<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2026)0121</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">De rol van oceaandiplomatie met betrekking tot het concurrentievermogen van de visserij en aquacultuur in de EU</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0043/2026 - Rapporteur: Željana Zovko)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 28 april 2026 over de rol van oceaandiplomatie voor het concurrentievermogen van de EU-visserij en aquacultuur (2025/2054(INI))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 2, artikel 3, lid 5, en de artikelen 43, 349 en 355,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het gemeenschappelijk visserijbeleid (GVB) van de EU en de externe dimensie ervan,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de Overeenkomst over de toepassing van de bepalingen van het Verdrag van 10 december 1982 van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee die betrekking hebben op de instandhouding en het beheer van de grensoverschrijdende en de over grote afstanden trekkende visbestanden,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de in het kader van het VN-Verdrag inzake het recht van de zee gesloten overeenkomst van 19 juni 2023 inzake de instandhouding en het duurzaam gebruik van de mariene biologische diversiteit in gebieden buiten de nationale rechtsmacht (de BBNJ-overeenkomst),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2025/2077 van het Europees Parlement en de Raad van 8 oktober 2025 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1026/2012 betreffende bepaalde maatregelen met het oog op de instandhouding van visbestanden ten aanzien van landen die niet-duurzame visserij toelaten<FOOTNOTE><FIELD> PB L, 2025/2077, 14.10.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2025/2077/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 5 juni 2025 getiteld “Het Europees oceaanpact” (COM(2025)0281) en de gezamenlijke mededeling van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid van 24 juni 2022 getiteld “De koers bepalen voor een duurzame blauwe planeet — Gezamenlijke mededeling over de EU-agenda voor internationale oceaangovernance” (JOIN(2022)0028),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de gezamenlijke mededeling van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid van 16 oktober 2025 getiteld “Het pact voor het Middellandse Zeegebied — één zee, één pact, één toekomst” (JOIN(2025)0026), en met name punt II.6, getiteld “Bevordering van een duurzame blauwe economie”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het mondiaal biodiversiteitskader van Kunming-Montreal,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de Overeenkomst ter voorkoming van ongereglementeerde visserij op volle zee in de centrale Noordelijke IJszee<FOOTNOTE><FIELD> PB L 73 van 15.3.2019, blz. 3.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de Overeenkomst van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) inzake visserijsubsidies, goedgekeurd bij ministerieel besluit van 17 juni 2022,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verslagen van de Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO) getiteld “Review of the state of world marine fisheries resources — 2025” en “The State of World Fisheries and Aquaculture 2024”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn eerdere resoluties over oceaangovernance, visserij en de blauwe economie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 17 oktober 2023 over de gevolgen van Chinese visserijactiviteiten op de visserijsector van de EU en de te volgen koers<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2024/2652, 29.4.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/2652/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 55 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie visserij (A10-0043/2026),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat oceanen en zeeën 71 % van het aardoppervlak en ruim 65 % van het grondgebied van de EU beslaan; overwegende dat de EU, die dankzij de ultraperifere gebieden op alle oceanen ter wereld aanwezig is, toezicht houdt op ’s werelds grootste collectieve maritieme zone, met 25 miljoen km² aan exclusieve economische zones en een kustlijn van meer dan 70 000 km; overwegende dat 40 % van de bevolking van de EU binnen 50 km van de zee woont;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat de vissersvloot van de EU, die de aanwezigheid van de EU op zee belichaamt, uit ongeveer 69 000 vaartuigen bestaat, waarvan 75 % wordt gebruikt door kust- en kleinschalige vissers, en een van de meest duurzame en strikt gereguleerde vissersvloten ter wereld is; overwegende dat de sector te maken heeft met krimpende quota, hoge exploitatiekosten, administratieve en regelgevingslasten, een verouderende vissersvloot en vergrijzende vissers, een gebrek aan stimulansen om nieuwe generaties voor de sector aan te trekken, en oneerlijke concurrentie uit niet-EU-landen met minder strenge normen; overwegende dat eerlijke concurrentie en duurzaam visserijbeheer van essentieel belang zijn voor een welvarende en winstgevende sector, zoals blijkt uit het economisch jaarverslag 2024 over de vissersvloot van de EU;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>	overwegende dat het ontbreken van gelijke voorwaarden voor vissers uit de EU en uit derde landen de afgelopen jaren heeft geleid tot een aanzienlijk verlies aan EU‑vaartuigen, die tijdelijk zijn geëxporteerd of zijn verkocht aan niet-EU-landen; overwegende dat wanneer een EU-vaartuig een visgrond verlaat die onder een regionale organisatie voor visserijbeheer (ROVB) valt, dit vaartuig wordt vervangen door een vaartuig uit een niet-EU-land, waarvoor meestal minder strenge milieu- en sociale normen gelden; overwegende dat tegelijkertijd de invoer van producten uit dergelijke landen naar de EU-markt toeneemt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>	overwegende dat de visserij- en aquacultuursector van de Europese Unie jaarlijks ongeveer 5,5 miljard EUR bijdraagt aan de EU-economie en ongeveer 193 000 directe arbeidsplaatsen biedt voor vissers en aquacultuurproducenten; overwegende dat de EU een visverwerkings- en visconservenindustrie heeft met een aanzienlijke sociaal-economische dimensie, die eveneens in stand moet worden gehouden en moet worden versterkt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat de EU 70 % van haar visserijproducten invoert, waardoor strategische afhankelijkheid ontstaat, de zelfvoorziening wordt ondermijnd en de sector het risico loopt te worden blootgesteld aan oneerlijke praktijken; overwegende dat deze situatie vraagt om bepalingen betreffende traceerbaarheid en transparantie, strengere grenscontroles, harmonisatie van de douanemechanismen, automatische vrijwarings- en wederkerigheidsclausules, alsook de oprichting van een EU-bureau voor invoercontrole om te waarborgen dat alle invoer voldoet aan normen die gelijkwaardig zijn aan die welke in de EU gelden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat de EU verdragsluitende partij is bij 18 regionale organisaties voor visserijbeheer en vier regionale zeeverdragen en een leidende rol speelt in multilaterale