<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2026)0122</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Controle, transparantie en traceerbaarheid van prestatiegerichte instrumenten</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0022/2026 - Rapporteur: Monika Hohlmeier)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 28 april 2026 over controle, transparantie en traceerbaarheid van prestatiegerichte instrumenten (2025/2032(INI))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de artikelen 311, 312, 319, 323 en 324 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2020/2093 van de Raad van 17 december 2020 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021-2027<FOOTNOTE><FIELD> PB L 433 I van 22.12.2020, blz. 11, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2020/2093/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, de in verband hiermee door het Parlement, de Raad en de Commissie overeengekomen gezamenlijke verklaringen en de hieraan gerelateerde unilaterale verklaringen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2024 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie<FOOTNOTE><FIELD> PB L, 2024/2509, 26.9.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/2509/oj.</FIELD></FOOTNOTE> (het Financieel Reglement),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2020/2092 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2020 betreffende een algemeen conditionaliteitsregime ter bescherming van de Uniebegroting<FOOTNOTE><FIELD> PB L 433 I van 22.12.2020, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2020/2092/oj.</FIELD></FOOTNOTE> (de verordening inzake conditionaliteit met betrekking tot de rechtsstaat),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2024/1263 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2024 betreffende de doeltreffende coördinatie van het economisch beleid en betreffende het multilaterale begrotingstoezicht en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1466/97 van de Raad<FOOTNOTE><FIELD> PB L, 2024/1263, 30.4.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1263/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 15 december 2022 over het opschalen van het meerjarig financieel kader 2021-2027: een veerkrachtige EU-begroting die geschikt is voor nieuwe uitdagingen<FOOTNOTE><FIELD> PB C 177 van 17.5.2023, blz. 115.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn standpunt van 27 februari 2024 over het ontwerp van verordening van de Raad tot wijziging van Verordening (EU, Euratom) 2020/2093 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021-2027<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2024/6750, 26.11.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/6750/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 16 december 2020 tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie betreffende begrotingsdiscipline, samenwerking in begrotingszaken en goed financieel beheer, alsmede betreffende nieuwe eigen middelen, met inbegrip van een routekaart voor de invoering van nieuwe eigen middelen<FOOTNOTE><FIELD> PB L 433 I van 22.12.2020, blz. 28, ELI: http://data.europa.eu/eli/agree_interinstit/2020/1222/oj.</FIELD></FOOTNOTE> (het IIA),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 16 december 2020 over het ontwerp van verordening van de Raad tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021-2027<FOOTNOTE><FIELD> PB C 445 van 29.10.2021, blz. 240.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag van de Europese Rekenkamer (de Rekenkamer) van 10 oktober 2024 over de uitvoering van de EU-begroting betreffende het begrotingsjaar 2023, vergezeld van de antwoorden van de instellingen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Speciaal verslag 13/2024 van de Rekenkamer van 2 september 2024, getiteld “Absorptie van middelen uit de herstel- en veerkrachtfaciliteit – Vooruitgang vertraagd en nog steeds risico’s voor de verwezenlijking van maatregelen en dus van de RRF‑doelstellingen”, Speciaal verslag 14/2024 van de Rekenkamer van 11 september 2024, getiteld “Groene transitie – Onduidelijke bijdrage uit de herstel- en veerkrachtfaciliteit” en Speciaal verslag 22/2024 van de Rekenkamer van 21 oktober 2024, getiteld “Dubbele financiering uit de EU-begroting – Controlesystemen missen essentiële elementen om het verhoogde risico door het niet-kostengerelateerde RRF‑financieringsmodel te beperken”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Analyse 03/2025 van de Rekenkamer van 16 juni 2025, getiteld “Kansen voor het meerjarig financieel kader voor de periode na 2027” en Analyse 04/2025 van de Rekenkamer van 19 juni 2025, getiteld “De toekomst van het cohesiebeleid van de EU –lessen trekken uit het verleden”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 7 mei 2025 inzake een vernieuwde langetermijnbegroting voor de Unie in een veranderende wereld en het advies van de Commissie begrotingscontrole aan de Begrotingscommissie over dit onderwerp<FOOTNOTE><FIELD> Aangenomen teksten, P10_TA(2025)0090.