang ambitieuzer moet zijn, aangezien het huidige financieringsniveau niet strookt met de politieke ambities van de Unie, en tegen inflatieschokken moet worden beschermd; wijst erop dat dit niveau het noodzakelijke minimum vormt om de Unie in staat te stellen haar verdragsverplichtingen na te komen, tegemoet te komen aan de verwachtingen van de burgers en grote uitdagingen aan te pakken, waaronder de terugkeer van grootschalige oorlogvoering in de nabijheid van de EU, de zeer uitdagende economische en sociale context, het tekort aan concurrentievermogen en de verergering van de klimaatcrisis en het biodiversiteitsverlies;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>is sterk gekant tegen elke benadering die leidt tot versnippering van de eengemaakte markt of hernationalisering van de EU-begroting en verwerpt met klem elke stap in de richting van een Unie à-la-carte; is van mening dat de aanpak van de Commissie van “één plan per lidstaat” afbreuk doet aan de in de Verdragen verankerde EU-beleidsmaatregelen, onnodige concurrentie tussen begunstigden teweegbrengt, de Europese dimensie van de uitgaven in gevaar brengt, bestuur op verschillende niveaus verzwakt, de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid ondergraaft en de transparantie vermindert;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>dringt aan op een verhoging van de middelen voor rubriek 1 teneinde de financiering ten minste op het niveau van het huidige MFK te handhaven; dringt derhalve aan op een krachtige, afzonderlijke en toereikende financiering voor het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB), het gemeenschappelijk visserijbeleid, het cohesiebeleid, het Europees Sociaal Fonds en binnenlandse zaken; dringt er in dit verband op aan de niet-geoormerkte bedragen in het kader van de plannen voor nationaal en regionaal partnerschap volledig aan deze beleidsmaatregelen toe te wijzen en aldus meer voorspelbaarheid voor de eindbegunstigden te waarborgen; herhaalt dat voor deze beleidsmaatregelen een horizontaal uitvoeringskader en horizontale regels moeten worden gehandhaafd, met inbegrip van conditionaliteit in verband met de rechtsstaat, om samenhang te waarborgen en versnippering te voorkomen; dringt aan op de invoering van regionale hoofdstukken met inachtneming van de institutionele kaders van de lidstaten, en om regionale en lokale overheden ten volle te betrekken bij de opzet, uitvoering, monitoring en evaluatie van programma’s in het kader van rubriek 1, op basis van de beginselen van gedeeld beheer, bestuur op verschillende niveaus en partnerschap;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>is ingenomen met de aanzienlijke versterking van de beleidsmaatregelen onder rubriek 2, overeenkomstig de al lang bestaande oproepen van het Parlement, die neerkomt op een verdubbeling ten opzichte van de huidige periode en de Unie beter in staat zal stellen toekomstige uitdagingen het hoofd te bieden in een steeds onvoorspelbaardere mondiale context; onderkent de noodzaak om het handelingsvermogen van de Unie op strategische sleutelgebieden, waaronder concurrentievermogen, defensie en veiligheid, onderzoek en innovatie, de dubbele transitie, infrastructuur, gezondheid en crisisparaatheid, onderwijs en cultuur, te versterken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>dringt derhalve aan op een adequate versterking van de prioritaire programma’s onder rubriek 2, waaronder het Europees Fonds voor concurrentievermogen (EFC), Horizon Europa, de Connecting Europe Facility (CEF), Erasmus+, AgoraEU en het EU-mechanisme voor civiele bescherming (UCPM), met oormerking voor EU4Health en LIFE-gerelateerde acties in het kader van het EFC;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>is ingenomen met de stijging van de middelen voor rubriek 3 als signaal van de inzet van de Unie om haar rol als mondiale actor te versterken; is evenwel van mening dat het voorgestelde niveau ontoereikend blijft gezien de omvang van de wereldwijde uitdagingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>dringt derhalve aan op een adequate versterking van rubriek 3, zodat de EU toekomstige uitbreiding kan ondersteunen, kan inspelen op stijgende behoeften op het gebied van ontwikkeling, humanitaire crises en vredesopbouw, steun kan verlenen aan Oekraïne en andere partners, en wereldwijd de waarden van de Unie, de mensenrechten en de democratie kan handhaven en daarbij het multilateralisme kan versterken; dringt erop aan dat humanitaire hulp geoormerkt moet blijven en wordt verstrekt via een coherent kader met een adequaat gefinancierd jaarlijks basisbedrag; dringt aan op een versterking van de middelen voor de landen en gebieden overzee, rekening houdend met de recente bedreigingen voor de territoriale integriteit van Groenland en de bredere geopolitieke context;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>onderstreept dat het volgende MFK gericht moet zijn op de financiering van Europese collectieve goederen, waar sprake is van een waarneembare toegevoegde waarde ten opzichte van financiering via nationale uitgaven zoals grensoverschrijdende projecten; herinnert eraan dat Europese burgers en ondernemingen EU-optreden verlangen; dringt aan op gerichte, strategische investeringen van EU-middelen om in hun behoeften te voorzien op prioritaire gebieden zoals huisvesting, energie en veiligheid;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>is ingenomen met het voorstel van de Commissie voor een versterkt flexibiliteitsinstrument en dringt erop aan dit aan te vullen met extra bronnen, waaronder niet-benutte marges en terugvloeiingen uit financiële instrumenten, onverminderd sectorspecifieke regels; dringt aan op een specifieke solidariteitsreserve voor natuurrampen die als laatste redmiddel boven de MFK-maxima kan worden gemobiliseerd om de respons van de Unie op specifieke behoeften binnen de EU na schade als gevolg van natuurrampen te financieren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>uit zijn ernstige bezorgdheid over het feit dat de voorstellen van de Commissie belangrijke beleids- en begrotingsbeslissingen verschuiven naar werkprogramma’s van de Commissie die zonder betrokkenheid van de medewetgevers worden vastgesteld; dringt erop aan dat alle wezenlijke beleidskeuzen in de betrokken basishandelingen worden vastgelegd, met volledige eerbiediging van de prerogatieven van het Parlement als medewetgever en begrotingsautoriteit; wijst erop dat vereenvoudiging niet ten koste mag gaan van transparantie, democratische verantwoordingsplicht of de toezichthoudende rol van het Parlement; is uiterst bezorgd over het wijdverbreide gebruik van financiering die niet aan kosten is gekoppeld voor een aanzienlijk deel van de programma’s onder het volgende MFK en waarschuwt dat deze aanpak zonder adequate waarborgen aanzienlijke risico’s inhoudt en de controleerbaarheid verzwakt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>benadrukt dat eerbiediging van de waarden van de Unie en van de rechtsstaat een essentiële voorwaarde is voor toegang tot EU-middelen; dringt aan op het belang van een naadloze en coherente toolbox voor EU-waarden die democratie, de rechtsstaat en grondrechten in de gehele EU-begroting bestrijkt; dringt aan op een krachtige aanpak om te waarborgen dat legitieme eindontvangers niet worden gestraft voor schendingen van de rechtsstaat door hun regeringen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>wijst nogmaals met klem op de dringende noodzaak van duurzame, voorspelbare en veerkrachtige inkomsten voor de EU-begroting overeenkomstig artikel 310 VWEU die in overeenstemming moeten zijn met de uitgavenzijde en met de strategische prioriteiten en vastgestelde financieringsbehoeften van de EU; bevestigt nogmaals dat het Parlement sterk hecht aan de invoering van nieuwe eigen middelen, niet alleen voor de terugbetaling van de NGEU-schuld, maar ook om de versterkte beleidsambities van de Unie te financieren; is ingenomen met de inspanningen van de Commissie om nieuwe eigen middelen vast te stellen en bepaalde aanpassingen aan de traditionele eigen middelen voor te stellen; steunt de door de Commissie voorgestelde bredere aanpak en verzoekt de Raad de sinds 2020 bestaande impasse rond een pakket nieuwe echte eigen middelen te doorbreken, teneinde een inkomstenniveau van ten minste 60 miljard EUR per jaar te bereiken; onderstreept het belang van het voorstel van de Commissie voor een nieuw soort crisismechanisme waarmee de Unie snel zou kunnen reageren op onverwachte ontwikkelingen; onderstreept dat het Parlement alleen een langetermijnbegroting, met inbegrip van de ontvangstenzijde, zal goedkeuren die afgestemd is op de doelen van de Unie in een veranderende wereld;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>is van mening dat de in dit interim-verslag uiteengezette standpunten het mandaat van het Parlement voor de MFK-onderhandelingen vormen en dat de Raad daarmee overeenkomstig artikel 312, lid 5, VWEU rekening moet houden om de instemming van het Parlement te verkrijgen; is bereid constructief samen te werken en zinvolle onderhandelingen aan te gaan met de Raad om een langetermijnbegroting op te stellen die tegemoetkomt aan de behoeften van de Unie; dringt erop aan dat de instellingen uiterlijk eind 2026 een akkoord bereiken zodat het MFK tijdig wordt vastgesteld en de uitgavenprogramma’s vanaf 1 januari 2028 kunnen worden uitgevoerd;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Kwesties in verband met het MFK</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>eist dat het Europees Parlement wordt betrokken bij alle stadia van de MFK-procedure, zoals vereist uit hoofde van de Verdragen in artikel 312, lid 5, VWEU; is van mening dat de Raad voldoende rekening moet houden met het hier uiteengezette standpunt van het Parlement om de goedkeuring van het Parlement te verkrijgen overeenkomstig artikel 312 VWEU;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Totaal bedrag</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>herhaalt zijn standpunt dat, in een snel veranderende wereld waarin mensen terecht meer van de Unie verwachten en de Unie met een toenemend aantal crises en mondiale uitdagingen wordt geconfronteerd, het volgende MFK moet worden voorzien van meer middelen dan die voor de periode 2021-2027, waarbij wordt afgestapt van het historisch restrictieve, zelfopgelegde niveau van 1 % van het EU-bni; betreurt dat de Commissie, in plaats van een echt ambitieus voorstel in te dienen, zich verschuilt achter een totaalcijfer van 2 biljoen EUR in lopende prijzen, wat in werkelijkheid slechts neerkomt op 1,763 biljoen EUR in constante prijzen van 2025 of 1,26 % van het bni van de EU, waarbij 0,11 % wordt toegekend aan terugbetalingen in het kader van NGEU; betreurt dat dit leidt tot een symbolische stijging van minder dan 0,01 procentpunt van het EU-bni voor EU-programma’s, waardoor de begroting in reële termen wordt bevroren; benadrukt dat door de uitfasering van de herstel- en veerkrachtfaciliteit de totale koopkracht van de Unie aanzienlijk zal blijven dalen; is van mening dat dit voorgestelde niveau de Unie noch in staat zal stellen haar in de Verdragen verankerde verplichtingen na te komen, noch te reageren op de aanzienlijke geopolitieke uitdagingen die in het verschiet liggen, waaronder de klimaat- en biodiversiteitscrisis, die het best op het niveau van de Unie kan worden aangepakt, alsook de crisis in verband met de kosten van levensonderhoud;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>dringt erop aan dat het MFK 2028-2034 wordt vastgesteld op 1,27 % van het bni van de EU, exclusief de terugbetalingen in het kader van NGEU; is van mening dat de schuldaflossing in het kader van NGEU binnen de toekomstige MFK-architectuur afzonderlijk moet worden behandeld van kredieten voor EU-programma’s, wat het totaalbedrag op 1,38 % van het EU-bni zou brengen; wijst erop dat dit niveau het absolute minimum is om de Unie in staat te stellen haar toezeggingen na te komen, te reageren op geopolitieke uitdagingen en haar strategische doelstellingen te verwezenlijken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>betreurt dat de NGEU-terugbetaling, zoals door de Commissie gepresenteerd, vanaf 2028 jaarlijkse tranches binnen de MFK-maxima omvat; wijst erop dat het terugbetalingsplan ervoor moet zorgen dat de schuldendienst van NGEU niet leidt tot verdringing van essentiële EU-uitgaven en het vermogen van de Unie om toekomstige crises aan te pakken, niet in gevaar brengt; herinnert derhalve aan zijn reeds lang bestaande standpunt dat de kredieten in verband met de NGEU-terugbetaling boven de maxima moeten worden geboekt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>steunt met klem de voorgestelde methode voor technische aanpassing waarbij rekening wordt gehouden met de feitelijke inflatie, hetgeen essentieel is om de koopkracht van de EU-begroting in perioden van inflatieschokken te waarborgen; is ingenomen met dit mechanisme, dat van cruciaal belang is om EU-programma’s te beschermen zodat burgers niet onder de inflatie lijden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>dringt er in dit verband op aan dat het financieringsniveau voor EU-programma’s en -beleid wordt gewaarborgd, zoals uiteengezet in bijlagen I en II bij deze resolutie; vraagt dat de desbetreffende maxima voor vastleggings- en betalingskredieten dienovereenkomstig worden aangepast;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Rubriek 1</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>stelt vast dat aan rubriek 1 (“Het sociale model van de EU en levenskwaliteit”) 797,2 miljard EUR in prijzen van 2025 is toegewezen, na uitsluiting van het bedrag dat bestemd is voor de terugbetaling van de NGEU-schuld, wat neerkomt op 45 % van het totale MFK 2028-2034; uit zijn diepe bezorgdheid over het feit dat dit een daling is in vergelijking met de 810,1 miljard EUR die in het MFK 2021-2027 werd toegewezen en 65 % van het totaal bedroeg; acht deze aanzienlijke verlaging onaanvaardbaar, aangezien het van cruciaal belang is om het bestaande beleid van de Unie te behouden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>betreurt dat de voorgestelde verordening inzake de plannen voor nationaal en regionaal partnerschap (COM(2025)0558), op grond waarvan verschillende beleidsmaatregelen in één plan per lidstaat worden samengevoegd, leidt tot grote onzekerheid over de voorspelbaarheid van de financiering voor de eindbegunstigden, tot onnodige concurrentie om financiële middelen tussen belanghebbenden en beleidsmaatregelen, en tot politisering van de verdeling van EU-middelen, wat kan leiden tot grotere complexiteit en afwegingen tussen prioriteiten; benadrukt dat de “één plan per lidstaat”-benadering de Europese dimensie van de EU-begroting en de doelstellingen van het gemeenschappelijke EU-beleid impliciet uitholt, tot buitensporige centralisatie leidt die de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid op de proef stelt, regionale en lokale overheden en betrokken belanghebbenden belet een rol van betekenis te spelen bij het formuleren van prioriteiten en bestuur op verschillende niveaus en de territoriale dimensie van uitgaven ondermijnt; is van mening dat de niet-geoormerkte bedragen in het kader van de plannen voor nationaal en regionaal partnerschap volledig moeten worden toegewezen om de eindbegunstigden voorspelbaarheid te bieden; waarschuwt daarnaast dat de aanzienlijke verlaging van de financiering voor rubriek 1 ook een risico vormt voor de verwezenlijking van het in de Verdragen verankerde EU-beleid en de doelstellingen van de Unie om haar economische, sociale en territoriale cohesie te versterken, haar democratische processen, de rechtsstaat en sociale rechten te beschermen en voedselzekerheid en een redelijke levensstandaard voor landbouwers en vissers alsook bescherming van het milieu en de biodiversiteit te waarborgen; herhaalt dat versnippering moet worden voorkomen en dat het horizontale uitvoeringskader moet worden gehandhaafd, met inbegrip van overkoepelende regels en beginselen zoals de eerbiediging van de rechtsstaat en de grondrechten, die uniform van toepassing moeten zijn op alle beleidsmaatregelen waarop de plannen voor nationaal en regionaal partnerschap betrekking hebben, en dat daarbij moet worden gezorgd voor coherente en consistente uitvoeringsbepalingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>wijst erop dat het absoluut noodzakelijk is de Europese dimensie van de EU-begroting te behouden als fundamenteel instrument om gemeenschappelijke doelstellingen te verwezenlijken, de solidariteit van de Unie tot uitdrukking te brengen en te voorzien in Europese collectieve goederen; onderstreept dat de EU-begroting de financiële basis moet blijven voor het verdiepen van de Europese integratie, het voorkomen van versnippering of hernationalisering van belangrijk Uniebeleid, het bevorderen van de territoriale, economische en sociale cohesie in alle regio’s van de EU, onder meer door het aanpakken van hardnekkige structurele beperkingen waarmee perifere, insulaire en ultraperifere gebieden worden geconfronteerd, en het waarborgen van eerlijke concurrentie en gelijke kansen voor alle gebieden in alle lidstaten, waarbij geen enkele persoon en geen enkele regio wordt achtergelaten; is voorts van mening dat de EU-begroting door investeringen in relevante sleutelgebieden moet bijdragen tot het aanpakken van de crisis in verband met de kosten van levensonderhoud en de groeiende ongelijkheden, alsmede tot het verwezenlijken van de klimaat- en biodiversiteitsdoelstellingen van de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>verwerpt elke stap in de richting van een Europa à-la-carte waaraan niet eenparig wordt deelgenomen en met een combinatie van beleidsmaatregelen met uiteenlopende doelstellingen, tijdshorizonten en uitvoeringslogica’s waardoor de eenheid en samenhang van het beleid en de programma’s van de EU worden ondermijnd; is ernstig bezorgd dat één enkel instrument met meerdere niveaus van doelstellingen, waarborgen en verslagleggingsvereisten de complexiteit kan vergroten, de verantwoordingsplicht kan verzwakken en de doeltreffende uitvoering kan ondermijnen; waarschuwt dat een dergelijke aanpak, waarbij de lidstaten beslissen over de specifieke toewijzing van EU-middelen, zou leiden tot een versnippering van de interne markt, oneerlijke concurrentievoordelen en een uitholling van het solidariteitsbeginsel dat aan de basis ligt van de Europese integratie en opwaartse convergentie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>dringt aan op afzonderlijke, toereikende en duidelijk geoormerkte financiering voor het gemeenschappelijk landbouwbeleid, het gemeenschappelijk visserijbeleid, het cohesiebeleid en het Europees Sociaal Fonds, teneinde de territoriale veerkracht, de sociale cohesie, het vertrouwen in het Europese project en de opwaartse convergentie op lange termijn te versterken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>betreurt de voorgestelde verlaging van de financiering voor het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) na 2027; dringt aan op een specifieke en robuuste begroting voor het GLB in het volgende MFK, die moet worden geoormerkt voor een bedrag van 433,01 miljard EUR in lopende prijzen (385,12 miljard EUR in constante prijzen van 2025) teneinde voedselzekerheid en -soevereiniteit, het concurrentievermogen en een redelijke levensstandaard voor landbouwers te waarborgen, en hen in staat te stellen over te stappen op duurzamere praktijken, met inbegrip van duurzaam land- en waterbeheer; dringt aan op een versterkt, verantwoordingsplichtig en wendbaarder collectief vangnet binnen het horizontale kader van de plannen voor nationaal en regionaal partnerschap; wijst erop dat de integriteit van de interne markt ten volle moet worden behouden en dat moet worden gezorgd voor een gelijk speelveld voor landbouwers in verschillende lidstaten; dringt aan op de voortzetting en versterking van maatregelen die de levensvatbaarheid van plattelandsgebieden waarborgen, ook via Leader en vanuit de gemeenschap geleide lokale ontwikkeling; onderstreept dat het aanpakken van klimaat-, milieu-, biodiversiteitsverlies- en andere uitdagingen die een invloed hebben op plattelandsgebieden, de landbouwsector en de voedselzekerheid, bijdraagt tot de economische levensvatbaarheid en het concurrentievermogen van de sector en van plattelandsgebieden en tot de stabiliteit van de landbouwproductie op lange termijn; benadrukt dat gerichte investeringen moeten worden ondersteund, met inbegrip van investeringen die sociale inclusie bevorderen en de landbouw aantrekkelijker maken voor jongeren, vrouwen en nieuwe landbouwers;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>betreurt de aanzienlijke verlaging van de begroting en de verdeling van de financiering voor visserij over verschillende begrotingsonderdelen; dringt aan op garanties dat de geoormerkte toewijzing voor visserij en aquacultuur in het MFK ten minste 7,29 miljard EUR in lopende prijzen bedraagt (6,50 miljard EUR in constante prijzen van 2025), teneinde de uitdagingen waarmee deze sectoren worden geconfronteerd aan te pakken; onderstreept voorts dat de aanvullende financiering voor de externe dimensie van de visserij onder rubriek 3 1,69 miljard EUR in lopende prijzen moet bedragen (1,50 miljard EUR in constante prijzen van 2025), onder meer voor partnerschapsovereenkomsten inzake duurzame visserij en regionale organisaties voor visserijbeheer; herhaalt dat het gemeenschappelijk visserijbeleid bijdraagt tot een stabiel inkomen en langetermijnperspectieven voor vissers, en daarbij duurzame mariene ecosystemen beschermt, die het concurrentievermogen van de sector ondersteunen; dringt erop aan dat bijzondere aandacht wordt besteed aan de visserijvloot van de EU om de veiligheid en beveiliging te verbeteren, onder meer door illegale visserij aan te pakken, de arbeidsomstandigheden, energie-efficiëntie en duurzaamheid te verbeteren en de modernisering van de vloot van de Unie en generatievernieuwing mogelijk te maken; dringt er voorts op aan dat in het volgende MFK wordt gezorgd voor specifieke en zichtbare financiering, naast de financiering voor visserij, voor oceaangerelateerd Uniebeleid, met inbegrip van het oceaanpact;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>herinnert eraan dat het cohesiebeleid een wettelijk verankerde, op het Verdrag gebaseerde prioriteit van de Unie is; beklemtoont dat het cohesiebeleid moet blijven fungeren als het belangrijkste territoriale investeringsinstrument van de Unie en als pijler van het groeimodel van de EU, op basis van de daadwerkelijke betrokkenheid van regionale en lokale overheden door hun volledige deelname aan de voorbereiding, uitvoering, monitoring en evaluatie van nationale plannen en de afstemming van investeringen op hun behoeften, en uitgevoerd volgens een model dat is gebaseerd op het beginsel van partnerschap, met betrokkenheid van economische en maatschappelijke actoren en bestuur op verschillende niveaus, met een totale begroting van 306,93 miljard EUR in lopende prijzen (274,34 miljard EUR in constante prijzen van 2025) voor structuur- en investeringsfondsen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>dringt erop aan dat het cohesiebeleid een afzonderlijk beleidsterrein blijft met een specifieke en robuuste, in het volgende MFK geoormerkte begroting, met een totaalbedrag van 248,37 miljard EUR in lopende prijzen (222,00 miljard EUR in constante prijzen van 2025) voor het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO), 46,99 miljard EUR in lopende prijzen (42,00 miljard EUR in constante prijzen van 2025) voor het Cohesiefonds en 11,57 miljard EUR in lopende prijzen (10,34 miljard EUR in constante prijzen van 2025) voor Interreg; onderstreept dat de toewijzing van dit bedrag aan het cohesiebeleid niet alleen een noodzakelijke voorwaarde vormt om de financiering van de cohesiedoelstellingen op lange termijn te waarborgen en convergentie te bevorderen, maar ook om de nieuwe doelstellingen en prioriteiten binnen dit beleid te financieren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>betreurt dat de tekortkomingen van de herstel- en veerkrachtfaciliteit, die ook door de Europese Rekenkamer zijn vastgesteld, niet door de Commissie zijn aangepakt toen zij de verordening inzake de plannen voor nationaal en regionaal partnerschap voorstelde, en dringt aan op een aanpak van gedeeld beheer waarbij lokale en regionale overheden verantwoordelijkheid dragen voor het ontwerpen, programmeren, uitvoeren en monitoren van acties;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>dringt aan op de invoering van regionale hoofdstukken met inachtneming van de institutionele kaders van de lidstaten; dringt erop aan regionale en lokale overheden volledig te betrekken bij de opzet, monitoring en uitvoering van financiële middelen, op basis van gedeeld beheer, bestuur op verschillende niveaus en het beginsel van partnerschap zoals deze thans worden opgevat; wijst op de behoefte aan duidelijk omschreven middelen, regels voor partnerschappen en een sterke territoriale focus, met de regio’s in de rol van beheersautoriteit, onder meer door middel van rechtstreekse onderhandelingen met de Commissie over de vaststelling en uitvoering van mijlpalen en streefdoelen, alsmede aan directere toegang tot EU-financiering voor regionale en lokale overheden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>wijst erop dat het antwoord van de Unie op demografische uitdagingen adequaat moet worden ondersteund; dringt erop aan dat binnen de betrokken programma’s toereikende middelen worden gewaarborgd voor maatregelen die bijdragen tot het aanpakken van dergelijke uitdagingen, met name voor regio’s en achtergestelde gebieden die te kampen hebben met regionale verschillen en een vergrijzende bevolking, met volledige inachtneming van de bevoegdheden van de Unie en het subsidiariteitsbeginsel;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>33.</NO.P>herinnert aan de unieke uitdagingen waarmee insulaire, grensoverschrijdende en berggebieden in de EU worden geconfronteerd en dringt aan op oplossingen op maat om in deze behoeften te voorzien; verzoekt de Commissie en de lidstaten ervoor te zorgen dat bij de opzet en uitvoering van de regionale hoofdstukken naar behoren rekening wordt gehouden met hun specifieke geografische beperkingen en economische en ecologische realiteit;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>34.</NO.P>merkt op dat de financiële programmering van de EU-faciliteit, die extra flexibiliteit mogelijk maakt voor de beleidsmaatregelen waarop zij betrekking heeft en volledig onder de bevoegdheid van de begrotingsautoriteit valt, baat zal hebben bij de toewijzing van aanzienlijke financiële middelen om het hoofd te bieden aan onvoorziene crises;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>35.</NO.P>neemt kennis van de invoering van Katalysator Europa in het voorstel van de Commissie, waarmee tot 150 miljard EUR aan betaalbare door de EU gesteunde leningen zou kunnen worden gemobiliseerd om de lidstaten in staat te stellen strategische investeringen te doen die verder gaan dan hun toegewezen nationale middelen; is van mening dat dit mechanisme een belangrijke stap is om de investeringstekorten op het gebied van decarbonisatie, digitalisering en economische veerkracht aan te pakken; benadrukt dat Katalysator Europa toegankelijk zou zijn voor alle lidstaten en daardoor zou bijdragen tot de economische en sociale cohesie en tot het concurrentievermogen van Europa;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>36.</NO.P>is van mening dat, teneinde de volledige en doeltreffende toepassing van artikel 349 VWEU te waarborgen, binnen het MFK 2028-2034 specifieke financiering voor de ultraperifere gebieden moet worden vastgesteld; dringt derhalve aan op een Posei met een afzonderlijke toereikende financiële toewijzing voor specifieke maatregelen, waaronder voor aquacultuur en visserij, die een sleutelrol spelen op het gebied van voedselzekerheid, werkgelegenheid en lokale ontwikkeling;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>37.</NO.P>benadrukt dat het MFK 2028-2034 een cruciale rol moet spelen bij het terugdringen van ongelijkheid, armoede en sociale uitsluiting door de uitvoering van de Europese pijler van sociale rechten, het bijbehorende actieplan en de kerndoelen daarvan te ondersteunen; is zeer bezorgd over het feit dat de beschikbaarheid en betaalbaarheid van fatsoenlijke huisvesting in Europa in een alarmerend tempo afneemt in een klimaat van teruglopende algehele investeringen in het huizenaanbod in vele lidstaten en van overheids- en particuliere financiering die niet toereikend genoeg is om aan de vraag te voldoen; dringt aan op een strategische, verantwoorde en efficiënte inzet van investeringen in fatsoenlijke, duurzame en betaalbare huisvesting met gebruikmaking van EU-middelen, onder meer via maatregelen in het kader van het EFRO, en van leningen van Katalysator Europa en gerichte investeringen in het kader van het EFC, alsmede nationale compartimenten van InvestEU, zodat meer in huisvesting kan worden geïnvesteerd met het oog op de uitvoering van het Europees plan voor betaalbaar wonen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>38.</NO.P>dringt aan op handhaving van het Europees Sociaal Fonds Plus (ESF+) als een op zichzelf staand en afzonderlijk programma met een specifieke financiële toewijzing van 124,19 miljard EUR in lopende prijzen (110,73 miljard EUR in constante prijzen van 2025) ter bevordering van opwaartse sociale convergentie, kwaliteitsvolle werkgelegenheid en gelijke kansen; wijst erop dat het ESF een belangrijk financieringsinstrument blijft voor investeringen in onderwijs, werkgelegenheid en de ontwikkeling van vaardigheden, voor de bevordering van gelijkheid en voor steun aan mensen in kwetsbare situaties en de meest behoeftigen in onze samenleving, teneinde de doelstellingen van het actieplan voor de Europese pijler van sociale rechten te verwezenlijken; betreurt ten zeerste de beperkte sociale dimensie van de voorgestelde verordening inzake de plannen voor nationaal en regionaal partnerschap; dringt aan op duidelijkheid en voorspelbaarheid voor de eindbegunstigden en de verantwoordelijke beheersautoriteiten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>39.</NO.P>onderstreept dat het MFK de volledige en snelle uitvoering van het EU-pact inzake migratie en asiel moet ondersteunen om te zorgen voor adequate opvangvoorzieningen, snelle en efficiënte asielprocedures, integratie, en terugkeer- en overnameprocedures, met volledige inachtneming van het internationaal recht inzake de mensenrechten; dringt erop aan dat het volgende MFK in de nodige middelen voorziet voor het adequaat aanpakken van de grote uitdagingen van de Unie op het gebied van asiel, migratie, integratie, grensbeheer en interne veiligheid, alsmede de doeltreffende bescherming van de buitengrenzen van de EU, met inbegrip van grensinfrastructuur, en fysieke, elektronische en inlichtingenmaatregelen, indien van toepassing; is van mening dat het voorstel van de Commissie niet adequaat aan deze vereisten voldoet en dringt aan op een verhoging van de bedragen voor asiel- en migratiebeleid, grensbeheer en veiligheid tot 38,04 miljard EUR in lopende prijzen (34,00 miljard EUR in constante prijzen van 2025); dringt aan op het uitbreiden van directe financieringsstromen binnen de EU-faciliteit voor lokale en regionale overheden, voortbouwend op het model van de huidige thematische faciliteit van het Fonds voor asiel, migratie en integratie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>40.