onderhandelingen over visserijbeheer en instandhouding van het mariene milieu; overwegende dat de EU erkent dat ROVB’s de bouwstenen vormen van de internationale oceaangovernance voor het beheer en de instandhouding van visbestanden en essentiële instrumenten zijn voor het bevorderen van internationale oceaandiplomatie, het versterken van de samenwerking tussen kust- en visserijlanden en het waarborgen van duurzame governance van de volle zee;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>	overwegende dat de EU 20 partnerschapsovereenkomsten inzake duurzame visserij (PODV’s) heeft gesloten; overwegende dat met de PODV’s, hoewel zeven daarvan momenteel niet actief zijn, een netwerk van overeenkomsten met partnerlanden tot stand wordt gebracht, dat tevens een platform biedt voor verdere samenwerking op het gebied van mondiaal visserijbeheer en internationale oceaangovernance;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat oceaanverzuring, zwerfvuil op zee, overbevissing, plasticvervuiling, invasieve soorten, aantasting van habitats en klimaatverandering, in de vorm van de stijgende temperatuur van het zeewater en steeds frequentere mariene hittegolven, een aanzienlijke bedreiging vormen voor de mariene biodiversiteit, en dat illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij (IOO-visserij), overbevissing en schaduwvloten een bedreiging vormen voor de wereldwijde en Europese biodiversiteit en visserij en oneerlijke concurrentie voor EU-vissers veroorzaken;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>	overwegende dat schaduwvloten en ondoorzichtige eigendomsstructuren een duidelijk en verhoogd risico vormen voor de maritieme veiligheid, de volksgezondheid en de veiligheid in kustgebieden, onder meer door het grotere risico op olielekken, onopzettelijke lozingen, lozingen van gevaarlijk afval en andere incidenten die menselijke levens, bestaansmiddelen en kustecosystemen in gevaar brengen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>	overwegende dat de vrijheid van scheepvaart en het vermogen om op zee actief te zijn, wereldwijd steeds meer op losse schroeven worden gezet en dat essentiële maritieme infrastructuur met steeds grotere risico’s wordt geconfronteerd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>K.</NO.P>	overwegende dat hybride dreigingen, cyberaanvallen en recente sabotageacties grensoverschrijdend zijn, aangezien het onder meer gaat om beschadiging van pijpleidingen en onderwatercommunicatiekabels, verstoring van het Global Positioning System (GPS) op de Oostzee en de Zwarte Zee en aanvallen op scheepvaartroutes in de Rode Zee; overwegende dat het aanpakken van de blootstelling van maritieme infrastructuur, maritieme communicatielijnen en de wereldhandel aan hybride dreigingen, cyberaanvallen, piraterij en toenemende geopolitieke spanningen, en daarmee bedreigingen voor de maritieme veiligheid, een strategische prioriteit is geworden voor de economie, de connectiviteit en de digitale soevereiniteit van de EU;</P></CONS><CONS><P><NO.P>L.</NO.P>overwegende dat de vijfde onderhandelingsronde over een toekomstig mondiaal verdrag inzake plastics in augustus 2025 heeft plaatsgevonden, maar dat er geen overeenstemming over een verdrag is bereikt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>M.</NO.P>overwegende dat de Brexit de visserijgovernance in het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan nog ingewikkelder heeft gemaakt, met negatieve gevolgen voor gestructureerde en ordelijke samenwerking op het gebied van visserijbeheer en oceaangovernance, waaronder de toewijzing van quota, de toegang tot visgronden en de handelsdynamiek;</P></CONS><CONS><P><NO.P>N.</NO.P>overwegende dat Verordening (EU) 2025/2077 de EU beter in staat stelt om tegen niet-duurzame visserijpraktijken van derde landen op te treden door duidelijke, op het internationaal recht en onafhankelijk wetenschappelijk bewijs gebaseerde criteria voor “niet-samenwerking” vast te stellen, met als doel de gezamenlijke visbestanden in stand te houden, de samenwerking binnen ROVB’s te versterken en te zorgen voor een gelijk speelveld voor EU-vissers die aan strenge duurzaamheidsnormen moeten voldoen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>O.</NO.P>overwegende dat in het Europees oceaanpact zes belangrijke prioriteiten voor de EU worden voorgesteld, waaronder het versterken van de oceaandiplomatie van de EU, het beschermen en herstellen van de gezondheid van de oceanen, het verbeteren van de maritieme veiligheid en het bevorderen van onderzoek naar en kennis over de oceanen;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Versterking van de oceaandiplomatie</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>benadrukt dat de EU wat de agenda voor internationale oceaangovernance betreft het voortouw moet blijven nemen, aangezien zij zich in een unieke positie bevindt, gezien de omvang van haar maritieme gebied, de geostrategische ligging van de ultraperifere gebieden in alle oceanen, haar historische leiderschap, haar economische relevantie en gewicht, en haar leidende rol op het gebied van wet- en regelgeving; herinnert eraan dat de EU de grootste exclusieve economische zone (EEZ) ter wereld heeft en reeds een van de koplopers is wat betreft het duurzame beheer, de bescherming, de instandhouding en het herstel van haar mariene habitats en hulpbronnen met het oog op toekomstige generaties;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>benadrukt dat de oceaan een geopolitieke en economische troef is die van centraal belang is voor het concurrentievermogen en de culturele identiteit van Europa, en dat oceaandiplomatie deel uitmaakt van de internationale oceaangovernance; is van mening dat dit niet beperkt mag blijven tot geopolitieke of veiligheidsbenaderingen, maar dat ook rekening moet worden gehouden met algemeen oceaanbeheer en algemene oceaangovernance, waarbij het gaat om de ecologische, economische, culturele, sociale en territoriale dimensies van de zee en het belang van de zee voor visserijgemeenschappen en de gemeenschappen van kust-, eiland- en ultraperifere gebieden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>vraagt dat oceaandiplomatie wordt gemainstreamd in het externe optreden van de EU, met inbegrip van ontwikkeling, en in haar gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid, teneinde een op regels gebaseerde maritieme orde te verdedigen door middel van multilaterale samenwerking in overeenstemming met het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee (Unclos); merkt op dat nauwere samenwerking tussen de lidstaten en de EU-agentschappen, met name het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid, het Europees Grens- en kustwachtagentschap (Frontex), het Europees Bureau voor visserijcontrole, het Europees Milieuagentschap en het Agentschap van de Europese Unie voor het ruimtevaartprogramma, de duurzame exploitatie van mariene hulpbronnen zou helpen waarborgen, de milieu-, economische en sociale normen van de EU zou helpen promoten, met name in internationale organisaties zoals de FAO, de Internationale Arbeidsorganisatie en de WTO, en IOO‑visserij zou helpen tegengaan door middel van strengere