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van zijn Commissie begrotingscontrole van 23 april 2025 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2023, afdeling III – Commissie, uitvoerende agentschappen en het negende, tiende en elfde Europees Ontwikkelingsfonds,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de studie van de Commissie van december 2023 ter ondersteuning van de tussentijdse evaluatie van de herstel- en veerkrachtfaciliteit,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag 2024 van het Europees Openbaar Ministerie (EOM), gepubliceerd op 3 maart 2025,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het rapport van Mario Draghi van september 2024 over de toekomst van het Europese concurrentievermogen (het rapport-Draghi),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van het Europees Comité van de Regio’s van 8 oktober 2024, getiteld “Tussentijdse evaluatie van het Europees herstelplan na COVID-19 (herstel- en veerkrachtfaciliteit)”<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2024/7057, 4.12.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/7057/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de informatie die is gepubliceerd op het scorebord voor herstel en veerkracht (RRF-scorebord),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn interne onderzoek, diepgaande analyse en briefings met betrekking tot de uitvoering van de herstel- en veerkrachtfaciliteit,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het rapport van Enrico Letta van 17 april 2024, getiteld “Much more than a market – speed, security, solidarity: empowering the Single Market to deliver a sustainable future and prosperity for all EU Citizens” (het rapport-Letta),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van 20 februari 2024 van de groep op hoog niveau van de Commissie over de toekomst van het cohesiebeleid, getiteld “Forging a sustainable future together – Cohesion for a competitive and inclusive Europe”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 11 februari 2025, getiteld “De weg naar het volgende meerjarig financieel kader” (COM(2025)0046),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 29 januari 2025, getiteld “Het EU-kompas voor concurrentievermogen” (COM(2025)0030),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de conclusies van de Europese Raad van 20 maart 2025, 6 maart 2025 en 19 december 2024,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de politieke beleidslijnen voor de mandaatsperiode 2024-2029 van de Commissie, die op 18 juli 2024 door de verkozen voorzitter van de Commissie zijn gepresenteerd,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van het Europees Comité van de Regio’s van 20 november 2024 getiteld “EU-begroting en plaatsgebonden beleid: voorstellen voor nieuwe ontwerp- en uitvoeringsmechanismen in het MFK na 2027”<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2025/279, 24.1.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/279/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie van 16 juli 2025 voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een kader voor het traceren van begrotingsuitgaven en voor begrotingsprestaties en andere horizontale regels voor de programma’s en activiteiten van de Unie (COM(2025)0545),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 18 juni 2025 inzake het uitvoeringsverslag over de herstel- en veerkrachtfaciliteit<FOOTNOTE><FIELD> Aangenomen teksten, P10_TA(2025)0128.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A10-0074/2025),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 55 en artikel 148, lid 2, van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A10-0022/2026),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat het toenemende aantal politieke prioriteiten in de EU de EU-begroting extra onder druk zet, waardoor het verantwoord gebruik van de beschikbare financiële middelen belangrijker is dan ooit; overwegende dat goed financieel beheer, zoals gedefinieerd in het Financieel Reglement, vereist dat de middelen van de EU worden besteed volgens de beginselen van zuinigheid, efficiëntie en doeltreffendheid, om ervoor te zorgen dat de middelen op kosteneffectieve wijze worden gebruikt, dat de doelstellingen tijdig, in de juiste hoeveelheid en tegen de beste prijs worden bereikt, en dat de beoogde resultaten en effecten worden bereikt; overwegende dat er hierdoor een grotere behoefte is aan waakzaamheid op het gebied van financieel beheer om erop toe te zien dat de uitgaven een aantoonbaar rendement op investeringen opleveren in termen van economische groei, concurrentievermogen en de verwezenlijking van de prioriteiten van de EU;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat, indien de EU-financiering de vorm aanneemt van steun die niet is gekoppeld aan de vergoeding van subsidiabele kosten, maar aan resultaten, outputs of andere prestatie-indicatoren, de uitbetalingen afhankelijk zijn van het behalen van vooraf gedefinieerde mijlpalen of streefdoelen, die moeten worden geverifieerd voordat er uitbetalingen plaatsvinden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat, door de uitbetalingen los te koppelen van de daadwerkelijke uitgaven, de toegang tot gegevens over de werkelijke kosten wordt ondermijnd en bijgevolg de beoordeling van de zuinigheid, efficiëntie en doeltreffendheid wordt belemmerd; wijst erop dat dit gebrek aan gegevens de systematische opsporing van onregelmatigheden, frauderisico’s en dubbele financiering verhindert en tegelijkertijd het vermogen van de EU beperkt om mechanismen voor vroegtijdige waarschuwing en gegevensgestuurde risicobeoordelingen toe te passen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat het gebrek aan uitgavenverificatie het risico op onnauwkeurigheid in de kostenramingen vergroot, waardoor het goed financieel beheer, de transparantie en de verantwoordingsplicht worden ondermijnd; overwegende dat de