<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2026)0119</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Controle van de financiële activiteiten van de Europese Investeringsbank Groep – jaarverslag 2024</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0086/2026 - Rapporteur: Dick Erixon)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 28 april 2026 over de controle van de financiële activiteiten van de Europese Investeringsbank Groep – jaarverslag 2024 (2025/2237(INI))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het activiteitenverslag 2024 van de Europese Investeringsbank Groep van 30 januari 2025 getiteld “Priorities for prosperity”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het investeringsverslag 2024/2025 van de EIB van 5 maart 2025 getiteld “Innovation, integration and simplification in Europe” en het investeringsverslag 2023/2024 van de EIB van 7 februari 2024 getiteld “Transforming for competitiveness”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de EIB-groep over de uitvoering van het transparantiebeleid van de EIB-groep in 2023, dat op 1 juli 2024 is gepubliceerd, en het transparantiebeleid van de EIB-groep, goedgekeurd op 17 november 2021 en gewijzigd op 16 juli 2025,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de strategische routekaart 2024-2027 van de EIB-groep van 21 juni 2024,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de EIB voor 2023-2024 over de wereldwijde impact van 13 juni 2024,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Besluit (EU) 2025/504 van de Raad van 11 maart 2025 tot wijziging van Protocol nr. 5 betreffende de statuten van de Europese Investeringsbank<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">1 </STRING>PB L, 2025/504, 14.3.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2025/504/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het actieplan van de EIB-groep voor de veiligheids- en defensie-industrie, dat tijdens de zitting van de Raad Economische en Financiële Zaken op 12 april 2024 in Luxemburg is gepresenteerd,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het operationeel plan 2024-2026 van de EIB-groep van 9 februari 2024 en het operationeel plan 2025-2027 van de EIB-groep van 30 januari 2025,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het derde jaarverslag van de EIB-groep van 15 juli 2024 getiteld “EIB Group activities in EU cohesion regions”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het besluit van de Raad van Bewind van de EIB van 21 maart 2025 om het aantal uitgesloten activiteiten te beperken, naar aanleiding van het standpunt van de Europese Raad van 6 maart 2025,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 19 maart 2025 getiteld “Spaar- en investeringsunie – Een strategie om in de EU de welvaart van burgers en het economische concurrentievermogen te stimuleren” (COM(2025)0124),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de EIB-groep van 10 juni 2025 getiteld “Complaints Mechanism – 2024 annual report”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de jaarverslagen van het Comité ter controle van de boekhouding van de EIB voor het jaar 2024, gepubliceerd op 12 september 2025,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de EIB-groep van 26 juni 2024 getiteld “EIB Group support for EU businesses: Evidence of impact in addressing market failures”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de gezamenlijke mededeling van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid van 5 maart 2024 getiteld “Een nieuwe strategie voor de Europese defensie-industrie – De paraatheid van de EU waarborgen door te zorgen voor een snel reagerende en weerbare Europese defensie-industrie” (JOIN(2024)0010),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Speciaal verslag 22/2024 van de Europese Rekenkamer (ERK) van 21 oktober 2024 getiteld “Dubbele financiering uit de EU-begroting”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Speciaal verslag 07/2025 van de ERK van 19 maart 2025 over het Europees Fonds voor strategische investeringen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de EIB-groep van 8 augustus 2025 getiteld “December 2024 European Investment Bank Group Risk Management Disclosure Report”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het activiteitenverslag 2024 over fraudeonderzoek van de EIB-groep, gepubliceerd op 4 augustus 2025,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de gezamenlijke mededeling van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid van 19 maart 2025 getiteld “Gezamenlijk witboek over de gereedheid van de Europese defensie 2030” (JOIN(2025)0120),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>Gezien het verslag van de EIB-groep van juli 2025 getiteld “EIB Group’s contribution to the European Union’s 2021 – 2027 Multiannual Financial Framework (MFF): A synthesis of evaluative evidence”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de studie van de Commissie uit 2024 getiteld “Access to equity financing for European defence SMEs”<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">2 </STRING>Europese Commissie, Directoraat-generaal Defensie-industrie en Ruimtevaart, Access to equity financing for European defence SMEs, Bureau voor publicaties van de Europese Unie, 2024, https://data.europa.eu/doi/10.2889/698738.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Advies 01/2026 van het ERK van 12 januari 2026,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien verklaring CC 1/2025 van het Contactcomité van de hoge controle-instanties van de Europese Unie van 30 september 2025 over de externe openbare controle van de Europese Investeringsbank,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van Enrico Letta van 17 april 2024 getiteld “Much more than a market – Speed, Security, Solidarity: Empowering the Single Market to deliver a sustainable future and prosperity for all EU Citizens” (Letta-verslag),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van 25 april 2024 van het door Christian Noyer voorgezeten comité van deskundigen getiteld “Developing European capital markets to finance the future”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van Mario Draghi van 9 september 2024, getiteld “The future of European competitiveness” (Draghi-verslag),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de persverklaring van de voorzitter van de Commissie Ursula von der Leyen van 4 maart 2025 over het defensiepakket,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 12 maart 2025 over het witboek over de toekomst van de Europese defensie<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">3 </STRING>PB C, C/2025/3151, 20.6.