controles op de invoer van ongereglementeerde visserijproducten en strengere voorwaarden voor de toegang tot EEZ’s;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>onderstreept dat het belangrijk is om schaduwvloten, piraterij, intimidatie en vijandige of gewelddadige handelingen uit niet-EU-landen ten nadele van vissers en maritieme infrastructuur van de EU aan te pakken door middel van specifieke maatregelen zoals marinemissies, satellietmonitoring met behulp van Copernicus en zeedrones; dringt aan op versterking van de militaire, niet-militaire en marinemissies van de EU die IOO‑visserijactiviteiten, illegale handel en spookvloten monitoren en bestrijden en de veiligheid van vaartuigen controleren; herinnert eraan dat smokkelschepen en spookvloten het risico op ernstige verontreinigingsincidenten vergroten en een gevaar vormen voor kustgebieden en hun bewoners; stelt voor om een nood- en herstelfaciliteit van de EU in te stellen om te helpen bij de respons- en herstelwerkzaamheden na milieuongevallen in verband met deze activiteiten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>is ingenomen met de doelstelling van het Europees oceaanpact om een geïntegreerde strategie te ontwikkelen die het maritiem beleid bundelt en zorgt voor samenhang tussen de sectoren door onder meer oceaandiplomatie, de blauwe economie, milieuverantwoordelijkheid, milieubescherming, een industriële maritieme strategie, visserij en aquacultuur, maritieme veiligheid, handel en ontwikkelingsbeleid te integreren; onderstreept dat de EU door een combinatie van missies op zee, toezicht op infrastructuur, verzekerings- en marktstabilisatiemaatregelen, een betere cyberdefensie en krachtige wetshandhaving veilige en betrouwbare handelsroutes en visgronden in stand kan houden en zo haar geloofwaardigheid en leidende positie in de op regels gebaseerde wereldorde kan versterken; vraagt dat er regelmatig “oceaantoppen” op EU‑niveau worden georganiseerd, waarbij alle relevante ministers, het Parlement en de Commissie worden betrokken, om de uitvoering van het Europees oceaanpact te volgen en een sterke en dynamische internationale oceaangovernance en oceaandiplomatie te ontwikkelen, en zo bij te dragen tot een ruimere oceaanagenda van de EU en tot de op regels gebaseerde wereldorde;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>is ingenomen met het nieuwe pact voor het Middellandse Zeegebied als vlaggenschipinitiatief ter versterking van vrede, stabiliteit en welvaart in de regio; neemt met name nota van de nadruk die wordt gelegd op de bevordering en verbetering van de rechtskaders in verband met ROVB’s en de bestrijding van IOO-visserij op de Middellandse Zee door middel van capaciteitsopbouw, monitoring, controle en bewaking; neemt ook nota van het doel om grootschalige regionale projecten te helpen opzetten die kansen creëren voor mensen en bedrijven; wijst erop dat de visserijvloot in het Middellandse Zeegebied voornamelijk bestaat uit kleine vaartuigen, die ongeveer 80 % van de totale EU-vloot in de regio uitmaken, en dat deze vloot en de vloten van de buurlanden reeds te kampen hebben met tal van uitdagingen die afbreuk doen aan de aantrekkelijkheid en de sociaal-economische duurzaamheid van de sector; erkent dat het belangrijk is om regionale samenwerking op het gebied van maritieme veiligheid, milieubescherming en de duurzame ontwikkeling van de blauwe economie te bevorderen; vraagt de Commissie om, in nauw partnerschap met de Unie voor het Middellandse Zeegebied en andere regionale organen, prioriteit te geven aan de uitvoering van dit pact en gebruik te maken van de ervaring en beste praktijken van eerdere dergelijke initiatieven om te zorgen voor tastbare voordelen voor kustgemeenschappen, met bijzondere aandacht voor jongeren, vrouwen, kleine bedrijven, ecosystemen, voedselsoevereiniteit en economische veerkracht in het hele bekken en de daarmee verbonden Zwarte Zee;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>verzoekt de Commissie ten volle gebruik te maken van krachtige oceaandiplomatie als strategisch instrument om gemeenschappelijke doelstellingen en de strategische belangen van de EU te bevorderen via haar deelname aan ROVB’s en haar netwerk van PODV’s, met bijzondere aandacht voor duurzame governance, zodat een echt gelijk speelveld, naleving en eerlijke concurrentie tussen EU-vissers en vissers uit niet-EU-landen worden gewaarborgd; benadrukt dat de EU een vissersvloot in stand moet houden die de nieuwe vangstmogelijkheden die uit de uitbreiding van PODV’s voortvloeien, kan benutten om de voedselsoevereiniteit van de EU veilig te stellen en tegelijk bij te dragen aan de lokale economische veerkracht en een duurzaam beheer van hulpbronnen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>	is ingenomen met de aankondiging van een nieuwe generatie PODV’s, zoals uiteengezet in het Europees oceaanpact, die aansluiten bij de regionale strategieën van de EU voor Afrika en de Indo-Pacifische regio; benadrukt dat ervoor moet worden gezorgd dat deze overeenkomsten wetenschappelijk adviezen en de mensenrechten eerbiedigen, de bilaterale samenwerking met partnerlanden verder verdiepen, het gezamenlijk optreden in internationale fora zoals ROVB’s versterken, en ook de mondiale leidende rol van de EU bij de bevordering van partnerschappen inzake duurzame visserij versterken; benadrukt dat deze nieuwe generatie PODV’s ook een kans moet bieden om de duurzaamheid van de vloot te verbeteren, de druk op sterk beviste bestanden te verminderen, de herkomst van visserijproducten te diversifiëren en de afhankelijkheid van de EU van visserijproducten uit niet-EU-landen te verminderen; verzoekt de Commissie een communicatiestrategie met wereldwijde impact te ontwikkelen om haar ambities en leidende positie kracht bij te zetten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>vraagt dat er aandacht wordt besteed aan “slapende” overeenkomsten teneinde die hetzij te activeren door onderhandelingen aan te vatten, hetzij te beëindigen zodat EU‑bedrijven andere regelingen kunnen verkennen die in overeenstemming zijn met de toepasselijke EU-regels, zoals rechtstreekse vergunningen; onderstreept dat PODV’s uitdrukkelijk zijn uitgesloten van het toepassingsgebied van de WTO-overeenkomst inzake visserijsubsidies van 2022;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>verzoekt de Commissie voorts haar inspanningen verder te zetten, met name via haar optreden in ROVB’s, haar netwerk van PODV’s en memoranda van overeenstemming, om te zorgen voor meer transparantie en verantwoordingsplicht in alle visserijlanden, met name die welke niet dezelfde strenge sociale, veiligheids- en duurzaamheidsnormen hanteren als de EU-vloten, en ervoor te zorgen dat zij normen onderschrijven die werknemers beschermen in overeenstemming met de verdragen van de Internationale Arbeidsorganisatie, gedetailleerde informatie verstrekken over de activiteiten van hun vloot, hun vangsten correct rapporteren en de instandhoudings- en beheersmaatregelen naleven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>verzoekt de EU en haar lidstaten de uitvoering van de vrijwillige richtsnoeren van de FAO voor duurzame kleinschalige visserij te