Rekenkamer herhaaldelijk heeft gewaarschuwd voor de tekortkomingen in kostenramingen, de verschillen tussen nationale controlenormen en de zwakke punten in de capaciteit voor toezicht van de Commissie;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat een ruime discretionaire bevoegdheid bij de beoordeling of mijlpalen en streefdoelen zijn gehaald, ertoe kan leiden dat de Commissie de lidstaten inconsistent behandeld of dat middelen vroegtijdig worden vrijgegeven voordat aan de voorwaarden voor uitbetaling volledig is voldaan;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat de Rekenkamer tekortkomingen heeft gevonden in de opzet van het controlesysteem van de herstel- en veerkrachtfaciliteit, waaronder een te grote afhankelijkheid van nationale instanties, onvolledige controlesporen, systemische tekortkomingen en het risico op inconsistente toepassing in de lidstaten; merkt op dat deze tekortkomingen nog worden verergerd door de versnippering en onverenigbaarheid van nationale gegevenssystemen, wat een belemmering vormt voor de interoperabiliteit, tijdige opsporing van risico’s en de doeltreffende bescherming van persoonsgegevens bij audit- en controleacties;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat de controle van op prestaties gebaseerde instrumenten afhankelijk is van de geloofwaardigheid van nationale monitoringmechanismen; overwegende dat het risico voor de financiële belangen van de EU groter wordt door tekortkomingen op het gebied van de rechtsstaat, aangezien voor de bescherming van deze belangen een onafhankelijke rechterlijke macht en autonome fraudebestrijdingsorganen nodig zijn;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat de rol van het Parlement als wetgever en begrotings- en kwijtingsautoriteit moet worden gewaarborgd voor de democratische verantwoordingsplicht, met strikte verantwoordingsmechanismen en volledige transparantie over de eindontvangers van middelen van de Unie, en overwegende dat lidstaten en andere nationale autoriteiten niet als eindontvangers van middelen van de Unie mogen worden beschouwd;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Uitdagingen voor de transparantie, verantwoordingsplicht en doeltreffende controle van op prestaties gebaseerde instrumenten</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>benadrukt dat in overeenstemming met het Financieel Reglement op prestaties gebaseerde instrumenten moeten voldoen aan de beginselen van wettigheid, regelmatigheid, zuinigheid, efficiëntie en doeltreffendheid en dat vereenvoudiging nooit ten koste mag gaan van goed financieel beheer en transparantie; dringt aan op risicogebaseerde en evenredige controles en houdt vol dat de indicatoren voor op prestaties gebaseerde instrumenten betrekking moeten hebben op tastbare resultaten en de toegevoegde waarde van de EU in plaats van enkel gebaseerd te zijn op vooraf vastgestelde outputs; benadrukt dat dergelijke instrumenten, als ze goed zijn ontworpen, meer de nadruk kunnen leggen op resultaten, hervormingen en het concurrentievermogen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>merkt op dat de herstel- en veerkrachtfaciliteit (RRF) die voornamelijk gericht is op uitbetalingen die gekoppeld zijn aan het behalen van mijlpalen en streefdoelen, het eerste grote op prestaties gebaseerde instrument op EU-niveau is dat uitsluitend gebaseerd is op financiering die niet gekoppeld is aan kosten; merkt voorts op dat het model van de RRF is overgenomen in andere financieringsinstrumenten, zoals de faciliteit voor Oekraïne en de faciliteit voor de Westelijke Balkan; uit zijn bezorgdheid over de voorstellen van de Commissie om in het volgende meerjarig financieel kader (MFK) voor de meeste EU-financieringsprogramma’s een soortgelijk model te gebruiken, ook voor rubriek 1; neemt er nota van dat de RRF tot op zekere hoogte enkele nationale investeringen en hervormingen heeft gestimuleerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>benadrukt het belang lering te trekken uit de kritieke tekortkomingen die aan het licht zijn gekomen in het gecentraliseerde, op prestaties gebaseerde uitvoeringsmodel van de RRF, die door de Rekenkamer en de Commissie zijn vastgesteld, zoals de beperkte verantwoordingsplicht en het geringe toezicht op EU-niveau op de naleving van regels en voorschriften; onderstreept dat de transparantie over de eindontvangers moet worden gewaarborgd door middel van een uniform, interoperabel EU-breed systeem voor verslaglegging dat toegankelijk is voor de Commissie, de Rekenkamer, het EOM en het Parlement; benadrukt dat de toegevoegde waarde voor de EU kan worden vergroot door het aantal grensoverschrijdende projecten te verhogen en door subnationale entiteiten, met name lokale en regionale overheden, voldoende beslissingsbevoegdheden te geven bij het opzetten en uitvoeren van de faciliteit;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>is van mening dat, hoewel de RRF ontworpen is als een op prestaties gebaseerd instrument, bij de uitvoering ervan vaak meer voorrang wordt gegeven aan outputs dan aan resultaten; betreurt dat de vaag gedefinieerde mijlpalen en streefdoelen, waarbij de nadruk in de eerste plaats ligt op inputs en outputs in plaats van op resultaten, ertoe kunnen leiden dat de doelstellingen van de RRF niet worden behaald; is van mening dat in toekomstige op prestaties gebaseerde instrumenten specifiekere kernprestatie-indicatoren moeten worden opgenomen om te garanderen dat investeringen aansluiten bij