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/3151/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de lijst van uitgesloten activiteiten van de EIB-groep, gepubliceerd op 17 juli 2025,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 55 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A10-0086/2026),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de EIB-groep bestaat uit de EIB – ’s werelds grootste multilaterale financiële instelling, die volledig eigendom is van de EU-lidstaten – en het Europees Investeringsfonds (EIF); overwegende dat de activiteiten van een openbare bank gericht moeten zijn op het aanpakken van duidelijk marktfalen en investeringstekorten indien particuliere financiering ontbreekt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat de EIB-groep, overeenkomstig de bepalingen van de EU-verdragen, moet bijdragen tot de evenwichtige en ongestoorde ontwikkeling van de interne markt in het belang van de Unie; overwegende dat haar investeringen gericht moeten zijn op projecten ten behoeve van ontwikkeling van de interne markt of op projecten van gemeenschappelijk belang die niet geheel kunnen worden gefinancierd uit de middelen die in een lidstaat voorhanden zijn;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat financiering door de EIB een aanvulling moet vormen op nationale begrotingen en particuliere financiering, en deze niet mag vervangen, en dat daarbij het subsidiariteitsbeginsel in acht moet worden genomen, met name op beleidsterreinen die in de eerste plaats onder de nationale bevoegdheid vallen; overwegende dat EIB-financiering een duidelijke EU-meerwaarde moet bieden en meetbare resultaten moet laten zien wat betreft daadwerkelijke additionaliteit;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat de EIB-groep bijdraagt tot de bevordering van de economische, sociale en territoriale cohesie in de EU en het ontwikkelingssamenwerkingsbeleid van de Unie ondersteunt door middel van maatregelen die buiten de EU worden uitgevoerd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat in de verslagen van Letta en Draghi over de toekomst van de EU wordt opgeroepen tot versterking van het concurrentievermogen van de EU, de cruciale rol van marktintegratie wordt benadrukt en wordt gewezen op de noodzaak om zowel publieke als particuliere investeringen te versnellen om een sterker Europa op te bouwen; overwegende dat de EIB-Groep, met name via het EIF, een sleutelrol vervult bij de ondersteuning van kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s), waardoor hun toegang tot de financiële markten wordt verbeterd; overwegende dat de rol van de EIB op het gebied van huisvesting moet worden beoordeeld aan de hand van additionaliteitscriteria en een aanvulling moet vormen op nationale inspanningen in plaats van deze te vervangen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat de AAA-kredietrating van de EIB een strategische troef is voor de Europese Unie en haar lidstaten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat dit verslag gericht is op de controledimensie van de activiteiten van de EIB, waarbij de prijs-kwaliteitverhouding, de verantwoordingsplicht en het goed beheer van EU-middelen worden beoordeeld; overwegende dat het door de voortdurende uitbreiding van het mandaat van de EIB en de toename van de EU-begrotingsgaranties ter ondersteuning van de activiteiten van de EIB gerechtvaardigd en noodzakelijk is dat het extern toezicht dienovereenkomstig wordt vergroot;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat de democratische verantwoordingsplicht gelijke tred moet houden met de veranderende rol van de EIB; overwegende dat de diepgang en kwaliteit van het toezicht van het Parlement op de financiële verrichtingen van de EIB in overeenstemming moeten zijn met de intensiteit van de samenwerking tussen de EIB en de Commissie, die inmiddels zeer omvangrijk is; overwegende dat de grotere rol van de EIB gepaard moet gaan met grotere democratische verantwoordingsplicht en transparantie; overwegende dat een intensiever parlementair toezicht de democratische verantwoording van de EIB zou versterken en dat dit transparante verslaglegging, toegang tot controles en een gestructureerde follow-up van de aanbevelingen van het Parlement vereist;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat doeltreffende bescherming van klokkenluiders en onderzoeksjournalistiek bijdragen tot fraudepreventie en het streven naar goed financieel beheer, omdat zij de transparantie en de publieke controle vergroten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat de EIB eigendom is van de lidstaten en dat de belastingbetalers uiteindelijk instaan voor haar 248,8 miljard EUR aan geplaatst kapitaal; overwegende dat leningactiviteiten van de EIB niet zijn opgenomen in de nationale schuldstatistieken; overwegende dat strenge efficiëntienormen en externe controles daarom van essentieel belang zijn; overwegende dat de uitbreiding van het mandaat van de EIB gepaard moet gaan met de versterking van de regelingen voor externe controle;</P></CONS><CONS><P><NO.P>K.</NO.P>overwegende dat de EIB-groep beschikt over interne verantwoordingsmechanismen, die evenwel niet in de plaats mogen komen van onafhankelijke externe democratische controle en toezicht door de ERK;</P></CONS><CONS><P><NO.P>L.</NO.P>overwegende dat, binnen het huidige Verdragskader en de statuten van de EIB, de samenwerking tussen de EIB en het Parlement in het kader van het jaarlijkse controleverslag grotendeels stoelt op informele afspraken en gevestigde praktijken en niet op bindende institutionele verplichtingen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>M.</NO.P>overwegende dat het bedrijfsmodel van de EIB de hoogste normen van integriteit, verantwoordingsplicht en transparantie vereist, en dat er passende, voortdurend geactualiseerde maatregelen moeten worden genomen om te ervoor te zorgen dat geen enkele vorm van fraude, witwassen, terrorisme, georganiseerde misdaad en belastingontwijking wordt gefinancierd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>N.</NO.P>overwegende dat de EIB een sleutelrol speelt bij het bevorderen van de externe doelstellingen van de Unie via haar kredietverstrekkingsactiviteiten in niet-EU-landen, onder meer via het in 2022 gelanceerde EIB Global, dat moet worden afgestemd op het beleid en de prioriteiten van de EU elders in de wereld; overwegende dat doeltreffende samenwerking met partnerlanden op het gebied van migratiebeheer, met inbegrip van overname en terugkeer van migranten die geen wettelijk recht van verblijf in de Unie hebben, een belangrijke overweging is in het kader van de externe kredietverlening van de EU;</P></CONS><CONS><P><NO.P>O.</NO.P>overwegende dat het personeelsbestand op alle niveaus van de EIB-Groep, met inbegrip van het hoger management en de Raad van Bewind, een evenwichtige samenstelling moet hebben wat betreft geslacht en geografische spreiding, met volledige inachtneming van de beginselen van selectie op basis van verdienste; Overwegende dat het welzijn van het personeel en een transparant en eerlijk personeelsbeleid essentieel zijn om te zorgen voor institutionele veerkracht en integriteit;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Financiële verrichtingen en prestaties</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>neemt nota van de stabiele financiële prestaties van de EIG-groep in 2024 en van het geconsolideerde resultaat in 2024, dat 3,38 miljard EUR bedroeg; benadrukt dat het behoud van de AAA-kredietrating van de EIB een primaire doelstelling van het bestuur van de EIB moet blijven; benadrukt dat de AAA-rating van de EIB een strategische troef is die de EIB in staat stelt gunstige financieringsvoorwaarden te bieden; benadrukt dat succes ook in de toekomst steeds meer moet worden afgemeten aan aantoonbare economische en beleidsresultaten, en niet louter aan het aantal ondertekende overeenkomsten; benadrukt bovendien dat financiële prestaties ook moeten worden getoetst aan de hand van bewijzen van beleidsadditionaliteit, kosteneffectiviteit en meetbare resultaten; herinnert eraan dat vereenvoudigde procedures periodiek aan een onafhankelijke toetsing moeten worden onderworpen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>stelt met bezorgdheid vast dat het deel van de betalingen dat meer dan 90 dagen achterstallig was, is verdrievoudigd en eind 2024 in totaal 281,3 miljoen EUR bedroeg, wat neerkomt op 0,06 % van de totale leningenportefeuille (tegenover 82,4 miljoen EUR of 0,02 % eind 2023), en, zich ervan bewust dat deze cijfers volgens bancaire normen zeer laag zijn, verzoekt de EIB de onderliggende oorzaken toe te lichten en verslag uit te brengen over de genomen corrigerende maatregelen; benadrukt dat elke toename van niet-renderende blootstellingen zorgvuldig moet worden gemonitord om de financiële stabiliteit en kredietwaardigheid van de EIB te waarborgen; benadrukt dat deze toename van niet-renderende blootstellingen en achterstallige