bevorderen, de vangstrechten van kleinschalige vissers en hun toegang tot visbestanden te beschermen, en te ervoor te zorgen dat kleinschalige vissers inspraak hebben in besluitvorming die voor hen gevolgen heeft;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>verzoekt de Commissie samen met de partnerlanden in het Middellandse Zeegebied na te gaan hoe gedeeld beheer van mariene hulpbronnen en een gelijk speelveld wat betreft regels en controles, regionale stabiliteit en veiligheid kunnen worden bevorderd en geharmoniseerd, teneinde de economische toekomst van bedrijven op lange termijn veilig te stellen, bijvoorbeeld door de samenwerking in ROVB’s te intensiveren of een PODV te sluiten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>benadrukt dat met PODV’s een eerlijke en niet-discriminerende behandeling van EU‑vaartuigen moet worden gewaarborgd, met evenredige en transparante toegangsvergoedingen en ‑voorwaarden die stroken met het beginsel van een gelijk speelveld; benadrukt dat voor alle vaartuigen die in de EEZ van een partnerland actief zijn, dezelfde financiële en technische vereisten moeten gelden als voor EU-vaartuigen, bijvoorbeeld door middel van spiegelmaatregelen; wenst dat de non-discriminatieclausule in toekomstige PODV-protocollen wordt aangescherpt om te voorkomen dat partnerlanden gunstigere — financiële of technische — voorwaarden toekennen aan andere buitenlandse vloten; benadrukt dat deze clausules doeltreffend moeten worden gemonitord en gehandhaafd, en wijst erop dat de evaluaties van de Commissie momenteel onvoldoende gedetailleerde informatie bevatten over de toepassing en de doeltreffendheid ervan; verzoekt de Commissie daarom in toekomstige evaluatieverslagen over PODV’s stelselmatig uitgebreide analyses en gegevens over dit aspect op te nemen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>verzoekt de Commissie en de lidstaten, met het oog op een betere uitvoering van de IOO-verordening<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EG) nr. 1005/2008 van de Raad van 29 september 2008 houdende de totstandbrenging van een communautair systeem om illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij te voorkomen, tegen te gaan en te beëindigen, tot wijziging van Verordeningen (EEG) nr. 2847/93, (EG) nr. 1936/2001 en (EG) nr. 601/2004 en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 1093/94 en (EG) nr. 1447/1999 (PB L 286 van 29.10.2008, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2008/1005/oj).</FIELD></FOOTNOTE>, iets te doen aan het gebrek aan transparantie in de visserijsector van niet-EU-landen, dat onder meer het gevolg is van goedkope vlaggen, vlaghoppen, complexe bedrijfsstructuren en een gebrek aan openbare informatie over uiteindelijke begunstigden; benadrukt bovendien hoe belangrijk het is te voorkomen dat de EU-vloot wordt vervangen door minder duurzame niet-EU-vloten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>acht het van belang dat bij de onderhandelingen prioriteit wordt gegeven aan de aanwezigheid van de EU en de toegang tot visgronden voor vaartuigen die de vlag van een EU-lidstaat voeren; is van mening dat vaartuigen die de vlag van een EU-lidstaat voeren, de voorkeur verdienen met het oog op de voedselvoorziening, de controle daarover en de duurzaamheid daarvan, en dat dit bijdraagt aan de strategische autonomie van de EU op het vlak van voedselzekerheid;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>erkent het strategische belang van joint ventures in de visserij als nuttig samenwerkingsmodel tussen de EU en niet-EU-landen; benadrukt dat deze regelingen zowel binnen de EU als in niet-EU-landen economische en sociale waarde genereren, de consumenten in de EU van hoogwaardige en duurzaam gevangen mariene eiwitten voorzien, verantwoorde visserij, eerlijke werkgelegenheid en duurzame groei helpen bevorderen, en rechtstreeks bijdragen tot verscheidene duurzameontwikkelingsdoelstellingen en de doelstellingen van de EU op het gebied van oceaangovernance;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>neemt met instemming nota van de gezamenlijke mededeling van 24 juni 2022 van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid over de EU-agenda voor internationale oceaangovernance en van de recente goedkeuring door de Commissie van het Europees oceaanpact, waarvan de uitvoering moet worden ondersteund met de nodige financiële middelen, waaronder de 1 miljard EUR die tijdens de derde oceaanconferentie van de Verenigde Naties is toegezegd voor vrijwillige verbintenissen om de mariene biodiversiteit te beschermen en de ontwikkeling van een duurzame blauwe economie te versterken; juicht het toe dat het Europees oceaanpact in het kompas voor concurrentievermogen is opgenomen als strategisch element voor langetermijngroei in de EU, maar betreurt dat er om de toegang tot deze middelen concurrentie dreigt te ontstaan tussen de maritieme sectoren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>verzoekt de EU belanghebbenden te ondersteunen bij de oprichting van een Europese maritieme industriële alliantie waarin visserij, aquacultuur, scheepsbouw, scheepvaart, strategische investeringen en technologie worden geïntegreerd, en erkent dat alle maritieme sectoren onderling afhankelijk zijn als het gaat om concurrentievermogen, werkgelegenheid, de energietransitie, de digitale transitie en het duurzame gebruik van mariene en aquatische hulpbronnen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>verzoekt de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) aanzienlijk meer te investeren in de opleiding van EU-diplomaten over kwesties in verband met de oceanen, met bijzondere nadruk op het versterken van de deskundigheid op het gebied van maritieme en oceaangovernance binnen EU-delegaties en missies in niet-EU-landen, met name in kuststaten; benadrukt dat zij, binnen hun bevoegdheidsgebieden en in overeenstemming met de Global Gateway-strategie, meer inzicht moeten krijgen in de investeringen, activiteiten en uitdagingen van de blauwe economie van de EU; vraagt dat de EDEO wordt betrokken bij het onder de aandacht brengen van het strategische belang van het Europees oceaanpact, met steun of begeleiding van de betrokken directoraten-generaal van de Commissie, waaronder het directoraat-generaal Maritieme Zaken en Visserij (DG MARE);</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Concurrentievermogen van de visserij en aquacultuur</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>verzoekt de Commissie in het kader van de lopende evaluatie van het GVB door middel van een omnibusvoorstel oplossingen voor te stellen om de administratieve lasten te verminderen en de administratieve procedures te vereenvoudigen, en de procedures te versnellen voor projecten die de voedselzekerheid en ‑soevereiniteit vergroten; is van mening dat het goede voorbeeld geven met een winstgevende sector bevorderlijk zal zijn voor gemeenschappelijke duurzaamheidsnormen, zodat we een voortrekkersrol kunnen vervullen bij de wereldwijde ontwikkeling van deze normen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>benadrukt dat maatregelen zoals het vergemakkelijken van de toegang tot land- en kustgebieden, die in