de doelstellingen van het instrument en een duidelijke toegevoegde waarde voor de EU opleveren; verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat toekomstige op prestaties gebaseerde instrumenten in alle lidstaten worden geharmoniseerd, transparant worden ontworpen en langdurig stabiel zijn om de consistentie, verantwoordingsplicht en efficiëntie op de lange termijn te bevorderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>wijst erop dat wanneer vertrouwd wordt op kostenramingen vooraf zonder verificatie van de werkelijke uitgaven, het risico bestaat dat er een structureel gebrek aan verantwoordingsplicht ontstaat, de mogelijkheid om de kosteneffectiviteit te beoordelen wordt beperkt, en bijgevolg de beginselen van zuinigheid en efficiëntie worden ondermijnd; onderstreept de noodzaak om op risico’s en materialiteit gebaseerde verificatiemechanismen in te voeren met duidelijk omschreven drempels die aanleiding geven tot verplichte controles; verzoekt de Commissie systematisch instrumenten voor datamining, kruiscontroles en het analyseren van gegevens te integreren in toekomstige op prestaties gebaseerde instrumenten om onregelmatigheden en risico’s in verband met corruptie en belangenconflicten op te sporen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>is uitermate bezorgd over de voorstellen van de Commissie om in het volgende MFK algemeen gebruik te maken van financiering die niet gekoppeld is aan kosten, en onderstreept hoe belangrijk het is te voorzien in voldoende waarborgen om een goed financieel beheer bij de uitvoering van Uniefinanciering te garanderen; benadrukt dat een dergelijke significante verschuiving naar het gebruik van financiering die niet gekoppeld is aan kosten, zorgvuldig moet worden beoordeeld, rekening houdend met de tekortkomingen die in eerdere of bestaande op prestaties gebaseerde instrumenten zijn vastgesteld, en benadrukt dat er een alomvattende evaluatie van de RRF moet worden uitgevoerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>uit zijn bezorgdheid over de toenemende schuldenlast en financieringskosten van de EU; merkt op dat, volgens het jaarverslag 2024 van de Rekenkamer, de uitstaande leningen die door de EU zijn afgesloten tegen 2027 meer dan 900 miljard EUR zouden kunnen bedragen, bijna tien keer het niveau van 2020 vóór de invoering van het herstelpakket NextGenerationEU (NGEU); waarschuwt ervoor dat stijgende financieringskosten een risico vormen voor toekomstige begrotingen en de begrotingsruimte voor nieuwe prioriteiten beperken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>stelt dat het algemene gebruik van financiering die niet gekoppeld is aan kosten, weliswaar de administratieve lasten kan verminderen, maar het risico vergroot op onregelmatigheden, dubbele financiering en fraude, waardoor de transparantie en traceerbaarheid van EU-middelen afneemt; wijst erop dat het niet koppelen van financiering aan kosten, ertoe kan leiden dat er niet-levensvatbare projecten worden gefinancierd die eerder worden opgezet om mijlpalen te halen, dan om rendement op te leveren; benadrukt de rol van het Parlement bij het toezicht op de uitvoering van de EU-begroting, met name zijn bevoegdheid om kwijting te verlenen; dringt erop aan in het volgende MFK in te zetten op robuuste governance om te verzekeren dat het Parlement zijn rol als kwijtingsautoriteit ten volle kan vervullen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>neemt nota van de aspecten in verband met de rechtsstaat in het voorstel van de Commissie voor het MFK voor de periode 2028-2034 en dringt aan op een uniform, samenhangend en alomvattend kader voor alle EU-financieringsprogramma’s, onder de paraplu van de verordening inzake conditionaliteit met betrekking tot de rechtsstaat; dringt er voorts op aan dat elke toepassing van financiering die niet gekoppeld is aan kosten volledig verenigbaar is met deze verordening;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>merkt met bezorgdheid op dat het EOM eind 2024 311 lopende zaken in verband met NextGenerationEU behandelde, die op vier na allemaal betrekking hadden op de RRF, wat neerkomt op ongeveer 17 % van alle lopende onderzoeken naar uitgavenfraude en een stijging van ongeveer 51 % van NGEU-gerelateerde zaken ten opzichte van 2023; merkt voorts op dat de schade voor de financiële belangen van de EU wordt geschat op 2,8 miljard EUR, goed voor 30 % (tegenover 25 % in 2023) van de totale geraamde schade als gevolg van alle fraude met EU-uitgaven; benadrukt dat de EU-instellingen nog steeds weinig zaken melden, wat verdere bezorgdheid doet rijzen over het vermogen van de Commissie om doeltreffend toezicht te houden op de uitvoering van de RRF; herinnert eraan dat er van de 27 EU-lidstaten momenteel 24 aan het EOM deelnemen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>spreekt zijn bezorgdheid uit over het feit dat op prestaties gebaseerde instrumenten die gebruikmaken van financiering die niet gekoppeld is aan kosten, meer gericht zijn op systeemgerichte controles dan op controles van daadwerkelijk gedane uitgaven; waarschuwt dat dergelijke systeemgerichte controles mogelijk geen licht werpen op onderliggende problemen die zich kunnen verspreiden en het goed financieel beheer van de Uniebegroting en de bescherming van de financiële belangen van de Unie ernstig kunnen ondermijnen; is van mening dat zelfs binnen de huidige financiële architectuur en het huidige uitvoeringsmodel voor EU-financiering, de controlesystemen