</NO.P>erkent dat alle oostelijke grensregio’s van de EU te maken hebben met grotere economische, sociale en veiligheidsuitdagingen als gevolg van de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne en andere geopolitieke dreigingen, waaronder hybride dreigingen; wijst op de noodzaak van alomvattende MFK-steun om hun defensie, paraatheid, veerkracht en veiligheid, alsook hun economische, sociale en territoriale ontwikkeling te versterken; dringt derhalve aan op een alomvattende respons over alle EU-programma’s heen en op duurzame steun op EU-niveau, met inbegrip van financiële steun in het kader van de nationale plannen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Rubriek 2</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>41.</NO.P>is ingenomen met de aanzienlijke verhoging van rubriek 2 “Concurrentievermogen, welvaart en veiligheid”, waaraan in het MFK 2028-2034 een bedrag van 522,2 miljard EUR in prijzen van 2025 is toegewezen, wat neerkomt op 30 % van het totale MFK, tegenover 224,8 miljard EUR of 17 % voor de huidige periode; merkt op dat uit deze ruime verdubbeling van de middelen blijkt dat de Unie zich wil inzetten voor onderzoek, innovatie, strategische autonomie, strategische industriële sectoren en infrastructuren, waterweerbaarheid, opkomende technologieën, biotechnologie, de groene en digitale transitie, kritieke grondstoffen, energiezekerheid, ruimtevaart, defensie, vervoer en militaire mobiliteit, creatieve sectoren, onderwijs, cultuur, democratie en grondrechten, economische en sociale veerkracht, technologische soevereiniteit en steun voor kmo’s, start-ups en scale-ups; merkt op dat deze aanzienlijke verhoging een reactie is op de herhaalde oproepen van het Parlement om meer te investeren in deze domeinen en wijst erop dat zij moet worden uitgevoerd op een manier die strategische samenhang waarborgt en de Europese toegevoegde waarde maximaliseert;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>42.</NO.P>benadrukt dat het EFC als een gericht financieringsinstrument moet worden ingezet om een financieringstekort in het huidige MFK te op te vullen; benadrukt de sleutelrol van het EFC bij het versterken van het concurrentievermogen van de Unie, opgevat als het vermogen van de ondernemingen van de Unie om op de wereldmarkten te concurreren, bij het versterken van haar economische en industriële soevereiniteit, productiviteit op lange termijn, strategische autonomie en veerkracht, met inbegrip van de toegang tot kritieke grondstoffen, en bij het verwezenlijken van de dubbele transitie; dringt in dit verband aan op een begroting van 264,35 miljard EUR in lopende prijzen (234,00 miljard EUR in constante prijzen van 2025) voor het EFC; benadrukt dat het combineren van programma’s er niet mag toe leiden dat de transparantie afneemt en het Parlement minder de mogelijkheid heeft om voldoende financiering te waarborgen voor specifieke beleidsdoelstellingen; dringt erop aan dat, ook al worden programma’s samengevoegd, de begrotingslijnen voldoende gedetailleerd moeten blijven om daadwerkelijk parlementair toezicht mogelijk te maken en de zichtbaarheid van de financiering voor individuele prioriteiten te behouden; is van mening dat ervoor moet worden gezorgd dat het EFC, met inbegrip van LIFE-acties, wordt uitgevoerd via transparante bestuursregelingen zodat de totale uitgaven, doelstellingen en resultaten kunnen worden getraceerd en onnodige versnippering wordt vermeden; herinnert aan zijn standpunt dat een sterke concurrentiepositie moet leiden tot de bevordering van economische groei en hoogwaardige, stabiele en goed betaalde banen, zoals wordt benadrukt in zowel het rapport-Draghi als het rapport-Letta, en dat een goed opgeleide beroepsbevolking essentieel is voor een toekomstbestendige Europese economie en derhalve financiering nodig is voor omscholing en bijscholing van arbeidskrachten, onder meer in sectoren die met ingrijpende veranderingen worden geconfronteerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>43.</NO.P>merkt op dat de EU-begroting alleen de investeringskloof niet kan dichten en dat het derhalve noodzakelijk is de synergieën tussen overheids- en particuliere investeringen te maximaliseren, gebruik te maken van risicobeperkende, financiële instrumenten en begrotingsgaranties als krachtige en doeltreffende instrumenten om de doelstellingen van de EU en haar beleid te verwezenlijken, en de investeringsarchitectuur van de EU te vereenvoudigen en te harmoniseren; dringt er met klem op aan dat een InvestEU-instrument nodig is dat omvangrijker is dan het huidige programma en van meet af aan beschikbaar is, en dat de begroting moet voorzien in flexibelere en toegankelijkere nationale compartimenten van InvestEU, met name voor kmo’s, en dringt aan op de invoering van robuuste financiële instrumenten op EU-niveau en mechanismen voor risicodeling in het kader van het EFC waarmee een stabiele investeringsstroom kan worden gewaarborgd en particulier kapitaal kan worden aangetrokken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>44.</NO.P>herinnert aan het belang van steun aan kmo’s, aangezien zij de ruggengraat van de Europese economie vormen, een sterke territoriale dimensie hebben en een belangrijke aanjager van groei in de hele Unie zijn; wijst op het belang van een adequaat niveau van investeringen in kmo’s; wijst erop dat de EU-begroting kmo’s in staat moet stellen sneller en gemakkelijker toegang te krijgen tot financiering, de innovatie- en investeringskloof met mondiale concurrenten te dichten en bij te dragen tot duurzame groei, werkgelegenheid en strategische autonomie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>45.</NO.P>benadrukt dat de groene en digitale transitie onlosmakelijk verbonden is met de welvaart, het welzijn, de duurzaamheid, de groei en het concurrentievermogen van Europa op lange termijn; benadrukt dat het uiteindelijke succes van de dubbele transitie sterk zal afhangen van het waarborgen dat de transitie rechtvaardig en inclusief is voor werknemers, regio’s en bedrijven, en dat zij bijdraagt tot sociale rechtvaardigheid voor iedereen, met bijzondere aandacht voor de meest kwetsbaren, om ervoor te zorgen dat niemand aan zijn lot wordt overgelaten; dringt er derhalve op aan dat het MFK 2028-2034 de dubbele transitie moet blijven ondersteunen; betreurt dat het voorstel voor het MFK 2028-2034 geen op zichzelf staand instrument bevat en dringt aan op relevante financiering in het kader van het volgende MFK om een rechtvaardige transitie evenwel te ondersteunen; benadrukt voorts de noodzaak van synergieën en complementariteit tussen de fondsen van het cohesiebeleid en het EFC;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>46.</NO.P>wijst erop dat de industriële en technologische basis van de Europese defensie moet worden versterkt; herinnert eraan dat het defensie-industriebeleid open moet zijn en concurrentie moet bevorderen, en dat technologieën voor tweeërlei gebruik, militaire mobiliteit en kritieke infrastructuren pijlers vormen van de geopolitieke profilering van de Unie en het Europese afschrikkingsvermogen; dringt aan op duidelijk herkenbare en naar behoren gefinancierde defensiegerelateerde toewijzingen; dringt erop aan dat voor alle investeringen op defensiegebied, ook in het kader van de plannen voor nationaal en regionaal partnerschap, coherente subsidiabiliteitscriteria gelden, met inbegrip van vereisten inzake duidelijke Europese meerwaarde, en dat zij in overeenstemming zijn met de beginselen van Europese voorkeur, interoperabiliteit, leveringszekerheid en industriële veerkracht;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>47.</NO.P>merkt op dat de voorgestelde begroting voor Horizon Europa nog steeds ontoereikend is om de vereiste bijdrage van de Unie te leveren om de doelstelling van 3 % van de uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling (O&amp;O) te halen, en dringt aan op een begroting voor Horizon Europa van 200 miljard EUR in lopende prijzen (177,01 miljard EUR in constante prijzen van 2025); onderstreept dat meer investeringen in onderzoek en innovatie in de EU, waaronder veel grotere particuliere investeringen, een weerspiegeling zijn van de existentiële noodzaak voor de Unie om de innovatiekloof met onze mondiale concurrenten te dichten en zo duurzame groei en concurrentievermogen terug te brengen naar Europa, aangezien dit het fundament van onze welvaart blijft en van cruciaal belang is voor het behoud van ons sociaal model; herinnert eraan dat O&amp;O-uitgaven van de EU geen vervanging kunnen zijn voor volgehouden nationale overheidsinvesteringen in O&amp;O; wijst erop dat gezamenlijk onderzoek, open concurrentie en wetenschappelijke en technologische excellentie centraal moeten blijven staan in het kaderprogramma, en is ingenomen met het besluit van de Commissie om specifieke steun voor verbredingsacties en voor transitielanden voort te zetten teneinde het geografische evenwicht te versterken; onderstreept dat het kaderprogramma, met inbegrip van de verbredingsmaatregelen, in de eerste plaats gericht moet zijn op het bevorderen van excellentie op het gebied van onderzoek en innovatie in de hele Unie en op het volledig benutten van het talentenpotentieel van Europa;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>48.</NO.P>herinnert aan het belang van de CEF voor het aanpakken van de ontbrekende schakels in de Europese energie- en vervoerssector en aan de bijdrage ervan aan het stimuleren van de economische groei, de werkgelegenheid en het concurrentievermogen in de EU; merkt op dat de transitie naar schone energie, alsmede grensoverschrijdende structurele investeringen ter verbetering van de energiezekerheid en kritieke energie-infrastructuur in Europa onontbeerlijk zijn en een voorwaarde vormen om in de gehele Unie een veilige en betaalbare energievoorziening te waarborgen; herinnert aan het cruciale belang en de meerwaarde van EU-investeringen in de ontwikkeling van infrastructuur voor schone energie en snellere modernisering van het net en grensoverschrijdende interconnectie, onder meer voor hernieuwbare energiebronnen; is ingenomen met de broodnodige verhoging van de middelen voor CEF-vervoer en militaire mobiliteit; merkt op dat de financiering van vervoersinfrastructuur en van decarbonisatie- en digitaliseringsoplossingen nu afhankelijk is van een nauwe afstemming tussen de Connecting Europe Facility, het EFC en de plannen voor nationaal en regionaal partnerschap; dringt aan op een toewijzing van 91,29 miljard EUR in lopende prijzen aan de CEF (81 miljard EUR in constante prijzen van 2025) om energie, vervoer en militaire mobiliteit naar behoren te ondersteunen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>49.</NO.P>wijst erop dat het LIFE-programma een centrale rol speelt in de mainstreaming van de milieudoelstellingen en -verbintenissen van de EU; is derhalve van mening dat de acties die thans in het kader van het LIFE-programma worden ondersteund, zoals gerichte, langetermijn- en hoogwaardige steun voor natuurbescherming, herstel van de biodiversiteit, aanpassing aan de klimaatverandering, preventie van verontreiniging en milieugovernance, op duidelijke wijze moeten worden voortgezet, met een specifieke financiering van 3,39 miljard EUR in lopende prijzen (3 miljard EUR in constante prijzen van 2025) in het kader van het EFC, teneinde de voorspelbaarheid, stabiliteit en continuïteit van de financiering te waarborgen, waaronder voor lokale en regionale overheden, en opdat de uitvoering op het terrein doeltreffend en zichtbaar blijft voor begunstigden en burgers; wijst er voorts op dat de EU-faciliteit ook LIFE-gerelateerde acties moet uitvoeren om het huidige financieringsniveau van het LIFE-programma te bereiken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>50.</NO.P>wijst erop dat de gezondheid van de Europese burgers een prioriteit blijft; benadrukt dat een gezonde bevolking en een sterke gezondheidssector fundamentele aanjagers zijn van het concurrentievermogen, de economische veerkracht en het welzijn van Europa; benadrukt dat aanhoudende en voorspelbare investeringen in gezondheid van essentieel belang zijn om de veerkracht van gezondheidszorgstelsels te versterken, geschoolde gezondheidswerkers te ondersteunen en te behouden, ongelijkheden in de toegang tot zorg tussen de lidstaten te verminderen en de paraatheid van de Unie voor toekomstige gezondheidscrises te waarborgen; is zeer bezorgd over de uitholling van het programma EU4Health, waarbij de meeste acties op het gebied van gezondheidsbeleid, preventie en versterking van gezondheidszorgstelsels naar het EFC worden verschoven; dringt derhalve aan op de oormerking van 10,05 miljard EUR in lopende prijzen (8,90 miljard EUR in constante prijzen van 2025) in het kader van het EFC voor specifieke prioriteiten van EU4Health;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>51.</NO.P>herhaalt dat toereikende middelen moeten worden uitgetrokken voor de bestrijding van gendergerelateerd geweld en voor de ondersteuning van seksuele en reproductieve gezondheid en diensten, vrouwenrechtenorganisaties, alsmede EU-initiatieven en -organen die daadwerkelijke gelijkheid tussen mensen bevorderen, ongeacht hun gender, leeftijd, seksuele geaardheid of ras; wijst in dit verband op de mededeling van de Commissie<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2026/1383, 4.3.2026, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2026/1383/oj.</FIELD></FOOTNOTE> naar aanleiding van de resolutie van het Parlement van december 2025<FOOTNOTE><FIELD> Aangenomen teksten, P10_TA(2025)0338.</FIELD></FOOTNOTE> over het Europees burgerinitiatief (EBI) “My Voice, My Choice”;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>52.</NO.P>neemt kennis van het voorstel om crisisparaatheid en respons in noodsituaties op gezondheidsgebied uit het huidige programma EU4Health over te hevelen naar de algemenere crisisresponscapaciteiten van de EU, aangevuld met nieuwe sectoroverschrijdende coördinatie bij crises en acties met betrekking tot civiel-militaire samenwerking, teneinde een geïntegreerde en veerkrachtige Europese civiele bescherming tot stand te brengen; onderstreept dat de EU een centrale rol toekomt bij het coördineren en verbeteren van de paraatheid en het vermogen van de lidstaten om onmiddellijk te kunnen reageren op grootschalige noodsituaties met een grote impact, en herhaalt zijn oproep om te voorzien in voldoende financiering voor paraatheid en snelle respons bij crises, zodat het UCPM+ het belangrijkste EU-kader voor algemene crisisrespons blijft; dringt aan op een begroting voor UCPM+ van 12,42 miljard EUR in lopende prijzen (11 miljard EUR in constante prijzen van 2025);</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>53.</NO.P>herhaalt dat Erasmus+, als een van de vlaggenschipprogramma’s van de Unie, een centrale rol speelt bij de bevordering van de Europese waarden, grensoverschrijdende samenwerking en de betrokkenheid van jongeren, en herinnert eraan dat in het kader van het rapport-Draghi en het rapport-Letta de versterking van menselijk kapitaal, arbeidsmobiliteit en vaardigheden, onder meer via uitwisselingen tussen universiteiten en in het kader van leerlingplaatsen, wordt aangemerkt als een essentieel aspect van het concurrentievermogen en de veerkracht van Europa; dringt aan op een Erasmus+-begroting van 47,39 miljard EUR in lopende prijzen (42 miljard EUR in constante prijzen van 2025);</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>54.</NO.P>wijst erop dat investeringen in democratische veerkracht en culturele vitaliteit integrerend deel uitmaken van de strategische autonomie van de Unie; is in dit verband ingenomen met het voorstel voor het nieuwe AgoraEU-programma en erkent het verruimde toepassingsgebied en de unieke Europese meerwaarde ervan als het enige programma van de Unie dat gericht is op de culturele en creatieve sector en mediapluriformiteit, alsmede op de ondersteuning van democratische participatie en de bevordering van Europese waarden; dringt aan op begroting van 10,72 miljard EUR in lopende prijzen (9,5 miljard EUR in constante prijzen van 2025) voor AgoraEU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>55.</NO.P>dringt aan op een begroting van 0,89 miljard EUR in lopende prijzen (0,79 miljard EUR in constante prijzen van 2025) voor het programma Justitie, met inbegrip van steun voor de digitalisering van de justitiële samenwerking en toegang tot de rechter, de uitrol van nieuwe grensoverschrijdende instrumenten en opkomende initiatieven om grensoverschrijdende juridische versnippering te verminderen, met name in het licht van opkomende uitdagingen, waaronder onlinecriminaliteit en haatzaaiende uitlatingen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Rubriek 3 </STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>56.</NO.P>stelt vast dat aan rubriek 3 “Europa in de wereld” in het MFK 2028-2034 een bedrag van 190 miljard EUR in prijzen van 2025 is toegewezen, wat neerkomt op een aanzienlijke stijging tegenover de 121,5 miljard EUR voor de huidige periode, terwijl het aandeel van 10 % van het totale MFK behouden blijft; beschouwt deze essentiële versterking van 68,5 miljard EUR als absoluut cruciaal, aangezien de Unie zo haar vastberadenheid toont om haar rol te versterken als mondiale speler en betrouwbare partner in een steeds complexere geopolitieke omgeving; uit echter zijn bezorgdheid over het feit dat dit financieringsniveau ontoereikend blijft om pretoetredingssteun en extern optreden te financieren, gezien de omvang van de uitdagingen op wereldvlak, waaronder de toenemende ontwikkelingsbehoeften en ongelijkheden, humanitaire crises, een ongekend aantal crises, conflicten en algemene kwetsbaarheden, decarbonisatie, wereldwijde gezondheid en de noodzaak om Oekraïne en andere partners te ondersteunen; is derhalve van mening dat het noodzakelijk is de begrotingstoewijzing voor het instrument Europa in de wereld te verhogen tot 225 miljard EUR in lopende prijzen (198,63 miljard EUR in constante prijzen van 2025);</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>57.</NO.P>betreurt het ontbreken van thematische streefdoelen voor kritieke gebieden, die de medewetgevers in staat zouden stellen strategische prioriteiten vast te stellen; wijst erop dat maatschappelijke partners, alsmede lokale en regionale actoren, moeten worden betrokken; wijst erop dat deze verhoogde toewijzing cruciaal is om de Unie als geloofwaardige mondiale speler veilig te stellen; dringt aan op de nodige middelen om de procedures voor uitbreiding en toetreding te ondersteunen en de waarden en belangen van de Unie wereldwijd te bevorderen en te handhaven, onder meer door middel van wederzijds voordelige partnerschappen; wijst erop dat voorspelbare en toereikende financiering zorgt voor stabiliteit, veerkracht en duurzame ontwikkeling en, door economische kansen, onderwijs en beroepsopleiding van kwaliteit en werkgelegenheid in partnerlanden te bevorderen, bijdraagt tot het aanpakken van de onderliggende oorzaken van migratie en zo de veiligheid op lange termijn verbetert; dringt aan op onderhandelingen over bepalingen in het kader van de toepasselijke wetgevingsprocedure om te waarborgen dat bij de uitvoering van EU-middelen in het kader van het instrument Europa in de wereld niet voorbij wordt gegaan aan aanhoudende mensenrechtenschendingen in partnerlanden, en herinnert aan de beginselen van menselijkheid, onpartijdigheid, neutraliteit en onafhankelijkheid voor humanitaire hulp en ontwikkelingshulp;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>58.</NO.P>waarschuwt dat de samenvoeging van programma’s opnieuw zou kunnen leiden tot een verzwakking van het parlementaire toezicht en de parlementaire betrokkenheid en een verminderde zichtbaarheid van financiering voor specifieke prioriteiten, zoals het geval was bij het instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking (NDICI) — Europa in de wereld; dringt aan op duidelijke en betekenisvolle verantwoordings- en verslagleggingsmechanismen binnen het kader van het instrument Europa in de wereld; dringt erop aan dat de pijlers, alsmede de daaronder vallende thematische programma’s, landen en instrumenten, met inbegrip van pretoetredingsmiddelen, duidelijke en afzonderlijke begrotingslijnen behouden om te zorgen voor transparantie in de toewijzingen, en dat verzoeken om overschrijvingen van aanzienlijke bedragen binnen de pijlers aan de voorafgaande goedkeuring van het Parlement worden onderworpen; is van mening dat het van essentieel belang is dat vrijmakingen in het kader van Europa in de wereld kunnen worden teruggeboekt naar de oorspronkelijke begrotingslijn; acht het noodzakelijk dat de Commissie zorgt voor een duidelijke uitsplitsing van programmeerbare en niet-programmeerbare financiering en herinnert eraan dat het instrument Europa in de wereld hoofdzakelijk uit geografische programma-acties moet bestaan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>59.</NO.P>herinnert eraan dat humanitaire hulp die van geoormerkte financiering is voorzien en overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1257/96 van de Raad betreffende humanitaire hulp<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EG) nr. 1257/96 van de Raad van 20 juni 1996 betreffende humanitaire hulp (PB L 163 van 2.7.1996, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/1996/1257/oj).</FIELD></FOOTNOTE> wordt gevrijwaard en uitgevoerd, voor Europa de meest zichtbare en principiële uiting van solidariteit blijft en de beginselen van menselijkheid, onpartijdigheid, neutraliteit en onafhankelijkheid in acht moeten blijven nemen; herhaalt zijn standpunt dat de principiële en op behoeften gebaseerde aard van humanitaire hulp vereist dat de financiering voorspelbaar is en wordt verstrekt via een coherent kader dat voorziet in een toereikende jaarlijkse basisfinanciering met specifieke nomenclatuur, aangevuld met een toereikende reserve die voor noodmaatregelen kan worden aangewend;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>60.</NO.P>wijst op het belang van gewaarborgde toegang tot de reserve van de buffer van Europa in de wereld, die ter beschikking moet worden gesteld bij wijze van aanvulling op en los van de indicatieve toewijzing van 25 miljard EUR die extra ondersteuning biedt in geval van onverwachte behoeften, die als gevolg van factoren zoals klimaatverandering steeds vaker opduiken; dringt erop aan de 25 miljard EUR voor humanitaire hulp in de periode 2028-2034 als gewaarborgd minimumbedrag en niet als maximumbedrag te beschouwen, gezien het toenemende aantal humanitaire crises en de langere duur ervan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>61.</NO.P>is ingenomen met het feit dat de mobilisering van de buffer van Europa in de wereld zal veranderen ten opzichte van NDICI — Europa in de wereld, aangezien in het kader van het volgende MFK en de regels van het Financieel Reglement<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2024 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie (PB L, 2024/2509, 26.9.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/2509/oj).</FIELD></FOOTNOTE> elke mobilisering van meer dan 10 % van de jaarlijkse toewijzing door het Parlement en de Raad zal moeten worden goedgekeurd; dringt er echter op aan dat de Commissie het Parlement tijdig informeert voordat de buffer wordt aangesproken en rekening houdt met zijn opmerkingen over de aard, de doelstellingen en de beoogde financiële bedragen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>62.</NO.P>onderstreept dat het van essentieel belang is dat het instrument Europa in de wereld over voldoende middelen beschikt, opdat het extern optreden van de Unie consistent is en de EU als betrouwbare langetermijnpartner op voet van gelijkheid met partnerlanden kan optreden; herhaalt dat toewijzingen in het kader van Europa in de wereld in overeenstemming moeten zijn met het doel van het ontwikkelingssamenwerkingsbeleid van de EU zoals vastgesteld in artikel 208 VWEU, namelijk de armoede terugdringen en uiteindelijk uitbannen, alsook met de Europese consensus inzake ontwikkeling en de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>63.</NO.P>dringt aan op betekenisvolle verantwoordings- en verslagleggingsmechanismen; is bezorgd over het wijdverbreide gebruik van financiering die niet aan kosten is gekoppeld bij de uitvoering van de pijler Europa via prestatiegerichte plannen en dringt erop aan dat deze middelen worden uitbetaald op basis van naleving van de fundamentele beginselen van het uitbreidingsproces, met inbegrip van de rechtsstaat;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>64.</NO.P>is van mening dat uitbreiding een kans biedt om de Unie te versterken en dat het volgende MFK van cruciaal belang is om de Unie en de kandidaat-lidstaten op hun toetreding voor te bereiden; is ingenomen met het besluit om Oekraïne en de naburige Republiek Moldavië de status van kandidaat-lidstaat toe te kennen; benadrukt dat hun toetredingsproces en het toetredingsproces van de landen van de Westelijke Balkan, met de nodige middelen moet worden ondersteund; is ingenomen met de toezegging van Europa in de wereld om robuuste financiële steun te verlenen aan kandidaat-lidstaten als een belangrijk instrument om hen stevig in de EU te verankeren en hun voorbereiding op toetreding te bevorderen; dringt erop aan een specifieke toewijzing voor elk kandidaat-land te waarborgen met specifieke begrotingslijnen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>65.</NO.P>spreekt nogmaals zijn volledige steun uit voor de Oekraïners in hun strijd voor vrijheid en democratie en betreurt het verschrikkelijke lijden en de gevolgen van de niet-uitgelokte en ongerechtvaardigde aanvalsoorlog van Rusland; is ingenomen met het feit dat het voorstel tot uitvoering van de steunlening aan Oekraïne is aangenomen als onderdeel van de steun van de Unie aan Oekraïne; onderstreept dat de kosten van de schuldendienst die voortvloeien uit de steunlening aan Oekraïne niet in aanmerking zijn genomen in de voorstellen voor het volgende MFK; dringt erop aan dat deze kosten van de schuldendienst volledig boven de maxima van het volgende MFK worden geplaatst en buiten de reeds in het kader van de reserve voor Oekraïne geplande financiering vallen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>66.</NO.P>stelt met bezorgdheid vast dat de streefwaarde voor officiële ontwikkelingshulp (ODA) in het voorstel van de Commissie is verlaagd van 93 % naar 90 %; wijst erop dat de Commissie deze streefwaarde niet via gedelegeerde handelingen mag kunnen wijzigen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>67.</NO.P>wijst erop dat voldoende financiering voor het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid (GVDB) en de snelle inzetbare capaciteit moet worden gewaarborgd; benadrukt dat civiele GVDB-missies van strategisch belang zijn voor de Unie en de veiligheidsbelangen en doelstellingen op het gebied van het externe optreden van de Unie, alsmede die van haar partners, ondersteunen; dringt derhalve aan op een toewijzing van 3,76 miljard EUR in lopende prijzen (3,34 miljard EUR in constante prijzen van 2025) voor de begroting van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid, waaronder het GVDB valt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>68.</NO.P>onderstreept dat de landen en gebieden overzee unieke en strategische troeven zijn die de Unie als geheel ten goede komen; is van mening dat de door de Commissie voorgestelde toewijzing niet in overeenstemming is met de uitdagingen waarmee de landen en gebieden overzee worden geconfronteerd en dringt aan op een toewijzing van 2,08 miljard EUR in lopende prijzen (1,85 miljard EUR in constante prijzen van 2025), waarbij tevens rekening wordt gehouden met de recente bedreigingen voor de territoriale integriteit van Groenland, waarmee samenwerking de Unie aanzienlijk kan helpen haar strategische autonomie te bevorderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>69.</NO.P>benadrukt dat EU-financiering voor conflictpreventie, vredesopbouw en wederopbouw na een conflict een directe investering vormt in de stabiliteit en veiligheid van de Unie op lange termijn, met name in haar oostelijke en zuidelijke buurlanden ervan; prijst de rol van de VN en haar agentschappen in conflictgebieden en roept de EU op haar politieke en financiële steun voor multilateralisme te versterken; eist dat het volgende MFK voorziet in specifieke, toereikende en voorspelbare financiering voor de VN en haar agentschappen, waarvan de werkzaamheden van fundamenteel belang zijn voor de burgerbevolking, met name in Gaza, de Westelijke Jordaanoever, Syrië, Libanon en de ruimere regio; dringt aan op een actieve rol van de EU bij vredesopbouw, bij het aanpakken van de gevolgen van de conflicten in Oekraïne en Gaza, en bij de ondersteuning van de wederopbouwinspanningen; dringt in dit verband aan op specifieke financiering in het MFK; onderstreept dat alle EU-financiering in overeenstemming moet zijn met de EU-waarden en -regels, met name het Financieel Reglement;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>70.</NO.P>dringt aan op de voortzetting van middelen voor en zinvolle samenwerking met maatschappelijke organisaties, met name lokale actoren en vrouwenrechtenorganisaties, en op een gestructureerde dialoog ondersteund door middel van specifieke financieringsstromen, afgestemd op de behoeften van maatschappelijke organisaties en mensenrechtenverdedigers; dringt aan op de uitvoering van financiering voor extern optreden, waarbij rekening wordt gehouden met de fundamentele rol van lokale en regionale overheden dankzij doeltreffend, duidelijk en consistent bestuur op verschillende niveaus en partnerschappen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>71.</NO.P>dringt aan op de erkenning van de Europese Investeringsbank Groep (EIB-groep) als de belangrijkste strategische financiële partner van de Unie in het kader van de Europa in de wereld-architectuur om het effect van de middelen van rubriek 3 te maximaliseren; dringt aan op een sterk investeringspartnerschap met de EIB om het hefboomeffect van de EU-begroting te benutten, particuliere investeringen te mobiliseren en het kader voor begrotingsgarantie en blending te verbeteren, om ervoor te zorgen dat de doelstellingen van het instrument doeltreffend worden verwezenlijkt, met name op het gebied van concurrentievermogen en veerkracht, en om de toegang van de particuliere sector tot financiering in partnerlanden te bevorderen; erkent de aanvullende rol van andere uitvoerende partners, zoals nationale stimuleringsbanken en -instellingen, de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling, en de Ontwikkelingsbank van de Raad van Europa;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Personele middelen, gedecentraliseerde agentschappen en andere administratieve uitgaven </STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>72.