betalingen aanzienlijk groter is dan de groei van 2 % in de totale leningenportefeuille;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">InvestEU, de vereenvoudiging van het meerjarig financieel kader en de herstel- en veerkrachtfaciliteit</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>merkt op dat de EIB 38 verrichtingen in het kader van InvestEU heeft goedgekeurd in 2024, waarbij gebruik is gemaakt van 1,7 miljard EUR van de EU-garantie; beklemtoont dat de verslaglegging op input gebaseerde maatstaven moet aanvullen met op impact gebaseerde indicatoren die echte economische resultaten aantonen en een beoordeling van de additionaliteit en een beoordeling achteraf van mogelijke verdringingseffecten moet omvatten, ook wat betreft verrichtingen die via financiële intermediairs worden uitgevoerd; pleit voor een prestatiegerichte begrotingsaanpak waarbij kapitaaltoewijzingen en strategische prioriteiten worden beoordeeld op basis van bewezen efficiëntie, rendement op investeringen en een goede prijs-kwaliteitverhouding, naast het bereiken van vooraf vastgestelde streefpercentages;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>benadrukt dat het InvestEU-programma moet worden beoordeeld op basis van de kwaliteit van de interventies en de meetbare impact ervan, en niet alleen op basis van de hoeveelheid ingezette financiering; brengt in herinnering dat het momenteel ontbreekt aan toepasselijke verifieerbare meetkaders voor de beoordeling van de resultaten van projecten die in het kader van InvestEU gefinancierd worden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>merkt op dat het versnipperde en complexe financieringslandschap van de EU tot inefficiëntie leidt; benadrukt dat het verminderen van de bureaucratie van essentieel belang is om het concurrentievermogen te herstellen en dat vereenvoudiging moet leiden tot minder administratieve lasten zonder de controlesporen, transparantie en fraudebestrijdingscontroles; neemt nota van de inspanningen van de EIB om de beoordeling van de doorlooptijd te vereenvoudigen; verzoekt de EIB jaarlijks kernprestatie-indicatoren inzake goedkeuring bekend te maken en aantoonbare verminderingen van de administratieve lasten te laten zien, met name voor kmo’s en midcaps;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>is ingenomen met de lopende evaluatie van het kader voor additionaliteits- en impactmeting van de EIB en merkt op dat de resultaten in de eerste helft van 2026 worden verwacht; verzoekt de EIB en de Commissie een gemeenschappelijke methodologie vast te stellen om de additionaliteit van door de EU ondersteunde verrichtingen achteraf te beoordelen en regelmatig verslag uit te brengen over de effecten op portefeuille- en sectorniveau;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Energiezekerheid</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>verzoekt de EIB alle koolstofarme projecten, met inbegrip van kernenergie, te evalueren aan de hand van objectieve en transparante criteria, zoals de koolstofemissies gedurende de levenscyclus, netstabiliteit en kosteneffectiviteit, waarbij technologische neutraliteit in acht wordt genomen en de nadruk ligt op strategische grensoverschrijdende projecten om de meerwaarde voor de EU te vergroten; merkt op dat de EIB in 2024 meer dan 27 miljard EUR heeft geïnvesteerd in de energietransitie en energiezekerheid, met inbegrip van hernieuwbare energie, netten en opslag; verzoekt de EIB prioriteit te geven aan energie-efficiëntie en kostenefficiëntie, met volledige eerbiediging van het soevereine recht van de lidstaten om hun energiemix zelf te bepalen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>is bezorgd over de onevenredige verslagleggingsvereisten op ecologisch, sociaal en governancegebied (ESG) die aan kredietnemers van de EIB worden opgelegd; waarschuwt dat buitensporige openbaarmakingsverplichtingen economisch levensvatbare projecten ontmoedigen en concurrentienadelen opleveren voor Europese bedrijven; verzoekt de EIB haar ESG-verslagleggingsvereisten te herzien om te zorgen voor evenredigheid;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Defensie- en veiligheidsbeleid</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>beklemtoont het belang van de bijdrage van de EIB-groep aan de vrede, defensie en veiligheid in Europa, zoals uiteengezet in het Witboek over de gereedheid van de Europese defensie 2030, door de steun voor initiatieven die de strategische autonomie en de veerkracht van de Unie vergroten, de defensie-industrie van de EU versterken, de cyberbeveiligingsinfrastructuur verbeteren en innovatie op het gebied van kritieke defensietechnologieën bevorderen middels het verstrekken van financiering en het aantrekken van particuliere investeringen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>neemt kennis van het besluit van de Raad van Bewind van de EIB van 21 maart 2025 om de subsidiabiliteitscriteria van de EIB-groep voor veiligheids- en defensie-investeringen uit te breiden en het aantal uitgesloten activiteiten te beperken, in overeenstemming met de voorstellen die de EU-leiders tijdens de Europese Raad van 6 maart 2025 hebben goedgekeurd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>is ingenomen met de blijvende en toegenomen rol van de EIB bij het versterken van de Europese veiligheid door middel van gerichte investeringen in zowel defensie- als civiele infrastructuur, in overeenstemming met de bredere doelstellingen van de EU om innovatie te bevorderen en de veiligheid van de Unie te versterken; benadrukt dat de EIB moet blijven investeren in een veilig en beveiligd Europa, door de technologische en industriële basis van de Europese defensie en het aanbod aan producten, diensten en technologieën te ondersteunen die de Europese defensievermogens, onderzoek en ontwikkeling en innovatie versterken; pleit voor verdere aanpassing van het scala aan in aanmerking komende investeringen om invulling te geven aan de ambitieuze doelstelling om bij te dragen aan de Europese defensie en veiligheid;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>neemt kennis van de sterke stijging van de EIB-financiering op het gebied van veiligheid en defensie, van 0,5 miljard EUR in 2023 tot 1,04 miljard EUR in 2024, en de verdere opschaling in 2025; wijst erop dat het huidige strategisch Europees veiligheidsinitatief van de EIB, met een omvang van 8 miljard EUR, zal worden geïntegreerd in een permanente, sectoroverschrijdende beleidsdoelstelling, ter aanvulling van bestaande beleidsdoelstellingen, waarbij vooraf vastgestelde maxima voor financiering op het gebied van veiligheid worden afgeschaft en ruimte wordt gecreëerd voor meer en flexibele steun in overeenstemming met de prioriteiten van de Raad; dringt erop aan dat bij de jaarlijkse verslaglegging aan het Parlement een specifieke bijlage wordt ingediend over verrichtingen op het gebied van veiligheid en defensie, waarin wordt ingegaan op de additionaliteit, de snelheid van de uitvoering, waarborgen bij aanbestedingen, integriteitscontroles en regelingen voor risicodeling;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>verzoekt de EIB de synergieën met uit de EU-begroting gefinancierde investeringen in defensie verder te versterken en deze nauwer af te stemmen op EU-brede initiatieven; wijst de EIB erop dat zij ervoor moet zorgen dat haar investeringen een aanvulling vormen op de bredere doelstellingen van het defensiebeleid van de EU en bijdragen tot het bereiken van schaalvoordelen in de Europese defensievermogens;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>neemt kennis van de aanzienlijke uitbreiding van de EIB-steun voor veiligheids- en defensieverrichtingen; benadrukt dat elke mogelijke uitbreiding van de EIB-steun in het veiligheids- en defensiedomein moet voldoen aan strikte waarborgen inzake