van verschillende lidstaten systemische tekortkomingen vertonen, waardoor fraude of andere onregelmatigheden niet konden worden opgespoord en voorkomen, zoals de zaak OPEKEPE in Griekenland of de fraude met fondsen voor plattelandsontwikkeling in Slowakije en andere recente gevallen in verschillende lidstaten, waaruit blijkt dat er een strenger EU-toezicht nodig is; verzoekt de Commissie bijgevolg om doortastende corrigerende maatregelen te nemen, de controle- en accreditatieprocedures te versterken en ervoor te zorgen dat soortgelijke systemische tekortkomingen zich niet meer kunnen voordoen, met inachtneming van het evenredigheidsbeginsel met betrekking tot verslagleggings- en documentatieverplichtingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>stelt met bezorgdheid vast dat in de wetgeving van op prestaties gebaseerde instrumenten, zoals de RRF, en in de voorstellen van de Commissie voor het MFK voor de periode 2028-2034, geen duidelijke normen en drempels zijn opgenomen om te verduidelijken in welke gevallen nationale beheers- en controlesystemen als ontoereikend of onbetrouwbaar worden beschouwd, waardoor corrigerende maatregelen of opschortingen aan discretionaire beoordeling worden overgelaten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>onderstreept dat het algemene gebruik van financiering die niet gekoppeld is aan kosten, de Rekenkamer en de nationale auditautoriteiten ertoe noopt hun activiteiten aanzienlijk aan te passen en andere methoden te gaan gebruiken voor audits; waarschuwt dat een dergelijke verschuiving, zonder de auditautoriteiten hierop voor te bereiden, aanzienlijke problemen zal opleveren en een structureel hiaat in het controlespoor zou kunnen veroorzaken, met ernstige gevolgen voor zowel het goed financieel beheer van de Uniebegroting als de kwijtingsprocedure;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>betreurt dat de Rekenkamer in het kader van op prestaties gebaseerde instrumenten, zoals de RRF, onvolledige controlesporen heeft vastgesteld, waardoor de traceerbaarheid afneemt en het vermogen van het Parlement en de Rekenkamer om toezicht uit te oefenen wordt beperkt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>benadrukt dat, zonder sterke waarborgen en gedetailleerde richtsnoeren van de Commissie, technische bijstand en specifieke opleiding over de methodologie voor doelmatigheidscontroles, een sterke afhankelijkheid van nationale autoriteiten en externe auditors een uitwerking kan hebben op de kwaliteit en onafhankelijkheid van de controles, waardoor de EU reputatieschade kan oplopen; onderstreept dat het ondersteunen van de nationale auditautoriteiten de kwaliteit en de consistentie ten goede zal komen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>benadrukt dat de absorptie van middelen of uitbetalingen per definitie geen indicator voor succes zijn; betreurt dat in de meest recente wijzigingen in de nationale herstel- en veerkrachtplannen de nadruk werd gelegd op absorptie waardoor de oorspronkelijk geplande ambitieuze doelstellingen werden teruggeschroefd, met name met betrekking tot hervormingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>herinnert eraan dat controleorganen in de lidstaten moeten voldoen aan internationaal aanvaarde controlenormen; waarschuwt dat als zij deze normen niet naleven, de betrouwbaarheid van hun werk afneemt en dit risico’s met zich meebrengt voor de single audit-benadering; neemt kennis van de herhaalde bevindingen van de Rekenkamer dat bepaalde nationale auditautoriteiten tekortkomingen vertonen op het gebied van reikwijdte, kwaliteit, documentatie en verslaglegging; wijst op de noodzaak van een duidelijk kader van verantwoordelijkheden om kwaliteit en consistentie te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>benadrukt dat de verschillen tussen de IT- en gegevenssystemen van de lidstaten het risico vergroten op fouten, onregelmatigheden, dubbele financiering, vertragingen en inconsistente verslaglegging; herinnert eraan dat het Parlement, om de volledige traceerbaarheid van EU-middelen te waarborgen, herhaaldelijk ertoe heeft opgeroepen in het kader van de herschikking van het Financieel Reglement één geïntegreerd en interoperabel informatie- en monitoringsysteem in te voeren, met inbegrip van één enkel instrument voor datamining en risicoscores, voortbouwend op — maar niet beperkt tot — bestaande instrumenten en databanken; betreurt echter de weigering van de lidstaten om het gebruik van een dergelijk systeem te verplichten vanaf het begin van het volgende MFK; is ingenomen met de voortdurende inspanningen van de Commissie om een dergelijk interoperabel systeem te ontwikkelen, door voort te bouwen op het Arachne‑instrument, en dringt er bij alle lidstaten op aan ten volle gebruik te maken van dit systeem; wijst erop dat de doeltreffendheid van elk nieuw financieringsmodel afhangt van de betrouwbaarheid en consistentie van de onderliggende gegevens en monitoringinstrumenten; onderstreept het belang van het ontwerpen van een interoperabel systeem dat in overeenstemming is met de algemene verordening gegevensbescherming (AVG)<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2016/679/oj).