</NO.P>onderstreept dat het beleid van de Unie moet worden geschraagd door een goed functionerend bestuur; dringt erop aan dat na 2027 van meet af aan en tijdens de hele MFK-periode voldoende financiële en personele middelen worden toegewezen, zodat de instellingen, organen en gedecentraliseerde agentschappen van de Unie en het Europees Openbaar Ministerie, met name wanneer hun mandaat wordt verlengd, kunnen zorgen voor een doeltreffende en efficiënte opzet en hoogwaardige uitvoering en handhaving van beleid, technische bijstand kunnen verlenen, de beste mensen uit alle lidstaten kunnen blijven aantrekken om een geografisch evenwicht te waarborgen, en speelruimte hebben om zich aan veranderende omstandigheden aan te passen; onderstreept dat op alle niveaus binnen het bestuur voor gendergelijkheid moet worden gezorgd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>73.</NO.P>verzoekt de Commissie aanvullende informatie te verstrekken over de financiële en personele middelen voor de gedecentraliseerde EU-agentschappen in het volgende MFK; is van mening dat het voorstel van stabiele financiering en een stabiele personeelsformatie het vermogen van sommige agentschappen om hun mandaat te vervullen, zal blijven ondermijnen; herhaalt het reeds lang bestaande standpunt van het Parlement dat nieuwe taken moeten worden gefinancierd met nieuwe kredieten, en dat herschikkingen van programma’s en andere prioriteiten de uitzondering moeten vormen; erkent dat moet worden beoordeeld of er sprake is van mogelijke overlappingen of dubbel werk tussen agentschappen en dat deze moeten worden vermeden, en dat mogelijkheden voor synergieën en samenwerking moeten worden vastgesteld om ervoor te zorgen dat middelen efficiënt worden toegewezen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>74.</NO.P>stelt met bezorgdheid vast dat het beginsel van een stabiele personeelsbezetting dat de Commissie zichzelf heeft opgelegd, contraproductief is gebleken bij het vervullen van de operationele behoeften; merkt op dat de Commissie voor het MFK 2028-2034 om extra posten heeft verzocht, met name wat betreft de cyberbeveiligingsvereisten met betrekking tot het personeel; dringt erop aan dat bij het creëren van extra posten rekening wordt gehouden met de personeelsbehoeften van alle instellingen en organen; wijst op de bijzonder alarmerende situatie waarbij sommige EU-agentschappen onvoldoende operationele financiering ontvangen, waardoor hun capaciteit om hun mandaat te vervullen, te voldoen aan de verordening tot vaststelling van maatregelen voor een hoog gezamenlijk niveau van cyberbeveiliging in de instellingen, organen en instanties van de Unie<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EU, Euratom) 2023/2841 van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2023 tot vaststelling van maatregelen voor een hoog gezamenlijk niveau van cyberbeveiliging in de instellingen, organen en instanties van de Unie (PB L, 2023/2841, 18.12.2023, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2023/2841/oj).</FIELD></FOOTNOTE>, beleidsdoelstellingen te verwezenlijken, handhavend op te treden en hun wettelijke verplichtingen na te komen ernstig wordt beperkt; wijst erop dat de instellingen en organen van de EU, gezien de toenemende uitdagingen die moeten worden aangepakt, een aantrekkelijke werkomgeving moeten bieden om hooggekwalificeerde kandidaten aan te trekken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>75.</NO.P>wijst op het belang van het stelsel van Europese scholen als vlaggenschipmodel dat de gezamenlijke lat voor onderwijs in de lidstaten hoog legt en een internationaal erkende kwalificatie biedt ter bevordering van academische excellentie, mobiliteit van lerenden en een gedeelde Europese identiteit; dringt derhalve aan op steun en voorspelbare financiering om te voorzien in de thans niet-gedekte structurele kosten op lange termijn en de toenemende verantwoordelijkheden, en op waarborging van de zichtbaarheid, transparantie en begrotingszekerheid;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>76.</NO.P>gaat ervan uit dat het voorstel van de Commissie een getrouwe weergave is van werkelijke behoeften van alle instellingen, organen en agentschappen en stelt daarom geen verdere verhoging voor; is evenwel vastbesloten het voorstel van de Commissie te verdedigen en de nodige middelen veilig te stellen voor een sterk, efficiënt en hoogwaardig Europees openbaar bestuur op basis van het beginsel van gelijkheid van de burgers van de Unie en ten dienste van alle Europeanen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Speciale instrumenten</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>77.</NO.P>is ingenomen met het voorstel van de Commissie voor een flexibiliteitsinstrument waaraan niet enkel een vast bedrag zou worden toegewezen, maar ook aanvullende middelen die afkomstig zijn van ontvangsten in verband met geldboeten en vrijmakingen; is, in het licht van zijn standpunt van 7 mei 2025, van mening dat aan het flexibiliteitsinstrument middelen moet worden toegewezen uit extra bronnen, zoals niet-bestede marges van voorgaande jaren, het jaarlijkse overschot van het voorgaande jaar en teruggevloeide middelen uit financieringsinstrumenten, samen met de toekomstige marges als laatste redmiddel; is ook van mening dat dit fonds in hoge mate vervroegd moet worden ingezet; dringt aan op een vereenvoudiging en rationalisering van de procedures voor de mobilisatie van speciale instrumenten en acht het enkelvoudig marge-instrument dan ook achterhaald en dringt erop aan de functionaliteiten ervan op te nemen in het flexibiliteitsinstrument; is ervan overtuigd dat externe bestemmingsontvangsten en bedragen die opnieuw ter beschikking worden gesteld in het kader van in programmaspecifieke bepalingen vastgelegde specifieke regels inzake ontvangsten en vrijmakingen, van deze algemene regel kunnen worden vrijgesteld;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>78.</NO.P>herhaalt dat er een tweede speciaal instrument moet komen, namelijk de solidariteitsreserve voor natuurrampen, ten belope van 4 miljard EUR per jaar in constante prijzen van 2025, die bovenop de MFK-maxima kan worden ingezet en die gericht is op het waarborgen van solidariteit in geval van natuurrampen, als aanvulling op het voorgestelde cascademechanisme voor crisissituaties en waarop regels van toepassing moeten zijn die snelle uitbetaling mogelijk maken en, waar passend, voorfinancieringsmechanismen toestaan in duidelijke coördinatie met alle betrokken instrumenten, met inbegrip van UCPM+, om aldus bij te dragen tot veerkracht en crisisparaatheid; is van mening dat beide speciale instrumenten niet-bestede bedragen gedurende de hele MFK-periode moeten kunnen overdragen om flexibiliteit te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>79.</NO.P>merkt op dat de Commissie 88 miljard EUR voorstelt voor de reserve voor Oekraïne in het kader van de MFK-verordening, ter financiering van pretoetredingssteun en inspanningen voor herstel en wederopbouw; is van mening dat met dit bedrag uitgebreide steun kan worden geboden; is ingenomen met het feit dat de reserve voor Oekraïne boven het MFK-maximum is geplaatst om tegemoet te komen aan de uitzonderlijke en onvoorspelbare behoeften van Oekraïne; merkt echter op dat indien het conflict aanhoudt, deze toewijzing niet zou volstaan om aan de behoeften van Oekraïne te voldoen; dringt aan op een verhoging en vervroegde inzetting van de reserve om te voorzien in extra steun voor Oekraïne; wijst erop dat de financieringsstructuur voor Oekraïne coherent, transparant en doeltreffend moet blijven, waarbij het toetredingstraject van het land ten volle wordt ondersteund en pretoetredingssteun duidelijk wordt onderscheiden van de behoeften inzake wederopbouw;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Specifieke bepalingen</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>80.</NO.P>herinnert eraan dat het huidige MFK ondergefinancierd is, waardoor het MFK in 2024 moest worden herzien; merkt op dat het voorstel voor het MFK 2028-2034 weliswaar voorziet in meer flexibiliteit, maar dat de totale bedragen in het voorstel van de Commissie nog steeds niet voldoende zijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>81.</NO.P>betreurt dat de voorgestelde MFK-verordening geen bepaling inzake tussentijdse herziening omvat; houdt vol dat de MFK-verordening moet voorzien in een verplichting voor de Commissie om uiterlijk in juli 2031 een evaluatie van de werking van het MFK in te dienen, met volledige inachtneming van de economische situatie en de meest recente macro-economische en werkgelegenheidsprognoses van dat moment en de relevante mondiale ontwikkelingen; is ook van mening dat een dergelijke verplichte evaluatie zo nodig vergezeld moet gaan van een wetgevingsvoorstel tot herziening van deze verordening overeenkomstig de in het VWEU neergelegde procedures; wijst erop dat een dergelijke herziening niet mag leiden tot een verlaging van vooraf toegewezen nationale budgetten, zoals bepaald in de verordening inzake de plannen voor nationaal en regionaal partnerschap;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>82.</NO.P>herinnert eraan dat in 2034 Europese verkiezingen worden gehouden; is van mening dat de datum waarop het voorstel voor de volgende MFK-verordening moet worden ingediend, namelijk 1 juli 2033, veel later dan gewoonlijk is voor de levenscyclus van een MFK; dringt erop aan dat het voorstel voor het MFK voor de periode na 2034 uiterlijk in juli 2032 wordt ingediend;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bestuur</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>83.</NO.P>neemt kennis van de toelichting van de Commissie dat ze met haar voorstellen wil streven naar meer flexibiliteit en vereenvoudiging in het volgende MFK; erkent dat flexibiliteit essentieel is om op onvoorziene uitdagingen te kunnen reageren, maar wijst erop dat daarvan geen gebruik mag worden gemaakt ten koste van verantwoordingsplicht, voorspelbaarheid, transparantie en beleidscoherentie; waarschuwt dat flexibiliteit zonder transparantie, zou leiden tot een groter gebrek aan democratische verantwoording en het vertrouwen van burgers in de EU zou ondermijnen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>84.</NO.P>betreurt dat de vereenvoudigingsvoorstellen van de Commissie in de eerste plaats een positieve uitwerking hebben op haar eigen processen en niet zozeer voordelen opleveren voor de eindbegunstigden, waardoor het democratisch tekort in de Unie nog groter wordt; herinnert eraan dat het Parlement consequent heeft gepleit voor vereenvoudiging ten voordele van de eindbegunstigden, onder meer door de administratieve lasten in verband met toegang tot de EU-begroting te verminderen en de efficiëntie van de uitgaven te vergroten; benadrukt dat vereenvoudiging geen negatieve gevolgen mag hebben voor de kwaliteit van de programma’s en de democratische verantwoordingsplicht, noch mag worden gebruikt als voorwendsel om de beginselen van bestuur op verschillende niveaus en partnerschap, of constructieve dialogen met belangrijke belanghebbenden en sociale partners te ondermijnen, aangezien een correcte toepassing daarvan de doeltreffendheid van de EU-uitgaven vergroot en essentieel is voor het welslagen van het meerjarig financieel kader; sluit zich aan bij de bezorgdheid van de Rekenkamer dat de aanpak van de Commissie zal leiden tot vereenvoudiging wat betreft de interacties van de Commissie met de lidstaten, terwijl de administratieve last naar nationaal, regionaal en begunstigdenniveau wordt verschoven of toeneemt; onderstreept dat vereenvoudiging, waar mogelijk, de harmonisatie van regels en vereisten inzake verslaglegging tussen EU-, nationaal en regionaal niveau zal vergen; wijst erop dat het Parlement alle transparantiemechanismen zal voorstellen die nodig zijn om zijn rol als verdediger van de belangen van de burger te vervullen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>85.</NO.P>is van mening dat het huidige voorstel inzake plannen voor nationaal en regionaal partnerschap kan leiden tot een “hernationalisering” van bepaalde EU-beleidsmaatregelen vanwege het gebrek aan een horizontale aanpak en de toegenomen flexibiliteit voor de lidstaten bij de uitvoering van de Uniebegroting op basis van een nationale aanpak; dringt erop aan dat de begroting een investeringsbegroting blijft met de nadruk op de meerwaarde van de EU en een sterke horizontale aanpak;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>86.</NO.P>onderstreept dat het wijdverbreide gebruik van flexibiliteit en prestatiegerichte instrumenten in het volgende MFK gepaard moet gaan met versterkt bestuur op verschillende niveaus; is van mening dat een zinvolle betrokkenheid van lokale en regionale overheden, alsmede van sociale en economische partners bij het ontwerp, de uitvoering en de monitoring van door de Unie gefinancierde acties essentieel is als tegenwicht tegen de centrale rol van de Commissie bij de uitvoering en om de democratische verantwoordingsplicht te vergroten en ervoor te zorgen dat de uitgaven aansluiten bij de reële territoriale behoeften; dringt erop aan dat dergelijke instrumenten, indien van toepassing, gepaard moeten gaan met adequaat toezicht door gekozen vertegenwoordigers op EU-, nationaal en regionaal niveau, en dat de begrotings- en kwijtingsbevoegdheid van het Parlement behouden blijft;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>87.</NO.P>herinnert eraan dat de Rekenkamer heeft geconstateerd dat het zogenaamde prestatiegerichte model, dat is gebaseerd op de ervaring met de herstel- en veerkrachtfaciliteit, tekortkomingen vertoonde in de opzet, uitvoering en doeltreffendheid ervan; stelt met bezorgdheid vast dat in de MFK-verordening wordt voorgesteld om voor een groot deel van de instrumenten in het kader van het volgende MFK uitgebreid gebruik te maken van financiering die niet gekoppeld is aan kosten; is uiterst bezorgd over een dergelijk ingrijpende verschuiving naar een nieuw uitvoeringsmodel; beklemtoont dat deze aanpak aanzienlijke risico’s met zich meebrengt en de controleerbaarheid verzwakt als er niet wordt voorzien in passende waarborgen om een goed financieel beheer bij de uitvoering van Uniefinanciering te verzekeren of als er geen duidelijke stappen worden gezet om de tekortkomingen aan te pakken die bij eerdere of bestaande op prestaties gebaseerde instrumenten zijn vastgesteld; onderstreept dat er een oplossing moet worden gevonden voor de verschillen tussen de kostenramingen voor mijlpalen en streefdoelen en de werkelijke kosten van projecten, aangezien deze discrepantie de uitvoering van de overeengekomen politieke prioriteiten op het niveau van de Unie dreigt te ondermijnen; is van mening dat mogelijke maatregelen om de efficiëntie te vergroten nooit ten koste mogen gaan van de bescherming van de financiële belangen van de Unie; benadrukt in het bijzonder dat grootschalige en complexe projecten op kosten gebaseerd moeten blijven, aangezien de omvang, duur en financiering op meerdere niveaus van deze projecten gedetailleerde financiële verslaglegging en verifieerbare uitgavengegevens vereisen om goede monitoring en verantwoordingsplicht te waarborgen; dringt erop aan dat het gebruik van vereenvoudigde kostenopties wordt voortgezet en uitgebreid, met name voor kleinere of middelgrote investeringen, als doeltreffende en evenredige instrumenten om de administratieve lasten te verminderen, de toegankelijkheid voor kleinere begunstigden te vergroten en de verantwoordingsplicht en traceerbaarheid bij het gebruik van Uniemiddelen in stand te houden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>88.</NO.P>dringt erop aan dat gegevens over de gemaakte kosten beschikbaar blijven voor de kwijtingsautoriteit om de efficiëntie en de “prijs-kwaliteitverhouding” van de Uniebegroting te controleren; waarschuwt dat parlementaire controle zonder transparantie over de kosten een formaliteit dreigt te worden die geen garantie biedt voor een goed financieel beheer van de begroting; dringt er bij de Commissie op aan te zorgen voor een systematische follow-up van de bevindingen en aanbevelingen van de Rekenkamer;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>89.</NO.P>dringt aan op meer samenhang bij het toezicht op en de uitvoering van EU-uitgavenprogramma’s en bij de mainstreaming van belangrijke EU-doelstellingen en -verbintenissen; onderstreept dat het voorstel voor een prestatieverordening een eerste stap vormt naar de invoering van een horizontaal kader voor het traceren van uitgaven en het monitoren van de prestaties in het kader van de begroting, dat erop gericht is de administratieve last te verminderen; is van mening dat deze aanpak, indien naar behoren uitgevoerd, kan leiden tot versterkt democratisch toezicht; wijst erop dat een volledige integratie van horizontale beginselen in één enkel kader zinvolle tracering mogelijk zou maken en de politieke prioriteiten van de Unie beter zou weerspiegelen; dringt erop aan dat in het prestatiekader prioriteit wordt gegeven aan impactindicatoren die daadwerkelijke resultaten voor burgers meten; wijst erop dat de voorgestelde prestatieverordening ervoor moet zorgen dat de verslagleggingsindicatoren, indien van toepassing, verplicht zijn en in alle lidstaten en beheerswijzen te vergelijken zijn; waarschuwt dat de kwijtingsautoriteit zonder een dergelijke vergelijkbaarheid niet in staat zal zijn de relatieve doeltreffendheid te beoordelen of ondermaats presterende programma’s op te sporen; beklemtoont dat prestatie-indicatoren uitdrukkelijk moeten worden afgeleid van de doelstellingen van elk programma en de output, de resultaten en de effecten moeten weergeven; benadrukt dat klimaatgerelateerde uitgaven in het MFK moeten worden geïntegreerd om de financiering en de effecten ervan nauwkeurig te monitoren en te traceren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>90.</NO.P>wijst erop dat de EU-begroting een cruciale rol speelt bij de ondersteuning van democratie en pluralisme als kernwaarden van de EU die zijn verankerd in artikel 2 van het Verdrag betreffende de Europese Unie; is ingenomen met de onlangs gepubliceerde EU-strategie voor het maatschappelijk middenveld, waarin de belangrijke rol van maatschappelijke organisaties wordt erkend bij het verstrekken van advies, ondersteuning en expertise bij de ontwikkeling en uitvoering van EU-wetgeving en -beleid; onderstreept in dit verband de noodzaak om maatschappelijke organisaties te voorzien van langdurige, voorspelbare en toereikende financiering;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>91.</NO.P>herinnert eraan dat programma’s en activiteiten, zoals vereist op grond van het Financieel Reglement, voor zover haalbaar en passend en overeenkomstig de relevante sectorspecifieke regels, zodanig moeten worden uitgevoerd dat de verwezenlijking van de doelstellingen ervan wordt gewaarborgd, met inachtneming van de arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden overeenkomstig het toepasselijke nationale recht, het EU-recht, verdragen van de Internationale Arbeidsorganisatie en collectieve overeenkomsten, rekening houdend met het beginsel van gendergelijkheid en zonder de milieudoelstellingen van de Unie aanzienlijk te schaden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>92.</NO.P>wijst erop dat alle financiering in lijn moet zijn met de richtsnoeren van de Commissie over financiering voor activiteiten met betrekking tot de ontwikkeling, uitvoering, monitoring en handhaving van de wetgeving en het beleid van de Unie; herinnert in dit opzicht aan de Verklaring van de Commissie van 1 april 2025 over het huidige LIFE-programma;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Budgettaire governance</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>93.</NO.P>neemt kennis van de door de Commissie voorgestelde algemene structuur op basis van vier MFK-rubrieken, tegenover de zeven rubrieken in het huidige MFK; stelt met bezorgdheid vast dat de Commissie voorstelt het aantal EU-programma’s te verminderen van 60 naar 19, waardoor onduidelijkheid ontstaat tussen de doelstellingen en de begrotingsnomenclatuur, en transparantie en verantwoordingsplicht worden ondermijnd; wijst erop dat het standpunt van het Parlement over de structuur van deze nieuwe programma’s van het MFK zal worden bepaald tijdens de medebeslissingsprocedure voor de desbetreffende sectorale wetgevingshandelingen; dringt erop aan dat in de voorgestelde begrotingsnomenclatuur en in de aan elke begrotingslijn toegewezen bedragen alle specifieke doelstellingen van en binnen elk programma moeten worden weergegeven, om transparantie, voorspelbaarheid en verantwoordingsplicht te waarborgen en de begrotingsautoriteit de informatie te verstrekken die nodig is om de jaarlijkse begroting vast te stellen en toezicht te houden op de uitvoering ervan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>94.</NO.P>betreurt in dit verband dat de begrotingsnomenclatuur die in de sectorale wetgeving wordt voorgesteld, volstrekt onvoldoende is; onderstreept dat een vereenvoudiging van de begrotingsstructuur niet ten koste mag gaan van de transparantie of het vermogen van de begrotingsautoriteit om op efficiënte wijze controle uit te oefenen en met kennis van zaken besluiten te nemen; dringt erop aan de nomenclatuur voldoende gedetailleerd te houden om de in de basishandelingen vastgestelde programmadoelstellingen weer te geven, de zichtbaarheid van EU-maatregelen in alle beleidsdoelstellingen en -prioriteiten te behouden en het Parlement in staat te stellen zijn controlerende functie ten volle uit te oefenen; pleit voor een gedetailleerdere nomenclatuur om een zinvolle jaarlijkse begrotingsprocedure, ontwerpen van gewijzigde begrotingen en de kwijtingsprocedure mogelijk te maken; herhaalt dat de jaarlijkse begrotingsprocedure het belangrijkste democratische mechanisme is voor de toewijzing van middelen binnen het MFK;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>95.</NO.P>merkt op dat begrotingsoverschrijvingen in het kader van het Financieel Reglement reeds flexibiliteit bieden bij de uitvoering van de begroting; wijst erop dat de Commissie momenteel de mogelijkheid heeft om aanzienlijke bedragen zonder goedkeuring van de begrotingsautoriteit naar andere beleidsterreinen over te hevelen, wat een belemmering vormt voor het toezicht; pleit, bij gebrek aan een voldoende gedetailleerde begrotingsstructuur, voor nieuwe regels waarin zowel een maximumbedrag als een percentage per begrotingslijn wordt vastgesteld voor overschrijvingen zonder goedkeuring; is van mening dat overdrachten van andere instellingen van de Unie als vereenvoudigingsmaatregel onder een bepaalde drempel kunnen worden vrijgesteld van de bezwaarprocedure;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>96.</NO.P>benadrukt de noodzaak van solide governance waarbij de parlementaire verantwoordingsplicht, toezicht en controle worden gewaarborgd, in combinatie met een doeltreffende fraudebestrijdingsarchitectuur; vraagt zich voorts bezorgd af hoe de Commissie op EU-niveau voldoende zekerheid zal verkrijgen over de wettigheid en regelmatigheid van de uitgaven, en herinnert eraan dat duidelijke zekerheid onontbeerlijk is wil het Parlement zijn rol als kwijtingsautoriteit kunnen uitoefenen; verwerpt elke aanpak waarbij de rol van het Parlement wordt beperkt tot het verschaffen van advies of informatie bij de mobilisering van instrumenten of fondsen in het kader van het volgende MFK; wijst erop dat budgettaire flexibiliteit niet mag dienen om de prerogatieven van de begrotingsautoriteit te omzeilen en dat elke herschikking, herprogrammering en mobilisering van buffers of andere reserves ter goedkeuring aan het Parlement moet worden voorgelegd; is van mening dat er voor echte flexibiliteit moet worden ingezet op zowel een snelle reactiecapaciteit als democratische legitimiteit, wat alleen kan worden bereikt door de volwaardige deelname van het Parlement aan besluiten over de toewijzing en het gebruik van middelen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>97.</NO.P>uit zijn bezorgdheid over het gebrek aan voorspelbaarheid van EU-financiering als gevolg van buitensporige flexibiliteitsmechanismen en periodieke herschikkingen; is zich bewust van de behoefte aan meer flexibiliteit bij de toewijzing van middelen in het kader van bepaalde programma’s, maar wijst erop dat dit geen belemmering mag vormen voor de beleidsdoelstellingen op lange termijn, de voorspelbaarheid van financiering of de prerogatieven van het Parlement; onderstreept dat het huidige MFK weliswaar een gebrek had aan flexibiliteit om in te spelen op veranderende prioriteiten, maar dat bij het volgende MFK moet worden gestreefd naar een beter evenwicht tussen voorspelbaarheid van investeringen en aanpassingsvermogen; benadrukt dat op bepaalde beleidsterreinen er een grotere behoefte is aan stabiele financiering; verwerpt met klem periodieke herschikkingen als middel om de prioriteiten van de Unie te financieren, aangezien de uitvoering van programma’s hierdoor wordt belemmerd en de verwezenlijking van overeengekomen beleidsdoelstellingen in gevaar komt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>98.</NO.P>neemt kennis van de voorgestelde verhoging van opgenomen en verstrekte leningen in het kader van het volgende MFK; is van mening dat de begrotingsautoriteit nauwlettend moet toezien op de gevolgen van deze aanpak voor de MFK-marge of andere garanties; eist dat bij het opnemen en verstrekken van leningen de bevoegdheden van de medewetgevers en de begrotingsautoriteit worden gerespecteerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>99.</NO.P>herhaalt zijn oproep voor een versterkt investeringspartnerschap met de EIB-groep om het hefboomeffect van de EU-begroting te benutten, particuliere investeringen te mobiliseren en de risico’s te verminderen op belangrijke beleidsterreinen zoals klimaat, concurrentievermogen, huisvesting, sociaal ondernemerschap, en innovatie, defensie en de externe dimensie; wijst erop dat deze en soortgelijke partnerschappen met andere uitvoerende partners, waarbij het hefboomeffect van de EU-begroting wordt benut in alle beleidsgebieden en, indien van toepassing, investeringen minder risicovol worden gemaakt, op maat gesneden instrumenten moeten behouden om de toegang voor kmo’s, midcaps en grensoverschrijdende consortia te vergemakkelijken, en daarbij solide bestuur, transparantie en EU-meerwaarde te waarborgen; herhaalt het belang van toereikende financiering voor technische bijstand, die gezamenlijk door de EIB en de Commissie voor uitvoerende instanties is ontwikkeld, teneinde tijdige uitvoering en additionaliteit van investeringen te helpen waarborgen, met name door administratieve capaciteit op te bouwen en investeringsstromen te ontwikkelen, en dringt aan op toereikende financiering om de blijvende impact ervan te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>100.</NO.P>herhaalt zijn gevestigde standpunt dat alle uitgaven op EU-niveau onder de bevoegdheid van de begrotingsautoriteit moeten vallen, zodat democratische controle, transparantie en de bescherming van de financiële belangen van de Unie worden gewaarborgd;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Governance op het vlak van wetgeving</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>101.</NO.P>benadrukt dat, om de goedkeuring van het Parlement te garanderen, elk aspect van het MFK, met name de begrotingselementen, als een pakket moet worden beschouwd en dat er over elk aspect daadwerkelijk moet worden onderhandeld; herhaalt zijn bezwaar tegen de wijze waarop de huidige en eerdere MFK-verordeningen zijn vastgesteld, waarbij de Europese Raad zijn rol te buiten is gegaan door vooraf besluiten te nemen over meerdere elementen, zoals financiële middelen en beleidsspecifieke bepalingen, waardoor zowel de inhoud als het beoogde doel van de Verdragsbepalingen zijn geschonden; uit zijn ernstige bezorgdheid over het feit dat de voorlopige onderhandelingspakketten die door het voorzitterschap van de Raad zijn voorbereid, ook steunen op deze gebrekkige methode, waarbij kwesties die onder de medebeslissingsprocedure vallen, worden meegenomen bij de vaststelling van nieuwe wetgeving inzake EU-programma’s;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>102.</NO.P>is ernstig bezorgd over de algemene kenmerken van de opzet van programma’s en sectorale voorstellen waarbij essentiële beleids- en begrotingsbesluiten van de basishandeling worden verschoven naar werkprogramma’s, waardoor de wetgevende rol van het Parlement aanzienlijk wordt verzwakt; is sterk gekant tegen het overdragen van wetgevingselementen en deze te scheiden van sectorale verordeningen, waardoor het Parlement wordt uitgesloten van besluiten die momenteel worden genomen in het kader van de gewone wetgevingsprocedure en rechtsonzekerheid creëren voor de begunstigden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>103.</NO.P>houdt vol dat alle inhoudelijke beleidskeuzen, zoals de programmadoelstellingen, uitgavenprioriteiten, financiële toewijzingen, financieringspercentages, subsidiabiliteits-, selectie- en gunningscriteria, voorwaarden, definities en berekeningsmethoden, niet in het werkprogramma of soortgelijke bevoegdheidstoekenningen, maar in de basishandelingen ter zake moeten worden vastgesteld, met volledige inachtneming van de prerogatieven van het Parlement als medewetgever en begrotingsautoriteit; eist dat beleidskeuzen, doelstellingen en bestuursaspecten in de basishandelingen worden vastgesteld en dat aanvullende en niet-essentiële elementen die niet in de basishandeling zijn opgenomen uitsluitend door middel van gedelegeerde handelingen worden vastgesteld, en verwerpt daarbij elk gebruik van uitvoeringshandelingen of andere procedures die niet onderhevig zijn aan parlementaire controle; eist in dit verband dat alle meerjarige en jaarlijkse werkprogramma’s worden vastgesteld door middel van gedelegeerde handelingen, in overeenstemming met artikel 290 VWEU, om te garanderen dat het Parlement systematisch wordt betrokken bij de besluitvorming over en het toezicht op het beleid; is fel gekant tegen elke poging om strategische beleidsbesluiten over te hevelen naar comitéprocedures of andere procedures; waarschuwt dat het Parlement geen voorstellen zal aanvaarden waarbij de volledige wetgevings- en toezichtsbevoegdheden van het Parlement niet worden gewaarborgd; wijst erop dat vermindering van de mate van detail in de basishandelingen ertoe leidt dat belangrijke beleidskeuzen worden verschoven naar de uitvoeringsfase, waardoor de democratische verantwoordingsplicht wordt verzwakt en de rol van het Parlement bij de vaststelling van politieke besluiten met aanzienlijke beleids- en budgettaire gevolgen wordt gemarginaliseerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>104.</NO.P>wijst erop dat er door het brede toepassingsgebied van de doelstellingen in de voorgestelde sectorale verordeningen behoefte is aan een herziene beoordelingsprocedure voor proefprojecten en voorbereidende acties om het reeds beperkte initiatiefrecht van het Parlement te waarborgen; is van mening dat duidelijkere criteria en gestroomlijnde procedures van essentieel belang zijn om ervoor te zorgen dat het Parlement innovatieve acties kan blijven lanceren en nieuwe beleidsbenaderingen in de rubrieken 1, 2 en 3 kan blijven testen; dringt erop aan dat de uitbreiding van het toepassingsgebied van programma’s niet ten koste mag gaan van de capaciteit van het Parlement om proefprojecten en voorbereidende acties op specifieke beleidsterreinen voor te stellen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Eerbiediging van de rechtsstaat en de fundamentele waarden</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>105.