transparantie, verantwoordingsplicht en mensenrechten, duidelijke uitsluitingscriteria, toezicht op het eindgebruik en regelmatige verslaglegging aan het Parlement;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>verzoekt de EIB om na te gaan welke belemmeringen er zijn voor investeringen in defensie en grensbewaking die de veerkracht en veiligheid van de Unie zouden versterken, waarbij de naleving van het EU-recht en democratisch toezicht gewaarborgd blijven; beklemtoont dat het wegnemen van belemmeringen van essentieel belang is voor tastbare veiligheidsresultaten; herinnert eraan dat elke toewijzing van middelen door de EIB via InvestEU en andere financiële instrumenten voor defensiedoeleinden en investeringen in kritieke technologieën, de nationale veiligheidsbelangen van de EU-lidstaten volledig moet eerbiedigen; benadrukt dat de bevoegde audit-autoriteiten en -instanties van de EU-instellingen grondige en voortdurende auditcontroles moeten uitvoeren bij derde entiteiten en derde landen die EU-financiering ontvangen en die investeringen en projecten op defensiegebied uitvoeren, teneinde te zorgen voor een transparant gebruik van de EU-financiering; benadrukt dat dergelijke investeringen en projecten niet mogen leiden tot ondermijning van de nationale veiligheidsbelangen van de lidstaten; verzoekt de EIB om meer aandacht te besteden aan het versterken van de regionale veiligheid en veerkracht; benadrukt dat de EIB een belangrijke rol kan spelen bij het tot stand brengen van een infrastructuur die de regionale veiligheid ondersteunt en intensievere samenwerking tussen de EU-lidstaten op energie- en defensiegebied bevordert;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>is ingenomen met de nauwe en gestructureerde samenwerking met het NAVO-innovatiefonds om synergieën te waarborgen en dubbel werk te voorkomen, met name bij het opschalen van technologieën waarvoor particulier kapitaal ontoereikend is;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Investeringen op gebieden die onder de nationale bevoegdheid vallen </STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>herinnert eraan dat huisvestingsproblemen doeltreffender kunnen worden aangepakt op lokaal of nationaal niveau; neemt nota van de inspanningen van de EIB-Groep om bij het aanpakken van de uitdagingen op het gebied van huisvesting op lokaal en nationaal niveau voor EU-meerwaarde te zorgen door schaalbare oplossingen te ondersteunen die een aanvulling vormen op nationale inspanningen en meetbare resultaten opleveren; erkent dat investeringen in woningbouwinfrastructuur in minder ontwikkelde regio’s volledig in overeenstemming zijn met het mandaat van de EIB en met de in het Verdrag vastgelegde doelstelling van de EIB om de economische, sociale en territoriale cohesie te bevorderen door de aandacht te richten op minder ontwikkelde regio’s;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>neemt kennis van het actieplan van de EIB-groep voor betaalbare en duurzame huisvesting en van haar toezegging om in deze sector te investeren; neemt kennis van het streven van de EIB-Groep om meer te investeren in sociale infrastructuur, waaronder sociale en betaalbare huisvesting, zoals uiteengezet in haar strategische prioriteiten voor 2024-2027 en haar operationeel plan voor 2026-2028; wijst op het potentieel van gerichte EIB-steun voor de renovatie van het bestaande woningbestand om de energie-efficiëntie te verbeteren, op voorwaarde dat dergelijke verrichtingen additionaliteit en een goede prijs-kwaliteitverhouding aantonen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>herinnert eraan dat er gezorgd moet worden voor additionaliteit en complementariteit met andere publieke middelen en commerciële kredietverstrekkers bij de uitvoering van de Europese pijler van sociale rechten, onder meer op het gebied van onderwijs en benadrukt dat de betrokkenheid van de EIB beperkt moet blijven tot projecten met een aantoonbare kosteneffectiviteit, zoals grensoverschrijdende programma’s op het gebied van onderzoeksinfrastructuur of vaardigheden die gericht zijn op het aanpakken van tekorten op de arbeidsmarkt in de hele EU; benadrukt dat financiering van de EIB niet in de plaats mag komen van nationale onderwijsbegrotingen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Steun voor kmo’s, midcaps, start-ups, scale-ups en andere bedrijven</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>benadrukt dat de EIB zich moet richten op daadwerkelijke tekortkomingen van de markt en projecten moet financieren die de particuliere sector alleen niet zou financieren, of uitsluitend zou financieren onder minder gunstige voorwaarden; benadrukt dat investeringen van de EIB geen vervanging mogen vormen voor particulier kapitaal of als substituut mogen dienen voor terugkerende nationale begrotingsuitgaven; beklemtoont dat de bescherming van een concurrerende marktomgeving van cruciaal belang is;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>benadrukt de cruciale rol van grote EU-ondernemingen in de economische structuur van de EU, met name die actief zijn in essentiële sectoren zoals energie, defensie en infrastructuur; dringt aan op een evenwichtige aanpak die ervoor zorgt dat de EIB grote EU-ondernemingen blijft steunen bij het verkrijgen van investeringskapitaal voor grote projecten en initiatieven op het gebied van onderzoek en ontwikkeling, waardoor het mondiale concurrentievermogen en de economische soevereiniteit van de EU wordt versterkt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>spoort de EIB aan haar rol te blijven vervullen bij het verbeteren van de toegang tot financiering voor kmo’s, start-ups en scale-ups die het concurrentievermogen van de EU op lange termijn versterken, aangezien zij vaak moeilijkheden ondervinden bij het verkrijgen van financiering van traditionele financiële instellingen, en om gerichte financiering te verstrekken zodat zij over voldoende middelen beschikken om te groeien en te gedijen; is ingenomen met en dringt aan op een voortdurende uitbreiding van het aantal partnerinstellingen teneinde een brede geografische en sectorale dekking te bereiken; verzoekt de EIB het aandeel van de financiering dat bestemd is voor investeringen ter versterking van het concurrentievermogen te vergroten, met name in strategische sectoren zoals geavanceerde productiemethoden, digitale technologieën en energiezekerheid;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>neemt kennis van de bevindingen van de ERK in Speciaal verslag 07/2025, waarin de relevantie van Europees Fonds voor strategische investeringen (EFSI) wordt bevestigd, maar ook wordt vastgesteld dat de additionaliteit ervan onvoldoende is aangetoond en dat de Commissie het verdringingseffect van het EFSI niet heeft onderzocht; benadrukt dat deze bezwaren ook kunnen worden geuit over de EIB-verrichtingen in het kader van InvestEU; onderstreept de risico’s van verdringing van particuliere investeringen, zoals een kunstmatige verlaging van risicopremies, met name in markten zoals die voor hernieuwbare energie, wat de prijssignalen ondermijnt die richtinggevend zijn voor efficiënte investeringen en kan worden gezien als een vorm van greenwashing; dringt aan op beoordelingen achteraf van verdringingseffecten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>merkt op dat EIB-leningen soms hogere administratieve lasten met zich meebrengen dan commerciële leningen; waarschuwt dat buitensporige verslagleggingsvereisten EIB-financiering minder aantrekkelijk maken voor de particuliere sector en economisch levensvatbare projecten kunnen ontmoedigen; roept de EIB ertoe op plannen voor het verminderen van beperkingen bekend te maken; verzoekt de Commissie en de EIB om te bestuderen hoe de doorlooptijden van de EIB kunnen worden verkort en de financieringsmandaten en verslagleggingsvereisten kunnen