</FIELD></FOOTNOTE>; benadrukt dat een dergelijk systeem accurate en tijdige informatie moet leveren, fout-positieve resultaten tot een minimum moet beperken en betrouwbaar moet werken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>wijst erop dat bij gedeeld beheer in het volgende MFK regionale en lokale overheden en belanghebbenden moeten worden betrokken, ook in het geval van op prestaties gebaseerde instrumenten, zowel in de ontwikkelings-, besluitvormings- en planningsfase als in de uitvoerings- en verwezenlijkingsfase, aan de hand van een benadering van bestuur op verschillende niveaus, om de toegevoegde waarde van grensoverschrijdende projecten voor de EU te waarborgen en de nadruk te leggen op meetbare resultaten in plaats van outputs;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>merkt op dat het combineren van subsidies en financiële instrumenten in op prestaties gebaseerde kaders de complexiteit vergroot en het risico verhoogt op dubbele financiering, onregelmatigheden, fraude, overcompensatie en zwakke verantwoordingsketens; wijst er in het bijzonder op dat wanneer financiering niet gekoppeld wordt aan kosten, het gebrek aan kostenverificatie zorgt voor een nog groter risico op overlapping tussen verschillende financieringsstromen en een afname van de betrouwbaarheid van het goed financieel beheer;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>wijst erop dat op prestaties gebaseerde monitoring niet noodzakelijk de administratieve lasten vermindert, aangezien zwakke verificatiesystemen verborgen kosten met zich kunnen meebrengen zonder dat deze systemen meer zekerheid bieden; verzoekt de Commissie de prestatie-indicatoren te stroomlijnen, de modellen voor rapportage te vereenvoudigen, overbodige verzoeken om gegevens te vermijden en iets te doen aan de onnodige complexiteit van betalingsverzoeken; is van mening dat een verschuiving naar het gebruik van op prestaties gebaseerde uitvoeringsmodellen, capaciteitsopbouw op EU-niveau en in de lidstaten vereist, aangezien de behoeften op het gebied van monitoring, controles en audits in op prestaties gebaseerde uitvoeringsmodellen verschillen van die van instrumenten die zijn gebaseerd op de vergoeding van subsidiabele kosten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>waarschuwt dat, als de tekortkomingen van de RRF niet worden aangepakt, onder meer door de parlementaire controle te versterken, het toenemende gebruik van op prestaties gebaseerde instrumenten in de huidige geopolitieke context en gezien de toegenomen begrotingsdruk het risico met zich meebrengt dat het institutionele evenwicht zou verschuiven ten gunste van de discretionaire bevoegdheid van de uitvoerende macht en ten koste van de democratische verantwoordingsplicht; dringt erop aan dat bij elk bestuursmodel voor op prestaties gebaseerde instrumenten het Parlement en de Raad op voet van gelijkheid moeten worden betrokken; verwerpt elk voorstel waarmee het institutionele evenwicht wordt verstoord en de rol van het Parlement als begrotings- en kwijtingsautoriteit wordt ondermijnd;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Aanbevelingen voor het versterken van de controle, transparantie en verantwoordingsplicht van op prestaties gebaseerde instrumenten</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>is van mening dat een financieringsmodel dat niet gekoppeld is aan kosten niet voor op prestaties gebaseerde instrumenten mag worden gebruikt als een algemene methode voor uitvoering of terugbetaling tussen de lidstaten en begunstigden, behalve voor kleinere begunstigden die projecten uitvoeren onder bepaalde financiële drempels, wat een eenvoudiger uitvoeringssysteem mogelijk maakt, terwijl een solide controlekader wordt behouden; benadrukt in het bijzonder dat grootschalige en complexe projecten op kosten gebaseerd moeten blijven, aangezien de omvang, duur en financiering op meerdere niveaus van deze projecten gedetailleerde financiële verslaglegging en verifieerbare uitgavengegevens vereisen om goede monitoring en verantwoordingsplicht te waarborgen; benadrukt dat het belangrijk is een mechanisme op te zetten voor terugvorderingen wanneer er grote verschillen zijn tussen de vooraf geraamde kosten en de controles achteraf, met name wanneer de kosten voor de verwezenlijking van een project lager liggen dan de oorspronkelijk geraamde kosten; benadrukt dat deze aanpassingen een weerspiegeling moeten zijn van de werkelijke uitgaven om de financiële integriteit, kosteneffectiviteit en verantwoordingsplicht te waarborgen; dringt erop aan dat het gebruik van vaste bedragen en vereenvoudigde kostenopties wordt voortgezet en uitgebreid, met name voor kleinere of middelgrote investeringen, als doeltreffende en evenredige instrumenten om de administratieve lasten te verminderen, de toegankelijkheid voor kleinere begunstigden te vergroten en de verantwoordingsplicht en traceerbaarheid bij het gebruik van Uniemiddelen in stand te houden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>benadrukt dat een vereenvoudigde begroting ook moet leiden tot een transparante begroting; dringt er bij de Commissie op aan het publiek toegang te verlenen tot procedurele informatie, met inbegrip van de methoden voor de raming van de kosten, en het Parlement toegang te verlenen tot de geraamde kosten van plannen voor nationaal en regionaal partnerschap (NRPP’s);</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>dringt aan op een uniform verantwoordingssysteem dat de traceerbaarheid mogelijk maakt van bijdragen uit de EU-begroting aan specifieke projecten en hun werkelijke eindbegunstigden, met inbegrip van aannemers en onderaannemers, alsook de uiteindelijk begunstigden; benadrukt dat het belangrijk is om door de EU gefinancierde projecten voor burgers te zichtbaar te