</NO.P>benadrukt dat eerbiediging van de waarden van de Unie en van de grondrechten een essentiële voorwaarde is voor toegang tot EU-middelen; benadrukt dat er een verband moet blijven bestaan tussen de eerbiediging van de rechtsstaat en de toegang tot EU-fondsen in het kader van het MFK 2021-2027; is van mening dat de bescherming van de financiële belangen van de Unie onlosmakelijk verbonden is met de eerbiediging van de rechtsstaat en de Uniewaarden; wijst erop dat de verordening inzake conditionaliteit met betrekking tot de rechtsstaat<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EU, Euratom) 2020/2092 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2020 betreffende een algemeen conditionaliteitsregime ter bescherming van de Uniebegroting (PB L 433 I van 22.12.2020, blz. 1, http://data.europa.eu/eli/reg/2020/2092/oj).</FIELD></FOOTNOTE> een belangrijk instrument is voor de bescherming van de financiële belangen van de Unie tegen schendingen van de rechtsstaat, en dat deze verordening, wanneer aan de juridische voorwaarden ervoor is voldaan, moet worden toegepast op de gehele EU-begroting, met inbegrip van op prestaties gebaseerde instrumenten en financiering op grond van artikel 122 VWEU; verzoekt de Commissie en de Raad om de verordening strikt en consequent toe te passen en zo nodig onverwijld maatregelen te nemen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>106.</NO.P>dringt erop aan dat, in het volgende MFK, een naadloze en coherente toolbox voor Uniewaarden voor alle EU-fondsen op te nemen, die betrekking heeft op democratie, de rechtsstaat en grondrechten; is bezorgd over de overlappingen die zijn ingevoerd met het conditionaliteitsmechanisme, met name in de plannen voor nationaal en regionaal partnerschap, en roept op tot een uniform, coherent en alomvattend kader voor alle EU-financieringsprogramma’s, in volledige samenhang met de conditionaliteitsverordening, dat zowel randvoorwaarden omvat die vervuld moeten zijn om toegang te krijgen tot EU-financiering, als maatregelen om middelen te bevriezen of in te houden wanneer de betrokken voorwaarden niet langer worden nagekomen; verzoekt de Commissie alle instrumenten voor de rechtsstaat te consolideren in een eengemaakt en alomvattend kader dat voorziet in duidelijke, objectieve en transparante toepassingscriteria en verduidelijkt hoe de Commissie de coördinatie tussen deze instrumenten zal waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>107.</NO.P>eist dat middelen van de Unie worden ingehouden wanneer niet aan essentiële vereisten is voldaan, en dat bevroren middelen pas aan de betrokken lidstaten worden vrijgegeven wanneer zij substantiële hervormingen volledig hebben doorgevoerd en aantoonbaar hebben laten zien dat de rechtsstaat in de praktijk wordt nageleefd, in overeenstemming met de bevindingen van de verslagen over de rechtsstaat; wijst erop dat besluiten tot opschorting of vermindering van EU-financiering wegens schendingen van de rechtsstaat gebaseerd moeten zijn op objectieve criteria, op consistente wijze moeten worden toegepast en niet mogen worden ingegeven door andere overwegingen, noch het resultaat mogen zijn van onderhandelingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>108.</NO.P>stelt vast dat de Commissie in het kader van de plannen voor nationaal en regionaal partnerschap de mogelijkheid voorstelt om financiering die is vrijgemaakt wegens een gebrek aan corrigerende maatregelen naar aanleiding van een vastgestelde schending van de rechtsstaat in het kader van de conditionaliteitsverordening, opnieuw beschikbaar te stellen voor programma’s in direct of indirect beheer; verzoekt om verduidelijking van de wijze waarop dergelijke vrijgemaakte bedragen voor andere programma’s kunnen worden herbestemd en dringt aan op een verbod op het herschikken van bevroren middelen; benadrukt dat het besluit om vrijgemaakte middelen te gebruiken een prerogatief van de begrotingsautoriteit is in het kader van de jaarlijkse begrotingsprocedure en niet aan het oordeel van de Commissie mag worden overgelaten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>109.</NO.P>wijst erop dat een robuuste aanpak nodig is om ervoor te zorgen dat legitieme eindontvangers en begunstigden niet worden gestraft omdat EU-middelen voor hun regering zijn opgeschort als gevolg van schendingen van de rechtsstaat; wijst erop dat dit beginsel voorop moet staan om conditionaliteit slimmer aan te pakken;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Kwesties in verband met het IIA </STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>110.</NO.P>benadrukt dat een sturingsmechanisme geen compensatie zal bieden voor een verlies van de wetgevings- of begrotingsbevoegdheden van het Parlement; onderstreept dat de jaarlijkse begroting de beleidsprioriteiten en -plannen moet weerspiegelen die door de medewetgevers zijn overeengekomen; beklemtoont dat een goed begrotingsbeheer en het behoud van de prerogatieven van de begrotingsautoriteit essentiële voorwaarden zijn om de jaarlijkse begrotingsprocedure meer diepgang te geven en dat sturingsmechanismen alleen kunnen functioneren als deze basisbeginselen worden toegepast;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>111.</NO.P>verwerpt elke regeling waarbij de vrijheid van de begrotingsautoriteit zou worden ingeperkt om autonome besluiten te nemen over begrotingsprioriteiten en -toewijzingen; is sterk gekant tegen mechanismen die de Commissie de mogelijkheid zouden bieden om begrotingskeuzen vooraf te bepalen door middel van technische beoordelingen; verwerpt ten stelligste de mogelijkheid voor de Europese Raad om via conclusies van de Europese Raad invloed uit te oefenen op de jaarlijkse begrotingsprocedure, aangezien dit zou neerkomen op een duidelijke schending van de Verdragsbepalingen en een verstoring van het institutionele evenwicht dat voor de besluitvorming in het kader van de begrotingsprocedure is vastgesteld; herinnert eraan dat het Financieel Reglement reeds voorziet in de mogelijkheid om begrotingsreserves op te heffen; dringt aan op systematische coördinatie tussen de Commissie en de begrotingsautoriteit alvorens vrijwillige toezeggingen te doen over het gebruik van ingebouwde flexibiliteit en pleit ervoor dat elke mobilisering bij besluit van de begrotingsautoriteit moet worden goedgekeurd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>112.</NO.P>stelt met bezorgdheid vast dat de Commissie voorstelt in het Interinstitutioneel Akkoord (IIA)<FOOTNOTE><FIELD> (COM(2025)0572).</FIELD></FOOTNOTE> de afwijking van de indicatieve bedragen in sectorale wetgeving te verhogen van 15 % tot 20 %; onderstreept dat deze voorgestelde verhoging, in combinatie met de samenvoeging van programma’s en de aanzienlijke verhoging van de begroting per programma, een aanzienlijk potentieel inhoudt voor wijzigingen zonder de betrokkenheid van de medewetgevers; uit zijn ernstige bedenkingen over het cumulatieve effect van deze veranderingen op het democratisch toezicht en het institutioneel evenwicht; is van mening dat een dergelijke uitbreiding van de flexibiliteit van de uitvoerende macht afbreuk doet aan de prerogatieven van de begrotingsautoriteit; dringt er daarom op aan dat de maximale afwijking van de indicatieve bedragen wordt beperkt tot 5 % gedurende de gehele looptijd van de programma’s, onverminderd de toepassing van de relevante bepalingen van de MFK-verordening en het IIA en dat daarbij wordt gegarandeerd dat elke aanzienlijke herschikking van begrotingsmiddelen onderworpen blijft aan goed democratisch toezicht en medewetgevende besluitvorming; benadrukt dat deze verlaagde drempel ervoor zou zorgen dat de nodige operationele flexibiliteit wordt behouden, terwijl de essentiële rol van het Parlement bij het begrotingstoezicht wordt gewaarborgd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>113.</NO.P>benadrukt het belang van de handhaving van de regelmatige interinstitutionele dialoog over de eigen middelen en dringt aan op een hogere frequentie van bijeenkomsten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>114.</NO.P>stelt voor een specifieke bijlage over samenwerking met betrekking tot het conditionaliteitsregime toe te voegen; is in dit verband van oordeel dat een regelmatige dialoog tussen de drie instellingen over de huidige stand van zaken met betrekking tot de bescherming van de EU-begroting in verband met de rechtsstaat een doeltreffende manier zou zijn om de coördinatie van de toolbox voor de rechtsstaat te verbeteren;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Eigen middelen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>115.</NO.P>bevestigt nogmaals dat het Parlement sterk hecht aan de invoering van nieuwe eigen middelen met het oog op een duurzame en voorspelbare langetermijnfinanciering van de EU-begroting; wijst nogmaals op de noodzaak van duurzame en veerkrachtige inkomsten voor de begroting van de Unie die in overeenstemming moeten zijn met de uitgavenzijde en die aldus zorgen voor budgettaire stabiliteit, efficiëntie en begrotingsdiscipline, zodat de Unie aan haar behoeften en prioriteiten kan voldoen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>116.</NO.P>herhaalt zijn aloude pleidooi voor de invoering van nieuwe echte eigen middelen, niet alleen voor de terugbetaling van de schuld in het kader van NGEU, maar ook om de versterkte beleidsambities van de Unie te financieren; blijft ervan overtuigd dat het onontbeerlijk is echte nieuwe eigen middelen in te voeren om de begroting van de Unie te financieren; herinnert eraan dat de financiële lasten zonder nieuwe middelen onvermijdelijk op de lidstaten zullen wegen door de verhoging van de bni-bijdragen; is daarom van mening dat het genereren van echte nieuwe inkomstenstromen van minstens 60 miljard EUR per jaar een essentiële voorwaarde is voor een ambitieus MFK 2028-2034;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>117.</NO.P>maakt zich ernstig zorgen over het volledig uitblijven van vooruitgang bij de hervorming van het stelsel van eigen middelen in de Raad sinds 2020; onderstreept dat echte nieuwe eigen middelen het noodzakelijke antwoord zijn in tijden van budgettaire beperkingen om langlopende en nieuwe beleidsmaatregelen van de Unie, alsmede broodnodige investeringen in de EU, te financieren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>118.</NO.P>herhaalt zijn aloude kritiek dat het opstellen van en onderhandelen over de begroting op basis van “juste retour” (billijke tegenprestatie) onvermijdelijk zal leiden tot een verminderde EU-meerwaarde, aangezien de grondgedachte van gezamenlijke investeringen in gemeenschappelijke en Europese collectieve goederen zo wordt uitgehold; erkent tegelijk de voordelen van de op het bni gebaseerde eigen middelen, gelet op de betrouwbare vereveningsfunctie ervan; verzoekt de Raad en de lidstaten forfaitaire verlagingen niet te verlengen en een billijk algemeen begrotingsevenwicht voor iedereen tot stand te brengen door de nadruk te leggen op synergieën en EU-meerwaarde in een geest van solidariteit en meer transparantie mogelijk te maken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>119.</NO.P>herinnert eraan dat voor het eigenmiddelenbesluit eenparigheid van stemmen in de Raad, overleg met het Parlement en nationale ratificatie door alle lidstaten vereist zijn; wijst erop dat elk pakket nieuwe eigen middelen als billijk moet worden ervaren om te voorkomen dat de invoering van dergelijke inkomstenstromen bepaalde lidstaten onevenredig benadeelt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>120.</NO.P>is van mening dat de inkomstenbasis van de EU-begroting op een naar behoren gemotiveerde wijze moet worden verbreed, versterkt, gediversifieerd en gemoderniseerd in het licht van de ongekende uitdagingen waardoor in de volgende MFK-periode veel meer moet worden geïnvesteerd in verschillende beleidsterreinen; dringt erop aan dat daartoe de bestaande eigen middelen moeten worden aangepast en opgewaardeerd, en dat onverwijld nieuwe eigen middelen moeten worden ingevoerd; is voorts van mening dat andere ontvangsten dan eigen middelen een belangrijk deel uitmaken van de mix van inkomstenbronnen, en dat welomschreven lenings- en kredietverstrekkingsoperaties waarvan de daaruit voortvloeiende voorwaardelijke verplichtingen veilig worden gedekt door de marge onder de maxima van de eigen middelen, een haalbaar alternatief blijven, ten minste in tijden van onvoorziene crises;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>121.</NO.P>herinnert aan de wettelijke verplichting en politieke verantwoordelijkheid om de NGEU-schuld tijdig terug te betalen; herhaalt zijn standpunt dat de terugbetaling van de NGEU-schuld op prudente en flexibele wijze moet blijven worden beheerd, onder meer, waar mogelijk, door herfinancieringsoperaties, teneinde de druk op het MFK en de programma’s ervan voor de periode 2028-2034 tot een minimum te beperken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>122.</NO.P>is ingenomen met de inspanningen van de Commissie om nieuwe eigen middelen vast te stellen en bepaalde aanpassingen aan de traditionele eigen middelen, zoals douanerechten, voor te stellen, teneinde de financiële autonomie van de Unie te versterken en de afhankelijkheid van nationale bijdragen te verminderen, en aldus de toekomstige financiering van de begroting van de Unie veilig te stellen; steunt de bredere aanpak die de Commissie voorstelt, aangezien dit een realistische manier is om de nodige steun in de Raad te verkrijgen; neemt kennis van de verschillende soorten eigen middelen die worden voorgesteld; onderstreept echter met klem dat elk pakket nieuwe eigen middelen tegelijk met het volgende meerjarig financieel kader moet worden vastgesteld en een stabiele en toereikende inkomstenstroom van ten minste ongeveer 60 miljard EUR per jaar moet genereren, aangezien dit niveau van essentieel belang is om een gestage terugbetaling van leningen in het kader van NGEU te waarborgen, de toezeggingen van de Unie na te komen en gezamenlijke investeringen in Europese collectieve goederen te financieren; verzoekt de Raad snel een akkoord te bereiken over nieuwe eigen middelen om de begrotingszekerheid op lange termijn veilig te stellen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>123.</NO.P>eist dat de Raad, indien hij bepaalde elementen van het pakket zou schrappen, de daardoor ontstane kloof vervangt door hogere afroepingspercentages voor andere bronnen of door deze elementen te vervangen door een andere bron; benadrukt dat de nieuwe bronnen geen bedreiging mogen vormen voor het concurrentievermogen van kleine en middelgrote ondernemingen of voor het concurrentievermogen van de EU als geheel; is van mening dat inkomsten van, onder meer, een digitaledienstenheffing voor grote digitale platforms, een heffing op onlinediensten voor gokken en weddenschappen, de uitbreiding van het mechanisme voor koolstofgrenscorrectie, en een heffing op basis van een uniform afdrachtpercentage op vermogenswinsten uit cryptoactiva allemaal als mogelijke oplossing moeten worden onderzocht indien andere voorgestelde eigen middelen geen steun krijgen van de lidstaten, teneinde fiscale rechtvaardigheid en een inkomstenniveau te waarborgen dat in verhouding staat tot de behoeften;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>124.</NO.P>is van mening dat het aangaan van gezamenlijke leningen een haalbare optie is die de Unie de mogelijkheid biedt om snel te reageren op onverwachte ontwikkelingen en de tijdige financiering van EU-beleidsmaatregelen met duidelijke EU-meerwaarde vergemakkelijkt; benadrukt dat een dergelijke optie volledig in overeenstemming moet zijn met de strategische prioriteiten van de EU inzake Europese collectieve goederen, of moet bijdragen tot investeringen in grensoverschrijdende of pan-Europese projecten die het groeipotentieel van de EU stimuleren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>125.</NO.P>onderstreept het belang van het voorstel van de Commissie voor een nieuw soort crisismechanisme op basis van buitengewone leningen, gedekt door een extra marge onder het maximum van de eigen middelen en verankerd in de consequent uitstekende kredietrating van de EU-begroting; merkt op dat dit instrument tijdgebonden is, onderworpen is aan vooraf vastgestelde criteria en beperkt is met betrekking tot het doel, het toepassingsgebied en de omvang, die worden afgebakend door het extra beschikbare specifieke margecompartiment; merkt voorts op dat het instrument de Unie in staat zal stellen tot 395 miljard EUR aan leningen aan lidstaten te mobiliseren wanneer zich in de periode 2028-2034 ernstige crises, zware tegenspoed of een ernstige dreiging daarvan voordoen; spreekt zijn tevredenheid uit over het feit dat het voorgestelde mechanisme niet gebaseerd zou zijn op artikel 122 VWEU, dat het Parlement zoals in eerdere gevallen terzijde schuift, maar op een verordening van de Raad uit hoofde van artikel 311, lid 4, VWEU, die de instemming van het Parlement vereist, waardoor het institutionele evenwicht en de procedurele verantwoordingsplicht worden gewaarborgd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>126.</NO.P>is van mening dat dit mechanisme op EU-niveau een bijkomend instrument kan vormen om snel en doeltreffend in te spelen op toenemende behoeften, zoals herhaaldelijk bepleit door Mario Draghi, alsmede op onvoorspelbare ontwikkelingen; dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan gebruik te maken van de met NGEU opgedane ervaring voor de financiering en uitvoering van toekomstige strategische EU-investeringen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>127.</NO.P>verklaart dat het alleen een langetermijnbegroting, met inbegrip van passende en duurzame ontvangsten, zal goedkeuren die afgestemd is op de doelen van de Unie in een veranderende wereld;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Wijzigingen van de MFK-verordening</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>128.</NO.P>verzoekt de Commissie de volgende wijzigingen in aanmerking te nemen:</P></ACTION><ACTION><P>het voorstel voor een verordening van de Raad dient als volgt te worden gewijzigd:</P></ACTION><ACTION><MODLST><HD><HEAD.OLD><STRING ITALIC="on">Door de Commissie voorgestelde tekst</STRING></HEAD.OLD><HEAD.NEW><STRING ITALIC="on">Wijziging</STRING></HEAD.NEW></HD><GR.MOD><MOD><TI.MOD><STRING BOLD="on">Wijziging		1</STRING></TI.MOD><STI.MOD><STRING BOLD="on"> Voorstel voor een verordening</STRING></STI.MOD><STI.MOD><STRING BOLD="on"> Overweging 13</STRING></STI.MOD><OLD><P><NO.P>(13)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Niet-thematische speciale instrumenten zijn nodig om, naar gelang van de behoeften, flexibiliteit te bieden ten gunste van elke MFK-rubriek en om de begrotingsprocedure te vergemakkelijken. Het enkelvoudig marge-instrument moet het mogelijk maken beschikbare marges onder de maxima voor vastleggings- en betalingskredieten over te dragen tussen begrotingsjaren en, wat de vastleggingskredieten betreft, tussen MFK-rubrieken, zonder de totale bedragen van de MFK-maxima voor vastleggings- en betalingskredieten voor de gehele periode van het MFK te overschrijden. In overeenstemming met goed financieel beheer en een voorzichtige begrotingsaanpak mogen margebedragen uit het lopende begrotingsjaar en de toekomstige begrotingsjaren alleen worden gebruikt als laatste redmiddel.</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Schrappen</STRING></STRING></P></NEW></MOD><MOD><TI.MOD><STRING BOLD="on">Wijziging		2</STRING></TI.MOD><STI.MOD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.MOD><STI.MOD><STRING BOLD="on">Overweging 13 bis (nieuw)</STRING></STI.MOD><OLD/><NEW><P><NO.P>(13 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Gezien de onzekerheid omtrent de toekomstige ontwikkeling van de rentetarieven en om onnodige druk op programma’s van de Unie te voorkomen, is het passend een thematisch speciaal instrument, namelijk het herstelinstrument voor de Europese Unie (EURI), in te stellen ter dekking van de aflossing van de hoofdsom en de financieringskosten met betrekking tot NextGenerationEU. De nodige vastleggingskredieten en bijbehorende betalingskredieten in de begroting van de Unie moeten boven de maxima van het MFK beschikbaar worden gesteld.</STRING></STRING></P></NEW></MOD><MOD><TI.MOD><STRING BOLD="on">Wijziging		3</STRING></TI.MOD><STI.MOD><STRING BOLD="on"> Voorstel voor een verordening</STRING></STI.MOD><STI.MOD><STRING BOLD="on"> Overweging 14</STRING></STI.MOD><OLD><P><NO.P>(14)</NO.P>Het flexibiliteitsinstrument moet de financiering mogelijk maken van specifieke onvoorziene uitgaven voor een bepaald jaar. Het flexibiliteitsinstrument moet bestaan uit een vast bedrag en uit bedragen die gelijk zijn aan ontvangsten die worden geïnd in het kader van de uitvoering van het beleid van de Unie, zoals door de instellingen van de Unie opgelegde boetes, andere dwangsommen of sancties en de rente of andere daardoor gegenereerde inkomsten, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en</STRING></STRING> bedragen gelijk aan vrijmakingen van andere kredieten dan externe bestemmingsontvangsten, met uitzondering van bedragen die opnieuw ter beschikking worden gesteld overeenkomstig specifieke regels inzake de wederopvoering van met vrijmakingen overeenstemmende kredieten.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(14)</NO.P>Het flexibiliteitsinstrument moet de financiering mogelijk maken van specifieke onvoorziene uitgaven voor een bepaald jaar. Het flexibiliteitsinstrument moet bestaan uit een vast bedrag en uit bedragen die gelijk zijn aan ontvangsten die worden geïnd in het kader van de uitvoering van het beleid van de Unie, zoals door de instellingen van de Unie opgelegde boetes, andere dwangsommen of sancties en de rente of andere daardoor gegenereerde inkomsten, bedragen gelijk aan vrijmakingen van andere kredieten dan externe bestemmingsontvangsten, met uitzondering van bedragen die opnieuw ter beschikking worden gesteld overeenkomstig specifieke regels inzake de wederopvoering van met vrijmakingen overeenstemmende kredieten<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, beschikbare marges van voorgaande jaren, het jaarlijks overschot, alsmede terugvloeiingen uit financiële instrumenten, onverminderd programmaspecifieke bepalingen</STRING></STRING><STRING ITALIC="on">.</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Indien nodig en als laatste redmiddel moet het mogelijk zijn om in de jaarlijkse begrotingsprocedure het bedrag van het flexibiliteitsinstrument te verhogen met een bedrag dat volledig zou worden verrekend met de marge aan vastleggings- of betalingskredieten in een of meer MFK-rubrieken voor het betrokken begrotingsjaar of toekomstige begrotingsjaren.</STRING></STRING></P></NEW></MOD><MOD><TI.MOD><STRING BOLD="on">Wijziging		4</STRING></TI.MOD><STI.MOD><STRING BOLD="on"> Voorstel voor een verordening</STRING></STI.MOD><STI.MOD><STRING BOLD="on"> Hoofdstuk 1 – artikel 2 – lid 2</STRING></STI.MOD><OLD><P><NO.P>2.</NO.P>Indien een beroep moet worden gedaan op de middelen van de in de artikelen 6 <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en</STRING></STRING> 8 bedoelde speciale instrumenten, worden in de begroting vastleggingskredieten en bijbehorende betalingskredieten opgenomen boven de desbetreffende MFK-maxima.</P></OLD><NEW><P><NO.P>2.</NO.P>Indien een beroep moet worden gedaan op de middelen van de in de artikelen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">5 bis,</STRING></STRING> 6<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">,</STRING></STRING> 8 <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en 8 bis</STRING></STRING> bedoelde speciale instrumenten, worden in de begroting vastleggingskredieten en bijbehorende betalingskredieten opgenomen boven de desbetreffende MFK-maxima.</P></NEW><OLD><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Indien een beroep moet worden gedaan op de middelen van het enkelvoudig marge-instrument als vastgelegd in artikel 7, worden in de begroting vastleggingskredieten en bijbehorende betalingskredieten opgenomen boven de desbetreffende MFK-maxima voor een bepaald jaar.</STRING></STRING></P></OLD><NEW/></MOD><MOD><TI.MOD><STRING BOLD="on">Wijziging		5</STRING></TI.MOD><STI.MOD><STRING BOLD="on"> Voorstel voor een verordening</STRING></STI.MOD><STI.MOD><STRING BOLD="on"> Hoofdstuk 2 – artikel 3 bis (nieuw)</STRING></STI.MOD><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Artikel 3 bis</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Overkoepelende marge voor betalingen</STRING></STRING></P><P><NO.P>1.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Als onderdeel van de in artikel 4 bedoelde technische aanpassingen wordt het maximum van de betalingskredieten door de Commissie jaarlijks, te beginnen in 2029, voor de jaren 2029-2034 naar boven bijgesteld met een bedrag, gelijk aan het verschil tussen de uitgevoerde betalingen en het maximum van de betalingskredieten voor het jaar n-1 van het MFK.</STRING></STRING></P><P><NO.P>2.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Alle aanpassingen op grond van lid 1 worden volledig gecompenseerd door een overeenkomstige verlaging van het betalingsmaximum voor het jaar n-1.</STRING></STRING></P></NEW></MOD><MOD><TI.MOD><STRING BOLD="on">Wijziging		6</STRING></TI.MOD><STI.MOD><STRING BOLD="on"> Voorstel voor een verordening</STRING></STI.MOD><STI.MOD><STRING BOLD="on"> Hoofdstuk 2 – artikel 4 – lid 1</STRING></STI.MOD><OLD><P><NO.P>c)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">een berekening van de overkoepelende marge voor vastleggingen als bedoeld in artikel 7, lid 1, punt a);</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Schrappen</STRING></STRING></P></NEW></MOD><MOD><TI.MOD><STRING BOLD="on">Wijziging		7</STRING></TI.MOD><STI.MOD><STRING BOLD="on"> Voorstel voor een verordening</STRING></STI.MOD><STI.MOD><STRING BOLD="on"> Hoofdstuk 2 – artikel 4 – lid 1</STRING></STI.MOD><OLD><P><NO.P>d)</NO.P>een berekening van de aanpassing van het maximum voor betalingskredieten in het kader van de overkoepelende marge voor betalingen als bedoeld in artikel <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">7, lid 1, punt b)</STRING></STRING>;</P></OLD><NEW><P><NO.P>d)</NO.P>een berekening van de aanpassing van het maximum voor betalingskredieten in het kader van de overkoepelende marge voor betalingen als bedoeld in artikel <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">3 bis</STRING></STRING>;</P></NEW></MOD><MOD><TI.MOD><STRING BOLD="on">Wijziging		8</STRING></TI.MOD><STI.MOD><STRING BOLD="on"> Voorstel voor een verordening</STRING></STI.MOD><STI.MOD><STRING BOLD="on"> Hoofdstuk 2 – artikel 4 – lid 1</STRING></STI.MOD><OLD><P><NO.P>e)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">een berekening van het maximumbedrag voor de marge voor onvoorziene uitgaven als bedoeld in artikel 7, lid 1, punt c);</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Schrappen</STRING></STRING></P></NEW></MOD><MOD><TI.MOD><STRING BOLD="on">Wijziging		9</STRING></TI.MOD><STI.MOD><STRING BOLD="on"> Voorstel voor een verordening</STRING></STI.MOD><STI.MOD><STRING BOLD="on"> Hoofdstuk 2 – artikel 4 – lid 1 – punt f</STRING></STI.MOD><OLD><P><NO.P>f)</NO.P>een berekening van de bedragen die beschikbaar moeten worden gesteld voor het flexibiliteitsinstrument uit hoofde van artikel 8, lid 2<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, eerste alinea, punten a) en b)</STRING></STRING>.</P></OLD><NEW><P><NO.P>f)</NO.P>een berekening van de bedragen die beschikbaar moeten worden gesteld voor het flexibiliteitsinstrument uit hoofde van artikel 8, lid 2.</P></NEW></MOD><MOD><TI.MOD><STRING BOLD="on">Wijziging		10</STRING></TI.MOD><STI.MOD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.MOD><STI.MOD><STRING BOLD="on">Hoofdstuk 3 – artikel 5 bis (nieuw)</STRING></STI.MOD><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Artikel 5 bis</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het EURI-instrument</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>1.</NO.P> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het EURI-instrument wordt gemobiliseerd voor de terugbetaling van de hoofdsom en de financieringskosten die verschuldigd zijn vanwege de leningen die uit hoofde van artikel 5, lid 2, van Besluit (EU, Euratom) 2020/2053 op de kapitaalmarkten zijn afgesloten.</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>2.</NO.P> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement en de Raad stellen middelen uit het EURI-instrument ter beschikking in het kader van de in artikel 314 VWEU beschreven begrotingsprocedure.</STRING></STRING></P></NEW></MOD><MOD><TI.MOD><STRING BOLD="on">Wijziging		11</STRING></TI.MOD><STI.MOD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.MOD><STI.MOD><STRING BOLD="on">Hoofdstuk 3 – artikel 6 – lid 2</STRING></STI.MOD><OLD><P><NO.P>1.</NO.P>De reserve voor Oekraïne mag uitsluitend worden gebruikt voor de financiering van uitgaven voor Oekraïne in het kader van [Verordening (EU) XXXX/XX] [Europa in de wereld].</P></OLD><NEW><P><NO.P>1.</NO.P>De reserve voor Oekraïne mag uitsluitend worden gebruikt voor de financiering van<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">:</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>a)</NO.P>uitgaven voor Oekraïne in het kader van [Verordening (EU) XXXX/XX] [Europa in de wereld]<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, alsmede uitgaven voor rentesubsidies en subsidies voor financieringskosten uit hoofde van de artikelen 23 en 34 van Verordening (EU) 2024/792 [faciliteit voor Oekraïne], artikel 17 van Verordening (EU) 2022/2463 [MFB+], artikel 6 van Besluit (EU) 2022/1628 [MFB II] en artikel 5, lid 2, van Besluit (EU) 2022/1201 [MFB I];</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>b)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">uitgaven uit hoofde van artikel 22 van Verordening (EU) 2026/467 [verordening inzake de steunlening aan Oekraïne]</STRING></STRING>.</P></NEW><OLD><P><NO.P>2.</NO.P>De reserve voor Oekraïne mag voor de periode 2028-2034 maximaal 88,9 miljard euro bedragen in prijzen van 2025. Het jaarlijkse bedrag dat in een bepaald jaar <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">uit de reserve voor Oekraïne</STRING></STRING> beschikbaar wordt gesteld, mag maximaal 13,5 miljard euro bedragen in prijzen van 2025. Het ongebruikte deel van het jaarlijks bedrag in een bepaald jaar mag worden gebruikt tot en met 2034.</P></OLD><NEW><P><NO.P>2.</NO.P>De reserve voor Oekraïne mag voor de periode 2028-2034 maximaal 88,9 miljard euro bedragen in prijzen van 2025<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, uitsluitend bedoeld voor de in lid 1, punt a), genoemde uitgaven</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> </STRING></STRING>Het jaarlijkse bedrag dat in een bepaald jaar beschikbaar wordt gesteld, mag maximaal 13,5 miljard euro bedragen in prijzen van 2025. Het ongebruikte deel van het jaarlijks bedrag in een bepaald jaar mag worden gebruikt tot en met 2034.