nauwe samenwerking met de Europese Investeringsbank en regionale en lokale overheden worden ontwikkeld, essentiële stappen zijn voor de instandhouding van een duurzame, veerkrachtige en concurrerende aquacultuursector; onderstreept dat een herzien GVB of een nieuw gemeenschappelijk aquacultuurbeleid de voedselzekerheid en ‑soevereiniteit moet helpen vergroten door te zorgen voor een stabiele aanvoer van visserijproducten voor de consumenten in de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>benadrukt dat visserij en aquacultuur strategische troeven zijn voor voedselzekerheid, voedselsoevereiniteit en de ontwikkeling van plattelandsgebieden aan de kust; dringt er bij de Commissie op aan om visserij en de productie van aquatische levensmiddelen volledig te integreren in de bredere strategieën van de EU voor voedselzekerheid, voeding en duurzaamheid; benadrukt dat de drie duurzaamheidspijlers van het GVB in gelijke mate moeten worden ontwikkeld en dat geen van deze pijlers de levensvatbaarheid van de andere mag fnuiken; verzoekt de EU en de lidstaten de samenwerking tussen vissers en andere maritieme belanghebbenden in het kader van de duurzame blauwe economie te versterken op gebieden zoals maritieme ruimtelijke ordening, de uitrol van hernieuwbare energie, de organisatie van de toeleveringsketen voor visserijproducten, de circulaire economie en diversificatie, en daarbij de bredere identiteit en rol van vissers als hoeders van het mariene milieu en als drijvende krachten achter lokale ontwikkeling in kustgemeenschappen te erkennen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>dringt er bij de Commissie op aan om de structurele en ecologische factoren en trends die van invloed zijn op de duurzaamheid, het concurrentievermogen, de afhankelijkheid en de winstgevendheid op lange termijn van de visserij, aquacultuur en eersteverkoop- en verwerkende bedrijven op lange termijn grondig te beoordelen, met name in de eiland- en ultraperifere gebieden; stelt voor om maatregelen te ontwikkelen om deze factoren en trends aan te pakken door middel van specifieke en onmiddellijke acties die het geleidelijk verdwijnen van visserijactiviteiten in de EU voorkomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>wijst erop dat de visserij- en aquacultuursector van de EU aantrekkelijk en concurrerend moet worden gemaakt ten opzichte van concurrenten in de rest van de wereld; verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat alle lidstaten en relevante belanghebbenden zich ertoe verbinden het CATCH-systeem spoedig te gebruiken voor alle visserij- en aquacultuurproducten die in de EU worden ingevoerd, en het vrijwillige gebruik van het systeem door niet-EU-landen te bevorderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>vraagt om gerichte maatregelen om generatievernieuwing te waarborgen en het beroep van visser aantrekkelijker te maken, ook voor vrouwen, door te zorgen voor een duurzaam beheer en herstel van de visbestanden, investeringen in moderne, veilige en gedigitaliseerde vissersvloten zonder dat de vangstcapaciteit toeneemt, opleidingsprogramma’s, veiligheid op zee, de ontwikkeling van beroepsopleidingen, met name over het onderhoud van maritieme drones en op afstand bediende robots, de preventie van beroepsziekten en niet-beroepsgerelateerde ziekten, initiatieven op het gebied van risicopreventie en betere arbeidsomstandigheden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>herinnert eraan dat de eiland- en ultraperifere gebieden te maken hebben met permanente natuurlijke en geografische beperkingen die van invloed zijn op het concurrentievermogen van hun vissersvloten en de economie van de eilanden; vraagt dat er specifieke aandacht wordt besteed aan investeringen in en maatregelen, financiering en steun voor bijvoorbeeld de decarbonisatie, vernieuwing en modernisering van vissersvloten en verbeteringen van de infrastructuur, teneinde de aantrekkelijkheid te vergroten, de generatievernieuwing en de toekomst van de visserijsector in die gebieden veilig te stellen en bij te dragen aan duurzame lokale ontwikkeling; verzoekt de Commissie bijzondere aandacht te besteden aan de betrokkenheid van de ultraperifere gebieden bij de PODV’s van de EU met niet-EU-landen, met name met buurlanden of ‑regio’s, bijvoorbeeld in de vorm van steun voor infrastructuur, vloten of sectoren, teneinde oneerlijke concurrentie te voorkomen tussen vissers in de ultraperifere gebieden en vissers in naburige niet-EU-landen waarvan de vaartuigen worden vernieuwd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>verzoekt de Commissie en de lidstaten de consument beter bewust te maken en transparantie en traceerbaarheid te bevorderen door ervoor te zorgen dat er, ook digitaal, gedetailleerde informatie wordt verstrekt over de herkomst, kwaliteit en duurzaamheid van alle visserijproducten; benadrukt dat ervoor moet worden gezorgd dat visserijproducten en mariene producten uit de EU en producten die in de EU worden ingevoerd, voldoen aan vergelijkbare milieu-, sociale, traceerbaarheids-, duurzaamheids- en dierenwelzijnsnormen, die worden gehandhaafd door doeltreffende monitoring en sancties, in overeenstemming met de WTO-regels en toekomstige spiegelclausules;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>pleit voor maatregelen met betrekking tot decarbonisatie-inspanningen en de vernieuwing en modernisering van de vloot, met specifieke aandacht voor de situatie en de behoeften van de vissersvloot in de ultraperifere gebieden en op de eilanden; wijst erop dat uit zijn recente studie<FOOTNOTE><FIELD> Europees Parlement, directoraat-generaal Intern Beleid, beleidsondersteunende afdeling Structuur- en Cohesiebeleid, “The future of the EU fishing fleet — First assessment of Member States’ EMFAF programmes for 2021-27”, november 2024.</FIELD></FOOTNOTE> blijkt dat bij toekomstige steuninstrumenten voor de visserij moet worden overwogen of de voorwaarden voor steun voor de eerste aankoop van een vissersvaartuig, voor vernieuwing of vervanging van de motor en voor verbeteringen aan vaartuigen waar extra tonnage voor nodig is, minder restrictief kunnen worden gemaakt als er tegelijk beperkingen worden opgelegd om overcapaciteit of overbevissing op het niveau van afzonderlijke segmenten of van de volledige nationale vloot te voorkomen; verzoekt de Commissie daarmee rekening te houden bij de evaluatie en vereenvoudiging van onnodige regelgevingsbelemmeringen binnen het GVB en het Europees Fonds voor maritieme zaken, visserij en aquacultuur (EMFAF);</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Leidende rol op het gebied van milieu en wetenschap</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>is ingenomen met de leidende rol van de EU op het gebied van mondiale oceaangovernance, met name door haar rol bij de oprichting van de “Biodiversity Beyond National Jurisdiction High Ambition Coalition” (coalitie met een hoge ambitie voor de biodiversiteit in gebieden die buiten de nationale rechtsmacht vallen), die 47 leden telt; is ingenomen met de inwerkingtreding van de BBNJ-overeenkomst in het kader van het Unclos, die moet zorgen voor de doeltreffende instandhouding en het duurzame gebruik van de mariene