maken; benadrukt dat uitbetalingen moeten worden gekoppeld aan de verwezenlijking van coherente, duidelijk omschreven mijlpalen en streefdoelen om hervormingen en investeringen beter op elkaar af te stemmen; benadrukt hoe belangrijk het is om een systeem voor beoordeling achteraf in te voeren dat steunt op de door elk instrument behaalde doelstellingen, gemeten aan de hand van hun prestatie-indicatoren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>wijst erop dat EU-financiering alleen mag worden toegekend voor maatregelen die rechtstreeks verband houden met concrete, verifieerbare projecten die tastbare vooruitgang en meetbare resultaten aantonen, bijdragen aan de beleidsdoelstellingen van de Unie en doeltreffend kunnen worden gemonitord en gecontroleerd aan de hand van een transparante verslaglegging, onder meer over de kosteneffectiviteit en zichtbaarheidsvereisten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>verzoekt de Commissie om af te zien van de invoering van ingewikkelde of speculatieve methoden voor kostenraming, die de transparantie en vergelijkbaarheid tussen de lidstaten dreigen te ondermijnen; dringt in plaats daarvan aan op de ontwikkeling en bredere toepassing van geharmoniseerde en verifieerbare vereenvoudigde kostenopties die duidelijkheid verschaffen, de administratieve lasten verminderen en een passend niveau van verantwoording handhaven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>dringt aan op ondubbelzinnige criteria voor naleving om te bepalen wanneer op prestaties gebaseerde instrumenten de geplande outputs of resultaten bereiken, met uniforme definities in alle lidstaten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>dringt aan op periodieke beoordelingen van de werkelijke kosten die bij de uitvoering van op prestaties gebaseerde instrumenten worden gemaakt, en deze te vergelijken met de kostenramingen van de lidstaten, teneinde discrepanties te voorkomen; is van mening dat deze beoordelingen automatisch aanleiding moeten geven tot controles en audits wanneer er significante verschillen zijn tussen de werkelijke en geraamde kosten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>dringt erop aan dat bij elk gebruik van een financieringsmodel dat niet gekoppeld is aan kosten, er een onderling verband moet zijn tussen enerzijds de betalingsaanvragen en de verwezenlijking van mijlpalen en streefdoelen en anderzijds de uitvoering van concrete projecten; wijst erop dat zonder een dergelijk verband de traceerbaarheid van Uniefinanciering ernstig in het gedrang komt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>pleit voor de invoering van één geïntegreerd en interoperabel informatie- en monitoringsysteem, met inbegrip van één instrument voor datamining en risicoscores; eist dat het gebruik van dit nieuwe interoperabele systeem verplicht moet zijn om in het volgende MFK toegang te krijgen tot Uniefinanciering; verzoekt de Commissie openbaar toegankelijke dashboards te creëren, zodat burgers inzicht kunnen krijgen in de door EU-financiering gegenereerde waarde; verzoekt de Commissie geavanceerde gegevensanalyse- en AI-instrumenten in te zetten om de traceerbaarheid, evaluatie en rapportage van prestaties te verbeteren, de handmatige werklast te verlichten en rapportageprocessen te stroomlijnen, en dubbele financiering en andere risico’s te voorkomen ter bescherming van de financiële belangen van de Unie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>eist dat de Commissie duidelijke drempels voor corrigerende maatregelen vaststelt en publiceert, met inbegrip van ernstniveaus, om een gelijke behandeling en consistente handhaving te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>33.</NO.P>dringt erop aan dat de verwezenlijking van mijlpalen en streefdoelen moet worden beoordeeld door de Commissie die daarbij rekening moet houden met de door de lidstaten verstrekte gegevens en een transparante en gestandaardiseerde methode moet toepassen, met gedocumenteerde scores en onderbouwde rechtvaardigingen voor afwijkingen boven de wettelijke drempel; dringt erop aan dat alle beoordelingsdossiers ter beschikking worden gesteld van het Parlement en de Rekenkamer;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>34.</NO.P>dringt aan op meer transparantie bij de uitvoering van op prestaties gebaseerde instrumenten, wat betekent dat alle beoordelingen van de Commissie, nationale verslagen, auditsamenvattingen en herstelmaatregelen tijdig moeten worden gepubliceerd in toegankelijke, vergelijkbare, verifieerbare en gebruiksvriendelijke formats, om te garanderen dat het Parlement, de Rekenkamer en de burgers het gebruik van Uniemiddelen kunnen controleren; benadrukt dat bij de toegang tot informatie een cascadebenadering moet worden gevolgd, waarbij volledige en onbeperkte realtimetoegang voor de Rekenkamer wordt gewaarborgd, evenals een gegarandeerd en onbeperkt recht voor het Parlement om vragen te stellen en informatie op te vragen, en een passende, transparante toegang voor burgers in lijn met de uitspraken van het Hof van Justitie van de Europese Unie; herinnert eraan dat alle transparantiemaatregelen moeten voldoen aan de gegevensbeschermingsvereisten van de algemene verordening gegevensbescherming en andere relevante Uniewetgeving; benadrukt dat de voor het publiek beschikbare gegevens een accurate weerspiegeling moeten zijn van de daadwerkelijke uitvoering en voortgang van projecten, in plaats van geplande verbintenissen of uitbetalingen die uitsluitend zijn gedaan om te voldoen aan mijlpalen en streefdoelen in het kader van nationale plannen, om zo een waarheidsgetrouw beeld te geven van de resultaten die ter plaatse zijn bereikt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>35.