</P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>3.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Daarnaast mag de reserve voor Oekraïne voor de periode 2028-2034 nog eens maximaal 26,2 miljard EUR bedragen in prijzen van 2025, uitsluitend bedoeld voor de in lid 1, punt b), genoemde uitgaven. Wanneer de resterende middelen in een bepaald jaar ontoereikend zijn om de door Oekraïne uit hoofde van artikel 22 van Verordening (EU) 2026/467 [verordening inzake de steunlening aan Oekraïne] gevraagde subsidie voor financieringskosten te dekken, worden eveneens uit hoofde van Verordening (EU) 2026/467 [verordening inzake de steunlening aan Oekraïne] aanvullende bijdragen van de deelnemende lidstaten toegewezen in de vorm van externe bestemmingsontvangsten.</STRING></STRING></P></NEW><OLD><P><NO.P>3.</NO.P> Het Europees Parlement en de Raad kunnen middelen uit de reserve voor Oekraïne ter beschikking stellen in het kader van de in artikel 314 VWEU beschreven begrotingsprocedure.</P></OLD><NEW><P><NO.P>4.</NO.P>Het Europees Parlement en de Raad kunnen middelen uit de reserve voor Oekraïne ter beschikking stellen in het kader van de in artikel 314 VWEU beschreven begrotingsprocedure.</P></NEW></MOD><MOD><TI.MOD><STRING BOLD="on">Wijziging		12</STRING></TI.MOD><STI.MOD><STRING BOLD="on"> Voorstel voor een verordening</STRING></STI.MOD><STI.MOD><STRING BOLD="on"> Hoofdstuk 3 – artikel 7</STRING></STI.MOD><OLD><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Artikel 7</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Enkelvoudig marge-instrument</STRING></STRING></P><P><NO.P>1.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het enkelvoudig marge-instrument omvat:</STRING></STRING></P><P><NO.P>a)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">vanaf 2029, de bedragen die overeenstemmen met beschikbare marges onder de MFK-maxima voor vastleggingskredieten van jaar n-1, die beschikbaar zullen worden gesteld boven de maxima voor MFK-vastleggingskredieten voor de jaren 2029 tot en met 2034 (de “overkoepelende marge voor vastleggingen”);</STRING></STRING></P><P><NO.P>b)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">vanaf 2029, de bedragen die gelijk zijn aan het verschil tussen de uitgevoerde betalingen en het MFK-betalingsmaximum voor jaar n-1, om het maximum van de betalingen voor de jaren 2029 tot en met 2034 naar boven bij te stellen (de “overkoepelende marge voor betalingen”); </STRING></STRING></P><P><NO.P>c)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">als laatste redmiddel, aanvullende bedragen die in een bepaald jaar boven de MFK-maxima beschikbaar kunnen worden gesteld voor vastleggings- of betalingskredieten, of beide, naargelang het geval, mits deze bedragen, wat betreft de vastleggingskredieten, volledig worden verrekend met de marges in een of meer rubrieken van het MFK voor het lopende begrotingsjaar of de toekomstige begrotingsjaren, en wat betreft de betalingskredieten, volledig worden verrekend met de marges onder het maximum voor betalingen voor toekomstige begrotingsjaren (de “marge voor onvoorziene uitgaven”).</STRING></STRING></P><P><NO.P>2.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement en de Raad kunnen middelen uit de overkoepelende marge voor vastleggingen ter beschikking stellen in het kader van de in artikel 314 VWEU beschreven begrotingsprocedure.</STRING></STRING></P><P><NO.P>3.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De opwaartse aanpassingen in het kader van de overkoepelende marge voor betalingen worden met ingang van 2029 door de Commissie uitgevoerd als onderdeel van de in artikel 4 bedoelde technische aanpassing.</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Opwaartse aanpassingen in het kader van de overkoepelende marge voor betalingen worden volledig gecompenseerd door een overeenkomstige verlaging van het betalingsmaximum voor het jaar n-1.</STRING></STRING></P><P><NO.P>4.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement en de Raad kunnen middelen uit de marge voor onvoorziene uitgaven ter beschikking stellen in het kader van de in artikel 314 VWEU beschreven begrotingsprocedure, als laatste redmiddel om te reageren op onvoorziene omstandigheden.</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Er kunnen alleen bedragen in het kader van de marge voor onvoorziene uitgaven beschikbaar worden gesteld als de op grond van lid 1, punten a) en b), beschikbare bedragen, naargelang het geval, ontoereikend zijn.</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De marge voor onvoorziene uitgaven mag in een bepaald jaar niet meer bedragen dan 0,04 % van het bruto nationaal inkomen van de Unie, zoals berekend in de in artikel 4 bedoelde jaarlijkse technische aanpassing. </STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De verrekende middelen mogen niet verder binnen het MFK worden aangewend.</STRING></STRING></P><P><NO.P>5.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het gebruik van het enkelvoudig marge-instrument in een bepaald jaar is in overeenstemming met de in het eigenmiddelenbesluit vastgestelde maxima voor de eigen middelen.</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Schrappen</STRING></STRING></P></NEW></MOD><MOD><TI.MOD><STRING BOLD="on">Wijziging		13</STRING></TI.MOD><STI.MOD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.MOD><STI.MOD><STRING BOLD="on">Hoofdstuk 3 – artikel 8 – lid 2 – punt b</STRING></STI.MOD><OLD><P><NO.P>b)</NO.P>een bedrag gelijk aan vrijmakingen van andere kredieten dan externe bestemmingsontvangsten in het jaar n-2, met uitzondering van de bedragen aan vrijmakingen die opnieuw ter beschikking zijn gesteld overeenkomstig specifieke regels voor de wederopvoering van kredieten, zoals vermeld in artikel 15 van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 en Verordening [(EU) XXXX/XX] [Fonds voor nationaal en regionaal partnerschap]<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">.</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P><NO.P>b)</NO.P>een bedrag gelijk aan vrijmakingen van andere kredieten dan externe bestemmingsontvangsten in het jaar n-2, met uitzondering van de bedragen aan vrijmakingen die opnieuw ter beschikking zijn gesteld overeenkomstig specifieke regels voor de wederopvoering van kredieten, zoals vermeld in artikel 15 van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">,</STRING></STRING> Verordening [(EU) XXXX/XX] [Fonds voor nationaal en regionaal partnerschap] <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en Verordening [(EU) XXXX/XX] [Europa in de wereld];</STRING></STRING></P></NEW></MOD><MOD><TI.MOD><STRING BOLD="on">Wijziging		14</STRING></TI.MOD><STI.MOD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.MOD><STI.MOD><STRING BOLD="on"> Hoofdstuk 3 – artikel 8 – lid 2 – punt b bis (nieuw)</STRING></STI.MOD><OLD/><NEW><P><NO.P>b bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">een bedrag dat overeenkomt met beschikbare marges onder de MFK-maxima voor vastleggingskredieten van voorgaande begrotingsjaren; </STRING></STRING></P></NEW></MOD><MOD><TI.MOD><STRING BOLD="on">Wijziging		15</STRING></TI.MOD><STI.MOD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.MOD><STI.MOD><STRING BOLD="on"> Hoofdstuk 3 – artikel 8 – lid 2 – punt b ter (nieuw)</STRING></STI.MOD><OLD/><NEW><P><NO.P>b ter)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">indien er in jaar n-1 een overschot is, een bedrag dat gelijk is aan dat overschot, exclusief de in punt a) bedoelde ontvangsten.</STRING></STRING></P></NEW></MOD><MOD><TI.MOD><STRING BOLD="on">Wijziging		16</STRING></TI.MOD><STI.MOD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.MOD><STI.MOD><STRING BOLD="on"> Hoofdstuk 3 – artikel 8 – lid 2 – alinea 1 bis (nieuw)</STRING></STI.MOD><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Indien nodig en als laatste redmiddel kunnen het Europees Parlement en de Raad het in de eerste alinea bedoelde bedrag verhogen met een bedrag dat in een bepaald jaar niet hoger mag zijn dan 0,04 % van het bruto nationaal inkomen van de Unie, zoals berekend in de in artikel 4 bedoelde technische aanpassing, en dat volledig wordt verrekend met de marge aan vastleggings- en/of betalingskredieten in een of meer MFK-rubrieken voor het lopende begrotingsjaar of toekomstige begrotingsjaren. Bedragen die op die manier worden verrekend, mogen niet verder binnen het MFK worden aangewend en moeten in overeenstemming zijn met het maximum van de eigen middelen. </STRING></STRING></P></NEW></MOD><MOD><TI.MOD><STRING BOLD="on">Wijziging		17</STRING></TI.MOD><STI.MOD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.MOD><STI.MOD><STRING BOLD="on"> Hoofdstuk 3 – artikel 8 – lid 2 – alinea 2</STRING></STI.MOD><OLD><P>De Commissie berekent jaarlijks, in het kader van de in artikel 4 bedoelde technische aanpassingen, de bedragen die beschikbaar zijn op basis van de eerste alinea<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, punten a) en b),</STRING></STRING> van dit lid.</P></OLD><NEW><P>De Commissie berekent jaarlijks, in het kader van de in artikel 4 bedoelde technische aanpassingen, de bedragen die beschikbaar zijn op basis van de eerste <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en tweede</STRING></STRING> alinea van dit lid.</P></NEW></MOD><MOD><TI.MOD><STRING BOLD="on">Wijziging		18</STRING></TI.MOD><STI.MOD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.MOD><STI.MOD><STRING BOLD="on"> Hoofdstuk 3 – artikel 8 bis (nieuw) </STRING></STI.MOD><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Artikel 8 bis</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Solidariteitsreserve voor natuurrampen</STRING></STRING></P><P><NO.P>1.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De solidariteitsreserve voor natuurrampen mag als laatste redmiddel worden aangesproken ter financiering van een reactie op specifieke behoeften in de Unie aan acties voor noodsteun vanwege schade als direct gevolg van een natuurramp. </STRING></STRING></P><P><NO.P>2.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De solidariteitsreserve voor natuurrampen mag een jaarlijks maximumbedrag van 4 miljard EUR (in prijzen van 2025) niet overschrijden. Het deel van het jaarlijkse bedrag dat ongebruikt blijft in jaar n mag worden gebruikt in de volgende jaren, tot en met 2034. </STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Op 1 oktober van elk jaar is ten minste een vierde van het jaarlijkse bedrag van de solidariteitsreserve voor natuurrampen nog beschikbaar om de behoeften te dekken die tot het einde van dat begrotingsjaar ontstaan.</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">In uitzonderlijke gevallen en indien de bedragen die nodig worden geacht in het jaar waarin een gebeurtenis als bedoeld in lid 1 heeft plaatsgevonden, niet op te brengen zijn uit de resterende beschikbare financiële middelen, kan de Commissie voorstellen om het verschil te financieren via het in lid 2 bedoelde jaarlijkse bedrag dat beschikbaar is in het volgende jaar, tot een maximumbedrag van 1 miljard EUR (in prijzen van 2025).</STRING></STRING></P><P><NO.P>3.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De kredieten voor de solidariteitsreserve voor natuurrampen worden als voorziening opgenomen in de algemene begroting van de Unie.</STRING></STRING></P></NEW></MOD><MOD><TI.MOD><STRING BOLD="on">Wijziging		19</STRING></TI.MOD><STI.MOD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.MOD><STI.MOD><STRING BOLD="on"> Hoofdstuk 4 – artikel 9 - titel</STRING></STI.MOD><OLD><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Herziening van het MFK om ervoor te zorgen dat het maximum van de eigen middelen in acht wordt genomen</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Tussentijdse evaluatie van het MFK </STRING></STRING></P></NEW></MOD><MOD><TI.MOD><STRING BOLD="on">Wijziging		20</STRING></TI.MOD><STI.MOD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.MOD><STI.MOD><STRING BOLD="on"> Hoofdstuk 4 – artikel 9 – lid 1 bis (nieuw)</STRING></STI.MOD><OLD/><NEW><P><NO.P>1 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Uiterlijk 31 juli 2031 presenteert de Commissie een evaluatie van de werking van het MFK. Deze verplichte evaluatie gaat in voorkomend geval vergezeld van een wetgevingsvoorstel tot herziening van deze verordening. Eerder toegewezen nationale bedragen overeenkomstig Verordening (EU) XXXX/2027 [NRPP’s] worden door een dergelijke herziening niet verlaagd.</STRING></STRING></P></NEW></MOD><MOD><TI.MOD><STRING BOLD="on">Wijziging		21</STRING></TI.MOD><STI.MOD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.MOD><STI.MOD><STRING BOLD="on"> Hoofdstuk 5 – artikel 13 </STRING></STI.MOD><OLD><P>Uiterlijk op 1 juli <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">2033</STRING></STRING> dient de Commissie een voorstel in voor een nieuw MFK.</P></OLD><NEW><P>Uiterlijk op <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">1 juli 2032</STRING></STRING> dient de Commissie een voorstel in voor een nieuw MFK.</P></NEW><NOTE><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Wijzigingen IIA</STRING></STRING></NOTE></MOD></GR.MOD></MODLST></ACTION><ACTION><P><NO.P>129.</NO.P>wijst erop dat het voorstel voor een Interinstitutioneel Akkoord tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer, naar aanleiding van de resultaten van de onderhandeling over en vaststelling van een nieuwe MFK-verordening als volgt moet worden gewijzigd:</P></ACTION><ACTION><MODLST><HD><HEAD.OLD><STRING ITALIC="on">Door de Commissie voorgestelde tekst</STRING></HEAD.OLD><HEAD.NEW><STRING ITALIC="on">Wijziging</STRING></HEAD.NEW></HD><GR.MOD><MOD><TI.MOD><STRING BOLD="on">Wijziging		22</STRING></TI.MOD><STI.MOD><STRING><STRING BOLD="on"> Voorstel voor een Interinstitutioneel Akkoord</STRING></STRING></STI.MOD><STI.MOD><STRING><STRING BOLD="on"> Titel</STRING></STRING></STI.MOD><OLD><P>INTERINSTITUTIONEEL AKKOORD</P><P>tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie betreffende <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">begrotingsdiscipline,</STRING></STRING> samenwerking in begrotingszaken en goed financieel beheer</P></OLD><NEW><P>INTERINSTITUTIONEEL AKKOORD</P><P>tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie betreffende samenwerking in begrotingszaken en goed financieel beheer</P></NEW></MOD><MOD><TI.MOD><STRING BOLD="on">Wijziging		23</STRING></TI.MOD><STI.MOD><STRING><STRING BOLD="on"> Voorstel voor een Interinstitutioneel Akkoord</STRING></STRING></STI.MOD><STI.MOD><STRING><STRING BOLD="on"> Overweging 1</STRING></STRING></STI.MOD><OLD><P><NO.P>1.</NO.P>Het doel van dit akkoord, dat is gesloten in overeenstemming met artikel 295 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) is <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de begrotingsdiscipline toe te passen en</STRING></STRING> het verloop van de jaarlijkse begrotingsprocedure en de interinstitutionele samenwerking in begrotingszaken te verbeteren, evenals een goed financieel beheer te waarborgen.</P></OLD><NEW><P><NO.P>1.</NO.P>Het doel van dit akkoord, dat is gesloten in overeenstemming met artikel 295 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) is het verloop van de jaarlijkse begrotingsprocedure en de interinstitutionele samenwerking in begrotingszaken te verbeteren, evenals een goed financieel beheer te waarborgen.</P></NEW></MOD><MOD><TI.MOD><STRING BOLD="on">Wijziging		24</STRING></TI.MOD><STI.MOD><STRING><STRING BOLD="on"> Voorstel voor een Interinstitutioneel Akkoord</STRING></STRING></STI.MOD><STI.MOD><STRING><STRING BOLD="on"> Deel I</STRING></STRING></STI.MOD><STI.MOD><STRING> Afdeling A – punt 7</STRING></STI.MOD><OLD><P><NO.P>7.</NO.P>Conform artikel 312, lid 5, VWEU nemen de instellingen alle maatregelen die nodig zijn om de vaststelling te vergemakkelijken van een nieuw MFK of een herziening ervan overeenkomstig de bijzondere wetgevingsprocedure bedoeld in artikel 312, lid 2, VWEU. Die maatregelen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zullen</STRING></STRING> regelmatige vergaderingen en informatie-uitwisseling tussen het Europees Parlement <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en</STRING></STRING> de Raad <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">omvatten, alsook,</STRING></STRING> op initiatief van de Commissie, vergaderingen van de voorzitters van de instellingen als beschreven in artikel 324 VWEU om het overleg te bevorderen en de standpunten van de instellingen dichter bij elkaar te brengen. Indien een voorstel voor een nieuw MFK of voor een ingrijpende herziening is ingediend, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zullen</STRING></STRING> de instellingen ernaar streven in de loop van de vaststellingsprocedure specifieke regelingen voor samenwerking en dialoog vast te leggen<STRING ITALIC="on">.</STRING></P></OLD><NEW><P><NO.P>7.</NO.P>	Conform artikel 312, lid 5, VWEU nemen de instellingen alle maatregelen die nodig zijn om de vaststelling te vergemakkelijken van een nieuw MFK of een herziening ervan overeenkomstig de bijzondere wetgevingsprocedure bedoeld in artikel 312, lid 2, VWEU. Die maatregelen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">omvatten:</STRING></STRING></P><P><NO.P>a)</NO.P>regelmatige vergaderingen en informatie-uitwisseling tussen het Europees Parlement<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">,</STRING></STRING> de Raad <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en de Commissie op politiek en technisch niveau gedurende het hele proces, met inbegrip van de aanwezigheid van vertegenwoordigers van het Europees Parlement op formele en informele vergaderingen van de Raad Algemene Zaken waar het MFK wordt besproken;</STRING></STRING></P><P><NO.P>b)</NO.P>op initiatief van de Commissie<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, en wanneer het Europees Parlement of de Raad daarom verzoekt</STRING></STRING>, vergaderingen van de voorzitters van de instellingen als beschreven in artikel 324 VWEU om het overleg te bevorderen en de standpunten van de instellingen dichter bij elkaar te brengen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">;</STRING></STRING></P><P><NO.P>c)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">tijdige verstrekking van gegevens en informatie door de Commissie, ook wanneer het Europees Parlement of de Raad daarom verzoekt, en organisatie van technische briefings voor beide instellingen;</STRING></STRING></P><P><NO.P>d)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">trilaterale onderhandelingen.</STRING></STRING></P><P>Indien een voorstel voor een nieuw MFK of voor een ingrijpende herziening is ingediend, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">streven</STRING></STRING> de instellingen ernaar in de loop van de vaststellingsprocedure specifieke regelingen voor samenwerking en dialoog vast te leggen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">op basis van een door de Commissie opgesteld tijdschema, waarin met name de in de eerste alinea beschreven maatregelen zijn opgenomen</STRING></STRING>.</P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Indien het in de tweede alinea bedoelde tijdschema vertraging oploopt waardoor het risico bestaat dat er aan het einde van het voorgaande financieel kader geen verordening van de Raad tot bepaling van een nieuw financieel kader wordt vastgesteld, legt de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad een noodplan voor.</STRING></STRING></P></NEW></MOD><MOD><TI.MOD><STRING BOLD="on">Wijziging		25</STRING></TI.MOD><STI.MOD><STRING><STRING BOLD="on"> Voorstel voor een Interinstitutioneel Akkoord</STRING></STRING></STI.MOD><STI.MOD><STRING><STRING BOLD="on"> Deel I </STRING></STRING></STI.MOD><STI.MOD><STRING> Afdeling B – punt 9</STRING></STI.MOD><OLD><P> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Enkelvoudig marge-instrument</STRING></STRING></P><P><NO.P>9.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Commissie stelt de terbeschikkingstelling van alle of een deel van de in artikel 7, lid 1, punt c), van de MFK-verordening bedoelde bedragen (marge voor onvoorziene uitgaven) voor nadat ze zich ervan heeft vergewist dat de nodige vastleggings- of betalingskredieten, naargelang het geval, niet op een andere manier kunnen worden gefinancierd. Een dergelijk voorstel kan worden gedaan met betrekking tot een ontwerpbegroting of een ontwerp van gewijzigde begroting.</STRING></STRING></P><P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement en de Raad kunnen middelen uit de marge voor onvoorziene uitgaven ter beschikking stellen in het kader van de in artikel 314 VWEU beschreven begrotingsprocedure.</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Schrappen</STRING></STRING></P></NEW></MOD><MOD><TI.MOD><STRING BOLD="on">Wijziging		26</STRING></TI.MOD><STI.MOD><STRING><STRING BOLD="on"> Voorstel voor een Interinstitutioneel Akkoord</STRING></STRING></STI.MOD><STI.MOD><STRING><STRING BOLD="on"> Deel I</STRING></STRING></STI.MOD><STI.MOD><STRING> Afdeling B – punt 9 bis (nieuw)</STRING></STI.MOD><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Solidariteitsreserve voor natuurrampen </STRING></STRING></P><P><NO.P>9 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Indien de Commissie van oordeel is dat is voldaan aan de voorwaarden voor het ter beschikking stellen van middelen uit de solidariteitsreserve voor natuurrampen, dient zij bij het Europees Parlement en de Raad een voorstel in tot overschrijving uit die reserve naar de desbetreffende begrotingsonderdelen overeenkomstig het Financieel Reglement.</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het besluit om bedragen ter beschikking te stellen in het kader van artikel 8 bis, lid 1, van de MFK-verordening, wordt door het Europees Parlement en de Raad gezamenlijk genomen na een voorstel van de Commissie.</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Voordat zij een voorstel tot overschrijving uit de solidariteitsreserve voor natuurrampen voor bijstand doet, onderzoekt de Commissie de mogelijkheden tot herschikking van kredieten.</STRING></STRING></P></NEW></MOD><MOD><TI.MOD><STRING BOLD="on">Wijziging		27</STRING></TI.MOD><STI.MOD><STRING><STRING BOLD="on"> Voorstel voor een Interinstitutioneel Akkoord</STRING></STRING></STI.MOD><STI.MOD><STRING><STRING BOLD="on"> Deel II</STRING></STRING></STI.MOD><STI.MOD><STRING> Afdeling A – punt 10 – alinea 2 en 3</STRING></STI.MOD><OLD><P>Het Europees Parlement en de Raad, en de Commissie wanneer zij de ontwerpbegroting opstelt, verbinden zich ertoe voor de gehele looptijd van het betrokken programma of instrument niet meer dan <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">20 %</STRING></STRING> van dit bedrag af te wijken, behalve in het geval van nieuwe, naar behoren gemotiveerde omstandigheden, waaronder omstandigheden die verband houden met de beleidsprioriteiten van de Unie, waarbij rekening wordt gehouden met de resultaten die zijn verwezenlijkt bij de uitvoering van de programma’s en de instrumenten.</P><P>Dit punt is niet van toepassing op kredieten die van tevoren per lidstaat zijn toegewezen in het kader van Verordening [(EU) XXXX/XX] [Fonds voor nationaal en regionaal partnerschap].</P></OLD><NEW><P>Het Europees Parlement en de Raad, en de Commissie wanneer zij de ontwerpbegroting opstelt, verbinden zich ertoe voor de gehele looptijd van het betrokken programma of instrument niet meer dan <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">5 %</STRING></STRING> van dit bedrag af te wijken, behalve in het geval van nieuwe, naar behoren gemotiveerde omstandigheden, waaronder omstandigheden die verband houden met de beleidsprioriteiten van de Unie, waarbij rekening wordt gehouden met de resultaten die zijn verwezenlijkt bij de uitvoering van de programma’s en de instrumenten. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Uit dergelijke afwijkingen voortvloeiende verhogingen blijven onder het voor de betrokken rubriek geldende maximum, zonder afbreuk te doen aan het gebruik van de in de MFK-verordening of in dit akkoord bedoelde instrumenten.</STRING></STRING></P><P>Dit punt is niet van toepassing op kredieten die van tevoren per lidstaat zijn toegewezen in het kader van Verordening [(EU) XXXX/XX] [Fonds voor nationaal en regionaal partnerschap].</P></NEW></MOD><MOD><TI.MOD><STRING BOLD="on">Wijziging		28</STRING></TI.MOD><STI.MOD><STRING><STRING BOLD="on"> Voorstel voor een Interinstitutioneel Akkoord</STRING></STRING></STI.MOD><STI.MOD><STRING><STRING BOLD="on"> Deel II</STRING></STRING></STI.MOD><STI.MOD><STRING> Afdeling A – punt 11</STRING></STI.MOD><OLD><P><NO.P>11.</NO.P>Om nauwkeurige en betrouwbare ramingen te verstrekken van de gevolgen voor de begroting van basishandelingen in de zin van artikel 2, lid 4, van het Financieel Reglement en van aanhangige wetgevingsvoorstellen, voegt de Commissie bij de ontwerpbegroting een volledige indicatieve financiële programmering voor de rubrieken 2 en 3 van het MFK. Die per rubriek, beleidsgebied en begrotingsonderdeel opgestelde programmering <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zou</STRING></STRING> het volgende in kaart <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">moeten brengen</STRING></STRING>:</P><P><NO.P>a)</NO.P>de basishandelingen, met onderscheid tussen meerjarenprogramma’s, rechtshandelingen waarbij taken worden vastgesteld of toegewezen aan gedecentraliseerde agentschappen, en jaarlijkse acties:</P><P><NO.P>(1)</NO.P>voor de meerjarenprogramma’s <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zou</STRING></STRING> de Commissie <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">moeten aangeven</STRING></STRING> volgens welke procedure zij zijn vastgesteld, de looptijd, de totale indicatieve financiële middelen en het voor administratieve uitgaven bestemde aandeel daarvan;</P><P><NO.P>(2)</NO.P>voor rechtshandelingen waarbij nieuwe taken worden vastgesteld of toegewezen aan gedecentraliseerde agentschappen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zou</STRING></STRING> de Commissie <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">moeten aangeven</STRING></STRING> volgens welke rechtsgrondslag zij zijn vastgesteld en meerjarige ramingen moeten verstrekken;</P><P><NO.P>(3)</NO.P>voor jaarlijkse acties (met betrekking tot proefprojecten en voorbereidende acties) en voor op grond van de prerogatieven van de Commissie gefinancierde acties <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zou</STRING></STRING> de Commissie meerjarige ramingen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">moeten verstrekken</STRING></STRING>;</P><P><NO.P>b)</NO.P>aanhangige wetgevingsvoorstellen van de Commissie met de recentste informatie over de mogelijke gevolgen voor de begroting, waaronder, indien nodig, de daarmee verband houdende noodzaak van herprogrammering in geval van vaststelling.</P><P>De indicatieve financiële programmering omvat op transparante wijze niet-toegewezen reserves en “buffers” binnen meerjarenprogramma’s.</P><P>De Commissie <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zou moeten nagaan hoe er</STRING></STRING> een kruisverwijzing tot stand <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">kan worden gebracht</STRING></STRING> tussen de financiële programmering en de betreffende wetgevingsprogrammering, opdat de prognoses nauwkeuriger en betrouwbaarder kunnen worden. Voor elk wetgevingsvoorstel <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zou</STRING></STRING> de Commissie <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">moeten vermelden</STRING></STRING> of dit in de ten tijde van de voorstelling van de ontwerpbegroting of de na de definitieve vaststelling van de begroting meegedeelde programmering is opgenomen. De Commissie <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zou</STRING></STRING> het Europees Parlement en de Raad met name in kennis <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">moeten stellen</STRING></STRING> van:</P><P><NO.P>a)</NO.P>alle nieuwe wetgevingshandelingen die zijn vastgesteld en alle aanhangige voorstellen die zijn ingediend, maar niet zijn opgenomen in programmering meegedeeld ten tijde van de ontwerpbegroting of na de definitieve vaststelling van de begroting (met de desbetreffende bedragen);</P><P><NO.P>b)</NO.P>de in het jaarlijkse wetgevingsprogramma van de Commissie beoogde wetgeving, met vermelding of de acties al dan niet financiële gevolgen zullen hebben.</P><P>Indien nodig <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zou</STRING></STRING> de Commissie melding <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">moeten maken</STRING></STRING> van de herprogrammering die de nieuwe wetgevingsvoorstellen noodzakelijk maken.</P><P>De indicatieve financiële programmering wordt na de vaststelling van de begroting op basis van de uitkomst van de begrotingsprocedure en eventuele andere relevante besluiten bijgewerkt.</P></OLD><NEW><P><NO.P>11.</NO.P>Om nauwkeurige en betrouwbare ramingen te verstrekken van de gevolgen voor de begroting van basishandelingen in de zin van artikel 2, lid 4, van het Financieel Reglement en van aanhangige wetgevingsvoorstellen, voegt de Commissie bij de ontwerpbegroting een volledige indicatieve financiële programmering voor <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de bij de [NRPP-verordening] ingestelde EU-faciliteit en voor alle programma’s in</STRING></STRING> de rubrieken 2 en 3 van het MFK. Die per rubriek, beleidsgebied en begrotingsonderdeel opgestelde programmering <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">brengt</STRING></STRING> het volgende in kaart:</P><P><NO.P>a)</NO.P>de basishandelingen, met onderscheid tussen meerjarenprogramma’s, rechtshandelingen waarbij taken worden vastgesteld of toegewezen aan gedecentraliseerde agentschappen, en jaarlijkse acties:</P><P><NO.P>(1)</NO.P>voor de meerjarenprogramma’s <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">geeft</STRING></STRING> de Commissie <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">aan</STRING></STRING> volgens welke procedure zij zijn vastgesteld, de looptijd, de totale indicatieve financiële middelen en het voor administratieve uitgaven bestemde aandeel daarvan;</P><P><NO.P>(2)</NO.P>voor rechtshandelingen waarbij nieuwe taken worden vastgesteld of toegewezen aan gedecentraliseerde agentschappen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">geeft</STRING></STRING> de Commissie <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">aan</STRING></STRING> volgens welke rechtsgrondslag zij zijn vastgesteld en meerjarige ramingen moeten verstrekken;</P><P><NO.P>(3)</NO.P>voor jaarlijkse acties (met betrekking tot proefprojecten en voorbereidende acties) en voor op grond van de prerogatieven van de Commissie gefinancierde acties <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">verstrekt</STRING></STRING> de Commissie meerjarige ramingen;</P><P><NO.P>b)</NO.P>aanhangige wetgevingsvoorstellen van de Commissie met de recentste informatie over de mogelijke gevolgen voor de begroting, waaronder, indien nodig, de daarmee verband houdende noodzaak van herprogrammering in geval van vaststelling.