biologische diversiteit in gebieden die buiten de nationale rechtsmacht vallen, wat op zijn beurt de doeltreffende bescherming en het duurzame beheer van de volle zee moet waarborgen; wenst dat het nieuwe kader op gecoördineerde en complementaire wijze functioneert met bestaande internationale organen, waaronder ROVB’s, de FAO en de Internationale Maritieme Organisatie, en met het GVB; benadrukt dat de overeenkomst moet worden uitgevoerd en de richtlijn moet worden omgezet met inachtneming van de bevoegdheden van deze organen, het EU-acquis en de bevoegdheden van de lidstaten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>is verheugd dat er is bevestigd dat het niet vaststellen, uitvoeren of handhaven van maatregelen op het gebied van visserijbeheer — hetzij in het kader van ROVB’s, hetzij in het kader van bilaterale en multilaterale overeenkomsten — voortaan wordt beschouwd als niet-samenwerking in de zin van het EU-recht; vraagt de Commissie in dit verband om, in samenwerking met de lidstaten, gebruik te maken van alle beschikbare instrumenten om ervoor te zorgen dat niet-EU-landen samenwerken, met inbegrip van Verordening (EU) nr. 1026/2012<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EU) nr. 1026/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende bepaalde maatregelen met het oog op de instandhouding van visbestanden ten aanzien van landen die niet-duurzame visserij toelaten (PB L 316 van 14.11.2012, blz. 34, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2012/1026/oj).</FIELD></FOOTNOTE>, die een kader vaststelt voor het identificeren van en vaststellen van maatregelen voor niet-EU-landen die niet samenwerken en die niet-duurzame visserij toestaan op een bestand van gemeenschappelijk belang voor de Unie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>erkent het belang van het voorzorgsbeginsel van een internationaal moratorium op diepzeemijnbouw als een kwestie van wereldwijde milieuverantwoordelijkheid die van invloed kan zijn op oceaangovernance en visserij; benadrukt in dit verband dat het belangrijk is het voorzorgsbeginsel op diepzeemijnbouwprojecten toe te passen totdat de effecten daarvan op het mariene milieu en de biodiversiteit voldoende zijn bestudeerd en onderzocht; dringt erop aan dat de EU actief blijft deelnemen aan de wereldwijde inspanningen op het gebied van onderzoek naar en exploratie van de diepzee, maar tegelijk de hoogste normen voor het duurzame beheer van hulpbronnen vaststelt; verwelkomt de door de Commissie bepleite preventieve opschorting van diepzeemijnbouw; verzoekt de lidstaten daarom deze aanpak te ondersteunen, onder meer via de Internationale Zeebodemautoriteit, totdat er uitgebreid wetenschappelijk onderzoek en kennis over het effect van diepzeemijnbouw beschikbaar zijn en kan worden aangetoond dat dergelijke activiteiten kunnen worden beheerd zonder dat ze verlies van biodiversiteit of aantasting van het ecosysteem veroorzaken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>dringt aan op steun voor een internationaal moratorium op diepzeemijnbouw en herinnert de EU en haar lidstaten, als leden van de Internationale Zeebodemautoriteit en in overeenstemming met het Unclos, aan hun wettelijke verplichting om met passende maatregelen te reageren op pogingen om de Internationale Zeebodemautoriteit — het bevoegde internationale orgaan voor het reguleren van diepzeemijnbouwactiviteiten buiten de nationale rechtsgebieden — te omzeilen, aangezien die pogingen gevolgen kunnen hebben voor de internationale oceaangovernance;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>33.</NO.P>verzoekt de Commissie en de lidstaten erop aan te dringen dat het internationale moratorium op de walvisvangst en de jacht op grote walvisachtigen van de Internationale Walvisvaartcommissie en internationale organen door alle landen en regio’s wordt nageleefd en dat de bestaande uitzonderingen niet worden misbruikt om commerciële doeleinden te ondersteunen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>34.</NO.P>benadrukt dat de aanwijzing van beschermde mariene gebieden (MPA’s) moet worden voorafgegaan door grondige effectbeoordelingen en daadwerkelijke raadpleging van de betrokken belanghebbenden, en gepaard moet gaan met duidelijke doelstellingen en doeltreffende monitoring-, controle-, en toezicht maatregelen, op basis van de beste beschikbare wetenschappelijke kennis en adviezen; benadrukt dat rekening moet worden gehouden met de drie pijlers van duurzame ontwikkeling, die hand in hand moeten gaan met de strategische autonomie van de EU, en met het belang van vissers en kustgemeenschappen voor de cohesie van de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>35.</NO.P>herinnert eraan dat er specifieke aandacht moet worden besteed aan het noordpoolgebied, in overeenstemming met de strategie voor het noordpoolgebied van 2021, en spreekt met name zijn steun uit voor de inspanningen die zijn geleverd voor de instelling van de twee nieuwe MPA’s in het oostelijke deel van Antarctica en de Weddellzee in de Antarctische Oceaan; neemt kennis van de effectbeoordelingen en het bezwaar tegen voorstellen voor MPA’s dat sommige partijen hebben geuit in de Commissie voor de instandhouding van de levende rijkdommen in de Antarctische wateren; vraagt dat er actief voor deze MPA’s wordt gepleit als onderdeel van een noodzakelijk antwoord op de toenemende en mogelijk niet-duurzame ambities van andere mondiale actoren in deze regio’s en dat er grotere bilaterale en multilaterale inspanningen worden geleverd oom steun te verkrijgen voor de aanwijzing van twee nieuwe MPA’s;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>36.</NO.P>spreekt zijn bezorgdheid uit over de toename en concentratie van de krillvisserij in de Zuidelijke Oceaan de afgelopen tien jaar door bepaalde niet-EU-landen en de daarmee gepaard gaande bedreigingen voor de Antarctische ecosystemen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>37.</NO.P>verzoekt de Commissie een moratorium van vijf jaar op de krillvisserij in de Zuidelijke Oceaan te steunen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>38.</NO.P>benadrukt dat wetenschappelijk bewijs de ruggengraat moet blijven vormen van de besluitvorming in het kader van internationale oceaangovernance, als gemeenschappelijke basis moet dienen bij multilaterale onderhandelingen en duurzaam beheer van visserij en aquacultuur moet ondersteunen; benadrukt voorts dat er moet worden geïnvesteerd in en ondersteuning moet worden verleend aan wetenschappelijke instanties die het bewijsmateriaal leveren dat aan de grondslag ligt van dergelijke besluitvorming;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>39.</NO.P>herinnert aan het belang van de wereldwijde leidende rol van de EU bij de uitvoering van het mondiaal biodiversiteitskader van Kunming-Montreal, waarin het belang wordt erkend van andere doeltreffende gebiedsgebonden instandhoudingsmaatregelen (OECM’s) als aanvullende aanpak naast MPA’s; benadrukt dat belangrijk is om ook OECM’s op te nemen om de doelstelling te halen om tegen 2030 30 % van de oceanen wereldwijd te beschermen, mits de OECM’s aan de criteria in dit kader voldoen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>40.