worden vereenvoudigd zonder dat afbreuk wordt gedaan aan de controlenormen; verzoekt de EIB verslag uit te brengen over de bewijzen van tekortkomingen in de markt en de resultaten achteraf en over administratieve vereenvoudiging, verwerkingstijden en de administratieve lasten, in het licht van de digitalisering en initiatieven inzake de doorlooptijden van de EIB-groep;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Beleidsterreinen cohesie, klimaat, digitalisering en milieuduurzaamheid</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>benadrukt dat verslaglegging op basis van volume de output meet en niet de resultaten; dringt er bij de EIB op aan het gebruik van resultaatgerichte indicatoren, zoals vermeden CO2-emissies en het aantal langdurige banen in de particuliere sector dat per geïnvesteerde euro wordt gecreëerd, voort te zetten en zelfs uit te breiden; pleit voor benchmarking ten opzichte van vergelijkbare interventies;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>benadrukt dat verslaglegging over klimaat en duurzaamheid gebaseerd moet zijn op verifieerbare output en uitkomsten (waaronder emissiereducties, versterking van de veerkracht en hefboomeffecten), ondersteund door een coherente portefeuillemethode en onafhankelijke beoordeling;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>neemt kennis van de ongekende financiering voor cohesie door de EIB-groep van 38,3 miljard EUR in 2024, wat neerkomt op 48 % van de totale EU-financiering; verzoekt de EIB impactgegevens per regio bekend te maken om doeltreffende controle mogelijk te maken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>dringt er bij de EIB op aan transparanter te zijn met betrekking tot haar horizontale doelstellingen door een duidelijk onderscheid te maken tussen door EU-verordeningen opgelegde doelstellingen en door de EIB zelf gekozen doelstellingen; vraagt om een gedetailleerd overzicht van de manier waarop verschillende doelstellingen met elkaar wedijveren om middelen; waarschuwt ervoor dat de voortdurende opeenstapeling van elkaar overlappende mainstreamingdoelstellingen het risico met zich meebrengt dat er een wiskundig onmogelijke portefeuille-samenstelling ontstaat; verzoekt de EIB op transparante wijze verslag uit te brengen over de compromissen tussen concurrerende beleidsdoelstellingen; herhaalt dat mainstreamingdoelstellingen moeten worden beoordeeld op hun echte impact; merkt op dat, gezien de huidige geopolitieke context en veiligheidsuitdagingen waarmee Europa wordt geconfronteerd, investeringen in defensie en veiligheid, waaronder steun voor infrastructuur ter bescherming van de buitengrenzen, moeten worden verhoogd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>verzoekt de EIB en het EIF om investeringen in cyberbeveiliging, bewaking en digitale technologieën te ondersteunen, teneinde Europa veerkrachtiger te maken, bestaande samenwerkingsmechanismen te versterken en essentiële diensten te beschermen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Activiteiten van de EIB buiten de EU </STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>dringt erop aan dat kredietverlening buiten de EU moet voldoen aan strenge waarborgen op het gebied van transparantie, fraudebestrijding, naleving van sancties, mensenrechten en de rechtsstaat, rekening houdt met samenwerking op het gebied van terugkeerovereenkomsten en in overeenstemming blijft met de doelstellingen van het externe beleid van de EU; pleit voor strengere controles vooraf en achteraf, met inbegrip van traceerbaarheid van eindbegunstigden, voor robuuste corruptiebestrijdingsmaatregelen, grotere of gelijkwaardige transparantie en volledige verantwoording voor alle EIB-verrichtingen buiten de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>is ingenomen met de goedkeuring in 2024 van de faciliteit voor Oekraïne, die volgt op het initiatief “EU for Ukraine” van de EIB en een steunmechanisme instelt op basis van de begrotingsmiddelen van de EU; moedigt de lidstaten aan ervoor te zorgen dat Oekraïne solide steun blijft krijgen die aansluit bij de behoeften van het land; roept de EIB op de transparantie en traceerbaarheid van haar projecten in Oekraïne te waarborgen; wijst erop dat de administratieve en auditcapaciteit van de Oekraïense instanties die de gefinancierde acties moeten uitvoeren, monitoren en controleren, moet worden versterkt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>stelt vast dat de EIB sinds het begin van de Russische aanvalsoorlog 2,3 miljard EUR noodhulp en projectondersteuning heeft verleend aan Oekraïne; stelt vast dat de uitstaande blootstelling van de EIB in Oekraïne hoofdzakelijk wordt gedekt door EU-garanties in het kader van het EU-mandaat voor externe leningen<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">4 </STRING>Eind 2024 bedroeg de totale uitstaande blootstelling 3 227,1 miljoen EUR (tegenover 3 144,3 miljoen EUR eind 2023) en van dit bedrag is 3 068,1 miljoen EUR (95 %) gedekt door algemene garanties van de EU, 146,6 miljoen EUR (5 %) door EU-garanties tegen politieke risico’s en 12,4 miljoen EUR in het kader van mandaten voor risicodeling (tegenover 2 962,7 miljoen EUR, of 94 %; 166,8 miljoen EUR, of 5 % en 14,8 miljoen, of 1 % respectievelijk, eind 2023).</FIELD></FOOTNOTE>; wijst erop dat dankzij de EIB-steun voor de particuliere sector de Oekraïense banken verder kredieten hebben kunnen verstrekken aan de reële economie; merkt op dat de EIB eind 2024 financiële garanties had verstrekt voor blootstellingen aan tegenpartijen in Oekraïne, die ook volledig door EU-garanties werden gedekt, voor een bedrag van 500,5 miljoen EUR; merkt op dat de EIB lokaal aanwezig blijft in Oekraïne en dat het kantoor in Kiev geleidelijk weer is bemenst; roept de EIB nogmaals op de begrotingsautoriteit en de desbetreffende auditinstanties regelmatig gedetailleerde informatie te verstrekken over de uitbetaling en besteding van middelen waarvoor EU-garanties zijn verstrekt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>33.</NO.P>merkt op dat de EIB-groep in 2024 werd gekozen als een van de belangrijkste uitvoerende partners van het investeringskader voor Oekraïne, een onderdeel van de faciliteit voor Oekraïne, in het kader waarvan de EU in de periode 2024-2027 50 miljard EUR zal toewijzen om de Oekraïense staatskas te financieren, investeringen aan te moedigen en technische bijstand te verlenen; stelt vast dat het kader is opgebouwd uit garanties en subsidies voor Europese en andere instellingen voor ontwikkelingsfinanciering en dat ten minste 2 miljard EUR van de beschikbare steun moet dienen om EIB-kredietverstrekking aan de publieke sector gaande te houden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>34.</NO.P>herinnert eraan dat de EIB heeft toegezegd fraude en corruptie bij de uitvoering van projecten van de EIB-groep in Oekraïne tegen te gaan; is ingenomen met de samenwerkingsovereenkomst van de EIB met de corruptiebestrijdings- en onderzoeksautoriteiten van Oekraïne en verzoekt de EIB om in haar verslag aan het Parlement informatie te verstrekken over integriteitswaarborgen, mitigatie van frauderisico’s en terugvorderingsmechanismen bij verrichtingen met betrekking tot Oekraïne, en tegelijk de operationele veiligheid en vertrouwelijkheid te waarborgen; herhaalt zijn oproep om ervoor te zorgen dat aan de inzet van de financiële bijstand doeltreffende toezichtmechanismen worden gekoppeld en blijft erbij dat de EIB te allen tijde en onbeperkt duidelijk toezicht moet kunnen houden op alle investeringen buiten de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>35.