</P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Commissie voegt bij de ontwerpbegroting ook een indicatieve financiële programmering per hoofddoelstelling van de fondsen onder gedeeld beheer in rubriek 1.</STRING></STRING> De indicatieve financiële programmering omvat op transparante wijze niet-toegewezen reserves en “buffers” binnen meerjarenprogramma’s.</P><P>De Commissie <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">brengt</STRING></STRING> een kruisverwijzing tot stand tussen de financiële programmering en de betreffende wetgevingsprogrammering, opdat de prognoses nauwkeuriger en betrouwbaarder kunnen worden. Voor elk wetgevingsvoorstel <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">vermeldt</STRING></STRING> de Commissie of dit in de ten tijde van de voorstelling van de ontwerpbegroting of de na de definitieve vaststelling van de begroting meegedeelde programmering is opgenomen. De Commissie <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">stelt</STRING></STRING> het Europees Parlement en de Raad met name in kennis van:</P><P><NO.P>a)</NO.P>alle nieuwe wetgevingshandelingen die zijn vastgesteld en alle aanhangige voorstellen die zijn ingediend, maar niet zijn opgenomen in programmering meegedeeld ten tijde van de ontwerpbegroting of na de definitieve vaststelling van de begroting (met de desbetreffende bedragen);</P><P><NO.P>b)</NO.P>de in het jaarlijkse wetgevingsprogramma van de Commissie beoogde wetgeving, met vermelding of de acties al dan niet financiële gevolgen zullen hebben.</P><P>Indien nodig <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">maakt</STRING></STRING> de Commissie melding van de herprogrammering die de nieuwe wetgevingsvoorstellen noodzakelijk maken.</P><P>De indicatieve financiële programmering wordt na de vaststelling van de begroting op basis van de uitkomst van de begrotingsprocedure en eventuele andere relevante besluiten bijgewerkt. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De programmering bevat een gedetailleerd overzicht voor de gehele programmeringsperiode, een nadere toelichting van de wijzigingen ten opzichte van de financiële programmering van het voorgaande jaar en elke afwijking van het in punt 10 bedoelde voornaamste referentiebedrag.</STRING></STRING></P></NEW></MOD><MOD><TI.MOD><STRING BOLD="on">Wijziging		29</STRING></TI.MOD><STI.MOD><STRING><STRING BOLD="on">Voorstel voor een Interinstitutioneel Akkoord</STRING></STRING></STI.MOD><STI.MOD><STRING><STRING BOLD="on">Deel II</STRING></STRING></STI.MOD><STI.MOD><STRING>Afdeling A – punt 11 ter (nieuw)</STRING></STI.MOD><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Dialoog over de eigen middelen</STRING></STRING></P><P><NO.P>11 ter.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De drie instellingen blijven de regelmatige interinstitutionele dialoog over de eigen middelen voeren en komen ten minste eenmaal per voorzitterschap van de Raad bij elkaar en vaker als een van de instellingen dat vraagt.</STRING></STRING></P></NEW></MOD><MOD><TI.MOD><STRING BOLD="on">Wijziging		30</STRING></TI.MOD><STI.MOD><STRING><STRING BOLD="on">Voorstel voor een Interinstitutioneel Akkoord</STRING></STRING></STI.MOD><STI.MOD><STRING><STRING BOLD="on">Deel II</STRING></STRING></STI.MOD><STI.MOD><STRING>Afdeling A – punt 11 quater (nieuw)</STRING></STI.MOD><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Toezeggingen</STRING></STRING></P><P><NO.P>11 quater.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Alvorens financiële toezeggingen ter ondersteuning van derde landen aan te kondigen, stelt de Commissie de begrotingsautoriteit daarvan in kennis en houdt zij rekening met de door de begrotingsautoriteit aangegeven standpunten over deze zaken. In dergelijke gevallen verstrekt de Commissie gedetailleerde en volledige informatie, onder meer over de financieringsbron voor financiële verbintenissen, of er bestaande middelen worden overgeheveld of dat er nieuwe middelen moeten worden vrijgemaakt, met inbegrip van gevallen waar sprake is van leningen of van het gebruik van flexibiliteitsvoorzieningen, buffers of anderszins niet-toegewezen bedragen.</STRING></STRING></P></NEW></MOD><MOD><TI.MOD><STRING BOLD="on">Wijziging		31</STRING></TI.MOD><STI.MOD><STRING><STRING BOLD="on"> Voorstel voor een Interinstitutioneel Akkoord</STRING></STRING></STI.MOD><STI.MOD><STRING><STRING BOLD="on"> Deel II</STRING></STRING></STI.MOD><STI.MOD><STRING> Afdeling B – titel</STRING></STI.MOD><OLD><P><NO.P>B.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Gedecentraliseerde agentschappen en Europese scholen</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P><NO.P>B.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">FINANCIEEL MEMORANDUM </STRING></STRING></P></NEW></MOD><MOD><TI.MOD><STRING BOLD="on">Wijziging		32</STRING></TI.MOD><STI.MOD><STRING><STRING BOLD="on"> Voorstel voor een Interinstitutioneel Akkoord</STRING></STRING></STI.MOD><STI.MOD><STRING><STRING BOLD="on"> Deel II</STRING></STRING></STI.MOD><STI.MOD><STRING> Afdeling B – punt 12 – alinea 1-3</STRING></STI.MOD><OLD><P><NO.P>12.</NO.P>Voordat zij een voorstel voor de oprichting van een nieuw gedecentraliseerd agentschap indient, en nadat zij de toewijzing van de beoogde taken aan een bestaande instelling of een bestaand agentschap of orgaan in aanmerking genomen heeft, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zou</STRING></STRING> de Commissie een degelijke, volledige en objectieve effectbeoordeling <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">moeten verrichten</STRING></STRING>, waarin onder meer rekening wordt gehouden met de kritische massa aan personeel en vaardigheden, kosten-batenaspecten, samenhang, subsidiariteit en evenredigheid, het effect op Uniewerkzaamheden en de gevolgen voor de begroting voor de betrokken uitgavenrubriek. Het Europees Parlement en de Raad verbinden zich ertoe, op basis van die informatie en onverminderd de wetgevingsprocedures <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">voor de oprichting van gedecentraliseerde agentschappen,</STRING></STRING> in het kader van de begrotingssamenwerking tijdig tot een akkoord te komen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">over de financiering van het voorgestelde gedecentraliseerde agentschap</STRING></STRING>.</P><P>De volgende procedurestappen worden daarbij gevolgd:</P><P><NO.P>–</NO.P>ten eerste legt de Commissie stelselmatig elk voorstel tot oprichting van een nieuw gedecentraliseerd agentschap voor aan de eerste begrotingstrialoog na de goedkeuring van haar voorstel, waarbij zij tevens het financieel memorandum bij het wetgevingsvoorstel <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">waarin de oprichting van het gedecentraliseerd agentschap wordt voorgesteld,</STRING></STRING> overlegt en de gevolgen ervan voor de resterende periode van de financiële programmering uiteenzet;</P><P><NO.P>–</NO.P>ten tweede staat de Commissie de wetgever gedurende het wetgevingsproces bij in het beoordelen van de financiële gevolgen van de voorgestelde wijzigingen. Die financiële gevolgen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zouden</STRING></STRING> in overweging <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">moeten worden</STRING></STRING> genomen tijdens de stappen van de toepasselijke <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">wetgevingsprocedure</STRING></STRING>;</P><P><NO.P>–</NO.P>ten derde dient de Commissie vóór de afsluiting van het wetgevingsproces een bijgewerkt financieel memorandum in waarin rekening is gehouden met mogelijke wijzigingen door de wetgever. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Dat definitief</STRING></STRING> financieel memorandum <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">wordt besproken</STRING></STRING> voordat een definitief akkoord wordt bereikt en <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">wordt formeel bekrachtigd door de wetgever</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Het</STRING></STRING> wordt ook (in spoedeisende gevallen in vereenvoudigde vorm) op de agenda van een volgende begrotingstrialoog geplaatst met het oog op het bereiken van overeenstemming over de financiering;</P><P><NO.P>–</NO.P>ten vierde wordt de bereikte overeenstemming, rekening houdend met de begrotingsraming door de Commissie met betrekking tot de inhoud van het wetgevingsproces, bevestigd in een gezamenlijke verklaring. Die gezamenlijke verklaring wordt door het Europees Parlement en door de Raad conform hun eigen reglement van orde goedgekeurd.</P><P>Dezelfde procedure <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zou moeten worden</STRING></STRING> gevolgd voor alle wijzigingen van een rechtshandeling betreffende een gedecentraliseerd agentschap die een effect zouden hebben op de middelen van het betrokken agentschap.</P></OLD><NEW><P><NO.P>12.</NO.P>Voordat zij een voorstel voor de oprichting van een nieuw gedecentraliseerd agentschap indient, en<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, in voorkomend geval,</STRING></STRING> nadat zij de toewijzing van beoogde taken aan een bestaande instelling of een bestaand agentschap of orgaan in aanmerking genomen heeft, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">verricht</STRING></STRING> de Commissie een degelijke, volledige en objectieve effectbeoordeling <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">moeten verrichten</STRING></STRING>, waarin onder meer rekening wordt gehouden met de kritische massa aan personeel en vaardigheden, kosten-batenaspecten, samenhang, subsidiariteit en evenredigheid, het effect op <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">nationale en</STRING></STRING> Uniewerkzaamheden en de gevolgen voor de begroting voor de betrokken uitgavenrubriek. Het Europees Parlement en de Raad verbinden zich ertoe, op basis van die informatie en onverminderd de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">desbetreffende</STRING></STRING> wetgevingsprocedures in het kader van de begrotingssamenwerking tijdig tot een akkoord te komen.</P><P>De volgende procedurestappen worden daarbij gevolgd:</P><P><NO.P>–</NO.P>ten eerste legt de Commissie stelselmatig elk voorstel tot oprichting van een nieuw gedecentraliseerd agentschap voor aan de eerste begrotingstrialoog na de goedkeuring van haar voorstel, waarbij zij tevens het financieel memorandum bij het wetgevingsvoorstel overlegt en de gevolgen ervan voor de resterende periode van de financiële programmering uiteenzet;</P><P><NO.P>–</NO.P>ten tweede staat de Commissie de wetgever gedurende het wetgevingsproces bij in het beoordelen van de financiële gevolgen van de voorgestelde wijzigingen. Die financiële gevolgen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">worden</STRING></STRING> in overweging genomen tijdens de stappen van de toepasselijke <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">wetgevingstrialogen</STRING></STRING>;</P><P><NO.P>–</NO.P>ten derde dient de Commissie vóór de afsluiting van het wetgevingsproces een bijgewerkt financieel memorandum in waarin rekening is gehouden met mogelijke wijzigingen door de wetgever. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De wetgever bespreekt dat bijgewerkte</STRING></STRING> financieel memorandum voordat een definitief akkoord wordt bereikt en <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">gaat over tot formele bekrachtiging van het definitieve financieel memorandum</STRING></STRING>; <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Dat definitieve financiële memorandum</STRING></STRING> wordt ook (in spoedeisende gevallen in vereenvoudigde vorm) op de agenda van een volgende begrotingstrialoog geplaatst met het oog op het bereiken van overeenstemming over de financiering;</P><P><NO.P>–</NO.P>ten vierde wordt de bereikte overeenstemming, rekening houdend met de begrotingsraming door de Commissie met betrekking tot de inhoud van het wetgevingsproces, bevestigd in een gezamenlijke verklaring. Die gezamenlijke verklaring wordt door het Europees Parlement en door de Raad conform hun eigen reglement van orde goedgekeurd.</P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Commissie verstrekt samen met de ontwerpbegroting een geconsolideerd jaarlijks overzicht van alle wijzigingen die in de programma’s en agentschappen zijn aangebracht ten opzichte van de uitgangssituatie van het MFK.</STRING></STRING></P><P>Dezelfde procedure <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">wordt</STRING></STRING> gevolgd voor alle wijzigingen van een rechtshandeling betreffende een gedecentraliseerd agentschap die een effect zouden hebben op de middelen van het betrokken agentschap.</P></NEW></MOD><MOD><TI.MOD><STRING BOLD="on">Wijziging		33</STRING></TI.MOD><STI.MOD><STRING><STRING BOLD="on"> Voorstel voor een Interinstitutioneel Akkoord</STRING></STRING></STI.MOD><STI.MOD><STRING><STRING BOLD="on"> Deel III</STRING></STRING></STI.MOD><STI.MOD><STRING> Afdeling B – punt 13</STRING></STI.MOD><OLD><P><NO.P>13.</NO.P>De relevante bepalingen van de gemeenschappelijke aanpak die is gehecht aan de op 19 juli 2012 ondertekende gezamenlijke verklaring van het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie over de gedecentraliseerde agentschappen, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zouden</STRING></STRING> bij de begrotingsprocedure terdege in aanmerking <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">moeten worden</STRING></STRING> genomen.</P></OLD><NEW><P><NO.P>13.</NO.P>De relevante bepalingen van de gemeenschappelijke aanpak die is gehecht aan de op 19 juli 2012 ondertekende gezamenlijke verklaring van het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie over de gedecentraliseerde agentschappen, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">worden</STRING></STRING> bij de begrotingsprocedure terdege in aanmerking genomen.</P></NEW></MOD><MOD><TI.MOD><STRING BOLD="on">Wijziging		34</STRING></TI.MOD><STI.MOD><STRING><STRING BOLD="on">Voorstel voor een Interinstitutioneel Akkoord</STRING></STRING></STI.MOD><STI.MOD><STRING><STRING BOLD="on">Deel III</STRING></STRING></STI.MOD><STI.MOD><STRING>Afdeling B – punt 14</STRING></STI.MOD><OLD><P><NO.P>14.</NO.P>Wanneer de Raad van bestuur van de Europese scholen overweegt een nieuwe Europese school op te richten, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">wordt mutatis mutandis een soortgelijke procedure gevolgd om</STRING></STRING> de gevolgen voor de begroting <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">van de Unie vast te stellen</STRING></STRING>.</P></OLD><NEW><P><NO.P>14.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Commissie brengt het Europees Parlement en de Raad op de hoogte</STRING></STRING> wanneer de Raad van bestuur van de Europese scholen overweegt een nieuwe Europese school op te richten <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of uit te breiden</STRING></STRING>, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">door middel van een verslag waarin voorlopige informatie is opgenomen over de voorgestelde oprichting of uitbreiding van de school, met inbegrip van</STRING></STRING> de gevolgen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">daarvan</STRING></STRING> voor de begroting.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Zodra de Raad van bestuur een beslissing neemt over de oprichting of uitbreiding van een school legt de Commissie een tweede verslag voor aan het Europees Parlement en de Raad waarin actuele informatie is opgenomen over de gevolgen van de beslissing voor de begroting.</STRING></STRING></P></NEW></MOD><MOD><TI.MOD><STRING BOLD="on">Wijziging		35</STRING></TI.MOD><STI.MOD><STRING><STRING BOLD="on"> Voorstel voor een Interinstitutioneel Akkoord</STRING></STRING></STI.MOD><STI.MOD><STRING><STRING BOLD="on"> Deel II</STRING></STRING></STI.MOD><STI.MOD><STRING> Afdeling B – punt 15</STRING></STI.MOD><OLD><P><NO.P>15.</NO.P>Als de Commissie een voorstel indient voor de vaststelling van een handeling van de Raad krachtens artikel 122 VWEU die aanzienlijke gevolgen voor de begroting van de Unie kan hebben, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">kunnen</STRING></STRING> de volgende regelingen van toepassing <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zijn</STRING></STRING> voor een procedure voor begrotingstoezicht tussen het Europees Parlement en de Raad, met actieve bijstand van de Commissie.</P></OLD><NEW><P><NO.P>15.</NO.P>Als de Commissie een voorstel indient voor de vaststelling van een handeling van de Raad krachtens artikel 122 VWEU die aanzienlijke gevolgen voor de begroting van de Unie kan hebben, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zijn</STRING></STRING> de volgende regelingen van toepassing voor een procedure voor begrotingstoezicht tussen het Europees Parlement en de Raad, met actieve bijstand van de Commissie.</P></NEW></MOD><MOD><TI.MOD><STRING BOLD="on">Wijziging		36</STRING></TI.MOD><STI.MOD><STRING><STRING BOLD="on"> Voorstel voor een Interinstitutioneel Akkoord</STRING></STRING></STI.MOD><STI.MOD><STRING><STRING BOLD="on"> Deel II</STRING></STRING></STI.MOD><STI.MOD><STRING> Afdeling B – punt 16</STRING></STI.MOD><OLD><P><NO.P>16.</NO.P>De Commissie laat elk voorstel voor een handeling van de Raad krachtens artikel 122 VWEU vergezeld gaan van een beoordeling van de gevolgen voor de begroting van de voorgestelde rechtshandeling en geeft aan of de handeling in kwestie volgens haar aanzienlijke gevolgen voor de begroting van de Unie kan hebben. Op basis daarvan kunnen het Europees Parlement en de Raad verzoeken de procedure te starten.</P><P>De procedure verloopt in een gemengd comité dat bestaat uit vertegenwoordigers van het Europees Parlement en de Raad, op het passende niveau. De Commissie neemt deel aan de werkzaamheden van het gemengd comité.</P><P>Onverminderd de bevoegdheden van de Raad krachtens artikel 122 VWEU, gaan het Europees Parlement en de Raad een constructieve dialoog aan om tot een gemeenschappelijke kijk op de gevolgen voor de begroting van de beoogde rechtshandeling te komen, rekening houdend met de urgentie van de zaak.</P><P>De procedure <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zou</STRING></STRING> niet meer dan twee maanden <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">mogen duren, tenzij</STRING></STRING> de betrokken handeling vóór <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">een bepaalde datum</STRING></STRING> moet worden vastgesteld of, als de urgentie van de zaak dit vereist, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">binnen een door</STRING></STRING> de Raad <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">bepaalde kortere</STRING></STRING> termijn.</P></OLD><NEW><P><NO.P>16.</NO.P>De Commissie laat elk voorstel voor een handeling van de Raad krachtens artikel 122 VWEU vergezeld gaan van een beoordeling van de gevolgen voor de begroting van de voorgestelde rechtshandeling en geeft aan of de handeling in kwestie volgens haar aanzienlijke gevolgen voor de begroting van de Unie kan hebben. Op basis daarvan kunnen het Europees Parlement en de Raad verzoeken de procedure te starten.</P><P>De procedure verloopt in een gemengd comité dat bestaat uit vertegenwoordigers van het Europees Parlement en de Raad, op het passende niveau. De Commissie neemt deel aan de werkzaamheden van het gemengd comité.</P><P>Onverminderd de bevoegdheden van de Raad krachtens artikel 122 VWEU, gaan het Europees Parlement en de Raad een constructieve dialoog aan om tot een gemeenschappelijke <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">schriftelijke</STRING></STRING> kijk op de gevolgen voor de begroting van de beoogde rechtshandeling te komen, rekening houdend met de urgentie van de zaak.</P><P>De procedure <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">duurt</STRING></STRING> niet meer dan twee maanden <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">vanaf de datum waarop deze is ingeleid</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Indien</STRING></STRING> de betrokken handeling vóór <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het einde van die termijn van twee maanden</STRING></STRING> moet worden vastgesteld of, indien de urgentie van de zaak dit vereist, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">kunnen het Europees Parlement en</STRING></STRING> de Raad <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">die</STRING></STRING> termijn <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in onderlinge overeenstemming verkorten</STRING></STRING>.</P></NEW></MOD><MOD><TI.MOD><STRING BOLD="on">Wijziging		37</STRING></TI.MOD><STI.MOD><STRING><STRING BOLD="on"> Voorstel voor een Interinstitutioneel Akkoord</STRING></STRING></STI.MOD><STI.MOD><STRING><STRING BOLD="on"> Deel III</STRING></STRING></STI.MOD><STI.MOD><STRING> Afdeling A – titel</STRING></STI.MOD><OLD><P><NO.P>A.</NO.P>Uitvoering van de begroting, betalingen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en</STRING></STRING> nog te betalen vastleggingen (RAL)</P></OLD><NEW><P><NO.P>A.</NO.P>Uitvoering van de begroting, betalingen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">,</STRING></STRING> nog te betalen vastleggingen (RAL) <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en voorwaardelijke verplichtingen</STRING></STRING></P></NEW></MOD><MOD><TI.MOD><STRING BOLD="on">Wijziging		38</STRING></TI.MOD><STI.MOD><STRING><STRING BOLD="on"> Voorstel voor een Interinstitutioneel Akkoord</STRING></STRING></STI.MOD><STI.MOD><STRING><STRING BOLD="on"> Deel III</STRING></STRING></STI.MOD><STI.MOD><STRING> Afdeling A – punt 19</STRING></STI.MOD><OLD><P><NO.P>19.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Aangezien voor</STRING></STRING> een geordende ontwikkeling van de totale betalingskredieten ten opzichte van de vastleggingskredieten <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">moet worden gezorgd</STRING></STRING> teneinde een abnormale verschuiving van nog te betalen vastleggingen (RAL) te vermijden, komen de instellingen overeen nauwlettend toe te zien op de betalingsprognoses en de hoogte van de RAL<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, zodat het risico kan worden beperkt dat de uitvoering van de programma’s van de Unie aan het einde van de looptijd van het MFK wordt belemmerd door een gebrek aan betalingskredieten</STRING></STRING>.</P><P>Tijdens de begrotingsprocedure komen de instellingen regelmatig bijeen teneinde de stand van zaken en de vooruitzichten betreffende de uitvoering van de begroting in het lopende begrotingsjaar en in toekomstige begrotingsjaren gezamenlijk te beoordelen. Die beoordeling vindt plaats tijdens specifieke interinstitutionele vergaderingen op het passende niveau, waarna de Commissie <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">indien nodig</STRING></STRING> een gedetailleerde stand van zaken verstrekt over de uitvoering van de betalingen, de ontvangen betalingsaanvragen en de herziene prognoses, waaronder indien van toepassing langetermijnprognoses, alsmede <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">relevante</STRING></STRING> informatie over voorwaardelijke verplichtingen.</P></OLD><NEW><P><NO.P>19.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Teneinde ervoor te zorgen dat de Unie overeenkomstig artikel 323 VWEU aan al haar financiële verplichtingen kan voldoen die voortvloeien uit bestaande en toekomstige verbintenissen en om voor</STRING></STRING> een geordende ontwikkeling van de totale betalingskredieten ten opzichte van de vastleggingskredieten <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">te zorgen</STRING></STRING> teneinde een abnormale verschuiving van nog te betalen vastleggingen (RAL) te vermijden, komen de instellingen overeen nauwlettend toe te zien op de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">lenings- en kredietverstrekkingsoperaties en de voorwaardelijke verplichtingen en, om het risico te beperken dat de uitvoering van de programma’s van de Unie aan het einde van de looptijd van het MFK wordt belemmerd door een gebrek aan betalingskredieten,</STRING></STRING> op de betalingsprognoses en de hoogte van de RAL.</P><P>Tijdens de begrotingsprocedure komen de instellingen regelmatig bijeen teneinde de stand van zaken en de vooruitzichten betreffende <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de lenings- en kredietverstrekkingsoperaties en voorwaardelijke verplichtingen en</STRING></STRING> de uitvoering van de begroting in het lopende begrotingsjaar en in toekomstige begrotingsjaren gezamenlijk te beoordelen. Die beoordeling vindt plaats tijdens specifieke interinstitutionele vergaderingen op het passende niveau, waarna de Commissie een gedetailleerde stand van zaken verstrekt over de uitvoering van de betalingen, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de overschrijvingen,</STRING></STRING> de ontvangen betalingsaanvragen en de herziene prognoses, waaronder indien van toepassing langetermijnprognoses, alsmede <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">volledige</STRING></STRING> informatie over voorwaardelijke verplichtingen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en de overeenkomstige begrotingsdekking, met inbegrip van langetermijnprognoses, methoden, en actualiseringen van leningen en kredietverlening</STRING></STRING>.</P></NEW></MOD><MOD><TI.MOD><STRING BOLD="on">Wijziging		39</STRING></TI.MOD><STI.MOD><STRING><STRING BOLD="on">Voorstel voor een Interinstitutioneel Akkoord</STRING></STRING></STI.MOD><STI.MOD><STRING><STRING BOLD="on">Deel III</STRING></STRING></STI.MOD><STI.MOD><STRING>Afdeling B – punt 20 – alinea 2-5</STRING></STI.MOD><OLD><P>De Commissie verbindt zich ertoe het Europees Parlement regelmatig op de hoogte te houden van de voorbereiding, het verloop en de voltooiing van de onderhandelingen inzake visserijovereenkomsten, met inbegrip van de gevolgen voor de begroting.</P><P>Gedurende de wetgevingsprocedure betreffende visserijovereenkomsten verbinden de instellingen zich ertoe alles in het werk te stellen opdat alle procedures zo spoedig mogelijk worden afgewikkeld.</P><P>Bedragen die in de begroting zijn voorzien voor nieuwe visserijovereenkomsten of voor de verlenging van visserijovereenkomsten die naar verwachting uiterlijk op 1 januari van het betrokken begrotingsjaar in werking treden <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of voorlopig worden toegepast</STRING></STRING>, worden opgenomen in het belangrijkste operationele begrotingsonderdeel.</P><P>Bedragen die in de begroting zijn voorzien voor nieuwe visserijovereenkomsten of voor de verlenging van visserijovereenkomsten die naar verwachting na 1 januari van het betrokken begrotingsjaar in werking treden <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of voorlopig worden toegepast</STRING></STRING>, worden opgenomen in de reserve.</P></OLD><NEW><P>De Commissie verbindt zich ertoe het Europees Parlement regelmatig op de hoogte te houden van de voorbereiding, het verloop en de voltooiing van de onderhandelingen inzake visserijovereenkomsten, met inbegrip van de gevolgen voor de begroting.</P><P>Gedurende de wetgevingsprocedure betreffende visserijovereenkomsten verbinden de instellingen zich ertoe alles in het werk te stellen opdat alle procedures zo spoedig mogelijk worden afgewikkeld<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, met volledige inachtneming van de interne regels van elke instelling</STRING></STRING>.</P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Commissie streeft ernaar de onderhandelingen over nieuwe visserijovereenkomsten of over de verlenging van bestaande visserijovereenkomsten tijdig af te ronden om ervoor te zorgen dat de protocollen niet voorlopig worden toegepast zolang het Europees Parlement nog geen goedkeuring heeft verleend aan het sluiten van de overeenkomsten of protocollen.</STRING></STRING></P><P>Bedragen die in de begroting zijn voorzien voor nieuwe visserijovereenkomsten of voor de verlenging van visserijovereenkomsten die naar verwachting uiterlijk op 1 januari van het betrokken begrotingsjaar in werking treden, worden opgenomen in het belangrijkste operationele begrotingsonderdeel.</P><P>Bedragen die in de begroting zijn voorzien voor nieuwe visserijovereenkomsten of voor de verlenging van visserijovereenkomsten die naar verwachting na 1 januari van het betrokken begrotingsjaar in werking treden, worden opgenomen in de reserve.</P></NEW></MOD><MOD><TI.MOD><STRING BOLD="on">Wijziging		40</STRING></TI.MOD><STI.MOD><STRING><STRING BOLD="on"> Voorstel voor een Interinstitutioneel Akkoord</STRING></STRING></STI.MOD><STI.MOD><STRING><STRING BOLD="on"> Deel III</STRING></STRING></STI.MOD><STI.MOD><STRING> Afdeling C – punt 22</STRING></STI.MOD><OLD><P><NO.P>22.</NO.P>Het totale bedrag van de beleidsuitgaven van het GBVB wordt volledig in een begrotingshoofdstuk opgenomen, met als titel GBVB. Dat bedrag voorziet in de voorspelbare reële behoeften, zoals geraamd bij de opstelling van de ontwerpbegroting, op basis van jaarlijks door de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (de hoge vertegenwoordiger) gemaakte prognoses. Er wordt voorzien in een redelijke marge ter dekking van onvoorziene acties. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Er mogen geen middelen in een reserve worden opgenomen.</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P><NO.P>22.</NO.P>Het totale bedrag van de beleidsuitgaven van het GBVB wordt volledig in een begrotingshoofdstuk opgenomen, met als titel GBVB. Dat bedrag voorziet in de voorspelbare reële behoeften, zoals geraamd bij de opstelling van de ontwerpbegroting, op basis van jaarlijks door de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (de hoge vertegenwoordiger) gemaakte prognoses. Er wordt voorzien in een redelijke marge ter dekking van onvoorziene acties.</P></NEW></MOD><MOD><TI.MOD><STRING BOLD="on">Wijziging		41</STRING></TI.MOD><STI.MOD><STRING><STRING BOLD="on"> Voorstel voor een Interinstitutioneel Akkoord</STRING></STRING></STI.MOD><STI.MOD><STRING><STRING BOLD="on"> Deel III</STRING></STRING></STI.MOD><STI.MOD><STRING> Afdeling C – punt 24 – alinea 1-2</STRING></STI.MOD><OLD><P><NO.P>24.</NO.P>De hoge vertegenwoordiger raadpleegt het Europees Parlement jaarlijks over een uiterlijk op 15 juni van het betrokken jaar te verstrekken toekomstgericht document dat de voornaamste aspecten en de fundamentele keuzen van het GBVB behelst, met inbegrip van de financiële gevolgen ervan voor de algemene begroting van de Unie, een beoordeling van de in jaar n-1 gestarte maatregelen, alsmede een beoordeling van de coördinatie tussen en de complementariteit van het GBVB en andere externe financiële instrumenten van de Unie. Bovendien houdt de hoge vertegenwoordiger het Europees Parlement regelmatig op de hoogte <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">door middel van gezamenlijke overlegvergaderingen die ten minste drie keer per jaar</STRING></STRING> in het kader van de gewone politieke dialoog over het GBVB <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">plaatsvinden en die elk jaar uiterlijk op 30 november worden overeengekomen</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Over de deelname aan die vergaderingen wordt om beurten besloten door het Europees Parlement en door de Raad, rekening houdend met de doelstelling en de aard van de tijdens die vergaderingen uit te wisselen informatie.