</NO.P>steunt de toezegging in het kader van het Europees oceaanpact om een pan-Europees oceaanobservatie-initiatief op te zetten als hoeksteen voor het verbeteren van het inzicht in en het beheer van mariene ecosystemen; steunt de oprichting van een Europees waarnemingscentrum voor de diepzee in de Atlantische Oceaan en pleit voor de oprichting van een wereldwijd netwerk van waarnemingscentra die gegevens uitwisselen en de mobiliteit tussen wetenschappers bevorderen; dringt aan op nauwere samenwerking binnen de EU op het gebied van onderzoek en innovatie om de samenwerking en mobiliteit op het gebied van mariene wetenschappen te intensiveren en de leidende rol van de EU op dit gebied te versterken; verzoekt de EU haar inspanningen en inzet op het gebied van wetenschappelijke samenwerking voor de instandhouding van de mariene en kustecosystemen op te voeren, gezien de vaststelling dat sommige mondiale partners minder inspanningen leveren om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen; benadrukt dat er voldoende financiële ondersteuning moet worden verleend;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>41.</NO.P>verzoekt de Commissie in het kader van het Europees oceaanpact een specifiek initiatief voor een schone Oostzee op te nemen om de unieke milieu- en veiligheidsuitdagingen van de Oostzee aan te pakken; benadrukt dat de Oostzee nog steeds ernstig te lijden heeft onder eutrofiëring, vervuiling en de aanwezigheid van gevaarlijke restanten uit de oorlog, waaronder munitie, chemische stoffen en andere verontreinigende stoffen, op de zeebodem;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Handelsbeleid en mondiale oceaangovernance</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>42.</NO.P>benadrukt dat de EU de verantwoordelijkheid heeft om haar leidende rol in internationale fora te behouden door multilateralisme te bevorderen, samen te werken met alle relevante partners op het gebied van duurzame visserij en oceaangovernance, waaronder de Verenigde Staten en China, en mondiale normen voor mariene duurzaamheid en eerlijke concurrentie vast te stellen; vestigt voorts de aandacht op de belangrijke rol van de adviesraden, zoals de adviesraad voor de vollezee-/verrezeevloot, bij het verstrekken van advies aan de Commissie over de formulering en uitvoering van beleid; wijst erop dat het belangrijk is dat bij de besluitvorming naar behoren rekening wordt gehouden met hun advies;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>43.</NO.P>is ingenomen met de inwerkingtreding van de WTO-overeenkomst inzake visserijsubsidies; benadrukt dat deze overeenkomst een mijlpaal vormt met het oog op de afschaffing van schadelijke visserijsubsidies die bijdragen tot overbevissing en overcapaciteit, en daarmee wereldwijd een gelijk speelveld en een duurzaam beheer van mariene hulpbronnen bevordert; moedigt de Commissie aan om aan de hand van oceaandiplomatie voort te bouwen op dit succes door proactief in gesprek te gaan met niet-EU-landen, in het bijzonder belangrijke visserijlanden, om de ratificatie en doeltreffende uitvoering van deze overeenkomst te bevorderen, de lopende onderhandelingen over de volgende stappen te ondersteunen, en vooruitgang te boeken met wereldwijde verbintenissen op het gebied van duurzaam, transparant en billijk visserijbeheer;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>44.</NO.P>benadrukt dat goed beheerde ROVB’s, die zorgen voor doeltreffende multilaterale onderhandelingen die leiden tot sterke gemeenschappelijke regels en een goede naleving daarvan, van cruciaal belang zijn voor het bewerkstelligen van concurrentievermogen op het gebied van visserij en aquacultuur, en wijst op het belang van investeringen in de capaciteit van deze ROVB’s, samenwerking met VN-agentschappen en sterkere EU‑diplomatie in deze fora; benadrukt dat de EU de nalevingsorganen van de ROVB’s nog steeds onvoldoende benut en verzoekt de Commissie daarom gevallen van niet-naleving door niet-EU-landen aan de orde te stellen en aan te pakken in de desbetreffende nalevingscomités van de ROVB’s;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>45.</NO.P>verzoekt de Commissie en de lidstaten de douanecontroles te versterken met uitgebreidere bevoegdheden en ten volle gebruik te maken van een nieuw EU‑douaneagentschap om vissers te beschermen tegen drugs- en migrantensmokkelaars en andere illegale activiteiten die een bedreiging vormen voor de veiligheid van vissers en de regionale stabiliteit; herinnert eraan dat het waarborgen van de traceerbaarheid van visserijproducten, de doeltreffende naleving van duurzaamheidsnormen en wederkerigheid met niet-EU-landen op het gebied van visserij- en aquacultuurproducten vissers beschermt tegen illegale activiteiten en het vertrouwen van de consument in stand houdt; benadrukt dat criminele netwerken die de visserijsector voor hun activiteiten gebruiken, duurzame oceaangovernance ondermijnen, lokale economieën verstoren en bestaansmiddelen in kustgebieden in gevaar brengen; benadrukt dat een doeltreffende aanpak van georganiseerde misdaad in de visserijsector zal bijdragen tot een veiligere en veerkrachtigere oceaaneconomie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>46.</NO.P>is ingenomen met de langetermijnafspraken tussen de EU en het Verenigd Koninkrijk, waarbij volledige wederzijdse toegang tot de visserijwateren wordt verleend tot en met 30 juni 2038; verzoekt de Commissie waakzaam te zijn bij het toezicht op de door het VK genomen maatregelen teneinde de belangen van de EU en haar bedrijven en burgers te beschermen, en zich krachtig te blijven verzetten tegen eenzijdige besluiten die de toegang van EU-vissers tot de wateren van het VK de facto zouden beperken, zoals besluiten in verband met de uitvoering of geplande aanwijzing van MPA’s en het verbod op visserij op zandspiering, en de mechanismen van de handels- en samenwerkingsovereenkomst te gebruiken om eventueel daaruit voortvloeiend verlies van visserijrechten te verhelpen; verzoekt de Commissie er ook voor te zorgen dat er na 2038 langdurige en stabiele visserij-afspraken zijn tussen de EU en het VK;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>47.</NO.P>verzoekt de EU haar samenwerking met Noorwegen te intensiveren via de rondetafelconferentie op hoog niveau over visserij en oceanen, om onopgeloste kwesties zoals de kabeljauwschuld uit 2021 die Noorwegen aan de EU verschuldigd is, op te lossen en te zorgen voor een eerlijk en gelijk speelveld tussen vissers uit de EU en Noorwegen; verzoekt de Commissie alles in het werk te stellen om met kuststaten omvattende overeenstemming over de gedeelde bestanden te bereiken teneinde overbevissing van die bestanden te voorkomen en voor EU-vissers eerlijke en duurzame vangstmogelijkheden te waarborgen; verzoekt de Commissie gebruik te maken van alle mogelijkheden die Verordening (EG) nr. 1026/2012 biedt ten aanzien van landen die niet-duurzame visserij toestaan, met inbegrip van sancties;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>48.