</NO.P>neemt er nota van de goedkeuring van de “Global Strategic Roadmap” van de EIB door de Raad van Bewind van de EIB; neemt voorts kennis van de rol van de EIB in de Global Gateway en de partnerschappen van de EIB met Team Europe en partners van de VN om een optimaal resultaat te behandelen ter plaatse; verzoekt de EIB en de lidstaten de rol van Europese stimuleringsbanken en andere internationale financiële instellingen te versterken, teneinde meer publieke en private investeringen aan te trekken; verzoekt de EIB haar projecten buiten de EU toe te spitsen op uiterst essentiële openbare diensten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>36.</NO.P>erkent dat Oekraïne zich verdedigt tegen de illegale agressie van Rusland en dat de strijd tegen corruptie zo volledig mogelijk moet worden voortgezet, rekening houdend met deze uitzonderlijke omstandigheden; benadrukt dat solide fraude- en corruptiebestrijdingsmaatregelen van essentieel belang zijn om het vertrouwen van de belastingbetaler te behouden en de blijvende steun aan Oekraïne van het grote publiek te waarborgen; roept de EIB op ervoor te zorgen dat de middelen van de faciliteit voor Oekraïne worden onderworpen aan strenge controlenormen; stelt dat de EIB onbeperkt toezicht moet kunnen uitoefenen op al haar investeringen buiten de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>37.</NO.P>verzoekt de EIB ervoor te zorgen dat, met name bij al haar activiteiten buiten de EU en in alle overeenkomsten met tussenpersonen, partnerinstellingen en uitvoerende instanties, de Europese Rekenkamer, het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en het Europees Openbaar Ministerie (EOM) daadwerkelijk toegang krijgen, en dat er, waar mogelijk, controlesporen beschikbaar zijn tot op het niveau van de eindbegunstigden, in overeenstemming met de EU-regels inzake de bescherming van de financiële belangen van de EU;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Verantwoordingsstructuur van de EIB</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>38.</NO.P>merkt op dat het huidige niveau van verantwoordingsplicht van de EIB-groep het gevolg is van het feit dat de EIB opereert volgens een tweedledig stelsel, waarbij door de EU-begroting gefinancierde verrichtingen indirect worden gecontroleerd door de Commissie en de Rekenkamer, en door het Parlement in het kader van zijn besluit over de kwijting voor de EU-begroting, terwijl verrichtingen die worden gefinancierd uit de eigen middelen van de EIB afkomstig van de lidstaten – meer dan driekwart van de EIB-verrichtingen – grotendeels buiten het bereik vallen van systematische externe controles en toezicht door nationale en Europese parlementen; merkt voorts op dat de EIB aan geen enkel extern bankentoezicht is onderworpen, in tegenstelling tot de Europese Centrale Bank, die onder toezicht staat van het gemeenschappelijk toezichtmechanisme;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>39.</NO.P>merkt op dat de EIB beschikt over een uitgebreid interne verantwoordingsstructuur en dat een externe controleur toezicht houdt op de verrichtingen en het boekhoudsysteem van de Bank; is het ermee eens dat deze structuur in grote lijnen in overeenstemming is met de internationale praktijk; benadrukt dat, nu de traditionele rol van de EIB wordt uitgebreid en er steeds vaker gebruik wordt gemaakt van complexe financiële instrumenten en blendingverrichtingen, de transparantie en openbaarmaking van de EIB regelmatig ter discussie worden gesteld, haar ethisch kader suboptimaal is, slechts incidenteel verslag wordt uitgebracht aan het EP, de samenwerking met de Europese Ombudsman is veranderd en de rol van de Rekenkamer wordt beperkt door de huidige regels en uitvoeringsbepalingen; wijst erop dat de EIB concrete maatregelen moet nemen om deze situatie aan te pakken, in overeenstemming met de eerdere oproepen in de resoluties van het Parlement en de bereidheid tot dialoog en samenwerking die de Europese begrotings- en kwijtingsautoriteit heeft getoond;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>40.</NO.P>herinnert aan de bevindingen van de verklaring van het Contactcomité CC 1/2025, waarin formeel kritieke lacunes in de externe openbare controle van de EIB worden vastgesteld; neemt nota van de paradoxale situatie dat het mandaat van de EIB en de EU-begrotingsgaranties worden uitgebreid, maar de controlebevoegdheden beperkt blijven; verzoekt de EIB om de nationale hoge controle-instanties actief bij dit proces te betrekken, zodat verantwoording wordt afgelegd voor activiteiten die momenteel niet onder de bevoegdheid van de Rekenkamer vallen, en om te zorgen voor een degelijke verantwoording en toezicht, onder meer door regelmatig informatie uit te wisselen over risicogebieden en door opvolging te geven aan controleaanbevelingen; herhaalt dat de Verdragen moeten worden gewijzigd om de Rekenkamer, in het kader van de uitoefening van het mandaat, volledige en onbeperkte toegang te verlenen tot alle verrichtingen van de EIB teneinde de democratische verantwoording af te stemmen op de veranderende financiële blootstelling van de EIB;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>41.</NO.P>uit zijn bezorgdheid over het faillissement van Northvolt AB, de accufabrikant die op 12 maart 2025 in Zweden faillissement heeft aangevraagd, na te hebben geprofiteerd van een omvangrijk EIB-kredietpakket van iets meer dan 942,6 miljoen EUR, dat in 2020 werd goedgekeurd als onderdeel van de schuldfinanciering voor de uitbreiding van een gigafabriek; merkt op dat soortgelijke risico’s lijken te bestaan bij vergelijkbare grootschalige projecten zoals Stegra (H2 Green Steel); dringt erop aan dat de risicobeoordelingen van de EIB en de beoordelingen na afloop van de verrichtingen, met inbegrip van de beoordeling van de financiële blootstelling en de toereikendheid van de vroegtijdige waarschuwingsindicatoren, openbaar worden gemaakt zodra de lopende processen dit toelaten; eist een overzicht van de lessen die zijn getrokken uit de zaak‑Northvolt; verzoekt de Commissie en de Raad van Bewind van de EIB mechanismen in te voeren voor de vroegtijdige opsporing van systeemrisico’s bij vlaggenschipinvesteringen, teneinde te voorkomen dat soortgelijke situaties zich opnieuw voordoen; verzoekt de EIB om de risicobeoordelingsprofielen voor deze en andere soortgelijke opdrachten openbaar te maken, met inbegrip van de profielen voor bestuurs-, concentratie- en technologierisico’s, op een passende geaggregeerde wijze en met inachtneming van de vertrouwelijkheid; herhaalt zijn verzoek aan de EIB om details te verstrekken over het evaluatie- en besluitvormingsproces dat plaatsvond voorafgaand aan de investering in Northvolt AB, en uit te leggen hoe een dergelijk cruciaal project kon falen, ondanks de beweringen van de EIB dat zij adequaat en voortdurend toezicht houdt op de begunstigden van haar financiële steun;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>42.</NO.P>verzoekt de EIB om striktere stresstesten en risicoconcentratielimieten te hanteren voor grote strategische projecten en aan het Parlement verslag uit te brengen over de totale blootstelling aan individuele kredietnemers met een hoog risico;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>43.</NO.P>verzoekt de EIB om het aantal gevallen van betalingsachterstand en faillissementen van begunstigden in haar kredietportefeuille systematisch te evalueren en hierover openbaar verslag uit te brengen; dringt erop aan dat in het kader van een dergelijke evaluatie een analyse van de onderliggende oorzaken wordt uitgevoerd, zodat kan worden bepaald of missers het gevolg zijn van ontoereikende due diligence, externe schokken of systematische problemen in de methoden voor projectselectie; benadrukt dat transparante verslaglegging essentieel is voor kosten-batenanalyses en om het vertrouwen van de belastingbetaler te behouden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>44.