</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Commissie wordt uitgenodigd om aan deze vergaderingen deel te nemen.</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P><NO.P>24.</NO.P>De hoge vertegenwoordiger raadpleegt het Europees Parlement jaarlijks over een uiterlijk op 15 juni van het betrokken jaar te verstrekken toekomstgericht document dat de voornaamste aspecten en de fundamentele keuzen van het GBVB behelst, met inbegrip van de financiële gevolgen ervan voor de algemene begroting van de Unie, een beoordeling van de in jaar n-1 gestarte maatregelen, alsmede een beoordeling van de coördinatie tussen en de complementariteit van het GBVB en andere externe financiële instrumenten van de Unie. Bovendien houdt de hoge vertegenwoordiger het Europees Parlement regelmatig op de hoogte in het kader van de gewone <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">financiële en</STRING></STRING> politieke dialoog over het GBVB<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, als vastgelegd in punt 24 bis</STRING></STRING>.</P></NEW></MOD><MOD><TI.MOD><STRING BOLD="on">Wijziging		42</STRING></TI.MOD><STI.MOD><STRING><STRING BOLD="on"> Voorstel voor een Interinstitutioneel Akkoord</STRING></STRING></STI.MOD><STI.MOD><STRING><STRING BOLD="on"> Deel III</STRING></STRING></STI.MOD><STI.MOD><STRING> Afdeling B – punt 24 bis (nieuw)</STRING></STI.MOD><OLD/><NEW><P><NO.P>24 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De gewone financiële en politieke dialoog over het GBVB heeft betrekking op alle activiteiten van de Unie die voortvloeien uit de uitvoering van het GBVB-hoofdstuk, en met name die welke uitgaven of financiële verplichtingen voor de begroting van de Unie met zich meebrengen. De dialoog vindt ten minste vijf keer per jaar plaats, die uiterlijk op 30 november worden overeengekomen van het jaar n-1. In het kader van deze dialoog raadpleegt de hoge vertegenwoordiger het Europees Parlement overeenkomstig artikel 36 VEU, zoals beschreven in de punten 22, 23 en 24 van dit akkoord, en zorgt hij ervoor dat de standpunten van het Parlement naar behoren in aanmerking worden genomen. Bij de dialoog kunnen speciale vertegenwoordigers van de Europese Unie of, in voorkomend geval, commissarissen worden betrokken. De dialoog vindt plaats overeenkomstig de voorschriften die van toepassing zijn op de beveiliging van de informatie-uitwisseling.</STRING></STRING></P></NEW></MOD><MOD><TI.MOD><STRING BOLD="on">Wijziging		43</STRING></TI.MOD><STI.MOD><STRING><STRING BOLD="on">Voorstel voor een Interinstitutioneel Akkoord</STRING></STRING></STI.MOD><STI.MOD><STRING><STRING BOLD="on">Deel IV (nieuw)</STRING></STRING></STI.MOD><STI.MOD><STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">INTERINSTITUTIONELE SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN HET CONDITIONALITEIT MET BETREKKING TOT DE RECHTSSTAAT</STRING></STRING></STRING></STI.MOD><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">INTERINSTITUTIONELE SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN HET CONDITIONALITEIT MET BETREKKING TOT DE RECHTSSTAAT</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">A. Samenwerking </STRING></STRING></P><P><NO.P>25.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">(nieuw).</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Commissie verstrekt het Parlement en de Raad systematische, tijdige, gestructureerde en beveiligde toegang tot informatie over de uitvoering van Verordening (EU, Euratom) 2020/2092 en van andere regels in verband met het Handvest van de grondrechten en de conditionaliteit met betrekking tot de rechtsstaat, met inbegrip van:</STRING></STRING></P><P><NO.P>a)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">d schriftelijke kennisgeving aan de lidstaten;</STRING></STRING></P><P><NO.P>b)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">verzoeken om aanvullende informatie;</STRING></STRING></P><P><NO.P>c)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de correspondentie tussen de diensten van de Commissie en de lidstaten;</STRING></STRING></P><P><NO.P>d)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">door de lidstaten verstrekte observaties en verslagen;</STRING></STRING></P><P><NO.P>e)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">alle interne documenten met juridische analyses, beoordelingen of andere relevante documenten van de Commissie, met inbegrip van relevante informatie van eindontvangers die de Commissie heeft ontvangen, die hebben geleid tot de vaststelling van maatregelen, de verlenging, wijziging of opheffing van de maatregelen of de niet-inwerkingstelling van de toepasselijke procedures. </STRING></STRING></P><P><NO.P>26.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">(nieuw)	Er wordt overeenstemming bereikt over een beveiligd communicatiekanaal om de vertrouwelijkheid te waarborgen wanneer dat nodig is.</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">B. Raadpleging en dialoog</STRING></STRING></P><P><NO.P>27.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">(nieuw)	De Commissie verstrekt het Europees Parlement en de Raad informatie voordat de Commissie enig voorstel voorlegt voor de vaststelling, verlenging, wijziging of opheffing van maatregelen en houdt rekening met de in dit verband aangegeven standpunten.</STRING></STRING></P><P><NO.P>28.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Commissie voert driemaandelijks gestructureerde dialogen met de relevante commissies van het Europees Parlement om de informatiestroom in real time te waarborgen en het democratisch toezicht te versterken.</STRING></STRING></P><P><NO.P>29.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De instellingen houden regelmatig vergaderingen op hoog niveau om de coördinatie met betrekking tot het instrumentarium voor de rechtsstaat te verbeteren.</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">C. Transparantie en jaarlijkse verslaglegging</STRING></STRING></P><P><NO.P>30.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Commissie legt aan het Europees Parlement en de Raad in het kader van de jaarlijkse begrotingsprocedure een geconsolideerd jaarlijks overzicht voor van alle met conditionaliteit verband houdende besluiten in alle begrotingsonderdelen.</STRING></STRING></P></NEW></MOD><MOD><TI.MOD><STRING BOLD="on">Wijziging		44</STRING></TI.MOD><STI.MOD><STRING><STRING BOLD="on"> Voorstel voor een Interinstitutioneel Akkoord</STRING></STRING></STI.MOD><STI.MOD><STRING><STRING BOLD="on"> Bijlage</STRING></STRING></STI.MOD><STI.MOD><STRING> Deel A – punt 1 bis (nieuw)</STRING></STI.MOD><OLD/><NEW><P><NO.P>1 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Om ervoor te zorgen dat het Europees Parlement en de Raad hun begrotingsprerogatieven op effectieve wijze kunnen uitoefenen, worden begrotingsstandpunten, overschrijvingen of andere kennisgevingen waardoor termijnen worden geactiveerd, ingediend met inachtneming van eventuele recesperioden; de instellingen brengen elkaar via hun respectieve diensten tijdig op de hoogte van de data van die recesperioden.</STRING></STRING></P></NEW></MOD><MOD><TI.MOD><STRING BOLD="on">Wijziging		45</STRING></TI.MOD><STI.MOD><STRING><STRING BOLD="on"> Voorstel voor een Interinstitutioneel Akkoord</STRING></STRING></STI.MOD><STI.MOD><STRING><STRING BOLD="on"> Bijlage</STRING></STRING></STI.MOD><STI.MOD><STRING> Deel B – punt 2</STRING></STI.MOD><OLD><P><NO.P>2.</NO.P>Tijdig vóór de goedkeuring van de ontwerpbegroting door de Commissie, komt er een begrotingstrialoog bijeen om de financieringsprioriteiten voor de begroting voor het komende begrotingsjaar te bespreken. Bij de besprekingen wordt rekening gehouden met de beleidsprioriteiten van de Unie die <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de instellingen</STRING></STRING> in <STRING ITALIC="on">de</STRING> betrokken documenten hebben vastgesteld; het doel van de besprekingen is de begrotingsprocedure te onderbouwen en na te gaan hoe de prioriteiten het best tot uiting kunnen komen in de volgende begroting.</P></OLD><NEW><P><NO.P>2.</NO.P>Tijdig vóór de goedkeuring van de ontwerpbegroting door de Commissie, komt er een begrotingstrialoog bijeen om de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">mogelijke</STRING></STRING> financieringsprioriteiten voor de begroting voor het komende begrotingsjaar te bespreken. Bij de besprekingen wordt rekening gehouden met de beleidsprioriteiten van de Unie die <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het Europees Parlement en de Raad, als begrotingsautoriteiten,</STRING></STRING> in <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">alle</STRING></STRING> betrokken documenten hebben vastgesteld; het doel van de besprekingen is de begrotingsprocedure te onderbouwen en na te gaan hoe de prioriteiten het best tot uiting kunnen komen in de volgende begroting.</P></NEW></MOD><MOD><TI.MOD><STRING BOLD="on">Wijziging		46</STRING></TI.MOD><STI.MOD><STRING><STRING BOLD="on"> Voorstel voor een Interinstitutioneel Akkoord</STRING></STRING></STI.MOD><STI.MOD><STRING><STRING BOLD="on"> Bijlage</STRING></STRING></STI.MOD><STI.MOD><STRING> Deel D – punt 13</STRING></STI.MOD><OLD><P><NO.P>13.</NO.P>Een begrotingstrialoog kan worden belegd vóór de plenaire stemming in het Europees Parlement.</P></OLD><NEW><P><STRING ITALIC="on">(Niet van toepassing op de Nederlandse versie.)</STRING></P></NEW></MOD><MOD><TI.MOD><STRING BOLD="on">Wijziging		47</STRING></TI.MOD><STI.MOD><STRING><STRING BOLD="on"> Voorstel voor een Interinstitutioneel Akkoord</STRING></STRING></STI.MOD><STI.MOD><STRING><STRING BOLD="on"> Bijlage</STRING></STRING></STI.MOD><STI.MOD><STRING> Deel E – punt 15</STRING></STI.MOD><OLD><P><NO.P>15.</NO.P>Indien de Raad niet met alle door het Europees Parlement aangenomen amendementen kan instemmen, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zou</STRING></STRING> hij dit <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">moeten bevestigen</STRING></STRING> in een brief die wordt verzonden vóór de eerste in de bemiddelingsperiode geplande vergadering. In dat geval gaat het bemiddelingscomité volgens de in de onderstaande punten vastgestelde procedure te werk.</P></OLD><NEW><P><NO.P>15.</NO.P>Indien de Raad niet met alle door het Europees Parlement aangenomen amendementen kan instemmen, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">bevestigt</STRING></STRING> hij dit in een brief die wordt verzonden vóór de eerste in de bemiddelingsperiode geplande vergadering. In dat geval gaat het bemiddelingscomité volgens de in de onderstaande punten vastgestelde procedure te werk.</P></NEW><STI.MOD><STRING>°</STRING></STI.MOD><STI.MOD><STRING>°         °</STRING></STI.MOD></MOD></GR.MOD></MODLST></ACTION><ACTION><P><NO.P>130.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST><TXTLST><ANNEX><TI><STRING BOLD="on"><STRING UNDERLINE="on">Bijlage I: Standpunt van het Europees Parlement over de cijfers (lopende prijzen en constante prijzen 2025) exclusief kosten van de schuldendienst voor NGEU</STRING></STRING></TI><P><TABLE><TGROUP COLS="9"><COLSPEC COLNAME="C1" COLNUM="1" COLWIDTH="36.08*"/><COLSPEC COLNAME="C2" COLNUM="2" COLWIDTH="7.42*"/><COLSPEC COLNAME="C3" COLNUM="3" COLWIDTH="7.42*"/><COLSPEC COLNAME="C4" COLNUM="4" COLWIDTH="7.42*"/><COLSPEC COLNAME="C5" COLNUM="5" COLWIDTH="7.42*"/><COLSPEC COLNAME="C6" COLNUM="6" COLWIDTH="7.42*"/><COLSPEC COLNAME="C7" COLNUM="7" COLWIDTH="7.42*"/><COLSPEC COLNAME="C8" COLNUM="8" COLWIDTH="7.42*"/><COLSPEC COLNAME="C9" COLNUM="9" COLWIDTH="11.98*"/><TBODY><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" NAMEEND="C9" NAMEST="C1" VALIGN="MIDDLE"><P>Miljoen EUR — lopende prijzen met een deflator van 2 %</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">VASTLEGGINGSKREDIETEN</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">2028</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">2029</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">2030</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">2031</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C6" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">2032</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C7" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">2033</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C8" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">2034</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C9" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">Totaal</STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C9" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">2028-2034</STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="MIDDLE"><P><NO.P>1.</NO.P><STRING BOLD="on">Economische, sociale en territoriale cohesie, landbouw en platteland, maritieme zaken, welvaart en veiligheid </STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">155,131</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">152,647</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">149,516</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">146,740</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C6" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">143,070</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C7" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">129,536</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C8" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">120,725</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C9" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">997,366</STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="MIDDLE"><P><NO.P>2.</NO.P><STRING BOLD="on">Concurrentievermogen, welvaart en veiligheid</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">74,825</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">90,966</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">93,066</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">97,694</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C6" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">99,148</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C7" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">101,491</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C8" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">102,507</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C9" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">659,697</STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="MIDDLE"><P><NO.P>3.</NO.P><STRING BOLD="on">Europa in de wereld</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">27,300</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">27,936</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">28,438</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">34,023</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C6" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">39,758</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C7" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">40,516</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C8" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">41,288</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C9" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">239,259</STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="MIDDLE"><P><NO.P>4.</NO.P><STRING BOLD="on">Administratie</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">14,945</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">15,584</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">16,281</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">16,870</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C6" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">17,466</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C7" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">18,062</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C8" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">18,669</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C9" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">117,877</STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">TOTAAL VASTLEGGINGSKREDIETEN</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">272,201</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">287,134</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">287,301</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">295,327</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C6" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">299,442</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C7" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">289,605</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C8" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">283,189</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C9" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">2014198</STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="MIDDLE"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on"> </STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on"> </STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on"> </STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on"> </STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C6" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on"> </STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C7" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on"> </STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C8" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on"> </STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C9" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on"> </STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">TOTAAL BETALINGSKREDIETEN</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">271,032</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">305,040</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">300,920</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">296,118</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C6" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">279,007</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C7" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">275,902</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C8" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">267,875</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C9" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">1995894</STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" NAMEEND="C9" NAMEST="C1" VALIGN="MIDDLE"><P>Miljoen EUR — prijzen van 2025</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">VASTLEGGINGSKREDIETEN</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">2028</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">2029</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">2030</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">2031</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C6" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">2032</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C7" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">2033</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C8" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">2034</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C9" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">Totaal</STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C9" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">2028-2034</STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="MIDDLE"><P><NO.P>1.</NO.P><STRING BOLD="on">Economische, sociale en territoriale cohesie, landbouw en platteland, maritieme zaken, welvaart en veiligheid </STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">146 152</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">140 992</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">135 392</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">130 273</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C6" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">124 525</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C7" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">110 534</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C8" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">100 996</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C9" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">888 864</STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="MIDDLE"><P><NO.P>2.</NO.P><STRING BOLD="on">Concurrentievermogen, welvaart en veiligheid</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">70 508</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">84 037</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">84 291</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">86 747</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C6" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">86 312</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C7" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">86 619</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C8" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">85 771</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C9" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">584 288</STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="MIDDLE"><P><NO.P>3.</NO.P><STRING BOLD="on">Europa in de wereld</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">25 727</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">25 810</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">25 758</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">30 214</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C6" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">34 615</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C7" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">34 583</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C8" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">34 551</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C9" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">211 260</STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="MIDDLE"><P><NO.P>4.</NO.P><STRING BOLD="on">Administratie</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">14 083</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">14 397</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">14 746</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">14 980</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C6" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">15 205</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C7" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">15 415</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C8" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">15 621</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C9" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">104 449</STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">TOTAAL VASTLEGGINGSKREDIETEN</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">256 472</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">265 237</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">260 189</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">262 215</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C6" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">260 657</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C7" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">247 151</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C8" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">236 939</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C9" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">1 788 861</STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on"> </STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on"> </STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on"> </STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on"> </STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on"> </STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C6" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on"> </STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C7" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on"> </STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C8" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on"> </STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C9" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on"> </STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">TOTAAL BETALINGSKREDIETEN</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">255 399</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">281 809</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">272 552</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">262 944</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C6" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">242 892</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C7" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">235 479</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C8" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">224 145</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C9" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">1 775 220</STRING></P></ENTRY></ROW></TBODY></TGROUP></TABLE></P></ANNEX><ANNEX><TI><STRING BOLD="on"><STRING UNDERLINE="on">Bijlage II: Standpunt van het Europees Parlement over de uitsplitsing per programma</STRING></STRING></TI><P><TABLE><TGROUP COLS="5"><COLSPEC COLNAME="C1" COLNUM="1" COLWIDTH="14.61*"/><COLSPEC COLNAME="C2" COLNUM="2" COLWIDTH="42.8*"/><COLSPEC COLNAME="C3" COLNUM="3" COLWIDTH="13.74*"/><COLSPEC COLNAME="C4" COLNUM="4" COLWIDTH="12.2*"/><COLSPEC COLNAME="C5" COLNUM="5" COLWIDTH="16.65*"/><TBODY><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" NAMEEND="C2" NAMEST="C1" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">Miljard EUR — Vastleggingskredieten (lopende prijzen)</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C2" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">MFK-voorstel</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C3" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">Standpunt EP (1,27 % bni, exclusief NGEU-terugbetaling)</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C4" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">Nominale verandering</STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C1" NAMEEND="C2" NAMEST="C1" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">Meerjarig financieel kader</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">1816,89</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C3" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">2014,20</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C4" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">197,30</STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" NAMEEND="C2" NAMEST="C1" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">Rubriek 1: Het Europees sociaal model en levenskwaliteit, met uitzondering van NGEU </STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2" VALIGN="MIDDLE"><P>894,22</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C3" VALIGN="MIDDLE"><P>997,37</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C4" VALIGN="MIDDLE"><P>103,15</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" NAMEEND="C2" NAMEST="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Europees Fonds voor economische, sociale en territoriale cohesie, landbouw en platteland, visserij en maritieme zaken, welvaart en veiligheid</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2" VALIGN="BOTTOM"><P>865,08</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>972,86</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C4" VALIGN="BOTTOM"><P>107,79</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" NAMEEND="C2" NAMEST="C1" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">GLB</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">293,70</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">433,01</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C4" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">139,31</STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">waarvan </STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">Inkomenssteun</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C3" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING ITALIC="on">293,70</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C4" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING ITALIC="on">320,30</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C5" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">26,60</STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on"> </STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">Plattelandsgebieden</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C3" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING ITALIC="on">0,00</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C4" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING ITALIC="on">106,41</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C5" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">106,41</STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on"> </STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">Collectief vangnet*</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">6,30</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C4" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">6,30</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C5" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">0,00</STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" NAMEEND="C2" NAMEST="C1" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">Posei (te plaatsen onder het GLB)</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">0,00</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">7,33</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C4" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">7,33</STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" NAMEEND="C2" NAMEST="C1" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">Visserij</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">2,00</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">7,29</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C4" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">5,29</STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" NAMEEND="C2" NAMEST="C1" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, inclusief voor Europese territoriale samenwerking (Interreg) en het