</NO.P>benadrukt dat de EU haar marktmacht moet aanwenden als strategisch instrument om haar belangen te verdedigen en duurzaamheid te bevorderen; onderstreept dat toegang tot de EU-markt afhankelijk moet worden gesteld van de naleving van de EU-normen om te waarborgen dat in de EU ingevoerde visserijproducten niet afkomstig zijn van illegale of niet-duurzame bronnen of van activiteiten die in verband worden gebracht met mensenrechtenschendingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>49.</NO.P>wijst op de langdurige betrekkingen op het gebied van visserij tussen de EU en Groenland en op het belang van nauwere betrekkingen voor EU-vissers en voor gezamenlijke maatregelen om een duurzaam beheer van de visbestanden in de Noord‑Atlantische Oceaan te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>50.</NO.P>verzoekt de Commissie te zorgen voor een correcte en volledige tenuitvoerlegging van EU-regels met betrekking tot niet-EU-landen die niet-duurzame visserij toestaan, meer juridische duidelijkheid te verschaffen over niet-duurzame visserijpraktijken die aanleiding kunnen geven tot handhavingsmaatregelen van de EU, met inbegrip van handelsbeperkingen zoals invoerverboden, teneinde de EU beter in staat te stellen niet-duurzame praktijken aan te pakken, met name die welke van invloed zijn op kleine pelagische bestanden zoals makreel, en te zorgen voor samenhang tussen het handelsbeleid en de doelstellingen van de oceaandiplomatie; benadrukt dat veel van deze praktijken reeds duidelijk in kaart zijn gebracht, maar met de huidige handhavingsmaatregelen niet voldoende worden aangepakt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>51.</NO.P>dringt er bij de Commissie op aan om de monitoring-, controle- en handhavingsmechanismen met betrekking tot Russische visserijactiviteiten en handelsstromen van visserijproducten, met inbegrip van overlading en wederuitvoer via derde landen, te versterken; dringt aan op verdere beperkingen op de invoer van visserijproducten uit Rusland; vraagt dat er strenge traceerbaarheidsvereisten en gecoördineerde inspecties worden ingevoerd en dat wordt voorkomen dat vis die door Russische bedrijven is gevangen of verwerkt, op de EU-markt wordt gebracht;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>52.</NO.P>benadrukt dat het van belang is te zorgen voor coherentie tussen de normen die aan EU‑producenten worden opgelegd en de normen voor ingevoerde producten gelden, met name in het kader van bestaande of toekomstige handelsovereenkomsten tussen de EU en haar handelspartners, bijvoorbeeld door spiegelclausules in te voeren; verzoekt de Commissie bovendien te blijven beoordelen of de autonome tariefcontingenten relevant zijn gezien de impact ervan op de Europese visserijsector, en deze zo nodig aan te passen; herhaalt zijn verzoek om vis- en zeevruchtenconserven bij handelsbesprekingen als “gevoelige producten” te behandelen; vraagt de EU-autoriteiten op hun hoede te zijn en meer controles uit te voeren om te garanderen dat export die onder autonome tariefcontingenten valt, niet afkomstig is van IOO-visserij;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>53.</NO.P>verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat de doelstellingen van het GVB volledig worden geïntegreerd in het standpunt van de EU in alle internationale fora, zoals het Verdrag inzake biologische diversiteit of de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten, waar over mariene biologische rijkdommen, waaronder visbestanden, wordt gesproken;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Budgettaire en institutionele maatregelen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>54.</NO.P>benadrukt met klem dat er aanzienlijke middelen nodig zijn voor oceaangovernance en ‑diplomatie, met name om een strategische visserijsector in stand te houden, zodat de EU haar mondiale verbintenissen kan nakomen, haar strategische rol kan versterken en de veerkracht van kustgemeenschappen in de toekomst kan ondersteunen; stelt met bezorgdheid vast dat uit de voorstellen voor het volgende meerjarig financieel kader blijkt dat voor de periode 2028-2034 slechts 2 miljard EUR voor visserij en aquacultuur is gereserveerd, wat amper een derde is van het vorige gegarandeerde financieringsniveau;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>55.</NO.P>verzoekt de Commissie om in het meerjarig financieel kader voor de periode na 2028 voldoende financiering uit te trekken voor visserijgerelateerde uitgaven, zoals de doelstellingen die momenteel onder het EFMZVA vallen; wijst erop dat het belangrijk is dat EU-middelen een krachtig instrument blijven ter ondersteuning van generatievernieuwing, gendergelijkheid, voedselzekerheid, modernisering van de vloot en sociaal-economische duurzaamheid;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>56.</NO.P>wijst op de cruciale rol van kleinschalige visserij voor de instandhouding van lokale economieën en gemeenschappen over de hele wereld; benadrukt dat het, wil de EU haar strategische en voedselautonomie verbeteren, van cruciaal belang is om de visbestanden in de EU te herstellen, en dat het, om de voorwaarden te scheppen voor de veerkracht en het concurrentievermogen van de EU op de lange termijn, van essentieel belang is dat de kleinschalige visserijsector van de EU zowel door de EU als op nationaal niveau voldoende wordt ondersteund;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>57.</NO.P>merkt op dat alle diplomatie een dure projectiecapaciteit vereist en dat het daarom wenselijk zou zijn om een specifiek financieringsinstrument voor de visserij in eiland- en ultraperifere gebieden in te stellen, bijvoorbeeld door het programma van speciaal op een afgelegen en insulair karakter afgestemde maatregelen (Posei-programma voor de visserij), dat nu in het EFMZVA is opgenomen, opnieuw in te voeren om de sector te ondersteunen bij het overwinnen van geografische en structurele beperkingen en het waarborgen van de levensvatbaarheid van lokale visserijgemeenschappen op de lange termijn; benadrukt dat het belangrijk is ervoor te zorgen dat gebruik wordt gemaakt van bestaande instrumenten, zoals de monitoringdienst voor het mariene milieu van Copernicus, en van nieuwe capaciteiten of technologieën, zoals drones;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>58.</NO.P>verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat vissers en belanghebbenden in de blauwe economie doeltreffende en eenvoudigere toegang hebben tot financieringsinstrumenten, en specifiek minimumfinanciering toe te kennen, zoals het Europees Fonds voor concurrentievermogen, dat investeringen in een duurzame blauwe economie ondersteunt, en het Instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking — Europa in de wereld, dat oceaangovernance en ‑diplomatie en inspanningen ter bestrijding van IOO-visserij ondersteunt, alsook financiering voor ROVB’s en aanvullende financieringsbronnen zoals het Fonds voor een rechtvaardige transitie, REPowerEU, Horizon Europa en de Europese Investeringsbank; dringt er bij de Commissie op aan te zorgen voldoende administratieve en juridische stabiliteit voor particuliere investeringen teneinde de ontwikkeling van maritieme sectoren te bevorderen;</P></ACTION><SEPARATION><P>°</P><P>°	°</P></SEPARATION><ACTION><P><NO.P>59.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>