</NO.P>dringt er met klem op aan de preventie van belangenconflicten te versterken in het licht van de recente “draaideur”-gevallen en de aanbevelingen van de Europese Ombudsman; pleit ervoor de gedragscode te herzien teneinde striktere afkoelingsperioden voor vicevoorzitters van de EIB in te voeren en duidelijkere regels vast te stellen voor de deelname van vicepresidenten van de EIB aan besluiten over hun land van herkomst, en de Commissie ethiek en compliance de bevoegdheid te verlenen om risicobeperkende maatregelen op te leggen; wijst op de onlangs gepubliceerde informatie waarin vijf gevallen sinds 2019 worden genoemd van voormalige leden van de besluitvormende organen van de EIB die naar verluidt betrokken waren bij “draaideur”-situaties, waaronder een geval waarin een vicepresident van de EIB werd benoemd tot bestuurslid van een entiteit waarvoor hij een EIB-lening had ondertekend; merkt op dat de afkoelingsperiode is verlengd tot 24 maanden; wijst erop dat directieleden worden verzocht de Commissie ethiek en compliance in te lichten en om goedkeuring te vragen voor alle onderhandelingen over potentiële dienstverbanden; deelt de mening van de Europese Ombudsman dat de rol van de Commissie ethiek en compliance van de EIB moet worden versterkt; herinnert eraan dat risicobeperkende maatregelen, zoals afschermingsmaatregelen en afkoelingsperioden, als vanzelfsprekend moeten worden beschouwd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>45.</NO.P>neemt met bezorgdheid kennis van het bestaan van een uitgelekte interne controle van de EIB waarin wordt gesignaleerd dat de bepalingen inzake belangenconflicten “aan aanzienlijke verbetering toe zijn”, onder meer omdat deze geen aandacht besteden aan schijnbare en potentiële conflicten; onderstreept dat de belangenverklaringen van de bestuurs- en controleorganen van de EIB en het EIF niet in overeenstemming zijn met die van andere multilaterale ontwikkelingsbanken en de Europese Centrale Bank, en onverwijld moeten worden aangepast; wijst op de gebrekkige bevoegdheden, onafhankelijkheid en reikwijdte van de functies inzake de naleving van ethische normen van de EIB en het EIF, en op de risico’s die voortvloeien uit complexe rapportagelijnen, waardoor gevoelige persoonsgegevens gecompromitteerd kunnen raken; dringt erop aan dat de EIB zich aansluit bij het Ethics Network of Multilateral Organisations en verslag uitbrengt over door haar getroffen follow-upmaatregelen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>46.</NO.P>is zich ervan bewust dat Verordening (EG) nr. 1049/2001<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">5 </STRING>Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie (PB L 145 van 31.5.2001, blz. 43, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2001/1049/oj).</FIELD></FOOTNOTE> formeel niet van toepassing is op de EIB en dat het transparantiebeleid van de EIB, dat uitgaat van “principiële openbaarmaking”, bedoeld is om los van, maar in overeenstemming met deze verordening te functioneren; verzoekt de EIB om, in het kader van de herziening van haar transparantiebeleid in 2026, uitzonderingen op de “principiële openbaarmaking” te beperken tot strikt noodzakelijke en gerechtvaardigde gevallen; verzoekt de EIB gedetailleerdere notulen van de vergaderingen van de Raad van Bewind te publiceren, met inbegrip van stemverslagen en projectspecifieke motiveringen, met inachtneming van legitieme vertrouwelijkheid waar dat strikt noodzakelijk is;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>47.</NO.P>neemt nota van het toenemende aantal zaken dat door het klachtenmechanisme van de EIB wordt behandeld (113 zaken in 2024, 104 in 2023 en 97 in 2022); beklemtoont dat het klachtenmechanisme een autoreferentiële geschillenbeslechtingsprocedure blijft dat volledig is ingebed in de structuur van de EIB, wat ten koste gaat van de onafhankelijkheid, en waarvan de bevindingen worden geëvalueerd en goedgekeurd door dezelfde bestuursstructuren die het wordt geacht te controleren; merkt op dat benoemingen intern, zonder extern toezicht, geschieden; betreurt het dat het mechanisme geen verslag uitbrengt aan de Raad van Bewind over individuele zaken, maar slechts geaggregeerde overzichten verschaft in halfjaarlijkse verslagen; verzoekt de EIB het klachtenmechanisme te hervormen om echte onafhankelijkheid en externe verantwoording te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>48.</NO.P>neemt nota van de toegenomen werklast van de onderzoeksafdeling (IG/IN) in 2024 (244 nieuwe meldingen, waarvan 49 zijn doorverwezen naar OLAF en het EOM); betreurt het dat het jaarverslag van IG/IN nog steeds geen adequate informatie bevat over de financiële reikwijdte, de betrokken middelen en mandaten, de projecttypen, de corrigerende maatregelen en de betrokken lidstaten; verzoekt nogmaals de inspecteur-generaal van de EIB en het hoofd van de IG/IN-afdeling de kwaliteit van de gegevens te verbeteren en met het Parlement in overleg te treden om zo een betere bijdrage te leveren aan de bescherming van de betrokken financiële belangen, waarbij een goed evenwicht tussen transparantie en vertrouwelijkheid moet worden nagestreefd; benadrukt dat dergelijke verslagen een analyse van de onderliggende oorzaken moeten bevatten, zodat kan worden bepaald of missers het gevolg zijn van ontoereikende due diligence, externe factoren of systematische problemen bij de selectie van projecten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>49.</NO.P>is verheugd over de samenwerking van de EIB-groep met OLAF, het EOM en Europol en neemt nota van de gerapporteerde 29 doorverwijzingen naar OLAF en 20 doorverwijzingen naar het EOM in 2024; is ingenomen met de wens van de EIB om toegang te krijgen tot het risicoscore-instrument Arachne van de Commissie; verzoekt de Commissie dergelijke toegang onverwijld mogelijk te maken, zodat fraude bij alle EIB-verrichtingen doeltreffender kan worden opgespoord en voorkomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>50.</NO.P>stelt bezorgd vast dat de autonome uitsluitingsprocedure van de EIB en het systeem voor vroegtijdige opsporing en uitsluiting van de Commissie (EDES) niet volledig gelijkwaardig zijn en niet automatisch wederkerig werken; verzoekt de EIB haar uitsluitingsbeleid volledig af te stemmen op het EDES van de Commissie wat betreft besluitvormingsnormen, resultaten en corrigerende maatregelen, met inbegrip van de systematische wederzijdse erkenning van uitsluitingsbesluiten waar dit wettelijk mogelijk is; herhaalt zijn verzoek aan de EIB-groep en de Commissie om samen te werken bij het in kaart brengen van mogelijke lacunes en het voorstellen van correcties, waaronder een versnelde procedure voor de handhaving van uitsluitingsbesluiten van de EIB via het EDES;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>51.</NO.P>uit zijn voldoening over het EIB-programma voor de naleving van sancties en pleit voor periodieke verslaglegging over screening op sancties en waarborgen ter voorkoming van ontwijking in door de EIB gefinancierde verrichtingen; verzoekt de EIB-groep de screeningsprocedures voor investeringen in eigen vermogen via financiële tussenpersonen, waaronder durfkapitaalfondsen, te verbeteren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>52.</NO.P>merkt op dat de EIB op 10 juni 2024 bijlage XII bij de administratieve bepalingen voor het personeel heeft gepubliceerd, getiteld “Kader voor de erkenning van vakbonden bij de Europese Investeringsbank”; neemt nota van de voortdurende inspanningen van de EIB op het gebied van het welzijn van het personeel, met inbegrip van geestelijke gezondheid, en gelijke kansen; verzoekt de EIB haar beleid inzake diversiteit en inclusie aan te scherpen, met inbegrip van maatregelen ter bevordering van de inclusie van personen met een handicap en gelijke kansen; herinnert aan het belang van eerlijke geografische vertegenwoordiging en genderevenwicht bij aanwervings- en managementfuncties, en herhaalt dat selectie op basis van verdienste het belangrijkste criterium moet zijn, en verzoekt de EIB verslag uit te brengen over geografische en gendervertegenwoordiging op alle niveaus;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>53.