</NO.P>wijst erop dat alle databanken en informatiesystemen van de Commissie die worden gebruikt voor het verzamelen, uitwisselen en monitoren van gegevens tussen de Commissie en de lidstaten, toegankelijk moeten zijn voor de Rekenkamer; benadrukt dat de Rekenkamer rechtstreeks en onmiddellijk toegang moet hebben tot de oorspronkelijke gegevens zoals die in het systeem zijn ingevoerd, zonder dat deze vooraf worden gewijzigd, geaggregeerd of bewerkt door nationale autoriteiten of diensten van de Commissie; benadrukt dat deze toegang essentieel is om de onafhankelijkheid, betrouwbaarheid en doeltreffendheid van controles te waarborgen en de transparantie en verantwoordingsplicht bij de uitvoering van de Uniebegroting te handhaven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>36.</NO.P>dringt erop aan dat de verslaglegging over op prestaties gebaseerde instrumenten wordt uitgebreid met gegevens op projectniveau, die vergelijkbaar zijn met die van het cohesiebeleid, met vermelding van de geografische spreiding van de financiering en de interventies op subnationaal niveau;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>37.</NO.P>roept op tot betere controlesporen door het verplicht te maken om de verificatiestappen systematisch te documenteren en ervoor te zorgen dat de gegevens volledig, toegankelijk en controleerbaar zijn op zowel EU- als nationaal niveau;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>38.</NO.P>verzoekt de Commissie robuuste waarborgen in te voeren om te zorgen voor consistente, onafhankelijke en hoogwaardige controlewerkzaamheden in alle lidstaten, onder meer door middel van gedetailleerde methodologische richtsnoeren, duurzame technische bijstand voor auditautoriteiten wanneer deze kampen met aanhoudende tekortkomingen, en specifieke opleidingen over normen voor doelmatigheidscontroles; dringt erop aan dat er enkel op nationale autoriteiten en externe auditors kan worden vertrouwd, als deze waarborgen worden nageleefd, om variaties in de kwaliteit en onafhankelijkheid van de controle te voorkomen; verzoekt de lidstaten waarborgen vast te stellen om ervoor te zorgen dat de nationale auditautoriteiten onafhankelijk zijn van de politieke en administratieve organen die de fondsen beheren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>39.</NO.P>roept op tot de invoering van voorspellende analytische tools op basis van AI en machinaal leren, waarmee auditors in real time risicobeoordelingen kunnen uitvoeren, onregelmatigheden efficiënter kunnen opsporen en controles van de kosteneffectiviteit en gerichte controles kunnen uitvoeren in gevallen waarin de Rekenkamer systematische tekortkomingen vaststelt; benadrukt dat het belangrijk is gebruik te maken van geautomatiseerde instrumenten voor datamining en AI om onregelmatigheden op te sporen zonder dat dit aanleiding geeft tot extra rapportageverplichtingen voor begunstigden die zich aan de regels houden; herinnert eraan dat het gebruik van dergelijke AI-technologieën volledig in overeenstemming moet zijn met de EU-regels inzake gegevensbescherming en dat dit gebruik gepaard moet gaan met uitgebreide opleidingen voor nationale auditautoriteiten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>40.</NO.P>verzoekt de Commissie de waarborgen voor financiële instrumenten te versterken, onder meer door strengere maxima voor beheersvergoedingen, transparante regels voor rechtstreekse toekenningen en controles om dubbele financiering en overtredingen van de regels voor staatssteun te voorkomen; eist dat de maxima voor beheersvergoedingen, met name voor rechtstreekse toekenningen aan fondsbeheerders voor eigenvermogens- of quasi-eigenvermogensproducten, het rendement van de steun van de Unie niet uithollen, vooral wanneer het volume van de transacties bescheiden is;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>41.</NO.P>herhaalt de noodzaak om de transparantie te vergroten door het model van het RRF-scorebord toe te passen op alle op prestaties gebaseerde instrumenten, om de tijdigheid en vergelijkbaarheid van de nationale verslaglegging te verbeteren en de toegankelijkheid voor het publiek, traceerbaarheid en verantwoordingsplicht te waarborgen; dringt er bij de Commissie op aan te zorgen voor volledige interoperabiliteit van EU- en nationale gegevenssystemen, om handmatige invoer te verminderen, de gegevenskwaliteit te verbeteren en traceerbaarheid in realtime tot op het niveau van de eindbegunstigden mogelijk te maken; verzoekt de Commissie in dit verband ervoor te zorgen dat gegevens over de werkelijke eindontvangers van financiering uit op prestaties gebaseerde instrumenten, met inbegrip van de aannemers en onderaannemers, in real time beschikbaar zijn voor audit- en kwijtingsautoriteiten, alsook voor het EOM en het Europees Bureau voor fraudebestrijding;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>42.</NO.P>dringt erop aan dat de prerogatieven van het Parlement als wetgever, begrotingsautoriteit en kwijtingsautoriteit volledig worden geëerbiedigd en dat het Parlement toegang krijgt tot alle gegevens die het nodig heeft om zijn taken uit te oefenen;</P></ACTION><SEPARATION><P>°</P><P>°	°</P></SEPARATION><ACTION><P><NO.P>43.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>