Cohesiefonds</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">228,06</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">306,93</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C4" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">78,87</STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">waarvan</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">EFRO</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">183,15</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C4" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">248,37</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C5" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">65,23</STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on"> </STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">CF</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">34,65</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C4" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">46,99</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C5" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">12,34</STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on"> </STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">Interreg</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">10,26</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C4" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">11,57</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C5" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">1,30</STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" NAMEEND="C2" NAMEST="C1" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">Europees Sociaal Fonds</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">0,00</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">124,19</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C4" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">124,19</STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" NAMEEND="C2" NAMEST="C1" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">Migratie — Asiel, migratie en integratie**</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">11,98</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">13,31</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C4" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">1,34</STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" NAMEEND="C2" NAMEST="C1" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">Migratie — Grensbeheer en gemeenschappelijk visumbeleid**</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">15,40</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">17,12</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C4" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">1,72</STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" NAMEEND="C2" NAMEST="C1" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">Migratie — Interne veiligheid**</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">6,84</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">7,61</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C4" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">0,76</STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" NAMEEND="C2" NAMEST="C1" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">EU-faciliteit**</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">65,63</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">56,08</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C4" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">-9,56</STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" NAMEEND="C2" NAMEST="C1" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">Niet afgebakend in NRPP</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">235,17</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">0,00</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C4" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">-235,17</STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" NAMEEND="C2" NAMEST="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Steun voor de Turks-Cypriotische gemeenschap</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2" VALIGN="BOTTOM"><P>0,44</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>0,49</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C4" VALIGN="BOTTOM"><P>0,05</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" NAMEEND="C2" NAMEST="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Gedecentraliseerde agentschappen</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2" VALIGN="BOTTOM"><P>22,89</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>22,89</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C4" VALIGN="BOTTOM"><P>0,00</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" NAMEEND="C2" NAMEST="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Marges</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2" VALIGN="BOTTOM"><P>5,82</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>1,13</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C4" VALIGN="BOTTOM"><P>-4,69</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" NAMEEND="C5" NAMEST="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>* Het bedrag van 6,3 miljard EUR voor het collectief vangnet valt onder het GLB</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" NAMEEND="C5" NAMEST="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>** Totaal van de middelen voor binnenlandse zaken: 38,04 miljard EUR</P><P>*** Exclusief het collectief vangnet</P></ENTRY></ROW></TBODY></TGROUP></TABLE></P><P/><P><TABLE><TGROUP COLS="10"><COLSPEC COLNAME="C1" COLNUM="1" COLWIDTH="9.51*"/><COLSPEC COLNAME="C2" COLNUM="2" COLWIDTH="4.51*"/><COLSPEC COLNAME="C3" COLNUM="3" COLWIDTH="5.98*"/><COLSPEC COLNAME="C4" COLNUM="4" COLWIDTH="20*"/><COLSPEC COLNAME="C5" COLNUM="5" COLWIDTH="14.47*"/><COLSPEC COLNAME="C6" COLNUM="6" COLWIDTH="1.83*"/><COLSPEC COLNAME="C7" COLNUM="7" COLWIDTH="3.7*"/><COLSPEC COLNAME="C8" COLNUM="8" COLWIDTH="9.51*"/><COLSPEC COLNAME="C9" COLNUM="9" COLWIDTH="17.85*"/><COLSPEC COLNAME="C10" COLNUM="10" COLWIDTH="12.64*"/><TBODY><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" NAMEEND="C3" NAMEST="C1" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">Miljard EUR — Vastleggingskredieten (constante prijzen 2025)</STRING></P><P><STRING BOLD="on"> </STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C2" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">MFK-voorstel</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C3" NAMEEND="C5" NAMEST="C3" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">Standpunt EP (1,27 % bni, exclusief NGEU-terugbetaling)</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C4" NAMEEND="C6" NAMEST="C4" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">Nominale verandering</STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" NAMEEND="C6" NAMEST="C1" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">Meerjarig financieel kader</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2" NAMEEND="C3" NAMEST="C2" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">1613,75</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C3" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">1788,86</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C4" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">175,11</STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" NAMEEND="C6" NAMEST="C1" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">Rubriek 1: Het Europees sociaal model en levenskwaliteit, met uitzondering van NGEU </STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2" NAMEEND="C3" NAMEST="C2" VALIGN="MIDDLE"><P>797,08</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C3" VALIGN="MIDDLE"><P>888,86</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C4" VALIGN="MIDDLE"><P>91,78</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" NAMEEND="C6" NAMEST="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Europees Fonds voor economische, sociale en territoriale cohesie, landbouw en platteland, visserij en maritieme zaken, welvaart en veiligheid</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2" NAMEEND="C3" NAMEST="C2" VALIGN="BOTTOM"><P>771,29</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>867,19</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C4" VALIGN="BOTTOM"><P>95,90</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" NAMEEND="C6" NAMEST="C1" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">GLB</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2" NAMEEND="C3" NAMEST="C2" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">261,01</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">385,12</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C4" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">124,11</STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" NAMEEND="C2" NAMEST="C1" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">waarvan </STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2" NAMEEND="C5" NAMEST="C2" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">Inkomenssteun</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C3" NAMEEND="C4" NAMEST="C3" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING ITALIC="on">261,01</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C4" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING ITALIC="on">284,65</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C5" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">23,64</STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" NAMEEND="C2" NAMEST="C1" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on"> </STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2" NAMEEND="C5" NAMEST="C2" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">Plattelandsgebieden</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C3" NAMEEND="C4" NAMEST="C3" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING ITALIC="on">0,00</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C4" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING ITALIC="on">94,88</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C5" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">94,88</STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" NAMEEND="C2" NAMEST="C1" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on"> </STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2" NAMEEND="C5" NAMEST="C2" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">Collectief vangnet*</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C3" NAMEEND="C4" NAMEST="C3" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">5,60</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C4" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">5,60</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C5" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">0,00</STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" NAMEEND="C6" NAMEST="C1" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">Posei (te plaatsen onder het GLB)</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2" NAMEEND="C3" NAMEST="C2" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">0,00</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">6,50</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C4" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">6,50</STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" NAMEEND="C6" NAMEST="C1" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">Visserij</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2" NAMEEND="C3" NAMEST="C2" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">1,77</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">6,50</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C4" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">4,73</STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" NAMEEND="C6" NAMEST="C1" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, inclusief voor Europese territoriale samenwerking (Interreg) en het Cohesiefonds</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2" NAMEEND="C3" NAMEST="C2" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">203,72</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">274,34</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C4" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">70,62</STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" NAMEEND="C2" NAMEST="C1" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">waarvan</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2" NAMEEND="C5" NAMEST="C2" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">EFRO</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C3" NAMEEND="C4" NAMEST="C3" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">163,71</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C4" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">222,00</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C5" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">58,29</STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" NAMEEND="C2" NAMEST="C1" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on"> </STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2" NAMEEND="C5" NAMEST="C2" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">CF</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C3" NAMEEND="C4" NAMEST="C3" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">30,97</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C4" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">42,00</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C5" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">11,03</STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" NAMEEND="C2" NAMEST="C1" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on"> </STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2" NAMEEND="C5" NAMEST="C2" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">Interreg</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C3" NAMEEND="C4" NAMEST="C3" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">9,04</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C4" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">10,34</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C5" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">1,30</STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" NAMEEND="C6" NAMEST="C1" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">Europees Sociaal Fonds</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2" NAMEEND="C3" NAMEST="C2" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">0,00</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">110,73</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C4" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">110,73</STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" NAMEEND="C6" NAMEST="C1" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">Migratie — Asiel, migratie en integratie**</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2" NAMEEND="C3" NAMEST="C2" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">10,70</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">11,90</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C4" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">1,20</STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" NAMEEND="C6" NAMEST="C1" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">Migratie — Grensbeheer en gemeenschappelijk visumbeleid**</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2" NAMEEND="C3" NAMEST="C2" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">13,76</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">15,30</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C4" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">1,54</STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" NAMEEND="C6" NAMEST="C1" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">Migratie — Interne veiligheid**</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2" NAMEEND="C3" NAMEST="C2" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">6,12</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">6,80</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C4" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">0,68</STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" NAMEEND="C6" NAMEST="C1" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">EU-faciliteit**</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2" NAMEEND="C3" NAMEST="C2" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">58,40</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">50,00</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C4" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">-8,40</STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" NAMEEND="C6" NAMEST="C1" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">Niet afgebakend in NRPP</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2" NAMEEND="C3" NAMEST="C2" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">210,20</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">0,00</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C4" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">-210,20</STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" NAMEEND="C6" NAMEST="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Steun voor de Turks-Cypriotische gemeenschap</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2" NAMEEND="C3" NAMEST="C2" VALIGN="BOTTOM"><P>0,39</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>0,43</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C4" VALIGN="BOTTOM"><P>0,04</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" NAMEEND="C6" NAMEST="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Gedecentraliseerde agentschappen</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2" NAMEEND="C3" NAMEST="C2" VALIGN="BOTTOM"><P>20,24</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>20,24</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C4" VALIGN="BOTTOM"><P>0,00</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" NAMEEND="C6" NAMEST="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Marges</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2" NAMEEND="C3" NAMEST="C2" VALIGN="BOTTOM"><P>5,16</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>1,00</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C4" VALIGN="BOTTOM"><P>-4,16</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" NAMEEND="C10" NAMEST="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>* Het bedrag van 5,6 miljard EUR voor het collectief vangnet valt onder het GLB</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" NAMEEND="C5" NAMEST="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>** Totaal van de middelen voor binnenlandse zaken: 34,0 miljard EUR</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2" NAMEEND="C4" NAMEST="C2" VALIGN="BOTTOM"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4" VALIGN="BOTTOM"><P> </P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" NAMEEND="C5" NAMEST="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>*** Exclusief het collectief vangnet</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2" NAMEEND="C4" NAMEST="C2" VALIGN="BOTTOM"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4" VALIGN="BOTTOM"><P> </P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" NAMEEND="C5" NAMEST="C1" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">Miljard EUR — Vastleggingskredieten (constante prijzen 2025)</STRING></P><P><STRING BOLD="on"> </STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C2" NAMEEND="C4" NAMEST="C2" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">MFK-voorstel</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C3" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">Standpunt EP (1,27 % bni, exclusief NGEU-terugbetaling)</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="CENTER" COLNAME="C4" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">Nominale verandering</STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" NAMEEND="C5" NAMEST="C1" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">Rubriek 2: Concurrentievermogen, welvaart en veiligheid</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2" NAMEEND="C4" NAMEST="C2" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">522,21</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C3" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">584,29</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C4" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">62,08</STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" NAMEEND="C5" NAMEST="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Europees Fonds voor concurrentievermogen</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2" NAMEEND="C4" NAMEST="C2" VALIGN="BOTTOM"><P>207,40</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>234,00</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C4" VALIGN="BOTTOM"><P>26,60</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">waarvan</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2" NAMEEND="C5" NAMEST="C2" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">LIFE-acties</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C3" NAMEEND="C5" NAMEST="C3" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">0,00</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C4" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">3,00</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C5" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">3,00</STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on"> </STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2" NAMEEND="C5" NAMEST="C2" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">EU4Health-acties</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C3" NAMEEND="C5" NAMEST="C3" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">0,00</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C4" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">8,90</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C5" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING ITALIC="on">8,90</STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" NAMEEND="C5" NAMEST="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Horizon Europa</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2" NAMEEND="C4" NAMEST="C2" VALIGN="BOTTOM"><P>154,88</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>177,01</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C4" VALIGN="BOTTOM"><P>22,13</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" NAMEEND="C5" NAMEST="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Euratom/ITER</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2" NAMEEND="C4" NAMEST="C2" VALIGN="BOTTOM"><P>8,71</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>8,71</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C4" VALIGN="BOTTOM"><P>0,00</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" NAMEEND="C5" NAMEST="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>INSC-D (Instrument voor samenwerking op het gebied van nucleaire veiligheid — ontmanteling)</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2" NAMEEND="C4" NAMEST="C2" VALIGN="BOTTOM"><P>0,85</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>0,85</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C4" VALIGN="BOTTOM"><P>0,00</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" NAMEEND="C5" NAMEST="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Ignalina-programma</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2" NAMEEND="C4" NAMEST="C2" VALIGN="BOTTOM"><P>0,60</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>0,60</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C4" VALIGN="BOTTOM"><P>0,00</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" NAMEEND="C5" NAMEST="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>CEF (Vervoer, energie, militaire mobiliteit)</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2" NAMEEND="C4" NAMEST="C2" VALIGN="BOTTOM"><P>72,25</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>81,00</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C4" VALIGN="BOTTOM"><P>8,75</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" NAMEEND="C5" NAMEST="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Programma Eengemaakte markt en douane</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2" NAMEEND="C4" NAMEST="C2" VALIGN="BOTTOM"><P>5,54</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>6,10</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C4" VALIGN="BOTTOM"><P>0,56</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" NAMEEND="C5" NAMEST="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Pericles (bescherming van de euro)</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2" NAMEEND="C4" NAMEST="C2" VALIGN="BOTTOM"><P>0,01</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>0,01</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C4" VALIGN="BOTTOM"><P>0,00</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" NAMEEND="C5" NAMEST="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Erasmus+</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2" NAMEEND="C4" NAMEST="C2" VALIGN="BOTTOM"><P>36,19</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>42,00</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C4" VALIGN="BOTTOM"><P>5,81</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" NAMEEND="C5" NAMEST="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>AgoraEU</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2" NAMEEND="C4" NAMEST="C2" VALIGN="BOTTOM"><P>7,61</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>9,50</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C4" VALIGN="BOTTOM"><P>1,89</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" NAMEEND="C5" NAMEST="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>UCPM+ (Uniemechanisme voor civiele bescherming en paraatheid op gezondheidsgebied)</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2" NAMEEND="C4" NAMEST="C2" VALIGN="BOTTOM"><P>9,46</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>11,00</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C4" VALIGN="BOTTOM"><P>1,54</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" NAMEEND="C5" NAMEST="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Justitie</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2" NAMEEND="C4" NAMEST="C2" VALIGN="BOTTOM"><P>0,71</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>0,79</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C4" VALIGN="BOTTOM"><P>0,08</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" NAMEEND="C5" NAMEST="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Gedecentraliseerde agentschappen</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2" NAMEEND="C4" NAMEST="C2" VALIGN="BOTTOM"><P>8,69</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>8,69</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C4" VALIGN="BOTTOM"><P>0,00</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" NAMEEND="C5" NAMEST="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Andere acties, prerogatieven</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2" NAMEEND="C4" NAMEST="C2" VALIGN="BOTTOM"><P>2,23</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>2,23</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C4" VALIGN="BOTTOM"><P>0,00</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" NAMEEND="C5" NAMEST="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Marges</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2" NAMEEND="C4" NAMEST="C2" VALIGN="BOTTOM"><P>7,09</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>1,80</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C4" VALIGN="BOTTOM"><P>-5,29</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" NAMEEND="C5" NAMEST="C1" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">Rubriek 3: Europa in de wereld</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2" NAMEEND="C4" NAMEST="C2" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">190,02</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C3" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">211,26</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C4" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">21,24</STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" NAMEEND="C5" NAMEST="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Europa in de wereld</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2" NAMEEND="C4" NAMEST="C2" VALIGN="BOTTOM"><P>176,83</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>198,63</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C4" VALIGN="BOTTOM"><P>21,80</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" NAMEEND="C5" NAMEST="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2" NAMEEND="C4" NAMEST="C2" VALIGN="BOTTOM"><P>2,99</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>3,34</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C4" VALIGN="BOTTOM"><P>0,35</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" NAMEEND="C5" NAMEST="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Landen en gebieden overzee, inclusief Groenland</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2" NAMEEND="C4" NAMEST="C2" VALIGN="BOTTOM"><P>0,89</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>1,85</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C4" VALIGN="BOTTOM"><P>0,96</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" NAMEEND="C5" NAMEST="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Partnerschapsovereenkomsten inzake duurzame visserij (PODV’s) en regionale organisaties voor visserijbeheer (ROVB’s)</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2" NAMEEND="C4" NAMEST="C2" VALIGN="BOTTOM"><P>1,18</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>1,50</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C4" VALIGN="BOTTOM"><P>0,32</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" NAMEEND="C5" NAMEST="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Andere acties, prerogatieven</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2" NAMEEND="C4" NAMEST="C2" VALIGN="BOTTOM"><P>1,01</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>1,01</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C4" VALIGN="BOTTOM"><P>0,00</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" NAMEEND="C5" NAMEST="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Marges</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2" NAMEEND="C4" NAMEST="C2" VALIGN="BOTTOM"><P>7,13</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>4,94</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C4" VALIGN="BOTTOM"><P>-2,19</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" NAMEEND="C5" NAMEST="C1" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">Rubriek 4: Administratie</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2" NAMEEND="C4" NAMEST="C2" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">104,45</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C3" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">104,45</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C4" VALIGN="MIDDLE"><P><STRING BOLD="on">0,00</STRING></P></ENTRY></ROW></TBODY></TGROUP></TABLE></P></ANNEX></TXTLST></SDOCTA>