</NO.P>herinnert aan het belang van de bescherming van klokkenluiders en solide kaders voor corruptiebestrijding;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Transparantie, controle en toezicht</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>54.</NO.P>erkent dat de belangrijkste relevante controletaken zijn toevertrouwd aan het Comité ter controle van de boekhouding van de EIB; is van mening dat de deelname van gekwalificeerde externe vertegenwoordigers aan specifieke taken van het Comité ter controle van de boekhouding de objectiviteit van de analyses van dat Comité zou kunnen vergroten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>55.</NO.P>merkt op dat transparantie en toegang tot informatie in de afgelopen jaren zijn verbeterd, zoals inspanningen om de besluitvorming beter te documenteren, onder meer door in voorkomend geval de vereiste meerderheden te vermelden; constateert dat de openbaarmaking van informatie op projectniveau en traceerbaarheid nog steeds ongelijkmatig zijn, met name bij verrichtingen waarbij financiële tussenpersonen zijn betrokken of sprake is van complexe garantiestructuren; verzoekt de EIB haar interne indicatoren beter af te stemmen op de EU-brede duurzaamheidsnormen (bijvoorbeeld door de verschillen tussen de ratio van klimaatactie van de EIB en de groeneactivaratio van de EU te corrigeren); wijst er nogmaals op dat adequate verslaglegging een noodzakelijke voorwaarde is voor transparantie en betreurt het dat de verslaglegging aan het EP bestaat uit vrijwillige, incidentele verschijningen van de president van de EIB in de plenaire vergadering of in de commissie met sectorale bevoegdheden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>56.</NO.P>neemt nota van de bevindingen van de Development Finance Institutions Transparency Index van 2025, waarin de EIB op algemene transparantie-indicatoren lager scoort dan andere vergelijkbare multilaterale ontwikkelingsbanken als de Wereldbank, de Aziatische Ontwikkelingsbank en de Afrikaanse Ontwikkelingsbank; erkent echter de aanzienlijke sterke punten van de EIB die worden genoemd in het verslag “Behind the Billions”<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">6 </STRING>Publish What You Fund, “Behind the Billions: Tracking the missing pieces of MDB climate finance data”, november 2025.</FIELD></FOOTNOTE> van november 2025, waarin de informatieverschaffing van de EIB wordt aangemerkt als “goede praktijk” aangezien deze een vrijwel volledige traceerbaarheid van haar klimaatfinanciering mogelijk maakt; benadrukt dat de EIB haar bewezen leiderschap op het gebied van gegevensdekking nu moet aanwenden om te voorzien in de gedetailleerde impactgegevens en gestandaardiseerde methoden die nodig zijn om te bepalen of haar investeringen doeltreffend en kostenefficiënt zijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>57.</NO.P>is zich ervan bewust dat voor leningen van de EIB niet dezelfde verplichtingen inzake zichtbaarheid gelden als voor subsidies; verzoekt de EIB echter ervoor te zorgen dat de toepasselijke contractuele en wettelijke kaders voorzien in transparantie bij alle projecten die met steun van de EIB worden gefinancierd, en dat duidelijk wordt aangegeven dat deze projecten worden gefinancierd met steun van de burgers van de lidstaten, teneinde het publiek meer bewust te maken van de concrete voordelen van EU-investeringen en het vertrouwen van de belastingbetalers in het gebruik van overheidsmiddelen te versterken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>58.</NO.P>herhaalt zijn opmerkingen over het belang van een volledige uitvoering van het beleid inzake belastingfraude, -ontduiking en -ontwijking; is verheugd over het feit dat er in 2024 een nieuw instrument is getest voor de beoordeling van risico’s op het gebied van belastingintegriteit, waarmee de fiscale risico’s van projecten kunnen worden beoordeeld, en ziet uit naar de beoordeling van de groepsbrede toepassing in 2025; verzoekt de EIB nogmaals om af te zien van financiering aan begunstigden of financiële tussenpersonen waarvan is vastgesteld dat of waarvan het risico hoog is dat zij betrokken zijn bij fiscale malversaties, en onderstreept dat dubbele belastingheffing op grensoverschrijdende investeringen en complexe fiscale omgevingen investeringen belemmeren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>59.</NO.P>betreurt het dat de EIB vertraging heeft opgelopen bij het geven van een follow-up aan het jaarverslag van het Parlement over de controle van haar financiële activiteiten over het jaar 2023<FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">7 </STRING>Resolutie van het Europees Parlement van 6 mei 2025 over de controle van de financiële activiteiten van de Europese Investeringsbank – jaarverslag 2023 (PB C, C/2026/574, 24.2.2026, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2026/574/oj).</FIELD></FOOTNOTE>, die traditioneel wordt gegeven in overeenstemming met een praktijk die al vele jaren wordt gevolgd; benadrukt dat een meer gestructureerde en voorspelbare samenwerking beide partijen ten goede zou komen; blijft van mening dat een memorandum van overeenstemming of een interinstitutioneel akkoord van essentieel belang is voor de totstandbrenging van een dergelijke samenwerking op het gebied van informatie-uitwisseling, hoorzittingen en follow-up, waarmee de praktijken die grotendeels al met de EIB zijn ingevoerd, formeel zouden worden vastgelegd; is ingenomen met de door de EIB uitgesproken bereidheid om een dialoog aan te gaan om ervoor te zorgen dat de samenwerking gebaseerd is op voorspelbare institutionele toezeggingen in plaats van informele afspraken; verzoekt nogmaals deze regeling snel af te ronden; verzoekt om verdere mogelijkheden te verkennen om de samenwerking tussen het Parlement, de nationale parlementen en de hoge controle-instanties te verbeteren, en om de uitwisseling met het maatschappelijk middenveld en de academische wereld te versterken, hetgeen zou leiden tot meer transparantie;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Follow-up van de aanbevelingen van het Parlement</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>60.</NO.P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">spoort de EIB aan tijdig follow-up te geven aan de aanbevelingen van het Parlement en verslag uit te brengen over de behaalde resultaten en de impact van de maatregelen die zijn genomen om haar prioriteiten en het EU-beleid ten uitvoer te leggen, met bijzondere aandacht voor:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>de (economische, ecologische en sociale) impact van haar investeringsstrategie en de resultaten die zijn behaald bij het bijdragen aan een evenwichtige en ongestoorde ontwikkeling van de interne markt in het belang van de EU,</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>maatregelen die zijn genomen om belangenconflicten, fraude, corruptie en andere mogelijke vormen van wangedrag beter te voorkomen en te bestrijden,</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>c)</SYMBOL>nieuwe maatregelen om de transparantie te versterken,</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>d)</SYMBOL>maatregelen ter versterking van de steun voor kmo’s en in aanmerking komende marktdeelnemers in het kader van de uitvoering van EU-beleid;</ITEM></LIST></P></ACTION><SEPARATION><P>°</P><P>°	°</P></SEPARATION><ACTION><P><NO.P>61.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie en verzoekt de Raad en de Raad van Bewind van de EIB een debat te houden over de hierin gepresenteerde standpunten van het Parlement.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>